De struisvogel in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De struisvogel

 

Toen God Job tot het besef van Zijn almacht en wijsheid wilde brengen, koos Hij als voorbeeld de struisvogel (Job 39: 16-21). Dat lijkt vreemd omdat het juist deze vogel aan wijsheid ontbreekt. De struisvogel is de grootste, en waarschijnlijk ook sterkste van alle vogels, maar hij kan niet vliegen.

 

 

Job 39: 16-21

 

16 Heb jij de pauwen hun prachtige veren gegeven?
Of vleugels aan de ooievaars en struisvogels?
17 Een struisvogel legt haar eieren gewoon in de grond
en laat het aan het warme zand over om ze uit te broeden.
18 Ze vergeet dat iemand ze zou kunnen vertrappen
en dat de wilde dieren ze zouden kunnen opeten.
19 Ze behandelt haar jongen hard, alsof ze niet van haar zijn.
Het maakt haar niet uit als ze voor niets eieren heeft gelegd.
20 Want Ik heb haar geen wijsheid gegeven.
Ik heb haar nu eenmaal niet verstandig gemaakt.
21 Wanneer ze van de grond opstaat,
rent ze sneller dan paarden en ruiters en lacht hen uit.

 

 

 

 

Daaruit mogen wij niet concluderen dat hij een ontwikkeling tussen reptiel en vogel is. Hij is een vogel met grote slagpennen, die hij gebruikt bij het wegrennen. Met een topsnelheid van ca. 100 km per uur is hij sneller dan een antilope. Je zou denken dat hij niet te vangen is, zeker als je ook denkt aan zijn scherpe gezichtsvermogen en voorzichtigheid.

Maar als tegenbewijs vinden wij hem in bijna elke dierentuin. Hoe komt dat? Een voorbeeld van zijn gebrek aan wijsheid: in plaats van rechtuit te rennen loopt hij in een grote cirkel. De struisvogel is een bewoner van woeste plaatsen, en kan, evenals een kameel, lange tijd zonder water.

Hij is alleseter en lust zowel dierlijk- als plantaardig voedsel. Daarom werd hij voor de Israëlieten onrein verklaard (Deuteronomium 14: 15). Zodra het vrouwtje haar eieren in een nestholte op de grond heeft gelegd, zorgt zij er niet meer voor. Het mannetje moet dan de verantwoordelijkheid overnemen.

 

 

Deuteronomium 14: 15

 

11 Alle reine vogels mogen jullie eten. 12 Maar de volgende vogels mogen jullie niet eten: arenden, haviken, zeearenden, 13 wouwen, alle soorten gieren 14 en alle soorten kraaien. 15 Ook geen struisvogels, koekoeken en alle soorten sperwers.

 

 

 

 

 

 

 

’s Nachts zit hij op de eieren, om ze warm te houden en tegen jakhalzen te beschermen, maar overdag laat hij de eieren vaak onder een laag zand liggen, om door de zon verwarmd te worden.

Vroeger waren struisvogels een algemeen verschijnsel van Noord-Afrika tot in Mesopotamië. Dit blijkt uit het boek Job maar ook uit die van Jesaja en Jeremia. Deze profeten beschrijven het verwoeste Babel o.a. als een woonplaats voor struisvogels (Jesaja 13: 21-22; Jeremia 50: 39-40), om een treffend beeld van haar verlatenheid te geven.

 

Jesaja 13: 21-22

 

21 Er zullen alleen jakhalzen wonen. In de huizen zullen uilen wonen. Er zullen struisvogels lopen en duivelse geesten rondspringen. 22 In de burchten en prachtig versierde paleizen zullen allerlei wilde dieren wonen. Binnenkort gaat dit gebeuren. De dagen van Babel zijn geteld.”

 

Jeremia 50: 39-40

 

39 Daarom zullen er voortaan woestijndieren, jakhalzen en struisvogels in dat land leven. Er zal geen mens meer wonen. Voor eeuwig zal het onbewoond blijven. 40 Het zal net zo onbewoond blijven als Sodom en Gomorra met de steden daar omheen die Ik vernietigd heb, zegt de Heer.

 

 

 

 

 

 

Hierop doelt waarschijnlijk ook de engel in Openbaring, wanneer hij de val van het geestelijke Babel uitroept en het “een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte” noemt (Openbaring 18:2). Maar een mens kan zich ook zo verlaten voelen, zoals Job ervoer in zijn ellende. “Een broeder van jakhalzen ben ik geworden, en een metgezel van struisvogels” (Job 30: 29).

Een struisvogel loopt heen en weer met een trotse blik en statige houding, alsof hij wil zeggen dat hij de koning van de vogels is. Het lijkt een goed beeld van de mens “die met al zijn praal geen inzicht heeft” en daarom “gelijk is aan de beesten, die vergaan” (Psalm 49: 21).

Wij moeten daarom zorgen dat wij hemelse wijsheid verkrijgen om het rechte spoor te gaan. “Want de Here geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid; Hij bewaart hulp voor de oprechten, Hij is een schild voor wie onberispelijk wandelen, terwijl Hij waakt over de paden van het recht, en de weg zijner gunstgenoten beschermt.” (Spreuken 2: 6-8).

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s