Is de Koolstofdatering een feit of fictie?

Standaard

categorie : religie

 

Is de Koolstofdatering een feit of fictie?

 

 

Koolstofdatering: Feit of fictie?

 

De koolstofdatering datering wordt al tientallen jaren gebruikt om de leeftijd van allerlei materialen en organismen vast te stellen. De methode staat echter ter discussie. Waarom is dat zo en is dat terecht?

 

 

Aannames

 

De koolstofdatering is controversieel. Dat is niet onterecht want er worden vele aannames gedaan in de theorie. Hoewel de theorie in de basis aannemelijk is, is de uitwerking daarvan dat niet. Er worden te veel aannames gedaan. Welke aannames zijn dat?

 

 

1. De aarde is miljarden jaren oud

 

Dit is vastgesteld door radiometrische dateringsmethoden (zoals de koolstofdatering dat ook is). Zoals verderop te lezen is, is de koolstofdatering verre van betrouwbaar. De vraag is of andere dateringsmethoden dat wel zijn. Radiometrische datering is namelijk niet uitvoerbaar zonder de geologische kolom. De geologische kolom is gebaseerd op het feit dat de aarde miljarden jaren oud is. De gebruikte dateringsmethode kan dus alleen een uitkomst geven die past binnen de theorie. De uitkomst is daarmee niet wetenschappelijk en niet objectief. De methode is aangepast op de uitkomst die men wilde zien. Wetenschap wordt hier omgekeerd. In plaats van de uitkomst van een meting als basis te nemen voor een theorie wordt het andersom gedaan. Dat de aarde miljarden jaren oud is, is dan ook geen wetenschappelijk feit, maar een aanname.

 

 

2. Het evenwichtsprobleem kan genegeerd worden

 

Het evenwichtsprobleem luidt als volgt: Het radioactieve koolstof C 14, dat gemeten wordt bij koolstofdatering, ontstaat in de atmosfeer, maar vervalt ook. Op een bepaald moment moet dit met elkaar in evenwicht komen. Dan ontstaat er net zo veel C14 als er vervalt en blijft de hoeveelheid C14 gelijk. De vraag is wanneer dit moment is voor C14. Dit is noodzakelijk om te weten omdat zonder dit evenwicht de start hoeveelheid van C14 niet bekend is bij een meting. Dan kan er geen datering worden gedaan.
Wetenschappers hebben bepaald dat dit 30.000 jaar zou duren. Vervolgens hebben zij gezegd dat het evenwichtsprobleem genegeerd kan worden. Dit komt voort uit de aanname dat de aarde miljarden jaren oud is. De aarde is in dat geval ouder dan 30.000 jaar en C14 is al lang in evenwicht.

Het probleem is echter dat er later is ontdekt dat er nog steeds geen stadium van evenwicht is bereikt voor C14! C14 wordt op dit moment 28 tot 37 procent sneller gevormd dan het vervalt. Dat betekent dat de hoeveelheid C14 in de atmosfeer nog steeds verandert.

 

 

Conclusie hier uit is dat:

 

1: De aarde minder dan 30.000 jaar oud is. Dit moet bellen doen rinkelen bij de wetenschappers. In de wetenschap is het normaal dat er een aanname wordt gedaan. Als echter ergens uit blijkt dat een aanname niet klopt, moet deze opnieuw worden onderzocht en bijgesteld worden. Dit is helaas niet gedaan bij de methode van de koolstofdatering. De onderzoeksresultaten werden aangepast op de aanname dat de aarde miljarden jaren oud is in plaats van dat aannames werden aangepast aan de onderzoeksresultaten. Zo handelen heeft niets met wetenschap te maken, maar meer met de religie van een miljarden jaren oude aarde.

 

2: Er nergens koolstofdatering op toe kan worden gepast. Er moet namelijk bekend zijn hoeveel C14 het onderzochte organisme opnam toen het leefde. Dit is echter niet mogelijk want de hoeveelheid C14 in de atmosfeer verandert nog steeds. Aangezien we niet weten wanneer een fossiel of plant geleefd heeft, kunnen we ook niet vaststellen hoeveel C14 er in die tijd was. Daardoor is het onmogelijk om vast te stellen wat het verval in het materiaal van het dateringsobject voor leeftijd aangeeft. Er zijn te veel variabelen om een betrouwbare, wetenschappelijke berekening te kunnen doen.

 

 

 

 

 

Een dateringsvoorbeeld

 

Laten we de feiten en onzekerheden van de koolstofdatering nu eens toepassen op een voorbeeld.

Stel, we vinden een fossiel. We bepalen de hoeveelheid C14 in het fossiel en we hebben de vervalsnelheid van C14. Daarmee hebben we twee feiten. Aan de hand van deze feiten kunnen we nog niet bepalen hoe oud het fossiel is. Er blijven namelijk veel vragen open:

  • Hoeveel C14 zat erin de fossiel toen het leefde?
  • Verviel de C14 altijd met dezelfde snelheid?
  • Is het besmet met nog meer C14 toen het al die jaren in de grond zat?

Al deze dingen weten we niet en we kunnen er ook niet achter komen. Ze zijn echter zeer bepalend voor de uitkomst van de datering.

 

 

 

Cijfers en feiten vanuit koolstofdatering

 

De uitkomsten die koolstofdatering geven, zijn niet hoopgevend voor het voortbestaan van deze dateringsmethode getuige onderstaande cijfers:

  1. In 1949 ontdekt men koolstofdatering. Men ging meteen testen. De poot van en mammoet bleek 15.000 jaar oud te zijn. De huid bleek echter 21.000 jaar oud. Hoe kunnen twee delen van één dier van verschillende leeftijd zijn? Dat kan niet dus er is in ieder geval één uitkomst verkeerd. Maar hoe weten we of één van beide wel klopt? En als er één klopt, hoe weten ze dan welke dat is? Er is geen manier om dat te bepalen.
  2. 1963: Er werd een levende mossel getest. Hij bleek 2300 jaar oud te zijn. Levend en wel!
  3. 1971:Een pas gedode zeehond werd koolstofgedateerd op 1300 jaar oud.
  4. 1977: Eén lichaamsdeel van Dima, een beroemde baby-mammoet die in dit jaar werd ontdekt, bleek 40.000 jaren oud te zijn na koolstofdatering. Een ander lichaamsdeel was echter 26.000 jaren oud. Hout dat in de onmiddellijke omgeving van het karkas werd gevonden bleek 9000 tot 10.000 jaar oud.
  5. 1984: Levende slakken worden koolstofgedateerd op 27.000 jaar oud.
  6. 1992: Van twee naast elkaar gevonden mammoeten is de één 22.000 jaar oud en de ander 16.000 jaar oud. Welke is juist? Of zijn ze allebei juist of allebei fout? Dit is onmogelijk te zeggen.
  7. Een lijst van koolstofdateringen uit Alaska bevat enkele interessante details. Monster nummer SI454 werd gedateerd als 17.210 jaar oud. Monster SI455 werd gedateerd als 24.410 jaar. Wanneer we de lijst goed bekijken dan zien we dat het hier om dezelfde monsters gaat!
  8. Levende pinguïns werden koolstofgedateerd op 8000 jaar oud.
  9. Koolstofdateringen van aardlagen waarin Dinobotten zijn gevonden zeggen 34.000 jaar. Maar dinosaurussen worden volgens de theorie geacht 70 miljoen jaren oud te zijn. Iemand liet een bot koolstofdateren en de uitkomst was 20.000 jaar oud. Toen vertelde hij dat het om een dinobot ging. De onderzoeker zei: Dan kan het geen 20.000 zijn want dinosaurussen zijn 70 miljoen jaar oud. Als u dat verteld had aan ons hadden we het bot niet gedateerd….. dat is geen wetenschappelijke aanpak.
  10. Een archeoloog groef in een put en vond daar verbrand hout. Hij nam er twee monsters van op verschillende diepte, deed ze in een zakje en liet ze koolstofdateren. Zakje A werd gedateerd op 3000 jaar en zakje B op 4000. Daarna wachtte hij een half jaar, verwisselde de labels van de zakje en liet opnieuw een koolstofdatering doen bij hetzelfde laboratorium. Hij kreeg dezelfde resultaten terug. Zakje A was nog steeds 3000 jaar oud alleen zat het andere monster erin! Met zakje B idem.
  11. Stenen van de maan werden vele malen onderzocht. Ze vonden in één steen een stuk van 10.000 jaar oud en van miljarden jaren oud. Hoe kan één steen twee leeftijden hebben? Hoe kan bovendien vastgesteld worden dat iets ouder is dan 60.000 jaar met koolstofdatering? Dat is onmogelijk want na miljarden jaren is de C14 al lang vervallen.
  12. Volgens het theorieboek werd kool 250 miljoen jaar geleden gevormd in de Carboon periode. Wanneer zij kool testen, heeft dit toch C14. Hoe kan dat? Als alle C14 verdwijnt in 50.000 jaar, waarom bevat kool dan nog C14? Dat toont aan dat de aarde niet miljarden jaren oud is.
  13. Ook diamanten zouden miljoenen jaren geleden gevormd zijn. Zij bevatten echter ook C14. Het is niet mogelijk om een diamant te besmetten met C14 want het is de hardste substantie die we kennen. Dat is een sterk bewijs dat de aarde geen miljoenen jaren oud is, maar duizenden.
  14. Na 60.000 jaar kan C14 niet meer gemeten worden. Toch is bewezen dat men onmogelijk natuurlijke bronnen van koolstof onder de ijstijdlagen kan vinden zonder een flinke hoeveelheid C14. Hoewel zulke lagen worden verondersteld miljarden jaren oud te zijn, zijn conventionele C14 laboratoria op de hoogte van deze onregelmatigheid sinds begin jaren 80. Ze hebben geprobeerd het te elimineren, maar kunnen het niet verklaren. Dit bewijst wederom dat de aarde niet miljarden jaren oud is.

En zo zijn er nog veel meer feiten te noemen. Hieruit blijkt dat problemen met de koolstofdatering niet te ontkennen zijn. Het is een methode die verre van exact is. De cijfers vanaf het ontdekken van de methode tot nu toe laten geen enkele vooruitgang zien. Dat geeft de methode geen recht van bestaan.

 

 

 

 

 

Cijfers aanpassen aan de theorie

 

In 1970 zei men op het Nobel Symposium: Als het resultaat van een koolstofdatering onze theorie ondersteunt dan komt het in de hoofdtekst. Als het niet geheel tegenstrijdig is dan zetten we het in een voetnoot. Als het volledig tegenstrijdig is, dan laten we het weg.

Deze uitspraak weerspiegelt de manier waarop er in het algemeen met koolstofdatering wordt om gegaan. Er blijkt uit dat men zomaar getallen kan kiezen die aan de verwachting voldoen. Getallen die niet aan de verwachtingen voldoen kan men weg laten. Dit is geen wetenschap.

In de praktijk betekent dit dat ongeveer de helft van alle resultaten wordt weg gelaten omdat deze niet passen in de theorie! Iedereen zal het er mee eens zijn dat een methode waarvan de helft van de uitkomsten niet klopt, niet betrouwbaar is. Toch worden cijfers van koolstofdatering als volledig wetenschappelijk en betrouwbaar gepresenteerd.

Wanneer cijfers echter iets anders aangeven dan de theorie, moet de theorie aangepast worden. De cijfers moeten niet aangepast worden aan de theorie. Als een testresultaat van koolstofdatering echter niet past bij de theorie, wordt er nogmaals getest totdat er een bevredigend getal uitkomt. Hieruit blijkt dat de theorie belangrijk is, maar de feiten niet.

Bovendien roept dit enorm veel vragen op.

  • Welke resultaten worden weggelaten?
  • Hoe weet men dat die niet goed zijn?
  • Hoe weet men eigenlijk dat de andere resultaten wel goed zijn?
  • Waarom zijn ze niet beiden fout of beiden goed?
  • Op welke basis wordt een keus gemaakt voor goed of fout?

Zo kunnen we wel vragen blijven bedenken bij deze dubieuze handelswijze.

 

 

 

 

 

Aanpassingen van de theorie

 

Inmiddels is de wetenschap er wel achter dat een aantal zaken niet houdbaar zijn. Zo erkent men nu dat koolstofdatering niet nauwkeurig is indien het organisme in water heeft geleefd of in water bewaard is gebleven (een aantal van bovengenoemde voorbeelden zou dus niet meer gelden).

De wetenschap is begonnen met de brede aanname dat koolstofdatering werkt omdat het past binnen andere bestaande aannames. Gaandeweg komen er bewijzen die het ontkrachten. Die worden eerst weggemoffeld totdat dit niet meer houdbaar blijkt. Dan wordt gezegd dat er nieuwe onderzoeken zijn gedaan en nieuwe bewijzen zijn gevonden waarmee de aangenomen theorie wordt beperkt. Zo wil de wetenschap zichzelf en hun theorieën groot houden en mensen aan het lijntje houden. Terwijl hieruit blijkt dat zij zelf niet nauwkeurig weten hoe één en ander werkt. Hieruit blijkt dus juist hun onkunde en beperkte kennis. Deze aanpassingen zijn er namelijk telkens weer!

Desondanks wordt er vastgehouden aan de originele theorie (met talloze aanpassingen) en wordt de theorie niet verworpen, wat wel de logische conclusie zou moeten zijn.

 

 

 

Kalibratie

 

Koolstofdatering is geen exacte wetenschap. Vaak kloppen uitkomsten niet. Dit wordt voor zover mogelijk recht gebreid door besmetting en kalibratie toe te staan. Kalibratie is het vergelijken van de methode met een standaard. Deze standaard bestaat in dit geval uit het vergelijken met kalibratiecurves. Deze zijn echter opgesteld aan de hand van metingen met andere dateringsmethoden waarvan de meesten net zo min nauwkeurig zijn als de koolstofdatering en waarbij ook wordt uit gegaan van verkeerde aannames. Dit maakt koolstofdatering niet betrouwbaarder.

 

 

 

Geen wetenschap

 

Op deze manier datering toepassen heeft niets meer met wetenschap te maken. Het nare is dat het wel als wetenschap wordt gepresenteerd. Ook worden er allerlei theorieën aan opgehangen die gepresenteerd worden als waar. Wanneer we echter onderzoeken hoe het echt zit, komen we er al gauw achter dat de koolstofdatering en bijbehorende theorieën als een miljarden jaren oude aarde op losse schroeven staan. Nog even en het stort als een kaartenhuis in elkaar.

Neem een monster waarvan bekend is hoe oud het is. Dan blijkt koolstofdatering niet te werken. Neem een monster waarvan de leeftijd niet bekend is en dan wordt ineens aangenomen dat het wel werkt. Dat is geen wetenschap maar een sprookje!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.