Dagelijks archief: december 20, 2019

Liber Vitae Meritorium

Standaard

 

 

 

hildegard von bingen

.

.

.

 

Liber Vitae Meritorum

 

 

e8581d_844c4fb1e80c432c84b5fb6861b9587d

 

 

Hildegard schreef het boek Liber Vitae Meritorum tussen 1158 en 1163. Het is een belangrijke schakel tussen Hildegards eerste werk, Scivias, en het Liber divinorum operum. Hildegard gaat hierin namelijk via uiteenzettingen over de heilsgeschiedenis, de zin van het leven en het streven van de mens naar eeuwig heil over naar het ontvouwen van haar kosmologische visie op wereld, mens, micro- en macrokosmos en de verhoudingen hiertussen. Geen enkel afschrift werd gedocumenteerd, wat misschien te verklaren is door de mindere bekendheid van het werk.

 

‘Aan het begin van mijn eenenzestigste levensjaar, dus in het jaar 1158 na de menswording van de Heer, toen de apostolische stoel bedreigd werd en keizer Frederik het Roomse Rijk bestierde, toen hoorde ik een stem uit de hemel tot mij spreken: Jij die van kindsbeen af door de Geest van de Heer niet op lichamelijke, maar op geestelijke wijze onderwezen bent in het zuivere waarnemen, verkondig nu dat wat je hoort en ziet.

Want vanaf het begin van je visioen worden je enkele beelden als het ware zo vloeibaar als melk getoond; andere worden je als een verkwikkende, licht verteerbare spijs aangeboden en weer andere worden jou als vast en volvet voedsel opgediend. Schrijf dus wederom zoals ik het wil en niet zoals je het zelf zou willen!

En ik begon te schrijven zoals een zeker man getuigen kan, die ik, zoals ik reeds in vroegere visioenen heb gezegd, in het geheim gezocht en gevonden had, en zoals ook een zeker meisje getuigen kan, dat mij zo behulpzaam was. En wederom hoorde ik de hemelse stem die tot mij sprak en mij als volgt onderwees.’  

 

De man van wie sprake is, is uiteraard de monnik Volmar, met wie zij steeds samen haar werken neerschreef. Het meisje is niet Richardis, want die is dan al gestorven. Kennelijk heeft Hildegard een nieuwe secretaresse. Het Liber Vitae Meritorum behandelt een groot aantal deugdenopposities, paren van deugden en ondeugden. Het Latijnse woord voor deugd is virtus. Dit woord wordt ook vertaald met ‘kracht’. Deugd en kracht zijn dus semantisch verwant. Wie deugdzaam leeft, is sterk.

De middeleeuwse deugdenleer wordt gekenmerkt door de vier zogenaamde kardinale deugden: de prudentia (de bezonnenheid), iustitia (de rechtvaardigheid), temperantia (de gematigdheid) en fortitudo (de moed). Deze deugden zijn van klassieke oorsprong en het eerst geformuleerd door Plato. (Pansters 2007, 12). In Hildegard haar tijd waren deze deugden min of meer vanzelf onderdeel van het collectieve morele bewustzijn.

Die christelijke deugdenleer wordt gedomineerd door de drie theologische deugden: fides, spes, charitas (geloof, hoop en liefde). Deze zijn expliciet geformuleerd door Paulus in zijn brief aan de Korinthiërs (1Kor:13,13). In vrijwel alle brieven van Hildegard komen een of meer van deze theologische deugden voor. Hildegard eindigde heel vaak met de fortitudo-wens: wees moedig en sterk in de strijd.

Ze veroordeelde dikwijls het gebrek aan prudentia, bijvoorbeeld het onbezonnen gedrag van de priesters, dat bovendien dikwijls ook nog gekenmerkt werd door de hebzucht, en dat is het tegenovergestelde van de temperantia. Uiteraard waren ook de theologische deugden dikwijls direct of indirect onderwerp van haar geschriften. Kortom, Hildegard voegde zich in eerste instantie in het deugdenschema van haar tijd. We herkennen dat ook in het Liber Vitae Meritorum.

 

 

 

Het Liber Vitae Meritorum

 

Hildegard tekent in haar LVM eerst een grote, heldhaftige, goddelijke gestalte die zich uitstrekt van de ultieme hoogte tot de uiterste diepte. Dat is haar favoriete voorstelling van de kosmische dominantie van de godheid, de oneindigheid van God in Zijn alomvattende bereik. God verbindt het universum en de peilloos diepe afgrond, te midden waarvan de aarde en de mens zich bevinden.

De goddelijke man wordt vervolgens door Hildegard in al zijn grootsheid minutieus beschreven. Voor zijn mond bevindt zich een helderwitte wolk waar de man in blaast en terwijl hij dat doet ontstaan er drie nieuwe wolken: een vuurwolk, een donkere onstuimige wolk en een schitterend witte wolk.

 

 

sacred-mysteries_2115215c

 

 

De vuurwolk symboliseert de eenheid van de positief op elkaar en op God gerichte levende wezens; zij voelen door hun deugdzaamheid een innige verwantschap met elkaar en met God. De donkere, woeste wolk bevat de zondige zielen die door hun ijdele, eenzijdige gerichtheid God niet meer zien. En in de helderwitte wolk bevinden zich de zon en de maan die alles verlichten. Als zodanig is deze wolk een zinnebeeld van de menswording van Christus.

Het werk is verdeeld in zes delen en in de eerste vier delen keert de gestalte zich achtereenvolgens naar het oosten en het zuiden, naar het westen en het noorden, naar het noorden en het oosten en naar het zuiden en het westen. In het vijfde deel draait de man volledig rond van windrichting naar windrichting om tenslotte in deel zes alle zones en zichzelf tegelijkertijd in beweging te zetten.

In alle delen vinden discussies plaats tussen de deugden en hun opponerende zonden. Eigenlijk is dit hele boek een literair-visionaire weergave van de strijd tussen het het Goede en het duivelse kwaad. Hildegard behandelt vijfendertig deugd-zonde opposities, waarvan hier de drie theologale deugden:

  • amor coelestis, de hemelse liefde tegenover de aardse;
  • fides, het geloof, tegenover het ongeloof;
  • spes, de hoop tegenover de vertwijfeling;

 

één van de vier kardinale deugden, de fortitudo, tegenover de indolentie en tot slot bespreken we de visie van Hildegard op de onkuisheid.

 

Hier begint het boek over de Deugden en de Zonden, uit het Levende Licht openbaar gemaakt door een eenvoudig mens. (…).

 

 

Aardse liefde en hemelse liefde

 

De eerste gestalte had de vorm van een mens en hij was zwart als een neger, en hij was naakt, en met zijn armen en met zijn onderbenen omklemde hij een boom onder zijn takken, waaruit de mooiste bloesems ontsproten. En met zijn handen trok hij die bloemen naar zich toe en hij zei: Ik houd alle koninkrijken ter wereld vast in hun bloemenpracht.

En waarom zou ik verdorren, nu ik vol zit met al die groenkracht? Waarom zou ik leven als een grijsaard, terwijl ik bloei zoals de jeugd? Waarom zou ik het prachtige zien van de ogen met blindheid omfloersen? Als ik zo zou doen, zou ik me moeten schamen. Zolang als ik kan genieten van de schoonheid van deze wereld, zal ik dat vrolijk doen. Een ander leven is mij onbekend en ik ontken de praatjes die ik erover hoor.

En toen hij dat zei verdorde de hiervoor genoemde boom tot aan de wortel en hijzelf verdween in de hierboven genoemde duisternis en het beeld vervaagde er totaal door. En ik hoorde uit de donkere wolk een stem die aan deze gestalte zei: Je bent ongelooflijk dom, als je denkt in een vonk van de as reeds het volle leven te bezitten; en je zoekt niet dat leven, dat in de schoonheid van de jeugd nooit verdort en dat ook in de ouderdom nimmer teloor gaat.

Jij mist ook alle licht en je bevindt je in een zwarte duisternis en je bent in het menselijk verlangen verstrikt geraakt als een worm. En je leeft als het ware maar een enkel moment, om vervolgens als hooi te verdorren en zo val je in het meer des verderfs. En daar zal je eindigen met al de omarmingen van die dingen die je in je huidige situatie nu ‘bloesems’ noemt.

 Ik echter ben de zuil van de hemelse harmonie en ik leg me toe op álle levensvreugde. Ik wijs het leven niet af, en alles wat schadelijk is, versmaad ik, zoals ik jou ook veracht. Ik ben voor alle deugden een spiegel, waarin elke gelovige zich helder bekijken kan. Jij echter bewandelt nachtelijke paden, en je handen doen de verkeerde dingen. (LVM, I, 14)

 

 

Hildegard waarschuwt in dit fragment de lezer voor een beperkte, hedonistische levensopvatting. Wie alleen uit is op kortstondig genieten, doet de verkeerde dingen en zal uiteindelijk alle groenkracht en zichzelf verliezen. Wie echter de hemelse liefde bezit, richt zich op alle deugden en zal de hemelse harmonie rotsvast, als een zuil, dus voor altijd, ervaren.

De tijdelijke zelfgenoegzaamheid moet plaatsmaken voor de blijvende hemelse liefde, die verder gaat dan de kortstondige bevrediging van zintuiglijke verlangens. De nu volgende dialoog tussen geloof en ongeloof uit deel drie van Liber Vitae Meritorum is oppositioneel geformuleerd. Vooral dat wat gezegd wordt door het ongeloof doet opmerkelijk eigentijds aan.

Ook heden ten dage woedt in filosofenland weer de strijd tussen geloof en ongeloof, toegespitst op de vraag hoe het toch mogelijk is dat weldenkende wetenschappers nog in God geloven, alsof er nooit een Verlichting is geweest.  Welnu, Hildegard heeft – al ver voor de Verlichting –  een antwoord gegeven. Eerst geven we de vertaling van het visionaire beeld en de woorden van het ongeloof en vervolgens van het antwoord van het geloof.

 

 

 

Geloof en ongeloof

 

En de vijfde gestalte had de vorm van een mens zonder hoofd en van de knieën tot de voetzolen was hij in duisternis gehuld. En op de plek van zijn hoofd was niets te zien, behalve dat die plek overal vol zat met zwarte ogen; tussen die ogen zat er één, zo leek het, op zijn voorhoofd en dat oog flikkerde soms als een fonkelend vuur. De rechterhand had hij op zijn borst gelegd, in de linkerhand hield hij een staf en hij had een zwarte mantel omgeslagen. En hij zei: Een ander leven ken ik niet dan dit hier, dat ik kan zien, en voelen en aanraken.

Wat heeft een leven dat niet zeker is, mij dan te bieden? Van dit leven kan ik zeggen: Het is er of het is er niet. En hoe ik ook zoek en uitzoek en rondkijk, en luister en wetenschap bedrijf, ik vind niets anders. Als ik dan soms iets wat de natuur mij toont, opmerk en dat te baat neem, zou mij dat dan schaden? Ik bewandel nimmer paden, en ik bedrijf geen wetenschap in gebieden die ik niet goed ken.

Want als ik wil vliegen op de vleugels van de winden, dan zal ik ter aarde neerstorten; of als ik de zon of de maan vraag wat ik moet doen, dan zullen zij mij weinig antwoorden; en mocht mij iets ter ore komen, dan weet ik niet of het mij van nut zal zijn of zal schaden. Ik weet immers niets over wat mij zoal wordt voorgespiegeld; alleen als ik het zie, dan weet ik het.

Ik hoor ook veel heil voorspellende verhalen en veel preken en veel doctrines die ik niet begrijp en daarom zal ik dat doen wat mij het meest van nut zal zijn. En wederom hoorde ik uit de donderwolk de stem die een antwoord gaf aan deze gestalte: O wat ben je toch een gemeen stuk vreten, je bent een list van de duivel die in zijn borst alles wat rechtvaardig is, verloochent.  Je geeft te kennen net zo te zijn als die borst van hem.

Want de stellingen van jouw denken nijgen naar de duivel, die aan jouw rechterkant staat; daarom zijn ook jouw ogen zo verduisterd dat je niet kunt zien de weg van jouw heil die opstijgt ten hemel. Je bent nacht en zo samengedrukt dat rechts op links valt. Je rechterkant drukt je immers te neer en hierdoor is jouw opstijging roemrijk, omdat het slechte geweten de dienstmaagd van het goede wordt genoemd.

Deze wil echter niet als de dienstmaagd dienen, zoals ook de domina de onderdanige diensten van de dienstmaagd niet zal uitvoeren: en daarom heeft zij een eerbiedwaardige naam, en wordt zij domina genoemd. Jij echter gaat voort als een veroordeelde, omdat je het vonnis van de rechters over je hebt afgeroepen, omdat je alles ontvlucht wat in je geloof licht zou kunnen worden.

Jouw ‘verstandige geredeneer’ leidt bij de mensen die jij bedriegt steeds tot zonde, omdat je niet wilt wandelen op de weg van de bonafide leermeesters. Ik echter prijs God samen met de engelen in geloof, omdat ik alles wil wat van God is. Met de cherubijn schrijf ik alle geboden op die Hij uitvaardigt en die hij bij God ziet.

En zo beslis ik ook door de profeten en door de wijzen en door de geleerden over alle dingen. Alle koninkrijken ter wereld gezamenlijk schitteren in mij door de gerechtigheid van God; want ik ben een spiegel van God, omdat ik ook in alle voorschriften van God stralend te zien ben.

 

 

Aldus spreken ongeloof en geloof. Het fragment begint met de sinistere tekening van het ongeloof in de vorm van een in het zwart gehulde manspersoon die op het eerste gezicht doet denken aan een hoofdpersoon uit een eigentijds derderangs horrorverhaal: allemaal zwarte ogen en één oog dat, op zijn voorhoofd, als het ware bliksemend oplicht. Je kunt erbij griezelen.

En dat is nu precies de bedoeling van Hildegard. De griezel is het symbool van het ongeloof. Hij lijkt veel ogen te bezitten. En dat middeleeuwse beeld kennen we ook uit het werk van Hildegard waar ogen wijzen op wijsheid. Denken we maar aan het visioen uit Scivias. In dat visioen was God volledig met ogen bezaaid. God als zetel van de Wijsheid, de Sapientia.

Maar de ogen van deze figuur zijn zwart en zij zijn als zodanig dus geen tekenen van het licht, maar van de duisternis; de figuur kan er, in zijn ongeloof, niet mee zien. Er is slechts één oog dat af en toe wat flikkerend oplicht en dat weliswaar iets kan zien. Het oog kan kennelijk niet het ware en het goede onderscheiden omdat het niet het licht van het geloof in zich heeft.

De cycloopachtige figuur is een rationalist, een ongelovige thomas, die alleen in dat gelooft dat hij met zijn zintuigen kan waarnemen. Hij moet kunnen aanraken, voelen en zien en zal nimmer aanvaarden dat het goddelijke de wereld overstijgt.

De in het zwart geklede griezel doet met zijn staf ook denken aan de duivel en aan de dood en hij wordt door het geloof uitgemaakt voor al wat mooi en lelijk is. Hij verwerpt de signalen van zijn geweten, dat immers de mens de paden naar het goede zou moeten wijzen. Hij blijft in de duisternis van het ongeloof omdat hij ervan uitgaat dat het denkvermogen van de mens alleen zaligmakend is, terwijl dat slechts één aspect is van het menselijk deel van de ziel.

Hildegard wijst erop dat geloven betekent dat de mens moet vertrouwen in de Schrift, in het Woord van God. Wie leeft en streeft volgens Zijn geboden en voorschriften zal in het licht mogen leven en verwachtingsvol mogen sterven.

Hildegard speelt in deze tekst met de antithese licht en donker. Wie het hemelse licht wil ervaren zal de duisternis van de werkelijkheid moeten trotseren en zal moeten durven loslaten. De gelovige gaat op zoek naar het licht van de Eeuwige achter de duisternis en wordt daarbij geleid door de engelen, de profeten en de priesters van de goede soort.

Wie God wil zien, aanraken en ervaren zal het dwaallicht van de menselijke rationaliteit moeten loslaten en daar is durf voor nodig. Het woord dat Hildegard gebruikt voor geloof is ‘fides’ wat samenhangt met het werkwoord ‘fidere’ dat ‘vertrouwen’ betekent. Hildegard plaatst God in de vertrouwenspositie, omdat zij gelooft dat God Zijn Woord gestand doet. Zij heeft het gedurfd door de duisternis heen te vechten en daardoor ervaart zij het Levende Licht.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Overstijgende spiritualiteit

Standaard

categorie : spirituele prenten van John Astria

 

 

.

 

Overstijgende spiritualiteit

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Aartsengel Michaël.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Aartsengel Michaël

 

aartsengel_michael

 

 

 

Brandende vorst van het licht en held van het mensendom

 

Michaël is waarschijnlijk de bekendste van alle engelen , hij wordt in het Oude en het Nieuwe Testament, en in de Koran genoemd als aartsengel. Zijn naam betekent ” die als God is”, de perfecte weerspiegeling van het goddelijk licht.

Hij is de vorst van het licht die de strijdkrachten van het goede aanvoert tegen de machten van de duisternis. Hij, de overwinnaar van Satan in de hemelse oorlog, zal de hemelse massa’s naar het eindoordeel leiden. Het was Michaël die Daniël redde uit de leeuwenkuil en volgens de christelijke overlevering bestrijdt hij satan door bij het sterfbed van elke sterveling te komen om hem verlossing te bieden.

De moslimleer beschrijft hem als een wezen met” vleugels die bedekt zijn met saffraankleurige haren, elk een miljoen gezichten en monden bevattend en even zoals tongen, die de genade van God afsmeken”. Michaël is de drakendoder, de hemelse tegenhanger van Sint Joris.

Er wordt vaak gedacht dat hiermee de triomf van het christendom over het heidendom wordt verbeeld, maar in werkelijkheid gaat het om de triomf van de goddelijke orde over de chaotische machten van de duisternis.

Hij is de meest krijgshaftige van alle aartsengelen en verschijnt ten tonele tijdens veldslagen, waarvan de meest memorabele die van Mons was in de Tweede Wereldoorlog: het overweldigend sterkere Duitse leger werd onverklaarbaar op de vlucht gejaagd. Gevangengenomen Duitse soldaten vertelden dat ze boven het geallieerde leger een fantoomleger zagen, dat werd geleid door een schitterende figuur op een wit paard.

 

 

 

Associaties en Symbolen

 

Met betrekking tot de alchemie vertegenwoordigt Michaël de gouden leeuw, de getransmuteerde en geperfectioneerde energie van de oorspronkelijke grondvorm van de draak.

Hij is de beschermheilige van hooggelegen plaatsen en veel kerken op de top van een heuvel zijn aan de heilige Michaël gewijd. Het woord           ” heilige” voor zijn  naam weerspiegelt de ambivalente houding van de christelijke traditie jegens engelen.

Michaël is zowel de beschermheilige van de Rooms-Katholieke Kerk als van de staat Israël. Op schilderijen wordt hij vaak afgebeeld in rood, wit en groen of in een glanzende wapenuitrusting.

Als de drakendoder hanteert hij het zwaard of lans en staat hij met zijn voet op de nek van de draak, en als de engel des doods en goddelijke gerechtigheid houdt hij een weegschaal vast. Als aartsengel van het zuiden vertegenwoordigt hij het element vuur en de zomer. Felle kleuren-met name rood-passen het best bij hem.

 

 

Michaël verslaat Satan

Michaël verslaat Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Veranderde men Bijbelteksten?

Standaard

categorie : religie

.

.

 

Is de Bijbeltekst vaak veranderd?

 

 

.

.

Waarom zou je de Bijbel zo serieus nemen? Het verhaal is in de loop

der eeuwen zo vaak doorverteld en daarmee veranderd.

En iedere vertaling maakt er ook weer wat anders van.

 

Je kent dat spelletje wel: je zit met z’n allen in een kring en een zin, wordt door gefluisterd. Lachen als de laatste vertelt wat hij denkt dat de eerste gezegd heeft, het verandert langzamerhand bij het doorvertellen. Is dat bij de Bijbel ook zo gegaan?

 

 

Mondelinge overlevering

 

De oudste gedeelten van de Bijbel, in het boek Genesis, zijn ongetwijfeld een tijdlang mondeling doorverteld, voordat ze opgeschreven zijn. Maar zelfs meer dan 1000 jaar voor de tijd van de aartsvader Abraham was het in Mesopotamië gebruikelijk een schriftelijke administratie te voeren. Het is dan ook denkbaar, dat de aartsvaders gebruik maakten van schriftelijke notities. Volgens sommige onderzoekers lijkt de structuur van het boek Genesis op die van schriftelijke verslagen uit dezelfde periode.

 

 

Schriftelijke overlevering

 

In elk geval is rondom het jaar 1400 voor Christus het verhaal van God en de mensen op schrift gesteld. Mozes kreeg een duidelijke opdracht van God om alles op te schrijven:

  • Leg deze overwinning in een oorkonde vast …‘ (Exodus 17:14)
  • Stel deze geboden op schrift …‘ (Exodus 34:27)

En zo gebeurde: ‘Mozes stelde zijn hele onderricht op schrift en gaf de boekrol aan de Levitische priesters…‘ (Deuteronomium 31:9).

 

 

Vermenigvuldiging

 

De oorspronkelijke handschriften bestaan niet meer. Maar vanaf het begin zijn ze overgeschreven en vermenigvuldigd, zodat meer mensen ze konden lezen. Dit werd heel zorgvuldig aangepakt. De Joodse geleerden die de manuscripten overschreven telden de tekens, de woorden en de paragrafen. Schrijffouten worden zo niet uitgesloten, maar de kans op grote veranderingen in de tekst is daardoor wel minimaal. In verhouding met tekstvarianten in andere geschriften uit de oudheid is het aantal tekstvarianten in de Bijbeltekst uiterst gering.

 

 

Schrijffouten

 

De vondst van de Dode zeerollen in 1948 bracht van een aantal Bijbelboeken afschriften aan het licht, die honderden jaren ouder waren dan de oudste tot dan toe bekende afschriften. Toch bleek de tekst nagenoeg ongewijzigd te zijn gebleven. In bijna alle gevallen waarin sprake is van verschillen tussen de handschriften (ongeveer 1% van de teksten) gaat het om details die geen enkele invloed op de theologie hebben.

 

 

Nieuwe Testament

 

Het Nieuwe Testament verschilt in zoverre van het Oude Testament, dat het niet met dezelfde nauwgezetheid door schriftgeleerden is overgeschreven. Maar daar staat tegenover, dat al kort na de tijd van de apostelen een lijst bekend was met hun geschriften. En hoewel ook hier de originelen niet meer bestaan, hebben anderen zoveel uit hun werk geciteerd, dat het mogelijk was om een uiterst betrouwbare reconstructie van de geschriften van de apostelen te maken.

 

 

Onveranderd

 

De conclusie mag zijn, dat de tekst van de Bijbel zoals die oorspronkelijk opgeschreven was, nagenoeg onveranderd aan ons overgeleverd is.

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap van Moeder Maria.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Boodschap van Moeder Maria.

 

 

voorkant Catherine Laboure

 

de voorzijde van de medaille van de verschijning aan Catherin Labouré te Parijs door John Astria

 

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

 

voel Mijn aanraking. Voel wie Ik Ben. Ervaar, want zoals de Engel ooit tot Mij sprak, spreek Ik tot u allen. Maar terwijl Ik spreek, spreek Ik niet met woorden maar wel met energie en met aanraking want Ik raak uw ziel aan. Uw ziel is een fantastisch wezen dat behoort tot de vrouwelijke kracht en vrouwelijke energie. Ik raak uw ziel aan want wanneer uw ziel groeit en in licht toeneemt, zult u als mens bezield worden.

En weet, uw ziel doet altijd haar best om u te bezielen en om u aan te raken in uw mens-zijn. Want een gesprek met Engelen of met Meesters is niet enkel voor een enkeling voorbehouden. Het is voor iedereen bestemd. Want telkenmale Wij tot u spreken, zult u aangeraakt worden in uw ziel en zal uw ziel het mens-zijn kunnen bereiken. Overstijg dan ook de betekenis van woorden maar ontwaak in uw zielenenergie.

Want vanuit uw ziel is alles aanwezig. En op deze manier wordt een ziel die verder ontwaakt in het mensenleven en bewustzijn steeds groter in licht. Ze integreert met de persoonlijkheid en hoewel veel mensen de persoonlijkheid dikwijls als iets slechts benaderen of bestempelen, is dit niet het geval. Het is juist uw persoonlijkheid die u duidelijk maakt hoe bepaalde zaken in het mensenleven in elkaar zitten.

Maar zij die groeien in hun zielenkracht en zielenlicht, zullen integreren met de persoonlijkheid en zo zal de kracht en de sterkte van de persoonlijkheid ten dienste komen van de ziel en het Hoger-Zijn. Zo wordt men krachtig en lichtvol als mens.

 

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

voel Mijn aanraking. Hoor Mijn stem in het gezang van de vogels. Voel Mij in de zachte streling van de wind. Zie Mij in de schoonheid van de bloeiende bloesem met veel belovende vruchten nadien. Voel Mij en ervaar Mij. Leer Mij beter kennen zoals Ik Ben. Want werkelijk u kent Mij vanuit een oude tijd maar ook in deze nieuwe tijd. U kent Mij vanuit Mijn Lichtessentie.

U kent Mij als uw zuster. Want wanneer Ik u aanraak in uw ziel, maak Ik het verlangen naar de herinnering wakker. De herinnering van de oude weg, van de oude gnosis, van de oude wijsheid. Weet dan ook dat u allen hierin aangeraakt wordt en dat u zult ontwaken in uw zielenbewustzijn, in uw Hoger-Zijn en in uw mens-zijn. Voel dan ook de kracht in deze tijd en energie maar vooral ook voel Mijn aanraking.

 

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

voel Mijn hand op uw aller schouder. Weet dat Ik naast u sta in Mijn hoedanigheid van de Moederenergie maar ook als uw Zuster Maria.

 

 

 

achterkant-catherine-laboure

 

de achterzijde van medaille van de verschijning aan Catherin Labouré te Parijs door John Astria

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Jozef, de vader van Jezus

Standaard

Categorie: religie

 

Jozef, de vader van Jezus

 

Wat we weten over Jozef, de aardse en wettelijke vader van Jezus, komt uit de evangelies van Matteüs en Lukas. De volledige genealogie van Jozef is te vinden in Matteüs 1:1-24. Mensen die de Bijbel voor het eerst lezen, vragen zich vaak af waarom deze lange genealogie wordt beschreven, maar het belang van deze lijst wordt al snel duidelijk. Genealogieën waren bijzonder belangrijk voor de Joden, en deze verzen laten zien dat de familielijn van Jezus helemaal teruggaat naar Abraham. Hierin kunnen wij een vervulling herkennen van een van de vele profetieën over de komende Messias uit het Oude Testament.

 

 

 

 

Matteüs 1: 1-24

 

De voorouders van Jezus

 

1 Dit is de lijst van voorouders van Jezus Christus. Hij is de zoon van koning David, die uit de familie van Abraham is. 2 Abraham kreeg een zoon: Izaäk. Izaäk kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg zonen: Juda en zijn broers. 3 Juda kreeg twee zonen: Perez en Zera. Hun moeder was Tamar. Perez kreeg een zoon: Hezron. Hezron kreeg een zoon: Aram. 4 Aram kreeg een zoon: Aminadab. Aminadab kreeg een zoon: Nahesson. Nahesson kreeg een zoon: Salmon. 5 Salmon kreeg een zoon: Boaz. Boaz’ moeder was Rachab. Boaz kreeg een zoon: Obed. Obeds moeder was Ruth. Obed kreeg een zoon: Isaï. 6 Isaï kreeg een zoon: David, die later koning werd.

Koning David kreeg een zoon: Salomo. De moeder van Salomo was de vrouw van Uria. 7 Salomo kreeg een zoon: Rehabeam. Rehabeam kreeg een zoon: Abia. Abia kreeg een zoon: Asa. 8 Asa kreeg een zoon: Josafat. Josafat kreeg een zoon: Joram. 9 Joram kreeg een zoon: Uzzia. Uzzia kreeg een zoon: Jotam. Jotam kreeg een zoon: Achaz. 10 Achaz kreeg een zoon: Hizkia. Hizkia kreeg een zoon: Manasse. Manasse kreeg een zoon: Amon. Amon kreeg een zoon: Josia. 11 Josia kreeg zonen: Joahaz en zijn broers, toen de bewoners van het koninkrijk Juda gevangen meegenomen werden naar het land Babylonië .

12 Nadat ze gevangen meegenomen waren naar Babylonië, kreeg Joahaz een zoon: Sealtiël. Sealtiël kreeg een zoon: Zerubbabel . 13 Zerubbabel kreeg een zoon: Abiud. Abiud kreeg een zoon: Eljakim. Eljakim kreeg een zoon: Azor. 14 Azor kreeg een zoon: Zadok. Zadok kreeg een zoon: Achim. 15 Achim kreeg een zoon: Eliud. Eliud kreeg een zoon: Eleazar. Eleazar kreeg een zoon: Mattan. 16 Mattan kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg een zoon: Jozef, die later met Maria trouwde. En uit Maria is Jezus geboren. Hij wordt de Christus genoemd.

17 Van Abraham tot David zijn 14 voorvaders. En van David tot het moment dat het volk van Juda gevangen werd meegenomen naar Babylonië zijn 14 voorvaders. En vanaf het moment dat het volk van Juda gevangen werd meegenomen naar Babylonië tot aan Christus zijn ook 14 voorvaders.

 

 

De geboorte van Jezus

 

18 Dit is het verhaal van de geboorte van Jezus Christus. Maria was verloofd met Jozef. Omdat ze nog niet getrouwd waren, waren ze nog nooit met elkaar naar bed geweest. Maar op een dag wist Maria dat ze in verwachting was. Dat was ze door de kracht van de Heilige Geest. 19 Maar Jozef dacht dat Maria van een andere man in verwachting was geraakt. Daarom was hij van plan om de verloving met Maria uit te maken. Maar hij wilde niemand zeggen dat dat was omdat ze in verwachting was. Want hij was een goed mens. 20 Toen hij dat besloten had, kwam er in een droom een engel van de Heer God naar hem toe. De engel zei: “Jozef, zoon van David, trouw gerust met Maria. Want haar kind is ontstaan door de Heilige Geest. 21 Maria zal een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus (= ‘God redt’) noemen. Want Hij zal zijn volk bevrijden van hun ongehoorzaamheid aan God en daarmee van Gods straf. 22 Dit is gebeurd zodat zou uitkomen wat de Heer God van tevoren door de profeet Jesaja heeft gezegd: 23 ‘Het meisje dat nog maagd is zal in verwachting raken en een zoon krijgen. De mensen zullen Hem Immanuël noemen. Dat betekent: ‘God is met ons.’ “24 Toen werd Jozef wakker. Hij deed wat de engel tegen hem had gezegd en trouwde met Maria. 25 Hij ging niet met haar naar bed totdat het kind was geboren. En hij noemde Hem Jezus.

 

 

 

 

Jozef was een rechtstreekse nakomeling van David. Hij was een genadige en gerespecteerde man die zich hield aan de wetten van het Jodendom. Hij had een mager inkomen, maar toch was hij een eerwaardige en trouwe man. Jozef verdiende zijn brood als timmerman in het kleine dorp Nazaret. Jozef leerde zijn zoon de knepen van het vak. Jezus was zelf een timmerman tot Hij Zijn openbare bediening begon (Markus 6:1-6).

Jozef onderwees Hem ook op geestelijk vlak. Jozef hield zich met zijn gezin aan de heilige dagen en de Joodse feesten.

 

 

Marcus 6 : 1-6

 

De bewoners van Nazaret geloven niet in Jezus

 

1 Jezus vertrok weer en ging naar zijn eigen stad, Nazaret. Zijn leerlingen gingen met Hem mee. 2 Op de heilige rustdag ging Hij les geven in de synagoge. Veel van de mensen die Hem hoorden, waren heel verbaasd. Ze zeiden: “Waar heeft Hij die dingen vandaan? Hoe komt Hij aan die wijsheid? Hoe kan Hij zulke wonderen doen? 3 Hij is toch de timmerman, de zoon van Maria, en de broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zussen wonen toch ook hier?” En ze geloofden Hem niet. 4 Jezus zei tegen hen: “Alleen in zijn eigen stad en in zijn eigen familie hebben de mensen geen respect voor een profeet.” 5 En Hij kon daar geen grote wonderen doen. Alleen maakte Hij een paar zieke mensen gezond door hun de handen op te leggen. 6 En Hij was verbaasd over hun ongeloof.

 

 

 

 

Lukas 2 : 41-42 

 

Jezus’ ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. Toen Jezus twaalf jaar oud was, reisden zijn ouders weer zoals elk jaar naar Jeruzalem.” 

 

We weten ook dat Jozef de rol innam van voogd en beschermer van Jezus, omdat hij naar God luisterde en Hem gehoorzaamde. In elk opzicht vervulde hij zijn vadersrol op een bewonderenswaardige manier. De evangelies geven ons weinig details over Jozef. Omdat Jezus de zorg voor Maria aan Johannes overdroeg, wordt gespeculeerd dat Jozef mogelijk een natuurlijke dood is gestorven tussen het bezoek aan de tempel toen Jezus pas twaalf was (Lukas 2:41-51) en de doop van Jezus toen Hij dertig was (Markus 1:9-11).

 

 

Lucas 2 : 41-51

 

Jezus in de tempel

 

41 Jezus’ ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. 42 Toen Jezus twaalf jaar oud was, reisden zijn ouders weer zoals elk jaar naar Jeruzalem. 43 Na de feestdagen gingen zijn ouders weer naar huis. Maar Jezus bleef in Jeruzalem achter. Zijn ouders hadden dat niet gemerkt. 44 Ze dachten dat Hij meeliep met de andere mensen die ook naar huis terugreisden. Zo reisden ze één dag en zochten Hem intussen bij familie en kennissen. 45 Maar toen ze Hem niet vonden, gingen ze terug om Hem in Jeruzalem te zoeken.

46 Na drie dagen vonden ze Hem in de tempel. Hij zat daar tussen de wetgeleerden . Hij luisterde naar hen en stelde vragen. 47 De mensen die Hem hoorden, waren verbaasd hoe verstandig Hij was. Ook verbaasden ze zich over de antwoorden die Hij gaf. 48 Toen zijn ouders Hem daar vonden, waren ze boos. Zijn moeder zei tegen Hem: “Kind, hoe kun je zoiets doen? Je vader en ik zijn zó ongerust geweest! We hebben overal naar je gezocht!” 49 Maar Hij zei tegen hen: “Waarom heeft u naar Mij gezocht? Wist u dan niet dat Ik bezig moet zijn met de dingen van mijn Vader?” 50 Maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. 51 Hij ging met hen mee terug naar Nazaret en was gehoorzaam aan zijn ouders. Zijn moeder onthield alles wat er gebeurd en gezegd was en dacht er over na in haar hart.52 Terwijl Jezus opgroeide, werd Hij steeds wijzer. En God en de mensen hielden van Hem.

 

 

 

 

 

Marcus 1 : 9-13

 

Jezus wordt in de woestijn door de duivel uitgedaagd

 

9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jordaan. 10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer. 11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”12 Onmiddellijk daarna stuurde de Geest Jezus naar de woestijn.13 Daar werd Hij 40 dagen lang door de duivel op de proef gesteld. Hij leefde bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.

 

 

 

 

Het is duidelijk dat andere mensen Jozef erkenden als de wettelijke vader van Jezus. Dat zien we in verzen als Johannes 1:46. Jozef moet in die vroege jaren een ongelooflijke invloed op Jezus hebben gehad. Wanneer Jezus sprak over God als een liefdevolle Vader, kon Hij terugvallen op het soort liefde dat Hij als kind van Jozef had ontvangen. Jozef is een groot voorbeeld van de waarde van integriteit, gehoorzaamheid en trouw, maar vooral ook van de eervolle invulling van de hem toevertrouwde rol van het vaderschap.

 

 

Johannes 1 : 46

 

46 Filippus ging naar Natanaël en zei tegen hem: “We hebben de Man gevonden over wie Mozes en de profeten hebben geschreven! Hij heet Jezus en Hij is de zoon van Jozef uit Nazaret!”

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget