Dagelijks archief: juni 30, 2020

07. Bijbelboek Spreuken (Deel 6)

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

07. Bijbelboek Spreuken (Deel 6)

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

The three heavens / De drie hemelen

Standaard

Categorie / categorie: video

 

 

 

Spiritual authorities in high places (The three heavens)

 

Spirituele autoriteiten in hoge sferen ( De drie hemelen)

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Geranium: etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Geranium etherische olie komt van de Geranium plant en de meeste mensen kennen deze plant als tuin- of kamerplant. De Latijnse naam is Pelargonium Graveolens.

 

Er bestaan meer dan 700 soorten Geranium planten maar er worden slechts 7 soorten gebruikt voor de productie van etherische oliën.

De meest verfijnde, luxe geur komt van de Geranium Bourbon, afkomstig uit Reunion, een eiland in de Indische Oceaan, dat ongeveer de helft van de wereldproductie voor zijn rekening neemt.

Andere belangrijke producenten zijn Algerije, China, Egypte en Rusland. De Roosgeranium, Pelargonium roseum, wordt vooral in Egypte gecultiveerd.

De etherische olie wordt verkregen door waterdamp destillatie van bladeren, stengels en bloemen direct na het plukken. Deze geurige olie heeft afhankelijk van de streek een geelgroene tot bruine kleur.

 

 

Geraniumolie kalmeert en ontspant bij hevige emotionele druk.

Zij is geschikt als middel tegen depressies, herstelt het innerlijke evenwicht, verdrijft slechte gedachten en onvriendelijke stemmingen en opent de ogen voor de mooie kanten van het leven.

 

 

 

 

Geranium wordt als een vrouwelijke olie beschouwd en kan daarom gebruikt worden om het premenstrueel syndroom en klachten tijdens de menopauze te behandelen.

Geraniumolie werkt anti-depressief, adstringerend en ontstekingswerend, bovendien wondgenezend en schimmelwerend.

Daarnaast werkt geranium etherische olie bloedsuikerverlagend en ontwaterend, bovendien is het een goede muggenverdrijver en kan de olie gebruikt worden bij de bestrijding van luizen.

Ook bij problemen van de huid is geranium een aan te raden olie, of je nu een vette of een droge huid hebt geranium zal de talgproductie harmoniseren. Bij sinaasappelhuid omdat geranium ontwaterend en ontgiftend werkt. Winterhanden en -voeten, koortsuitslag allemaal klachten die je met geranium kan aanpakken.

contra-indicatie: geranium kan bij gevoelige mensen huidirritaties veroorzaken, vermijden tijdens zwangerschap.

Geranium etherische olie kan goed gecombineerd worden met basilicum, citroen, sinaasappel, limoen, lavendel, patchouli, kruidnagel, sandelhout, jasmijn, jeneverbes en roos.

 

 

 

 

 

Gebruik van geranium etherische olie

 

  • Bij littekens: meng 3-5 druppels Geranium in een eetlepel amandel-olie en masseer hiermee het litteken. Doe dit minstens 1 maal per dag, het littekenweefsel wordt dan soepeler en daardoor minder zichtbaar.
  • Zonne-allergie: meng 2 druppels geranium, 6 druppels salie en 6 druppels pepermunt met 100 ml. calendula-olie. Meerdere malen per dag insmeren.
  • Lichte brandwonden, gordelroos, couperose, jeugdpuistjes, littekens: 2 druppels geranium op een vochtig watje doen en 2 maal per dag deppen.

 

 

  • PMS (premenstrueel syndroom): Maak een badolie van  5 druppels geranium, 3 druppels scharlei en 2 druppels roos met een theelepel honing of een beetje melk en voeg dit mengsel aan het badwater toe.Ontspan in bad voor minstens 20 minuten.

 

 

 

 

Ontspannend bad: meng 2 druppels geranium, 4 druppels lavendel en 5 druppels bergamot met een eetlepel dode zee zout en voeg dit mengsel aan het badwater toe.

Parfum: meng 6 druppels geranium, 6 druppels bergamot en 6 druppels patchouli met 10 ml. jojoba-olie. Deze parfum heeft een bloemige zoete geur, is huidvriendelijk en blijft lang geuren.

Bij stress en spanningen: 6 druppels geranium in de diffuser verdampen verdrijft nare geurtjes en helpt bij het loslaten van spanningen, ergernissen en stress. De olie verlaagt de ozonwaarde in de kamer en geeft zo innerlijke rust en een vriendelijke stemming. Bij een depressieve stemming kan je rustig 8-10 druppels verdampen.

Verdampen: 2 druppels geranium, 6 druppels ceder en 2 druppels citroen in de aromalamp helpen je weer te aarden en terug bij jezelf te komen.

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: abrikoos

Standaard

Categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

.

 

 

 

 

 

Gezond fruit: abrikoos

.

Abrikozen bevatten weinig calorieën, zijn licht verteerbaar en zijn rijk aan vitamine E. Bovendien bevat de abrikoos veel kalium. Ideaal om je bloeddruk onder controle te houden en zowel spieren als zenuwen beter te laten werken. Verwelkom de abrikoos in je fruitmand als natuurlijk ontstresser. En het geheim om elk overleg succesvol af te ronden.

 

 

Afkomst

 

Griekenland en Frankrijk

 

 

 

Gezondheid

 

Goed voor de darmflora en bloeddruk.
Rijk aan vitamine A, C & Kalium.

 

 

 

 

 

Periode

 

Zomer

 

Lente Zomer Herfst Winter
mrt. apr. mei. jun. jul. aug. sep. okt. nov. dec. jan. feb.
X X X X X X X X X X X X

 

 

 

Waarom een abrikoos goed is voor jou

 

Weinig calorieën

Veel ijzer en kalium en vitamine E

Betere bloeddruk

Ook gedroogd heel lekker

Zoet van smaak

 

 

 

 

 

De natuurlijke ontstresser

 

Wie kampt met een hoge bloeddruk of stress is gebaat met een abrikoos op het werk. Het aanwezige kalium in de abrikoos zorgt ervoor dat je je bloeddruk verlaagt. Abrikoos is ook de drager van vitamine E: de in vet oplosbare vitamine die onze cellen, weefsel en bloedbaan beschermt. Van vitamine E kan je geen overschot hebben in je lichaam. Wist je trouwens dat vitamine E ook wordt toegevoegd aan crèmes, zalven en shampoos. Naar verluidt zou deze vitamine de huid en het haar versterken.

 

 

Image name

.

.

.

Gedroogde abrikoos

 

Het grote voordeel van gedroogd fruit is dat alle voedingsstoffen bewaard blijven en het dus erg gezond is. En sommige fruitsoorten gaan ‘gedroogd’ nog een stapje verder, zoals de ‘ongezwavelde’ abrikoos die helpt tegen een te hoge bloeddruk. Een gedroogde abrikoos smaakt lekker zoet. Vergelijk het met natuurlijk snoepgoed. Vaak wordt een abrikoos vermalen om raw food zoals groentesappen of gezonde snacks te zoeten zonder suiker.

Zo schil je de abrikoos: halveer de abrikoos rondom rond met een scherp mes tot je op de pit zit. Draai vervolgens het vruchtvlees van de pit. Klaar om in stukjes gesneden te worden. Smakelijk!

 

 

 

Kies de abrikoos

 

Een abrikoos is caloriearm en tegelijk vezelrijk. Wat betekent dit? Dat je veel abrikozen kan van eten zonder dat het ongezond wordt. De abrikoos dankt zijn bijnaam van superfood aan de talrijk opgenomen vitaminen en mineralen. Zoals vitamine C en carotenoïden. Dat laatste is dan weer goed voor de ogen. Zeker wie dagelijks uren naar een scherm zit te staren, loopt best af en toe naar de fruitmand.

 

 

 

 

 

 

Fluwelen schil

 

Wie een abrikoos al eens in zijn handen heeft gehad, weet het: die schil is fluweelzacht. De schil kleurt oranjegeel. Het vruchtvlees heeft een zachte textuur en kan heel sappig proeven. Op zoek naar een dessertje met abrikozen? Denk aan abrikozenclafoutis, abrikozenjam of gehaktballetjes met abrikoos en koriander.

 

 

 

Vitamines en mineralen

 

1 medium abrikoos: 75g
Vitamines Hoeveelheid / 75g ADH / 75g
Vitamine A 72 µg 9%
Vitamine B1 22,5 µg 2,05%
Vitamine B2 30 µg 2%
Vitamine B3 450 µg 2,65%
Vitamine B6 40,5 µg 2,7%
Vitamine B11 6,75 µg 2,25%
Vitamine C 7,5 mg 10,72%
Vitamine E 667,5 µg 5,66%
Vitamine K 2,475 µg 3,1%

 

 

 

Minerals Hoeveelheid / 75g ADH / 75g
Calcium 9,75 mg 0,98%
Fosfor 17,25 mg 2,16%
IJzer 292,5 µg 2,09%
Kalium 194,25 mg 6,26%
Magnesium 7,5 mg 2,5%
Natrium 0,75 mg 0,04%
Zink 150 µg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Celestijnse belofte : 6de inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

De Celestijnse belofte is een boek  van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

 

6e inzicht – karakterstructuren

 

 

1235030683Nhba

 

 

In het vierde inzicht hebben we geleerd dat mensen snel geneigd zijn energie van elkaar te onttrekken. In het zesde inzicht worden deze energiemanipulaties uitgewerkt tot vier karakterstructuren:

bullebak/leider
ondervrager
afstandelijke
arme ik

Ieder mens valt binnen één karakterstructuur, deze vormt hij in zijn jeugd en behoudt hij zijn gehele leven. Daarnaast gebruiken we alle 4 de structuren ook als beheersingssysteem om onze karakter- structuur te beschermen. Vooral bij een ouder/kind relatie is dit goed zichtbaar. Door naar je eigen karakterstructuur te kijken, zie je die van je ouders.

De Celestijnse belofte gaat er van uit dat elk ongeboren geest (toekomstig kind) zijn ouders bewust kiest, mede op basis van deze structuren. Dit doet deze om zo een goede voorwaarden te creëren om haar eigen levensvisie te kunnen voldoen (hierover meer in het 10e inzicht).

 

 

bullebak/leider

 

Elke karakterstructuur heeft 2 kanten, een positieve (de transformatie) en een negatieve (het beheersingsdrama). Deze 2 kanten komen het duidelijkst naar voren bij de meest dominante structuur, die van de bullebak/leider. Beiden stelen/ontvangen energie door middel van dominantie. Zij zijn de baas en bepalen wat er gebeurt.

De bullebak doet dit op een negatieve manier (intimidatie, luidruchtigheid, haantjesgedrag, egocentrisme en fysiek en/of communicatief agressief gedrag) en de leider op een positieve manier (stimulerend, een voorbeeld zijn, goede ideeën hebben).

De bullebak creëert de meeste schade omdat deze uitgaat van energieroof, hij kent geen communicatie op basis van gelijkwaardigheid en probeert altijd de belangrijkste te zijn en heeft geen interesse voor de ander. Een bullebak ‘zuigt’ werkelijk de energie uit een ander.

Het beheersingssysteem wordt gebruikt om de karakterstructuur te beschermen en dit is afhankelijk van de situatie waarin de persoon zich bevindt. Als een bullebak iedereen meekrijgt en iedereen luistert naar hem zal hij dit willen continueren. Als er veel oppositie is zal hij juist gaan overheersen en pressie geven. Dit ‘continueren’ of ‘overheersen’ doet hij dus middels een beheersingssysteem.

 

 

ondervrager

 

Ondervragers zijn net als bullebak/leider dominante personen en ze zijn communicatief zeer sterk. Ze proberen via de discussie  te overheersen, en zo energie van die ander te ontnemen. Ze zijn vaak negatief ingesteld, wijzen steeds op iemands zwakke plekken, bekritiseren de fouten of vergissingen van anderen. Een ondervrager kan dit ook uiten door overbezorgd, jaloers of perfectionistisch te zijn.

Een ondervrager kan moeilijk iets aardigs of liefs zeggen, zonder er direct een negatieve draai er aan te geven. Een ondervrager kan ook positiever ingesteld zijn, maar richt zich dan steeds op de buitenwereld, om zo zijn eigen problemen op het tweede plan te krijgen. Een veelgebruikt beheersingssysteem van de ondervrager is een ‘arme ik’ of een ‘afstandelijke’.

 

 

afstandelijke

 

Afstandelijke mensen denken dat ze anders zijn en dat niemand hun begrijpt. Zodoende sluiten ze zich geheel of gedeeltelijk af van de wereld om hun heen. In extreme gevallen creëren ze een eigen wereld waarin ze zich thuis voelen. Kinderen worden vaak afstandelijk door hun dominante gedrag van hun ouders (bullebak of ondervrager).

Door zich af te sluiten wapenen zij zich tegen dit gedrag, Ze sluiten zich echter ook af voor datgene waar ze juist zoveel behoefte aan hebben (aandacht, liefde, respect, sociale contacten). Wil een afstandelijke aandacht krijgen, dan verwordt hij vaak een ‘arme ik’ omdat hij niet de capaciteiten heeft om de dominante karakterstructuur aan te nemen.

Een niet-veelgebruikt beheersingssysteem van de afstandelijke is de ondervrager. Wordt een afstandelijke in zijn eigen wereldje bedreigt dan kan hij wel kortstondig een bullebak worden.

 

 

arme ik

 

Een pessimistisch ingesteld figuur die altijd de slachtoffer rol opzoekt. Heeft een groot zelfmedelijden. Door de aandacht die ze van andere vragen krijgen/eisen ontnemen ze energie van die anderen. Maar ze willen geen oplossing voor hun problemen, omdat dan hun energiebron opdroogt. Arme ik figuren blijven dus altijd klagen. Vaak zijn deze mensen labiel, en zoeken steun bij dominante figuren (bullebak en ondervrager).

Een veelgebruikt beheersingssysteem van de arme ik is de bullebak (als de ander te kritisch wordt) en de ondervrager (hoe gaat het met jou..? Niet zo goed, o meid, met mij gaat het veel slechter, moet je toch eens horen wat mij is overkomen…..”).

Wil je je Boeddha-natuur structureel gaan verbinden met de Universele energie (vijfde inzicht), dan moet je allereerst de energiemanipulaties onder ogen zien. De hierboven beheersingssysteem’s zijn en worden bepaald door je ego. Het ego is dus sterker dan je Boeddha-natuur en dat moet je zien om te draaien. Dat kan door juist die energiemanipulaties onder ogen te zien.

Mensen die sterk handelen vanuit hun beheersingssysteem verwachten een bepaalde rol van een ander. Als een bullebak  tegen je gaat brullen, dan ga je of terug brullen (bullebak), of je zoekt smoezen ( ja maar…’ (arme ik), of je stelt je erg afstandelijk op( laat maar lullen...’ (afstandelijke). Door anders te reageren kan de bullebak geen energie van jouw roven (voordeel 1), raakt hij in de war en gaat zich anders gedragen (voordeel 2) en de mogelijkheid bestaat dat hij zijn gedrag gaat inzien (voordeel 3).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Aristoteles

Standaard

categorie : Beroemde mensen

 

 

 

Aristoteles (Stagira 384 – Chalcis 322 v.C.), één van de grootste

wijsgeren uit de oudheid



Aristoteles was in de oudheid, waar filosofie en wetenschap nog niet van elkaar gescheiden waren, een veelzijdig wetenschapper. Vooral zijn logica heeft een grote invloed gehad op de latere filosofie. Het belangrijkste element van deze logica is de leer van de oordelen. Aristoteles ging ervan uit dat alle zintuiglijke kennis in principe waar is. Pas in ons verstand leggen wij echter verbanden tussen de ervaringen, in de vorm van oordelen. Wij zien bijvoorbeeld: vrouw, zwart haar. En we vormen ons vervolgens het oordeel, de vrouw heeft zwart haar. Waarover wij spreken (vrouw) is het subject, wat wij ervan zeggen (zwart haar) is het predicaat.

Het meest algemene predicaat is ‘zijn’. Van alle dingen kan men immers zeggen dat ze zijn. Verder introduceerde Aristoteles de termen syllogisme, inductie en deductie. Van de logica zei Aristoteles dat hij deze opvatte als een leerschool voor het denken. Het is de leer van de principes waarop ons denken gebaseerd moet zijn, willen wij de juiste conclusies trekken uit onze waarnemingen. Aristoteles hield zich ook bezig met biologie. Ook dacht hij na over de wetmatigheid waaraan de natuur onderworpen is (hetgeen wij nu natuurkunde zouden noemen). Zo stelde hij bijvoorbeeld dat ‘worden’ niet de overgang is van niets naar iets, maar van potentie (het zaadje) naar verwerkelijking (de boom).

 

 

 

 

 

1.Leven

 

Zijn vader Nicomachus schreef  boeken over medische en fysische onderwerpen. Aristoteles is vroeg wees geworden. Op zijn zeventiende jaar vertrok hij naar Athene en werd in de Academie van Plato opgenomen, die hij na Plato’s dood (347) verliet. Daarna kwam hij aan het hoofd van een platonische gemeenschap in Assos te staan, trok echter spoedig naar Lesbos, en werd in 342 door koning Philippus naar Macedonië ontboden om de opvoeding van de veertienjarige Alexander te verzorgen. Hij keerde in 335 naar Athene terug, waar hij dertien jaar lang in de Peripatos (wandelgang) van het Lykeion heeft gedoceerd.

Ten gevolge van een anti-Macedonische reactie na Alexanders dood (323) werd hij als collaborateur beschouwd en aangeklaagd wegens goddeloosheid. Anders dan Socrates, die de gifbeker dronk, verliet hij de stad, zeggende dat hij de Atheners een tweede vergrijp aan de filosofie wilde besparen. Een jaar later stierf hij in Chalcis.
Persoonlijke bijzonderheden over hem zijn nauwelijks bekend. Uit zijn testament leren wij hem als een zorgzaam huisvader kennen en als een humaan meester voor zijn slaven. Van enkele vrienden weten wij alleen dat zij hem zijn leven lang trouw gevolgd hebben.

De overgeleverde briefwisseling met Alexander is vermoedelijk een vervalsing, en ongeloofwaardig is het bericht dat de koning zijn studies met een enorm bedrag steunde en op zijn expedities een staf van geleerden meenam om dieren en planten voor hem te verzamelen. De twee boeken die Aristoteles aan Alexander opdroeg, zijn verloren gegaan, maar wel is bekend dat hij daarin o.a. schreef dat het voor een koning niet nodig was om filosoof te zijn (dit tegen Plato), maar wel om naar het advies van een wijsgeer te luisteren.

 

2. Leer

 

De wijsbegeerte van Aristoteles draagt een sterk speculatief karakter en toont voortdurend de invloed van Plato, maar daarnaast is een uitgesproken belangstelling voor de empirische werkelijkheid merkbaar, die hem ertoe bracht om vrijwel alle gebieden van wetenschap in zijn filosofie te betrekken (wis- en geneeskunde zijn opvallende uitzonderingen).

 

 

 

2.1 De logica 

 

De logica beschouwt Aristoteles zelf niet als onderdeel van de filosofie: het is een leerschool voor het denken, en de daarop betrekking hebbende geschriften hebben later de naam Organon (= werktuig) gekregen. Evenals Plato heeft ook Aristoteles de sofisten bestreden, maar hij deed dat door een systematisch overzicht te geven van de oorzaken van hun valse redeneringen. Hij gaat ervan uit dat het oog de dingen ziet zoals zij zijn, dat het gehoor de werkelijke geluiden hoort, enz. Onze waarnemingen zijn op zichzelf waar, en zij geven ons een afbeelding van de werkelijkheid; fouten ontstaan doordat wij die waarnemingen verkeerd met elkaar verbinden en daardoor foute conclusies trekken.

Voor een adequate kennis van de werkelijkheid moeten de begrippen in hun samenhang met de werkelijkheid overeenkomen. De niet verder te herleiden elementen van de kennis zijn de Categorieën, dwz. de verschillende vormen waarin men zich uitspreekt over het bestaande. Wanneer wij een oordeel uitspreken, is datgene waarover wij spreken ‘subject’, wat wij ervan zeggen is het predicaat. Om dat predicaat tot uitdrukking te brengen beschikken wij over een aantal categorieën:

de substantie (ousia), bijv. mens of paard;

de kwantiteit, bijv. twee ellen lang;

de kwaliteit, bijv. rood of blauw;

de relatie, bijv. dubbel, groter;

en verder de categorieën: plaats, tijd, handelen en ondergáán.

Wanneer zij zonder verbinding gebruikt worden, drukken zij geen bevestigend of ontkennend oordeel uit (man, blank, gisteren); daartoe moeten zij verbonden worden (de man is blank), en het oordeel is waar of onwaar naarmate de verbinding overeenkomt met de verbindingen in de werkelijkheid. De eenvoudigste vorm van een oordeel is: A is B (kataphasis, bevestiging) of: A is niet B (apophasis, ontkenning). Uit twee oordelen (premissen genaamd), die één term (de ‘middenterm’) gemeen hebben, kan een syllogisme gevormd worden (= sluitrede bijv. A is B; B is C: ± A is C).

De mogelijkheden van het syllogisme zijn door Aristoteles zorgvuldig afgebakend, en het zeer verfijnde systeem van vormen van syllogismen heeft zich nog tot na Immanuel Kant kunnen handhaven. Steeds gaat hij van het algemene naar het bijzondere (deductie). Van de omgekeerde weg, die van het bijzondere uitgaat om tot conclusies ten aanzien van het algemene te komen (inductie), heeft hij in zijn natuurwetenschappelijke geschriften gebruikgemaakt. Strikt genomen zou alleen volledige inductie, waarbij alle bijzondere gevallen bekend zijn, geldig zijn.

Hij redeneert dat de afzonderlijke dingen uit algemene oorzaken zijn ontstaan; om ze te leren kennen moet men daarom eerst kennis van de algemene oorzaken verwerven. Die kennis is met het verstand door redenering te bereiken. De meest algemene oorzaken zijn onherleidbaar, anders zouden zij een nóg algemenere oorzaak hebben, en zo tot in het oneindige voort. In overeenstemming daarmee zijn de eerste, algemene premissen onbewijsbaar; zij zijn echter zonder meer duidelijk.

De voornaamste is het principium identitatis: A is A en kan niet op hetzelfde ogenblik en ten aanzien van hetzelfde niet-A zijn. Alleen dan is er sprake van een strikt bewijs als het syllogisme uitgaat van ware premissen. Dikwijls moet men echter uitgaan van meningen, waarvan de waarheid niet volstrekt zeker, maar wel waarschijnlijk is. De zgn. praktische filosofie, ethiek, politiek en redekunst, maakt van min of meer waarschijnlijke redeneringen gebruik, en kan daarom niet als strenge wetenschap gelden.

 

 

 

 

 

 

2.2 Ontologie 

 

Het meest algemene kenmerk van alle dingen is het Zijn, en het Zijn als zodanig is het onderwerp van wat Aristoteles de ‘eerste filosofie’ noemde, die thans metafysica heet. Het woord ‘zijn’ wordt in vele betekenissen gebruikt ( ‘de man is blank’: koppelwerkwoord; ‘de man is’ duidt op het bestaan, enz.). Het blijkt dat kwaliteit, kwantiteit en alle andere categorieën niet kunnen zijn in de betekenis van bestaan: dat kan men alleen zeggen van een ousia (substantie, of wezen); een mens bestaat op zichzelf, maar blank op zichzelf bestaat niet.

Nu is ons weten volgens Aristoteles afhankelijk van de waarneming die aan het weten voorafgaat. Wij nemen echter alleen afzonderlijke dingen waar (de eigenlijke substanties). Dus zou ons weten slechts betrekking kunnen hebben op afzonderlijke dingen. Plato had gesteld dat het algemene (de Idee) het wezenlijke was en dat de afzonderlijke dingen daar deel aan hadden. Volgens Aristoteles bestaat het algemene niet buiten de dingen (als idee), maar in de dingen; het is voor het verstand te begrijpen.

 

 

2.3 Natuurfilosofie 

 

De dingen om ons heen zijn in een voortdurend wordingsproces betrokken. Worden is een beweging van de ene toestand naar de andere. Fysica is de leer van de bewegingen en de oorzaken daarvan. Oorzaken (aitia) zijn materie, vorm, bewegende oorzaak en doel. Bij een huis kan men de vorm onderscheiden van het doel (beschutting van de bewoners), bij een levend wezen vallen vorm en doel samen. Anderzijds is de bewegende oorzaak van een huis de vorm in de gedachte van de architect, die dezelfde is als de actuele vorm van het huis.
Vandaar dat de vier oorzaken vaak gereduceerd worden tot twee: vorm en materie. De eerste is actief, de tweede passief, en de ongevormde materie staat tot de gevormde als potentie, mogelijkheid (dynamis) tegenover actualiteit (energeia): worden is een overgang (beweging) van potentialiteit naar actualiteit (zie ook act).

Parmenides van Elea krijgt daardoor een afdoend antwoord: worden is niet de ondenkbare overgang van het niets naar het iets, maar van nog-niet-iets-zijn naar verwezenlijking. Uit zaad + voedsel ontstaat de actuele boom. De vier elementen: aarde (droog en koud), water (vochtig en koud), lucht (vochtig en warm), vuur (droog en warm) kennen ook voortdurende overgangen. Zij hebben hun eigen bewegingen: aarde en water rechtlijnig naar beneden, lucht en vuur evenzo naar boven, en daar zij ieder een eigen ‘plaats’ hebben, bestaat er een natuurlijke stratificatie. Door verandering van één van de twee eigenschappen (bijv. van koud naar warm) kunnen zij in elkaar overgaan. Die verandering wordt o.a. door reflectie van de zonnewarmte op aarde en door afkoeling in de hogere lagen veroorzaakt, en daardoor ontstaan de weersverschijnselen.

Boven de sfeer van de maan heerst een ander element, de aether, dat niet verandert (de aether wordt ook ‘vijfde lichaam’ genoemd, de quinta essentia van de middeleeuwen). Om die maansfeer heen ligt een groot aantal sferen, wier gecompliceerde kringlopen de voor ons ongelijkmatig schijnende bewegingen van de planeten veroorzaken; zij worden alle omsloten door de gelijkmatig bewegende uiterste sfeer van de vaste sterren, en het rustend middelpunt is de aarde. De hemellichamen, ‘goddelijk’ geheten, zijn uit aether gevormd, maar hun goddelijkheid is niet volmaakt, omdat zij bewegen.

Beweging is altijd een overgang van potentialiteit naar actualiteit, en de godheid kan niets potentieels meer hebben: dat zou aan zijn volmaaktheid afdoen. God is dus buiten de sferen en Hij is indirect de oorzaak van hun bewegingen. De sferen bewegen zich uit verlangen naar God, die de Onbewogen Beweger is. De enige activiteit die God kan uitoefenen, is het denken. Niet aan andere dingen – want dan zou Hij zich met materie bezighouden: Hij denkt de volmaakte actualiteit, en dat is Hij zelf: zijn denken is denken van het denken.

Terwijl Aristoteles de ruimte als begrensd denkt door de buitenste hemelsfeer, poneert hij dat de tijd oneindig is. Daar tijd en beweging onafscheidelijk samengaan, heeft de beweging van de kosmos geen begin gehad en zal nooit ophouden. Deze leer van de eeuwigheid van de wereld is voor latere Aristotelici een schooldogma geweest, dat zowel in het christendom als in de islam aanleiding was tot polemieken. Hier op aarde kan door de beperkte mogelijkheden van de materie een ononderbroken kringloop niet plaatsvinden, maar de natuur tracht deze zo goed als het in haar vermogen ligt te imiteren. Door de zon is er dag en nacht, door de ecliptica (de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen) de wisseling van de seizoenen. Vandaar de mutatie van elementen en de weersverschijnselen. Het leven kent opgang en neergang, geen complete kringloop, maar de ononderbroken opeenvolging van ontstaan en vergaan is de best mogelijke nabootsing daarvan.

 

 

 

2.4 Biologie 

 

In de levende natuur zijn de individuen vergankelijk, maar de soorten eeuwig en onveranderlijk. Wel kent Aristoteles de geleidelijke overgang van het net-niet-meer-levenloze, via planten, tussenvormen tussen planten en dieren, naar hogere dieren, tot de mens toe. Maar hij verwerpt de mogelijkheid van het ontstaan van nieuwe soorten: kruisingen, zoals muildieren, kunnen zich als soort niet handhaven. Lager en hoger gaan samen met de aard van de psychè (ziel, in de zin van levensbeginsel). De laagste vorm is de plantenziel (alleen voeding en voortplanting); dieren hebben de waarnemende ziel, de mens daarenboven het verstand. In de hogere ziel zijn de lagere altijd aanwezig.

Centrum van de levensfuncties én van de waarneming is het hart: de (koude) hersenen dienen als regulateur om de bloedtemperatuur gelijkmatig te houden. Volgens Aristoteles is het mannelijke warm en actief, het vrouwelijke koud en passief. Bij de voortplanting is het mannelijke de vormgever, en in het sperma is de ziel in potentie aanwezig. Het vrouwelijke draagt alleen de materie bij. Toch weet Aristoteles van parthenogenese (voortplanting zonder bevruchting).

In het algemeen komt hij in de nadere uitwerking vaak veel verder dan een star dogmatisme. Hij heeft ruim 500 dieren beschreven en observaties gedaan die soms in onze eigen tijd pas bevestigd zijn, bijv. de beschrijving van de levendbarende gladde haai (Mustelus laevis). In zijn nauwkeurig uitgewerkte erfelijkheidstheorie anticipeert hij op Gregor Mendel met een goed begrip voor dominerende en recessieve factoren. Hij geeft een opmerkelijke schets van een indeling van de dierenwereld op grond van de embryologie. Ook heeft hij herhaaldelijk bepaalde soortkenmerken aangewezen, en is hij zijn tijd vooruit geweest door bijv. sponsen, zeeanemonen e.d. van planten, en walvisachtigen van vissen te onderscheiden.

 

 

 

 

 

2.5 Waarneming 

 

Uitvoerig is de behandeling van de zintuigen, en vooral ook van de vraag hoe verschillende waarnemingen gecoördineerd worden (de waarnemingen van een roos bijv. gaan langs totaal verschillende wegen: men ziet de bloem, ruikt de geur en voelt de doornen). Volgens Aristoteles is dit coördineren het werk van een gemeenschappelijk waarnemingsorgaan. Het complex van de waarnemingen vormt het materiaal voor de herinnering.

Opvallend is in dit verband zijn inzicht in het associatieproces. De mens beschikt niet over natuurlijke wapens (slagtanden, klauwen, horens) en ook het waarnemingsvermogen is slechter dan dat van sommige dieren. Maar alleen de mens bezit verstand. Zeer betwist is de leer van het passieve intellect dat de denkinhoud aan voorafgaande waarnemingen ontleent, en het actieve intellect, dat het denken activeert. Het passieve intellect is met de andere delen van de ziel aangeboren, maar het actieve ‘komt van buiten af’ en is alleen onsterfelijk.

 

 

 

2.6 Ethiek 

 

Het doel ‘waarnaar alles streeft’ is het goede, en het gemeenschappelijk einddoel is de eudaimonia, het geluk. Dat ligt niet in het verwerven van rijkdom, eer of genot, en ook niet in werkloosheid, maar in activiteit. Het hoogste goed is activiteit van de ziel in overeenstemming met haar eigen deugd, en als er meer deugden zijn, met de hoogste. Aristoteles’ leer dat een deugd in het midden ligt tussen twee ondeugden (le juste milieu) is beroemd geworden. Dapperheid bijv. ligt tussen roekeloosheid (te veel) en lafheid (te weinig) in. Dapper zijn is niet: alles te wagen zonder vrees; men dient ook te weten wanneer men moet wijken. Wie goed wil handelen moet een keuze (prohairesis) maken, en wel een meervoudige keuze, die rekening houdt met persoon, tijd, plaats en omstandigheden.

Boven de karakterdeugden staan de verstandelijke. De wijze kiest de hoogst mogelijke deugd die ligt in de intellectuele activiteit, dwz. contemplatie. Het zuivere denken plaatst hem boven het menselijke niveau: de mens bereikt dat niet als mens, maar door het goddelijke in hem. Op de hoge waarde van de vriendschap wordt veel nadruk gelegd, en sociale deugden, zoals de rechtvaardigheid, staan bovenaan, in overeenstemming met de opvatting dat de leer van de samenleving (politikè) in het verlengde van de ethiek ligt. De mens is een gemeenschapswezen (zooion politikon): de staat streeft naar het geluk van de burgers.

Aristoteles wil toezicht op het gezin met het oog op eugenese (verbetering van de erfelijke eigenschappen van het menselijk ras) en geboortebeperking, maar ziet anderzijds de slavernij als een door de natuur gegeven noodzakelijk instituut. Hij overweegt de voor- en nadelen van de verschillende mogelijke constitutievormen, maar blijft merkwaardigerwijze in de tijd waarin door de veroveringen van Alexander enorme statencomplexen ontstonden, staan bij de oude, beperkte stadstaat.

 

 

 

2.7 De retorica 

 

Deze ligt, als verhandeling over de redekunst, gedeeltelijk in het verlengde van de logica, maar komt herhaaldelijk op het terrein van de literatuurbeschouwing. Dit laatste onderwerp is uiterst beknopt behandeld in de Poetika, die van alle werken van Aristoteles het meest gelezen is, en vooral door de leer van de drie eenheden (tijd, plaats en handeling) een verreikende invloed heeft gehad.

 

 

 

3. Werken 

 

Naar het voorbeeld van Plato schreef Aristoteles een aantal dialogen, die in de oudheid druk gelezen zijn, maar verdrongen werden door de wetenschappelijke werken (de fragmenten zijn verzameld door R. Walzer, 21963, en W.D. Ross, 1955). Ook van de grote, onder zijn leiding tot stand gebrachte documentenverzamelingen (o.a. lijsten van opvoeringen van tragedies in Athene, staatsinstellingen van 158 steden, atlas van vergelijkende anatomie, en andere) is alleen een studie over de Staat van de Atheners in 1891 op een papyrus gevonden. De rest is, op een aantal meestal zeer korte fragmenten na, verloren gegaan (laatstelijk uitgegeven door V. Rose in 1886).

Bewaard gebleven zijn de wetenschappelijke werken, die geen literair karakter dragen, maar als min of meer uitgewerkte leerstof voor zijn colleges dienden. Uit een aantal citaten naar niet meer vertegenwoordigde werken blijkt dat de door Andronicus geredigeerde verzameling niet volledig meer is, terwijl anderzijds dictaten en excerpten van leerlingen, geschriften van latere peripatetici (o.a. de Problemata) en opzettelijke vervalsingen (zoals De mundo) erin zijn opgenomen. De bewaard gebleven hoofdwerken van Aristoteles zijn de volgende:

Logica: Categoriae; De interpretatione; Analytica priora en posteriora; Topica.

Ontologie: Metaphysica.

Natuurfilosofie: Physica; De caelo; De generatione et corruptione; Meteorologica; Historia animalium; De partibus animalium; De generatione animalium; De anima, Parva Naturalia.

Praktische filosofie: Ethica Nicomachea; Politica; Rhetorica; Poetica.

 

 

Plato-Socrates-Aristoteles

 

 

 

 

 

 

Boodschap 163 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

keuze tussen goed en kwaad

keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

GERECHTIGHEID EN ERBARMEN

 

ZIJN DE MANNELIJKE- EN VROUWELIJKE

 

EIGENSCHAPPEN VAN GOD.

 

VERGIS JE NIET!

 

ERBARMEN GELDT ENKEL VOOR

 

DE ZONDIGE BEKEERDERS

 

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA