Dagelijks archief: december 11, 2018

Liber Divinorum Operum : visioen 6

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

.

Hildegard

 

 

 

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

 

.

Liber Divinorum Operum 6

 

 

.

Binnen dit heelal is de engelen een ruime plaats toegekend. Het zesde visioen dat een duidelijk andere vorm heeft dan de voorgaande, is bijna in zijn geheel aan hen gewijd. Hildegard ziet deze keer:

 

“… een grote, vierkante stad, omgeven door een muur, met zowel luister als duisternis, een stad ook voorzien van heuvels en gestalten. Naast de stad rees een grote, hoge berg op van wit en hard gesteente die op een vulkaan leek. Op de top straalde een spiegel waarvan de helderheid en zuiverheid zelfs die van de zon leek te overtreffen. In de spiegel verscheen een duif met gespreide vleugels, gereed om weg te vliegen.

De spiegel, de plek van de geheime wonderwerken, zond een licht uit dat zowel naar boven als in de breedte straalde en waarin talrijke mysteriën en meerdere vormen en gestalten zichtbaar waren. In deze schittering, in de richting van het zuiden, verscheen een wolk waarvan de bovenzijde wit en de onderzijde zwart was. Boven deze wolk schitterde een engelenschare. Sommige engelen straalden als vuur, anderen waren een en al helderheid, weer anderen fonkelden als sterren.”

 

Deze stad treedt nu in alle visioenen op. Zij heeft binnen haar vier muren verscheidene gebouwen: kerken, paleizen, zuilen en gewone huizen, die van beeld tot beeld anders staan opgesteld. Zoals gezegd is het zesde visioen voornamelijk aan de rol van de engelen gewijd.

 

“De engelenschare naast God is in de hemel een geheim dat geheel van het goddelijke licht wordt doordrongen. Een geheim dat verborgen blijft voor het schepsel dat de mens is, tenzij er lichtende tekens zijn waardoor hij er kennis van kan nemen. Deze schare heeft een bestaansreden die meer verband houdt met God dan met de mens. Ze verschijnt de mensen slechts zelden. Toch openbaren bepaalde engelen die in dienst staan van de mensen zich met Gods wil in de vorm van tekens: God heeft hun allerlei taken toevertrouwd en hen in dienst van de schepselen gesteld.”

 

Onder deze engelen bevinden zich Satan, “die slechts uit zichzelf wilde bestaan”, en de engelen die hij in zijn val heeft meegesleurd.

Maar er is vooral :

 

“de grote schare van engelen, sommigen als vuur, anderen een en al helderheid, weer anderen als sterren. De engelen van vuur verbergen in zich de grootste energie, niets kan hen tot wankelen brengen. God heeft inderdaad gewild dat zij zonder ophouden zijn aangezicht aanschouwden.

De engelen die een en al helderheid zijn, worden in beweging gebracht door hun dienst aan de menselijke werken, die ook Gods werken zijn; deze vrome werken worden aan de engelen voor Gods aangezicht aangeboden. De engelen kijken onophoudelijk naar hen, zij bieden God hun zoete geur aan door te kiezen wat nuttig is en weg te werpen wat ondienstig is.

De op sterren gelijkende engelen lijden samen met de menselijke natuur, zij bieden deze God aan als een boek, zij zijn de gezellen van de mens, zij spreken hem volgens Gods wil woorden van redelijkheid toe, door de goede werken kunnen zij God prijzen, van de boze werken keren zij zich af.”

 

In een ander visioen, het zevende, komt Hildegard terug op

 

“de twee orden, de engelen en de mensen”,

 

waarbij zij aangeeft dat

 

“God een ware vreugde put uit de lofprijzingen der engelen, net als uit de heilige werken der mensen. Zeker, de engel staat permanent voor Gods aangezicht, terwijl de mens wisselvallig is; mensenwerk is dan ook vaak gebrekkig, terwijl de lofprijzingen der engelen dat nooit zijn”.

 

 

.

Gods Raadsbesluit is een vast Werk

 

“En weer zag ik: een geweldige stad. Zij was vierhoekig aangelegd en deels van een bijzondere lichtglans, deels van duisternissen als door een muur omgeven. Ook was zij opgesierd met een aantal bergen en figuren. Midden in het oostelijke gebied zag ik een geweldig hoog opstijgende berg van harde heldere steen, in de vorm van een vuurspuwende berg. Van de top ervan straalde licht als een spiegel van zulk een heerlijkheid en zuiverheid, dat deze de glans van de zon leek te overstralen.

In die spiegel verhief zich een duif met uitgespreide vleugels, als wilde zij omhoog vliegen. Deze spiegel verborg tal van geheimenissen in zich. Hij zond een glans van grote breedte en hoogte uit, waarin tal van mysteriën en vele gestalten van zeer verschillende figuren verschenen.

In dezelfde glans, naar het zuiden toe, verscheen een wolk, van boven stralend wit en van onderen zwart. Boven haar glansde een grote schare engelen op, van wie sommige als vuur gloeiden, andere helder straalden en nog andere als sterren schitterden. Zij werden door een windadem bewogen als brandende lichten. Ook waren zij vol stemmen, die klonken als het ruisen van de zee.

En elke windadem liet zijn stem met toornige kracht schallen en maakte daardoor een vuur los tegen de zwarte kant van de wolk. Hierdoor ontbrandde die wolk zonder vlam naar de zwartheid toe. Maar weldra blies de wind de zwartheid weg en liet haar als dichte rook verwaaien en vergaan. Aldus joeg hij het zwarte deel van de wolk van het zuiden over de berg heen, naar het noorden toe in een onmetelijke afgrond. De zwartheid kon zich nu niet meer verheffen; zij liet nog wel een nevellaag over de aarde heen trekken.

En ik hoorde bazuinen uit de hemel schallen en klinken: “Wat is dat toch, wat bij alle sterkte van eigen kracht ten val kwam?” En nu straalde het witte deel van de wolk nog heerlijker dan voordien. Maar de wind, die met zijn drievoudige stem de zwartheid van deze wolk verjaagd had, kon nu niemand meer weerstaan.”

 

De stem uit de hemel legde Hildegard uit, wat dit geheimzinnige schouwspel betekent. De rechthoekige stad duidt op het vaste werk van Gods Raadsbesluit. Licht en duisternis van de muren verwijzen naar de gelovigen en de ongelovigen. De harde lichte berg verwijst naar de kracht van Gods gerechtigheid. De duif verzinnebeeldt de goddelijke scheppingsordening.

In de spiegel zien de engelen die God dienen, hoe de afvallige Lucifer en zijn volgelingen uit de hemel gestoten zijn en dat de uitverkoren mensen de opengevallen plaats zullen innemen, wanneer de geschiedenis voltooid zal zijn. ‘In jubel daarover, dat zij het getal der gevallenen op die wijze hersteld wisten, vergaten zij de val zelf als was die er nooit geweest.’

De uitlegging bij dit visioenbeeld gaat in het bijzonder over de ordening van de engelen en hun verhouding ten opzichte van God en de mensen. Het volgende visioenbeeld gaat over de mensengeschiedenis.

 

 

 

.

ldo27

 

 

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

De wenende Maria : Why the holy Mary weeps

Standaard

categorie : spirituele prenten van John Astria

 

 

 

 

 

Het wenende oog van Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Boodschap 51 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

Waarheid_gif

 

 

 

OP ZOEK GAAN NAAR JEZELF

 

IS OP ZOEK GAAN

 

NAAR DE WAARHEID

 

VAN VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Boodschap 50 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

 

246831__bird-on-branch_p

.

.

.

 

EEN ZITTENDE VOGEL OP EEN TAK

 

HEEFT GEEN SCHRIK ALS DIE ZOU BREKEN,

 

ZIJN VERTROUWEN IS NIET IN DE TAK

 

MAAR IN ZIJN EIGEN VLEUGELS.

 

 

 

 

vertrouw-op-jezelf-300x211

 

 

 

 

de_geest_van_god_4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Messiaanse profetie

Standaard

categorie : religie

.

.

.

De Messiaanse Profetie

 

Messiaanse profetie is de verzameling van meer dan 100 voorspellingen in het Oude Testament over de toekomstige Messias van het Joodse volk. Deze voorspellingen werden door diverse schrijvers opgeschreven in een periode van ongeveer 1,000 jaar. Tegenwoordig is de Messiaanse profetie zeer treffend. Vanwege de ontdekking van de Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament kun je er zeker van zijn dat deze voorspellingen echt werden gedaan.

 

 

 

 

 

daniel1

 

.

.

.

Vervulling door Jezus Christus

 

De Messiaanse profetie werd door de Messias, Jezus Christus, vervuld. Het Christendom, dat gebaseerd is op de vervulling van  een historische profetie, verspreidde zich snel tijdens het Romeinse Rijk van de 1e eeuw. Wat zei christus zelf : Hij zei tegen hen: “Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”( Lucas 24:44 )

De verzen in het Oude Testament zijn de profetie; de verzen in het Nieuwe Testament verkondigen de vervulling.

  • Geboren uit een maagd (Jesaja 7:14; Matteüs 1:21-23)
  • Een afstammeling van Abraham (Genesis 12:1-3; 22:18; Matteüs 1:1; Galaten 3:16)
  • Van de stam van Juda (Genesis 49:10; Lucas 3:23, 33; Hebreeën 7:14)
  • Van het huis van David (2 Samuël 7:12-16; Matteüs 1:1)
  • Geboren in Betlehem (Micha 5:2, Matteüs 2:1; Lucas 2:4-7)
  • Naar Egypte meegenomen (Hosea 11:1; Matteüs 2:14-15)
  • Het doden van de baby’s door Herodus (Jeremia 31:15; Matteüs 2:16-18)
  • Gezalfd door de Heilige Geest (Jesaja 11:2; Matteüs 3:16-17)
  • Aangekondigd door de boodschapper van de Heer (Johannes de Doper) (Jesaja 40:3-5; Maleachi 3:1; Matteüs 3:1-3)
  • Zou wonderen verrichten (Jesaja 35:5-6; Matteüs 9:35)
  • Zou goed nieuws prediken (Jesaja 61:1; Lucas 4:14-21)
  • Zou in Galilea prediken (Jesaja 9:1; Matteüs 4:12-16)
  • Zou de Tempel zuiveren (Maleachi 3:1; Matteüs 21:12-13)
  • Zou Zichzelf 173880 dagen, na de verordening om Jeruzalem te herbouwen, als koning presenteren (Daniël 9:25; Matteüs 21:4-11)
  • Zou Jeruzalem als koning op een ezel binnengaan (Zacharia 9:9; Matteüs 21:4-9)
  •  Zou door de Joden worden afgewezen (Psalm 118:22; I Petrus 2:7)

 

Stierf een vernederende dood (Psalm 22; Jesaja 53) met hierbij:

  • afwijzing (Jesaja 53:3; Johannes 1:10-11; 7:5,48)
  • verraden door een vriend (Psalm 41:9; Lucas 22:3-4; Johannes 13:18)
  • verkocht voor 30 zilverstukken (Zacharia 11:12; Matteüs 26:14-15)
  • zweeg tegen Zijn aanklagers (Jesaja 53:7; Matteüs 27:12-14)
  • werd bespot (Psalm 22: 7-8; Matteüs 27:31)
  • geslagen (Jesaja 52:14; Matteüs 27:26)
  • bespuugd (Jesaja 50:6; Matteüs 27:30)
  • Zijn handen en voeten werden doorboord (Psalm 22:16; Matteüs 27:31)
  • werd met dieven gekruisigd (Jesaja 53:12; Matteüs 27:38)
  • bad voor Zijn vervolgers (Jesaja 53:12; Lucas 23:34)
  • Zijn zij werd doorboord (Zacharia 12:10; Johannes 19:34)
  • kreeg gal en azijn te drinken (Psalm 69:21, Matteüs 27:34, Lucas 23:36)
  • geen gebroken botten (Psalm 34:20; Johannes 19:32-36)
  • begraven in de graftombe van een rijk mens (Jesaja 53:9; Matteüs 27:57-60)
  • er werd om Zijn kleren geloot (Psalm 22:18; Johannes 19:23-24)
  • Zou uit de dood opstaan (Psalm 16:10; Marcus 16:6; Handelingen 2:31)
  • Steeg op naar de Hemel (Psalm 68:18; Handelingen 1:9)
  •  Zou aan de rechterhand van God zitten (Psalm 110:1; Hebreeën 1:3)

 

 

Messiaanse Profetie – Wat Zijn de Kansen op Vervulling Zonder God?

 

Messiaanse Profetie is zo krachtig vanwege de kleine statistische kans dat één enkele man elk van de voorspellingen zou kunnen vervullen. Als we slechts zeven van de meer specifieke profetieën in het Oude Testament zouden analyseren, die later in de Persoon van Jezus Christus werden vervuld, dan staan we versteld vanwege de statistische onmogelijkheid van een dergelijke historische realiteit. Ter illustratie hebben we enkele conservatieve kansen naast de vervulde profetieën gezet.

 

 

 

Messiaanse Profetie Kans zonder God
Jezus zou van David afstammen 104 (1 op 10,000)
Jezus zou in Betlehem geboren worden 105 (1 op 100,000)
Jezus zou wonderen verrichten 105 (1 op 100,000)
Jezus zou zichzelf op een ezel als Koning presenteren 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou door een vriend voor 30 zilverstukken worden verraden 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou gekruisigd worden 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou zichzelf 173,880 dagen na de verordening van Artaxerxes om Jeruzalem te herbouwen als koning presenteren 106 (1 op 1,000,000)
Totale Kans 1038 (1 op 100 miljard miljard miljard miljard)

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Dinosaurussen volgens de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Dino’s, prehistorisch?

 

Dat mensen en mammoeten samen geleefd hebben zal niemand betwijfelen, maar mensen samen met een Tirannosaurus of een Triceratops? Op het plaatje hiernaast zie je hoe botten van dinosauriërs waarschijnlijk in elkaar gezeten hebben. Deze foto komt uit het Natural History Museum in Los Angeles. Ze worden niet in deze stand in de grond gevonden dus het is een zo goed mogelijke benadering.

Aangezien we deze beesten niet meer in levende lijve aantreffen, zullen we moeten proberen er een voorstelling van te maken. We kunnen het uiterlijk van dinosauriërs benaderen door ze te vergelijken met bijvoorbeeld olifanten. Daarom werden ze door kunstenaars vaak grijs afgebeeld (zie tweede plaatje).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegenwoordig zien we afbeeldingen van dinosauriërs vaak in allemaal bonte kleuren, versierd met riggeltjes en andere kleine aanhangsels, omdat wetenschappers en kunstenaars in toenemende mate beseffen dat het eigenlijk hele grote hagedissen waren. De meeste wetenschappers geloven dat dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden zijn uitgestorven en dat ze daarna niet meer voorkwamen. De vroege voorloper van de mens verscheen volgens hen pas enkele miljoenen jaren geleden op het toneel.

Dino’s en mensen zouden elkaar dus nooit gezien hebben. Stel nu dat God de dinosauriërs en de mensen ongeveer 6000 jaar geleden samen gemaakt heeft en dat mensen en dinosauriers wel samen geleefd hebben. We zouden in ieder geval verhalen moeten hebben van mensen die grote reptielen gezien hebben. Wellicht zullen we kunstobjecten met afbeeldingen van dinosauriërs vinden. Heel misschien fossiele resten van dino’s en mensen samen, maar dat is erg onwaarschijnlijk. De meeste fossielen zijn volgens ons tijdens de zondvloed ontstaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Als er tijdens de zondvloed mensen in de buurt van dino’s waren, zouden ze logischerwijs toch op verschillende manieren gevlucht zijn voor het wassende water, waardoor ze niet bij elkaar in het fossielenbestand terecht kwamen.  Bedenk ook dat er in verhouding veel minder mensen waren dan beesten.

Mensen zullen door hun intelligentie en mobiliteit sowieso niet snel door sediment bedekt en gefossiliseerd worden  omdat het aantal potentiële menselijke fossielen in verhouding tot de hoeveelheid fossielhoudend gesteente heel erg klein moet zijn. Stel dat er 10 miljoen mensen waren ten tijde van de zondvloed en dat al hun lichamen bewaard zouden zijn gebleven.

Er is 700 miljoen kubieke kilometers fossieldragend sediment. Dat betekent dat bij een gelijkmatige verdeling maximaal één menselijk fossiel per 70 kubieke kilometers sediment gevonden kan worden. Dat maakt het al onwaarschijnlijk om er één te vinden, laat staan een mens samen met een dinosaurus.

 

 

 

 

Volgens de Bijbel

 

Als de Bijbel betrouwbaar is, dan moet geen enkel wetenschappelijk feit een juiste interpretatie van de tekst van de Bijbel tegenspreken. De aarde en alles wat daarop leeft, werd volgens Gods eigen woorden (in Exodus 20:11) in zes dagen geschapen. We hebben ook al gezien dat we via verschillende geslachtsregisters kunnen bepalen hoe oud de aarde volgens de Bijbel zou moeten zijn.

Ongeveer 6000 jaar als er in de geslachtsregisters namen van onbelangrijke personen weggelaten zijn. Dat betekent dan dat Adam en Eva samen met de dinosauriërs, zo’n 6000 tot 10.000 jaar geleden geschapen moeten zijn. Deze gigantische reptielen passen op zich goed in de beschrijving van grote land- en zeedieren die in de Bijbel genoemd worden. De vloek die over de aarde kwam vanwege de keuze van Adam, bracht ziekte en dood.

Toen alles net geschapen was, noemde God het ‘zeer goed’. Alles is in dezelfde week geschapen, dus de dinosauriërs kunnen volgens het Bijbelse wereldbeeld niet ‘uitgestorven’ zijn voordat de mens ten tonele verscheen. De botten van dinosauriërs die gevonden zijn laten ons zien dat ze vaak onder gewelddadige omstandigheden om het leven gekomen zijn. Er zijn in fossielen ook sporen van ziektes gevonden. Dat kun je toch niet ‘zeer goed’ noemen.

Sommige mensen proberen de 6 dagen van de Bijbel op te rekken tot miljoenen jaren, maar dat laat de tekst niet toe, want dan zouden de planten miljoenen jaren zonder zonlicht hebben gezeten, aangezien de zon maan en sterren na de planten gemaakt werden.

Bovendien laat de Hebreeuwse tekst niet toe dat de dagen als lange perioden geïnterpreteerd moeten worden. Een ‘dag’ in die tekst is gewoon een dag zoals wij die vandaag de dag ook nog meemaken. Dus volgens de Bijbel moeten mensen en dinosauriërs ongeveer 6-10.000 jaar geleden samen geleefd hebben.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat alle dinosauriërs al voor de zondvloed verdwenen waren, dus moeten ze meegegaan zijn in de Ark van Noach . Het woord ‘dinosaurus’ is nog niet zo lang geleden bedacht. Als we in oude literatuur kijken, moeten we niet zoeken naar het woord ‘dinosaurus’, maar bijvoorbeeld ‘draak’ of ‘monster’. In Genesis 1:21 staat: “En God schiep grote zeemonsters”.

In het Hebreeuws staat Tannim. In oude vertalingen werd dit woord met ‘draak’ vertaald en een paar keer met ‘slang’. Het woord komt 23x in de Bijbel  voor. Ook in andere oude literatuur komen beschrijvingen van draken voor. Zouden dinosauriërs misschien de oorsprong van drakenverhalen kunnen zijn?

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze varaan wordt in het Engels ‘komodo dragon’ genoemd. Als dit dier drie of vier meter hoog zou worden, dan zou je de indruk krijgen van een dinosaurus. We hebben al gezien dat veel organismen vóór de zondvloed groter werden dan nu. De gemiddelde dinosaurus  had ongeveer de grootte  van een schaap. Je had hele grote dino’s, maar ook heel veel kleintjes. De varaan zou je kunnen zien als één voorbeeld van een dinosaurus die nog niet uitgestorven is. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de leguaan en de krokodil.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De apocriefe boeken vind je in een katholieke bijbel. Daniel heeft daarin een aantal extra hoofdstukken.
Daniël 14:22-27: “En er was een grote draak in die streek en de Babyloniërs aanbaden hem. En de koning zei tegen Daniël: ‘Luister, u kunt toch niet zeggen dat dit geen levende god is? Aanbid hem dan’. En Daniël zei: ‘Ik aanbid de Here mijn God, want Hij is de levende God.

Maar dat is geen levende god. Maar als u mij toestaat, o koning, zal ik deze draak doden zonder zwaard of knuppel’. En de koning zei: ‘Ik sta het u toe’. Toen nam Daniël pek, vet en haar, kookte het mengsel, maakte er bundeltjes van en stopte ze in de bek van de draak. En de draak barstte uit elkaar. En toen zei hij: ‘Kijk nu eens naar hem die jullie aanbidden.’

Daniël was slim, hij nam pek (kleverig spul), vet (bijna alle dieren houden van vet) en haar ( verteert niet). Toen de draak dat gegeten had, kreeg hij natuurlijk een verstopping van de darmkanalen. Het beest indrukwekkend geweest zijn, anders zouden ze hem niet aanbeden en gevreesd hebben.

In Job 40:15-24 wordt “Behemoth” (beest der beesten) beschreven: “Machtige spieren in zijn lendenen en buik”, hij “beweegt zijn staart als een ceder”, “de pezen van zijn liezen zijn gevlochten”, “zijn botten als bronzen buizen, als ijzeren staven”, “hij is de voornaamste van Gods ondernemingen”, “hij ligt onder de lotusplanten, verbergt zich in moerassen”, “hij staat stevig in een sterk stromende rivier”, “niemand kan hem temmen”.

Deze beschrijving in het boek Job ,waarvan wordt aangenomen dat het uit de tijd vlak na de zondvloed stamt, zou heel goed op een dinosaurus kunnen slaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik acht het waarschijnlijk dat Job over een Brachiosaurus of Diplodocus schreef. Die staarten komen qua vorm dicht in de buurt van een boom. Ze voldeden in ieder geval uitstekend aan de titel “hoofd” of “voornaamste van Gods ondernemingen”

Job 41 beschrijft “Leviathan” (groot zeemonster): “Afschrikwekkende tanden rondom”, “sterke schilden”, “lichtschijnsel als hij niest; zijn ogen lichten op als de dageraad”, “uit zijn bek komen vlammen en vurige vonken”, “uit zijn neusgaten komt rook, zijn adem laat kolen ontbranden”, “het zwaard van zijn belager doet hem niets en hij laat de diepte borrelen als in een kookpot”, “op de aarde is niets met hem te vergelijken”, “hij kijkt overal op neer, hij is de koning van alle trotse dieren”.

Waarom zou God geen vuurspuwende hagedis- of krokodilachtige kunnen maken? Wie weet had de pliosaurus wel de mogelijkheid om vuur en rook te produceren. Het feit dat een dergelijk beest serieus beschreven wordt in een oud boek als Job, geeft aan dat wij het ook serieus kunnen nemen. Dan is hij dus nog door mensen beschreven en is hij niet ‘prehistorisch’ (van voor de geschreven geschiedenis).

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat er grote zeemonsters in onze oceanen hebben rondgezwommen is een feit. Misschien was dat wel het beest waarop de Vikingen hun drakenkoppen hebben gebaseerd. Het is waarschijnlijk en ook logisch dat een aantal in het water levende dinosauriërs de zondvloed overleefd hebben.

Noach hoefde de waterbeesten niet mee te nemen in de ark en ondanks de gigantische omvang van de ramp moeten er plaatsen op aarde geweest zijn waar het tumult iets minder was, zodat ze konden overleven. Het overleven van die oude ‘zeemonsters’ kan vanuit een bijbels wereldbeeld makkelijk verklaard worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Sommige mensen zullen zeggen dat het hier om mythologische afbeeldingen gaat, maar is het niet logisch om te concluderen dat het om beesten gaat die daadwerkelijk door mensen gezien zijn?

In 326 voor Christus waren de soldaten van Alexander de Grote in wat nu India is. Ze zeiden bang te zijn voor grote draken die daar in grotten leefden. Een zekere Beowulff zou draken gedood hebben en werd uiteindelijk zelf gedood tijdens een gevecht met een gevleugelde draak (pterodactilus?).

Zouden we moeten concluderen dat er nooit zulke beesten samen met mensen bestaan hebben, alleen maar omdat we ze nu niet meer in dierentuinen kunnen bewonderen? Zouden echt al die verhalen moeten worden toegeschreven aan de bijgelovigheid of de sensatiezucht van de vertellers?

 

 

 

 

 

 

 

Uit de kunst van oude culturen kunnen we de conclusie trekken dat ze bekend waren met draken (dinosauriërs). We kunnen drakenkunst terugvinden in Indiaanse Petrogliefen. Rots- en kliftekeningen in Utah en Colorado tonen ruwe afbeeldingen van bepaalde dinosaurussoorten (gedateerd tussen 400 en 1300 na Christus). Kijk ook eens naar het Gilgamesh epos, Fafnir, Beowulf en andere Legenden.

Dinosaurus-achtige wezens worden voorgesteld op Babylonische markeringen, Romeinse mozaïeken, Egyptische gewaden voor begrafenissen, en vele andere kunst verspreid over de hele oudheid.
Er zijn ook heel recente verhalen van draakachtige wezens. Marco Polo schreef aan het einde van de dertiende eeuw over draken die hij zag op een van zijn reizen door China.

Hij beschreef enorme slangen van tien passen lang, met een lichaamsomtrek van tien handlengten. Aan de voortkant, dicht bij het hoofd, twee korte poten, elk met drie klauwen als van een tijger, met ogen groter dan een brood van vier denari, die je intens aanstaarden. De kaken waren breed genoeg om een man te verslinden en grote, scherpe tanden.

Overdag leefden ze in grotten en in de nacht gingen ze op zoek naar voedsel. Hij beschreef nauwkeurig hoe ze werden gejaagd, geslacht en welke delen werden gegeten. Hij wist zelfs te vertellen dat de galblaas een geneeskrachtige werking had.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

De eindtijd in vogelvlucht

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

DE EINDTIJD IN VOGELVLUCHT

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Eindtijd houdt in dat er een eind gaat komen aan de menselijke heerschappij, die onder invloed is van de boze. Sinds de kruisiging van Christus leven we in de genadetijd. In deze bedeling, die al ongeveer tweeduizend jaar duurt, worden Messias belijdende Joden en niet Joden tot het Lichaam van de Here Jezus gevoegd (Gal. 3:28). We noemen dit ook wel de gemeente van Christus.

 

De laatste fase van de eindtijd is na de opname van de gemeente. Die periode wordt ook wel genoemd: de laatste Jaarweek, Jakobs benauwdheid, of de Grote Verdrukking. Het heeft een duur van zeven jaar. In die korte tijd zal de antichrist aan de macht komen (Dan. 9:27). Waarna de Here Jezus zichtbaar met de wolken terugkomt en Zijn voeten op de Olijfberg in Jeruzalem zal zetten (Zach. 14:4; Openb. 1:7).

 

Als de Here Jezus wederkomt, dan zal Hij Zijn Koninkrijk hier op aarde vestigen en als Koning der Joden over de gehele aarde regeren (Zach. 14:9). Dit zal Hij vanuit Jeruzalem doen. Het centrum der aarde. In die bedeling, die wel duizend jaar zal duren, zal de duivel in de afgrond opgesloten zijn. In hoofdstuk 20 van het Boek Openbaring wordt het getal duizend wel zes keer genoemd! We moeten dit getal daarom letterlijk nemen. Die bedeling wordt ook wel het Duizendjarig Vrederijk genoemd (Jes. 2:2-5).

 

Na die duizend jaar zal de duivel voor een korte tijd worden losgelaten en zal hij de wereld voor de allerlaatste keer in opstand brengen tegen God. Als dit allemaal heeft moeten gebeuren, komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Ook zal dan het nieuwe Jeruzalem, Gods huis, uit de hemel neerdalen (Openb. 21). Dan zal er nooit meer aan vroeger worden gedacht!

 

 

“Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig” (Openb. 21:5).

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Pater Pio en de engelbewaarder

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

padre_pio

 

.

.

De Engelbewaarder

 

 

 

Een Italiaanse Amerikaan die in Californië woonde gaf aan zijn engelbewaarder dikwijls de opdracht allerlei boodschappen over te brengen aan Pater Pio. Op een dag, na de biecht, vroeg hij aan Pater Pio of hij echt hoorde wat zijn engel hem zei. “Wat, antwoordde Pater Pio, meen je dat ik doof ben?” Pater Pio zei dat hij de laatste dagen zijn engelbewaarder had leren kennen.

 

 

Pater Lin vertelde dat hij zijn engelbewaarder bad, om met de tussenkomst van Pater Pio een gunst te bekomen voor een dame die zeer ziek was. Daar het de priester Lin voor kwam dat de zieke niet beter werd, zei hij aan Pater Pio: “Ik heb tot mijn engelbewaarder gebeden, zoals deze dame mij gevraagd heeft te doen; is het mogelijk dat de engel niets gedaan heeft?” Pater Pio antwoordde: “Geloof je dat de engel even ongehoorzaam is als jij en ik?”

 

 

Op zijn beurt vertelde pater Eusebio dat hij naar Londen gevlogen was tegen de zin van Pater Pio. Welnu, het ogenblik dat het vliegtuig het Kanaal overvloog brak een hevig onweer los. Doodsbang sprak pater Eusebio een akte van berouw uit, en totaal ontdaan, zond hij zijn engelbewaarder naar Pater Pio. Van zodra pater Eusebio terug thuiskwam in San Giovanni Rotondo, ging hij bij Pater Pio, die hem vroeg of hij een goede reis had gehad.

Pater Eusebio antwoordde hem: “Vader, Ik ben aan de dood ontsnapt.” – “Wel, waarom gehoorzaamt u niet?” – “Maar ik heb u mijn engelbewaarder toegestuurd…” – “Gelukkig is hij op tijd gekomen!”, gaf Pater Pio hierop ten antwoord.

 

 

Een advocaat uit Fano (Italië) keerde naar Boulogne terug aan het stuur van zijn Fiat 1100, in het gezelschap van zijn vrouw en twee zonen. Erg vermoeid, had hij zich liever ontheven gezien van zijn taak als bestuurder, maar zijn oudste zoon sliep. Enkele kilometers verder, in de buurt van de afrit van Saint-Lazare, viel de advocaat in slaap. Op twee kilometers van Imola, schrok hij wakker en riep uit: “Wie heeft het stuur overgenomen?

Wat gebeurt er?” Zij antwoorden in koor: “.”Niets” Zijn zoon die het dichtst bij hem zat werd wakker en verklaarde geslapen te hebben. Zijn echtgenote en zijn jongste zoon verklaarden verbijsterd dat hij een eigenaardige manier van rijden aan de dag legde en rakelings andere auto’s kruiste maar op het laatste moment hen ontweek door volmaakte stuurbewegingen.

De manier waarmee hij bochten nam scheen hen ook verschillend te zijn geweest. Zijn echtgenote zei hem: “Wat ons vooral opviel is dat je lang onbeweeglijk bleef en je geen antwoord gaf op onze vragen.” De man verklaarde: “Ik kon jullie vragen niet beantwoorden: ik was in slaap gevallen. Ik heb gedurende vijftien kilometer geslapen. Ik heb niets gezien, niets gehoord…

Maar wie heeft dan de auto in handen genomen? Wie heeft ons voor een ongeval behoed?” Twee maanden later ging de advocaat naar San Giovanni Rotondo. Toen Pater Pio hem zag, legde hij zijn hand op de schouder en zei: “Je sliep en het is je engelbewaarder die het stuur in handen heeft genomen.”

 

 

Een geestesdochter van Pater Pio reed langs een landweg naar het klooster der Capucijnen, waar Pater Pio op haar wachtte. Het was winter en dikke vlokken sneeuw vielen neer, zodat de weg onberijdbaar werd. Op een gegeven ogenblik gaf de dame er zich rekenschap van dat zij niet op tijd op de afspraak zou zijn. Gedreven door een groot geloof, gaf zij haar engelbewaarder de opdracht Pater Pio te verwittigen. Wat was haar vreugde groot toen zij bij haar aankomst in het klooster de monnik lachend aan zijn venster zag.

 

 

Iemand vertelde: “Soms was de pater in de sacristie en begroette en omhelsde zelfs enkele vrienden of een geestelijke zoon. Ik bekeek die gelukkige met heilige afgunst en zei bij mezelf: ‘Geluksvogel!… Was ik maar in zijn plaats! Echte geluksvogel!’ Op 24 december 1958 zit ik geknield aan zijn voeten voor de biecht. Aan het einde van de biecht kijk ik naar hem en terwijl mijn hart bonst van emotie durf ik hem zeggen: ‘Pater, het is nu Kerstmis. Mag ik u gelukwensen door u te omhelzen?’

Hij glimlacht naar mij met een zachtheid die met geen pen te beschrijven is en zegt: ‘Doe het snel, mijn zoon, laat me geen tijd verliezen!’ En hij omhelsde me. Ik omhelsde hem en blij als een vogel vloog ik naar de uitgang, vervuld van hemelse vreugde. En wat te zeggen over de slagen op mijn hoofd? Elke keer, vooraleer ik vertrok uit San Giovanni Rotondo, verlangde ik een teken van bijzondere voorliefde: niet enkel zijn zegen maar ook twee klopjes op mijn hoofd als twee vaderlijke strelingen.

Ik moet beklemtonen dat hij aan mij – net zoals aan een kind – altijd gaf wat ik van hem verlangde. Op een morgen waren we met velen in de sacristie van het kleine kerkje en terwijl pater Vincenzo, streng zoals altijd, luidkeels riep: ‘Niet dringen! De pater geen hand geven! Achteruit!’ werd ik bijna moedeloos en herhaalde bij mezelf: ‘Deze keer vertrek ik zonder de klopjes op mijn hoofd’. Ik wou er niet in berusten en bad tot mijn engelbewaarder dat hij mijn boodschapper zou zijn en dat hij aan pater Pio letterlijk zou zeggen: ‘Pater, ik vertrek. Ik wens de zegen en de twee klopjes op mijn hoofd zoals altijd.

Één voor mij en het andere voor mijn vrouw’. ‘Opzij! Opzij!’ herhaalde pater Vincenzo nog terwijl pater Pio aanstalten maakte om weg te gaan. Ik was vol spanning. Ik keek naar hem met een gevoel van droefheid. En kijk! Hij komt dichter bij mij, glimlacht naar mij, geeft me nog eens twee klopjes en laat me zelfs zijn hand kussen. ‘Ik zou je véél klopjes geven, werkelijk véél!’ Dat is wat hij mij de eerste keer te zeggen had.

 

 

Een vrouw zat neer op het voorplein van de capucijnerkerk. De kerk was gesloten. Het was laat. De vrouw bad in gedachten en herhaalde: “Pater Pio, help me! Engelbewaarder, ga aan de pater zeggen dat hij mij ter hulp komt, anders sterft mijn zus!” Uit het venster boven hoorde ze de stem van de pater: “Wie roept mij op dit uur? Wat is er?” De vrouw vertelde hem over de ziekte van haar zus. Pater Pio ging in bilocatie en genas de zieke.

 

 

Een man zei tegen pater Pio: “Ik kan niet altijd naar u komen. Mijn salaris laat me geen ruimte voor de kosten van zulke lange reizen.” Pater Pio antwoordde: “En wie heeft je gezegd van naar hier te komen? Heb je niet je engelbewaarder? Je zegt hem wat je wenst, je zendt hem naar hier en je zal onmiddellijk het antwoord hebben”.

 

 

Toen pater Pio een jonge priester was schreef hij naar zijn biechtvader: “Wanneer ik ’s nachts mijn ogen sluit zie ik een sluier naar beneden komen en de hemel voor mij opengaan. En verheugd door dit visioen slaap ik met een glimlach van zoete gelukzaligheid op mijn lippen en met een volmaakte rust op mijn voorhoofd in afwachting dat de kleine kameraad uit mijn kindertijd mij komt wekken om zo samen de ochtendlijke lofprijzingen de vrije loop te laten tot vreugde van onze harten.”

 

 

Op een dag kwam pater Alessio bij pater Pio met brieven in zijn hand om hem iets te vragen en de pater zei hem bruusk: “Jongen, zie je niet wat ik te doen heb? Laat me met rust!” Hij was er niet goed van. Gekwetst verwijderde hij zich. Pater Pio snelde hem achterna en even later riep hij hem en zei hem: “Heb je niet gezien hoeveel engelen hier overal waren? Dat waren de engelbewaarders van mijn geestelijke zonen die me hun boodschappen kwamen brengen. Ik moest hen de antwoorden geven om die te laten overbrengen.”

 

 

Een dokter vroeg aan pater Pio: “Er zijn altijd veel engelen bij u. Heeft u daar geen last van?” “Nee”, antwoordde pater Pio eenvoudig, “ze zijn zó volgzaam!”

 

 

Een geestelijke zoon van de pater zei: “Het schijnt dat pater Pio altijd luistert naar wie hem roepen. Op een avond praatten velen over de pater zodra ze in San Giovanni Rotondo terug waren. Ze somden gewoonweg de gunsten op die ze hem wilden vragen en gaven hun engelbewaarders de opdracht hem er zo vlug mogelijk van op de hoogte te brengen. De volgende dag, na de mis, wees pater Pio hen terecht: “Deugnieten! Zelfs ’s nachts laten jullie me niet met rust!” Een glimlach verried dat dit niet echt gemeend was. Ze wisten dat hun wensen vervuld waren.

 

 

“Maar u, pater, hoort u wat de engel u zegt?” vroeg iemand. En pater Pio: “En geloof jij dat hij zo ongehoorzaam is als jij? Stuur me je engelbewaarder!”

 

 

“Het is nutteloos dat je me schrijft; ik kan immers niet antwoorden. Zend me altijd je engelbewaarder! Ik zal aan alles denken.”

 

 

“De engel heeft me iets meegedeeld waardoor ik je wantrouwen begrijp.”

 

 

“Aanroep je engelbewaarder; hij zal je verlichten en je leiden. De Heer heeft hem precies daarom naar jou gezonden. Maak daarom gebruik van zijn diensten.”

 

 

“Ook al is de opdracht van de engelbewaarders reeds groot, die van mijn engelbewaarder is zeker nog groter want hij moet mij uitleg geven over andere talen.”

 

 

“Zend je engelbewaarder; hij betaalt geen trein en verslijt geen schoenen.”

 

 

“Voor de alleenstaanden is er de engelbewaarder.”

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA