De geschiedenis van Satan

Standaard

Categorie : religie

.

 

 

Satan, de slang

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

De geschiedenis van Satan

 

 

 Waar kwam hij vandaan?

 

De geschiedenis van Satan, de duivel, wordt in de Bijbel beschreven iJesaja 14:12-15 en Ezechiël 28:12-19. Deze twee passages bevatten ook verwijzingen naar de koning van Babylon, de koning van Tyrus en de geestelijke kracht die achter deze koningen zat.

Waarom werd Satan uit de hemel verstoten? Zijn val werd veroorzaakt door hoogmoed. Deze hoogmoed kwam voort uit zijn verlangen om zelf God te zijn in plaats van een dienaar van God te zijn. Satan was de hoogste van alle engelen, maar hij was niet gelukkig. Hij verlangde ernaar om zelf God te zijn en over het universum te heersen. God wierp Satan uit de hemel, als een gevallen engel.

 

Jesaja 14: 12-15

12 Morgenster, zoon van het ochtendlicht, wat ben je diep gevallen!
Jij die over de volken heerste, bent neergeslagen.
13 En je dacht nog wel: ‘Ik zal opstijgen naar de hemel,
en hoog boven de sterren van God mijn troon neerzetten.
Ik zal op mijn troon zitten op de berg
waar de engelen voor de troon van God samenkomen,
ver in het noorden.
14 Ik zal hoog boven de wolken op mijn troon zitten.
Ik zal net zo machtig zijn als de Allerhoogste God.’
15 Maar wat is er van je geworden?
Je bent in het dodenrijk neergestort,
in het diepst van de aarde!

 

 

Ezechiël 28: 12-19

11 De Heer zei tegen mij: 12 “Mensenzoon, zing dit treurlied over de koning van Tyrus:
.
U was volmaakt.
U was vol van wijsheid en volmaakt mooi.
13 U woonde in Eden, de tuin van God.
U was helemaal bedekt met allerlei edelstenen:
sardis, topaas, diamant,
turkoois, sardonyx, jaspis,
saffier, robijn, smaragd.
Al die stenen waren met gouden zettingen op u vastgezet.
Op de dag dat u gemaakt werd, werden ze voor u gemaakt.
14 Ik had u een taak gegeven: u was een beschermende engel.
Ik had u een plaats gegeven op mijn heilige berg.
U mocht tussen de vurige stenen komen.
15 Vanaf de dag dat Ik u maakte, leefde u zoals Ik het wil.
U was volmaakt.
Totdat u op een dag slecht werd.
16 Want doordat u zo rijk werd, kreeg het kwaad u in zijn macht.
U leefde niet langer zoals Ik het wil.
Daarom stuurde Ik u weg van mijn heilige berg.
U, beschermende engel, mocht niet langer tussen de vurige stenen komen.
17 U was er trots op geworden hoe prachtig u er uitzag.
Daardoor verloor u uw wijsheid.
Ik wierp u neer op de aarde.
Koningen van andere landen liet Ik zien hoe het slecht met u afliep.
18 Door uw slechte en oneerlijke manier van leven
heeft u uw heiligdommen bedorven.
Daarom heb Ik uw stad tot aan de grond afgebrand.
Er is alleen nog as van over.
19 Alle volken die u hebben gekend,
zijn geschokt over wat er met u gebeurd is.
Het is vreselijk met u afgelopen.
U bent voor altijd van de aardbodem verdwenen.”

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wie is hij?

 

De duivel wordt vaak als een karikatuur afgeschilderd: een stripboekachtige boef met rode horentjes en een drietand; het is daarom niet verwonderlijk dat mensen de geschiedenis van Satan in twijfel trekken. Maar, zijn bestaan is niet op fantasie gebaseerd. Het wordt bevestigd door hetzelfde boek dat het leven en dood van Jezus beschrijft (Genesis 3:1-16Jesaja 14:12-15Ezechiël 28:12-19Matteüs 4:1-11).

 

Genesis 3: 1-16

1 De slang was sluwer dan alle andere wilde dieren die de Heer God had gemaakt. Hij zei tegen de vrouw: “God heeft toch gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?” 2 De vrouw antwoordde: “We mogen van alle vruchten van alle bomen in de tuin eten. 3 Alleen niet van de vruchten van de boom die in het midden van de tuin staat. Daarvan heeft God gezegd: ‘Van die boom mogen jullie niet eten. Jullie mogen hem zelfs niet aanraken. Want anders zullen jullie sterven.’ ” 4 Maar de slang zei tegen de vrouw: “Jullie zullen helemaal niet sterven. 5 God weet dat als jullie daarvan eten, jullie de waarheid zullen zien. Jullie zullen net als God weten wat goed en wat kwaad is.” 6 Toen wilde de vrouw erg graag van de vruchten in de boom eten. Ze zagen er zó aantrekkelijk uit! Ze wilde er zo graag van eten omdat ze dan wijs zou worden. Ze plukte een vrucht van de boom en at hem op. Ze gaf er ook één aan haar man, die bij haar stond. Hij at de vrucht op. 7 Toen zagen ze de waarheid: ze zagen dat ze naakt waren. Daarom maakten ze twee schorten van de bladeren van een vijgenboom. Zo hadden ze iets om aan te trekken.

8 Toen hoorden ze de stem van de Heer God, die door de tuin wandelde in de avondwind. Haastig verstopten de man en zijn vrouw zich voor de Heer. Ze verborgen zich tussen de bomen van de tuin. 9 Maar de Heer God riep Adam en zei: 10 “Waar zit je?” Adam antwoordde: “Toen ik uw stem in de tuin hoorde, werd ik bang. Want ik ben naakt. Daarom heb ik me verstopt.” 11 De Heer zei: “Wie heeft jou verteld dat je naakt bent? Heb je van de boom gegeten waarvan Ik had gezegd dat jullie daar niet van mochten eten?” 12 Adam zei: “De vrouw die U aan mij heeft gegeven, gaf mij een vrucht van de boom. Die heb ik opgegeten.” 13 Toen zei de Heer tegen de vrouw: “Waarom heb je dat gedaan?” De vrouw zei: “De slang heeft mij bedrogen. Hij zei dat ik ervan moest eten en toen heb ik dat gedaan.”

14 Toen zei de Heer God tegen de slang: “Omdat je dit hebt gedaan, ben je voortaan zwaar vervloekt. Je hele leven zul je op je buik kruipen en stof eten. 15 En jij en de vrouw zullen elkaars vijanden zijn. En jouw kinderen en haar kind zullen elkaars vijanden zijn. Haar kind zal jouw kop verpletteren en jij zal de hiel van haar kind verpletteren.

16 Tegen de vrouw zei Hij: “Voortaan zul je veel meer problemen hebben als je in verwachting bent. En als je kinderen worden geboren, zal dat veel pijn doen. Altijd zul je naar je man verlangen en hij zal over je heersen.”

 

 

Mattheüs 4: 1-11

1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.

3 Toen kwam de duivel. Hij zei tegen Hem: “Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat ze in broden moeten veranderen.” 4 Maar Jezus antwoordde: “In de Boeken staat: ‘Je kan niet alleen van brood leven. Alles wat God zegt, heb je óók nodig om te leven.’ ”

5 Toen nam de duivel Hem mee naar Jeruzalem. Daar zette hij Hem op de rand van het dak van de tempel. 6 En hij zei tegen Jezus: “Als U Gods Zoon bent, spring dan naar beneden. Er staat toch in de Boeken: ‘God zal zijn engelen de opdracht geven dat ze U op hun handen moeten dragen. Dan zult U uw voeten niet aan een steen stoten.’ ” 7 Jezus antwoordde: “Maar er staat ook in de Boeken: ‘Je mag je Heer God niet uitdagen.’ ”

8 Daarna nam de duivel Jezus mee naar een hoge berg. Vanaf die berg liet hij Jezus alle koninkrijken van de wereld zien, met al hun macht en rijkdom. 9 En hij zei tegen Jezus: “Dat geef ik allemaal aan U, als U voor mij neerknielt en mij aanbidt!” 10 Toen zei Jezus: “Ga weg, duivel! Er staat toch ook in de Boeken: ‘Aanbid je Heer God en dien alleen Hém.’ ”

11 Toen liet de duivel Hem met rust. En er kwamen engelen om Hem te dienen.

 

Christenen geloven dat Satan de leider is van de gevallen engelen. Deze demonen, die in de onzichtbare geestenwereld bestaan maar toch op onze stoffelijke wereld inwerken, kwamen tegen God in opstand, maar staan uiteindelijk toch onder Zijn heerschappij. Satan vermomt zichzelf als een “engel van het licht” en bedriegt zo de mensheid, net zoals hij in het begin Eva bedroog.

Jezus getuigde Zelf van het bestaan van Satan. Tijdens Zijn bediening kwam Hij persoonlijk oog in oog te staan met de verleidingen van de duivel (Matteüs 4:1-11), dreef Hij demonen uit die mensen hadden bezeten (Lucas 8:27-33), en versloeg hij deze kwaadaardige engel en zijn legioen demonen aan het kruis. Christus hielp ons ook om de voortdurende geestelijke strijd tussen God en Satan te begrijpen; de strijd tussen goed en kwaad (Jesaja 14:12-15Lucas 10:17-20).

 

Lucas 8: 27-33

Daar gingen ze aan land. Er kwam uit de stad een man naar Hem toe, die al jaren in de macht van duivelse geesten was. Hij droeg geen kleren meer en woonde niet in een huis, maar in de graven. 28 Toen hij Jezus zag, begon hij te schreeuwen en liet zich voor Jezus op de grond vallen. Hij riep luid: “Wat moet U van Mij, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? Ik smeek U mij geen kwaad te doen!” 29 Want Jezus had de duivelse geest het bevel gegeven uit de man weg te gaan. Want de geest had de man al heel vaak met geweld meegesleurd. Om hem te bewaken werd hij wel eens met ijzeren ketenen en voetboeien vastgezet. Maar dan brak hij de boeien weer stuk en werd hij door de geest naar eenzame plaatsen gejaagd.

30 Jezus vroeg hem: “Hoe heet je?” Hij zei: “Ik heet ’t Leger.” Hij zei dat, omdat er heel veel geesten in hem zaten. 31 De geesten smeekten Hem dat Hij hen niet naar de bodemloze put zou sturen. 32 Nu werd er op de berg een kudde varkens gehoed. En de geesten smeekten Hem of ze in de varkens mochten gaan. Dat vond Hij goed. 33 De geesten vertrokken uit de man en gingen in de varkens. En de hele kudde sloeg op hol. De varkens stortten van de steile berghelling af, het meer in. Alle dieren verdronken.

 

Lucas 10: 17-20

17 Na een poos kwamen de 70 leerlingen heel blij weer bij Jezus terug. En ze zeiden: “Heer, ook de duivelse geesten gehoorzamen ons in uw naam!” 18 Jezus zei: “Ik zag de duivel als een bliksem uit de hemel vallen. 19 Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen. Ik heb jullie macht gegeven over het hele leger van de vijand. Niets zal jullie kwaad kunnen doen. 20 Maar wees er niet blij over dat de duivelse geesten jullie gehoorzamen. Wees er liever blij over dat jullie naam staat opgeschreven in de hemel.”

 

Met Jezus Christus aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn voor de beperkte macht die Satan heeft (Hebreeën 2:14-15). Maar we moeten wijs zijn en zijn tactieken weerstaan:

“We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld. De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.” (2 Korintiërs 10:3-5)

 

Hebreeën 2: 14-15

14 Die kinderen zijn van vlees en bloed. Daarom is ook Jezus een mens van vlees en bloed geworden. Zo kon Jezus door zijn dood de duivel zijn macht afnemen. De duivel heeft niet langer de macht over de dood. 15 En zo kon Hij alle mensen bevrijden die hun leven lang slaven van het kwaad waren door hun angst voor de dood.

 

2 Korintiërs 10: 3-5

3 Want we zijn wel gewone mensen die in deze wereld leven, maar we gebruiken geen menselijke wapens. 4 De wapens van onze strijd zijn geen menselijke wapens, maar geestelijke wapens. Het zijn sterke wapens van God, die elke geestelijke muur kunnen afbreken. 5 Als mensen God niet willen gehoorzamen, kunnen we met die wapens elke redenering van hen uit de weg ruimen. Alles wat in de weg staat om God werkelijk te leren kennen, kunnen we als het ware gevangen nemen: alle verkeerde gedachten, redeneringen en ideeën. En daarna kunnen we die gehoorzaam maken aan Christus.

 

 

demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is zijn tegenwoordige plaats?

 

Door de geschiedenis van Satan heen is hij geïdentificeerd met het kwaad, omdat hij het tegenovergestelde is van Gods karakter. Gods heilige standaard, die we in de Bijbel kunnen vinden, brengt kwaad aan het licht. Als we niet op de waarheid van de Bijbel vertrouwen, dan kunnen we gemakkelijk gaan dwalen:

  • Eén fout bestaat uit het ontkennen van het bestaan van Satan.
  • Een andere fout is om je angstig op Satan te concentreren in plaats van op Jezus Christus; Hij die Satan heeft overwonnen.
  • Anderen doen openlijk aan duivelsaanbidding en geven de voorkeur aan de duisternis van het kwaad in plaats van het licht dat de zonde blootlegt (Johannes 3:192 Korintiërs 11:14-15).

Elk van deze benaderingen behaagt de duivel. Hij wil dat we hem ontkennen, vrezen, gehoorzamen of aanbidden. Tenzij we de betrouwbare bron, de Bijbel, volgen, zal hij ons bedriegen (Efeziërs 6:10-11).

 

Johannes 3: 18-19

18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God. 19 Die mensen zullen worden veroordeeld omdat het Licht in de wereld is gekomen, en ze liever het donker hadden dan het Licht. Dat is omdat ze slechte dingen doen.

 

2 Korintiërs 11: 14-15

14 Maar dat is niets vreemds. Want de duivel zélf doet alsof hij een engel van het licht is. 15 Dan is het niet vreemd dat zijn dienaren ook doen alsof ze dienaren van de waarheid van God zijn. Maar aan het eind zullen ze hun verdiende loon krijgen voor wat ze doen.

 

Efeziërs 6: 10-13

10 Tenslotte, broeders en zusters: wees sterk in de kracht van de Heer. 11 Doe de hele wapenrusting van God aan. Dan kan de duivel jullie met zijn sluwe streken geen kwaad doen. 12 Want we strijden niet tegen mensen, maar tegen de onzichtbare leiders, machten en heersers van deze donkere wereld. Dus tegen de duivelse geesten in de geestelijke wereld. 13 Doe daarom de hele wapenrusting van God aan. Dan kun je je verdedigen als het kwaad je aanvalt. En dan kun je ook blijven staan als je alles hebt gedaan wat je moest doen.

 

 

De wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Satans verleidingen tegenover de werkelijkheid

 

In ons wetenschappelijk, rationeel tijdperk worden geestelijke overtuigingen als bespottelijke mythen van de hand gewezen. Maar Satan heeft absoluut geen moeite met mensen die de realiteit van gevallen engelen of demonen ontkennen. Door zichzelf te vermommen kan hij mensen verleiden en bedriegen zonder herkend te worden. De wijzen onder ons zullen nooit vergeten dat Satan en zijn demonen vastberaden zijn om mensen te bedriegen en een werkelijke strijd aan te gaan met de hemelse engelen.

Satan overtuigt of verleidt zijn prooi om hem te volgen, of zij zich dat nu realiseren of niet. Misschien zijn ze wel gewoon onwetend of verward. Velen geloven liever menselijke theorieën dan de Goddelijke openbaring en de natuurwetten. Ongeacht of ze blind, bedrogen of bereidwillig zijn, ze volgen Satan allemaal naar een fatale bestemming. Ze veroordelen zichzelf tot een eeuwigheid in de hel.

Hoewel Satan machtiger is dan wij mensen, laat God ons niet hulpeloos aan hem over (Efeziërs 6:10-11). Toen de Heer hem terechtwees, sidderden Satan en zijn demonen en zij ontvluchtten Hem (Jakobus 2:19Judas 1:9). Toen Jezus stierf, overwon Hij hen (Kolossenzen 2:15). Alleen onder het gezag van Jezus heeft een mens de macht om zich tegen de duivel te verweren. Mensen die van hun zonden gered zijn, door de dood van Jezus aan het kruis, worden beschermd; mensen die niet van Satans macht zijn gered zullen met hem vergaan (Johannes 3:161 Petrus 5:8-10).

Met wie zul jij de eeuwigheid doorbrengen? Heb jij het feit aanvaard dat je een zondaar bent en dat Jezus aan het kruis stierf en uit de dood is opgestaan?

 

Jacobus 2: 19-20

Jullie geloven dat God Eén is? Dat is goed, maar dat geloven de duivelse geesten ook, en ze beven van angst voor Hem. 20 Wat zijn jullie toch dwaas! Waarom begrijpen jullie niet dat het geen zin heeft om te geloven, als jullie verder niet doen wat God van jullie vraagt?

 

Judas 1: 9-10

9 De engel Michaël had ooit ruzie met de duivel over het lichaam van Mozes toen Mozes gestorven was. Michaël is één van de belangrijkste engelen. Toch wilde hij de duivel niet zelf veroordelen. Hij zei alleen: “De Heer zal je straffen!” 10 Maar die mensen over wie ik het heb, maken alles belachelijk wat ze niet kennen of begrijpen. Ze gedragen zich als domme dieren die niet kunnen nadenken. Ze begrijpen alleen dat wat ze kunnen zien. Het loopt dan ook slecht met hen af

 

Kolossenzen 2: 15

15 We waren ongehoorzaam doordat het kwaad macht over ons had. Maar nu heeft Hij aan het kruis het kwaad ontwapend, overwonnen en voor iedereen te kijk gezet.

 

Johannes 3: 16-18

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

1Petrus 5: 8-10

8 Wees verstandig en let goed op. Jullie vijand, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw die een prooi zoekt. Hij zoekt wie hij kan verslinden. 9 Verzet je tegen hem, sterk in je geloof. Vergeet niet dat je broeders en zusters over de hele wereld dezelfde problemen meemaken als jij.
10 Maar de God die één en al liefde en goedheid is, heeft jullie in Christus geroepen om voor eeuwig bij Hem te zijn. Hij zal jullie, na een korte tijd van lijden, volmaakt en sterk maken. 11 Van Hem is alle eer en macht, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Helend bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.