Dagelijks archief: januari 10, 2021

Parel.

Standaard

 categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemeen 

.

Een parel is een hard, rond voorwerp dat door bepaalde weekdieren (hoofdzakelijk oesters, soms slakken) wordt gemaakt, en dat opgevist wordt om als sieraad te dienen. De glans van parels hangt van de reflectie en de breking van het licht in de doorzichtige lagen af. Naarmate de laagjes dunner en talrijker zijn, is de glans fijner.

Parels worden verkregen door parelduikers en parelkwekers. Parels zijn vaak rond, maar soms ook onregelmatig van vorm. Traanvormige parels worden vaak als hanger gebruikt. Onregelmatig gevormde parels worden gebruikt in kettingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Hoewel parels binnen 100-105 jaar verouderen, dan bladdert het parelmoer af, heeft men in Pompeï parels gevonden uit het jaar 79 na Christus. Het is waarschijnlijk dat mensen al 6000 jaren parels kennen.  De Egyptenaren waren ermee vertrouwd en ook bij opgravingen in Mexico werden parels gevonden (deze stammen uit 2500 voor Christus).

In India worden parels gebruikt als talisman. Volgens de overtuiging van Mongolen verhoogt afkooksel van parels de kracht van de mannen. Chinezen gebruikten parels in de geneeskunde. Romeinen beschouwden ze als symbool van macht, wijsheid en geluk.

In de 19e eeuw waren parelcolliers en sieraden met mooi gevormde parels een kostbare accessoire. Menige jongedame droeg een collier van onregelmatige maar natuurlijke parels. De kweek van parels bracht de volmaakt ronde en fraai gekleurde gekweekte parel, de zogeheten cultivé, in het bereik van bredere kringen waar parelkettingen soms onderdeel waren van een parure.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samenstelling

 

Een parel bestaat uit parelmoer; dit is voornamelijk koolzure kalk (in de vorm van aragoniet) en organische hoornstof die de concentrisch om een middelpunt gerangschikte microkristallen aan elkaar kit. Ofschoon de hardheid slechts 2,5 tot 5 op de hardheidsschaal van Mohs is, zijn parels buitengewoon vast. Het is bijna onmogelijk ze met de hand stuk te maken.

De laagjes worden door een hoornachtige stof aan elkaar gekit. Het geheel is het parelmoer. De grootte van de parels varieert van een speldenkop tot een duivenei. De grootste gevonden parel is de Parel van Allah. Een andere grote parel is de Hope Parel.

 

 

Parel van Allah

 

 

 

 

 

 

 

Hope parel

 

 

 

 

Ontstaan

 

Parels vormen zich in oesterachtige zeemossels, enkele soorten zoetwatermossels en soms ook in slakken. Ze ontstaan als reactie op binnengedrongen vreemde delen tussen de schelp en de mantel of zelfs in het inwendige van de mantel. De buitenhuid van de mantel omsluit echter ook binnengedrongen vreemde voorwerpen. En uit deze kapsels ontstaat de parel. Als de parel op de binnenkant van de schelp groeit, dan moet ze uit de wand worden gezaagd. De vorm is dan slechts half kogelvormig. Deze parels heten blisters of schaalparel.

Soms wordt er ook iets tegen de schelp ingebracht als een soort van kern (heel vroeger was dit zelfs in de vorm van boeddha beeldjes). Het weekdier omvat dit met haar paarlemoer. Wanneer deze blister parel dan geoogst wordt snijden ze hem uit de schelp. De kern wordt verwijderd en het resterende opgevuld met een harde stof.

Hierna wordt de achterkant gedicht met een stuk schelp. Deze bewerkte blister parel noemt men een mabé parel en zo was het eerste kweekproces van zoetwaterparels ontstaan reeds in de 13de eeuw in China. Geschat wordt dat in 1 op de 15000 wilde oesters een parel zit.

Tegenwoordig komen de meeste parels uit kwekerijen. In de natuur komen ze voor in Sri Lanka, de Perzische golf, Saoedi- Arabië, Iran,Oman. Pareloesters groeien op Tahiti en voor de kusten van Japan, Mexico, Panama en Californië. De pareloester Pinctada maxima heeft een diameter van 30 cm en weegt 5,5 kilogram. Hij komt voor langs de kusten van Noord- en West Australië.

De grootste pareloester is Tridacna gigas, met een diameter van een meter en een gewicht van 225 kilogram. Minder bekend zijn de zoetwateroesters uit de Mississippi, en de historische vindplaatsen in Duitsland, Bohemen en het Russische Noorden.

Bijna alle parels worden tegenwoordig gekweekt (‘cultivéparels‘). Hiervoor wordt in de oester een klein korreltje parelmoer gelegd en de parel kan dan na twee jaar of langer geoogst worden. De teelt is door de Japanner Kokichi Mikimoto ontwikkeld en in 1896 gepatenteerd. Bij de zoetwaterparels wordt er geen parelmoer maar mantelweefsel ingebracht, deze worden dus zonder kern gekweekt.

 

 

 

 

 

tridacna gigas

 

 

 

 

Sierwaarde

 

De sierwaarde van een parel hangt af van zeven factoren, de glans, vorm, kleur, grootte, perfectie en symmetrie en structuur van het parelmoer, waarbij de glans of luster het belangrijkste is. Daarom kan een kleine parel meer waard zijn dan een grote parel. Perfecte ronde parels zijn zeldzaam. Een parel met een zeldzame kleur is ook kostbaarder. Vaak wordt ten onrechte gedacht dat de donkere, Tahitiaanse parels duurder zijn dan witte Japanse of Australische parels.

In vergelijking met dezelfde maat en kwaliteit zijn ze echter even kostbaar. Het is wel zo dat de Tahitiaanse parels meestal groter zijn en daardoor lijken ze duurder. De gekweekte Tahitiaanse parels hebben een minimum grootte van ongeveer 7 mm en gaan tot 15 mm. Er zijn zeldzame exemplaren die nog groter zijn. De Japanse zoutwatercultuurparels starten vanaf ongeveer 2 mm en gaan tot ongeveer 11 mm.

Doorgaans is de parel licht van kleur (zoetwaterparels hebben wit en alle mogelijke roze tinten), maar er zijn er ook met een donkere kleur, de zogenaamde zwarte parels. Dit zijn Tahiti Parels. Deze worden door de zwartkleppige pareloester Pinctada margaritifera, die in de Grote Oceaan leeft, gevormd door de afzetting van een grijze tot zwarte parelmoerstof. Sinds 1963 worden deze oesters gekweekt.

Jonge nog vrijlevende oesterlarven worden gevangen en opgekweekt op mosselgaas. Na drie jaar wordt in de dan volwassen oester een parelmoerkorreltje ingebracht, waarna het nog twee tot drie jaar duurt voordat te zien is of er een parel gevormd wordt. De bekendste zwarte parel is de Azra. Ze vormt het hart in een ketting van de Russische kroonjuwelen.

 

 

 

 

 

zwarte parel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Watergentiaan : Nymphoides peltata

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de goudgele, gewimperde bloemen
– de kleine, ronde, drijvende bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Watergentiaan is een zout mijdende, overblijvende waterplant, die groeit in stilstaand of zwak stromend, voedselrijk, zoet water in rivierlopen, plassen, kanalen en sloten, vooral op klei. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. Ze bloeit met goudgele bloemen, die boven het water uitsteken. Ze blijven slechts enkele uren open en dan nog alleen bij helder zonnig weer. De kroonbladen hebben een brede donkerder middenstreep en zijn aan de rand gewimperd.

 

 

 

 

 

Blad

 

De drijvende bladeren zijn nagenoeg rond met een diepe insnijding, waar de steel zit. Ze worden zelden groter dan 10 cm.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– watergentiaanfamilie (Menyanthaceae)
– overblijvend
– algemeen tot ontbrekend
– 90 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juli t/m september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 3 tot 5 cm
– 5 kroonbladen
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rond
– top stomp
– rand gegolfd
– voet hartvormig
– netnervig
– drijvend

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Viltig kruiskruid : Jacobaea erucifolia

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de gele “kruiskruid” bloemen en
– de tot dubbel geveerde vlakke bladeren met omgerolde randen en
– de viltige beharing, die later op de bovenkant verdwijnt

.

 

 

 

.

Algemeen

 

Viltig kruiskruid is een overblijvende plant van 30 tot 120 cm hoog. Ze komt algemeen voor op in de Lage Landen. Ze groeit op vochtige, kalkhoudende, grazige grond, vooral op beplante dijken en aan slootkanten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf eind juli tot en met september. Ze begint later te bloeien dan jakobskruiskruid. De gele bloemhoofdjes bestaan uit buisbloemen (in het hart) en 12 tot 15 straalbloemen. Een enkele keer ontbreken de straalbloemen. De hoofdjes staan in schermvormige pluimen. De omwindselbladen hebben meestal geen zwarte top, die van de bloemhoofdjes van jakobskruiskruid wel.

 

.

.

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn tot dubbel geveerd en spinnenwebachtig behaard. De beharing aan de bovenkant verdwijnt later. De bladslippen staan in 1 vlak en de bladrand is iets omgerold. De bladeren van jakobskruiskruid zijn ook tot dubbel geveerd, maar vaak gekroesd, niet behaard en hebben geen omgerolde rand. De stengels zijn groen, soms rood, boven het midden vertakt en evenals de bladeren spinnenwebachtig behaard. Ook die beharing verdwijnt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Herkennen vergelijkbare kruiskruiden
bezemkruiskruid : blad vlezig en zeer smal

jacobskruiskruid : omwindselbladen met zwarte punt / blad (dubbel) geveerd

viltig kruiskruid : omwindselbladen zonder zwarte punt / blad (dubbel) geveerd

duinkruiskruid : zonder straalbloemen / blad (dubbel) geveerd

waterkruiskruid : blad met grote eindslip (ongeveer de helft van het blad) / blad (dubbel) geveerd

schaduwkruiskruid : tanden bladrand opzij gericht / blad langwerpig

rivierkruiskruid : tanden bladrand naar de top gericht / blad langwerpig

moeraskuiskruid : onderkant grijs viltig behaard, bladeren staan ook vaak omhoog gericht / blad langwerpig

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bezemkruiskruid

 

 

 

jacobskruiskruid

 

 

 

duinkruiskruid

 

 

 

waterkruiskruid

 

 

 

schaduwkruiskruid

 

 

 

rivierkruiskruid

 

 

 

moeraskruiskruid

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf eind juli t/m september
– hoofdjes in schermvormige pluimen
– lint- en straalbloemen
– 12 tot 15 mm
– omwindselblaadjes meestal zonder   zwarte punt

Blad
– vespreid
– tot dubbel geveerd
– top spits
– rand gaaf en omgerold
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard, later kaal
– gesteept
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: clementine

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: clementine

 

Mandarijnen en clementines zijn fruit  enorm goed voor onze gezondheid. Wij zetten even op een rijtje welke bijzondere krachten deze vruchten hebben.

 

 

1. Immuunsysteem

 

Als je elke dag twee clementines eet, heb je al de helft van je dagelijkse hoeveelheid vitamine C binnen. Vitamine C stimuleert ons immuunsysteem en zorgt er dus voor dat we goed gewapend zijn tegen alle ziektes en bacteriën die in de lucht hangen tijdens deze koude dagen.

 

 

 

 

 

 

2. Vaatstelsel

 

De oranje vruchten zijn ook enorm goed voor ons vaatstelsel. Ze zitten boordevol stoffen, meer bepaald flavonoïden, die het risico op allerlei hart- en vaatziektes enorm doen afnemen.

 

 

 

3. Botten

 

Niet enkel melk, maar ook deze citrusvruchten zijn een zegen voor onze botten. De carotenoïden in het fruit beschermen én verstevigen onze beenderen.

 

 

.

.

.

4. Zicht

 

Clementines bevatten veel vitamine A, en dat zorgt ervoor dat we goed blijven zien. De vitamine gaat de afbreuk van visuele functies tegen.

 

 

 

5. Antiveroudering

 

Naast A en C, vinden we ook veel vitamine E in de vrucht, en dat draagt bij tot het regenereren van huidcellen. Daardoor zijn clementines net als onze favoriete dagcrème het perfecte middel om rimpels tegen te gaan.

 

 

 

 

 

6. Hart

 

Het oranje fruit beschermt zelfs een van onze belangrijkste organen: ons hart. Dankzij de vitamine B die talrijk aanwezig is, want dat vermindert de kans op hartaandoeningen.

 

 

 

7. Antikrampen

 

Kalium mag het rijtje afsluiten van gezonde bestanddelen van de clementine. Dit mineraal is in grote hoeveelheden aanwezig in het fruit en vermindert krampen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gember : etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Gember etherische olie wordt gedestilleerd uit de gedroogde en gemalen wortelstok van de Zingiber officinalis roscoe. 25 kilo wortels leveren ± 1 kilo etherische olie, deze is lichtgeel tot groenachtig van kleur.

Gember is oorspronkelijk afkomstig uit Azië,  het is de bewerkte wortelstok van de Zingiber officinalis plant.

Dit is een rietachtige plant van meer dan een meter hoog met lange smalle bladeren en een bloemknop met geelrode bloemetjes.

 

 

De knolvormig vertakte wortel heeft een kruidige smaak en is lichtbruin van kleur. De kleinste éénjarige wortelstokken leveren de beste Gember, die `stemginger` genoemd wordt. Verse Gember wordt in China gebruikt voor de behandeling van veel aandoeningen waaronder reuma, malaria en verkoudheid.

Gember is doorbloeding stimulerend, verwarmend, pijnstillend en ontstekingsremmend en daarom ideaal voor massage van verharde spieren, bij spierpijn en reumatische klachten.

Gember olie heeft een zeer plezierige warme, krachtige en vurige geur die weer nieuwe levenskracht schenkt. Bij zwakte en moedeloosheid geeft de olie energie en versterkt het afweersysteem.

 

 

 

Gebruik van gember etherische olie in de aromatherapie

 

 

Gember olie wordt in de aromatherapie gebruikt bij: spierpijn, reumatische klachten,  artritis, vermoeidheid, verstuikingen en verrekkingen, slechte bloedsomloop, slijmvliesontsteking, bijholteontsteking, keelpijn, krampen, flatulentie, misselijkheid, reisziekte, koorts, infectieziekten, griep, verkoudheid, geestelijke uitputting.

 

Let op: in hoge concentraties kan gember olie mogelijk irriterend zijn en het kan bij sommige mensen overgevoeligheid veroorzaken. Licht fototoxisch.

Psychisch: Gember etherische olie stimuleert de verbeelding en is zeer geschikt voor mensen die moeite hebben vorm te geven aan hun leven of hun eigen mogelijkheden niet zien.

Gember is ook een olie die goed werkt bij mensen die (te) hard voor zichzelf zijn. De olie zorgt ervoor dat de innerlijke verharding wordt losgeweekt zodat de energie weer kan stromen.

Het is eveneens een licht afrodisiacum.

Geeft aan mensen zich geestelijk, innerlijk koud voelen warmte, bescherming en geborgenheid.

Gember laat zich uitstekend combineren met ylang ylang, rozenhout, sandelhout, geranium, cederhout, citroen, eucalyptus, grapefruit, koriander, limoen, mandarijn, mirte, neroli, palmarosa, patchouli, roos, rozemarijn, sinaasappel, vetiver en wierook.

 

 

 

 

 

 

 

Gebruik van gember etherische olie 

 

 

  • Massageolie tegen stijve spieren: 5 druppels gember, 2 druppels zwarte peper, 4 druppels geranium en 4 druppels rozenhout mengen in 20 ml. plantaardige olie.Hiermee regelmatig de stijve spieren masseren.
  • Verwarmend bad: 3 druppels gember, 3 druppels rozemarijn en 4 druppels zwarte peper mengen met een eetlepel volle melk, room of honing en dat toevoegen aan een warm bad.
  • Bij keelontsteking en heesheid 6 druppels gember in een glas gekookt, afgekoeld water mengen en met dit drankje 2 x per dag gorgelen.
  • Bij griep en/of  verkoudheid 5-10 druppels gember olie mengen met een eetlepel melk, room of honing. Dit toevoegen aan een warm bad en 15 – 20 minuten baden. Dit versterkt de afweer.
  • Massageolie bij artritis en reumatische klachten: voeg 2 druppels gember, 2 druppels helicrhrysum (strobloem), 3 druppels roomse kamille, 2 druppels jeneverbes, 5 druppels lavendel en 2 druppels mandarijn toe aan 50 ml.  plantaardige olie en masseer de pijnlijke plekken meermaals per dag.

 

 

 

 

 

 

 

De dadelpalm in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De dadelpalm

 

De dadelpalm is een van de kenmerkende bomen van het Midden-Oosten, en werd in Bijbelse tijd veel gekweekt in Israël. In de Jordaan vallei groeiden dichte palmbossen, en Jericho werd bekend als “de palmstad” (Deuteronomium 34: 1-5 ; 2 Kronieken 28:15).

.

 

 

Deuteronium 34 : 1-5

 

1 Daar, in de vlakte van Moab, klom Mozes toen de berg Nebo op. Dat is één van de bergen van de Pisga die tegenover Jericho liggen. Vanaf die berg liet de Heer hem het hele land zien, vanaf het gebied van Gilead tot aan het gebied van Dan, 2 het hele gebied van Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, het hele gebied van Juda tot aan de Grote Zee, 3 het Zuiderland en de vlakte in het dal van Jericho de Palmstad tot aan Zoar. 4 De Heer zei tegen hem: “Dit is het land dat Ik aan Abraham, Izaäk en Jakob heb beloofd toen Ik hen zwoer: ‘Ik zal dit land aan je familie ná jou geven.’ Ik heb het je nu laten zien. Maar je zal niet oversteken om er binnen te gaan.”

 

 

 

2 Kronieken 28:15

 

15En de mannen die hierboven genoemd zijn, begonnen de gevangenen te helpen. Ze gaven de mensen die niets meer aan hadden, kleren en schoenen uit de buit. Ze gaven iedereen eten en drinken en ze verzorgden hun wonden met olijf-olie. De mensen die te zwak waren om nog te lopen, zetten ze op ezels. Zo brachten ze hen naar Jericho in Juda, de Palmstad. Daarna gingen ze terug naar Samaria.

.

.

 

 

 

In de Bijbel lezen wij over een oase in de woestijn Sinaï, met zeventig palmbomen die, met de daarbij behorende bronnen, zorgden voor lafenis en verfrissing voor de Israëlieten. De Romeinse natuurkenner Plinius de Oudere, die in de eerste eeuw na Christus leefde, roemde de dadels uit Judea om hun sappigheid en zoetheid.Feitelijk was de dadelpalm zo nauw met Judea verbonden, dat de Romeinse keizer Vespasianus, die het land in 70 na Chr. veroverde, dit vierde door een bronzen muntstuk uit te brengen waarop de staat Judea stond afgebeeld als een wenende vrouw onder een dadelpalm.Na de wegvoering van de Joden uit hun land, stierven ook de Judeese dadelpalmen uit. De palmen in het huidige Israël zijn geïmporteerd uit Californië, maar hebben hun oorsprong in Irak. Merkwaardig genoeg wisten onder-zoekers in Israël onlangs een oud Judees palmzaadje te laten ontkiemen.De zaden waren afkomstig uit een kruik, die in de jaren zeventig was opgegraven door de archeoloog Ehud Netzer. Door middel van de ‘radiokoolstof’ dateer methode schat men dat de zaden zo’n 2.000 jaar oud zijn, en daarom is dit boomzaad het oudste dat tot nu toe met succes ontkiemd is.Palmbomen vallen op door hun heel lange ‘takken’ die eigenlijk de bladeren zijn. Vandaar hun gebruik als ‘bouwmateriaal’ voor de hutten, die de Israëlieten plachten te maken voor het Loofhuttenfeest (Leviticus 23: 39-41). De palmboom wordt ook als beeld gebruikt voor sierlijkheid en bevalligheid, zodat Israëlische meisjes zo werden genoemd: ‘Tamar’ (Hooglied 7: 6-8). 

 

 

Leviticus 23: 39-41

 

39 Dus vanaf de 15e dag van de zevende maand, als jullie de oogst van jullie land binnenhalen, moeten jullie zeven dagen lang voor Mij feestvieren. Op de eerste dag mogen jullie niet werken en op de achtste dag mogen jullie niet werken. 40 Op de eerste dag moeten jullie takken van de fruitbomen, palmbomen en wilgen afsnij-den. Van die takken bouwen jullie hutten. Jullie moeten zeven dagen lang voor Mij feest vieren. 41 Dus zeven dagen in het jaar vieren jullie dit feest voor Mij. Het is een eeuwige wet. Jullie moeten dit feest in de zevende maand vieren.

 

 

 

Hooglied 7: 6-8

 

6 Wat is de liefde toch heerlijk. Het is het mooiste wat je verlangen kan. 7 Je bent zo slank en sierlijk als een dadelpalm. Je borsten zijn de dadeltrossen. 8 Ik dacht: ‘Ik wil in die dadelpalm klimmen en van de dadels eten.’ Je borsten zijn zo heerlijk als druiventrossen en je adem ruikt naar appeltjes.

 

 

 

.

 

 

Dat beeld werd door de psalmist ook op de rechtvaardigen toegepast (Psalm 92:13-15). Bij zijn komst in Jeru-zalem werd de Here Jezus door de scharen verwelkomd met palmtakken, en als Hij terugkomt, zullen de heiligen, de gelovigen uit alle plaatsen en tijden, Hem ook zo huldigen (Johannes 12:12-14 ; Openbaring 7: 9-10).

 

 

 

Psalm 92: 13-15

 

13 Als je leeft zoals God het wil, zal het goed met je gaan. Je zal groeien als een palmboom, hoog worden als een cederboom op de Libanon. 14 Je bent dan geplant op het voorplein van het heiligdom van onze God. 15 Zelfs als je oud bent geworden, zullen er nog vruchten aan je groeien. Je zal nog steeds fris en groen zijn.

.

 

 

Johannes 12:12-14

 

12 De volgende dag hoorden de mensen die voor het Paasfeest waren gekomen, dat Jezus naar Jeruzalem kwam. 13 Ze trokken takken van de palmbomen, gingen Hem tegemoet en riepen: “Hosanna! (= ‘Red toch!’) Gods zegen op de Man die door de Heer is gestuurd!” En: “Leve de Koning van Israël!”  14 Jezus liet een jonge ezel halen en ging er op zitten.

 

 

 

Openbaring 7: 9-10

 

9 Daarna zag ik een groep mensen die zó groot was dat niemand hen kon tellen. Het waren mensen van alle volken en stammen en landen en talen. Ze stonden voor de troon en voor het Lam. Ze hadden lange witte kleren aan en hielden palmtakken in hun handen. 10 En ze riepen luid: “Wij zijn gered dankzij onze God die op de troon zit, en dankzij het Lam!”

 

 

 

 

.

.

 

 

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

De Bijbelse Oudheidkunde

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De Bijbelse Oudheidkunde is de wetenschap die een beschrijving geeft van het leven op het terrein van de bijzondere Godsopenbaring (zoals overgeleverd in de Bijbel) , met zijn verschillende toestanden, instellingen, zeden en gewoonten.

 

 

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

 

.

 

Inleiding

.

Nut

 

Voor een goed begrip van de Bijbel, in het bijzonder van de Bijbelse Geschiedenis, is het nodig om enigszins bekend te zijn met de Bijbelse Oudheidkunde.

.

 

Stof

 

De naam Israëlitische Oudheidkunde moet als te beperkt worden verworpen. Pas na de uitleiding uit Egypte treden de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob in de geschiedenis op als het volk Israël. Bij de Sinaï heeft God hen geformeerd tot een volk, en aangenomen tot Zijn volk, dat tot op Christus’ komst drager van Zijn bijzondere openbaring zijn zou. Aangezien echter de bijzondere openbaring niet eerst toen, maar al direct na de zondeval begonnen is, moet de Oudheidkunde ook van hen, die van Adam af met deze openbaring werden bedeeld, het leven en de leefvormen beschrijven, althans voor zover dit mogelijk is.

.

 

Gegevens

 

Wat de tijden vóór Mozes aangaat, staan ons niet veel gegevens ter beschikking. Aan het tijdperk van Adam tot Abraham worden in de Schrift slechts enkele bladzijden gewijd. Wel valt er meer te beschrijven over het tijdperk van Abraham tot Mozes, maar kan er zeker geen volledige beschrijving van de Oudheidkunde in dit tijdvak gege-ven worden. En het weinige, dat meegedeeld word, geeft wel enig inzicht in het godsdienstig leven, maar biedt heel weinig gegevens over het burgerlijk-maatschappelijk leven.

.

 

Indeling

 

Wat de indeling van de voorhanden stof betreft, verdient het de voorkeur, om eerst het godsdienstig leven, en vervolgens het persoonlijk en huiselijk, het maatschappelijk en staatkundig leven te beschrijven. Als bezwaar wordt hiertegen ingebracht, dat het natuurlijke eerst is, daarna het geestelijke, en dat de bijzondere openbaring altijd begint met in het natuurlijk leven in te gaan. Dit bezwaar is niet helemaal ongegrond. Het kan niet worden ontkend, dat de goddelijke instellingen en gebruiken het natuurlijk leven veronderstellen en zich daarbij aansluiten.

Anderzijds mag echter niet worden voorbijgezien, dat juist op het terrein van de bijzondere openbaring heel het leven door de dienst van God wordt beheerst en gedragen. Het is, om een voorbeeld te noemen, de roeping van en de belofte aan Abraham, die de levensgang van de aartsvaders bepaalt. Met name bij Israël is het burgerlijk-maatschappelijk leven niet los te denken van het godsdienstige leven. Heel de nationale ontwikkeling van Israël hangt ten nauwste samen met zijn verkiezing en bestemming tot volk van God.

.

 

oude gebouwen uit de tijd van koning David

oude gebouwen uit de tijd van koning David

 

.

 

Het godsdienstig leven vóór Mozes

.

Terstond na de geschiedenis van de zondeval (Gen. 3 : 1) lezen we van het offer, door Kaïn en Abel gebracht (Gen. 4 : 1). In het algemeen heeft het offer ten doel, de gemeenschap met God te zoeken, door Hem een stoffelijke ga-ve aan te bieden. Vóór de val wijdde de mens zichzelf met al het zijne de Heere toe. Maar door de zonde werd de gemeenschap met God verbroken. Toen heeft God Zelf de gevallen mens opgezocht, hem de belofte geschonken van het vrouwenzaad, (Gen. 3 : 15).

Kaïn en Abel zijn de eersten, van wie wij lezen, dat zij hebben geofferd, kennelijk met het doel, Gods gemeen-schap te zoeken, een blijk van Zijn gunst te ontvangen, door Hem met welgevallen te worden aangezien. Een andere onderscheiding dan die tussen bloedige en onbloedige offers, (Gen. 4 : 3 en 4) werd blijkbaar nog niet gemaakt.

Uit het feit, dat er vóór Abraham alleen van brandoffers sprake is, niet van zonde- en schuldoffers, mag niet wor-den afgeleid, dat de behoefte aan verzoening niet werd gekend. Pas bij Noach lezen we van een altaar, (Gen. 8 : 20) waaruit echter niet volgt, dat er vóór de zondvloed niet op een altaar zou zijn geofferd. In de dagen van Seth, na de geboorte van Enos (Gen. 4 : 26) “begon men de Naam van de Heere aan te roepen”, d.w.z. er werd een begin gemaakt met de openbare godsdienstoefening. Op geregelde tijden kwam men samen tot gemeenschap-pelijke verering en offerande.

.

 

Altaren

 

Van de aartsvaders Abraham, Izaäk en Jakob, weten wij, dat zij op de plaats waar de Heere hun verscheen, of waar zij zich voor enige tijd dachten te vestigen, altaren bouwden, om God hun offers te brengen en daar in het gebed tot Hem te naderen, (Gen. 12 : 7 – 13 : 4 – 21 : 33 – 26 : 25). Deze altaren waren hoogten, gebouwd van ongehou-wen stenen of van graszoden, en stonden in de open lucht of onder de schaduw van een boom. Het offer werd gebracht door de huisvader. Een speciaal ingesteld priesterschap kent de patriarchale tijd niet.

 

.

Besnijdenis

 

Aan Abraham werd reeds als een blijvende instelling de besnijdenis bevolen. Op zijn 99 ste jaar sprak de Heere tot hem: Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde” (Gen. 17 : 10). Deze besnijdenis, die op de achtste dag moest plaatshebben, was dus een teken en een zegel van het verbond, dat tot inhoud had: “u te zijn tot een God en uw zaad na u” (Rom. 4 : 11). De wegsnijding van de voorhuid, dat in de regel door de huisvader met een stenen en later met een stalen mes gedaan werd, was een zegel van de wegneming van “de voorhuid des harten” en van “de besnijdenis des harten”, dat is van het zondige hart, de vleselijke natuur, waaruit de zonden voortkomen.

Ook ingeborene en gekochte slaven, alsook inwonende vreemdelingen, waren aan het bevel van de besnijdenis onderworpen (Gen. 17 : 12 en 13). Lang vóór Abraham werd al bij de Egyptenaren en andere volken uit de oud-heid de besnijdenis toegepast als een soort van gezondheidsmaatregel, en dan niet voor elke man uit het volk, maar alleen voor de priesters, terwijl van een besnijdenis van kinderen nooit sprake was. De moslims voltrekken ze, ook nu nog, pas op hun 13e jaar (Gen. 17 : 25).

Zoals God niet pas tijdens Noach de regenboog in het aanzijn riep, maar die voortaan stelde tot een teken van Zijn verbond, zo sloot Hij, toen Hij aan Abraham de besnijdenis gaf, Zich aan bij een reeds onder andere volken bestaand gebruik, maar bepaalde daarvoor wel een geheel nieuwe manier van bediening, en gaf daaraan ook een geheel nieuwe, geestelijke betekenis.

.

 

Eed zweren

 

Bij de aartsvaders lezen we voor het eerst van het eed zweren. Toen God aan Abraham de belofte van het verbond gaf, zwoer Hij bij Zichzelf, dat Hij bij niemand die meerder was, had te zweren (Gen. 22 : 16 tot 26) en (Hebr. 6 : 13). Abraham liet zijn knecht zweren bij de Heere, de God des hemels en der aarde (Gen. 24 : 2 en 3). Jakob zwoer bij de vreze van zijn vader Izaäk: (Gen. 31 : 53)  “dat is, bij God, Die zijn vader Izaäk met grote eerbied en godvruchtigheid diende”. Bij het zweren werd de hand opgeheven tot de hemel (Gen. 14 : 22) of gelegd onder de heup van hem, die de eed vroeg (Gen. 24 : 2 tot 9 – 47 : 29)  (Gen. 21 : 23 – 24 : 31 – 25 : 33 – 26 : 31 – 47 : 31 – 50 : 25).

.

 

Zegening

 

Ook de patriarchale zegening was een godsdienstige handeling. Hierbij traden de aartsvaders op als profeten, wat onder meer hieruit blijkt, dat zij de zegening niet gaven aan de kinderen, voor wie zij een zekere voorliefde had-den (Gen. 27 : 27 en 39 en 49 – 48 : 14). Abraham heeft Izaäk niet gezegend; dat Izaäk de erfgenaam van de be-lofte zou zijn, was boven alle twijfel verheven. De zegening van Izaäk moest echter het onderscheid tussen Jakob en Ezau, de zegening van Jakob het onderscheid tussen Juda en zijn andere zonen openbaren en in de historie vaststellen.

.

 

Afgoderij

 

Hoewel de aartsvaders zich zelf vrij hielden van alle afgoderij, sloop deze nochtans hun tenten binnen. Rachel stal de terafim van haar vader (Gen. 31 : 19) en Jakob moest, vóór hij zijn gelofte te Bethel kon vervullen, de vreemde goden en de (waarschijnlijk als amuletten gedragen) oorsierselen van zijn huisgenoten wegdoen (Gen. 35 : 2).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John astria

.

 

Egyptische invloed

 

Van het godsdienstig leven van de kinderen Israëls tijdens hun verblijf in Egypte wordt in de Schrift weinig mee-gedeeld. De godvruchtigen hebben stellig geleefd bij de beloften, aan de vaderen gedaan, en de hoop vastge-houden op het toekomstig bezit van Kanaän (Ex. 4 : 29 tot 31). Dat de sabbat in ere werd gehouden, kan als zeker worden aangenomen; uit het feit, dat er op de sabbat geen manna viel, blijkt dat hij door Israël vóór de wetge-ving al werd gevierd (Ex. 16 : 23 tot 30). In Egypte werden de afgoden door velen gediend (Lev.17 : 7) (Ez. 20 : 7 tot 9). In de latere geschiedenis komt telkens uit, hoezeer de zeden en gewoonten van de Egyptenaren invloed op de Israëlieten hebben uitgeoefend. Zeer waarschijnlijk heeft de herinnering aan de stierdienst in Egypte geleid tot het maken van het gouden kalf bij de Sinaï  (Ex : 32).

 

 

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

 

.

 

Het godsdienstig leven bij het volk Israël

.

Uit kracht van het verbond met Abraham waren de kinderen Israëls ten allen tijde een afgezonderd geslacht. Daarom noemt de Heere hen, in opdracht aan Mozes, “Mijn volk”(Ex. 3 : 7 en 10). Voor het eerst bij de Sinaï echter worden ze daadwerkelijk geformeerd tot een volk, en gaat de belofte in vervulling: “Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn”(Ex. 6 : 6). Uit kracht van de genadige betrekking, waarin God Zich tot Israël stelt, in onderscheiding van andere volken, geeft Hij het volk Zijn wetten en inzettingen, die alle rusten op de Wet, nl. de Wet van de tien geboden (Ex 20 en Deut 5).

God, Die heilig is, had Israël verkoren om een heilig volk te zijn en zich Hem geheel en al toe te wijden. Israël was dat, wanneer het in- en uitwendig, in geloof en levenswandel, zich gedroeg overeenkomstig de wetten, welke God bij de Sinaï gaf. Deze heiligheid, waartoe Israël geroepen was, sloot niet alleen de zedelijke heiligheid in, die in de wet van de tien geboden, maar ook de ceremoniële heiligheid, die in de schaduwachtige wetten wordt ge-vraagd. Deze laatste, die in Christus en Zijn gemeente hun vervulling verkrijgen, bevatten wat door God was bepaald omtrent:

  • plaatsen van de offerdienst (tabernakel, tempel),
  • voor de dienst van God uitverkoren personen (levieten, priesters),
  • bepaalde godsdienstige handelingen (offeren, reinigen, besnijden, geloften doen, bidden en zegenen, verbannen, wijden eerstgeborenen, eerstelingen en tienden, zalven, gewijde zang en muziek) en
  • bijzondere tijden (dagelijks offers, sabbat, maandsabbat, sabbatsjaar, jubeljaar, feesttijden, verzoendag).

 

.

Israël, het volk van God

Israël, het volk van God

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria