Maandelijks archief: maart 2018

Eten met het gezin zorgt voor gezonder eetpatroon

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Eten met het gezin zorgt voor gezonder eetpatroon

 

 

.
.
.

Volgens een onderzoek aan de Universiteit Antwerpen zorgen gezinsmaaltijden voor een gezonder eetpatroon. Hoe vaker kinderen samen met hun ouders eten, hoe vaker ze gezonde voeding eten. Ook kookprogramma’s op TV kunnen een positieve invloed hebben.

Een groep kinderen tussen 10 en 12 jaar moest voor en na het kijken naar een kookprogramma een vragenlijst invullen. Dezelfde vragen werden gesteld aan een controlegroep, die naar een neutraal tv-programma gekeken had.

Het bekijken van het kookprogramma bleek geen invloed te hebben op de attitude van de kinderen ten opzichte van gezonde voeding. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de kinderen voor het bekijken van het programma al vrij positief dachten over gezonde voeding, en dat het bekijken van één aflevering hier dus nog weinig invloed op heeft gehad.

Het bekijken van het programma bleek wél een positieve invloed te hebben op het gezonde eetgedrag van de kinderen. Wie in de experimentele groep zat, koos vaker voor het gezonde bedankje (fruit) dan wie in de controlegroep zat. Die kinderen kozen vaker voor het koekje.

In de enquête zat ook een onderdeel waarin gemeten werd in hoeverre de kinderen op dat moment zin hadden in gezonde en ongezonde voedingsproducten. Zowel in de voor- als de nameting hadden de meisjes aanzienlijk meer zin in gezonde voedingsproducten dan de jongens.

Deze bevinding sluit goed aan bij eerdere onderzoeken waarin is aangetoond dat meisjes meer waarde hechten aan gezond eten en meer bezig zijn met hun gewicht, zelfs op jonge leeftijd al. Ten slotte blijken de kinderen die positiever tegenover gezonde voeding staan, ook daadwerkelijk vaker gezonde voedingsproducten te eten. Hetzelfde geldt voor het gezamenlijk eten met de rest van het gezin.

Wanneer de kinderen zelf hun eetgedrag moesten beoordelen, blijkt dat maar liefst 75% van zichzelf vindt dat hij/zij (heel) gezond eet. De kinderen zijn wel positiever over fruit dan over groenten. Ze vinden de smaak van fruit lekkerder en proberen liever nieuwe soorten fruit uit dan nieuwe soorten groenten. Dat verklaart waarschijnlijk waarom 71,4% aangeeft dagelijks fruit te eten, maar slechts 57,8% iedere dag groenten eet.

De meeste kinderen (64,7%) eten één tot drie keer per maand fastfood. 25,9% geeft aan één tot twee keer per week fastfood te eten. Opmerkelijk: van de overige 9,4% eet de helft vaker dan tweemaal per week fastfood, en de andere helft bijna nooit. Ook eten de meeste kinderen één à twee keer per week zoute snacks als chips en nootjes, en vier keer per week tot bijna iedere dag zoete snacks als snoep, koek en ijs.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

Reiki ; Yoga deel 1

Standaard

categorie : meditatie en yoga

 

 

De reiki yoga zijn 8 bewegingsoefeningen welk oorspronkelijk uit de Qi-gong komen. Mikao Usui heeft deze oefeningen gebruikt binnen zijn spirituele lering; het is onduidelijk of hij het ook daadwerkelijk met reiki heeft verbonden. Wel staat vast dat hij deze oefeningen deed en erin onderwees.

 

 

 

 

 

feel-good-img1

 

 

 

 

 

De 8 oefeningen zijn:

• handen dragen de Hemel

• boogschieten

• een arm heffen

• achterom kijken

• het hoofd schudden en de billen zwaaien

• de tenen vasthouden

• vuistspel met vurige ogen

• de hielen lichten  

 

 

 

reiki yoga 1 – handen dragen de Hemel

 

Deze beweging ontspant en rekt de spieren van de armen benen en het bovenlichaam. Begeleid door een diepe ademhaling heeft het effect op de borstkast, de onderbuik en het bekken. Tevens verbetert het een slechte houding en houdt het de rug en schouders recht.

 

 

 

Deel 1

 

Sta ontspannen en kijk recht vooruit, adem door de neus. Ontspan alle gewrichten en  mediteer een tijdje om je te concentreren.

  1. Til de armen langszij op, breng handen boven het hoofd samen met de vingers in elkaar. Draai de palmen naar boven en strek naar boven alsof je de hemel draagt. Tegelijkertijd de hielen optillen.
  2. Armen naar beneden laten zakken, op de volle voet staan en in aanvangshouding  komen. Herhaal de oefening veelvuldig. Adem in bij stap 1 en uit bij stap 2.

 

 

Deel 2

 

  1. Sta ontspannen en kijk recht vooruit. Ontspan het hele lichaam en kijk recht vooruit. Adem op natuurlijke wijze en concentreer je op de onderbuik.
  2. Breng de armen langzaam naar voren en omhoog tot boven het hoofd en vouw de vingers in elkaar.
  3. Houd de armen recht, draai de palmen naar boven en buig het hoofd naar achter. De ogen gericht op de handruggen. Houd tegelijkertijd de benen tegen elkaar. Til de hielen op, strek het lichaam en adem in.
  4. Draai de palmen terug en ontspan de armen, laat de hielen zakken maar laat ze niet   de grond raken, en adem uit.
  5. Herhaal stappen 3 en 4 tweemaal
  6. Herhaal stap 3
  7. Keer terug in de uitgangshouding. Laat armen en hielen zakken. Herhaal de  oefening veelvuldig.

 

 

Deel 3

 

  1. Stap naar links en buig de knieën tot ruiterzit, armen hangen naar beneden. Kijk recht vooruit.
  2. Til de handen op tot op ooghoogte tegen de slapen, de palmen naar beneden en de   vingers recht.
  3. Breng de handen neer tot borst hoogte en draai de vingers naar boven zodat de   palmen naar elkaar wijzen op ongeveer 10 tot 12 cm afstand. Draai dan de palmen    met de ruggen naar beneden, de vingertoppen raken elkaar. Buig voorover en duw krachtig de ruggen van de handen naar beneden tegen de grond.
  4. Draai de armen zodat de palmen naar voren wijzen, maak vuisten en terwijl de armen gestrekt blijven kom overeind alsof je een zwaar object tilt.
  5. Buig de armen en hef de vuisten tot op borsthoogte.
  6. Open de vuisten, palmen naar beneden, draai de palmen naar buiten en duw met    kracht omhoog totdat de armen een cirkel vormen. Volg met de ogen de vingers.
  7. Laat de armen zakken maar blijf in ruiterzit.
  8. Keer terug naar de uitgangspositie.

 

 

 

Deel 4

 

Twee handen reiken naar de hemel om de Drievoudige Verwarmer in balans te brengen.

  1. Handen voor Tan Tien, komen op de inademing op tot aan keel, handen draaien tot palmen omhoog gericht zijn, armen strekken.
  2. Handen losmaken, armen cirkelen zijwaarts tot bijeenkomen bij Tan Tien.
  3. Je hebt nu twee mogelijkheden: gehele beweging op een halve of een hele ademcyclus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4                                                                                   JOHN ASTRIA

 

De geschiedenis van de kledij deel 5: 1940-heden

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

      Kleding tijdens de Tweede Wereldoorlog

 

Ondanks de grote textielschaarste en de tot stilstand gedwongen mode-industrie bleek zich toch tijdens de oorlogsjaren een nieuw modebeeld te ontwikkelen. Dit was vooral gebaseerd op vindingrijkheid. In Nederlandse damesbladen stonden zelfs aanwijzingen hoe men zelf schoenen kon vervaardigen. Een lippenstift was een begerenswaardig bezit, want met make-up werd het gemis aan variatie in de kleding gecompenseerd.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was voornamelijk praktisch. Deze was ook wat mannelijk door de verbrede schouders met schoudervullingen en de kordate rechte rokken. De japon was dikwijls van twee soorten stof gemaakt, twee oude jurken vormden één nieuwe. De mouwen waren vaak geplooid ingezet. Van vooroorlogse herenkostuums werden grijze mantelpakjes gemaakt. De zomerse dracht was een vooroorlogse jurk of een rimpelrok met een bloesje of een zelfgebreid kort truitje. Omdat er geen kousen waren droeg men veel pantalons. Dit was voor het eerst dagelijkse kleding voor vrouwen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

De man

 

De kleding van de man was uitsluitend bedoeld om te beschermen tegen weersinvloeden. Kostuums werden versteld en vermaakt, mantels werden gekeerd (de vaak nog goede binnenkant van de stof kwam dan aan de buitenzijde). Ze werden ook wel gebruikt om er kinderjassen van te maken. Mannen droegen bivakmutsen, dezelfde die in het leger werden gedragen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleding 1947 – 1955: New Look

 

West-Europa werd na de oorlog in de fase van de wederopbouw gesteund door Amerika. Hoge flatbouw, winkelcentra, de flipperautomaat, de jukebox en de nylonkous zijn sindsdien niet meer weg te denken uit de West-Europese samenleving.

Ondanks die grote Amerikaanse invloed was het toch Parijs dat de leidende rol in de modewereld weer op zich nam. In 1947 ontwierp Dior als reactie op de oorlogsmode een zeer vrouwelijke ligne corolle (bloemkroon), door de Amerikaanse modepers de new look genoemd, aanvankelijk sterk bekritiseerd omdat de nieuwe, lijn onverantwoordelijk veel stof vereiste.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw kreeg na 1947 een volledig ander silhouet: afgerond een taille en een wijde lange rok .
De rok was klokkend of gepasseerd en reikte in 1947 bijna tot de enkel; na 1950 kwam de rok tot tien centimeter onder de knie. Nieuw was ook de kimonomouw.

De mantel: vooral de wijde swagger met brede revers en pofmouwen.
De avondjurk: lang, vaak strapless met bijpassend jasje. Amerikaanse invloed: de cocktailjurk.
De sportkleding: strapless badpak, dito zonnejurk met bolero, driekwart broek.
Het haar: halflang, gekruld haar, ook wel opgestoken.
De hoed: grote ronde hoed (Dior) of zeer klein hoedje met veer (Fath) .
De accessoires: als reactie op de armoede tijdens de oorlog veel accessoires
De schoenen: pumps met hoge en lage hakken, moccasins of veterschoenen met profielzool, ballerina’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man voor overdag week niet af van het vooroorlogse beeld. Wel werden naast het driedelige pak veel combinaties gedragen: geruit of tweed jasje met effen broek.

De mantel: rechte jas, regenjas met ceintuur. Het haar: kort, achterovergekamd of met een scheiding opzij. De snor begon weer in de mode te komen.
De hoed: alleen oudere mannen droegen een hoed, meestal een deukhoed.
De schoenen: onder invloed van Italië smalle spits toelopende schoenen, bruine en zwarte molières.

 

 

 

Ed van der Elsken 1955 Nozems voor een accordeonwinkel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

            Kleding 1955 – 1964: Rock ‘n’ Roll

 

Omdat de verschillende modelijnen tussen’55 en ’64 elkaar zeer snel hebben opgevolgd, worden hier alleen de meest typerende aspecten aangegeven. Enerzijds was er de Parijse haute couture met een mode die bekendheid kreeg door veelvuldig gefotografeerde vrouwen als Jacqueline Kennedy en Farah Diba.

Het voortbestaan van de haute couture werd gegarandeerd door – vooral Amerikaanse – inkopers van grote confectiehuizen. Anderzijds waren er film, televisie en rock ‘n’ roll die de jeugd inspireerden tot het dragen van kleding en kapsels zoals die van James Dean, Brigitte Bardot en Elvis Presley.

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw veranderde vooral tot 1960 ieder jaar van silhouet : in 1954 Dior met A-lijn, in 1955 H-lijn, in 1957 De Givenchy met ‘ligne sac’ en ‘ligne tulipe’, in 1958 Cardin met S-lijn en Yves St. Laurent met trapeziumlijn.

De mantel: sportieve rechte jas met grote zakken en een rugceintuur. Poplin regenjassen met hoedje, vaak gedragen als zomerjas. Korte of driekwart suède jasjes in vele kleuren.
De avondkleding: lang, strak lijfje, wijde rok. Na 1960 lange rok met blouse als informele avondkleding. De sportieve kleding: naar aanleiding van de spijkerbroek nu voor het eerst pantalons met een ritssluiting middenvoor. Na 1960 meer bikini’s. Tot 1960 de driekwart broek met sweater van badstof.
Het haar: sterk getoupeerd, opgestoken haar , voorzien van haarlak. Verder het enveloppenkapsel en de paardestaart. Veel oogmake-up: eyeliner, mascara en oogschaduw.
De hoed: minder hoeden. Bij een geklede jurk een dopje van dezelfde stof achter op het hoofd.
De accessoires: nieuw (1955) zijn de plastic tassen, soms twee modellen in één (schoudertas en beugeltas).
De schoenen: pumps met lage gebogen hakken of hoge naaldhakken. Een Italiaanse vinding was de stalen naaldhak. Bij wijde zomerjurken ballerina’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man werd wat eleganter onder invloed van de Italiaanse herenmode. We zien smallere jasjes, smalle broekspijpen en andere kleuren dan alleen blauw en grijs.

 

De mantel: rechte wollen jas, korter model. Jonge mensen monty-coat of jopper.
De sportieve kleding: De Amerikaanse rock ‘n’ roll bracht de spijkerbroek in de mode, gedragen met een T-shirt of een lange trui.

Het haar: kort met zijscheiding. Jongens een Elvis Presley-kuif. Geen hoeden.
De schoenen: smalle, puntig toelopende  schoenen en schoenen van juchtleer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

           Kleding 1964 – 1970: De Beatles

 

1964 was een belangrijk jaar voor de ontwikkelingen in de mode. In Parijs trachtte Courrèges, geïnspireerd door de ruimtevaart, met zijn astronauten-look, het tanende gezag van de haute couture te herstellen. Hij kon echter niet verhinderen dat de sympathie van de jeugd uitging naar het ‘swinging London’ van Mary Quant, de Beatles en boetieks als Biba. Het schoonheidsideaal van zowel Quant als Courrèges was een slanke, jongensachtige vrouw in een minijurk.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was revolutionair kort, ongeveer twintig centimeter boven de knie. De minijurk was recht, vaak met halflange ingezette mouwen en een accent op de heupen.
Pas na 1968 kwam een langere mode: de midi (halflang) en de maxi (lang).
Er ontstond een verward modebeeld, waaruit de pantalon als noodoplossing naar voren kwam.

 

De mantel: kort, smal iets gerend model. Na 1968 de maxi-jas en de ,lange cape of de korte bontjas, voor het eerst ook van synthetisch bont. Regenjas van lakplastic en doorzichtig plastic .
De avondkleding: de formele avondjurk van kostbare stof werd vervangen door een rechte lange jurk (jersey of lurex), een fluwelen broekpak of een smokingpak (St. Laurent).
De sportieve kleding: kleine bikini’s; badpakken met ‘uitgeknipte’ stukken.
Het haar: kort pagekapsel of halflang haar met een golf naar buiten. Rage: pruiken van echt of synthetisch haar. Veel oogmake-up.
De hoed: grote pet of klein astronautenkapje, wollen muts met bijpassende shawl.
De accessoires: sieraden van zilver en (van Paco Rabane) halsornamenten, oorhangers en zelfs jurken van hardplastic plaatjes en metalen ringetjes. De jeugd droeg Indiase sieraden. Kleine schoudertassen en zeer grote zonnebrillen.
De schoenen: vooral opvallend dat laarzen in deze periode ook binnenshuis werden gedragen, o.a. zomerlaarzen van vinyl en linnen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man kreeg onder invloed van Italië meer variatie: onconventionele stoffen als fluweel en ribfluweel, gekleurde hemden met dessins, zijden en dunne wollen coltruien. Pierre Cardin ontwierp voor de Beatles pakken met kraagloze jasjes.

De mantel: na 1968 ook midi-jassen voor mannen. In plaats van een jas vaak een kort suède jack.
De avondkleding: bij een smoking vaak een brede gekleurde gordel en een speciaal hemd met kantjes. Een fluwelen pak met zijden coltrui kon de smoking vervangen.
Het haar: langer haar, bakkebaarden. Jonge mannen soms tot op of over de schouders.
De schoenen: suède booties, molières en instapschoenen.

De hippe kleding, voor jonge mensen in navolging van de ‘hippies’: spijkerpak, Indiaas hemd, Afghaanse jas, lange Indiase jurken met oosterse sieraden. Dit alles met sandalen of laarzen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

            Kleding 1970 – 1980: Nostalgie

 

De mode van de jaren zeventig was een afspiegeling van het verschil in mentaliteit met de voorafgaande perioden.
Europa werd geconfronteerd met de Derde Wereld, met milieuvervuiling en oliecrises. Niet dat men zuiniger ging leven; integendeel, aan kleding werd meer uitgegeven dan ooit. In de mode zien we veel uitheemse en folkloristische elementen en een voorkeur voor natuurlijke vezels.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was gevarieerder dan tijdens de periode van de mini-mode. Vlak na 1970 bestond de trend om kledingstukken over elkaar te dragen; een voorbeeld hiervan was de robe housse. Engelse invloeden op de mode hadden Mary Quant met hotpants en Laura Ashley met Victoriaanse romantische jurken.

Parijs deed van zich spreken door de japanse ontwerper Kenzo die Tibetaanse volksdracht tot mode maakte: doorgestikte jakken, overkousen en pofbroeken. Broeken werden overigens in allerlei lengten en modellen gedragen. De roklengte varieerde van net onder de knie tot halverwege het been.

De mantel: ruime mantels en regenjassen, poncho’s en bontjassen.
De avondkleding: kaftans, lurex truitjes en discokleding.
De sportieve kleding: skikleding voor het koude jaargetijde; trainingspakken om in te trimmen, maar ook voor in huis.

Het haar: rond 1970 nog veel pruiken. Daarna halflang haar. In 1974 afro-kapsels, onder invloed van de trend ‘black is beautiful’. Na 1975 kort in model geföhnd haar. Na 1978 lang, gepermanent haar en kapsels uit de oorlogsjaren.
De hoed: shawls om het hoofd geknoopt. Weinig echte hoeden, wel allerlei mutsen.
De accessoires: vingers vol ringen, armen vol armbanden, speldjes. Oorbellen door gaatjes in de oren: kleine knopjes en lange hangers.
De schoenen: geïnspireerd op de oorlogsjaren waren de plateauzolen en schoenen met sleehakken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man: invloeden van de jaren twintig en dertig met getailleerde krijtstreepkostuums. Verder ribfluwelen pakken, blazers en colbertkostuums.

De mantel: jassen van leer, suède en bont. Veel jacks. De jeugd droeg legerkleding.
Het haar: jongeren soms zeer lang. Na 1977 is lang haar geen mode meer. Men droeg veel korte baarden.
De accessoires: schoudertas of polstas. Meer verzorgingsartikelen voor mannen.
De schoenen: evenals bij de vrouw (tot 1974) verhoogde zolen. Halfhoge en hoge laarzen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

Kleding 1980 – 1985: De jaren tachtig

 

In de beginjaren van deze periode ondervond de westelijke wereld een duidelijke teruggang in de economie. Wellicht daardoor ontstond een algemene tendens van teruggrijpen naar oude waarden. Men werd weer ambitieus en prestatiegericht. Men hechtte opnieuw waarde aan omgangsvormen (etiquetteboeken!). Zelfs jonge mensen droegen weer klassiekere kleding, de vrouwen rokken, de mannen pakken.

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw: enerzijds zeer vrouwelijk als de kleding van filmsterren uit de jaren dertig. Duidelijk accent op buste en heupen, meer japonnen en rokken.
Anderzijds heel jongensachtig – Comme des Garçons – met veel te ruime mannenkleding: overhemd met stropdas, wijde met ceintuur bij elkaar gesjorde broek en ‘oversized’ blazer.

De mantel: lang en ruim. Veel driekwart en zevenachtste mantels.
De sportieve kleding: sportkleding wordt straatmode: skijacks, tennishaarbanden, golfbroeken, shorts, aerobic dancingpakjes. Broeken net boven de enkels.
De avondkleding: terugkeer van het officiële avondtoilet .
De badkleding: badpakken met hoog opgeknipte pijpen.
Het haar: sluik, op kaakhoogte in de bobbed-stijl van de jaren twintig. Piekige jongenskoppen met gel.
De hoed: meer hoeden. Vilten herenhoeden.
De accessoires: brede gedrapeerde ceintuurs. Veel kitschjuwelen. Tassen passend bij schoenen.
De schoenen: hakken laag tot geheel plat. Gymschoenen en laarzen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man: twee duidelijke stromingen: een terugkeer naar de klassieke zakelijkheid en een grote invloed van allerlei sporten. Mannenkleding valt soepeler door minder stijf binnenwerk. Broeken met bandplooien. Aandacht voor mooie overhemden en dassen. Geruite golfbroeken.

De jas: nieuw zijn lange tweedjassen met ceintuur en herwaardering voor de klassieke trenchcoat.
Het haar: kort en ongeschoren, permanent en een coupe soleil. Baarden zijn ouderwets, een stoppelbaard van twee dagen zeer trendy.
De schoenen: jongeren basketbal- en trimschoenen. Terugkeer van de klassieke veterschoen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

 

 

 

 

dr_-edward_bach

.

.

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Universiteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegenstond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werkzaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahnemann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”.

Door zijn eerdere werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms gemaakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de natuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke remedies.

De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Remedies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

 

 

 

Jeugd

 

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen genezen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te betalen, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

 

 

 

 

Studie (1906-1913)

 

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samengevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd.

Vervolgens behaalde hij in 1913 de universitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

 

 

 

Bach als regulier arts (1913-1918)

 

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet.

Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die persoonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aanwezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield.

Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauwviel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd.

Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

 

 

 

????????

 

 

 

 

 

Bach als homeopaat (1918-1930)

 

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als patholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de donkere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vaccinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit verzwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen meedroegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homoeopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden werden steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredigend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

 

 

 

 

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

 

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen.

Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdekkingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam.

Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen. Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conserveringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”.

Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Engeland onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, konden of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg verliet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte.

Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezondheid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”. Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht brengen.

Hij zocht planten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven.
In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”.

De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

 

 

 

setladrome

 

 

 

 

 

De tweede negentien remedies

 

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor bedoeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus.

Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloemen en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveelheid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had.

Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken vanwege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriendelijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonne-methode.

 

 

 

 

De laatste maanden

 

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies opnieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huishouden”.

Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell.

Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Tabor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

 

Bijbelverzen over het doel van de doop

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Bijbelverzen over het doel van de doop

 

 

113

 

 

 

 

Markus 16:15-16 – Hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden

 

In welke verhouding staat de doop hier met de redding?

 

Komt de redding voor de doop of als een resultaat ervan? We kunnen niet meer gered worden voor de doop als dat redding mogelijk is voordat we geloven. Het is zoals 1 + 1 = 2. Als je eender welke wegneemt dan krijg je niet langer meer 2. Gelijkerwijs is het als je ofwel de doop ofwel het geloof wegneemt, dat je geen redding meer hebt.

Sommigen zullen antwoorden dat je zal veroordeeld worden als je niet gelooft, maar niet dat je veroordeeld wordt als je niet bent gedoopt. De Bijbel zegt niet altijd woord voor woord wat we moeten doen om verloren te gaan. De Bijbel zegt ons wat we moeten doen om gered te worden en er wordt verwacht van ons om dit te doen. Als we het niet doen dan gaan we verloren.

Hier wordt gezegd dat we 2 dingen moeten doen om gered te worden. Om verloren te gaan, moet je slechts één ervan weglaten. Als je geen geloof hebt, zal je waarschijnlijk ook niet worden gedoopt, en ook al zou je het dan doen, dan zou het geen zin hebben. Om verloren te gaan is gemakkelijk – gewoon niet geloven.

Om gered te worden is moeilijker – je moet geloven en gedoopt worden. Verder zal de persoon, die een waar geloof heeft, geloven dat de doop nodig is. Jezus zei om het evangelie te geloven (vs 15-16), wat zegt dat het hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Wat niet gelooft, gelooft ook het evangelie niet!

 

 

Merk het verschil op tussen wat mensen zeggen en wat de bijbel zegt:

 

Mensen zeggen: Hij die gelooft is behouden en mag worden gedoopt. Het evangelie zegt: Hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Beiden geloof en doop zijn noodzakelijk om gered te worden. Herinner u dat het volgen van leringen van mensen die verschillen van het evangelie leidt tot veroordeling (Galaten 1:8; Matteus 15:9; enz).

 

 

 

Handelingen 2:38 – Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden

 

 

In welke verhouding staat de doop hier met de redding?

 

Zijn de zonden vergeven voor de doop of als het gevolg ervan? Merk op dat de bedoeling van de doop duidelijk wordt weergegeven, dat het is tot de vergeving van zonden.

 

 

Wat betekent “tot vergeving van zonden”?

 

Sommige zeggen dat “tot” betekent “omwille van”, zoals ‘hij kreeg een bekeuring omwille van zijn hardrijden” – Hij kreeg de bekeuring omdat hij hard had gereden, niet omdat hij zou gaan hardrijden. ‘Tot’ kan deze betekenis hebben, maar in Handelingen 2:38 kan het dit niet betekenen.

Denk eens na tegen wie Petrus aan het spreken was. Als “tot” betekent “ze hadden al vergeving ontvangen”, dan moet Petrus tegen mensen spreken die gered waren. Is dat zo? Hij had hen juist veroordeeld omdat ze Jezus hadden gedood (vs 36), en ze waren diep in hun hart getroffen en vroegen wat ze moesten doen (vs 37).

Ze hadden nog geen vergeving ontvangen, maar stonden er juist op om dit te krijgen. Petrus zei hun dat ze zich moesten “bekeren”. Als ze al vergeven waren, waarom moesten ze zich dan nog bekeren? Het bevel om zich te bekeren bewijst dat deze mensen nog niet waren gered, maar dat ze nog steeds zondaars waren die vergeven moesten worden.

Na vs 38 zegt Petrus hen “laat u behouden uit dit boze geslacht” (vs 40). Als ze al gered waren, waarom zeggen dat ze zich moesten laten behouden? Het is duidelijk dat deze mensen niet waren gered en dat ze werden gezegd wat ze moesten doen omdat ze nog niet vergeven waren. Ze waren verloren zondaars die werden verteld wat ze moesten doen om vergeven te worden. Daarom dat “tot vergeving van zonden” betekent “om vergeving van zonden te krijgen”.

 

 

 

Overdenk deze woorden volgens Matteüs 26:28

 

Handelingen 2:38 zegt “Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden” Matteüs 26:28 zegt dat Jezus’ bloed zou worden vergoten “tot vergeving van zonden”. Heeft Jezus zijn bloed vergoten omdat de mensen reeds vergeving van zonden hebben gekregen? Helemaal niet. Hij deed het zodat mensen die nog niet waren vergeven, konden worden vergeven.

Gelijkerwijs wordt men niet gedoopt omdat men al vergeving van zonden heeft ontvangen, maar opdat de mensen die het nog niet zijn, het kunnen ontvangen. Veronderstel dat iemand is gedoopt zonder te weten dat dit het doel is waarvoor hij wordt gedoopt. Veronderstel dat hij was gered voor de doop. Is hij dan gedoopt om vergeving van zonden te ontvangen? Hoe kan dat dan, als hij geloofde dat hij het al had ontvangen? Hoe zou dan zijn doop volgens de wil van God zijn gebeurd?

 

 

 

 

1 Petrus 3: 21 – de doop redt u

 

Noach laat zien hoe wij worden gered. Vs 20 zegt dat hij en zijn familie werden gered “door het water heen”. Het water van de vloed vernietigde de bozen, maar het redde ook Noah, omdat de boot erop dreef, en zo Noach redde van de dood. Dit geeft weer dat het de doop is dat ons redt. Dit betekent niet dat we fysiek het vuil van onze lichamen wassen. De kracht is niet in het water, maar in de dood en opstanding van Christus. We komen in contact met het bloed door de doop.

 

 

 

Redding door het bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Galaten 3:27 – We worden gedoopt in Christus

 

Hoeveel mensen zijn in Christus? Net zoveel als er in Hem zijn gedoopt. Wat als iemand niet is gedoopt in Christus? Dan is die persoon niet in Hem. Waarom is het belangrijk om in Christus te zijn?

 

Efeziërs 1:7 – vergeving van zonden is in Christus.

2 Timoteus 2:10 – Het heil is in Hem.

1 Johannes 5:11-12 – Het eeuwige leven is in de Zoon.

Efeziërs 1:3 – Alle geestelijke zegeningen zijn in Christus. (vgl Romeinen 8:1; 2 Korintiërs 5:17; Filippenzen 4:7)

 

 

Als iemand buiten Christus is, dan heeft hij geen vergeving, geen redding, geen eeuwig leven of geestelijke zegeningen. Maar hoe komt iemand in Christus? Hij moet worden gedoopt in Christus. Wat is dan de toestand van iemand die niet is gedoopt of die niet gelooft dat de bedoeling van de doop is om gered te worden?

Horen, geloven, bekering en belijden zijn noodzakelijke stappen richting Christus, maar de doop is de stap die iemand in Christus plaatst. Voor de doop is men nog steeds buiten Christus, nog steeds zonder vergeving en alle andere zegeningen die in Christus zijn. Als hij deze zegeningen wil dan moet hij worden gedoopt met de bedoeling om in Christus te komen.

 

 

 

 

Romeinen 6:3 – We worden gedoopt in Jezus’ dood.

 

Dit vers zegt weeral (zoals Galaten 3:27) dat we worden gedoopt in Jezus. Maar we worden ook in Jezus’ dood gedoopt. Waarom is de dood van Jezus belangrijk voor ons? Het was in Zijn dood dat hij Zijn bloed voor ons vergoot dat ons redt van de zonde! Hoe komen we ermee in contact? We worden er in gedoopt!

De mensen die de noodzaak van de doop leren worden er vaak van beschuldigd van het niet geloven in de redding door Jezus’ bloed. De waarheid is het tegenovergestelde. We leren dat de doop noodzakelijk is omdat bij de doop de zondaar in contact komt met Jezus’ bloed!

Zij die je zeggen dat je gered bent voor de doop zeggen (onbedoeld) dat je gered kan worden zonder het bloed, omdat ze leren dat de zondaar gered is nog voor hij in contact komt met het bloed! In de doop verkrijgen we de voordelen van Jezus’ dood! Wat is dan de toestand van hen die zeggen dat je gered bent voor de doop of dat de doop niet nodig is om vergeving te krijgen?

 

 

 

Christus alleen kan u redden van de klauwen van Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Handelingen 22:16 – Laat u dopen en uw zonden afwassen

 

Waar is het afwassen van de zonden in deze tekst; voor de doop of als een gevolg van de doop?

 

De zondaar in dit verhaal (Saul) had al alles gedaan voor zijn doop wat de meeste kerken leren dat men moet doen om gered te worden.  Hij had Jezus gezien onderweg, geloofde duidelijk in Hem en was bereid om Hem te gehoorzamen (22:5-10; 9:3-6). Hij had zelfs gebeden (9:9-11). Als iemand kon gered worden voor de doop, dan zou het Saul wel zijn. Maar was hij gered?

Jezus had gezegd dat Saul naar de stad moest gaan en daar zou men hem zeggen wat hij moest doen (9:6). Ananias kwam en vertelde hem om zich te laten dopen en zijn zonden te laten afwassen. Als zonden worden vergeven voor de doop, dan zou Saul geen zonden meer hebben om af te wassen.

Maar hij had nog steeds zonden tot hij werd gedoopt. Dus iemand kan vandaag de dag in Jezus geloven en zich bekeren, maar hij is schuldig voor al zijn zonden totdat hij wordt gedoopt.

 

 

Dat is waarom in de voorbeelden van bekering in de bijbel, de mensen de doop nooit uitstelden

 

Altijd als de zondaar het evangelie geloofde en zich bekeerde, werd hij onmiddellijk gedoopt.

Handelingen 2:41 – Die dag werden 3000 mensen gedoopt.

Handelingen 8:36 – Wat is ertegen dat ik wordt gedoopt?

Handelingen 9:18 – Terstond stond hij op en werd gedoopt.

Handelingen 16:33 – in hetzelfde uur van de nacht werden terstond hij en zijn familie gedoopt.

Handelingen 22:16 – Wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen.

 

Wanneer hedendaagse denominaties de doop van overtuigde gelovigen uitstellen, dan volgen ze het plan van de Bijbel niet die wijst op de dringendheid van de doop. Ze geloven dat de persoon al is gered, waarom moeten ze zich haasten? Wanneer we begrijpen dat de persoon nog steeds in zonde leeft, dan begrijpen we ook waarom de mensen in de Bijbel de doop niet uitstelden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De mirakels van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Mirakels

 

 Laten we een mirakel beschouwen als een bovennatuurlijke gebeurtenis. Het is een gebeurtenis waarin de wetten van de natuur de wetten van een hogere macht ondergaan, het is de wil van God. Gedurende het leven van Pater Pio van Pietrelcina zijn er veel mirakels gebeurd. Pater Pio was zich bewust dat die mirakels van Goddelijke oorsprong waren. Telkens als iemand hem kwam opzoeken om te bedanken voor een bijzondere gunst die hij had verkregen, drong de pater erop aan dat die persoon de Heer zelf zou bedanken. De Heer alleen kan mirakels doen.

 

 

 

 

paterpiobrief

 

 

 

Pater Pio verkreeg een van zijn eerste mirakels in 1908. Hij verbleef toen in het klooster van Montefusco. Voor zijn tante Daria, van wie hij veel hield, en die in Pietrelcina woonde, verzamelde hij kastanjes die hij in een kleine zak deed. De tante kreeg die kastanjes en at ze op. Het zakje bewaarde ze als souvenir.

Op een avond, lange tijd daarna, wilde tante Daria in een lade wat zoeken, zij gebruikte daarvoor een olielamp, maar in die lade bewaarde haar man ook de cartouches voor zijn wapen. Een vonk uit de lamp veroorzaakte een ontploffing die de tante trof in het gelaat.

Huilende van de pijn, zocht de tante naar het zakje waarin pater Pio die kastanjes had gegeven, en legde dat zakje op haar gelaat. Onmiddellijk was de pijn weg, en op haar gelaat waren achteraf geen sporen van brandwonden.

 

 

 

 

Tijdens de tweede wereldoorlog, was het brood slechts met bonnetjes te verkrijgen. Veel mensen kwamen dan ook naar het klooster van Onze lieve Vrouw van Genade om een aalmoes te verkrijgen. Toen de monniken eens naar de refter gingen was er slechts een halve kilo brood in de mand.

De gemeenschap zegde het gebed en ieder ging zitten voor de soep. Pater Pio, was langs de kerk gegaan, hij kwam terug met een grote hoeveelheid vers brood. Aan de abt die hem vroeg waar hij dat brood had gehaald, antwoordde hij: “een bedevaarster aan de deur had ze hem gegeven”. Niemand zei iets, maar iedereen had begrepen dat alleen pater Pio dergelijke bedevaarsters kon ontmoeten.

 

 

 

 

Eens had de koster vergeten de hosties klaar te zetten die moesten worden geconsacreerd voor de communie. Er waren er maar enkele in de ciborie. Nadat hij biecht had gehoord, begon pater Pio de communie uit te delen aan de talrijke gelovigen. Hij kwam er geen te kort, en op het einde bleven er nog over.

 

 

 

 

Een vrouw die vaak geestelijke leiding kwam vragen bij Pater Pio, had van hem een brief ontvangen, en had zich aan de kant van de weg neergezet om hem te lezen. Maar de wind rukte de brief uit haar handen. De brief haperde bij aan een steen, en de vrouw kon de brief terugnemen. De volgende dag zei pater Pio aan de vrouw: “Pas op voor de wind, als ik er mijn voet niet had op gezet, zou die zeker in de vallei zijn gewaaid”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een geestelijke leerlinge van Pater Pio, Mevrouw Cleonice, heeft verteld: Tijdens de laatste oorlog was mijn kleinzoon krijgsgevangene. Een jaar lang was er geen nieuws van hem. iedereen dacht dat hij dood was. Zijn vader en moeder leden er erg onder. Op een dag ging zijn moeder knielen in de biechtstoel van pater Pio, om te vragen of haar zoon nog leefde.

Ze wilde niet heengaan voordat de pater haar antwoord had gegeven. Ontroerd, keek pater Pio haar aan en zei: Sta op en ga in vrede. Enkele dagen later, kon ik het verdriet van de ouders niet meer verdragen, en ik besloot een mirakel te vragen aan Pater Pio. Met een hart vol hoop zei ik tot de pater: ik wil een brief schrijven naar mijn kleinzoon Giovannino, maar ik weet niet waar hij is, ik kan alleen zijn naam schrijven op de brief.

U en uw engel bewaarder kunnen ons zeggen waar hij is. Pater Pio antwoordde niet. Ik schreef de brief, en die avond voor het slapen gaan, legde ik de brief op de nachttafel. De volgende morgen, tot mijn grote verwondering was de brief verdwenen. Ontroerd, ging ik de volgende dag Pater Pio bedanken.

Hij zei me: bedank eerder Onze lieve Vrouw. Twee weken later waren er voor de hele familie tranen van vreugde. We dankten God en Pater Pio, want mijn kleinzoon, die iedereen dood waande, had op de brief geantwoord.

 

 

 

 

Mevrouw Luise had een zoon, officier bij de Koninklijke Britse Marine. Luisa bad elke dag voor zijn bekering, en voor het behoud van haar zoon. Op een dag kwam ze een onbekende Engelsman tegen in San Giovanni Rotondo. Hij had enkele dagbladen bij die Luisa vroeg. Daarin vernam ze dat de boot van haar zoon was vergaan. Ontsteld, ging ze vlug Pater Pio opzoeken.

Pater Pio vroeg haar wie haar had gezegd dat hij dood was. Pater Pio gaf haar het adres van het hotel waar haar zoon verbleef voordat hij terug zou inschepen. Hij werd gered na de schipbreuk in de Atlantische oceaan. Luisa schreef onmiddellijk een brief en na enkele dagen kreeg ze antwoord van haar zoon.

 

 

 

 

In San Giovanni Rotonde kende men een zeer goede vrouw, zo goed dat Padre Pio zei dat men haar als voorbeeld kon stellen voor sommige biechtvaders. Met andere woorden: het was een heilige vrouw. Op het einde van de vasten werd deze vrouw “Paolina”zwaar ziek. De dokters hadden geen enkele hoop haar te redden. Haar echtgenoot, vergezeld van hun vijf zonen, ging naar het klooster.

Zij smeekten Padre Pio, de jongste kinderen klampten zich wenend vast aan de pij van Padre Pio. Verward dwong Padre Pio zich hen te troosten en beloofde voor hun moeder te bidden. Bij het begin van de Goede Week drukte Padre Pio zich anders uit. Aan diegene die zijn bemiddeling vroegen voor de genezing van Paolina antwoordde de padre vastberaden “zij zal herleven op de dag van Pasen” .

Op Goede Vrijdag verloor Paolina het bewustzijn en heel vroeg de zaterdag raakte zij in coma. Na enkele uren bewoog zij niet meer. Zij scheen dood. Enkele naastbestaanden van Paolina kleedden haar, volgens de traditie, met haar huwelijkskleed, anderen liepen wanhopig van het klooster waar Padre Pio herhaalde “zij zal herleven”. Padre Pio ging de H. Mis opdragen.

Op het ogenblik dat Padre Pio het gloria begon te zingen en terwijl de klokken luidden, ondertussen de verrijzenis van Christus aankondigend, brak zijn stem in een snik en zijn ogen vulden zich met tranen. Op hetzelfde ogenblik herleefde Paolina. Zonder hulp stond zij op van haar bed, knielde en bad driemaal luidop het Credo. Dan stond zij op en glimlachte.

Was zij genezen? Was zij verrezen? Padre Pio had gezegd: “zij zal herleven”. Hij had niet gezegd: “zij zal genezen”. Als men vroeg aan Paolina wat er gebeurd was terwijl men haar dood waande, antwoordde zij slechts, wat blozend: “ik steeg, ik steeg, gelukkig…als ik in een groot licht trad, ben ik achteruitgegaan, ik ben teruggekomen”.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een moeder vertelde:” Mijn dochter geboren in 1953, werd in 1955 gered dank zij Padre Pio. Inderdaad de morgen van 6 januari 1955, terwijl mijn man en ik naar de mis waren, is het meisje, thuisgebleven met de grootouders en een van haar ooms, in een kuip met kokend water gevallen. Zij had brandwonden in de derde graad aan  de onderbuik tot achter aan het lichaam.

Ik smeekte Padre Pio ons te helpen om het meisje te redden. De dokter die kwam anderhalf uur nadat wij hem geroepen hadden, gaf geen  enkel geneesmiddel en raadde ons aan het meisje naar de kliniek te brengen, want hij vreesde het ergste. Na het vertrek van de dokter begon ik Padre Pio aan te roepen.

Rond de middag, terwijl ik mij gereed maakte om naar de kliniek te gaan, riep mijn meisje vanuit haar kamer en zei:”Mama de brandwonden zijn weg;” Ik vroeg haar wie ze weggenomen had. Zij antwoordde:” Het is Padre Pio die gekomen is. Hij plaatste de wonden van zijn handen op mijn brandwonden”. Inderdaad het lichaam van mijn dochtertje toonde geen enkel spoor van brandwonden meer.

 

 

 

 

De landbouwers van San Giovanni Rotondo houden eraan dit gebeuren te vertellen. Het was in de lente en amandelbomen in volle bloei kondigden een overvloedige oogst aan. Maar de bomen werden aangetast door rupsen: een overvloed van rupsen die, in bendes, de bloemen, de bladeren en ook de schors aanvielen.

Na twee dagen, na vergeefs geprobeerd te hebben deze plaag te remmen, praatten de eigenaars, waarvan meerdere van deze bebouwing leefden, met Padre Pio. Vanuit het venster van het klooster, bekeek de monnik de door rupsen aangetaste amandelbomen en besloot ze te zegenen. Na zijn priesterkleren aangetrokken te hebben, begon hij te bidden.

Toen hij gedaan had, maakte hij met gewijd water een groot kruisteken in de richting van de bomen. De volgende morgen waren de rupsen verdwenen, maar de takken van de bomen waren naakt als stokken. Desondanks was de oogst, die verloren had geleken, overvloediger dan ooit.

Hoe hadden bomen zonder bloemen, met naakte takken, vruchten in zo’n  grote overvoed kunnen voortbrengen? Niemand weet het: de beste tuinbouwers hebben dit fenomeen niet kunnen uitleggen.

 

 

 

 

In de tuin van het klooster van San Giovanni Rotondo, groeiden cipressen, fruitbomen en hier en daar enkele dennen. In deze tuin hield Padre Pio ervan in de namiddag, vergezeld van vrienden of bezoekers, te genieten van de zachte frisheid van de schaduw. Op een zekere dag praatte Padre Pio, onder de bomen, met enkele mensen. Plots begonnen alle soorten vogels, merels, mussen, distelvinken, alsook krekels, een waar concert van piepen, fluiten en trillers te geven.

Deze onverwachte symfonie scheen Padre Pio te vervelen die, de ogen opgeslagen en de wijsvinger aan de lippen, zei tot de vogels:”Het is genoeg nu.” Onmiddellijk zwegen de vogels en de krekels, tot grote verwondering van de bezoekers. Zoals de Heilige Franciscus van Assisië had Padre Pio tot de vogels gesproken en zij hadden hem gehoorzaamd.

 

 

 

Pater Pio beschermt John Astria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

Priester Onorato vertelde ‘Ik ging naar San Giovanni Rotondo in gezelschap van een vriend met een moto van het type”Guêpe 125”. Ik kwam in het klooster aan een beetje voor het uur van het ontbijt. In de eetzaal ging ik ,nadat ik de overste gegroet had, de hand van pater Pio vastnemen, die me  plagend zei ’ Zo, beste jongen heeft je wesp (=guêpe) je gestoken?’.

Pater Pio wist dus met welk middel ik naar het klooster gekomen was. ’ s’ Anderendaags in de vroege morgen, nog altijd met ‘de wesp’, vertrokken we naar Saint-Michel. Halfweg moesten we bij gebrek aan brandstof de reservetank aanspreken; we besloten vol te tanken aan de berg San Angelo. Maar er was daar geen benzinestation open op dit uur.

We besloten dan maar om terug te keren naar San Giovanni Rotondo in de hoop daar iemand te vinden die ons kon depanneren. Ik was een beetje beschaamd als ik eraan dacht dat dit voorval me een pover figuur zou doen slaan bij de confraters die me verwachtten voor het ontbijt. We hadden nauwelijks enkele kilometers gereden of de motor begon te sputteren en viel daarna stil. De reservetank was leeg.

Teleurgesteld maakte ik er mijn vriend opmerkzaam op dat er slechts een twaalftal minuten overbleven  tot aan het uur van het ontbijt. Het is op dat moment dat mijn vriend, tegelijk uit ergernis als uit solidariteit, een goede trap gaf op de startpedaal.

De ‘wesp’ ging in gang. Zonder ons vragen te stellen keerden we terug naar het klooster en juist toen we aankwamen viel de motor opnieuw stil. We onderzochten opnieuw de tank: zoals de eerste keer was die leeg. In vijf minuten hadden we vijftien kilometer gereden, wat betekende dat we 180 km per uur gereden hadden zonder benzine. Ik kwam in het klooster aan juist op het moment dat mijn confraters naar beneden kwamen voor het ontbijt. Ik ging pater Pio tegemoet, die me een mysterieuze glimlach toestuurde.

 

 

 

 

Maria, de moeder van een kindje dat kort na de geboorte ziek was geworden, vernam dat het kleintje afzag van een mysterieuze kwaal die waarschijnlijk ongeneeslijk was. Nadat ze de sombere prognose van de dokters had gehoord, besloot Maria zich naar San Giovanni Rotondo te begeven.

Ze woonde in een streek die gelegen was aan de andere kant van ‘de Pouilles’, maar had dikwijls horen spreken van een gestigmatiseerde monnik die mirakels bekomen had, zieken genas en hoop bracht aan de ongelukkigen. Tijdens die lang tocht stierf het kind. Nadat ze heel de nacht voor het kindje gezorgd had in de trein wikkelde Maria het kleintje in klederen en  legde het neer in haar mallet.

’s Anderendaags kwam ze in San Giovanni Rotondo aan, verbouwereerd omdat ze haar zoon verloren had, van wie ze danig veel hield, maar toch nog altijd bezield met een groot geloof.  ’s Avonds schoof ze mee aan in de rij om te biechten bij de monnik van Gargano, terwijl ze de mallette waarin het lichaam van haar zoon lag, dicht tegen zich aan drukte. Hij was nu reeds meer dan vierentwintig uur dood.

Toen ze aankwam bij pater Pio die in zijn biechtstoel gebogen zat, terwijl hij bad, knielde Maria neer terwijl ze warme tranen weende en zijn hulp inriep. Hij bekeek haar heel intens. Maria opende de mallette en toonde hem het levenloze lichaampje. Diep ontroerd, in verwarring gebracht door de smart van deze moeder, nam pater Pio het kind, legde op zijn hoofd één van zijn gestigmatiseerde handen en sprak een gebed uit, terwijl hij de ogen ten hemel opsloeg.

Weinig later bewoog het kind eerst de benen en dan de armen, alsof het uit een lange slaap ontwaakte. Pater Pio zegde tot Maria: ’Moeder, waarom roep je zo, zie je niet dat je kind slaapt? ’. Maar het geroep van de vrouw trok de aandacht van de menigte en lokten applaus uit. Allen spraken van een mirakel. Het gebeurde in mei 1925 en de telegrafen van heel de wereld hebben het nieuws overgebracht van de nederige monnik die de kreupelen genas en doden deed  verrijzen.

 

 

 

 

Op een avond na een oponthoud in het klooster bemerkte een ingenieur bij het buitengaan dat het hevig regende. “En ik heb niet eens een paraplu bij”, zegde hij tegen pater Pio. “Kunt u me niet hier houden tot morgen? Anders ben ik zo nat als een visser.”  “Nee mijn zoon, dat is niet mogelijk. Maar maak je geen zorgen. Ik zal je vergezellen.”

De ingenieur had aan deze penitentie maar al te graag willen ontsnappen ook al werd ze verzacht door de geestelijke assistentie van pater Pio. Hij zette zijn kraag recht, drukte zijn hoed stevig op zijn hoofd en maakte zich dapper klaar voor de twee kilometer die hij van het dorp verwijderd was. Hoe groot was zijn verbazing toen hij het klooster verliet en daar bemerkte dat de stortbui plots was gaan luwen.

Het motregende amper toen hij bij de familie aankwam die hem de kamer had verhuurd. “Lieve hemel!” riep de vrouw uit toen ze de deur hoorde opengaan. “U moet nat zijn tot op uw vel!” “Helemaal niet!” antwoordde hij, “Het regent bijna niet meer!” De landbouwers keken elkaar verbaasd aan: “Hoezo, regent het niet meer? Maar het is een echte zondvloed! Luister!”

Ze gingen buiten op de drempel van de deur staan en zagen dat het echt pijpenstelen regende. “Het regent al een uur aan een stuk. Hoe hebt u het klaargespeeld om daar droog doorheen te komen?”  “Pater Pio had gezegd dat hij me zou vergezellen.”  “Ha! Als pater Pio u dat gezegd heeft…” Het incident was gesloten. Ze gingen aan tafel. “Natuurlijk!” zei de vrouw terwijl ze het bord dampende soep bracht, “Het gezelschap van pater Pio is zeer zeker meer waard dan alle paraplu’s!”

 

 

 

 

 

 

 

 

Een man uit Ascoli Piceno vertelde: “Einde van de jaren 60 kwam ik naar San Giovanni Rotondo met mijn vrouw om te biechten bij pater Pio. Nadat ik goede raad en enkele berispingen had gekregen was ik die avond nog in de kloostergang. Pater Pio zag me en zei: “Ben je hier nog?”  “Pater, mijn ‘muisje’ (kleine Fiat) wil niet vertrekken”, antwoordde ik bezorgd. “En wat voor iets is dat ‘muisje’?” vroeg de dierbare confrater nog.

“Een auto”, voegde ik er aan toe. “Laten we er eens naar gaan kijken”, repliceerde pater Pio. Toen we bij de auto waren verzocht hij me kalm te vertrekken. We reden de ganse nacht en ’s ochtends bracht ik de auto naar de garage om het startprobleem te laten oplossen.

Na onderzoek zei de mecanicien dat de elektrische installatie volledig defect was en hij wilde niet geloven dat de auto in deze staat meer dan 400 kilometer had gereden, van San Giovanni Rotondo tot Ascoli Piceno. Ik dankte pater Pio in mijn binnenste, totaal verbijsterd en verwonderd tegelijk.”

 

 

 

 

Het was helemaal niet nodig om hem tien keer hetzelfde te zeggen, ook niet in gedachten. Een plattelandsvrouw, een goed mens, had een man die zwaar ziek werd. Ze liep dadelijk naar het klooster. Maar hoe kon ze bij pater Pio geraken? Om bij hem te biechten moest je minstens drie dagen je beurt afwachten.

Tijdens de mis liep het arme mens bezorgd heen en weer, van rechts naar links en van links naar rechts, en vertrouwde wenend haar groot probleem toe aan de Moeder van genade, door bemiddeling van haar trouwe dienaar. Ook terwijl pater Pio biecht hoorde deed ze precies hetzelfde.

Uiteindelijk slaagde ze erin tot de veelbesproken kloostergang door te dringen en een glimp van pater Pio op te vangen. Toen hij haar bemerkte zei hij haar met een strenge blik: “Kleingelovige vrouw, wanneer zul je eindelijk ophouden mijn hoofd te breken en mijn oren te doen tuiten? Ben ik soms doof?

Je hebt het me al vijf keer gezegd: langs rechts, langs links, langs vóór en langs achter. Ik heb het allang begrepen! Ga vlug naar huis, alles is in orde!” En werkelijk, haar echtgenoot was genezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Het begin volgens de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Het begin volgens de Bijbel

 

  • De vraag is of Adam en Eva echt hebben bestaan. Adam wordt 30x in de Bijbel vernoemd en wordt aanzien als een bestaand persoon in een werkelijke geschiedenis.
  • In Lukas 3:23-38 – wordt Jezus via een compleet geslachtsregister getoond als afstammeling van Adam.
  • In 1Cor. 15 worden Adam en Jezus met elkaar vergeleken: Jezus heeft echt bestaan dus Adam ook.
  • In Gen. 5:5 staat dat Adam 930 werd en stierf. Hij leefde lang en hij stierf.
  • In Gen. 3:20 wordt Eva de moeder van alle levenden genoemd. Zij kreeg het eerste kind. Ook zij wordt als een persoon gepresenteerd die echt heeft bestaan.

 

De geschiedenis van Adam en Eva wordt door veel mensen als een mythe gezien. Maar de Bijbel geeft een betrouwbaar beeld van de geschiedenis weer. De Bijbel noemt Adam en Eva als mensen die echt bestaan hebben en de tekst van Genesis geeft geen aanleiding om het anders te lezen dan als historisch verslag.

 

 

 

Uitrekenen

 

Hier zie je de leeftijden van Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalalel, Jared, Henoch, Methushalach, Lamech, Noach en diens zoon Shem. Volgens de gangbare Bijbelvertalingen één doorlopend geslachtsregister van Adam, tot aan de zondvloed. Er is een alternatieve interpretatie, die een langere geschiedenis laat zien.

 

 

 

 

 

Volgens de Bijbel werden mensen vroeger heel oud. Zo oud zelfs dat er in de ruim 1600 jaar tot aan de zondvloed, de grote overstroming die volgens de Bijbel de hele aarde onder water zette, slechts tien generaties waren. Maar juist omdat de mensen zo lang leefden, hadden ze heel veel tijd om met elkaar te praten en informatie over te dragen.

Iedereen sprak nog dezelfde taal en de vloek van de dood die de mensen over zich gehaald hadden door ongehoorzaamheid, had nog niet zoveel effect als nu. Als God de eerste mens ‘zeer goed’ gemaakt had, zoals de tekst van Genesis ons laat zien, dan waren die eerste mensen sterker, slimmer en hadden ze een veel beter geheugen.

De waarschijnlijkheid dat op deze manier de verhalen op een betrouwbare manier overgeleverd werden is daardoor veel groter. Hier zie je dat Abraham en Isaäk nog van Noachs zoon Shem hadden kunnen horen over de zondvloed. De herinnering aan die zondvloed en de wereld ervoor was toen dus nog vrij recent.

 

 

 

 

 

Het is heel logisch dat na een enorme destructieve overstroming zoals de zondvloed de leeftijd van de mensen zou gaan afnemen. Het klimaat veranderde enorm. Het aardoppervlak werd, vanwege de zwaar beschadigde atmosfeer, meer dan tevoren gebombardeerd met schadelijke stralingen. Ook de vloek van de dood werd steeds meer merkbaar en mensen werden steeds zwakker.

Toch leefden ze nog vrij lang en waren blijkbaar sterker dan wij nu. De zoon van Noach, Shem, kon het hele verhaal van voor en tijdens de zondvloed nog vertellen aan Abraham en Izaäk, de stamvaders van Israël (Jacob). Tegen die tijd werd er zeker geschreven en stond alles ongetwijfeld op schrift.

Mozes kan heel goed de beschikking gehad hebben over die documenten en kan daar het eerste deel van Genesis mee hebben samengesteld.

 

 

 

 

 

 

In deze tabel zie je nog eens heel duidelijk hoe de leeftijd van de mensen die in de Bijbel genoemd worden op een realistische wijze afneemt. Het proces ging geleidelijk en werd duidelijk beïnvloed door de zondvloed. De Bijbelse tijdsindeling van de geschiedenis van de wereld ziet er wat dat betreft logisch uit.

 

 

 

 

Iets opmerkelijks

 

Een bijzondere eigenschap van het geslachtsregister van Adam tot en met Noach: Gen. 5:1-29 :

Adam verwekte Seth en die verwekte Enos, Enos verwekte Kenan, Kenan Mahalalel, Mahalalel Jared, Jared verwekte Henoch en die weer Methushalach, die Lamech verwekte, de vader van Noach.

Men heeft ontdekt dat de betekenissen van de namen achter elkaar een complete zin vormen:

 

Adam = mens

Seth = aangewezen

Enos = sterfelijk

Kenan = lijden (verblijven)

Mahalalel = gezegende God

Jared = zal neerdalen

Henoch = onderwijzen

Methushalach = zijn dood zal zenden (of brengen)

Lamech = wanhopige (treurende)

Noach = rust (troost)

Dat is het goede nieuws van Jezus Christus, verborgen in Genesis!

 

 

 

De namen van mensen werden in vroeger tijden heel bewust gekozen. Denk aan Simon die door Jezus Petrus genoemd wordt, of Abram, wiens naam veranderd werd in Abraham. Een dergelijke naamsverandering had dan een diepere betekenis voor het leven van die persoon.

“God daalt neer naar de aarde om door Zijn dood de wanhopige mens rust te geven” is de betekenis van de 10 opeenvolgende namen. De enige gebeurtenis in de geschiedenis waarin deze sleutelelementen aanwezig waren, was de komst en bediening van Jezus, Zijn dood aan een Romeins kruis en het effect van Zijn boodschap! Die boodschap houdt in dat Zijn dood niet het einde was, maar juist het begin van een glorieus leven van kracht en vrede.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Melody stone of super seven

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

.

 

Algemene informatie

 

Super seven is een combinatie van amethyst, rookkwarts, ritiel , cacoxeniet, lepidocrosiet en goethiet in bergkristal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Amethistkwarts

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

16448188-amethist-kwarts-semigem-geode-kristallen-geafa-soleerd-geologisch-mineraal

 

 

 

 

Belangrijke vindplaatsen

 

Brazilië, India, Uruguay, Mexico, USA

 

 

 

 

 

 

Mineraalgroep

 

 oxiden, kwartsgroep

 

 

 

 

 

Vorming

 

Amethist-kwarts ontstaat hydrothermaal uit zwak ijzerhoudende kiezelzuuroplossingen in holten in vulkanische gesteenten. Deze holten worden door gasbelletjes gevormd. Een kleine holte die bekleed is met Amethist heet een Amehist-geode en een grote holte wordt Amethist-druse genoemd. Sporadisch wordt Amethist ook gevormd in rotskloven, scheuren en gangen.

 

 

 

 

23-amethist-kwarts-zuid-afrika-4664048

 

 

 

Kristalstelsel

 

 trigonaal 

 

 

 

 

 

  Hardheid

 

 7

 

 

 

.

.

.

Kleur

 

violet-wit gebande kristalkwarts van zeer licht tot heel donker paars. De Uruguay- Amethist is een van de donkerste variëteiten.

 

 

 

 

 

 

 

Chemische formule, mineraalvormende elementen

SiO2 + (Al,Fe,Ca,Mg,Li,Na)

 

 

 

amethistkwarts

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

mijne kop a4