De alverzoeningsleer is een leugen

Standaard

categorie : religie

Het is bepaald niet aangenaam je met dwaalleer te moeten bezighouden. We moeten echter wel bedenken dat de alverzoeningsleer een grote bedreiging vormt voor de gelovigen. Ook heel wat christenen zijn erdoor besmet. En dat is naar de mens gesproken ook begrijpelijk, want deze dwaalleer heeft een geweldige aantrekkingskracht, zowel voor het menselijk verstand als het menselijk gevoel.

 

de-bijbel

 

Ons gemoed of  Gods Woord

Bijna de hele kerkgeschiedenis door, vanaf de kerkvader Origenes tot bekende kerkleiders vandaag, zijn er hoogvereerde voorgangers geweest die de leer van de apokatastasis (de alverzoeningsleer) gepredikt hebben. Steeds weer heeft deze dwaalleer veel gelovigen aangesproken die diep in hun hart het verlangen hadden dat een verzoening van alle mensen toch eens wáár mocht zijn.

Wat zou het mooi zijn te weten dat er zelfs aan de hel eenmaal een einde komt en dat uiteindelijk door Gods almacht en genade alle mensen behouden zullen worden. Op wie heeft deze mooie gedachte géén aantrekkingskracht? Wie heeft nog nooit echt over dit onderwerp nagedacht. Het zijn juist de onnadenkende mensen die aan deze dwaalleer ten prooi vallen. Voor ons eigen gemoed immers is de gedachte van een uiteindelijke wederherstelling van alle mensen ongetwijfeld aantrekkelijker dan de gedachte dat vele mensen verloren zullen gaan.
Maar ons eigen gemoed is een slechte scheidsrechter. Wij doen er wijzer aan scherp te luisteren naar Gods eigen getuigenis in de Schrift. Dát alleen beslist elke vraag. Gedachten dat God vele mensen zal laten verloren gaan spelen daarbij geen enkele rol. God vraagt slechts onderwerping aan zijn Woord.
Het is trouwens opmerkelijk dat de christelijke Kerk in meerderheid de alverzoeningsleer heeft afgewezen, zelfs wanneer die het vurigst en bekwaamst verdedigd werd.

Daarin zien we de bewarende leiding van Gods Geest, die het besef van Gods heiligheid en gerechtigheid volgens de klare uitspraken van zijn Woord levend hield. Er mogen geen gevoelens of redeneringen ingaan tegen Gods eigen uitspraken. De alverzoeningsleer ondergraaft de ernst van het evangelie ondergraven.

 

Omschrijving van de dwaalleer

Zoals gezegd is de alverzoeningsleer hoofdzakelijk gebaseerd op menselijke redeneringen zoals :

  • Een eeuwige hellestraf is in strijd met de liefde van God. Hij kan er geen behagen in scheppen mensen tot in eeuwigheid te pijnigen en eeuwig het geween en tandengeknars van miljoenen ongelukkigen aan te horen.
  • Een eeuwige straf is in strijd met de rechtvaardigheid van God, omdat zij in geen verhouding staat tot de zonden die de mens, hoe erg ze ook zijn. Ze zijn gepleegd in een kort leven, dat qua tijdsduur wegvalt tegen de eeuwigheid.
  • Een eeuwige straf is in strijd met de heiligheid van God. Dat zou betekenen dat God zou toestaan dat miljoenen mensen tot in eeuwigheid voortgaan met tegen Hem te zondigen door hun haat en gescheld.
  • Een eeuwige straf is in strijd met de verhevenheid van de mens als schepsel en beelddrager van God. Dit veronderstelt dat de verlorenen zich onder zo’n eeuwige straf voortdurend zouden blijven verharden zonder zich ooit gewonnen te geven aan God.

 

De argumenten van de alverzoeningsleer, die meer rechtstreeks op de Schrift gebaseerd lijken te zijn, luiden als volgt:

  • De Schrift leert geen letterlijke eeuwige straf, maar spreekt over een hel slechts in figuurlijke taal. Zij gebruikt immers uitdrukkingen als vuur, worm en duisternis, die slechts beelden zijn en niet letterlijk opgevat mogen worden.
  • De Schrift spreekt wel over eeuwige pijn en het eeuwige vuur. Eeuwig heeft daar niet de betekenis van eindeloos, nimmer ophoudend, maar duidt een niet nader bepaalde maar wel beperkte tijdsperiode aan.
  • De Schrift leert  dat God de behoudenis van alle mensen wil (en wie kan zijn wil weerstaan?), dat Christus voor alle mensen gestorven is (en hoe zou iemand daar dan geen deel aan krijgen?) en dat ook daadwerkelijk allen verzoend (hersteld, levendgemaakt) worden en zich voor Christus zullen neerbuigen.

We vinden verschillende  varianten in de dwaalleer terug. Naast het universalisme, dat meent dat alle mensen (en zelfs de duivel en zijn engelen) eenmaal door Gods genade tot bekering zullen komen, onderscheiden we ook het hypothetisch universalisme. Dit is de opvatting dat de mogelijkheid van bekering altijd open blijft, zowel in de tussentoestand (d.i. tussen sterven en opstanding) alsook in de eeuwige toestand. Het is niet gezegd  dat allen ook van deze mogelijkheid gebruik zullen maken. Of iemand dus een eindeloze hellestraf zal moeten ondergaan, heeft hij in zijn eigen hand.
Ook in de eeuwigheid blijft hij beschikken over zijn vrije wil, waardoor hij kan besluiten alsnog tot inkeer te komen en zich voor God en Christus te buigen. Hij behoudt echter in die zin een eeuwige straf dat de hellepijn hem eeuwig zal bijblijven, waardoor hij altijd zal achterstaan bij hen die al in dit leven het evangelie hebben aangenomen.
Het annihilationisme  is leer dat uiteindelijk de ongelovigen (almede de satan en zijn engelen) zullen worden vernietigd, d.w.z. zullen ophouden te bestaan. Dit zou dan de tweede dood zijn. Men noemt deze leer ook wel het conditionalisme omdat zij uitgaat van de idee van een conditionele (= voorwaardelijke) onsterfelijkheid. Men betoogt dat alleen God, en van nature geen enkel schepsel, onsterfelijkheid heeft (1Tm 6:16), en dat de gave van de onsterfelijkheid alleen door het geloof in Christus verkregen kan worden (Rm 2:7; 2 Tm.1:10). De ongelovigen zijn en blijven dus vergankelijk, en zullen na het oordeel voor de grote witte troon dan ook inderdaad vergaan.

 

bijbels&dwaas

 

Het getuigenis van de Schrift

Laten wij nu, om de alverzoeningsleer in haar verschillende varianten te bestrijden, allereerst luisteren naar het meest klare en duidelijke getuigenis van Gods Woord. 

(a) Eerste deel: de eeuwigheid van de hellestraf

Het Nieuwe Testament spreekt ten aanzien van de ongelovigen (en ook van de duivel en zijn engelen) over:
* de eeuwige straf (Mt 25:46)
* het eeuwige vuur (Mt 18:8; 25:41; Jd:7).
* het eeuwig verderf (2 Th1:9)
* eeuwig boeien (Jd:6).
In Markus wordt gesproken over een eeuwige zonde, wat blijkens het verband betekent een zonde die tot in eeuwigheid niet uitgeboet wordt.

Op 14:11 zegt van de ongelovigen die het beest en zijn beeld aanbeden hebben: “de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid”.
Op 20:10 zegt van de duivel en ook van het beest en de valse profeet: “zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid”, en wel in “de poel van vuur en zwavel”; vs.14 zegt dat alle ongelovigen terechtkomen in de poel van vuur.

(b) De eindeloosheid van de hellestraf

Mt 25:10-12 geeft duidelijk aan dat de verlorenheid van de ongelovigen onveranderlijk is, zelfs als zij in hun verlorenheid alsnog wroeging zouden krijgen (vgl.7:22v; Lk13:25-28).

Evenzo maakt Lk16:26 duidelijk dat er een grote kloof is tussen de gezaligden en de verlorenen:  “zodat zij die van hier (de plaats der gelukzaligen) naar u (de plaats van de goddelozen) willen overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen”.

Mk 9:44 omschrijft de hel als het onuitblusbare vuur (vgl.Jr.17:4), en in vs.48 wordt daaraan met betrekking tot de ongelovigen toegevoegd: “waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust’” (vgl. Js 66:24).

Wat dit niet sterven van hun worm ook moge betekenen, het verandert niets aan het feit dat deze uitdrukkingen aangeven dat er aan de hellestraf van de ongelovigen nimmer een eind komt.
Jh 3:36 : “wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”. Hb 9:27 : “het de mensen beschikt is éénmaal te sterven en daarna het oordeel’” waarmee gezegd lijkt te zijn dat op het moment van de dood iemands bestemming voor altijd vastligt, zodat er daarna geen nieuwe kans op bekering meer gegeven is.

 

(c) Sommige mensen in ieder geval voor altijd verloren

Het Nieuwe Testament legt er duidelijk getuigenis van af dat op z’n minst bepáálde mensen noodzakelijk voor altijd verloren zijn, zodat op z’n minst een absoluut universalisme uitgesloten is.

Mt 12:32 zegt dat ‘het spreken tegen de Heilige Geest’ een mens niet zal worden vergeven, niet in deze eeuw en niet in de toekomstige.

Mk 3:29 : “wie zal lasteren tegen de Heilige Geest, heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is schuldig aan een eeuwige zonde”.

Hb.10:26 zegt van afvalligen dat er voor hen “geen slachtoffer voor de zonden meer overblijft, maar een vreselijke verwachting van oordeel en een felheid van vuur dat de tegenstanders zal verslinden”.

Op zichzelf zijn deze Schriftplaatsen moeilijk genoeg als het gaat om de vraag wat voor mensen hier nu precies bedoeld zijn. Maar wie het ook zijn, er blijken in ieder geval mensen te zijn die zich niet meer zullen kunnen bekeren, voor wie geen zoenoffer meer beschikbaar is en die niets anders te wachten hebben dan de hel.

 

De vernietiging van de valse porfeet

De vernietiging van de valse porfeet

Pasteltekening van John Astria

 

wolf005b1005d

 

Het getuigenis van de Heer

Er mag worden opgemerkt dat het in de meeste bovengenoemde Schriftplaatsen ging om uitspraken van de Heer Jezus Zelf. Niemand in de Schrift heeft de liefde van God zó tot uitdrukking gebracht als Hij en niemand kende een dieper meegevoel met de verlorenen dan Hij. Toch spreekt niemand vaker dan juist Hij over de eeuwige hellestraf.
Juist de openbaring van de hoogste liefde gaat noodzakelijk gepaard met de openbaring van de zwaarste straf.
Christus die het licht van de wereld is, openbaarde het bestaan van de buitenste duisternis. En zo goed als het eeuwige leven eeuwig is, zo goed is de eeuwige straf eeuwig.

 

We moeten concluderen dat niemand het recht heeft om de eeuwige hellestraf aan een beperkte tijdsduur te verbinden. Kijken we naar Mt.25:46; daar is de eeuwige straf parallel met het eeuwige leven. Als dit laatste eindeloos is, dan ook het eerste.

In Jd.:6 lezen we van engelen die tot het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien bewaard worden. Hier geeft eeuwig aan dat óp die grote dag het definitieve oordeel over deze engelen wordt uitgesproken en dat zij ook ná die grote dag in de duisternis van het eeuwige vuur zullen verblijven.

Kl.3:31 zegt: ‘niet voor eeuwig verstoot de Here’.  Als eeuwig dan inderdaad eindeloos moet betekenen, dan hebben we hier toch duidelijk getuigenis dat de Here niet ‘voor eeuwig’ zal verstoten. Dat is waar. De wenende profeet vertolkt hier de gevoelens van het getrouwe overblijfsel van Israël, een overblijfsel ‘naar de verkiezing van de genade’. Daarbij zal De Heer elke zondaar, die tot inkeer komt en vergiffenis vraagt, vergiffenis schenken. Daarvoor is Christus aan het kruis gestorven. zie Joh 11 : 24-3-26.

 

Vernietiging

Kijken we nu naar de plaatsen waar over het eeuwig verderf gesproken wordt. We moeten daar aandacht aan schenken omdat sommige dit woord willen opvatten in de zin van vernietiging. Zij leren dat de ongelovigen (alsook de duivel en zijn engelen) na het oordeel voor de grote witte troon verdorven worden in de zin van vernietigd, zij zouden ophouden te bestaan.
De uitdrukking eeuwige straf kan niet worden opgevat als een voor eeuwige vernietigd worden.
Schriftplaatsen wijzen op kwellingen waaraan de ongelovige wordt blootgesteld, wat heel iets anders is dan vernietiging. Dit geldt ook voor plaatsen die spreken over ‘pijniging’, onuitblusbaar vuur’, ‘geween en tandengeknars’ (Mt.8:12), ‘verdrukking en benauwdheid’ (Rm.2:9).

Men zou onder dit argument kunnen proberen uit te komen door te stellen dat de ongelovigen eerst een tijdlang gepijnigd en pas daarna vernietigd worden.  Ook zou men dan onafhankelijke aanwijzingen in de Schrift moeten vinden die erop zouden wijzen dat de hellestraf in de tijd beperkt is. Dat geldt ook voor degenen die menen dat de ongelovigen na een beperkte hellestraf alsnog het heil ontvangen. We vinden echter het omgekeerde. Vele plaatsen,die op de eindeloosheid van de hellestraf wijzen, moeten dus als beeldspraak worden opgevat voor de zwaarte van de toegemeten eeuwige hellestraf.

 

Wat is verderf?

Het Griekse woord apoleia  betekent nooit ‘vernietiging’, maar ‘morele ondergang, verlies van het eeuwig heil’.

(Zie Mt.7:13; Rm.9:22; Fp.1:28; 3:19; Hb.10:39; 2Pt.2:1,3; 3:7,16; Op.17:8,11 (‘verderf’); 1Tm.6:9 (‘ondergang’).
Er is niet de geringste aanwijzing in de Schrift dat dit woord ooit een ophouden te bestaan betekent.

Samenvattend merken we op dat het woord ‘verderf’ niets te maken heeft met vernietiging of ophouden te bestaan.We voegen daar nog aan toe dat de voorstanders van de vernietingsleer een verkeerd verstaan van het begrip ‘dood’ hebben. Deze voorstanders  kunnen onmogelijk de tijdelijke, lichamelijke dood als een vernietiging opvatten.

Evenmin is de morele dood, die het gevolg is van de zonde (Ef.2:1), een vorm van vernietiging. De morele dood houdt in van God afgewend zijn, van de gemeenschap met Hem afgesneden zijn, maar geen vernietiging. Zo is de tweede dood niets anders dan voor eeuwig van God afgesneden zijn (vgl. weer
2Th.1:9), maar niet een vernietigd zijn.

‘Verderf’ is niet een einde maken aan het bestaan van de mens, maar een van hem voor eeuwig prijsgeven aan een plaats en een toestand van gescheiden zijn van God.  In zekere zin is een mens die aan de ‘tweede dood’ is prijsgegeven trouwens ook niet ‘onsterfelijk’. Hij is al dood, maar dat is heel wat anders dan vernietigd.

conclusie

De Schrift leert dat de ongelovigen een eeuwige, eindeloze, ononderbroken hellestraf moeten ondergaan. Deze leer staat tegenover de dwaalleer van de alverzoening, die beweert dat er óf helemaal geen hel is óf dat de ongelovigen er slechts een beperkte tijd zullen verblijven, zich daarna alsnog zullen bekeren en dan behouden zullen worden. Ook staat deze schriftuurlijke leer tegenover de vernietigingsleer, die beweert dat de ongelovigen na het oordeel voor de grote witte troon (eventueel na een beperkte hellestraf) vernietigd worden, d.w.z. zullen ophouden te bestaan.

 

Het heil voor alle mensen?

Belangrijker zijn die argumenten van de alverzoeningsleer waarin met een beroep op de Schrift wordt betoogd dat God wil dat alle mensen behouden worden, dat Christus voor alle mensen gestorven is en dat uiteindelijk ook daadwerkelijk alles hersteld wordt. Inderdaad lijkt het bij oppervlakkige lezing dat de alverzoeningsleer hier heel wat pijlen op haar boog heeft.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s