Dagelijks archief: april 14, 2021

Wat elke christen moet weten over de Heilige Geest

Standaard

Categorie: video/religie

 

 

 

Wat elke christen moet weten over de Heilige Geest

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

The great secret of guardian angels / Het grote geheim van bewaarengelen

Standaard

Category / categorie: Video

 

 

 

The great secret of guardian angels 

Het grote geheim van bewaarengelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Geloof, bekering en behoudenis; Vrucht dragen; Gods weg naar Zijn doel in ons leven

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

Geloof, bekering en behoudenis;

Vrucht dragen;

Gods weg naar Zijn doel in ons leven

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Christian Dior – fall 2010 – menswear

Standaard

categorie : Mode en kledij

 

 

 

Christian Dior – fall 2010 – menswear

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 1: van de oertijd tot de Romeinen

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

Het is niet helemaal duidelijk wanneer de kleding zijn intrede doet. Er zijn wetenschappers die denken dat het zo’n 500.000 jaar geleden al moet zijn geweest, maar recent onderzoek beweert dat kleding veel jonger is. Zo’n 170.000 jaar geleden zou de mens pas behoefte hebben gekregen aan kleding. De onderzoekers baseren die conclusie op de geschiedenis van de luis. Het dier ontwikkelde zich zo’n 170.000 jaar geleden van hoofdluis tot een luis die ook op kleding kon overleven. Kou was waarschijnlijk de reden dat de mens zich ging kleden en de luis de carrièreswitch kon maken.

 

 

 

De oertijd

 

In het allereerste begin droegen de mensen geen kleding. Ze liepen eerst op handen en voeten en waren vrij zwaar behaard. Kleding hadden ze niet nodig. Het leven bestond er vooral in om te overleven. De hele dag waren ze op zoek naar voedsel. De oermens dacht enkel aan zichzelf en overleven. Naarmate het klimaat kouder werd, stelden ze vast dat de vacht van de dieren waarop ze joegen, dichter werd. Hun beharing volstond op een bepaald moment niet meer en daarom gingen ze vacht van gedode beesten gebruiken om rond zich te hangen. Stilaan ontstonden er alzo kleding stukken om zich te verwarmen.

 

 

 

 

 

Decoratief

 

Wanneer de mens kleding voor het eerst als louter decoratie ging zien, is onduidelijk. Vaststaat dat de mens de noodzakelijke kleding wel graag aan de eigen wensen aanpaste. Archeologen hebben geverfde vezels gevonden die zo’n 36.000 jaar oud zijn. Door de jaren heen werd de mens ook steeds creatiever in het gebruik van grondstoffen. Bestonden de eerste gewaden nog vooral uit dierenhuid en dierenvellen, later werd ook vlas, wol en leer geïntroduceerd en soms zelfs gecombineerd. Ondertussen is kleding niet meer weg te denken uit de (moderne) geschiedenis.

 

 

 

De Egyptenaren

 

Het Oude Egypte was een beschaving die in de vallei van de Nijl ontstond rond 3000 v. Chr. De beschaving ging ten onder na de verovering van Egypte door Alexander de Grote in 332 voor Christus. De essentiële factor in het overleven van beschaving was de irrigatie van het landbouwgebied rond de Nijl. Het rijk kwam tot bloei en bleef jarenlang stabiel dankzij dit water dat ervoor zorgde dat het land veel opbracht.

De Egyptenaren waren hierdoor erg gericht op de jaarlijkse terugkeer van de droogte en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. De samenleving van de Egyptenaren was erg gestructureerd. De Egyptenaren waren op allerlei gebieden enorm vooruitstrevend voor hun tijd. Zo werd Egypte geregeerd door farao’s die door ambtenaren werden bijgestaan. Deze ambtenaren inden de belastingen en spraken recht.

De Egyptenaren hadden veel goden en geloofden dat zij na hun dood in een andere wereld verder leefden. Daarom lieten de farao’s graven bouwen waarvan de enorme piramiden het bekendst zijn. Als de farao stierf werd zijn lichaam gebalsemd en in stroken katoen of rameh gewikkeld.

Dit gebeurde omdat men geloofde dat het lichaam na de dood als woonplaats voor de ziel bewaard moest blijven.
Ook op het gebied van wetenschap waren de Egyptenaren de rest van de wereld al een stap voor. De Egyptenaren hun kleding was erg kenmerkend door hun opvallende vorm.

Omdat het Egyptische rijk zo lang heeft bestaan, verdelen wij de geschiedenis in drie perioden:
-het Oude Rijk: vanaf 2700 v. Chr.
-het Middenrijk: vanaf 2000 v. Chr.
-het Nieuwe Rijk: vanaf 1400 v. Chr.

 

.

 

Het Oude Rijk

 

De Egyptenaren droegen vanwege de warmte niet veel kleding. De mannen droegen alleen een soort heupschort, de slaven gingen zelfs vaak naakt. De vrouwen droegen kokervormige jurken van de oksels tot de enkels, soms versierd met geplooide stroken. Over deze jurken werd soms een soort poncho gedragen, de kalasiris. Dit was een hemdvormig, nauw kledingstuk.

Deze kon korte mouwtjes hebben of mouwloos zijn, maar had ook vaak alleen maar twee draagbanden die tussen de borsten door liepen en voor in het midden bij elkaar kwamen. Op deze manier had de vrouw haar armen vrij tijdens het werk. De kleding was vaak gemaakt van katoen, linnen of rameh.

 

 

 

 

 

Het Midden- en het Nieuwe Rijk

 

In het Midden- en in het Nieuwe Rijk werd er meer kleding gedragen, vooral meer wikkelkleding. De weefsels, die al bijzonder fijn waren, werden nu ook nog geplisseerd. De rijkere mensen droegen soms sandalen. Deze waren gemaakt van gevlochten bladeren van de papyrusplant, die in de Nijl groeide. De mensen uit de hogere stand droegen halskragen die vaak met goud en met edelstenen waren versierd. Mooie sieraden als armbanden, ringen, enkelbanden en halssieraden werden door zowel de mannen als de vrouwen gedragen.

 

 

 

 

De Farao

 

  • De koningen beschouwden zichzelf ook als goden op aarde en daarom zorgden zij voor een zorgvuldige reinheid. Haar werd als onrein beschouwd en afgeschoren, daarom droegen de farao’s pruiken. Deze pruiken werden gemaakt van mensenhaar, vlas of palmvezels. Ze werden met bijenwas vastgeplakt. Als teken van koningschap droeg de farao een valse baard. De farao droeg een dubbele kroon. Enerzijds droeg hij de kroon van beneden-Egypte, wat leek op een rode haarbandkroon. Anderzijds droeg hij de kroon van boven-Egypte, wat leek op een een vierkant gevouwen hoofddoek. Zo werd de samenvoeging van beide gebieden gesymboliseerd.

 

  • De vrouw van de farao, die evenals de farao kaalgeschoren was, droeg een pruik met geborduurde haarbanden versierd met lotusbloemen. Zij droeg bovenop haar hoofd een parfumketeltje van was. Deze smolt langzaam en verspreidde zo een aangename geur.
  • De ogen waren omrand met kohl. Een ander make-up artikel was henna. Hiermee werden de lippen en de nagels gekleurd.

 

  • De farao droeg over de heupschort aan de voorkant een met koningssymbolen versierd driehoekig onderscheidingsteken. Hier overheen droeg hij een hemdvormig gewaad.
  • De koningin droeg een lange kalasiris met een gordel die twee keer om het lichaam werd gewikkeld. Het kleed werd van voren vastgeknoopt, de uiteinden hingen tot bijna op de grond. Ook droeg zij de zogenaamde ‘koninginnekap’. Deze had de vorm van een valk met de vleugels naar beneden geklapt (deze bedekten de oren van de vorstin) en de kop naar voren. Ook de farao en zijn vrouw droegen met edelstenen versierde halskragen.

 

  • De koninklijke familie en andere rijke personen hadden vaak de voorkeur voor fijn, sluierachtig linnen om schoon en koel te blijven en zich prettig te voelen. Dit heeft ook te maken met de waarde die men hechtte aan de reinheid van het lichaam. Deze halfdoorschijnende stof werd ook wel ‘koningslinnen’ genoemd.

 

 

 

 

De Grieken

 

Vanuit Egypte nemen we een grote stap richting Griekenland. Rond 800 voor Christus ontstond in Griekenland de eerste grote Europese beschaving. Deze werd gevormd uit de Griekse stadstaten zoals Athene, Sparta en Milete. Het Grieks gebied rondom de Ionische Zee noemden de Grieken Hellas. De oude Grieken hebben de wiskunde en het Alfabet ontwikkeld en indrukwekkende (tempels) bouwwerken, zoals het Parthenon opgericht.

De kleding die beelden uit het oude Griekenland vaak droegen lijken op het eerste gezicht wat rommelig. Het zijn meestal wijde gewaden met veel plooien die overvloedig gedrapeerd zijn. De Griekse kleding bestond ook uit wikkelkleding of draperiekleding.

Al deze gewaden bestaan uit een rechthoekige lap stof die op een bepaalde manier omgeslagen en vastgespeld wordt. Het verschil tussen een doorsnee en bijzonder statig kledingstuk wordt vooral gevormd door de manier van dragen  en door de kwaliteit en versiering van de stof.
Er zijn een aantal soorten gewaden te onderscheiden:

 

.

De peplos

 

De peplos is de typische kledij van vrouwen in het antieke Hellas. Het werd gemaakt van een wollen rechthoekige lap met een afmeting van circa twee bij drie meter. De bovenzijde van de lap werd omgeslagen. Deze omslag werd apotygma genoemd. De lap werd vervolgens tot een koker gevormd, waarbij de zijnaad dichtgenaaid kon worden of open kon blijven. Het gewaad werd op de schouders met kledingspelden (ook wel fibula genoemd) vastgespeld en rond het middel bond de drager een koord of ceintuur. De kledingspelden waren vaak van brons.

 

 

 

 

 

De chiton

 

De chiton is een kledingstuk dat oorspronkelijk voor mannen bestemd was, maar later ook door vrouwen werd gedragen. De chiton werd evenals de peplos gevormd uit een grote rechthoekige lap. Er waren twee soorten chiton, de Dorische en een Ionische chiton. De Dorische chiton was van wol, terwijl de Ionische chiton van linnen was. Deze was fijner en duurder.

Ook de chiton werd tot een soort koker gevormd. Alleen werd de omslag achterwege gelaten. De zijnaden werden van boven tot beneden gesloten. Op de schoudernaad werden knoopjes gezet, waarbij drie openingen werden uitgespaard voor het hoofd en de beide armen. Het kledingstuk kom met een ceintuur omgord worden. De stof kon over de ceintuur heen getrokken worden, zodat een sterke overbloezing (Grieks: kolpos) ontstond.

De chiton kon zeer wijd zijn wat ervoor zorgde dat hij in duizenden prachtige plooitjes rond het lichaam viel. De chiton van de man was meestal minder wijd omdat die meer bewegingsvrijheid gaf. Bij speciale gelegenheden en door oudere mannen werd de lange chiton gedragen. De chilton is iets luxer uitgevoerd dan de exomis.

 

 

 

 

 

De himation

 

Over de peplos en de chiton heen, kon door mannen en vrouwen een mantel, de himation, worden gedragen. Ook dit was een rechthoekige lap, die op zeer veel verschillende manieren om het lichaam gedrapeerd kon worden, al dan niet vastgespeld op de schouder. Soms kon ook het hoofd met de himation worden bedekt.

 

 

 

 

 

De clamys

 

De clamys was een ander kledingstuk voor mannen. Dat was een lap die de linkerschouder en linkerarm bedekte en die op de rechterschouder werd vastgemaakt.

 

 

 

 

 

De exomis

 

De meeste eenvoudige mannen droegen een exomis. De exomis zit alleen om de linkerschouder vast.

 

 

 

 

 

Schoenen

 

Op bedelaars en enige filosofen na liep iedereen uit het oude Griekenland op schoenen. Meestal waren dit sandalen (sandaloi). Deze waren gemaakt van een flexibele zool met leren riempjes om de voet. Voor de lange afstand waren er ook echte schoenen, die helemaal dicht zijn.

 

 

 

 

 

Haardracht

 

Mannen hadden lang haar, omdat het in de mode was. Zo konden ze zich onderscheiden van slaven, die kortgeknipt haar moesten hebben. Later gaan ook de normale mannen kort haar dragen. Meestal vinden de vrouwen hun eigen haar niet mooi genoeg. Daarom dragen de chique dames vaak een pruik of een kunstig kapsel. Ze hadden hun haar vaak opgestoken met een paar vlechtjes of een soort clip.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoeden

 

Vrouwen droegen om het hoofd een hoofddoek. Mannen hebben vaak een hoge, naar boven spits oplopende muts op, de pilos. Mannen die op reis gingen droegen vaak een ‘petasos’; een strooien hoed met een brede rand en een band om de kin.

 

 

De Romeinen

 

Rond 754 voor Christus is, volgens de legende, door Romulus en Remus de stad Rome gesticht. Deze stad zou al snel uitgroeien tot het centrum van een machtig rijk. Vanaf 510 voor Christus werd Rome een republiek. In de hierop volgende eeuwen veroverden de Romeinen heel Italië. Later moest ook een groot deel van Europa buigen voor de macht van Rome. Het Romeinse Rijk zou in de geschiedenis het grootste rijk in Europa worden.

Typerend voor het Romeinse Rijk was de politiek. De Volksvergadering waarin alle burgers stemrecht hadden maakte de wetten en benoemde de hoge ambtenaren (magistraten). De Senaat, waarin alleen oud-magistraten zaten, hield zich vooral bezig met buitenlandse zaken. Om te voorkomen dat ze teveel macht zouden krijgen benoemden de Romeinen hun magistraten maar voor één jaar. De laagste waren de aedielen.

Daarop volgden de quaestoren, de praetoren en twee consuls . De censor, de hoogste ambtenaar, hield toezicht op het gedrag van de Romeinse burgers. In tijden van nood kon voor zes maanden een dictator worden benoemd. Hij had alle  macht. Ook in ons land kwamen de Romeinen tot aan de grote rivieren. Zij brachten hun beschaving mee naar het noordenen dus ook de typische Romeinse kledij.

 

 

De tunica

 

De Tunica was een lang en mouwloos kledingstuk van linnen of katoen dat rond het middel met een gordel was vastgesnoerd. Het is te vergelijken met een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Dit hemd werd met een riem een beetje opgebonden.

De tunica werd door de proletariërs, winkeliers en bouwvakkers gedragen, omdat je je in dit kledingstuk goed kon bewegen. Het eenvoudige volk, dat altijd een Tunica droeg, werd tunicati genoemd.

 

 

 

 

De toga

 

Een toga is een witte, wollen lap stof van ongeveer 20 m2. Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd. Het omslaan van dit kleed was  zó ingewikkeld, dat veel rijkelui voor dit karwei een aparte slaaf hadden. De toga was een standenkleed. Aan de manier waarop de toga gedragen werd, kon je zien wat voor rang en stand de drager had.

Het was ook erg ingewikkeld om te dragen. In het dagelijkse leven was dit kledingsstuk niet zo van belang door zijn beperkte bewegingsvrijheid. De Toga diende vooral als statussymbool en  werd dus alleen bij officiële gelegenheden gedragen.

Een toga werd vaak gekleurd, omdat dat er leuk uitzag. De kostbaarste kleurstof was purper. Die was afkomstig van de purperslakken. Er waren ongeveer 10.000 slakken nodig om een mantel purper te verven. Sommige rijke Romeinen hadden een streep purper op hun mantel. De enige die een geheel purperen toga mocht dragen was de keizer van het Romeinse rijk. Welgestelde Romeinse mannen werden togati genoemd.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de Romeinse vrouw lijkt op die van de Griekse, maar is veel rijker. Als basis werd de tunica gedragen. Deze kwam bij vrouwen altijd tot de grond. Vrouwen droegen in plaats van een toga een soort wit wollen gewaad, de stola genaamd.

Over het hoofd werd soms een sluier gedragen. Welgestelde vrouwen droegen over hun tunica de palla, een omslagmantel, die lang genoeg was om over de schouders en of om het hoofd geslagen te worden en tegelijkertijd de knieën te bedekken. De palla was evenals de toga van wol. De meeste vrouwen kozen felle en contrasterende kleuren uit voor hun stola en palla.

 

 

 

Man

 

De mannen droegen als basis een tunica die tot de knieën kwam. Onder de Tunica werd door de mannen een lendendoek of een ander soort broek gedragen. Over de tunica mochten alleen de vrije Romeinen een groot wikkelkleed dragen, de toga.Een soortgelijk kledingstuk voor de mannen was de paenula.

Dit was een grote rechthoekige wollen lap die over de linker schouder werd gedrapeerd en onder de rechter arm door voor de borst werd getrokken. Bij slecht weer droegen de mannen een wollen cape met capuchon.

 

 

 

 

Kinderen

 

Kinderen droegen verkleinde uitgaven van de kleding der volwassenen.

 

 

Schoenen

 

De sandaal was bij de Romeinen veruit favoriet, zowel bij mannen als bij vrouwen. Deze sandalen waren  uit één stuk leer gesneden. Boeren droegen de carbatina, een schoen die van een stuk ossenhuid is gemaakt en met riempjes wordt vast gegespt. De Caligae is een ‘marssandaal’. Het zijn sandalen met spijkertjes in de zolen ter voorkoming van een glijpartij.

 

 

 

 

gladiator – sandalen

 

 

Haar

 

Het kapsel van de Romeinse leek op dat van de Griekse. Er werden vaak diademen en parels in gedragen. De Romeinse vrouwen waren dol op ingewikkelde kapsels. Ze zaten urenlang bij de kapper, en lieten soms hun haar rood of zwart verven. Soms droeg men blonde pruiken van haar van Germaanse slavinnen. Ook blondeerden de dames hun haar met bleekmiddel. De Romeinse man droeg het haar kort en evenwijdig aan de wenkbrauwen afgeknipt, en had geen baard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Bivolino.com

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 429 van ‘Boodschappen uit de kosmos’

Standaard

Categorie: Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

DE DUIVEL EN ZIJN DEMONEN

GELOVEN NIET IN GOD,

ZIJ WETEN DAT HIJ BESTAAT

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Boodschap 428 van ‘ Boodschappen uit de kosmos ‘

Standaard

Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

De Alfa en de Omega is alwetend en ziet alles

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ONDERSCHAT NIET DE KRACHT VAN HET WOORD!

NEGATIEVE- EN POSITIEVE UITSPRAKEN HEBBEN ALTIJD GEVOLGEN!

DOOD EN LEVEN IS IN DE MACHT DER TONG

VERVLOEK NIEMAND!

 

 

Spreuken 18: 21

 

je tong heeft de macht over leven en dood.
Als je je mond zijn gang laat gaan, zul je daarvan de gevolgen dragen.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Onverdiende zegeningen

Standaard

categorie : religie

 

.

.

Openbaring 1 : 3 

.

‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’ 

 

op5 a4

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt

 

 ‘’ ja, ik kom gauw . Gelukkig is hij die de profetische woorden

van dit boek onthoudt. ‘’

 

 

op22 a4

 

Pasteletekening van John Astria

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Johannes 12: 20-36; Jezus voorspelde zijn eigen dood

Standaard

Categorie: religie

 

 

Johannes 12

 

Een vrouw zalft Jezus’ voeten

 

1 Jezus kwam zes dagen vóór het Paasfeest naar Betanië, waar Lazarus woonde. Lazarus was de man die gestorven was en door Jezus weer levend gemaakt was. 2 Ze maakten een maaltijd voor Hem klaar. Marta bediende Hem. Lazarus zat samen met nog andere mensen met Hem aan tafel. 3 Maria nam een pond dure parfum, echte nardus-olie , en zalfde daarmee Jezus’ voeten. Daarna droogde ze zijn voeten af met haar haren. De heerlijke geur van de parfum was door het hele huis te ruiken. 4 Maar één van de leerlingen werd boos. Dat was Judas Iskariot, die Hem later zou verraden. 5 Hij zei: “Waarom is deze dure parfum niet voor 300 zilverstukken verkocht? Dan hadden we dat geld aan de arme mensen kunnen geven!” 6 Hij zei dat niet omdat hij zo graag de arme mensen wilde helpen, maar omdat hij een dief was. Hij bewaarde het geld dat ze van de mensen kregen, maar nam daarvan voor zichzelf. 7 Jezus zei: “Laat haar met rust. Ze doet dit alvast voor mijn begrafenis. 8 Want arme mensen zullen er altijd wel bij jullie zijn, maar Ik zal niet altijd bij jullie zijn.” 9 Heel veel Joden kwamen te weten waar Jezus was en gingen naar Hem toe. Maar niet alleen om Jezus te horen. Ze wilden ook graag Lazarus zien die door Jezus weer levend was gemaakt. 10 De leiders van de priesters waren daarom van plan om ook Lazarus te doden. 11 Want veel Joden die Lazarus zagen, geloofden in Jezus.

 

 

 

 

 

Jezus reist naar Jeruzalem

 

12 De volgende dag hoorden de mensen die voor het Paasfeest waren gekomen, dat Jezus naar Jeruzalem kwam. 13 Ze trokken takken van de palmbomen, gingen Hem tegemoet en riepen: “Hosanna! (= ‘Red toch!’) Gods zegen op de Man die door de Heer is gestuurd!” En: “Leve de Koning van Israël!” 14 Jezus liet een jonge ezel halen en ging er op zitten. 15 Dit staat ook in de Boeken: ‘Wees niet bang, Jeruzalem, want je koning komt op een jonge ezel.’ 16 Eerst begrepen de leerlingen dat niet. Maar toen Jezus uit de dood was opgestaan, herinnerden ze zich dat die woorden over Jezus gingen en dat het ook zo was gebeurd. 17 Iedereen die gezien had hoe Jezus Lazarus uit het graf riep, vertelde daarover. 18 Toen de mensen hoorden dat Jezus zoiets bijzonders had gedaan, gingen ze Hem in grote drommen tegemoet. 19 De Farizeeërs zeiden tegen elkaar: “Zie je dat ze helemaal niet naar ons luisteren? Kijk, de hele wereld loopt achter Hem aan!”

 

 

 

 

 

Jezus de graankorrel

 

20 Er waren ook een paar Grieken op weg naar het feest, om God te aanbidden. 21 Ze gingen naar Filippus die uit Betsaïda in Galilea kwam. Ze vroegen hem: “Heer, we zouden Jezus graag willen spreken.” 22 Filippus ging het tegen Andreas zeggen. Daarna gingen Andreas en Filippus het samen tegen Jezus zeggen. 23 Maar Jezus zei: “Binnenkort zal te zien zijn hoe machtig de Mensenzoon is. 24 Luister goed! Ik zeg jullie: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij gewoon één enkele graankorrel. Maar als de korrel in de aarde sterft, levert dat een grote oogst op. 25 Iemand die aan zijn leven vasthoudt, raakt het kwijt. Maar als hij niet geeft om zijn leven in deze wereld, zal hij het eeuwige leven krijgen. 26 Als iemand Mij wil dienen, moet hij Mij volgen. En waar Ik ben, zal ook hij zijn als mijn dienaar. Als iemand Mij dient, zal de Vader hem prijzen.”

 

 

 

 

 

Jezus vertelt over zijn dood

 

27 Jezus zei: “Ik ben bang en ongerust. Ik weet niet wat Ik moet zeggen. Moet Ik zeggen: ‘Vader, red Mij van wat er nu gaat gebeuren’? Maar Ik ben juist gekomen om door te maken wat er nu gebeuren gaat. Vader, laat uw macht zien!” 28 Toen zei een stem uit de hemel: “Ik heb mijn macht laten zien, en zal die nóg een keer laten zien.” 29 De grote groep mensen die daar stond en de stem hoorde, zei dat het de donder geweest was. Andere mensen zeiden: “Er heeft een engel tegen Hem gesproken.” 30 Jezus antwoordde: “Die stem was er niet voor Mij, maar voor jullie. 31 Nu wordt over de wereld rechtgesproken. Nu zal de heerser van deze wereld veroordeeld en verslagen worden. 32 En als Ik boven de aarde ben opgeheven, zal Ik alle mensen naar Mij toe trekken.” 33 Hij zei dit om uit te leggen op welke manier Hij zou sterven. 34 De grote groep mensen zei tegen Hem: “We hebben in de Boeken gelezen dat de Messias voor eeuwig blijft. Waarom zegt U dan dat de Mensenzoon opgeheven gaat worden? Wie is die Mensenzoon?” 35 Jezus antwoordde: “Het licht is nog maar korte tijd bij jullie. Loop zolang het nog licht is, zodat jullie niet door het donker worden verrast. Iemand die in het donker loopt, weet niet waar hij heen gaat. 36 Geloof dus in het licht, zolang het licht bij jullie is. Want dan horen jullie bij het licht.” Nadat Jezus dit had gezegd, ging Hij weg en verborg Zich voor de mensen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Jesaja’s profetie over Jezus

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus. 42 Toch waren er ook veel mensen die wél in Hem geloofden. Zelfs veel van de leiders. Maar ze durfden dat niet te laten merken, omdat ze bang waren voor de Farizeeërs. Ze waren bang dat die hen dan zouden verbieden om nog in de synagoge te komen. 43 Want ze vonden het belangrijker wat de mensen van hen dachten, dan wat God van hen dacht.

 

 

 

 

Jezus roept de mensen op in Hem te geloven

 

44 Jezus riep luid: “Als je in Mij gelooft, geloof je eigenlijk in Hem die Mij heeft gestuurd! 45 En als je Mij ziet, zie je Hem die Mij heeft gestuurd! 46 Ik ben gekomen om een lamp te zijn in deze wereld. Iedereen die in Mij gelooft, kan in het licht leven. Hij hoeft niet langer in het donker te blijven. 47 Als mensen horen wat Ik zeg maar het niet geloven, veroordeel Ik hen niet. Want Ik ben niet op aarde gekomen om mensen te veroordelen. Ik ben gekomen om mensen te redden. 48 Mensen die niets van Mij willen weten en niet naar Mij willen luisteren, zullen op de laatste dag veroordeeld worden door de woorden die Ik heb gezegd. 49 Want Ik heb niet namens Mijzelf gesproken, maar namens de Vader, die Mij heeft gestuurd. Hij heeft Mij gezegd wat Ik moet zeggen. 50 En Ik weet dat zijn woorden eeuwig leven geven. Wat Ik zeg, zeg Ik precies zoals de Vader wil dat Ik het zeg.”

 

 

geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Het leven van Franciscus van Assisi

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Jeugd 

 

Franciscus wordt in 1181/2 geboren in Assisi als de zoon van een rijke koopman. Hij heeft een onbezorgde jeugd. Vaak is hij de aanvoerder van feesten met vrienden. Over geld hoeft hij zich nooit zorgen te maken. Er is meer dan voldoende voor een leven in luxe.

 

 

Ridder

 

Franciscus voelt er niet zo veel voor om zijn vader op te volgen in de zaak. Hij droomt ervan om ridder te worden. Daarom gaat hij vechten in de oorlog tegen Perugia in 1202. Assisi wordt echter al snel verslagen en Franciscus belandt in een gevangenis in Perugia.

 

 

 

Weer thuis

 

Na een jaar wordt hij vrijgekocht door zijn vader en komt hij weer thuis. In de kerker is hij al ziek geworden en zijn gezondheid laat hem nog een tijdje in de steek. In deze tijd begint Franciscus steeds vaker na te denken over zijn leven en over God. Toch kiest Franciscus er nog een keer voor om ridder te worden. Het is 1205 als hij zich aansluit bij een expeditie tegen Apulië.

 

 

 

Een beslissende droom in Spoleto

 

Onderweg naar Apulië voelt Franciscus zich niet zo fit. In de buurt van Spoleto besluit hij even te gaan rusten. Dan krijgt hij een droom. Een stem zegt tegen hem, dat hij terug moet gaan naar Assisi. Daar zal hem duidelijk worden wat zijn werkelijke bestemming is. Franciscus geeft zijn kostbare wapenrusting weg en gaat terug naar huis. Daarna zal hij nooit weer wapens opnemen.

 

 

 

De zoektocht

 

Na terugkomst zoekt Franciscus naar zijn bestemming. Soms brengt hij dagen door in de eenzaamheid van de Monte Subasio vlakbij Assisi. Af en toe viert hij nog feesten met zijn vrienden. Steeds vaker denkt Franciscus over God. Dan vinden er twee belangrijke gebeurtenissen plaats.

 

 

 

De ontmoeting met de melaatse 

 

Op een dag in 1205 rijdt Franciscus op zijn paard in de buurt van Assisi. Dan ziet hij een melaatse aankomen. Normaal zou hij hard weggereden zijn, maar nu stapt Franciscus van zijn paard af. Hij loopt naar de melaatse en kust zijn half weggerotte hand. Het maakt hem erg gelukkig en hij gaat zelf daarna ook geregeld melaatsen verzorgen. Deze gebeurtenis maakt grote indruk op Franciscus. Hij beschrijft het in zijn Testament. Vanaf dat moment zal Franciscus altijd partij kiezen voor de zwakkeren en verdrukten in de maatschappij.

 

 

 

Het kruis van San Damiano 

 

Vlak na de ontmoeting met de melaatse gaat Franciscus geregeld bidden in het kerkje van San Damiano. Hij bidt voor het kruis. Hier hoort hij een stem die zegt: “Ga, Franciscus, repareer mijn huis, want je ziet dat het op instorten staat”.

 

 

klooster

 

 

kerkje

 

 

Het klooster en het aangrenzende kerkje staan op een eenzame plek te midden van cipressen en olijfbomen. Hier werd Francisius zich bewust van zijn roeping en schreef hij het Zonnelied. Het strenge, sobere interieur vormt een ontroerend voorbeeld van een 13de eeuws franciscanenklooster.

 

 

 

Verkoop van stoffen en paard in Foligno 

 

Franciscus neemt de opdracht die hij in San Damiano kreeg heel letterlijk. Hij begint met het herstellen van dit kerkje. Hiervoor heeft hij geld nodig. Daarvoor neemt hij dure stoffen uit de winkel van zijn vader en gaat naar Foligno. Daar verkoopt hij de stoffen en zijn paard.

 

 

 

De breuk met zijn ouders

 

Zijn vader is woedend over de verkoop van de stoffen en het paard. Hij zegt dat het diefstal is en roept Franciscus op om voor het gerecht te verschijnen. Het proces vindt in 1206 plaats voor de bisschop. Als de aanklacht is voorgelezen, trekt Franciscus zijn kleren uit en terwijl hij het bundeltje kleding aan zijn vader geeft zegt hij: “Voortaan zeg ik alleen nog, Onze Vader die in de hemel is, en niet meer vader Pietro di Bernardone”. Franciscus doet afstand van alle bezit en ook zijn rechten op een erfenis.

 

 

 

Herstellen van kerkjes

 

Na het proces gaat Franciscus eerst naar een vriend in Gubbio, maar hij keert snel terug om verder te werken aan het herstel van de kerk van San Damiano. Van 1206 tot 1208 herstelt hij ook de kerken Santa Maria degli Angeli en San Pietro della Spina, allebei vlakbij Assisi.

 

 

Kerk van San Damiano

 

 

 

Franciscus vindt zijn bestemming

 

Begin 1208 hoort Franciscus op een dag het evangelie van de wegzending van de apostelen. De volgelingen van Jezus mogen geen goud en zilver bezitten, geen beurs, tas en stok meenemen onderweg en geen sandalen dragen. Nu weet Franciscus het. Hij trekt zijn sandalen uit, past zijn kleding aan en zal zich zijn leven lang verzetten tegen geld en bezit.

 

 

 

De eerste broeders

 

Op 16 april 1208 komen Bernardus van Quintavalle en Petrus Catani bij Franciscus. Bernardus is een rijk en geleerd man, Petrus is een rechtsgeleerde. Ze sluiten zich aan bij de leefwijze van Franciscus. Ze noemen zichzelf de boetelingen van Assisi. Een week later volgt Egidius en kort daarna volgen er meer mannen uit Assisi en omgeving.

 

 

 

Naar Rome

 

Als er twaalf broeders zijn besluiten ze naar Rome te gaan om de paus om goedkeuring te vragen voor hun manier van leven. Het is dan 1209. In die tijd waren er veel ketterse bewegingen. Franciscus wilde binnen de kerk blijven. De paus is verheugd dat er een groep broeders is die binnen de kerk de armoede willen beleven en de navolging van Christus in praktijk willen brengen. Het is het begin van de broederschap.

 

 

 

De stal in Rivotorto

 

Na terugkomst uit Rome gaan de broeders in een stal bij Rivotorto wonen. De omstandigheden zijn zeer primitief, maar de broeders zijn gelukkig en vol enthousiasme. Ze worden verjaagd uit de stal als op een dag een boer zijn ezel naar binnen stuurt.

 

 

 

Portiuncula

 

Na Rivotorto trekken de broeders naar Portiuncula. Hier staat het kerkje van Santa Maria degli Angeli dat Franciscus hersteld heeft. De broeders beleven ook hier een gelukkige tijd. Ze leven in volstrekte armoede en trekken rond om te preken en te werken. In het begin vonden de mensen de broeders maar rare lui, maar nu krijgen ze steeds meer waardering en liefde voor Franciscus en zijn broeders.

 

 

kerk van Santa Maria degli Angeli

 

 

 

Clara

 

Clara heeft Franciscus al vaak horen preken en wil hem ook volgen. In de nacht van 18 maart 1212 vlucht zij uit haar huis en gaat naar Franciscus en zijn broeders. Daarna volgen andere vrouwen. Clara en haar zusters gaan wonen bij het kerkje van San Damiano. Clara is daar tot haar dood in 1253 gebleven.

 

 

De heilige Clara van Assisi

 

 

 

Franciscus gaat naar de sultan

 

Franciscus gaat in 1219 naar Damiate in Egypte om het kruisvaarderskamp te bezoeken. Hij ziet zelfs kans bij de sultan, Melek el-Kamil te komen en met hem te spreken. De sultan wordt niet bekeerd tot het christendom, maar tijdgenoten vertellen wel dat el-Kamil na zijn gesprek met Franciscus veranderd is. Het is een unieke gebeurtenis. Franciscus brengt de boodschap van de vrede te midden van het strijdgewoel van de kruistochten.

Franciscus vertrekt hierna naar het heilige land om de plaatsen waar Jezus is geweest te bezoeken. Een broeder uit Italië komt naar het heilige land om Franciscus te waarschuwen dat er grote problemen in de orde zijn en hij keert zo snel mogelijk terug.

 

 

 

Franciscus treedt af als bestuurder van de orde 

 

De orde is inmiddels behoorlijk gegroeid en er zijn duizenden broeders. De vraag om voorschriften en regels wordt groter. Voor het aansturen van de orde is een sterke bestuurder nodig. Franciscus weet dat hij daar niet de geschikte persoon voor is en treedt af. Zijn broeder van het eerste uur, Petrus Catani, volgt hem op.

 

 

 

Het schrijven van een regel

 

In 1221 schrijft Franciscus een regel. Hierin zijn de besluiten die de broeders tussen 1209 en 1221 hebben genomen verwoord. Hierna wordt er nog behoorlijk aan deze voorlopige regel gewerkt, want men is nog niet tevreden over de inhoud. In 1223 trekt Franciscus zich een tijdje terug in Fonte Colombo om een nieuwe versie van de regel te schrijven. Deze regel wordt op 29 november 1223 door de paus goedgekeurd. Dit is de regel die ook nu nog voor de minderbroeders geldt.

 

 

 

De stigmata

 

De gezondheid van Franciscus gaat steeds verder achteruit. In het Midden-Oosten heeft hij een oogkwaal en waarschijnlijk ook malaria opgelopen. In 1224 besluit hij naar La Verna, een berg ten noorden van Umbrië, te gaan. Op 14 september ontvangt Franciscus hier de stigmata, de wonden van het lijden van Jezus.

 

 

 

 

 

Het Zonnelied 

 

Franciscus trekt in 1225 nog rond. Voor een behandeling van zijn oogziekte is hij in een kluizenarij in het Rieti-dal. Ook verblijft hij een tijdje in San Damiano. Ondanks zijn ernstige ziekte en pijnen schrijft hij zijn prachtige Zonnelied. Het Zonnelied getuigt van een grote liefde voor de schepping.

 

 

 

 

 

Franciscus schrijft zijn Testament

 

 In 1226 treffen we Franciscus op diverse plaatsen aan. Zo is hij een tijdje in het bisschopspaleis in Assisi. Als Franciscus voelt dat de dood nadert vraagt hij of ze hem naar Portiuncula willen brengen. Hier dicteert Franciscus zijn Testament.

 

 

 

Zuster dood 

 

Franciscus sterft op zaterdagavond 3 oktober 1226 in Portiuncula. Zijn lichaam wordt naar Assisi gebracht. Eerst gaat men langs San Damiano zodat Clara Franciscus nog één keer kan zien. Franciscus wordt in de kerk San Giorgio begraven.

 

 

 

Heilig 

 

Op 16 juli 1228 wordt Franciscus heilig verklaard. Direct daarna begint men met de bouw van de San Francesco in Assisi. Het lichaam van Franciscus wordt in mei 1230 naar deze kerk overgebracht.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne-kop-a4