Dagelijks archief: juni 20, 2019

Angels caught on camera / Engelen op camera

Standaard

category / categorie : video

 

 

 

 

Angels caught on camera 

Engelen op camera

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Advertenties

10 natuurlijke rustgevers

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

 

 

Passiebloem (Passiflora incarnata)

 

In een onderzoek waarvan de resultaten onlangs werden gepubliceerd in het Journal of Clinical Pharmacy and Therapeutics, werd aan een eerste groep patiënten met algemene angststoornissen 45 druppels tinctuur van Passiflora incarnata per dag gegeven, en een andere groep kreeg reguliere geneesmiddelen tegen angsten (zoals Oxazepam, een direct werkend kalmeringsmiddel en angstremmer die sinds de jaren ’60 intensief wordt voorgeschreven aan patiënten met angststoornissen en serieuze slaapproblemen).

De eerste groep had beduidend minder last van bijwerkingen zoals concentratieproblemen tijdens het werk en had ook het gevoel kalmer en serener te zijn. Passiebloem werkt uitstekend als een natuurlijke rustgever in het geval van stress en het heeft ook een gunstige invloed op de nachtrust.

Dosis: 40 druppels van de tinctuur, tot vijf keer per dag. Of 400 milligram verdeeld over de hele dag.

Probeer: Passiflora incarnata van VSM of Passiflora incarnata tinctuur van Biover.

 

 

 

 

 

Rescue Remedy

 

De Britse arts Edward Bach bedacht deze specifieke formule met zijn Bachbloesems om te gebruiken in tijden van acute emotionele stress. Het draagt vijf bloemenessences in zich:

ster van Bethlehem of vogelmelk (tegen shockervaringen),

clematis (voor onbedachtzaamheid),

impatiens of reuzenbalsemien (tegen irritaties en ongeduld),

cherry plum of kerspruim (om irrationele gedachten de kop in te drukken en de angst je zelfbeheersing te verliezen)

rock rose of zonneroosje (tegen paniekaanvallen en doodsangsten).

 

Een van de sterke punten van Bach Rescue Remedy is dat het niet interfereert met reguliere geneesmiddelen. Bach heeft Rescue Remedy ook echt bedoeld als EHBO tegen stress en panieksituaties en veel gebruikers van de bloesemtherapie dragen Rescue altijd bij zich.

Dosis: Vier druppels vier keer per dag, of twee keer snel de spray gebruiken. Het bestaat ook in zalfvorm.

Probeer: Bach Flower Remedies Rescue Remedy Natural Stress Relief

 

 

 

.
.

 

Motherwort of ‘Hartgespan’ (Leonurus cardiaca)

 

Dit kruid heeft vrij snel een heel rustgevende werking op je gestel. Als je je angstig voelt en opgejaagd, en je wil als het ware weglopen van de spanningen van de wereld en je ergens verstoppen, neem dan hartgespan. Vaak schrijven natuurdokters dit kruid (deel van de muntfamilie) ook voor aan moeders die net bevallen zijn en nog wat onder de indruk zijn van de recente gebeurtenissen.

Motherwort zal je niet als een lachende, onwetende idioot weer die wereld insturen, maar stelt je integendeel in staat de stressvolle gebeurtenissen die momenteel in je leven aan de gang zijn, op een kalme en evenwichtige manier te bekijken.

Dosis: Neem een halve tot hele druppel van tinctuur van dit kruid, en dat twee tot drie keer per dag.

Probeer: In veel natuurwinkels is dit kruid vers of in tinctuurvorm te koop.

 

 

 

 

 

 

Gaba

 

Dit is wellicht de minst bekende  in dit lijstje. GABA, ook bekend als gamma-aminoboterzuur, heeft een kalmerend effect op het brein en is het antwoord van de natuur op synthetische zware middelen als Valium en Xanax. Het is in feite een neurotransmitter die we in ons lichaam zelf aanmaken, maar omdat het zulke goede stressblokkerende en angstwerende effecten heeft, kan je het sinds een paar jaar ook in natuurlijke supplementvorm kopen.

Dosis: 500 milligram tot 3 gram dagelijks.

 

 

 

 

 

 

Haver (Avena sativa)

 

Avena sativa wordt voorgeschreven als je zenuwstelsel het te zwaar te verduren heeft door een te grote belasting, zoals een toegenomen verantwoordelijkheid, een nieuwe job die eigenlijk te hoog gegrepen is, problemen in je relatie, enz.

Met andere woorden: als je het gevoel hebt dat de lont aan beide kanten zo hard aan het doorbranden is, dat je het niet lang meer zal trekken en je emotioneel evenwicht zal verliezen. Vooral bij mensen die de neiging hebben zichzelf letterlijk ziek te maken door de stress en die daardoor ook allerlei lichamelijke kwalen krijgen (zoals darmproblemen, hartkloppingen, hoge of juiste lage bloeddruk) werkt het heel goed. Bonus: je gaat er na een tijd ook weer rustiger van slapen.

Dosis: Vier druppels tinctuur, drie tot vier keer per dag. Volg als het kan een lange kuur van zes maanden, dan voel je pas echt resultaat.

Probeer: A. Vogel Avena sativa complex.

 

 

 

 

 

 

Valeriaan (Valeriana officinalis)

 

De milde kalmerende kwaliteiten heeft Valeriana officinalis vooral te danken aan zijn wortels en wortelstokken. Valeriaan wordt al sinds mensenheugenis gebruikt als een middel tegen slapeloosheid, maar het kan perfect ingezet worden bij angstaanvallen, mentale onrust, stress en stressgerelateerde hoofdpijnen.

Een studie gepubliceerd in Phytotherapy Research (een maandelijkse wetenschappelijke nieuwsbrief over farmacologie en toxicologie, geleid vanuit de universiteit van Reading in Groot-Brittannië, nvdr.) concludeerde dat valeriaan zelfs even effectief was als Valium om angsten weg te nemen. Eén klein minpuntje: als je leverproblemen hebt, neem je het best geen valeriaan, en ook met alcohol interfereert het niet goed.

Dosis: In theevorm: overgiet twee theelepels valeriaan met een kop heet water. Laat tien minuten trekken. Filter de valeriaan eruit en drink de thee op. Drink enkele koppen per dag. In tinctuurvorm: 30 druppels tot drie keer per dag. Of in capsulevorm.

Probeer: Valeriana Forte (capsules) of Valeriana officinalis tinctuur, beide bij Biover (te koop in de natuurwinkel).

 

 

 

 

 

 

Citroenmelisse (Melissa officinalis)

 

Citroenmelisse is vooral heel heilzaam bij mensen die al een lange tijd het gevoel hebben ‘geen plezier meer te hebben in het leven’. Ze voelen zich niet noodzakelijk depressief, eerder een beetje down en futloos. Of ze zijn zo onder de indruk van alle gebeurtenissen die hen op het moment overkomen, dat ze letterlijk verlamd geraken van de stress.

Dosis:
– Omdat citroenmelisse op zich al zo’n opwekkende geur heeft, is het een goed idee het te drinken als thee: de citroengeur zal je als vanzelf opmonteren. Neem een handvol verse of gedroogde citroenmelisseblaadjes, doe het in een kop kokend water en laat tien minuutjes trekken. Filter en zoet eventueel met wat honing.

– Wie wil kan ook tinctuur van citroenmelisse gebruiken: één tot vijf druppels per keer, tot drie keer per dag.

Probeer: In veel natuurwinkels is dit kruid vers of in tinctuurvorm te koop (bijvoorbeeld bij Biover). Of je kan het uiteraard ook zelf planten in je tuin!

 

 

 

 

 

Ginseng

 

Ginseng brengt je bloeddruk en suikergehalte weer tot aanvaardbare hoogten en laat je bijnieren optimaal werken. En het zijn precies die bijnieren (en het bijniermerg en de bijnierschors) die een cruciale rol spelen in het hele stressverwerkingsproces. Als zij niet goed functioneren, gaan ze onjuiste hoeveelheden van de hormonen adrenaline, noradrenaline, aldosterone en cortisone afscheiden. En dat heeft zo zijn gevolgen voor de bloeddruk, de stofwisseling, het zenuwstelsel, en of je al dan niet vlug ontstekingen gaat ontwikkelen. Kortom, voor véél. In de gaten houden dus, die werking van de bijnieren (kan perfect met een bloedonderzoek).

Dosis: Naargelang van het gekozen product, maar meestal twee capsules ’s morgens en ’s avonds innemen aan het begin van de kuur, daarna één.

Probeer: Ginseng Arkocaps van Arkopharma (bij de apotheker).

 

 

 

 

 

Magnesium

 

Een recente wetenschappelijke studie, gepubliceerd in de Current Medical Research and Opinion, wees uit dat magnesium meer effectief was in het behandelen van patiënten met angstaanvallen dan placebo’s. Een echt werkpaard op cellulair niveau is magnesium, en het heeft zowel een invloed op je humeur (en dus je sombere stemmingen) als op de verwijding van bloedvaten en de stabilisatie van cellen, die dus voor meer energie zullen zorgen.

Overigens is het ook niet verwonderlijk dat er zoveel magnesium zit in (donkere) chocolade, waar we precies op moeilijke momenten zo’n ongelofelijke zin in hebben. Het is niet makkelijk om genoeg magnesium binnen te krijgen via de voeding alleen, een magnesiumsupplement innemen is dus geen slecht idee.

Dosis: 200 tot 300 milligram tweemaal per dag.

Probeer: Magnesium extra van Natural Energy (bij de apotheker, www.natural-energy.org).

 

 

 

 

 

Vitamine B-complex

 

Een volgende goede stap in het zelf-stress-management: vitaminen van het B-complex! Essentieel om op een goede manier je zenuwen te kalmeren en je tegelijk energiek te blijven voelen. Je neurotransmitters – stoffen in je hersenen die voor een goede uitwisseling tussen zenuwcellen zorgen – geraken er perfect door in evenwicht.

Dosis: Naargelang het gekozen middel.

Probeer: Ga zeker na of er in je gekozen vitamine B-complex de volgende noodzakelijke vitamines zitten: vitamine B1 (thiamine), B2 (riboflavine), B3 (nicotinezuur), B5 (panthotheenzuur), B6 (pyridoxine), B7 (biotine), B9 (foliumzuur) en B12 (cobolamine). Bijvoorbeeld: vitamine B-complex van Natural Energy (bij de apotheker, www.natural-energy.org).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bikinilijn waxen verhoogt kans op soa

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Bikinilijn waxen verhoogt kans op soa

 

 

 

 

Vrouwen hebben meer kans op een seksueel overdraagbare aandoening (soa) wanneer zij (hun bikinilijn) waxen. Dat blijkt uit een recente studie in het vakblad JAMA Dermatology.

Tijdens het waxen ontstaan vaak kleine huidwondjes waarlangs bacteriën en virussen, het lichaam kunnen binnendringen. Hierdoor zouden allerlei infecties, waaronder seksueel overdraagbare infecties, vrij gemakkelijk overgedragen kunnen worden. Bovendien blijkt uit de studie ook dat vrouwen die zich waxen, doorgaans meer seksuele partners hebben en dus ook meer risico lopen op het krijgen van een soa. Wanneer vrouwen geen sekspartner hebben, zijn ze eerder geneigd te stoppen met ontharen.

Waxen heeft ook voordelen. Zo blijkt uit sommige studies bijvoorbeeld dat het de kans op schaamluizen vermindert. De onderzoekers benadrukken dat waxen op een professionele manier en in hygiënische omstandigheden moet uitgevoerd worden om de kans op wondjes zo klein mogelijk te houden.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 2 : van de middeleeuwen tot de 16e eeuw

Standaard

 categorie : mode en kledij    

 

   

Kleding in de Middeleeuwen

 

Iedereen heeft wel een bepaald beeld over de kleding en mode uit de Middeleeuwen met zijn lange jurken en dure opzichtige stoffen. In werkelijkheid was er maar een beperkte groep van de bevolking, die zich dit soort kleding kon permitteren. Het gewone volk moest improviseren om zichzelf te kunnen kleden en hun kleding bestond dan ook vaak uit enkele lappen.

 

Toch bestond er in de hogere sociale lagen van de samenleving een modebeeld. In het begin van de middeleeuwen, rond de 11e en 12e eeuw, leek de kleding nog erg op die van de Romeinse tijd. Er werd gebruik gemaakt van grof en eenvoudig materiaal, maar door de groeiende handel met het Oosten ontstonden er nieuwe technieken en patronen om in de kleding te verwerken. Er werden weefsels gemaakt met Chinese patronen en de stoffen werden lichter van kleur en ingeweven met gouddraad.

 

 

.

De kleding tussen 900 -1200

.

Dit is de tijd in de Middeleeuwen die we kennen van de ridders, kerken, jonkvrouwen en kastelen. De kleding van zowel de mannen als de vrouwen was wijd en viel in plooien tot op de grond. In de hogere sociale standen werden cotte, bliaud en een cape in felle kleuren gedragen. Waarschijnlijk was de kleding van het gewone volk korter en minder wijd, omdat zij moesten werken. Zij droegen hun kleding af totdat het versleten was. In deze periode werd er veel gebruik gemaakt van materialen als wol,linnen en bont.

Zijde, katoen en fluweel droegen de hogere klassen omdat deze materialen erg kostbaar waren omdat ze uit het Verre Oosten moesten worden gehaald. In de loop van de Middeleeuwen kwamen er door kruistochten contacten tussen Europa en het Oosten, waardoor deze stoffen makkelijker verkrijgbaar waren. Over de kleding van het gewone volk en de rijke mensen hebben wij, via afbeeldingen op schilderijen, een goed idee over het uitzicht. Een korte beschrijving van de kleding in de hogere sociale lagen.

 

 

De kleding van de vrouw

 

Cotte

 

Dit is een onderkleed tot op de grond

 

.

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

Dit is een overkleed met wijde mouwen en soms met lange stroken. Deze waren vaak voor het gemak opgeknoopt. De kleding was lang in die tijd en dus sleepte de Bliaud over de grond. Het accent lag op de boezem en de taille, doordat het deel rond het middel gesmokt was.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De Middeleeuwse vrouwen droegen een soort schoenen. Deze worden trippen genoemd. Trippen bestonden uit houten zolen met leren of zijden riemen. Soms waren deze versierd met gouddraad.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De haardracht gaf informatie over de burgerlijke staat van de vrouw. Getrouwde vrouwen droegen een sluier of een haarband. Als versiering konden hier juwelen op verwerkt zijn. Ongetrouwde vrouwen vlochten hun haar met of zonder linten.

 

 

MIddeleeuwen

 

 

 

 

Kleding van de man

 

 

Cotte

 

Dit kledingstuk was vrijwel hetzelfde als bij de vrouwen. Het enige verschil is dat de cotte van een man tot aan de enkels kwam.

 

 

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Braies

 

Dit is een lap, die tussen de benen door werd geslagen. Hij werd omhooggehouden door een gordel. Braies diende als onderbroek.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

De bliaud van de man had veel plooien en sleept niet over de grond. Er is dus een verschil met de bliaud van de vrouw. Ook droeg de man dit kledingstuk anders. Hij draagt de bliaud zo, dat hij door de gordel opgetrokken wordt, waardoor een groot deel van de cotte te zien is.

 

 

 

 

 

cape

 

Een Middeleeuwse man droeg een cape. Deze had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Een cape was een simpel kledingstuk, dat met een sierspeld op de schouder werd vastgezet. Vaak had de cape felle kleuren.

 

 

 

Schoeisel

 

Als schoenen droegen de mannen estivaux. Dit zijn korte leren laarsjes of perkamenten schoenen.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

Het haar van de man werd halflang gedragen en vaak hadden de mannen een baard en/of snor.

.

.

.

Accessoires

 

Ook de mannen kenden accessoires. Zij droegen een gordel, net zoals de vrouwen, en een kaproen. Dit is een hoofddeksel, dat gedragen werd door het gewone volk.

 

 

 

 

 

 

De kleding tussen 1400-1440

.

Toen de Middeleeuwen ten einde liepen was er een duidelijke ontwikkeling te zien in de kleding en het modebeeld. Dit had ook te maken met het schoonheidsideaal van die tijd, dat erg bepaald werd door de opvallende kleding van de hertogen van Bourgondië. De vrouwen leken altijd zwanger te zijn, want dikke buiken en een hoge taille waren in.

Mannen moesten er stoer en breed uitzien, daarom droegen zij wijde gewaden met extra lange mouwen. Het schoeisel werden tootschoenen. Dit waren schoenen met lange punten die vrijwel alleen gedragen werden in de hogere kringen. In deze tijd werd nog veel gebruik gemaakt van de materialen wol en linnen. Men begon ook steeds zwaardere en duurdere stoffen te gebruiken zoals brokaat, gouddraad en zijde.

Gouddraad en zijde waren al bekend, maar ze waren erg kostbaar. In deze periode begon men  stoffen uit Italië in te voeren, wat er voor zorgde dat ze beter betaalbaar werden. Men ontdekte in deze tijd de printen en versieringen op de stof. De stoffen werden bedrukt door houten blokken, waarin kleine motieven gesneden waren, zoals bloemen. De belangrijkste kleuren waren groen, rood en blauw.

.

 

 

Kleding van de vrouw

 

.

Houppelande

 

Een houppelande is een lang overkleed met wijde mouwen afgezet met bont. Een houppelande is wijduitlopend. Door de hoge taille lijkt het of de vrouw zwanger is. Bij de mouwen is de cotte te zien.

 

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

Tootschoenen van stof of leer. Buiten werden ter bescherming trippen gedragen.

 

 

Haardracht

 

Het haar werd in deze periode nog steeds ingevlochten en werden als ‘torentjes’ boven de oren gedragen. Deze torentjes werden verstevigd met metaaldraad. Een vrouw had de gewoonte de haargrens en wenkbrauwen weg te scheren.

 

 

Accessoires

 

De rijkere middeleeuwse vrouwen droegen een atour. Dit is een hoge punthoed met een sluier. Verder waren handschoenen en veel sieraden gebruikelijk zoals ringen, broches en kettingen.

 

 

.

 

 

 

Kleding van de man

 

Houppelande

 

Deze droeg de man tot op de knieën. Doordat het schoonheidsideaal voor een man ‘stoer en breed’ was, was de houppelande zeer wijd. De mouwen waren ook wijd en lang. Om de taille werd een gordel gedragen.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De schoenen waren gelijk aan die van de vrouw.

 

 

Haardracht

 

De Middeleeuwse mannen hadden een typisch opgeschoren kapsel, de pagekapsel . Oudere mannen hadden vaak lang haar en een baard.

 

 

Accessoires

 

Naast juwelen en de gordel hadden mannen ook nog andere accessoires. De kaproen, maar deze werd anders gedragen dan in het begin van de Middeleeuwen. De kaproen had in deze periode een gezichtsopening op het hoofd. Ook hadden de mannen een misericorde. Dit was een kleine dolk, die aan de riem of met een koord aan de hals werd gedragen. De onderkleding uit deze periode was vrijwel gelijk gebleven aan die van het begin van de Middeleeuwen. Soms was de bevestiging iets anders, maar de kledingstukken waren hetzelfde.

 

 

.

Renaissance

.

Rond 1500 begint een nieuw tijdperk dat de Renaissance wordt genoemd. Renaissance is het Franse woord voor wedergeboorte.In Italië wordt de Klassieke Oudheid herontdekt. Mensen bestuderen nauwkeurig de overblijfselen uit de Romeinse tijd. De kennis verspreidt zich iets later snel over Europa. Naast de kerk ontstaat er aandacht voor de mens en het leven op aarde. Het humanisme ontstaat. Mensen denken meer aan zichzelf en vinden het leven op aarde belangrijk.

Ze worden zelfbewuster en gaan genieten van het leven. Omdat de mensen meer aandacht aan hun uiterlijk besteden wordt de kleding opvallender. Er ontstond een scheuring in de Rooms-katholieke- en protestantse kerk onder invloed van Maarten Luther. De reformatie is tegen rijkdom en uitbundigheid. Kleding moet daarom netjes en onopvallend zijn. De calvinisten in Nederland dragen daarom eenvoudige kleding.

 

 

 

Kleding in de 1e helft van de 16e eeuw

.

De mens van de renaissance was de nauwe, strakke kleding van de middeleeuwen zat. Mensen wilde zich vrijer kunnen bewegen in hun kleding. Ze knipten de kleding open en maakten ze wijder. Dit was voor het eerst zichtbaar bij de Zwitserse en Duitse soldaten rond 1500 die hun mouwen doorknipten. Hiermee begint de spletenmode die de gehele 16e eeuw duurde.

Alle onderdelen zoals mouwen, broekspijpen, hoeden en schoenen werden van spleten voorzien. Bij rijken werden deze weer vastgemaakt met sieraden. Landsknechten droegen een broek die zo erg gespleten was dat hij vaak uit banden bestond. De onderbroek was tussen de spleten door zichtbaar. Deze broek werd ‘Plunderhose’ genoemd. Zij gingen nog verder met de spletenmode.

Ze knipten namelijk de rand van hun baretvormige hoed in. Ook versierde ze de hoed met een wilde bos struisveren. Vooral in Duitsland vond deze “landsknechtenmode”navolging. De mode werd bepaald door de rijke kooplieden. De kleding werd aangepast aan het volk waadoor in ieder land de kleding een beetje verschilde. In Nederland was de kleding bijvoorbeeld eenvoudiger dan in andere landen.

Duitsland maakte in de eerste helft van de 16e eeuw een bloeiperiode door. Rijk geworden burgers bepaalde hierdoor de mode in Duitsland. Deze burgerlijke mode was behoorlijk lomp. In Frankrijk was de kleding fijn, kleurrijk en smaakvol. In Spanje was de kleding stijf, somber en vooral zedig. De kleding in de Renaissance was opzichtig en pronkerig. Er werden veel kleuren gebruikt, waardoor de kleding opviel. Veel gebruikte stoffen waren fluweel, damast, zijde en brokaat. Sieraden zoals gouden kettingen en ringen werden zowel door vrouwen als door mannen gedragen.

.

 

 

Kleding van de Vrouw

 

.
Vrouwen droegen ijzeren korsetten. Hierdoor was het bovenstuk van de jurk erg strak. Rokken waren juist heel wijd en werden gesteund door hoepels. De hoepels werden gemaakt van wilgeroeden. De rokken werden ‘verdugado’genoemd. De wijde rok had geen sleep meer. De kegelvormige rok is van voren opengespleten, zodat een driehoek van de onderrok te zien is. De mouwen plooien.

Het decolleté van de jurk van de vrouwen was vierkant. Door een korset werden de borsten platgedrukt. Vaak werd een mooi borstsieraad gedragen en een gordel. De hoofdbedekking bestaat uit een laag kapje, waardoor een gedeelte van het haar zichtbaar was. In Nederland droegen de vrouwen vaak een molensteenkraag. Deze kraag was heel mooi geplooid.

 

 

 

 

 

Kleding van de man

 

Voor de man waren er in de Renaissance twee verschillende soorten kleding. In Engeland en Duitsland was de mannenkleding erg breed, bijna vierkant. De brede jassen waren vaak gevoerd met bond. In de mouwen zaten spleten, waardoor de voering zichtbaar was. De jassen hebben een grote kraag en reiken tot de knieën. De jas wordt ook wel ‘Schaube”genoemd. In Spanje droegen mannen korte ballonbroekjes met spleten. Onder deze broeken droegen ze strakke kousen.

Hierbij werd meestal een stijve molensteenkraag gedragen met een korte cape. De mannen droegen een baret met veren. Om het bovenlichaam draagt de man een buis met lange mouwen. Deze mouwen zijn ook versierd met spleten. Ook de schoenen veranderden. In plaats van snavelschoenen komen er nu plompe koeienmuilen. De man draagt een braguette, een verstevigd kruisstuk. Door het breder worden van de kleding lijken de mensen kort en breed.

 

 

 

 

 

Hygiëne

 

In de Renaissance wordt hygiëne steeds belangrijker. De mensen wassen zich niet vaak, maar proberen nare luchtjes te voorkomen. Dit doen ze door kruiden mee te dragen in een pommander, een soort zakje. Ook droegen de mensen een vlooienbandje over hun schouders. Alle vlooien kwamen op het stukje bond af, waardoor de rest van de kleding en de persoon zelf schoon bleven.

 

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De 70 jaarweken van Daniël 9

Standaard

categorie : religie

 

 

De 70 jaarweken van Daniël 9

 

 

Afbeelding-17-Zeventig-Jaarweken

 

Daniël (geboren ca. 622 v.Chr.) was een van de profeten die in de tijd van het Oude Testament het woord van God ontvingen en doorgaven. Hij schreef het naar hem genoemde bijbelboek Daniël. Zijn naam betekent ‘God is rechter’. Uit zijn boek komt naar voren dat God de heidense wereldrijken oordeelt. Het rijk van de Mensenzoon  zal het geheel van de rijken vernietigen. In het leven van Daniël zien we hoe God het einde van het Babylonische rijk beslist.

In Dan. 9 verschijnt de engel Gabriël aan Daniël, na zijn gebed om de verlossing van zijn volk, om hem de toekomstige dingen bekend te maken. Na 70 weken (jaarweken = 490 jaar) zal de Messias komen om de ongerechtigheid te verzoenen en een eeuwige gerechtigheid aan te brengen.

 De term jaarweek was een gebruikelijke Joodse term en betekent letterlijk zeven jaar. De term komt van Gods gebod in Leviticus 25:3-4 om een stuk land slechts voor zes jaar te bebouwen om het daarna een jaar rust (sabbatsjaar) te geven. Deze periode van zeven jaar werd bekend als een ‘jaarweek’ (Lev. 25:8). De profetie van Daniël 9 gaat dus om 70 x 7 = 490 jaar.Merk op dat deze profetie drie periodes omvat:

 

1. 7 jaarweken (49 jaren: tot de herbouw van Jeruzalem);
2. 62 jaarweken (434 jaren: vanaf de herbouw van Jeruzalem tot de komst van een Gezalfde, een vorst die vervolgens uitgeroeid wordt);
3. Laatste jaarweek (7 jaren, waarvan in de helft het offer wordt gestaakt en er een verwoesting komt).Toen de 7 + 62 jaarweken voorbij waren, kon Israël verwachten dat de Messias Zich bekend zou maken en uitgeroeid zou worden. De Joodse kalender telt 360 dagen en dus komen we op een totaal van 69 x 7 x 360 = 173.880 dagen.

 

Vers 25 vermeldt het beginpunt van de tijdrekening: “vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen”.

Dit bevel van de Perzische koning Arthahsasta vinden we in Nehemia 2. Deze koning liet dat decreet uitgaan op de eerste van de maand Nisan. Omgerekend naar onze Gregoriaanse kalender zou dat neerkomen op 14 maart 445 voor Christus. Precies 173.880 dagen vanaf deze dag zouden ons moeten brengen tot vlak voor de dood van de Messias.

Wanneer we tellen vanaf 14 maart 445 v. Chr. tot 6 april 32 na Chr., hebben we 477 jaar en 24 dagen en komen we dus niet goed uit. We moeten echter één jaar in mindering brengen omdat er slechts één jaar verstrijkt tussen het jaar 1 voor Christus en het jaar 1 na Christus. Dit maakt 476 jaar en 24 dagen of 173.764 dagen. Dan moeten we 119 dagen toevoegen voor de 119 schrikkeljaren in deze 476 jaar (476 gedeeld door 4). Nu hebben we 173.883 dagen.

Er is echter een kleine onnauwkeurigheid in de Juliaanse kalender ( ten tijde van Julius Caesar ) wanneer we die met een zonnejaar vergelijken. Een Juliaans jaar is 1/128ste van een dag langer dan een Joods zonnejaar. Wanneer we 476 jaar vermenigvuldigen met 1/128, krijgen we drie dagen. Deze drie dagen afgetrokken van onze 173.883 dagen, komen we op 173.880 dagen die ons brengen op ‘Palmzondag’, 6 april 32 na Chr.

God voorzegde op de dag nauwkeurig wanneer de Messias, rijdend op een ezelinnejong (Zach. 9:9) Zichzelf zou bekendmaken als Messias en Koning van Israël (Matt. 21:1-11 en Lucas 19:28-44).  Het is deze dag die de profetie van Daniël 9 exact had voorzegd en waarop binnen enkele dagen Jezus’ kruisiging volgde.

 

 

 

De 70 jaarweken uitgebreid

 

De profetie van de zeventig weken in Daniël 9 wordt wel de ruggengraat van de profetie genoemd. Zij geeft Daniël een geweldig overzicht over de toekomstige gebeurtenissen voor zijn volk Israël.

 

De zeventig weken

 

Vanaf vers 24 van Daniël 9 zien we de profetie over de zeventig weken beschreven. Zeventig weken zullen voorbijgaan en dan zal het volledige herstel van Israël plaatsvinden.

″Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en de profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. Weet dan, en versta: van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen weer gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn; en een volk van de vorst, dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vast besloten verwoestingen. En hij zal velen het verbond versterken, één week; en op de helft van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vast besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste” (Dan. 9:24-27).

Let op hoe volkomen dat herstel zal zijn. Dit herstel gaat veel verder dan de herbouw van de tempel en de stad Jeruzalem. Dit herstel spreekt over de tijd van het Vrederijk, waarin de Heere Jezus koning zal zijn over en te midden van Zijn volk. Dat zal alles plaatsvinden onder het nieuwe verbond, dat in eerste instantie voor Israël bedoeld was (Jer. 31).

Gabriël legt Daniël uit dat er “zeventig weken zijn bepaald over uw volk, en over uw heilige stad”, voordat dit alles kan gebeuren. Na zeventig weken zal er een einde komen aan het lijden van Israël. Als we het tekstgedeelte goed lezen, zien we dat het volgende zal gaan gebeuren:

 

 

Tijd Gebeurtenissen Vs
Na 7+62 = 69 weken Uitroeiing van de Messias-Koning 25, 26
de laatste week een zeer moeilijke week 27
Na 70 weken Totale verlossing en eeuwige gerechtigheid voor Israël 24

 

 

 

1. Jaarsabbatten

 

Voor ons westerlingen mag een periode van zeven jaar een handig rekentrucje lijken, maar een Jood zal deze periode direct herkennen. Het betreft namelijk de zogenaamde jaarsabbatten  of jaarweken waarover we lezen in Leviticus 25:

″Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn. Daarna zult gij in de zevende maand, op de tiende van de maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op de verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land. En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult weerkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult weerkeren een ieder tot zijn geslacht” (Lev. 25: 8-10).

 

We kennen allemaal de sabbat, waarop de mens na 6 dagen te hebben gewerkt, mocht uitrusten en herstellen van het werk. Door de Joden werd elke week uitgekeken naar de sabbat, die in huiselijke kring echt werd gevierd. Men begroette elkaar met het zingen van het Shalom alechem.

De sabbat verwijst naar de rust van het Vrederijk en de daaropvolgende eeuwige heerlijkheid, die het volk Israël eens zal binnengaan. Sterker nog gold dit voor het sabbatsjaar (elke 7 jaar) waarin het land moest rusten van zes jaren oogst. In het zevende jaar mocht niet geoogst en ook niet gezaaid worden (Lev. 25:3,4).

Het spreekt vanzelf dat het hele Joodse leven afgestemd was op dit denken in zeven jaren. Tenminste in de perioden dat zij zich aan deze voorschriften gehouden hebben.  Zowel de sabbat als het sabbatsjaar verwijzen naar de rust die Israël daarin zal binnengaan (vgl. Hebr. 4:1-11) en die het einde van de slavernij van het volk zal betekenen.

Ook lazen we over het jubeljaar, het jaar na zeven jaarweken (7×7=49 jaar), waarin ook nog eens alle verkochte bezittingen teruggeven moesten worden (zie Lev. 25:8-23). Met recht heette dat een jubeljaar. Het werd ingeluid met bazuingeschal op de grote verzoendag. Hier zien we het geestelijke herstel (verzoening van de zonden) samenvloeien met het materiële herstel (van grond en bezittingen).

De Israëlieten waren dus volkomen gewend te rekenen in perioden van zeven jaar, omdat die nauw verweven waren met hun godsdienst, hun economie en hun sociale leven. Er was voor Daniël dus niets vreemds aan de perioden van zeven jaar waar Gabriël over sprak.

 

 

 

Waarom deze 70 en 490 jaren?

 

De zeventig jaren ballingschap in Babel waren een vergoeding voor de zeventig sabbatsjaren die het volk niet gehouden had. Dit wil zeggen dat de Israëlieten blijkbaar gedurende een periode van 70×7=490 jaren de wetten van God, waaronder deze sabbats- en jubeljaren niet gehouden hadden. En dat is precies de tijd in onze profetie die Israël moet wachten op het definitieve herstel.

Aan het eind van de 70 jaar ballingschap vond er een verootmoediging plaats, onder andere door Daniël, waarop de eerste terugkeer naar het land volgde. Maar van een werkelijke bekering mogen we niet spreken. Het was nog maar een gedeeltelijk herstel, het gebeurde ″in benauwdheid der tijden″ (Dan. 9:25).

Na nog eens 490 jaar zal Israël werkelijk tot bekering komen en roepen om haar Messias, de Here Jezus. Dan zal er een definitief einde komen aan haar lijden en zal het herstel volkomen zijn.

 

 

 

Begin en eind van de 483 jaren

 

De profetie in Daniël 9 zegt precies wanneer de zeventig jaarweken zullen ingaan, namelijk:

 

″van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, de Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken” (vs. 25).

 

Er zijn argumenten om aan te nemen dat de brieven van Artachsasta (Neh. 2) als ′het bevel′ moeten worden gezien. Het bevel werd gegeven door de Perzische koning Arthahsast om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen. In dat decreet wordt de stad Jeruzalem duidelijk genoemd en als gevolg daarvan worden de muren herbouwd.
Het einde van de 69 jaarweken is duidelijker. “tot op Messias, de Vorst” kan alleen duiden op Jezus Christus.

Niemand anders komt in aanmerking om in deze cruciale profetie die rol te vervullen. De meeste uitleggers nemen aan dat het om de kruisiging gaat, sommigen nemen de doop van de Heere Jezus als eindpunt van de 69 jaarweken.

 

Een tijdssprong

 

Datgene wat we in Daniël 9 lezen over die laatste jaarweek, heeft in de geschiedenis nooit plaatsgevonden. De uitspraak van de Heere Jezus in Mattheüs 24:15 geeft aan dat deze profetie in Zijn tijd nog niet vervuld was, maar nog vervuld moest worden. Al met al is er voldoende bewijs om te concluderen dat deze laatste jaarweek nog toekomst is.

Als na de 69e jaarweek de Heere Jezus wordt gekruisigd, zet God de tijdrekening stil. Israël heeft haar Messias verworpen en wordt tijdelijk terzijde gesteld. Wanneer zij Hem niet verworpen zou hebben, zouden de gebeurtenissen van deze laatste jaarweek vermoedelijk direct of binnen veel kortere tijd hebben plaatsgevonden.

Zo’n tijdsprong is in de Bijbelse profetie niet iets abnormaals. We zien zoiets ook in Lukas 4:18 als de Heere Jezus in de synagoge van Nazareth voorleest uit de profeet Jesaja:

 

“De Geest des Heeren [is] op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart” (vgl. Jes. 61:1).

 

Hij stopt hier en geeft aan dat dit woord tot vervulling is gekomen. De rest van de profetie, die slaat op het Vrederijk, spreekt Hij niet uit omdat die nog niet aan de orde was. Eerst moest Hij aangenomen worden als de Messias. Ook hier zien we dat de tijdklok wordt stilgezet over een periode die intussen een kleine tweeduizend jaar heeft geduurd. Het gaat trouwens om dezelfde periode. Na de laatste jaarweek zal voor Israël het herstel van Jesaja 61:2  aanbreken.

 

 

 

2. De indeling van de laatste jaarweek

 

Een tweede argument voor de 490 jaren vinden we in de laatste jaarweek. De laatste jaarweek duurt zeven jaar en valt volgens Daniël 9:27 uiteen in twee perioden van drieënhalf jaar. Deze twee perioden van drieënhalf jaar zijn ook elders in de Bijbel terug te vinden. Hier enkele belangrijkste teksten :

  • “En van die tijd af, dat het gedurig offer zal weggenomen, en de verwoestende gruwel zal gesteld zijn, zullen zijn duizend tweehonderd en negentig dagen. Welgelukzalig is hij, die verwacht en raakt tot duizend driehonderd vijf en dertig dagen(Dan. 12:11, 12).
  • “En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar door God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voedenduizend tweehonderd zestig dagen(Openb. 12:6).
  • “En laat de voorhof uit, die van buiten den tempel is, en meet die niet, want hij is de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed” (Openb. 11:2, 3).
  • “En aan de vrouw zijn gegeven twee vleugels van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd, buiten het gezicht der slang” (Openb. 12:14).
  • “En het werd een mond gegeven, om grote dingen en godslasteringen te spreken; en het werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden(Openb. 13:5).

 

Lees de bovenstaande teksten vooral in hun verband om een goed inzicht te krijgen in de gebeurtenissen van die laatste jaarweek. We zetten de beschrijvingen van een halve jaarweek nog eens op een rijtje:

 

 

hoofdstuk 11 van de Openbaring ; Gods tempel en de zevende bazuin

hoofdstuk 11 van de Openbaring ; Gods tempel en de zevende bazuin

 

 

 

hoofdstuk 12 van de Openbaring ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

hoofdstuk 12 van de Openbaring ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

 

 

hoofdstuk 13 van de Openbaring ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 van de Openbaring ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

 

pasteltekeningen van John Astria

 

 

 

Benaming Te vinden in
een halve week Dan. 9:27
1260, 1290, 1335 of 1350 dagen*) Openb. 11:2, 3; Dan. 12:11, 12
42 maanden Openb. 11:2, 3; Openb. 13:5
Een tijd, tijden en een halve tijd Dan. 7:25; Dan. 12:7; Openb. 12:6, 14
*) Bij de perioden van 1290 en 1350 dagen gaat het om gebeurtenissen die vlak voor of vlak na de halve week plaatsvinden.

 

Let op de profetie over de vrouw en het kind in Openbaring 12. Daarin wordt dezelfde gebeurtenis twee keer beschreven. In vers 6 staat dat de vrouw “42 maanden” in de woestijn zal zijn. In vers 14 staat dat de vrouw “een tijd, en tijden, en een halve tijd” in de woestijn zal zijn. Hiermee is duidelijk wat de bijna cryptische omschrijving “een tijd, tijden en een halve tijd” betekent, namelijk drieënhalf jaar. Deze vrouw is een deel van het volk Israël, dat gedurende de tweede helft van de laatste jaarweek door God in de woestijn verborgen wordt gehouden.

 

 

 

3. De gebeurtenissen van de laatste jaarweek

 

Een derde bewijs voor de lengte van de zeventig jaarweken vinden we onder andere in Mattheüs 24.

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats;  Dat alsdan, die in Judea zijn, vluchten op de bergen; Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen; En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen. Maar wee de bevruchte, en de zogende vrouwen in die dagen! Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat. Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal” (Matt. 24:15-21).

We zien in Mattheüs 24:15 opnieuw “de gruwel der verwoesting” van onze tekst in Daniël 9:27. De Heere zegt hier Zelf dat de gebeurtenissen van de laatste jaarweek nog toekomst zijn. Hij vertelt ons in Mattheüs 24:15  uitgebreid wat er in die tweede helft van de laatste jaarweek zal gebeuren. De oprichting van “de gruwel der verwoesting” luidt een periode in van grote verdrukking en deze periode zal drieënhalf jaar duren. Oftewel: De tweede helft van de laatste jaarweek zal voor Israël en de wereld een periode van ongekende grote verdrukking zijn. We noemen die laatste drieënhalf jaar dan ook wel ‘de Grote Verdrukking’.

 

 

 

De Grote Verdrukking

 

Als we goed kijken naar de gebeurtenissen van de laatste jaarweek in Daniël 9:27, dan zie we dat ze exact passen bij de Grote Verdrukking, zoals beschreven in bijvoorbeeld Mattheüs 24, 2 Tessalonicenzen 2 en het boek Openbaring.

De “vorst die komen zal” duidt op de komst van de antichrist die zeer wreed, allesoverheersend en verwoestend zal zijn. Deze antichrist zien we beschreven in 2 Tessalonicenzen 2:1-12 en natuurlijk in Openbaring 13.

De “gruwelijken vleugel” vinden we terug in Mattheüs 24:
“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; Dat alsdan, die in Judea zijn, vluchten op de bergen” (Matt. 24:15, 16).

Halverwege de laatste jaarweek van Daniël, aan het begin van de Grote Verdrukking, zal er in de herbouwde tempel een gruwel (smerig voorwerp van afgoderij) worden opgericht. De oprichting van deze gruwel zal de emmer doen overlopen en de verwoesting van de Grote Verdrukking inluiden.

Dit zal niet zomaar een ontwijding van de tempel zijn, zoals eerder is gebeurd, maar het zal een ongekende provocatie zijn aan het adres van de Heere God. Vandaar ook dat dit voor de Joden hét sein zal zijn om te vluchten naar de bergen (Matt. 24:16).

Er zal een “verwoester” komen. We lezen in Openbaring 9:1-11 over een sprinkhanenplaag die aan het begin van de Grote Verdrukking zal opkomen uit de afgrond. Vermoedelijk zijn dit demonen die de gedaante van buitenaardse monsters hebben aangenomen. Zij zullen de mensen zo pijnigen, dat ze de dood zullen zoeken, maar ze zullen hem niet vinden. We lezen: “En zij hadden over zich tot een koning de engel van de afgrond; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon, en in de Griekse taal had hij de naam Apollyon” (Openb. 9:11).

 

 

Openbaring 9 van de Openbaring : de 5de en 6de bazuin

Openbaring 9 van de Openbaring : de 5de en 6de bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

De naam Abaddon/Apollyon betekent verwoesting. De verwoesting die hij brengt, is het gevolg van ongeloof. Israël gaat een grote verwoesting tegemoet, totdat het zal roepen om haar Messias, de Heere Jezus, Die met deze verwoester af zal rekenen. Deze zal dan zelf verwoest worden (Jes. 33:1).

Dat Israël met de antichrist “een verbond” zal sluiten, is niets nieuws. Israël sloot in het verleden verbonden met Babel, Assyrië en Egypte. Ook in onze tijd zoekt Israël de oplossing voor haar veiligheid in aardse vredesverdragen. Er komt een tijd dat het volk zo in het nauw komt, dat het een verbond zal sluiten met haar grootste vijand, de antichrist.

Hij zal in de periode van de laatste jaarweek dit verbond waar maken. Hij zal Israël verraden. In Jesaja 28:14-22 noemt de Heere dit verbond het ″verbond met de dood″ en het ″verdrag met het dodenrijk″. In Johannes 5:43 zien we dat ook dit dieptepunt in Israëls geschiedenis nog toekomst is: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen”.

We zien dat ook de beschrijving van de laatste jaarweek volledig past bij de Nieuwtestamentische gegevens over de Grote Verdrukking en de regering van de antichrist. Vanwege al bovenstaande argumenten is er maar één conclusie mogelijk: de zeventig weken zijn zeventig jaarweken, zeventig perioden van zeven jaar, waarvan de laatste week van zeven jaar nog toekomst is.

 

 

 

De betekenis voor ons

 

Heel wat gelovigen van vandaag gaan liever met een grote boog om de oordeelsprofetieën heen. Zij willen zich wel bezig houden met Gods beloften van herstel en zegen, maar houden krampachtig een bijbels onderwerp als ‘de Grote Verdrukking’ buiten hun gezichtsveld.

2 Timotheus 3:16 leert: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing”.

‘Al de Schrift’, dus ook deze passages in de Schrift over de enorme crisis die Israël en de volken nog te wachten staat. Laten we ons overigens ook niet rijk rekenen met de gedachte dat alle verdrukking aan ons voorbij zal gaan. Petrus roept de gelovigen op: “Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame” (1 Petr. 4:12 NBG) en Paulus leert: “allen, die godzalig willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12).

De profetieën vertellen ons onder andere waar satan naar toewerkt, zodat we gewaarschuwd zijn en nee kunnen zeggen tegen de verleidingen die hij vandaag op onze weg brengt.Ook de waarschuwing van Johannes aan het eind van Openbaring om niets aan de profetie toe te voegen of af te doen spreekt voor zichzelf (22:18,19).

Het profetische Woord, niet alleen de rijke beloften, maar ook de oordelen van onder andere deze laatste jaarweek en de Grote Verdrukking, zijn aan ons gegeven om ons te waarschuwen, om ons wakker te houden, om ons inzicht te geven wat betreft de dingen die om ons heen gebeuren, zodat we onze keuzes kunnen maken. Een christen die het profetische Woord niet bestudeert, tast in het duister en wordt een gemakkelijk prooi voor satan.

In evangelische kringen zijn we in hoog tempo de kennis van de profetieën aan het verliezen. Velen prediken een aardse toekomst van glorie en heerschappij voor de kerk, van vrede op aarde, terwijl de Bijbel juist het tegenovergestelde leert. In plaats van de mensen op te roepen om zich te bekeren voordat de oordelen van God komen, spreekt men meer en meer over ‘meedoen aan het vredesplan dat de wereld positief kan veranderen’.

Het zijn moderne dwaalleraren die een oude boodschap verkondigen: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede komt, maar het oordeel (Jer. 6:14). Het is niet onmogelijk dat deze predikers zichzelf, misschien zonder het te weten of te willen, hiermee tot wapendragers van de antichrist hebben gemaakt. Want deze laatste zal Israël en de wereld verleiden door hen een valse vrede voor te houden. Dat valse verbond zal de laatste jaarweek van Daniël 9:27 inluiden, drieënhalf jaar later gevolgd door de Grote Verdrukking.

 

 

 

Israël opnieuw geofferd

 

Deze visie is uiterst gevaarlijk. Niet alleen omdat het licht van het profetische woord opnieuw wordt verduisterd, net als de vervangingstheologie dit eeuwen door heeft gedaan, maar ook omdat er bij deze theologie van de nieuwe wereldvrede (de ‘dromen van God’ zoals men het vaak noemt )geen sprake is van enige visie op Israël. De toekomst van het herstelde Israël, waar de profeten veel over spreken, wordt klakkeloos toegepast op de kerk.

De kerk zou een leidende rol moeten innemen in de verbetering, maar over het toekomstig vrederijk, waarin juist Israël onder Koning Jezus aan het hoofd van de naties zal staan, als ook over de Grote Verdrukking die aan dit Bijbelse vrederijk vooraf zal gaan, zwijgen zij.

Naamchristenen van deze tijd laten zich gebruiken als wegbereiders voor de grote Haman van de toekomst: de antichrist. Laten wij ons er verre van houden en ons uitstrekken naar het ‘klare inzicht’ dat Daniël ontving (Dan. 9:23b), dat ook ons licht geeft in de duistere wereld waarin wij leven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

 

 

 

De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten

Standaard

categorie : religie

 

 

De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens van Gods nabijheid. Volgens de katholieke leer zijn de sacramenten ingesteld door Jezus. Op het moment waarop je een sacrament ontvangt kun je zeer sterk ervaren dat God een actieve rol speelt in je leven. Maar of je het ervaart of niet, op die momenten gebeurt er iets met je.

 

 

7_sacramenten

.

.

Drie soorten sacramenten

 

Om te beginnen kunnen we onderscheid maken in drie soorten sacramenten. Er zijn drie zogeheten initiatiesacramenten. Dit zijn sacramenten om opgenomen te worden in de kerk:

  • het sacrament van het doopsel,
  • het sacrament van de eucharistie
  • het sacrament van het vormsel.

Dan zijn er twee sacramenten voor ondersteuning in moeilijke tijden:

  • het sacrament van de biecht
  • het sacrament van de ziekenzalving.

Deze twee sacramenten worden ook wel de sacramenten van genezing genoemd.

Tot slot zijn er twee sacramenten die een levenswijze inhouden :

  • het sacrament van het huwelijk
  • het sacrament van de wijding.

Hieronder een opsomming met bij elk sacrament een korte uitleg

 

 

 

Het sacrament van het doopsel

 

Het doopsel is het fundamentele sacrament van de christelijke initiatie. Dopen betekent onderdompelen. Bij de doop wordt degene die gedoopt wordt overgoten met water. De doop maakt ons tot kind van God. Tevens wordt een mens door de doop opgenomen in de kerk.

Het doopsel wordt toegediend door een priester of een diaken. Hij spreekt hierbij de woorden: ‘Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.’ In geval van nood mag iedereen het doopsel toedienen. Voorwaarde is wel dat hij of zij de oprechte intentie heeft te doen wat de Kerk doet. Het sacrament van het doopsel kan slechts éénmaal in een leven ontvangen worden.

 

 

 

 

 

 

Het sacrament van de eucharistie

 

Het woord ‘eucharistie’ betekent letterlijk ‘dankzegging’. Een belangrijk moment tijdens de eucharistie is de communie, het moment waarop men de heilige Hostie, het heilig Brood tot zich neemt. Hierbij kan Jezus heel dichtbij worden ervaren. Meestal wordt de Eerste Communie gevierd rond de leeftijd van 7 of 8 jaar.

Een eucharistieviering wordt altijd voorgegaan door een priester. De mensen in de kerk komen als gemeenschap bij elkaar om brood en wijn te delen en om het leven, de dood en verrijzenis van Jezus te herdenken. Als de priester het eucharistisch gebed uitspreekt over het brood en de wijn worden deze omgevormd tot Lichaam en Bloed van Jezus Christus.

Het eucharistisch gebed bevat de woorden die Jezus uitsprak bij het laatste avondmaal: ‘Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.’ En ‘Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn bloed dat voor u en voor alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.

Blijft dit doen om Mij te gedenken.’ Telkens als christenen eucharistie vieren, doen zij dus wat Jezus zijn leerlingen heeft opgedragen. De eucharistie kan elke dag gevierd worden, wat betekent dat het sacrament van de eucharistie dagelijks ontvangen kan worden.

 

 

Het sacrament van het vormsel

 

Dopen gebeurt vaak als men nog een klein kind is. Het is een keuze die door ouders/opvoeders wordt gemaakt. Bij het ontvangen van het sacrament van het vormsel kiest de vormeling er zelf voor om verder te gaan op de weg van het geloof. Meestal ontvangt men dit sacrament rond de leeftijd van 12 jaar. Dit sacrament is de voltooiing van de christelijke initiatie.

Bij het sacrament van het vormsel sterkt de vormheer (meestal de bisschop) de vormeling met de kracht van de Heilige Geest door handoplegging. Tevens geeft hij de vormeling een kruisje op het voorhoofd met gewijde olie (zalving) en bezegelt hiermee dat hij/zij op Christus gelijkt. De Heilige Geest helpt mensen om in geloof de weg van Jezus te volgen. Net zoals het doopsel kan men het vormsel slechts eenmaal ontvangen.

 

 

 

Het sacrament van boete en verzoening – De biecht

 

De biecht wordt ook wel het sacrament van de vergeving genoemd. In het leven komen mensen steeds weer voor keuzes te staan. Ook raken we wel eens verzeild in moeilijke situaties. We maken dan niet altijd de juiste keuzes. Soms gaat het om hele kleine dingen, maar soms gaat het ook behoorlijk mis, en komen we met andere mensen in de knoop te zitten en daarbij ook met onszelf en met God.

In het sacrament van boete en verzoening draait het om het herstellen van een door zonde beschadigde relatie met God en kerkgemeenschap. De priester kan in dit sacrament in Christus’ naam zonden vergeven. Na de begroeting in een biechtgesprek belijdt de boeteling zijn zonden. Het is belangrijk dat de boeteling het hele verhaal vertelt, daadwerkelijk berouw heeft over zijn of haar zonden en de intentie heeft zijn leven te veranderen.

Daarna legt de priester een passende penitentie op, meestal in de vorm van gebeden of goede werken. Vervolgens verleent de priester de boeteling vrijspraak en vrede. Hij gebruikt hierbij de woorden: ‘Ik ontsla u van uw zonden in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.’ Aan het eind van het biechtgesprek ontvangt de boeteling de zegen van de priester.

De priester is overigens gehouden aan een streng biechtgeheim. Schending van het biechtgeheim is strafbaar. Als iemand een zware misdaad opbiecht kan de priester proberen deze persoon over te halen om dit openbaar te maken en een passende juridische straf te aanvaarden. De beslissing hierover ligt echter bij de biechtende persoon.

 

 

 

 

 

Het sacrament van de ziekenzalving

 

Het sacrament van de ziekenzalving heeft als doel een bijzondere genade te verlenen aan de christen die te kampen heeft met de moeilijkheden die verbonden zijn met een ernstige ziekte of met ouderdom. Vaak gebeurt dit op het moment dat de gelovige ten gevolge van deze ziekte of ouderdom in levensgevaar verkeert. Alleen een priester kan de ziekenzalving toedienen.

Bij het sacrament van de ziekenzalving zalft de priester het hoofd en de handen van de zieke met olie. Deze olie is speciaal voor dit sacrament door de bisschop gewijd. Tijdens de zalving spreekt de priester een liturgisch gebed uit, waarin hij bidt om de bijzondere genade van dit sacrament.

 

Deze bijzondere genade kan op de volgende manieren vrucht dragen:

  • de vereniging van de zieke met het lijden van Christus, tot zijn eigen welzijn en dat van heel de kerk
  • troost, vrede en bemoediging om op christelijke wijze het lijden te verdragen
  • vergeving van de zonden, als dit niet al is verkregen door het sacrament van de biecht
  • zo mogelijk, herstel van de gezondheid
  • voorbereiding op de overgang naar het eeuwig leven

Het sacrament van de ziekenzalving kan men meerdere keren in het leven ontvangen.

 

 

 

Het sacrament van het huwelijk

 

Het huwelijk is meer dan een samenlevingscontract, het is een levenskeuze in liefde voor elkaar. Voor Katholieken is het huwelijk niet alleen een verbond met elkaar, het is ook een verbond met God. Het kerkelijk huwelijk is binnen de christelijke traditie een verbintenis tussen een man en een vrouw die bezegeld wordt in het bijzijn God en zijn gemeenschap.

Binnen de Katholieke Kerk wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als de eigenlijke huwelijkssluiting en daarmee als gelijkwaardig aan het burgerlijk huwelijk. Het burgerlijk huwelijk wordt door katholieke paren vaak enkel als een administratieve handeling gezien.

Het sacrament van het huwelijk wordt in tegenstelling tot alle andere sacramenten, door de bruid en de bruidegom aan elkaar toegediend, waarbij de priester namens de kerk als getuige optreedt. In het bijzijn van de priester zeggen bruid en bruidegom officieel ‘ja’ tegen elkaar. Op dat moment worden zij door God met elkaar verbonden.

De priester neemt het ja-woord in naam van de kerk aan en spreekt er de zegen over uit. In de meeste gevallen vindt het kerkelijk huwelijk plaats binnen een eucharistieviering, maar dit is niet verplicht. Een kerkelijk huwelijk is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen te ontbinden. Wat God verbonden heeft, zal volgens de katholieke geloofsleer niet door de mens gescheiden worden.

Maar de kerk kan wel de vraag stellen of het oorspronkelijk kerkelijk huwelijk wel geldig werd afgesloten. Indien dat niet het geval is geweest kan het huwelijk door de kerk nietig worden verklaard. Hiermee heeft het huwelijk volgens de kerk nooit bestaan.

 

 

 

Het sacrament van de wijding

 

Een wijding is een rituele handeling waardoor personen, plaatsen of zaken aan een god worden toegeheiligd, hetzij om ze te bestemmen voor de eredienst, hetzij om de genade van de God van het christendom over de betrokken personen of zaken af te smeken. Iemand die door God geroepen wordt om diaken, priester of bisschop te worden, en gehoor geeft aan die roeping, kiest ervoor om zijn leven in dienst te stellen van Jezus Christus.

Hij treedt hiermee in het voetspoor van de twaalf apostelen: de leerlingen die het dichtst bij Jezus stonden, en die Hij heeft uitgezonden om na Zijn dood het evangelie overal te gaan verkondigen. De wijding vindt al sinds de apostelen plaats door handoplegging en is eenmalig en onuitwisbaar.

Een wijding tot diaken, priester of bisschop wordt altijd toegediend door een bisschop. Bij een priesterwijding roept de bisschop Gods kracht af over de nieuwe priester. De priester kan in de naam van Christus en als medewerker van de bisschop het woord van God verkondigen en de sacramenten toedienen. Bij een diakenwijding wordt de nieuwe diaken aangesteld tot een dienst binnen de geloofsgemeenschap in naam van de bisschop.

Hij staat de priester bij in de eredienst, bij pastorale taken en op het gebied van de liefdadigheid. Hij kan dopen en Gods zegen afroepen over een huwelijkspaar. Het sacrament van de wijding in zijn volheid is dat van de wijding van een bisschop. Het maakt de wijdeling tot een wettige opvolger van de apostelen. Bisschoppen zijn samen met de Paus verantwoordelijk voor de gehele Katholieke Kerk.

Omdat wijdelingen zich geroepen voelen om zich onverdeeld te wijden aan de God en Zijn werk, leven zij een celibatair leven. Dat wil zeggen dat zij geen huwelijk aangaan en geen intieme omgang hebben met een vrouw. Op deze manier kan de wijdeling zich geheel geven aan God en de mensen. De reden waarom alleen mannen gewijd kunnen worden, heeft te maken met de keuze van Christus zelf, die alleen mannen als zijn apostelen koos.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne-kop-a4

Prediker 7 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

.

.

Wat is dit voor boek?

.

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

 

Echte wijsheid

 

1 Als goede mensen goede dingen over je zeggen, is dat beter dan dat je er goed uitziet. En de dag dat je sterft, is beter dan de dag dat je werd geboren.

2 Het is beter om naar een begrafenis te gaan, dan naar een feest. Want de dood is het einde van ieder mens. Dat moeten we niet vergeten.

3 Verdriet is beter dan plezier, want als je laat merken dat je verdrietig bent, helpt dat je om er overheen te komen.

4 Wijze mensen denken na over de dood. Maar dwaze mensen denken alleen maar aan plezier maken.

5 Het is beter om te luisteren naar een waarschuwing van wijze mensen, dan naar het vrolijke zingen van dwazen.

 

6 Want het lachen van een dwaas is net zo snel voorbij als het geknetter van brandende dorens onder een pan. Het is maar lucht.

7 Luister goed: door afpersing wordt een wijs man dwaas, en door omkoping wordt een goed mens slecht.

8 Het einde van iets is beter dan het begin ervan. Het is beter om geduldig te zijn dan trots.

9 Erger je niet te snel ergens aan, want ergernis woont in het hart van de dwazen.

10 Vraag niet: “Hoe komt het dat het vroeger beter was dan nu?” Want dat is geen wijze vraag.

11 Wijsheid is net zo belangrijk als een erfenis. Het is iets goeds voor de mensen die onder de zon leven.

 

12 Want wijsheid beschermt, net zoals geld beschermt. Maar wijsheid is nog beter dan geld, want door wijsheid weet een wijs mens hoe hij leven moet.

13 Kijk naar wat God doet. Wie kan recht maken wat Hij heeft gebogen?

14 Geniet wanneer het goed met je gaat. Maar bedenk in moeilijke tijden: “Ook deze dagen heeft God gemaakt, net zoals die andere dagen.” Een mens heeft geen idee van wat er in de toekomst gebeuren zal.

 

15 Ik heb van alles gezien in de korte tijd dat ik leef op aarde. Bijvoorbeeld: een goed en eerlijk mens met wie het toch slecht afloopt. En een slecht mens die toch lang leeft.

16 Wees niet al te goed en eerlijk. Wees niet al te wijs. Je zou jezelf er alleen maar kwaad mee doen.

17 Maar wees ook niet al te slecht en wees geen dwaas. Want waarom zou je sterven vóór het je tijd is?

18 Probeer het midden te vinden tussen wijs en dwaas. Als je ontzag hebt voor God, zul je het juiste midden weten te vinden.

19 Eén wijs mens is door zijn wijsheid machtiger dan tien bestuurders van een stad.

20 Niemand op aarde leeft zó goed, dat hij nooit iets verkeerds doet.

21 Luister daarom niet naar alles wat er gezegd wordt. Want anders hoor je nog dat je knecht je vervloekt.

22 Want van binnen weet je wel dat je zelf ook vaak andere mensen vervloekt hebt.

 

 

 

 

 

Predikers zoektocht naar wijsheid

 

23 Ik heb dit allemaal onderzocht omdat ik wijs wilde worden. Maar het is me niet gelukt: de wijsheid bleef onbereikbaar.

24 Hoe kun je bereiken wat zo ver weg is en zo diep verstopt zit? Het leven is niet te begrijpen.

25 Ik bestudeerde alles, omdat het mijn diepste wens was om meer te weten en te begrijpen. Ik wilde bewijzen dat het dwaas is om je niets van God aan te trekken. Dat het dwaas is om onverstandig te zijn.

26 En ik ontdekte iets wat nog erger is dan de dood: een ontrouwe vrouw. Haar hart is een valkuil en haar handen zijn boeien. Iemand die van God houdt, kan aan haar ontsnappen. Maar iemand die niet om God geeft, wordt door haar gevangen.

27 Dit is wat ik ontdekt heb – ik heb over de dingen nagedacht, omdat ik tot een goede conclusie wilde komen.

28 Maar ik heb die conclusie nog niet gevonden. Ik ben er nog steeds naar op zoek. Onder duizend mensen heb ik maar één goede man gevonden. Maar geen enkele goede vrouw.

29 Maar wat ik wél heb ontdekt, is dat God de mensen wel goed gemaakt heeft, maar dat ze zelf allerlei slechte dingen bedenken.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Prediker 6 uit het Oude Testament

Standaard

 categorie ; religie

 

 

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

Ook rijkdom is maar lucht

 

1 Ik heb iets vreselijks gezien onder de zon, iets wat heel veel voorkomt. 2 Dat is: als God een man rijk heeft gemaakt, maar Hij laat hem er niet van genieten. Hij heeft wel alles wat hij zou willen hebben, maar iemand anders maakt het allemaal op. Ook dat is maar lucht. Het is zinloos en triest. 3 Stel dat iemand honderd kinderen heeft, heel lang leeft en erg oud wordt. Maar als hij niet van het leven geniet en zelfs geen begrafenis krijgt – dan vind ik dat een doodgeboren kind beter af is dan hij.

4 Want zo’n kind komt zonder naam op de wereld en zonder iets van het leven te weten. En zonder naam en zonder iets van het leven te weten, verdwijnt het in de duisternis. 5 Het heeft nooit het zonlicht gezien. Maar het heeft rust, en die oude man niet. 6 Zelfs als die man tweeduizend jaar leefde – als hij niet kan genieten van het leven, wat heeft het dan voor zin? Alles eindigt hetzelfde: in de dood.

7 Een mens zwoegt alleen maar zo hard om te kunnen eten. En toch heeft hij nooit genoeg. 8 Waarin heeft een wijs mens het dan beter dan een dwaas? Wijs zijn maakt niet gelukkig. En waarin heeft een arme het beter hier op aarde? Arm zijn maakt óók niet gelukkig. 9 Je kunt beter genieten van wat je hebt, dan altijd maar méér willen hebben. Want ook dat is maar lucht en iets teleurstellends.
.
10 Wat de mens ook is, zijn naam is al lang geleden genoemd. Hij is maar een mens, hij is sterfelijk. Hij kan het nooit winnen van hem die sterker is dan hij: de dood11Er zijn veel dingen die alles alleen maar zinlozer, triester en onbegijpelijker maken. Wat heb je er dan aan? 12 Want wie weet wat goed is voor een mens in de korte tijd dat hij leeft? Het leven glijdt als een schaduw voorbij. Wie kan aan een mens vertellen wat er na hem onder de zon zal gebeuren?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget