Dagelijks archief: maart 19, 2020

De 2de negentien van Bachbloesem : Honeysuckle

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

tuin-21-06-en-beachkorfbal-040

 

 

 

Honeysuckle (Kamperfoelie)

Lonicera caprifolium

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

 

 

Indicatie

 

Degenen die veel in het verleden leven, misschien een tijd van groot geluk, of herinneringen aan een verloren vriend, of ambities die niet uitgekomen zijn. Zij verwachten niet meer zo gelukkig te worden als ze ooit waren.

 

 

 

Affirmatie

 

Ten slotte, laat ons niet bang zijn om ons in het leven te storten; we zijn hier om ervaring en kennis op te doen, en we zullen maar weinig leren tenzij we de realiteit onder ogen zien en tot het uiterste gaan.

 

 

 

55204_bach-bloesem-kamperfoelie-nr-16_nl-thumb-1_115x115

 

 

.

Habitat

 

Rode kamperfoelie kan een wilde hybride soort zijn of ontsnapt uit een tuin. Ze zijn afkomstig uit het Middellandse-Zeegebied. Omdat de rode kleur samen met de groeiwijze zorgt voor de heilzame werking, zal een tuinplant het karakter van deze remedie belichamen. Het groeit vaak in tuinen van oude huisjes.

 

 

Emotionele toestand

 

Voor nostalgie, heimwee, degenen die veel in het verleden leven, voorbije liefdes, geluk, spijt, successen of mislukkingen, degenen die in hun herinneringen leven, en die uit het nu proberen te ontsnappen naar een geromantiseerde kijk op het verleden.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

.

JOHN ASTRIA

Boodschap 28 van ” Boodschappen uit de kosmos

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

2010287512

.

 

HEB UW NAASTE

 

LIEF GELIJK UZELF

 

 

Wie dit tweede gebod als hoogste goed uitoefent heeft geen boodschap aan maatschappelijke discussies

zoals persvrijheid, terrorisme en vrije meningsuiting. Zolang dit gebod met de voeten wordt getreden zal

de wereld een hel blijven voor iedereen

 

 

Hel_01

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Boodschap 27 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

  WETTEN VOOR DE EEUWIGHEID

 

 

Afbeelding (2)

 

Patseltekening van John Astria

 

 

 

 

GOD VRAAGT ALLEEN

 

DAT  JE IN HEM GELOOFT,

 

DAT JE  WEET DAT ER GOED EN KWAAD IS,

 

DAT JE VERGIFFENIS VRAAGT OM JE  ZONDEN,

 

DAT JE GELOOFT IN ZIJN PROFETEN

 

EN DE MESSIAS,

 

DAT JE OVER NIEMAND OORDEELT,

 

DAT JE BESEFT DAT ER

 

EEN OORDEELSDAG KOMT.

 

EEN RELIGIE DIE DAAR DINGEN

 

AAN TOEVOEGT ZET  ZICH BUITEN

 

DE GODDELIJKE WET EN WORDT EEN

 

VERLENGSTUK VAN HET KWADE

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Mogen moslims ongelovigen doden?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In de koran staan een aantal verzen die lijken te suggeren dat muslims ongelovigen moeten vermoorden. Maar is dat ook wat er staat? We bestuderen een voorbeeld:

 

.

“En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers.” (Koran 2:190)
.
.
.
 tumblr_lxszkqJuEF1qmvto5o1_500.
.
.
.
.
.

Hoe moeten we deze verzen begrijpen?

 

.

1. Context van het vers

 

Deze verzen handelen duidelijk niet hoe muslims met niet-muslims moeten omgaan, maar over hoe zij zich moeten gedragen in een oorslogssituatie. Het gaat met andere woorden over wat wij in België of Nederland de krijgswet noemen dewelke in onze landen ook niet van toepassing is op het burgerleven. In de islam geldt hetzelfde onderscheid: de krijgsleer is niet van toepassing op het burgerleven. Deze verzen handelen dus over soldaten in oorlogstijd.

Meerbepaald blijkt uit de sunnah en uit tafsirs dat deze verzen handelen over een situatie waarbij vijanden van de islam de prille, kleine muslimgemeenschap tot de laatste man wilden vermoorden. Het gaat dus om een strijd waarbij de tegenstanders de islam en de muslims wilden uitroeien en vernietigen. De koran gaf muslimsoldaten met dit vers toestemming om zich in zo’n situatie – die zowel het eigen leven als het voortbestaan van de islam bedreigde – gewapenderhand te verweren. Deze vijand die de muslims aanviel bleek toevallig ongelovig te zijn, maar het gaat niet over hun geloofsovertuiging, het gaat erom dat deze vijand de muslims wou uitroeien.

 

 

2. Betekenis

 

Analyseren we nu de verzen:

  • “En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden”
    Hier wordt gesteld dat muslimsoldaten alleen mogen strijden om zich te verdedigen tegen een aanval door anderen, zij mogen alleen strijden tegen diegenen die hen bestrijden. Zij mogen dus niet als eerste aanvallen. Noteer ook dat in de islam alleen door het hoogste en legitiem gezag kan opgeroepen worden tot een gewapende strijd, zoals ook bij ons alleen de regering de oorlog kan verklaren. Extremisten die heden tegen dage geweld plegen overtreden dus de islam gezien zij op eigen houtje handelen tegen de wetten en beslissingen van de eigen overheden in en dus criminele en ontoelaatbare daden plegen, ook volgens de islam.
  • “maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.”
    Ook in oorlogstijd, en zelfs in deze context waarbij de vijand muslims tot de laatste man wou vermoorden, krijgen muslimsoldaten hier de opdracht niet in onwettigheid te vervallen maar zich aan hoogstaande morele principes te houden. Zij mogen de grenzen daarvan niet overtreden. De islam schuwt extremismen en veroordeelt onrecht in alle omstandigheden.
  • “Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden.”
    Het gaat om een gevecht tegen een vijand die de muslims aanvalt en die alle muslims wil uitroeien. Zoals ook in het krijgsrecht overal ter wereld, mag krachtens deze verzen een muslimsoldaat die vreest voor zijn leven, de tegenstander doden. In andere verzen stelt de koran als algemene regel dat alle leven heilig en onschendbaar is en dat “wie één mens doodt, het ware alsof hij de hele mensheid gedood heeft” (vers 5:32). Middels het vers dat we hier bespreken, wordt op deze algemene regel van onschendbaarheid van het leven een uitzondering gemaakt, omdat muslimsoldaten die aangevallen worden zich anders zouden moeten laten afslachten.
  • “Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.”
    Middels deze woorden wordt nogmaals gesteld dat muslims niet mogen aanvallen, maar dat ze zich enkel mogen verweren tegen een aanval en in die mate dat wanneer de vijand de gevechten staakt, muslimsoldaten (nieteggenstaande de vijand hen tot de laatste man wou uitmoorden) ook moeten ophouden met vechten.
  • “Strijdt tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort.”
    Volgens islamgeleerden betekent dit versdeel (in samenhang met andere verzen in de Koran) dat muslims de moordende aanval op hun gemeenschap moeten bestrijden tot op het moment dat zij zelf opnieuw hun geloof vrij kunnen beleven. Het betekent niet dat zij moeten strijden tot wanneer iedereen zich bekeerd heeft (de koran verbiedt bekeringen onder dwang). Het betekent wel dat wanneer de aanvallende vijand zou aanbieden het gevecht te staken op voorwaarde dat muslims het geloof van de vijand aannemen, dat zij daarin niet mochten toestemmen maar moesten strijden tot zij weer hun islam mochten en konden beleven. Wat de andere geloven maakt niet uit en is niet de zaak van muslims gezien de koran godsdienstvrijheid garandeert. Dus zelfs in het geval een vijand de islam aanvalt om die helemaal uit te roeien, mogen muslims zich enkel verweren tot de vijand de oorlog stopt en muslims zelf weer vrij hun geloof mogen beleven.
  • “Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers.”
    Dit laatste versdeel herhaalt nog eens dat muslims in die omstandigheden moeten stoppen met strijden zodra de vijand die hen wou uitmoorden de vijandigheden staakt, en zegt dat muslims geen vergelding mogen zoeken. Er wordt aan toegevoegd dat de onrechtplegers echter niet vrijuit zullen gaan. Oorlog is geen excuus voor het begaan van immoraliteiten, dus onrechtplegers onder de soldaten zullen voor de rechtbank moeten gebracht worden. Merk dus op hoe sterk zelfs het recht om zich te verdedigen telkenmale beperkt wordt.

 

 

3. Besluit

 

Staat hier, met andere woorden, dat muslims ongelovigen moeten vermoorden?

Zeer zeker niet. Geen enkel vers in de Koran handelt over een gewapende strijd tegen ongelovigen omwille van hun geloof. In bovenstaand vers gaat het om een vijand die de nog prille en kleine muslimgemeenschap volledig wou uitmoorden.  Dat die vijand ongelovig was, doet in deze verzen niets ter zake. Het is geen vers over geloof of ongeloof, het is een vers over krijgsrecht.

 

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING VAN SATAN,

ALS ENGEL VAN HET LICHT,

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De scheppingsdagen en hun symboliek

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Symboliek van de scheppingsdagen

 

“De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed…” (Genesis 1:2)

God heeft in zes dagen deze mistroostig uitziende aarde van Genesis 1:2 tot een prachtige, volmaakte schepping gemaakt.

“God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.” (Genesis 1:31)

De zes scheppingsdagen, zoals beschreven in Genesis 1, vertonen een bepaalde structuur.

 

.

 

voorbereiding vervulling
1 licht 4 zon (+ maan + sterren)
2a atmosfeer 5a vogels
2b zeeën 5b vissen
3a vasteland 6a landdieren
3b eerste leven: planten 6b hoogste leven: mens

 

 

Scheppingsdagen

 

  1. De eerste drie dagen hebben te maken met het wegdoen van de duisternis en het opruimen van de chaos, kortom met het klaarmaken van de aarde om bewoond te worden.
  2. Tijdens de tweede serie van drie dagen wordt het land, de zee en de lucht gevuld met allerlei soorten levende wezens.

 

De manier waarop God de puinhoop aarde van Genesis 1:2 in zes dagen tot iets moois heeft geschapen of herschapen, is een afbeelding van de manier waarop God een ontluisterd mensenleven wil herscheppen tot een nieuwe schepping.

 

1 : De voorbereidingfase (scheppingsdagen 1-3) kan worden vergeleken met de beginfase van het        christenleven: wedergeboorte, de eerste leerperiode en een begin van geloofsgroei en vruchtdragen.

2 : De vervullingfase (scheppingsdagen 4-6) kan worden vergeleken met groeiende geestelijke volwassenheid. In de geestelijke betekenis van de begrippen is er natuurlijk een geleidelijke overgang van de eerste naar de tweede fase.

.

 

plaat2 (1)

 

.

 

Scheppingsdag 1 – licht

 

Het licht van scheppingsdag 1 wijst op de komst van Jezus, die zichzelf terecht het licht voor de wereld noemde.

“Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht hebben.” (Johannes 8:12)

Evenals licht de belangrijkste energiebron is voor de aarde en de belangrijkste voorwaarde voor leven, zo heeft het licht in geestelijke zin alles te maken met het nieuwe leven. God wil dit leven geven aan ieder mens die het van Hem wil ontvangen. Zodoende is de doorbraak van het licht op de eerste scheppingsdag een beeld van bekering en wedergeboorte, het begin van de wandel in het licht:

“Dezelfde God die gesproken heeft: Uit de duisternis zal het licht schijnen, heeft zijn licht doen schijnen in ons hart…” (2 Korintiërs 4:6)

Daarna gaat God verder met zijn herscheppingswerk in de mens. Onder invloed van het licht van de eerste scheppingsdag volgt een levenslang proces van geloofsgroei en vernieuwing. Door de zegenrijke werk van Gods Geest in het hart van de gelovige dringt dit licht steeds verder door tot in alle aspecten van het leven.

 

 

Scheppingsdag 2a – atmosfeer (verstand)

 

Het geschikt maken van de atmosfeer is een illustratie van het verstandsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofszekerheid. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe inzichten die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je verstand.

Gezonde lucht is de eerste levensbehoefte van de mens. Zo heeft de gelovige het nodig dat hij zich dagelijks laat inspireren door de Bijbel om een krachtig fundament van waarheid te ontwikkelen en een gezonde manier van denken. Hoe meer de gelovige zijn verstand laat verlichten door de ‘adem van Gods Geest’, hoe beter zicht hij heeft op God en zijn bedoelingen met zijn leven.

De wind zorgt voor zuivering van de atmosfeer, doordat schadelijke dampen en gassen worden weggevoerd en verspreid. De Heilige Geest wil ons helpen de leugens van de wereld te ontmaskeren en af te wijzen, zodat onze gedachten er niet door vergiftigd worden. Zodoende is de atmosfeer ook een beeld van ons geweten dat ons bovendien helpt om rein te leven volgens Gods leefregels.

 

 

Scheppingsdag 2b – water (gevoel)

 

Het scheiden van het water is een illustratie van het gevoelsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofsvertrouwen. De nadruk ligt daarbij op de geloofsbeleving die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je gevoelsleven. Behalve lucht is ook water noodzakelijk voor leven op aarde. Water is het beeld van het beweeglijke element in de mens, zijn gevoelsleven.

Op scheppingsdag 2 ontstaat er een evenwicht tussen de atmosfeer (boven) en de watermassa’s (beneden). Evenzo moet je verstand in evenwicht komen met het gevoel, waarvan water een beeld is. Hoe meer je verstand zich laat verlichten door het Woord van God, hoe beter je als gelovige leert om te gaan met beproevingen en verleidingen. Hierdoor en door je persoonlijke omgang met God en wat je leert door omgang met medegelovigen leer je steeds meer op God te vertrouwen. Zo leer je te genieten van een gelukkig leven vanuit de verbondenheid met God, ook onder moeilijke omstandigheden.

Het leerproces van scheppingsdag 2 gaat vaak gepaard met veel innerlijke strijd en dat wordt eigenlijk pas op scheppingsdag 3 afgerond, als het vasteland tevoorschijn komt, ofwel als de overwinning in die innerlijke strijd zich begint af te tekenen. Dit heeft ook te maken met het feit dat het verslag van scheppingsdag 2 niet wordt afgesloten met de gebruikelijke woorden: “God zag dat het goed was”. Aan het einde van scheppingsdag 2 is er immers nog geen ‘eindproduct’. De strijd is nog niet geheel gestreden…

 

 

Scheppingsdag 3a – vasteland (wil)

 

Het ontstaan van het vasteland is een illustratie van het wilsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofskracht. Daarbij gaat het vooral om je toewijding aan Jezus en de nieuwe kracht die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je wil. Het oprijzen van vaste grond boven het wateroppervlak, doet denken aan de opstanding van Jezus. Zoals het vasteland het heeft gewonnen van de zee, zo heeft Jezus aan het kruis de grootste overwinning van alle tijden behaald. Het leven heeft eens en voorgoed gewonnen van de dood.

“… Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven …” (Johannes 11:25)

Het ontstaan van het vasteland symboliseert ook de overwinning in de innerlijke strijd van scheppingsdag 2, tegen leugens, overweldigende levensomstandigheden, zondige verlangens, enzovoort. Die overwinning komt tot stand doordat je met je wil kiest om te doen wat God in zijn woord zegt (geloofsgehoorzaamheid). Dan krijg je in geestelijke zin vaste grond onder je voeten. Je leert bouwen op God, de Rots, waardoor je niet meer zo snel wankelt. Telkens wanneer je gedurende de innerlijke strijd tot overwinning komt, ontstaat er geestelijk gezien een stuk vasteland.

“En dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.” (1 Johannes 5:4)

Tijdens scheppingsdag 2 PROBEER je uit geloof te leven; op scheppingsdag 3a LEEF je uit geloof.

 

 

Scheppingsdag 3b – plantengroei (gedrag)

 

Het ontstaan van plantengroei is een illustratie van het gedragsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofspraktijk. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe levensstijl die je als gelovige ontwikkelt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je gedrag.

Plantengroei is de eerste geschapen levensvorm op aarde. Een levend geloof is een vruchtdragend geloof ofwel een geloof dat zich uit in de praktijk van het dagelijks leven. Geestelijke vrucht is wat God wil doen in en door elke wedergeboren gelovige. Evenals vruchten aan een boom groeien door het sap dat via wortels en takken wordt aangevoerd, zo groeien geestelijke vruchten in de gelovige door het levende water. Dat is de Heilige Geest die door en uit de gelovige stroomt.

“De Schrift zegt over wie in mij gelooft: Zijn hart zal een bron zijn waaruit stromen levend water vloeien.” (Johannes 7:38)

De meeste planten groeien op de vaste grond. Eerst ontwikkelt zich het gedeelte ONDER de grond en vervolgens het bovengrondse deel. Het wortelgestel zorgt onder meer voor de stabiliteit van de plant en de opname van voedingsstoffen uit de grond. Het zorgt ervoor dat de boom onder alle weersomstandigheden kan overleven en vrucht dragen. Dat voorbeeld wordt uitgewerkt in Psalm 1, waarin een gehoorzame gelovige wordt vergeleken met een boom die bij het water geplant is. Daardoor is die boom in staat om vrucht te dragen, terwijl zelfs de bladeren bij droogte niet verpieteren.

 

 

Scheppingsdag 4 – zon, maan en sterren (vol van Jezus)

 

Met scheppingsdag 4 begint de vervullingsfase van de schepping en die staat symbool voor het volwassen stadium van de gelovige. Het gaat daarbij om een verdere, diepere uitwerking van wat er tijdens het jeugdstadium is geleerd. In de normale betekenis van het woord betekent volwassen worden dat je leven niet meer alleen om jezelf draait, maar dat je ook verantwoordelijkheid neemt voor anderen. Geestelijke volwassenheid betekent in de eerste plaats: niet zozeer eigen welzijn en zegeningen nastreven, maar gericht zijn op Jezus (de zon) en op het zegenen van je medemensen.

De zon kunnen we zien als een beeld van Jezus, die op de aarde is gekomen om het licht van God te laten schijnen in de harten van de mensen als het ‘licht van de wereld’. De maan kan gezien worden als het beeld van zijn Gemeente, terwijl individuele gelovigen kunnen worden vergeleken met sterren.

“opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel.” (Filippenzen 2:15)

Zon en maan hebben beide als taak licht te geven op aarde. De maan en de sterren verrichten hun taak wanneer de zon onzichtbaar is, ofwel in de nacht, in afwachting van de wederkomst van de Heer. Daarom heeft de Gemeente als geheel en afzonderlijk de opdracht om licht in de wereld te verspreiden. Jezus zei:Ik ben het licht der wereld (Johannes 8:12) maar ook: jullie zijn het licht der wereld (Johannes 5:13) om Jezus te laten zien.

 

.

Scheppingsdagen 5-6 – steeds meer op Jezus gaan lijken

 

Op scheppingsdag 5a, 5b en 6a heeft God de dieren geschapen die een beeld zijn van een verdere vervulling van je verstand, gevoel en wil: verdieping van inzicht, geloofsbeleving en geloofskracht.

Op scheppingsdag 6b heeft God de mens geschapen als de hoogste scheppingsvorm en het meest op God gelijkende evenbeeld. Deze scheppingsdag is een overduidelijk beeld van wat er gebeurt als iemand met God wandelt: er groeit een levensstijl van zegenen , echte liefde en offerbereidheid in navolging van Jezus. Als een gevolg van het proces van geloofsgroei gaat het karakter van de gelovige steeds meer op dat van Jezus lijken. En dat is het hoogste doel voor de mens tijdens zijn leven op aarde.

 

 

Scheppingsdag 7: rusten in Jezus

 

De diepere bedoeling van deze dag is dat mensen de rust ontdekken die bij Jezus te vinden is: rust om je geestelijke bestemming te vinden bij de wedergeboorte, rust om tijdens het leven te blijven vertrouwen op Gods hulp, en de rust in het hiernamaals als je aardse taak als gelovige is afgelopen en je Jezus op een nieuwe manier zal mogen dienen in het hiernamaals.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Krachtige aanbiddingen tot Maria : deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Van John Astria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

“Maria, mijn Hemelse Meesteres, ik wil voor U leven en sterven. Moge Uw Wil voor altijd mijn enige wet zijn.”

.

“Maria, vlekkeloze Meesteres over alle bekoringen, wees mijn kracht.”

.

“Maria, machtige Meesteres van de Voorzienigheid, heers in de dwalende zielen.”

.

“Maria, allermachtigste Meesteres van alle zielen, moge elke verblinde of verdwaalde ziel haar eigen vrije wil aan U afstaan als voedsel voor de verwezenlijking en voltooiing van Gods Heilsplan voor de mensheid”

.

“Engelen van God, laat de macht van Uw Meesteres schitteren”

.

“Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik doe dit uit Liefde voor U, en in naam van alle zielen van alle tijden”

.

“Geprezen zij de almacht van Jezus Christus, van Zijn Kruis van Verlossing, en van Maria, de Koningin en Meesteres van al het geschapene”

.

“Maria, machtige Meesteres van alle zielen, de hele mensheid smeekt U om Genaden”

.

“Maria, machtige Meesteres van al het geschapene, bevrucht mij met Uw geest van nederigheid, opdat ik Gods Glorie moge verheerlijken in mijn hele wezen, in al mijn doen en laten, in al mijn woorden en gedachten”

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Waarover gaat Psalm 78?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Psalm 78

 

 

Inleiding

 

Net als psalm 105 en psalm 106 is psalm 78 een historische psalm. De dichter spreekt over de wonderen in Egypte en in de woestijn tot aan Israëls verlossing. Doel van de psalm is op te wekken tot vertrouwen op God en het bewaren van zijn geboden. De dichter wil met zijn lied niet alleen een onderwijzing meegeven, maar ook hoop geven voor de toekomst, op grond van het nieuwe begin, waarmee de psalm eindigt.

 

 

 

 

 

 

 

Literaire kenmerken

 

De psalmdichter maakt gebruik van oude tradities binnen het volk Israël die met name in verhalende vorm bekend zijn. In de weergave van deze oude tradities lijkt de dichter de werkwoordsvormen van het proza toe te passen. Tegelijk voorziet hij deze tradities van zijn eigen commentaar, waarbij hij meer dichterlijke vormen gebruikt. Niet altijd is duidelijk wanneer de dichter tradities doorgeeft en wanneer hij zijn eigen commentaar naar voren brengt.

De psalm bestaat uit een korte inleiding ( deel 1) gevolgd door zes delen, waarvan er drie ( deel 2,3 en 7) inzetten met een ‘positief’ handelen van de Here God ten opzichte van Israël en drie met een ‘ negatieve’ reactie van de mensen die daarbij betrokken zijn (deel 4, 5 en 6). Vanwege de lengte van deze psalm zal hij per deel worden besproken in plaats van per vers.

 

 

 

Datering

 

De psalm kan worden gedateerd na de bouw van de tempel, op grond van vers 69. Over de precieze datering van deze psalm wordt verschillend gedacht. Sommige uitleggers gaan ervan uit dat de psalm inderdaad door Asaf is geschreven. In dat geval is de psalm kort na de tempelbouw ontstaan. Anderen menen dat de psalm van later datum is, uit de tijd na de ballingschap.

 

 

 

Commentaar

 

[1-4] 

De dichter richt zich tot een breed publiek, hij spreekt tot het hele volk. Men moet de berichten over het handelen van de Here God doorgeven aan het nageslacht, zodat de kennis daarover blijft bestaan. Dit doet denken aan de opdracht die God geeft in Exodus 10:2 en Exodus 13:14. De dichter noemt zijn psalm een ‘spreuk’, een ‘leerdicht’. Het belangrijkste onderwerp zijn de wonderen die de Heer verricht heeft. De dichter bezingt zijn grootheid.

 

 

 

[ 5-11]

De dichter verwijst naar het initiatief van God om een relatie aan te gaan met het volk waaraan de namen ‘Jakob’ en ‘Israël’ verbonden zijn. Het is belangrijk dat Gods betrokkenheid met het volk wordt doorgegeven aan de volgende generatie, zodat zij niet worden zoals hun vaders: opstandig, weerspannig, onbetrouwbaar. In vers 9-11 noemt de dichter hier een voorbeeld van: de Efraïmieten bleven in gebreke ten dage van de strijd. Dit is ontrouw jegens de Here en Zijn verbond. De verwerping van Efraïm komt later in deze psalm nog ter sprake (vs. 60,67).

 

 

 

[12-29]

De dichter onderstreept dat de ‘ vaderen’ Gods wonderen wel moesten zien, het kon ze niet ontgaan. De plaats Soan ligt in Egypte, in het uiterste Noordoosten van de delta van de Nijl. Opvallend is dat de Here God enerzijds het water in bedwang hield (vers 13) en anderzijds het water juist deed stromen, in de woestijn. (vers 15-16). Vervolgens beschrijft de dichter de reactie van de Israëlieten: ze vragen om nog meer voedsel: brood en vlees. Ze vertrouwen God niet en stellen Hem op de proef. Ze vragen zich af of God wel in staat zou zijn om hen ‘brood en vlees te kunnen geven’. (vs. 20) Deze vragen roepen Gods boosheid op. Eerst komt Hij aan hun wensen tegemoet, maar daarna straft Hij hen. Duidelijk is dat de dichter zich in deze psalm niet houdt aan de chronologische volgorde. Het zenden van de kwakkels en het manna (Exodus 16) gaat vooraf aan het waterwonder van Exodus 17. Het manna wordt ‘engelenbrood’ genoemd. Met deze uitdrukking wil de dichter het wonderlijke karakter van het manna accentueren. Het is brood dat bedoeld is voor hemelbewoners.

 

 

 

[30-41]

In dit deel van de psalm staat de relatie tussen God en Zijn volk centraal. In vers 30 en 31 wordt verteld dat de Here een slachting onder het volk aanrichtte. De meeste uitleggers denken dat de dichter hier verwijst naar Numeri 11:33-35. Het volk bekeert zich, maar valt opnieuw in zonde. Hun bekering is niet echt: hun hart was niet aan God gehecht. (vs. 37) Tegenover de ontrouw van het volk, staat de barmhartigheid en vergevingsgezindheid van God.

 

 

 

[42-55]

De dichter geeft een opsomming van de tekenen die God in Egypte deed. In tegenstelling tot wat in vers 38 staat, brengt God nu Zijn toorn tot uitdrukking, wat leidt tot dood en vernietiging. Zijn volk blijft Hij echter leiden en brengt hen tot Zijn ‘heilig gebied’, het land rondom de tempel te Jeruzalem. De dichter veroorlooft zich een grote mate van vrijheid: van de tien plagen uit Egypte laat hij er vier weg. Bij de door hem genoemde zes volgt hij een eigen orde. Met de ‘tenten van Cham’ worden de Egyptenaren bedoeld, die van Cham afstammen. (zie Gen. 10:6)

 

 

 

[56-64]

Het volk volhardt echter in de ontrouw van hun vaders. Ze dienen andere goden en vergeten de Here God. De ‘hoogten’ zijn de in het land verspreide offerplaatsen, vaak van Kanäanitische oorsprong. Daarom straft God hen, het heiligdom te Silo gaat ten onder. In 1 Samuel 5 wordt dit heiligdom uitgebreid beschreven. Het lijkt erop dat er een einde is gekomen aan de relatie tussen God en Zijn volk. (vs. 62 e.v.) Over de verwerping van Silo wordt ook gesproken in Jeremia 7: 12, 14.

 

 

 

 

[65-72]

In dit laatste deel beschrijft de dichter dat dit niet het geval is. God komt opnieuw in actie en verslaat zijn tegenstanders. God verwerpt de stammen Jozef en Efraïm. Waarschijnlijk speelt hier op de achtergrond de spanning tussen het Zuiden (Juda) en het Noorden van Israël (waarvan de stam Efraïm de belangrijkste is) een rol.
De dichter beschouwt het optreden van David als een nieuw initiatief van de kant van de Here God, dat perspectieven opent voor de toekomst van heel het volk Israël.

 

 

 

 

 

 

Psalm 78

1 Een lied van Asaf, om iets van te leren.

Luister, mijn volk, naar wat ik jullie leer.
Luister naar mijn woorden.
2 Ik wil jullie vertellen over het verleden.
Ik wil jullie laten weten welke wijsheid daarin verborgen is.
3 We hebben de verhalen gehoord van onze vaders.
Zij hebben ons alles verteld.
4 Nu moeten wij het ook aan onze kinderen vertellen.
We moeten hun laten weten
welke geweldige dingen de Heer heeft gedaan.
We zullen hun vertellen over zijn kracht en zijn wonderen.

5 Hij sloot een verbond met het volk van Jakob.
Hij gaf het volk Israël een wet.
Onze voorvaders moesten die wet aan hun kinderen leren
en hun vertellen wat God had gedaan.
6 Zo zouden ook zij zijn wet kennen
en weten wat Hij heeft gedaan.
En ook zij moesten het weer vertellen aan hún kinderen.
7 Zo zouden ze leren om op de Heer te vertrouwen.
Zo zouden ze niet vergeten wat God had gedaan
en ze zouden zich aan zijn wetten houden.
8 Zo zouden ze niet hetzelfde doen als hun voorouders,
die aldoor koppig en ongehoorzaam waren.
Zij waren nooit lang trouw aan God.
9 Want toen er oorlog kwam,
kwam Israël niet opdagen,
ook al waren ze goed bewapend.
10 Ze hielden zich niet aan Gods verbond.
Ze weigerden zich aan zijn wetten te houden.
11 Ze vergaten wat Hij had gedaan,
vergaten de wonderen die Hij hun had laten zien.

12 Want Hij had wonderen gedaan
voor hun voorouders in Egypte.
13 Hij spleet de zee in tweeën en leidde hen er doorheen.
Hij hield het water tegen zodat het als een muur bleef staan.
14 Overdag leidde Hij hen met een wolk,
’s nachts met grote vuurvlam.
15 Hij spleet rotsen in de woestijn
zodat er water uit stroomde en ze konden drinken.
16 Hij liet een beek ontstaan uit de rots:
water stroomde als een rivier.

17 Toch werden ze Hem weer ongehoorzaam.
Daar in de woestijn waren ze koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze maakten Hem boos.
18 Ze daagden Hem uit
door om eten te vragen.
19 Ze zeiden:
“Kan God soms eten geven in de woestijn?
20 Toen Hij op de rots sloeg, stroomde er water uit.
Maar kan Hij ook zorgen voor brood en vlees voor zijn volk?”
21 Toen de Heer dat hoorde, werd Hij vreselijk boos.
Hij werd woedend op het volk van Jakob.
22 Want ze geloofden Hem niet.
Ze vertrouwden er niet op dat Hij hen wilde redden.
23 Toch gaf Hij de wolken een bevel.
Hij opende de deuren van de hemel.
24 Toen regende het manna! ‘Manna’ betekent: ‘Wat is dat nou toch?’ Lees Exodus 16.
Hij gaf hun hemels graan.
25 Zo aten ze engelenbrood.
Ze konden eten zoveel als ze wilden.
26 Hij zorgde ervoor dat er een oostenwind ging waaien.
Ook zorgde Hij voor een sterke zuidenwind.
27 De wind bracht vogels mee,
zo ontelbaar als het zand langs de zee.
28 Het regende vogels in het kamp,
rondom hun tenten.
29 Ze aten zoveel ze wilden.
Hij gaf hun waar ze om hadden gevraagd.
30 Nog tijdens het eten
– ze hadden het eten nog in hun mond –
31 werd God vreselijke boos op hen
omdat ze zich vol zaten te schrokken.
Hij doodde veel van de jonge mannen.

32 Toch bleven ze Hem ongehoorzaam.
Ze vertrouwden niet op zijn wonderen.
33 Toen maakte Hij hun leven zinloos.
Hun leven werd één en al ellende, jarenlang.
34 Steeds als Hij een aantal van hen doodde,
kwam het volk weer bij Hem terug
en wilden ze God weer dienen.
35 Dan wisten ze weer
dat God de rots onder hun voeten was,
dat Hij de Allerhoogste God was,
de enige die hen kon redden.
36 Maar ze bedrogen Hem.
Ze beloofden Hem dingen die ze niet meenden.
37 Ze hielden niet echt van Hem.
Ze waren niet trouw aan zijn verbond.
38 Maar omdat Hij medelijden met hen had,
vergaf Hij hun steeds hun ongehoorzaamheid
en vernietigde Hij hen niet.
Elke keer hield Hij zich in.
39 Hij dacht er aan dat ze maar mensen waren,
een zuchtje wind dat langswaait en nooit meer terugkomt.

40 Wat waren ze Hem toch vaak ongehoorzaam!
Steeds weer deden ze Hem verdriet daar in de woestijn.
41 Steeds weer daagden ze God uit.
Steeds weer dachten ze dat Hij hen niet zou kunnen redden.
42 Ze vergaten zijn macht.
Ze vergaten hoe Hij hen had gered van hun vijand Egypte.
43 Ze vergaten de wonderen
die Hij in Egypte had gedaan.
44 Daar had Hij het Nijlwater veranderd in bloed.
En niet alleen de Nijl, maar ook de andere rivieren.
Niemand kon het water nog drinken.
45 Hij had allerlei ongedierte laten komen dat hen verslond.
Daarna kikkers die hun het leven onmogelijk maakten.
46 Hij liet sprinkhanen komen
die de planten en de oogst op-aten.
47 Met hagel en ijzel
vernielde Hij de wijnstruiken en vijgenbomen.
48 Hij doodde hun vee door de hagel,
hun kudden door de bliksem.
49 Woedend was Hij.
Hij strafte Egypte met een leger doods-engelen.
50 Hij strafte hen zwaar. Hij ontzag niets en niemand.
Hij liet hun dieren door de pest doden.
51 Ook doodde Hij alle oudste zonen in Egypte,
alle eerstgeboren mannen in de huizen van Cham. Cham was één van de zonen van Noach. Hij was de voorvader van het volk van Egypte.
52 Maar zijn eigen volk nam Hij mee,
zoals een herder zijn schapen meeneemt.
Hij leidde zijn kudde door de woestijn.
53 Bij Hem waren ze veilig.
Ze hoefden nergens bang voor te zijn.
Want hun vijanden waren verdronken in de zee.
54 Hij bracht hen naar zijn eigen gebied,
naar de berg die zijn eigendom was.
55 Hij joeg de volken voor hen weg.
Hij gaf het gebied van die volken aan zijn eigen volk.
Het werd hun eigendom, hun eigen land.

56 Maar ze daagden God weer uit.
Ze waren koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze hielden zich niet aan zijn bevelen.
57 Net als hun voorouders waren ze ontrouw aan Hem.
Ze gingen de verkeerde kant op,
zoals kromme pijlen uit een slechte boog.
58 Ze maakten Hem kwaad met hun altaren voor de afgoden.
Ze maakten Hem jaloers met hun godenbeelden.
59 God zag hoe ontrouw ze waren.
In zijn woede liet Hij Israël in de steek.
60 Hij verliet zijn heiligdom in Silo, De kist van het verbond van God was als buit meegenomen door de Filistijnen. Lees 1 Samuel 4.
de plaats waar Hij bij de mensen woonde.
61 Hij liet de kist van zijn verbond
– de plaats waar Hij woonde –
door de vijanden meenemen als buit.
62 Hij liet zijn volk door de vijand doden,
omdat Hij vreselijk boos op hen was.
63 De jonge mannen werden gedood.
De meisjes hadden niemand meer om mee te trouwen.
64 De priesters werden vermoord.
De weduwen hadden geen tranen meer over.

65 Toen werd de Heer wakker,
zoals iemand die diep heeft geslapen,
zoals een held die overmoedig roept door de wijn.
66 En Hij doodde zijn vijanden terwijl ze vluchtten.
Hij versloeg hen volkomen.

67 Hij koos niet voor de stam van Jozef.
Hij wilde niet meer wonen bij de stam van Efraïm. Vóórdat de kist van het verbond door de Filistijnen werd veroverd, stond hij in Silo, in het gebied van de stam van Efraïm.
68 Maar Hij koos de berg Sion uit
in het gebied van de stam van Juda,
de berg Sion waar Hij zoveel van houdt.
69 Daar bouwde Hij zijn heiligdom,
indrukwekkend als de hoogste bergen,
stevig en vast als de aarde.
70 En Hij koos zijn dienaar David uit.
Hij haalde hem weg bij de schapen.
71 David zou niet langer voor de schapen zorgen,
maar voor Gods eigen volk, het volk van Jakob.
72 David was een goede herder.
Hij leidde het volk rechtvaardig en wijs.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Kruipend zenegroen : Ajuga reptans

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

kruipend-zenegroen

 

 

Goed te herkennen aan
– de blauwpaarse, donker geaderde lipbloemen in de bladoksels aan het einde van de stengels en
– de spatelvormige bladeren met golvende of gave rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kruipend zenegroen is een overblijvende plant van 5 tot 40 cm hoog. Ze groeit op natte tot matig vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen, beekdalgraslanden, op lemige heide en in laag duingrasland. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant.

Ze heeft bebladerde, bovengrondse uitlopers, die wortelen op de knopen en ze vormt daar nieuwe planten; ze groeit in groepen en kan op grazige plaatsen uitgestrekte bestanden vormen. Ze is algemeen in het oosten, midden en zuiden van het land en in de duingebieden, elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kruipend zenegroen bloeit vanaf april tot en met juni. De bloeiwijze is een schijnaar en bestaat uit 3 tot 10 schijnkransen, die op hun beurt weer uit 6 tot 10 bloemen bestaan. De bloemen zijn blauwpaars (zelden roze of wit) en hebben donkere aders. De bovenlip is gereduceerd tot twee puntige slipjes. De onderlip bestaat uit 2 kleine zijlobben en een grotere, uitgerande middenlob.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn bovenin afwisselend aan twee zijden zacht behaard, soms rondom. Het onderste gedeelte van de stengel is (vrijwel) kaal. De onderste bladeren zijn spatelvormig en gesteeld. Ze vormen een rozet. De stengelbladeren zijn ovaal tot omgekeerd eirond en worden naar boven toe steeds kleiner; de bovenste zijn kleiner dan de bloem en ze zijn vaak donker paarsrood verkleurd.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd kruipend zenegroen gebruikt in de homeopathie als middel tegen reuma en ontstekingen in de mond.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 5 tot 40 cm

Bloem
– blauwpaars, zelden roze of wit
– vanaf april t/m juni
– schijnkrans
– lipbloem
– 10 tot 17 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– enkelvoudig
– top stomp
– rand gaaf of zwak golvend
– veernervig
– onderste :
– rozet
– spatelvormig
– voet wigvormig
– bovenste :
– kruisgewijs tegenoverstaand
– ovaal of omgekeerd eirond
– voet wigvormig

Stengel
– liggend en opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Kromhals : Anchusa arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-kromhals_bloem_anchusa_arvensis

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4-10 mm), lichtblauwe bloemen en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

kromhals-westkapelle-zuiderduin-pe191

 

 

 

Algemeen

 

Kromhals is een eenjarige plant van 15 tot 60 cm hoog. De plant groeit voornamelijk op droge, zonnige standplaatsen. In Nederland vinden we de plant dan ook in de duinen, in Noord-Brabant en in Gelderland op leemhoudende grond. Ze is hier redelijk algemeen.

Ook in België wordt de soort als inheems beschouwd. Het verspreidingsgebied beslaat grote delen van Europa. In Noord-Amerika is de soort geïntroduceerd. Ze groeit op open, droge, voedselrijke, omgewerkte grond; ook op zandige vloedmerken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kromhals bloeit vanaf mei tot de herfst met kleine, 5-tallige, lichtblauwe bloemen. Zoals bij alle soorten van de ruwbladigenfamilie staan de bloemetjes in een schicht bijeen. De vijf kroonbladen zijn trechtervormig vergroeid. De hals van de bloem heeft een s-vormige bocht. Dat is alleen te zien als je de bloem uit de kelk trekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lang en smal (lancetvormig) en evenals de rest van de plant ruw behaard met op knobbels staande stijve haren.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp
– rand golvend getand
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Onkruid soorten in ons land – letter T en V

Standaard

Categorie:  Kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Tandzaad (Compositae)

 

Het geslacht Tandzaad telt ongeveer 200 soorten, de meeste in Amerika. Zij behoren tot de grootste familie der bloeiende planten, de Compositae of Samengesteldbloemigen. Zoals de naam al aangeeft is datgene wat men voor een bloem aanziet bij deze familie in feite een verzameling heel kleine bloemetjes. Deze zijn gezamenlijk op een bloembodem ingeplant en zien er samen vaak als een ‘gewone’ bloem uit. Wat op het eerste gezicht een normale bloem lijkt is dus in feite een complete bloeiwijze. Deze wordt bij de Samengesteldbloemigen een bloemhoofdje genoemd.

Soms zijn de bloemhoofdjes bolrond, zoals we dat van Distels kennen. Ook bij het geslacht Tandzaad komt dit voor. In ons land zijn vier soorten van dit geslacht in de loop der jaren plaatselijk algemeen geworden, vrijwel altijd op voedselrijke plaatsen langs waterkanten.

De meest algemene soort in ons land is DRIEDELIG TANDZAAD (Bidens tripartitus), een van 3-90 cm hoge, eenjarige plant met rechtopstaande bloemhoofdjes. De vruchtjes hebben 2-4 naalden die met weerhaakjes zijn bezet, waardoor de vruchtjes gemakkelijk door mens en dier verspreid kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

Dat geldt ook voor de volgende soort, ZWART TANDZAAD (Bidens frondosus), een eveneens eenjarige plant met oranje-gele bloemhoofdjes. De plant wordt 30 cm tot 1 m hoog. De samengestelde bladeren bestaan uit 3-5 delen. Komt vooral voor langs rivieren en kanalen.

 

 

 

 

 

 

 

De andere twee soorten, Knikkend tandzaad (B. cernuus) en Vergroeidbladig tandzaad (B. connatus) zijn vaak moeilijk te onderscheiden van de twee reeds genoemde soorten.

 

 

Vergeet-mij-nietje (Boraginaceae)

 

Het VERGEET-MIJ-NIETJE (Myosotis arvensis) is geen erg lastig onkruid, ook al heeft het de neiging zich ongemerkt in de tuin te vestigen. De plant kan zich nogal snel verbreiden, doordat ieder exemplaar ongeveer 700 zaden produceert. De planten zijn echter gemakkelijk door wieden in bedwang te houden. De helderblauwe bloemen van 5 mm doorsnee met vijf bloemblaadjes en een geel oog maken de plant gemakkelijk te herkennen. Ze staan afwisselend, op korte steeltjes, aan het bovenste deel van de lang behaarde stengels.

Vóór de bloei zijn de stengels aan het eind naar binnen opgerold. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De onderste bladeren zijn gesteeld en rondachtig-ovaal: ze vormen een rozet aan de basis; de stengel-bladeren groeien afwisselend en zijn lancetvormig en stengelomvattend. Alle bladeren zijn aan weerszijden behaard. Het vergeet-mij-nietje is een eenjarige plant van 120 tot 60 cm hoogte. Algemeen voorkomend in praktisch geheel Europa, Noord- en Midden-Azië en Noord-Amerika. In ons land vooral op bebouwde zandgrond die rijk is aan humus in lichte bossen en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vetmuur (Caryophyllaceae)

 

LIGGENDE VETMUUR (Sagina procumbens) vormt een dichte rozet van lijnvormige blaadjes die 5-12 mm lang zijn en zich aan de top tot een stekelpuntje vernauwen. Uit de rozet komen liggende stengeltjes tevoorschijn met nog kleinere blaadjes, die in groepjes tegenover elkaar staan. Uit iedere groep blaadjes ontspringt een naar verhouding lange bloemsteel met een heel klein wit bloempje, dat vier bloemblaadjes bezig. Soms zijn de bloemblaadjes afwezig en zijn er alleen de vier grotere, groene kelkblaadjes. Dit onkruid komt voor in geheel Europa en in delen van Noord-Amerika. Bij ons zeer algemeen op zandgrond, tussen straatstenen, op muren en dergelijke. De bloemen verschijnen van mei tot september en bestuiven zichzelf.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vroegeling (Cruciferae)

 

Vroegeling (Erophila verna) is een heel klein rozetplantje dat zijn witte bloemetjes al vroeg in het jaar laat zien (februari-mei). De grootste hoogte die het plantje bereikt is 15 cm; soms is het niet hoger dan 3 cm. De bloemblaadjes zijn, zoals altijd bij de Kruisbloemenfamilie, vier in getal, maar ze zijn zo diep ingesneden dat het lijkt alsof het er acht zijn. De bladeren zijn spatelvormig tot lancetvormig, behaard en met of zonder getande randen. Uit het centrum van de rozet ontstaan verscheidene stengeltjes, die ieder een bloeiwijze dragen. Zoals de naam al zegt is Vroegeling een van de vroegst bloeiende wilde plantjes; het is een vormenrijke soort die voorkomt in geheel Europa, in Noord-Amerika, Noord-Afrika en Noord-Azië. Bij ons algemeen (en soms massaal voorkomend) op open, zandige terreinen, langs wegen, in parken en in de duinen. Ook op veengrond.