Dagelijks archief: november 8, 2018

Klachten na een tekenbeet

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Klachten

 

 

Tekenbeet

Tekenbeet

 

 

 

Infecties kunnen asymptomatisch verlopen of een brede waaier aan symptomen vertonen, afhankelijk van de duur van de infectie, gastheer factoren (immuniteit), enz. Klassiek onderscheidt men drie verschillende stadia.

 

 

 

Vroeg gelokaliseerd stadium

 

(stadium I: 2 à 30 dagen na de beet). In ongeveer 60% van de vroege klinische gevallen is het eerste symptoom het ‘erythema migrans’. Dit is een rode, zich centrifugaal uitbreidende verkleuring van de huid, met een diameter van minstens 5 cm tot maximaal 60 cm; vanuit het centrum verbleekt het erythema geleidelijk. Soms treden ook griepachtige symptomen op zoals koorts, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, gezwollen klieren…

 

 

 

 

Het tweede stadium, ‘Vroeg gedissemineerd stadium ‘

 

(stadium II: binnen de weken na de beet) Bij een aantal patiënten (tot 15%) die in het eerste stadium niet of niet adequaat werden behandeld, kunnen verspreide erythema migrans-letsels, vermoeidheid, neurologische problemen (b.v. meningitis, neuropathie), cardiale problemen en artritis optreden.

 

 

 

 

Het stadium 3, ‘Laat gedissemineerd stadium ‘

 

(stadium III: maanden tot jaren na de infectie), met b.v. persisterende artralgie, vooral ter hoogte van de knie, en meer zelden neurologische problemen (“late neuroborreliose”) en huidletsels (acrodermatitis chronica atrophicans). Ook bij een adequate behandeling blijven bij een klein percentage mensen subjectieve klachten bestaan, vooral vermoeidheid, spierpijn en neurocognitieve problemen; dit syndroom, dat niet goed is gedefinieerd, wordt soms chronische ziekte van Lyme of post-Lymesyndroom genoemd.

 

 

 

 

Preventie

 

 

.
.
.
.
.

• Om besmetting te voorkomen, wordt meestal aangeraden om bij spelen, wandelingen en werk in bossen waar besmette teken voorkomen, en zeker in een bos met lage onderbegroeing, de huid te beschermen met lange mouwen, lange broekspijpen en gesloten schoenen. Daarnaast is het aangeraden om op de paden te blijven en niet door struiken en planten te kruipen waarop misschien teken zitten te wachten op een gastheer.

• Zet kinderen een pet op (teken vallen op het hoofd).

• Kampeer niet aan de bosrand, niet langs de omzoming van de camping.

• In verdachte gebieden wordt aangeraden het hele lichaam om de 3-4 uren te controleren op de aanwezigheid van teken.

•Insecten werende middelen. In een brochure over teken, uitgegeven door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (administratie Gezondheidszorg) wordt vermeld dat insecten repellants op zichzelf onvoldoende bescherming geven tegen teken, en dus een vals gevoel van veiligheid kunnen geven. Wanneer toch geopteerd wordt voor een repellant zoals diëthyltoluamide (DEET) , moet men er rekening mee houden dat er enkel bescherming is op de plaatsen waar de repellant is aangebracht, en dat de bescherming slechts enkele uren aanhoudt.

• Het verwijderen van een teek gebeurt best met een pincet. Grijp de teek vast zo dicht mogelijk bij de huid. Vermijd daarbij om het lichaam van de teek te verpletteren. Probeer de kop van de teek te vatten met behulp van een pincet (of twee vingers), zachtjes draaien/trekken om de teek te verwijderen (geen enkel deel van de teek onder de huid laten zitten).

 

 

 

Een teek verwijderen

Een teek verwijderen

 

 

 

•De teek niet uitbranden, geen olie gebruiken om de teek te verdoven.

•Ontsmet nadien de huid en steriliseer de pincet (door ze even in kokend water te leggen).

Noteer de datum en de plaats van een tekenbeet. Normaal gezien kleurt de huid rondom de beet lichtjes rood en verdwijnt dit vanzelf na een paar dagen. Indien dit niet het geval is, contacteer dan je huisarts.

 

 

 

 

Vaccinatie

 

Er bestaat geen vaccin tegen deze infectie. Een Amerikaans vaccin (dat echter niet werkte tegen het Lymetype dat bij ons bestaat) is onlangs van de markt gehaald. Er bestaat wel een vaccin tegen een andere tekenziekte, Fruhsommer Encephalitis. Dit vaccin is sinds kort ook in België beschikbaar, maar werkt niet tegen Lyme.

 

 

 

Diagnose

 

Na vaststelling van de typische huiduitslag is een laboratoriumbevestiging nodig. Er zijn twee laboratoria waar test voor diagnose of bevestiging van de Lymeziekte worden uitgevoerd: UZ Gasthuisberg in Leuven en kliniek St-Luc aan de UCL te Brussel.

 

 

Behandeling

 

Behandeling met antibiotica wordt aanbevolen vanaf het vroeg gelokaliseerd stadium. Erythema migrans verdwijnt wel vaak spontaan, maar antibiotica versnellen het herstel van de huidletsels, en gaan de verdere evolutie van de ziekte tegen. In aanwezigheid van erythema migrans en voorgeschiedenis van blootstelling aan een tekenbeet, moet geen bloedtest gebeuren vooraleer de behandeling te starten.

• Patiënten met positieve bloedtest, maar zonder klinische symptomen van de ziekte van Lyme moeten niet worden behandeld. Bepalen van Borrelia-serologie kan wel nuttig zijn bij de diagnosestelling van ziekte van Lyme wanneer de typische huidletsels niet kunnen vastgesteld worden.

• De behandeling van de ziekte van Lyme in het vroeg, gelokaliseerd stadium is als volgt:

 

 

volwassenen

 

Doxycycline (200 mg per dag in twee giften) of amoxicilline (1,5 g per dag in 3 giften). Doxycycline is gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap en de lactatie. Bij patiënten bij wie doxycycline gecontra-indiceerd is en met allergie voor penicillines, kan cefuroximaxetil (1 g per dag in 2 giften) worden toegediend.

 

 

kinderen

 

Amoxicilline (50 mg/kg/dag in 3 giften) of, vanaf 8 jaar, doxycycline (2 à 4 mg /kg/dag in 2 giften, met max. 100 mg per dag). Cefuroximaxetil (30 mg/kg/dag in 2 giften) is een aanvaardbaar alternatief.

De macroliden kunnen in aanmerking komen wanneer de andere antibiotica niet verdragen worden of gecontra-indiceerd zijn. In het gedissemineerd stadium, met neurologische of cardiale problemen en/of gewrichtsproblemen, is vaak intraveneuze toediening van antibiotica (b.v. ceftriaxon, cefotaxim) noodzakelijk.

Bij patiënten met late neuroborreliose is het therapeutisch antwoord op de antibiotica vaak laattijdig, en soms onvolledig. Er is geen bewijs dat bij patiënten met “post-Lymesyndroom” herhaalde of langdurige toediening van antibiotica, oraal of intraveneus, nuttig is.

 

 

 

kenmerkend-van-ziekte-van-lyme

kenmerkend-van-ziekte-van-lyme

 

 

 

 

Beroepsziekte

 

De ziekte van Lyme is een erkende beroepsziekte in ons land. Dat betekent dus dat iemand die beroepshalve besmet wordt door een teek (bv. bos- en parkwachters, houtvesters, enz.) in aanmerking komt voor vergoeding door het Fonds voor Beroepsziekten. Voor ambtenaren die beroepshalve besmet worden, geldt een aangepaste regeling via de administratieve gezondheidsdienst van het ministerie van Volksgezondheid.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Advertenties

Tweeëndertigste Miniatuur : elfde visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie ; Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweeëndertigste Miniatuur: Elfde visioen van het Derde Boek

 

 

.

Scivias%20T%2032_Boek%20III_11

.

.

.

 

Vier miniaturen verluchten de laatste visioenen van het boek Scivias. Het zijn het elfde, twaalfde en dertiende visioen die gaan over het einde der tijden, de Wederkomst van Christus, het Laatste Oordeel en tenslotte de Hemelse Glorie.Miniatuur 32 is wel een van de merkwaardigste van alle 35 illustraties. Men beziet dit met een zekere huiver.

In de linkerbovenhoek zijn de vijf apocalyptische beesten weergegeven welke Hildegard vanuit het noordoosten ziet oprukken. De dieren zijn een hond, een leeuw, een paard, een varken en een wolf. Uit hun bekken komen donkere koorden die in het Westen aan de vijftoppige heuvel zijn vastgemaakt.

Een merkwaardige voorstelling, die velen in de middeleeuwen fascineerde. Elk van de vijf dieren verzinnebeeldt één van de tijdperken die nog moeten komen in de geest van de toekomstvoorspelling in het Boek Daniël. Daarom zijn deze dieren afgebeeld tegen een achtergrond van zilver, het beeld van de almacht van God en van Zijn Alwetendheid en Voorzienigheid.

Dit alles immers vraagt van ons een geest van geloof. Vooral de hier afgebeelde toekomstvoorspellingen van Hildegard hebben door de eeuwen heen een grote invloed gehad. In de middeleeuwen zijn deze voorspellingen veel geraadpleegd vanuit een veel verspreid handschrift ‘de Pentachronon’ of het Vijftijdenboek. Dit boek was in 1220 samengesteld door Prior Gebenon van Eberbach uit verschillende geschriften van Hildegard. Het bezorgde Hildegard de titel van Profetes.

Rechts bovenaan zien we weer de Mensenzoon gezeten in het Oosten waar de muren van het hele gebouw samenkomen. Maar op het einde der tijden zien we Hem volledig met op zijn schoot een muziekinstrument dat op een lier gelijkt. Volgens de tekst wijst dit op de vreugdezang die de heldhaftige martelaren doen weerklinken, als zij, vervolgd door de antichrist, hun leven geven voor de Heer.

De onderkant van de Christusfiguur is wel zichtbaar maar donker van kleur. Dit wijst op de donkere tijd van de antichrist, wanneer veel gelovigen door hem tot afval verleid worden. Waarom Christus hier met een boek in de hand is voorgesteld, is niet uit de tekst op te maken. Het is de vrijheid van de miniaturist om Christus hier met de Bijbel uit te beelden, zoals we Hem kennen van de mozaïeken in de basilieken der eerste eeuwen.

Nu verschijnt in de benedenhelft van de voorstelling de verheerlijkte Kerk, zoals we haar kennen van de miniatuur twaalf. Maar tot onze schrik baart zij een afschuwelijke monsterkop met ezelsoren, terwijl haar onderlichaam hevig gewond is. We hebben gezien dat bij de opbouw van het kasteel alle uitwendige verdedigingswerken tegen de duivel in het Noorden waren gericht en dat de Kerk onoverwinnelijk leek.

Maar nu zien we hoe de Kerk van binnenuit bedreigd wordt. Op het moment dat de laatste muur van het Zuiden naar het Oosten afgebouwd wordt, heeft ook de laatste en tevens de gevaarlijkste aanval op het geloof van de Kerk plaats en wel vanuit de gelovigen zelf.

Hier grijpt Hildegard terug op het kerkbeeld van het tweede boek van Scivias en wel op dat van de bruid. Thans baart zij echter geen kinderen door haar mond tot het eeuwig leven, maar brengt zij langs natuurlijke weg de afschuwelijke antichrist ter wereld.

De enige hoop die ons voor de toekomst van de Kerk overgelaten wordt, is dat de voeten van de vrouw weer stralen van verblindend licht. Dat is de kracht van het geloof (hier weer door zilver aangeduid) waarop de bruid van Gods Zoon gegrondvest is en overeind blijft staan. De antichrist zal in overmoed en tot grote verbazing van de mensen opstijgen tot de hoogste bergen om te trachten de hemel te bestormen.

Maar een vuurstraal uit de hemel doet hem op aarde neerstorten. Alles samen een vreselijke voorstelling waaruit de oerangst van de middeleeuwen voor de laatste tijden duidelijk naar voren komt. Hildegard veroordeelde op krachtige toon het zedelijke verval, dat in haar tijd in de kerk al zichtbaar werd. Haar werd in een visioen duidelijk getoond waaruit dit verval in de eindtijd van het huidige tijdperk zou bestaan.

De kerk zou een zedelijk verval krijgen door perverse seksualiteit. We zien het zwarte monster dat door de kerk zelf wordt gebaard en zich betekenisvol ‘in haar kruis’ bevindt. Op verschillende plaatsen in de literatuur wordt over de vijf dieren geschreven die vijf tijdperken vertegenwoordigen.

 

 

 

hildegard-einde-der-tijden-2

 

 

 

De tijd van het ‘zwarte monster’ is onze tijd, waarin het zedelijke verval en het onvermogen tot zelfkritiek van de Rooms-Katholieke Kerk onverbloemd tot uiting komt.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Zegel 7 en de eerste 4 bazuinen: hoofdstuk 8 van de Openbaring

Standaard

categorie : De Openbaring

 

 

 

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament : hoofdstuk 8

 

 

 

Hoofdstuk 8 : zegel 7 en de eerste 4 bazuinen

 

 

 

Hoofdstuk 8 : zegel 7 en de eerste 4 bazuinen

 

 

 

 

hoofdstuk-8-b-zegel-7-en-de-eerste-vier-bazuinen

Pasteltekeningen van John Astria

 

 

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote  ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeels

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

God is alomtegenwoordig

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

413

 

 

 

 

 

Kunnen wij begrijpen dat God werkelijk alom tegenwoordig is ?

 

De alomtegenwoordigheid van God is voor veel mensen omstreden, en iets waar ze zich druk om maken. Een mens kan niet op twee plekken tegelijk zijn, zelfs niet met de meest vooruitstrevende technologie. Als God overal tegelijkertijd is, dus alomtegenwoordig, dan ontsnapt er niets aan Zijn aandacht. In de gehele Bijbel zien we dat alles wat geschapen is onder de heerschappij van een oppermachtige God.

“Een alomtegenwoordige God keek naar alles wat Hij had gemaakt…Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid” (Genesis 1:31-2:1).

 

Als wij het begrip eeuwigheid volledig zouden kunnen bevatten, dan zou de alomtegenwoordigheid van God misschien ook te begrijpen zijn. De menselijke geest beziet gebeurtenissen aan de hand van een tijdsbalk, met specifieke vakken voor het verleden, het heden en de toekomst.

De voortdurende overgang van elk vak naar het volgende hangt af van hoe iemand een bepaald voorval ziet. God, die eeuwig is, is niet gebonden aan tijd want Hij heeft de tijd geschapen. Als heerser over de volledige historie, het heden en de toekomst van de mensheid, verkondigt God:

 

“Ik ben de Alfa (Begin, Eerste) en de Omega (Einde, Laatste) Die is, Die was en Die komt, de Almachtige” (Openbaring 1:8; 21:6; 22:13).

 

Hij heerst tegelijkertijd over alle menselijke geschiedenis, los van de fysische beperking van welke tijdsbalk dan ook.

 

 

 

 

Onbeperkte begrenzingen

 

Omdat God eeuwig is, kunnen ruimtelijke begrenzingen Hem niet beperken. Gods tijd is oneindig, daarom is God ook onbegrensd ten aanzien van ruimte. Hij is dus alomtegenwoordig.

Koning Salomo besefte dat God ver boven de begrenzing van de hele schepping uitstijgt:

“Zou God werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan U niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor U heb gebouwd” (1 Koningen 8:27-28).

 

Hoe prachtig een door mensen gemaakte tempel ook zou kunnen zijn, Salomo begreep dat God niet beperkt kan worden tot enig deel van de ruimte, hoe groot dat deel ook zou zijn.

“Dit zegt de Heer: De hemel is Mijn troon, de aarde Mijn voetenbank. Waar zouden jullie een huis voor Mij kunnen bouwen? En wat zou Mij als rustplaats dienen?’’(Jesaja 66:1).

 

De alomtegenwoordigheid van God betekent dat Hij zelfs niet in de grootst mogelijke ruimte zou kunnen verblijven. Het is niet zo dat God simpelweg bestaat in een soort oneindige, open ruimte. God is aanwezig in alle ruimte. Dat betekent dat God in Zijn hele wezen aanwezig is op elke plek in onze ruimte. Alle ruimte is voor Hem onmiddellijk aanwezig. De 19e-eeuwse theoloog Charles H. Spurgeon verkondigde:

 

    “We geloven dat God de hemel en de aarde vult, alsook de hel; dat Hij Zich op elke plek bevindt die Zijn schepping lijkt te vorderen, want schepselen zijn Hem niet onaangenaam; en zelfs de ruimte die ingenomen wordt door Zijn werk wordt nog steeds met Hemzelf vervuld. De gesteenten in de onbekende diepten zijn vervuld van God; waar de zee brult of waar het massieve graniet geen kier of leegte laat, zelfs daar is God; niet alleen in de open ruimte, en in de kloof, maar binnen in alle materie, en overal overvloedig in alles, en alle dingen vullend met Zichzelf.”

 

Maar het is niet juist om God te zien in ruimtelijke bewoordingen, alsof Hij een soort gigantisch wezen is. God mag dan een wezen zijn dat zonder maat en afmetingen bestaat in de ruimte, maar Hij is niet een of andere vormeloze massa.

In Genesis 1:26 lezen we dat de mens geschapen is naar het evenbeeld en de gelijkenis van God, woorden die een zekere vorm aanduiden. Toen Mozes vroeg om de majesteit van God te mogen zien, antwoordde Hij:

“Als Ik Mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; Mijn gezicht mag niemand zien” (Exodus 33:18-23).

 

God spreekt over Zichzelf in menselijke bewoordingen.

 

 

 

Gods bereik

 

Hoewel we het gezicht van onze Schepper niet mogen zien, bevestigt de alomtegenwoordigheid van God dat Hij voortdurend de mensheid beziet. Adam en Eva probeerden “zich voor Hem te verbergen tussen de bomen” (Genesis 3:8). De profeet Jona probeerde “van de Heer weg te vluchten”. In eerbiedig ontzag besefte David:

“Hoe zou ik aan Uw aandacht ontsnappen, hoe aan Uw blikken ontkomen?” (Psalm 139:7-18).

 

Nergens in de schepping kunnen we ons verstoppen voor de Heer. Via Zijn Geest strekt Gods bereik zich uit tot elke uithoek van het universum en in de harten van de mensen.

“De Heer in Zijn heilig paleis, de Heer op Zijn troon in de hemel, met aandacht beziet Hij en fronsend keurt Hij de mensen op aarde” (Psalm 11:4).

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

hqdefault

 

 

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Kan een gelovige zondigen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

907pic

 

 

 

 

 

Is de gelovige in staat te zondigen?

 

Om Johannes te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn. Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.

Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met zondigen twee verschillende dingen bedoelt.

Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde.

Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus, waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke zonde doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.

 

 

 

 

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Over die eerste vorm van zonde, die uit zwakheid, zegt Paulus:

 

“Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.” (Romeinen 7:15-19)

Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn. Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei – ‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matteüs 26:41).

Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar van het lichaam is en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, Paulus wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:

Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”

 

Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:

“God zij gedankt: door Jezus Christus, onze Heer!” (vs 24-25).

 

Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:

“Als we zeggen dat we de zonde niet hebben, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we zulke zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons die zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1 Johannes 1:8-9)

 

 

 

Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:

 

“Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons.” (vs 10)

En hij gaat nog een stap verder. Wie dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is wetteloos. Maar met wetteloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en het woord is dus synoniem met goddeloos:

“Ieder die bewust zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden.” (1 Johannes 3:4)

 

Hij vat dat samen met:

“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).

 

En vervolgens trekt hij dan de conclusie: Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:

“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)

 

Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne kop a4

Melaniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Melaniet is een zwarte andradiet variant. Andradiet is een granaat soort.

 

 

 

melaniet ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Melaniet wordt o.a. gevonden in de Verenigde Staten, Canada, Brazilië, Chili, Spanje, Frankrijk, India en China.

 

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

chemische samenstelling: Ca3Fe2(SiO4)3

hardheid: 6,5 – 7

dichtheid: 1,89

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Amazoniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Amazoniet, soms ook Amazonesteen genoemd, is een groene variëteit van microklien

 

De naam is afkomstig van de rivier de Amazone, waaruit vroeger een bepaald type groene stenen werden gewonnen, maar het is twijfelachtig of groene veldspaat ook voorkomt in het Amazonegebied. Amazoniet komt slechts beperkt voor. Vroeger werd het bijna alleen gewonnen bij de Russische stad Miass in de Ilmenbergen in de Zuidelijke Oeral, waar het voorkomt in graniet.

Recentelijker werden ook kristallen gevonden in de Pikes Peak in de Amerikaanse staat Colorado, waar het geassocieerd is met rookkwarts, orthoklaas en albiet in grofkorrelige graniet of pegmatiet. Verschillende andere locaties in de Verenigde Staten, waaronder de Chrystal Peak in hetzelfde Colorado bevatten ook amazoniet en ook in Madagaskar is amazoniet aangetroffen in pegmatiet.

 

 

 

 

 

amazoniet-gepolijst

 

 

 

 

 

edelsteen_amazoniet_2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanwege de heldere groene kleur die het mineraal door polijsten kan krijgen, wordt amazoniet soms ook in stukken gehakt en gebruikt als edelsteen, al kunnen er makkelijk breuken in ontstaan. Lang heeft men zich afgevraagd waar de groene kleur van amazoniet vandaan komt.

Velen dachten dat de kleur door koper ontstond, aangezien koperafzettingen vaak blauwe en groene kleuren hebben. Recentelijke onderzoeken wijzen er echter op dat de blauwgroene kleur het resultaat is van kleine hoeveelheden lood en water in de veldspaat (Hoffmeister and Rossman, 1985).

 

 

 

amazoniet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA