Dagelijks archief: mei 26, 2019

A woman brought back to life describes what heaven looks like

Standaard

category / categorie: video

 

 

 

 

A woman brought back to life describes what heaven looks like

 

Een bijna overleden vrouw beschrijft de hemel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Advertenties

De betekenis van 11 : 11 / 9 : 11 en 21 : 21.

Standaard

categorie :  Reiki en de aura

 

 

 

Bepaalde getallen zijn geassocieerd met bepaalde betekenissen.  Maar wat betekent dat als je een bepaald num-mer of cijfer ziet, waar je ook heen gaat? Het is vooral belangrijk om de betekenis van de nummers 11:11, 9:11 en 21:21 te begrijpen. Via een getallenreeks probeert de onzichtbare wereld te communiceren met de mens.

 

 

 

11:11

 

dkjwbsdkj

 

 

Het nummer 1 is gekoppeld aan nieuw begin, nieuwe start, onafhankelijkheid en ambitie. Wanneer het verschijnt in de vorm van 11:11 of 1111, wordt de kracht van het nummer versterkt, wat zeer positieve dingen over je toe-komst voorstelt. In het algemeen is het nummer 1 sterk verbonden met de Wet van Aantrekkingskracht.

11:11 of 1111 is vaak de eerste herhalende nummerreeks die mensen opmerken in hun leven. Het wordt vaak beschouwd als een soort wekroep, of een teken dat je onderbewustzijn momenteel ontgrendeld is. Als zodanig, na het zien van 11:11, is het waarschijnlijk dat je bewustzijn meer samenvalt, en je een sterker gevoel van intuïtie ontwikkeld, en meer schijnbaar gelukkige gebeurtenissen zal ervaren dan je vroeger deed.

Dus wat moet je doen als je deze krachtige reeks getallen ziet? Als je een nieuw idee of drang had op het mo-ment dat je ergens 11:11 zag, is dit een goed teken dat het verstandig is om dat idee na te streven. Bovendien, suggereert deze nummerreeks dat je manifestatie-machten momenteel al bezig zijn. Begin voorzichtig met posi-tief te denken en vermijd negatieve gedachtes. De wet van aantrekkingskracht werkt voor jou overuren wanneer je 11:11 ziet. Oefen je bevestigingen dagelijks, concentreer je op je gevoelens van dankbaarheid en volg succes!

 

 

 

09:11

 

 

 

.

Zie je de cijfers 9:11 of 911 dan betekent dat je verbonden bent met de energieën van het nummer 9. Zoals hier-boven vermeld, is 1 gekoppeld aan het begin van een veelbelovende reis, je bent op de goede weg bent om je manifestatiepotentiaal te bereiken. Ondertussen is het nummer 9 nauw verbonden met de universele spirituele wetten en met vriendelijkheid en medeleven. In sommige gevallen heeft 9 ook betrekking op een einde of con-clusie. De samenhang tussen 9 en 1 hebben alles te maken met het doorbreken van je oude patronen om daar-van een mooie nieuwe te maken.

Wanneer je 911 of 9:11 ziet, vraag jezelf dan af wat je moet veranderen of welke patronen je moet doorbreken. Je bent in een tijd van overgang in je leven, ofwel begint of eindigt een belangrijke verandering. Meer in het bijzon-der, let op dat je vooruitgang kan maken naar een toekomst waar je succes gaat vinden – misschien door een nieuwe carrière, vrijwilligerswerk of gewoon een verandering in de aanpak van uw dagelijks leven . Welke veran-deringen er ook komen, ze zullen zeker inspiratie en positief gedrag voor anderen vormen.

 

 

 

21:21

 

index

 

 

21:21 of 2121 symboliseert een combinatie van de energieën die geassocieerd zijn met de cijfers 2 en 1. Nog-maals duidt de aanwezigheid van 1 hier op dat je op een hoge frequentie trilt en zeer geschikt is om je werkelijk-heid naar jou droom te vormen. Het markeert ook een fase van inspiratie of ontwaking, zoals vermeld. Het num-mer 2 is evenwel even belangrijk in deze combinatie. Het is gekoppeld aan evenwicht, harmonie, ontvankelijkheid en vervulling. Wanneer deze twee nummers gecombineerd zijn, is je leven momenteel gericht op een thema van zelfkennis, het identificeren van je echte waarden en het uitzoeken van wat je echt wilt.

Mensen zien vaak deze combinatie van cijfers wanneer ze op een kruispunt zijn in hun de wet van aantrekkings-kracht-werk. 21:21 of 2121 vertelt je dat het nu precies de juiste tijd is om nieuwe kansen te zoeken en je te en-gageren in een serieuze zelfreflectie die je helpt op een dieper niveau te begrijpen. Het is ook opmerkelijk dat 21:21 en 2121 herinneringen dankbaar zijn voor al het goede in je leven. Neem even wat tijd om positief en dank-baar te zijn voor anderen wanneer je dit nummer ziet. En let op hoe het universum je erop wijst dat je al goed bezig bent.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 323 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

GOD IS DEZELFDE ALS VROEGER, NU EN IN DE TOEKOMST.

 

HIJ ZAL GEEN COMPROMISSEN MAKEN MET ZICHTBARE-

 

EN ONZICHTBARE ZIELEN,

 

WAT GOD WIL ZAL GESCHIEDEN.

 

WIE HEM ONDERSCHAT MAAKT EEN ZEER GROTE VERGISSING

 

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

Boodschap 322 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

Symbolische voorstelling van de komst van de antichrist en de valse profeet : hoofdstuk 13 van de Openbaring uit het Nieuwe Testament

Symbolische voorstelling van de komst van de antichrist en de valse profeet : hoofdstuk 13 van de Openbaring uit het Nieuwe Testament

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

IEMAND DIE BEWUST DEELSE-  OF VOLLEDIGE 

 

ONWAARHEDEN VERKONDIGT 

 

OVER GOD, JEZUS EN DE HEILIGE GEEST,

 

IS EEN KIND VAN DE PRINS DES DUISTERNIS.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

mijne kop a4

 

 

De getallen in de verschijning van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

bible-and-numbers

 

 

Een samenvatting van het bericht ” Bijbelse getallen en hun betekenis in de Schrift” ( zie categorie : religie )

 

 

De symboliek van het getal

 

1 : staat voor de volmaaktheid en éénheid van God

2 : staat voor gemeenschap en getuigenis

3 : symboliseert de Goddelijke Drie-eenheid

4 : is het getal van de aarde en de windstreken ( wereldwijd )

5 : vertegenwoordigt de behoeften en de verantwoordelijkheid van de mens tegenover God

6 : is de mens in zijn onvolmaaktheid ; 666 is 3 keer de imperfecte mens, het symbool van Satan

7 : staat voor een afsluiting van een periode met een nieuw begin als gevolg

8: is het begin van een nieuw tijdperk

9 : symboliseert de volmaaktheid ; 999 is 3 maal de perfecte mens, het symbool van God

10 : geeft de verantwoordelijkheid van de mens tegenover God weer aangaande Zijn wet

12 : symboliseert de volmaaktheid in Goddelijk bestuur

 

Met Onze-Lieve-Vrouw van Fátima wordt Maria  aangeduid die tussen mei en oktober 1917 zes keer verschenen zou zijn aan de drie herderskinderen Lucia, Francisco en Jacintha nabij het Portugese stadje Fatima.

 

Verklaring:

  • tussen mei en oktober liggen zes maanden / 6
  • ze zal zes keer verschijnen / 6
  • aan drie herderskinderen / 3

 

Maria heeft de opdracht gekregen van God (3) om te verschijnen aan  drie herderskinderen omdat zij de schuld van het bewust zondigen nog niet in het hart dragen. Hij wil de imperfecte mens (6) zes keer (6) tot inkeer doen komen en waarschuwen voor zijn toorn mocht dat niet gebeuren.

 

 

port2012-dag10_versch_250

 

 

Verschijning aan de herderskinderen

 

De verschijningen van Maria werden voorafgegaan door drie bezoeken van een engel. Op 13 mei 1917 zou Maria voor de eerste keer aan de kinderen verschenen zijn en beloofd hebben elke maand opnieuw op de dertiende te zullen verschijnen.

Ze riep de kinderen op om boete te doen en offers te brengen met het doel lijdende zielen uit het vagevuur te helpen en te bidden voor de bekering van zondaars, opdat die niet naar de hel zouden gaan.

De kinderen zagen daarom af van eten en drinken op bijzonder warme dagen en droegen een touw om hun middel bij wijze van offer. Ook droeg Maria hen op iedere dag de Rozenkrans te bidden voor de vrede.

 

Verklaring:

  • 3 bezoeken van een engel / 3
  • 13 mei 1917 / 1+3 =4  / 1+9+1+7 = 18> 1+8 = 9

 

Een engel die God vertegenwoordigt (3) moet een Goddelijke (9) ,wereldwijde Boodschap (4) komen aankondigen.

 

 

3_kinderen_van_fatima

 

 

 

 

Zaligverklaring

 

Twee van de drie herderskinderen, de broer en zus Francisco Marto  en Jacintha Marto, werden het slachtoffer van de Spaanse Griep. Paus Johannes Paulus II verklaarde hen in 2000 zalig. Het derde herderskind, hun nichtje Lucia Dos Santos , trad in 1925 in in een Spaans karmelietessen klooster. Zij schreef zelf haar herinneringen aan de verschijningen op. Lucia stierf op 13 februari 2005.

 

Verklaring:

  • 2 herderskinderen sterven vroeg / 2
  • zaligverklaring in 2000; 2+0+0+0=2
  • intrede klooster in 1925 / 1+9+2+5 = 17 > 1+7 = 8
  • de dood van Lucia : 13 februari 2005 / 1+3 = 4 en 2+0+0+5 = 7

 

De 2 herderskinderen die vroeg sterven zijn de getuigen (2) van de verschijning en worden later zalig verklaard. Voor zuster Lucia breekt er een nieuw tijdperk aan (8) bij haar intrede in het klooster. Na haar leven op aarde (7) begint voor haar een nieuw hemels leven. Wereldwijd (4) wordt haar dood verkondigd.

 

 

Getuigenverslagen van de verschijningen

.

Eerste verschijning van Maria

 

In de lente van het jaar 1917 op 13 mei verschijnt in Fátima, Portugal, een hemelse vrouw aan drie herderskinderen. De vrouw zegt dat ze op de 13e van elke maand van mei tot oktober zal terugkomen.

 

Verklaring :

  • 1917 / 1+9+1+7 = 9
  • 13 mei / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / Symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3

God (9) laat Maria verschijnen aan onschuldige kinderen (3) om een aan de wereld gerichte (4) boodschap te verkondigen

 

 

 

Tweede verschijning van Maria

 

Op 13 juni verschijnt Maria aan de drie kinderen en aan zo een zestig mensen uit het dorp om twaalf uur.

 

Verklaring :

  • 13 juni / 1+3= 4
  • 3 kinderen /  de onschuld , symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 60 mensen / 6+0 = 6
  • 12 uur / 12

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen en aan een groep niet perfecte mensen (6). Zijn boodschap, die op het punt staat globaal verspreid te worden (4), is dat de mens moet tot inkeer komen en zijn zonden moet belijden om eeuwig te kunnen verwerven onder Zijn latere Goddelijk bestuur (12).

 

 

 

Derde verschijning van Maria

 

Op 13 juli verschijnt Maria aan de drie kinderen en aan zo een vierduizend mensen. De verschijning deed zich weer precies om twaalf uur voor.

 

Verklaring :

  • 4000 / 4+0+0+0= 4

 

Dezelfde uitleg als bij de tweede verschijning, alleen wordt de boodschap nog ruimer (4) verspreid

 

 

 

Vierde verschijning van Maria

 

Op 13 augustus te Cova da Ira zou Maria verschijnen aan de drie kinderen en aan 20.000 mensen ter plaatse. Op 13 augustus echter werden de drie kinderen door het plaatselijke hoofd van bestuur in zijn huis vastgehouden. De kinderen kwamen zo niet naar de plek van de verschijning en ook de Verschijning bleef weg.  Zes dagen later, op 19 augustus verscheen de H. Maagd weer.

 

Verklaring :

  • 13 augustus / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / de onschuld,  symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 20000 mensen / 2+0+0+0 = 2
  • 6 dagen later / 6
  • 19 augustus / 1+9 = 10 

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen met een hele groep mensen als getuigen (2). De verspreiding van het nieuws wordt nog groter (4). De kinderen worden tegen gehouden door imperfecte (6) mensen. God laat Maria volgens zijn wet en wil (10) terug verschijnen.

 

 

 

Vijfde verschijning van Maria

 

Op 13 september verschijnt Maria aan de drie kinderen en 30.000 mensen. Er vinden zeer merkwaardige verschijnselen aan de hemel plaats. De zon verliest haar glans, de lucht krijgt een goudgloed en langs de hemel ziet men bloembladeren neerdwarrelen die halverwege schenen op te lossen in de lucht.  Het verschijnsel van de vallende bloembladeren herhaalt zich op 13 mei 1918, en nog eens zes jaar later op 13 mei 1924.

 

Verklaring :

  • 13 september / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / de onschuld, symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 30000 mensen / 3+0+0+0 = 3
  • 13 mei 1918 / 1+3 = 4 en 1+9+1+8 = 19> 1+9 = 10
  • 6 jaar later / 6
  • 13 mei 1924 / 1+3 = 4 en 1+9+2+4 = 16> 1+6 = 7

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen en laat haar een Goddelijk wonder ( 3 van 30000 ) uitvoeren voor heel veel mensen. God wil dat volgens zijn wet (10) een gedeelte van het wonder  wordt herhaald in mei 1918. Dan laat hij dat wonder nog éénmaal herhalen zes jaar later voor de zondige mens (6). God voorziet reeds een nieuw wonder (7) bij de zesde verschijning.

 

 

 

Zesde verschijning van Maria

 

Op 13 oktober vindt de laatste verschijning plaats aan de 3 herderskinderen en 70.000 mensen.
De Verschijning had beloofd dat zich bij haar laatste bezoek tekenen zouden voordoen waardoor velen aan de waarheid van de verschijningen zouden gaan geloven.

De zon begon te beven en te schudden, hij draaide om zijn as als een vuurrad en straalde hierbij telkens anders gekleurde lichtbundels uit. Toen stond hij enige ogenblikken stil. Opeens leek het of de zon loskwam van de hemel en zich met sprongen zigzaggend naar de menigte bewoog en op de aarde zou neerkomen.

Grote schrik maakte zich van de mensen meester, en zij vielen op hun knieën in de modder. Dit gebeurde drie keer achtereen.

 

Verklaring :

  • 13 oktober / 1+3 =4
  • 3 herderskinderen / de onschuld, symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 70000 mensen / 7+0+0+0 =7
  • 3 keer achter elkaar / 3

 

God (3) laat Maria voor de laatste keer verschijnen aan de herderskinderen en een hele grote massa mensen. Het hele gebeuren is al wereldwijd bekend (4). God wil een verandering (7) in de harten van de mens teweeg brengen door ze wonderen te laten zien en ze te waarschuwen voor de eeuwige hel. Hij laat het mirakel van de zon meerde keren plaats vinden (3) om zijn glorie te bevestigen.

 

 

Mirakel van de zon

Mirakel van de zon

 

 

 

Drie geheimen van Fatima

 

 

Eerste geheim

 

In het eerste geheim beschreef Maria de verschrikkingen van de hel. Daarbij voorspelde zij het einde van de Eerste Wereldoorlog en tevens het begin van de Tweede Wereldoorlog.

 

 

 

Tweede geheim

 

Ook deed de Maagd Maria een oproep aangaande Rusland dat moest toegewijd worden aan het Onbevlekte Hart van Maria. Nadrukkelijk vraagt Maria om de rozenkrans te bidden.

 

 

 

Derde geheim

 

Het derde geheim was lange tijd alleen bekend bij het Vaticaan dat pas in 1960 openbaar gemaakt zou worden door de pausHet visioen verklaart dat de profetie een aanslag was van Mehmet Ali Agca op paus Johannes Paulus de tweede in 1981. Die aanslag vond eveneens plaats op 13 mei en de paus gelooft daarom dat het aan Onze-Lieve-Vrouw van Fátima te danken was dat de kogel in zijn buik, en niet in zijn hoofd terechtgekomen was.

 

Verklaring:

  • 3 geheimen / 3
  • 1960 / 1+9+6+0 = 16 >6+1=7
  • 1981 / 1+9+8+1 = 19 > 1+9 =10
  • 13 mei / 1+3 = 4

 

Maria moest van God (3) geheimen openbaren. Na de openbaring van het laatste geheim (7) wist de mensheid de gruwel van de toekomt mocht men niet tot inkeer en bekering komen. De wereldbekende aanslag (4) op de paus moest Maria voorspellen en gebeurde in 1981 volgens God plan (10).

 

 

Lucia en paus Johannes Paulus 2

Lucia en paus Johannes Paulus 2

 

 

 

De Devotie van de vijf eerste zaterdagen

 

In 1925 verscheen Maria aan Lucia met het Jezuskind aan haar zijde. Het Jezuskind zei : ‘Heb medelijden met het Hart van je Allerheiligste Moeder dat bedekt is met doornen waarmee ondankbare mensen het ieder ogenblik doorboren met godslasteringen en ondankbaarheid’

Daarna zei Maria tot Lucia: ‘Zie, mijn dochter, zie mijn Hart omgeven van doornen, door de mensen onophoudelijk gekwetst. Troost jij mij tenminste en maak mijn belofte bekend: Ik zal allen die gedurende vijf maanden achtereen op de eerste zaterdag van de maand biechten, de H.Communie ontvangen, de rozenkrans bidden en mij 15 minuten gezelschap houden om de 15 mysteries van de rozenkrans te overwegen, met de bedoeling mij te troosten, in het uur van hun dood bijstaan met de nodige genaden voor de redding van hun zielen.’

Twee maanden later op 15 februari 1926 verscheen het kindje Jezus opnieuw aan Lucia en moedigde haar aan de devotie tot het Heilig Hart van Maria te verspreiden. Lucia wees op de moeilijkheden die sommige mensen ondervonden om op de eerste zaterdag van de maand te biechten.

Ze vroeg of men ook acht dagen voor of na de eerste zaterdag te biechten mocht gaan. Jezus zei haar toen ‘Ja, de biecht mag zelfs langer geleden zijn, op voorwaarde dat als men Mij ontvangt, in staat van genade is en men de bedoeling heeft het Onbevlekt Hart van Maria te troosten.’

 

Verklaring :

  • 1925 / 1+9+2+5 = 17 > 1+7 = 8
  • 5 maanden / 5
  • eerste zaterdag / 1
  • 15 minuten / 1+5 = 6
  • 15 mysteries 1+5 = 6
  • 2 maanden later / 2
  • 15 februari 1926 / 1+5 = 6 en 1+9+2+6 = 18 > 1+8 = 9
  • 8 dagen / 8

 

In 1925 (8) heeft het Jezuskind, als het met Maria verschijnt, een nieuwe boodschap voor Lucia. God laat de blijde boodschap brengen dat elke zondig mens (6) zijn verantwoordelijkheid (5) in handen heeft om in het uur van de dood bijstand te krijgen van Maria. De volmaakte eenheid van God (1) vraagt dat men biecht, de communie ontvangt en dat men de rozenkrans bidt op bepaalde tijdstippen om boetedoening voor zonden (6).

Het Jezuskind (9) verschijnt opnieuw als getuigenis (2) aan Lucia. God verandert zijn voornemen (8) om de zondige mens (6) op een later tijdstip te laten biechten.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

De Dode Zeerollen

Standaard

categorie : religie

.

.

 

 

 

dode-zeerollen

 

 

 

 Wat zijn de Dode Zeerollen?

 

De Dode Zeerollen worden ook wel de belangrijkste ontdekking van manuscripten in moderne tijden genoemd. Zij werden tussen 1947 en 1956 in elf grotten langs de noordwestelijke kust van de Dode Zee gevonden dicht bij de ruïnes van Qumram. Dit is een droge regio ongeveer 20 kilometer ten oosten van Jeruzalem en 400 meter onder zeeniveau.

De Dode Zeerollen zijn de restanten van ongeveer 825 tot 870 rollen, die uit tienduizenden afzonderlijke fragmenten bestaan. De teksten zijn hoofdzakelijk vervaardigd uit dierenhuiden, maar ook uit papyrus en koper. Ze zijn geschreven met een op koolstofbasis vervaardigde inkt, van rechts naar links zonder leestekens met uitzondering van hier en daar een inspringing voor een nieuwe paragraaf.

 

 

De grotten nabij Qumram

De grotten nabij Qumram

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De Dode Zeerollen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: Bijbelse en niet-Bijbelse. De rollen bevatten fragmenten van elk boek van het Oude Testament (de Hebreeuwse canon), met uitzondering van het boek Ester. Onder de rollen bevinden zich 19 fragmenten van Jesaja, 25 fragmenten van Deuteronomium en 30 fragmenten van de Psalmen. De bijna volledig intacte “grote Jesaja-rol”, die enkele van de opvallendste Messiaanse profetieën bevat, is 1000 jaar ouder dan enige andere kopie van het boek Jesaja.

Naast de Bijbelse manuscripten bevatten de Dode Zeerollen commentaren op :

  • de Hebreeuwse canon,
  • parafraseringen en aanvullingen op de Tora,
  • standaarden en regels voor de gemeenschap,
  • regels voor oorlogsvoering,
  • canonieke psalmen,
  • hymnes en preken.

 

De meeste teksten zijn in het Hebreeuws en Aramees geschreven, maar enkele zijn in het Grieks geschreven. De Dode Zeerollen lijken de bibliotheek van een Joodse sekte te zijn geweest. De meeste mensen vermoeden dat dit de Essenen waren. Dichtbij de grotten bevinden zich de oude ruïnes van Qumran, een dorp dat in het begin van de jaren ’50 werd uitgegraven en een verband lijkt te leggen tussen de Essenen en de rollen.

De Essenen waren Joodse kopieerders die volgens strikte regels leefden. Zij hadden waarschijnlijk een Messiaanse en apocalyptische levensbeschouwing. Waarschijnlijk werd de bibliotheek in de grotten verstopt rond de tijd van de Eerste Joodse Opstand (66-70 na Christus), toen het Romeinse leger tegen de Joden oprukte.

Gebaseerd op verschillende dateringsmethoden, waaronder C14-datering, paleografie en analyses van de gebruikte schrijfmethoden, wordt geconcludeerd dat de Dode Zeerollen in de periode van ongeveer 200 voor Christus tot 68 na Christus werden geschreven. Veel cruciale Bijbelse manuscripten (zoals Psalm 22, Jesaja 53 en Jesaja 61) dateren op zijn laatst uit 100 voor Christus.

Daarom hebben de Dode Zeerollen een revolutie teweeg gebracht in de tekstkritiek van het Oude Testament. Het is fenomenaal te noemen dat de gevonden Bijbelse teksten bijna volledig overeenkomen met de Masoretische tekst en diverse andere hedendaagse vertalingen van het Oude Testament.

 

 

dodezeerolIAA

 

 

 

Dramatisch bewijs voor de betrouwbaarheid van de Messiaanse profetieën

 

De Dode Zeerollen zijn de oudste verzameling Oudtestamentische manuscripten die ooit zijn gevonden. Ze dateren uit 100-200 voor Christus. Dit is belangrijk omdat we nu absoluut bewijs hebben dat de Messiaanse profetieën in het Oude Testament ongetwijfeld al bestonden – en in de huidige vorm bestonden – vóórdat Jezus deze aarde bewandelde.

Het mag duidelijk zijn dat de betrouwbaarheid van de Schrift en de tekstkritiek hiermee een gigantische stap voorwaarts hebben gezet. Onderzoek het maar eens voor jezelf. Er bestaat geen twijfel dat Jezus Christus de Messias was waarop de Joden al zo lang gewacht hadden.

 

 

Gevonden boekrolkruiken

Gevonden boekrolkruiken

 

 

 

Het boek Jesaja

 

Meer dan 200 fragmenten van de Dode Zeerollen worden bewaard in de Schrijn van het Boek, een museum in Jeruzalem. Het is opmerkelijk dat de grote Jesaja-rol de enige volledig intacte rol is die in deze schrijn wordt tentoongesteld. Deze rol bevat het volledige boek van Jesaja zoals we dat vandaag de dag in onze Bijbels hebben; alle 66 hoofdstukken.

Een aantal wetenschappers, met verschillende godsdienstige achtergronden en uit verschillende professionele disciplines, heeft deze belangrijke vondst geanalyseerd. De grote Jesaja-rol werd in 1947 in grot-1 ontdekt. De rol werd in 1948 geïdentificeerd als het Bijbelse boek Jesaja en werd indertijd door de Syrische Orthodoxe Kerk aangekocht.

Israël kocht de grote Jesaja-rol in 1954 terug om hem te bestuderen en als nationale schat te behouden. De rol wordt sinds 1965 als kroonstuk van de verzameling in het Schrijn van het Boek museum tentoongesteld. Een tweede gedeeltelijke Jesaja-rol  werd ook in 1947 in Grot 1 ontdekt. Sindsdien zijn er in andere grotten rondom Qumran ongeveer 17 andere fragmenten van Jesaja’s schriftteksten ontdekt.

Delen van de grote Jesaja-rol  zijn al minstens vier keer onderzocht met behulp van C14-datering, waaronder een studie aan de Universiteit van Arizona in 1995 en een studie aan ETH-Zürich in 1990-91. De vier studies hebben gekalibreerde databereiken opgeleverd tussen 335-324 voor Christus en 202-107 voor Christus.

Er zijn ook talrijke studies uitgevoerd naar de paleografie en de gebruikte schrijfmethoden van de documenten. Deze analyses plaatsen de rollen ergens tussen 150-100 voor Christus. Zie :

  • Price, Secrets of the Dead Sea Scrolls, oftewel Geheimen van de Dode Zee-rollen, 1996;
  • Eisenman & Wise, The Dead Sea Scrolls Uncovered, oftewel De Dode Zee-rollen geopenbaard, 1994;
  • Golb, Who Wrote the Dead Sea Scrolls?, oftewel Wie schreef de Dode Zee-rollen?, 1995;
  • Wise, Abegg & Cook, The Dead Sea Scrolls, A New Translation, oftewel De Dode Zee-rollen, Een nieuwe vertaling, 1999

 

 

 

Jesaja 53

 

De Dode Zeerollen hebben fenomenaal bewijs geleverd voor de geloofwaardigheid van de schriftteksten. De bijna volledig intacte grote Jesaja-rol is bijna identiek aan de meest recente versies van de Masoretische tekst uit de 10e eeuw. Schriftgeleerden hebben een handvol spel- en kopieerfouten ontdekt, maar geen belangrijke verschillen.

In het licht van Jesaja’s rijke Messiaanse profetieën vonden wij het de moeite waard om hier een gedeelte van de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse tekst uit de grote Jesaja-rol te tonen. De volgende tekst komt overeen met Jesaja 53 in het tegenwoordige Oude Testament. Onthoudt dat de leeftijd van deze tekst is vastgesteld op 100 tot 335 jaar vóór de geboorte van Jezus Christus!

 

 

Vertaling van de feitelijke grote Jesaja-rol (Jesaja 53), beginnend met regel 5 van kolom 44

 

5. Wie heeft onze prediking gehoord en de arm van YHWH, aan wie is deze geopenbaard?  En hij zal als een rijsje voor zijn aangezicht opschieten en als een wortel uit dorre aarde is er geen gedaante noch heerlijkheid [+aan hem+] en wanneer hij aangezien wordt en er is geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben.

Hij is veracht en de onwaardigste onder de mensen, een man van smarten en bekend met krankheid
en als het ware verborgen we ons aangezicht voor hem hij was veracht en wij achtten hem niet. Waarlijk heeft hij onze krankheden op zich genomen en hij heeft onze smarten gedragen en we achten hem geslagen en geplaagd door God en verdrukt, en hij is om onze overtredingen verwond, en verbrijzeld om onze ongerechtigheden, de correctie van onze vrede was op hem en door zijn wonden heeft hij ons genezen.

Wij allen dwaalden als schapen, ieder van ons is naar zijn eigen weg gekeerd en YHWH heeft de ongerechtigheid van ons allen op hem doen leggen. Als dezelfde geëist werd, toen werd hij verdrukt maar hij deed zijn mond niet open, hij werd als een lam ter slachting geleid en zoals een ooi stom is gemaakt voor het aangezicht van haar scheerders deed hij zijn mond niet open.

Uit den angst en uit het gericht werd hij weggenomen en zijn leeftijd, wie zal deze uitspreken, want hij is afgesneden uit het land der levenden. Want om de overtreding van zijn volk werd hij verwond.
En zij gaven goddelozen om zijn graf te zijn en  rijken in zijn dood, hoewel hij geen geweld had aangedaan noch bedrog in zijn mond. En YHWH was behaagd om hem te verbrijzelen en Hij heeft hem gekrenkt.

Als u zijn ziel als een schuldoffer zal aanwijzen zal hij zijn zaad zien en zal hij zijn dagen vermeerderen en het welbehagen van YHWH zal voortgaan in zijn hand. Hij zal door het werk van zijn ziel  zien en hij zal verzadigd worden en door zijn kennis zal hij rechtvaardigen, zelf mijn rechtvaardige knecht voor velen en hun onrechtmatigheden zal hij dragen.

Daarom zal ik hem een aandeel geven van de groten, en met de sterken zal hij de roof delen omdat hij tot de dood zijn ziel heeft blootgelegd en met de overtreders is geteld geweest en hij, de zonden van velen, hij droeg, en voor hun overtredingen heeft gesmeekt.

 

 

De profeet Jesaja

De profeet Jesaja

 

 

 

De vergelijking met onze huidige Bijbelse tekst

 

De Dode Zeerollen zijn een krachtig hulpmiddel om critici van de Bijbelse teksten te kunnen beantwoorden. Hoewel de eerste rollen al in 1947 werden ontdekt, werd een groot gedeelte van het onderzoek van de vertalingen pas recentelijk aan het grote publiek bekend gemaakt.

Hierbeneden vind je Jesaja 53 uit de Statenvertaling van de Bijbel, vertaald uit de Masoretische tekst van de Hebreeuwse Schrift. Vergelijk dit eens met het gedeelte van de grote Jesaja-rol zoals hierboven vermeld. Het is werkelijk indrukwekkend.

 

 

Jesaja 53 in de Statenvertaling van de Heilige Bijbel

 

Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des Heren geopenbaard? Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Here heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding mijns volks is de plage op Hem geweest.

En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. Doch het behaagde den Here Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.

 

 

13.07.08.Artikel.Dode-_Zeerollen-MAIN-rollen

 

 

 

 Een opmerkelijke tijd in de geschiedenis

 

De Dode Zeerollen lagen ongeveer 2000 jaar verborgen in een perfecte, droge omgeving. In 1947 vond een Bedoeïense herder door stom toeval de belangrijkste archeologische vondst in de geschiedenis. Een jaar later keerde het Joodse volk voor het eerst sinds 70 na Christus als een formele natie terug naar zijn thuisland.

Terwijl de ontvouwing van profetische gebeurtenissen in het Midden-Oosten zich lijkt te versnellen, kunnen we de oude Messiaanse profetieën lezen met een absolute zekerheid die nu ook verifieerbaar is. We hebben nu het grootste vertrouwen dat het Oude Testament (de Joodse Tanak) dat we vandaag de dag lezen hetzelfde is als de versie die zo’n 100 tot 200 jaar voor Christus bestond.

Dit betekent dat de meer dan 300 Oudtestamentische profetieën over de komende Messias al bestonden voordat Jezus Christus werd geboren. Het is aan ieder van ons individueel om te beslissen wat we met deze werkelijkheid gaan doen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Wat zijn Apocriefen?

Standaard

categorie : religie

.

.

APOCRIEFEN

 

Zowel in het jodendom als in het vroege christendom zijn heel wat meer geschriften ontstaan dan in de Bijbel zijn opgenomen. Daarin werden slechts die boeken opgenomen die voor joden en christenen beslissend gezag hadden inzake geloof en moreel handelen, geschriften die echt als woord van God erkend werden en op grond daarvan in de joodse of christelijke gemeenschap gelezen werden in de liturgische diensten. Men ging daarbij niet lichtvaardig te werk; getuige daarvan de strenge selectie die werd doorgevoerd en de soms langdurige aarzelingen en betwistingen over sommige boeken (Ezechiël en Prediker bij de rabbijnen; Hebreeën en Apokalyps in sommige kerken).

De geschriften die in de Bijbel zijn opgenomen, noemt men canonische geschriften, omdat zij behoren tot de canon ( = lijst, regel, norm) van heilige boeken die voor de gelovige jood of christen gezaghebbend en normerend zijn inzake geloof en moreel handelen.

 

De boeken die verwantschap vertonen met de Bijbelse geschriften, ongeveer in dezelfde tijd ontstaan zijn, en hier en daar als heilige boeken beschouwd werden, noemt men aprocriefen (van een Grieks woord dat ‘verborgen’ betekent).

 

 

 

 

Vaak circuleerden deze geschriften in marginale groepen die in onmin leefden met de grote kerkgemeenschap, en er min of meer afwijkende meningen op na hielden die ze met behulp van hun geschriften probeerden te ondersteunen. Vooral in de twee eeuwen voor en na onze tijdrekening zijn er talrijke apocriefen ontstaan, zowel bij de joden als bij de christenen. Zo spreekt men van de apocriefen van het Oude Testament en de apocriefen van het Nieuwe Testament.

Wat de eerste groep betreft, werd reeds gewezen op het feit dat de protestantse christenen een aantal boeken die in de katholieke Bijbels staan, apocriefen noemen; de boeken die de katholieken apocriefen noemen, noemen zij pseudepigrafen.

Enkele bekende voorbeelden van de talrijke oudtestamentische apocriefen zijn het Henochboek, de Testamenten van de twaalf patriarchen en het Vierde boek Ezra. Bij de apocriefen van het Nieuwe Testament zijn vooral bekend: het evangelie van Thomas (een honderdtal losse gezegden van Jezus), het prota-evangelie van Jakobus (over de kinderjaren van Maria en Jezus), en de Handelingen van Paulus.

De apocriefen worden – ten onrechte – toegeschreven aan bekende Bijbelse figuren. De informatie die in die boeken gegeven wordt, is legendarisch en historisch onbetrouwbaar, maar de apocriefen bevatten interessante gegevens over de opvattingen en de mentaliteit van de joodse en christelijke groepen waarin ze ontstaan zijn.

Ondanks het feit dat veel gelovigen tegenwoordig weinig vertrouwen stellen in de apocriefen, zijn deze omstreden geschriften in het algemeen moreel van aard en geven zij inzicht in bepaalde aspecten van de geschiedenis, de gebruiken en de religieuze ontwikkeling van de Joden tijdens deze periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De volgende veertien geschriften, die nu kort worden samengevat, vormen samen de zogenaamde apocriefen. Hoewel de meeste tussen 300 voor Christus en 100 na Christus zijn ontstaan, verwijzen diverse van deze boeken naar eerdere tijden en gaan zij uit van verschillende historische contexten.

 

 

 

De 14 apocriefen

 

1 ESDRAS, de Griekse naam voor Ezra, is een historisch verslag over de periode van het einde van de ballingschap tot de voltooiing van de tempel. Het is een compilatie die delen van Ezra, Nehemia en de Kronieken bijna dupliceert. Een toegevoegd verhaal probeert uit te leggen waarom Zerubabbel een leidende rol had in de wederopbouw van de tempel. Volgens het verhaal beargumenteerde Zerubabbel met succes in een debat met twee andere wachters van koning Darius dat vrouwen en waarheid sterker zijn dan koningen en wijn.

 

 

 

 

2 ESDRAS, van Latijnse oorsprong uit de eerste drie eeuwen na Christus, beoogt een reeks apocalyptische visioenen over de toekomst van de wereld te verslaan. In dat opzicht is het vergelijkbaar met de apocalyptische visioenen van de toonaangevende profeten, vooral die van Daniël. Een groot gedeelte van het boek bespreekt een aantal van de moeilijke kwesties die in het boek Job worden behandeld: hoe kan God toestaan dat Zijn mensen lijden? Waarom zou God ervoor kiezen om volken die slechter zijn dan Israël te gebruiken om Israël te straffen? Waarom een rechtschapen leven leiden als de boosaardigen er beter vanaf lijken te komen? Hoe lang zal het duren voordat de rechtschapen mensen eindelijk hun beloning zullen ontvangen? Hoe zullen de goddelozen worden gestraft? En ook al worden er net als in het boek Job enkele antwoorden gegeven, toch is de primaire respons dat er nu eenmaal veel is dat de mens nog niet kan bevatten.

 

 

 

 

HET BOEK TOBIT is een fictief religieus verhaal over een vrome Jood, Tobit genaamd, en zijn zoon Tobias. Het verhaal concentreert zich vooral op de reis van Tobias van Ninevé naar de stad Ecbatana om geld op te halen dat zijn vader daar in bewaring had gegeven. Op zijn reis ontmoet Tobias een verre verwante, Sarah genaamd, met wie hij trouwt. Sarah had al zeven echtgenoten overleefd; zij stierven steeds tijdens de huwelijksnacht. Een centrale figuur in het verhaal introduceert elementen van Perzisch mysticisme en demonisme. Deze hoofdrolspeler beweert de aartsengel Rafaël te zijn, die zich vermomd heeft als Tobias’ gids. De morele boodschap in het verhaal is het aanmoedigen van onzelfzuchtigheid en liefdadigheid, vooral zoals deze te zien zijn in het leven van Tobit en de principes die hij zijn zoon heeft meegegeven.

 

 

 

 

HET BOEK JUDITH is een ander religieus fictief werk, over een mooie Joodse vrouw, Judith genaamd, die haar stad en zelfs het hele volk van Israël redt door een Assyrische generaal om de tuin te leiden en zijn hoofd af te hakken. De generaal Holofernes wordt verondersteld een legeraanvoerder te zijn van Nebukadnezar, de koning over de Assyriërs in Ninevé. Die historische fout bevestigt de fictieve aard van het verhaal en richt de aandacht van de lezer nadrukkelijker op het duidelijke doel van het boek: het bevorderen van een strikte navolging van de Joodse wetten, vooral de ceremoniële wetten en de voedingswetten. Het verhaal kan zijn voortgebracht door de Joodse Farizeeërs, die in latere verhalen nog uitgebreider zullen worden besproken.

 

 

 

 

TOEVOEGINGEN OP HET BOEK ESTHER zijn aanvullingen op het canonieke verslag over Esther. Deze supplementen vinden we verspreid over de Griekse vertalingen van het boek. Omdat er in het boek Esther geen rechtstreekse verwijzingen bestaan naar God of de Joodse godsdienst, is het mogelijk dat de vertalers besloten om de diverse aanvullingen op het boek toe te voegen om zo de religieuze invloed ervan te vergroten. Onder de aanvullingen vinden we, zo wordt beweerd, de inhoud van het decreet van koning Artaxerxes om de Joden af te slachten, een vermeend verslag over Esthers gebed tot God voordat zij de koning ongenodigd zou benaderen, de veronderstelde inhoud van de brief die de Joden toestond om zichzelf te verdedigen en tenslotte een epiloog waarin Mordechai laat zien hoe zijn droom in alle voorgaande gebeurtenissen bewaarheid werd.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN SALOMO, of Boek der Wijsheid, is een gedicht dat stilistisch vergelijkbaar is met het boek Prediker en is karakteristiek voor de literatuur in de wijsheidsbeweging van Salomo. Daarom wordt het boek soms met Salomo’s naam aangeduid, ook al is het kennelijk pas rond 50-40 voor Christus geschreven. Het gedicht spreekt op prachtige wijze over Gods alwetendheid, de aard van de dood, de geborgenheid van de rechtschapenen, de superioriteit van deugdzaamheid en de vernietiging van de goddelozen. En op een manier die doet denken aan de profeten, voert de schrijver een scherpe aanval uit op afgoderij en heidense perversies. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van Gods omgang met Israël en Zijn altijddurende zorg voor Zijn volk, zelfs wanneer zij ontrouw zijn.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN JEZUS SIRACH is het langste boek van de apocriefen en is vergelijkbaar met het boek Spreuken wat betreft inhoud en stijl. Het werd oorspronkelijk rond 180 voor Christus in Jeruzalem in het Hebreeuws geschreven en zo’n vijftig jaar later in de stad Alexandrië in het Grieks vertaald. Het laatste gedeelte van het boek bevat een overzicht van alle grote mannen in de Joodse geschiedenis, eindigend met Simon de hogepriester, die in 199 voor Christus overlijdt. Een proloog geeft aan dat de schrijver een man met de naam Jezus of Jozua is (wiens vaders naam Sirach is) en dat zijn gedachten voortkomen uit een jarenlange bestudering van de wet, de profeten en andere oudtestamentische wijsheidsliteratuur. Het is niet verbazingwekkend dat dit boek, dat ook wel Ecclesiasticus wordt genoemd, begint met de woorden: “Alle wijsheid komt van de Heer en is bij hem tot in eeuwigheid.”

Net als het boek Spreuken vindt Ecclesiasticus wijsheid in de vrees voor de Heer, maar ook in zelfbeheersing, vooral spraakbeheersing. Liefdadigheid en nederigheid worden aangemoedigd en het boek bevat waarschuwingen tegen ongepaste begeerten en overmatig wijngebruik. De kortheid van het leven en de bestraffing van de goddelozen worden als motivaties voor een correcte leefstijl gezien. Slechte vrouwen en klagende vrouwen worden net als overspelige mannen heel scherp als boosaardig bestempeld.

In tegenstelling tot andere wijsheidsliteratuur in de canonieke Schrift bevat Ecclesiasticus ook werelds advies voor gepaste etiquette aan de eettafel en primaire gezondheidsgewoontes. Verschillende beroepen worden geprezen, van artsen tot gewone handelslieden, waarvan wordt gezegd: “…wat voor altijd geschapen is, krijgt door hen zijn plaats…” en “…ze hebben alleen de behoefte hun ambacht uit te oefenen”. Alles in aanmerking genomen behandelt Ecclesiasticus een breed scala aan wijze gezegden die een weerspiegeling zijn van de wijsheidsliteratuur die al eerder gepresenteerd werd.

 

 

 

 

HET BOEK BARUCH wordt verondersteld geschreven te zijn door de kopieerder van Jeremia. Het werd volgens het boek zelf meegezonden met een ingezameld geldbedrag om de aanbidding in de tempel in 582 te steunen. Maar aangezien de tempel in die tijd een ruïne was, bestaan er twijfels over de geschiedkundige nauwkeurigheid van het geschrift. Het lijkt erop dat het document ergens aan het einde van de eerste eeuw tot ontstaan kwam, toen Jeruzalem en de herbouwde tempel opnieuw werden bedreigd. In dit boek vinden we een bekentenis van nationale zonden, een smeekbede voor genade, een vraag om wijsheid en bemoedigende woorden voor een onderdrukt volk. Deze worden gevolgd door de “Brief van Jeremia”, waarvan beweerd wordt dat hij door de grote wenende profeet zelf geschreven is aan de gevangenen in Babylon en waarin hij waarschuwt tegen betrokkenheid bij afgoderij. Deze brief is een van de krachtigste en meest wijze aanvallen tegen afgoderij die ooit zijn geschreven.

 

 

 

 

HET VERHAAL VAN SUSANNA is een kort verhaal over een deugdzame vrouw die Susanna genoemd wordt en valselijk van ontrouw wordt beschuldigd door twee boosaardige Joodse volksoudsten, wanneer zij hun seksuele avances afwijst. Wanneer zij wordt weggevoerd om geëxecuteerd te worden, na een rechtszaak waarin haar aanklagers een vals getuigenis afleggen, dringt Daniël (verondersteld wordt dat het Daniël uit het Oude Testament is) erop aan dat de twee oudsten afzonderlijk worden ondervraagd. Deze zet leidt tot getuigenissen die met elkaar in strijd zijn en waarmee Susanna’s onschuld bewezen wordt.

Het verhaal is misschien niets meer dan een hypothetisch geval dat geschreven is om aan te zetten tot hervormingen in de manier waarop bewijslast wordt vergaard in rechtszaken over misdaden waarop de doodstraf staat. Hoewel de wet vereist dat er twee getuigen nodig zijn om iemand schuldig te kunnen verklaren, is het toch mogelijk dat deze twee getuigen samenzweren waardoor een onschuldig mens ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Deze nieuwe procedure zou dan kunnen helpen om een dergelijke samenzwering te ontmaskeren en juist de doodstraf op te leggen aan de samenzweerders.

 

 

 

 

HET LIED VAN DE DRIE JONGE MANNEN is een geschrift uit de periode 170-150 voor Christus, bedoeld om geïntegreerd te worden met het boek Daniël (na vers 3:23). Het boek beweert een verslag te zijn over het wonder waarmee Sadrach, Mesach en Abednego gered werden toen zij in de brandende oven werden geworpen, samen met een gebed van Azarja (Abednego), dat feitelijk een bekentenis van Israëls zonden en een smeekbede voor de redding van het volk is. Het bevat verder een loflied op de God die de drie mannen uit het dodelijke vuur heeft gered.

 

 

 

 

BEL EN DE DRAAK is het derde verhaal dat aan het boek Daniël is toegevoegd en is een aanval op afgoderij, vooral de verering van slangen, of “draken”, zoals zo vaak gebeurde rond 100 voor Christus toen dit boek geschreven werd. Het verhaal plaatst Daniël in een dispuut met koning Kores over de vraag of de Babylonische god Bel het voedsel dat aan hem wordt geofferd al dan niet opeet. Door middel van eenvoudige vindingrijkheid weet Daniël aan te tonen dat het voedsel door de priesters van Bel wordt opgegeten. Daniël veroorzaakt vervolgens de dood van een aanbeden slang, waardoor de Babylonische aanbidders zó boos worden dat zij Daniël in een leeuwenkuil gooien. In dit fictieve verhaal over de leeuwenkuil wordt Daniël eten gebracht door de profeet Habakuk, waarvan beweerd wordt dat hij voor deze gelegenheid op wonderbaarlijke wijze van Judea naar Babylon werd overgebracht.

 

 

 

 

HET GEBED VAN MANASSE is een kort, maar uitstekend voorbeeld van een vroom en berouwvol gebed, misschien van Farizese oorsprong.

 

 

 

 

1 MAKKABEEEN verhaalt de geschiedenis van het Joodse volk in Judea in de periode 175-132 voor Christus. Het bevat er een groot aantal details over die in latere geschriften slechts summier zullen worden aangestipt. De strijd tussen de belangrijkste koningen van deze periode – de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte – wordt afgeschilderd. De Joden bevinden zich midden tussen de strijdende grootmachten. Er wordt verwezen naar een latere Romeinse macht, maar in deze periode bestaat er nog geen directe Romeinse heerschappij waar Judea door beïnvloed zou zijn. Het begin van dit historische verslag gaat voornamelijk over de Seleucidische koning Antiochus Epiphanes, die een grote vervolging begint van de Joden en hun godsdienst. Er zijn Joden die liever sterven dan toezien dat de wet onderdrukt wordt en zij reageren op een militante wijze. Meerdere decennia lang worden deze Joden in de ene na de andere strijd aangevoerd door een man met de naam Mattatias en drie van zijn zonen.

De eerste zoon die deze taak van zijn vader overneemt is Judas, die Makkabeüs wordt genoemd. Het historische verslag is naar deze man vernoemd. Judas Makkabeüs wordt opgevolgd door zijn twee broers Jonatan en Simon, en later door Simons zoon Hyrkanus. De militaire strijd van de Joden tegen de Syriërs, Grieken, Egyptenaren, Edomieten en een aantal plaatselijke vijanden, doet denken aan de oorlogen van koning David. Maar de bijna onophoudelijke gevechten geven Judea en de Joden uiteindelijk een korte periode van vrede, te midden van door conflicten gekenmerkte eeuwen. Jonatan en Simon worden aangesteld als hogepriesters en gouverneurs, wat duidt op een evolutie in de traditionele rollen van het Joodse leiderschap. Het eerste boek der Makkabeeën is de belangrijkste en meest betrouwbare bron van de geschiedenis van de Joden in deze periode.

 

 

 

 

2 MAKKABEEEN wordt verondersteld de periode te beschrijven van 175-160 voor Christus, maar het is minder historisch dan vaderlandslievend. Het boek beweert een leesbare samenvatting te zijn van een veel gedetailleerder werk in vijf delen, geschreven door Jason van Cyrene. Het meest in het oog springend zijn de gedetailleerde verslagen over gewelddadige wreedheden die Antiochus Epiphanes tegen de Joden zou hebben begaan.

Met behulp van deze geschriften en de historische verslagen van andere volken in de volgende vier eeuwen is het mogelijk om in grote lijnen vast te stellen hoe het Joodse volk zich verder ontwikkelt, als natie en als een uiteengeslagen volk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat bedoelen de volgende verzen in de Koran?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

Nu kunnen we verzen onder de loep nemen die door islamofoben op tafel geworpen worden als vermeend bewijs van het gewelddadig karakter van de Koran en van de islam.

Ter inleiding echter een paar opmerkingen inzake interpretatie van verzen:

  1. De krijgswet is het burgerrecht niet. Dat zou voor zich moeten spreken. Toch is het iets waar menig islamofoob zich op verkijkt. Men citeert een vers dat betrekking heeft op de krijgswet en doet alsof dat op het burgerrecht slaat, met alle gevolgen van dien inzake misinterpretaties.
  2. Sommige verzen zijn algemene regels, andere zijn juist uitzonderingen op de algemene regels.
  3. Verzen moeten ook getoetst worden aan het algemeen kader en aan andere verzen die de betekenis ervan verduidelijken
  4. Voor sommige verzen kan het nodig zijn de historische context waarin ze geopenbaard zijn na te gaan om te weten waarover ze precies handelen.

Vrede is voor de islam de voorkeurstoestand. Pas onder zeer beperkte en duidelijk omschreven omstandigheden kan gewapende strijd toegestaan zijn, en dit pas na uitputting van alle andere middelen. Een oorlog kan ook nooit door een individu of groep afgekondigd worden maar is pas wettig als de beslissing door de bevoegde organen genomen werd. Burgers moeten te allen tijde gespaard worden.

 

 

media_xl_4888423

 

 

 

Koran 2:216 

 

« Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet. »

 

De inhoud van dit vers bevestigt dit algemeen kader. Oorlog wordt hier immers niet opgehemeld als een goed, integendeel, oorlog voeren wordt hier omschreven als iets waar men tegen opziet. In sommige omstandigheden (zoals het zich verdedigen bij een aanval op de rechtvaardige, gematigde samenleving en het strijden tegen oppressie) kan een gewapende strijd gewettigd zijn.

De Koran zegt hier dat niemand graag oorlog voert, dat oorlog een kwalijke zaak is, maar dat men soms niet anders kan omdat het algemeen belang primeert voor het bewaren en beschermen van de rechtvaardige samenleving. Dat is wat hier bedoeld wordt door te zeggen dat iets dat men niet graag heeft, toch goed kan zijn.

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. »

 

Dit vers roept niet op tot vechten, maar beperkt integendeel de strijd tot situaties waarin men aangevallen wordt (“bestrijdt hen die jullie bestrijden”). Het vers verleent moslims dus hooguit de toelating zich te verdedigen in een wettige oorlog. Binnen die omstandigheden van gewettigd verweer, legt dit vers onmiddellijk beperkingen op, men mag de grenzen niet overschrijden.

Het is niet omdat een agressor alle normen laat varen, dat men dat zelf ook mag doen. Ook het grootste onrecht rechtvaardigt niet dat men zelf in immoreel gedrag vervalt. De toestemming tot strijden wanneer men aangevallen wordt, wordt door nog meer beperkingen omschreven en vernauwd, zoals blijkt uit de context van vers 190:

 

 Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

 

 

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. (Koran 2:191)

«Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.» (Koran 2:192)

 

Het vers kadert duidelijk binnen een oorlogssituatie, en heeft niets te maken met de manier waarop moslims in het gewone burgerleven met niet-moslims moeten omgaan. Het vers verduidelijkt enkel de principes van de krijgswet en oorlogsethiek. Het vers stelt dat dat men diegene mag verdrijven die jou eerst uitgedreven hebben.

Daarmee beperkt dit vers de legitimiteit van gewapend verzet alweer tot een situatie van zelfverdediging. Het gaat hier evenmin om ‘de’ ongelovigen, maar enkel om diegenen die een aanval ingezet hebben op de moslimgemeenschap.

Uit boven gaande teksten blijken volgende punten:

  1. Men mag alleen naar de wapens grijpen ter defensie.
  2. Moslims krijgen de opdracht ook dan de grenzen niet te buiten te gaan. Dit betekent dat men ook in verdediging niet zelf in onrecht mag vervallen. Het verbiedt moslims oorlogsmisdaden te begaan. God staat dus alleen aan de kant van diegenen die de rechtvaardige zaak verdedigen tegen een aanval, en die dat op een wettige manier doen.
  3. Van zodra de tegenpartij de gevechten staakt, moet men dat ook doen en moet men meegaan in de vrede. Dit betekent dat men alleen de aanval mag afslaan, en dat het daar moet eindigen. Ook wanneer men op een bepaald ogenblik het overwicht behaalt en dus gemakkelijk de vijand zou kunnen decimeren en uitroeien, is dat niet toegestaan.
  4. De vrede herstellen betekent niet dat de spons geveegd wordt over oorlogsmisdaden van de vijand. Een oorlogsmisdadiger gaat niet vrijuit, ook niet als de vrede teruggekeerd is. Hij zal voor een rechtbank moeten verschijnen en zijn gepaste straf krijgen.
  5. De strijd duurt tot er geen godsdienstvervolging meer is, dwz dat moslims en niet-moslims weer vrij zijn hun geloof te beleven. De moslims mogen ook niemand dwingen zich tot de islam te bekeren. Tevens krijgen moslims de opdracht niet alleen eigen verdrukking maar ook verdrukking van niet-moslim te bestrijden.
  6. Moslims mogen geen vredesakkoord aanvaarden waarin ze bv. akkoord moeten gaan met het aanbidden van een of andere afgod maar dat ze moeten strijden tot ze werkelijk volledige godsdienstvrijheid genieten en dus hun islam kunnen beleven. Het staat anderen echter wel vrij dat beeld te blijven aanbidden.

 

De bescherming van de rechten van niet-moslim minderheden ( Dhimmi’s)  in een samenleving is verplicht. Immers:

 

«”Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand over dragen zou verraad van de garantie betekenen.” 

 

 

 

Koran 2 : 244

 

« Strijd op Gods weg en weet dat God wetend en horend is.»

 

Er staat hier dat God alles hoort, alles weet. Dit wil zeggen dat men zich binnen het toelaatbare moet begeven. Men mag dus geen (oorlogs-) misdaden begaan want God hoort alles en ziet alles, ook wanneer men wettige een oorlog voert.

 

 

 

 

 

Koran: 2:193

 

«Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

Het volstaat hier de aandacht te vestigen dat deze verzen verduidelijken hoe lang moslims in een aan de gang zijnde oorlog mogen strijden. Moeten ze strijden tot iedereen zich tot de islam bekeerd heeft? Het moet gezegd dat deze verzen op het eerste gezicht in die richting wijzen, en dat er ongetwijfeld ook wel extreme groepen moslims zijn die de verzen uit hun context lichten en ze zo interpreteren.

Godsdienstvrijheid staat centraal in de islam. Dat sluit een interpretatie in de zin van strijden tot iedereen zich bekeerd heeft tot de islam uit. Er moet aan herinnerd worden dat moslims een godsdienstoorlog, een aanval op hun godsdienst, mogen afslaan.

Het vers “en strijd tot godsdienst alleen God toebehoort” betekent dat moslims in zulke omstandigheden de opdracht krijgen te strijden tot wanneer hun godsdienstvrijheid gegarandeerd wordt en tot de eigen islam beleving veilig gesteld is. De godsdienst behoort alleen God toe.

Volgens de islam heeft men een lager zelf waarin een satan de mens aanspoort tot het kwade, en een hoger zelf waarin een Engel uitnodigt tot het goede.“En strijd tot er geen fitnah meer is” betekent dat men moet strijden tegen het lagere zelf en wel zodanig tot de eigen satan zich overgeeft aan God tot er geen kwade meer aanwezig is.

 

 

 

Koran 8:12

 

«Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: “Ik ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de harten van de ongelovigen schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers”.» 

 

Dit vers handelt over de slag om Badr waarin de moslims in de minderheid zijn. God stuurt engelen uit om aan de zijde van de moslims te strijden. Het gedeelte “Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers” is een opdracht aan de engelen, het is geen opdracht die aan de moslims gegeven wordt.

Het is ook God die zegt: “Ik zal de harten schrik aanjagen”. Hij zal er met andere woorden voor zorgen dat de vijand, niettegenstaande hij een numerieke overmacht heeft, schrik krijgt voor de kleine aantallen moslimstrijders. 

 

 

screenshot_602

 

 

 

 

Koran 8:60

 

«”En maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen…”» (Koran 8:60)

 

Dit vers schrijft moslims voor hoe ze een op handen zijnde oorlog alsnog kunnen proberen afslaan te door de tegenstander te imponeren. Het is wat men een ‘afschrikkingsmiddel’ zou noemen. Onze eigen West-Europese politiek maakt van precies dezelfde techniek gebruik met de bedoeling een mogelijke vijand af te schrikken. Het gaat hier dus om een regel die de vrede probeert te bewaren en oorlog probeert te voorkomen.

 

 

 

Koran 4:76 

 

«Zij die geloven strijden op Gods weg en zij die ongelovig zijn strijden op de weg van de Taghoet. Bestrijdt de aanhangers van de satan. De list van de satan is maar zwak!»

 

Wat hier met elkaar gecontrasteerd wordt is voor de zaak van God of voor de zaak van de duivel te strijden. Wat de zaak van God inhoudt wordt uiteengezet in het vers dat er onmiddellijk aan voorafgaat:

 

«Wat hebben jullie dat jullie niet op Gods weg strijden en ook niet voor die onderdrukte mannen, vrouwen en kinderen die zeggen: “Onze Heer, breng ons uit deze stad waarvan de inwoners onrecht plegen en breng ons van Uw kant een beschermer en breng ons van Uw kant een helper”. »

 

Strijden voor de zaak van God, betekent dus de rechtvaardige samenleving beschermen, strijden tegen verdrukking en onrecht. Het tegendeel daarvan is strijden voor tirannie, hebzucht, hoogmoed, repressie, macht, apartheid, enz.

De Taghoet slaat op alles en iedereen dat in de weg staat van het zuivere geloof in de Ene God. Dat hoeft helemaal geen beeld of persoon te zijn, ook hoogmoed, racisme en repressie staan het zuivere geloof in de Ene God in de weg. Ze worden daarom geassocieerd met de zaak van satan. De Koran zegt hierover dat de zaak van satan maar zwak is. De zaak van God, de strijd voor rechtvaardigheid, bescherming van de zwakken en onderdrukten, onrecht en racisme is de goede zaak.

Vers 4:76 stelt de zaak van de gelovigen tegenover de zaak van satan zonder daarbij namen van godsdiensten te noemen. Zoals hoger reeds besproken, erkent de islam dat er bij moslims, joden en christenen zowel gelovigen als ongelovigen zijn. Het oordeel over geloof en ongeloof komt alleen God toe.

En het is niet de naam van het geloof dat men aanhangt maar de godvrucht en de goede daden. Vervalt men, vanuit om het even welk geloof in God, in racisme, hoogmoed, oppressie enz., dan staat men aan de kant van satan.  Dit is een belangrijk koranisch inzicht, waardoor er geen “wij tegen zij” kan zijn op grond van kenmerken zoals huidskleur, geloof, nationaliteit en afkomst. Het is altijd de rechtvaardige kant tegen het onrecht, over alle grenzen van ras, geloof, nationaliteit en afkomst heen.

 

 

 

 

 

 

Koran 9:5

 

« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de weg. God is vergevend en barmhartig»

 

Het vers handelt over een oorlogssituatie waarin “heilige maanden” in acht genomen worden, dit wil zeggen, een oorlogssituatie waarin een periode van staakt-het-vuren van kracht is. Moslims krijgen hier de opdracht zich aan een overeengekomen staakt-het-vuren te houden. Na deze periode mogen ze, bij ontstentenis van vredesverdrag, verder strijden. Opnieuw legt de context van het vers daarop volgend beperkingen op:

 

En als een van de veelgodendienaars bij jou bescherming zoekt, geef hem dan bescherming totdat hij het woord van God hoort en laat hem daarna een plaats bereiken waar hij veilig is. Dat is omdat zij mensen zijn die niet weten. Hoe kan er jegens de veelgodendienaars een verbondsverpliching bij God en bij Zijn gezant zijn, behalve jegens hen met wie jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige moskee. Zolang zij jegens jullie correct handelen, handelt jullie dan ook correct. God bemint de godvrezenden.» (Koran 9:5-7)

 

De context verduidelijkt dat alleen mag gestreden worden tegen diegenen met wie geen vredesovereenkomst kon bereikt worden gedurende het staakt-het-vuren. Wie correct handelt, moet ook correct behandeld worden. Men heeft geen enkele verplichting zich tot de islam te bekeren.

Ook als hij zich niet bekeert, moeten moslims de persoon in veiligheid brengen. Wat in dit versdeel wel tot uitdrukking gebracht wordt is het principe dat wanneer een vijandig soldaat zich bekeert tot de islam, men hem niet langer als vijand mag beschouwen.

 

 

 

Koran 9 : 12

 

«En als zij hun eden breken nadat jullie met hen een verbond gesloten hebben en jullie godsdienst belasteren, bestrijdt dan de leiders van het ongeloof. Voor hen bestaan er geen eden. Misschien zullen zij ophouden.»”

 

volgende vers :

«Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die hun eden gebroken hebben en die van plan waren de gezant te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie begonnen? Vrezen jullie hen? God komt het met meer recht toe dat jullie Hem vrezen als jullie gelovig zijn.»

 

Deze verzen handelen dus weer over het krijgsrecht en stellen dat wanneer een vijandige groep een vredesakkoord verbreekt en de moslims aanvalt, dat de moslims zich mogen of zelfs moeten verzetten als het voortbestaan van de gemeenschap op het spel staat.

De vraag wordt gesteld waarom moslims zich niet zouden verzetten tegen een aanval of tegen oppressie. De Koran zegt dat je maar beter God kan vrezen in plaats van de vijand, en je kan dus maar beter de kant van de rechtvaardigheid kiezen.

 

 

 

 

 

 

Koran 9 : 29

 

«Strijdt tegen hen die niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebben en  die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen.”»

 

De Koran stelt hier dat gewapend verweer mogelijk is en dat de tegenstander bereid moet zijn om een taks te betalen. Moslims zelf zijn gehouden de zakaat te betalen. De zakaat is een islamitisch religieuze aangelegenheid, waarvan niet-moslims vrijgesteld zijn.

Niet-moslims moeten uiteraard wel mee betalen voor een aantal openbare diensten waarvan zij genieten, zoals onderhoud van het moslimleger dat ook hen beschermt in geval van een aanval. Moslims zijn verplicht alle inwoners van hun samenleving, ook niet-moslims, te beschermen en te verdedigen tegen een aanval. Zij mogen deze mensen ook niet uitleveren aan de vijand.

 

« Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand overdragen zou verraad van de garantie betekenen» 

 

De Koran draagt moslims hier op erover te waken dat deze taks billijk ingesteld wordt en de draagkracht van de mensen niet te boven gaat. Iedereen moet de zakaat betalen.

 

 

 

 

Koran 4 : 89

 

.Als zij zich van jullie afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie vrede aanbieden dan verschaft God geen weg om tegen hen op te treden. Jullie zullen anderen vinden die voor jullie veilig wensen te zijn en evenzo voor hun eigen mensen. Telkens als zij aan de beproeving worden blootgesteld worden zij daardoor misleid. Als zij zich dan niet van jullie afzijdig houden, jullie geen vrede aanbieden, noch hun handen in bedwang houden, doodt hen dan waar jullie hen aantreffen. Zij zijn het over wie Wij een duidelijk gezag hebben verleend.” » (Koran 4:88-91)

 

Ook dit vers kan niet geïnterpreteerd worden als toestemming om zomaar eender wie te doden. Wel integendeel. Als de tegenpartij vrede wil, moet men daar in meegaan. Het is pas als de tegenstanders geen vrede willen dat moslims de toestemming krijgen om zich te verdedigen. Als dit soort verzen niet zou bestaan, zouden moslimstrijdkrachten zich in oorlogstijd door iedereen moeten laten afslachten zonder enig weerwerk te mogen bieden.

 

 

 

 

 

 

Koran 47 : 4

 

«En wanneer jullie hen die ongelovig zijn in de strijd ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen lost te kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. …».”

 

Ook dit vers handelt niet over burgerrecht, maar over oorlogsethiek en krijgsrecht. Het algemeen principe is dat het leven altijd heilig en onschendbaar is, behalve in bij wet voorziene omstandigheden. Dit vers maakt een uitzondering voor soldaten in een oorlogssituatie.

In een dergelijke situatie kan het doden van de vijand in het heetst van de strijd toegestaan zijn als men om logistieke en militaire redenen niet in staat is gevangenen te nemen. Van zodra de militaire en logistieke mogelijkheden het toestaan schrijft de Koran voor de vijand krijgsgevangen te nemen om hem later

1) weer vrij te laten (dat is de eerste en meest geprefereerde optie)

2) hen uit te wisselen

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria