Dagelijks archief: november 29, 2019

Boodschap 252 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

 

ELKE HOND LEEFT ALS EEN HOND,

 

ELKE KAT LEEFT ALS EEN KAT,

 

ELKE VLINDER LEEFT ALS EEN VLINDER EN

 

ELKE MENS LEEFT ALS EEN DUIVEL

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 251 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

WIE NIET IN DE  KRUISDOOD VAN CHRISTUS GELOOFT

 

ALS LOSPRIJS VOOR DE ZONDEN VAN DE MENS,

 

ZAL OOIT ERBARMELIJK VEEL LIJDEN

 

EN VOOR EEUWIG

 

 

 

 

 

 

De Universele Moeder Mary

Standaard

categorie : religie

 

 

 

MotherMary2

 

 

Groeten, Ik ben Mary. Ik ben de oceaan, Universele Moeder, Moeder van Genade en Gratie, Moeder van alle, Moeder van een ieder van jullie geliefden. En ja, ik kom deze dag om tegen jullie harten te spreken, tegen jullie zielen, tegen jullie ware kern, tegen jullie wezen, over mijn tsunami van Liefde.

Ik ben de tsunami en jullie zijn de tsunami. Ik ben de oceaan en de lucht en jullie zijn de oceaan en de lucht. Ik ben de zon en de maan en jullie zijn de zon en de maan. Ik ben de bergen, de stromen, de rivieren, en aldus zijn jullie dat ook.

Begrijpen jullie, geliefden, wat ik vandaag tegen u zeg? Wij zijn één. Accepteren jullie mij, claimen mij als jullie Moeder? Hou je van mij zoals Ik van jou hou, als mijn kind, als jouw Moeder?  Zal jij jezelf toestaan om volledig al de geschenken te ontvangen die ik je breng en je op deze dag en iedere dag geef? Want jij bent kostbaar voor Mij, dat ben je altijd geweest, dat zal je altijd zijn.

Nu, laat ons spreken over mijn tsunami van liefde die groeiende is en de ware kern van jullie planeet penetreert en van één ieder van jullie als ik jullie penetreer. Sommigen van jullie hebben tegen Mij of dit kanaal gezegd, “Ik voel helemaal niets. Wat is er verkeerd?” Niets is er verkeerd, niets is onjuist, niets is missende en jij bent niet vermist. Jij bent niet vrijgesteld, er is geen schepsel groot of klein en zeker geen mens die vrijgesteld is van dit wassen van mijn liefde.

Velen van jullie voelen zich in grotere beroering dan dat jullie ooit eerder hebben gedaan en jullie zeggen, “Wat is er gaande? Moeder, ik doe mijn werk, ik open mijn hart, en toch voel ik verontrusting, de verschuivingen, de verandering. Ik weet niet waar solide grond is.” Geliefde, je weet niet waar solide grond is omdat jouw voeten in het water zijn.

Jouw voeten zijn in de tsunami en Ik ben jou aan het wassen, Ik ben jou aan het reinigen en Ik ben de waarheid en de totaliteit, de heelheid van wie jij bent aan het herstellen, herbevestigen, herconstrueren. Ik doe jou dit niet aan. Ik doe dit voor jou en met jou. En Ik doe het alleen in liefde.

Hebben jullie ooit opgemerkt, lieve harten, hoe er jonge baby’s zijn, of zelfs kleine kinderen, die huilen en schreeuwen en er driftbuien tegenaan gooien wanneer het tijd is om in bad te gaan? En toch, zodra als zij in het water zijn zijn ze blij en tevreden en kan je hen er niet meer uit vandaan krijgen.

Zo is het ook met sommigen van de mensheid, en zou ik kunnen zeggen over de mensheid, dat in vele, vele gevallen wij het badwater moeten vervangen, ja, hoewel het een tsunami is, vele, vele keren.

De mens diens onmenselijkheid jegens de mens. De wreedheid, de gemeenheid, de controle, de hebzucht, de lust, de angst, komt allemaal naar het oppervlak. En dat moet het? zodat het weggewassen kan worden met de getijden, met de wind, met de stromingen die jullie omringen.

Als die energie, hetgeen van een menselijke creatie is, binnenin jullie blijft, vreet het zich van binnenuit naar buiten. het vernietigt jullie en het vernietigt de gehele beschaving. En dat, geliefden, is niet en zal niet Mijn Plan zijn; het is niet jullie plan, het is niet Mijn Plan, en het is niet de ontvouwing waar ik naar refereer.

Jullie, een ieder van jullie, is schitterend voorbij jullie wildste voorstellingsvermogen. Jullie krijgen zo nu en dan een glinstering maar jullie hebben nog niet het volledige wonder gezien van jullie interdimensionale, geascendeerde zelf, de restauratie van wie jullie echt zijn. Ik ken jullie en dierbare harten, ik wenk jullie en ik wenk niet terloops of hoopvol. Ik wenk jullie om je bij mij aan te sluiten terwijl ik precies nu naar jullie toekom.

Te velen van jullie leven in het verleden. Waar dient het verleden jullie? Het is die illusie van de tijd en het speelt geen doel anders dan jullie te laten zien of te onderstrepen waar de dingen verkeerd gingen of om jullie dierbare herinneringen te geven. Jullie kunnen deze in het nu met jullie meedragen die wetenschap, die intelligentie, dat hart. Maar sta het niet toe om deze voorwaarts gaande stuwing tegen te houden.

Wij zijn op ons pad, jullie en Ik en deze planeet genaamd Gaia. Als je waar dan ook moest leven, als je het niet binnenin jouw heilige zelf kunt vinden om in het Nu te leven, ga dan naar de toekomst. Ik zal je daar ontmoeten en Ik zal je naar huis brengen en thuis is in het heden. Het is in je hart. En het is met Mij.

De tsunami groeit. Velen van jullie voelen de stromingen in plaats van de golf. Dat is prima. Maak je geen zorgen. Waad erin. Het is de mensheid aan het veranderen. Kijk niet naar de chaos. Het kan niets creëren. Het is menselijke, lagere dimensionale energie en het is niet van liefde. Dus, erken het, ben de waarnemer, zegen het en stuur het op diens weg.

En dan, keer om, breid jezelf uit en laat Mij door je heen stromen, laat Mij je penetreren, laat Mij Me steeds weer opnieuw bij je aansluiten totdat je weet wat Ik altijd geweten heb … dat wij één zijn.

Ga met mijn Liefde. Zoete engelen, ga in vrede. Kom met Mij mee. Kom nu met mij mee want daar is een nieuwe wereld, Nova Aarde, Terra Gaia, om opgebouwd te worden, ervan te genieten en het te vieren.

 

 

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Het uitzicht van God.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

dove-Holy-Spirit

 

 

 Vergelijking met de mens

 

Genesis zegt herhaaldelijk dat wij geschapen zijn naar Gods eigen beeld (Genesis 1:27). Het Hebreeuwse woord voor evenbeeld (“tselem”) laat zich vertalen als een schets of weergave van een origineel, omdat een schaduw de schets van het origineel is.

Alleen mensen zijn geschapen naar de gelijkenis van God. Hoewel God niet beperkt is tot een menselijke vorm, deelt de onvolmaakte en eindige mens in Gods natuur, met overdraagbare eigenschappen zoals leven, waarheid, wijsheid, liefde, heiligheid, persoonlijkheid en rechtvaardigheid. Wij hebben het vermogen om een geweldige geestelijke relatie met Hem te hebben, en daardoor krijgen wij inzicht.

 

 

De Drievuldigheid zonder gezichten

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 De ontmoetingen

 

In Genesis 32:25-30 bleef Jakob, de vader van de twaalf stamvaders van Israël, kreupel achter na een worsteling met God. Jakob noemde die plaats Peniël, want, zei hij :

 ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven’  (Genesis 32:31).

 

God kwam zo dicht bij Jakob als mogelijk was, de handen van de Schepper rustten letterlijk op hem.

 

 

 

Het is niet toegestaan om Gods gezicht werkelijk te zien (Exodus 33:20)

 

Toen Mozes God ontmoette als een brandende struik, durfde hij niet naar God te kijken (Exodus 3:6). Zelfs de innige relatie tussen Mozes en God waarin de Heer “van aangezicht tot aangezicht” sprak (Deuteronomium 34:10) kende beperkingen.

Op het moment dat hij Gods heerlijke aanwezigheid zocht, werd Mozes er aan herinnerd :

“Mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven” (Exodus 33:11).

 

Van aangezicht tot aangezicht duidt op intieme gesprekken tussen twee goede vrienden. Dit wederzijdse vertrouwen maakte het hen mogelijk om eerlijk en open met elkaar te praten (Deuteronomium 12:6-8).

 

 

Mozes en de brandende braamstruik

Mozes en de brandende braamstruik

 

 

De voorbeelden uit het Oude Testament ten aanzien van Gods uiterlijk richtten zich op Zijn heerlijkheid en hemelse aanwezigheid, die verblijft in door Hem verkozen objecten:

de Tabernakel (Numeri 12:5; 16:19, 17:7),

een wolkkolom

en een vuurzuil (Numeri 14:14).

In het Nieuwe Testament openbaart God Zichzelf door aan ons te verschijnen middels Zijn vleesgeworden Zoon, Jezus Christus.

 

 

 

De onzichtbare God

 

In antwoord op de vraag hoe dat God er uit ziet zond Hij een kind naar deze wereld :

 “Beeld van God, de Onzichtbare, is Hij (Christus), in Hem heeft heel de Volheid willen wonen” (Kolossenzen 1:15, 1:19).

 

Er worden nergens specifieke uiterlijke kenmerken van dit Kind genoemd, alleen specifieke omstandigheden. Het lag in een kribbe, gewikkeld in lappen met een ster boven een huis. Maar de herders en wijzen herkenden Jezus onmiddellijk toen zij de Levende God verheerlijkten, prezen en aanbidden:

 “In Hem  schittert Gods luister, Hij is Zijn evenbeeld.” (Hebreeën 1:3).

 

Met onvoorwaardelijke liefde en genade schiep God ons naar Zijn eigen evenbeeld terwijl Hij ons een glimp van Zichzelf deed opvangen in Jezus Christus.

“Niemand heeft God ooit gezien, maar de enige Zoon, die Zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen” (Johannes 1:18).

In de Bergrede vertelt Jezus ons:

“Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien” (Matteüs 5:8).

 

Misschien kunnen we Gods gezicht dan nu nog niet helemaal zien, maar Hij beziet ons in alle volheid met onuitputtelijke liefde.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

God is alomtegenwoordig

Standaard

categorie : religie

 

 

 

413

 

 

 

Kunnen wij begrijpen dat God werkelijk alom tegenwoordig is ?

 

De alomtegenwoordigheid van God is voor veel mensen omstreden, en iets waar ze zich druk om maken. Een mens kan niet op twee plekken tegelijk zijn, zelfs niet met de meest vooruitstrevende technologie. Als God overal tegelijkertijd is, dus alomtegenwoordig, dan ontsnapt er niets aan Zijn aandacht. In de gehele Bijbel zien we dat alles wat geschapen is onder de heerschappij van een oppermachtige God.

“Een alomtegenwoordige God keek naar alles wat Hij had gemaakt…Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid” (Genesis 1:31-2:1).

 

Als wij het begrip eeuwigheid volledig zouden kunnen bevatten, dan zou de alomtegenwoordigheid van God misschien ook te begrijpen zijn. De menselijke geest beziet gebeurtenissen aan de hand van een tijdsbalk, met specifieke vakken voor het verleden, het heden en de toekomst.

De voortdurende overgang van elk vak naar het volgende hangt af van hoe iemand een bepaald voorval ziet. God, die eeuwig is, is niet gebonden aan tijd want Hij heeft de tijd geschapen. Als heerser over de volledige historie, het heden en de toekomst van de mensheid, verkondigt God:

 

“Ik ben de Alfa (Begin, Eerste) en de Omega (Einde, Laatste) Die is, Die was en Die komt, de Almachtige” (Openbaring 1:8; 21:6; 22:13).

 

Hij heerst tegelijkertijd over alle menselijke geschiedenis, los van de fysische beperking van welke tijdsbalk dan ook.

 

 

 

Onbeperkte begrenzingen

 

Omdat God eeuwig is, kunnen ruimtelijke begrenzingen Hem niet beperken. Gods tijd is oneindig, daarom is God ook onbegrensd ten aanzien van ruimte. Hij is dus alomtegenwoordig.

Koning Salomo besefte dat God ver boven de begrenzing van de hele schepping uitstijgt:

“Zou God werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan U niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor U heb gebouwd” (1 Koningen 8:27-28).

 

Hoe prachtig een door mensen gemaakte tempel ook zou kunnen zijn, Salomo begreep dat God niet beperkt kan worden tot enig deel van de ruimte, hoe groot dat deel ook zou zijn.

“Dit zegt de Heer: De hemel is Mijn troon, de aarde Mijn voetenbank. Waar zouden jullie een huis voor Mij kunnen bouwen? En wat zou Mij als rustplaats dienen?’’(Jesaja 66:1).

 

De alomtegenwoordigheid van God betekent dat Hij zelfs niet in de grootst mogelijke ruimte zou kunnen verblijven. Het is niet zo dat God simpelweg bestaat in een soort oneindige, open ruimte. God is aanwezig in alle ruimte. Dat betekent dat God in Zijn hele wezen aanwezig is op elke plek in onze ruimte. Alle ruimte is voor Hem onmiddellijk aanwezig. De 19e-eeuwse theoloog Charles H. Spurgeon verkondigde:

 

    “We geloven dat God de hemel en de aarde vult, alsook de hel; dat Hij Zich op elke plek bevindt die Zijn schepping lijkt te vorderen, want schepselen zijn Hem niet onaangenaam; en zelfs de ruimte die ingenomen wordt door Zijn werk wordt nog steeds met Hemzelf vervuld. De gesteenten in de onbekende diepten zijn vervuld van God; waar de zee brult of waar het massieve graniet geen kier of leegte laat, zelfs daar is God; niet alleen in de open ruimte, en in de kloof, maar binnen in alle materie, en overal overvloedig in alles, en alle dingen vullend met Zichzelf.”

 

Maar het is niet juist om God te zien in ruimtelijke bewoordingen, alsof Hij een soort gigantisch wezen is. God mag dan een wezen zijn dat zonder maat en afmetingen bestaat in de ruimte, maar Hij is niet een of andere vormeloze massa.

In Genesis 1:26 lezen we dat de mens geschapen is naar het evenbeeld en de gelijkenis van God, woorden die een zekere vorm aanduiden. Toen Mozes vroeg om de majesteit van God te mogen zien, antwoordde Hij:

“Als Ik Mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; Mijn gezicht mag niemand zien” (Exodus 33:18-23).

 

God spreekt over Zichzelf in menselijke bewoordingen.

 

 

 

Gods bereik

 

Hoewel we het gezicht van onze Schepper niet mogen zien, bevestigt de alomtegenwoordigheid van God dat Hij voortdurend de mensheid beziet. Adam en Eva probeerden “zich voor Hem te verbergen tussen de bomen” (Genesis 3:8). De profeet Jona probeerde “van de Heer weg te vluchten”. In eerbiedig ontzag besefte David:

“Hoe zou ik aan Uw aandacht ontsnappen, hoe aan Uw blikken ontkomen?” (Psalm 139:7-18).

 

Nergens in de schepping kunnen we ons verstoppen voor de Heer. Via Zijn Geest strekt Gods bereik zich uit tot elke uithoek van het universum en in de harten van de mensen.

“De Heer in Zijn heilig paleis, de Heer op Zijn troon in de hemel, met aandacht beziet Hij en fronsend keurt Hij de mensen op aarde” (Psalm 11:4).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hqdefault

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA