Dagelijks archief: april 17, 2019

Pre-flood world technology that destroys evolution / Pre-vloed wereld technologie die evolutie vernietigt

Standaard

Category / categorie: video

 

 

 

 

Pre-flood world technology that destroys evolution

 

Pre-vloed wereld technologie die evolutie vernietigt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Advertenties

Zwangere vrouwen moeten extra jodium slikken

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Zwangere vrouwen moeten extra jodium slikken

.

 

.
.
.

Zwangere vrouwen nemen onvoldoende jodium in en dat heeft gevolgen voor de intellectuele ontwikkeling van kinderen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Hoge Gezondheidsraad (HGR).

Jodium is een belangrijk bestanddeel voor het goed functioneren van de schildklier. Jodium is een sporenelement dat van nature in kleine hoeveelheden in het lichaam voorkomt. De schildklier gebruikt dit element als bouwsteen voor de schildklierhormonen die een belangrijke rol spelen in het normaal functioneren van de lichaamscellen en de groei van de organen.

Bij volwassenen regelen deze hormonen ondermeer de hartslag en de bloeddruk. Bij kinderen spelen schildklierhormonen ook een rol bij de groei van botten, spieren, en zenuwweefsel, in het bijzonder het hersenweefsel.

Het meeste jodium krijgen we binnen via melk, brood en vis. Daarom werd in 2009 beslist om het zout voor bakkerijproducten te joderen. Onder meer door deze maatregel is de jodiumstatus van de Belgische bevolking verbeterd en in het bijzonder die van kinderen in de schoolgaande leeftijd (8 tot 12 jaar) die nu voldoende jodium innemen voor een harmonieuze lichamelijke en intellectuele ontwikkeling (100-199 microgram per dag).

 

 

Zwangere vrouwen

.

Bij vrouwen ligt dit gehalte een pak lager. Bij niet zwangere vrouwen ligt de minimale drempel op 100 microgram per dag. Voor zwangere vrouwen is dit 150 microgram. In beide gevallen komt men niet aan deze drempel.

De HGR adviseert daarom dat zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven jodiumsupplementen (dagelijkse aanvullende jodiuminname tussen 150 en 200 µg).

 

 

 

Verder adviseert de HGR dat:

.

• Het programma voor het gebruik van jodium verrijkt zout in bakkerijproducten moet ongewijzigd gehandhaafd blijven (15 mg/kg) met een uitbreiding naar alle bakkerijen en dit op een vrijwillige basis.

• Regelmatig jodiumrijke voedingsmiddelen verbruiken. De enige natuurlijke bron van jodium zijn zeeproducten. Algemeen wordt aanbevolen om 2 tot 3 keer per week zeevis of zeevruchten te eten.

• Indien bij de bereiding van gerechten zout wordt toegevoegd, gejodeerd zout met een matig jodiumgehalte (10 tot 15 mg/kg) gebruiken. Gejodeerd zout moet tegen een competitieve prijs beschikbaar zijn.

• De aanbevelingen inzake het toevoegen van jodium aan gecommercialiseerde voedingsproducten voor pasgeborenen en kinderen moeten correct toegepast worden, zodat de totale jodiuminname overeenstemt met de aanbevelingen voor deze leeftijdsgroepen. Kunstmatige zuigelingenvoeding zou minstens 10 microgram jodium per deciliter moeten bevatten, en zelfs 20 microgram voor prematuren.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Minder eten door kleine hapjes

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Eet je minder als je langzaam eet?

 

 

 

.
.
.
.

Kleine hapjes, af en toe je vork neerleggen, helpt dat echt om minder te eten? Ja, denken onderzoekers uit Engeland, Frankrijk en Nederland in een artikel in The American Journal of Clinical Nutrition. Zij bekeken 22 studies waarin de eetsnelheid werd gemanipuleerd. Hierna werd gekeken in welke situatie mensen het meest aten en of ze daarna nog hongergevoelens hadden.

Uit de analyse bleek dat langzaam eten inderdaad leidt tot een lagere calorie-inname, vergeleken met snel eten. De proefpersonen gaven aan dat ze geen honger meer hebben. Of ze nou snel hebben gegeten, of langzaam en dus minder. Het Nederlandse Voedingscentrum stipt aan dat deze onderzoeken zijn uitgevoerd in een onderzoeksomgeving, dus niet bij de mensen thuis aan de keukentafel.

Dus welke methoden om langzamer te eten echt werken, moet nog beter onderzocht worden. Maar met deze tips kunt u zelf proberen wat voor u werkt:

• Richt uw aandacht op uw eten en niet op de televisie, computer, telefoon of krant.
• Kauw elke hap goed.
• Kies niet voor makkelijk hap-slik-weg-eten, maar kies voor voedingsmiddelen die u goed moet kauwen.
• Gebruik een kleine lepel, dan neemt u kleinere hapjes.
• Eet met stokjes of met uw linkerhand, vooral in het begin gaat dit een stuk langzamer.
• Eet met mes en vork en leg het bestek na elke hap even neer.
• Neem pas de volgende hap als u de vorige hap hebt doorgeslikt.
• Drinken gaat veel sneller dan eten: pas daarom op met dranken met veel calorieën, dit kan heel snel aantikken.

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Yoga: 5 manieren om je houdingen te verbeteren

Standaard

categorie : yoga en meditatie

 

 

 

 

Ieder lichaam is anders en iedereen kan wat anders. Je buurvrouw raakt de grond aan met haar handen terwijl haar knieën gestrekt blijven en jij komt niet verder dan je scheenbenen. Bij Yoga (en elke andere sport) gaat het er niet om dat je net zo goed bent het gaat erom dat je het doet omdat je het leuk vind en het goed voor je lichaam is.

 

 

bidden-tongentaal

 

 

 

Hier zijn mijn vijf tips voor het verbeteren van bijna elke yoga pose 

 

  1. Vind je wortels. Een sterke basis zorgt bijna altijd voor een sterkere en veiligere vorm van elke houding. In staande houdingen betekent dat je je voeten in de vloer drukt voor je stabiliteit. In zittende houdingen zijn het je zitbotten die je  stabiliteit geven. In neerwaartse hond worden je handen en je voeten je wortels.
  2. Langgerekte ruggengraat. Dit is de instructie die ik meer dan elke andere in mijn klassen hoor en met een goede reden. Een lange wervelkolom is goed omdat de poses lichter voelen, je zelfverzekerder bent en het is veiliger.
  3. Focus op je ademhaling. Ja, maar wat betekent dat eigenlijk? Let op de gewaarwordingen in je buik als je inademt en adem (zoals hoe het stijgt en daalt). Wordt bewust van je ademhaling en zorg dat je uitademing twee keer zo lang is als je inademing.
  4. Respecteer de grenzen van je eigen lichaam. Sommige mensen kunnen meer dan anderen kunnen buigen en strekken, buig en strek op je eigen vermogen. Houd van je lichaam en respecteer de grenzen van je eigen lichaam . Je hoeft jezelf niet te vergelijken met je buurman of iemand op tv . Je hoeft niet precies te doen wat de ander doet, doe wat goed voelt voor jouw lichaam.
  5. Ontspan. Maakt niet uit welke pose ik beoefen , ik probeer mijn rust te vinden. Dan neem ik diep adem en probeer tot rust te komen. Een ontspannen lichaam houd een houding beter vol en het gaat ook minder krampachtig

 

De vuistregel is stabiel en comfortabel te blijven in de yoga asana’s. Niet te hard duwen en proberen te overdrijven, doe zo veel als je kunt. Comfortabel en met de stabiliteit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Christian Dior – 2018 – spring – ready to wear

Standaard

Categorie : mode en kledij

Christian Dior – 2018 – spring – ready to wear

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

 

 

 

dr_-edward_bach

.

.

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Univer-siteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegen-stond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werk-zaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahne-mann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”. Door zijn eerde-re werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms ge-maakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de na-tuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke reme-dies. De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Reme-dies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

 

 

 

Jeugd

 

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen gene-zen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te beta-len, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

 

 

 

Studie (1906-1913)

 

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samen-gevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd. Vervolgens behaalde hij in 1913 de uni-versitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

 

 

 

Bach als regulier arts (1913-1918)

 

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die per-soonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aan-wezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield. Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauw-viel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

 

 

 

????????

 

 

 

 

Bach als homeopaat (1918-1930)

 

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als pa-tholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de don-kere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vac-cinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit ver-zwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen mee-droegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homo-eopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden wer-den steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredi-gend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

 

 

 

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

 

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen. Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdek-kingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen.

Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conser-veringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”. Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Enge-land onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, kon-den of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg ver-liet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte. Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezond-heid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”.

Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht bren-gen. Hij zocht plan-ten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven. In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”. De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

 

 

 

setladrome

 

 

 

 

De tweede negentien remedies

 

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor be-doeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus. Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloe-men en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveel-heid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had. Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken van-wege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriende-lijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonnemetho-de.

 

 

 

De laatste maanden

 

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies op-nieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huis-houden”.  Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell. Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Ta-bor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

 

Leven wij in de eindtijd?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 22 : De Alfa en de Omega

Openbaring hoofdstuk 22 : De Alfa en de Omega

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

‘En mort niet, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel. Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is’ (1 Kor.10:10).

.

.

.

Inleiding

 

De hierboven vermelde tekst uit de eerste brief aan de Korinthiërs is duidelijk dat wij in het einde der tijden leven.

 

Er zijn jammer genoeg in de christelijke wereld veel gelovigen die in hun denken lijken op de boze slaaf in de gelijkenis van de goede en boze slaaf en niet geloven dat wij in de eindtijd leven die voorafgaat aan de komst van Christus, en in hun hart zeggen: ‘Mijn heer blijft uit!’ (Mat.24:49).

Er wordt op dat terrein nog weinig onderwezen op scholen, in theologische opleidingen en kerken. In gesprekken met de voorstanders van de idee dat we niet leven in de eindtijd bemerkt men zelfs een zekere afkeer aan de gedachte van een nabije wederkomst van Christus.

Zelfs in Petrus’ tijd waren er al mensen die de komst van de Christus in twijfel trokken.

‘Dit vooral moet u weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is’ (2 Petr.3:3-4).

 

De kennis van Gods Woord in onze tijd is vaak ver zoek en zoals Jezus in zijn dagen tegen de  Sadduceeën zei:

‘Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods’ (Mat.22:29).

 

De Bijbel is echter vol van verwachting naar de komst van Christus. Zelfs  de schepping ziet met reikhalzend verl-angen uit en verlangt naar het openbaar worden der zonen Gods en zucht en is in barensnood. (Rom.8:19,22). Het is te begrijpen dat bijvoorbeeld de ‘vervangingstheologie’ een gezond verstaan van de Schrift veel christenen in de weg staat en dat mens de wederkomst van Christus naar een verre toekomst schuift. Dit komt vooral voor in de RK-kerk en veel protestantse kerken. De vervangingstheologie of het substitutionalisme is de leer dat de Kerk het geestelijk Israël is en daarmee de plaats van Israël heeft ingenomen.

Maar daarmee is de vraag naar Jezus’ wederkomst niet opgelost, hoogstens naar de achtergrond gedrongen. Een ander probleem is het postmoderne denken, waarin ieder zijn eigen gelijk heeft en er geen absolute waarheid meer is. Indirect daarmee staat ook het gezag van Gods Woord ter discussie want veel christenen hebben dat postmoderne denken overgenomen:

‘Ieder zijn eigen waarheid!’

 

 

 

Het getuigenis van de Schrift

 

Het Nieuwe Testament geeft op meerdere plaatsen getuigenis van de spoedige komst van de Heer Jezus. Die verwachting hield niet op nadat de Heer ten hemel was gevaren. Paulus schrijft al in de brief aan de Romeinen:

‘Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij’ (Rom.13:11).

 

En in de brieven aan de Thessalonicenzen schrijft hij er uitvoerig over. Hij verwachtte Jezus’ komst nog tijdens zijn leven wanneer hij schrijft:

‘Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here weze’ (1 Thes.4:15-18).

 

En dat ook Jakobus de Heer verwachtte in zijn de tijd blijkt wel uit het volgende:

‘Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur’ (Jak.5:7-9).

 

Zo zijn er nog veel meer gedeelten uit het Nieuwe Testament te noemen. De apostel Paulus sprak in zijn brieven de verwachting uit dat Jezus spoedig en tijdens zijn leven zou wederkeren (Rom.16:20, 1 Kor.1:7-8, 10:11, 15:51;  Fil 1:10, 4:5; 1 Thes.3:13, 4:15, 4:17, 5:23; 1 Tim.6:14; Hebr.1:1-2, 10:37). Jacobus, Petrus en Johannes waren het met hem eens (Jak.4:5, 5:8; 1 Petr.1:5, 7, 20, 4:7; 1 Joh.2:18, 4:3, 2:28, 3:2).

Dat de Heer nog niet gekomen is en het ‘zie Ik kom spoedig’ nog niet vervuld is geworden heeft te maken met de houding van de christenen en de grote omwenteling die plaatsvond met de komst van Constantijn de Grote in het begin van de vierde eeuw. De verwachting van een spoedige komst van Christus kreeg een bestemming in een verre toekomst.

Echter in het begin van de negentiende eeuw is er weer licht gekomen op het profetische woord en is de komst van de Heer Jezus op de voorgrond gekomen. Momenteel zie je echter ook dat het wachten op Hem velen moe heeft gemaakt en weer in slaap gevallen zijn. Wat voor Christus spoedig is lijkt voor de mens lang omdat God en zijn Zoon tijd anders benaderen. Jezus is nu 2016 jaar geleden gekruisigd en gestorven wat voor de mens zeer lang lijkt! In vergelijking met de eeuwigheid die nog voor ons ligt is dat in de ogen van God zeer spoedig.

 

.

heilige-schrift-0a0b29fe-3cf7-4528-8208-9c33823f3cb3

 

.

 

 

Het getuigenis van de eerste christenen

 

De christenen die leefden in de tijd dat de apostelen nog onder hen waren geloofden in een nabije wederkomst van Jezus. Maar ook daarna vinden we deze verwachting! Het premillennialisme is een visie die gelooft dat Jezus fysiek aanwezig zal zijn bij zijn wederkomst, voordat het duizendjarig vrederijk aanbreekt. Het premillennialisme is grotendeels gebaseerd op een letterlijke uitleg van Openbaring 20:1-6. Deze profetie beschrijft Jezus wederkomst na een periode van geloofsvervolging. Satan is voor duizend jaar geketend in de diepte. Na afloop van de dui-zend jaar zal Satan nog voor korte tijd worden losgelaten. Deze periode zou voorafgaan aan het uiteindelijke laat-ste oordeel en de opstanding der gelovigen.

De eerste kerkvaders geloofden ook in een letterlijke uitleg van Openbaring 20:1-6. Justinus de Martelaar (100 / 114-165) en Ireneüs (140-202) kwamen bekend te staan als de felste uitdragers van dit idee. Met de komst van Constantijn (312) en de daarmee gepaard gaande vervangingstheologie (de kerk heeft de plaats van Israël inge-nomen) en later de geschriften van Augustinus verdween die verwachting totaal.

.

 

 

 

De tekenen der tijden

 

 

1. Israël

 

De Heer Jezus verweet de Farizeeën en de Sadduceeën dat ze het aanzien van de lucht wel wisten te onderschei-den, maar de tekenen der tijden niet (Mat.16:3). Het enige profetische boek van het Nieuwe Testament de Open-baring van Johannes is ons gegeven:

om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden’ (Openb.1:1).

 

Samen met het Oude Testament en gedeelten uit de brieven en boeken van het Nieuwe Testament wordt het ons gegund een blik in de toekomst te kunnen werpen. Eén van die tekenen der tijden is de gedeeltelijke terugkeer van joden naar hun land van herkomst Israël dat in 1948 is ontstaan. Maar niet alleen Israël ook de landen rond-om Israël zijn de vorige eeuw weer ontwaakt en onafhankelijke staten geworden na jarenlange overheersing door het Ottomaanse rijk. Met het oog op die toekomstige gebeurtenissen ‘sprak Hij (Jezus) een gelijkenis tot hen:

Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan’ (Luk.21:29-33).

 

Om Israël kan geen christen heen en wie zijn Bijbel een klein beetje kent weet dat deze terugkeer en ontstaan niet zonder profetische betekenis is. Het ontstaan van de staat Israël in 1948 heeft veel christenen aan het denken gezet en de eschatologie – de Bijbelse theologische leer aangaande de laatste dingen – heeft daardoor weer een plaats gekregen in de dogmatiek. De verovering van oud-Jeruzalem in 1967 gaf het nog een extra impuls.

 

 

 

2. Messias belijdende joden

 

Het ontstaan van de Messias belijdende gelovigen viel samen met de hierboven vermelde  gebeurtenissen. Voor de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er nauwelijks Messias belijdende joden in Israël, vandaag wordt hun aantal boven de tienduizend geschat. Dit is nooit eerder voorgekomen in Israëls geschiedenis sinds haar ontstaan in 1948. De verovering van Jeruzalem in 1967 heeft daar zeker toe bijgedragen. Ook elders in de wereld zijn er ve-le Messias belijdende gemeenten ontstaan. De Bijbel leert dat er in de eindtijd een rest (overblijfsel) in het land aanwezig zal zijn om de Messias te verwelkomen bij zijn komst en wellicht mogen we in de Messias belijdende gelovigen daarvan een voorbode zien.

Na de opname van de Gemeente zal Israël weer als getuigenis van God dienen in deze wereld. Daarvoor is het nodig dat het volk Israël voorbereid wordt op de komst van de Messias; bekering en berouw zal nodig zijn. Wat we nu zien is een volk dat weer woont in het land van hun vaderen maar nog in ongeloof.

‘Ik nu profeteerde zoals mij bevolen was, en zodra ik profeteerde, ontstond er een geruis, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen zoals zij bij elkander behoorden; ik zag toe, en zie, er kwamen spieren op, en vlees, en er trok een huid overheen; maar geest was er nog niet in hen.’ (Ez.37:7-8).

 

 

46946201309191543pal

 

 

 

3. Ontstaan hersteld Romeinse rijk

 

In het boek Daniël vinden we de bekende beschrijving van de vier wereldrijken die in Gods bestuur met deze wereld de plaats van Israël hebben ingenomen:

‘totdat de tijden der volkeren zouden zijn vervuld’ (Luk.21:24).

 

Ná het vierde (Romeinse) rijk zou het rijk van de Messias komen. Uit de geschiedenis weten we dat met de ver-werping van de Messias dit rijk er (nog) niet gekomen is. Voor de komst van het Messiaanse rijk dient er weer een Romeins te zijn. Na de tweede wereldoorlog hebben we dit rijk dan ook gestalte zien krijgen in wat nu de Euro-pese Unie genoemd wordt.

De profetie van Daniël daaromtrent is dan ook veelzeggend:

‘En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem, en de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos zijn. Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Dan.2:41-44).

 

 

De huidige Europese Unie is werkelijk ontstaan door een vrijwillig samengaan – door huwelijksgemeenschap zegt Daniël – van vele landen maar ze vormen geen hechte eenheid, of met de woorden van Daniël: ‘geen samen-hangend geheel’. In het verleden zijn meerdere pogingen ondernomen om door geweld tot een verenigd Europa te komen. In 800 door Karel de Grote, in de negentiende eeuw door Napoleon en in de twintigste eeuw door Hit-ler maar geen van de drie is er in geslaagd. Vandaar dat de huidige Europese Unie een teken is dat we leven in de tijd die voorafgaat aan de komst van de Messias :

‘Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid, juist zoals gij gezien hebt, dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem, het zilver en het goud verbrijzelde. De grote God heeft de koning bekendgemaakt wat na dezen zal geschieden; de droom is waarachtig en zijn uitlegging betrouwbaar’ (Dan.2:44-45).

 

 

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

 

Ten slotte

 

We mogen er zeker van zijn dat wij leven in de laatste dagen, de tijd die voorafgaat aan de kost van de Heer Jezus voor de Gemeente en vervolgens voor Israël en de volken.

‘Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon’ (Hebr.1:1-2).

 

Die verwachting betekent niet dat we maar rustig moeten afwachten, maar dat we actief bezig dienen te zijn met de verkondiging van het evangelie van de genade Gods. We dienen te zijn als waakzame slaven die hun lendenen omgord hebben en hun lampen brandende (Luk.12:35). Ook mogen we niet vervallen in speculaties over dag en uur.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA