Dagelijks archief: juni 5, 2020

Has this camera captured a miracle? / Heeft deze camera een mirakel gefilmd?

Standaard

Category / categorie: video

 

 

Has this camera captured a miracle of spiritual proportions?

 

Heeft deze camera een mirakel gefilmd?

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Glass of Salt Water With Vinegar / Glas met zoutwater en azijn

Standaard

Category / categorie: video

 

 

Put a Glass of Salt Water With Vinegar In Your House

and See The Result After 24 Hours

 

 

Zet een Glas met zoutwater en azijn in je huis en

kijk na 24 H naar de resultaten

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Signatuur van Planten

Standaard

Categorie: Gezondheid en gezondheidsproducten

 

Signatuur van Planten

 

Kennis van de geneeskundige krachten van kruiden en planten is duizenden jaren oud. Een van de oudste kruidenboeken is de Shennong Bencao Jing uit China en dateert uit de derde eeuw voor onze jaartelling. Naast een uitgebreide en systematische beschrijving van honderden kruiden, planten en mineralen, bevat het ook gedetailleerde beschrijvingen van hun geneeskrachtige eigenschappen en nauwgezette voorschriften voor hun gebruik en toepassingen.

 

 

 

 

Een vergelijkbaar systeem bestond in India: de Ayurvedische kennis van de natuurlijke wereld stond op eenzelfde niveau qua detail, beschrijving, receptuur en systematiek.

 

 

 

In de Klassieke Oudheid genoten vooral Imhotep in Egypte en Hippocrates in Griekenland bekendheid om hun geneeskundige inzichten. Voorschriften voor behandeling werden gebaseerd op nauwkeurig omschreven diagnostieke methoden en op de toenmalige kennis van kruiden, planten en mineralen.

 

 

 

In de elfde eeuw van onze jaartelling werd in Arabië het Unani systeem van geneeskunde ontwikkeld. Avicenna  bouwde voort op de traditionele kennis uit Griekenland, Iran en India. Zijn methodische experimenten met geneesmiddelen in diverse stadia van een ziekte proces vormen de grondslag voor de hedendaagse klinische pharmacologie. Hij legde zijn bevindingen neer in het 14-delige ‘Canon Der Geneeskunde’.

 

 

 

Avicenna

 

In het Avondland zien we in de Middeleeuwen en in de Renaissance de verschijning van de ‘Cruydenboecken’ van Hildegard Von Bingen, Hondius, Culpeper – om er maar enkelen te noemen.

 

 

 

Modern laboratorium onderzoek naar de chemische bestanddelen van deze natuurlijke geneesmiddelen bevestigt in vele gevallen wat honderden en duizenden jaren geleden al bekend was. Hoe kwamen ze vroeger aan deze kennis, die nu pas ‘bewezen’ kan worden? Door een combinatie van observeren, proeven, voelen, ruiken, intuïtie en natuurlijk zorgvuldig doordacht experimenteren. Hieruit is de leer van de Signatuur der Planten ontstaan.

 

 

De signatuurleer

 

De signatuurleer is een niet-wetenschappelijke theorie die inhoudt dat uiterlijke kenmerken van (met name) planten die overeenkomsten vertonen met delen van het menselijk lichaam, aanwijzingen geven over de delen van het menselijk lichaam waarvoor deze gebruikt kunnen worden. Deze doctrine stelt dat de overeenkomst met opzet is aangebracht door de Schepper dan wel de natuur. De moderne wetenschap stelt dat het hier gaat om een bijgeloof, en dat eventuele gevallen waarin het klopt op louter toeval berusten: dat wil zeggen dat tegenover elk geval waarin de signatuurleer opgaat, een veelvoud van gevallen is aan te geven waarin ze niet opgaat.

 

 

Signaturen

 

Diverse uiterlijke kenmerken worden genoemd. Zo wijzen ronde stengels op vrouwelijke eigenschappen, dus een verzachtende en harmoniserende werking, terwijl hoekige en vierkante stengel mannelijk zouden zijn, en dus goed zijn voor weerstand en stevigheid. Een holle stengel komt in deze visie overeen met de slokdarm en de luchtpijp. Nog een aantal signaturen:

Bloemkleur

  • Geel: voor lever en spijsvertering
  • Rood: voor bloed en hart
  • Blauw: geeft verkoeling en werkt op de luchtwegen
  • Paars: werkt stimulerend én kalmerend op het zenuwstelsel
  • Groen: kalmerend op inwendige organen
  • Wit: verzachtend en harmoniserend

Bloeiwijze

  • naar boven gericht: stimulerend voor de levenskracht
  • naar beneden gericht: harmoniserend op de bovenpool
  • horizontaal gericht: werken op de bloed en zuurstofcirculatie

Blad

  • Kleine, fijngevormde blaadjes: werken ontkrampend
  • Grote bladeren: werken samentrekkend
  • Bladvorm: niervormig voor de nier; hartvormig voor het hart enz.
  • Beharing: werkzaam op huid, haren en slijmvliezen

Doornen

  • weerstand verhogend, prikkelend en koortsopwekkend

Stengel

  • Behaarde stengel: het kruid is werkzaam op huid, haren en slijmvliezen.
  • Ronde stengel: de werking is verzachtend en harmoniserend.
  • Hoekige en vierkante stengel: het kruid geeft weerstand en stevigheid.
  • Holle stengel: komt overeen met de slokdarm en de luchtpijp.

 

 

 

Plantennamen

 

Van veel planten verwijst de naam naar hun toepassing. Als er sprake is van een uiterlijke gelijkenis met een orgaan kan de naam wijzen op toepassing van de signatuurleer. Het enige voorbeeld in het Nederlandse taalgebied is longkruid (afgebeeld).

 

 

longkruid

 

 

Interactie met christendom

 

De Europese christelijke metafysica legde een verband met de theologie: de Schepper is verantwoordelijk voor de vorm van alle levende wezens en laat daarin zien wat hun kwaliteiten zijn. Voor de late middeleeuwer was de wereld vol van dergelijke Godsbewijzen. De wet van Correspondentie van het Hermetisme “As above, so below; as below so above” wordt uitgedrukt als de relatie tussen de macrokosmos en de microkosmos.

De filosoof Michel Foucault gaf aan dat deze doctrine breder werd toegepast, zoals bij de exegese van de Bijbel en andere teksten, in de symboliek en de kennis van het zichtbare en het onzichtbare. In die tijd werd het als heel werkelijk en samenhangend beschouwd.

 

 

Michel Foucault

 

 

Betrouwbaarheid van de signatuurleer

 

Ter verdediging van de signatuurleer worden diverse gevallen genoemd waarbij een verband aangewezen kan worden tussen de vorm van een plant en de werking ervan. Zo bevat de door Coles genoemde walnoot, waarvan de vorm doet denken aan hersenen in een hersenpan, werkelijk vetzuren die belangrijk zijn voor het functioneren van de hersenen.

 

walnoot

 

Critici wijzen erop dat dit soort verbanden louter toeval zijn, en dat er net zo goed voorbeelden zijn waarbij een schijnbare overeenkomst geen aanwijzing is voor een medicinale werking. Zo is geen van de aan vrouwenmantel toegeschreven medische werkingen bij vrouwenkwalen wetenschappelijk aantoonbaar, en ook het longkruid is volgens onderzoek niet werkzaam tegen longkwalen. De vetzuren die maken dat de walnoot goed is voor de hersenen kunnen ook gevonden worden in andere noten, die helemaal geen gelijkenis met hersenen vertonen.

 

vrouwenmantel

 

Geneeswijzen zoals de door Nicolas Lemery in een uit 1697 daterend boek aangeraden toepassing van een gedroogde en tot poeder vermalen schedel van een door geweld om het leven gekomen mens, tegen hersenziekten zijn niet op empirisch onderzoek gebaseerd, maar op analogie-denken. Voor wetenschappers geldt de signatuurleer nu dan ook als een pseudowetenschap.

 

 

Nicolas Lemery

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Kruiden van oudsher: letter P en R

Standaard

 

 

 

 

 

Paardenbloemen

 

Paardenbloemen zijn een weldaad voor de lever, de gal en de pancreas.

 

 

paardenbloem

 

 

 

Paprika

 

Paprika bevordert de eetlust en de spijsvertering, als je hem met mate gebruikt, en voorkomt een opgeblazen gevoel en winderigheid.

 

 

 

 

 

Pimpernel

 

Thee van pimpernel kan goed zijn tegen darmproblemen.

 

 

kleine pimpernel

 

 

 

 

Prei

 

Prei is bloedzuiverend in de winter en in de vroege lente. Als we in die perioden de afvalstoffen in ons bloed regelmatig met prei opruimen, hebben ziekteverwekkers veel minder kans om ons te vellen. Gestoofde prei is ook goed tegen heesheid. En prei werkt kalmerend. Preibouillon kalmeert de maag. Met het witte deel van de prei kan je insectensteken te lijf gaan. Het branderige gevoel verdwijnt onmiddellijk.

 

 

 

 

 

Rammenas

 

Rammenas staat bekend als onvervaarde hoestbestrijder.

 

 

 

 

 

Rode bieten

 

Rode bieten barsten van waardevolle voedingsstoffen en vitaminen, en werken bloedzuiverend.

 

 

 

 

 

Rode zonnehoed

 

Het is wetenschappelijk bewezen dat rode zonnehoed één van de meest bloedzuiverende middelen is en het immuunsysteem versterkt. Als je opgescheept zit met puisten en abcessen, omwille van onzuiver bloed, kan de tinctuur (alcoholisch aftreksel) van deze plant je helpen. Ze dringt dan de verzwering terug en neemt de pijn weg. Ook bij een amandelontsteking, ontstoken tandvlees en slijmvliesontstekingen kan deze plant prima helpen.

 

 

 

 

 

Rogge

 

Rogge stimuleert de bloesdsomloop en voorkomt constipatie.

 

 

 

 

 

Rozemarijn

 

Rozemarijn stimuleert de bloedcirculatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Christian Dior – pre fall – 2016

Standaard

Categorie : mode en kledij

 

 

 

Christian Dior – pre fall – 2016

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De handtas van vroeger tot nu

Standaard

Al eeuwen is de tas het noodzakelijke ‘huisje’ van de vrouw, waarin zij haar attributen en privézaken bewaart. De tas als onmisbaar accessoire is niet alleen een verschijnsel van de laatste jaren, maar het is vanaf de vroegste tijden een nuttig gebruiksvoorwerp, zowel voor vrouwen als voor mannen.

 

 

Hangend aan de gordel of riem

 

Vanaf de late Middeleeuwen bestaat er een variatie aan tassen en beurzen. Dit waren toen al praktische accessoires bij de kleding die nog geen binnenzakken kende. Gemaakt van leer, linnen, zijde, fluweel tot prachtig geborduurd, hadden ze vakjes voor het meedragen van geld en andere persoonlijke benodigdheden. Men had een ruime keus van stoere beugeltassen met wel achttien verborgen vakjes, leren beurzen met decoratief metalen beslag tot buidel vormige beurzen aan lange trekkoorden. Met uitzondering van enkele vroege voorbeelden van tassen die om de schouder werden gehangen, zoals sommige jachttassen, werden tassen en beurzen in die tijd aan de riem of gordel gedragen. Een draagwijze die zowel voor mannen en vrouwen modieus was.

Met de komst van de binnenzakken in de mannenkleding aan het einde van de 16 de eeuw en in de 17 de eeuw raakte de tas bij de man langzaam uit. Met uitzondering van de jacht en documententas werd de tas in de volgende eeuwen het exclusieve domein van de vrouw. Naast tassen en beurzen voor het dagelijkse gebruik, kende men kleine exemplaren die gebruikt werden voor speciale doeleinden. Als huwelijksbeurs, speelbeurs, aalmoezenbeurs, reuktasje of nieuwjaarsgeschenk vervulden ze allemaal hun eigen bijzondere rol.

 

 

buidel – beursje

 

 

 

buidel hangend -fluweel-zilverdraad – eerste helt 17 e eeuw

 

 

 

Zichtbaar of verborgen: het tuigje, de beugeltas en de dijzakken

 

 

Naast tassen en beurzen voor aan de riem konden vrouwen hun beursjes ook hangen aan het tuigje. Een veel in Nederland en in sommige delen van Duitsland voorkomend alternatief om persoonlijke benodigdheden mee te nemen was de tas met zilveren beugel en haak om aan de rokband te hangen. De beugeltas werd in Nederland vanaf de tweede helft van de 17 de eeuw tot in het begin van de 20 ste eeuw gedragen.

Gedurende de 17 de, 18 de en een groot deel van de 19 de eeuw was de dameskleding zo wijd dat het gemakkelijk was om onder de rok één of twee losse zakken onzichtbaar  te dragen.  Deze zogenoemde dijzakken werden gedragen als paar, één op elke heup hangend.

 

 

tas met zijzakken -1766

 

 

 

handwerktas-bloemen-zijde-Frankrijk-17 e eeuw

 

 

De reticule, de chatelaine en de handtas

 

Onder invloed van de ontdekking van Pompeï en het herontdekken van de Griekse tempels werd in de loop van de 18 de eeuw alles wat met de Griekse en Romeinse Oudheid te maken had erg populair. Men kreeg een andere architectuur en andere meubels maar ook een heel andere mode en andere tassen. De wijde japonnen verdwenen. De japon werd sluik, de taille ging omhoog tot vlak onder de buste en een modieuze japon moest het liefst van fijne linnen of mousseline zijn. Voor de goedgevulde dijzak is geen plaats meer onder deze ragfijne japonnen. De inhoud van de dijzak verhuist naar de eerste echte voorloper van de handtas, het reticule. Het reticule had een draagkoord of ketting om in de hand te dragen. Gedurende enkele decennia bleef het modieus om de tas in de hand te dragen.

 

 

Reticule-1840-1870

 

 

Zijde-reticule-19e-eeuw

 

 

 

Tericule-1855

 

 

Met de industriële revolutie (ca.1760-1830) kwamen ‘nieuwe’ materialen als papier-maché, ijzer en geslepen staal die tevens hun weg vonden naar de tas. Een rijkdom aan tassen in aparte vormen en materialen zijn de ware ‘staaltjes’ van een nieuwe tijd. Met de opkomst van de reticule, leek de rol van de dijzakken uitgespeeld. Niets is minder waar gebleken. Het opnieuw wijder worden van de rokken leidde ertoe dat de herleving van grootmoederszakken- de dijzakken- rond 1830 met gejuich werd ingeluid. Tot in de 20 ste eeuw bleven sommige vrouwen de voorkeur aan deze zakken geven.

Het tuigje met daaraan hangende accessoires, al bekend uit vorige eeuwen, werd met de wijdere mode in de 19 de eeuw opnieuw populair. Onder invloed van de Romantiek kreeg het de nieuwe naam ‘chatelaine’ naar het Franse woord voor kasteelvrouwe, en duidend op de sleutels die de kasteelvrouw in de Middeleeuwen, als symbool van haar functie, aan haar riem droeg. Naast de chatelaine met naaigerei hing de vrouw in de 19 de eeuw een variatie aan nuttige accessoires aan de chatelaines. Een praktisch alternatief op de chatelaine was de chatelaine-tas.

Deze werd populair toen met de komst van de crinoline het dragen van een tas aan de rokband opnieuw inkwam. Met de toename van het reizen ontstaat een assortiment aan tassen voor de moderne reiziger. De kleine handbagage voor in de trein groeit uit tot de ware voorloper van de handtas, die de vrouw niet alleen op reis meeneemt, maar ook gebruikt voor op visite en bij het winkelen. Passend bij haar nieuwe rol kreeg ze de nieuwe naam handtas.

Aan het begin van de 20 ste eeuw heeft de handtas definitief de draagfunctie van de chatelaine en chatelainetas overgenomen.

 

 

dijzak 1830

 

 

 

chatelaine

 

 

 

1791 chatelaine tas

 

 

 

chatelaine tas

 

 

 

20ste eeuw

 

De sierlijkheid van de tas is nog van groot belang maar de emancipatie van de vrouw, haar toenemende deelname aan het arbeidsproces en met de toenemende mobiliteit nemen de praktische eisen toe. De vrouw krijgt voor elke gelegenheid op de dag een tas. Het reticule of de beugeltas is sierlijk voor naar het theater, voor in de namiddag heeft ze een wandel- en visite tas en voor naar het werk worden documententassen aangeboden.

Onder invloed van filmsterren op het witte doek neemt het cosmeticagebruik en het roken een enorme vlucht. De ‘vanity-case’ in de 20 er jaren en de ‘minaudière’ in de 30 er jaren vervullen met hun vakjes voor de sigaretten en de make-up op sierlijke en vernuftige wijze de behoefte aan een speciale tas. Uitgevoerd in metaal, waaronder zilver of goud, of in kunststof versierd met strass is het een belangrijk accessoire voor de modieuze vrouw in die tijd.

 

 

 

vintage Engelse vanity case- 20 e eeuw

 

 

 

minaudiere- sigaretten, aansteker, poederdoos

 

 

 

minaudiere – Goyard

 

 

 

moderne minaudiere

 

 

 

leren-avondtas-1915

 

 

 

Kralentas-1920-1930

 

 

 

clutch-brokaat-1925

 

Niet alleen in gebruik maar ook in het materiaal heeft de draagster een grotere keuze dan ooit tevoren. Tassen van textiel, minuscuul petit point, maliën en kralen van glas of geslepen staal, zijn geliefd in de eerste decennia. Leer en kunststoffen vechten om de gunst van de tas. Leer is populair om zijn bijzondere structuur, de duurzaamheid en de kleurmogelijkheden. De kunststoffen celluloid, caseïne en celluloseacetaat zijn in de 20 er jaren in eerste instantie bedoeld als goedkope imitatie van de exclusieve beugels in schildpad en ivoor. In de 30 er jaren worden ze in tassen juist gewaardeerd om hun bij de tijd passende strakke structuur.

Allerlei nieuwe kunststoffen als pvc, perspex en nylon worden in die jaren uitgevonden, maar worden vooral na de Tweede Wereldoorlog opvallend verwerkt in tassen. Doosvormige tassen van harde kunststof, doorschijnend in zogenaamd lucite of in schitterende felle kleuren, en tassen van kunststof telefoondraden en tegels waren een groot succes. De Verenigde Staten heeft in die jaren een leidende rol in deze rages. De zachte kunststoffen worden als imitatieleer de grootste rivaal van leer.

 

Lucite-1950-1960

 

 

Tas-van-kralen-1954

 

 

leer-en-pauwenveren-1970-

.
.
.
.

De uitgroei van de tas

.

 

In de 20ste eeuw groeit de verscheidenheid aan modellen van de tas sterk.

 

  • De handtas wordt in de 20 ste eeuw een vast onderdeel van het genre tas. Een populair model van vroeger is de platte rechthoekige onderarm tas, die geklemd onder de arm of in de hand wordt gedragen. Zij wordt ook wel clutch (pochette) of envelop tas genoemd. Rond het begin van de Eerste Wereldoorlog verschijnt deze tas voor het eerst in modebladen. Zij was naast de handtas de meest populaire tas inde 20 er en 30 er jaren. Rond de Tweede Wereldoorlog moet zij even plaats maken voor de praktische schoudertas. Bij de gracieuze mode van de New Look in 1947 en de vijftiger jaren herwint ze haar positie en komt ze als elegante tas opnieuw in de mode. Tegenwoordig is ze voornamelijk favoriet als elegante avondtas.
  • De schoudertas is tegenwoordig uitgegroeid tot het modeaccessoire voor de praktisch ingestelde vrouw. Met haar lange draagriem slingeren wij haar om onze nek en houdt ze onze handen vrij in ons drukke bestaan. Een belangrijk keerpunt vormen de schoudertassen die de Italiaanse modeontwerpster Elsa Schiaparelli in de 30 er jaren van de twintigste eeuw ontwierp. Met hun functionele en militaire uitstraling waren ze vooral populair in de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de handtas en onderarm tas na de oorlog opnieuw modieus werden, behoudt de schoudertas haar rol als sportieve en praktische tas. Haar definitieve doorbraak komt in de 60 er jaren toen de jonge generatie modeontwerpers als Mary Quant, Pierre Cardin, Paco Rabanne, Courrèges en Yves Saint Laurent zich liet inspireren door de jongerencultuur. De jeugdige en nonchalante mode vraagt om een handige en jeugdige tas, de schoudertas. Een zeer bekende schoudertas is de Chanel-tas met haar karakteristieke kussentjes en goudkleurige ketting. Met een korte schouderband als een stokbroodje geklemd onder de oksel is de ‘baguette’ van het Italiaanse merk Fendi de jongste hit van de 90 er jaren. Sinds haar introductie in 1998 heeft de tas zowel in de draagwijze als de vorm het modebeeld mede bepaalt.
  • De tegenwoordig zo veel gedragen rugtas is als modeaccessoire van jonge datum. Het is vooral het exclusieve Italiaanse tassenmerk Prada dat met de introductie van een zwarte nylon rugtas in 1985 de rugtas als modeaccessoire lanceerde. Bekend als trouwe metgezel van de wandelaar en de avontuurlijke reiziger werd deze ontdaan van haar stoffige imago. Zowel voor jong en oud is de rugtas een geliefd pretentieloos modeaccessoire geworden, doeltreffend in haar functie, en praktisch in het dragen.

 

 

handtas van metalen kralen – Pierre Cardin- Frankrijk – 1970

 

 

lederen handtas tweede helft 20 e eeuw

 

 

schoudertas tweede helft 20 e eeuw

 

 

moderne rugtas

 

 

In de twintigste eeuw is het merkartikel een steeds

grotere rol gaan spelen

.

Dit geldt ook voor de tas. Hermès, Gucci, Louis Vuitton, Prada, Fendi en Judith Leiber zijn internationaal bekende merken die van origine betrekking hebben op handtassen of in elk geval op fijne exclusieve lederwaren. Sommige merken zijn bekend vanwege een specifieke tas. Een klassieker met allure is de ‘Kelly’ tas van Hermès. De leren Kelly-tas met hengsel werd ontwikkeld in 1935 uit een zadeltas die al in 1892 bestond. Ze dankt haar naam en adeldom aan actrice en prinses Grace Kelly die sinds haar verloving met prins Rainier van Monaco in 1955 de tas veel droeg. Het model wordt nog steeds door Hermès gemaakt.

Ook voor bekende modeontwerpers en/of modehuizen als Chanel, Dior, Yves Saint Laurent, Versace, Donna Karan en Dolce & Gabbana is de tas tegenwoordig een belangrijk modeaccessoire. In tegenstelling tot vorige eeuwen waarin de mode veel langzamer verliep, is de tas tegenwoordig een mode accessoire dat elk seizoen wisselt.

 

Kelly bag Hermes

 

 

 

Kelly bag Hermes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Christelijke meditatievormen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Een overzicht van enige christelijke meditatievormen.

 

.

Wees stil . . . en weet dat Ik God ben. Psalm 46:10

 

 

Een levende christelijke traditie

 

 

Digibron1

 

Vanaf het begin hebben christenen meditatie gebruikt als vorm van gebed naast voorbeden, beden, schuldbe-lijdenis en lofprijzing. De meditatie technieken die hier genoemd worden zijn geordend van eenvoudig naar com-plex. Daarnaast is er een indeling op het gebruik van muziek, verbeelding, en meer traditionele meditatie tech-niekenMeditatie betreft aanwezigheid in het hier en nu, en we laten ons daarvan maar al te makkelijk afleiden.

Als je begint en probeert aanwezig te zijn voor God en jezelf, dan dringen zich allerlei andere zaken op. signaleer dat het gebeurt en kom terug naar hier en nu. Wordt niet kwaad of gefrustreerd. Schud het van je af en ga verder. Dit gebeurt vooral in het begin talloze keren. Gaandeweg wordt het makkelijker om in het hier en nu te blijven en niet naar verleden of toekomst uit te wijken. Doe een poging tot mediteren, niet af als falen. Langzamerhand groeit de vaardigheid.

.

 

meditatie-en-het-christendom

 

.

Een overzicht van christelijke meditatiewijzen

 

Ontspannen / Centrerende methoden:  de bedoeling is om present te zijn, aanwezig in het hier en nu. Dit zijn voorbereidende oefeningen voor de eigenlijke meditatie.

.

  • Ontspan in een rustige omgeving : kies een plek en geniet van wat er te zien is. Het kan een waterval zijn, een zeegezicht, een polderlandschap, een park, een zonsondergang, een kunstwerk, een mooie kerk of welke rustige omgeving dan ook. Neem de tijd om wat er te zien, te horen en te ruiken is te ervaren.
  • Lichaams scan : ik voel…. mijn hoofd voelt…mijn borst voelt… etc. Loop je lichaam langs en voel wat er te voelen is.
  • Verdergaande ontspanning : span spieren aan en ontspan ze, etc.
  • Focus op de ademhaling : voel de adem je neusgaten in en uitgaan. In het op en neer gaan van de buik en borst.
  • Omgevingsscan : ik hoor.., Ik zie …., Ik ruik……., Ik voel……….., etc.
  • Focus op een vast voorwerp of op een geluid : concentreer je op iets buiten je: bijvoorbeeld een bloem, een schilderij, een kaars, een crucifix of het geluid van water, wind, or verkeer.
  • Doe niets
  • Zit zomaar stil

 

 

Muzikale benaderingen : deze worden meestal niet gezien als meditatieve technieken, maar muziek kan een krachtige manier zijn om een meditatieve verbinding met God’s Aanwezigheid te leggen.

 

Luisteren naar meditatieve muziek : stop met zorgen maken, leg je werk neer, ga zitten of liggen en luister naar ontspannende muziek. Dit kan gebruikt worden als voorbereiding voor meditatie.

 

Zang :  vroege christenen aanbaden God met gezongen gebeden. Een paar vormen in het verlengde hiervan:

  • Ambrosiaans gezang
  • Gregoriaans gezang
  • psalmodie (het cantileren van gezangteksten)
  • Hildegardiaanse zang
  • Byzantijnse zang
  • Russisch en Grieks Orthodoxe zang.

.

 

mediteren

.

 

.

Methoden die gebruik maken van Verbeelding

 

Deze technieken combineren elementen van de focus technieken die hierboven beschreven worden maar zij beogen Godservaring, bijvoorbeeld een directe ervaring van Zijn Liefde, een ingeving en gebruiken als ingang de verbeelding.

 

 

Visualisatie (verbeelding)

 

Hierbij wordt verbeelding gebruikt als hulp tot geestelijke ervaring. Al de volgende methoden gebruiken visualisatie als bouwsteen. Mogelijke visualisaties zijn talloos. Hier een paar mogelijkheden:

  • Stel jezelf voor in een vredige situatie.
  • Stel je een bol van licht voor.
  • Stel jezelf voor in een Bijbelverhaal.
  • Stel jezelf voor dat je het lijden van iemand deelt.
  • Stel jezelf voor als een boom
  • Stel jezelf voor als een kiezelsteentje dat in een meer valt. Het meer is God.
  • Stel jezelf voor in de nabijheid van God.
  • Stel jezelf God voor binnen in je [als vuur, als water, als licht].  Of “zie” God in je hart, je bloed, je adem, etc.

 

De meeste verbeeldende technieken gaan terug op Ignatius van Loyola (1491-1556). Deze geeft in zijn Geestelijke Oefeningen aanwijzingen voor de meditatiebeoefening. Mediteren is bij hem op biddende manier de Schrift le-zen. Inleving in Schriftgedeelten staat daarbij centraal, in het bijzonder Schriftgedeelten die het leven en sterven van Jezus betreffen. Daarbij moet je dan zelf deel gaan uitmaken van het verhaalde gebeuren en Jezus willen na-volgen.

 

 

Geleide meditatie : zie boven, maar met iemand die je visualisatie leidt. In geleide meditatie zit normaal een opbouw en dynamiek. Zo zou je in een geleide meditatie van de ene naar de andere plaats kunnen gaan, vragen stellen en proberen een antwoord te horen.

Je zou iemand kunnen “ontmoeten” die je iets laat zien, of onder ogen laat zien. Geleide meditaties hebben vaak een doel, zoals innerlijke genezing, lichamelijke genezing, of Gods wil zoeken.

 

Kything : Het oude Schotse woord, “kythe,” betekent “zichtbaar maken.” Als vorm van christelijke meditatie is het de liefdevolle geestelijke verbinding met God ervaren, of met de natuur, heiligen, etc. Vaak is zelfs mentaal gesprek mogelijk.

1. Centreer jezelf in God.
2. Focus vol liefde op God of de persoon of het ding waarmee je wilt de verbinding wilt ervaren
3. Maak contact door visualisatie.

Dit is een krachtige manier om je verbinding met de Heer te ervaren en de gemeenschap van alle schepselen in God.  Als eenmaal contact gemaakt is kun je met elkaar in gesprek gaan. Als je bijvoorbeeld aan het communiceren gaat met een heilig persoon of met Christus, “spreek” met hem en luister naar zijn respons. Dit is een vorm van meditatie waarbij de verbeelding een grote rol speelt.

.

 

untwine-18-12-groupmedlight visualisatie

.

 

.

Traditionele Meditatie technieken

 

Herhalings technieken : herhalingsmethoden zijn betrekkelijk eenvoudig. De kalme herhaling van een woord of een korte bede kalmeert de geest en stelt je in de gelegenheid om de heilige aanwezigheid van God te beleven.

  • Adem gebeden : vele mogelijkheden, in stilte of zacht gesproken. Adem vrede in en uitademend alles wat je dwars zit. Deze oefening kan samengaan met lichamelijke oefening zoals wandelen, yoga, of tai chi.
  • Mantra : Een gebed dat rustig, langzaam en aandachtig een bede of woord zoals  “Mijn God en mijn Al” ( Franciscus) herhaalt.
  • Het Jezus gebed : Misschien wel het meest gebruikte christelijke-mantra gebed dat al 1600 jaar in de Oosterse kerken gebruikt wordt. Er zijn veel variaties van: “Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar,” tot gewoonweg de naam Jezus. Traditioneel gaat men door drie stadia: overluid bidden, in stilte bidden en in het hart bidden.
  • Rozenkrans gebed : Het Rozenkrans gebed (de Dominicaanse Rozenkrans) gaat over vijftien scenes uit het leven van Christus, waarbij een aantal gebeden herhaald worden. Het is waarschijnlijk het beste hierbij ook visualisatie te gebruiken. Zelfs boeddhisten, hindoes, en moslims gebruiken gebedskralen voor meditatieve herhaling van mantra’s of van de namen van God.

.

 

26899458-christelijke-gelovige-bidden-tot-god-met-de-rozenkrans-in-de-hand

 

 

Contemplatieve technieken : deze vereisen gewoonlijk een rustige plaats. Contemplatie heeft in de traditie van christelijke meditatie een specifieke betekenis. Het doel is de aanwezigheid van God te ervaren.

.

  • Langzaam bidden : Theresia van Avila beval deze methode aan: Bid het Onze Vader, maar neem een uur om het te bidden. Besteed een paar minuten om binnen te dringen in elke frase, totdat het echt het gebed van je hart wordt en jij het gebed wordt.
  • Contemplatie is de rustige liefhebbende aanwezigheid bij God. Dit is waarschijnlijk de moeilijkste soort van meditatief gebed omdat je niet een bepaalde ervaring zoekt, een gedachte, woord, of gevoel, maar allen God. Het idee in de contemplatie is om er enkel te zijn, en enkel lief te hebben, zonder per se te mediteren of zelfs te denken.
  • Gewaarwording van het zijn : begin met de eenvoudige gewaarwording dat je bent, dat je bestaat, hier en nu. Ervaar je zijn, en rust daarin. Het tweede stadium is dit: als je je bewust wordt van je bestaan, realizeer dan dat God je bestaan is.
  • Centrerend gebed :  populair in veel Rooms-Katholieke kringen is een specifieke techniek van gebed dat korte “gebedswoorden” zoals “God,” “liefde,””Geest,” of “Jezus” gebruikt om de geest tot rust te brengen als afleidende gedachten zich opdringen.
  • Lectio Divina  : “Geestelijke Lezing” van de bijbel of andere geestelijke teksten. Dit is een combinatie methode die eeuwenlang gepraktizeerd is door Benedictijnen en Trappisten. De vier stappen van de lectio divina verbinden het lezen van de Bijbel, gebed, visualizatie en contemplatie. Gewoonlijk wordt een kort tekstgedeelte aanbevolen, een enkele zin of slechts een woord.
    • Lezen (lectio) :  lees langzaam tot een woord op vers je treft.
    • Bidden (oratio) :  herhaal het biddend, vraag om Gods hulp en zijn aanwezigheid om er iets mee te doen.
    • Meditatie (meditatio) :  dit kunnen meerdere dingen zijn, van een “langzaam gebed” tot visualisatie. Als de passage een scene uit het Evangelie is, zou je jezelf in het verhaal kunnen verbeelden, in gesprek met Christus en anderen. Als het een uitspraak is zou de meditatie het éénworden met de uitspraak kunnen zijn.
    • Contemplatie (contemplatio) :  rusten in God.

.

.

devotie

 

.

.

Aandacht technieken

 

Dit soort aandacht brengt de meditatie een niveau hoger, verder dan de plaats waar je de meditatie uitvoert. Het doel  is om je leven aandachtig te leven in de Aanwezigheid van God, en niet de hele dag te “slaapwandelen”. God is altijd bij ons, maar we zijn ons dat niet bewust zonder deze aandacht. Aandachtigheid maakt alle tijd heilige tijd.

.

  • Hier en nu zijn :  wees je bewust waar je bent, wat je doet, wie je bij je hebt. Focus op het hier en nu.
  • Iedere handeling is een rite :  houdt zoveel mogelijk het gevoel voor het heilige van de meest gewone taken.
  • Iedere handeling is een gebed : wijdt gewone handelingen zoals rennen, wandelen, het schoonmaken van een kamer als gebed om een vriend te helpen, de vrede te bevorderen, etc. Als je pijn hebt, wijdt dat als een persoonlijk offer aan God of als een gebed voor iemand.
  • Oefen de aanwezigheid van God :  houd een aandachtig bewustzijn van de aanwezigheid van God de hele dag door.

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

De kwartel in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De kwartel

 

Van de veldhoenders (patrijsachtigen) is de kwakkel, of kwartel, de kleinste. Het is een trekvogel, zo groot als een leeuwerik. Rond de Middellandse Zee kan men er soms duizenden oprapen, die door hun overtocht uitgeput raakten. De kwakkels die men in Israël of de Sinaï uit tropisch en Oost-Afrika ziet komen, zijn op weg naar Mid-den- en Oost-Europa. In de Bijbel komen kwakkels twee keer voor. In beide gevallen dienden zij als voedsel voor de Israëlieten op weg van Egypte naar Kanaän. In Exodus 16:1 – 3 lezen wij hoe het volk tegen Mozes en Aäron morde dat het geen eten had, waarop God het vlees en brood beloofde. Maar hoe? Het was juni en de trektijd voor kwakkels was voorbij.

 

 

Exodus 16: 1 – 3

 

Toch bracht God er genoeg bijeen om het hele volk te verzadigen. Hij was niet van plan dit wonder elke dag te herhalen, want Hij had Zijn volk een andere kost bereid, het manna. Dat was het hemelse brood, met een geestelijk les, zie Deuteronium 8: 3.

 

 

Deuteronium 8: 3

 

“Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten … om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat de mond van de Here uitgaat.”

 

Het manna stelt dus het geestelijke voor, en de kwakkels het vleselijke. Israël moest leren op God, en niet op vlees, te vertrouwen. Veelzeggend is het commentaar van de Psalmist, zie Psalm 105: 40.

 

 

Psalm 105: 40

 

“Zij vroegen en Hij deed kwakkelen komen, met brood uit de hemel verzadigde Hij hen.”

 

 

 

 

Slechts het ware brood uit de hemel kan ons verzadigen. Twee jaar later kwamen de Israëlieten weer tegen Mozes in opstand. Zij waren het manna zat, en verlangden vlees te eten (Numeri 11: 4 – 6). Gods toorn ontbrandde en Hij gaf hen een onvergetelijke les, zie Numeri 11: 18 – 20.

 

 

 

Numeri 11: 4 – 6

 

4 De vreemdelingen die met hen uit Egypte meegereisd waren, begonnen terug te verlangen naar Egypte. Toen gingen ook de Israëlieten weer mopperen en klagen: “Hadden we maar vlees te eten! 5 En weet je nog hoeveel vis we in Egypte zomaar konden eten! En wat hadden we een lekkere komkommers en meloenen, preien, uien en knoflook! 6 Maar nu drogen we uit. Er is helemaal niets te eten. We hebben alleen maar dat manna.”

 

 

Numeri 11: 18 – 20

 

“De Here zal u vlees geven … een volle maand lang, totdat het uw neus uitkomt en gij ervan walgt … omdat gij de Here hebt veracht.”

 

 

 

 

Mozes kon zijn oren niet geloven, maar Gods hand is niet beperkt. Uit twee richtingen bracht God grote vluchten kwakkels samen, één uit Arabië (O), de andere uit Oost-Afrika (Z) (Psalm 78: 26 – 29). Maar dat hielp hen niet want terwijl zij het vlees nog aan het kauwen waren, sloeg God hen met een zware slag (of, plaag) en velen kwamen om (Psalm 106: 15).

 

 

Psalm 78: 26 – 29

 

26 Hij zorgde ervoor dat er een oostenwind ging waaien. Ook zorgde Hij voor een sterke zuidenwind. 27 De wind bracht vogels mee, zo ontelbaar als het zand langs de zee. 28 Het regende vogels in het kamp, rondom hun tenten. 29 Ze aten zoveel ze wilden. Hij gaf hun waar ze om hadden gevraagd.

 

 

Psalm 106: 15

 

15 U gaf hun het eten waar ze om vroegen, maar een groot aantal mensen stierf daaraan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Standaardvertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Standaardvertalingen

 

Was het vertalen en uitgeven van Bijbels ten tijde van de reformatie vooral een zaak van particulier initiatief, in de tweede helft van de zestiende eeuw begon de behoefte op te komen aan officiële, door de kerk geautoriseerde vertalingen. In Nederland leidde dit tot het ontstaan van de Staten-vertaling, die drie eeuwen de standaard Bijbel werd van protestants Nederland. De katholieken kregen hun Moerentorfbijbel, die zich echter nooit een verge-lijkbare status heeft verworven. De reformatie had de Bijbel hersteld als maatstaf van het geloof. Maar na verloop van tijd begon men te beseffen dat een nauwkeurige vertaling daarvoor een eerste voorwaarde was. Hoe kon men een strijdpunt beslissen, als men niet zeker kon zijn dat de Nederlandse vertaling de juiste weergave was van het origineel.

Het probleem was dat vertalingen het werk waren van één man, en vaak het resultaat van particulier initiatief. Reeds halverwege de zestiende eeuw begon de kerk te beseffen dat zij hier een eigen verantwoordelijkheid bezat. De kerk betekende Nederland de calvinistische, hervormde kerk. Maar er kwam niets van de grond. Men wilde het werk niet overlaten aan één enkele vertaler, en het lukte niet om een aantal vertalers bijeen te krijgen, die zich volledig aan deze zaak konden wijden. De zaak werd op diverse synodes besproken, maar er kwam niets gereed. Op de eerste nationale synode, te Dordrecht in 1618, kwam de zaak opnieuw ter tafel. Het feit dat een aantal jaren tevoren (1611) in Engeland een officiële vertaling was uitgekomen onder auspiciën van de koning (de zgn. King James vertaling), zal wel voor een extra stimulans hebben gezorgd.

Men besloot om ook in het Nederlandse geval de overheid om hulp te vragen. Als zij het project financieel wilde steunen, kon men een aantal predikanten vrijstellen van hun gewone dienst, zodat zij zich geheel aan deze zaak konden wijden. Het duurde tot 1625 voordat de “Hoogmogende Heeren” overstag gingen en besloten het werk financieel te steunen. De vertalers moesten zich dan wel in Leiden vestigen, om daar in de nabijheid van de unive-rsiteit gezamenlijk hun werk te doen. De vertaling van het Oude Testament begon in 1626 en die van Nieuwe Tes-tament in 1628. Aan elk der beide Testamenten werd door drie predikanten gewerkt, die regelmatig vergaderden en alles in onderling overleg deden.

Wanneer een deel gereed was, werd het in overleg met een aantal revisoren besproken en uiteindelijk goed-gekeurd. Het duurde tot 1635-36 voordat op deze manier alles doorgenomen was. Om na dit vele werk te voor-komen dat er door onzorgvuldig drukken toch weer fouten zouden insluipen in de definitieve Bijbel, werd be-paald dat de druk eveneens te Leiden diende te geschieden, onder supervisie van de vertalers. De Amsterdamse drukker van Ravensteyn verplaatste zijn drukkerij naar Leiden, en begon aan het karwei, waarvoor hij een octrooi kreeg van 15 jaar. In 1637 werd het eerste exemplaar, in fluweel gebonden, aangeboden aan de Staten- Generaal. Het was, evenals alle latere edities, voorzien van een opdracht aan de Staten-Generaal, en de vertaling is dan ook de geschiedenis ingegaan als ‘de Staten-vertaling’.

Men schat dat deze de Staten ca. 75.000 gulden (ongeveer 35.000 euro) heeft gekost. De Staten eisten dat de uitgave voor een redelijke prijs op de markt zou worden gebracht. Dit werd ca. 27,50 gulden (12,50 euro) in een tijd dat een jaarloon van een geschoold vakman ca. 300 gulden bedroeg; dus ca. een maand loon. Het vertaalwerk was zo grondig gedaan, dat de Statenvertaling 300 jaar lang de standaard-vertaling van protestants Nederland is geweest.

 

 

Moerentorfbijbel

 

 

 

Statenvertaling van van Ravensteyn, het woord YHVH is duidelijk leesbaar

 

 

 

De herziening van 1655

 

Helaas bleek al spoedig na het in gebruik nemen van de nieuwe vertaling, dat er ondanks alle zorgvuldigheid toch fouten in de tekst waren ingeslopen. Omdat van de oorspronkelijke vertalers en revisoren intussen de meesten waren overleden, leidde dit tot nieuwe heftige discussies over de juistheid van de uitgave. Een uitgebreide her-ziening leidde tenslotte tot een register van verbeteringen, dat in 1655 door van Ravensteyn werd uitgegeven. Aan de hand hiervan werd in 1657 een herziene uitgave gedrukt, die daarna als standaard werd beschouwd waaraan alle latere uitgaven dienden te worden getoetst.

Er werd bovendien een predikant aangewezen, die de drukker hierop moest controleren, en die elk exemplaar van een goedgekeurde editie van zijn handtekening moest voorzien, als een waarmerk van betrouwbaarheid. De ver-plichting hiertoe is door de nationale synode eerst in 1867 ingetrokken.

 

 

herziende Bijbeldruk 1557

 

 

 

Ongeautoriseerde uitgaven

 

Het privilege dat van Ravensteyn verkreeg om gedurende 15 jaar als enige de geautoriseerde uitgave te drukken, werd later nog eens 25 jaar verlengd. Dit zette andere drukkers langdurig buiten spel. Die hadden toch al te lijden gehad van het feit, dat de verwachte komst van een nieuwe vertaling de kopers aarzelend had gemaakt een Bijbel aan te schaffen. En nu viel er nog steeds niets te verdienen. Dit leidde er vooral in Amsterdam toe dat er talloze ongeautoriseerde uitgaven verschenen. Het feit dat deze met minder zorgvuldigheid waren gezet, en vaak talloze fouten bevatten, leidde tot heftige discussies tussen de kerk en de plaatselijke gemeentebesturen.

Het was tevens een van de redenen de officiële edities exemplaar voor exemplaar te signeren. Wel werden zulke piratenuitgaven vaak eenvoudiger uitgevoerd, en tegen een lagere prijs op de markt gebracht, wat bijdroeg aan een grotere verspreiding van de Statenvertaling. Tussen 1637 en 1900 zijn 675 uitgaven bekend, waarvan 395 complete Bijbels en 268 Nieuwe Testamenten.

 

 

Statenvertaling

 

 

 

Bijbelcompagnieën

 

Het uitgeven van een complete Bijbel was een kostbare onderneming, Het vereiste een grote investering. Er moest veel gedrukt worden voordat er kon worden uitgegeven. En als het zetsel moest worden bewaard, lag er veel kapitaal vast in loden letters. Dit bracht in betere tijden de drukkers er toe de handen ineen te slaan en het karwei gezamenlijk aan te pakken. Elk drukte dan een deel en ieder gaf het totale resultaat uit, voorzien van een eigen titelblad. Zulke samen-werkingsverbanden werden Bijbelcompagnieën genoemd. Deze constructie is tot in onze dagen blijven bestaan.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Herziening

 

De Statenvertaling is tot in onze dagen in gebruik gebleven, zij het in de loop van de tijd niet onveranderd. Vooral aan het eind van de 19e eeuw ontstond er ontevredenheid met het verouderde taalgebruik. De taal van de Sta-tenvertaling, die beslist modern was in de zeventiende eeuw, begon na 250 jaar wat sleets te worden. Dit leidde tot een aantal revisies. De spelling is enkele malen drastisch aangepast en een aantal verouderde woorden is ver-vangen door modernere varianten.

Wat het eerste betreft vergelijke men de variant van 1637:

 

Ende hy seyde, Een seker mensche hadde twee soonen: Ende de jonghste van haer seyde tot den vader, Vader geeft my het dele des goets dat my toekomt.

 

met die van de NBG-editie van 1977:

En hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot de vader: Vader geef mij het deel van het goed, dat mij toekomt.

 

Wat het tweede betreft zijn woorden als ‘wijf’ en ‘onnozel’ vervangen door ‘vrouw’ en ‘onschuldig’, ‘bagge’ werd ‘ring’ en ‘herre’ werd ‘scharnier’.

Niet iedereen is hierin overigens even ver gegaan. De Gereformeerde Bijbelstichting streeft naar een vertaling die zo dicht mogelijk aansluit bij de Ravensteyn-editie van 1657, terwijl de laatste revisie van het NBG bijvoorbeeld weer wat verder gaat. Zo handhaaft de GBS het woord ‘geweer’ in Nehemia 4:17 terwijl de NBG- editie van 1977 hiervoor ‘wapen’ geeft, kennelijk omdat een geweer in onze taal een vuurwapen is gaan aanduiden (de NBG51 vertaling heeft hier, evenals een aantal andere vertalingen: ‘werpspies’).

Daarentegen handhaaft ook de NBG-editie van de Statenvertaling de beschrijving van de Ethiopiërs in Jesaja 18:2 als een ‘volk van dat getrokken is en geplukt’ (NBG-vertaling: ‘een rijzig en glanzend volk’); wijziging hiervan zou neerkomen op wijziging van de vertaling.

 

 

Statenvertaling – Dordtse synode 1618/1619

 

 

 

De Leuvense Bijbel

 

In 1548 verscheen te Leuven een officiële katholieke vertaling van de Vulgaat. Al snel bleek echter dat de ge-bruikte tekst verre van foutloos was. Na een grondige herziening hiervan werd een nieuwe vertaling gemaakt door Jan Moerentorf (Jan Moretus). Deze verscheen op de drempel van de nieuwe eeuw in 1599. Het is eeuwen-lang de standaardvertaling van de Nederlandse katholieken geweest. Moerentorf was de schoonzoon van de Vlaamse drukker Plantijn, en het drukkersgeslacht Plantijn-Moretus is tot laat in de negentiende eeuw in Ant-werpen actief geweest. Toch heeft deze Bijbel nooit de status kunnen evenaren die de Statenvertaling bij de protestanten had. Tussen 1599 en 1846 zijn er maar 18 edities verschenen van de volledige Bijbel, en 45 van het Nieuwe Testament.

De laatste groot-formaat complete Bijbel is uitgegeven in 1743. Daarna is er nog zes keer een Nieuw Testament uitgegeven en twee keer een Oud Testament. Tenslotte is er in 1837 nog een octavo-uitgave van de complete Bijbel geweest. Na het midden van de 19e eeuw is het stil geworden rond de Moerentorfbijbel. Katholieken werden niet geacht de Bijbel te lezen. Deze situatie bleef bestaan tot na de eerste wereldoorlog.

 

 

Leuvense Bijbel