Dagelijks archief: oktober 2, 2018

Natuurlijke ontstekingswerende kruiden

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

.

Gember, kurkuma, Basilicum het ontstekingswerende drietal

 

 

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Dit setje kruiden vormt een drie-eenheid binnen Ayurvedische therapie. Ze hebben alle drie ontsteking werende eigenschappen. Dr. James Dillard zegt over dit drietal: “elk kruid heeft zijn wetenschappelijke database van be-wijs.” Curcumine heeft behalve anti-ontsteking werende ook neuro-beschermende eigenschappen en is preven-tief tegen neurodegeneratieve ziekten. Gember vanwege shogaol en basilicum vanwege euganol. Kurkuma, een ingrediënt voor curry, bevat curcumine die ontstekingen sust, zoals bij reumatische artritis en psoriasis.

Eugenol imiteert de actie van de chemische ontstekingsremmende medicatie (of feitelijk: de chemische ontste-kingsremmende medicatie imiteert die van eugenol!). Kurkuma ondersteunt de reiniging van de lever, en is net zo effectief gebleken als ibuprofen bij ontsteking van pijn in het geval van osteoartritis. Basilicum helpt ook bij de omkering van een vette lever, en is antibacteriëel.

Maar hoe pas je dit toe?

 

 

 

.

Kurkuma:

.

 

.

.

.

Kurkuma in zijn geheel is beter dan de geïsoleerde curcumine bij ontstekingsziekten zoals artritis, tendinitis en auto immuunziekten. Dr. Weil, integratief geneeskundige, beveelt 400 tot 600 mg kurkuma extract aan in tablet- of capsulevorm, drie keer per dag of zoals geadviseerd wordt op het label. Het product moet 95% curcuminoïden bevatten. Zowel kurkuma als curcumine worden alleen goed geabsorbeerd met zwarte peper of piperine (een bestanddeel van zwarte peper). De volle voordelen worden pas na 8 weken duidelijk. Kurkuma kan beter niet ge-bruikt worden bij galstenen of een aandoening van de galwegen. Ook mag dit niet zonder medisch toezicht gebruikt worden door zwangere vrouwen. Overmatig gebruik kan tot maagproblemen of maagzuur leiden. Pipe-rine heeft een wisselwerking met fenytoïne, propranolol en mogelijk met de chemobehandeling bij borstkanker.

 

 

 

 

.

Gember:

 

.

.

.

.

Beïnvloedt ontstekingsprocessen op cellulair niveau en gemberextract is volgens onderzoek een geschikte ver-vanger van NSAID’s (ontstekingsremmende geneesmiddelen die niet behoren tot de groep van de corti-coste-roïden). Gemberextract zit in capsules, tincturen, thee, poeder, oliën. Capsules leveren meer voordelen dan andere vormen. En om de meest effectieve vorm te kiezen, moet je de puurste gember hebben voor het grootste effect. Ook kun je de capsules het beste met voeding innemen, omdat geconcentreerde vormen de maag van streek kan maken. Helaas biedt gemberthee niet genoeg om effect op de pijn en ontsteking te hebben.

Twee keer per dag een capsule met 255 mg gember zou genoeg moeten zijn om een effect te sorteren binnen een periode van ongeveer 6 weken. De eerste 4 á 6 weken probeer je dagelijks een capsule met 100 tot 200 mg gember. Neem geen gember wanneer je bloedverdunnende middelen neemt. Als je toch liever op een ‘normale’ manier gember neemt, is er goed nieuws: Journal of Pain publiceerde een studie waaruit blijkt dat een paar eet-lepels geraspte gemberwortel spierpijn met 25% vermindert.

 

 

 

 

 

Basilicum

.

 

 

.

Op de British Pharmaceutical Conference werd informatie gepresenteerd waaruit blijkt dat de orale inname van basilicum extract (zowel ocimum americanum als ocimum tenuiflorum) gewrichtszwellingen binnen 24 uur met 73% doet slinken.  Ook dit kruid blijkt weer niet onder te doen voor synthetische ontstekingsremmers, zoals de onstekings-, pijnrem-mende en koortsverlagende diclofenac, maar dan zonder de bijwerkingen zoals buikpijn en gastroïntestinale irri-taties. Met basilicum hoef je niet perse op zoek te gaan naar een extract: wanneer je gekookt water over verse bladeren giet, of basilicumblad aan voeding toevoegt kan dit al effect hebben op een ontste-king, bronchitis, astma, artritis en huidaandoeningen.

Maar ook verlaagt het de bloedsuikerspiegel. Het is de eu-genol die het hem doet; deze stof geeft basilicum de karakteristieke geur en is de actieve molecule die de anti-ontstekingseffecten bewerk-stelligt. Het blad van de ba-silicumplant is kleiner bij Europese versies (ocimum basilicum of zoete basilicum), hoe sterker de geur, des te meer eugenol het bevat. Ocimum basilicum bevat niet dezelfde hoeveelheid eugenol als de twee eerder genoem-de versies. De Aziatische basilicum heeft een sterker effect.

 

.

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

yoga ; de piramide

Standaard

categorie : meditatie en yoga

 

 

 

 

De Piramide

 

 

De piramide houding is perfect voor het losmaken van pijnlijke hamstrings en iliotibial band. Het versterkt de rug en het hele been. Deze houding doe je vanuit de staande vooroverbuiging, je maakt je weer lang, zet je benen uit elkaar en laat langzaam je lichaam naar voren buigen. Je hoeft je handen niet op de grond te zetten maar laat ze dan rusten op je been. (nooit op je knie laten rusten)

 

.

.

 

 

 

.

.

Piramide (Parsvottanasana)

.

.

Adem in en breng je linkerhand omlaag naar je rechterenkel.
Adem uit en buig met je bovenlichaam naar je rechterbeen.
Heb hierbij het gevoel dat je navel naar je bovenbeen gaat in plaats van je neus naar je knie.
Laat je handen rusten op de grond, je voet, enkel of been.
Verdeel je evenwicht goed over beide benen.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
voorpagina openbaring a4
.
.
.
pijl-omlaag-illustraties_430109
.
.
.
.

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

 

.

.

.

.

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Joost van den Vondel, een Nederlandse schrijver en dichter

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

 

Joost van den Vondel (1587-1679)

 

Hij was een Nederlands schrijver en dichter. Hij werd geboren op 17 november 1587 te Keulen. Samen met zijn ouders vluchtte hij op jonge leeftijd om religieuze redenen naar Amsterdam. Vondel begon daar een kousen-winkel, maar hield zich naast zijn werk ook bezig met het schrijven van gedichten en toneelstukken. In 1637 vol-tooide Vondel zijn bekendste toneelstuk, Gijsbrecht van Aemstel, over de belegering en plundering van Amster-dam door inwoners van de omliggende dorpen.

Vier jaar later bekeerde hij zich tot het katholieke geloof en schreef hij een aantal hekeldichten over het gebrek aan tolerantie onder de Hollandse Calvinisten. Vanaf 1619 uitte Vondel in zijn werken eveneens felle kritiek op Prins Maurits, vanwege diens executie van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt.  In 1658 ging Vondel op kosten van de stad Amsterdam met pensioen, nadat zijn kousenwinkel een jaar eerder failliet was gegaan. Vondel overleed uiteindelijk 5 februari 1679 op 91-jarige leeftijd.

 

 

 

 

RIJK01_M-SK-A-1954-00_X

 

 

 

 

 

Bekende werken

 

 

 

Het stockske

 

Vondels werken hebben veelal de politieke en religieuze spanningen die aan het begin van de 17e eeuw de repu-bliek beheersten als thema. Vondel stond daarbij aan de kant van de meer gematigde protestanten. Tot Vondels bekendste toneelwerken behoren Gijsbrecht van Aemstel (1637), een stuk dat door de predikanten aanvankelijk verboden werd omdat het Roomse sympathieën zou bevatten, en de treurspelen Lucifer (1654), Adam in balling-schap (1664) en Noah (1667). Deze laatste drie werken vormen een trilogie over de zondeval van achtereenvol-gens de engelen, de eerste mens en de eerste mensheid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hekeldicht

 

Zijn gedichten, met name de hekeldichten, bevatten vaak steken onder water aan het adres van de staat. Niet zel-den verandert deze kritiek in protest, regelrechte haat en woede. Een voorbeeld is Het stockske van Joan van Oldenbarnevelt. Sterke verontwaardiging klinkt ook door in het sonnet dat de inleiding vormt tot Palamedes oft Vermoorde Onnooselheijd, waarin die “vermoorde onschuld” slechts ogenschijnlijk een figuur uit de Oudheid is. In werkelijkheid staat hier de figuur Palamedes symbool voor de terechtgestelde Van Oldenbarnevelt. Deze subtekst kon de tijdgenoten onmogelijk ontgaan zijn. Vondel zelf gaf te kennen dat hij niet kon zwijgen:

 

                            maer wat op ’s harten gront leyt, dat weltme na de keel.

 

 

 

 

 

Religieuze poëzie

 

Daarnaast heeft hij echter ook poëzie geschreven die louter religieus was, zoals tweemaal een Kerstlied:

 

 O wat zon is komen dalen
in den Maagdelijken schoot!
Ziet hoe schijnt ze met heur stralen
Alle glanzen doof en dood.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Bijbel en de eerste vertalingen in de middeleeuwen

Standaard

categorie : religie

 

 

In de middeleeuwen is het contact tussen het volk en de, inmiddels Latijnse, Bijbel geheel verloren gegaan. De middeleeuwse mens moest het geheel hebben van mondelinge overlevering. Daarbij werden Bijbelse en niet-Bijbelse bronnen tot een onontwarbaar geheel gemengd. Wonderverhalen, van Bijbelse figuren zowel als van heiligen, stonden hoog genoteerd. Het bezit van een eigen Bijbel was voorbehouden aan dissidente groepen, die zich van de officiële kerk hadden afgescheiden en die daarvoor regelmatig fel werden vervolgd.

 

.

 

 

.

 

 

 

 

De Bijbel in het Grieks

 

De Bijbel van de oudste christelijke kerk was een Bijbel in het Grieks. Voor het Oude Testament gebruikte men de door de Joden vervaardigde Griekse vertaling daarvan, de zogenaamde Septuaginta. Het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk in het Grieks geschreven. Naar de vorm was het nog geen boek; hij bestond uit een serie boekro-llen. Maar in de tweede eeuw na Christus komen mensen op het idee de vellen perkament niet tot een lange strook achter elkaar te naaien (die dan, opgerold, een boekrol vormt) maar ze op elkaar te leggen, dubbel te vou-wen en door de vouw heen aan elkaar vast te naaien. Zo ontstaat een katern; het blijkt dan mogelijk om meerdere katernen te koppelen tot een boek met bladzijden, zoals wij dat kennen.

Zo’n boek heet een “codex”. Men zegt wel dat de christenen de eersten waren die zulke codices vervaardigden en het is gemakkelijk in te zien waarom dat zo zou kunnen zijn. Op deze manier kan men de gehele Bijbeltekst in één of twee banden verzamelen: in feite ontstaat dan pas voor het eerst een echte Bijbel. We bezitten nog enkele co-dices uit de vierde eeuw, zoals de Codex Sinaïticus (gevonden in het Catharinaklooster aan de voet van de Sinaï) en de Codex Alexandrinus, beide vermoedelijk afkomstig uit de beroemde bibliotheek in Alexandrië, alsmede de Codex Vaticanus in de bibliotheek van het Vaticaan te Rome.

Opvallend is dat omstreeks diezelfde tijd de strijd oplaait over welke Bijbelboeken nu wel en welke niet “canoniek” zijn, dat wil zeggen als geïnspireerde Schrift moeten worden beschouwd. Zolang de Bijbel uit een verzameling rollen bestaat kan men zich veroorloven andere heilige geschriften in dezelfde verzameling te bewaren. Maar als alles in één band verenigd wordt, moet het niet strikt Bijbelse daaruit gelaten worden.

 

 

 

 

codex Sinaticus

 

 

 

 

 

codex Alexandrinus

.

 

 

 

 

codex Vaticanus

 

 

 

 

 

De Vulgaat

 

Aanvankelijk was de Griekse Bijbel voor een ieder in het uitgestrekte Romeinse rijk leesbaar; Grieks was de uni-versele taal van het rijk. Maar als er in de nadagen van het rijk allerlei Germaanse volken deel van uit gaan maken verandert deze situatie. De nieuwkomers spreken geen Grieks, maar wel Latijn, wat de eigenlijke taal van de Ro-meinen is. Er ontstaan dan links en rechts Latijnse vertalingen van Bijbel gedeelten. Aanvankelijk probeert de kerk dit tegen te houden; alleen de originele Griekse Bijbel is toegelaten. Maar later gaat zij overstag. Aan het eind van de vierde eeuw krijgt de kerkvader Hiëronymus opdracht een officiële Latijnse kerkversie van de Bijbel samen te stellen. Deze wordt de Vulgata (volksbijbel) genoemd.

De bedoeling is om te voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin het gewone volk geen toegang meer heeft tot de Bijbeltekst, omdat deze in een ontoegankelijke taal is geschreven. De Vulgaat wordt de standaard kerkbij-bel. Maar als het Romeinse rijk inmiddels tot de historie behoort en we in de middeleeuwen zijn aangeland, spreekt elk volk zijn eigen nationale taal. Het Latijn is alleen bekend bij de kerkdienaars en de intellectuele boven-laag van het volk. De gewone man spreekt geen Latijn. Bovendien kan hij vaak niet eens lezen. Maar dat laatste maakt ook niet zoveel uit; de Bijbel bevindt zich in hoofdzaak achter kloostermuren, waar de gewone man geen toegang heeft.

Doch ook wanneer de Schrift wordt voorgelezen in de dienst, betekenen de woorden niets voor hem. De ironie wil dat de versie die een “volksbijbel” had moeten zijn, er de oorzaak van is dat “het volk” het contact met de Schrift volledig kwijtraakt. En juist in die situatie houdt de kerk uit alle macht vast aan het Latijn, dat zij eerst had willen tegenhouden. Van vertalingen in de volkstaal wil zij wederom niet weten. Er ontstaat een merkwaardige si-tuatie. De middeleeuwse mens is een buitengewoon vroom mens. Hij kent talloze Bijbelse verhalen. Maar toch heeft hij geen direct contact met de bron van zijn geloof. Hij raakt gefascineerd door allerlei wonderverhalen. Bij-belse- en on-Bijbelse bronnen worden onbekommerd gemengd, omdat hij het onderscheid niet meer kan maken. Naast een diep geloof bloeit een ongekend bijgeloof, en hun wortels zijn onontwarbaar verstrengeld. In plaats van een Bijbel koestert de meer welgestelde zijn gebeden- en getijdenboeken. En bij dat alles is het besef dat hij iets mist volledig verloren gegaan.

 

 

 

Vulgaat

 

 

 

 

 

De Historiebijbel

 

Omdat de middeleeuwse mens zo geobsedeerd is door verhalen, ontstaan in deze tijd twee bijzondere “Bijbel-versies”. In de eerste plaats de evangeliënharmonisatie. De vier evangeliën worden hierin gecombineerd tot één doorlopend verhaal, waarin de kenmerkende invalshoek van de evangelist wordt opgeofferd aan “het verhaal”. Men noemt zo’n harmonisatie een “leven van Jezus”. Een stap verder gaat de historiebijbel, die een combinatie is van de historische gedeelten van het Oude Testament met materiaal uit andere historische bronnen, zoals de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. De stamvader van deze historiebijbels is de zogenaamde Historia Scolastica van Petrus Comestor uit de twaalfde eeuw.

Het is geen Bijbel in onze zin van het woord maar een verzameling Bijbelse verhalen en verhalen uit Bijbelse tijden, aangevuld met commentaren van kerkvaders. Het bevredigt een behoefte aan kennis, aan weten, zonder de lezer werkelijk in contact te brengen met Gods Woord. Een vervolg op deze ontwikkeling is die van de rijmbij-bels geweest, gewoonlijk historiebijbels in berijmde vorm, zodat men de inhoud gemakkelijk uit het hoofd kon leren en onthouden. In onze streken is de dichter Jacob van Maerlant met zo’n rijmbijbel gekomen. Deze was wel gesteld in de landstaal Middelnederlands.

 

 

 

Historiebijbel

 

 

 

 

 

Petrus Comestor

 

 

 

 

 

Jacob Van Maerlant

.

 

 

 

 

 

De Armenbijbel

 

Een andere “Bijbel”, die dat in onze ogen nauwelijks is, was de prentbijbel. Een van de meest bekende hiervan was de zogenaamde “Biblia Pauperum” (Armenbijbel). Hoe hij aan deze naam is gekomen weet niemand meer. Armen konden zich zo’n Bijbel zeker niet veroorloven. Men neemt aan dat hij werd gebruikt voor onderwijs aan het ge-wone volk. Het is geen stripverhaal, maar iedere bladzijde bevat een scène uit het Nieuwe Testament en daar om-heen een tweetal gebeurtenissen uit het Oude Testament, die daar een symbolisch verband mee hebben, plus een viertal profeten uit het Oude Testament, met uitspraken die het centrale onderwerp betreffen. De Biblia Pauperum stamt uit de late middeleeuwen, uit een tijd toen boeken algemener begonnen te worden. Hij is gedrukt in blok-druk, dat wil zeggen dat iedere pagina in zijn geheel in hout is uitgesneden, en met behulp van deze houtsnede werd een primitieve drukkunst beoefend.

 

 

 

 

Armenbijbel

 

 

 

 

 

 

Vroege vertalingen

 

Hoewel gedurende de middeleeuwen vertalingen van de Bijbel in de landstaal in de officiële kerk bijna niet voor-kwamen, zijn er los van de kerk altijd bepaalde dissidente groepen geweest die een afwijkend geloof beleden, en dit fundeerden op eigen vertalingen van de Schrift. Zulke vertalingen werden gekoesterd als een kostbaar bezit. Pas tegen het eind van de middeleeuwen beginnen ook binnen de officiële kerk vertalingen in de landstaal te ontstaan. Een beweging als de Moderne Devotie (Geert Groote, 14e eeuw) stelde zich ten doel de Bijbel opnieuw tot het volk te brengen. Daartoe werden Bijbel gedeelten vertaald en in bijeenkomsten overal in het land voorge-lezen. De kerk heeft deze activiteiten echter steeds trachten te ontmoedigen. Een van de eerste volledige Bijbel-vertalingen in ons land is de zogenaamde Vlaamse Historiebijbel, die in 1360 voor het eerst in de zuidelijke Nederlanden verscheen.

Zoals de naam al aangeeft, was hij afgeleid van de Historia Scolastica van Petrus Comestor. Maar hij onderscheidt zich van de andere historiebijbels doordat hij duidelijk on-derscheid maakt tussen het Bijbelse en het niet-Bijbelse materiaal. Deze Bijbel heeft in de volgende eeuwen een zekere populariteit bezeten in de Nederlanden. Toch is het geen volksbijbel geworden. Men schat de prijs van een afschrift (nog steeds met de hand geschreven!) op cir-ca acht tot tienmaal het jaarloon van een geschoold am-bachtsman; alleen de heel rijken, (dat wil zeggen de adel) konden zich een eigen afschrift veroorloven. Minder rijken namen genoegen met één of enkele Bijbelboeken, vaak de psalmen. Dat was op zichzelf reeds een kostbaar bezit. De Vlaamse Historiebijbel heeft echter nog een extra betekenis gekregen omdat hij ruim een eeuw later tot de eerste gedrukte Bijbel in de Nederlanden is ge-worden.

 

 

 

 

Vlaamse Historiebijbel

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De gebedstijden

Standaard

categorie : religie

 

 

.

 

Het Getijdenboek

Het Getijdenboek

 

.

 

  • Het getijdengebed stamt uit de tempel- en synagoge-dienst en was ook een praktijk die men thuis onderhield.
  • In het Oude Testament vindt men allerlei voorbeelden van het avond en morgengebed (Numeri 28, Psalm 55: 18).
  • .

Psalm 55: 18 >’s Avonds en ’s morgens en ’s middags kan ik niet anders dan van bezorgdheid blijk geven en ik kreun, En hij hoort mijn stem.

Numeri 28:1-2> verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israëls, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult gij waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd.

 

.

  • De eerste christenen nemen dit gebruik over en komen in de tempel bijeen op geregelde gebedstijden. Volgens geschriften uit de eerste eeuwen werd er in groepen drie keer per dag gebeden in het huis van de gemeente. Wat gebeden werd is minder duidelijk, het Onze Vader wordt genoemd, maar gebeden uit de Joodse gebedstraditie zullen daar ook een plaats hebben gehad.
  • De drie dagelijkse momenten van gebed werden uitgebreid tot zeven of acht (1 Tessalonicenzen 5:17 bid onophoudelijk). Het is vooral Benedictus van Nursia die dit gebed een vaste vorm geeft in het klooster. In veel kloosters is tegenwoordig het aantal getijden beperkt tot vijf of  minder.

 

.

1 Tessalonicenzen 5:17-20 Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u. Blust den Geest niet uit. Veracht de profetieën niet.
.
.
.
.
De mens in geloof

De mens in geloof

pasteltekening van John Astria

.

.

.

.

De acht getijden ( ook wel officie genoemd) zijn:

 

.

De Metten (ook wel Vigilie genoemd) rond 5 uur

 

De metten (matutinae) maken deel uit van het getijdengebed in de Rooms-Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk. Het woord ‘metten’ komt van het Latijnse  woord ‘matutinum’, dat ‘ochtend’ betekent, maar de metten worden meestal ’s nachts of in de zeer vroege ochtend gebeden. Het aanvangstijdstip varieert van ongeveer 3.45 uur tot 6.15 uur. Omdat ze vaak ’s nachts gebeden worden, gebruikt men  tegenwoordig de term vigilie (“wake”).

 

 

De Lauden rond 6 uur

 

De lauden (laudes) vormen het ochtendgebed van het Heilig Officie  of getijdengebed. Het woord lauden is een vernederlandsing van het Latijnse  laudes, het meervoud van laus wat lof of lofprijzing betekent.

 

 

 

De Priem rond 7 uur (tegenwoordig voor de priesters en ook in de meeste kloosters afgeschaft)

 

De priem  is een vastgestelde gebedstijd in het traditionele getijdengebed. De priem (of in het Latijn ‘prima’) wordt meestal rond zes of zeven uur ’s ochtends gebeden. In de vernieuwde liturgie van na het Tweede Vatikaans Concilie is de priem komen te vervallen.

 

 

De Terts rond 9 uur

 

De terts is een van de kerkelijke getijden, een van de kleine getijden. Het staat voor het derde uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de terts meestal gebeden rond negen uur ’s morgens.

 

 

De Sext rond 12 uur

 

De sext is een van de kerkelijke getijden. De sext is een van de zogeheten kleine getijden. Het woord sext staat voor het zesde uur (Latijn: sexta hora), dat vroeger in lengte varieerde, omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de sext meestal gebeden rond twaalf uur ’s middags.

 

 

De Noon rond 14 uur

 

De none (afgeleid van ‘negende’ in het Latijn) is een van de kerkelijke kleine getijden. Het staat voor het negende uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de none meestal gebeden rond drie uur ’s middags.

Het officie van de none begint zoals de meeste getijden met de aanroep:

God, kom mij te hulp, Heer, haast U mij te helpen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.
Amen, Alleluja!
.

 

De Vespers rond 17 uur

 

De vespers (of het avondgebed) behoren tot de getijden in de kerk en worden gebeden om 17-18 uur. Het woord komt uit het Latijn, van vespera dat avond betekent. In enkele protestantse  kerken wordt de term ‘vespers’ gebruikt als aanduiding voor een avonddienst.

 

 

 

 

De Completen rond 20 uur

 

De completen vormen het laatste getijdengebed van de dag. Het woord is afkomstig van het Latijnse  completorium dat afronding betekent of complere = vullen. Het stamt uit de 6e eeuw.

 

  • In het kloosterlijk officie worden de honderdvijftig psalmen uit de Bijbel gebeden, verspreid over de week. Dit gebeurt niet in berijmde vorm, zoals bij de protestanten. In sommige kloosters worden elke week alle 150 psalmen gebeden, in andere verspreid over twee weken. In de Anglicaanse kerk worden ze sinds het Book of Common Prayer verspreid gebeden over een maand.
  • Alle getijden hebben een lezing uit de Bijbel en smeekgebeden.
  • De getijden worden ingedeeld in grote en kleine getijden. De Metten, Lauden en Vespers zijn grote getijden, de Priem, de Terts, de Sext en de Noon zijn kleine getijden. Ook Completen horen bij de kleine getijden.
  • De taal van de getijden was in de westerse traditie het Latijn, maar tegenwoordig wordt ook de volkstaal gebruikt.
  • De muziek van de kloosterlijke getijden is traditioneel het Gregoriaans. Waar Nederlands wordt gezongen is nieuwe muziek gecomponeerd die vaak sterk aan het Gregoriaans doet denken. In Nederland wordt de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde in de kloosters het meest gebruikt. Hiervoor zijn in het Abdijboek bijbehorende melodieën geschreven door verschillende monniken en zusters.

Het koorgebed van priesters noemt men breviergebed. Het boek waaruit priesters de getijden bidden heet brevier. Het middeleeuwse getijdenboek was bestemd voor de persoonlijke devotie van leken.

 

 

 

Het brevier

Het brevier

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Limoniet of ijzersteen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Limoniet, ook wel ijzersteen genoemd, is een verzamelterm voor ijzer- en zuurstofhoudende hydroxides, zoals goethiet, lepidocrosiet en soms ook hematiet. Limoniet wordt nooit gevormd in kristallen, maar als een grond-achtige massa. Als sinds de Oudheid een belangrijk ijzererts, tegenwoordig wordt het nog gebruikt als grondstof voor de gele tot geelbruine kleurstof oker. Het heeft een geel-bruine tot grijs-bruine kleur. Het basisbestanddeel van limoniet bestaat uit microkristalijne goethiet mineralen, maar er zijn zodanig veel variaties mogelijk, dat limoniet geen vaste chemische formule heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Limoniet is afgeleid van het Griekse woord voor weide of moeras, vanwege het veelvuldig voorkomend van het mineraal in deze gebieden.

 

 

hematiet met limoniet in concretie

 

 

 

Vindplaats

 

Limoniet wordt in alle gesteenten en mineralen gevonden, die het metaal ijzer bevatten. Het ontstaat uit de af-wisseling van verschillende eerder bestaande materialen, waaronder kalk- en kwartshoudende gesteenten. Limo-niet kan organisch van oorsprong zijn, wanneer het wordt gevormd uit bacteriën in meren of kunstbekkens. Het roest dat een dunne film op ijzer vormt, bestaat ook uit limoniet. De belangrijkste vorm van limoniet komt voor in laterieafzettingen. Laterieten bestaan uit achtergebleven en onoplosbare ijzer- en aluminiumoxiden, die zijn ge-vormd door verwering van gesteenten in voornamelijk tropische en subtropische gebieden. Landen als Angola, Brazilië, Canada, Cuba, Frankrijk, India, Italië en Congo zijn grote exporteurs van limoniet.

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: FeO(OH)·nH2O,

hardheid: 4 – 5,5

dichtheid: 2,7 – 4,3

 

 

 

collier met limonietdruppel

 

 

 

 

 

hanger van limoniet

 

 

 

 

 

Limoniet
Limoniet 004.jpg
Mineraal
Chemische formule FeO(OH)·nH2O
Kleur geelbruin tot zwart
Streepkleur geelbruin
Hardheid 4 – 4,5
Gemiddelde dichtheid 2700 – 4300 kg/m3
Glans aardachtig
Opaciteit ondoorschijnend
Breuk aardachtig
Splijting geen
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen goethiethematiet
Radioactiviteit niet radioactief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vesuvianiet, Californiet, Vilyuyiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Vesuvianiet is een harsachtig, klein, doorzichtig kristal met spikkels en heeft een glasachtige tot doffe glans. Meestal is het groen, zwart-groen, bruin of geel van kleur, maar in zeldzame gevallen kan idocraas ook blauw, paars of kleurloos zijn. De steen werd voor het eerst ontdekt in het gebied rondom de Vesuvius in Italië. Tegen-woordig zie je ook dat vesuvianiet vaak de naam krijgt van het gebied waar het gevonden wordt zoals bijvoor-beeld californiet (van Californië) of vilyuyiet (van de Vilyuy rivier in Siberïe).

 

 

 

Californiet

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen californiet

 

 

samenstelling: Ca19(Al,Mg,Fe)13Si18O68(OH,F,O10),

hardheid: 6-7

dichtheid: 3.4

 

 

 

Vindplaats californiet

 

Californiet wordt gevonden in Californië

 

 

 

 

 

Vesuvianiet

 

Het mineraal vesuvianiet is een calcium – magnesium – aluminium – silicaat met de chemische formule  Ca10Mg2Al4(Si2O7)2(SiO4)5(OH)4. Het behoort tot de sorosilicaten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Eigenschappen Vesuvianiet

 

Het witte, gele, groene, blauwe of bruine vesuvianiet heeft een glasglans, een witte streepkleur en een ondui-delijke splijting volgens de kristalvlakken [110], [100] en [001]. De gemiddelde dichtheid is 3,4 en de hardheid is 6,5. Het kristalstelsel is tetragonaal en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Naamgeving Vesuvianiet

 

De naam van het mineraal vesuvianiet is afgeleid van de plaats waar het voor het eerst is beschreven, de vulkaan Vesuvius in Italië.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen Vesuvianiet

 

Vesuvianiet is een veelvoorkomend mineraal. Het komt voor in verscheidene contactmetamorfe gesteenten. De typelocatie is Monte Somma, Vesuvius, Italië.

 

 

 

Vesuvianiet
Vesuvianite.jpg
Mineraal
Chemische formule Ca10Mg2Al4(Si2O7)2(SiO4)5(OH)4
Kleur Blauw, groen, geel of wit
Streepkleur Wit
Hardheid 6,5
Gemiddelde dichtheid 3,4 kg/dm3
Opaciteit Doorschijnend
Splijting [110] Onduidelijk, [100] Onduidelijk, [001] Onduidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Tetragonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone ereprijs : Veronica chamaedrys

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

IMG_9705-m.gewone ereprijs

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige hemelsblauwe bloemen in trossen
– en de stengels met beharing in 2 rijen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

De gewone ereprijs is een plant van matig voedselrijke, vochtige graslanden en lichte bossen en struwelen. De soort groeit veel in bermen en op dijken. Ook kan hij in gazons voorkomen. Doordat deze zoveel gemaaid wor-den, komt hij dan niet tot bloei.

 

 

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Gewone ereprijs wordt 10 tot 40 cm hoog en bloeit in april , mei en juni met hemelsblauwe, 4-tallige bloemen, die donker geaderd zijn en wit hart hebben. De kroonbladen zijn aan de buitenkant iets lichter blauw. De bloemen zijn 0,8 tot 14 mm in doorsnede en vormen ijle trossen van 10 tot 20 bloemen in de oksels van de bovenste bladeren. De donkere beadering dient als honingmerk en leidt insecten naar het binnenste van de bloem. Bij veel regenval en/of harde wind sluiten de bloemen zich en gaan ze hangen. Bloemen van een dag oud krijgen een paars-rode zweem.

 

 

 

ereprijsgewone-110506-012

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De ronde, opstijgende, enigszins slappe stengels zijn behaard met twee rijen haren. Zelden zijn ze rondom behaard en als ze dat wel zijn, dan zijn er toch twee dichter behaarde lijnen aanwezig. Ze zijn bebladerd met kruisgewijs tegenoverstaand, eironde tot elliptische bladeren, die zowel aan de boven- als aan de onderkant dicht behaard zijn met korte, zachte haren. De bladeren zijn zittend (soms kort gesteeld) en hebben een gekartelde rand.

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– hemelsblauw
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 8 tot 14 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, behaard
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gekarteld
– voet afgerond
– veernervig
– zittend (soms kort gesteeld)
– beide kanten zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria