Dagelijks archief: februari 1, 2020

Andalusiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Het mineraal andalusiet is een aluminium-silicaat

 met de chemische formule Al2SiO5. Het

behoort tot de groep van de nesosilicaten.

 

.

 

Eigenschappen

 

Het donkergroene, grijze, bruine of rode mineraal heeft een duidelijke splijting volgens kristalvlak [110] en een slechte splijting volgens [010], een witte streepkleur en een glasglans. Het kristalstelsel is orthorombisch, de gemiddelde dichtheid is 3,15 en de hardheid is 6,5 tot 7. Andalusiet is noch magnetisch, noch radioactief. De variëteit chiastoliet bevat gewoonlijk donkere insluitsels van koolstof of kleimineralen die een X of een kruis vormen.

 

 

480px-andalousitetyrol

 

 

.

 

az-andalusiet-gr

 

.

 

Naam

 

Andalusiet is genoemd naar het gebied waar het het eerst beschreven werd, Andalusië, Spanje in 1789. De naam van de variëteit chiastoliet is afgeleid van de Griekseletter chi, die in de vorm van een “kruis” geschreven wordt.

 

 

chgiastoliet – andalusiet

 

 

 

Voorkomen

 

Andalusiet is een zeer veelvoorkomend mineraal als onderdeel van vele gesteenten. Het komt onder andere voor in gemetamorfoseerde gesteenten. Het is ook, samen met de andere aluminiumsilicaten sillamiet en kyaniet een indicatief mineraal voor de diepte en temperatuur waarbij een gesteente metamorfose ondergaan heeft.

Andalusiet is gewoonlijk stabiel bij temperaturen beneden de 500 ° Celsius en bij drukken lager dan 0,3 GPa (gigaPascal). De druk en temperatuur zijn gerelateerd waardoor bij hoge temperatuur (800 °C) een lagere druk (0,1 GPa) nodig is om uit andalusiet sillimaniet te vormen.

Bij temperaturen beneden 600 °C en drukken hoger dan 0,3 GPa wordt juist kyaniet uit andalusiet gevormd. Andalusiet komt voor in de zandfractie van Nederlandse kwartaire rivierdedimenten. In de zware-meneraalanalyse wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde stabiele groep.

 

 

groot-stuk-van-roze-andalusietmineraal-49061562

 

 

 

Mineraal
Chemische formule Al2SiO5
Kleur Bruin, grijs, groen, roze, violette en rode variëteiten
Streepkleur Wit
Hardheid 6,5 – 7
Gemiddelde dichtheid 3,15 kg/dm3
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting duidelijk volgens [110], slecht volgens [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Orthorombisch
Brekingsindices 1,641 – 1,648
Overige eigenschappen
Radioactiviteit geen
Magnetisme geen

 

 

 

 

 

 

chiastolietplatkn

 

.
.
pijl-omlaag-illustraties_430109
.
.
.
JOHN ASTRIA

Anandaliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

 

Het woord ‘ananda’ komt uit het Sanskriet en betekent ‘divine bliss’ i.e. goddelijke zegening. Anandaliet komt uit West-India, de vele kleuren worden gevormd door de aanwezigheid van Rhodium. Anandaliet heeft een iriserende kleur. Het uiterlijk is vergelijkbaar met Angel Aura behandeld kwarts. Anandaliet komt het meest voor in de witte kleur.

 

 

anandalietruw240gramgroot

 

 

e92df4510286e48d04e65c4bf18f7b86aed5d718

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

anandaliet115062902zilvhangergroot

 

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Muscoviet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

 

Muscoviet is een mica soort. Het kan onder andere roze, bruin, groen, geel of helder van kleur zijn en heeft een gelaagde structuur. Fuchsiet is een groene muscoviet variant. Muscoviet is een van de meest voorkomende mica’s, en het komt in een grote verscheidenheid aan gesteenten voor, maar voornamelijk in stollingsgesteente, zoals graniet.

.

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Muscoviet wordt onder andere gevonden in Rusland, Brazilië, Zwitserland, Oostenrijk, Australië en de Verenigde Staten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: KAl2(AlSi3)O10(OH)2

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 2,82

 

 

 

 

 

ster muscoviet

 

 

muscoviet met albiet

 

 

 

 

Muscoviet
Mineraly.sk - muskovit.jpg
Mineraal
Chemische formule KAl2(AlSi3)O10(OH)2
Kleur Wit, grijs, zilverkleurig, bruinwit of groenwit
Streepkleur Wit
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 2,82 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Dubbele breking (0,035-0,049)

 

 

 

 

 

 

muscoviet en rozenkwarts

 

 

 

aquamarijn met muscoviet

 

 

 

muscoviet op albaniet

 

 

 

fuchsiet

 

 

 

 

 

 

 

Wilde kievitsbloem : Fritillaria meleagris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de blokvormig getekende, hangende, klokvormige, paarse bloemen (soms zijn ze geheel wit of wit/groenig)

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde kievitsbloem is bolgewas van 20 tot 50 cm hoog. Ze groeit op vrij voedselrijke graslanden, die ’s winters drassig zijn of onder water staan en ’s zomers niet te veel uitdrogen. Ze is vrij zeldzaam en wordt ook als tuinplant aangeboden. Wilde kievitsbloem is één van de eerste planten die wettelijk beschermd werd. Ondanks de bescher-ming zijn er toch heel veel groeiplaatsen verdwenen door te zware bemesting, ontwatering, intensievere bewei-ding of omdat ze plaats moesten maken voor uitbreiding van steden.

 

.

 

 

 

Bloem

 

Wilde kievitsbloem heeft ongeveer 8 jaar nodig voordat ze tot bloei komt. Ze bloeit in april en mei. De bloemen zijn klokvormig, hangend en meestal alleenstaand, soms met 2 of 3. Ze zijn paars/wit geblokt, egaal wit of wit /groenig. Na de bloei vallen de bloemdekbladen af, verlengt de stengel zich en richt zich op. De vruchtdoos wordt gevormd, waarin de zaden rijpen. De zaden bevatten luchtholtes, waardoor ze op het water blijven drijven en zo verspreid worden.

 

 

vrucht

 

 

 

Blad

 

De lange, smalle bladeren zijn grijsgroen en gootvormig. Ze staan verspreid langs de stengel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– leliefamilie (Liliaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 20 tot 50 cm
– rode lijst
– ook als tuinplant

Bloem
– donker- tot licht paarsrood
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 4,5 cm
– klokvormig
– 6 bloemdekbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– (half)stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rond

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone smeerwortel : Symphytum officinale

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de omlaag hangende opgerolde bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels en
– de ruw behaarde bladeren en stengels

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone smeerwortel is een overblijvende plant, die zeer algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op zonnige tot licht beschaduwde, vochtig tot natte, voedselrijke grond in wegbermen, loofbossen, slootkanten en op dijken.

.

 

 

.

 

Bloem

 

Gewone smeerwortel bloeit vanaf eind april tot en met augustus met witte, roze, lila of paarse bloemen. De bloe-men hangen aan korte stelen in paren omlaag zoals de staart van een schorpioen.

.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel, bladeren en kelkbladen zijn behaard, waardoor de plant ruw aanvoelt. De onderste bladeren zijn ge-steeld, groter en breder dan de hogere. De achterkant van de bladeren is geaderd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Smeerwortel is een geneeskrachtige plant. De Grieken en Romeinen maakten hier al melding van. De soort-aanduiding ‘officinale’ geeft aan dat de plant gebruikt wordt voor medicinale doeleinden. De plant wordt uit-sluitend uitwendig toegepast, in de vorm van omslagen bij botbreuken, wonden, en gewrichtsontstekingen. On-derzoek heeft aangetoond dat de allantoïne uit de wortel de heling van wonden bevordert.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend, vrij zeldzaam
op de Waddeneilanden
– 30 tot 100 cm

Bloem
– paars, lila, roze of (room)wit
– vanaf eind april t/m augustus
– schicht
– buisvormig
– 12 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig, onderste eirond tot   langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– netnervig
– ruw behaard
– onderkant geaderd
– onderste bladeren gesteeld

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– gevleugeld

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruisbladwalstro : Cruciata laevipes

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– vier in een krans staande bladeren met
– okselstandige trosjes kleine, gele, 4-tallige bloemetjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kruisbladwalstro is een overblijvende, geel-groene plant van 15 tot 45 cm hoog, die groeit op min of meer voch-tige, voedselrijke grond aan heggen, bosranden, op dijken en in bermen. Ze is een typische rivier begeleidende soort. Ze staat op de rode lijst als sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kruisbladwalstro bloeit vanaf april tot en met juni (soms in augustus weer) met gele, geurende “walstro” bloe-metjes. Ze zijn klein (tot 3 mm) en hebben 4 bloemdekbladen met het voor walstro-soorten kenmerkende toegespitste topje.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De ruw behaarde, geel-groene bladeren staan kransgewijs om de stengel met 4 bij elkaar. In de oksels van de bla-deren groeien de bloemtrosjes, die korter zijn dan de bladeren. De stengels zijn (meestal) onvertakt, vierkantig, groen of rood aangelopen en behaard met lange afstaande haren. Ze zijn vrij zwak; omringend gras houdt ze rechtop. In andere gevallen ligt de stengel en staat alleen de top rechtop.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn verschillende walstro-soorten, zoals glad walstro, geel walstro, kleefkruid en lievevrouwebedstro. Allemaal hebben ze de kransstandige bladeren. De combinatie van gele bloemen met 4 bladeren in een krans onderscheidt kruisbladwalstro van de andere soorten.

 

 

glad walstro

 

 

 

geel walstro

 

 

 

kleefkruid

 

 

 

lievevrouwebedstro

 

 

 

Algemeen

– sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– op rode lijst als sterk afgenomen
– 15 tot 45 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf april t/m juni
(soms in augustus weer)
– trosjes in een schijnkrans
– 2 tot 3 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen met kort spits   topje
– bloemdekbladen vergroeid
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– elliptisch tot lancetvormig
– top vrij stomp
– rand gaaf
– 3-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– lang afstaand behaard
– scherp vierkantig

zie wilde bloemen