Advertenties

Dagelijks archief: augustus 2, 2018

De ziekte van Lyme in België

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

De ziekte van Lyme, ook wel tick-borne borreliosis of Lyme-artritis genoemd, wordt veroorzaakt door de spirocheet Borrelia burgdorferi. Men schat dat in Europa ongeveer 10% van de teken besmet zijn met Borrelia.

 

Dit bacterie-achtige organisme wordt overgebracht via de beten van teken behorende tot het geslacht Ixodes, die zich ook vaak voeden met het bloed van andere zoogdieren, zoals knaagdieren, egels en herten. De ziekte wordt vermoedelijk slechts overgebracht nadat de teken zich gedurende uren op het slachtoffer hebben gevoed. Er zijn geen aanwijzingen voor besmetting van persoon op persoon.

Teken worden mee rondgedragen door hun gastdieren. Bijna overal waar die dieren komen, vindt men dus ook teken. Tenminste in een plantenrijke omgeving met hoog gras, struiken en een rijke onder begroeiing.

Een teek of bloedzuiger is een minuscuul diertje, nauwelijks groter dan een speldenkop. Bij het zuigen van het bloed wordt het achterlijf steeds dikker. De beet van een teek is pijnloos, pas na enkele uren begint het te jeuken.

.

 

 

Teken

 

.
.
 De teek is een zogenaamde geleedpotige, en behoort tot de mijten. Er bestaan twee verschillende families van teken: de harde of schildteken (Ixodidae) en de zachte of lederteken (Argasidae). In totaal komen er over de wereld meer dan 800 tekensoorten voor!

Van een tekenbeet op zich wordt de mens normaal gesproken niet ziek, maar de teek kan wel een rol spelen bij het overbrengen van diverse ziekten.De werkelijke boosdoener is niet de teek zelf, maar de bacterie, die hij via zijn speeksel en darminhoud overbrengt van de ene op de volgende gastheer.

Omdat de teek een zogenaamde driegast herenteek is, kan zij in één van de ontwikkelingsstadia een ziekteverwekker binnen krijgen door van een besmet dier bloed te zuigen en deze ziekteverwekker vervolgens in het volgende ontwikkelingsstadium overbrengen op een ander dier of mens overbrengen.

Binnen Europa kunnen via teken 4 ziekten op de mens worden overgebracht:
•de ziekte van Lyme
•Tick Borne Encephalitis (ook wel bekend als TBE)of TBD (Tick Born Disease)
•Früh Sommer Meningo Encephalitis (FSME)
•Ehrlichiose
Daarnaast kan in Zuid Europa de tekensoort Rhipicephalus sanguineus de ziekte Fièvre boutonneuse overbrengen.

 

.

 

Stijging

 

De ziekte van Lyme treedt vooral op tussen juni en oktober, en op basis van de gevallen vastgesteld tussen 1993 en 2000 door de referentielaboratoria (K.U.L. en U.C.L.), kan men stellen dat de ziekte overal in ons land optreedt, vooral in de Kempen (Antwerpse en Limburgse), de Oostkantons, het Zoniënwoud en de Ardennen.

Naargelang de studies treedt bij 1,1 tot 3,4% van de personen met een tekenbeet de ziekte van Lyme op.
Het aantal jaarlijks vastgestelde gevallen, bevestigd door één van de referentielaboratoria (K.U.L. of U.C.L.), is sinds 1991 gestegen. Er is in de loop der jaren een gestage stijging te zien in België, gaande van 42 gevallen in 1991 tot 300 gevallen in 1997.

Het cijfer voor 1997 komt overeen met een incidentie van 2.9 gevallen per 100000 inwoners.
In 2002 werden 975 gevallen vastgesteld.

 

 

.

 

.
.
.
.

Cyclus

 

De teek brengt het grootste deel van zijn leven door in de natuur: bossen en graslanden. Om zich te kunnen ontwikkelen en voort te planten heeft hij echter bloed nodig. De teek die bij ons voorkomt heeft voor zijn volledige ontwikkeling drie gastheren nodig.

Hij kiest hierbij zowel voor wilde dieren (bosmuizen, egels, eekhoorns, reeën,…) als huisdieren (schapen, runderen, paarden, honden, katten,…) evenals de mens.Een teek wacht in grashalmen of lage bosjes op een passerende gastheer, waaraan hij zich in het voorbijgaan vastklampt. Eenmaal op het dier kruipt de teek naar een plaats waar de huid het dunst is en bijt hij zich stevig vast. Hij verankert zich als het ware in de huid.

 

.

 

.
.
.
.
.

De dikste teek links is een volwassen vrouwtje, tweede van links is een volwassen mannetje,tweede van rechts is een nimf en de rechtse is een larve.

De vrouwtjes kunnen door het zuigen van bloed tot wel 1 cm lang worden. Eenmaal volgezogen met bloed maakt zij zich los van de huid en laat zich op de grond vallen. Op een beschutte plaats legt het vrouwtje zo’n 2.000 eitjes waarna zij sterft. Uit deze eitjes ontwikkelen zich (binnen een maand) 6-potige larven.

Ook deze klimmen in grashalmen en wachten op een gastdier, waarop ze drie tot 8 dagen lang bloed zuigen, tot ze verzadigd zijn. Vervolgens laten ze zich op de grond vallen en ontwikkelen ze zich in drie maanden tot 8-potige nimfen, die eveneens een bloeddonor zoeken. De ontwikkeling tot volwassen teek duurt dan nog zo’n drie tot vijf maanden.

De volledige ontwikkelingscyclus van sommige soorten teken (die op meerdere gastdieren leven) kan zelfs tot 3 jaar duren. Warmte en een hoge luchtvochtigheid scheppen een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van teken. Ze komen ook veel voor in de lente en de herfst.

 

.

 

Besmetting

 

De bacterie Borrelia burgdorferi wordt zeer waarschijnlijk niet meteen overgedragen, omdat de bacterie zich in de darm van de teek bevindt en zich pas gaat vermenigvuldigen nadat er eerst een beetje bloed is gezogen. Vandaar ook dat men vaak leest dat wanneer men de teek tijdig (afhankelijk van de literatuur binnen 8 tot 36 uur) verwijderd, de kans op infectie zeer gering is.

Een volledige garantie kan niet gegeven worden blijkt uit een artikel in het Geneeskundig Tijdschrift van 1990. Daarin wordt aangegeven dat besmetting waarschijnlijk plaatsvindt door regurgitatie (opbraken) van de darminhoud, maar dat bepaalde waarnemingen wijzen op de mogelijkheid van besmetting via de speekselklieren.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

Christian Dior – 2010 – resort

Standaard

Categorie : mode en kledij

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 259 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

Palmzondag

 

 

 

 

 

JEZUS ZAT VLAK VOOR ZIJN DOOD, ALS GETUIGENIS VOOR VELEN,

 

OP EEN EZEL OP PALMZONDAG.

 

NA ZIJN VERRIJZENIS ZAL HIJ  OP DE LAATSTE DAG, ALS GETUIGENIS VOOR ALLEN,

 

KOMEN OORDELEN OP EEN MAJESTUEUS WIT PAARD.

 

 

 

 

De Openbaring, hoofdstuk 19 : de bruid en Jezus’ oordeel

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De leer van Boeddha : deel 1

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Boeddha Dharma

 

.

 

 

.

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd.

.

.

.

Ter inleiding

 

Het spirituele pad van het boeddhisme gaat heel concreet over het hier en nu. De staat van verlichting wordt in het boeddhisme wel omschreven als een ‘non-conceptuele’ staat van zijn, d.w.z. niet gebonden aan concepten, overtuigingen of geloof. Verlichting (Nirvãna) is de staat waarin de begeerten zijn uitgedoofd en men vrij is van gehechtheid aan illusies. Het houdt een totale onbevangenheid ten opzichte van ons denken in. Samsãra is de onverlichte staat, waarin we ons laten leiden door onze denkbeelden van wat ‘geluk’ is. Onze denkbeelden van geluk staan echter ons werkelijke geluk in de weg. Velen zoeken houvast in opvattingen (dogma’s) en geloofszekerheden. Het boeddhisme wijst ons echter op het belang van het volledig gewaar-zijn in het Hier-en-Nu. Het gaat er om bewust te leven, zodat we in het dagelijks leven ons elk moment gewaar zijn van het onderscheid tussen illusie (onze concepten waarmee we de werkelijkheid interpreteren) en werkelijkheid (het concrete zijn in het hier en nu). Het middel bij uitstek om ons te oefenen in het met aandacht aanwezig zijn in het ‘hier-en-nu’ is meditatie.

.

.

.

.

Dharma

 

Dharma (Pali: dhamma) is een centraal begrip in het boeddhisme; het wordt in verschillende betekenissen gebruikt.

  1. De kosmische wet die ten grondslag ligt aan onze wereld; vooral de wet van karmisch bepaalde wedergeboorte. Het leven bestaat uit een continu proces van veranderingen. Wij mensen zijn opgenomen in dit proces van verdwijnen en ontstaan. Een gebeurtenis vindt onvermijdelijk plaats als alle voorwaarden voor het ontstaan ervan aanwezig zijn. Iedere gebeurtenis is op deze manier het resultaat van een veelheid van voorwaarden. Zo’n voorwaarde wordt ook wel dharma genoemd. Zo’n dharma werkt (in combinatie met andere voorwaarden) mee aan het ontstaan van een ander dharma, dat op zijn beurt ook weer als voorwaarde dient. Zo is er sprake van een voortdurend proces van onophoudelijk opeenvolgende dharma’s. Dit proces betreft zowel de materiële wereld als ook alle psychische processen en gebeurtenissen en zelfs de ziel. Alle psychische fenomenen worden verklaard in termen van het proces van het voortdurend ontstaan en verdwijnen van psychische gebeurtenissen of dharma’s.  Dit veranderingsproces heeft geen externe oorzaak, maar komt voort uit de dharma’s zelf. Vergankelijkheid is dus een essentieel onderdeel van dharma’s. Alle nieuwe dingen dragen vanaf het moment van hun ontstaan de oorzaak van hun vernietiging in zich en verdwijnen dus weer onmiddellijk.
  2. De leer die de Boeddha formuleerde. De Boeddha herkende de kosmische wetten, die ‘universele waarheid’ bevatten, en heeft deze geformuleerd in zijn leer, de Boeddha Dharma. De dharma bestond dus al vanaf het begin der wereld, de Boeddha is de ontdekker ervan en heeft ze toegankelijk gemaakt voor zijn volgelingen. Bij zijn sterven zei de Boeddha dan ook tegen zijn trouwe volgeling Ananda: ‘Hoe zou wat geboren wordt niet sterven? Als de Gezegende is heengegaan denk je misschien dat je leermeester verdwenen is, dat je geen leermeester meer hebt. Dat is niet zo. De Dharma, de discipline en de beoefening die ik jullie heb onderricht zal je leermeester zijn als ik ben heengegaan. De dharma is volledig geopenbaard. Neem je toevlucht tot de Dharma. Elk van jullie moet de Dharma maken tot zijn eiland en geen andere toevlucht zoeken.’ (uit: De Boeddha, het verhaal van zijn leven). Een boeddhist neemt zijn toevlucht tot deze door de Boeddha geformuleerde leer. Dharma in deze betekenis wordt vaak met een hoofdletter geschreven uit eerbied voor de door de Boeddha geformuleerde leer.
  3. Gedragsnormen en ethische regels, bestaande uit shila en vinaya. Shila’s zijn de voorschriften (ethische richtlijnen) voor monniken en nonnen.
    De tien shila’s zijn:
    (1) zich onthouden van doden, (2) niet nemen wat niet gegeven is, (3) zich onthouden van verboden seksuele daden, (4) zich onthouden van onjuiste spraak, (5) afzien van het gebruik van bedwelmende middelen, (6) afzien van vast voedsel na 12 uur ’s middags, (7) vermijden van muziek, dans, toneel en ander vermaak, (8) afzien van het gebruik van parfum en sieraden, (9) zich onthouden van slapen in hoge, zachte bedden en (10) zich onthouden van omgaan met geld of andere waardevolle artikelen.
    De eerste vijf shila’s gelden ook voor boeddhistische leken; op bepaalde, bijzondere dagen houden zij zich aan de eerste acht shila’s.
    Vinaya is één van de drie delen van de tripitaka en bevat de regels en richtlijnen voor het gemeenschapsleven van monniken en nonnen.

 

  • Manifestatie van de werkelijkheid; elk voorwerp of verschijnsel is een manifestatie van de werkelijkheid en maakt als zodanig deel uit van de dharma.

 

  • Mentale inhoud, voorwerp van gedachte, idee. Hier worden weerspiegelingen van de realiteit in de menselijke geest bedoeld. Zo kan een voorwerp dat zich buiten ons bevindt in onze geest weerspiegeld worden als voorstelling of gedachte. Deze gedachteninhouden zijn tot ons gekomen via de zintuigen (zien, horen, ruiken, proeven en tasten) en door onze mentale bron. Uit deze laatste bron welt de stroom van mentale verschijnselen op, zoals gedachten, concepten, emoties, herinneringen, plannen, fantasieën, enz. Ze bevatten de zogenaamde mentale dharma’s, onze gedachtenstroom.

 

Wanneer we onze geest observeren, dan kunnen we zien dat de zintuigelijke waarnemingen èn de mentale dharma’s zich tegelijk en in combinatie op elk moment in onze mentale stroom bevinden. We horen geluiden, zien voorwerpen of mensen, ruiken de geur van de ruimte waar we ons in bevinden, proeven de smaak die zich op onze tong bevindt, ervaren de onderlaag waarop we staan of zitten, nemen onze mentale inhouden waar (gedachten, gevoelens, oordelen, enz).

Wanneer we meegezogen worden door (aspecten van) de mentale gedachtenstroom bevinden we ons in . Observatie kan ons echter bewust maken van dit alles. We kunnen er voor kiezen om de totaliteit van de mentale stroom met enige distantie te observeren en ons er niet mee te identificeren. Het kan dan gebeuren dat we de percepties en de mentale verschijnselen niet goed van elkaar kunnen onderscheiden. Er is dan een mengvorm van bewust-zijn en niet-bewust-zijn.

Onze waarneming van de werkelijkheid wordt daarbij gekleurd of vervormd door ons denken, door onze mentale inhouden. Met andere woorden: onze denkbeelden vermengen zich met zintuiglijke waarnemingen. Onze waarneming is dan niet helder, is gedeformeerd, gekleurd, ons ervaringsveld is mistig, de wolken van ons denken verhinderen het waarnemen van de heldere zonneschijn. Soms zien we de zon even door de wolken schijnen.

Door veel oefening (meditatie) kan een omvattend helder bewustzijn ontstaan, dat functioneert als ‘panoramisch bewust zijn’. Dan bevind je je in en is er helderheid van geest.

.

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Dierenrechten volgens de Islam

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

 

Volgens de wetenschap en de evolutietheorie is de mens niet superieur aan de andere soorten, maar is de mens slechts een soort tussen de soorten. Ook de Koran is deze mening toegedaan en beklemtoont de absurditeit en onwenselijkheid van het antropocentrisme:

“De schepping van de hemel en van de aarde is groter dan de schepping van de mens, maar de meeste mensen weten het niet.” (Koran 40:57)

 

 

..

 

hond

 

.

 

In de Koran Notities “”Dierenrechten in de Islam” wordt  een uitgebreide analyse gemaakt van de dierenrechten op grond van de Koran en de Sunna. Daaruit citeren we volgende besluiten :

 

.

Islam over de plaats van de dieren en hun rechten:

 

  • Dieren aanbidden en verheerlijken God.
  • Zoals de mensen een gemeenschap vormen, vormen ook dieren gemeenschappen op zich, en hebben zij dus alle daarmee geassocieerde rechten (recht op gezonde voeding, op beschutting tegen slecht weer, op sociaal leven, op recreatiemogelijkheden, op het zelf grootbrengen van de eigen kinderen, enz).
  • Dieren hebben een bewustzijn (geest en verstand), handelen intelligent en doelgericht en hebben gevoelens; hun gevoelens mogen niet gekwetst worden.
  • Dieren hebben een waardigheid en een schoonheidsgevoel. Zij moeten daarin gerespecteerd worden.
  • Dieren hebben een geboorterecht op hun deel van de natuurlijke rijkdommen, zelfs als er onder de mensen schaarste heerst aan voedsel en water.
  • Dieren hebben recht op waardig fysisch, psychisch en sociaal leven.
  • Dieren hebben recht op aandacht en op een zorgzame behandeling.
  • Goede daden tegenover een dier worden beloond, voor slechte daden tegenover een dier zal men op Oordeelsdag verantwoording moeten afleggen en mogelijks gestraft worden, mogelijks zelfs met eeuwige verbanning naar de hel.

 

.

 

 

Islam staat volgende zaken NIET toe:

 

  • het slaan van een dier in het aangezicht;
  • het brandmerken van een dier op gevoelige plaatsen zoals het gezicht;
  • het overbelasten van een lastdier;
  • het doden van een dier in het bijzijn van een ander dier (om de gevoelens van het ander dier niet te kwetsen);
  • het doden van een dier op een wrede manier of voor het plezier;
  • het doodmartelen of nodeloos doen lijden van dieren (zelfs al gaat het om de meest schadelijk geachte soorten, zoals schorpioenen enz);
  • het klaarmaken van slachtgerief (scherpen van mes) in bijzijn van het te slachten dier;
  • een dier laten wachten om gedood te worden;
  • een dier vastbinden en dan doden;
  • het versnijden van een voor voedsel gedood dier alvorens lijkstijfheid is ingetreden (door de verplichting zolang te wachten, verzekert Islam dat een dier dat dood lijkt maar waar nog een sprankeltje leven in zit, zeker geen pijn zou toegebracht worden);
  • het tegen elkaar opzetten van dieren en dierengevechten (hanengevechten, stieren- gevechten, …);
  • jachtsporten (vossenjacht,…);
  • het verminken van dieren en verwijderen van een deel van een dier terwijl het in leven is (met als uitzondering wanneer het nodig is om het leven van een dier in nood te redden – vb amputatie is toegestaan en is zelfs een goede daad wanneer dit het leven van een dier in nood kan redden);
  • het vangen van vogels en hen in kooien stoppen zonder enig speciaal doel (dit wordt aanzien als abominabel);
  • het opsluiten van dieren zonder voedsel;
  • het toebrengen van lichamelijke of emotionele schade aan een dier tijdens leven of gedurende de slacht;
  • het begaan van lichamelijke of geestelijke wreedheden tegenover dieren;
  • factory farming (dwz het grootschalig kweken van dieren volgens industriëe veehouderijmethodes)
  • experimenten op dieren;
  • afmaken van dieren voor hun vacht (Islam laat enkel gebruik toe van huiden of pels van gedomesticeerde dieren die een natuurlijke dood stierven of van dieren die gedood werden voor voedsel);
  • het doden van een dier zonder rechtvaardigbare reden (dit is zelfs één van de hoofdzonden);
  • verspilling in het algemeen, en in het bijzonder van producten waarvoor dieren gedood werden;
  • het doden van dieren tijdens oorlog behalve wanneer dit nodig is voor voedsel;
  • het doden van dieren voor voedsel zonder “In de Naam van God” te zeggen (en dit om de mens er nogmaals aan te herinneren dat het leven heilig is en men geen andere reden  mag hebben om het leven van het dier te beëindigen, dan de nood om voedsel;
  • het consumeren van producten van dieren die niet correct geslacht  of tijdens het leven mishandeld werden, vermits die producten daardoor onwettig werden voor consumptie. Dit laatste zou men kunnen aanzien als een preventieve maatregel die er voor zorgt dat muslimboeren hun dieren goed behandelen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Is er een onvergeeflijke zonde?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

 

overflow-5-onze-identiteit-in-christus-5-638

 

 

.

 

Waar staat dat in de Bijbel?

.

De Bijbelpassages over de onvergeeflijke zonde worden hier beneden opgesomd:

Matteüs 12:31-32 zegt: “Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de Heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.”

En Lucas 12:10 stelt: “En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie lastertaal spreekt tegen de Heilige Geest zal niet worden vergeven.

 

.

 

 

Wat is een onvergeeflijke zonde ?

.

De onvergeeflijke zonde wordt soms ook wel de “lastering van of tegen de Heilige Geest” genoemd. Laten we eens beginnen met de definitie van het woord “lastering”. Dit kan gedefinieerd worden als een “hoogmoedige oneerbiedigheid” en zou kunnen bestaan uit het vervloeken of ontaarden van God. Ook wanneer er een relatie wordt gelegd tussen God en het kwaad, wordt dit “lastering” genoemd.

Matteüs 12:31-32 heeft betrekking op de wonderen die Jezus in de macht van de Heilige Geest verricht. Door deze wonderen is het duidelijk dat Jezus de beloofde Messias is. In deze passage beweren de Farizeeën dat Jezus deze macht had gekregen van een demon met de naam Beëlzebub (Matteüs 12:24).

Zij legden op deze manier een verband tussen Jezus en de macht van de Heilige Geest en de hel, en niet met de hemel. Jezus zei feitelijk dat dit de lastering van de Heilige Geest was, deze zonde was onvergeeflijk. Zij hadden hem afgewezen.

 

.

 

Kan ik een onvergeeflijke zonde begaan?

.

Het idee van de onvergeeflijke zonde heeft al veel mensen in de geschiedenis bedroefd. Misschien is het schuldgevoel en de angst wel onnodig. Als jij bang bent dat je de onvergeeflijke zonde hebt begaan, dan is dat ongetwijfeld bewijs voor het feit dat je dat niet hebt gedaan! De mensen die de onvergeeflijke zonde begingen hadden hiervan geen berouw zoals God het wil. Ze waren niet geïnteresseerd in Gods vergeving. Vergeet niet dat Petrus tot drie maal toe ontkende dat hij Jezus kende, maar toch door Jezus werd vergeven.

Het lijkt zo te zijn dat deze onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest alleen mogelijk was in de tijd waarin Christus Zijn bediening op aarde uitvoerde. De onvergeeflijke zonde, die in Matteüs 12 wordt beschreven, kan tegenwoordig niet meer worden begaan. We zijn niet in staat om de wonderen van God, die door Jezus Christus werden verricht, aan Satan toe te schrijven.

Maar wanneer mensen Jezus Christus en Zijn geschenk van het eeuwige leven afwijzen, dan begaan zij in zekere zin de onvergeeflijke zonde van het ongeloof. Ieder die ernaar verlangt om door Gods genade gered te worden heeft de onvergeeflijke zonde niet begaan. Maar, iemand die tot aan zijn dood in ongeloof leeft en Jezus altijd heeft afgewezen, zal niet vergeven worden. Een dergelijk mens zal de eeuwigheid in de hel doorbrengen, afgezonderd van God.

2 Korintiërs 7:10 zegt: “Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood.” Mensen die oprecht naar Gods vergeving verlangen zullen deze vergeving ook ontvangen!

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 John Astria

John Astria

Engel fantoomkwarts

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Er is sprake van fantoomkwarts wanneer je de vage of “geestachtige” verschijning van een kleiner kristal (de fantoom) ingesloten in een groter kristal kunt zien. Dit is meestal in bergkristal maar kan ook voorkomen in rookkwarts, amethist en citrien. De fantoom bestaat vaak uit chloriet, goethiet of hematietmaar kan ook bestaan uit andere kwartsvormen zoals amethist, rookkwarts of sneeuwkwarts.

 

 

 

 

 

 

Engel fantoomkwartsis kwarts met insluitsels of fantomen die afkomstig kunnen zijn van verschillende mineralen: limoniet geeft gele insluitsels, hematiet rode insluitsels, kaoliniet witte insluitsels en lithium roze insluitsels.

 

 

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: SiO2 (met insluitels van verschillende mineralen)

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

fantoomstenen – rood

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Papagoiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

Algemeen

 

Papagoiet is een zeer zeldzaam mineraal op koperbasis met een rijke blauwe kleur die voorkomt in kwartskristallen uit Messina, Zuid Afrika en de Ajo – mijn in Arizona. Net als Ajoiet uit deze mijn wordt er op dit moment geen nieuwe kristallen meer gevonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Papagoiet uit Arizona

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ajoiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veldlathyrus : Lathyrus pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lang gesteelde trossen in de oksels van de bladeren met
– met gele, licht geurende vlinderbloemen en
– de samengestelde bladeren, die bestaan uit 1 paar deelbladeren en eindigen in een vertakte of onvertakte rank

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Veldlathyrus is een overblijvende, klimmende plant van 30 tot 120 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden en bermen, in klei- en leemgroeven, in grazige duinvalleien en aan bosranden.

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldlathyrus bloeit vanaf juni tot en met augustus met gele vlinderbloemen. De vlag van de bloemen heeft donkere lijntjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit 2 deelblaadjes en een vertakte of onvertakte rank.
De deelblaadjes zijn langwerpig tot elliptisch, hebben een gave rand en de nerven lopen parallel. De bladeren staan verspreid aan de vierkante ongevleugelde stengel. Zowel bladeren als stengel zijn kort behaard en grijsgroen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Andere planten met vergelijkbare gele vlinderbloemen zijn gele wikke en de klaversoorten, gewone rolklaver, moerasrolklaver en sikkelklaver.

 

 

 

gewone rolklaver

 

 

 

 

moerasrolklaver

 

 

 

 

sikkelklaver

 

 

 

 

Algemeen

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 120 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– 10 tot 16 mm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– langwerpig tot elliptisch
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– parallelnervig

Stengel
– opstijgend of klimmend
– behaard
– scherp vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trosglidkruid : Scutellaria columnae

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de eenzijdige, aarvormige, ijle, eindelingse trossen van
– in paren staande rood- tot blauw-paarse, behaarde lipbloemen

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Trosglidkruid is een overblijvende, zeer zeldzaam voorkomende plant van 25 tot 60 cm. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied. Ze is geheel behaard, naar boven toe ook met klierharen en groeit op droge, min of meer beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juni en juli. De kleur van de bloemen varieert van blauw-paars of donker rood-paars. Soms is de onderlip wit. Ze staan in paren naar 1 kant gericht in de bladoksels van de schutbladen. De bloemen vormen aan het einde van de stengels eenzijdige, zeer regelmatige, ijle trossen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn driehoekig tot langwerpig en grof gekarteld en lijken op brandnetelbladeren. Niet in bloei lijkt de plant dan ook op brandnetel, wel in bloei heeft ze op afstand wat weg van bosandoorn, als de bloemen donker rood-paars zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein glidkruid : roze, haren op de stengelribben omhoog gericht, bladrand gaaf of alleen bij de voet gekarteld.

 

klein glidkruid

 

 

 

 

blauw glidkruid : paarsblauw, haren op de stengelribben naar beneden gericht, gehele bladrand gekarteld.

 

blauw glidkruid

 

 

 

 

trosglidkruid : donker rood-paars tot blauw-paars, soms met witte onderlip, bloeiwijze is een aarvormige, ijle tros.

 

 

 

 

Algemeen

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 25 tot 60 cm

Bloem
– donker paars-rood tot paars-blauw
– juni en juli
– eenzijdige, aarvormige tros
– lipbloem
– 20 tot 30 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– driehoekig tot langwerpig
– top spits
– rand grof gekarteld
– voet hartvormig of afgeknot
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen