Dagelijks archief: juni 7, 2019

Does Science Prove God’s Glory? / Bewijst de wetenschap de glorie van God?

Standaard

Category / categorie: video

 

 

 

Does science prove God’s glory?

Bewijst de wetenschap de glorie van God?

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Advertenties

Kruiden van oudsher: letter G en H

Standaard

 

.

.

 

 

Gerst

 

Gerstmeelcompressen op blessures werken pijnstillend en verminderen de zwelling. Daarnaast werkt het tegen darmproblemen en versterkt de zenuwen.

 

 

 

 

 

Gierst

 

Wanneer je huid, haar, nagels en tanden nu aan restauratie toe zijn, eet je best eens wat meer gierst.

 

 

 

 

 

Goudsbloem

 

Goudsbloem is een bestseller voor mensen die met spataders geplaagd zitten. Ook kloven, gebarsten lippen en brandwonden gaan voor de bijl onder de goudsbloemzalf. Goudsbloem bevat een natuurlijk antibioticum.

 

 

 

 

 

Havermout

 

Havermout zit vol eiwitten, koolhydraten, sporenelementen en stabiele B-vitamines. Als je geregeld havermout eet, word je minder vlug moe. Je uithoudings- en concentratievermogen gaat er zienderogen op vooruit. Daarbovenop krijgt je bloed nog een opknapbeurt door het ijzer en het calcium die in havermout zitten. Havermout zorgt ervoor dat je je afvalstoffen kwijtraakt.

 

 

 

 

 

Honing

 

Honing is een slijmoplossend middel. De suikers in honing trekken namelijk vocht aan. Honing bevat ook etherische oliën die het slijm verdunnen en de hoestprikkel verminderen.

 

 

 

 

 

 

Huislook

 

Huislook komt van pas bij een ontstoken schrammetje of een puistje, aften en kleine brandwonden.

 

 

 

 

 

Hyssop

 

Hyssop kalmeert de zenuwen en zuivert het bloed. Het kruid wekt de eetlust op en helpt je van vervelende windjes af.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruiden van oudsher: letter D, E en F

Standaard

.

.

 

 

 

 

Den

 

De geneeskrachtige aspiraties van terpentijn, die uit verschillende soorten naaldbomen stroomt, zijn geen recente bevlieging. Hippocrates, Dioscurides en nog andere heelkundigen wisten al dat dennenhars en jonge dennenscheuten ideaal waren om verkoudheid, hoest, jicht en reuma te lijf te gaan.

 

 

 

 

 

 

Dille

 

Dille is rijk aan minerale zouten, dus kan je een zoutloos dieet met dillezaad aanvullen. Dillezaden hebben een slijmoplossende, krampstillende en verwarmende werking. Als je geplaagd zit met buikkrampen, gasvorming of menstruatiestoornissen kan dillethee helpen. En het helpt tegen de hik. Nierpatiënten gebruiken beter geen dillezaad; er zouden zich niersteentjes kunnen vormen.

 

 

 

 

 

Dragon

 

In dragon zit ‘estragol’, een vluchtige olie. Deze stof helpt de spijsvertering een handje. En het verbergt je slechte adem.

 

 

 

 

Duindoorn

 

Duindoorn wordt gebruikt om brandwonden en bevriezingen, wonden, pigmentvlekken, doorligwonden, acne en psoriasis te behandelen. Wie wat meer kracht en energie wil kan het eens proberen met een duindoornsiroopje, -jam, -limonade, enz. Actinomyces, een micro-organisme dat in de zaadschillen van de duindoorn leeft, maakt het noodzakelijke vitamine B 12. Dat vind je normaal enkel in vlees.

Daardoor is de duindoorn ook een belangrijke plant in de vegetarische voeding. In duindoornpitten-olie zitten veel onverzadigde vetzuren. Die vormen de bouwstenen van onze lichaamscellen en ondersteunen de celvernieuwing. De huid blijft gezond en vitaal. Een middel voor gevoelige, schilferige, gesprongen huid.

 

 

 

 

 

 

Duizendblad

 

Duizendblad kan je gebruiken als bloedstelpend ‘pleistertje’. Ook allerlei vrouwenkwalen kan je met duizendblad verhelpen. De plant heeft een samentrekkende werking; daarom is het ook een ideaal middel tegen aambeien en spataders. Met een aftreksel van duizendblad kan je dode huidcellen verwijderen en vetafscheiding tegengaan. De poriën vernauwen.

 

 

 

 

 

 

Echinacea

 

Het is wetenschappelijk bewezen dat echinacea één van de meest bloedzuiverende middelen is en het immuunsysteem versterkt. Als je opgescheept zit met puisten en abcessen, omwille van onzuiver bloed, kan de tinctuur (alcoholisch aftreksel) van deze plant je helpen. Ze dringt dan de verzwering terug en neemt de pijn weg. Ook bij een amandelontsteking, ontstoken tandvlees en slijmvliesontstekingen kan deze plant prima helpen.

 

 

 

 

 

 

Fenegriek

 

Fenegriek werkt borstvergrotend. Het zaad bevordert ook de melkproductie. In fenegriekzaad zitten vetten, vitamine A, B, C, E, kalk en fosfor, het is ontstekingswerend en bevordert de galproductie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De celestijnse belofte ; 8ste inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

De celestijnse belofte is een boek van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

 

tarot_intuitie

 

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

 

 

8e inzicht – intuïtie

 

We kennen nu allemaal onze karakterstructuur. Elke karakterstructuur heeft 2 kanten, een positieve kant en een negatieve kant. De negatieve kant van een karakterstructuur is het beheersingdrama. De positieve kant is de transformatie. Vaak blijven we standvastig in ons beheersingdrama omdat we ervaren dat dit de makkelijkste manier is om energie te ontvangen.

In de eerste paar inzichten hebben we echter geleerd dat deze energie overal om ons heen bevindt en dat we in theorie deze energie ook op een andere manier kunnen ontvangen. Daarnaast hebben we geleerd dat standvastigheid binnen je beheersingdrama bepaalde mensen met een ander drama uitsluit. Hoe vaster je zit in je beheersingdrama hoe minder open je staat voor intuïtie.

We weten welke drama de onze is en we weten wat de transformatie is. De rode lijn voor de komende inzichten is inzien hoe deze transformatie te maken is. We hebben reeds uitvoerig gekeken naar de vragen van een ander. Vaak ligt achter een vraag waarheid van diegene verborgen.

 

 

 

luisteren en aanvoelen

 

Het is heel belangrijk op intuïtief niveau te gaan luisteren naar de vragen van de ander. Maar wellicht nog belangrijker is het te gaan observeren wat onze eigen vragen zijn. Wat is je belangrijkste vraag op dit moment ? Wat speelt er nu en hoe wil je hieruit komen en welke vraag hoort hierbij ? Wat heb je nu nodig om hieruit te komen ? Op het moment dat je deze vraag vanuit je wezen kan stellen, komt deze vraag vanuit je Boeddha-natuur.

Het aanboren van deze vraag gebeurt intuïtief. Op rationeel, dogmatisch en zelfs emotioneel niveau zal je de vraag heel anders stellen. Dan zou je veel meer naar de randvoorwaarden gaan kijken van de vraagstelling en koppel je bijvoorbeeld gemis aan geluk aan de wens een nieuwe auto of vakantie te kopen of het aangaan van nieuwe vriendschappen.

Op intuïtief niveau beantwoord je de vraag naar wat werkelijk nodig is om dit gemis op te lossen en ga je kijken naar jezelf. Hoe los ik het gemis op in mezelf. Elke intuïtieve vraag heeft een antwoord. Dit antwoord wordt je ook gegeven. Op intuïtief niveau een vraag stellen is één, op intuïtief naar het antwoord luisteren is wat anders.

(Dag)dromen, abstracties, en andere signalen kunnen een antwoord herbergen die belangrijk voor je zijn. Luisteren naar deze antwoorden vereist een scherp intuïtief gevoel. Maar je kan nog zo’n scherp intuïtief gevoel hebben, op het moment dat je star in je beheersingdrama blijft zitten sluit je een groot deel van de mensen uit die wellicht juist dat ene antwoord voor jou hebben.

Het 8 inzicht gaat over de manier waarop we het contact met de Universele energie kunnen aanwenden. Het inzicht waarin we ervaren dat we het beheersingdrama niet nodig hebben om toch energie te kunnen blijven ontvangen. Het 8e inzicht haalt de reden weg om star vast te blijven houden aan je beheersingdrama en legt ook de verantwoordelijkheid bij de ouders om te zorgen dat deze hun kind niet uitnodigen een beheersingdrama te vormen.

Ouders die nog niet getransformeerd zijn blijven ook in hun relatie met hun kind vast zitten in hun beheersingdrama. Juist naar kinderen toe is het makkelijk je beheersingdrama te gebruiken om energie te stelen van het kind. Je kan zeer gemakkelijk autoritair en dwingend zijn naar een kind (bullebak), je kan een kind helemaal ondervragen en sturen (ondervrager), je kan ook een kind aanleren om je met rust te laten als je leest of in je eigen kamer bent (afstandelijke) en een kind kan een intens gevoel van medelijden genereren bij een Arme Ik.

Je steelt zodoende energie van het kind en het kind zal zich hier tegen wapenen door een bijbehorende drama voor zichzelf te maken. Zodoende begint alles weer opnieuw en opnieuw.

 

 

 

opvoeding

 

Zoals gezegd: Hoe vaster je zit in je beheersingdrama hoe minder open je staat voor intuïtie. Een kind staat nog in redelijke mate open voor de Universele energie en leeft grotendeels vanuit intuïtie. De ouder snapt het kind niet doordat deze ouders niet meer verbonden is met de intuïtie. Het is dus belangrijk dat ouder en kind op één lijn komen en voornamelijk de bullebak, ondervrager en arme ik zal het kind naar zijn hand willen zetten.

Het kind zal gaandeweg steeds meer het contact met de Universele energie gaan verliezen en beginnen een beheersingdrama aan te meten om op andere manieren energie te blijven ontvangen. De ouder heeft een belangrijke taak bij de zuivere opvoeding van het kind. Dit is een dusdanige belangrijke taak dat er één op één gewerkt moet worden tussen ouder en kind: één ouder op één kind.

Zijn er meerdere kinderen, dan zullen de kinderen gaan wedijveren om de aandacht van de ouder en maken ze zodoende reeds een beheersingdrama om de aandacht van de ouder te vangen. Kinderen leren het meeste van ouders die hun transformatie reeds begonnen zijn. Bij het 10e inzicht zien we dat kinderen bewust hun ouders uitgekozen hebben. Het zijn dan ook die ouders die de belangrijkste lessen kunnen geven aan het kind.

Het kind leert dus het meest van de ouders en wel in een relatief korte periode van 0 tot 21 jaar en dan voornamelijk van 7 t.m 14 jaar. Het kind moet voor een zo zuiver mogelijke opvoeding primair opgevoed worden door 1 of 2 ouders, de ouders die het kind zelf uitgekozen heeft. Secundair kunnen oppas, kinderdagverblijven of grootouders deze rol overnemen, maar slechts tijdelijk. De echte opvoeding ligt bij de ouders.

Een gezin behoort daarom ook nooit meer dan 2 kinderen te hebben. Is de vader veelvuldig weg slechts 1 kind. Een beheersingdrama bij een kind kan ook ontstaan doordat de ouder goedwillend denkt dat bepaalde informatie te ingewikkeld zal zijn voor een kind. Daarom gaat de ouder vanuit zijn of haar beheersingdrama een andere werkelijkheid neerzetten om het geheel te vereenvoudigen. Deze vorm van liegen gaat er vanuit dat het kind deels onwetend is terwijl het kind zelf kan aangeven of het materie snapt of niet.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Liber Divinorum Operum: visioen 2

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

visioen 2 ldo

 

 

 

 

ldo9

 

 

 

ldo10

 

 

 

ldo11

 

 

 

ldo12

 

 

 

ldo13

 

 

 

ldo14

 

 

 

ldo15

 

 

 

ldo16

 

 

 

ldo17

 

 

 

ldo18

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Pasteltekeningen uit het boek ” De Openbaring ” van John Astria

Standaard

categorie : spirituele prenten van John Astria

 

 

 

hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

    hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes                                                                                                                                                         

 

 

hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

                 hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 hoofdstruk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

                                                 hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       

hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

                 hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

hoofstuk 7 ; het breken van zegel 6

                          hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                

hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

                                                hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          

hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

               hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

hoofstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin

                          hoofdstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

                             hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin

                      hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

              hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

         hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

                hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade enh oordeel

                   hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           

hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God

                          hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegeoten

                      hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegoten                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld

                             hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon

                   hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

                       hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

                    hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood                                                                                                                                                          

 

 

hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

                    hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega

                                 hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

Uitleg over de eindtijden door John Astria

Uitleg over de eindtijden door John Astria

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Zit Satan in de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

5339082038a10416626799l.jpg-1

 

 

Veel christenen denken dat Satan in de hel is, maar het is niet het geval, en het is zelfs gevaarlijk zo te denken. De realiteit is dat hij erg actief aanwezig is, onder ons, om mensen én zelfs christenen kwaad te berokkenen, en we doen er goed aan ons daarvan bewust te zijn.

 

 

 Satan is niet in de hel maar onder ons actief

 

Satan zal pas bij zijn vierde (en laatste) val in de hel (gehenna, poel van vuur) terechtkomen. Hier
een overzicht van zijn toestand en zijn capaciteiten.

 

 

 

1ste Val

 

Satan zondigde vóór de zondeval (Genesis 3). Vermits hij Adam en Eva wilde aftrekken van God, was hij reeds in een zondige toestand gekomen. De Bijbel noemt Satan de eerste zondaar (1 Johannes 3:8). Deze val van Satan was eerder een “morele” dan een “geografische” val. Eigenlijk is er maar één val van Satan, zijn oorspronkelijke morele daad van opstand tegen God.

Daarna is hij nog drie keer gevallen, maar dat moet gezien worden als het gevolg van zijn aanvankelijke opstand. De volgende keren val valt hij nog louter ‘geografisch’. Zijn tweede val gaat van hemel naar aarde, zijn derde van aarde naar abyssos en zijn vierde van abyssos naar de hel (poel van vuur), stapsgewijs in neergaande lijn dus.

Hij viel moreel van God af maar hij bleef toegang krijgen tot Gods troon en de engelen (Job 1:6; 2:1). Hij werd toen niet neergeslagen en verwijderd uit de hemel, maar bleef operatief in de “hemelse gewesten” (Efeziërs 2:2; 6:12).

Hij kan daar nog steeds de broeders aanklagen (Openbaring 12:10). Alhoewel Satan in de hemel geen gezag meer heeft, heeft hij dat wel m.b.t. de aarde (Mattheüs 4:8-9; Efeziërs 2:2; 6:12; 1 Johannes 5:19). Op te merken valt echter dat Satans macht door God wel gelimiteerd is, zoals we kunnen lezen in Job 1:12 en 2:6. Hij is niet gelijk aan God (1 Johannes 4:4).

Wat Satan niét verloor weten we nu ongeveer, maar wat hij bij zijn eerste val wèl verloor is zijn schoonheid, luister, wijsheid, en zijn positie van cherub. Hij en zijn afvallige engelen verloren ook niet de capaciteit om op aarde in een lichaam te verschijnen om de mens te misleiden. Pater Pio, één van de grote heiligen, kreeg bezoek van de duivel in een mensengedaante. Ook getrouwe engelen kunnen dat.

Over Satans eerste val wordt geschreven in Ezechiël 28:11-19 en Jesaja 14:3-23. De eerste val van Satan vond dus plaats in de tijd van het aardse paradijs, in Eden, vóór de zondeval (Ezechiël 28:13). Hij werd ter aarde geworpen, een oosterse uitdrukking voor ‘hij viel op zijn bek’ (Ezechiël 28:17).

Later zal hij echter geheel letterlijk uit de hemel verwijderd worden (Openbaring 12:9). Zijn ondergang is sinds zijn eerste zonde eigenlijk al onomkeerbaar: het zaad (Jezus Christus) van de vrouw (Israël) zal hem uiteindelijk de kop vermorzelen (Genesis 3:15). Hij zal uiteindelijk in de “poel van vuur” belanden (Openbaring 20:10; Ezechiël 28:18, 19).

Na zijn val kon Satan zich blijkbaar niet meer materieel-lichamelijk op aarde vertonen. Dit is niet hetzelfde als ‘materialiseren’. Dat laatste veronderstelt een overgang van niet-materie (in casu geest) naar materie, terwijl engelen een (hoger) hemels lichaam bezitten dat ook materieel op de (lagere) aarde kan verschijnen.

Echter, om krachtig te kunnen zijn moet hij op aarde over een lichaam beschikken, en daarom bezet hij (en zijn demonen) graag het lichaam van andere levende wezens. Dit deed hij in Eden door in een slang te varen (Genesis 3), om zich zo aan Eva te vertonen en haar te misleiden. Later voer hij in Judas (Johannes 13:27) en nog later zal hij in de Antichrist varen.

Sommigen spreken nogal eens van ‘incarneren’ wanneer het om de duivel (of de demonen) gaat. Dit is een onjuiste uitdrukking. Incarnatie komt van het kerklatijn incarnatio (van caro, gen. carnis = vlees). In de christelijke terminologie is dit de aanduiding voor de menswording van Gods Zoon. Letterlijk betekent deze term ‘vleeswording’. Van de duivel (of de demonen) kan men niet zeggen dat zij ‘vlees worden’, dat kunnen zij niet. Zij hebben geen vleselijk lichaam ( Lk 24:39), zij bezetten andermans lichaam of vlees.

In Jesaja 14:12 wordt Satan “morgenster” genoemd. In Job 38:4, 7 lezen we dat bij de schepping “de morgensterren tezamen juichten”. Satan was vóór zijn val bij de schepping aanwezig. Maar hij pleegde opstand tegen Gods troon (Jesaja 14:13-14), waarbij hij ten val kwam. Later zal hij voor duizend jaren gebonden worden in de “afgrond” (Jesaja 14:15; Openbaring 20:1-3), en uiteindelijk zal hij in de poel van vuur geworpen worden (Openbaring 20:10).

Als gevolg van zijn opstand kwam Satan ten val. In Jesaja 14:12 wordt gezegd: “Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster”. Hij wordt vergeleken met een ster die uit de hemel is “gevallen”. Hij werd afvallig. Ook in de betekenis van: ‘hij viel op zijn bek’. Een vallende ster is in Openbaring iemand die uit zijn hoge positie afvalt of die uit zijn machtspositie omvergeworpen wordt.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

2de Val

 

Satans 2de val is toekomstig en betekent zijn verbanning naar de aarde. Hij verdwijnt daardoor geheel
en al uit alle hemelen (Openbaring 12:7-9). In Openbaring 12:9 wordt Satan volstrekt uit de hemel verwijderd, hij wordt neergeworpen na een felle strijd, en hem wordt dan èlke toegang tot àlle hemelen ontzegd. Dat zal zijn in de helft van de 70ste jaarweek of het begin van de eigenlijke Grote Verdrukking.

De Heer Jezus heeft dit in Lukas 10:18 in een visioen gezien en aangekondigd: “Ik zag de Satan als een bliksem uit de hemel vallen”, zijn tweede val. Satan zal na zijn uitwerping uit de hemelse gewesten, onmiddellijk in de Antichrist varen. Zijn demonen zullen evenzo in de lichamen varen van de handlangers van de Antichrist en die van het herstelde Romeinse rijk.

Hoe verschrikkelijk zullen deze duivelse machthebbers dan op aarde tekeer gaan! Het is van belang om telkens op te merken hoeveel bewijzen er zijn dat de Gemeente vóór de Grote Verdrukking in de hemel zal zijn opgenomen. Zo ook hier. Als de duivel op de aarde geworpen is, kan de Gemeente niet meer beneden zijn, want dan zou het niet meer waar zijn dat wij een strijd hebben tegen de machten in de hemelse gewesten (Efeziërs 6:12).

 

 

 

3de Val

 

De derde val van Satan is zijn verbanning naar de “afgrond” (Gr. abyssos). Hij wordt daar voor duizend
jaren gebonden en opgesloten (Openbaring 20:1-3).

 

 

 

4de Val

 

De vierde val van Satan is zijn verwijdering naar de “poel van vuur” (Gr. limnen tou furos), om er voor
eeuwig te verblijven (Openbaring 20:10). Uit dit schema van de viervoudige val van Satan besluiten wij dat hij nog lang niet in de hel is, maar actief op aarde, als nasleep van zijn eerste val.

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Tartarus en Abyssos

 

Daarnaast is het wel zo dat er opstandige engelen (demonen) in voorhechtenis zitten, in wat de Schrift
de “Tartarus” (Gr. tartaroo) en “Afgrond” (Gr. abyssos) noemt. Deze zijn daar gevangen en kunnen
ons in deze tijd geen kwaad aandoen.

 

 

1. Tartarus

 

Tartarus is een ander woord voor afgrond – Grieks abyssos.

Het gaat om de BEWAARPLAATS VAN DE ONGEHOORZAME ENGELEN UIT DE TIJD VAN DE VLOED. We moeten hier ruwweg denken aan zoiets als de bewaarplaats van de onrechtvaardige menselijke doden (vgl. ‘de rijke’ uit Lukas 16:19-31) waar die bepaalde afvallige engelen (afzonderlijk) bewaard worden tot aan hun oordeel. Zie 2 Petrus 2:4.

 

 

 

2. Abyssos

 

Abyssos betekent afgrond, diepte, bodemloze put. Het is een BEWAARPLAATS VOOR DEMONEN.
We kunnen hier denken aan wat onder tartarus werd gezegd. Hierna de Schriftplaatsen waar dit woord voorkomt: Lukas 8:31; Romeinen 10:7; Openbaring 9:11; 11:7; 17:8; 20:1,3. Deze demonen zijn voor ons inactief en we hoeven ze dan ook niet te vrezen. Dit is echter niet het geval met Satan en zijn vrije demonen! Hieronder een schema van alle hemelse schepselen. In het rood omcirkeld hun toestand van activiteit, dan wel gebondenheid, met betrekking tot onze tijd:

 

enegelen en demonen

.

.

De missie van Satan

 

Nadat God de mens gemaakt had en Hij alles als heel goed beschouwde (Genesis 1:31), zien we de Satan (zie zijn eerste val hierboven) ruïneren wat God had gemaakt met betrekking tot de eerste twee levende mensen (Genesis 3). Nadat de duivel aanzette tot de val van Adam en Eva zien we verder in de Bijbel het duivelse missiewerk, te beginnen in het boek Job. Dit verhaal brengt ons achter de schermen, naar een kijk vanuit Gods perspectief.

Job 1:6-12: “Het gebeurde op een dag, dat de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken
bij de Heere, dat ook de satan in hun midden kwam. 7 Toen zei de Heere tegen de satan:
Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de Heere en zei: Van het rondtrekken over de
aarde en van het rondwandelen erover. 8 De Heere zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen
op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is
godvrezend en keert zich af van het kwaad. 9 Toen antwoordde de satan de Heere en zei: Is het
zonder reden dat Job God vreest? 10 Hebt Ú niet voor hem en voor zijn huis en alles wat hij heeft,
een beschutting gemaakt? Het werk van zijn handen hebt U gezegend en zijn vee breidt zich steeds
verder uit in het land. 11 Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal
U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 12 De Heere zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in
uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht
van de Heere”.

We zien hier dat Satan nog steeds in de hemel kan komen. God vraagt de duivel of hij had gezien dat Job het goede deed in de ogen van de Heer. De duivel merkte op dat God Job en zijn familie te goed beschermde en hem alles gaf en vroeg nu Job op de proef te stellen om te zien of hij nog trouw zou blijven als hem alles werd afgenomen.

De Heer accepteert de uitdaging en verwijdert zijn bescherming rond Job tot op zekere hoogte zodat Satan toegang heeft tot Jobs levensomstandigheden. We weten allen wat er toen gebeurde. Wat wij hieruit leren is dat de rechtvaardigen beschermd worden door God tenzij Hij toelaat dat zij op de proef gesteld worden.

In zo’n tijd van beproeving verwacht God van ons een antwoord volgens de aansporing die we vinden in Spreuken 27:11: “Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader [= Satan] wat te antwoorden heb” (Spreuken 27:11).

Alhoewel dit vers eerst en vooral op de Heer Jezus slaat, moeten christenen die in Zijn voetsporen stappen in zulke beproevingen, ten aanzien van de hemel, getrouw blijven en geduldig vertrouwen op de Heer. Bij de onrechtvaardigen heeft de duivel gemakkelijker toegang dan bij rechtvaardigen. De tijd passeert en opnieuw komt de duivel voor de Heer om rapport uit te brengen en zijn bedoelingen te ventileren:

Job 2:1-9: “Opnieuw was er een dag, toen de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken
bij de Heere, dat ook de satan in hun midden kwam om zijn opwachting te maken bij de
Heere. 2 Toen zei de Heere tegen de satan: Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de
Heere en zei: Van het rondtrekken over de aarde en van het rondwandelen erover. 3 De Heere
zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde
zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is godvrezend en keert zich af van het kwaad. Hij houdt
nog steeds vast aan zijn vroomheid, hoewel u Mij tegen hem opgezet hebt om hem zonder reden te
verslinden. 4 Toen antwoordde de satan de Heere en zei: Huid voor huid! Alles wat iemand
heeft, zal hij geven voor zijn leven. 5 Steek Uw hand maar eens uit en tref zijn beenderen en zijn
vlees. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 6 En de Heere zei tegen de satan:
Zie, hij is in uw hand, maar spaar zijn leven. 7 Toen ging de satan weg van het aangezicht van de
Heere en hij trof Job met vreselijke zweren, van zijn voetzool af tot aan zijn schedel. 8 En Job
nam een potscherf om zich daarmee te krabben, terwijl hij midden in de as zat. 9 Toen zei zijn
vrouw tegen hem: Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf.

De Heer stelt andermaal dezelfde vraag over Zijn dienaar Job. De duivel kon Job in zijn vorige aanval niet bewegen en wil nu meer toegang. Nu wil Satan de gezondheid van Job. Job wordt op de proef gesteld, erg gelijkend op Adam en Eva in de Hof van Eden. Jobs vrouw bezweek eerst in een emotioneel betoog wegens zijn kwellende pijn. Maar Job is getrouw aan God en heeft zijn principes, hij diende de Heer niet voor wat hij had gekregen maar voor wie de Heer is.

We weten hoe dit verhaal afloopt en op het eind wordt Job gezegend, dubbel zoveel als tevoren. Wat we hier leren is hoe de duivel achter de scène bezig is met het beïnvloeden van omstandigheden en hoe hij de rechtvaardigen aanvalt. Het woord duivel (Gr. diabolos) betekent lasteraar, en het woord Satan betekent tegenstander, aanklager. Hij daagt telkens weer op om zij die in Gods dienst staan uit te dagen en aan te klagen.

Zacharia 3:1-2: “Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel
van de Heere stond, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. 2 De Heere zei echter tegen de satan: De Heere zal u bestraffen, satan! De Heere, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is?

We kunnen zien dat de duivel in Gods aanwezigheid kan verschijnen. Het is enkel de Heer die hem kan berispen vermits God hem tot het machtigste schepsel van het universum maakte. Daarom zegt

Zacharia 3:2 “De Heere zal u bestraffen, satan!”, en zie vooral Judas 9: “Michaël, de aartsengel, echter durfde, toen hij met de duivel redetwistte en een woordenwisseling had over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uit te brengen, maar zei: Moge de Heere u bestraffen!”

We vinden de duivel actief doorheen de geschiedenis. 1 Kronieken 21:1: “Toen stond de satan op tegen Israël, en hij zette David ertoe aan om Israël te tellen”.

De duivel beïnvloedt leiders, zowel goede als slechte, door hen bv. aan te zetten tot trots. Toen Jezus aan Israël Zijn Messiasschap aankondigde, en geleid werd naar de wildernis om beproefd te worden in het vlees, werd Hij drie maal geconfronteerd met de duivel. Dit is de derde keer:

Mattheüs 4:8-11: “Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, 9 en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt. 10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

Satan claimt de wereld voor zich en hij zou deze aan Jezus geven in zijn verleidingspoging. Het is na deze laatste gefaalde verleiding, en Jezus Zijn onwankelbaarheid bewijst, dat hij geen vat kreeg op Jezus’ leven. Ons wordt gezegd hetzelfde te doen wat Jezus deed opdat de Satan zou wegvluchten.

Jakobus 4:7: “Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten”.

Later in Jezus’ onderricht aan Zijn disipelen legt Hij hen uit: “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen” (Lukas 10:18). Dit slaat op Openbaring 12:7-10. In een visioen zag Jezus de engel uit de hemel vallen, in het midden van de Verdrukking (70ste jaarweek) op aarde, zijn tweede val, die we hiervoor al behandeld hebben. Dan pas zal hij helemaal uit de hemel verdwijnen, maar o wee de aarde in de Grote Verdrukking!

Pas na het eind van die verdrukking en aan het begin van het duizendjarige vrederijk zal hij gebonden worden – zijn derde val – en dan voor duizend jaren opgesloten worden in de Abyssos of Afgrond. De duivel heeft dus nog steeds toegang tot de hemel, waar hij daar komt bij de Heer, en de heiligen aanklaagt, tot de bestemde tijd.

Wegens Jezus’ gehoorzaamheid als mens aan de Vader lezen we in Handelingen: “Deze Jezus heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël bekering te geven en vergeving van zonden” (Handelingen 5:31).

Ook Satan wordt een “vorst” of “overste” genoemd: “In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efeziërs 2:2).

Satan is nu de vorst of god van de lucht, de heerser van deze wereld. Hij is beslist niet in de hel, zijn plaats is hier binnen de aardse atmosfeer van de aarde, met al zijn activiteiten.

 

 

hoofdstuk 9 uit de Openbaring; de vijfde en zesde bazuin

hoofdstuk 9 uit de Openbaring; de vijfde en zesde bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Satans huidige activiteit jegens ongelovigen, en hen die geloven:

 

Jegens ongelovigen:

 

“Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen” (2 Korinthiërs 4:3-4).

Enkel het Evangelie kan mensen bevrijden van de blindheid met betrekking tot de invloed van de duivel en het systeem waarmee hij hen persoonlijk controleert.

“In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efeziërs 2:2).

De koers van deze wereld is zondig, en op hen die de wereld en haar zonden liefhebben (“de kinderen der ongehoorzaamheid”) heeft de duivel grote invloed. Jezus beschrijft een tijdperk van zaaien door God maar ook door de duivel:

“Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen. 38 De akker is de wereld, het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk en het onkruid zijn de kinderen van de boze. 39 De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen. (Mattheüs 13:37-39)

Elke ziel op onze aarde is verwikkeld in een geestelijke strijd en zal ofwel aan de kant van de duivel, ofwel aan de kant van God staan. Satan controleert het wereldsysteem, want dat valt onder zijn jurisdictie, zoveel als God het toelaat. Jahweh wordt de God van hemel en aarde, Schepper van deze wereld en het universum genoemd. God zal Zijn controle niet verliezen maar Hij staat tot op zekere hoogte Satans werking toe om de wereld te beïnvloeden.

 

 

Jegens de gelovigen:

 

“Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. 9 Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt” (1 Petrus 5:8-9). “En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn naar hun werken” (2 Korinthiërs 11:14-15).

Satan gebruikt vermomming, bedrog, misleiding om zijn zaak van rebellie en zonde te bevorderen.

“En opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen” (2 Korinthiërs 12:7).

Satan valt ook rechtstreeks aan. Dit is de reden waarom ons een geestelijke wapenuitrusting is gegeven, niet om agressors te zijn maar opdat de Heer onze strijd zou leiden:

“Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. 13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden” (Efeziërs 6:11-13).

Wij voeren strijd tegen hun invloeden in onze wereld waarbij zij de mensen wegtrekken van de waarheid door hun bedrog en verblinding (met betrekking tot het Evangelie: 2 Korinthiërs 4:3-4), en wij kunnen die omkeren en hen vrijmaken door de waarheid te verkondigen. Er komt een tijd (de verdrukking van de 70ste jaarweek) dat er een oorlog zal komen in de hemel, die uitgevochten wordt door de heilige engelen tegen de gevallen engelen, en dan zullen Satan en zijn demonen uit de hemel gestoten worden en op aarde nog een korte tijd verblijven:

“Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. 8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. 10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.”(Openbaring 12:7-10).

Zeker, dit is wat er bedoeld wordt met “de god van deze wereld” (2 Korinthiërs 4:4), die de naties misleidt door zijn bestuur. Hij zal in de verdrukking een namaak-Christus, de Antichrist, induceren om nog grotere controle te verwerven. Pas in die tijd zal hij geen toegang meer hebben tot de hemel en tot God en zal hij begrensd zijn tot de aarde. Dit zal hem er echter niet van weerhouden God uit te dagen met behulp van hen die in zijn macht zijn:

“En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in
de hemel wonen” (Openbaring 13:6).

 

 

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

de vrouw en de draak ; strijd in de hemel Openbaring 12

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het einde van Satans invloed

 

Wanneer Jezus fysisch naar de aarde is teruggekomen verwijdert Hij eerst de wetteloze, de mens der zonde uit de mensheid. In 2 Thessalonicenzen lezen we over die wederkomst van Christus:

“En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn
mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst” (2 Thessalonicenzen 2:8).

De Heer “verteert” deze wetteloze als eerste, met Zijn woord, en werpt het “beest” en de “valse profeet” (dat is de Antichrist) in de hel, de poel van vuur (Openbaring 19:20). Maar toch blijft de mens, los van de invloed van duivel en demonen op het wereldsysteem, nog steeds verantwoordelijk voor zijn zonde. Na de wetteloze komt ook de slang aan de beurt, nadat Jezus is wedergekomen:

“En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond [= Abyssos], en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten” (Openbaring 20:1-3).

De duivel zal verwijderd zijn uit het duizendjarige vrederijk, wanneer Christus regeert (Jesaja 9:6-7) vanaf Davids troon over de naties. Maar allen die in die duizend jaar geleefd hebben (Jesaja 65) zullen nadien op de proef gesteld worden door de Satan die losgelaten zal worden om te doen wat voor hem natuurlijk is: bedriegen en oorlog stoken.

“En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid” (Openbaring 20:7-10).

De duivel zal in de Abyssos duizend jaar verblijven terwijl Jezus regeert op aarde. Daarna zal zal hij bevrijd worden om een laatste maal te misleiden, en daarna wordt hij gegrepen en in de hel geworpen, voor eeuwig. Een gepast einde voor degene die zowel engelen als mensen deed afwijken van God.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Bijbelverzen over het doel van de doop

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Bijbelverzen over het doel van de doop

 

 

113

 

 

 

Markus 16:15-16 – Hij die gelooft en zich laat dopen

zal behouden worden

 

In welke verhouding staat de doop hier met de redding?

 

Komt de redding voor de doop of als een resultaat ervan? We kunnen niet meer gered worden voor de doop als dat redding mogelijk is voordat we geloven. Het is zoals 1 + 1 = 2. Als je eender welke wegneemt dan krijg je niet langer meer 2. Gelijkerwijs is het als je ofwel de doop ofwel het geloof wegneemt, dat je geen redding meer hebt.

Sommigen zullen antwoorden dat je zal veroordeeld worden als je niet gelooft, maar niet dat je veroordeeld wordt als je niet bent gedoopt. De Bijbel zegt niet altijd woord voor woord wat we moeten doen om verloren te gaan. De Bijbel zegt ons wat we moeten doen om gered te worden en er wordt verwacht van ons om dit te doen. Als we het niet doen dan gaan we verloren.

Hier wordt gezegd dat we 2 dingen moeten doen om gered te worden. Om verloren te gaan, moet je slechts één ervan weglaten. Als je geen geloof hebt, zal je waarschijnlijk ook niet worden gedoopt, en ook al zou je het dan doen, dan zou het geen zin hebben. Om verloren te gaan is gemakkelijk – gewoon niet geloven.

Om gered te worden is moeilijker – je moet geloven en gedoopt worden. Verder zal de persoon, die een waar geloof heeft, geloven dat de doop nodig is. Jezus zei om het evangelie te geloven (vs 15-16), wat zegt dat het hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Wat niet gelooft, gelooft ook het evangelie niet!

 

 

Merk het verschil op tussen wat mensen zeggen en wat de bijbel zegt:

 

Mensen zeggen: Hij die gelooft is behouden en mag worden gedoopt. Het evangelie zegt: Hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Beiden geloof en doop zijn noodzakelijk om gered te worden. Herinner u dat het volgen van leringen van mensen die verschillen van het evangelie leidt tot veroordeling (Galaten 1:8; Matteus 15:9; enz).

 

 

 

Handelingen 2:38 – Bekeer u en laat u dopen

tot vergeving van zonden

 

 

In welke verhouding staat de doop hier met de redding?

 

Zijn de zonden vergeven voor de doop of als het gevolg ervan? Merk op dat de bedoeling van de doop duidelijk wordt weergegeven, dat het is tot de vergeving van zonden.

 

 

Wat betekent “tot vergeving van zonden”?

 

Sommige zeggen dat “tot” betekent “omwille van”, zoals ‘hij kreeg een bekeuring omwille van zijn hardrijden” – Hij kreeg de bekeuring omdat hij hard had gereden, niet omdat hij zou gaan hardrijden. ‘Tot’ kan deze betekenis hebben, maar in Handelingen 2:38 kan het dit niet betekenen.

Denk eens na tegen wie Petrus aan het spreken was. Als “tot” betekent “ze hadden al vergeving ontvangen”, dan moet Petrus tegen mensen spreken die gered waren. Is dat zo? Hij had hen juist veroordeeld omdat ze Jezus hadden gedood (vs 36), en ze waren diep in hun hart getroffen en vroegen wat ze moesten doen (vs 37).

Ze hadden nog geen vergeving ontvangen, maar stonden er juist op om dit te krijgen. Petrus zei hun dat ze zich moesten “bekeren”. Als ze al vergeven waren, waarom moesten ze zich dan nog bekeren? Het bevel om zich te bekeren bewijst dat deze mensen nog niet waren gered, maar dat ze nog steeds zondaars waren die vergeven moesten worden.

Na vs 38 zegt Petrus hen “laat u behouden uit dit boze geslacht” (vs 40). Als ze al gered waren, waarom zeggen dat ze zich moesten laten behouden? Het is duidelijk dat deze mensen niet waren gered en dat ze werden gezegd wat ze moesten doen omdat ze nog niet vergeven waren. Ze waren verloren zondaars die werden verteld wat ze moesten doen om vergeven te worden. Daarom dat “tot vergeving van zonden” betekent “om vergeving van zonden te krijgen”.

 

 

 

Overdenk deze woorden volgens Matteüs 26:28

 

Handelingen 2:38 zegt “Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden” Matteüs 26:28 zegt dat Jezus’ bloed zou worden vergoten “tot vergeving van zonden”. Heeft Jezus zijn bloed vergoten omdat de mensen reeds vergeving van zonden hebben gekregen? Helemaal niet. Hij deed het zodat mensen die nog niet waren vergeven, konden worden vergeven.

Gelijkerwijs wordt men niet gedoopt omdat men al vergeving van zonden heeft ontvangen, maar opdat de mensen die het nog niet zijn, het kunnen ontvangen. Veronderstel dat iemand is gedoopt zonder te weten dat dit het doel is waarvoor hij wordt gedoopt. Veronderstel dat hij was gered voor de doop. Is hij dan gedoopt om vergeving van zonden te ontvangen? Hoe kan dat dan, als hij geloofde dat hij het al had ontvangen? Hoe zou dan zijn doop volgens de wil van God zijn gebeurd?

 

 

 

1 Petrus 3: 21 – de doop redt u

 

Noach laat zien hoe wij worden gered. Vs 20 zegt dat hij en zijn familie werden gered “door het water heen”. Het water van de vloed vernietigde de bozen, maar het redde ook Noah, omdat de boot erop dreef, en zo Noach redde van de dood. Dit geeft weer dat het de doop is dat ons redt. Dit betekent niet dat we fysiek het vuil van onze lichamen wassen. De kracht is niet in het water, maar in de dood en opstanding van Christus. We komen in contact met het bloed door de doop.

 

 

Redding door het bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Galaten 3:27 – We worden gedoopt in Christus

 

Hoeveel mensen zijn in Christus? Net zoveel als er in Hem zijn gedoopt. Wat als iemand niet is gedoopt in Christus? Dan is die persoon niet in Hem. Waarom is het belangrijk om in Christus te zijn?

 

Efeziërs 1:7 – vergeving van zonden is in Christus.

2 Timoteus 2:10 – Het heil is in Hem.

1 Johannes 5:11-12 – Het eeuwige leven is in de Zoon.

Efeziërs 1:3 – Alle geestelijke zegeningen zijn in Christus. (vgl Romeinen 8:1; 2 Korintiërs 5:17; Filippenzen 4:7)

 

 

Als iemand buiten Christus is, dan heeft hij geen vergeving, geen redding, geen eeuwig leven of geestelijke zegeningen. Maar hoe komt iemand in Christus? Hij moet worden gedoopt in Christus. Wat is dan de toestand van iemand die niet is gedoopt of die niet gelooft dat de bedoeling van de doop is om gered te worden?

Horen, geloven, bekering en belijden zijn noodzakelijke stappen richting Christus, maar de doop is de stap die iemand in Christus plaatst. Voor de doop is men nog steeds buiten Christus, nog steeds zonder vergeving en alle andere zegeningen die in Christus zijn. Als hij deze zegeningen wil dan moet hij worden gedoopt met de bedoeling om in Christus te komen.

 

 

 

Romeinen 6:3 – We worden gedoopt in Jezus’ dood.

 

Dit vers zegt weeral (zoals Galaten 3:27) dat we worden gedoopt in Jezus. Maar we worden ook in Jezus’ dood gedoopt. Waarom is de dood van Jezus belangrijk voor ons? Het was in Zijn dood dat hij Zijn bloed voor ons vergoot dat ons redt van de zonde! Hoe komen we ermee in contact? We worden er in gedoopt!

De mensen die de noodzaak van de doop leren worden er vaak van beschuldigd van het niet geloven in de redding door Jezus’ bloed. De waarheid is het tegenovergestelde. We leren dat de doop noodzakelijk is omdat bij de doop de zondaar in contact komt met Jezus’ bloed!

Zij die je zeggen dat je gered bent voor de doop zeggen (onbedoeld) dat je gered kan worden zonder het bloed, omdat ze leren dat de zondaar gered is nog voor hij in contact komt met het bloed! In de doop verkrijgen we de voordelen van Jezus’ dood! Wat is dan de toestand van hen die zeggen dat je gered bent voor de doop of dat de doop niet nodig is om vergeving te krijgen?

 

 

Christus alleen kan u redden van de klauwen van Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Handelingen 22:16 – Laat u dopen en uw zonden afwassen

 

Waar is het afwassen van de zonden in deze tekst; voor de doop of als een gevolg van de doop?

 

De zondaar in dit verhaal (Saul) had al alles gedaan voor zijn doop wat de meeste kerken leren dat men moet doen om gered te worden.  Hij had Jezus gezien onderweg, geloofde duidelijk in Hem en was bereid om Hem te gehoorzamen (22:5-10; 9:3-6). Hij had zelfs gebeden (9:9-11). Als iemand kon gered worden voor de doop, dan zou het Saul wel zijn. Maar was hij gered?

Jezus had gezegd dat Saul naar de stad moest gaan en daar zou men hem zeggen wat hij moest doen (9:6). Ananias kwam en vertelde hem om zich te laten dopen en zijn zonden te laten afwassen. Als zonden worden vergeven voor de doop, dan zou Saul geen zonden meer hebben om af te wassen.

Maar hij had nog steeds zonden tot hij werd gedoopt. Dus iemand kan vandaag de dag in Jezus geloven en zich bekeren, maar hij is schuldig voor al zijn zonden totdat hij wordt gedoopt.

 

 

Dat is waarom in de voorbeelden van bekering in de bijbel, de mensen de doop nooit uitstelden

 

Altijd als de zondaar het evangelie geloofde en zich bekeerde, werd hij onmiddellijk gedoopt.

Handelingen 2:41 – Die dag werden 3000 mensen gedoopt.

Handelingen 8:36 – Wat is ertegen dat ik wordt gedoopt?

Handelingen 9:18 – Terstond stond hij op en werd gedoopt.

Handelingen 16:33 – in hetzelfde uur van de nacht werden terstond hij en zijn familie gedoopt.

Handelingen 22:16 – Wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen.

 

Wanneer hedendaagse denominaties de doop van overtuigde gelovigen uitstellen, dan volgen ze het plan van de Bijbel niet die wijst op de dringendheid van de doop. Ze geloven dat de persoon al is gered, waarom moeten ze zich haasten? Wanneer we begrijpen dat de persoon nog steeds in zonde leeft, dan begrijpen we ook waarom de mensen in de Bijbel de doop niet uitstelden.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA