Dagelijks archief: juli 18, 2020

De Reikigraden

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

Van zelfgenezing tot Reikimaster

 

 

Het Reikisymbool

 

De Reiki of de universele liefdesenergie komt van God en blijft altijd dezelfde. Toch zijn er meerdere graden in de Reiki. Er is een evenredigheid tussen het stijgend kosmisch bewustzijn en de hogere fijngevoeligheid van een Reiki-gever bij een handoplegging per Reikigraad. Een ingewijde in de lagere Reikigraden, de eerste en de tweede, heeft nog niet het fijnstoffelijk gevoel ontwikkeld om elk probleem de baas te kunnen. De hogere Reikigraden, de derde- en de mastergraad, benaderen het transcendente. Geloof en kennis smelten als het ware samen.

 

 

reiki_teken

 

 

 

De Reikigraden

 

Naargelang welke Reiki strekking men hanteert zijn er drie of vier graden. In elk systeem worden de eerste en de tweede graad als de lagere graden beschouwd. Het verschil zit in de hogere graden. Sommige strekkingen nemen de derde graad als mastergraad. Anderen bezien de derde graad als een voorbereiding op een latere inwijding in de vierde graad of hun masterniveau.

 

 

 

De eerste graad

 

Bij de eerste inwijding door een Reikimaster, na het volgen van een Reikicursus, krijgt men de eerste graad. De ingewijde kan voldoende energie ontvangen om zichzelf te behandelen. Na enkele weken van handopleggingen  op zichzelf wordt de persoon bewustzijnsveranderingen gewaar. Hij leert signalen van zijn lichaam begrijpen en weet hoe hij daarop moet anticiperen.

Gedurende die tijd, ongeveer zeven weken, wordt hij lichamelijk en geestelijk gezuiverd. Door veel water te drinken kunnen de vrijgekomen afvalstoffen het lichaam verlaten. Veel rust hoort er in deze periode bij. Alles gebeurt geleidelijk omdat een plotse verandering lichamelijk en geestelijk erg belastend zou zijn.

De vers ingewijde staat onder controle van zijn reikimaster die altijd raad kan geven en corrigeren. Na die periode van transformatie mag de persoon reiki toepassen op zichzelf. De universele energie is onuitputbaar.

 

 

 

 

 

De tweede graad

 

Na een cursus en de inwijding in de tweede graad door een reikimaster kan de Reiki-gever beroep doen op hogere energieën. Hij hanteert symbolen die hem met onzichtbare entiteiten in verbinding stellen. Een andere naam voor entiteit is gids of begeleider.

Zij geven de nodige universele liefdesenergie via de Reiki-gever aan de ontvanger. De Goddelijke liefdesenergie kan hij vanaf nu versterken door zijn spirituele groei en aangeleerde symbolen. De lichamelijke en geestelijke zuivering duurt ook 7 weken, steeds onder de controle van de reikmaster. Dan mag de persoon reiki geven aan zichzelf en aan anderen.

Hij kan het lichaam van mens of dier terug in balans brengen. Dat kan een ruime tijd duren, omdat een blokkade langzaam komt en langzaam verdwijnt. Met de tweede graad is het mogelijk Reiki te sturen naar het verleden en de toekomst.

Wie jaren met een mentaal probleem zit stuurt best Reiki naar het verleden waar de pijn is begonnen om een later trauma te voorkomen. Reiki sturen naar de toekomst is om Goddelijke tussenkomst vragen op een later tijdstip voor bijvoorbeeld een gewenste zwangerschap, een ander werk enz.

 

 

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

 

De derde graad

 

De derde graad is een voorbereiding op het masterniveau, de vierde graad. In de cursus leert men nieuwe symbolen van een hogere orde dan deze in de tweede graad. Ook op dat niveau is er een innerlijke zuiveringsperiode voorzien van zeven weken.

Communicatie met zeer hoge entiteiten wordt mogelijk als de Reiki-gever de symbolen van deze graad toepast. Men krijgt informatie die men moet en mag weten, om de Reiki-ontvanger bij te staan.

De Reiki-gever leert zich af te schermen van negatieve entiteiten, kan overledenen overbrengen naar hun voorziene plaats en de violette vlam zetten bij spirituele aanvallen van demonen. Ook kan men banden van karma tussen mensen onderling verbreken, zowel bij levenden als bij doden. Door middel van de symbolen op dat niveau is het mogelijk gebouwen te zuiveren van negatieve energieën.

Al het ongoddelijke wat zich samen geklit heeft tot een energetische slijmbal lost hij op door hulp van lichtwezens. Het boze moet bezwijken voor het goede. Wie uitverkoren is om deze graad te behalen stelt grotendeels zijn leven ter beschikking van de Grote Baas.

 

 

 

 

 

De vierde graad

 

De hoogste graad in de Reiki is de mastergraad. Weinigen behalen dit niveau. Wie zich daarvoor uitverkoren voelt is geroepen vanuit de hemel. De master is een instrument tussen de hemel en de aarde nadat hij ingewijd is met het mastersymbool. Door een goede opleiding en zijn ervaringen kent de Reikimaster vele geheimen van het leven en mag hij mensen inwijden in elke Reikigraad. Hij ziet de verbanden tussen ziektes van het lichaam en de geest.

Via spirituele gidsen die hem bijstaan krijgt hij info over het verleden en de toekomst waardoor hij trauma’s op een zachtaardige manier oplost. Hij is paranormaal begaafd. Dit alles is altijd onder toezicht van God. Het Ohm teken kan de master aanwenden om met de hoogste en puurste energieën in contact te komen.

 

 

 

 

 

De universele wet

 

Het is de bedoeling dat met Reiki een energiewisseling plaatsvindt tussen de Reiki-gever en de Reiki-ontvanger. De Reiki-ontvanger mag iets terug gegeven voor een behandeling zoals een geldbedrag, een geschenk of bloemen. Het is niet de Reiki-energie die betaald wordt maar de erin gestoken tijd.

Wil de Reiki-gever niets ontvangen, dan heeft hij een probleem met accepteren of hij heeft een laag gevoel van eigenwaarde. Een vergoeding mag altijd, al is het bedrag nog zo klein. Wie zich rijkelijk laat betalen heeft niets positief gedaan voor de ander.

Er staat in het Nieuwe Testament geschreven dat wie zich rijkelijk laat vergoeden voor diensten aan een ander zijn beloning voor de hemel al gehad heeft. Christus wilde uit liefde voor de mens nooit geld, wel ging hij soms met de genezen personen tafelen. De wijze laat zich belonen door God. Men noemt dit de Universele Wet van geven en ontvangen. Door de geringste uitwisseling van energie wordt de harmonie in het universum hersteld.

Iedereen kan en mag Reiki ontvangen. Wanneer men er beroep op doet ontvangt men wat men nodig heeft op lichamelijk en geestelijk gebied. De energie doet haar werk De Reiki beperkingen in functie van de levensweg die men bewandelt. Daarom is het resultaat nooit hetzelfde bij personen die voor hetzelfde probleem Reiki ontvangen. Terwijl de ene plots veel beter wordt door de energie zal de andere misschien begeleidt worden naar zijn levenseinde.

 

 

Universele liefdesenergie

 

 

 

De Reikibeperkingen

 

Reiki is dus nooit nutteloos. God weet wat wij nodig hebben zowel lichamelijk als geestelijk. Is een levensdoel bereikt eindigt het leven hier op aarde, jong of oud. Wij leven in een samenstel van dingen waar zonde en dood zegevieren. Bij de terugkomst van Christus, op de laatste dag, bestaan zonde en dood niet meer, net zoals Reiki. Daarom is het belangrijk, voor men Reiki geeft of ontvangt, te denken aan de wijze woorden van Christus dat niet zijn wil maar steeds Gods wil zal geschieden. God heeft altijd het laatste woord.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Moeder Teresa

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

Moeder Teresa, geboren in Macedonië (1910), geeft jarenlang les in Calcutta in India. In 1946 besluit zij zich in te zetten voor arme en zieke mensen. Ze sticht de orde van de Missionarissen van Naastenliefde. De organisatie is inmiddels een grote wereldwijde hulpverlener. Voor haar werk ontving Moeder Teresa vele onderscheidingen, zoals de Nobelprijs voor de Vrede. Toch was er ook kritiek op haar religieuze ideeën.

 

 

92ed2-mother-teresa1

 

 

Moeder Teresa werd geboren op 26 augustus 1910 in Skopje, in het huidige Macedonië, als Agnes Gonxha Bojaxhiu. Zij kwam uit een Albaanse familie en raakte op 12-jarige leeftijd overtuigd van haar roeping als missionaris van God. Toen zij achttien jaar oud was sloot zij zich aan bij de orde van de Zusters van Loreto en koos voor de naam Teresa, als eerbetoon aan de Heilige Theresia.

 

 

 

Moeder Teresa geeft les in Calcutta

 

Na enkele maanden scholing in Dublin vertrok Teresa in 1928 naar India. Op 24 mei 1931 werd zij daar officieel non en stuurden de Zusters van Loreto haar naar Calcutta. Daar ging zij lesgeven op de St. Mary’s school voor arme meisjes uit de sloppenwijken van de stad. Teresa leerde er zelf Bengaals en Hindi spreken en onderwees de kinderen in aardrijkskunde en geschiedenis.

In 1937 legde Teresa voor de tweede keer haar gelofte af dat zij zich in armoede en volgens de regels van de orde in zou zetten voor de samenleving, iets dat zij bij haar benoeming tot non ook al had moeten doen. Vanaf dat moment ging zij ‘Moeder’ Teresa heten.

 

 

 

Roeping van Moeder Teresa

 

Tijdens een treinreis naar Darjeeling, waar de orde haar hoofdvestiging had, kreeg Teresa naar eigen zeggen van God de opdracht om voor de armen te zorgen. Doordat zij gehoorzaamheid had gezworen aan de orde duurde het nog anderhalf jaar voor zij in 1948 toestemming kreeg. Ze volgde zes maanden een medische opleiding en ging in augustus 1948 de sloppenwijken van Calcutta in.

 

 

 

Orde van de Missionarissen van Naastenliefde

 

In de begindagen werkte Moeder Teresa voornamelijk alleen. Ze gaf op straat les aan kinderen en begeleidde stervende mensen in een oud gebouw dat zij van de stad mocht gebruiken. Ondertussen probeerde ze bij de katholieke kerk erkenning te krijgen voor een eigen religieuze orde, de Missionarissen van Naastenliefde. In oktober 1950 kreeg zij die toestemming.

De orde groeide snel doordat leden van Zusters van Loreto zich bij haar aansloten. Er kwam internationale aandacht voor het werk van Moeder Teresa en met de vele donaties die zij ontving kon zij onder meer een weeshuis, mobiele doktersposten en woonruimte voor mensen met lepra financieren.

 

 

 

Wereldwijde erkenning

 

De aandacht voor het werk van Moeder Teresa steeg nog verder doordat paus Paulus VI haar orde in 1965 een ‘decretum laudis’ gaf, wat inhield dat de paus de organisatie onder direct bestuur van het Vaticaan stelde. Deze hoge eer leidde er toe dat Moeder Teresa besloot haar orde internationaal te verspreiden.

Sindsdien groeide de organisatie uit tot een orde met afdelingen in Oost-Europa, Azië, Latijns-Amerika en Afrika. In de jaren ’90 had de orde vierduizend leden in meer dan honderd landen en werd het werk ondersteund door bijna één miljoen vrijwilligers.

 

 

 

Nobelprijs en controverse over Moeder Teresa

 

Moeder Teresa ontving in 1979 de Nobelprijs voor de Vrede vanwege haar hulp aan mensen in armoede en nood. Toch was Moeder Teresa niet geheel onomstreden. Veel mensen namen aanstoot aan haar streng katholieke ideeën over bijvoorbeeld geboortebeperking en abortus. Moeder Teresa overleed op 5 september 1997. De katholieke kerk is daarna een proces gestart dat tot een heiligverklaring kan leiden.

Daarvoor moet worden aangetoond dat zij minstens twee wonderen heeft verricht. Het eerste wonder, de genezing van een Indiase vrouw met kanker, wordt door medici sterk betwijfeld, omdat zij de vrouw een jaar lang intensief behandelden, maar vooral omdat artsen twijfelden of de vrouw überhaupt wel kanker had.

Daarnaast kwam uit een recent Frans onderzoek naar voren dat Moeder Teresa waarschijnlijk enkele miljoenen euro’s aan donaties heeft achtergehouden. Die controverse doet echter niet af aan de jarenlange inzet van Moeder Teresa voor armen en zieken wereldwijd.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Boodschap 188 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : boodschappen uit de kosmos

 

 

 

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jezus en Maria zijn de perfecte Adam en Eva.

 

Wie Spot met de Moeder Gods en Haar Zoon

 

zal daar een zeer zware prijs voor betalen

 

tot in de eeuwigheid

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

John Astria

 

Exorcisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Exorcisme

 

Het exorcisme is een ritueel binnen de Katholieke Kerk dat door een bevoegde priester wordt uitgevoerd. Het ritueel is bedoeld om mensen of dingen te ontdoen van demonen. De Kerk gelooft dat Satan zoveel invloed op een persoon kan uitoefenen, dat hij bezeten wordt van een duivelse macht.

 

 

Het uitvoeren van een exorcisme ritueel houdt in dat enkele gebeden worden uitgesproken en bepaalde handelingen worden verricht. De oorsprong van exorcisme ligt bij Jezus, hij verdreef demonen en boze geesten. Hij gaf zijn discipelen de macht om dit ook te doen, toen hij hen uitzond:

“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lucas 9:1)

 

De officiële definitie van exorcisme volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk:

“’Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Satan en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Het exorcisme gaat terug op Jezus zelf die het heeft toegepast. Ook de macht en de taak van de Kerk om het exorcisme toe te passen zijn gebaseerd op de woorden van Jezus zelf.” (nr. 1673)

 

Het exorcisme maakt geen deel uit van de zeven Sacramenten. Het behoort echter tot de sacramentalia, zegeningen die voorbereiden op het ontvangen van sacramenten of die heiliging brengen in de situatie waar een persoon zich in bevindt.

In de Katholieke Kerk bestaat het onderscheid tussen het doop exorcisme en het ‘groot exorcisme’. De doopkandidaten (catechumenen) zijn tot aan hun Doopsel nog niet van de Erfzonde verlost, en zijn ze dus bijzonder vatbaar voor de demonische machten. Tegenwoordig wordt voor de dopelingen gebeden om bescherming tegen het kwaad.

 

 

 

Het doop exorcisme

 

Bij de Kinderdoop wordt gebeden:

“Heer onze God:
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden
om de macht van de Boze te breken
en de kwade geest uit ons te drijven,
om de mens aan de duisternis te ontrekken
en over te brengen
naar het wonderlijke rijk van licht;
wij bidden U:
bevrijd deze kinderen
van de smet van de eerste zonde,
en maak hen tot woning van uw heerlijkheid,
tot tempel van de Heilige Geest.
Door Christus onze Heer.”

 

 

 

 

Het groot exorcisme

 

Het plechtige, zogenaamde groot exorcisme mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop worden uitgeoefend. De Kerk waakt erover om in deze materie de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het exorcisme is immers bedoeld om in naam van Christus, duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing.

De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een psychische ziekte. De Kerk staat erop, om voordat men een exorcisme uitspreekt, na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.

De functie van exorcist ging in de Katholieke Kerk gepaard met de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Inwijdingen.  Technisch gezien is exorcisme niet het verdrijven van de duivel of een demon, maar het plaatsen van de duivel of demon onder een eed. In sommige gevallen kan een persoon door meer dan één demon bezeten worden. “Exorcisme” is afgeleid van het Griekse voorzetsel ek (uit) met het werkwoord horkizo wat betekent “Ik laat iemand zweren” of ik bezweer”.

Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw werden dezelfde latijnse teksten herhaald, zoals:

“Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei”. Vertaald:

Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God.

 

Of:

“Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas”. Vertaald:

Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het Gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk.

 

Overigens werden niet alleen mensen geëxorciseerd. Ook voorwerpen konden door de duivel in bezit zijn genomen. Zo werd in de middeleeuwen bij ketter- of heksenverbrandingen vaak ook het hout en zelfs het vuur geëxorciseerd. Dit omdat men dacht dat de duivel in het hout en het vuur ervoor kon zorgen dat de ketter of heks minder pijn zou lijden. Bekend is de formulering hiervan bij de verbranding van de priester Urbain Grandier:

“Ecce crucem Domini, fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, radix David. Exorciso te, creatura ligni, in nomine Dei patris omnipotentis, et in nomine Jesus Christi filii eius Domini nostri, et in virtute Spritus Sancti”. Vertaald:

Aanschouw het kruis van de Heer, en mogen zijn vijanden vluchten, de leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen, de wortel van David. Ik exorciseer u, schepsel van hout, in de naam van God de almachtige vader, in de naam van Jezus Christus, zijn zoon en onze Heer, en in de macht van de Heilige Geest.

 

 

 

 

 

 

Namen van de duivel

 

 

Satan

De naam Satan betekent aanklager, tegenstander, tester. In het Bijbelboek Job is Satan aangesteld als tester in dienst van God. Hij krijgt toestemming van God om Job op de proef te stellen. Satan is in dit kader niet zozeer een eigennaam, maar meer de benaming van een ambt: aanklager.

 

Lucifer

Het woord Lucifer is Latijn voor ‘morgenster’. De naam Lucifer behoort oorspronkelijk toe aan de planeet Venus, vanwege diens helderheid. De Vulgaat (Bijbelvertaling in het Latijn, tot stand gekomen tussen 390 en 405 na Christus) gebruikt het woord voor het licht van de morgen (Job 11:17). Als metafoor wordt de benaming toegepast op de koning van Babylon (Jesaja 14:12), op de hogepriester Simeon (De wijsheid van Jezus Sirach 50:6), op de beloning die degene krijgt als hij Jezus navolgt en overwint, en tenslotte op Jezus Christus zelf, het ware licht van ons leven (2 Petrus 1:19, Openbaring 22:16).

 

 

 

 

 

Promovendus Ruben van Luijk over de duivel en het satanisme in de negentiende eeuw

 

 

Oorsprong van de duivel

 

In het Zoroastrianisme – gesticht door Zoroaster die omstreeks 1000-600 voor Christus geleefd zou hebben – is het voor het eerst in de geschiedenis dat we een figuur tegenkomen die het kwaad vertegenwoordigt. Het Zoroastrianisme, vernoemd naar de profeet Zoroaster, is een dualistische religie.

Goed en kwaad is compleet gescheiden en in gevecht met elkaar. De schepper Ahura Mazda is goed, Ahriman is duister en kwaad. Ahura Mazda beschermt en vernieuwt de schepping, het doel van Ahriman is juist om deze te vernietigen.

Maar pas aan de wieg van het christendom wordt de benaming ‘Satan’ voor het eerst gebruikt. Het is een Hebreeuws woord dat tegenstander of aanklager betekent. De naam komt een paar keer voor in het Oude Testament en wordt zowel voor mensen als andere wezens gebruikt.  Satan is de aartsengel en heer van het kwaad. In het Bijbelboek Job is Satan een tester, als zodanig aangesteld door God.

De heersende christelijke interpretatie is dat alle demonische figuren in de Bijbel voor of onderhorig zijn aan de duivel. Satan is binnen het christendom vrijwel synoniem aan al het kwaad geworden. Binnen dit kader ontstond de praktijk van het exorcisme, die door de alomtegenwoordigheid van de duivel noodzakelijkerwijs in het leven werd geroepen.

 

 

Zoroastrianisme

 

 

 

 

 

 

 

Satans imagoverandering

 

In de negentiende eeuw vond in bepaalde delen van de westerse samenleving een imagoverandering van Satan plaats. Van een negatief imago, kreeg de duivel een positieve uitstraling. Dit heeft te maken met de Franse Revolutie (1789). God werd gezien als een dictator, een autocratisch monarch. De revolutie, het in opstand komen tegen de gevestigde orde werd iets positiefs. De duivel werd een held voor de revolutionairen, een dappere voorvechter.

 

 

 

 

 

 

De kerk van Satan

 

Anton Szandor LaVey, eigenlijke naam Howard Stanton Levy (1930-1997), was de satanist die de Church of Satan oprichtte. Op 30 april 1966 (Walpurgisnacht) stichtte hij de Church of Satan, de eerste publieke satanische organisatie ter wereld. Deze gebeurtenis markeert het begin van het moderne satanisme.

Satanisten zien zichzelf als navolgers van Satan, de enige godheid die, naar hun zeggen, begrijpt wat mensen doormaken:

“Satan, by one name or another, haunted mankind, tempting him with sweet delights and enlightening him with blinding secrets intended only for gods. He was one who could be petitioned for powers of retribution and who gave deserved rewards. Instead of creating sins to insure guilty compliance, Satan encouraged indulgence. He was the single deity who could really understand us.”

 

Satanisten zijn voorstanders van de vooruitgang en het streven naar meer kennis, dat is de kern van het occultisme:

“We are explorers on the untrodden paths of science, human motivation and mystery – all that is most truly occult.”

 

Volgens hen wordt ontwikkeling tegengehouden door spirituele mensen en theïsten. Een satanist wil steeds meer op het grote voorbeeld, Satan, gaan lijken. De eigenschappen van Satan zijn deze:

“the imagination to confound and confuse, the wisdom to recognize the unseen in our society, the pragmatism of a skeptic, and the passions of a classical Romantic soul.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Jezus over de ziel en het lichaam.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

keuze tussen eeuwig leven of de eeuwige verdoemenis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Matteüs 10 : 26-42

 

“Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden. Wat ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.

 

Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.

 

Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

 

Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.

Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden. Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.

Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De vroege christelijke vervolging

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Christenvervolgingen in de arena

Christenvervolgingen in de arena

.

Het dramatisch bewijs voor de vroege kerk

 

De christelijke vervolging begon bij Jezus zelf. Hij werd tijdens zijn berechting ronduit gevraagd: “Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?” Jezus liet geen ruimte voor twijfel; Zijn eerste woorden waren: “Dat ben ik”. De godsdienstige elite in Jeruzalem wist wat Jezus hiermee zei. Het was voor hen glashelder dat Hij beweerde dat Hij God was. Daarom werd Jezus voor de misdaad van godslastering aan een Romeins kruis ter dood gebracht. Zo werd Hij de eerste martelaar voor wat later de christelijke Kerk zou worden.

 

 

 

Veel discipelen stierven voor hun geloof

 

De christelijke vervolging vormde een dramatisch onderdeel van de vroege kerkgeschiedenis. Ieder die vasthoudt aan het idee dat het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus een bedrog was dat door een groep discipelen in elkaar werd gestoken, zou eens een keer naar het erfgoed van het martelaarschap moeten kijken.

Elf van de twaalf apostelen, en een groot aantal van de andere vroege discipelen, stierven voor hun trouw aan dit verhaal. Dit is opvallend, omdat zij allemaal getuigen waren van de vermeende gebeurtenissen rondom Jezus en toch tot de dood hun geloof bleven verdedigen. Waarom is dit dan dramatisch, als je bedenkt dat veel andere mensen in de geschiedenis de martelaarsdood zijn gestorven voor een godsdienstig geloof? Omdat mensen niet voor een leugen sterven.

Kijk eens naar de menselijke aard door de geschiedenis heen. Geen samenzwering kan standhouden, wanneer het leven of de vrijheid van de samenzweerders op het spel staan. Sterven voor een geloof is één ding, maar wanneer talrijke ooggetuigen sterven voor een hun bekende leugen, dan is dat een heel ander verhaal.

 

 

Martelaar in de Romeinse tijd

Martelaar in de Romeinse tijd

 

.

.

Een lijst van martelaren die ooggetuigen

waren van het leven van Jezus

 

Hier volgt een verslag van de vroege christelijke vervolging, samengesteld uit talrijke bronnen buiten de Bijbel, waarvan de belangrijkste Foxes’ “Christian Martyrs of the World” (oftewel: Christelijke martelaren van de wereld) is:

Rond 34 na Christus, een jaar na de kruisiging van Jezus, werd Stefanus Jeruzalem uitgegooid en tot de dood gestenigd. Ongeveer 2000 christenen ondergingen het martelaarschap in Jeruzalem in deze tijd.

Ongeveer 10 jaar later werd Jakobus gedood, de zoon van Zebedeüs en de oudste broer van Johannes, toen Herodes Agrippa aankwam als gouverneur van Juda. Agrippa verafschuwde de christelijke sekte van de Joden en vele vroege discipelen stierven tijdens zijn heerschappij een martelaarsdood, waaronder Timon en Parmenas.

Rond 54 na Christus stierf Filippus, een discipel uit Betsaïda in Galilea, de martelaarsdood in Heliopolis, in Phrygia. Hij werd gefolterd, in de gevangenis gegooid, en daarna gekruisigd.

Ongeveer zes jaar later stierf Matteüs, de belastinginner uit Nazareth die één van de Evangelieboeken schreef, in Ethiopië de martelaarsdood door het zwaard toen hij daar aan het prediken was.

Jakobus, de broer van Jezus, was een leider van de vroege kerk in Jeruzalem en was de schrijver van het Bijbelboek met dezelfde naam. Op 94-jarige leeftijd werd hij geslagen en gestenigd, en uiteindelijk werden zijn hersenen met een knuppel tot moes geslagen.

Mattias was de apostel die de vrijgekomen post van Judas invulde. Hij werd in Jeruzalem gestenigd en vervolgens onthoofd.

Andreas was de broer van Petrus die door heel Azië heen preekte. Bij zijn aankomst in Edessa werd hij gearresteerd en aan een kruis gehangen, waarvan de twee uiteinden kruiselings in de grond werden gestoken (dit is waar de naam “Andreaskruis” vandaan komt).

Marcus werd door Petrus tot christen bekeerd en hij schreef Petrus’ verslag over Jezus in zijn Evangelie. Marcus werd door de bevolking van Alexandrië in stukken gescheurd voor Serapis, hun heidense afgod.

Het lijkt erop dat Petrus in Rome ter dood werd veroordeeld en gekruisigd. Hiëronymus stelt dat Petrus op eigen verzoek ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zichzelf onwaardig vond om dezelfde kruisdood als zijn Heer te sterven.

Paulus leed in de eerste vervolging onder Nero. Het geloof van Paulus was zo sterk, zelfs met het martelaarschap in het vooruitzicht, dat de autoriteiten hem naar een besloten plaats brachten om hem daar met het zwaard te executeren.

In ongeveer 72 na Christus werd Judas, de broer van Jakobus die gewoonlijk Taddeüs werd genoemd, in Edessa gekruisigd.

Bartolomeüs preekte in verschillende landen en vertaalde het Evangelie van Matteüs naar het Indisch. Hij werd barbaars afgeranseld en toen door de heidenen aldaar gekruisigd.

Tomas, ook wel Didymus genoemd, preekte in Parthia en India, waar hij door een groep heidense priesters met een speer werd doorboord.

Lucas was de auteur van het Evangelie met zijn naam. Hij reisde met Paulus door verscheidene landen. Er wordt algemeen aangenomen dat hij door heidense priesters in Griekenland aan een olijfboom werd opgehangen.

Barnabas, uit Cyprus, werd in 73 na Christus zonder veel bekende feiten vermoord. Simon, met de achternaam Zelotes, preekte in Mauretanië, Afrika en zelfs in Groot-Brittannië, waar hij in ongeveer 74 na Christus werd gekruisigd.

Johannes, de “geliefde discipel”, was de broer van Jakobus. Vanuit Efeze werd hij naar Rome gebracht, waar hij in een ketel met kokende olie werd gegooid. Op wonderbaarlijke wijze ontsnapte hij zonder enige verwondingen. Domitianus verbande hem daarna naar het eiland Patmos, waar Johannes het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, schreef. Hij was de enige apostel die aan een gewelddadige dood ontsnapte.

 

 

 

De kerk groeide razend snel, ondanks de

afgrijselijke dood van velen

 

Maar de vervolging van christenen vertraagde de groei van het christelijk geloof in de eerste eeuwen na Jezus niet. Zelfs nadat de vroege leiders een afschuwelijke dood waren gestorven, bloeide het christendom in het hele Romeinse Rijk op.

Hoe kunnen deze historische martelaren gezien worden als iets anders dan krachtig bewijs voor de waarheid van het christelijk geloof, een geloof dat gefundeerd is op historische feiten en ooggetuigenverslagen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Wie is Allah volgens de Bijbel?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

De islam is gebouwd rond het centrale geloof dat er geen god is dan God. Allah is het Arabisch woord voor God. Het is het enige Arabische woord dat noch mannelijk, noch vrouwelijk is – het heeft ook geen meervoudsvorm. Deze taalkundige kenmerken benadrukken meteen de unieke aard van God. Mede daarom, en omdat de Koran in het Arabisch geopenbaard is, verkiezen de meeste moslims het woord Allah boven het woord God, maar de betekenis van beide termen is hetzelfde.

 

 

allah-ismi-resim

 

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.”(Koran, 112:1-4)
‘Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten vrede.’ (Koran, 13:27)
.
.
.

Zoals men in het Nederlands God zegt, in het Hebreeuws Jahweh en in het Frans Dieu, zo zegt men in het Arabisch Allah. In een christelijke Arabische Bijbel, wordt God inderdaad vertaald als Allah, zoals blijkt uit volgende vergelijking, waarin het Arabische woord Allah groen aangeduid werd:

 

.

  1. Het woord “Allah”in de Koran, Hoofdstuk 1, vers 1:
    Arabisch: bismillah
    Nederlands: In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
  2. Het woord “Allah” in de christelijke Bijbel in het Arabisch, Boek Genesis, vers 1:
    Arabisch: genesis
    Nederlands: In het begin schiep God hemel en aarde

 

.

.

Voor moslims gaat gaat dit veel verder dan een taalkundig feit. Immers, volgens moslims betreft het hier dezelfde Ene God die in het Oude Testament Jahweh genoemd wordt. De islam leert dat Joden, christenen en moslims essentieel dezelfde Ene God aanbidden. er zijn natuurlijk wel onderlinge verschillen tussen de drie godsdiensten van het Boek, die ook de monotheïstische godsdiensten genoemd worden.

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.

De islam gelooft dat er een duizenden profeten geweest zijn die allemaal hetzelfde geloof verkondigden. Volgens de islam bevestigt de profeet Mohammed dan ook slechts de boodschap die voor hem door andere profeten zoals Abraham, David of Jezus, gebracht werd. Moslims zijn overigens verplicht in al deze profeten en in hun Boodschap te geloven. Wanneer men niet gelooft in Jezus en de boodschap die Hij bracht, kan men dus geen moslim zijn.

Moslims geloven verder dat al diegenen die in de boodschap geloven die hen door de profeten gebracht werd, naar het paradijs kunnen gaan. Christenen en Joden kunnen volgens de islam dus ook naar het paradijs gaan, waaruit nogmaals blijkt dat zij volgens moslims allemaal in dezelfde ene God geloven.

 

.

.

De Uniciteit van God volgens de Thora, de Bijbel en de Koran

 

Hierna volgen een paar verzen uit het Oude Testament, het Nieuwe Testament en De Koran, waaruit telkens het centrale belang van het geloof in de ene God blijkt:

“Gij zult geen andere goden hebben dan Mij”. (Deuteronomium 5:6)
.
.
.

En de Koran:

“Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
.
.
.

Andere goden dan God, wat moet men zich daarbij voorstellen? Zeker niet enkel het aanbidden van meerdere goden of idolen maar alles wat in de weg komt van het aanbidden van de Ene God, dus ook het eigen ik dat men tot status van godheid kan verheffen. Volgens de islam is de hoogste vorm van Jihad (streven) overigens deze van het streven tegen het eigen ik, om zo volledig God te dienen en zich volledig in te schrijven in zijn liefde.

.

.

Het geloof in één God werd door alle Profeten verkondigd. Zo horen we bijvoorbeeld Mozes zeggen:

“Hoor, Israël! de Heer (Jahweh) is onze God, en de Heer alleen. Bemin uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:4-5)
.
.
.

In de Evangeliën horen we ook Jezus zeggen:

“Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer, Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:29-30)
.
.
.

Ook in de Koran vinden we dit terug:

“Zeg : “Hij is God als enige, God als Bestendige. ” (Koran 112:1-2)
.
.
.

Het Oude Testament stelt reeds ondubbelzinnig dat niets of niemand met God gelijkgesteld mag worden:

“Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; gij zult geen andere goden naast Mij hebben. Ge zult u geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus, 20:2)
.
.
.

God is de Eerste en de Laatste. In het boek Isaiah (Jesaja) lezen we:

“Jullie zijn Mijn getuigen, zegt de Heer. Vóór mij was er geen god, en na mij zal er geen god zijn. Ik ben de Heer, en behalve Mij, is er geen enkele Redder”. (Jesaja 43:11)
“Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen god.” (Jesaja 44:6)
.
.
.

Ook dit vinden we in de Koran terug:

“Hij is de Eerste en de Laatste” (Koran 57:3)
“En er is geen andere god dan Ik, een rechtvaardige God, een Redder. Er is er geen dan Ik. Omdat Ik God ben, en er is geen ander.” (Jesaja 45:21-23)
.
.
.
.

Jezus als machtig profeet van God

 

De islam gelooft dan ook niet dat Jezus zelf God was. Dit doorbreekt volgens de islam immers het zuivere monotheïsme dat er geen god is dan God, vermits het een mens verheft tot de status van god-zijn, wat volgens de islam niet kan. Volgens moslims was Jezus evenwel een machtig profeet van God, die dezelfde boodschap verkondigde als al de andere profeten van God.

 

.

MET ANDERE WOORDEN : DE ISLAM GELOOFT NIET IN DE DRIEVULDIGHEID VAN GOD, HET MYSTERIE VAN DE EENHEID VAN GOD DE VADER, GOD DE ZOON EN GOD DE HEILIGE GEEST. VOLGENS DE ISLAM WAS CHRISTUS EEN PROFEET MAAR GEEN MESSIAS DIE HET ZOENOFFER OP ZICH NAM OM TE STERVEN OP HET KRUIS TER VERGEVING VAN ALLE ZONDEN.

 

.

.Jezus en Maria worden in de Koran meermaals eervol vermeld. Er is zelfs een hoofdstuk van de Koran (hoofdstuk 19) dat haar naam draagt. Moslims geloven overigens, net als de christenen, in de maagdelijke verwekking van Jezus en verwijzen daarbij naar Adam om te verduidelijken dat dit niets verandert aan het feit dat Jezus een mens is. Immers, ook Adam had geen menselijke vader (en zelfs geen menselijke moeder), maar dat maakte hem ook niet tot God:

“Waarlijk, het voorbeeld van Jezus, voor God, is zoals dat van Adam. Hij schiep hem van stof en zei “Wees!” en hij was.” (Koran 3:59)
.
.
.

Volgens de Koran deed Jezus met God’s gratie ook mirakelen, en is hij levend in de hemel. Net als christenen verwachten ook moslims de terugkeer van Jezus. Islam en christendom zijn de enige godsdiensten die, elk op hun manier, in de Boodschap van Jezus en in zijn wederkomst geloven.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA