Dagelijks archief: maart 30, 2021

Eindtijd conferentie deel 7 – Henk van Zon

Standaard

Categorie: video/religie

 

 

 

Eindtijd conferentie deel 7 – Henk van Zon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

The 5 major world religions / De 5 grote wereldgodsdiensten

Standaard

Category / categorie: video

 

 

 

The 5 major world religions / De 5 grote wereldgodsdiensten

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De 7 helpers van Bachbloesem : Rock Water

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

waterbron_stromend_water-300x2251

 

 

 

Rock Water (Bronwater)

Aqua

Een van Bach’s 7 helpers.
Bereid volgens de zonne-methode.

 

.

Indicatie

 

Degenen die erg streng zijn in hun manier van leven. Ze ontzeggen zichzelf veel vreugde en plezier in het leven omdat ze zich voorstellen dat het hun werk kan belemmeren.

 

 

Affirmatie

 

Deze remedie brengt grote rust en begrip, vergroot het inzicht dat alle mensen op hun eigen manier vervol-making vinden, en zorgt voor het besef van “zijn” niet “doen”. Dat we op zichzelf een weerspiegeling zijn van grootse zaken, zonder te proberen om onze eigen opvattingen uit te dragen.

 

.

261_400_600-height

 

 

.

Bron

 

Iedere wel of bron die bekend staat als een centrum van heling en die nog met rust gelaten is in de natuurlijke toestand, onaangetast door de mensen, kan gebruikt worden. Plaatsen waar het water gekanaliseerd is of gere-geld wordt, moeten vermeden worden. De bron dient beschermd te worden door natuurlijke krachten maar niet belemmerd door de mens.

 

 

Chronische houding

 

Deze mensen zijn mensen met idealen. Ze hebben zeer vaste overtuigingen over religie of politiek, of het zijn verbeteraars. Met alle goede bedoelingen en met de wens de wereld anders en beter te maken, hebben ze de neiging om hun inspanningen om te helpen te beperken tot kritiek in plaats van voorbeeld. Ze laten hun gedach-ten en een groot deel van hun leven beheersen door hun theorieën. Als het hen niet lukt om anderen hun over-tuiging te laten volgen maakt ze dat heel ongelukkig. Ze willen de wereld graag plannen volgens hun eigen opvattingen, in plaats van rustig en zachtjes een beetje te doen in het grote plan.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

De 7 helpers van Bach bloesem : Wild Oat

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

wild-oat_w

 

 

Wild Oat (Ruwe Dravik)

Bromus ramosus

Een van Bach’s 7 helpers.
Bereid volgens de zonne-methode

 

 

Indicatie

 

Degenen die de bedoeling hebben om iets opvallends in hun leven te doen, die veel ervaringen willen opdoen en genieten van alles wat voor hen mogelijk is, die het leven ten volle willen leven.

 

 

Affirmatie

 

Laten we één ding vinden in het leven dat ons het meest aantrekt en dat dan doen. Laat dat ene ding dan zo deel van onszelf worden dat het net zo natuurlijk is als ademhalen. Laat het zo natuurlijk zijn als het voor de bij is om honing te halen, en voor de boom om zijn oude bladeren in de herfst af te schudden en nieuwe voort te brengen in de lente. Als we de natuur bestuderen zien we dat ieder schepsel, vogel, boom en bloem zijn specifieke rol te spelen heeft. Alles heeft zijn eigen specifieke en bijzondere werk, en daarmee wordt het hele Universum geholpen en verrijkt.

 

 

bach-flower-remedie-36-wild-oat-ruwe-dravik-20ml

 

 

 

Habitat

 

Wilde Dravik houdt van een vochtige bodem en heeft liefst een beetje schaduw. Zoek het op plaatsen waar maai-ers en grazende dieren niet bij kunnen komen, op steile hellingen en tussen de bomen.

 

 

Chronische houding

.

Het is een remedie die iedereen nodig kan hebben en voor gevallen die niet reageren op andere kruiden. Zelfs wanneer het moeilijk lijkt om te beslissen welke te geven, probeer dan deze minstens een week. Als de patiënt er goed op reageert, ga er dan mee door zo lang als er verbetering optreedt, alvorens naar een andere remedie over te stappen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

John Astria

De bikini

Standaard

categorie : mode en kledij

.

 

 

Vandaag mag de bikini 66 kaarsjes uitblazen. Het minuscule kledingstuk werd geïntroduceerd in 1946 door ontwerper Louis Réard in Parijs. De bikini werd met weinig enthousiasme onthaald, omdat het de erogene zones van de vrouw sterk benadrukt. Réard vreesde dan ook dat geen enkel model zijn uitvinding zou willen dragen. Vandaag kijken we niet meer vreemd op wanneer we iemand op het strand zien flaneren in bikini en is het kledingstuk een gevestigde waarde geworden binnen de badmode.

 

 

Het tweedelige badpak stamt al van ver voor de 20e eeuw. Op muurschilderingen uit de 4e eeuw na Christus in het Siciliaanse dorpje Piazza Armerina zijn ook een soort bikini’s te zien, die gedragen worden door de tien Romeinse sportschoonheden.

 

 

 

 

In 1946 presenteerde auto-ingenieur Louis Réard de eerste bikini op de catwalk in Parijs. Hij omschreef het kledingstuk als ‘kleiner dan het kleinste badpak’. Voor de naam van de bikini haalde Réard de mosterd bij het Bikini-eiland in de de Stille Oceaan, waar er in 1946 door de Amerikaanse overheid atoomproeven werden uitgevoerd.

 

 

 

 

De introductie van de bikini sloeg in als een bom en het viel aanvankelijk niet in de smaak bij het grote publiek omwille van het expliciete erotische karakter. In Portugal, Spanje en Italië werd de bikini zelfs verboden en het Vaticaan beschouwde hem als immoreel.

Vanaf de jaren zestig veranderde het imago van de bikini onder invloed van Amerikaanse filmsterren en feministen. Het poseren in bikini betekende voor veel jonge sterretjes de weg naar een carrière in de filmindustrie en opende de deuren naar de glamour van Hollywood. Zo werd Rita Hayworth gefotografeerd in een bikini voor de cover van het tijdschrift Life en verscheen Ursula Andress in de film Dr.

No uit 1962 in een witte bikini terwijl ze uit de golven tevoorschijn komt. Toen actrices als Marilyn Monroe, Brigitte Bardot en zich in bikini vertoonden, leek de strijd gewonnen. De bikini ging deel uitmaken van de populaire cultuur en in 1960 bezong popzanger Brian Hyland het tweedelige badpak met ‘Itsy bitsy teenie weenie yellow polka dot bikini’.

 

 

 

 

Ondanks de stormachtige start is de bikini een algemeen aanvaard kledingstuk geworden in het Westen en is het een vast onderdeel van onze zomergarderobe. Er zijn ook variaties gekomen op het traditionele bikini-model door de introductie van het materiaal lycra. Voorbeelden hiervan zijn de monokini, microkini en tankini.

 

.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 103 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie :  Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

hqdefault

 

 

 

RIJKE  MENSEN HOUDEN

 

MEESTAL  VAN

 

DODE VOORWERPEN,

 

GEWONE MENSEN HOUDEN

 

MEER VAN 

 

LEVENDE ZIELEN

 

 

 

 

schepping (1)

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

De osmogenese van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

De osmogenese is een bijzondere gave die aan enkele uitverkorenen werd verleend. Het is wel zo dat hun aanwezigheid en habijt, eenvoudigweg hun uitstraling werd opgemerkt door een bepaalde geur, die wij kennen als de ‘geur van heiligheid’. Pater Pio was daarvoor bekend. Dit kwam zo dikwijls voor, dat men niet aarzelde het de ‘geuren van Pater Pio’ te noemen. Vaak ging het rechtstreeks van zijn persoon uit, soms had het te maken met zijn habijt of voorwerpen die hij had aangeraakt. Op andere momenten bleef de geur hangen op plaatsen waar hij was voorbijgekomen.

 

 

paterpiobrief

 

 

 

 

Op een dag verwijderde een befaamde arts een windsel dat met bloed van zijn zijde was doordrenkt. Vervolgens bracht hij het in een flesje om hiervan een analyse te laten maken in zijn labo in Rome. Tijdens de reis – waarvan niemand op de hoogte was van wat de arts bij zich droeg – begonnen een officier en andere medereizigers de geur op te merken, die geleek op wat van Pater Pio uitging. De arts bewaarde het recipiënt in zijn bureel en gedurende lange tijd bleef die geur daar hangen, waarover meerdere mensen zich bevraagden.

 

 

Aldus getuigt E.H. Modestino: “ Toen ik mijn vakantie eens nam in San Giovanni Rotondo gebeurde dit. ’s Morgens begaf ik mij naar de sacristie om de mis te dienen van Pater Pio Maar ook anderen eisten die eer op. Om de knoop door te hakken, zegde Pater Pio hen dat er slechts één misdienaar nodig was en dat ik het was. Iedereen zweeg. Ik vergezelde Pater Pio naar het altaar van St.Franciscus. Zodra het hek gesloten was, begon ik de mis te dienen in de diepste concentratie.

Bij het ‘Sanctus’ kwam in mij het verlangen op om opnieuw die fijne geur op te vangen, die ik reeds had bemerkt bij het kussen van zijn hand. Ineens overviel mij een wolk parfum; deze omgaf mij en groeide zo aan dat ik buiten adem geraakte. Vrezend dat ik bewusteloos zou vallen, hield ik mij aan de leuning vast. Inwendig bad ik Pater Pio om te voorkomen dat ik zou vallen, want dit zou de gelovigen hebben doen opschrikken.

Op datzelfde ogenblik hield de geur op. ’s Avonds vergezelde ik Pater Pio naar zijn cel en ik vroeg hem mij dit fenomeen te verklaren. Hij gaf me dit antwoord: “Mijn zoon, daar weet ik helemaal niets van af. Het is de Heer die handelt. Hij verleent zijn geur aan wie Hij zelf wil en wanneer Hij wil. Alles verloopt naar zijn genade”.

 

 

“Ik bevond mij achter het raampje van de biechtstoel. Vandaar zag ik Pater Pio luisteren om achter een ander raampje de biecht af te nemen van een dame. Onder de indruk van de gedachte dat ik me tot een heilige zou richten, ving ik een sterke leliegeur op. Dat raakte me des te meer, daar ik nooit had geloofd wat mensen hierover vertelden, nl. dat de aanwezigheid van Pater Pio te merken was aan geuren. Sindsdien heb ik er niet langer aan getwijfeld”.

 

 

In Bologna had een jonge dame van 24 jaar haar rechterarm gebroken. Drie jaar voordien was zij er al aan geopereerd geweest na een zwaar ongeval. Na een tweede behandeling en vele pijnlijke en lange nazorgen, liet de chirurg aan haar vader weten dat zij die arm niet meer zou kunnen gebruiken. Na de mislukking om de beenderen aan mekaar te zetten, waarbij een deel van het schouderblad was weggenomen, was de arm helemaal stijf geworden. Ontmoedigd trokken vader en dochter naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te ontmoeten.

Deze zegende hen en verzekerde: “Wees niet moedeloos! Vertrouw op de Heer en de arm zal genezen!” Dit gebeurde einde 1930. De zieke keerde naar Bologna terug. Niets was eraan verbeterd. Zou Pater Pio zich vergist hebben? Na enige tijd was de zaak zowat vergeten geraakt. Op 17 september, de verjaardag van Franciscus’ kruiswonden, werd de verblijfplaats van de familie omgeven door een buitengewone geur van rozen en tijloos.

Dit duurde ongeveer een kwartier. De andere huurders waren verwonderd en vroegen zich af waar dit vandaan kwam. Diezelfde dag kreeg de jonge vrouw het gebruik van haar arm terug. Een radiografie, die zij voortaan met zorg bewaarde, wees uit dat been en kraakbeen zich beiden hersteld hadden.

 

 

Een man vertelde: “ Op een dag gaf ik toe aan de wens van mijn echtgenote om Pater Pio te gaan opzoeken. Ik voeg eraan toe dat ik sinds de dag van ons huwelijk geen voet meer in de kerk had gezet. De behoefte kwam bij mij op om te biechten. Maar zodra ik mij tegenover Pater Pio bevond, zei hij zonder mij te bekijken: “Ga weg!” Ik reageerde: “Maar ik ben gekomen om te biechten. Wilt u mijn biecht afnemen?” Maar hij opnieuw: “Ik zeg u: ga weg!”

Holderdebolder verliet ik het kerkje en ging terug naar het hotel. Mijn vrouw had me zien lopen en was me naar de kamer gevolgd. Ze vroeg me: “Wat scheelt er? Wat doe je daar?” Ik gaf haar ten antwoord: “Ik maak terug mijn koffers klaar om van hier te vertrekken”. Ineens kwam daar een dikke walm over me met heerlijke geuren. Ik stond hoogst verbaasd. Stilaan vond ik mijn kalmte terug. Tegelijkertijd kwam in mij het verlangen op om terug naar Pater Pio te gaan. Dit deed ik ’s anderendaags na een nauwkeurig gewetensonderzoek. Ditmaal ontving Pater Pio mij welwillend en gaf me de absolutie.

 

 

Een dame vertelde: “Na een ongeluk werd mijn man, zwevend tussen leven en dood, opgenomen in een hospitaal in Taranto. De dokters vreesden dat zij hem niet meer zouden kunnen redden. Iedere dag als ik hem ging bezoeken, bleef ik bidden voor een beeld van Pater Pio daar in het hospitaal. Op een dag kreeg ik een teken van de heilige: een heerlijke leliegeur. Sindsdien is de toestand van mijn man altijd maar gaan verbeteren tot hij helemaal weer gezond was”.

 

 

Een man uit Toronto vertelde: “ In 1947 werd mijn vrouw dringend in een kliniek in Rome opgenomen om een delicate ingreep te ondergaan. Ik begaf me naar San Giovanni Rotondo en ging biechten bij Pater Pio. Na de absolutie deelde ik hem mee dat mijn vrouw erg ziek was en voegde eraan toe: “Padre, wil je met mij bidden?” Op hetzelfde ogenblik werd ik verrast door een doordringende geur.

Later op de avond thuisgekomen, had ik nauwelijks de drempel overschreden of ik rook opnieuw wat ik bij Pater Pio had opgemerkt en ik vond mijn vertrouwen weer. De chirurgische ingreep werd succesvol. Ik vertelde mijn vrouw welke wondere ervaring ik had opgedaan en beiden zijn we erkentelijk naar Pater Pio toegegaan om hem te danken.

 

 

Een jong Pools echtpaar woonde in Engeland en moest een belangrijke beslissing nemen. In hun situatie waren ze ten einde raad. Wat doen? Iemand sprak hen over Pater Pio. Ze schreven hem aan , maar het antwoord bleef uit. Dan beslisten ze maar naar San Giovanni Rotondo af te reizen om rechtstreeks hulp en raad te krijgen. De reis van Engeland naar Puglia was zeer lang. In Bern stapten ze uit en vroegen zich angstig af of ze nog zouden doorgaan. Wat doen als P.P. zou weigeren hen te ontvangen?

Op een avond zaten ze in een bescheiden hotelkamer en waren terneergedrukt in gesprek met elkaar. Uit besparing hadden ze een zolderkamer afgehuurd. Het was midden de winter en het sneeuwde. De bittere koude drukte nog meer op hun ontmoedigde stemming.

Bijna hadden ze beslist om terug te keren, als ze eensklaps een zo doordringende en aangename geur opvingen die hen nieuwe moed gaf. De jonge echtgenote opende de linnenkast en de kleerkast in de mening dat een verstrooide gast een flesje parfum had achtergelaten. Ze vond echter niets. Kort nadien verdween de geur en kwam de gewone onaangename reuk van stof en schimmel terug.

Nu wendde het jonge paar zich tot de hotelbaas en ondervroeg hem over die parfum, maar die bleek het niet te verstaan. Het was wel de eerste keer dat klanten in zijn hotel, dat zeker niet gekend was voor zoete geuren, teken gaven dat ze hier een heerlijke parfumgeur hadden opgevangen.

Wat er ook van weze, het voorval gaf hen terug moed en ondersteunde hun voornemen om ten allen prijze door te reizen. Aangekomen in San Giovanni Rotondo werden ze door Pater Pio met open armen ontvangen. Het jonge paar kende slechts enkele woorden Italiaans en stuntelde wat over een brief aan Pater Pio waarop nooit een antwoord kwam.

Verbaasd antwoordde Pater Pio: “ Wat zeg je daar? Dat ik niet geantwoord heb? Heb ik jullie dan niet geantwoord in jullie Zwitsers hotel?” Met weinig woorden gaf Pater Pio hen goede raad. Ze verlieten hem vol blijdschap en dankbaar, nog onder de indruk van de eigenaardige wijze waarop de geestelijke communiceerde met hen die op zijn raad beroep deden.

 

 

Het was een vreemde samenloop van omstandigheden toen een man hoorde spreken van Pater Pio. Hij vertelde: “ik hoorde voor de eerste keer de naam van Pater Pio, na de oorlog, van een vriend, journalist zoals ikzelf, die vaak over hem sprak. Hij kende Pater Pio goed en sprak met een enthousiasme dat ik eigenlijk wat overdreven vond. Mijn eerste reactie was ongeloof en onverschilligheid, vooral omdat mijn vriend me vertelde over verschillende fenomenen, zoals geuren, die de aanwezigheid of tussenkomst van Pater Pio aangaven, vaak op verre afstand.

Maar ondertussen stelde ik zelf op mijn beurt diverse vreemde feiten vast. Zoals bijvoorbeeld die dag dat ik een intens parfum van viooltjes waarnam, op een plaats waar er absoluut geen viooltjes waren. Ik dacht onmiddellijk aan Pater Pio, en geloofde dat het een vorm van autosuggestie was. Enige tijd later, toen ik op vakantie was met mijn echtgenote, gingen we naar het station om een brief te posten. En daar werd ik opnieuw, sterker dan voorheen, het onvergetelijke parfum gewaar van de viooltjes.

Terwijl ik wegzonk in gedachten hierover, vroeg mijn echtgenote: ‘ruik je dat parfum? Ik vraag me af waar het vandaan komt…’ Geschrokken antwoordde ik haar dat dit parfum een teken was van Pater Pio en dat de laatste tijd een doordringende geur van viooltjes me zowat overal achtervolgde. Mijn echtgenote antwoordde: ‘als ik in jouw plaats was, zou ik een bezoek brengen aan San Giovanni Rotondo.

’s Anderendaags begaven wij ons daarheen. Toen we daar aankwamen en pater Pio ontmoetten, zei hij: ‘ha, daar zijn onze helden; men zou kunnen zeggen dat het tijd gevraagd heeft om ze te overtuigen.’ Ik had een lang gesprek met hem en sinds die dag is mijn leven veranderd.’

 

 

Een man vertelde: ‘sinds enkele jaren had ik last van een hartinfarct. Mijn dokter had me een operatie aangeraden. Het was in juni 1991. Tijdens de operatie kreeg ik vier overbruggingen van de aorta. Bij het ontwaken uit de verdoving, had ik een verlamming aan arm en been langs de rechterzijde. Het was een zware beproeving maar eens de oorspronkelijke ontmoediging overwonnen was kwam het geloof terug en begon ik tot Pater Pio te bidden.

Ik bad de noveen voor hopeloze gevallen, die mijn lieve moeder me aanraadde en dezelfde ochtend dat ik de noveen beëindigde – omringd door enkele andere zieken – rook ik een intens parfum van meiklokjes. Toen verdween de geur en een tinteling in mijn rechtse voet vertelde me dat mijn gebeden verhoord werden.’

 

 

Een dame vertelde: ‘ik had zware problemen met mijn ogen, van die aard dat ik veel pijn leed en amper kon zien. Ik consulteerde verschillende dokters en na veel onderzoekingen stelde men een onomkeerbare schade aan het oog vast en een tumor, waarschijnlijk aan de hypofyse. Ik had zeer veel angst toen ik hoorde dat de dokters mijn ziekte als ongeneesbaar beschouwden. Toen ik langs de stad Bénévent kwam, wou ik me naar Pietrelcina begeven, waar ik de kans zou hebben om de plaatsen te bezoeken waar Pater Pio uitgenodigd was.

Tijdens het bezoek aan Pietrelcina overviel me een uitermate diepe emotie en terwijl ik bad voor mijn familieleden, nam ik een intense geur van wierook waar. In de trein die me terugbracht naar Rome, mediteerde ik over alles wat gebeurd was en kreeg ik spijt over het feit dat ik niet tot Pater Pio gebeden had voor mijn zieke ogen. Daarom vroeg ik alsnog met overtuiging zijn tussenkomst.

De hulp van de Pater liet niet op zich wachten: mijn toestand verbeterde van dag tot dag en na een korte tijd was ik helemaal genezen. De specialist die ik nadien raadpleegde kon alleen maar met verbazing vaststellen dat mijn zicht zich volledig hersteld had.’

 

 

Een man uit Canicatti vertelde: ‘ in het begin van het jaar 1953 werd mijn echtgenote, die in de eerste maanden van haar zwangerschap was, getroffen door een zware ziekte die, volgens de dokters, haar leven in gevaar bracht evenals dat van haar kind. Geen enkele remedie bleek doeltreffend te zijn. De 3e mei schreef ik totaal hopeloos een brief naar Pater Pio om zijn gebed te vragen.

Enkele dagen later werden zowel mijn echtgenote als ikzelf een mysterieus parfum van rozen gewaar, terwijl we nochtans in twee verschillende plaatsen vertoefden. Op hetzelfde moment klopte de postbode op de deur en gaf ons een brief van het convent van San Giovanni Rotondo waarin stond dat Pater Pio gebeden had voor mijn echtgenote en voor het ongeboren kind. De volgende morgen was mijn echtgenote volledig genezen.’

 

 

Een gewaardeerd advocaat en vertrouweling van Pater Pio vertelde: ‘op een dag bevond ik mij in de oude kapel van het convent om deel te nemen aan de uitgebreide mis opgedragen door Pater Pio.  Even niet aandachtig op het moment van de consecratie, bleef ik rechtstaan terwijl de andere gelovigen knielden. Er was een doordringende geur van viooltjes die me terugbracht naar de realiteit.

Ik knielde zonder verder veel aandacht te schenken aan het parfum dat ik geroken had. Zoals altijd ging ik na de mis Pater Pio groeten, die me onthaalde met volgende zin: “was jij niet een beetje verstrooid vandaag?” Ik antwoordde: “gelukkig heeft uw parfum me uit mijn overpeinzingen gehaald.” Pater Pio antwoordde: “parfum? Jij verdient een paar oorvegen!”

 

 

Een Siciliaanse ambtenaar wilde na zijn bekering biechten bij pater Pio. Deze hield diens rechterhand stevig tussen de zijne. De ambtenaar vertelt dat toen hij in Foggia aankwam, hij merkte dat zijn rechterhand een geur had die zijn linker niet had. Het was dezelfde geur die hij rook toen hij bij pater Pio was. De geur verdween niet, ook niet als hij zijn handen waste.

Pater Pio had hem een penitentie van twee maand gegeven en in heel deze periode steeg er een identieke geur van zijn borst naar zijn neus. Die geur was zó aangenaam dat hij zich als in een roes voelde. Soms verdween de geur en dan probeerde hij toch de geur gewaar te worden maar zonder resultaat. Eens de penitentie voorbij was, verdween de geur.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Het Eucharistisch Wonder in Buenos Aires te Argentinië

Standaard

categorie : religie

 

 

Recente eucharistische wonderen die zijn onderworpen aan analyses van de moderne techniek, brengen een licht in de zaak dat de gegevens vanuit het geloof bevestigt en de wetenschap eraan herinnert dat zij niet van de gehele werkelijkheid rekenschap kan afleggen. Deze wonderen dragen een bewijs aan van de werkelijke objectieve aanwezigheid van het Lichaam en van het Bloed van de Heer in de Heilige Eucharistie.

 

 

Paus Franciscus, encycliek Lumen fidei, 29 juni 2013, 2-3.

«In de moderne tijd heeft men gedacht dat een dergelijk licht voldoende kon zijn voor de oude samenlevingen, maar van geen nut was voor de moderne tijden, voor de mens die volwassen was geworden, trots op zijn rede, ernaar verlangend op een nieuwe wijze de toekomst te verkennen. In deze zin verscheen het licht als een bedrieglijk licht, dat de mens ervan weerhield zich stoutmoedig op het gebied van het weten te bewegen. Het geloof werd dan verstaan als een sprong in de leegte, die wij doen uit gebrek aan licht, gedreven door een blind gevoel; of als een subjectief licht, dat misschien in staat is ons hart te verwarmen, persoonlijke troost te verschaffen, maar dat aan anderen niet kan worden voorgehouden als een objectief en gemeenschappelijk licht om de weg de verlichten» 

 

 

Een bloederige substantie

 

 

Legandro Pezet met aartsbisschop Bergoglio, de huidige paus Franciscus

 

 

……..hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.

 

Op 18 augustus 1996 viert eerwaarde Alejandro Pezet de Mis in de kerk van het winkelcentrum van de stad Buenos Aires, in Argentinië. Hij heeft zojuist de heilige Communie uitgereikt wanneer een vrouw hem komt zeggen dat ze een hostie heeft gezien waarvan iemand achter in de kerk zich heeft willen ontdoen. Wanneer hij naar de aangegeven plaats gaat, ziet de priester de besmeurde hostie; hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.

Op maandag 26 augustus doet hij het tabernakel open en ziet tot zijn stomme verbazing dat de hostie een bloederige substantie is geworden. Hij brengt Mgr. Jorge Bergoglio, hulpbisschop van Kardinaal Quarracino en toekomstige Paus, hiervan op de hoogte, waarop deze instructies geeft om de aldus getransformeerde hostie te laten fotograferen door een beroepsman. De foto’s die op 6 september zijn genomen tonen duidelijk aan dat de hostie die in een stukje bloederig vlees is veranderd, aanzienlijk in omvang is toegenomen. Gedurende drie jaar wordt ze bewaard in het het tabernakel en wordt de hele zaak geheim gehouden; maar wanneer hij vaststelt dat de hostie geen enkele waarneembare vorm van ontbinding heeft ondergaan besluit Mgr. Bergoglio haar wetenschappelijk te laten analyseren.

Vanaf oktober 1999 worden er analyses uitgevoerd op monsters van de hostie. Die voeren tot de verklaring die in 2005 is afgelegd door dokter Federico Zugibe, deskundige op het gebied van de cardiologie en gerechts-geneeskundig expert:

«De geanalyseerde materie is een fragment van de hartspier die zich in de wand van de linker hartkamer, dichtbij de hartkleppen bevindt. Deze spier is verantwoordelijk voor de samentrekking van het hart. De linker hartkamer functioneert als een pomp die bloed doorstroomt door het hele lichaam. De hartspier is in een staat van ontsteking en bevat een groot aantal witte bloedlichaampjes. Dat geeft aan dat het hart leefde op het moment dat het monster werd genomen. Ik verklaar dat het hart leefde, gegeven het feit dat witte bloedlichaampjes buiten een levend organisme afsterven; ze hebben behoefte aan een levend organisme om in stand te kunnen blijven. Hun aanwezigheid geeft dus aan dat het hart leefde toen het monster werd genomen. Bovendien waren de witte bloedlichaampjes in de weefsels opgenomen, hetgeen aangeeft dat het hart aan intensieve stress onderhevig was geweest, alsof zijn eigenaar harde klappen had gekregen ter hoogte van de borst.»

 

Twee Australiërs, de journalist Mike Willesee en de jurist Ron Tesoriero, zijn de getuigen geweest van deze testen. Na de conclusie van de arts, deelt men hem mede dat de substantie waaruit het monster afkomstig was dateerde van 1996, Dokter Zugibe vraagt:

«U moet me een ding uitleggen: als dat monster afkomstig is van een dode persoon, hoe kan het dan dat, toen ik het onderzocht, de cellen van het monster nog in beweging waren en kloppingen liet zien? Als dat hart afkomstig is van iemand die in 1996 is gestorven, hoe kan het dan nog steeds in leven zijn?»  

 

Pas dan legt Mike Willesee dokter Zugibe uit dat het monster afkomstig is van een geconsacreerde hostie die op mysterieuze wijze veranderd is in bloederig menselijk vlees. Stomverbaasd als hij dat hoort, antwoordt de dokter:

«Hoe en waarom kan een geconsacreerde hostie van karakter veranderen en levend menselijk vlees en bloed worden? Dat zal een onverklaarbaar mysterie blijven voor de wetenschap, een mysterie dat volledig mijn competentie overstijgt.»

 

 

Moeilijkheden met geloven

 

In Lanciano, in de regio van de Abruzzi (Italië), vond rond 750 een soortgelijk wonderlijk feit plaats. Een Brasiliaanse monnik ondervond moeilijkheden bij het geloven in de werkelijke tegenwoordigheid van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus in de Eucharistie. Hij bad voortdurend om verlichting van zijn zeer pijnlijke onzekerheden. Op een ochtend, nog altijd gekweld door zijn twijfels, begon hij de viering van de Mis voor de bewoners van een naburig dorp. Plotseling, na de consecratie van het brood en de wijn, bracht hetgeen hij op het altaar zag zijn handen aan het trillen en een ogenblik lang, dat de parochianen een eeuwigheid toescheen, stond hij perplex. Vervolgens keerde hij zich zachtjes naar hen toe en zei:

«Oh, gelukkige getuigen aan wie de gezegende God, om mijn ongeloof tegen te spreken, zich Zelf heeft willen openbaren in dit gezegende Sacrament en zich voor onze ogen zichtbaar heeft willen maken, komt onze God die ons zo nabij is zien: dit is het Vlees en het Bloed van onze Beminde Christus.»

 

De hostie was vlees en de wijn bloed geworden! Dezelfde dag ging het gerucht door het hele dorp zoals een brand een woud in vuur en vlam zet en bereikte even zo snel de naburige dorpen en verspreidde zich tot in Rome. Dit mirakel blijft tot op de dag van vandaag zichtbaar voor ons: de vlees geworden hostie en de bloed geworden wijn zijn na meer dan twaalf eeuwen nog volledig intact.

In 1970 vroegen de aartsbisschop van Lanciano en provinciaal van de Conventuelen, met toestemming van Rome, aan professor Edoardo Linoli, directeur van het ziekenhuis van Arezzo, een grondig wetenschappelijk onderzoek uit te voeren op de resten van het twaalf eeuwen tevoren gebeurde wonder. Op 4 maart 1971 presenteerde de professor zijn conclusies:

  • 1. Het “wonderbaarlijke vlees” is vlees dat bestaat uit het dwarsgestreept spierweefsel van de myocard (hart).
  • 2. Het “wonderbaarlijk bloed” is echt bloed: de chromotografische analyse levert hiervan het onbetwistbaar bewijs.
  • 3. Het vlees en het bloed zijn van menselijke natuur en het immunologisch bewijs stelt dat ze behoren tot bloedgroep AB, dezelfde als die van de man van de lijkwade van Turijn, en kenmerkend voor de bevolkingen van het Midden-Oosten.
  • 4. De eiwitten in het bloed zijn procentueel identiek verdeeld zoals de eiwitten in het serum van vers normaal bloed.
  • 5. Geen enkel histologisch onderzoek heeft de aanwezigheid van sporen van zoutinfiltraties of van stoffen die vroeger voor mummificatie gebruikt werden aangetoond. Ook moet worden opgemerkt dat, wanneer het eucharistisch bloed van Lanciano (dat gewoonlijk is gestold) eenmaal vloeibaar is, het al zijn chemische en fysische eigenschappen behoudt zonder dat het enige schade ondervindt in welke vorm ook. Terwijl normaal gesproken vijftien minuten na het afnemen van gewoon menselijk bloed alle biologische activiteit onherstelbaar verloren gaat.

 

Het medisch rapport dat werd gepubliceerd in de “Cahiers Sclavo” (fasc. 3, 1971) wekte grote belangstelling in wetenschappelijke kring. In 1973 benoemde de Hoge Raad van de Wereld Gezondheidsorganisatie een wetenschappelijke commissie om de conclusies van professor Linoli te verifiëren. Er werd 15 maanden aan gewerkt en er werden 500 onderzoeken verricht. De commissie verklaarde dat het ging om een levend weefsel dat beantwoordde aan alle klinische reacties van levende wezens. Sinds de VIIIe eeuw, verkeren het vlees en het bloed van Lanciano in dezelfde staat als van vlees en bloed dat dezelfde dag van een levend wezen zou zijn verwijderd.

De synthese van de werken van de commissie die in december 1976 in New York en in Genève werd gepubliceerd, erkent dat de wetenschap, bewust van haar beperkingen, zich geplaatst ziet tegenover de onmogelijkheid een verklaring te leveren. Andere experts gingen over tot vergelijking van de rapporten die zijn opgesteld naar aanleiding van het mirakel van Buenos Aires met de voor het mirakel van Lanciano uitgewerkte rapporten. Deze wetenschappers die de oorsprong van de monsters niet kenden concludeerden dat het in beide rapporten van de laboratoria ging om monsters die, naar het scheen, afkomstig waren van dezelfde persoon.

 

 

mirakel van de Heilige Hostie te Lanciano

 

 

Lanciano eucharistic miracle

 

 

 

Op zoek naar een groot licht

 

In de encycliek Lumen fidei schrijft Paus Franciscus:

«Langzamerhand heeft men echter gezien dat het licht van de autonome rede niet erin slaagt de toekomst voldoende te verlichten; uiteindelijk blijft zij in haar duisternis steken en laat de mens achter in de angst voor het onbekende. En zo heeft de mens afgezien van het zoeken naar een groot licht, een grote waarheid om zich tevreden te stellen met de kleine lichten die het korte ogenblik verlichten, maar niet in staat zijn de weg te openen. Wanneer het licht ontbreekt, wordt alles verward, is het onmogelijk goed van kwaad te onderscheiden, de weg die naar het doel leidt te onderscheiden, van die welke ons in steeds dezelfde kringen, zonder richting doet gaan» 

 

Om dit euvel te vermijden hebben we geloof nodig, zo verklaart de paus :

«Het is daarom dringend noodzakelijk de aard van het licht dat eigen is aan het geloof, opnieuw te ontdekken, omdat ook alle andere lichten uiteindelijk hun kracht verliezen, wanneer de vlam hiervan dooft. Het licht van het geloof heeft immers een bijzonder karakter, omdat het in staat is heel het bestaan van de mens te verlichten. Om zo krachtig te zijn kan een licht niet van onszelf uitgaan, moet het komen van een oorspronkelijkere bron, moet het tenslotte komen van God. Het geloof ontstaat bij de ontmoeting met de levende God, die ons roept en ons zijn liefde openbaart, een liefde die ons voorafgaat en waarop wij kunnen steunen om een houvast te hebben en ons leven op te bouwen. Door deze liefde veranderd, krijgen wij nieuwe ogen, ervaren wij dat daarin een grote belofte van volheid gelegen is en voor ons de blik op de toekomst opengaat. Het geloof, dat wij van God ontvangen als bovennatuurlijke gaven, verschijnt als een licht voor de weg, een licht dat onze gang in de tijd richting geeft». 

 

 

Een nieuw bewijs

 

Als bevestiging van het geloof in de Kerk, heeft de Heer aan de wereld in 2008 een nieuw bewijs willen geven van zijn liefde door een ander eucharistisch mirakel dat geheel gelijksoortige kenmerken vertoont als die van het mirakel van Buenos Aires. Op 12 oktober van dat jaar viert eerwaarde Jacek Ingielewicz de Mis in de kerk H. Antonius van Padua in Sokólka (Polen), in aanwezigheid van tweehonderd personen. Tijdens het uitdelen van de Communie valt een hostie op de grond. Eerwaarde Jacek raapt hem op en stopt hem in een klein zilveren liturgisch potje dat hij vult met water om de hostie op te lossen, stopt vervolgens het geheel in een kluis in de sacristie.

Wanneer een hostie daarna geheel is opgelost is het lichaam van Christus inderdaad niet meer tegenwoordig. Op de hoogte gebracht door eerwaarde Jacek, laat eerwaarde Stanislaw Gniedziejko, pastoor van de parochie, het potje twee weken in de kluis staan. Dan stelt hij vast dat de hostie niet alleen niet is opgelost in het water, maar dat een vorm aan het licht is gekomen die doet denken aan een bloedvlek. De pastoor Stanislaw zou later verklaren:

«Diep onder de indruk, wist ik niet wat ervan te denken, mijn handen trilden toen ik de kluis weer op slot deed: ik kon nauwelijks spreken.»

 

Hij besluit zich tot de aartsbisschop van Bialystok, naburige stad, Mgr. Edward Ozorowski, te wenden. Wanneer deze naar Sokólka komt laat men hem de hostie zien die op een corporale is gelegd. Daar ziet hij behalve een bloedvlek iets wat lijkt op een organische substantie. Het lijkt, zo merkt eerwaarde Jacek op, op de natuur van weefsels. Op 5 januari 2009 vraagt de bisschop aan twee professoren in de geneeskunde aan de Universiteit van Bialystok, Maria Elizabeth Sobianiec-Lotowska en Stanislaw Sulkowski, een analyse uit te voeren op een deeltje van de hostie. Beiden hebben meer dan dertig jaar gewerkt op het gebied van de histopathologie van de Universiteit.

Toen de monsters waren genomen was het intact gebleven deel van de hostie vast blijven zitten aan het weefsel dat geanalyseerd werd, zonder dat die iets minder wit was geworden. Beide specialisten kwamen, na gescheiden hun werk te hebben gedaan, tot dezelfde conclusie: hetgeen hun was overhandigd is afkomstig van het weefsel van een nog in leven, maar wel stervend zijnde menselijke hartspier. Professor Sulkowski verklaart de aanwezigheid te hebben waargenomen van:

«talloze typische biomorfologische indicatoren van weefsel van de hartspier, evenals van zichtbare schade in de vorm van geringe vezelbreuken in het weefsel. Deze schade kan slechts worden waargenomen in levende vezels en zijn de tekenen van snelle spasmes van de hartspier in de periode die voorafgaat aan de dood.»

 

Professor Sobianiec-Lotowska bevestigt dit:

«Het betreft weefsel van de in leven zijnde hartspier.»

 

Wanneer ze hierbij stilstaat, geeft ze blijk van haar stomme verbazing over het feit dat een weefsel in leven is gebleven nadat het uit het organisme waarvan het integraal deel uitmaakte is verwijderd:

«Dat is een «ongelooflijk fenomeen! Gedurende lange tijd was de hostie in water ondergedompeld, vervolgens op de corporale gelegd; het weefsel zou dus het proces van “verstikking” hebben moeten ondergaan, maar dat hebben we bij onze testen niet waargenomen. De huidige kennis op het gebied van de biologie stelt ons niet in staat dit fenomeen wetenschappelijk te verklaren. Dit buitengewone fenomeen van onderlinge absorptie van het hartspierweefsel en de hostie dat met de microscoop en eveneens via elektronische transmissie is waargenomen, bewijst dat geen enkele menselijke interventie op het monster heeft kunnen plaatsvinden».

 

De structuur van het hartspierweefsel en die van brood zijn in het onderhavige geval inderdaad zo nauw verwant dat het onaannemelijk is dat een menselijke interventie dit zou kunnen verwezenlijken (cf. verklaring van professor Sobianiec-Lotowska in het rapport «Het Eucharistisch Mirakel van Sokólka», Lux Veritatis, 2010). Anderzijds heeft het bloed van de hostie dezelfde kenmerken als dat van de lijkwade van Turijn en van het mirakel van Lanciano (groep AB).

 

 

Mirakel van de Heilige Hostie te Sokolka

 

 

miracle of sokolka

 

 

 

De devotie neemt toe

 

Nadat hij de resultaten van de testen heeft gekregen, informeert de aartsbisschop de apostolisch nuntius in Warschau die het dossier doorgeeft aan Rome ter bestudering. In september 2009 begint het publiek dat kennis heeft genomen van het rapport van de twee deskundigen, uit heel Polen, maar ook uit Wit-Rusland en Litouwen naar Sokólka te komen. In Sokólka zelf stelt men onmiddellijk een toename van de devotie voor het Allerheiligste vast. De mensen komen in de kerk bidden voor de gebroken families, de kinderen die het geloof verlaten, ter verkrijging van genezingen.

Na officieel te hebben verklaard dat het zichtbare weefsel op de hostie echt wonderbaarlijk is, stopt Mgr. Ozorowski dit in een monstrans die wordt uitgestald ter aanbidding door gelovigen in een kapel van de Sint Antonius kerk. Ten aanzien van de Eucharistie vraagt de Kerk om de eredienst van de latria, dat wil zeggen de aanbidding die aan God alleen is voorbehouden, hetzij tijdens de viering van de Eucharistie, hetzij daarbuiten:

«Het is, zo schreef H. Johannes Paulus II, in het bijzonder nodig, zowel tijdens de viering van de Mis als bij de verering van de Eucharistie buiten de Mis, het besef te verlevendigen van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus» (Apostolische Brief Mane nobiscum Domine, 7 oct. 2004, 18).

 

«Zoals de vrouw die Jezus zalfde in Bethanië, heeft de Kerk hiervoor geen ‘verspilling’ van haar beste zaken geschuwd om uitdrukking te geven aan haar verwondering en aanbidding tegenover het onmetelijk geschenk van de Eucharistie. Niet minder dan de eerste leerlingen die belast waren met het gereed maken van de «bovenzaal» voelde zij zich gedreven om door de eeuwen heen een in haar ontmoeting met verschillende culturen, de Eucharistie te vieren in kader dat een zo groot geheim waardig was… Ofschoon het idee van een «feestmaal» vanzelf vertrouwelijkheid suggereert, heeft de Kerk nooit toegegeven aan de verleiding om deze «intimiteit» met haar Bruidegom te banaliseren door te vergeten dat Hij ook haar Heer is en dat het «feestmaal» altijd een offer blijft dat getekend is door het bloed dat op Golgotha werd vergoten» (Encycliek Ecclesia de Eucharistia, Witte Donderdag 2003, 48).

 

«De Eucharistie stelt inderdaad tegenwoordig en actualiseert het offer dat Christus eens en voor altijd op het kruis gebracht heeft aan de Vader ten bate van de mensheid. Het kruisoffer en het offer van de Eucharistie zijn één en hetzelfde offer. Een en dezelfde zijn het slachtoffer en de offeraar: wat alleen verschilt is de wijze van geofferd worden: bloedig op het kruis, onbloedig in de Eucharistie. Daar uit het Misoffer alle genaden voortvloeien die nodig zijn voor ons heil, verplicht de Kerk de gelovigen ertoe aan de Heilige Mis deel te nemen op iedere zondag en op voorgeschreven feestdagen, terwijl zij hen aanbeveelt ook op andere dagen eraan deel te nemen.» (Compendium van CKK,280).

 

H.Johannes Paulus II eens tegen jongeren gezegd die hem ondervroegen naar aanleiding van de grote ingetogenheid waarmee hij de mis vierde (18 oktober 1981). Heilige Padre Pio geeft er ons een mooi voorbeeld van:

«Wanneer Padre Pio de Mis vierde, wekte hij de indruk zo intiem, zo intens en zo volledig verbonden te zijn met Hem die zich aan de Hemelse Vader aanbood, als slachtoffer ter boetedoening voor de zonden der mensen. Zodra hij aan de voet van het altaar stond onderging het gezicht van de celebrant een gedaanteverwisseling. Padre Pio bezat de gave anderen aan het bidden te zetten. Men beleefde de Mis» (Fr. Narsi Decoste, Le Padre Pio).

 

De vrucht van het geactualiseerde Offer op het altaar is de communio met het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, voorproef van de eeuwige communio in de Hemel. Een zo grote gave kan slechts ontvangen worden door hem die:

«ten volle ingelijfd is in de katholieke Kerk en in staat van genade, dat wil zeggen zonder zich van een doodzonde bewust te zijn. Hij die er zich van bewust is een zware zonde te hebben begaan, moet het Sacrament van de Verzoening ontvangen alvorens tot de communie te naderen. Van belang zijn ook de geest van inkeer en gebed, het onderhouden van het door de Kerk voorgeschreven vasten, en de lichaamshouding (gebaren, kleding), ten teken van eerbied voor Christus» (Compendium,291).

 

«De heilige Communie doet onze vereniging met Christus en zijn Kerk groeien. Zij sterkt ons voor de pelgrimstocht van dit leven en doet ons verlangen naar het eeuwig leven, doordat zij ons nu al verenigt met Christus, opgestegen naar de rechterhand van de Vader, met de hemelse Kerk, met de heilige Maagd en met alle heiligen» (ibid., 292 en 294).

 

 

De hoogste verwerkelijking

 

De eucharistische wonderen zijn niet te ontkennen feiten; zij stellen ons voor de grote Werkelijkheid: God bestaat, Hij is vlees geworden, Hij is tegenwoordig en treedt actief op in onze geschiedenis, Hij heeft zich blootgesteld aan lijden en dood, om de dood teniet te doen en ons het Leven te geven! Het geluk dat wij allen zoeken hangt af van onze liefdesbetrekking met Hem alleen! In de encycliek Fides et ratio, schreef heilige Johannes Paulus II:

«Verschillende filosofische systemen hebben de mens er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn absoluut eigen heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen, wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten vertrouwt. Dat zal nooit de grootheid van de mens kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal alleen de beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven wonen. Pas binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn vrijheid zich in de volle zin ontplooit en dat hij geroepen is tot liefde en kennis. Daarin ligt zijn hoogste zelfverwerkelijking »

Laten we uit de Eucharistie de kracht putten die we nodig hebben om Jezus te volgen op de weg van het eeuwig leven!

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget