Dagelijks archief: maart 9, 2021

Wat zijn zeer gevoelige mensen?

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

 

 

 

 

Hoog sensitieve personen hebben een verhoogde

gevoeligheid voor hun omgevingen

 

Als je hoog sensitief bent, pakt je zenuwsysteem letterlijk meer informatie op dan de gemiddelde persoon doet van zijn of haar omgeving. Doordat je als HSP’er zoveel input ontvangt, kun je gemakkelijk overladen worden door een overdaad aan info. Een HSP’er kan ook overgevoelig zijn voor bepaalde stoffen op allerlei gebieden. Bijvoorbeeld, je kunt veel gevoeliger zijn voor gifstoffen en vervuilende stoffen.

Het is heel belangrijk om te weten of je HSP bent, zodat je kunt leren om te gaan hiermee. In deze snelle wereld met zijn overstimulatie, zul je moeten leren om keuzes te maken die gezond zijn voor jou, ook wanneer anderen dit niet begrijpen.

 

 

Hoog sensitieve personen en extra zintuiglijke gewaarwording

 

Als HSP’er kun je ook paranormale of helende gaven hebben, ook al (her)ken je die nog niet bij jezelf. Juist mensen die helende of paranormale gaven hebben, worden ook vaak overgevoelig genoemd. Net als HSP’ers pikken mensen met paranormale gaven ook meer informatie op dan de gemiddelde mens.

Mensen met een paranormale gave ontvangen informatie buiten de 5 “normale”zintuigen. Bijvoorbeeld , in plaats van dat ze alleen maar iets voelen dat ze hun aanraakt, voelen ze ook andere gevoelens. In plaats van alleen maar zien wat iedereen ziet, nemen zij ook dingen waar als aura’s of spirituele energieën. Ze kunnen soms ook geluiden horen die met het gewone oor niet te horen zijn.

 

 

Hoog Sensitieve Personen met onontwikkelde gaven

 

In onze moderne, wetenschappelijke en materialistische cultuur, is ons niets geleerd over paranormale gaven. Over het algemeen zijn we heel onwetend over deze fenomenen. Met als gevolg dat veel mensen een paranormale gave hebben en zich dat niet eens realiseren. Jij kunt ook een bepaalde gave hebben, maar dit blokkeren omdat je geen idee hebt hoe je hiermee om moet gaan.

Al bij de kleinste gewaarwording zou je jezelf waarschijnlijk al niet toestaan om te registreren dat je iets voelt. Als je toch iets zou bewust worden, zou je je waarschijnlijk, net als de meeste mensen, afvragen of je nog wel goed bij je hoofd bent. Wanneer je regelmatig zoiets doet en een deel van jezelf negeert, zal die eigenschap in de loop van de tijd gewoon niets meer doen. Dat is dan niet voor altijd, maar het slaapt en blijft onontwikkeld.

 

 

 

 

Hoog Sensitieve Personen en de verschillende paranormale gaven

 

Er zijn ook veel misverstanden over paranormale gaven. We zijn geneigd te denken aan die gaven zo van, dat zijn alleen mensen die in de toekomst kunnen kijken. Maar, in de toekomst kijken is maar één van de gaven. Bewust zijn van energie, intuïtief zijn, aura’s kunnen zien, andermans emoties kunnen voelen, communiceren met geesten, of sommige soorten van droominterpretaties kunnen allemaal voorbeelden zijn van paranormale gaven. Een paranormale gave is meer dan waarzeggen alleen.

Een ander misverstand is dat je of paranormaal bent óf je bent het niet. Paranormale gaven zijn net als andere gaven. Neem bijvoorbeeld een muzikale gave. Als je wel gevoel hebt voor muziek, maar nog nooit muziekles hebt gehad, dan zou je ook niet weten wat je mogelijkheden zijn. Je zou niet weten of je beter kunt zingen dan teksten schrijven of welk instrument het beste bij je past.

Je zou wel weten dat je muzikaal gevoel hebt, het is alleen niet ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor paranormale eigenschappen en gaven. Als je nog nooit geleerd hebt om ermee te werken, kun je ook niet weten waartoe je in staat bent, of wat je kwaliteiten zijn.

 

 

De connectie tussen Hoog Sensitieve Personen en paranormale personen

 

Fysieke en paranormale gevoeligheid gaan vaak hand in hand of overlappen elkaar. Als een sensitief persoon, is het handig te weten dat paranormale energie een aantal symptomen kan veroorzaken zoals vermoeidheid, hoofdpijnen, rugproblemen, maagproblemen, en zelfs chronische ziektes. Uitdrukkingen zoals :” je bezorgt me hoofdpijn”, tonen ons dat er een verband is tussen lichamelijke klachten en de geest.

Wanneer je als hoogsensitief persoon de energie van andere mensen in jouw systeem opneemt, kan dat allerlei problemen veroorzaken. Je kunt je heel erg emotioneel voelen, maar dan met gevoelens die niet van jou zijn. Je kunt je heel erg moe voelen door anderen zonder te weten waarom. Je kunt je overladen voelen met gevoelens op drukke plekken omdat je teveel energie oppikt.

Als paranormale energie je problemen bezorgt en je hebt dat niet in de gaten, weet je ook niet hoe je daar goed op reageren moet. Constant door andermans energie beïnvloed worden kan zorgen voor herhaalde verwarring, een slecht gezondheid en erger.

Als hoog sensitief persoon is het belangrijk om je bewust te worden van jouw eigen unieke situatie zodat je effectief kunt leren om ermee om te gaan. Wanneer je een dieper gevoel hebt van wie je bent en wat je kunt, dan kun je leren om keuzes te maken die helend zijn voor jou, zelfs als anderen dit niet begrijpen.

Je kunt beter het gevoel hebben dat je “anders begaafd” bent dan dat je rare problemen hebt. Als je open staat voor je paranormale gaven kan je je verhoogde sensitiviteit gaan zien als een cadeautje dat erop wacht om uitgepakt te worden.

 

 

 

 

 

 

 

Hugo Claus

Standaard

categorie : Beroemde mensen

 

 

 

De beeldende kunstenaar, filmmaker en de meest bekroonde auteur uit het Nederlands taalgebied Hugo Claus, werd geboren te Brugge op 5 april 1929 en overleed op 19 maart 2008 te Antwerpen.

 


Debuut: Kleine reeks (1947, poëzie)
Genres: Poëzie, roman, novelle, kort verhaal, toneel, scenario
Bijzonderheid:in 1997 ontving hij voor De Geruchten de Libris Literatuurprijs en in 1998 de Aristeionprijs; de hoogste Europese literaire onderscheiding
Citaat: ‘Ik heb vijftig jaar doorgebracht met het aanbrengen van allerlei subtiele dingetjes in mijn werk die misschien niemand eruit heeft gehaald. Dat is toch om verdrietig van te worden. (Haarlems Dagblad, 17-1-1998)
Recent werk: De Komedianten (Pas de deux II) (1997, toneel), Onvoltooid verleden, (1998, roman), Het laatste bed (1998, novelle), Het huis van de liefde (1999, poëzie), Wreed geluk (1999, poëzie), Een andere keer, de andere verhalen (2000), Een slaapwandeling (novelle, 2000)

 

 

 

 

 

Levensloop

 

Hugo Maurice Julien Claus wordt geboren te Brugge op 5 april 1929. Hij verblijft vanaf zijn 18 maanden tot 11-jarige leeftijd in een pensionaat. Hij woont thuis van 1940 tot 1946. Hij verlaat het ouderlijk huis en de school en maakt reizen naar verschillende landen. Van 1950 tot 1953 woont hij in Parijs waar hij in contact komt met surrealisme, existentialisme en Cobra-modernisme.

Van 1953 tot 1955 verblijft hij in Rome in het filmmilieu. In 1955 huwt hij met de filmactrice Elly Overzier, met wie hij in Gent gaat wonen (tot 1965). Vervolgens neemt hij gedurende vijf jaar zijn intrek op een boerderij in de Vlaamse Ardennen. In 1970 gaat hij in Amsterdam wonen, waar hij een verhouding heeft met de actrice Kitty Courbois. Van 1973 tot 1978 woont hij in Parijs samen met de actrice Sylvia Kristel. Uiteindelijk verhuist hij opnieuw naar Gent. Hij huwt in 1993 met Veerle De Wit.

Hugo Claus’ werk is even veelzijdig en wisselvallig als zijn leven zonder rode draad. Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische “Kleine reeks”, evolueert hij in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt zijn “Oostakkerse gedichten” uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden, echter steeds getuigend van een kenmerkende eigenheid en een matriarchale mythologie.

Op toneelgebied wordt hij internationaal bekend met de tragikomedie  “Een bruid in de morgen” (1955). Zijn populairste toneelstuk wordt het naturalistische “Suiker” (1958). Zijn navolgende toneelwerken zijn in hoofdzaak historische bewerkingen zoals o.a. “Thyestes” (1966), “Het spel Masscheroen” (1968) en “Orestes” (1976). Het succesvolle “Vrijdag” uit 1969, door Claus zelf verfilmd in 1980, raakt het delicate incestthema aan en doet denken aan het naturalisme van Cyriel Buysse.

Dezelfde verscheidenheid vindt men ook terug in zijn romans. In romans zoals “De hondsdagen” (1952) en “Schaamte” (1972) vindt men mytische elementen. In de roman het “Verlangen” (1978) zien we een duidelijk realisme. Zijn lijvige roman “Het verdriet van België” uit 1983 is een semi-biografische familiekroniek waarin op subtiele wijze het politieke en sociale leven tijdens Wereldoorlog II beschreven wordt. Deze roman wordt voor televisie bewerkt in 1994.

In zijn geheel genomen kan men stellen dat Claus’ werk een mengeling is van het beschrijven van tragische gebeurtenissen, klassieke verhalen en een expressie van een heimwee naar verheven waarden, dit alles doorweven met het banale, ja soms het vulgaire van het menselijk bestaan. De veelzijdige Hugo Claus is niet alleen schrijver van gedichten, romans, filmscenario’s, toneelstukken en essays, maar tevens schilder, librettist, film- en toneelregisseur. Hij schreef zelfs chansons voor de zangeres Liesbeth List. Hij kreeg talrijke literaire prijzen, waaronder de “Henriette Roland Holstprijs”.

 

 

 

Overlijden

 

Claus overleed op woensdag 19 maart 2008, kort voor zijn 79ste verjaardag in het Middelheim-ziekenhuis te Antwerpen. De schrijver leed zo’n twee jaar aan de ziekte van Alzheimer en koos daarom zelf het moment van zijn dood door middel van euthanasie via de organisatie Recht Op Waardig Sterven. Kort voor zijn overlijden gaf de filosoof Etienne Vermeersch Claus nog advies over euthanasie.

 

 

 

Euthanasiedebat laait op

 

Vele voorpagina’s van kranten werden ingenomen door het overlijden van Claus. Ook zijn euthanasiebeslissing werd uitvoerig belicht en geduid. In katholieke kringen reageerde men afwijzend met deze ‘mediatisering van de euthanasie’. René stockman, hoofd van de organisatie Broeders en Liefde, verklaarde op de katholieke nieuwssite Kerknet: “De wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten maar zelfs als het summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst. Dit is pas het echte verdriet van België.”Hij werd gevolgd in zijn kritiek door Wouter Beke, interim-voorzitter van CD&V. Kardinaal Daneels sprak er in zijn Paaspreek: “Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws.”

 

 

Claus en Sylvia Kristel

 

 

 

Lijst met onderscheidingen en prijzen

 

 

1950 – Leo J. Krynprijs voor De eendenjacht (later De Metsiers)

1952 – Arkprijs van het Vrije Woord voor De Metsiers

1955 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Een bruid in de morgen

1955 – Prix Lugné-Poë voor de Franse vertaling van Een bruid in de morgen

1955 – Prix Bonjour Promesse (of ‘Prix Françoise Sagan’) voor De hondsdagen

1956 – Letterkundige Prijs van de Stad Gent voor De getuigen

1957 – Ridder in de Orde van Leopold II (3 april)

1959 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De zwarte keizer

1959 – Ford Foundation Grant

1960 – Koopalprijs voor zijn Dylan Thomas vertaling Onder het melkwoud

1963 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De Verwondering (geweigerd)

1964 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor Omtrent Deedee (geweigerd)

1964 – August Beernaertprijs voor De Verwondering

1964 – Prijs voor het visualiseren van poëzie voor de tv-film Antologie

1965 – Henriette Roland Holst-prijs voor zijn gehele toneeloeuvre

1967 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor De dans van de reiger

1967 – Edmond Hustinx-prijs voor Nederlandstalige toneelschrijvers voor zijn gehele toneeloeuvre

1971 – Ridder in de Kroonorde (18 oktober)

1971 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie voor Heer Everzwijn

1973 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Vrijdag

1978 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Stad Gent voor literatuur

1979 – Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre

1979 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Jessica en z’n Euripides-bewerking Orestes

1984 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza voor Het verdriet van België

1985 – Cestoda-prijs

1986 – Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre

1986 – Herman Gorterprijs voor Alibi

1987 – Achilles Van Acker-prijsvoor de “sociale bewogenheid van zijn oeuvre”

1987 – Prijs van de Vlaamse Lezer voor Het verdriet van België

1989 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor Het verdriet van België

1989 – Grand Prix de l’humour noir Xavier Fonneret

1994 – Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad voor zijn gehele oeuvre

1994 – Prijs voor Meesterschap voor zijn gehele oeuvre

1994 – VSB Poëzieprijs voor De Sporen

1997 – Libris Literatuur Prijs voor De geruchten

1997 – Prix International Pier Paolo Pasolini

1997 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor De geruchten

1998 – Aristeionprijs van de Europese Unie voor De geruchten

1999 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor zijn gehele oeuvre

2000 – Premio Nonino voor de Italiaanse vertaling van Het verdriet van België

2000 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre

2001 – Preis der Stadt Münster für Europäische Poesie voor zijn gehele oeuvre

2002 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor de verzenbundel Wreed geluk

2002 – Prix de consécration Herman Closson voor zijn gehele oeuvre

2002 – Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung voor zijn gehele oeuvre

2005 – Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Algemene Culturele Verdienste

 

 

 

.

.

Bibliografie

 

Gedichten

 

1947 – Kleine reeks

1948 – Registreren

1950 – Zonder vorm van proces

1951 – Vierendelen

1952 – Drie blauwe gedichten voor Ellie

1952 – Tancredo Infrasonic

1953 – Een huis dat tussen nacht en morgen staat

1955 – De Oostakkerse gedichten

1955 – Paal en perk

1961 – Een geverfde ruiter

1963 – De man van Tollund

1963 – Het teken van de hamster

1963 – Love Song (poëzie op werk van Karel Appel)

1964 – Oog om oog

1965 – Gedichten

1965 – Het landschap

1967 – Relikwie

1969 – Genesis

1970 – Heer Everzwijn

1970 – Van horen zeggen

1971 – Dag jij

1973 – Figuratief

1974 – De wangebeden

1975 – Het Jansenisme

1977 – Emblemata

1977 – Het graf van Pernath

1978 – Cobra Revisited

1978 – Van de koude grond

1979 – Zwart (poëzie bij werk van Karel Appel en Pierre Alechinsky)

1979 – Claustrum

1979 – Gedichten 1969-1978

1979 – Fuga

1980 – 63 Kwatta-rijmen voor Gans België

1981 – Fiesta

1981 – Jan de Lichte

1982 – Almanak (verzamelbundel)

1982 – Het hooglied van Salomo

1985 – Halloween (gedichten bij tekeningen van Sylvia Kristel)

1985 – Gezegden

1985 – Het weerzinwekkend bezoek

1985 – Alibi

1985 – De dief van liefde

1985 – Gevulde contouren

1986 – Mijn honderd gedichten

1986 – Sonnetten

1986 – Bewegen

1986 – Evergreens

1987 – Sporen

1987 – Hymen (gedichten bij tekeningen van Corneille)

1987 – Imitaties

1990 – Steeds / Cité

1990 – Gedichten

1992 – Geplette gedaanten

1993 – 10 manieren om naar P.B.S. te kijken

1993 – De Sporen

1993 – Zij

1994 – Gedichten 1948-1993

1995 – Ach Clemens

1995 – Et voilà, le travail!

1995 – Zoek de zeven

1997 – Impromptu

1998 – Oktober 43

1998 – De aap in Efese

1998 – Voor de reiziger

1999 – Het huis van de liefde (bloemlezing)

1999 – Wreed geluk

2000 – Made in Belgium

2001 – De groeten (ter gelegenheid van Gedichtendag)

2002 – Sans Merci

2002 – Mijn hart en ik (bloemlezing)

2002 – Ik schrijf je neer

2002 – De tafel is leeg

2003 – Zeezucht

2004 – In geval van nood

2004 – Flagrant, bij etsen van Pierre Alechinsky

 

 

 

 

 

Toneelstukken

 

1952 – De Getuigen (eenakter)

1953 – Een bruid in de morgen

1954 – (M)oratorium (eenakter)

1954 – In een haven (eenakter)

1955 – De Geliefden (eenakter)

1956 – Het lied van de moordenaar

1957 – Dantons dood (Georg Büchner, vertaling)

1957 – Onder het Melkwoud (Dylan Thomas, vertaling)

1958 – Suiker

1959 – Woyzeck (Georg Büchner, vertaling)

1959 – Mama, kijk, zonder handen!

1960 – Quat-Quat (Jacques Audiberti, vertaling)

1961 – Antigone (Christopher Logue, vertaling)

1961 – Zannekin

1962 – De dans van de reiger

1963 – Allen die vallen (Samuel Beckett, vertaling)

1964 – Scherts, satire, ironie en diepere betekenis (Christian Dietrich Grabbe, vertaling)

1964 – Hendrik V (William Shakespeare vertaling)

1965 – De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Uilenspiegel en van Lamme Goedzak in Vlaanderen en elders (massaspel, naar Charles de Coster)

1966 – Thyestes (naar Seneca)

1966 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca vertaling)

1966 – Het Goudland (naar Hendrik Conscience)

1967 – Masscheroen (naar Mariken van Nieumeghen)

1968 – Wrraaak! (naar The Revenger’s Tragedy van Cyril Tourneur)

1969 – Vrijdag

1970 – De Spaanse hoer (naar La Celestina van Fernando de Rojas)

1970 – Tand om tand

1970 – Het leven en de werken van Leopold II

1971 – Interieur (naar zijn Omtrent Deedee)

1971 – Oedipus (naar Seneca)

1971 – Warm en Koud (Fernand Crommelynck, vertaling)

1972 – De vossejacht (naar Volpone van Ben Jonson)

1972 – De Advertentie/Theresa (Natalia Ginzburg, vertaling)

1973 – Pas de deux

1973 – Blauw blauw (naar Private Lives van Noël Coward)

1975 – Thuis

1976 – Orestes (naar Euripides)

1977 – Jessica

1977 – Het huis van Labdakos

1979 – Macbeth (William Shakespeare, vertaling)

1980 – Phaedra (naar Seneca)

1980 – Rashomon (Fay & Michael Kanin, vertaling)

1980 – Jan zonder Vrees (naar Giorgio Gaber)

1981 – Een hooglied

1981 – Een winters verhaal (William Shakespeare, vertaling)

1981 – Pantagleize (Michel de Ghelderode, vertaling)

1982 – Het haar van de hond

1982 – Lysistrata (Aristophanes, vertaling)

1982 – De Jood van Malta (Christopher Marlowe vertaling)

1982 – De Verzoeking

1983 – Hamlet (naar William Shakespeare)

1984 – Serenade

1984 – Droom van een Zomernacht (William Shakespeare, vertaling)

1985 – Goddelijke Woorden (Ramón María del Valle-Inclán, vertaling)

1985 – Blindeman (naar zijn eigen bewerking van Oidipus)

1986 – In Kolonos (naar Sofokles)

1987 – Romeo en Julia (William Shakespeare, vertaling)

1987 – De Golven van de Liefde en van de Zee (Franz Grillparzer, vertaling)

1987 – Koning Lear (William Shakespeare, vertaling)

1988 – Gilles!

1988 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca, vertaling)

1988 – Het schommelpaard

1989 – Gilles en de nacht

1991 – Richard Everzwijn (naar Richard III van William Shakespeare)

1991 – Het mondeling verraad

1991 – Visite

1991 – Winteravond

1992 – Verroeren

1993 – De repetitie (Jean Anouilh, vertaling)

1993 – Onder de torens

1994 – Requiem

1995 – De eieren van de kaaiman

1996 – De verlossing

1997 – De komedianten (Pas de deux II)

1997 – Salome (Oscar Wilde, vertaling)

1998 – Borgerocco of de dood in Borgerhout

2000 – De man van het toeval (Yasmina Reza, vertaling)

???? – X

 

 

Een bruid in de morgen

 

 

Verhalen

 

1954 – Natuurgetrouw

1958 – De zwarte keizer

1958 – Als een jonge hond

1966 – De dans van de reiger (verhaal naar eigen filmscenario)

1969 – Natuurgetrouwer (uitgebreide uitgave van Natuurgetrouw)

1972 – Gebed om geweld

1974 – De groene ridder I: In het Wilde Westen

1974 – De groene ridder II: De paladijnen

1974 – De groene ridder VII: Aan de evenaar

1977 – De vluchtende Atalanta

1984 – Een bijzondere cirkel (uit Natuurgetrouwer, in Vlaamse verhalen na 1965)

1985 – De mensen hiernaast

1987 – Château Migraine

1988 – Een andere keer

1999 – Verhalen

2000 – Een andere keer (bloemlezing)

2000 – De schrijver. Een literaire estafette

2000 – De avondzon

 

 

 

 

 

Romans

 

1950 – De Metsiers

1952 – De hondsdagen

1956 – De koele minnaar

1962 – De Verwondering

1963 – Omtrent Deedee

1971 – Schola nostra (onder het pseudoniem Dorothea van Male)

1972 – Schaamte

1972 – Het jaar van de kreeft

1977 – Jessica

1978 – Het verlangen

1983 – Het verdriet van België

1988 – Een zachte vernieling

1994 – Belladonna

1996 – De geruchten

1998 – Onvoltooid verleden

 

 

 

 

 

Essays

 

1951 – Over het werk van Corneille

1954 – Cinq lithographies en couleur (essay bij werk van Karel Appel)

1962 – Karel Appel, schilder

1964 – Louis Paul Boon

1979 – Treize manières de regarder un fragment d’Alechinsky / Dertien manieren om een fragment van Alechinsky te zien

 

 

 

 

 

Filmscenario’s

 

1958 – Dorp aan de rivier, naar Antoon Coolen; regie: Fons Rademakers

1960 – Het mes, naar een eigen verhaal; regie: Fons Rademakers

1967 – De vijanden, tevens regie

1968 – Speelmeisje, tevens regie

1971 – Mira, naar Stijn Streuvels; regie: Fons Rademakers

1973 – Niet voor de poezen, naar Nicolas Freeling; regie: Fons Rademakers

1976 – Pallieter, naar Felix Timmermans; regie: Roland Verhavert

1977 – Rubens, schilder en diplomaat; regie: Roland Verhavert

1981 – Vrijdag, naar zijn eigen toneelstuk; tevens regie

1982 – Menuet, naar Louis Paul Boon; regie: Lili Rademakers-Veenman

1984 – De Leeuw van Vlaanderen, naar Hendrik Conscience; tevens regie

1986 – Het gezin van Paemel, naar Cyriel Buysse; regie: Paul Cammermans

1987 – Mascara; regie: Patrick Conrad

1989 – Het sacrament, naar een eigen roman; tevens regie

1995 – Escal-Vigor, naar de gelijknamige roman van Georges Eekhoud

2000 – De verlossing, naar een eigen toneelstuk; tevens regie

 

 

De Leeuw van Vlaanderen

 

 

 

Libretti

 

1956 – De witte Zee (M: François de la Rochefoucauld)

1957 – Van de Vikings tot Keizer Karel (M: Daan Sternefeld)

1965 – De Mattheuspassie (vertaling; M: E.P. De Brabandere)

1968 – Morituri (M: Bruno Maderna)

1969 – Blauwdruk van de opera Reconstructie (T: met Harry Mulisch; M: Louis AndriessenReinbert de LeeuwMisha MengelbergPeter SchatJan van Vlijmen)

1985 – Georg Faust (M: Konrad Boehmer)

1995 – Borgerocco of De Dood in Borgerhout

 

 

 

 

 

Novellen

 

Claus (Boekenbal 1989)

1980 – De Verzoeking

1989 – De zwaardvis (Boekenweekgeschenk)

1998 – Het Laatste Bed

2000 – Een Slaapwandeling

2003 – De Verzoeking en andere novellen (verzamelbundel)

 

 

 

 

 

Overige

 

1950 – Die waere ende suevere chronycke van sGraevensteene: Esbatement ofte cluyte […] (onder pseudoniem Anatole Ghekiere)

1964 – Karel Appel, schilder (essay en gedichten)

1967 – De vijanden (cinéroman, naar zijn film)

1967 – De avonturen van Belgman

1977 – P.P. Rubens, schilder en diplomaat (televisiereeks)

1980 – De pen gaat waar het hart niet kan (interviews, samengesteld door Gerd de Ley)

1980 – Ontmoetingen met Corneille en Karel Appel (gedichten en beschouwingen, samengesteld door Erik Slagter)

1989 – Perte totale (proza en poëzie bij schetsen)

1999 – Goede geschiedenissen of een A.B.C. van de kinderheiligen (lees- en plakboek)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 77 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

Politiek

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

macht

 

 

POLITICI DIENEN

 

IN RUIL VOOR MACHT, GELD EN AANZIEN.

 

ZALIG ZIJ 

 

DIE DIENEN UIT HET HART

 

 

Heldervoelendheid

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Boodschap 76 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

Heldervoelendheid

.

.

 WIE EEN HANDOPLEGGING DOET

 

IN DE NAAM VAN GOD

 

IS EEN LICHTWERKER,

 

WIE EEN HANDOPLEGGING DOET

 

IN ZIJN EIGEN NAAM

 

IS EEN DIENAAR VAN DE PRINS DER

DUISTERNIS

 

 

 

 

1796702

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De gevolgen van de aanbidding van Satan

Standaard

categorie : religie

 

 

Trouw en onderscheidingsvermogen in onze aanbidding

 

 

Het getal 666 staat voor de mens die wil zijn als God. Satan voert zijn demonische strijd tegen de christenen via deze mens, die nu eens bruut geweld gebruikt dan weer massieve verleiding. Uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen zijn nodig om trouw te blijven in de aanbidding van God.

 

 

Openbaring 13

 

Het getal 666 is voor veel mensen het getal van de duivel. Een beladen getal. Een getal waar iets mis mee is. En net zoals sommige hotels geen kamernummer 13 hebben, zo heeft de opwekkingsbundel geen nummer 666. Volgens sommige mensen zit het getal ook verstopt in het embleem van 999-games. Op zijn kop, maar dat zou ook weer met de duivel te maken hebben.

Nu is in Openbaring 13 666 niet het getal van de duivel maar van het beest uit de zee. Door middel van dit beest strijdt satan tegen de christenen. Maar wie of wat op aarde is dan dit beest? Zijn getal -666- duidt volgens vers 18 op een mens. Dus satan zet bij zijn demonische strijd tegen de christenen een mens in.

Er is door de geschiedenis heen een stroom aan namen genoemd op wie dat dan wel slaat. Hitler was het beest van de 20 ste eeuw zegt men dan.

In de eerste eeuw was er ook zo’n menselijk beest: keizer Nero. Ook zijn naam kun je uit het getal 666 halen. De eerste lezers van het boek Openbaring kenden deze naam goed. Nero was een wrede tiran die de christenen vreselijk vervolgd heeft. Waarschijnlijk zijn de apostelen Paulus en Petrus door zijn toedoen gedood. Het kan goed zijn dat de 1e hoorders van het boek Openbaring aan deze keizer Nero gedacht hebben bij het getal 666.

Andere uitleggers wijzen erop dat het getal symbolisch moet worden opgevat. Het getal van de volheid, van Gods volkomenheid is 7. En 6 is dan net één minder. Oftewel, het is het bijna-goddelijke. Het is de mens geschapen naar het beeld van God. ‘U hebt hem bijna een god gemaakt’, zingt Psalm 8. Maar de mens neemt daar geen genoegen mee, hij wil zijn als God. Dat was de kern van de zondeval.

 

 

 

 

 

Het beest uit de zee

 

Het beest dat uit de zee komt is een mens, de antichrist. De zee staat symbool voor de naties, de volkeren. Het is iemand die uit een politiek stelsel komt, groeit, macht krijgt en bezeten wordt door de geest van Satan. Er komt een politiek leider die de autoriteit zal verwerven over de hele wereld gedurende 42 maanden of 3.5 jaar.

Hij zal de gave van het spreken hebben, de mogelijkheid om politieke leugens te verspreiden en in het bezit komen van demonische mogelijkheden. Deze persoon zal zwaar gewond worden en door een mirakel overleven waardoor iedereen hem zal volgen, behalve zij die in het boek des levens staan. De wereld verlangt naar de komst van die persoon omdat men een oplossing wil voor elk probleem.

Dit willen zijn als God kleurt Openbaring 13. Het beest uit de zee heeft een dodelijke wond aan één van zijn koppen, vers 3. Het zag eruit alsof het was geslacht. Dus net als het Lam, net als Christus. Johannes ziet Christus -in Openbaring 5- als een Lam dat geslacht is, maar het staat recht overeind. Het leeft. Dit beest kan dat ook. Zijn dodelijke wond geneest. Het beest imiteert Christus om de mens te verleiden en op het verkeerde been te zetten.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Eigenschappen van de antichrist

 

de grootste wereldleider ooit geweest

een satanisch bezetter ( Daniël 7: 8  ; een superintelligent iemand )

een groot spreker ( Openbaring 13: 2 )

een politiek genie ( Openbaring 17: 17 )

een commercieel genie ( Openbaring 13: 17 – Daniël 8: 25 )

een militair genie ( Openbaring 13: 4 – Daniël 8: 24 )

 

 

666 en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het beest uit de aarde

 

Het beest dat uit de aarde komt is een mens, de valse profeet. Het krijgt grote macht, is gelijk een lam en communiceert als een draak. De valse profeet wil dat men de antichrist, het beest uit de zee, aanbidt. Door grote, indrukwekkende wonderen te doen volgt men de valse profeet. Velen denken dat, door toedoen van de valse profeet, de antichrist de Messias is. De valse profeet laat een groot beeld maken van de antichrist en laat het zelfs spreken, in tegenstelling tot God die het afbeelden van zichzelf ten strengste verbiedt.

 

 

De doelstelling van Satan

 

De doelstelling van Satan is om een perfecte imitatie te maken van de Drievuldigheid en om aanbeden te worden door de mens.

 

 

Satan 

 

De Valse Drievuldigheid

Satan de draak ( Openbaring 12 )

Satan de antichrist ( Openbaring 13 )

satan de valse profeet ( openbaring 13 )

 

 

God 

 

De Heilige Drievuldigheid

God de Vader

God de Zoon

God de Heilige Geest

 

 

de Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Satan zoekt bewondering en dat lukt hem geweldig goed. Openbaring 13:4 zegt dat iedereen de draak aanbad. En ook het beest wordt aanbeden. Oftewel: machtige mensen worden vereerd als goden. Mensen gaan vol bewondering achter hen aan. En als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks: het beest dat eruit ziet als een lam dwingt de mensheid om het beest te aanbidden, vers 12.

Hierbij zullen de eerste lezers van het boek Openbaring ongetwijfeld gedacht hebben aan de dwang om de keizer in Rome te vereren. Wie niet meedeed aan deze mensverering werd uitgesloten uit de samenleving. Zij konden niet meer kopen of verkopen, zegt vers 17. Zoals het goddelijk zegel van Openbaring 7 duidt op een door geloof gestempeld leven, zo laat het merkteken van Openbaring 13:16 zien dat het leven wordt gestempeld door mensverering. En alleen die mensen worden geaccepteerd.

Dus dit is de manier waarop de verslagen, maar woedende satan zich tegen de christenen keert. Door middel van de mens die zichzelf aanbidt. Deze mens gebruikt de ene keer bruut geweld, dat zit in de tekening van het eerste beest, een andere keer gebruikt hij verwarrende en indrukwekkende verleiding, daarop duidt het tweede beest. Voor dat brute geweld gebruikte satan de Romeinse keizers. En eerder al zette hij de Farao op tegen Gods volk.

Door dit brute geweld hebben vele christenen hun leven al verloren. En wat kun je dan schrikken van vers 7 van Openbaring 13: ‘Het beest mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen.’ Het geweld van mensen tegen christenen laat God dus toe. Als christen ben je je leven niet zeker in deze wereld.

 

Dan die tweede manier waarop satan zijn venijnige strijd tegen de christenen voert. En dat is die van de verleiding. Ook daarvoor zet hij mensen in. Mensen die mooie woorden spreken. Mensen die grote dingen doen. En wat is dat verwarrend. Wonderen lijken de waarheid van hun woorden te onderstrepen. En ook achter deze tweede strategie zit satans streven om de aanbidding van God de nek om te draaien. Daarvoor ging hij lang geleden naar de hof van Eden. Daarom verleidde hij Adam en Eva. Zij waren geschapen om God te eren en te aanbidden. Om God te bewonderen en achter Hem aan te gaan, om dichtbij Hem te willen zijn. Dat is toch aanbidding? Maar satan wil God zijn aanbidding afnemen.

 

 

 

Het aanbidden van zichzelf

 

Er zijn heel veel mensen die zichzelf aanbidden. En daarmee heeft de satan net zo goed bereikt wat hij wil, want deze mensen aanbidden God niet meer. En wij leven te midden van deze mensen. Je aanbidt jezelf als je kiest voor jezelf. En wat zit dat diep in ons. En wat wordt ons dat ook nog eens verleidelijk aangepraat. Door de reclame: het gaat om jou. Dat jij er mooi uitziet. Dat het jou aan niks ontbreekt. Dat jij doet waar je zin in hebt.

Dat jij leeft als een god in Frankrijk, of waar dan ook. Dat is die verleidelijke, valse profetie. Het kenmerk van valse profetie is dat het ons ertoe beweegt te zijn als God. Ware profetie brengt altijd tot het aanbidden van God. Maar wanneer ik mee ga met die valse profetie, en mezelf in het middelpunt zet, vereer ik een beeld. De mens, geschapen naar Gods beeld. Zelfverering, aanbidding van ons eigen ik, is een grote verleiding voor ons.

Tegelijk voelen wij ook steeds meer die boycot van Openbaring 13. De uitsluiting uit de samenleving. Christelijke standpunten worden niet langer gedoogd. Die moeten weg uit het publieke leven. Bijbelse standpunten over het huwelijk, over homoseksualiteit, over zondagsrust, de afwijzing van menselijke zelfbeschikking, die standpunten worden steeds minder getolereerd.

Omdat de aanbidding van God mensen steekt. Wie niet meedoet aan de verering van de mens is immers een spelbreker. Die is afwijkend. De wereld is te verdelen in mensen die zichzelf aanbidden en mensen die God aanbidden. Dat gaat terug op de zondeval. Toen draaide het ook om die keus. En God aanbidden betekent mezelf verloochenen. Mijn eigen plannen, mijn eigen geluk, mijn eigen eer, willen opgeven voor God. Maar heel veel mensen vinden dit bizar. Zelfverloochening is hoogverraad tegen de aanbidding van de mens.

 

 

Satan wordt aanbeden in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De boodschap van Openbaring 13

 

De boodschap van Openbaring 13 is dat het aankomt op uithoudingsvermogen. Op uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan God. Om trouw te blijven in het aanbidden van Hem. Ook als Hij een weg met mij gaat die ik niet begrijp. Het zijn de verzen 9 en 10 en vers 18 die deze boodschap laten horen.

Vers 10: ‘Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.’ En vers 18: ‘Hier komt het aan op wijsheid.’ Christus spoort zijn kerk, en u en mij vandaag, aan tot uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan Hem.

Hiermee bereidt Christus ons voor op wat er op ons af kan komen, aan bruut geweld. En Hij leert ons doorzien wat er al op ons afkomt, aan verwarrende en vaak massieve verleiding. Christus wil ons ook bemoedigen. Kijk eens in vers 8. We schrokken van vers 7: het beest uit de zee -oftewel, de mens die wil zijn als God- krijgt de ruimte om de strijd met ons aan te binden en ons te overwinnen.

Maar vers 8 laat zien dat zij zullen standhouden van wie de naam vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat. Dat wijst op de uitverkiezing. Hier wordt de volharding van de heiligen beschreven. Dat troost. Satan kan door middel van zijn menselijke handlangers wel ons lichaam doden, maar niet onze ziel (Matteüs 10:28). En in hoofdstuk 15:2 zullen we lezen over hen die ‘het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam’ hebben overwonnen. Zij zijn trouw gebleven aan de verering van Christus, hun Heer.

 

 

Slotgebed

 

Laten wij bidden om uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen. Laten we ons bewust zijn van het grote verschil tussen aanbidding van onszelf en aanbidding van God. Ik denk dat het goed zou zijn wanneer wij de aanbidding van God een grotere plaats geven in ons leven. Elke dag ruimschoots de tijd nemen om God te aanbidden in gebed, in bijbel lezen en daarover nadenken. Daardoor groei je in volhardende trouw. Amen.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De getallen in de verschijning van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

bible-and-numbers

 

 

Een samenvatting van het bericht ” Bijbelse getallen en hun betekenis in de Schrift” ( zie categorie : religie )

 

 

De symboliek van het getal

 

1 : staat voor de volmaaktheid en éénheid van God

2 : staat voor gemeenschap en getuigenis

3 : symboliseert de Goddelijke Drie-eenheid

4 : is het getal van de aarde en de windstreken ( wereldwijd )

5 : vertegenwoordigt de behoeften en de verantwoordelijkheid van de mens tegenover God

6 : is de mens in zijn onvolmaaktheid ; 666 is 3 keer de imperfecte mens, het symbool van Satan

7 : staat voor een afsluiting van een periode met een nieuw begin als gevolg

8: is het begin van een nieuw tijdperk

9 : symboliseert de volmaaktheid ; 999 is 3 maal de perfecte mens, het symbool van God

10 : geeft de verantwoordelijkheid van de mens tegenover God weer aangaande Zijn wet

12 : symboliseert de volmaaktheid in Goddelijk bestuur

 

Met Onze-Lieve-Vrouw van Fátima wordt Maria  aangeduid die tussen mei en oktober 1917 zes keer verschenen zou zijn aan de drie herderskinderen Lucia, Francisco en Jacintha nabij het Portugese stadje Fatima.

 

Verklaring:

  • tussen mei en oktober liggen zes maanden / 6
  • ze zal zes keer verschijnen / 6
  • aan drie herderskinderen / 3

 

Maria heeft de opdracht gekregen van God (3) om te verschijnen aan  drie herderskinderen omdat zij de schuld van het bewust zondigen nog niet in het hart dragen. Hij wil de imperfecte mens (6) zes keer (6) tot inkeer doen komen en waarschuwen voor zijn toorn mocht dat niet gebeuren.

 

 

port2012-dag10_versch_250

 

 

Verschijning aan de herderskinderen

 

De verschijningen van Maria werden voorafgegaan door drie bezoeken van een engel. Op 13 mei 1917 zou Maria voor de eerste keer aan de kinderen verschenen zijn en beloofd hebben elke maand opnieuw op de dertiende te zullen verschijnen.

Ze riep de kinderen op om boete te doen en offers te brengen met het doel lijdende zielen uit het vagevuur te helpen en te bidden voor de bekering van zondaars, opdat die niet naar de hel zouden gaan.

De kinderen zagen daarom af van eten en drinken op bijzonder warme dagen en droegen een touw om hun middel bij wijze van offer. Ook droeg Maria hen op iedere dag de Rozenkrans te bidden voor de vrede.

 

Verklaring:

  • 3 bezoeken van een engel / 3
  • 13 mei 1917 / 1+3 =4  / 1+9+1+7 = 18> 1+8 = 9

 

Een engel die God vertegenwoordigt (3) moet een Goddelijke (9) ,wereldwijde Boodschap (4) komen aankondigen.

 

 

3_kinderen_van_fatima

 

 

 

Zaligverklaring

 

Twee van de drie herderskinderen, de broer en zus Francisco Marto  en Jacintha Marto, werden het slachtoffer van de Spaanse Griep. Paus Johannes Paulus II verklaarde hen in 2000 zalig. Het derde herderskind, hun nichtje Lucia Dos Santos , trad in 1925 in in een Spaans karmelietessen klooster. Zij schreef zelf haar herinneringen aan de verschijningen op. Lucia stierf op 13 februari 2005.

 

Verklaring:

  • 2 herderskinderen sterven vroeg / 2
  • zaligverklaring in 2000; 2+0+0+0=2
  • intrede klooster in 1925 / 1+9+2+5 = 17 > 1+7 = 8
  • de dood van Lucia : 13 februari 2005 / 1+3 = 4 en 2+0+0+5 = 7

 

De 2 herderskinderen die vroeg sterven zijn de getuigen (2) van de verschijning en worden later zalig verklaard. Voor zuster Lucia breekt er een nieuw tijdperk aan (8) bij haar intrede in het klooster. Na haar leven op aarde (7) begint voor haar een nieuw hemels leven. Wereldwijd (4) wordt haar dood verkondigd.

 

 

Getuigenverslagen van de verschijningen

.

Eerste verschijning van Maria

 

In de lente van het jaar 1917 op 13 mei verschijnt in Fátima, Portugal, een hemelse vrouw aan drie herderskinderen. De vrouw zegt dat ze op de 13e van elke maand van mei tot oktober zal terugkomen.

 

Verklaring :

  • 1917 / 1+9+1+7 = 9
  • 13 mei / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / Symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3

God (9) laat Maria verschijnen aan onschuldige kinderen (3) om een aan de wereld gerichte (4) boodschap te verkondigen

 

 

 

Tweede verschijning van Maria

 

Op 13 juni verschijnt Maria aan de drie kinderen en aan zo een zestig mensen uit het dorp om twaalf uur.

 

Verklaring :

  • 13 juni / 1+3= 4
  • 3 kinderen /  de onschuld , symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 60 mensen / 6+0 = 6
  • 12 uur / 12

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen en aan een groep niet perfecte mensen (6). Zijn boodschap, die op het punt staat globaal verspreid te worden (4), is dat de mens moet tot inkeer komen en zijn zonden moet belijden om eeuwig te kunnen verwerven onder Zijn latere Goddelijk bestuur (12).

 

 

 

Derde verschijning van Maria

 

Op 13 juli verschijnt Maria aan de drie kinderen en aan zo een vierduizend mensen. De verschijning deed zich weer precies om twaalf uur voor.

 

Verklaring :

  • 4000 / 4+0+0+0= 4

 

Dezelfde uitleg als bij de tweede verschijning, alleen wordt de boodschap nog ruimer (4) verspreid

 

 

 

Vierde verschijning van Maria

 

Op 13 augustus te Cova da Ira zou Maria verschijnen aan de drie kinderen en aan 20.000 mensen ter plaatse. Op 13 augustus echter werden de drie kinderen door het plaatselijke hoofd van bestuur in zijn huis vastgehouden. De kinderen kwamen zo niet naar de plek van de verschijning en ook de Verschijning bleef weg.  Zes dagen later, op 19 augustus verscheen de H. Maagd weer.

 

Verklaring :

  • 13 augustus / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / de onschuld,  symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 20000 mensen / 2+0+0+0 = 2
  • 6 dagen later / 6
  • 19 augustus / 1+9 = 10 

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen met een hele groep mensen als getuigen (2). De verspreiding van het nieuws wordt nog groter (4). De kinderen worden tegen gehouden door imperfecte (6) mensen. God laat Maria volgens zijn wet en wil (10) terug verschijnen.

 

 

 

Vijfde verschijning van Maria

 

Op 13 september verschijnt Maria aan de drie kinderen en 30.000 mensen. Er vinden zeer merkwaardige verschijnselen aan de hemel plaats. De zon verliest haar glans, de lucht krijgt een goudgloed en langs de hemel ziet men bloembladeren neerdwarrelen die halverwege schenen op te lossen in de lucht.  Het verschijnsel van de vallende bloembladeren herhaalt zich op 13 mei 1918, en nog eens zes jaar later op 13 mei 1924.

 

Verklaring :

  • 13 september / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / de onschuld, symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 30000 mensen / 3+0+0+0 = 3
  • 13 mei 1918 / 1+3 = 4 en 1+9+1+8 = 19> 1+9 = 10
  • 6 jaar later / 6
  • 13 mei 1924 / 1+3 = 4 en 1+9+2+4 = 16> 1+6 = 7

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen en laat haar een Goddelijk wonder ( 3 van 30000 ) uitvoeren voor heel veel mensen. God wil dat volgens zijn wet (10) een gedeelte van het wonder  wordt herhaald in mei 1918. Dan laat hij dat wonder nog éénmaal herhalen zes jaar later voor de zondige mens (6). God voorziet reeds een nieuw wonder (7) bij de zesde verschijning.

 

 

 

Zesde verschijning van Maria

 

Op 13 oktober vindt de laatste verschijning plaats aan de 3 herderskinderen en 70.000 mensen.
De Verschijning had beloofd dat zich bij haar laatste bezoek tekenen zouden voordoen waardoor velen aan de waarheid van de verschijningen zouden gaan geloven.

De zon begon te beven en te schudden, hij draaide om zijn as als een vuurrad en straalde hierbij telkens anders gekleurde lichtbundels uit. Toen stond hij enige ogenblikken stil. Opeens leek het of de zon loskwam van de hemel en zich met sprongen zigzaggend naar de menigte bewoog en op de aarde zou neerkomen.

Grote schrik maakte zich van de mensen meester, en zij vielen op hun knieën in de modder. Dit gebeurde drie keer achtereen.

 

Verklaring :

  • 13 oktober / 1+3 =4
  • 3 herderskinderen / de onschuld, symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 70000 mensen / 7+0+0+0 =7
  • 3 keer achter elkaar / 3

 

God (3) laat Maria voor de laatste keer verschijnen aan de herderskinderen en een hele grote massa mensen. Het hele gebeuren is al wereldwijd bekend (4). God wil een verandering (7) in de harten van de mens teweeg brengen door ze wonderen te laten zien en ze te waarschuwen voor de eeuwige hel. Hij laat het mirakel van de zon meerde keren plaats vinden (3) om zijn glorie te bevestigen.

 

 

Mirakel van de zon

Mirakel van de zon

 

 

 

Drie geheimen van Fatima

 

 

Eerste geheim

 

In het eerste geheim beschreef Maria de verschrikkingen van de hel. Daarbij voorspelde zij het einde van de Eerste Wereldoorlog en tevens het begin van de Tweede Wereldoorlog.

 

 

 

Tweede geheim

 

Ook deed de Maagd Maria een oproep aangaande Rusland dat moest toegewijd worden aan het Onbevlekte Hart van Maria. Nadrukkelijk vraagt Maria om de rozenkrans te bidden.

 

 

 

Derde geheim

 

Het derde geheim was lange tijd alleen bekend bij het Vaticaan dat pas in 1960 openbaar gemaakt zou worden door de pausHet visioen verklaart dat de profetie een aanslag was van Mehmet Ali Agca op paus Johannes Paulus de tweede in 1981. Die aanslag vond eveneens plaats op 13 mei en de paus gelooft daarom dat het aan Onze-Lieve-Vrouw van Fátima te danken was dat de kogel in zijn buik, en niet in zijn hoofd terechtgekomen was.

 

Verklaring:

  • 3 geheimen / 3
  • 1960 / 1+9+6+0 = 16 >6+1=7
  • 1981 / 1+9+8+1 = 19 > 1+9 =10
  • 13 mei / 1+3 = 4

 

Maria moest van God (3) geheimen openbaren. Na de openbaring van het laatste geheim (7) wist de mensheid de gruwel van de toekomt mocht men niet tot inkeer en bekering komen. De wereldbekende aanslag (4) op de paus moest Maria voorspellen en gebeurde in 1981 volgens God plan (10).

 

 

Lucia en paus Johannes Paulus 2

Lucia en paus Johannes Paulus 2

 

 

 

De Devotie van de vijf eerste zaterdagen

 

In 1925 verscheen Maria aan Lucia met het Jezuskind aan haar zijde. Het Jezuskind zei : ‘Heb medelijden met het Hart van je Allerheiligste Moeder dat bedekt is met doornen waarmee ondankbare mensen het ieder ogenblik doorboren met godslasteringen en ondankbaarheid’

Daarna zei Maria tot Lucia: ‘Zie, mijn dochter, zie mijn Hart omgeven van doornen, door de mensen onophoudelijk gekwetst. Troost jij mij tenminste en maak mijn belofte bekend: Ik zal allen die gedurende vijf maanden achtereen op de eerste zaterdag van de maand biechten, de H.Communie ontvangen, de rozenkrans bidden en mij 15 minuten gezelschap houden om de 15 mysteries van de rozenkrans te overwegen, met de bedoeling mij te troosten, in het uur van hun dood bijstaan met de nodige genaden voor de redding van hun zielen.’

Twee maanden later op 15 februari 1926 verscheen het kindje Jezus opnieuw aan Lucia en moedigde haar aan de devotie tot het Heilig Hart van Maria te verspreiden. Lucia wees op de moeilijkheden die sommige mensen ondervonden om op de eerste zaterdag van de maand te biechten.

Ze vroeg of men ook acht dagen voor of na de eerste zaterdag te biechten mocht gaan. Jezus zei haar toen ‘Ja, de biecht mag zelfs langer geleden zijn, op voorwaarde dat als men Mij ontvangt, in staat van genade is en men de bedoeling heeft het Onbevlekt Hart van Maria te troosten.’

 

Verklaring :

  • 1925 / 1+9+2+5 = 17 > 1+7 = 8
  • 5 maanden / 5
  • eerste zaterdag / 1
  • 15 minuten / 1+5 = 6
  • 15 mysteries 1+5 = 6
  • 2 maanden later / 2
  • 15 februari 1926 / 1+5 = 6 en 1+9+2+6 = 18 > 1+8 = 9
  • 8 dagen / 8

 

In 1925 (8) heeft het Jezuskind, als het met Maria verschijnt, een nieuwe boodschap voor Lucia. God laat de blijde boodschap brengen dat elke zondig mens (6) zijn verantwoordelijkheid (5) in handen heeft om in het uur van de dood bijstand te krijgen van Maria. De volmaakte eenheid van God (1) vraagt dat men biecht, de communie ontvangt en dat men de rozenkrans bidt op bepaalde tijdstippen om boetedoening voor zonden (6).

Het Jezuskind (9) verschijnt opnieuw als getuigenis (2) aan Lucia. God verandert zijn voornemen (8) om de zondige mens (6) op een later tijdstip te laten biechten.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

De Dode Zeerollen

Standaard

categorie : religie

.

.

 

 

 

dode-zeerollen

 

 

 

 Wat zijn de Dode Zeerollen?

 

De Dode Zeerollen worden ook wel de belangrijkste ontdekking van manuscripten in moderne tijden genoemd. Zij werden tussen 1947 en 1956 in elf grotten langs de noordwestelijke kust van de Dode Zee gevonden dicht bij de ruïnes van Qumram. Dit is een droge regio ongeveer 20 kilometer ten oosten van Jeruzalem en 400 meter onder zeeniveau.

De Dode Zeerollen zijn de restanten van ongeveer 825 tot 870 rollen, die uit tienduizenden afzonderlijke fragmenten bestaan. De teksten zijn hoofdzakelijk vervaardigd uit dierenhuiden, maar ook uit papyrus en koper. Ze zijn geschreven met een op koolstofbasis vervaardigde inkt, van rechts naar links zonder leestekens met uitzondering van hier en daar een inspringing voor een nieuwe paragraaf.

 

 

De grotten nabij Qumram

De grotten nabij Qumram

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De Dode Zeerollen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: Bijbelse en niet-Bijbelse. De rollen bevatten fragmenten van elk boek van het Oude Testament (de Hebreeuwse canon), met uitzondering van het boek Ester. Onder de rollen bevinden zich 19 fragmenten van Jesaja, 25 fragmenten van Deuteronomium en 30 fragmenten van de Psalmen. De bijna volledig intacte “grote Jesaja-rol”, die enkele van de opvallendste Messiaanse profetieën bevat, is 1000 jaar ouder dan enige andere kopie van het boek Jesaja.

Naast de Bijbelse manuscripten bevatten de Dode Zeerollen commentaren op :

  • de Hebreeuwse canon,
  • parafraseringen en aanvullingen op de Tora,
  • standaarden en regels voor de gemeenschap,
  • regels voor oorlogsvoering,
  • canonieke psalmen,
  • hymnes en preken.

 

De meeste teksten zijn in het Hebreeuws en Aramees geschreven, maar enkele zijn in het Grieks geschreven. De Dode Zeerollen lijken de bibliotheek van een Joodse sekte te zijn geweest. De meeste mensen vermoeden dat dit de Essenen waren. Dichtbij de grotten bevinden zich de oude ruïnes van Qumran, een dorp dat in het begin van de jaren ’50 werd uitgegraven en een verband lijkt te leggen tussen de Essenen en de rollen.

De Essenen waren Joodse kopieerders die volgens strikte regels leefden. Zij hadden waarschijnlijk een Messiaanse en apocalyptische levensbeschouwing. Waarschijnlijk werd de bibliotheek in de grotten verstopt rond de tijd van de Eerste Joodse Opstand (66-70 na Christus), toen het Romeinse leger tegen de Joden oprukte.

Gebaseerd op verschillende dateringsmethoden, waaronder C14-datering, paleografie en analyses van de gebruikte schrijfmethoden, wordt geconcludeerd dat de Dode Zeerollen in de periode van ongeveer 200 voor Christus tot 68 na Christus werden geschreven. Veel cruciale Bijbelse manuscripten (zoals Psalm 22, Jesaja 53 en Jesaja 61) dateren op zijn laatst uit 100 voor Christus.

Daarom hebben de Dode Zeerollen een revolutie teweeg gebracht in de tekstkritiek van het Oude Testament. Het is fenomenaal te noemen dat de gevonden Bijbelse teksten bijna volledig overeenkomen met de Masoretische tekst en diverse andere hedendaagse vertalingen van het Oude Testament.

 

 

dodezeerolIAA

 

 

 

Dramatisch bewijs voor de betrouwbaarheid van de Messiaanse profetieën

 

De Dode Zeerollen zijn de oudste verzameling Oudtestamentische manuscripten die ooit zijn gevonden. Ze dateren uit 100-200 voor Christus. Dit is belangrijk omdat we nu absoluut bewijs hebben dat de Messiaanse profetieën in het Oude Testament ongetwijfeld al bestonden – en in de huidige vorm bestonden – vóórdat Jezus deze aarde bewandelde.

Het mag duidelijk zijn dat de betrouwbaarheid van de Schrift en de tekstkritiek hiermee een gigantische stap voorwaarts hebben gezet. Onderzoek het maar eens voor jezelf. Er bestaat geen twijfel dat Jezus Christus de Messias was waarop de Joden al zo lang gewacht hadden.

 

 

Gevonden boekrolkruiken

Gevonden boekrolkruiken

 

 

 

Het boek Jesaja

 

Meer dan 200 fragmenten van de Dode Zeerollen worden bewaard in de Schrijn van het Boek, een museum in Jeruzalem. Het is opmerkelijk dat de grote Jesaja-rol de enige volledig intacte rol is die in deze schrijn wordt tentoongesteld. Deze rol bevat het volledige boek van Jesaja zoals we dat vandaag de dag in onze Bijbels hebben; alle 66 hoofdstukken.

Een aantal wetenschappers, met verschillende godsdienstige achtergronden en uit verschillende professionele disciplines, heeft deze belangrijke vondst geanalyseerd. De grote Jesaja-rol werd in 1947 in grot-1 ontdekt. De rol werd in 1948 geïdentificeerd als het Bijbelse boek Jesaja en werd indertijd door de Syrische Orthodoxe Kerk aangekocht.

Israël kocht de grote Jesaja-rol in 1954 terug om hem te bestuderen en als nationale schat te behouden. De rol wordt sinds 1965 als kroonstuk van de verzameling in het Schrijn van het Boek museum tentoongesteld. Een tweede gedeeltelijke Jesaja-rol  werd ook in 1947 in Grot 1 ontdekt. Sindsdien zijn er in andere grotten rondom Qumran ongeveer 17 andere fragmenten van Jesaja’s schriftteksten ontdekt.

Delen van de grote Jesaja-rol  zijn al minstens vier keer onderzocht met behulp van C14-datering, waaronder een studie aan de Universiteit van Arizona in 1995 en een studie aan ETH-Zürich in 1990-91. De vier studies hebben gekalibreerde databereiken opgeleverd tussen 335-324 voor Christus en 202-107 voor Christus.

Er zijn ook talrijke studies uitgevoerd naar de paleografie en de gebruikte schrijfmethoden van de documenten. Deze analyses plaatsen de rollen ergens tussen 150-100 voor Christus. Zie :

  • Price, Secrets of the Dead Sea Scrolls, oftewel Geheimen van de Dode Zee-rollen, 1996;
  • Eisenman & Wise, The Dead Sea Scrolls Uncovered, oftewel De Dode Zee-rollen geopenbaard, 1994;
  • Golb, Who Wrote the Dead Sea Scrolls?, oftewel Wie schreef de Dode Zee-rollen?, 1995;
  • Wise, Abegg & Cook, The Dead Sea Scrolls, A New Translation, oftewel De Dode Zee-rollen, Een nieuwe vertaling, 1999

 

 

 

Jesaja 53

 

De Dode Zeerollen hebben fenomenaal bewijs geleverd voor de geloofwaardigheid van de schriftteksten. De bijna volledig intacte grote Jesaja-rol is bijna identiek aan de meest recente versies van de Masoretische tekst uit de 10e eeuw. Schriftgeleerden hebben een handvol spel- en kopieerfouten ontdekt, maar geen belangrijke verschillen.

In het licht van Jesaja’s rijke Messiaanse profetieën vonden wij het de moeite waard om hier een gedeelte van de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse tekst uit de grote Jesaja-rol te tonen. De volgende tekst komt overeen met Jesaja 53 in het tegenwoordige Oude Testament. Onthoudt dat de leeftijd van deze tekst is vastgesteld op 100 tot 335 jaar vóór de geboorte van Jezus Christus!

 

 

Vertaling van de feitelijke grote Jesaja-rol (Jesaja 53), beginnend met regel 5 van kolom 44

 

5. Wie heeft onze prediking gehoord en de arm van YHWH, aan wie is deze geopenbaard?  En hij zal als een rijsje voor zijn aangezicht opschieten en als een wortel uit dorre aarde is er geen gedaante noch heerlijkheid [+aan hem+] en wanneer hij aangezien wordt en er is geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben.

Hij is veracht en de onwaardigste onder de mensen, een man van smarten en bekend met krankheid
en als het ware verborgen we ons aangezicht voor hem hij was veracht en wij achtten hem niet. Waarlijk heeft hij onze krankheden op zich genomen en hij heeft onze smarten gedragen en we achten hem geslagen en geplaagd door God en verdrukt, en hij is om onze overtredingen verwond, en verbrijzeld om onze ongerechtigheden, de correctie van onze vrede was op hem en door zijn wonden heeft hij ons genezen.

Wij allen dwaalden als schapen, ieder van ons is naar zijn eigen weg gekeerd en YHWH heeft de ongerechtigheid van ons allen op hem doen leggen. Als dezelfde geëist werd, toen werd hij verdrukt maar hij deed zijn mond niet open, hij werd als een lam ter slachting geleid en zoals een ooi stom is gemaakt voor het aangezicht van haar scheerders deed hij zijn mond niet open.

Uit den angst en uit het gericht werd hij weggenomen en zijn leeftijd, wie zal deze uitspreken, want hij is afgesneden uit het land der levenden. Want om de overtreding van zijn volk werd hij verwond.
En zij gaven goddelozen om zijn graf te zijn en  rijken in zijn dood, hoewel hij geen geweld had aangedaan noch bedrog in zijn mond. En YHWH was behaagd om hem te verbrijzelen en Hij heeft hem gekrenkt.

Als u zijn ziel als een schuldoffer zal aanwijzen zal hij zijn zaad zien en zal hij zijn dagen vermeerderen en het welbehagen van YHWH zal voortgaan in zijn hand. Hij zal door het werk van zijn ziel  zien en hij zal verzadigd worden en door zijn kennis zal hij rechtvaardigen, zelf mijn rechtvaardige knecht voor velen en hun onrechtmatigheden zal hij dragen.

Daarom zal ik hem een aandeel geven van de groten, en met de sterken zal hij de roof delen omdat hij tot de dood zijn ziel heeft blootgelegd en met de overtreders is geteld geweest en hij, de zonden van velen, hij droeg, en voor hun overtredingen heeft gesmeekt.

 

 

De profeet Jesaja

De profeet Jesaja

 

 

 

De vergelijking met onze huidige Bijbelse tekst

 

De Dode Zeerollen zijn een krachtig hulpmiddel om critici van de Bijbelse teksten te kunnen beantwoorden. Hoewel de eerste rollen al in 1947 werden ontdekt, werd een groot gedeelte van het onderzoek van de vertalingen pas recentelijk aan het grote publiek bekend gemaakt.

Hierbeneden vind je Jesaja 53 uit de Statenvertaling van de Bijbel, vertaald uit de Masoretische tekst van de Hebreeuwse Schrift. Vergelijk dit eens met het gedeelte van de grote Jesaja-rol zoals hierboven vermeld. Het is werkelijk indrukwekkend.

 

 

Jesaja 53 in de Statenvertaling van de Heilige Bijbel

 

Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des Heren geopenbaard? Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Here heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding mijns volks is de plage op Hem geweest.

En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. Doch het behaagde den Here Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.

 

 

13.07.08.Artikel.Dode-_Zeerollen-MAIN-rollen

 

 

 

 Een opmerkelijke tijd in de geschiedenis

 

De Dode Zeerollen lagen ongeveer 2000 jaar verborgen in een perfecte, droge omgeving. In 1947 vond een Bedoeïense herder door stom toeval de belangrijkste archeologische vondst in de geschiedenis. Een jaar later keerde het Joodse volk voor het eerst sinds 70 na Christus als een formele natie terug naar zijn thuisland.

Terwijl de ontvouwing van profetische gebeurtenissen in het Midden-Oosten zich lijkt te versnellen, kunnen we de oude Messiaanse profetieën lezen met een absolute zekerheid die nu ook verifieerbaar is. We hebben nu het grootste vertrouwen dat het Oude Testament (de Joodse Tanak) dat we vandaag de dag lezen hetzelfde is als de versie die zo’n 100 tot 200 jaar voor Christus bestond.

Dit betekent dat de meer dan 300 Oudtestamentische profetieën over de komende Messias al bestonden voordat Jezus Christus werd geboren. Het is aan ieder van ons individueel om te beslissen wat we met deze werkelijkheid gaan doen.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Wat zijn Apocriefen?

Standaard

categorie : religie

.

.

APOCRIEFEN

 

Zowel in het jodendom als in het vroege christendom zijn heel wat meer geschriften ontstaan dan in de Bijbel zijn opgenomen. Daarin werden slechts die boeken opgenomen die voor joden en christenen beslissend gezag hadden inzake geloof en moreel handelen, geschriften die echt als woord van God erkend werden en op grond daarvan in de joodse of christelijke gemeenschap gelezen werden in de liturgische diensten. Men ging daarbij niet lichtvaardig te werk; getuige daarvan de strenge selectie die werd doorgevoerd en de soms langdurige aarzelingen en betwistingen over sommige boeken (Ezechiël en Prediker bij de rabbijnen; Hebreeën en Apokalyps in sommige kerken).

De geschriften die in de Bijbel zijn opgenomen, noemt men canonische geschriften, omdat zij behoren tot de canon ( = lijst, regel, norm) van heilige boeken die voor de gelovige jood of christen gezaghebbend en normerend zijn inzake geloof en moreel handelen.

 

De boeken die verwantschap vertonen met de Bijbelse geschriften, ongeveer in dezelfde tijd ontstaan zijn, en hier en daar als heilige boeken beschouwd werden, noemt men aprocriefen (van een Grieks woord dat ‘verborgen’ betekent).

 

 

 

 

Vaak circuleerden deze geschriften in marginale groepen die in onmin leefden met de grote kerkgemeenschap, en er min of meer afwijkende meningen op na hielden die ze met behulp van hun geschriften probeerden te ondersteunen. Vooral in de twee eeuwen voor en na onze tijdrekening zijn er talrijke apocriefen ontstaan, zowel bij de joden als bij de christenen. Zo spreekt men van de apocriefen van het Oude Testament en de apocriefen van het Nieuwe Testament.

Wat de eerste groep betreft, werd reeds gewezen op het feit dat de protestantse christenen een aantal boeken die in de katholieke Bijbels staan, apocriefen noemen; de boeken die de katholieken apocriefen noemen, noemen zij pseudepigrafen.

Enkele bekende voorbeelden van de talrijke oudtestamentische apocriefen zijn het Henochboek, de Testamenten van de twaalf patriarchen en het Vierde boek Ezra. Bij de apocriefen van het Nieuwe Testament zijn vooral bekend: het evangelie van Thomas (een honderdtal losse gezegden van Jezus), het prota-evangelie van Jakobus (over de kinderjaren van Maria en Jezus), en de Handelingen van Paulus.

De apocriefen worden – ten onrechte – toegeschreven aan bekende Bijbelse figuren. De informatie die in die boeken gegeven wordt, is legendarisch en historisch onbetrouwbaar, maar de apocriefen bevatten interessante gegevens over de opvattingen en de mentaliteit van de joodse en christelijke groepen waarin ze ontstaan zijn.

Ondanks het feit dat veel gelovigen tegenwoordig weinig vertrouwen stellen in de apocriefen, zijn deze omstreden geschriften in het algemeen moreel van aard en geven zij inzicht in bepaalde aspecten van de geschiedenis, de gebruiken en de religieuze ontwikkeling van de Joden tijdens deze periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De volgende veertien geschriften, die nu kort worden samengevat, vormen samen de zogenaamde apocriefen. Hoewel de meeste tussen 300 voor Christus en 100 na Christus zijn ontstaan, verwijzen diverse van deze boeken naar eerdere tijden en gaan zij uit van verschillende historische contexten.

 

 

 

De 14 apocriefen

 

1 ESDRAS, de Griekse naam voor Ezra, is een historisch verslag over de periode van het einde van de ballingschap tot de voltooiing van de tempel. Het is een compilatie die delen van Ezra, Nehemia en de Kronieken bijna dupliceert. Een toegevoegd verhaal probeert uit te leggen waarom Zerubabbel een leidende rol had in de wederopbouw van de tempel. Volgens het verhaal beargumenteerde Zerubabbel met succes in een debat met twee andere wachters van koning Darius dat vrouwen en waarheid sterker zijn dan koningen en wijn.

 

 

 

 

2 ESDRAS, van Latijnse oorsprong uit de eerste drie eeuwen na Christus, beoogt een reeks apocalyptische visioenen over de toekomst van de wereld te verslaan. In dat opzicht is het vergelijkbaar met de apocalyptische visioenen van de toonaangevende profeten, vooral die van Daniël. Een groot gedeelte van het boek bespreekt een aantal van de moeilijke kwesties die in het boek Job worden behandeld: hoe kan God toestaan dat Zijn mensen lijden? Waarom zou God ervoor kiezen om volken die slechter zijn dan Israël te gebruiken om Israël te straffen? Waarom een rechtschapen leven leiden als de boosaardigen er beter vanaf lijken te komen? Hoe lang zal het duren voordat de rechtschapen mensen eindelijk hun beloning zullen ontvangen? Hoe zullen de goddelozen worden gestraft? En ook al worden er net als in het boek Job enkele antwoorden gegeven, toch is de primaire respons dat er nu eenmaal veel is dat de mens nog niet kan bevatten.

 

 

 

 

HET BOEK TOBIT is een fictief religieus verhaal over een vrome Jood, Tobit genaamd, en zijn zoon Tobias. Het verhaal concentreert zich vooral op de reis van Tobias van Ninevé naar de stad Ecbatana om geld op te halen dat zijn vader daar in bewaring had gegeven. Op zijn reis ontmoet Tobias een verre verwante, Sarah genaamd, met wie hij trouwt. Sarah had al zeven echtgenoten overleefd; zij stierven steeds tijdens de huwelijksnacht. Een centrale figuur in het verhaal introduceert elementen van Perzisch mysticisme en demonisme. Deze hoofdrolspeler beweert de aartsengel Rafaël te zijn, die zich vermomd heeft als Tobias’ gids. De morele boodschap in het verhaal is het aanmoedigen van onzelfzuchtigheid en liefdadigheid, vooral zoals deze te zien zijn in het leven van Tobit en de principes die hij zijn zoon heeft meegegeven.

 

 

 

 

HET BOEK JUDITH is een ander religieus fictief werk, over een mooie Joodse vrouw, Judith genaamd, die haar stad en zelfs het hele volk van Israël redt door een Assyrische generaal om de tuin te leiden en zijn hoofd af te hakken. De generaal Holofernes wordt verondersteld een legeraanvoerder te zijn van Nebukadnezar, de koning over de Assyriërs in Ninevé. Die historische fout bevestigt de fictieve aard van het verhaal en richt de aandacht van de lezer nadrukkelijker op het duidelijke doel van het boek: het bevorderen van een strikte navolging van de Joodse wetten, vooral de ceremoniële wetten en de voedingswetten. Het verhaal kan zijn voortgebracht door de Joodse Farizeeërs, die in latere verhalen nog uitgebreider zullen worden besproken.

 

 

 

 

TOEVOEGINGEN OP HET BOEK ESTHER zijn aanvullingen op het canonieke verslag over Esther. Deze supplementen vinden we verspreid over de Griekse vertalingen van het boek. Omdat er in het boek Esther geen rechtstreekse verwijzingen bestaan naar God of de Joodse godsdienst, is het mogelijk dat de vertalers besloten om de diverse aanvullingen op het boek toe te voegen om zo de religieuze invloed ervan te vergroten. Onder de aanvullingen vinden we, zo wordt beweerd, de inhoud van het decreet van koning Artaxerxes om de Joden af te slachten, een vermeend verslag over Esthers gebed tot God voordat zij de koning ongenodigd zou benaderen, de veronderstelde inhoud van de brief die de Joden toestond om zichzelf te verdedigen en tenslotte een epiloog waarin Mordechai laat zien hoe zijn droom in alle voorgaande gebeurtenissen bewaarheid werd.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN SALOMO, of Boek der Wijsheid, is een gedicht dat stilistisch vergelijkbaar is met het boek Prediker en is karakteristiek voor de literatuur in de wijsheidsbeweging van Salomo. Daarom wordt het boek soms met Salomo’s naam aangeduid, ook al is het kennelijk pas rond 50-40 voor Christus geschreven. Het gedicht spreekt op prachtige wijze over Gods alwetendheid, de aard van de dood, de geborgenheid van de rechtschapenen, de superioriteit van deugdzaamheid en de vernietiging van de goddelozen. En op een manier die doet denken aan de profeten, voert de schrijver een scherpe aanval uit op afgoderij en heidense perversies. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van Gods omgang met Israël en Zijn altijddurende zorg voor Zijn volk, zelfs wanneer zij ontrouw zijn.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN JEZUS SIRACH is het langste boek van de apocriefen en is vergelijkbaar met het boek Spreuken wat betreft inhoud en stijl. Het werd oorspronkelijk rond 180 voor Christus in Jeruzalem in het Hebreeuws geschreven en zo’n vijftig jaar later in de stad Alexandrië in het Grieks vertaald. Het laatste gedeelte van het boek bevat een overzicht van alle grote mannen in de Joodse geschiedenis, eindigend met Simon de hogepriester, die in 199 voor Christus overlijdt. Een proloog geeft aan dat de schrijver een man met de naam Jezus of Jozua is (wiens vaders naam Sirach is) en dat zijn gedachten voortkomen uit een jarenlange bestudering van de wet, de profeten en andere oudtestamentische wijsheidsliteratuur. Het is niet verbazingwekkend dat dit boek, dat ook wel Ecclesiasticus wordt genoemd, begint met de woorden: “Alle wijsheid komt van de Heer en is bij hem tot in eeuwigheid.”

Net als het boek Spreuken vindt Ecclesiasticus wijsheid in de vrees voor de Heer, maar ook in zelfbeheersing, vooral spraakbeheersing. Liefdadigheid en nederigheid worden aangemoedigd en het boek bevat waarschuwingen tegen ongepaste begeerten en overmatig wijngebruik. De kortheid van het leven en de bestraffing van de goddelozen worden als motivaties voor een correcte leefstijl gezien. Slechte vrouwen en klagende vrouwen worden net als overspelige mannen heel scherp als boosaardig bestempeld.

In tegenstelling tot andere wijsheidsliteratuur in de canonieke Schrift bevat Ecclesiasticus ook werelds advies voor gepaste etiquette aan de eettafel en primaire gezondheidsgewoontes. Verschillende beroepen worden geprezen, van artsen tot gewone handelslieden, waarvan wordt gezegd: “…wat voor altijd geschapen is, krijgt door hen zijn plaats…” en “…ze hebben alleen de behoefte hun ambacht uit te oefenen”. Alles in aanmerking genomen behandelt Ecclesiasticus een breed scala aan wijze gezegden die een weerspiegeling zijn van de wijsheidsliteratuur die al eerder gepresenteerd werd.

 

 

 

 

HET BOEK BARUCH wordt verondersteld geschreven te zijn door de kopieerder van Jeremia. Het werd volgens het boek zelf meegezonden met een ingezameld geldbedrag om de aanbidding in de tempel in 582 te steunen. Maar aangezien de tempel in die tijd een ruïne was, bestaan er twijfels over de geschiedkundige nauwkeurigheid van het geschrift. Het lijkt erop dat het document ergens aan het einde van de eerste eeuw tot ontstaan kwam, toen Jeruzalem en de herbouwde tempel opnieuw werden bedreigd. In dit boek vinden we een bekentenis van nationale zonden, een smeekbede voor genade, een vraag om wijsheid en bemoedigende woorden voor een onderdrukt volk. Deze worden gevolgd door de “Brief van Jeremia”, waarvan beweerd wordt dat hij door de grote wenende profeet zelf geschreven is aan de gevangenen in Babylon en waarin hij waarschuwt tegen betrokkenheid bij afgoderij. Deze brief is een van de krachtigste en meest wijze aanvallen tegen afgoderij die ooit zijn geschreven.

 

 

 

 

HET VERHAAL VAN SUSANNA is een kort verhaal over een deugdzame vrouw die Susanna genoemd wordt en valselijk van ontrouw wordt beschuldigd door twee boosaardige Joodse volksoudsten, wanneer zij hun seksuele avances afwijst. Wanneer zij wordt weggevoerd om geëxecuteerd te worden, na een rechtszaak waarin haar aanklagers een vals getuigenis afleggen, dringt Daniël (verondersteld wordt dat het Daniël uit het Oude Testament is) erop aan dat de twee oudsten afzonderlijk worden ondervraagd. Deze zet leidt tot getuigenissen die met elkaar in strijd zijn en waarmee Susanna’s onschuld bewezen wordt.

Het verhaal is misschien niets meer dan een hypothetisch geval dat geschreven is om aan te zetten tot hervormingen in de manier waarop bewijslast wordt vergaard in rechtszaken over misdaden waarop de doodstraf staat. Hoewel de wet vereist dat er twee getuigen nodig zijn om iemand schuldig te kunnen verklaren, is het toch mogelijk dat deze twee getuigen samenzweren waardoor een onschuldig mens ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Deze nieuwe procedure zou dan kunnen helpen om een dergelijke samenzwering te ontmaskeren en juist de doodstraf op te leggen aan de samenzweerders.

 

 

 

 

HET LIED VAN DE DRIE JONGE MANNEN is een geschrift uit de periode 170-150 voor Christus, bedoeld om geïntegreerd te worden met het boek Daniël (na vers 3:23). Het boek beweert een verslag te zijn over het wonder waarmee Sadrach, Mesach en Abednego gered werden toen zij in de brandende oven werden geworpen, samen met een gebed van Azarja (Abednego), dat feitelijk een bekentenis van Israëls zonden en een smeekbede voor de redding van het volk is. Het bevat verder een loflied op de God die de drie mannen uit het dodelijke vuur heeft gered.

 

 

 

 

BEL EN DE DRAAK is het derde verhaal dat aan het boek Daniël is toegevoegd en is een aanval op afgoderij, vooral de verering van slangen, of “draken”, zoals zo vaak gebeurde rond 100 voor Christus toen dit boek geschreven werd. Het verhaal plaatst Daniël in een dispuut met koning Kores over de vraag of de Babylonische god Bel het voedsel dat aan hem wordt geofferd al dan niet opeet. Door middel van eenvoudige vindingrijkheid weet Daniël aan te tonen dat het voedsel door de priesters van Bel wordt opgegeten. Daniël veroorzaakt vervolgens de dood van een aanbeden slang, waardoor de Babylonische aanbidders zó boos worden dat zij Daniël in een leeuwenkuil gooien. In dit fictieve verhaal over de leeuwenkuil wordt Daniël eten gebracht door de profeet Habakuk, waarvan beweerd wordt dat hij voor deze gelegenheid op wonderbaarlijke wijze van Judea naar Babylon werd overgebracht.

 

 

 

 

HET GEBED VAN MANASSE is een kort, maar uitstekend voorbeeld van een vroom en berouwvol gebed, misschien van Farizese oorsprong.

 

 

 

 

1 MAKKABEEEN verhaalt de geschiedenis van het Joodse volk in Judea in de periode 175-132 voor Christus. Het bevat er een groot aantal details over die in latere geschriften slechts summier zullen worden aangestipt. De strijd tussen de belangrijkste koningen van deze periode – de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte – wordt afgeschilderd. De Joden bevinden zich midden tussen de strijdende grootmachten. Er wordt verwezen naar een latere Romeinse macht, maar in deze periode bestaat er nog geen directe Romeinse heerschappij waar Judea door beïnvloed zou zijn. Het begin van dit historische verslag gaat voornamelijk over de Seleucidische koning Antiochus Epiphanes, die een grote vervolging begint van de Joden en hun godsdienst. Er zijn Joden die liever sterven dan toezien dat de wet onderdrukt wordt en zij reageren op een militante wijze. Meerdere decennia lang worden deze Joden in de ene na de andere strijd aangevoerd door een man met de naam Mattatias en drie van zijn zonen.

De eerste zoon die deze taak van zijn vader overneemt is Judas, die Makkabeüs wordt genoemd. Het historische verslag is naar deze man vernoemd. Judas Makkabeüs wordt opgevolgd door zijn twee broers Jonatan en Simon, en later door Simons zoon Hyrkanus. De militaire strijd van de Joden tegen de Syriërs, Grieken, Egyptenaren, Edomieten en een aantal plaatselijke vijanden, doet denken aan de oorlogen van koning David. Maar de bijna onophoudelijke gevechten geven Judea en de Joden uiteindelijk een korte periode van vrede, te midden van door conflicten gekenmerkte eeuwen. Jonatan en Simon worden aangesteld als hogepriesters en gouverneurs, wat duidt op een evolutie in de traditionele rollen van het Joodse leiderschap. Het eerste boek der Makkabeeën is de belangrijkste en meest betrouwbare bron van de geschiedenis van de Joden in deze periode.

 

 

 

 

2 MAKKABEEEN wordt verondersteld de periode te beschrijven van 175-160 voor Christus, maar het is minder historisch dan vaderlandslievend. Het boek beweert een leesbare samenvatting te zijn van een veel gedetailleerder werk in vijf delen, geschreven door Jason van Cyrene. Het meest in het oog springend zijn de gedetailleerde verslagen over gewelddadige wreedheden die Antiochus Epiphanes tegen de Joden zou hebben begaan.

Met behulp van deze geschriften en de historische verslagen van andere volken in de volgende vier eeuwen is het mogelijk om in grote lijnen vast te stellen hoe het Joodse volk zich verder ontwikkelt, als natie en als een uiteengeslagen volk.