Dagelijks archief: mei 23, 2019

St Faustina’s Visions of the afterlife

Standaard

categorie : video

 

 

 

 

St Faustina’s Visions of the afterlife 

.

Visioenen van St Faustina over het leven na de dood

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Advertenties

Wat is ongeduld?

Standaard

categorie : reiki en de aura

.

.

Wat is de oorzaak van ongeduld?

 

 

icons-waiting-impatient-patient

 

 

Wij hebben het idee dat de wereld moet zijn zoals wij denken dat die moet zijn. Eenvoudig gezegd is ongeduld het gevolg van het feit dat deze ideale voorstelling niet nu meteen werkelijkheid is en dat wij dit als een vertra-ging ervaren van hoe de wereld werkelijk zou moeten zijn. Ongeduld begint dus als een gedachtenproces en wordt in gang gezet door vertraging.

Als men ’s ochtends het idee heeft dat men zijn kinderen op tijd naar school moet brengen, dan wordt men ongeduldig naar de kinderen toe als zij zich niet snel genoeg aankleden en het vertrek hierdoor wordt vertraagd. Als iemand naar de bank gaat met de verwachting dat hij even heel snel naar binnen en naar buiten kan gaan, dan word hij ongeduldig als de kassière met elke klant in de rij voor hem een vriendelijk gesprek aangaat.

De overtuiging dat men iets nodig heeeft, nu meteen, veroorzaakt ongeduld. Met andere woorden, omdat men niet meteen krijgt wat men denkt nodig te hebben en zo vertraging oploopt, wordt men ongeduldig. Hoe belang-rijker het voor ons is dat men bepaalde zaken nu meteen op een bepaalde manier wilt hebben, hoe ongeduldiger men zal worden als dit vertraagd wordt.

Als men op zijn gemak aan een toertocht deelneemt, dan wordt men waarschijnlijk niet erg ongeduldig als men voor een gesloten spoorwegovergang moet wachten. Maar als iemand zich met zijn zwangere vrouw naar het ziekenhuis haast, omdat zij op het punt staat te bevallen, dan wordt hij waarschijnlijk heel erg ongeduldig als hij voor een gesloten spoorwegovergang moet wachten.

De intensiteit van ons ongeduld vertelt ons hoe graag wij nu meteen onze eigen zin willen hebben en hoe weinig wij op Gods tijdschema voor ons leven vertrouwen. Wanneer men ongeduldig wordt, kiest men er niet voor om te geloven dat God in controle is en dat Zijn plan en Zijn tijdschema altijd het beste zijn.

 

Men kiest er niet voor om op Gods belofte te vertrouwen dat alle dingen aan het goede zullen bijdragen (Romeinen 8:28).

 

Men krijgt niet meteen wat men denk dat men nodig heeft, en die vertraging maakt ons ongeduldig. Iemand kan bijvoorbeeld tegen God zeggen: “God, ook al wilde ik heel graag op tijd op kantoor aankomen, toch ga ik er ge-woon voor kiezen om erop te vertrouwen dat U een goed doel voor deze vertraging hebt en dat Uw tijdschema perfect is.”

 

 

 

De oplossingen voor ongeduld

 

Eenvoudig gezegd bestaat de oplossing voor ongeduld uit het leren vertrouwen dat God bepaalt hoe de gebeur-tenissen in deze wereld zich ontvouwen en hoe zij aflopen. In het bijzonder moeten wij erop vertrouwen dat Gods tijdschema en Zijn doel voor alle dingen goed is, zelfs wanneer onze plannen vertraging oplopen.

In plaats van te proberen om mensen en dingen te manipuleren om onze doelen te bereiken volgens onze eigen planning, moeten we de goede strijd van het geloof voeren en alle dingen aan God toevertrouwen, ongeacht wat het is en hoe lang het duurt.

Wanneer we ervoor kiezen om onszelf eraan te herinneren dat God goed is en dat Zijn liefde en genade voldoende zijn, dan kunnen wij de afloop van onze dagen aan Hem toevertrouwen, zelfs wanneer wij vertraging oplopen. Na verloop van tijd zullen wij dan ontdekken hoe wij, met Gods hulp, steeds geduldiger worden.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Is godsdienstvrijheid mogelijk in de Islam ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer er in de islam godsdienstvrijheid bestaat, dan moet deze ingesteld zijn door God zelf. Immers, islam betekent overgave aan God en moslims geloven dat de koran het letterlijke Woord van God is zoals dat door de aartsengel Gabriël geopenbaard werd aan profeet Mohamed.

 

 

 

dyn009_original_750_531_jpeg_41830_cdebb02474fd920f8bef855b935dabb1

 

 

 

Het is inderdaad God zelf die in de Koran elke dwang inzake godsdienst verbiedt:

In de godsdienst is er geen dwang” (Koran, 2:256)
.
.
.

Met dit vers verbiedt God moslims uitdrukkelijk te proberen anderen tot de islam te dwingen. Daartoe bestaat trouwens ook geen theologische reden, vermits ook niet-moslims volgens de Koran naar het paradijs kunnen gaan. Volgens de islam is het verwerven van het paradijselijk eeuwig leven immers niet gebonden aan lidmaatschap van een kerkgemeenschap, maar wel van vroomheid en hoe men zich gedraagt. Mensen die zich gedragen volgens de leringen van de Profeten die in hun midden gestuurd werden, kunnen naar het paradijs gaan.

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)
.
.
.

Het christendom gelooft dat God Adam en Eva hun zonde nooit vergaf. Deze zonde wordt volgens het christendom overgedragen op de nakomelingen zodat elk kind geboren wordt met de erfzonde waarvan men slechts verlost kan worden door volgeling van Jezus te worden. Vandaar ook de sterke missioneringsdrang van het christendom. Het is de enige manier om zielen te redden.

De islam daarentegen gelooft dat God Adam en Eva hun zonde wèl vergaf nadat zij berouw toonden. Elk kind wordt dan ook geboren als een onbeschreven blad, begiftigd met verstand, gevoel en een elementair inzicht in goed en kwaad. Wanneer men zich tijdens het leven laat inspireren door God en zich gedraagt volgens zijn leidraad, kan men in het hiernamaals, mits God’s genade,  toetreden tot het paradijs.

Volgens de islam kunnen moslims die zich misdragen naar de hel gaan, terwijl christenen die leven volgens de aan hen geopenbaarde boodschap naar het paradijs kunnen gaan.

In een op de islam geïnspireerde samenleving kan elkeen vrij zijn geloof belijden. In de islam wordt gesteld dat mensen zich het hoofd niet moeten breken over de verschillen tussen godsdiensten. Dat er verschillende godsdiensten bestaan wordt immers geacht de wil van God te zijn, en God zal op de oordeelsdag wel uitleggen hoe de vork in de steel zat.

In afwachting daarvan draagt de islam mensen van verschillende godsdiensten op met elkaar te wedijveren in goede daden, dwz elk vanuit het eigen geloof het best mogelijk te doen om zo een rechtvaardige samenleving voor iedereen (zijnde het maatschappelijk doel van de islam) tot stand te brengen:

“… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.” (Koran 5:48)
.
.
.

Het staat iedereen vrij te geloven wat men wil of ongelovig te zijn:

“Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn.” (Koran 18:29)
.
.
.

Immers, islam betekent zich overgeven aan God of in het Arabisch Allah. Dit kiezen voor God veronderstelt dat men vrij is om het te doen. Zonder godsdienstvrijheid is islam niet eens mogelijk.

Er wordt vaak  gedacht dat islamitische landen oorden zijn waar mensen verplicht zijn zich tot de islam te bekeren. Dit is niet het geval. Moslims worden aangemoedigd om een vrije samenleving uit te bouwen die voor iedereen rechtvaardig is.

In veruit de meeste moslimlanden geldt trouwens de shari’ah niet. Zelfs met de shar’iah garandeert deze godsdienstvrijheid  dat andere religies een reeks geloofsgebonden zaken zoals familierecht zelf kunnen ordenen via eigen rechtbanken.

Moslims zijn slechts waarschuwers, overbrengers van de Boodschap. Het is hen uitdrukkelijk verboden anderen te dwingen tot de islam:

“Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.” (Koran 88:22-23)
.
.
.

Moslims mogen ook niet oordelen over het geloof van anderen. Dit gaat zelfs zo ver dat er een islamitische uitdrukking is die zegt dat wanneer een moslim een andere moslim van ongeloof beschuldigt, er al minstens één ongelovige is, nl. diegene die de andere beschuldigt van ongeloof.

Oordelen over geloof is iets dat alleen God toekomt. De islam is gebouwd rond het centrale concept dat er geen god is dan God. Zich een goddelijke taak aanmeten, komt neer op zich gelijkstellen aan God en is dus de zwaarste zonde die men zich kan inbeelden. Oordelen over het geloof van anderen, betekent het zich aanmeten van een taak die alleen God toekomt en is dus een zware zonde.

Het centrale belang van godsdienstvrijheid, in samenhang met een totaal afwijzen van elke vorm van racisme, maakt dat de islam eigenlijk zelf een soort van multicultureel model is. Moslims hanteren inderdaad waarden en normen die zeer dicht aansluiten bij de joodse en christelijke waarden waaruit het Westerse model gegroeid is.

Dat is niet verwonderlijk vermits moslims in dezelfde God (in het Arabisch: Allah, in het Hebreeuws: Jahweh) geloven als de christenen en de joden.  Mensen die in dezelfde God geloven, kijken allemaal naar diezelfde God voor de bepaling van wat goed en verkeerd is en delen dus allemaal dezelfde normatieve basis.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie is Satan volgens het woordgebruik in het Hebreeuws en het Grieks

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Hebreeuws

 

Het karakter van de satan komt in het woordgebruik in het O.T. tot uiting op twee manieren:

  • in zijn naam: satan
  • in de manier waarop hij tot zonde kwam

Het Hebreeuws voor de satan is:  satan.
In het Nederlands taalgebruik is dit woord als eigennaam overgenomen.

 

Volgens de OLB, de On Line Bijbel vertaling  is satan:

  • een zelfstandig naamwoord
  • te vertalen als: tegenstander, tegenpartij, satan (als eigennaam)
  • afgeleid van het werkwoord: satan

Het werkwoord satan wordt volgens de OLB vertaald als: tegenstander zijn, als tegenstander handelen, weerstaan, zoals o.a. in de tekst, waar David zegt:

Mijn vijanden echter leven, zij zijn machtig, talrijk zijn zij, die mij trouweloos haten, zij, die mij kwaad voor goed vergelden en mij weerstaan (satan), omdat ik het goede najaag. (Psalmen 38:19-20)

 

Satan als zelfstandig naamwoord wordt in 23 verzen gebruikt, waarbij 8 maal vertaald wordt als tegenstander, zoals bijvoorbeeld in:

Maar de toorn Gods ontbrandde, toen hij (Bileam was op weg om het volk Israël te vervloeken) ging, en de Engel van de Here stelde zich op de weg als zijn tegenstander (satan); Bileam reed op zijn ezelin en had twee van zijn dienaren bij zich.   (Numeri 22:22)

 

.

 

Satan in ons taalgebruik.

 

In ons taalgebruik komt het woord satan vaak als een eigennaam voor. Het is de vraag of satan ook in Bijbelse tijden als eigennaam gebruikt werd.

Het is best mogelijk dat men in de tijd van het Oude Testament, bij het gebruik van het woord satan, niet zozeer dacht aan de naam van een gevallen engel, maar eerder aan de tegenstander van God.

Bij het lezen van de Bijbel zou bij satan misschien beter telkens ‘de tegenstander’ ingevuld kunnen worden, wat duidelijker uitdrukt wie hij werkelijk is.

 

 

 

 

 

 

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Grieks

 

In het Nieuwe Testament worden twee namen voor de tegenstander van God gebruikt, namelijk:

  • satan – in het Grieks: satanas.
  • duivel – in het Grieks: diabolos.

De satan is de vertaling van het Grieks satanas

 

Volgens de OLB is satanas:

  • een zelfstandig naamwoord
  • van Aramese oorsprong, overeenkomend met het Hebreeuwse ‘satan’ (met het bepalend lidwoord)
  • te vertalen als: tegenstander (iemand die zich in voornemen en daad tegen de ander verzet)
  • de naam gegeven aan de vorst van de boze geesten.

Satanas komt voor in 28 Bijbelverzen en wordt steeds door satan vertaald. Volgens de OLB is satanas een zelfstandig naamwoord.

In de meeste Bijbelverzen wordt satanas voorafgegaan door een lidwoord, dus ‘de satan’. Ook hier kan afgevraagd worden, zoals bij satan in het Hebreeuws, of in de tijd van het Nieuwe Testament satanas wel gebruikt werd als eigennaam, zoals het in het Nederlands vaak gebeurd.

Misschien zou het ook hier beter zijn om satan, of de satan’ te vervangen door tegenstander, of de tegenstander’ wat weergeeft wie hij werkelijk is.

En Jezus werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan (de tegenstander) en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.   (Markus 1:13)

Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan (tegenstander)! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.   (Mattheüs 4:10)

 

De satan stelt zich op als een tegenstander, omdat hij er steeds op uit is mensen van hun goede voornemens af te brengen.

 

.

 

Soms probeert hij mensen op verkeerde gedachten te brengen


Dat is duidelijk als hij Jezus verzoekt in de woestijn en probeert om Hem ongehoorzaam te doen zijn aan zijn Vader.  (Mattheüs 4:1-11)

 

.

Soms gebruikt hij daarvoor uitspraken van andere personen

 

zoals in wat Petrus zei:

21 Vanaf dat moment begon Jezus aan zijn leerlingen uit te leggen wat er zou gaan gebeuren. Dat Hij naar Jeruzalem moest gaan. Dat Hij daar mishandeld moest worden door de leiders van het volk, de leiders van de priesters, en de wetgeleerden. Dat Hij zelfs moest worden gedood. Maar ook dat Hij op de derde dag uit de dood zou opstaan.
22 Toen nam Petrus Hem apart. Hij begon Hem streng tegen te spreken. Hij zei: “Heer, God zal ervoor zorgen dat dat niet zal gebeuren!” 23 Maar Jezus draaide Zich om en zei tegen Petrus:

“Ga weg, duivel! Je probeert Mij ongehoorzaam aan God te maken. Want jij wil niet wat God wil, maar wat mensen willen!”

 

 

 

 

 

 

De duivel in het taalgebruik

 

De duivel is de vertaling van diabolos.
Volgens de OLB is ‘diabolos’:

  • een bijvoeglijk naamwoord
  • te vertalen als: geneigd tot laster, lasterlijk, vals beschuldigend
  • afgeleid van het werkwoord ‘diaballo’ (werpen over, belasteren, kwaad spreken van, verdacht maken, bedriegen)
  • Als metafoor ook toegepast op iemand, waarvan gezegd kan worden dat die de rol van de duivel vervult

Het is duidelijk dat het woord diabolos het begrip laster, kwaad spreken in zich heeft.

Diabolos komt in 36 verzen voor en wordt in 33 verzen vertaald met ‘de duivel’.
Er zijn echter drie uitzonderingen (de duivel toegepast als metafoor):

(over diakenen) Evenzo moeten hun vrouwen zijn: waardig, geen kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles.   (1 Timotheüs 3:11)

… want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers (Grieks: blasphemos – kwaadsprekend, lasterend), aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede …   (2 Timotheüs 3:2-3)

Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende.   (Titus 2:3)

 

 

Omdat diabolos steeds gebruikt wordt met een lidwoord en vertaald wordt met ‘ duivel’, kan ook hier afgevraagd worden of men in de tijd van Jezus eerder dacht aan ‘de lasteraar’ of ‘de kwaadspreker’.

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel (de lasteraar), en hij zal van u vlieden.   (Jakobus 4:7)

 

 

 

Duidelijk is, dat er in het Grieks sprake is van

‘de lasteraar’, ‘de aanklager’.

De duivel is hier nog steeds dag en nacht mee bezig bij God.

 

En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.   (Openbaring 12:9)

En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager (kategoros)van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde (kategoreo: beschuldigde) voor onze God, is neergeworpen.   (Openbaring 12:10)

 

 

Omwille van Jezus geeft God geen gehoor aan alles wat de satan, de duivel, de tegenstander, de kwaadspreker, bij zijn troon komt roddelen, zoals Johannes schrijft in zijn eerste brief:

Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak (parakletos:  voorbidder, advocaat) bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden ( voor wie dat wenst!!) en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.   (1 Johannes 2:1-2)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Klein overzicht van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Waaruit bestaat de Bijbel?

 

Een goed overzicht / samenvatting van de Bijbel is lastig te bereiken. De Bijbel bestaat uit twee Testamenten, 66 verschillende boeken, 1189 hoofdstukken, 31.173 verzen en 773.692 woorden. De diverse boeken van de Bijbel beslaan verschillende onderwerpen en waren aan verschillende groepen mensen gericht. De Bijbelboeken zijn geschreven door ongeveer 40 verschillende mensen over een periode van ongeveer 1.500 jaar. Een samenvatting / overzicht is daarom een enorme opgave.

Tegelijkertijd is de Heilige Geest de “inspirerende” auteur van de Bijbel. God “ademde” Zijn Woord uit en gebruikte de profeten en apostelen om Zijn Woord op te Schrijven (2 Timoteüs 3:16-172 Petrus 1:21). Verder woont de Heilige Geest in iedereen die zijn of haar geloof in Jezus Christus geplaatst heeft (Romeinen 8:91 Korintiërs 12:13). De Heilige Geest verlangt ernaar ons te helpen de Bijbel te begrijpen (1 Korintiërs 2:10-16).

 

 

 

HOE ZIT DE BIJBEL IN ELKAAR?

 

De Bijbel is opgedeeld in testamenten, boeken, hoofdstukken en verzen. Wat betekent dat? Ook bestaat de Bijbel uit verschillende soorten teksten. Op deze pagina vind je hier wat uitleg over.

 

 

 

EEN VERZAMELING BOEKEN

 

Het woord Bijbel betekent ‘boeken’. Het komt van biblija, wat je waarschijnlijk wel kent van bibliotheek. De Bijbel is dus een verzameling boeken. Zo is bijvoorbeeld Genesis het eerste Bijbelboek, en Openbaring het laatste. In totaal zijn er 66 Bijbelboeken.

 

 

 

TWEE GEDEELTEN

 

De Bijbel is opgedeeld in twee onderdelen: het Oude Testament, en het Nieuwe Testament. Het Oude Testament bestaat uit 39 Bijbelboeken en speelt zich af voor de komst van Jezus Christus. Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 Bijbelboeken, en speelt zich af vanaf de geboorte van Jezus.

 

 

 

DIVERSE SOORTEN BOEKEN

 

De Bijbel bestaat uit meerdere soorten boeken. Je vindt in de Bijbel onder andere verhalen, liederen, profetieën (stukken waar God zelf spreekt) en brieven aan christenen.

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUKKEN EN VERZEN

 

De meeste bijbelboeken hebben meerdere hoofdstukken. Wanneer hiernaar verwezen wordt zie je bijvoorbeeld staan Genesis 1 of Genesis 2. Elk hoofdstuk is ingedeeld in verzen. Een vers bestaat meestal uit een of twee zinnen. Het vers wordt vaak aangegeven door een dubbele punt. Bij een verwijzing naar een tekst kun je dus tegenkomen: Genesis 1:1.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jezus over de heidenen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Matteüs 10 : 5 – 25

 

 

1 Daarna riep Jezus zijn twaalf leerlingen bij Zich. Hij gaf hun de macht om duivelse geesten uit de mensen weg te jagen en om alle ziekten en kwalen te genezen. 2 Dit zijn de namen van die twaalf leerlingen, die Hij ook apostelen noemde: allereerst Simon, die ook Petrus wordt genoemd, en zijn broer Andreas. Jakobus de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. 3 Verder Filippus, Bartolomeüs (= Natanaël), Tomas en de belasting-ontvanger Matteüs. Verder Jakobus de zoon van Alfeüs, en Lebbeüs die ook Taddeüs wordt genoemd. 4 Verder Simon de Zeloot en Judas Iskariot, die Hem later heeft verraden.

5 Dit zijn de twaalf leerlingen die Jezus op pad stuurde. Hij beval hun: “Ga niet naar niet-Joodse mensen (heidenen). 6 Ga ook niet naar de steden in Samaria . Ga alleen naar de verdwaalde schapen van het volk Israël. 7 Vertel overal dat het Koninkrijk van God eraan komt. 8 Genees de zieken, maak doden weer levend, verjaag duivelse geesten. Jullie hebben niets voor deze macht hoeven betalen. Vraag er dus ook nooit een beloning voor. 9 Neem geen geld mee. 10 Ook geen reistas voor onderweg. Neem geen extra hemd, extra sandalen of een staf mee. Want een arbeider wordt altijd beloond voor zijn werk. Je zal krijgen wat je nodig hebt.

11 Als je een stad of een dorp binnenkomt, bekijk dan wie het daar waard is dat je bij hem logeert. Blijf bij hem tot je weer uit die stad vertrekt. 12 Als je zijn huis binnengaat, wens de mensen die er wonen dan vrede toe. 13 Als die mensen het waard zijn, zal je vrede over hen komen.

 

Maar als ze (heidenen) die vrede niet waard zijn, zal je vrede bij je terugkomen. 14 Als mensen niet naar je willen luisteren, ga dan weg uit dat huis of die stad. Klop het stof van je voeten af om hen te waarschuwen. 15 Luister goed! Ik zeg jullie dat het voor de streek van Sodom en Gomorra minder erg zal zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad.

 

16 Ik stuur jullie als schapen onder de wolven. Wees daarom net zo voorzichtig en slim als slangen, en net zo onschuldig als duiven. 17 Maar pas op voor de mensen. Want ze zullen jullie gevangen nemen en voor de rechter slepen. En ze zullen jullie zweepslagen geven in hun synagogen. 18 Jullie zullen ook voor bestuurders van provincies en voor koningen en keizers terecht staan omdat jullie in Mij geloven. Jullie zullen hun en de volken over Mij vertellen. 19 Als ze jullie gevangen nemen, maak je dan geen zorgen wat jullie moeten zeggen. Want jullie zullen de woorden krijgen op het moment dat jullie ze nodig hebben. 20 Want jullie zullen niet zelf spreken. Maar de Geest van jullie Vader zal door jullie heen spreken.

21 En een man zal zijn eigen broer laten doden. Een vader zal zijn eigen zoon laten doden. Kinderen zullen hun ouders laten doden. 22 Iedereen zal jullie haten omdat jullie in Mij geloven. Maar jullie moeten tot het einde volhouden. Dan zullen jullie worden gered. 23 Als de mensen jullie in de ene stad vervolgen, vlucht dan naar een andere stad. Want luister goed! Jullie zullen niet in alle steden van Israël zijn geweest, voordat de Mensenzoon komt.

24 Een leerling is niet beter dan zijn leermeester. En een slaaf is niet belangrijker dan zijn heer. 25 Voor een leerling is het genoeg om net zo goed te worden als zijn leermeester. En voor een slaaf is het genoeg om gelijk te worden aan zijn heer. Als de mensen de heer van het huis ‘Beëlzebul’ (= de leider van de duivelse geesten) noemen, dan zullen ze de dienaren die in zijn huis wonen, ook zo noemen!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget