Dagelijks archief: januari 27, 2021

De celestijnse belofte ; derde inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

De celestijnse belofte is een boek  van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

.

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

 

131-1748%20vlindervrouw

 

.

 

3e inzicht – energiegericht denken

.

Het energiegericht denken wat vanaf het 3e inzicht zijn intrede doet in de Celestijnse belofte wordt op wetenschappelijk niveau onderbouwt door de kwantummechanica en de werken van Albert Einstein. Albert Einstein liet zien dat materie niets anders is dan lege ruimten omgeven door een energiepatroon.

De kwantummechanica ging hierop verder en liet zien dat je deze energie verder kunt uitsplitsen tot elementaire, subatomaire deeltjes. Deze deeltjes zijn beïnvloedbaar door de observatie, alsof een verwachting de richting van de elementaire deeltjes mede bepaald.

Uit deze onderzoeken blijkt dat de waarneming de richting mede kan bepalen van de elementaire deeltjes waaruit materie is opgebouwd, waardoor de mens met zijn gedachte dus materie kan beïnvloeden.

Hoe dat precies in zijn werk gaat wordt beschreven vanaf het 3e inzicht. Waar we binnen de Celestijnse belofte van uit gaan is dat alles energie is en dat deze energie ook beïnvloedbaar is. De mens is ook niet meer dan een manifestatie van energie in een bepaalde vorm en in een bepaalde trilling.  We weten en beseffen als mens dat energievol prettiger aanvoelt dan energieloos.

En omdat energie beïnvloedbaar is beseffen we ook dat we met deze energie kunnen spelen, dat overdracht mogelijk is. In het 4e inzicht gaan we kijken naar de strijd om energie, een strijd die vaak op manipulatief niveau plaatsvindt. Maar voor we kunnen kijken naar deze interactie van energie moeten we eerst kijken naar de energie zelf.

We moeten leren deze energie te zien, te beseffen en te voelen. Pas dan kunnen we ermee werken. Het zien, beseffen en voelen van deze energie is het gebied van het 3e inzicht. Het 3e inzicht laat ons twee belangrijke dingen zien. Dat alles opgebouwd is uit energie, ook de mens, en dat deze energie beïnvloedbaar is, ook bij de mens. Er zijn meerdere technieken om de energie in en om een mens te zien. Binnen de Chakra’s en de auraleer worden ook verschillende manieren aangereikt:

.

 

methode 1 – kijken naar de eigen handen

.

Ga in een ruimte zitten waar het schemerig is. Zorg dat er geen direct licht op je handen en/of in je ogen schijnt. Zorg ook dat het licht constant is, dus geen knipperend licht of een wapperende vlam. Spreid nu je handen uit, langzaam naar elkaar toe bewegend, de handpalmen naar elkaar toe gericht.

Laat de vingertippen van de linker- en rechterhand elkaar zachtjes raken, zo dat de handpalmen elkaar niet raken. Kijk nu door de handen of naar de vingertoppen. Kijk niet heel strak of geconcentreerd, meer wazig, hou je hoofd leeg.

Speel nu een beetje met je handen en ook met het vizier, verplaats beide een beetje heen en weer. Op een gegeven moment zal je of bij de palmen van je handen of bij de vingertoppen iets gewaarworden.  Verwacht niet gelijk schitterende effecten, kleuren en prachten.

In eerste instantie zal het lijken of je handen dampen, als hete drank. Je kan ook een krans om je handen heen zien in grijstinten. De kleur die je ook nog zou kunnen zien is blauw, alsof er energiedraden overschieten in een elektrische lichtbol.

.

 

methode 2 – kijken naar bomen

.

Het voorjaar is het uitgelezen moment om dit te gaan doen. De hele natuur begint weer krachten te verzamelen om nieuw loof, bloemen, takken en wortels te vormen. De sapstroom in de hout- en zeefvaten zijn enorm en dat is waar te nemen als een enorme energieveld om een boom heen.

Ga ook hier naar de boom kijken als er geen direct licht op de boom valt. Kies een oude en grote boom uit, liefst een loofboom. Staar voor een langere tijd wat wazig naar de boom, neem hem helemaal in je op. Ook hier zul je op een gegeven moment een stralingskrans zien. Oefen hiermee, na verloop van tijd ga je verschillen zien in de aura van je handen of een boom.

Je kan ook merken dat de aura van de boom op een bepaalde plek indeukt of juist uitpuilt. Als je deze boom na enige weken nog eens gaat bezien zal je merken dat juist op die plek een tak is gestorven of een nieuwe scheut is ontstaan.

De indianen uit native America gingen de natuur in als ze wilde nadenken. Nog steeds gaan mensen vaak het bos in of een strandwandeling maken als ze willen nadenken of als ze een goed gesprek willen voeren met iemand. Onbewust weet de mens dat daar extra energie te ontvangen is.

 

 

energie en gemoedstoestand

.

Dat is het tweede wat het 3e inzicht ons leert, dat het mogelijk is ons eigen trillingsgetal (fluctuaties van de amplitude per tijdseenheid) te veranderen.  Een indicatie hiervan is schoonheid. Iets wat je energie kan geven ervaar je als mooi. Als de schoonheid verdwijnt (voor jou) verdwijnt ook de energieoverdracht.

Ben je dus op zoek naar een bron die de mogelijkheid geeft om jouw trillingsgetal te doen verhogen, observeer vanuit je intuïtie naar datgene jij als schoonheid ervaart. In de latere inzichten komen we hier zeer uitgebreid op terug.

De energie in ons lichaam (trillingsgetal) beïnvloedt onze gemoedstoestand, maar ook andersom. Het is dus uitermate belangrijk dat je in balans blijft zodat er een juiste wisselwerking is tussen trillingsgetal en je gemoedstoestand. De ademhaling is daarin een hele goede indicator, je bent zoals de ademhaling zich gedraagt. Je gemoedstoestand kan je direct beïnvloeden door met je eigen energie aan de slag te gaan zoals:

Adem bewust energie naar alle delen van het lichaam. Doe voor 15 minuten yoga of stretch-oefeningen, wees fysiek bezig.  Luister naar muziek met natuurgeluiden of percussie. Kijk aandachtig naar de schoonheid van een boom, dier of bloemstuk. Ga naar de natuur toe, maak een grote wandeling, ga tuinieren. Mediteer of  dans. Plaats jezelf in een bol van licht, jij bent het middelpunt van deze bol.

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

 

 

 

dr_-edward_bach

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Univer-siteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegen-stond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werk-zaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahne-mann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”. Door zijn eerde-re werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms ge-maakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de na-tuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke reme-dies. De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Reme-dies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

 

 

 

Jeugd

 

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen gene-zen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te beta-len, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

 

 

 

Studie (1906-1913)

 

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samen-gevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd. Vervolgens behaalde hij in 1913 de uni-versitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

 

 

 

Bach als regulier arts (1913-1918)

 

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die per-soonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aan-wezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield. Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauw-viel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

 

 

????????

 

 

 

Bach als homeopaat (1918-1930)

 

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als pa-tholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de don-kere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vac-cinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit ver-zwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen mee-droegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homo-eopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden wer-den steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredi-gend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

 

 

 

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

 

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen. Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdek-kingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen.

Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conser-veringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”. Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Enge-land onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, kon-den of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg ver-liet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte. Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezond-heid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”.

Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht bren-gen. Hij zocht plan-ten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven. In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”. De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

 

 

setladrome

 

 

 

De tweede negentien remedies

 

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor be-doeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus. Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloe-men en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveel-heid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had. Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken van-wege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriende-lijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonnemetho-de.

 

 

De laatste maanden

 

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies op-nieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huis-houden”.  Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell. Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Ta-bor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

 

Aantal voedselinfecties neemt toe

Standaard

categorie: Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Aantal voedselinfecties neemt toe

.

.

.
.

Vorig jaar werden in Nederland 2.607 mensen ziek door een voedselinfectie, in 2011 slechts 977. Vier mensen overleden ten gevolge daarvan. Dat blijkt uit een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De toename kwam vooral doordat er in 2012 meerdere grote uitbraken van voedselinfecties of -vergiftigingen waren. De grootste en meest opvallende uitbraak was de landelijke uitbraak van Salmonella Thompson (1149 gerapporteerde zieken), die was veroorzaakt door het eten van besmette gerookte zalm.

Het gaat om de gemelde gevallen, het werkelijke aantal ligt veel hoger. Naar schatting zijn jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel. Net als in voorgaande jaren zijn de bacteriën Campylobacter en Salmonella en het norovirus de belangrijkste verwekkers van uitbraken van voedselinfecties. De impact van Salmonella- en norovirus-uitbraken is groter dan die van Campylobacter, aangezien er meestal meer mensen ziek worden van één besmettingsbron met Salmonella of het norovirus.

Daarnaast zijn de gevolgen van een Salmonella-besmetting vaak heviger: vrijwel alle gemelde ziekenhuis- opnamen die verband hielden met een voedselinfectie waren het gevolg van een Salmonella-infectie. Goede hygiëne en de juiste voorschriften volgen tijdens de productie en bereiding van voedsel zijn maatregelen die in hoge mate beschermen tegen voedselinfecties. Voorbeelden zijn risicovolle producten voldoende verhitten en kruisbesmetting voorkomen, zoals rauwe kip niet in aanraking laten komen met rauw te eten producten.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Gezond fruit: aalbes

Standaard

Categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

Gezond fruit: aalbes

 

 

Onder rode bessen verstaan we de kleine rode aalbessen, die met meerdere besjes aan lange, kleine trossen groeien en die vooral in het voorjaar en de vroege zomer vers verkrijgbaar zijn.

In andere landen is de term trouwens algemener, en kunnen er allerlei rode bessen mee aangeduid worden, van vossenbessen tot cranberries en gojibessen. Maar bij ons mag je ervan uitgaan dat er eigenlijk altijd de aalbes mee bedoeld wordt.

Rode bessen hebben een wat zure, frisse smaak. We eten ze vooral door de yoghurt of bij ijs, of samen met ander fruit in sappen en smoothies. Ook als garnering doen de vrolijke rode bessen het goed. Maar ze geven je toetjes en tussendoortjes niet alleen net dat frisse extraatje; ze zijn ook nog eens ontzettend gezond.

 

 

 

 

 

De voedingswaarde van rode bessen

 

Rode bessen zijn rijk aan vezels en bevatten rond de 45 tot 50 kilocalorieën per 100 gram. Dat is ongeveer net zoveel als er in de meeste soorten appels, grapefruit en kersen zit. Maar, wat veel belangrijker is, is waar die calorieën vandaan komen. De calorieën in voeding komen voor rekening van de macronutriënten: de vetten, eiwitten en koolhydraten die in voedingsmiddelen zitten.

In rode bessen zit nauwelijks vet: met minder dan een kwart gram per 100 gram is die hoeveelheid nagenoeg verwaarloosbaar. Daar staat ongeveer 1,1 gram eiwit tegenover, wat vooral is toe te schrijven aan de kleine zaadjes in de rode bessen, die je ook gewoon op eet.

Die hoeveelheid eiwit is dan ook behoorlijk hoog vergeleken met veel andere fruitsoorten waarbij je de zaden niet eet. De meeste calorieën in rode bessen zijn echter afkomstig van de koolhydraten: daar bevatten ze tussen de 8 en 10 gram per 100 gram van. En daar weer van bestaat het grootste deel uit suikers.

Naast de macronutriënten zijn natuurlijk vooral de micronutriënten van belang: de vitamines en mineralen die ons lichaam hard nodig heeft om goed te functioneren. Rode bessen bevatten veel vitamine C, meer dan de meeste andere soorten rood fruit maar minder dan bijvoorbeeld sinaasappels en kiwi’s.

Andere noemenswaardige vitamines in rode bessen zijn een aantal B-vitamines en vitamine K (die laatste wordt in ons land overigens niet als essentieel beschouwd). Belangrijke mineralen in rode bessen zijn onder andere calcium, kalium, ijzer en mangaan. Rode bessen zijn daarnaast rijk aan caroteen, een stof waaruit ons lichaam vitamine A kan aanmaken.

 

 

 

 

 

Wat doen rode bessen nu voor je gezondheid?

 

Al de voedingsstoffen die hierboven aan bod kwamen, hebben uiteenlopende gezondheidsvoordelen. Rode bessen bevatten belangrijke vitamines die je helpen een goede weerstand op te bouwen en stoffen die bijdragen aan een gezond hart- en vaatstelsel en sterke botten.

Een aantal voedingsstoffen in rode bessen hebben bovendien een anti-oxidante werking en sommige worden zelfs in verband gebracht met een verlaagde kans op bepaalde vormen van kanker. Al met al zijn rode bessen dus een ideaal fruit waar je met een gerust hart best een beetje meer van mag eten.

 

 

 

Medicinale werking van rode bes

 

De rode bes heeft net als zwarte bes een medicinale werking. Het eten van de bessen werkt koortsreducerend, eetlustopwekkend, bloedstelpend en het vergroot de neiging om afvalstoffen uit te zweten. Over het algemeen bevordert rode bessen de spijsvertering en werkt het licht laxerend. Het rode besje helpt gifstoffen beter uit het lichaam af te voeren. Het pas in een detox-dieet.

 

 

 

 

 

Medicinale thee van rode bessenstruikblad

 

Thee van de gedroogde bladeren van de rode bessenstruik wordt gezet om jicht en reumatische aandoeningen zoals artritis en artrose te verlichten. Voor mond- en keelinfecties wordt aangeraden om koude of lauwe thee van deze bladeren te gebruiken om mee te gorgelen. Je kunt een kompres maken van deze thee om slecht helende wonden mee te behandelen.

 

 

 

12 Indicaties voor rode bes als medicijn

 

Er zitten antioxidanten in groenten en fruit. Rode bessen kennen medicinale werking door de fytonutriënten anthocyaninen, die vaak in rode vruchten voorkomen als antioxidant. Hierdoor is het een natuurlijke preventie tegen kanker, diabetes, hartziekten en ouderdomsverschijnselen in het algemeen. Daarnaast wordt door kruidendeskundigen in Europa de rode bes voorgeschreven bij de volgende 12 ziekten:

Obesitas,

Reuma,

Miltproblemen,

Pijn aan de urinewegen,

Anorexia,

Blaasproblemen,

Cirrose,

Lage Bloeddruk

Leverproblemen,

Vermoeidheid,

Algemene verschijnselen van zwakte,

Galproblemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Sardonyx

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

Algemene informatie

 

Sardonyx is een chalcedoon variant en een kwarts-variëteit. De kleur van de steen kan licht gevlamd zwart, bruin, rood en wit gestreept zijn.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Vindplaatsen zijn onder andere Brazilië, Uruguay, India en Rusland en, maar zeer zelden, in de Verenigde Straten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2+Fe, Mn, O, OH

hardheid: 6,5-7

dichtheid: 2,58-2,64

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sardonyx
Agate banded 750pix.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2 + Fe, Mn, O, OH
Kleur zwart, bruin, rood en wit
Hardheid 6,5 – 7
Gemiddelde dichtheid 2,58-2,64 kg/dm³
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Niet
Magnetisme Niet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bismut

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Bismut is een broos zwaar metaal met een witte kleur en een zilver-roze glans. Het is het enige zware metaal wat niet giftig is. Het oppervlak vertoont een dunne iriserende oxidatielaag die vele kleuren laat zien, van geel tot rood en blauw. De trapvormige structuur ontstaat doordat de kristallen met een onregelmatige snelheid groeien.

Bismut is een scheikundig element met symbool Bi en atoomnummer 83. Het is een roodwit hoofdgroepmetaal. Daarnaast is bismut het meest diamagnetisch. Het heeft een zeer gering elektrisch geleidingsvermogen en vertoont van alle metalen het hoogste Hall-effect. Bismut verbrandt onder vorming van een heldere blauw/groene vlam.

Bismut is één van de weinige stoffen die uitzet bij bevriezen; een eigenschap die het metaal deelt met water en gallium. Lange tijd werd bismut algemeen gezien als het zwaarste stabiele element. In 2003 ontdekten Franse onderzoekers echter dat de stabielste isotoop, bismut-209, toch zeer zwak radioactief is.

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Bismut is afgeleid van het Duitse wismut, wat witte massa betekent. In het verleden werd bismut vaak verward met tin of lood omdat het daar veel eigenschappen mee deelt. In 1753 lukte het de Franse wetenschapper Claude François Geoffroy om bismut te scheiden van lood.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Bismut houdende mineralen worden gewonnen in o.a. Australië, Bolivia, Canada, China, Mexico en Peru.

 

 

 

 

 

 

.

.

Toxicologie en veiligheid

 

Hoewel bismut tot de zware metalen behoort, is het onschadelijk voor organismen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Bi

hardheid: 2,25

dichtheid: 9,7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sarder

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Sarder is een chalcedoon variant en kan oranje, rood en bruin van kleur zijn. De steen is doorschijnend met een matte tot zijdeglans. Het is wat betreft chemische samenstelling en werking vrijwel gelijk aan carneool maar vaak iets harder en wat donkerder van kleur.

Het behoort tot de kwartsen. Het element dat de rode kleur veroorzaakt, is ijzer dat in kleine onzuiverheden in het mineraal zit. Door verhitting kan de kleur verdiepen. Carneool is genoemd naar het Latijnse caro, dat “vlees” betekent. De oude Nederlandse naam is kornalijn.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Carneool werd al voor het begin van onze tijdrekening gebruikt voor de vervaardiging van zegelstenen en sieraden. Men beweerde dat carneool bescherming bood tegen ruzie, kiespijn en zenuwaandoeningen, bloedingen stopt, koorts verlaagt, toorn vermindert en geluk brengt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Carneool ontstaat in vulkanische verweringszones en is onder meer bekend uit India, Saoedi-Arabië en Egypte; belangrijke vindplaatsen bevinden zich verder in Brazilië, de Verenigde Staten, Australie, Rusland, Tsjechië,  Staten,  Duitsland en Roemenië.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: SiO2

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

 

 

 

 

Carneool
Carneool.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2
Kleur Donkerrood, oranjerood, bruinrood
Streepkleur Wit
Hardheid 6-7
Gemiddelde dichtheid 2,60
Glans Glasglans, mat
Breuk Ruw, schelpvormig
Splijting Geen
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Brekingsindices N1,539-1,544, N1,526-1,535
Dubbele breking 0,004-0,009
Dispersie Geen
Luminescentie Geen
Pleochroïsme Geen
Overige eigenschappen
Veredeling Niet bekend
Bijzondere kenmerken Insluitsels van hematiet en andere mineralen

 

 

sarder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 34 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

826957-9f6f7e61f238f3062d3eaceb85e804ce

.

.

DE LIEFDE IS CONSTANT

 

 

Er is niets permanent aangaande jullie Aardse vlak bestaan. Diens veranderlijke energie verschuift en verandert, herhaalt nooit hetzelfde patroon. Echter, er IS één constante; Mijn Liefde voor jullie is nooit-eindigend, verandert nooit en is altijd bij jullie. Wanneer je het gevoel hebt dat je alle geloof in alles verloren bent, herinner je dan dat Het Universum altijd daar is en jou ondersteund en diens adoratie van jou fluistert!

                                                                          ~ De Schepper

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

Bedankt om mijn website te bezoeken!  Mijn site bevat luchtige categorieën en spirituele rubrieken. Ik ben reikimaster. Ik probeer een evenwicht te maken tussen tastbare- en onzichtbare dingen. Er is slechts één waarheid wat aardse- en hemelse gebeurtenissen betreft en dat geldt zowel voor het verleden als voor de toekomst. Mensen proberen door hun eigen redeneringen en externe info een eigen waarheid te maken wat goed voor hun uitkomt! Dat is een grote fout. Er is goed en er is kwaad. In de rubriek religie kan men de enige waarheid vinden en hoe men van de erfzonde verlost kan worden. Het boek De Openbaring handelt over de nabije toekomst van het mensdom, de aarde en de hemel.  Met zelfgemaakte prenten en verklaarbare tekst heb ik geprobeerd de symbolen per hoofdstuk uit te leggen. Wie het boek der Openbaring leest krijgt een zegening door God (zie hoofdstuk 1 en hoofdstuk 22).

 

 

HET BOEK DER OPENBARING IS TE VERKRIJGEN VIA :

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis  in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’ 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’ 

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname  van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

mijne kop a4 JOHN ASTRIA

Boodschap 33 van ” Boodschappen uit de kosmos

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

naamloos

 

 

 

OGEN ZIEN AARDSE DINGEN,

 

HET HART ZIET ALLE DINGEN.

 

 

 

 

kijkenmetjehart

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4                                                                                      JOHN ASTRIA

Klein kruiskruid : Senecio vulgaris

Standaard

kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de gele bloemhoofdjes zonder straalbloemen en
– de glanzende geveerde bladeren

 

.

 

.

 

Algemeen

 

Klein kruiskruid is zeer algemeen voorkomende eenjarige plant. Ze kan tot 50 cm hoog worden. Vooral omge-werkte grond heeft de voorkeur, maar ook tussen stoeptegels kom je klein kruiskruid tegen.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Klein kruiskruid bloeit bijna het hele jaar, behalve bij strenge vorst, met kleine gele bloemhoofdjes, die meer hoog dan breed zijn met zwart gepunte omwindsel blaadjes. De bloemhoofdjes staan in losse pluimen aan het einde van de stengel. Ze bestaan uitsluitend uit gele buisbloemen, straalbloemen ontbreken. De hoofdjes blijven lang gesloten en gaan ook nooit erg ver open.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren van klein kruiskruid zijn glanzend groen.

 

 

 

.

 

Bijzonderheden

 

Voor de bestuiving zorgt de plant zelf. Dus ook bij ongunstig weer, wanneer het nog te koud is voor de insecten, produceert ze veel zaadjes. De zaden groeien in zeer korte tijd uit tot volwaardige planten. Ook die produceren weer opnieuw zaden, die door het vruchtpluis makkelijk door de wind verspreid worden. Al met al een plantje dat je niet snel uit je tuin krijgt.

 

 

 

.

 

Vergelijkbare soorten

 

boskruiskruid : heeft een aantal naar buiten omgerolde straalbloemen, sterk ruikend, niet kleverig.

kleverig kruiskruid : kleverig door talrijke klierharen.

 

 

boskruiskruid :

.

  •  heeft een aantal naar buiten omgerolde straalbloemen, sterk ruikend, niet kleverig.

 

.

 

Boskruiskruid Senetio sylvaticus 5

 

 

 

.

kleverig kruiskruid : 

.

  • kleverig door talrijke klierharen
  • De bovenkant van de bladeren is glanzend groen en enigszins behaard, soms ook kaal.
  • De omwindselblaadjes hebben een zwarte punt.
  • De buitenste (onderste) omwindselblaadjes zijn voor de helft zwart.
  • De hoofdjes bestaan enkel uit buisbloemen, straalbloemen ontbreken.

.

 


01191Kruiskruid klerverig bloem 1copy

 

 

.

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 7 tot 50 cm hoog

Bloem
– geel
– hele jaar, behalve bij strenge vorst
– hoofdje
– 1 cm lang, 4 à 5 mm breed
– buisbloemen
– omwindselbladeren zwarte top

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– veervormig ingesneden tot de helft
– top spits
– rand getand of gelobd
– voet onderste bladeren steelvormig   versmald
– voet bovenste al dan niet   stengelomvattend
– veernervig
– vlezig
– bovenkant glanzend
– kaal of gedeeltelijk spinnenwebachtig   behaard

Stengel
– rechtop
– licht behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

.