Dagelijks archief: februari 24, 2021

Chrysocolla

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Het doorschijnend tot opaak groene, blauwe, blauwgroene of bruine chrysocolla heeft een doffe tot glasglans, een lichtgroene streepkleur en het mineraal kent geen splijting. Chrysocolla heeft een gemiddelde dichtheid van 2,15 en de hardheid is 2,5 tot 3,5. Het kristalstelsel is orthorombisch en het mineraal is niet radioactief. Vergelijkbare mineralen zijn dioptaas, shattuckiet en turkoois. Chrysocolla maakt deel uit van de combinatie stenen quantum quattro, eilatsteen en Sonora sunrise.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Chrysocolla komt van de Griekse woorden khrusos = goud en kolla = lijm.

 

 

 

.

.

Vindplaats

 

Chrysocolla is een redelijk algemeen mineraal dat voornamelijk voorkomt als begeleidend mineraal van koper-ertsen. De typelocatie is Nizhne-Tagilsk in de Oeral, Rusland. Belangrijke concentraties zijn er in de Verenigde Staten, voornamelijk in de staten New-Mexico, Nevada, Arizona, Idaho en Californië. Dit mineraal komt ook voor in Mexico,Chili, Peru en Canada. Zeer fraaie stenen zijn afkomstig uit Israël, Zuid-Afrika, Congo, Zimbabwe, Rusland, Kazachstan, Moldavië, Duitsland, Engeland, Roemenië en Frankrijk.

 

 

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: (Cu,Al)2H2Si2O5(OH)4·n(H2O)

hardheid: 2,5-3,5

dichtheid: 1,9-2,4

 

 

 

 

 

Chrysocolla
Mineraly.sk - chryzokol.jpg
Mineraal
Chemische formule (Cu,Al)2H2Si2O5(OH)4·n(H2O)
Kleur Groen, blauw, blauwgroen of bruin
Streepkleur Lichtgroen
Hardheid 2,5 – 3,5
Gemiddelde dichtheid 2,15 kg/dm3
Glans Glas- tot dof
Opaciteit Doorschijnend tot opaak
Breuk Schelpvormig
Splijting Geen
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Kristalvlakken Amorf, druiventrosvormige aggregaten
Brekingsindices Np 1,575-1,585, Nm 1,597, Ng1,598 tot 1,635
Dubbele breking 0,1380 – 0,1750
Pleochroïsme Kleurloos tot vaal blauwgroen
Overige eigenschappen
Veredeling Impregneren met paraffine en epoxyhars
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tibetaanse zwarte kwarts

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

.

Algemene informatie

 

Tibetaanse zwarte kwarts is een heldere kwarts variant met zwarte insluitsels.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Tibetaanse zwarte kwarts wordt gevonden in Tibet en Nepal.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2

hardheid: 7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het uitzicht van God.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

dove-Holy-Spirit

 

 

 Vergelijking met de mens

 

Genesis zegt herhaaldelijk dat wij geschapen zijn naar Gods eigen beeld (Genesis 1:27). Het Hebreeuwse woord voor evenbeeld (“tselem”) laat zich vertalen als een schets of weergave van een origineel, omdat een schaduw de schets van het origineel is.

Alleen mensen zijn geschapen naar de gelijkenis van God. Hoewel God niet beperkt is tot een menselijke vorm, deelt de onvolmaakte en eindige mens in Gods natuur, met overdraagbare eigenschappen zoals leven, waarheid, wijsheid, liefde, heiligheid, persoonlijkheid en rechtvaardigheid. Wij hebben het vermogen om een geweldige geestelijke relatie met Hem te hebben, en daardoor krijgen wij inzicht.

 

 

De Drievuldigheid zonder gezichten

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 De ontmoetingen

 

In Genesis 32:25-30 bleef Jakob, de vader van de twaalf stamvaders van Israël, kreupel achter na een worsteling met God. Jakob noemde die plaats Peniël, want, zei hij :

 ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven’  (Genesis 32:31).

 

God kwam zo dicht bij Jakob als mogelijk was, de handen van de Schepper rustten letterlijk op hem.

 

 

 

Het is niet toegestaan om Gods gezicht werkelijk te zien (Exodus 33:20)

 

Toen Mozes God ontmoette als een brandende struik, durfde hij niet naar God te kijken (Exodus 3:6). Zelfs de innige relatie tussen Mozes en God waarin de Heer “van aangezicht tot aangezicht” sprak (Deuteronomium 34:10) kende beperkingen.

Op het moment dat hij Gods heerlijke aanwezigheid zocht, werd Mozes er aan herinnerd :

“Mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven” (Exodus 33:11).

 

Van aangezicht tot aangezicht duidt op intieme gesprekken tussen twee goede vrienden. Dit wederzijdse vertrouwen maakte het hen mogelijk om eerlijk en open met elkaar te praten (Deuteronomium 12:6-8).

 

 

Mozes en de brandende braamstruik

Mozes en de brandende braamstruik

 

 

De voorbeelden uit het Oude Testament ten aanzien van Gods uiterlijk richtten zich op Zijn heerlijkheid en hemelse aanwezigheid, die verblijft in door Hem verkozen objecten:

de Tabernakel (Numeri 12:5; 16:19, 17:7),

een wolkkolom

en een vuurzuil (Numeri 14:14).

In het Nieuwe Testament openbaart God Zichzelf door aan ons te verschijnen middels Zijn vleesgeworden Zoon, Jezus Christus.

 

 

 

De onzichtbare God

 

In antwoord op de vraag hoe dat God er uit ziet zond Hij een kind naar deze wereld :

 “Beeld van God, de Onzichtbare, is Hij (Christus), in Hem heeft heel de Volheid willen wonen” (Kolossenzen 1:15, 1:19).

 

Er worden nergens specifieke uiterlijke kenmerken van dit Kind genoemd, alleen specifieke omstandigheden. Het lag in een kribbe, gewikkeld in lappen met een ster boven een huis. Maar de herders en wijzen herkenden Jezus onmiddellijk toen zij de Levende God verheerlijkten, prezen en aanbidden:

 “In Hem  schittert Gods luister, Hij is Zijn evenbeeld.” (Hebreeën 1:3).

 

Met onvoorwaardelijke liefde en genade schiep God ons naar Zijn eigen evenbeeld terwijl Hij ons een glimp van Zichzelf deed opvangen in Jezus Christus.

“Niemand heeft God ooit gezien, maar de enige Zoon, die Zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen” (Johannes 1:18).

In de Bergrede vertelt Jezus ons:

“Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien” (Matteüs 5:8).

 

Misschien kunnen we Gods gezicht dan nu nog niet helemaal zien, maar Hij beziet ons in alle volheid met onuitputtelijke liefde.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

God is alomtegenwoordig

Standaard

categorie : religie

 

 

 

413

 

 

 

Kunnen wij begrijpen dat God werkelijk alom tegenwoordig is ?

 

De alomtegenwoordigheid van God is voor veel mensen omstreden, en iets waar ze zich druk om maken. Een mens kan niet op twee plekken tegelijk zijn, zelfs niet met de meest vooruitstrevende technologie. Als God overal tegelijkertijd is, dus alomtegenwoordig, dan ontsnapt er niets aan Zijn aandacht. In de gehele Bijbel zien we dat alles wat geschapen is onder de heerschappij van een oppermachtige God.

“Een alomtegenwoordige God keek naar alles wat Hij had gemaakt…Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid” (Genesis 1:31-2:1).

 

Als wij het begrip eeuwigheid volledig zouden kunnen bevatten, dan zou de alomtegenwoordigheid van God misschien ook te begrijpen zijn. De menselijke geest beziet gebeurtenissen aan de hand van een tijdsbalk, met specifieke vakken voor het verleden, het heden en de toekomst.

De voortdurende overgang van elk vak naar het volgende hangt af van hoe iemand een bepaald voorval ziet. God, die eeuwig is, is niet gebonden aan tijd want Hij heeft de tijd geschapen. Als heerser over de volledige historie, het heden en de toekomst van de mensheid, verkondigt God:

 

“Ik ben de Alfa (Begin, Eerste) en de Omega (Einde, Laatste) Die is, Die was en Die komt, de Almachtige” (Openbaring 1:8; 21:6; 22:13).

 

Hij heerst tegelijkertijd over alle menselijke geschiedenis, los van de fysische beperking van welke tijdsbalk dan ook.

 

 

 

Onbeperkte begrenzingen

 

Omdat God eeuwig is, kunnen ruimtelijke begrenzingen Hem niet beperken. Gods tijd is oneindig, daarom is God ook onbegrensd ten aanzien van ruimte. Hij is dus alomtegenwoordig.

Koning Salomo besefte dat God ver boven de begrenzing van de hele schepping uitstijgt:

“Zou God werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan U niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor U heb gebouwd” (1 Koningen 8:27-28).

 

Hoe prachtig een door mensen gemaakte tempel ook zou kunnen zijn, Salomo begreep dat God niet beperkt kan worden tot enig deel van de ruimte, hoe groot dat deel ook zou zijn.

“Dit zegt de Heer: De hemel is Mijn troon, de aarde Mijn voetenbank. Waar zouden jullie een huis voor Mij kunnen bouwen? En wat zou Mij als rustplaats dienen?’’(Jesaja 66:1).

 

De alomtegenwoordigheid van God betekent dat Hij zelfs niet in de grootst mogelijke ruimte zou kunnen verblijven. Het is niet zo dat God simpelweg bestaat in een soort oneindige, open ruimte. God is aanwezig in alle ruimte. Dat betekent dat God in Zijn hele wezen aanwezig is op elke plek in onze ruimte. Alle ruimte is voor Hem onmiddellijk aanwezig. De 19e-eeuwse theoloog Charles H. Spurgeon verkondigde:

 

    “We geloven dat God de hemel en de aarde vult, alsook de hel; dat Hij Zich op elke plek bevindt die Zijn schepping lijkt te vorderen, want schepselen zijn Hem niet onaangenaam; en zelfs de ruimte die ingenomen wordt door Zijn werk wordt nog steeds met Hemzelf vervuld. De gesteenten in de onbekende diepten zijn vervuld van God; waar de zee brult of waar het massieve graniet geen kier of leegte laat, zelfs daar is God; niet alleen in de open ruimte, en in de kloof, maar binnen in alle materie, en overal overvloedig in alles, en alle dingen vullend met Zichzelf.”

 

Maar het is niet juist om God te zien in ruimtelijke bewoordingen, alsof Hij een soort gigantisch wezen is. God mag dan een wezen zijn dat zonder maat en afmetingen bestaat in de ruimte, maar Hij is niet een of andere vormeloze massa.

In Genesis 1:26 lezen we dat de mens geschapen is naar het evenbeeld en de gelijkenis van God, woorden die een zekere vorm aanduiden. Toen Mozes vroeg om de majesteit van God te mogen zien, antwoordde Hij:

“Als Ik Mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; Mijn gezicht mag niemand zien” (Exodus 33:18-23).

 

God spreekt over Zichzelf in menselijke bewoordingen.

 

 

 

Gods bereik

 

Hoewel we het gezicht van onze Schepper niet mogen zien, bevestigt de alomtegenwoordigheid van God dat Hij voortdurend de mensheid beziet. Adam en Eva probeerden “zich voor Hem te verbergen tussen de bomen” (Genesis 3:8). De profeet Jona probeerde “van de Heer weg te vluchten”. In eerbiedig ontzag besefte David:

“Hoe zou ik aan Uw aandacht ontsnappen, hoe aan Uw blikken ontkomen?” (Psalm 139:7-18).

 

Nergens in de schepping kunnen we ons verstoppen voor de Heer. Via Zijn Geest strekt Gods bereik zich uit tot elke uithoek van het universum en in de harten van de mensen.

“De Heer in Zijn heilig paleis, de Heer op Zijn troon in de hemel, met aandacht beziet Hij en fronsend keurt Hij de mensen op aarde” (Psalm 11:4).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hqdefault

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

De hoekstenen van de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat zijn de pijlers van de islam?

 

 

De islam is gebaseerd op volgende pijlers welke in dit artikel besproken worden:

1. Imaan (geloof)
2. Salaat (bidden)
3. Ramadan (vasten)
4. Zakaat (liefdadigheid)
5. Hajj (bedevaart)

 

 

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

 

 

 

 1.  Imaan (Geloof)

 

1.1. Shahada (Geloofsverklaring)

De islamitische geloofsverklaring  luidt als volgt:

Ik belijd dat  er geen andere  god is dan God, en ik belijd dat Mohammed zijn Profeet is.

Deze eenvoudige formule, bestaat uit volgende delen:

  • ik beleid dat – dit houdt een geloofsverklaring in, een belijden van het geloof
  • er geen god is dan…: dit is de “ontkenning” (Nafi): men ontkent het bestaan van om het even welke andere god(en) – (en dat betekent alles wat men in de plaats zou kunnen stellen van God, zoals het eigen ik, weelde, macht, enz.)
  • …God : dit is de “aanvaarding” (Asbaat) van God, bron van de gehele Schepping
  • en dat Mohamed boodschapper is van God”: men erkent dat God een leidraad openbaarde aan een mens zoals wij. Dit onderdeel bevat meteen ook een onderscheidende stelling, namelijk dat de mens verschillend is van God (God is uniek), en niet (één met) God kan worden.

1.2. Geloofsartikelen

De islam bestaat uit volgende zes geloofsartikelen

  • geloof in één God
  • geloof in de Engelen
  • geloof in de boodschap van God (heilige boeken)
  • geloof in de boodschappers van God (profeten)
  • geloof in het leven na de dood en in het laatste oordeel
  • geloof in de predestinatie

 

 

 

2. (Gebed)

 

Salah is een Arabisch woord en betekent rechtstreekse spirituele relatie en communicatie tussen het schepsel en zijn Schepper. Rechtstreeks, want in de islam is er geen hiërarchische structuur, zijn er geen priesters (een imam is iemand die door de gemeenschap van gelovigen verkozen  wordt om het gebed te leiden).

De speciale communicatie (Salah) neemt vijf keer per dag plaats, na het zich hebben gereinigd (“wudu”) om tot God te komen, bescherming te vragen tegen het kwade en in deemoed vergiffenis te vragen, en wel zo vroeg mogelijk bij het aanvatten van volgende periodes:

  • Fajr (vroege ochtend): na aanbreken van dag en voor zonsopgang
  • Zuhr (middag): Nadat de zon van het zenit begint te dalen tot wanneer ze ongeveer halverwege is op haar traject naar zonsondergang
  • ‘Asr (midden van de namiddag): Nadat de tijd verstreken is, tot zonsondergang
  • Magrib (zonsondergang):Direct na zonsondergang tot de rode gloed aan de westelijke horizon verdwijnt
  • ‘Isha (late nacht): Na het vestrijken van de vorige periode tot het aanbreken van de dag

 

Het ritme van de gebeden bepaalt dan ook het ritme van de gehele dag. Het gebed schenkt aan het individu de herleving en een nieuwe bevestiging van het geloof die gebaseerd is op innerlijke stilte en rust. Men kan bijna overal bidden (op kantoor, universiteit, op het veld,… ).

Het gebed wordt bij voorkeur in groep gebeden. De sociale implicatie van het gebed is de gelijkheid van alle mensen wanneer zij voor het aangezicht van hun Schepper staan; rijk of arm, machtig of bescheiden, ongeacht afkomst of ras.

Het gebed, dat een vorm is van innerlijke reiniging, maant de moslim en de gemeenschap vijf maal per dag aan tot nederigheid, innerlijke rust, dankbaarheid en tevredenheid.

 

 

img_pod_ramadan-strasbourg-mosque-muslim-religion-pod-1007

 

 

 

3. Ramadan (Vasten)

 

Ramadan is de naam van de negende maand van de islamitische (Hijri) kalender. Gedurende deze maand houden moslims overal ter wereld vasten. Van ochtendschemering tot zonsondergang gedurende de hele negende maand (Ramadan) van het maanjaar, is voor alle volwassen mannelijke en vrouwelijke moslims over de hele wereld het vasten verplicht.

In deze maand onthoudt de moslim zich van ochtendschemering tot zonsondergang niet enkel van eten, drinken en seks, hij/zij vermijdt ook onzinnig taalgebruik en slechte daden en wijdt zichzelf aan gebed, recitaties van de koran en goede daden.

Er zijn uitzonderingen voor zieken, zwangere vrouwen enz die later hun vasten kunnen inhalen. Als dat fysisch niet mogelijk is, moet men een behoeftige persoon voeden voor elke gemiste vastendag.

Vasten leert de mensen hoop, devotie, geduld, belangeloosheid, matiging, wilskracht, flexibiliteit, gezond overleven, discipline, een sociaal gevoel van samenhorigheid, eenheid en broederschap.

Eén van de nachten van de Ramadan is erg bijzonder, en beter dan duizend maanden (“De nacht van de beslissing is beter dan duizend maanden” (Koran 97:3)). Goede daden die gedurende deze ene nacht worden beoefend zijn gelijk aan deze beoefend over duizend maanden. Dit is de nacht van Laylatul Qadr, wanneer de Koran geopenbaard werd.

Het is een heel bijzondere nacht, een viering om de komst van de laatste leidraad van God aan de mensheid te vieren (de meeste moslims beschouwen Mohamed als laatste boodschapper, en de Koran als laatste Boodschap van God aan de gehele mensheid).

Deze nacht is een eerbetoon aan het begin van die Boodschap die door de Schepper werd geopenbaard, een Boodschap waarin God de mensen toont hoe men het geluk, vrede en rechtvaardigheid in beide werelden (hier en in het hiernamaals) kan verwerven.

Ramadan is een periode van geestelijke opleving. Niet alleen werd de Koran gedurende die maand neergezonden, volgens een hadiths werden ook de andere heilige Boeken gedurende deze maand neergezonden. Door zich  te onthouden van wereldlijke genoegens, ervaart men meer begrip en medeleven met diegenen die niet door keuze, maar door armoede in honger verkeren.

Dit verstevigt de broederschapsbanden. Deze samenhorigheid wordt verstevigd door de verplichte liefdadigheidsbijdrage die op het einde van de Ramadan wordt betaald.

Aan het einde van de vastenmaand vieren moslims over de gehele wereld feest met gebeden en feestelijkheden. Dit feest noemt ‘Eid ul Fitr’ en  betekent letterlijk een zich herhalende gebeurtenis. In de islam wordt dit woord gebruikt voor de islamitische feesten. Eid ul Fitr huldigt het einde van de maand Ramadan. Fitr betekent het breken van de vastentijd.

Men viert het geluk bij het bereiken van een geestelijke opleving na een maand van vasten. Eid ul Fitr begint als de nieuwe maan te zien is en duurt drie dagen. Men trekt nieuwe kleren aan, veel meisjes en vrouwen kleuren hun handen met henna. ’s Morgens gaat men eerst naar de moskee om God te danken.

Er worden veel bezoeken afgelegd bij familie en vrienden en er worden zoetigheden meegenomen. Moslims die elkaar op straat tegenkomen feliciteren elkaar. Het is een feest waarbij iedereen heel blij is.

 

 

 

4.  Zakah (Liefdadigheid)

 

Een belangrijk principe van de islam is dat alles toebehoort aan God. ‘Bezit’ is dus niet echt van de mensen, die de weelde slechts in bewaring hebben. Het delen van deze weelde, is een belangrijk sociaal aspect van het geloof, dat zorgt voor een soort herverdeling van de welvaar van rijken naar armen toe.

Het woord Zakah betekent zowel purificatie als groei. De bezittingen worden dus als het ware gereinigd door een deel ervan te schenken aan de armen en andere sociaal zwakkere groepen en voor de gemeenschap in het algemeen. Dit reinigt niet alleen het bezit van de schenker, maar reinigt ook zijn/haar hart van zelfzucht of hebzucht. Deze liefdadigheid reinigt ook het hart van de ontvanger van afgunst, jaloersheid of haat voor de schenkers.

Zakah heeft voor moslims een diepe humanitaire en sociaal-politieke waarde. De islam verhindert privé onderneming niet, en veroordeelt evenmin het privé-bezit, maar het staat ook geen zelfzucht en hebzucht toe. Zoals in alles, bewandelt de islam een middenweg tussen de noden van het individu en de samenleving, tussen materialisme en spiritualisme, tussen kapitalisme en socialisme enz.

Zakag is een vorm van ‘armenbelasting’. 2,5% van de spaargelden  van één jaar  gaan naar de armen , de afrekening vindt plaats  in de maand  van de Ramadan. Gedurende de Ramadan krijgt men door het vasten een dieper medeleven met de behoeftigen. De Zakah verstevigt deze band nog. Elke Moslim berekent zelf het bedrag, dat bij voorkeur anoniem gegeven wordt.

 

 

 

5. Hajj (bedevaart)

 

De bedevaart naar Makkah (Mekka) – de Hajj genoemd – is enkel verplichtend voor diegenen voor wie dit fysisch en financieel mogelijk is. Toch maken elk jaar ongeveer 2 miljoen mensen van overal ter wereld, van alle etniciteiten en naties, de bedevaart naar Makkah. Het overheersende thema hier is dat van de vrede.

Vrede met God, vrede met zichzelf, vrede met elkaar en met alle levende wezens. De vrede van elkaar of van om het even welk levend wezen verstoren is er strikt verboden. Moslims gaan naar Mekka om God te verheerlijken, niet om een persoon te aanbidden. Het bezoeken van het graf van de profeet Mohammed is hoog aanbevolen, maar niet essentieel om de Hajj geldig en volledig te maken.

De jaarlijkse Hajj begint de twaalfde maand van het islamitisch jaar (volgens de Hijri kalender). Bedevaarders dragen eenvoudige kledij zodat alle onderscheid volgens afkomst van afkomst of cultuur wegvalt, en iedereen als gelijke voor God staat.

De rites van de Hajj gaan terug tot aan de Profeet Abraham. De moslim  wandelt 7 maal rond de Ka’ba  en 7 maal tussen de bergen van Safa en Marwa , zoals de vrouw van de Profeet Abraham, deed in haar zoektocht naar water. Vervolgens komen de bedevaarders samen op de open vlakte van Arafat en vervoegen zij elkaar in gebeden tot God en smeken voor vergiffenis.

Aan het einde van de Hajj of bedevaart viert men het offerfeest of Eid ul Adha,  zowel door de bedevaarders in Mekka als door alle moslims ter wereld. Het feest is een instelling van liefdadigheid waarbij diegenen die zich een offerdier kunnen veroorloven voorgeschreven worden dit te delen met de behoeftigen zodat ook zij kunnen deelnemen aan dit feest. Men hoeft echter niet per se een dier te offeren, men kan ook geld geven aan de behoeftigen die zich daar dan eten kunnen mee aanschaffen.

 

 

mekka

 

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA