Dagelijks archief: mei 7, 2020

Ademhaling sturen

Standaard

categorie : yoga en meditatie

 

.

 

Ademhaling sturen door je lichaam

.

 

Goede meditatie voor beginners als gevorderden

 

De volgende meditatie lijkt op de bodyscan meditatie, alleen is de ademhaling ons meditatieobject. We sturen onze ademhaling door het lichaam om ons lichaam te ontspannen en te overspoelen met aandacht. Hiermee trainen we onze focus en concentratievaardigheden.

We proberen ook tijdens de oefening de sensaties in ons lichaam waar te nemen en te voelen. Probeer als je uitademt het gedeelte van je lichaam waar je de aandacht op richtte te ontspannen. Elke keer als we afdwalen in onze gedachten keren we terug naar onze ademhaling en gaan we verder waar we gebleven waren.

Zoals bij elke meditatie proberen we niet te oordelen, als het minder gaat kwaad op ons zelf te worden en resultaat gericht te zijn.

 

.

 

 

.

                  Oefening: ademhaling sturen door je lichaam

 

  1. Ga zitten of liggen, sluit je ogen en breng je aandacht naar je ademhaling
  2. Word je bewust van elke inademing en uitademing.
  3. Laat je ademhaling vanzelf gaan en probeer deze niet te sturen.
  4. Neem waar hoe de lucht langzaam door je neus naar binnen gaat, je longen vult en weer naar buiten gaat. Als je na een paar ademhalingen je lekker op je gemak voelt begin je met een diepe inademing
  5. Visualiseer dat je adem door het lichaam naar je linker voet gaat. Als je uitademt gaat de zuurstof uit je linkervoet terug via je longen naar je neus en weer naar buiten.
  6. Visualiseer dat je adem door het lichaam naar je linker onderbeen gaat. Als je uitademt gaat de zuurstof uit je linkeronderbeen terug via je longen naar je neus en weer naar buiten. Voel het verschil met je rechteronderbeen.
  7. Visualiseer dat je adem door het lichaam naar je linkerknie gaat. Als je uitademt gaat de zuurstof uit je linkerknie terug via je longen naar je neus en weer naar buiten. Telkens als je aan iets anders dan je ademhaling gaat denken of iets anders dan je ademhaling gaat voelen, neem dat waar en keer rustig terug naar de ademhaling.
  8. Adem in en laat je adem door het lichaam naar je linkerbovenbeen gaan. Adem uit en laat de zuurstof uit je linkerbovenbeen terug via je longen door je neus en weer naar buiten gaan
  9. Adem in en laat je adem door het lichaam naar je rechtervoet gaan. Adem uit en laat de zuurstof uit je rechtervoet terug via je longen door je neus en weer naar buiten gaan.
  10. Ga op deze manier door met het sturen van je ademhaling door je lichaam.
  11. Stuur je adem naar je beide handen, onderarmen, elleboog, bovenarmen, schouders, borst, middenrif, buik, geslachtsdelen, billen, onderrug, bovenrug, nek, hals en hoofd.
  12. Merk de sensaties van het sturen van je ademhaling op. Merk de verschillen tussen de verschillende gebieden op. Voel de tintelingen in je lichaam en voel je spieren steeds meer ontspannen worden.
  13. Laat jezelf helemaal één worden met je ademhaling.
  14. Als je het hele lichaam verfrist en ontspannen hebt keer dan terug naar een gebied in je lichaam dat wat gespannen aanvoelt.
  15. Adem in en laat je adem door het lichaam naar dat gebied gaan. Adem uit en laat de zuurstof uit het gebied terug via je longen door je neus en weer naar buiten gaan.
  16. Doe dit zolang als je wilt en ga indien nodig naar andere gebieden in je lichaam waar je extra aandacht aan wilt besteden.Breng nu langzaam je aandacht terug naar de rest van je lichaam en de geluiden in de kamer. Open je ogen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Achttiende Miniatuur : zevende visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

De Achttiende Miniatuur:  Zevende visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2018_Boek%20II,7

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Boodschap 94 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

angst

.

.

WIE ANGST HEEFT OM TE FALEN,

 

HEEFT SCHRIK OM TE SLAGEN.

 

WIE ANGST HEEFT OM GEKWETST

.

TE WORDEN,

 

HEEFT SCHRIK OM LIEFDE TE GEVEN.

 

WIE ANGST HEEFT VOOR DE DOOD,

 

HEEFT SCHRIK OM TE LEVEN

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Boodschap 93 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

bol

.

 

 

EEN DIER DAT BLAFT NOEMT MEN EEN HOND,

 

EEN SCHEPSEL DAT ZONDIGT

 

NOEMT MEN EEN MENS,

 

EEN WEZEN DAT RUIMTE EN TIJD OVERSTIJGT

 

 NOEMT MEN EEN ENGEL,

 

EEN SCHEPPER DIE GEEFT,

 

NEEMT EN OORDEELT

 

NOEMT MEN GOD

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gods beloften in de Bijbel : deel 43

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

43 Gods beloften voor gebedsverhoring 

 

Gen. 20:17 En Abraham bad tot God; en God genas Abimelech, en zijn huisvrouw, en zijn dienstmaagden, zodat zij baarden.

 

 

Gen. 25:21 Nu bad Isaak de Here voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar; en de Here liet Zich door hem verbidden, en zijn vrouw Rebekka werd zwanger.

 

 

Ezra 8:23 Dus vastten wij en smeekten onze God hierover, en Hij liet Zich door ons verbidden.

 

 

1 Sam 1:12 Toen zij lang bleef bidden voor het aangezicht des Heren, lette Eli op haar mond; ….maar ik heb mijn hart uitgestort voor het aangezicht des Heren…..Ga heen in vrede, en de God van Israel zal u geven, wat gij van Hem gebeden hebt.

 

 

1 Sam. 1:27 om deze jongen heb ik gebeden, en de Here heeft mij gegeven, wat ik van Hem gebeden heb.

 

 

Kon 17:21 Toen strekte hij zich driemaal uit bovenop het kind en riep tot de Here en zeide: Here, mijn God! Laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren.22 En de Here hoorde naar de stem van Elia, en de ziel van het kind keerde in hem terug, zodat het levend werd.

 

 

1 Kron. 5:20 zij werden in de strijd tegen hen geholpen, zodat de Hagrieten met allen die bij hen waren, in hun handen vielen; want zij riepen in de strijd tot God en Hij liet Zich door hen verbidden, omdat zij op Hem hadden vertrouwd.

 

 

2 Kron. 7:1 Zodra Salomo zijn gebed geëindigd had, daalde vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers; en de heerlijkheid des Heren vervulde het huis.

 

 

2 Kron. 7:12 verscheen de Here aan Salomo des nachts en zeide tot hem: Ik heb uw gebed gehoord en deze plaats voor Mij tot een huis der offeranden verkoren.

 

 

2 Kron. 7:14 en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.

 

 

2 Kron. 33:12 Maar, toen hij in het nauw geraakt was, zocht hij de gunst van de Here, zijn God; hij verootmoedigde zich diep voor het aangezicht van de God zijner vaderen13 en bad tot Hem; toen liet Hij Zich door hem verbidden, hoorde zijn smeking, bracht hem naar Jeruzalem terug en herstelde hem in zijn koningschap. En Manasse erkende, dat de Here God is.

 

 

2 Kron. 18:31 Zodra de wagenoversten Josafat zagen, riepen zij: Dat is de koning van Israel; en zij omsingelden hem om hem aan te vallen. Maar Josafat riep luid en de Here hielp hem, God lokte hen van hem weg.

 

 

2 Kron 20:9 wanneer wij in onze benauwdheid tot U roepen, zult Gij horen en helpen.

 

 

2 Kron 32:20 Maar koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden deswege en riepen naar de hemel.21 Toen zond de Here een engel, die alle krijgshelden, vorsten en oversten in de legerplaats van de koning van Assur verdelgde, zodat hij met beschaamd gelaat naar zijn land terugkeerde.

 

 

Job 42:10 En de Here bracht een keer in het lot van Job, toen hij voor zijn vrienden gebeden had, en de Here gaf Job het dubbele van al wat hij bezeten had.

 

 

Job 22:27 Als gij tot Hem bidt, zal Hij u verhoren, en gij zult Hem uw geloften betalen.

 

 

Psalm 3:5 Als ik luide roep tot de Here, antwoordt Hij mij van zijn heilige berg.

 

 

Psalm 20:10 Hij antwoordde ons ten dage dat wij roepen.

 

 

Psalm 22:5 tot U hebben zij geroepen en zij werden gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.

 

 

Psalm 34:15 De ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun hulpgeroep.

 

 

Psalm 34:17 Roepen zij, dan hoort de Here, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.

 

 

Psalm 31:22 Terwijl ik in mijn angst dacht: ik ben verbannen uit uw oog; hebt Gij voorwaar mijn luide smekingen gehoord, toen ik tot U riep om hulp.

 

 

Psalm 50:15 roep Mij aan ten dage der benauwdheid, ik zal u redden en gij zult Mij eren.

 

 

Psalm 56:9 Dan zullen mijn vijanden terugwijken ten dage dat ik roep; dit weet ik: dat God met mij is.

 

 

Psalm 66:17 Nauwelijks had ik met mijn mond tot Hem geroepen … Voorwaar, God heeft gehoord, Hij heeft gelet op mijn luid gebed. Geprezen zij God, die mijn gebed niet afwees, noch mij zijn goedertierenheid onthield.

 

 

Psalm 81:7 in de benauwdheid riept gij en Ik redde u, Ik antwoordde u in de verborgenheid van de donder.

 

 

Psalm 81:10 doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.

 

 

Psalm 86:7 Ten dage mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij antwoordt mij.

 

 

Psalm 107:6 Toen riepen zij tot de Here in hun benauwdheid, en Hij redde hen uit hun angsten.

 

 

Psalm 118:5 Uit de benauwdheid heb ik tot de Here geroepen, de Here heeft mij geantwoord en mij in de ruimte gesteld.

 

 

Psalm 120:1 Een bedevaartslied. In mijn angst heb ik tot de Here geroepen en Hij heeft mij geantwoord.

 

 

Psalm 138:3 Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel.

 

 

Psalm 145:18 De Here is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid. ….Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.

 

 

Klaag. 3:57 Gij zijt nabij ten dage, dat ik U aanroep, Gij zegt: Vrees niet.

 

 

Jes 38:1 In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. …2 Toen keerde Hizkia zijn gelaat naar de wand en bad tot de Here…..4 En Hizkia weende luid. Toen kwam het woord des Heren tot Jesaja:5 Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de Here, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen.

 

 

Dan. 9:20 Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israël, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des Heren, mijns God. Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel.

 

 

Dan 10:1 12 En hij zeide tot mij: Vrees niet, Daniel, want van de eerste dag af, dat gij uw hart erop gezet hadt om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden.

 

 

Jona 2:1 En Jona bad tot den Here, zijn God, uit het ingewand van de vis.2 En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwd-heid tot den Here, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem.

 

 

Jer. 33:3 Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen, waarvan gij niet weet.

 

 

Matt. 6:6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

 

 

Matt. 7:11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.

 

 

Matt. 7:11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!

 

 

Matt. 17:21 Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten.

 

 

Matt. 21:22 En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.

 

 

Mar 11:24 Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.

 

 

Luc 2:36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd,37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.

 

 

Luc 11:9 En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

 

 

Luc 11:10 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.3 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

 

 

Lukas 18:1 Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.7 Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? 8 Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?

 

 

Marc. 9:29 En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed.

 

 

Joh 15:16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dra-gen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

 

 

Joh 16:23 En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam.24 Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvang-en opdat uw blijdschap vervuld zij.

 

 

Hand 8:14 Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden, dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes,15 die, daar aangekomen, voor hen baden, dat zij de Heilige Geest mochten ontvang-en.16 Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus.17 Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

 

 

1 Joh 5:14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons ver-hoort.

 

 

1 Johannes 5:15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.

 

 

Jac. 1:5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, een-voudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

 

 

Jac.4:2 Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt.3 Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.

 

 

Jac 5:15 En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.16 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.

 

 

Luc 3:21 En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in gebed was, de hemel zich opende,22 en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen.

 

 

.Matt 14:13 Toen Jezus dit hoorde, trok Hij Zich vandaar in een schip terug naar een eenzame plaats, alleen. En toen de scharen dit hoorden, volgden zij Hem te voet uit de steden.14 En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken.

 

 

Marc 1:35 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.35 En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar.

 

 

Luc 6:12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij naar het gebergte ging om te bidden, en Hij bracht de nacht door in het gebed tot God.13 En toen het dag geworden was, riep Hij zijn discipelen tot Zich en koos er twaalf uit, die Hij ook apostelen noemde.

 

 

Luc 9:28 terwijl Hij in het gebed was, dat het aanzien van zijn gelaat anders werd, en zijn kleding werd stralend wit.

 

 

Hand 4:31 Terwijl ze baden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met de Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.

 

 

Hand 12:5 Petrus dan werd in de gevangenis in bewaring gehouden, maar door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden. 7 En zie, een engel des Heren stond bij hem en er scheen licht in het vertrek, en hij stootte Petrus in zijn zijde om hem te wekken en zeide: Sta snel op! En de ketenen vielen van zijn handen.

 

 

Hand 16:25 Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof, en de gevangenen luisterden naar hen.26 Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los.

 

 

Hand 11:5 Ik was in de stad Joppe in gebed en zag in zinsverrukking een gezicht.

 

 

Hand 22:17 En het overkwam mij, toen ik te Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel aanbad, dat ik in zinsverrukking geraakte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Moslims moeten de Belgische wetten respecteren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hqdefault

.

 

Moeten moslims de Belgische wetten respecteren en

mogen zij in het buitenland gaan strijden?

.

 

Gehoorzaamheid aan de wetten van een niet-moslimland

 

Aan Sheik Salam al-Oadhad werd gevraagd in welke mate moslims die in een niet-moslimland wonen de regering van dat land moeten gehoorzamen en in welke mate zij deze regeringen kunnen tegenwerken.

In zijn fatwa antwoordt de Sheikh dat moslims die in een niet-moslim land wonen, zelfs als zij daar op illegale manier binnen geraakt zijn, geacht worden in dit land te wonen onder een covenant. Dit betekent dat zij zich moeten houden aan de wetten van dat land en dat zij geen enkel excuus hebben om deze wetten te schenden.

In een land wonen houdt een verbintenis in van burgerschap en de Sheikh verwijst naar de volgende koranverzen die een moslim ertoe verplichten zich aan aan deze verbintenis, en dus aan de wetten van het land waarin zij wonen, te houden.

 

  • Jullie die geloven! Komt de verplichtingen na.” (Koran 5:1)
  • “En komt de verbintenis na. Over de verbintenis wordt verantwoording afgelegd” (Koran 17:34)

 

  • “Komt Gods verbintenis na wanneer jullie een verbintenis aangaan en verbreekt de eden niet na de bekrachtiging ervan, want jullie hebben toch God tot borg tegen jullie geaakt. God weet wat jullie doen.” (Koran 16:91)

 

De Koran stelt verder dat wanneer men zich niet aan beloften, een gegeven woord of een verbintenis houdt, men geen gelovige is:

 

  • “Heeft dan niet telkens als zij een verbintenis aangingen een groep van hen het veronachtzaamd. Jazelfs, de meesten van hen geloven niet” (Koran 2:100)

 

In de islam is het trouw blijven aan een gegeven woord dan ook bijzonder belangrijk. En wel in die mate dat moslims die een verbintenis verbreken de hel te wachten staat. In de koran wordt het woord hypocriet voorbehouden voor moslims die het ene zeggen en het andere doen, die zeggen gelovig te zijn maar dat in werkelijkheid niet zijn. De profeet Mohammed omschreef een hypocriet als volgt:

 

  • “Er zijn vier kenmerken die wanneer iemand ze alle vier heeft hem tot een echte hypocriet maken, en als hij een paar van die kenmerken vertoont, dan heeft hij een deel hypocriete kenmerken tot hij ze volledig opgeeft. Deze kenmerken zijn: wanneer men vertrouwen in hem stelt, pleegt hij bedrog. Wanneer hij praat, liegt hij. Wanneer hij een verbintenis aangaat, verbreekt hij ze. En wanneer hij redetwist, overschrijdt hij de grenzen.” 

 

Volgens de koran zullen hypocrieten, en dat zijn dus ook moslims die een verbintenis verbreken, in de diepste putten van de hel terechtkomen, nog erger dan de plaats die voorzien werd voor ongelovigen.

 

  • “De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.” (Koran 4:145)

 

In zijn fatwa verwijst hogergenoemde Sheikh ook naar het oorlogsrecht en naar de vooraanstaande jurist Mohammad b. Hasan Al-Shaybani, die het volgende schreef:

“Wanneer een groep moslims door de frontlinie van de vijandelijke troepen zou geraken door voor te wenden dat ze dragers zijn van een officiële boodschap van de kalief, of wanneer de vijandelijke troepen hen gewoon door de frontlinie zouden laten passeren, is het hen niet toegestaan deel te nemen aan ook maar enige vijandelijke activiteit tegen de vijandelijke troepen. Het is hen ook niet toegestaan geld of eigendom van hen te stelen vermits zij zich bevinden in gebied dat onder het gezag van de vijandelijke troepen staat. Dit geldt ook wanneer men werkelijk het vertrouwen geniet van de andere partij”.

Uit dit alles besluit de Sheikh in zijn fatwa:

 

“Moslims die in niet-moslim landen wonen moeten zich houden aan de wetten en regelgevingen van het land dat hen een geldig visum toevertrouwd heeft. Tegelijk moeten moslims vermijden zaken te doen die indruisen tegen de islamitische leer. Wanneer zij door de wet verplicht worden iets te doen dat indruist tegen de islam, dan moeten zij zich houden aan het minimum dat de wet van hen vereist.
Één van de beste benaderingswijzen voor een moslim die in deze landen leeft, bestaat erin geduld te beoefenen. Zo lang hij akkoord gaat om in een niet-moslimland te wonen, mag hij nooit rebelleren tegen de mensen die in het land van zijn keuze wonen, zelfs als dat lastig is.”

De islam zelf schrijft voor dat moslims zich moeten houden aan de wetten van het land waarin zij verblijven. Daarmee vertolkt de sheik een standpunt dat door andere, vooraanstaande moslimgeleerden gedeeld wordt. Er is geen tegenstelling tussen zich houden aan de islam en zich houden aan de wetten van een land vermits de islam zelf voorschrijft dat moslims zich moeten houden aan de wetten van het land waarin zij verblijven.

 

 

Strijden in het buitenland

 

Wat strijden in het buitenland betreft stelt professor Muhammad Abdel Haleem  in een artikel op de website van de BBC dat moslims de wetten van het land waarin zij verblijven moeten eerbiedigen. Dat betekent dat zij geen wapens mogen opnemen tegen het land waarin zij wonen.

Wanneer bijvoorbeeld Britse moslims in Afghanistan willen gaan vechten tegen de Britse strijdkrachten, druist dit niet alleen tegen de Britse wet maar ook tegen de islam in die stelt dat men een covenant van burgerschap moet eerbiedigen.

Merk ook op dat het niet is omdat een aantal van het islamitisch pad afgedwaalde moslims gaan strijden, dat hun strijd volgens de islam toegestaan is. In het Westen en in de islam kunnen enkel de representatieve overheden over oorlog beslissen.

Deze beslissing kan enkel genomen worden door de leider van een één gemaakte gemeenschap van moslims die vandaag niet eens bestaat, of door een unanieme beslissing van legitieme leiders die de steun genieten van de overgrote meerderheid van de moslims. Radicalisten die op eigen houtje gaan strijden, overtreden de grenzen van de islam.

Wat de gewapende strijd in Syrië betreft, roepen moslimgeleerden daarom de jongeren op om niet naar Syrië te gaan. De gewapende strijd daar is immers niet gelegitimeerd door de islam en strookt niet met de koran.

 

 

.

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING VAN SATAN,

ALS ENGEL VAN HET LICHT,

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Leugens die misleiden

Standaard

Categorie: religie

 

.

Misleidende leugens

 

1 Ze (de slang) zei tegen de vrouw: “Heeft God werkelijk gezegd dat je van geen enkele boom in de tuin mag eten?”
2 De vrouw zei tegen de slang: “Wij mogen wel eten van de vruchten van de bomen in de tuin.”
3 God heeft alleen gezegd: “Van de vruchten van de boom die midden in de tuin staat mag je niet eten; je mag haar zelfs niet aanraken; anders zul je sterven.”
4 Maar de slang zei tegen de vrouw: “Je zult helemaal niet sterven!” (Gen. 3:1-4, Willibrordvertaling)

 

 

Satan, de tegenstrever, de vader van de leugen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De keuze van Adam en Eva om tegen Gods onderwijzing in te gaan heeft verschrikkelijke gevolgen gehad voor de hele schepping. Het was een daad van rebellie, een gewillige overtreding van Gods gebod. Het gevolg was dat alle harmonieuze relaties die er tot dan toe waren, werden verstoord. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Hoe is het mogelijk dat Adam en Eva, terwijl ze zo veel van de Here hadden ontvangen en zo gelukkig waren, toch in zonde zijn gevallen? Laten wij eens kijken naar hoe de slang hen hiertoe heeft verleid. Het is de moeite waard hier kennis van te nemen, omdat de duivel nog steeds dezelfde tactieken hanteert om de mens onderuit te halen. Hoe meer wij begrijpen van de listen van satan, hoe beter wij in staat zullen zijn om zijn vurige pijlen af te ketsen. Het betreft eigenlijk allemaal leugens. Hieronder twee beproefde leugens van de vader der leugen.

 

 

1. God wil je leven beperken!

 

De slang komt niet gelijk met een directe opmerking, maar hij stelt Eva een vraag. Het is wel een venijnige vraag, omdat er een leugen in verwerkt is: “Heeft God werkelijk gezegd dat je van geen enkele boom in de tuin mag eten?” De Here had helemaal niet gezegd dat zij van geen enkele boom mochten eten. Zij mochten van álle bomen in de tuin eten, behalve van die ene. God wordt hier dus negatief afgeschilderd: ‘Hij heeft jullie in die tuin geplaatst om jullie te plagen. Hij verbiedt jullie van alles. Wat saai als je dat allemaal niet mag. Wat gemeen van God dat Hij van alles voor jullie neerzet en jullie er niet aan mogen komen. Wat worden jullie beperkt, dat is toch niet leuk meer! Er is veel meer te beleven!’

Met deze leugen verslaat de vijand nog steeds zijn tienduizenden: Als je God gehoorzaamt dan mag je bepaalde dingen niet, die nou juist zo leuk zijn. God dienen betekent dat je beperkt wordt en daardoor niet gelukkig kan zijn. Hoe vaak hoor ik mensen niet zeggen: Ja, echt mijn leven aan Christus geven, dat betekent dat ik sommige dingen moet opgeven en dat kan ik (nog) niet. Alsof Christus je roept tot een saai leven. Alsof wat God geeft niet genoeg is om gelukkig te kunnen zijn. Alsof de duivel een leuker en beter leven voor ons heeft.

 

 

Keuze tussen Satan en Christus en de eeuwige gevolgen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2. God laat je toch niet doodgaan?

 

Eva voelt zich genoodzaakt om het voor God op te nemen nadat de slang een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven. Daarom corrigeert zij de slang ten aanzien van wat God heeft gezegd. Maar alleen al door het ingaan op zijn vraag treedt de eerste verduistering van haar verstand op. Door het gesprek alleen al wordt ze al een beetje vergiftigd in haar denken. Ten eerste voegt ze iets toe aan het verbod van de Here, namelijk dat ze de boom in het midden van de hof niet eens mogen aanraken. Onbewust wordt ze dus toch een beetje meegezogen in de suggestie van de slang dat God heel veel heeft verboden, want nu voegt ze ook zelf toe aan wat God heeft verboden. Ook vandaag de dag voegen mensen soms allerlei niet door God uitgesproken verboden toe aan het dienen van de Here, net als de Farizeeërs hadden gedaan in de tijd van Jezus.

Ten tweede zwakt ze het oordeelswoord van de Here af: “Als wij wel eten van de boom die in het midden staat, dan zullen wij sterven.” De Here had echter gezegd: “zul je onherroepelijk sterven” (NBV), “zul je voorzeker sterven” (NBG) (Gen. 2:17). Het Hebreeuws heeft zoiets van ‘stervende zul je sterven’. De duivel springt daar gelijk bovenop en zegt: “’Je zult helemaal niet sterven!” ‘God zal toch niet zo wreed zijn dat Hij jullie veroordeelt voor het eten van een appel of zoiets?! Eva, luister! God is goed! Hij is één en al barmhartig. Hij zal je toch niet laten doodgaan?! Je gelooft toch niet dat Hij een korte tijd van zonde straft met eeuwige ellende en dood?!’

Ook deze gedachte is springlevend onder de mensen vandaag de dag. Ik ben bang dat zelfs veel kerkmensen in deze leugen zijn gaan geloven. Er is geen besef van de ernst van de zonde omdat er geen geloof is in het oordeel over de zonde. We willen liever niet geloven dat het loon van de zonde de dood is. We spreken liever niet meer zo duidelijk over het oordeel dat komen gaat en de werkelijkheid van de hel. We benadrukken liever Gods barmhartigheid en genade. Maar wat betekent genade nog als we het oordeel weglaten?

Het blijkt dus dat het verhaal van Genesis 3 zijn relevantie niet heeft verloren. Daarom blijft het ook voor ons van levensbelang om nauwkeurig naar het Woord van God te luisteren.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De opname voor de verdrukking?

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

De opname voor de verdrukking?

 

In een boek over ‘De totaalcontrole’, geschreven door br. Wim Malgo las ik dat de gemeente vóór de grote verdrukking wegenomen zal worden. In Openbaring 20:4 lees ik echter over hen die het teken van de antichrist geweigerd hebben en als gevolg daarvan gedood werden, maar bij de wederkomst van Christus op aarde uit de dood op zullen staan. Zijn er dan toch ook gelovigen die vóór de grote verdrukking niet opgenomen worden? 

 

 

Antwoord:

 

Het gaat hier om de ‘grote schare’ die na de opname van de gemeente nog tot bekering komt, maar hun bekering met de martelaarsdood moeten bekopen (Openbaring 7:9-17). Ook zij behoren tot de ‘eerste opstanding’, waarover we in Openbaring 20: 6 kunnen lezen. Deze eerste opstanding voltrekt zich in een aangegeven volgorde (1 Korintiërs 15:23). Christus Zelf is de eersteling, de gemeente vormt de groep van eerstelingen en de gelovigen uit de grote verdrukking vormen de laatste schare die aan deze eerste opstanding deel heeft.

  • De eerste opstanding begon dus met Christus bij Zijn opstanding uit de dood.
  • De tweede fase van de eerste opstanding vindt plaats bij de opname van de gemeente, waarbij alle gelovigen uit de dood op zullen staan.
  • De derde en tevens laatste fase van de eerste opstanding, vind plaats aan het einde van de grote verdrukking waarbij ook de martelaren, die door de antichrist omgebracht zijn, uit de dood op zullen staan om met Christus duizend jaar te regeren.

De eerste opstanding wordt in de Bijbel ook wel de ‘opstanding vanuit de doden’, letterlijk: ‘de opstanding van tussenuit de doden’ genoemd.

  • Bij de eerste opstanding blijven de ongelovigen achter in het graf, zij zullen pas opstaan bij het laatste oordeel, waarover we kunnen lezen in Openbaring 20:11-15. Hier lezen we: ‘En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in het waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken’ (vers 13).

De ongelovige doden worden dus bewaard tot het laatste oordeel, pas dan zullen ook zij opstaan om voor de grote witte oordeelstroon veroordeeld te worden. Zij worden geoordeeld op grond van hun werken. Wat mogen we de Here Jezus toch dankbaar zijn, dat wij niet op grond van onze eigen werken geoordeeld zullen worden, maar dat het werk van Christus doorslaggevend is voor onze rechtvaardiging en vrijspraak!

In Johannes 5 wordt ook over twee opstandingen gesproken: ‘de opstanding ten leven en de opstanding ten oordeel’ (vers 29). Zo vinden we in de Bijbel dus de ‘eerste en de tweede opstanding’, de ‘opstanding uit de doden en de opstanding van de doden’ en ten slotte ook nog de ‘opstanding ten leven en de opstanding ten oordeel’.

 

 

 

De Bijbel leert ons dat de gemeente vóór de grote verdrukking opgenomen zal worden. Hieronder volgen enkele Bijbelse argumenten die de opname vóór de grote verdrukking bevestigen:

 

1. In Openbaring 20:4 worden alleen de martelaren uit de grote verdrukking opgewekt (‘zij werden weder levend’). De opstanding van de overige gelovigen moet dus al op een eerder tijdstip plaats gevonden hebben.

2. Openbaring 3:10 leert ons dat Hij de gemeente wil bewaren ‘vóór de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.’

3. In Openbaring 6:16 wordt de grote verdrukking de ‘Toorn van het Lam’ genoemd. De hoop voor gemeente is niet de toorn van het Lam, maar de liefhebbende Bruidegom die zijn bruid tot Zich zal nemen.

4. In 1 Petrus 4:17 lezen we dat het oordeel met het huis Gods begint, zodat we niet met de wereld geoordeeld zullen worden.

5. In Lucas 21:28 lezen we: ‘Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt.’ Hoe zouden we ons kunnen verheugen in de grote verdrukking? Het is juist onze verlossing die ons deze vreugde geeft.

6. In Lucas 21:36 worden we opgeroepen te waken en te bidden om aan deze vreselijke dingen te ontkomen.

7. In 2 Tessalonicenzen 2:6-8 lezen we dat de komst van de antichrist tegengehouden wordt. Uit de samenhang blijkt duidelijk dat Paulus het hier heeft over de Heilige Geest die door middel van de gemeente op aarde werkt en woont. Wanneer de gemeente opgenomen zal worden, dan wordt daarmee ook de tempel van de Heilige Geest van de aarde weggenomen en zal de antichrist alle ruimte krijgen om zich te openbaring. Dan is het zout der aarde weg en zal het verderf toeslaan, dan is het licht der wereld weggenomen en zal de vorst der duisternis zich openbaren.

8. We lezen in Zacharia 14:4-5 en Kolossenzen 3:4 dat de Here Jezus aan het einde van de grote verdrukking met al zijn heiligen op aarde terug zal komen. Dit kan alleen wanneer we vóór de grote verdrukking opgenomen zijn, zodat we ook weer met Hem terug zullen keren.

9. Vóór de opwekking van de martelaren uit de grote verdrukking lezen we al over de tronen in de hemel waar de heiligen op zitten om te oordelen (Openbaring 20:4a). In 1 Korintiërs 6:2-3 lezen we dat de heiligen de wereld zullen oordelen. Dit vindt dus ook al plaats vóór de opwekking van deze martelaren!

 

 

Openbaring hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

10. De opname van de gemeente wordt verschillende keren in verband gebracht met de tijd van Lot in Sodom en Noach. Zowel Lot als Noach werden eerst in veiligheid gebracht voordat het oordeel losbrak. Zo zal de gemeente ook eerst geëvacueerd worden, voordat de grote verdrukking losbarst. Zo werd ook Henoch weggenomen voordat de Here de aarde oordeelde.

11. De roeping en uitverkiezing van de gemeente is een geheimenis (Efeziërs 3:3-10) een ‘tussentijd’ in Gods plan met de wereld. Deze tussentijd eindigt met het geheimenis van de opname van de gemeente, waarna de Here God de draad met Zijn verbondsvolk Israël opneemt en voleindigt.

12. De grote verdrukking wordt ook wel ‘een tijd van benauwdheid voor Jakob’ genoemd (Jeremia 30:4-7). Een periode die God bepaald heeft om Zijn volk Israël tot bekering en wedergeboorte te leiden. Uit deze ‘geboorteweeën’ zal Israël als een nieuw volk tevoorschijn komen.

13. In Daniël 9:27 wordt de zevenjarige grote verdrukking beschreven als de laatste jaarweek die de Here God over Zijn verbondsvolk Israël bepaald heeft. Deze week zal uiteindelijk leiden tot het afsluiten van de zonde en het brengen van eeuwige gerechtigheid voor Israël (vers 24). Zo moeten we Gods plan met Zijn verbondsvolk Israël niet verwarren met Zijn plan met de gemeente en afstand nemen van de wijdverbreide vervangingsleer, waarin Israël plaats moet maken voor de kerk.

14. Het valt op dat geen enkel gedeelte uit de Bijbel de gemeente voorbereidt of waarschuwt voor de grote verdrukking. Hieruit blijkt dat de grote verdrukking niet voor de gemeente bedoeld is.

15. Zolang de gemeente bestaat, wordt de gemeente verdrukt (‘In de wereld leidt gij verdrukking…’ Johannes 16:33). Vooral in de eerste drie eeuwen werd de gemeente heftig vervolgd, maar ook nu. Denk maar aan de christenen in moslimlanden en de vele christenen die nu door ISIS verdreven en vermoord worden. Ook in Noord-Korea worden de christenen vreselijk behandeld. Voor de vervolgde christenen is de gedachte dat de gemeente door de grote verdrukking moet gaan onbegrijpelijk!

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget