Dagelijks archief: januari 24, 2021

Zelfbehandeling met Reiki niveau 1

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

.

Bij Reiki I leer je hoe je jezelf kan behandelen. de handposities veranderen nog wel eens een keer per Master en per Reikiboek. Maak je hier alsjeblieft geen zorgen om. Reiki stroomt echt wel en wees niet bang of je je handen wel helemaal goed legt of als je een keer de volgorde veranderd.

 

 

spirit-aura-web

 

 

Waarschijnlijk gaat die volgorde vanzelf veranderen. Je merkt dat je handen hun eigen posities gaan innemen. Soms meer geconcentreerd op de Chakra’s dan weer op de organen, gewrichten, Nadi’s of het aura gebied. De handposities die je geleerd hebt zijn dan ook niets anders dan een (belangrijke) leidraad. Een leidraad om te zorgen dat je het gehele lichaam Reiki geeft.

Daarnaast zorgt het ervoor dat je je helemaal op de energie kan richten, en niet rationeel hoeft na te denken waar je je handen zult neerleggen, etc. Zorg dat je de handposities net zo lang gebruikt, totdat je de energie goed voelt en je meer en meer kunt vertrouwen op je intuïtie. Laat daarna steeds meer de handposities los, maar vergeet ze noot. Het blijft altijd een basis.

 

 

 

   Het Reiki teken

.

reiki_teken

.

 

 De hieronder weergegeven posities geeft een gehele zelfbehandeling weer.

Voor je de eerste handpositie aanneemt veeg je eerst jezelf af. Doe dit met de Kenyuso.

 

 

handposities – voorkant lichaam

.

het hoofd

 

1. Beide handen op of boven het gelaat.
2. Zijkanten hoofd op de slapen / oren.
3. Draai het hoofd om zodat het hoofd in jouw handen (kommetje) rust.
4. Eén hand naar het mastoïd (onderkant scheden tegen de nek) en één hand op derde oog. Hiermee verbindt je de intuïtie (Derde oog) met het gevoelscentrum binnen de hersenen.
5. Beide handen om de kruin waarbij je de kruin zelf vrijlaat. Hier bevindt zich het ratio van de hersenen.
voorkant lichaam: Posities op de romp, voor het Chakra en zijkanten van de Chakra.
We plaatsen de handen eerst op het Chakra om dit Chakra te stimuleren. Vervolgens aan de zijkanten van het Chakra om de bijbehorende organen te stimuleren. Zodoende kan je in enkele stappen de hele romp en alle belangrijke plaatsen behandelen.

 

 

 

de romp

 

6. Nek Chakra (kin tot bronchiën), beide handen op of net boven dit Chakra.
7. Nek Chakra, zijkanten van de nek in de hals.
8. Hart Chakra (tussen de borsten), beide handen op of boven dit Chakra .
9. Hart Chakra, plaats je handen onder de oksels ter hoogte van het Hart Chakra.
10. Zonnevlecht (een handbreedte boven de navel), beide handen op of boven dit Chakra .
11. Zonnevlecht, aan de zijkanten van het lichaam onderkant ribbenkast.
12. Sacraal Chakra (een handbreedte onder de navel), beide handen op of boven dit Chakra .
13. Sacraal Chakra, aan de zijkant van het lichaam aan de bovenkant van de heup.
14. Perineum (tussen poepert en plassert), ga op je handen zitten, en of plaats je handen voor je kruis.
15. Perineum, beide handen op je heupen.

 

 

 

Handoplegging: de tweede graad

Handoplegging: de tweede graad

 

 

.

linkerbeen en rechterarm

 

Omdat we met ons beider handen niet onze arm kunnen behandelen, gebruiken we onze voet Chakra’s die net zo sterk zijn als onze hand Chakra’s. Zo geven we toch met twee hand/voet posities energie aan de armen en de benen.

16. Plaats je rechterhand Chakra op je linkervoetzool Chakra en behoudt dit contact ! Houdt je linkerhand op je linkerheup (waar die al lag).
17. Ga nu met je linkerhand van gewricht (nu is dat heupgewricht), naar het bovenbeen (tussen de gewrichten). Dit doe je steeds zo bij zowel het been als de arm.
18. En nu naar de knie (gewricht).
19. Onderbeen (tussen de gewrichten).
20. Enkel (gewricht)
21. En omsluit nu je linkervoet tussen je beide handen door je linkerhand op de wreef van je linkervoet te plaatsen.
22. Behoudt nog steeds het contact tussen je rechterhand Chakra op je linkervoetzool Chakra !
Leg nu je linkerhand op je rechterschouder (gewricht).
23. Ga nu met je linkerhand naar je rechterbovenarm (tussen de gewrichten).
24. Elleboog (gewricht).
25. Onderarm (tussen de gewrichten).
26. Pols (gewricht).
27. En omsluit nu je rechterhand tussen je linkervoet en je linkerhand.

 

 

 

rechterbeen en linkerarm.

 

Doe dit nu hetzelfde, maar met je andere been en arm.

28. Plaats je linkerhand Chakra op je rechtervoetzool Chakra en behoudt dit contact ! Houdt je rechterhand op je rechterheup.
29. Ga nu met je rechterhand van gewricht (nu is dat heupgewricht), naar het bovenbeen (tussen de gewrichten). Dit doe je steeds zo bij zowel het been als de arm.
30. En nu naar de knie (gewricht).
31. Onderbeen (tussen de gewrichten).
32. Enkel (gewricht)
33. En omsluit nu je rechtervoet weer.
34. Behoudt nog steeds het contact tussen je rechterhand Chakra op je linkervoetzool Chakra !
Leg nu je rechterhand op je linkerschouder (gewricht).
35. Bovenarm (tussen de gewrichten).
36. Elleboog (gewricht).
37. Onderarm (tussen de gewrichten).
38. Pols (gewricht).
39. En omsluit nu je rechterhand.

 

.

handposities achterkant lichaam

.

De achterkant van het lichaam is bij de zelfbehandeling moeilijk uit te voeren. We beperken ons dan ook tot de nieren.

40. Beide nieren aan de zij- en achterkant van het lichaam ter hoogte van de onderste ribben.

 

 

intuïtief behandelen

.

Je bent nu ongeveer 40 minuten bezig geweest met de vaste handposities. Wellicht is je bij één of meerdere posities iets opgemerkt. Voelde het ergens warmer of kouder aan, was er meer tinteling, tocht of prikkeling. Wellicht voelde je pijn onder je handen, emoties of juist blijheid of voelde het gewoon goed. Ga nu terug naar die posities en benader deze plaatsen op het lichaam zo intuïtief mogelijk.

Laat je nu niet leiden door het stappenplan, maar ga met je gevoel mee en leg je handen daar waar het gevoel je handen plaatst. Doe dit voor de laatste 20 minuten. Dit intuïtief behandelen wordt steeds belangrijker en vormt de opstap naar Reiki II.

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Ludwig van Beethoven

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

Beethoven: componist van de Romantiek

 

 

Ludwig van Beethoven is één van de grootste componisten allertijden. Hij krijgt een muzikale opvoeding in Bonn, en vertrekt later naar Wenen, waar hij zijn hele leven verblijft. Beethoven laat zich inspireren door de ideeën van de Duitse Romantiek. De opvoering van zijn Negende Symfonie is een absoluut hoogtepunt in de geschiedenis van de muziek.

 

 

 

 

 

Het vroege leven van Beethoven

 

Ludwig van Beethoven wordt geboren op 16 of 17 december 1770 in een huis aan de Bonngasse nummer 18 in Bonn. Zijn geboortedatum is niet zeker. Wel is duidelijk dat hij is gedoopt op 17 december en dat het in katho-lieke kringen in die tijd verplicht was een pas geboren kind binnen vierentwintig uur te laten dopen. Beethoven kwam uit een Vlaamse familie die zich halverwege de achttiende eeuw in Bonn had gevestigd. Zijn vader, Johann van Beethoven, was beroepszanger aan het hof van de keurvorst van Keulen. Zijn moeder, Maria Magdalena kreeg voor en na de geboorte van Ludwig enkele kinderen die al vroeg stierven. Zijn twee jongere broers, Caspar Karl en Nikolaus Johann groeiden gezond op.

.

 

 

Beethoven als wonderkind

 

Beethoven groeide op in een muzikale familie. Zijn vader verdiende zijn geld met zingen, en ook zijn grootvader was muziekleraar geweest. Johann was een hardvochtige vader die de jonge Ludwig dwong om piano te leren spelen. Aan deze brute opvoeding hield Ludwig zowel muzikale discipline als argwaan tegenover menselijke mo-tieven over. Johann presenteerde zijn zoon graag als wonderkind, naar het model van Mozart, die al op zesjarige leeftijd optrad voor de Europese vorstenhoven. Beethoven gaf op 26 maart 1776 een concert in Keulen, maar werd door het publiek niet als wonderkind beschouwd.

 

 

.

Opleiding

 

Beethoven ging na dit optreden naar de Latijnse school, waar hij niet bijzonder goed presteerde. Hij ontwikkelde wel steeds meer interesse voor de piano en ging steeds meer improviseren in de muziek. Daar blonk hij het mees-te in uit. Hij oefende zich ook in vioolspelen en nam op eigen initiatief muziekles bij de organisten van Bonn. Hij kon nu op het orgel spelen van kapellen en kathedralen en speelde hoorn. Rond zijn tiende jaar ging hij zijn im-provisaties opschrijven. De muziekleraren hadden oog voor Ludwigs talent, en haalden hem van school. In de ja-ren die volgden, kreeg hij les van Christian Gottlob Neefe, de plaatselijke hoforganist.

Beethoven hield zich vooral met muziek bezig in zijn jonge jaren. Hij mocht al snel invallen voor Neefe, en werd opgenomen in de muzikale gemeenschap van Bonn. In 1787 overleed Ludwigs moeder, waardoor hij angstig en depressief werd. De rijke weduwe Hélène von Breuning nam hem onder haar hoede. Zij maakte deel uit van de hoogste culturele kringen in Bonn. De jonge Ludwig werd de pianoleraar van haar vier kinderen en leerde hier o-ver zaken die hij door zijn korte schooltijd gemist had. Hij leerde over de schoonheid van de Duitse literatuur, de lyrische poëzie, geschiedenis en natuurwetenschap. Even later behaalde hij een graad in de Wijsbegeerte aan de nieuw gestichte universiteit van Bonn. De waardering voor de mooie Duitse literatuur zou later in zijn werk nog terugkomen.

 

 

 

 

 

Verhuizing naar Wenen

 

Aan het einde van de achttiende eeuw was Wenen de politieke en culturele hoofdstad van Centraal  Europa. Hoe-wel het een kleine stad was –er woonden slechts 250.000 mensen- had het geheel een metropolitische uitstraling. Door de centralisatiepolitiek van Maria Theresia en Joseph II was de administratie van de stad en de omliggende gebieden van het rijk in Wenen gevestigd. Dat betekende dat een derde van de bevolking ambtenaar was. Maria Theresia en Joseph II hielden een sombere, en zelfs ascetische leefwijze aan die weerspiegeld werd in hun politiek.

Er werd nauwelijks geïnvesteerd in het culturele leven, waardoor deze taak door de adel van Wenen werd overge-nomen. De stad kende een aantal belangrijke adellijke families die hun tijd doorbrachten met concertbezoeken, theatervoorstellingen, wandelingen, bals en andere evenementen. Dankzij de grote interesse in muziek was de stad een trekpleister voor componisten en pianoleraren. Beethoven kwam op 10 november 1792 in Wenen aan. Hij huurde een piano en leerde dansen, om zo te kunnen  integreren in de aristocratische kring.

 

.

 

Componisten in Wenen

 

Beethoven was al eens eerder in Wenen geweest om een bezoek te brengen aan Mozart. Er wordt gezegd dat de twee elkaar ontmoet hebben, maar dat is niet zeker. Ze zouden muziek gespeeld hebben voor elkaar, en Beet-hoven zou over Mozart hebben gezegd dat zijn werk ‘hakkerig’ was. In werkelijkheid was Mozart op dat moment druk bezig met het componeren van zijn opera Don Giovanni. Beethoven zelf kreeg te horen dat zijn moeder ern-stig ziek was, en haastte zich terug naar Bonn. Toen Beethoven later opnieuw in Wenen arriveerde, was Mozart al overleden. Een andere beroemde inwoner van Wenen was de componist Haydn. Ludwig nam les bij hem, maar de twee konden het niet met elkaar vinden. Beethoven vond dat hij weinig leerde, en Haydn had weinig interesse in hem. Zijn eerste openbare concert in de stad gaf hij op 29 maart 1795 in het Burgtheater.

 

 

Wenen kohlmarkt 18 e eeuw

 

 

 

Mozart

 

 

 

Haydn

 

 

 

Verlichting en Romantiek in Europa

 

Beethoven had al kennis gemaakt met de Duitse literatuur van zijn tijd. Hij had bijzonder veel waardering voor de schrijvers Goethe en Schiller. Deze auteurs behoorden tot de literaire stroming van de Duitse Romantiek. Beet-hoven zou hun werk later gebruiken in zijn muziekstukken. De romantiek was een reactie op de Franse verlichting, die in Europa veel opschudding had veroorzaakt.  Het verlichtingsdenken was gericht op democratisering en ge-lijkheid, en leidde in 1789 tot de Franse revolutie, waarbij het Franse koningshuis op gewelddadige wijze ten val werd gebracht.

In Duitsland en Oostenrijk werd met afgrijzen gereageerd op de ontwikkelingen in Frankrijk. De adel vreesde te-recht voor de komst van de revolutionairen uit Frankrijk. In intellectuele kringen vond men de Fransen overdreven gewelddadig. De revolutie vormde ook voor Beethoven een bedreiging, aangezien hij leefde in de kringen van de Weense aristocratie. Beethoven was democratisch gezind, maar dreigde toch persoonlijke geraakt te wor-den van de revolutie. Hij vond zijn antwoord op de ontwikkelingen in de Duitse Romantiek.

 

 

 

De Duitse Romantiek

 

In de literaire kringen van Berlijn en Jena ontstond in 1797 de Duitse Romantiek. Deze intellectuele beweging werd gevormd door schrijvers als August Wilhelm Schlegel, Schelling en Novalis. Zij wilden, net als de verlich-tingsdenkers en revolutionairen ook de maatschappij veranderen, maar streefden naar een samenleving die meer esthetisch dan politiek was. Ze vonden het verlichtingsdenken kil en te rationeel. Er was geen ruimte meer voor emoties, of voor de natuur en de plek van de mens daarin. De verlichting had God vervangen door de rede, maar maakte daardoor van de rede zelf een nieuwe, strenge god.

Een te rationeel wereldbeeld zou tot nihilisme leiden, en de mens zijn plek in de natuur en in de maatschappij ontnemen. Tegenover deze strengheid en ontheemding streefden de romantici naar een herwaardering van de natuur. De sleutel naar de vrijheid was niet langer de politiek, maar de kunst. De esthetische staat werd het ideaal van de romantici. Immers, als de wereld zelf een kunstwerk werd, zou de mens daarin zin en betekenis vinden.

 

 

Natuur is belangrijke Inspiratie. het gaat om persoonlijk gevoel !!

 

 

 

Friedrich Schiller

 

Eén van de bekendste romantici is de filosoof en dichter Friedrich Schiller. Zijn boek Brieven over de esthetische opvoeding van de mens is één van de belangrijkste werken van de romantiek. Op bevlogen wijze schrijft Schiller dat hij geen heil meer ziet in de politiek, en dat alleen de kunst tot vrijheid zal leiden. Schiller staat bekend om zijn nadruk op het ‘spel’ van de kunst. Daarnaast is hij bekend van zijn gedicht Ode aan de Vreugde, een werk dat later door Beethoven nog beroemder zal worden gemaakt.

 

 

friedrich_schiller

 

 

 

Johann Wolfgang von Goethe

 

Schiller was zijn leven lang bevriend met de Duitse schrijver Goethe. Zijn werk Het leiden van de jonge Werther wordt gezien als een klassieker van de Duitse romantiek. In dit werk verlangt de jonge Werther hevig naar een onbereikbare liefde en pleegt uiteindelijk zelfmoord. Hoewel Goethe in de beginjaren sympathie had voor de ro-mantici, ging hij zich er later meer van distantiëren. Hij vond dat sommige romantici teveel geobsedeerd waren door de ik-cultus. Bovendien ambieerde hij wel een belangrijke rol in de politiek, iets waar de meeste romantici niet meer in geloofden.

 

 

Johann_Wolfgang_von_Goethe_(Josef_Stieler)

 

 

 

Beethoven en de romantiek

 

Beethoven had veel belangstelling voor het werk van Goethe en Schiller. In 1809 werd hij uitgenodigd om de mu-ziek te componeren bij een toneelstuk van Goethe, Egmont. Het hoftheater van Wenen had besloten om twee producties te programmeren: Schillers Wilhelm Tell en Goethes Egmont. De muziek bij Schillers stuk werd gecomponeerd door Gyrowetz.

 

 

De Negende Symfonie

 

Eén van de absolute hoogtepunten in de geschiedenis van de muziek, is de opvoering van Beethovens Negende Symfonie. Hij was in 1816 al begonnen aan het stuk, maar maakte het pas rond februari 1824 af. Deze legen-darische symfonie werd voor het eerst opgevoerd op 7 mei 1824 in het Kärntnertortheater in Wenen. De zaal zat tot de nok toe vol en de verwachtingen van de beroemde componist waren hoog. Beethoven was echter zelf niet de dirigent. Het ging al enige tijd niet goed met zijn gezondheid, en hij had last gekregen van geruis en gepiep in zijn oren. Dit leidde er uiteindelijk toe dat hij volledig doof werd.

Tijdens de opvoering van de symfonie stond Beethoven naast de dirigent. Het publiek was razend enthousiast en gooide met hoeden en zakdoeken. De onrust was zo groot, dat zelfs de politie eraan te pas moest komen. Ludwig kon het applaus niet horen, maar draaide zich om, zodat hij, tot zijn grote vreugde, de mensen kon zien klappen.

 

 

Ode aan de Vreugde

 

Het thema van de symfonie kon niet toepasselijker zijn. De vreugde van het publiek en de componist was gewel-dig groot. Voor het stuk had Beethoven een tekst gebruikt van Schiller, genaamd Ode aan de Vreugde. Het werd gezongen als koorfinale in een verder instrumentaal stuk. Het thema van de vreugde, de prachtige muziek en het romantische ideaal maken het stuk tot één van de meest gewaardeerde kunstwerken ooit. Het werd dan ook in 1972 gekozen als volkslied door de Raad van Europa. In 1985 werd het officieel het volkslied van de Europese Unie.

 

 

 

Ode1

 

 

 

Het afscheid van Beethoven

 

Beethoven was de laatste jaren van zijn leven regelmatig ziek. Hij had mogelijk in 1796 al tyfus opgelopen. Eind 1826 kreeg hij een longontsteking die hij nog te boven kwam. Hoewel het met zijn gezondheid bergafwaarts ging, bleef hij componeren zolang hij kon. In december werd er geelzucht en waterzucht (een levensbedreigend oedeem) geconstateerd. Beethoven bleef nog drie maanden ziek. Hij ontving nog vele vrienden en kennissen uit zijn tijd in Bonn en Wenen.

De mensen waren begaan met zijn lot en hij ontving mooie cadeaus. Op 26 maart 1827 overleed de grote com-ponist om vijf uur ’s middags, op dezelfde datum en tijd als waarop hij zijn debuut als wonderkind had gemaakt. Drie dagen later werd het lichaam van Beethoven vanaf de binnenplaats van het Schwarzpanierhaus naar het kerkhof gebracht. De kist werd gevolgd door een lange stoet mensen. Naar schatting liepen er tussen de tiendui-zend en dertigduizend mensen mee.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Gezond fruit: zuurbes

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

.

.

Gezond fruit: zuurbes

 

De berberis vulgaris, oftewel de zuurbes, is een 1 tot 2 meter hoog wordende struik met heel veel stekende doornen. Vandaar dat je de struik nogal eens tegenkomt als afscheiding van tuintjes. Maar van oudsher werd de struik al gebruikt als afscheiding in wallen om het vee op zijn plek te houden, samen met onder andere de meidoorn.

In de herfst draagt deze struik prachtige langwerpige bessen (model van een klein worstje) die ongelooflijk zuur zijn. Onze ouders gebruikten de berberis vulgaris bij ontstekingen die met koorts gepaard gaan. Dit had een verkoelend effect. Maar ze gebruikten de berberis vulgaris bij nog meer ongemakken, zoals bij hoesten (problemen van de luchtwegen) en bij gal- en spijsverteringsklachten (sterk antibacterieel). De berberine is een heel bekend natuurgeneeskundig product gebruikt in fytotherapie en homeopathie.

 

 

Voor uitwendig gebruik

 

Bij aambeien en beenkramp kun je het blad en de bast van de twijgen gebruiken. Je maakt een kompres door een linnen of katoenen doek te dompelen in thee die je 10 minuten getrokken hebt van het blad en de bast. Dit is voor uitwendig gebruik. De blaadjes en thee niet innemen. De blaadjes zijn giftig!

 

 

Voor inwendig gebruik

 

De struiken komen veel voor in het Midden-Oosten. De bessen die in de natuurvoedingswinkels verkocht worden komen daar vandaan. In het Midden-Oosten wordt dankbaar gebruik gemaakt van de bessen door ze toe te voegen aan salades, rijstschotels, toetjes en gebak. Beroemd in Iran is een rijstschotel met berberis en saffraan.

 

 

 

 

 

Werkzame stoffen zuurbes

 

In de fytotherapie wordt met name de wortel en de wortelbast gebruikt. Soms wordt de bes en het blad eveneens aangewend voor medicinale doeleinden. De belangrijkste werkzame stof in zuurbes is de alkaloïde berberine. Daarnaast zitten de alkaloïden jatrorrhizine, palmatine, oxyacanthine, magnoflorine, berberubine, berbamine, columbamine, isoterandine en chelidoninezuur erin. Voorts bevat de zuurbes resinen, tanninen en vitamine C.

 

 

 

Zuurbes voor de spijsvertering

 

De bittere alkaloïden berberine en oxyacanthine maken van zuurbes een eetlustopwekkend middel. Daarnaast is het een maagversterkend middel. Het zorgt ervoor dat er meer galzuren worden aangemaakt zodat het eten beter verteerd kan worden. Daardoor is het goed voor de spijsvertering in het algemeen en worden voedingsstoffen beter opgenomen in het lichaam. Hierdoor zorgt het tevens voor een laxerende werking. Verder is het zurige van de bes een middel dat braakneigingen indamt. In de fytotherapie wordt zuurbes ingezet bij de volgende indicaties:

 

 

Dyspepsie,

Anorexia,

Lever- en galstuwingen,

Galstenen,

Galkolieken,

Misselijkheid, braakgevoelens,

Constipatie.

 

 

 

 

 

Zuurbes bij nierproblemen

 

Zuurbes heeft een urinedrijvende werking. Er zitten stoffen in die de nieren stimuleren in hun werking. Op deze manier worden ongewenste afvalstoffen beter uit het lichaam afgevoerd en kunnen nierproblemen zoals nierstenen niet of minder snel ontstaan. Er geldt een contraindicatie voor het gebruik van zuurbes bij nierproblemen als met tijdens een nieraandoening koorts heeft. Mocht de patiënt geen koorts hebben dan kan de zuurbes worden aangewend bij:

 

Nefrolithiasis of nierstenen,

Oedeem,

Urineretentie,

Ureterpijnen.

 

 

Overige medicinale werkingen zuurbes

 

De zuurbesbast is een tonicum voor de bloedvaten en wordt bij spataderen en aambeien ingezet. De antibacteriële werking van zuurbes wordt gebruikt bij infectieuze diarree, giardiasis, oppervlakkige ooginfecties, leishmaniasis, malaria, trichomoniasis en trypanosomiasen.

 

 

 

Dosis en waarschuwing

 

De wortel moet slechts in beperkte mate gegeten worden. De voorgeschreven maximum dosis is 0.6 gram, driemaal daags. Van de wortel wordt een kort afkooksel die je als thee kan drinken. Hiervoor wordt 40 gram per liter water gebruikt en er wordt aangeraden hier drie koppen thee per dag van te drinken teneinde de medicinale werkzaamheid te verkrijgen. Je kunt een tinctuur of moedertinctuur kopen op basis van een voorschrift van en fytotherapeut. Zuurbes wordt niet gegeven aan zwangere vrouwen omdat het de baarmoeder te veel stimuleert. Bij irritatie van het maagdarmslijmvlies wordt zuurbes niet voorgeschreven omdat het een te prikkelende werking heeft.

 

 

 

 

 

Hoestsiroop

 

Voor een hoestsiroop pers je de rijpe bessen, door ze in de blender te doen. Voeg zoveel honing toe dat het gelijke delen zijn en het mengsel een beetje te pruimen is (minder zuur). Dit mengsel niet verhitten! Roer het mengsel elke dag om. Zo krijg je een verzadigde oplossing. Na circa 14 dagen kun je dit mengsel in een donker glas op een koele plaats bewaren tot gebruik. Om het langer te bewaren moet het mengsel verzadigd zijn door de honing.

 

 

Jam

 

Voor de berberisjam, -confiture  of -compote kun je de bessen aan de kook brengen met een pectinegeleer-middel (bijvoorbeeld Marmello), geleisuiker of stevia. Daarna de potjes op de kop wegzetten tot gebruik. Heerlijk voor onder andere op je boterham of in je muesli. Zo serveer je gezondheid op je bord met berberis vulgaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: citroen

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: citroen

 

Ooit waren ze zo zeldzaam, dat koningen ze ten geschenke kregen. In de Indus-vallei werd een citroenvormige oorbel gevonden uit 2500 voor Christus, en rond de Middellandse Zee wordt hij al 2.000 jaar geteeld. Citroenbomen blijven groen en produceren het hele jaar fruit, tot 300 kilo. Citroensap helpt zo goed tegen scheurbuik dat Britse marineschepen citroenen meenemen: ieder bemanningslid krijgt ook tegenwoordig nog dagelijks vers sap.

Deftige dames wreven er 500 jaar geleden hun lippen mee in om ze roder te maken. Wereldwijd is de vrucht immens populair. Wat maakt een citroen zo gezond? Een opsomming om vrolijk van te worden. Citroenen bevatten vitamine C, citroenzuur, flavonoïden, B-vitamines, kalk, koper, ijzer, magnesium, fosfor, kalium en vezels. De vrucht wordt niet voor niets een superfood genoemd.

 

 

 

 

 

Citroen helpt ontgiften

 

Vers citroensap veegt het lichaam van binnen geweldig schoon, dankzij de vitamine C en flavonoïden. Darmen, nieren, lever en gal varen er wel bij. Deze stoffen ontgiften de lever, neutraliseren urinezuur, lossen klompjes kalk op en ook gal- en nierstenen. Ze verlagen de bloeddruk, versterken de bloedvaten en gaan bloedingen tegen. Citroensap stimuleert de darmen en een regelmatige stoelgang. Het is zeer desinfecterend. Het doodt wormen in de ingewanden en verwekkers van griep en verkoudheid.

Uit onderzoek blijkt dat citroensap ook de bacteriën vernietigt van malatia, cholera, difterie, tyfus en andere dodelijke ziektes. De vitamine C in citroenen neutraliseert vrije radicalen. Dit zijn schadelijke deeltjes die veroudering en ziekte veroorzaken. Citroenschil bevat tangeretine dat helpt tegen hersenkwalen zoals de ziekte van Parkinson. Citroen bevat ook rutine. Rutine werkt heilzaam bij oogkwalen, zoals aandoeningen van het netvlies door suikerziekte. Bovendien werkt citroen, net als andere citrusvruchten, ontstekingsremmend.

 

Wij gedijen het beste bij een balans tussen zuren en basische voedingsstoffen. Op het vele zuurvormende voedsel dat we eten, zoals granen, vlees en kaas werkt citroen balancerend. Citroenen smaken zuur, maar reageren zeer basisch. Weinig voedsel maakt zo veel basen aan. Verder zijn citroenen energiebommen volgens onderzoeker Carey Reams (1903-1985). Citroenen helpen bij zuurstofgebrek en ademproblemen.

 

De eerste die de top van de Mount Everest bereikte, Edmund Hillary, zei dat dit zonder citroenen niet was gelukt. Citroenen bevatten 22 kankerwerende stoffen, waaronder limoneen, dat de groei van gezwellen remt, en flavonoïde glycosiden, die de celdeling stoppen in kankercellen. William Li, die onderzoek doet naar de relatie tussen kanker en eten, plaatst citroenen op zijn lijst van 32 etenswaren die beschermen tegen kanker.

 

 

 

 

 

Wanneer zijn citroenen rijp?

 

Zware citroenen zijn sappiger, zoeter en rijker aan mineralen en hebben een fijner stipjespatroon in de schil. Citroenen moeten helemaal geel zijn: groenige zijn deels onrijp en intens zuur. Overrijp ogen ze gerimpeld, minder heldergeel en met zachte en harde delen. Bewaar ze bij kamertemperatuur, uit de zon, tot 10 dagen. Of in de koelkast tot vijf weken.

Een schaal verse citroenen geeft dagenlang een frisse geur en kleur aan een kamer. Sprenkel het sap over salades, soepen en warme schotels om je natriumopname te beperken. Het meeste sap ontvang je door ze voor persing even heen en weer te rollen over tafel. Verse citroenschil is lekker in cake, koek, en groenten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 28 van ” Boodschappen uit de kosmos

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

2010287512

.

 

HEB UW NAASTE

 

LIEF GELIJK UZELF

 

 

Wie dit tweede gebod als hoogste goed uitoefent heeft geen boodschap aan maatschappelijke discussies

zoals persvrijheid, terrorisme en vrije meningsuiting. Zolang dit gebod met de voeten wordt getreden zal

de wereld een hel blijven voor iedereen

 

 

Hel_01

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Boodschap 27 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

  WETTEN VOOR DE EEUWIGHEID

 

 

Afbeelding (2)

 

Patseltekening van John Astria

 

 

 

 

GOD VRAAGT ALLEEN

 

DAT  JE IN HEM GELOOFT,

 

DAT JE  WEET DAT ER GOED EN KWAAD IS,

 

DAT JE VERGIFFENIS VRAAGT OM JE  ZONDEN,

 

DAT JE GELOOFT IN ZIJN PROFETEN

 

EN DE MESSIAS,

 

DAT JE OVER NIEMAND OORDEELT,

 

DAT JE BESEFT DAT ER

 

EEN OORDEELSDAG KOMT.

 

EEN RELIGIE DIE DAAR DINGEN

 

AAN TOEVOEGT ZET  ZICH BUITEN

 

DE GODDELIJKE WET EN WORDT EEN

 

VERLENGSTUK VAN HET KWADE

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Basalt

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Basalt is een vulkanisch uitvloeiingsgesteente gevormd door het stollen van snel afkoelende magma. Het is een van de meest voorkomende gesteentes ter wereld. De samenstelling varieert maar bevat maximaal 20% kwarts en maximaal 10% veldspaat. Het is meestal grijs tot zwart van kleur maar kan ook andere kleuren vertonen afhankelijk van de specifieke samenstelling. Basalt wordt o.a. gebruikt voor vloertegels, beelden, dijkbekleding en er wordt steenwol van gemaakt.

Door de snelle afkoeling zijn geen grote kristallen gevormd. De meest voorkomende mineralen in basalt zijn amfibool, pyroxeen-olivijn en ilmeniet. Ook andere mineralen, zoals magnetiet kunnen in basalt gevormd worden. Basalt bestaat uit kleine kristallen. De intrusieve variant van basalt wordt gabbro genoemd. De krimp die optreedt bij de stolling van de basaltlava leidt tot typische zeshoekige structuren (basaltzuilen).

 

 

 

 

 

 

 

 

.
.
.
.

Voorkomen

 

Basalt is een uitvloeiingsgesteente en ontstaat aan het oppervlak in gebieden met vulkanische activiteit. Het is typisch een product van laag viskeuze snelstromende lava’s zoals op Hawaï. Ook onder het (zee)wateroppervlak kunnen basalt uitvloeiingen plaatsvinden, zoals bij de mid-oceanische ruggen. Hier worden zogenaamde pillow basalts gevormd. Doordat het magma stolt en een temperatuur beneden het Curie-punt bereikt, wordt het magnetisch veld van de aarde op dat moment vastgelegd in het gesteente.

Het magnetisch veld verandert voortdurend en langs de mid-oceanische ruggen ontstaat een patroon van opeenvolgende magnetische periodes, de zogenaamde magnetische polariteitszones. Dit wordt gebruikt bij paleografische reconstructies en datering van gesteentes. Er wordt aangenomen dat de naam basalt een verbastering is van de naam van het Egyptische landschap Bashan, waar de steensoort ook voorkomt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Basalt
Indeling der stollingsgesteenten
 % SiO2 uitvloeings-
gesteente
gang-
gesteente
diepte-
gesteente
felsisch >~70 ryoliet granofier graniet
~70-63 daciet granodioriet
intermediair 63-52 andesiet dioriet
mafisch 52-45 basalt doleriet gabbro
ultramafisch <45 komatiiet peridotiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bariet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Het mineraal bariet (ook wel bariumsulfaat, zwaarspaat, blanc fixe of permanentwit genoemd) is een barium-sulfaat met de chemische formule BaSO4. Het kan o.a. kleurloos, wit, geel, grijs en blauw zijn. Het is transparant, doorschijnend of opaak en heeft een glas- of parelglans. Bariet is niet oplosbaar in water, zuren en basen.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het heeft een hardheid van 3 tot 3,5. Bariet is niet oplosbaar in water en heeft een hoge weerstand tegen andere chemicaliën. Het heeft een dichtheid van 4,48 kg/dm3, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is perfect volgens [210] en imperfect volgens [010]. De dubbelbreking van bariet is 0,0110 – 0,0120. Er bestaan stenen van onzuiver bariumsulfaat die opgloeien in het donker, zogenaamde Bologna-stenen.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Bariet komt meestal voor in hydrothermale aderswaar het ontstaat bij lage tot middelmatige temperatuur. Verder wordt het gevonden in gangen en holten in kalksteen en in nieuwgevormde, vochtige en licht verzilte bodems. Bariet is een veel voorkomend mineraal en wordt o.a. gevonden in China, Europa (o.a. Engeland, Duitsland, Spanje), VS, Bolivia en Australië. In België wordt bariet aangetroffen te Blieberg, Angleur, Villers en Fagne en Fleurus.

 

 

.
.
.

 

Etymologie

 

De naam bariet komt van het Griekse woord barys wat “zwaar ” betekent. Dit vanwege het uitzonderlijk hoge gewicht voor een niet metaalhoudend mineraal.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

 

Mineraal
Chemische formule BaSO4
Kleur Kleurloos, soms gekleurd door onzuiverheden
Streepkleur Wit
Hardheid 3 tot 3,5
Gemiddelde dichtheid 4,48 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorzichtig tot opaak
Breuk Oneffen
Splijting Perfect, [210]; imperfect, [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Brekingsindices 1,634 – 1,648
Dubbele breking 0,0110 – 0,0120
Overige eigenschappen
Chemisch gedrag Fosforiserend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bariet met fluoriet bariet cluster

 

 

 

bariet mineralen – Marokko

 

 

 

blauwe bariet

 

 

 

vandaniet kristallen op bariet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter K – deel 3

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten

 

 

Klein Hoefblad (Compositae)

 

Een voorbode van de lente is het KLEIN HOEFBLAD (Tussilago farfara), dat met zijn bleekgele bloemetjes de maartse buien trotseert. De bloemen verschijnen lang vóór de getande, hartvormige bladeren, die in een rozet staan. De bloemstengels, die ongeveer 15 cm hoog worden, hebben rechtopstaande roze schubben, die om en om op de stengels staan. Ze zijn bedekt met een wit viltlaagje, net als de bladeren, die 10-12,5 cm breed zijn. Bij oudere planten is alleen de onderkant bedekt met deze viltlaag, die vroeger werd verzameld om gebruikt te worden in de tondeldoos.

De gewone stengels lopen onder de grond en vertakken zich naar alle kanten, wat Klein hoefblad tot een van de lastigste onkruiden in de tuin (en in de landbouw) maakt. Bovendien is de plant gek op gestoorde grond, zodat hij zich beter thuis voelt naarmate er meer in de grond wordt gespit enzovoort. De geslachtsnaam komt van het Latijnse woord tussis (hoest). Om hun bitterheid en samentrekkende werking werden (en worden) de gedroogde bladeren gerookt als geneesmiddel tegen astma en longklachten. De plant komt voor in geheel Europa, in Azië en Noord-Amerika. In ons land op allerlei plaatsen algemeen.

 

 

klein hoefblad

 

 

klein hoefblad

 

 

 

 

 

Klein Streepzaad (Compositae)

 

De geel bloeiende Composieten zijn berucht onder de botanici, omdat ze zo moeilijk uit elkaar te houden zijn. Dit geldt ook voor de leden van het geslacht Streepzaad.

De meest algemene soort in ons land is KLEINSSTREEPZAAD (Crepis capillaris), een eenjarig onkruid met een of meer rechtopstaande stengels van 30 tot 90 cm hoog. De heldergele bloemhoofdjes bestaan uit riemvormige bloemetjes waarvan de buitenste vaak aan de onderkant roodachtig zijn. Ze staan op lange vertakte bloeistengels, die ontspringen uit de oksels van de pijlvormige bladeren, die op de hoofdstengel zitten en een stengelomvattende voet hebben.

De grondrozet en de onderste bladeren zijn zeer variabel; de omtrek is langwerpig tot lancetvormig of nog smaller, gevormd als een lier of geveerd met de slippen naar achteren wijzend. De middelste en bovenste stengelbladeren zijn lancetvormig. De bladeren staan allemaal afwisselend, maar het oppervlak van de bladeren vertoont weer verschillen: het kan kaal zijn of enigszins harig aan een of twee kanten. De bloeiperiode loopt van juni tot in de herfst. Klein streepzaad komt voor in geheel Europa en plaatselijk in Noord-Amerika. In ons land een algemene verschijning langs wegen en dijken oen op braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klimop (Araliaceae)

 

De bekende KLIMOP (Hedera helix), die van nature voorkomt in Europa, Noord-Afrika en het nabije Oosten, vormt twee soorten bladeren: die aan de niet-bloeiende takken hebben 3-5 min of meer driehoekige lobben; de bladeren aan de bloeiende takken hebben geen lobben en zijn ruitvormig. Klimop is een houtig gewas dat, zoals de naam al aangeeft, tegen muren, bomen en dergelijke opgroeit. Op droge en/of voedselarme bodem groeit hij uitsluitend op de grond.

De afwisselend geplaatste bladeren, die ’s winters aan de plant blijven, zijn glad en aan de bovenkant donkergroen, vaak met lichtere nerven en soms met een paars zweem; aan de onderkant zijn ze bleekgroen. In september-december verschijnen de kleine groene bloemen, die in schermen staan en het volgend voorjaar uitgroeien tot zwarte besachtige steenvruchten.

Het klimmen gebeurt met behulp van hechtwortels die zich verankeren in spleten en scheuren. Op de grond worden deze wortels gebruikt om zich in de bodem vast te houden. Het gewicht van takken en bladeren kan wel eens teveel worden voor oude bomen of dito muren, al wordt dit gevaar vaak erg overdreven. De dichte tapijten op de grond verhinderen dat regen diep in de bodem doordringt.

Op dicht beschaduwde plaatsen kan Klimop bepaald nuttig zijn. Hij kan daar bijvoorbeeld de taak overnemen van een oude heg waar het leven uit is en op die manier een windscherm leveren en een nestelgelegenheid voor verschillende vogels, uw natuurlijke bondgenoten bij het onder de duim houden van insecten. Let er echter altijd op dat geen zaden van klimop ontkiemen op plaatsen waar u de plant niet wilt hebben, want als hij zich eenmaal gevestigd heeft is hij moeilijk weer weg te krijgen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Knopkruid (Compositae)

 

Klein Knopkruid

 

KLEIN KNOPKRUID (Galinsoga parviflora) is een eenjarige plant met een sterk vertakte rechtopstaande stengel van 30 tot 45 cm hoog. De puntige ovale bladeren groeien in paren en uit hun oksels komen de bloemsteeltjes. De bloemhoofdjes zien eruit als kleine Madeliefjes met een doorsnee van 6 mm en 4-6 (meestal vijf) straalbloemen. Deze zijn wit en staan rond de 10-60 gele buisbloemen. De bloeiperiode is van juni tot in de herfst en iedere plant kan een zeer groot aantal zaden voortbrengen. Soms zijn er wel 100.000 zaden per plant en ieder zaadje kan binnen 4 weken al weer een nieuwe bloeiende plant opleveren.

Het is dan ook geen wonder dat dit onkruid tegenwoordig over bijna de hele wereld verspreid is. In enkele landen is vrij nauwkeurig opgetekend hoe de verspreidingsgeschiedenis in zijn werk is gegaan. Zowel uit Engeland als uit Duitsland is bekend dat de eerste exemplaren werden ingevoerd ten behoeve van botanische tuinen. Klein knopkruid is thans in ons land algemeen, vooral op akkers en in tuinen op kalkarme, niet te zware grond die rijk is aan voedingsstoffen.

 

 

kein knopkruid

 

 

 

 

 

 

Harig knopkruid

 

Een verwante soort, HARIG KNOPKRUID (Galinsoga ciliata), die eveneens uit Midden- en Zuid-Amerika afkomstig is, breidt zich de laatste tijd sterk uit in ons land. Deze soort komt vooral voor op zwaardere gronden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Koekoeksbloemen (Caryophyllaceae)

 

De planten uit deze groep zijn te herkennen aan de opgeblazen kelk onder de witte, rode of roze bloemblaadjes.

 

 

Dag- en avondkoekoeksbloem

 

De DAGKOEKOEKSBLOEM (Melandrium rubrum) en de AVONDKOEKOEKSBLOEM (Melandrium album) lijken zoveel op elkaar dat ze vroeger als één soort werden beschouwd. De bloemkleur is bij de eerste soort bleekroze, bij de tweede wit of soms ook roze. Er zijn een paar goede kenmerken om de twee soorten van elkaar te onderscheiden. Bij de Dagkoekoeksbloem zijn de tanden van de vruchten omgerold, bij de Avondkoekoeksbloem staan ze rechtop. De eerstgenoemde soort is een tweejarige tot overblijvende plant met en slanke wortelstok; de laatstgenoemde is een gewoonlijk overblijvende, maar niet erg oud wordende plant. Soms is hij één- of tweejarig. De wortelstok is hier dik en bijna houtig.

De Dagkoekoeksbloem heeft talrijke niet-bloeiende min of meer liggende stengels en (rechtopstaande) bloeistengels van 30 tot 90 cm hoog. Bij de Avondkoekoeksbloem zijn de niet-bloeiende stengels gering in aantal, terwijl de bloeiende 45 cm tot een meter hoog worden. Avondkoekoeksbloem heeft de grootste bloemen; ’s avonds zijn deze welriekend. De zaden zijn bij deze soort grijs. De Dagkoekoeksbloem is reukloos en heeft zwarte zaden. Bij beide soorten zijn de vijf bloemblaadjes diep ingesneden en de stengelbladeren tegenoverstaand en lancetvormig.

De twee soorten komen voor in Europa en Siberië. In ons land zijn ze beide algemeen; de Dagkoekoeksbloem in bossen en heggen op zandige maar vruchtbare grond; de Avondkoekoeksbloem langs dijken en wegen en op droge, beschaduwde plaatsen. Beide soorten worden ook als sierplant gekweekt, meestal met gevulde bloemen. Er zijn ook kruisingen tussen de twee soorten bekend.

 

 

Dag

 

dag

 

 

dag

 

dag

 

 

Avond

 

avond

 

avond

 

 

 

De Blaassilene

 

De BLAASSILENE (Sinlene vulgaris) is in ons land minder algemeen dan de vorige twee soorten. Deze soort heeft witte bloemen, eveneens met vijf diep ingesneden bloemblaadjes. Het is een 30-60 cm hoog wordende overblijvende plant, met vertakte houtige wortels en ellipsvormige tot ovale bladeren die tegenover elkaar staan. De bleekgroene of roodachtige kelk heeft twintig nerven die netvormig met elkaar verbonden zijn. De doosvrucht heeft zes rechtopstaande tanden. Het verspreidingsgebied omvat Europa en de gematigde delen van Azië. Komt in ons land voor op wegbermen, langs dijken, op bouwland enzovoort.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kompassla (Compositae) en Veldsla (Valerianaceae)

 

 

Kompassla

 

KOMPASSLA (Lactuca serriola) is een een- of tweejarige plant die nauw verwant is aan de bekende kropsla. Oorspronkelijk afkomstig uit Europa is deze soort ingevoerd in Noord-Amerika waar hij thans een lastig onkruid vormt. De plant wordt 60 cm tot 1,20 meter hoog en is te herkennen aan het feit dat de stengelbladeren bijna verticaal staan in noord-zuid richting (vandaar de naam!). De bladeren zijn afwisselend geplaatst en meestal diep ingesneden met spitse lobben; ze hebben een pijlvormige, stengelomvattende basis. De bloeitijd is van juli tot in de herfst. In ons land weinig voorkomend, maar plaatselijk algemeen op droge zonnige plaatsen, langs wegen en op ruige terreinen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone veldsla

 

GEWONE VELDSLA (Valerianella locusta) is de oorspronkelijke wilde vorm van de als groente gekweekte Veldsla. Het is een klein, een- of tweejarig plantje, dat er met zijn lila-blauwe bloempjes enigszins uitziet als ene miniatuur Vergeet-mij-nietje. De plant wordt niet hoger dan 25 cm; de stengels zijn tamelijk bros, sterk vertakt en aan de onderkant enigszins donzig. De bladeren staan in paren tegenover elkaar. De onderste zijn lancetvormig; de bovenste ovaal en smaller wordend naar de top van de stengel, met gevleugelde lobben aan de voet. De bloeitijd is april-mei en juli-augustus. Komt in het wild voor in geheel Europa en in Noord-Amerika. In ons land vrij algemeen langs wegen en dijken, zeldzamer op bouwland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kraailook (Liliaceae)

 

Een heel vervelend onkruid is KRAAILOOK (Allium vineale). Deze plant kan zich op vijf manieren voortplanten; door de zaden die in het voorjaar ontstaan en in de herfst ontkiemen en door vier soorten bollen die in het late voorjaar, aan het eind van het groeiseizoen, te vinden zijn :

bolletjes die in een groepje bijeen aan de top van de lange dunne stengel groeien;

bollen met een harde buitenwand die ondergrond  in de oksels van de buitenste bladeren worden gevormd;

bollen die, ook ondergronds rond de hoofdas van de plant ontstaan

zachte bollen, de grootste van de vier typen, die rond de moederbol worden gevormd.

Deze verschillende bollen worden echter niet alle tegelijk geproduceerd. Er zijn twee typen van de plant, waarvan het ene een groepje bolletjes in de bloeiwijze vormt, samen met groenachtig-witte, roze of paarsachtige bloemen die worden gevolgd door zwarte zaden. Het andere type is een kleinere plant met bolletjes maar zonder bloemen. Zelden brengt de plant alleen bloemen voort. De lange holle bladeren hebben een schedevormende basis en zijn gestreept. De hoogte van de plant ligt tussen 30 en 70 cm.

Door de vele wijzen waarop Kraailook zich in stand kan houden is het een moeilijk uit te roeien plant, in het bijzonder wanneer hij in gazons verschijnt. De plant is bestand tegen droogte en kou; hij is gesteld op zware grond en kan goed tegen een slechte drainage. Kraailook komt voor in Europa, Azië en Noord-Amerika. In ons land een algemene verschijning in bossen, parken en graslanden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruisbloemigen (Cruciferae)

 

Deze familie dankt zijn naam aan het feit dat de bloemen altijd zijn opgebouwd uit vier bloemblaadjes die kruisgewijs tegenover elkaar staan.

 

 

Akkerkers

 

In een overzicht dat kort geleden werd opgesteld door de Britse Botanische Vereniging werd AKKERKERS (Rorippa sylvestris) genoemd als het meest voorkomende tuinonkruid in Groot-Brittannië. De gele bloemen zijn ±6 mm in doorsnee en verschijnen van juni tot en met augustus. Het is een overblijvende plant die uitlopers vormt. De vertakte stengels zijn soms min of meer liggend, soms rechtopstaand; afhankelijk van deze groeiwijze wordt de plant 20 tot 45 cm hoog.

De onderste bladeren zijn gesteeld en diep ingesneden, vaak tot bijna op de middennerf. De bovenste bladeren zijn veel kleiner en minder sterk verdeeld; ze groeien dicht tegen de stengel aan zonder bladsteel. Wanneer Akkerkers zich eenmaal ergens gevestigd heeft is hij buitengewoon moeilijk weer weg te krijgen. Dat komt niet alleen doordat de ondergrondse stengels gemakkelijk wortelen op de knopen, maar ook doordat – zelfs als de plant wordt uitgegraven – binnen een paar weken weer nieuwe planten kunnen ontstaan uit wortels die in de grond zijn achtergebleven.

Akkerkers komt in het wild voor op bouwland, langs wegen en dijken, op gestoorde grond en dergelijke. Hij kan lange droogteperiodes doorstaan. Verschijnt soms in de tuin als verontreiniging van graszaad. Komt voor in geheel Europa en in Noord-Amerika; in ons land algemeen.

 

 

akkerkers

 

akkerkers

 

blad akkerkers

 

 

 

 

Pinksterbloem

 

PINKSTERBLOEM (Cardamine pratensis) is een plant van graslanden, waterkanten, moerasgebieden en vochtige bossen. Hij komt soms als onkruid in de tuin voor, maar het is een charmant onkruid met zijn mooie lila, soms witte bloemen. De stengel staat rechtop, is soms vertakt en soms onvertakt, en wordt 15 tot 50 cm hoog. De laagste bladeren staan in een rozet, zijn diep ingesneden en bestaan uit ovale of rondachtige blaadjes. De bladeren aan de stengel bestaan uit lijnvormige tot breed elliptische blaadjes.

De vruchten zijn 2-2,5 cm lang en staan op lange steeltjes die onder een scherpe hoek op de stengels taan. De Pinksterbloem is een overblijvende plant met een korte wortelstok die vaak knolletjes heeft en soms uitlopers. Hij komt voor in Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika en is in ons land zeer algemeen. De bloeitijd is van april tot en met juni.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine Veldkers

 

KLEINE VELDKERS (Cardamine hirsuta) is het soort onkruid waar men weinig notitie van neemt, met de gedachte dat men er wel eens aandacht aan zal besteden als men tijd over heeft. Het is een kleine plant die ongeveer 15 cm hoog is (hij kan echter tweemaal zo hoog worden), met onbetekenende witte bloempjes. De winterrozetten van deze plant zijn donkergroen en diep ingesneden, met onregelmatig ronde blaadjes; ze kunnen strenge vorst verdragen. Zodra de temperatuur in het voorjaar wat begint op te lopen komt Kleine veldkers in bloei (maart-juni).

In de loop van een jaar kunnen verscheidene generaties tot rijpheid komen en hun zaden her en der verspreiden. De planten doen dat met behulp van een schitterend ballistisch mechanisme. De vruchten (hauwen) steken boven de bloeiwijze uit en bestaan ieder uit twee lange bootvormige kleppen die gescheiden zijn door een papierachtige scheidingswand. Tijdens het rijpingsproces van de vrucht worden de weefsels droog en trekken zich samen, waardoor een aanzienlijke spanning ontstaat. Wanneer een rijpe vrucht wordt aangeraakt, breken de kleppen los van de scheidingswand en buigen zich zo abrupt en hevig om dat de zaden ver in e lucht worden geslingerd.

Hoewel de gemiddelde zaadproductie per plant per jaar ongeveer 600 is, kan een groot exemplaar er wel 50.000 voortbrengen. Een verder hulpmiddel bij de verspreiding is dat de zaden bij bevochtiging kleverig worden, waardoor ze gemakkelijk aan vogelpoten blijven hangen. Het is dan ook geen wonder dat deze plant op het hele noordelijk halfrond algemeen voorkomt.

 

 

kleine veldkers

 

 

 

 

 

 

Bosveldkers

 

BOSVELDKERS (Cardamine flexuosa) is een gewoonlijk overblijvende (soms eenjarige) plant, die 10 tot 30 cm hoog wordt en bloeit van april tot en met juni (soms in juli en augustus opnieuw). Met zijn rozet van wortelbladeren, die gesteeld zijn en diep ingesneden, met vijf of meer paren afgeronde blaadjes, lijkt hij veel op Kleine veldkers. In tegenstelling tot die soort heeft hij een vertakte stengel met afwisselende bladeren, die eveneens diep ingesneden zijn, maar kort gesteeld of ongesteld. De bloemen zijn wit en onbetekenend. Ze worden gevolgd door peulen die niet boven de bloeiwijze uitsteken en min of meer rechtop staan op slanke steeltjes. Komt voor in de meeste delen van Europa en is verwilderd in het verre Oosten en Noord-Amerika. In ons land vrij algemeen op vochtige beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Witte krodde

 

De meest onverschrokken tuinlieden schrikken bij het zien van WITTE KRODDE (Thlaspi arvense) in de tuin. De stengels van deze plant zijn beladen met de ronde vruchten, die ongeveer 900 zaden per plant per jaar voortbrengen. Er is echter geen reden tot paniek, want dit onkruid is een indicator van goede leemachtige grond die rijk is aan voedingsstoffen en het is niet moeilijk uit te trekken. Witte krodde is een eenjarige plant, die een hoogte van 15 tot 50 cm bereikt. De aanvankelijk onvertakte stengel vertakt zich bovenaan sterk. Alle bladeren staan afwisselend. De onderste zijn gesteeld en smal ovaal; ze verwelken snel. De middelste en bovenste bladeren zijn langwerpig, gewoonlijk getand en stengelomvattend. De kleine, witte bloemen verschijnen van mei tot september. In het wild voorkomend in Europa, Azië en Noord-Afrika. Is in Noord-Amerika verwilderd en vormt daar een lastig onkruid. In ons land algemeen langs dijken en wegen en in bouwland op kleigrond.

 

 

 

 

 

 

 

 

Pijlkruidkers

 

PIJLKRUIDKERS (Lepidium draba) wordt 30-60 cm hoog en vermeerdert zich niet alleen door zaad, maar ook door middel van de talrijke uitlopers. De hoofdwortel kan 3-3,5 meter diep de grond in dringen en uit ieder afgebroken stukje wortel kunnen weer nieuwe planten ontstaan. Uitroeiing is daardoor moeilijk.

Pijlkruidkers heeft tamelijk grote, schermachtige bloeiwijzen van kleine crème-witte bloempjes (mei-juli). Deze worden gevolgd door breed-hartvormige  vruchten die rechtop staan op hun steeltjes. De bladeren zijn lang en getand, aan de voet voorzien van lobben en stengelomvattend; ze staan spiraalsgewijs om de stengel. De stengels zijn behaard. In ons land oorspronkelijk adventief; tegenwoordig vrij algemeen langs wegen, op braakliggend land en dergelijke.

De plant kwam in Engeland terecht na de slecht afgelopen expeditie naar Walcheren in 1809. De zieke soldaten werden toen gerepatriëerd op matrassen die waren gevuld met hooi dat daarna werd gekocht door een boer in Kent die het onderploegde als bemesting. Pijlkruidkers werd vroeger vanwege de scherpe smaak gebruikt als vervangingen voor peper.

 

 

 

 

 

 

 

 

Klein Tasjeskruid

 

Een veel kleiner onkruid is het eenjarige KLEIN TASJESKRUID (Teesdalia nudicaulis), dat voorkomt in de meeste delen van Europa en plaatselijk in Amerika. Dit plantje wordt inclusief bloeistengels tot 20 cm hoog. Het rondrozet bestaat uit diep ingesneden bladeren met vijf kleine blaadjes. De stengel is meestal bladerloos maar draagt soms een enkel blad. Behalve door zijn geringe afmetingen is Klein tasjeskruid te herkennen door de witte of roze bloemblaadjes waarvan er twee groter zijn dan de andere. De vruchtjes zijn min of meer hartvormig. De bloemen verschijnen meestal van april tot juni (zelden ook in augustus/september). In ons land algemeen op droge zandgronden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Herderstasje

 

HERDERSTASJE (Capsella bursa-pastoris) is een een- of tweejarige plant met driehoekige hartvormige vruchtjes, die min of meer haaks op de stengel staan. De hoogte is zeer variabel, van een paar centimeter tot een meter. De bladeren van de wortelrozet variëren in vorm van diep ingesneden tot niet-ingesneden. Ook in de stengelbladeren zit nogal wat verschil; de niet-ingesneden exemplaren zijn aan de voet gelobd en stengelomvattend. De witte bloempjes zijn heel klein (2,5 mm in doorsnee) en verschijnen bijna het hele jaar door. Herderstasje komt oorspronkelijk uit het Middellands-zeegebied, maar is thans over de hele wereld verspreid. In ons land een van de meest algemene onkruiden op akkers, braakliggende terreinen, langs en op wegen, kortom eigenlijk overal.

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewoon Barbarakruid

 

GEWOON BARBARAKRUID (Barbarea vulgaris) valt op door de dichte bloemtrossen van heldergele bloemen. Het is een tweejarige of overblijvende plant met een dikke geelachtige penwortel en een rechtopstaande, vertakte stengel van 30 tot 90 cm hoog. De plant heeft drie soorten bladeren; diep ingesneden exemplaren met vijf tot negen smal ovale blaadjes in een wortelrozet; bladeren onder op de stengel die alleen een paar zijlobben hebben en tenslotte aan de top bijna ronde, gekartelde bladeren zonder insnijdingen. Alle bladeren zijn diepgroen en glanzend. De bloemtrossen komen tevoorschijn uit de bladoksels en de slanke lange vruchten hebben lichtgele zaden. Barbarakruid komt op het gehele noordelijk halfrond voor, in de koelere delen. In ons land vrij zeldzaam.

 

 

 

 

 

 

 

 

Look-Zonder-Look

 

LOOK-ZONDER-LOOK (Alliaria petiolata) is een tweejarige plant die, zoals de naam al zegt, sterk naar uien ruikt. De rechtopstaande stengel is gewoonlijk onvertakt en wordt 15 tot 90 cm hoog. De onderste bladeren zijn bleekgroen en bijna niervormig, met getande randen. De stengelbladeren staan op steeltjes die naar boven toe steeds korter worden; ze staan afwisselend. De witte bloemen zitten op korte steeltjes nabij de top van de stengel in een vrij dichte bloeiwijze, die vaak is omgeven door de bovenste stengelbladeren. De vruchten zijn ongeveer 5 cm lang, bijna rolrond en heel smal. Look-zonder-look bloeit van april tot en met juni. Komt oor in Europa en het nabij Oosten. In ons land algemeen in bossen, tussen hakhout, langs heggen en op ruigten.