Dagelijks archief: januari 1, 2018

De 2de negentien van Bachbloesem : Beech

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

 

Beech (Beuk)

Fagus sylvatica

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

.

.

Indicatie

 

Voor degenen die de behoefte voelen om wat meer het goede en het mooie te zien in alles om hen heen en om, hoewel veel fout lijkt te zijn, toch de kunst te verstaan om daarin het goede te zien groeien. Op die manier kunnen we toleranter en toegeeflijker zijn en meer begrip hebben voor de verschillende manieren waarop ieder individu en alle dingen aan het werk zijn op weg naar hun eigen uiteindelijke perfectie.

 

 

.

55217_bach-bloesem-beuk-nr-3_nl-thumb-1_800x800

 

 

.

Affirmatie

 

Dat we de gedachten, de meningen, de ideeën van anderen nooit bekritiseren of veroordelen. Dat we altijd in het oog houden dat ieder mens op aarde een kind van God is en op zijn eigen manier op zoek is naar de glorie van zijn Vader.

 

 

 

Habitat

 

Beuken kun je tegenkomen op verschillende bodems. Ze zijn vooral karakteristiek voor krijt landschap, bij voorkeur in goed afwaterende omstandigheden.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor degenen die kritisch zijn, teleurgesteld, onverdraagzaam en prikkelbaar. Zij hebben altijd aanmerkingen die alleen de negatieve kant van dingen zien. Zij ergeren zich aan kleinigheden, rare eigenschappen, hebbelijkheden en eigenaardigheden van anderen. Het zijn mensen die houden van stiptheid, orde en discipline. Dikwijls hebben we te maken met arrogante mensen die een kleinzielige boosheid hebben met een gezond verstand.

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

JOHN ASTRIA

Advertenties

Vertaalmethoden van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

.

 

.

 

 

Vertaalmethoden van de Bijbel

 

Om een vertaling te kunnen maken uit een oude taal, zoals het Hebreeuws of Grieks, naar het Nederlands zijn een aantal keuzes nodig. Het is helaas niet mogelijk om simpel woord voor woord te vertalen.

.

 

 

Bron- en doeltaalgericht

 

Het eerste probleem is dat de struktuur van de taal anders is.

  • Waar bijvoorbeeld in het Grieks de naamval bepalend is, is in het Nederlands veel meer de zinsvolgorde bepalend. Met de zinsvolgorde kan in het Grieks juist de nadruk worden weergegeven, wat in het Nederlands niet zondermeer mogelijk is.
  • Waar bijvoorbeeld in het Hebreeuws “heilige der heiligen” staat is het in het Nederlands gebruikelijk om de overtreffende trap te gebruiken (heiligste of allerheiligste). Dit gebruik komt veel voor in uitdrukkingen zoals God der Goden (Nederlands: de Allerhoogste), hemel der hemelen (hoogste hemelen) of het lied der liederen (Hooglied).

In de termen van vertalers spreekt men daarom over “brontaalgericht” en “doeltaalgericht”. Om het wat simplistisch uit te drukken: met brontaalgericht wordt getracht zo zuiver mogelijk (letterlijk) te vertalen, met doeltaalgericht wordt getracht het zo op te schrijven als een Nederlander het zou zeggen.

Hier komt nog bij dat de Bijbel is opgebouwd uit woorden en beelden, veelal ontleend aan het dagelijks leven. Kenmerken van dit beeld komen dan regelmatig terug. De moeilijkheid daarbij is dat niet alle begrippen in de doeltaal bekend zijn. De keuze daarbij is:

  • Vertaal zo letterlijk mogelijk en dwing daarbij de lezer om uit te zoeken wat het eigenlijk betekent.
  • Vervang het woord door iets uit onze taal of belevingswereld dat ongeveer hetzelfde weergeeft (dit laatste heet de “dynamisch equivalente” methode).

Als Jesaja zegt: “Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw”, en je wilt dat vertalen in de taal van een tropisch land, waar sneeuw onbekend is, dan zoek je een equivalent voor sneeuw. De vertaler wil ideeën zo goed mogelijk overbrengen en kiest daarvoor zo nodig zijn eigen beelden (als ze maar `equivalent’ zijn). Hierin ligt volgens de voorstanders van deze methode de kracht ervan. Maar hierin schuilt ook een risico.

Het zal duidelijk zijn dat de letterlijke betekenis soms verloren gaat wanneer men het ene beeld vervangt door een ander. Een bekend voorbeeld in de Nederlandse vertalingen is (traditioneel) zuurdeeg of (dynamisch equivalent) gist.

Traditionele vertalers streefden naar een zo letterlijk mogelijke weergave. Moderne vertalers willen de tekst interpreteren en vertalen daarom vrijer. Vaak wordt daarbij doeltaal gericht en dynamisch equivalent gecombineerd.

De term “beter” of “slechter” is hier niet op zijn plaats. Wel zal het duidelijk zijn dat het verdere gebruik van het beeld in de Schrift vaak niet volledig tot zijn recht komt omdat er een ander beeld, met andere kenmerken, wordt gebruikt. De kenmerken van gist zijn nu eenmaal anders dan die van zuurdeeg hoewel ze beide brood laten rijzen.

 

.

 

 

.

 

 

Concordant vertalen

 

Vertalen gebeurt niet zomaar lukraak. Er worden zoals gezegd bepaalde vertaalprincipes gehanteerd. En die veranderen soms met de tijd. Vroeger was het gebruikelijk om zoveel mogelijk letterlijk maar ook zogenaamd `concordant’ te vertalen. Dat houdt in dat men zoveel mogelijk eenzelfde woord in het origineel vertaalt met eenzelfde woord in de ontvangtaal.

Concordant kan men vervangen door gelijk ; hetzelfde ; net zo ; identiek ; eender ; eenvormig ; exact hetzelfde ; geheel gelijk.

Dat is aan de ene kant consequent en het kan een enorme hulp zijn bij Bijbelstudie. Aan de andere kant kan het ook problemen geven wanneer een woord in de originele tekst twee of meer duidelijk onderscheiden betekenissen heeft, waar wij in onze taal nu eenmaal verschillende woorden voor hebben.

Concordant vertalen wordt dan ook maar zelden volledig consequent toegepast. Toch werd er in het verleden wel naar gestreefd.

Aan dit concordant vertalen danken wij bijvoorbeeld nog het woord testament (als in Oude en Nieuwe Testament). De vertalers van de Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuaginta) hebben voor hun vertaling van het typisch Bijbelse woord ‘verbond’ een Grieks woord gekozen dat in de Griekse cultuur testament betekent in de zin van laatste wilsbeschikking.

Dat was voor hen geen bezwaar, want een echt testament kwam in de Joodse cultuur niet voor. De schrijvers van het (Griekse) Nieuwe Testament hebben dat woord overgenomen. De Statenvertaling vertaalt dat overal consequent met `testament’ en laat het aan de lezers over om uit te vinden wat dat in het verband betekent.

De Nieuwe Vertaling (NBG 1951) richt zich hier op de Oudtestamentische achtergrond en vertaalt `verbond’, behalve in een tweetal passages waar de vertalers gemeend hebben dat inderdaad een testament is bedoeld.

Overigens is met behulp van hulpmiddelen, zoals concordanties (een soort trefwoordenregister van de Bijbel), vaak te zien hoe een origineel woord op verschillende manieren vertaald wordt. Ooit is door een Dr. Strong in zijn concordantie ieder Hebreeuws en Grieks woord van een nummer voorzien. Onder meer in de “Online Bible” kan daarop gezocht worden.

 

.

 

 

 

.

 

 

Parafrasen

 

Tegenwoordig gebeurt het ook steeds vaker dat de vertaler niet meer pretendeert een vertaling te geven, maar zich toelegt op een zogenaamde parafrase. De parafrase is de logische consequentie, en het eindstation, van de vrije vertaalopvatting. De ‘vertaler’ neemt dan de rol op zich van verteller die het verhaal navertelt in eigen woorden, ongeveer zoals bij een kinderbijbel (maar dan misschien iets minder extreem). Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken.

 

In Marcus 2:22 leest de N.V. van het NBG

“Niemand doet jonge wijn in oude zakken; anders zal de wijn de zakken doen barsten en de wijn gaat verloren met de zakken. Maar jonge wijn doet men in nieuwe zakken.”

Een in ons land bekende parafrase (Het Boek) geeft hier:

“Wie doet er nu jonge wijn in oude leren zakken? Het leer van oude wijnzakken is hard en stug. Door het gisten van de jonge wijn komen er barsten in. De wijn gaat verloren en de zakken zijn waardeloos. Nee, jonge wijn doet u in nieuwe, soepele wijnzakken.”

 

 

In Lucas 5:1-3 leest de NBG vertaling van 1951:

“En het geschiedde, toen de schare op hem aandrong en naar het woord Gods hoorde, dat Hij zelf aan de oever van het meer Gennesaret stond, en Hij zag twee schepen aan de oever liggen. De vissers waren eruit gegaan en spoelden de netten. Hij ging in één van de schepen, dat van Simon, en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever. En Hij zette Zich neder en leerde de scharen van het schip uit.”

De parafrase voegt allerlei details toe:

“Op een dag was Hij bij het meer van Galilea. De mensen drongen van alle kanten tegen Hem op, want zij wilden horen wat Hij over God zou vertellen. Hij zag twee boten liggen die half uit het water waren getrokken. De vissers stonden iets verderop hun netten schoon te spoelen. Jezus stapte in de boot van Simon en vroeg of hij Hem een stukje van de oever wilde afduwen. Daarna ging Hij zitten om de mensen meer over God te vertellen.”

 

.

 

 

.

 

 

Samenvatting

 

De Bijbel is ons door de eeuwen heen ongeschonden overgeleverd. Maar met de vraag of hij ons ook ongeschonden bereikt in onze eigen taal, is een andere. Onze voorouders hebben hun best gedaan dat zo goed mogelijk te doen. Moderne vertalers hangen echter andere opvattingen aan. Daarom zijn de modernste vertalingen niet altijd de beste voor eigen bijbelstudie, al leest een moderne vertaling vaak veel prettiger.

Bij het beoordelen van vertalingen in zogenaamde ‘omgangstaal’ of ‘hedendaags Nederlands’ gaat het niet uitsluitend om de vraag of zulk taalgebruik op zichzelf geoorloofd is. Belangrijker is dat er bij supermoderne vertalingen vaak veel vrijer vertaald is, waarbij de opvatting van de vertaler een grote rol speelt.

Dat zie je bijvoorbeeld in de Bijbel in Gewone Taal (BGT) waar je leest wat de vertaler denkt dat de schrijver bedoelde. Wie dus de Bijbel zelf wil bestuderen doet er goed aan uiteindelijk terug te grijpen op een meer traditionele vertaling. Daarin kun je veel beter weerklanken herkennen, die essentieel zijn om de Schrift te leren begrijpen.

Voorbeelden van zulke studiebijbels zijn de NBG vertaling van 1951, de Herziene Statenvertaling, en in iets mindere mate de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) die in oktober 2004 uitkwam.

 

.

 

 

 

.

 

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

De haan in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De haan

 

In de Bijbel wordt de haan alleen in het Nieuwe Testament met zekerheid genoemd. Want volgens de Nieuwe Bijbel Vertaling wordt hij in het Oude Testament ook wel genoemd in de lijst van dieren met een voorname tred in Spreuken 30, maar de NBG ‘51 spreekt daar van windhond.

Deze vertaling komt meer overeen met de betekenis van het Hebreeuwse woord: “met lendendoek opgeschort”, d.w.z. klaar om te rennen. Omdat een haan zo statig rond paradeert, geven wij hem het voordeel van de twijfel en zullen wij hem wat nader bekijken.

Hanen zijn vechtlustige vogels, die elkaar te lijf gaan totdat er een zogenaamde pikorde ontstaat. Hun territorium bakenen ze af door te kraaien. En dat gebeurt bij voorkeur, zoals wij allemaal weten, bij zonsopgang! Dat is zo’n vaste gewoonte, dat de Romeinen de derde wacht van de nacht hanengekraai noemden.

En dat hanengekraai speelde in het verhaal van de verloochening van Petrus een profetische rol. In de bovenzaal zei de Meester tegen hem: “Ik verzeker je: juist jij zult me vannacht, nog voor de haan tweemaal gekraaid heeft, driemaal verloochenen” (Marcus 14:30). De trots van de haan stelde de trots van Petrus voor, die beweerde zijn Heer nooit te zullen verloochenen.

De haan komt oorspronkelijk uit India, en werd pas in de vijfde eeuw voor Christus naar het land Palestina gebracht. Als de schrijver van Spreuken 30 het inderdaad over de haan had, dan waren dergelijke vogels misschien in de hoven van Salomo te bewonderen. Want eens in de drie jaar kwam zijn handelsvloot uit India binnen met o.a. pauwen en apen (1 Koningen 10:22). De prachtige kleuren van zijn verenkleed zou de haan tot een aantrekkelijke aanwinst maken.

 

.

1 Koningen 10:22

21 Alle drinkbekers van koning Salomo waren van goud. Ook alle andere gebruiksvoorwerpen in het ‘Bos van de Libanon’ waren van massief goud. Er was niets van zilver, want zilver was in de tijd van koning Salomo niet veel waard. 22 Want de schepen van koning Salomo en van koning Hiram vertrokken eens in de drie jaar uit Tarsis en kwamen vol goud, zilver, ivoor, apen en pauwen weer terug.

 

 

Het kukeleku van de haan is voor ons een oproep om wakker te worden. Ook in geestelijke zin, want de Here Jezus waarschuwde zijn discipelen: “Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg. Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt” (Marcus 13:35-36).

.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget