Dagelijks archief: februari 23, 2019

A miracle caught om tape / Een gefilmd mirakel

Standaard

Category / categorie : video

 

 

 

 

A miracle caught om tape / Een gefilmd mirakel

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Advertenties

Eet je minder als je langzaam eet?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Eet je minder als je langzaam eet?

 

 

.
.
.
.
.

Kleine hapjes, af en toe je vork neerleggen, helpt dat echt om minder te eten? Ja, denken onderzoekers uit Engeland, Frankrijk en Nederland in een artikel in The American Journal of Clinical Nutrition. Zij bekeken 22 studies waarin de eetsnelheid werd gemanipuleerd. Hierna werd gekeken in welke situatie mensen het meest aten en of ze daarna nog hongergevoelens hadden.

Uit de analyse bleek dat langzaam eten inderdaad leidt tot een lagere calorie-inname, vergeleken met snel eten. De proefpersonen gaven aan dat ze geen honger meer hebben. Of ze nou snel hebben gegeten, of langzaam en dus minder. Het Nederlandse Voedingscentrum stipt aan dat deze onderzoeken zijn uitgevoerd in een onderzoeksomgeving, dus niet bij de mensen thuis aan de keukentafel.

 

 

Dus welke methoden om langzamer te eten echt werken, moet nog beter onderzocht worden. Maar met deze tips kunt u zelf proberen wat voor u werkt:

 

• Richt uw aandacht op uw eten en niet op de televisie, computer, telefoon of krant.
• Kauw elke hap goed.
• Kies niet voor makkelijk hap-slik-weg-eten, maar kies voor voedingsmiddelen die u goed moet kauwen.
• Gebruik een kleine lepel, dan neemt u kleinere hapjes.
• Eet met stokjes of met uw linkerhand, vooral in het begin gaat dit een stuk langzamer.
• Eet met mes en vork en leg het bestek na elke hap even neer.
• Neem pas de volgende hap als u de vorige hap hebt doorgeslikt.
• Drinken gaat veel sneller dan eten: pas daarom op met dranken met veel calorieën, dit kan heel snel aantikken.

 

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Oranjeschil : etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Zuivere etherische olie van zoete sinaasappelschil

 

De etherische olie van zoete sinaasappel of oranjeschil heeft een herkenbare geur: fruitig, levendig, fris en zoet. Goed te combineren met etherische olie van ylang ylang, kaneel, kruidnagel, lavendel, den en cederhout.
.
.
Op het lichaam: Geeft verlichting bij verstopping en is goed tegen hartkloppingen.  Gebruik zoete sinaasappel bij hoofdpijn, koorts, spanningen, angst, maagklachten, reisziekte, vertraagd hartritme, hartkloppingen, gebrek aan eetlust, koorts, nervositeit, spijsverteringsproblemen, slecht slapen, nervositeit, sterke transpiratie, hartbeklemming en eczeem.
.
.
Emoties & psyche behandelen: Maakt vrolijk en verdrijft neerslachtigheid, verdriet en angsten. Brengt de positieve dingen van het leven naar voor.
.
.
Spiritueel – Energetisch:  Zoete sinaasappel vormt samen met neroli (uit de bloesem) en petitgrain (uit de bladeren) het trio van oliën die de sinaasappelboom ons levert. Geen andere boom of plant schenkt ons drie verschillende oliën.
Zoals de vrucht het lichaam voedt, zo voedt de olie de ziel en geeft ze haar een gevoel van vreugde.
Zoete sinaasappel kan je het best gebruiken als je je blij en gelukkig voelt en ervaar hoe ze overeenkomt met je eigen geluk. Maar als je ze gebruikt als je je ongelukkig voelt dan zal ze je verwarmen en op vrolijken.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

De Rama- Zonnemeditatie

Standaard

categorie : yoga en meditatie

 

 

 

.

Rama-Zonnemeditatie van Aartsengel Michaël

 

.

 

7eb9cffe88e2674bb3d867ae4e0bfefd

 

 

 

Ga in een makkelijke houding zitten, of liggen. 

Indien mogelijk kan je dit in de open lucht doen en bij stralend weer in de zonneschijn. 

Ik raad je aan de lus van 8 of de oneindigheidsademhaling minimaal 12 maal te doen. Telkens vertrekkende vanuit je zonnevlecht, of je hartchakra. 

Vraag mij om bescherming tijdens deze meditatie. 

Je kunt ook de Violette Vlam van St Germain vragen. 

Maak eerst verbinding met het kristalhart van moeder aarde. 

 

.

Verbind je.

Ga met je aandacht naar je ademhaling.

Je hoeft niets te doen, alleen maar je ademhaling te volgen.

Diep naar binnen via je neus en krachtig naar buiten, via je mond.

Blijf je ademhaling volgen.

Laat alle geluiden buiten je, en laat ze waar ze zijn. Je aandacht is bij je ademhaling.

Visualiseer nu een 8 vanuit je geestesoog, of je derde oog.

Beeld je de 8 in of de lus van de oneindigheidsademhaling.

Je plaatst jezelf in de kruising van de lussen, deze lus loopt als het ware doorheen je zonnevlecht.

Zie dit voor je.

Je ademt met lange en diepe teugen, via de lus van 8, langs je zonnevlecht in en uit.

Je krijgt bij inademing kosmisch licht binnen welke je bij uitademing doorgeeft aan moeder aarde.

Adem langzaam en diep in via de voorzijde van je zonnevlecht en laat de energie langs de achterzijde van je zonnevlecht langs je ruggengraat naar boven toe gaan, dan bij je nekwervels  naar buiten, en zo van achter over je hoofd terug naar voren in een cirkel de voorzijde van je zonnevlecht weer in.

Adem langzaam uit via je zonnevlecht en laat de energie langs je ruggengraat naar je wortelchakra of voetchakra’s gaan, buig dan de energie in een lus weer terug naar je voorkant, naar je zonnevlecht.

Al ademend maak je de cirkels groter en groter waarbij jij in het midden van het kruispunt van de cirkels, de 8, blijft.

Bij inademing maak je verbinding met je hogere zelf en vader/moeder zon.

Bij uitademing maak je verbinding met het kristalhart van moeder aarde.

Al ademend neem je de energie mee, door je zonnevlecht, naar boven waar je hogere zelf is, en je neemt het kosmisch licht terug naar beneden door je zonnevlecht,  naar het kristalhart van moeder aarde. (Via de lus van 8)

Oefen dit een paar keer en maak dan minstens 12 hele lussen. 

.

Adem in en adem uit.

Adem in en adem uit.

De lussen worden bij elke inademing groter en groter.

Adem in en adem uit.

Adem in en adem uit.

Zie hoe het gouden licht van vader/moeder zon je instraalt.

Kom met je adem terug op jou normale ritme.

Verbind je met je eigen zon op de plek van je zonnevlecht (je zonnecentrum, je Godscelkern, je Heilige Hart)

Zie vanuit je zonnevlecht het gouden zonlicht zich uitstrekken,

uitstralen

naar boven toe

en zo terug vanaf je kruin naar beneden toe

neem hier de tijd voor op normaal ademend ritme.

Zak met je aandacht lager in je lichaam,

de gouden lichtstralen van vader/moeder zon meenemend,

naar je cellen,

ga in je cellen en zie het licht je cellen indringen.

Ga vervolgens naar je bloedbaan en zie het licht binnendringen,

in je zenuwbanen,

in je endocriene stelsel.

Je straalt verder in naar je spieren,

straal in

straal in al je spieren van je lichaam,

zie dit stralen

straal in kinderen van de zon,

straal in met je gouden licht

zie dit licht naar en  in je organen gaan

zie het naar alle delen van je lichaam gaan

daar waar je behoefte aan verlichting voelt

Laat gebeuren

Als je ergens spanning of weerstand voelt, breng je het zonnelicht er naar toe, totdat het ontspant of jij het loslaat,

Het licht verlicht je hoofd,  ogen, oren, neus, mond,  keel,

het vult je hals,  schouders, bovenlichaam,  armen,  handen en vingers.

Laat alles instralen met dit gouden helende licht,

je borst, middenrif, je buik.

Laat je aandacht gaan naar je onderlichaam: je heupen, bekkengordel,  geslachtsorganen, bovenbenen, knieën, onderbenen, voeten en tenen.

Straal vervolgens, geliefde harten, dit stralende goudgele licht naar je aura en  chakra’s.

Vervolgens richt je jouw zonnelicht vanuit je hartchakra naar je omgeving.

Alles wordt in jouw zonnelicht gezet,

alles om je heen wordt ingestraald met jouw hartenergie en de zonne-energie die door je heen stroomt, komende vanuit het vader/moeder Gods Licht,

Straal naar buiten toe,

op deze manier kan jij jouw zonne-energie sturen naar alle mensen, dieren en bomen,

naar je voeding en drinkwater wat jij nuttigt en verder naar al wat leeft,

zie hoe dit gouden liefdes zonlicht alles instraalt.

Vervolgens straal je verder omhoog naar het nieuwe aarderaster boven moeder aarde.

Verbind je met dit aarderaster,

zie hoe jou zonlicht zicht verbindt in dit aarderaster,

zie de helderheid, de glans en de fonkeling in dit aarderaster,

het is jouw kristalhelder licht in verbinding met dit aarderaster.

Aanschouw dit heerlijke moment.

Blijf een tijd in deze schittering en geniet.

Kom nu langzaam terug in je zonnevlecht via je ademhaling.

Doe de oneindigheidsademhaling  nog 4 maal vanuit je hartcentrum bij inademing naar vader/moeder God toe en bij uitademing naar moeder aarde toe.

Herhaal de lus van 8, de oneindigheidsademhaling of lemniscaat en de bijkomende verrichtingen zoveel en zo dikwijls als jij verkiest.

Blijf dit doen zolang het goed voor je voelt.

Kom nu langzaam terug in het nu.

Beweeg je ledematen, adem diep in via je neus en uit via je mond.

Wrijf in je handen en met je handen wrijf je in je ogen.

Open nu je ogen en kom terug in het hier en het nu.

Geliefde harten,

Dit is een vrij intense meditatie die je ook op verscheidene tijdstippen kunt opbouwen.

Even oefenen lijkt mij wel praktisch, geef niet te snel op.

Ik Aartsengel Michaël heb gesproken.

Succes! Geliefden.

.

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

 

 

 

De eerste sprookjes door de gebroeders Grimm

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

 

“Er was eens…” een sprookjespark genaamd ‘de Efteling’ waar 15 sprookjes van de gebroeders Grimm uitgebeeld stonden in het sprookjesbos. Op 14 maart 2013 werd hier een symposium georganiseerd ter gelegenheid van 200 jaar Grimm. Het thema was ‘inzicht in sprookjes met als inspiratiebron de gebroeders Grimm en hun sprookjesboek Der kinder- und Hausmärchen’ (1812). Deze mannen drukten hun stempel op de sprookjes zoals wij die nu kennen. Want niets blijkt zo veranderlijk als een sprookje.

 

 

De heer Meyer, cultureel attaché van de Duitse Bondrepubliek, opende het woord de ontvangstzaal naast de attractie de Fata Morgana, met een prachtige sterrenhemel. Roodkapje, de wolf en Sneeuwwitje stonden klaar om de genodigde pers en sprookjesliefhebbers naar hun plaats te begeleiden.

 

.

De Efteling in Kaatsheuvel

 

.

Collectieve jeugdherinnering

 

Vervolgens nam Olaf Vugts, directeur Imagineering van de Efteling het woord. “We hebben een nieuwe paus gekregen, we krijgen een nieuwe koning en we hebben een nieuwe keizer.” Daarmee doelde hij op de weergave van een nieuw sprookje in het sprookjesbos ‘de nieuwe kleren van de keizer’.

Maar het verhaal over die keizer werd opgetekend door Hans Christian Andersen (1805-1857) in 1837, de Deense sprookjesschrijver. Vandaag waren we hier bijeen gekomen om juist die andere sprookjesvertellers te herdenken: de gebroeders Grimm.

Olaf Vugts vervolgde zijn introductie met de woorden “Wat we u verkopen is een jeugdherinnering”. Door de dag heen waren er verschillende sprekers die inspeelden op deze jeugdherinnering en zij beargumenteerden hoe sprookjes zich ontwikkelden in de loop van de 19e, 20e eeuw en 21e eeuw.

 

 

Hans Christian Andersen

.

 

 

Jonge jaren van Jacob en Wilhelm Grimm

 

 

 

 

De mannen die centraal stonden waren de zoons van advocaat Philipp Wilhelm Grimm en diens vrouw Dorothea Grimm. Jacob was de eerste zoon en werd geboren op 4 januari 1785. Wilhelm Karl Grimm zag iets meer dan een jaar later, op 24 februari 1786, het levenslicht. Al op jonge leeftijd waren de twee broers onafscheidelijk, wat ze de rest van hun leven bleven.

Beiden gingen studeren aan de universiteit van Marburg, sliepen samen op één kamer en deelden al hun boeken. Na hun afstuderen kregen Jacob en Wilhelm een betrekking in de universiteitsbibliotheek van Kassel, waar de twee zich onder andere bezighielden met het verzamelen en de bestudering van Duitse literatuur.

.

 

 

1812: Kinder- und Hausmärchen

.

Vanaf 1806 legden de broers zich toe op het verzamelen van sprookjes en sagen. Ze vergeleken verschillende varianten van de mondelinge en schriftelijk overgeleverde verhalen en publiceerden de uitkomst in 1812 onder de titel Kinder- und Hausmärchen. Het was een verzameling van 201 sprookjes en 10 kinderlegenden. Om tot dit werk te komen moesten de gebroeders echter een paar keuzes maken.

De volksvertellingen waar zij zich op baseerden waren van oorsprong vaak harde en gruwelijke verhalen. Bijvoorbeeld het verhaal over Roodkapje dat eerder door Charles Perrault (1628-1703) was opgetekend, kende een heel ander karakter dan het verhaal dat wij heden ten dagen kennen.

Zo kwam Roodkapje in deze versie ´naakt in het bed bij de wolf liggen´, werd zij aan het einde van het verhaal ´opgegeten´ en was het moraal van dit verhaal ´dat kleine meisjes moesten oppassen voor wolven`?

 

 

..

.

 

 

Verandering in de aard van sprookjes

 

Tot aan de 19e eeuw waren sprookjes dan ook bedoeld voor volwassenen, maar met de optekening door de gebroeders Grimm verschoof de doelgroep naar kinderen en hun ouders. Tijdens het symposium werd door de sprekers duidelijk gemaakt wat de kern van de sprookjes was: volksvertellingen die meedeinen op de tred van de tijd. Zo pasten de gebroeders Grimm de sprookjes aan de 19e eeuw aan.

De kern elementen die oorspronkelijk de sprookjes sierden: seksualiteit, wreedheid en geweld, werden niet meer geschikt geacht voor tere kinderzieltjes. Zo werd de jaloerse moeder in het sprookje ‘sneeuwwitje’ door de gebroeders Grimm veranderd in een ‘stiefmoeder’, waardoor het sprookje acceptabel werd voor een breder publiek, en werd Roodkapje aan het einde van dit sprookje gered.

 

.

Roodkapje

.

.

 

Late jaren gebroeders Grimm

 

Nadat de gebroeders de Hausmärchen hadden geschreven, begonnen zij aan het opstellen van Das Deutsche Wörterbuch, een project dat pas in 1961 voltooid werd. In 1822 ontdekte Jacob de ‘Wet van Grimm’, die betrekking heeft op de eerste klankverschuiving die het Germaans onderscheid van de Proto-Indo-Europese taal.

Vanwege zijn grote rol in de bestudering van de oorsprong van de Germaanse taal en cultuur raakte Jacob verder ook betrokken bij het politieke proces van de Duitse eenwording. Zo kreeg hij in 1848 zitting in het revolutionaire Frankfurter Parlement, dat tevergeefs probeerde van Duitsland een eenheidsstaat te maken.

Wilhelm Grimm overleed op 16 december 1859, Jacob op 20 september 1863. Tegenwoordig zijn de gebroeders Grimm, naast hun politieke en taalkundige verdiensten, met name bekend door hun sprookjesboek dat zij in hun jonge jaren uitgaven.

 

 

.

.

.

 

Sprookjes van Grimm in Nederland

 

De gebroeders Grimm maakten de sprookjes dus toegankelijk voor een breder publiek. In de afgelopen 200 jaar zijn echter ook de sprookjes van Grimm sterk geëvolueerd. In de verschillende edities van Kinder- und Hausmärchen kwamen in de loop van de tijd verschillende verhalen te vervallen en werden andere verhalen toegevoegd en soms ook aangepast.

De sprookjes van Grimm verschenen in 1820 voor het eerst in Nederland onder de titel Sprookjes-Boek voor Kinderen. “Opvallend is dat de vertaalde sprookjes aanvankelijk niet succesvol waren in Nederland en dat het boek zelfs op weerstand stuitte”, vertelde literatuurwetenschapper Vanessa Joosen.

“In 1820, toen de eerste vertaling verscheen, bestond in Nederland geen sterke romantische traditie en volksliteratuur vond men nog niet interessant.” Kinderen in Nederland moesten met name ‘nuttige literatuur’ lezen over de werkelijkheid, en de toch nog gruwelijke sprookjes, die zich afspeelden in de fantasiewereld, pasten niet in dit opvoedingsbeeld.

 

.

.

.

 

Roodkapje

 

.

.

Opleving van sprookjes aan het einde van de 19e eeuw

 

De sprookjes die voor deze eerste Nederlandse uitgave waren geselecteerd bevatten van de moderne populaire sprookjes als Roodkapje, Sneeuwwitje en de Kikkerkoning, slechts één variant. Aan deze romantische vertellingen werd voorbijgegaan ten gunste van tegenwoordig minder populaire en harde verhalen, en de vertaling was slecht, waardoor de sprookjes lange tijd geen populariteit in Nederland genoten.

Hier kwam pas verandering in nadat er een bundel van Hans Christian Andersen in Nederland werd gepubliceerd, die volgens Joosen ‘minder grove en boerse vertellingen en juist meer romantische sprookjes dan de eerste Nederlandse publicatie van Grimm bevatte’. Een nieuwe bundel van de gebroeders Grimm werd uitgebracht en eind 19e eeuw kenden de sprookjes ook in Nederland een opleving.

 

 

.

.

 

Sprookjes begin 20e eeuw

 

Sprookjes maakten in de eerste helft van de 20e eeuw een ware revolutie door, onder andere in de eerste film van Disney in 1937: Snow White and the seven dwarfs, waarin de dwergen voor het eerst namen kregen en Sneeuwwitje de rol als moeder en huisvrouw op zich nam. In Nederland wordt de opleving van sprookjes nog het beste verbeeld in de totstandkoming van de Efteling.

In de jaren ’30 van de 20e eeuw werd ten zuiden van Kaatsheuvel een sportpark aangelegd. In 1950 richtten de burgemeester van gemeente Loon op Zand, kunstenaar Anton Pieck en cineast Peter Reijnders de Stichting Natuurpark de Efteling op. Anton Pieck tekende de ontwerpen en Peter Reijnders bracht deze technisch tot leven. De doelgroep van deze verbeelding van de sprookjes werd eens te meer ‘het kind en de ouder’.

 

.

Anton Pieck

 

 

 

Disney : Snow White and the seven dwarfs

.

.

 

Sprookjes in de Efteling

 

De Efteling opende haar deuren op 31 mei 1952, destijds als speeltuin met een Sprookjestuin. Bij de opening waren er tien sprookjes te vinden, waaronder het Kasteel van Doornroosje, Langnek, de Put van Vrouw Holle, de grot van Sneeuwwitje en de Kikkerkoning. Al snel kwamen daar nieuwe sprookjes bij, zoals Hans en Grietje (1955) en Roodkapje (1960).

Sinds de oprichting heeft de Efteling tal van sprookjes in kleur, klank en beweging een plekje in het park gegeven. Inmiddels staan 15 sprookjes van de gebroeders Grimm uitgebeeld in het Sprookjesbos van de 28 verbeeldde sprookjes.

 

 

De Efteling in Kaatsheuvel

.

.

 

Roodkapje in de Efteling

.

.

.

21e eeuw: de prinses weet wat ze wil

 

Vanessa Joosen is van mening dat de sprookjes in de loop van de 20e eeuw steeds meer verkleuterden om de tere kinderzieltjes te sparen. Wat uit deze dag in ieder geval duidelijk werd is dat sprookjes een spiegel zijn van de moderne maatschappij, verweven in de eeuwenoude verhalen. In de 21e eeuw kenden de sprookjes opnieuw een opleving.

Deze keer in het grote aantal speelfilms en series met het sprookje als uitgangspunt. Voorbeelden hiervan zijn: Red riding hood, Snowwhite and the Huntsman, Mirror Mirror, Shrek, Ever After, Tangled (Rapunzel) en Hansel and Gretel: Witch Hunters.

Theo Meder, onderzoeker bij het Meertens Instituut, beargumenteerde dat ‘de oude motieven van ‘seksualiteit en geweld’ die in de 18e eeuw nog verweven zaten in de sprookjes nu weer terug zijn gekomen’. Sprookjes worden hierdoor weer aanlokkelijk voor jongvolwassenen.

Daarnaast ziet hij de moderne maatschappij doorschemeren in een nieuw fenomeen: de prinses als daadkrachtig en heldhaftig personage, die goed voor zichzelf kan zorgen.

.

.

Grimm sprookjes – Efteling

.

 

..

200 jaar Grimm

.

De sprookjes van Grimm behoren inmiddels tot het werelderfgoed en zijn in meer dan 170 talen vertaald. Ter gelegenheid van de belangrijke rol van de gebroeders Grimm werd op 14 maart 2013 een beeldje van Jacob en Wilhelm Grimm in het sprookjesbos onthuld. “Als symbolische ode aan de inspanning die de Efteling al 60 jaar aan de dag legt om het cultuurerfgoed sprookjes levend te houden”.

De sculptuur is een blijk van waardering van de Deutsche Grimmgesellschaft, een internationale, wetenschappelijke vereniging die de nalatenschap van de gebroeders Grimm beheert, en is mede mogelijk gemaakt door de steun van Grimm Heimat NordHessen.

.

 

onthullingsbeeldje

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Boodschap 166 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

 

de-levensboom

 

 

Entiteiten roepen een ziel om ze naar haar verdiende, positieve bestemming over te brengen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

VOOR ONGELOVIGEN EINDIGT HET LEVEN

NA DE DOOD.

 

ZE ZWEREN BIJ DE TASTBARE ZINTUIGEN 

 

EN KUNNEN ZICH HET ONZICHTBARE

NIET VOORSTELLEN.

 

DAAROM ERVAREN ZE, NET VOOR DE DOOD,

EEN GROTE ANGST

 

ALS ZE DE AANWEZIGHEID VOELEN

VAN ENTITEITEN DIE HEN

 

NAAR HUN VERDIENDE PLEK MOETEN

OVERBRENGEN

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Krachtige aanbiddingen tot Maria : deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Van John Astria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

“Maria, mijn Hemelse Meesteres, ik wil voor U leven en sterven. Moge Uw Wil voor altijd mijn enige wet zijn.”

.

“Maria, vlekkeloze Meesteres over alle bekoringen, wees mijn kracht.”

.

“Maria, machtige Meesteres van de Voorzienigheid, heers in de dwalende zielen.”

.

“Maria, allermachtigste Meesteres van alle zielen, moge elke verblinde of verdwaalde ziel haar eigen vrije wil aan U afstaan als voedsel voor de verwezenlijking en voltooiing van Gods Heilsplan voor de mensheid”

.

“Engelen van God, laat de macht van Uw Meesteres schitteren”

.

“Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik doe dit uit Liefde voor U, en in naam van alle zielen van alle tijden”

.

“Geprezen zij de almacht van Jezus Christus, van Zijn Kruis van Verlossing, en van Maria, de Koningin en Meesteres van al het geschapene”

.

“Maria, machtige Meesteres van alle zielen, de hele mensheid smeekt U om Genaden”

.

“Maria, machtige Meesteres van al het geschapene, bevrucht mij met Uw geest van nederigheid, opdat ik Gods Glorie moge verheerlijken in mijn hele wezen, in al mijn doen en laten, in al mijn woorden en gedachten”

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Waarover gaat Psalm 78?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Psalm 78

 

 

Inleiding

 

Net als psalm 105 en psalm 106 is psalm 78 een historische psalm. De dichter spreekt over de wonderen in Egypte en in de woestijn tot aan Israëls verlossing. Doel van de psalm is op te wekken tot vertrouwen op God en het bewaren van zijn geboden. De dichter wil met zijn lied niet alleen een onderwijzing meegeven, maar ook hoop geven voor de toekomst, op grond van het nieuwe begin, waarmee de psalm eindigt.

 

 

 

 

 

 

 

Literaire kenmerken

 

De psalmdichter maakt gebruik van oude tradities binnen het volk Israël die met name in verhalende vorm bekend zijn. In de weergave van deze oude tradities lijkt de dichter de werkwoordsvormen van het proza toe te passen. Tegelijk voorziet hij deze tradities van zijn eigen commentaar, waarbij hij meer dichterlijke vormen gebruikt. Niet altijd is duidelijk wanneer de dichter tradities doorgeeft en wanneer hij zijn eigen commentaar naar voren brengt.

De psalm bestaat uit een korte inleiding ( deel 1) gevolgd door zes delen, waarvan er drie ( deel 2,3 en 7) inzetten met een ‘positief’ handelen van de Here God ten opzichte van Israël en drie met een ‘ negatieve’ reactie van de mensen die daarbij betrokken zijn (deel 4, 5 en 6). Vanwege de lengte van deze psalm zal hij per deel worden besproken in plaats van per vers.

 

 

 

Datering

 

De psalm kan worden gedateerd na de bouw van de tempel, op grond van vers 69. Over de precieze datering van deze psalm wordt verschillend gedacht. Sommige uitleggers gaan ervan uit dat de psalm inderdaad door Asaf is geschreven. In dat geval is de psalm kort na de tempelbouw ontstaan. Anderen menen dat de psalm van later datum is, uit de tijd na de ballingschap.

 

 

 

Commentaar

 

[1-4] 

De dichter richt zich tot een breed publiek, hij spreekt tot het hele volk. Men moet de berichten over het handelen van de Here God doorgeven aan het nageslacht, zodat de kennis daarover blijft bestaan. Dit doet denken aan de opdracht die God geeft in Exodus 10:2 en Exodus 13:14. De dichter noemt zijn psalm een ‘spreuk’, een ‘leerdicht’. Het belangrijkste onderwerp zijn de wonderen die de Heer verricht heeft. De dichter bezingt zijn grootheid.

 

 

 

[ 5-11]

De dichter verwijst naar het initiatief van God om een relatie aan te gaan met het volk waaraan de namen ‘Jakob’ en ‘Israël’ verbonden zijn. Het is belangrijk dat Gods betrokkenheid met het volk wordt doorgegeven aan de volgende generatie, zodat zij niet worden zoals hun vaders: opstandig, weerspannig, onbetrouwbaar. In vers 9-11 noemt de dichter hier een voorbeeld van: de Efraïmieten bleven in gebreke ten dage van de strijd. Dit is ontrouw jegens de Here en Zijn verbond. De verwerping van Efraïm komt later in deze psalm nog ter sprake (vs. 60,67).

 

 

 

[12-29]

De dichter onderstreept dat de ‘ vaderen’ Gods wonderen wel moesten zien, het kon ze niet ontgaan. De plaats Soan ligt in Egypte, in het uiterste Noordoosten van de delta van de Nijl. Opvallend is dat de Here God enerzijds het water in bedwang hield (vers 13) en anderzijds het water juist deed stromen, in de woestijn. (vers 15-16). Vervolgens beschrijft de dichter de reactie van de Israëlieten: ze vragen om nog meer voedsel: brood en vlees. Ze vertrouwen God niet en stellen Hem op de proef. Ze vragen zich af of God wel in staat zou zijn om hen ‘brood en vlees te kunnen geven’. (vs. 20) Deze vragen roepen Gods boosheid op. Eerst komt Hij aan hun wensen tegemoet, maar daarna straft Hij hen. Duidelijk is dat de dichter zich in deze psalm niet houdt aan de chronologische volgorde. Het zenden van de kwakkels en het manna (Exodus 16) gaat vooraf aan het waterwonder van Exodus 17. Het manna wordt ‘engelenbrood’ genoemd. Met deze uitdrukking wil de dichter het wonderlijke karakter van het manna accentueren. Het is brood dat bedoeld is voor hemelbewoners.

 

 

 

[30-41]

In dit deel van de psalm staat de relatie tussen God en Zijn volk centraal. In vers 30 en 31 wordt verteld dat de Here een slachting onder het volk aanrichtte. De meeste uitleggers denken dat de dichter hier verwijst naar Numeri 11:33-35. Het volk bekeert zich, maar valt opnieuw in zonde. Hun bekering is niet echt: hun hart was niet aan God gehecht. (vs. 37) Tegenover de ontrouw van het volk, staat de barmhartigheid en vergevingsgezindheid van God.

 

 

 

[42-55]

De dichter geeft een opsomming van de tekenen die God in Egypte deed. In tegenstelling tot wat in vers 38 staat, brengt God nu Zijn toorn tot uitdrukking, wat leidt tot dood en vernietiging. Zijn volk blijft Hij echter leiden en brengt hen tot Zijn ‘heilig gebied’, het land rondom de tempel te Jeruzalem. De dichter veroorlooft zich een grote mate van vrijheid: van de tien plagen uit Egypte laat hij er vier weg. Bij de door hem genoemde zes volgt hij een eigen orde. Met de ‘tenten van Cham’ worden de Egyptenaren bedoeld, die van Cham afstammen. (zie Gen. 10:6)

 

 

 

[56-64]

Het volk volhardt echter in de ontrouw van hun vaders. Ze dienen andere goden en vergeten de Here God. De ‘hoogten’ zijn de in het land verspreide offerplaatsen, vaak van Kanäanitische oorsprong. Daarom straft God hen, het heiligdom te Silo gaat ten onder. In 1 Samuel 5 wordt dit heiligdom uitgebreid beschreven. Het lijkt erop dat er een einde is gekomen aan de relatie tussen God en Zijn volk. (vs. 62 e.v.) Over de verwerping van Silo wordt ook gesproken in Jeremia 7: 12, 14.

 

 

 

 

[65-72]

In dit laatste deel beschrijft de dichter dat dit niet het geval is. God komt opnieuw in actie en verslaat zijn tegenstanders. God verwerpt de stammen Jozef en Efraïm. Waarschijnlijk speelt hier op de achtergrond de spanning tussen het Zuiden (Juda) en het Noorden van Israël (waarvan de stam Efraïm de belangrijkste is) een rol.
De dichter beschouwt het optreden van David als een nieuw initiatief van de kant van de Here God, dat perspectieven opent voor de toekomst van heel het volk Israël.

 

 

 

 

 

 

Psalm 78

1 Een lied van Asaf, om iets van te leren.

Luister, mijn volk, naar wat ik jullie leer.
Luister naar mijn woorden.
2 Ik wil jullie vertellen over het verleden.
Ik wil jullie laten weten welke wijsheid daarin verborgen is.
3 We hebben de verhalen gehoord van onze vaders.
Zij hebben ons alles verteld.
4 Nu moeten wij het ook aan onze kinderen vertellen.
We moeten hun laten weten
welke geweldige dingen de Heer heeft gedaan.
We zullen hun vertellen over zijn kracht en zijn wonderen.

5 Hij sloot een verbond met het volk van Jakob.
Hij gaf het volk Israël een wet.
Onze voorvaders moesten die wet aan hun kinderen leren
en hun vertellen wat God had gedaan.
6 Zo zouden ook zij zijn wet kennen
en weten wat Hij heeft gedaan.
En ook zij moesten het weer vertellen aan hún kinderen.
7 Zo zouden ze leren om op de Heer te vertrouwen.
Zo zouden ze niet vergeten wat God had gedaan
en ze zouden zich aan zijn wetten houden.
8 Zo zouden ze niet hetzelfde doen als hun voorouders,
die aldoor koppig en ongehoorzaam waren.
Zij waren nooit lang trouw aan God.
9 Want toen er oorlog kwam,
kwam Israël niet opdagen,
ook al waren ze goed bewapend.
10 Ze hielden zich niet aan Gods verbond.
Ze weigerden zich aan zijn wetten te houden.
11 Ze vergaten wat Hij had gedaan,
vergaten de wonderen die Hij hun had laten zien.

12 Want Hij had wonderen gedaan
voor hun voorouders in Egypte.
13 Hij spleet de zee in tweeën en leidde hen er doorheen.
Hij hield het water tegen zodat het als een muur bleef staan.
14 Overdag leidde Hij hen met een wolk,
’s nachts met grote vuurvlam.
15 Hij spleet rotsen in de woestijn
zodat er water uit stroomde en ze konden drinken.
16 Hij liet een beek ontstaan uit de rots:
water stroomde als een rivier.

17 Toch werden ze Hem weer ongehoorzaam.
Daar in de woestijn waren ze koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze maakten Hem boos.
18 Ze daagden Hem uit
door om eten te vragen.
19 Ze zeiden:
“Kan God soms eten geven in de woestijn?
20 Toen Hij op de rots sloeg, stroomde er water uit.
Maar kan Hij ook zorgen voor brood en vlees voor zijn volk?”
21 Toen de Heer dat hoorde, werd Hij vreselijk boos.
Hij werd woedend op het volk van Jakob.
22 Want ze geloofden Hem niet.
Ze vertrouwden er niet op dat Hij hen wilde redden.
23 Toch gaf Hij de wolken een bevel.
Hij opende de deuren van de hemel.
24 Toen regende het manna! ‘Manna’ betekent: ‘Wat is dat nou toch?’ Lees Exodus 16.
Hij gaf hun hemels graan.
25 Zo aten ze engelenbrood.
Ze konden eten zoveel als ze wilden.
26 Hij zorgde ervoor dat er een oostenwind ging waaien.
Ook zorgde Hij voor een sterke zuidenwind.
27 De wind bracht vogels mee,
zo ontelbaar als het zand langs de zee.
28 Het regende vogels in het kamp,
rondom hun tenten.
29 Ze aten zoveel ze wilden.
Hij gaf hun waar ze om hadden gevraagd.
30 Nog tijdens het eten
– ze hadden het eten nog in hun mond –
31 werd God vreselijke boos op hen
omdat ze zich vol zaten te schrokken.
Hij doodde veel van de jonge mannen.

32 Toch bleven ze Hem ongehoorzaam.
Ze vertrouwden niet op zijn wonderen.
33 Toen maakte Hij hun leven zinloos.
Hun leven werd één en al ellende, jarenlang.
34 Steeds als Hij een aantal van hen doodde,
kwam het volk weer bij Hem terug
en wilden ze God weer dienen.
35 Dan wisten ze weer
dat God de rots onder hun voeten was,
dat Hij de Allerhoogste God was,
de enige die hen kon redden.
36 Maar ze bedrogen Hem.
Ze beloofden Hem dingen die ze niet meenden.
37 Ze hielden niet echt van Hem.
Ze waren niet trouw aan zijn verbond.
38 Maar omdat Hij medelijden met hen had,
vergaf Hij hun steeds hun ongehoorzaamheid
en vernietigde Hij hen niet.
Elke keer hield Hij zich in.
39 Hij dacht er aan dat ze maar mensen waren,
een zuchtje wind dat langswaait en nooit meer terugkomt.

40 Wat waren ze Hem toch vaak ongehoorzaam!
Steeds weer deden ze Hem verdriet daar in de woestijn.
41 Steeds weer daagden ze God uit.
Steeds weer dachten ze dat Hij hen niet zou kunnen redden.
42 Ze vergaten zijn macht.
Ze vergaten hoe Hij hen had gered van hun vijand Egypte.
43 Ze vergaten de wonderen
die Hij in Egypte had gedaan.
44 Daar had Hij het Nijlwater veranderd in bloed.
En niet alleen de Nijl, maar ook de andere rivieren.
Niemand kon het water nog drinken.
45 Hij had allerlei ongedierte laten komen dat hen verslond.
Daarna kikkers die hun het leven onmogelijk maakten.
46 Hij liet sprinkhanen komen
die de planten en de oogst op-aten.
47 Met hagel en ijzel
vernielde Hij de wijnstruiken en vijgenbomen.
48 Hij doodde hun vee door de hagel,
hun kudden door de bliksem.
49 Woedend was Hij.
Hij strafte Egypte met een leger doods-engelen.
50 Hij strafte hen zwaar. Hij ontzag niets en niemand.
Hij liet hun dieren door de pest doden.
51 Ook doodde Hij alle oudste zonen in Egypte,
alle eerstgeboren mannen in de huizen van Cham. Cham was één van de zonen van Noach. Hij was de voorvader van het volk van Egypte.
52 Maar zijn eigen volk nam Hij mee,
zoals een herder zijn schapen meeneemt.
Hij leidde zijn kudde door de woestijn.
53 Bij Hem waren ze veilig.
Ze hoefden nergens bang voor te zijn.
Want hun vijanden waren verdronken in de zee.
54 Hij bracht hen naar zijn eigen gebied,
naar de berg die zijn eigendom was.
55 Hij joeg de volken voor hen weg.
Hij gaf het gebied van die volken aan zijn eigen volk.
Het werd hun eigendom, hun eigen land.

56 Maar ze daagden God weer uit.
Ze waren koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze hielden zich niet aan zijn bevelen.
57 Net als hun voorouders waren ze ontrouw aan Hem.
Ze gingen de verkeerde kant op,
zoals kromme pijlen uit een slechte boog.
58 Ze maakten Hem kwaad met hun altaren voor de afgoden.
Ze maakten Hem jaloers met hun godenbeelden.
59 God zag hoe ontrouw ze waren.
In zijn woede liet Hij Israël in de steek.
60 Hij verliet zijn heiligdom in Silo, De kist van het verbond van God was als buit meegenomen door de Filistijnen. Lees 1 Samuel 4.
de plaats waar Hij bij de mensen woonde.
61 Hij liet de kist van zijn verbond
– de plaats waar Hij woonde –
door de vijanden meenemen als buit.
62 Hij liet zijn volk door de vijand doden,
omdat Hij vreselijk boos op hen was.
63 De jonge mannen werden gedood.
De meisjes hadden niemand meer om mee te trouwen.
64 De priesters werden vermoord.
De weduwen hadden geen tranen meer over.

65 Toen werd de Heer wakker,
zoals iemand die diep heeft geslapen,
zoals een held die overmoedig roept door de wijn.
66 En Hij doodde zijn vijanden terwijl ze vluchtten.
Hij versloeg hen volkomen.

67 Hij koos niet voor de stam van Jozef.
Hij wilde niet meer wonen bij de stam van Efraïm. Vóórdat de kist van het verbond door de Filistijnen werd veroverd, stond hij in Silo, in het gebied van de stam van Efraïm.
68 Maar Hij koos de berg Sion uit
in het gebied van de stam van Juda,
de berg Sion waar Hij zoveel van houdt.
69 Daar bouwde Hij zijn heiligdom,
indrukwekkend als de hoogste bergen,
stevig en vast als de aarde.
70 En Hij koos zijn dienaar David uit.
Hij haalde hem weg bij de schapen.
71 David zou niet langer voor de schapen zorgen,
maar voor Gods eigen volk, het volk van Jakob.
72 David was een goede herder.
Hij leidde het volk rechtvaardig en wijs.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Zonen van Belial en een juk van dienen

Standaard

categorie : religie

 

 

Zonen van Belial

.

Opgroeien zonder Gods juk

 

We lezen in 1 Samuël 2:12 dat de zonen van Eli de Eeuwige niet kenden en dat zij zonen van Belial (nietswaardige lieden) waren. Het woord ‘kennen’ kan ook betekenen ‘erkennen’ of ‘rekening houden met’. Deze mannen hadden geen relatie met God en leefden alsof Hij niet bestond. Het Hebreeuwse woord Belial betekent letterlijk ‘zonder juk’ of ‘zonder iets boven je’. Het is een uitdrukking die wordt gebruikt om iets te benoemen dat volkomen slecht, nutteloos of waardeloos is. ‘Zonen van Belial’ kan ook worden vertaald met ‘de zonen van een wetteloze’. Dit slaat dan op hun vader Eli, die zijn zonen had opgevoed zonder (het ‘juk’ van) Gods wet.

 

 

 

Kenmerken van zonen van Belial

 

Een ‘zoon van Belial’ is een tegenhanger van een ‘koningskind’. Paulus zegt in 2 Corinthe 6:15 dat Christus niets gemeen heeft met Belial. De Bijbel leert ons dat we niet naar dingen van Belial moeten luisteren of kijken, maar dat we deze dingen moeten haten.

Psalmen 101:3 Ik zal geen Belialsstuk ( schandelijke dingen) voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.

Iemand die bederiegelijke taal spreekt, onheil sticht of kwaad opgraaft, wordt een Belialsman genoemd.

Spreuken 6:12 Een Belialsman (nietsnut), een onheilstichter is hij, die met bedrieglijke mond rondgaat,

Spreuken 16:27 Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.

 

We moeten ons heel ver van deze mensen houden:

2 Thessalonica 3:6 “Maar wij bevelen u, broeders, in de naam van de Here Jezus Christus, dat gij u onttrekt aan elke broeder, die zich ongeregeld gedraagt, in strijd met de overlevering, die gij van ons ontvangen hebt.”

 

 

Zonen van Belial

 

 

 

Een juk van dienen

 

Een juk is in de Bijbel een metafoor voor dienen. Dat dienen kan in negatieve zin zijn, wanneer iemand arbeid verricht als een slaaf. In positieve zin betekent het meewerken door te helpen en te dienen. In Klaagliederen 3:27 staat dat het goed is wanneer iemand in zijn jeugd een juk draagt. Een kind hoort namelijk in zijn jeugd te leren om anderen te dienen en te helpen. Op dezelfde wijze mogen ze leren wat het betekent om God te dienen.

Wanneer ze dat jong leren, hebben ze daar later veel aan. In Spreuken 22:6 staat: Oefen de knaap in het begin van zijn levensweg, dan zal hij, ook wanneer hij oud wordt, er niet van afwijken. De zonen van Eli hadden dit blijkbaar niet geleerd. Zij dachten alleen maar aan zichzelf en stalen het vlees dat mensen kwamen offeren. Zij waren ‘zonen zonder juk’, oftewel ‘zonen van Belial’.

 

.

Een juk van de Tora

 

Joden beschouwen de Tora, het Woord van God, als een juk. Daarbij moeten we niet meteen aan iets negatiefs denken. Zoals twee ossen door middel van een juk aan elkaar werden verbonden om samen een ploeg te kunnen trekken, verbindt de Tora ons aan God, zodat wij samen met Hem in Zijn koninkrijk kunnen regeren.
In de tijd van Jezus was het heel normaal dat een rabbijn een leerling riep om Hem te volgen. De rabbijn vroeg dan: “wil je mijn juk op je nemen”? Het was een grote eer in die tijd wanneer je door een rabbijn werd gevraagd om Hem te volgen.

En het opnemen van zijn juk betekende dat je precies ging doen wat de rabbijn zelf ook deed. Op dezelfde wijze was het een grote eer voor de discipelen toen zij door Rabbi Jesjoea (Jezus) werden gevraagd om van Hem te leren en Zijn juk daarbij op te nemen. Bovendien voegde de Here Jezus daaraan toe dat zijn juk zacht was en Zijn last licht (Mattheüs 11:28-30). Veel rabbijnen legden de mensen namelijk een zwaar juk op van allerlei menselijke wetten en regeltjes. Iets soortgelijks gebeurde in de gemeente van de Galaten (Galaten 5:1).

 

 

Proeven van Gods dingen

 

De Bijbel leert ons dat kinderen met Gods Woord vertrouwd moeten raken. Dat is voor een jong iemand niet altijd eenvoudig. Maar we moeten daarbij goed begrijpen dat een juk dragen betekent dat je iets samen met een ander doet. Een last kan misschien wel eens zwaar zijn, maar je draagt een juk met iemand anders. Iemand die jou meeneemt en die jou dingen leert. Volgens de Bijbel is dat de taak van de vader. Een vader hoort zijn kinderen mee te nemen en in te wijden in de dingen van God. Hierdoor ontstaat er een diepe band.

Van nature hebben kinderen al een band met de moeder. Ze hebben niet alleen negen maanden lang aan de navelstreng vastgezeten, maar er is ook een sterke geestelijke navelstreng tussen moeder en kind. Deze band heeft een kind niet van nature met de vader. Volgens de Bijbel en het Joodse denken is het rolmodel van een vader dan ook van zeer groot belang. Hij moet zijn kinderen meenemen en hen leren onderscheiden wat goed en fout is. Hij moet hen vooral de goede dingen laten proeven.

Het Hebreeuwse woord voor onderwijs is ‘chinoech’. Chinoech komt van een werkwoord dat onder andere wijden, zalven en inwijden betekent, maar ook proeven of smaken. Wanneer Joodse kinderen een eigen Bijbel krijgen, dan wordt boven op het kaft wat honing gesmeerd. De kinderen moeten daaraan likken om zo te ontdekken dat Gods woord als honing is, zoals er in Psalm 19:7-11 staat:

7  De Tora(instructie) des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.
8 De bevelen des Heren zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des Heren is louter, het verlicht de ogen (laat de ogen stralen).
9 De vreze des Heren is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des Heren zijn waarheid, altegader rechtvaardig.
10 Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja dan honigzeem uit de raat.
11 Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning.

In Spreuken 24:13 staat:

“Eet honig, mijn zoon! want hij is goed, en honigzeem is zoet voor uw gehemelte”. Dit is geen voedingsvoorschrift, zoals vaak wordt gedacht, maar een oproep om Gods wijsheid te leren kennen (zie vers 14).

Doordat kinderen het Woord van God leren te associëren met honing, worden zij zich bewust van het goede van Gods Woord en Zijn geboden.

 

 

 

 

 

 

Het Sjema

 

Joden belijden dagelijks het Sjema Jisraeel (= Hoor Israël). Dat is het Bijbelgedeelte Deuteronomium 6:4-9;

4 Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is een!
5 Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
6 Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,
7 gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neder ligt en wanneer gij opstaat.
8 Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn,
9 en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.

Door dit gedeelte dagelijks hardop uit te spreken worden Joden er voortdurend aan herinnerd welke opdracht God hen heeft gegeven. In dit gedeelte staat de opdracht om voortdurend met je kinderen te spreken over het dienen van God. Het moet hen worden ingeprent, door erover te spreken terwijl je onderweg bent, wanneer je gaat slapen en wanneer je opstaat.

Het Hebreeuws gebruikt hier niet het gangbare woord voor kinderen, ‘jeladiem’, maar het woord ‘baniem’ (het meervoud van ‘ben’) dat de zonen betekent. Het Hebreeuwse woord zoon (ben) en dochter (bat) komen van het Hebreeuwse werkwoord bouwen. Een zoon is iemand die uit jou wordt gebouwd. Dat hoeft niet per se een fysiek kind te zijn.

De opdracht in Deuteronomium 6 is namelijk niet alleen voor iemands fysieke kinderen, maar ook voor iemands leerlingen of volgelingen. Dat houdt in dat deze boodschap evenzeer voor alleengaanden en kinderloze paren is, als voor mensen met eigen kinderen en adoptie- of pleegouders.

 

 

 

Groepsdenken

 

Het is bovendien belangrijk om te begrijpen dat de Bijbel mensen niet alleen als een individu ziet, maar ook als een onderdeel van een groep, een familie of een stam. In veel delen van Afrika is dit nog steeds zo. Wanneer iemand daar over ‘zijn kinderen’ spreekt, dan hoeven dat niet per se zijn eigen kinderen te zijn, maar het kunnen net zo goed de kinderen van zijn broer of zuster zijn of andere kinderen binnen de stam. Het is geen uitzondering wanneer kinderen hun oom of tante vader of moeder noemen.

In de westerse beschaving zijn we deze manier van denken vrijwel geheel kwijtgeraakt. We zijn zeer individu- alistisch en beseffen vaak veel te weinig dat we ergens een onderdeel van zijn. Ook als gemeente zijn we dat denken kwijtgeraakt. Jezus leerde om ‘onze Vader’ te bidden om met dat woordje ‘onze’ tot uitdrukking te brengen dat we niet solitair leven, maar dat we een onderdeel zijn van een groter geheel.

Bijbels gezien zijn wij daarom als volwassenen verantwoordelijk voor de kinderen in onze familie en onze gemeente. Het zijn allemaal ‘onze’ kinderen. En we hebben allemaal de verantwoording om hen het goede en het zoete van Gods Woord en Zijn instellingen te laten proeven.

Wanneer we de kinderen in onze gemeenten laten proeven van het goede en hen Gods instellingen onderwijzen en hen leren om te dienen, dan zullen ze niet snel verworden tot nietswaardige Belialszonen. Als ouders en opvoeders mogen we ze naar de Here Jezus brengen. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht en Hij geeft waarlijke rust voor de ziel.

 

 

Torah

 

.

 

Wat is de Tora?

 

Tora / Torah / Thora

 

(תורה)Aanduiding voor de 5 boeken (of de wet) van Mozes. Letterlijk betekent Tora instructie. Tora is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord ‘jarah’ dat o.a. betekent: een doel raken, onderwijzen, maar ook regenen (Hosea 6:3). Het is een antoniem (tegenstelling) van het Hebreeuwse werkwoord ‘doel missen’ oftewel ‘zondigen’.

 

 

Het woord Tora heeft een aantal verschillende betekenissen:

  1. Instructie, onderwijzing (spreuken 3:1).
  2. Een aanduiding voor de 5 boeken van Mozes, de Pentateuch. (Meestal vertaald met ‘Wet’ of ‘de Wet van Mozes’, zoals in Mattheüs 11:13: “al de Profeten en de Wet (= de Pentateuch) hebben geprofeteerd tot Johannes toe”.
  3. Soms een aanduiding voor het boek Deuteronomium (het boek der wet).
  4. Een boekrol met de 5 boeken van Mozes (sefer Tora).
  5. Het hele Eerste/Oude Testament (door Joden Tenach genoemd).
  6. De wet van Christus (1 Cor. 9:21, Gal. 6:2, Joh. 13:34,35)

Naast de geschreven Tora kennen Joden de mondelinge Tora. Dat zijn de lessen en instructies die van vader op zoon zijn doorgegeven en die na de verwoesting van de tempel op schrift zijn gesteld in o.a. de Misjna.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget