Maandelijks archief: mei 2021

De vogels in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

In de Bijbel worden op talloze plekken verwezen naar vogels, de ene keer in het algemeen en de andere keer zeer specifiek naar een bepaalde vogel, zoals een mus, een arend, een duif of een kraanvogel. 

 

 

Vogels in de bijbel - algemeen: rein/onrein en Gods zorg

 

.

.

 schepping en algemene aanduiding

 

In de Nieuwe Bijbel Vertaling heeft men het vaak over ‘de vogels aan de hemel’. (Psalm 8:9)

In het Bijbelboek Genesis kunnen we lezen dat God op de vijfde dag de vogels maakt:

  • God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag. (1:20-23)

 

 

 

Reine en onreine vogels in de Thora

 

De Thora maakt een onderscheid tussen reine en onreine vogels. Alle vogelsoorten die rein zijn, mogen de Israëlieten eten. De volgende vogels mogen niet gegeten worden:

 

de vale gier;

de lammergier;

de zwarte gier;

de rode wouw;

de verschillende soorten buizerds;

alle soorten kraaien en raven;

de struisvogel;

de velduil;

de bosuil;

alle soorten valken

de steenuil;

de ransuil;

de katuil;

de dwergooruil;

de visarend;

de visuil;

de ooievaar;

de verschillende soorten reigers;

de hop; en

de vleermuis. (Deuteronomium 14:12-18; vgl. Leviticus 11:13-19)

 

 

De visarend / Bron: MinoZig / Wikimedia Commons

 

 

Volgens drs. Ben Hobrink in ‘Moderne wetenschap in de bijbel’, zijn de beschermde vogels vooral belangrijk voor het biologische evenwicht in de natuur. God gaf niet zomaar een willekeurig lijstje met vogels op. Hobrink legt uit dat de beschermde vogels grofweg zijn in te delen in zes groepen of clusters:

  1. Kraaiachtigen – zijn echte alleseters, die hetgeen grote aaseters laten liggen oppeuzelen.
  2. Gieren en wouwen – deze dieren ruimen kadavers op, ze houden het milieu schoon.
  3. Roofvogels en uilen – Pas sinds enkele tientallen jaren weten we hoe belangrijk de bescherming van deze dieren is. Ze voeden zich met schadelijke dieren (ratten en muizen), ze ruimen kadavers op en doen zich te goed aan zwakke dieren.
  4. Ooievaars, reigers, ibissen en roerdompen – naast vis – vooral dode en zieke exemplaren – staan er muizen en sprinkhanen op hun menu.
  5. Bijeneters en hoppen – doen zich onder andere te goed aan sprinkhanen en andere insecten.
  6. Struisvogels – Volgens Hobrink is van deze vogel nog niet bekend waarom de struisvogel beschermd werd, waarschijnlijk omdat het een alleseter is.

 

 

Deze beschermde vogels zijn dus belangrijk voor het biologische evenwicht. Vogels die rein zijn volgens de voorschriften in de Thora, zijn niet belangrijk voor het in stand houden van dit evenwicht; zij eten vis, insecten, waterplanten, kevers, zaden, enz. Het zijn geen opruimers.

 

 

 

Gods zorg voor vogels (dieren) en de mens

 

Jezus wees naar de vogels in de lucht om te laten zien dat God voor deze schepselen zorg draagt:

Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? (Matteüs 6:26)

Maar de boodschap reikt verder dan dat. Als onze Vader die in de hemel woont voor de vogels zorgt, dan zal Hij toch zeker Zijn kinderen geven wat ze nodig hebben?

Dat de mens van het dier en vogels kan leren, komt ook in het Oude Testament voor:

Vraag het vee hiernaar, het zal je onderrichten, vraag de vogels in de lucht, ze zullen het verkondigen. (Job 12:7)

 

 

Bescherming tegen een demon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Mensenzoon heeft geen tehuis

 

Zelfs vogels die een rusteloos bestaan leiden hebben een veilige nest, een thuis, terwijl de Zoon des Mensen geen tehuis heeft:

Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ (Lucas 9:58)

De man aan wie Jezus dit zei, had tegen Jezus gezegd: “Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.” Hij realiseerde zich niet dat al wie Jezus wil navolgen, moet delen in zijn rusteloos bestaan.

 

 

 

Vogelvallen en de vluchtende mens

 

De vogel wordt belaagd door vogelvangers: “… zoals een vogel in het net vliegt en niet merkt dat het hem zijn leven kost.” (Spreuken 7:23)

Of, zoals Prediker het uitdrukt:

“Nooit weet de mens wanneer zijn tijd gekomen is: zoals de vissen verraderlijk worden gevangen door de fuik en de vogels door de val, zo wordt de mens verrast door de verraderlijke tijd, wanneer die als een klapnet op hem valt.” (9:12)

De mens die in het nauw wordt gebracht of vluchtende en opgejaagd is, wordt in de Bijbel diverse keren vergeleken met een vogel:

 

Psalm 11:1

Psalm 124:7

Spreuken 6:5

Spreuken 27:8

Jesaja 16:2

 

 

 

Bloed van vogels, reinigingsritueel en Jezus

 

In het Bijbelboek Leviticus kunnen we lezen dat het bloed van vogels een rol speelt in het reinigingsritueel.

De HEER zei tegen Mozes: ‘Dit zijn de voorschriften die van toepassing zijn wanneer iemand die door huidvraat getroffen is, weer rein kan worden verklaard. Zo iemand moet naar de priester worden gebracht, en de priester moet buiten het kamp onderzoeken of hij van zijn huidvraat genezen is. Als dat zo is, moet de priester opdracht geven om voor degene aan wie de reiniging moet worden voltrokken twee levende, reine vogels te halen, en cederhout, karmozijn en majoraan.

De ene vogel laat hij slachten boven een met bronwater gevulde aarden schaal. De andere, levende vogel moet hij, net als het cederhout, het karmozijn en de majoraan, in het bloed van de boven het bronwater geslachte vogel dopen, en met dat bloed moet hij degene die na zijn huidvraat moet worden gereinigd zevenmaal besprenkelen.

Daarna verklaart hij hem rein. De levende vogel moet hij vrijlaten in het open veld. Degene aan wie de reiniging wordt voltrokken, moet zijn kleren wassen, al zijn haar afscheren en zich met water wassen. Dan is hij weer rein. Daarna mag hij in het kamp terugkeren, maar hij moet zeven dagen buiten zijn tent blijven. Op de zevende dag moet hij opnieuw al zijn haar afscheren, zijn hoofdhaar, zijn baard en zijn wenkbrauwen. Al zijn haar moet hij afscheren en zijn kleren en zijn lichaam moet hij met water wassen; dan is hij weer rein…’ (14:1-9)

In Marcus 1:40-45 lezen we dat Jezus in Galilea een man van huidvraat (lepra) geneest. Jezus stuurde hem naar de priester om te laten zien dat hij genezen was en het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven te brengen, als getuigenis voor de mensen. Jezus had de man gereinigd en de priester moest hem rein verklaren. Dit stuk laat zien dat Jezus zich aan de wet van God hield. Hij houdt zich aan de voorschriften zoals beschreven staan in Leviticus. Het zegt dat het hier gaat om een echte genezing, want priesters moeten vaststellen en bevestigen. Dit is dan tevens een getuigenis van Jezus’ liefde en goddelijke macht.

 

 

 

 

 

Diep symbolische betekenis

 

Er schuilt een diep symbolische betekenis in het Bijbelgedeelte. De vogel die geslacht wordt en de besprenkeling die daarop zevenmaal volgt:

zeven is het getal van de compleetheid en totaliteit en wijst op de offerdood van Jezus, het bloed van Jezus reinigt ons van alle zonde. (1 Johannes 1:7) Jezus’ offerdood reinigt ons totale wezen.

En dan is daar nog de levende vogel die vrijlaten wordt in het open veld. Die verwijst naar de heilige Geest die in de gedaante van een duif op Jezus neerdaalde, nadat Hij zich had laten dopen. (Lucas 3:22) Na overgave aan Jezus en reiniging van zonde, komt de Heilige Geest over ons met al het goede dat daarbij hoort: “Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.” (Lees: Romeinen 8:14-17)

 

 

 

 

 

 

Leviticus 14: 1 – 7

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Leviticus 14: twee vogels-wet op de melaatsheid, huidvraat

 

 In de reinigingswet voor de melaatse zoals beschreven in het Bijbelboek Leviticus, zien we een type of verwijzing naar de dood en de opstanding van Christus. De twee vogels verwijzen naar de dood en de opstanding van de Heer Jezus Christus, gelijk er staat geschreven in Romeinen 4:25: “Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.”

 

 

Leviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraat

 

 

Zoals beschreven in de Tenach, het Oude Testament, is de wet op de melaatsheid een verwijzing naar de dood en de opstanding van Christus

.

 

Leviticus 14:1-7

 

De Here gaf Mozes de volgende voorschriften voor iemand die van zijn melaatsheid genezen is verklaard: “De priester zal het kamp verlaten om hem te onderzoeken. Als hij ziet dat de melaatsheid is verdwenen, zal hij vragen om twee levende vogels die mogen worden gegeten, cederhout, scharlaken en hysop om die te gebruiken bij de reinigingsceremonie van de genezene.

De priester zal dan opdracht geven één van de vogels te slachten boven een raderwerken pot waarin zich fris bronwater bevindt. De andere vogel zal, samen met het cederhout, scharlaken en hysop in het bloed van de gedode vogel worden gedoopt. Vervolgens zal de priester zevenmaal bloed sprenkelen over de man die is genezen. Daarna zal hij hem rein verklaren. De levende vogel zal hij in het open veld laten vliegen.

 

In deze wet schuilt een metaforische verwijzing naar de opstanding en verheerlijking van Christus. Juist dit specifieke element,in het zoenoffer van Christus, is minder duidelijk aanwezig in de offerdienst van het Oude Testament, die zoals we weten vooruitwijst naar het ultieme offer dat Christus bracht aan het kruis. Dat maakt deze verwijzing zo bijzonder. Door het zoenoffer van Christus worden de zonden verzoend en worden mensen verzoend met God.

 

Het ritueel

 

Voor het reinigingsritueel zijn twee levende vogels nodig. Water heeft een helende, genezende en reinigende kracht. Cederhout staat voor duurzaamheid. Hysop die in scheuren van een muur groeit (1 Koningen 4 :33), is een soort huislook waarvan men een kwast kan maken en kan sprenkelen (Exodus 12:12). Met scharlaken wordt de hysop gebundeld, en herinnert aan het bloed (Numeri 19:6).

De ene vogel wordt geslacht boven een pot met levend water, waar vervolgens het bloed invalt. Hiermee verkrijgt men reinigingswater, waarin de andere vogel gedoopt wordt die daarna de onreinheid weg zal dragen. De vogel laat men in het open veld wegvliegen als symbool van de ontkoming aan de dood.

 

Melaatsheid staat voor zonde

 

Melaatsheid is in de Bijbel een type voor zonde, zoals tot uitdrukking komt in het reinigingsritueel door de priester en doordat er een schuldoffer gebracht moet worden (Leviticus 14:12,21). Zonde is het kwaad dat in de mens aanwezig is en zich uit door middel van boze daden. Het afschuwelijke van melaatsheid of huidvraat, beeldde aan Gods volk de door Hem gehate, verfoeilijke zonde uit. De melaatse wordt door het bloed van het offerdier als het ware gereinigd, net zoals de zondaar wordt gereinigd door het bloed van Christus (1 Johannes 1:7).

 

 

Helend bloed aan het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De twee vogels

 

Net zoals de twee bokken op Grote Verzoendag tezamen wijzen op twee aspecten van het ene offer van Christus, zo wijzen de twee vogels in de wet op de melaatsheid ook op het ene offer van Christus, maar op een geheel andere wijze. De twee vogels verwijzen naar de dood en de opstanding van de Heer Jezus Christus, gelijk er staat geschreven in Romeinen 4:25: “Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.”

De vogel die geslacht wordt verwijst naar de plaatsvervangende dood van Christus die voor onze zonden stierf. De tweede vogel die is bedekt met het bloed van de eerste vogel, mag vervolgens in het open veld wegvliegen. Dit verwijst naar de Heer die is opgestaan uit de doden.

 De zondige mens is gereinigd door het bloed van Christus, die plaatsvervangend voor ons aan het kruis stierf en opstond uit de dood. Als Jezus niet zou zijn gestorven, dan zou zijn werk niet volbracht zijn en als Hij niet zou zijn opgestaan uit de doden, dan zou het geloof geen betekenis hebben en zouden onze zonden niet vergeven zijn (1 Korintiërs 15:17).
.
.
.

Het volkomen offer van Christus

 

In Leviticus 14 vers 7 kunnen we lezen dat de priester zevenmaal bloed sprenkelt over de man die is genezen. Zeven is het getal van de volheid. Het wijst daarmee vooruit op het volkomen offer dat Christus bracht. Het bloed van Christus reinigt ons en heeft de weg tot God de Vader die door de zonde was versperd, weer vrijgemaakt.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Het Angelus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het angelus (voluit Angelus Domini; Nederlands de Engel des Heren) is een katholiek gebed dat van oudsher driemaal daags gebeden wordt: om zes uur ’s morgens, twaalf uur ’s middags en zes uur ’s avonds. Waar voorheen de gelovigen hun werkzaamheden stopten om te bidden is dit gebruik grotendeels in onbruik geraakt.

 

 

Christus, de Engel des Heren

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het gebed wordt aangekondigd door het luiden van een kleine klok, het angelusklokje. Hierbij worden drie slagen op de klok gegeven waarna een aanroep met Weesgegroet Maria wordt gebeden. Nog tweemaal volgen drie slagen op de klok met een nieuwe aanroep en Weesgegroet. Ten slotte wordt de klok gedurende twee minuten geluid en wordt een afsluitend gebed gebeden.

De benaming ‘angelus’ is afgeleid van de Latijnse beginwoorden ‘Angelus Domini nuntiavit Mariae’ (‘De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt’). In zijn huidige vorm bestaat het angelus sinds 1571. In de Paastijd wordt het angelus vervangen door het regina coeli.

Sinds paus Johannes XXIII bestaat het gebruik dat de paus iedere zondag, om 12 uur ’s middags, voorgaat in het angelusgebed. Dat doet hij vanuit het raam van zijn appartement in het Apostolisch Paleis. ’s Zomers doet hij dat vanuit het raam van zijn studeerkamer in Castel Gandolfo. Na het angelus spreekt de paus een kort stichtelijk woord en begroet de pelgrims.

 

 

Angelusklok luidt

 

 

 

         Latijnse tekst

 

    • Angelus Domini nuntiavit Mariae

 

    • Et concepit de spiritu sancto
    • .Ave Maria, Gratia plena,

 

    • Dominus tecum.

 

    • Benedicta tu in mulieribus

 

    et benedictus Fructus ventris tui, Iesus.
    • Sancta Maria, Mater Dei,

 

    • Ora pro nobis peccatoribus

 

    • Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.Ecce, Ancilla Domini.

 

    • Fiat mihi secundum verbum Tuum.Ave Maria…Et Verbum caro factum est

 

    • Et habitavit in nobis.Ave Maria…Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix,ut digni efficiamur promissionibus Christi.Oremus. Gratiam Tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde,ut, qui angelo nuntiante, Christi, Filii Tui, incarnationem cognovimus,per

 

passionem eius et

 

crucem ad resurrectionis

 

    gloriam perducamur.Per eundem Christum, Dominum nostrum.Amen.

 

 

 

              Nederlandse tekst

 

    De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt,En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest.

Wees gegroet, Maria…

    Zie de Dienstmaagd des Heren,Mij geschiede naar Uw woord.

Wees gegroet, Maria…

    En het Woord is vlees geworden;En Het heeft onder ons gewoond.

Wees gegroet, Maria…

    Bid voor ons, Heilige Moeder van God,Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
    Laat ons bidden.Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus uw Zoon leren kennen;Wij bidden U, stort Uw genade in onze harten,Opdat wij door Zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis.Door Christus, onze Heer.
    • Amen.

 

 

 

Engel des Heren

 

 

 

Bode van God

 

De Engel des Heren in het Oude Testament is de eeuwige Christus zelf. We kunnen ook vertalen: bode van de Here.

We lezen van Mozes in Ex. 3: 2 : Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een brandende braamstruik.

 

 

 

Braamstruik verteert niet

 

Opvallend is dat de bremstruik niet verteerd wordt. Het vuur manifesteert de Heilige die al wat zondig is verteert. De bremstruik is Gods heilig volk.

Gods presentie betekent oordeel.

Gods vlammen slaan door zijn eigen volk. Er moet heel wat worden weggebrand.

Toch is de braam groen gebleven. God is een verterend vuur, maar toch genadig.

De God van Abraham Izaäk en Jakob openbaart zich hier als Jahweh: ik ben die Ik ben. De beste vertaling is de Getrouwe. Het brandend braambos is Christus symbool.

Voor Vaders eigen zoon werd Vaders minnevuur tot hellebrand.

Het is in Exodus 3 geen beeld van de ruimte van de kerk, een stralingsveld, waarvan je niet kunt zeggen waar de grens is. Integendeel het vuur heeft hier een doorlichtende functie.

 

 

 

God als een meervoud

 

Het vuur heeft in Exodus een openbaringskarakter. God openbaart zich als Elohim. Dit Hebreeuwse woord is een meervoud waarin je de Levensstroom hoort klotsen.

De Engel des Heren zegt vervolgens :  ‘Kom niet dichterbij, doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop ge staat is heilige grond’.

Toen verborg Mozes zijn gelaat want hij vreesde God te aanschouwen.

Het vuur van de brandende braamstruik veronderstelt niet ruimte, gezelligheid maar eerbied en distantie-besef.

Het Bijbelse beeld van ruimte in de kerk is niet het kampvuur, maar het in Christus zijn. Dat is ook de bodem waarin we geworteld zijn.

 

 

 

 

.

Ook in Zacharia

 

Ook in het boek Zacharia kom je de Engel des Heren tegen.

Zacharia 3: 1 > ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel van Jahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. Jozua nu had vuile kleren aan terwijl hij voor de Engel stond’.

Hier is duidelijk dat deze Engel geen gewone engel is. Welke engel zal kunnen zeggen ‘Hierbij reinig ik je van alle ongerechtigheid’ ? Dit is Christus in eigen Persoon.

Die vuile kleren van Jozua kon Hij niet achteloos aan de kant gooien, Hij moest ze zelf aantrekken wat Hij gedaan heeft op Golgotha.

En toen satan Jezus erom aanklaagde, was er niemand die het voor Hem opnam. Ondertussen liep Jozua allang in feestgewaad.

 

 

Feestkleed cadeau

 

Op zijn beurt ontvangt Jozua dan een feestelijk gewaad. Hier zie je ook de gedachte van de eeuwige ruil, waarover Augustinus schreef: Christus zegt: geef mij van wat van u is, Ik geef u wat van Mij is.

 

De kerk is ontstaan uit Joodse schokeffecten bij de opstanding van Jezus. De ongelovige Thomas was er helemaal onderste boven van. Als hij Jezus de verrezene ontmoet , kan hij alleen maar uitbrengen “Mijn Here en mijn God.”

Uit de vroegste brieven van Paulus die dateren rond het jaar 50, blijkt dat allerlei vormen van verering van Jezus al zijn ingeburgerd en dat zijn naam wordt uitgesproken bij de doop. De vroeg-christelijke hymnen die we in de teksten ontdekten, prijzen Jezus als God.

Vanaf het vroegste begin van de christenheid wordt Jezus al als God aanbeden. Jezus is ook niet geschapen als de engelen, luidt de kerkelijke belijdenis, maar gegenereerd, voortkomen uit de Vader. God is niet denkbaar zonder Jezus Christus. God heeft nooit geleefd zonder Hem.

Als we in Christus God zelf niet ontmoeten, kennen we God niet werkelijk. Zonder Christus denken we dat God in wezen zo is als wij, dat het Hem om macht gaat. Buiten Christus kunnen we God niet kennen. We kunnen zeggen “Als Christus niet helemaal God is, is Hij helemaal niet God.

 

 

Christus is helemaal God of Hij is het helemaal niet.

 

Als Christus niet helemaal God is, worden we niet door God verlost.

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

Reine en onreine dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Reine en onreine dieren

 

De eerste keer dat we lezen over reine en onreine dieren in de Bijbel, is in de geschiedenis van de zondvloed. Noach kreeg de opdracht om zeven paar te nemen van alle rein vee en slechts twee van het onreine vee.

  • Ge 7:2 Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.

We weten niet hoe Noah rein en onrein vee onderscheidde, maar het toont aan dat al in de vroege dagen een onderscheid gemaakt werd tussen het reine en het onreine. Reine dieren waren ongetwijfeld geschikt om te offeren. Toen Noach uit de ark was gekomen, bracht hij brandoffers van al het reine vee en al het rein gevogelte.

  • Ge 8:20 En Noach bouwde een altaar voor de Heere; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.

De dieren dienden vóór de zondvloed kennelijk nog niet tot voedsel, want pas na de zondvloed wordt gesproken over het eten van dierlijk voedsel.

  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

 

Met Israël was het anders. Welke dieren mochten en moesten worden geofferd wordt duidelijk aangegeven. En wat voor dieren rein waren en konden worden gegeten en wat voor dieren onrein waren en niet gegeten konden worden, maakte God in bijzonderheden bekend.

  • Le 11:46 Dit is de wet met betrekking tot de dieren, de vogels en alle levende wezens die in het water krioelen, en alle wezens die zich op aarde voortbewegen, Le 11:47 om onderscheid te maken tussen het onreine en het reine, en tussen de dieren die men eten en de dieren die men niet eten mag.

God maakte duidelijk welk vlees onrein was in Zijn ogen. We weten uit andere geschriften, dat de onrein genoemde dieren niet werkelijk op zichzelf onrein zijn, want God schiep geen dieren die onrein waren. Toch wees hij dieren met bepaalde kenmerken als onrein en afschuwelijk voor de Israëliet aan.

 

Om de heiligheid

 

Het doel van deze wetgeving aangaande reine en onreine dieren was heiligheid, in overeenstemming met de heilige God.

  • Le 11:44 want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. Le 11:45 Want Ik ben de Heere, Die u uit het land Egypte heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet heilig zijn, want Ik ben heilig.
  • De 14:2 Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. De Heere heeft u uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.  De 14:3 U mag niets eten wat een gruwel is.  De 14:4 Dit zijn de dieren die u eten mag: het rund, het schaap, de geit.

 

 

.

.

Landdieren

 

De Israëliet mocht alleen reine landdieren tot voedsel nemen. Reine landdieren zijn die welke zowel herkauwen als gespleten hoeven hebben (Lev. 11:2-3). Dit zijn bijvoorbeeld, volgens Deut. 14:4-6, het rund, het schaap, de geit, het hert, de gazelle, de reebok, de steenbok, de spiesbok, de antilope en de gems.

 

 

Schapen waren voor de Israëliet reine dieren. Ze mochten gegeten en geofferd worden.

 

 

Tot de onreine dieren behoren vleeseters, zoals katachtigen, en ook, volgens Lev. 11: 4-8 :

  • de kameel (herkauwt, geen gespleten hoeven)
  • de klipdas 
  • de haas  
  • het varken (herkauwt niet, wel gespleten hoeven).

 

  • Al wie ze aanraakte, was onrein (Lev. 11:26). “Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.” (Lev. 11:8; vgl. Deut. 14:3,7-8)

 

Alle zoolgangers onder al de dieren die op vier poten gaan, waren voor de Israëliet onrein.Bij zoolgangers raakt de hele voetzool van voor- en achterpoot de grond. Zoolgangers zijn meestal geen snelle dieren, maar ze kunnen zich wel goed afzetten en iets vastgrijpen. Voorbeelden zijn beren en mensen.

  • (Lev. 11:27). “Al wie hun kadaver aanraakt, is onrein tot de avond. En wie hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond; ze zijn voor u onrein” (Lev. 11:28).

 

De kruipende landdieren, die zich over de aarde voortbewegen, hetzij op de buik of op poten, waren afschuwelijk en onrein voor de Israëliet en mochten niet gegeten worden.

  • (Leviticus 11:29-31; 41-44), zoals de mol, de muis, elke soort pad, de gekko, de varaan, de hagedis, de skink  en de kameleon.
  • (Lev. 11:31)“Al wie ze aanraakt als ze dood zijn, is onrein tot de avond”
  • (Lev. 11:43-44) “U mag uzelf niet tot een afschuw maken met al die kruipende dieren die zich zo voortbewegen, en u mag zich daarmee niet verontreinigen zodat u daardoor verontreinigd wordt,  want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig”

Deze kruipende dieren (mol, muis, pad enz.) kwamen in woningen dikwijls voor. Wanneer ze, stervende of reed gestorven, op of in iets vielen (pan, pot, kleed, zak) was dit onrein tot de avond. Het moest in water worden gelegd (Lev. 11:32). Een aarden pot, onrein geworden, moest gebroken worden. Voedsel en drank uit zo’n pot (vat, kruik) was onrein. Ook de verontreinigde oven en de bakpan moesten stukgebroken worden (Lev. 11:35). Een bron of waterput of zaaigoed (zaaibaar zaad) zou door het dode dier niet verontreinigd raken, het zou rein blijven. “Maar als er water op het zaad gegoten wordt, en er valt iets van hun kadaver op, dan is dat voor u onrein.” (Lev. 11:38)

 

 

Waterdieren

 

De Israëliet mocht alleen reinewaterdierentot voedsel nemen. Reine waterdieren zijn die welke zowel vinnen als schubben hebben (Lev. 11:9; Deut. 14:9).

Wanneer een waterdier geen vinnen of schubben had, was het voor de Israëliet onrein en afschuwelijk en mocht hij het niet eten (Lev. 11:10-12; Deut. 14:10). Onrein en afschuwelijk zijn derhalve mosselen, kreeften, enz.

  • Lev. 11: 10 maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken, van alles wat in het water wemelt en van alle levende wezens die in het water leven, die zijn voor u iets afschuwelijks. Lev. 11: 11 Ja, iets afschuwelijks zijn ze voor u. Van hun vlees mag u niet eten, en hun kadavers moet u verafschuwen. Lev. 11: 12 Alles wat in het water geen vinnen en schubben heeft, is voor u iets afschuwelijks.

 

 

.

.

Vogels

 

De arend was voor de Israëliet een onrein dier. 

 

 

 

De Israëliet mocht alleen reine vogels en reine gevleugelde dieren eten (Deut. 14:11,20).

Als onrein en afschuwelijk gevogelte wees God aan (Lev. 11:13-19; Deut. 14:12-18; 21:12) :

  • de arend, de lammergier of de havik, de monniksgier of de zeearend, de buizerd of de gier, elke soort kiekendief, elke soort wouw, elke soort raaf, de struisvogel, de velduil, de meeuw of de koekoek, elke soort valk of de sperwer, de steenuil, de visarend of het duikertje, de ransuil, de kerkuil, de kraai, de roerdomp, de aasgier, de pelikaan, de ooievaar, elke soort reiger, de hop en de vleermuis. Dit zijn voornamelijk roofvogels en aasvogels.

 

 

Insecten

 

De op vier voeten kruipende, kleine gevleugelde dieren waren bijna alle onrein voor de Israëliet, hij mocht ze niet eten (Lev. 11:20, 23-25; Deut. 14:19).

  • De 14:19 Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden. De 14:19 Ook alle gevleugelde insecten zijn voor u onrein; ze mogen niet gegeten worden. 

Van alle gevleugelde insecten die op vier poten gaan en die naast hun poten een stel springpoten hebben om daarmee over de grond te springen, mocht de Israëliet de volgende soorten wel eten:

(Lev. 11:21-22) elke soort veldsprinkhaan, elke soort sabelsprinkhaan, elke soort krekel en elke soort doornsprinkhaan .

  • (Lev. 11:24-25). Door de kruipende gevleugelde dieren zou de Israëliet zichzelf kunnen verontreinigen. “Al wie hun kadavers aanraakt, is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond.”

Van Johannes de Doper lezen wij dat hij sprinkhanen als voedsel nam.

  • Mt 3:4 Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.

 

.

.

Kadaver

 

Een wettelijk eetbaar dier werd onrein als het gestorven was. De Israëliet mocht geen enkel kadaver eten.

  • De 14:21 : U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 

Wie een dierlijk kadaver aanraakte, het droeg of daarvan at, was onrein tot de avond.

  • Le 11:39 En wanneer een van de dieren die u tot voedsel dienen, doodgaat, is hij die zijn kadaver aanraakt, onrein tot de avond. Le 11:40 Wie iets van zijn kadaver eet, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond, en wie zijn kadaver draagt, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond.

 

.

.

Het hemels gezicht van Petrus

 

In Hand. 10:9-16 krijgt de biddende en hongerige apostel Petrus een gezicht, waarin God hem toont dat de oude reinheidswet betreffende het eten van dieren niet meer geldt:

  • Hnd 10:11 En hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen als een groot laken, dat aan de vier hoeken op de aarde werd neergelaten; Hnd 10:12 daarin waren alle viervoetige en kruipende dieren van de aarde en vogels van de hemel. Hnd 10:13 En er klonk een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! Hnd 10:14 Petrus echter zei: In geen geval, Heer, want nooit heb ik iets onheiligs of onreins gegeten. Hnd 10:15 En weer klonk een stem tot hem, voor de tweede keer: Wat God gereinigd heeft, zul jij niet voor onheilig houden. Hnd 10:16 En dit gebeurde tot driemaal, en terstond werd het voorwerp opgenomen in de hemel.

Het is duidelijk uit de Schrift dat het verbod van onreine dieren te eten alleen voor Israël gold. Het gezicht aan Peter gegeven openbaart dat de beperking is afgeschaft in Christus.

  • 1Ti 4:4 Want al het door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk als het met dankzegging wordt genomen, 1Ti 4:5 want het wordt geheiligd door Gods woord en door gebed.
  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

 

.

.

Zinnebeeldige betekenis

 

De kenmerken van reine en onreine dieren hebben ongetwijfeld symbolische betekenissen voor Nieuwtestamentische gelovigen. 

Het verdelen van de hoef en het herkauwen kunnen wijzen op een vaste en volhardende wandel (als de kameel of de os) en het verteren of overdenken van wat wordt ontvangen (vgl. Ps 1:1,2; Spr. 12:27).

Bijna al het kruipend gevleugeld gedierte, dat zich op de aarde voortbeweegt, was onrein. De aarde is onder de vloek vanwege de zonde, en er moet een zedelijke verhoging zijn, een uitstijgen boven het platvloerse, het aardse. De sprinkhaan kon springen en mocht daarom gegeten worden.

  • Flp 3:18 Want velen wandelen, van wie ik u dikwijls heb gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn; Flp 3:19 hun einde is het verderf, hun God is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen. Flp 3:20 Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten.

De reine vissen hebben vinnen en schubben: de vinnen stellen de vis in staat zich voort te bewegen en op te stijgen in het water, zijn koers te richten en gevaar te vermijden; de schubben bieden de vis bescherming. Om besmettingen van de wereld te vermijden is een omzichtige wandel nodig, met de bescherming die God heeft gegeven.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Amethist.

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemeen

 

De amethist dankt zijn prachtige paarse kleur voornamelijk aan sporen ijzer, titaan en mangaan en een beetje ra-dioactiviteit. In het zonlicht vervalt de radioactiviteit en kan de amethist verbleken. Zeer bleke amethist kan met bestraling met radium weer paars worden. Helaas is dit niet kleurecht; de steen verliest na verloop van tijd zijn kleur. Bekijk je amethist nauwkeurig van dichtbij vanuit verschillende richtingen, dan blijkt een kristalpunt twee verschillende kleuren te hebben: blauw/blauw-paars en rood-paars. Dit verschijnsel heet dichroïsme (tweekleurigheid). De ondoorzichtige amethist met witte lijnen is de edelsteen die met Valentijn aan geliefden wordt ge-schonken. Dit type amethist wordt chevron-amethist genoemd. De lichte lijnen heten flèches d’amour.
.
.Door de paarse kleur heeft de amethist een bijzonder effect. Paars ontstaat door het mengen van het vurige rood en het afstandelijke blauw; amethist is zo een compromis tussen tegenstellingen. Het kristal bevordert voor har-monie en helderheid van geest en helpt afstand te nemen. Amethist als geode (ook wel druse genoemd) in een ruimte opgesteld schept harmonie in huis. Amethist is de steen van onthechting en spiritualiteit. Bisschopsringen en andere liturgische voorwerpen bevatten vaak amethist, om de drager en gebruiker te helpen afzien van de aardse geneugten en de geest te verheffen.

 

.Amethist

.

 

 

Amethist_Brazilie

 

.

 

geode van amethist

.

 

.

Herkomst van de naam

 

De naam amethist komt van het Grieks: een samenstelling van a (‘zonder’) en metuein (‘dronken zijn’). De oude Grieken en Romeinen dronken wijn uit amethisten bokalen, of hielden een amethist in hun mond tijdens het drin-ken. Ze meenden dat ze dan niet dronken konden worden. De paarse kleur van dit kristal werd geassocieerd met de kleur van wijn en de Romeinse god van de wijn, Bacchus.

 

 

 

.

.

 

Amethist-Armband-met-Hart_624_218_6123_1275835032

.

 

.

 

Door de eeuwen heen

 

Amethist kent een lange geschiedenis. Al eeuwen is het een geliefkoosde sier- en heelsteen. Het kristal werd gevonden in de piramides van het oude Egypte en in graven van Etrusken en RomeinenGrieken en Romei-nen gebruikten de amethist als amulet om zich te beschermen tegen dronkenschap, verslaving en hoofdpijn door overmatig wijn drinken. Katers werden ook met de amethist bestreden. Soms door het dragen of opleggen van de steen, soms door het innemen van verpulverde amethist.

Plinius de Oudere, een Romeinse wetenschapper (23-79) schreef al over de helende krachten van stenen. Hij roemde het gebruik van amethist bij het drinken van wijn. Dronkenschap zou voorkomen worden door een ame-thist onder de tong of in de wangzak te stoppen. Amethist zou bovendien beschermen tegen het boze oog en hekserij, mits er een zon en maan in de steen gegraveerd stond. De sjamanen in Finland gebruikten een zoge-naamde sjamanensteen als hulp bij meditatie. Zo’n sjamanensteen is een driekleurige steen met amethist, sneeuwkwarts en rookkwarts.

In China geloofde men dat amethist een juridisch probleem in het voordeel van de drager kon doen veranderen. Dit resulteerde in een levendige handel. Het was mogelijk om een amethist voor dit doel te huren. Bij een gun-stige uitspraak was de steen een goede hulp gebleken en werd de huurprijs flink opgeschroefd. Vanaf de Romein-se tijd tot diep in deMiddeleeuwen was men erg bang voor vergiftiging. Bekend was dat amethist verkleurt bij contact met sommige plantaardige gifstoffen. Daarom werden kelken en bekers gesneden uit of versierd met amethist, zodat men op tijd gewaarschuwd zou worden voor vergif in het drankje.

In de 18de en 19de eeuw was paars/violet de kleur van rouw en boete. In die tijd werden veel rozenkransen van amethist gemaakt. Tijdens deJugendstil en de Art Nouveau(begin 20ste eeuw) was amethist geliefd voor het maken van sieraden. De beroemde Russische goudsmid Peter Carl Fabergé (1846-1920) gebruikte in zijn beroemde sieraden en met juwelen bezette eieren veelvuldig amethist.

 

.

 

 

 

Spiritueel

 

* Amethist stimuleert de groei van je spiritualiteit en je intuïtie. Het is de steen van onthechting en wijsheid.
* Het helpt je zonder oordeel en met compassie te kijken naar jezelf, naar anderen en naar je omgeving.
* Amethist helpt je het verschil te zien tussen wat echt belangrijk is en wat niet.
* Tijdens meditatie helpt amethist je de stilte in jezelf te vinden.
* Bij rouw en verdriet helpt amethist om je verlies te verwerken en te accepteren.
* Amethist maakt wilskrachtig maar niet per se heel actief.
* Het is dé steen van het loslaten. Negatieve gedragspatronen en gewoontes kun je verbreken door met amethist te mediteren.

.

.

.

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Amethist heeft vaak kleurzones in plaats van één egale kleur. Door zorgvuldig verwarmen kan de kleur regelma-tiger verspreid worden, maar tijdens de verhitting kan de steen geel, bruin of groen verkleuren.

 

Samenstelling: SiO2 + (Al, Fe, Ca, Mg, Li, Na).
Hardheid: 7, bros
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, ondoorzichtig (chevron-amethist)
Breuk: schelpvormig, splinterig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 2,63 – 2,65
Kristalstelsel: trigonaal, macrokristallijn

 

 

 

 

 

 

geode van amethist

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

 

Hollandiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Het opake zilvergrijs tot zwarte hollandiet heeft een zwarte streepkleur en een goede splijting. Het mineraal heeft een doffe glans en een monoklien kristalstelsel. De gemiddelde dichtheid is 4,84 en de hardheid is 4 tot 6. Hollan-diet is niet radioactief en zwak pleochroïsch. Hollandiet is voor het eerst ontdekt in India en vernoemd naar Tho-mas Henry Holland (1868 – 1947), de toenmalige directeur van het geologisch instituut van India.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Het mineraal hollandiet komt vooral voor in geologische vindplaatsen met mangaan-erts aders die contactme-tamorfose hebben ondergaan. De typelocatie voor hollandiet is in de centrale provincies van India.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Ba(Mn4+6Mn3+2)O16

hardheid: 4 – 6

dichtheid: 4,95

 

 

 

 

 

hollandiet in kwarts

 

 

hollandiet in kwarts

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opaal

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Kenmerken van opaal

 

 

Opaal is een kwarts die een bont kleurenspel kan vertonen. Het mineraal heeft soms slechts één kleur, maar met een geheimzinnige diepe gloed. Vele kleuren zijn mogelijk: wit, geel, blauw, rood, groen, bruin, zwart. Opaal is meestal doorzichtig of doorschijnend. Als het net gedolven is, is het zachter dan bergkristal. Blootgesteld aan de lucht wordt het snel hard. Bijzonder is dat opaal veel water bevat.

 

Opaal komt veel voor. Slechts een klein deel is van edelsteenkwaliteit. Opaal kan ontstaan als opvulling van spleten en gaten in een rots, maar ontstaat ook vaak bij de vorming van fossielen.
In Amerika zijn hele wouden van versteend hout met opaal gevonden; bekend voorbeeld is het National Petrified Forest in Arizona. Dit type opaal heet houtopaal.

Er bestaan allerlei soorten opaal, afhankelijk van hoe de opaal gevormd is.
We onderscheiden 3 hoofdsoorten.

  • De glinsterende edelopalen zijn het meest geliefd, vanwege hun bonte kleurenspel. Dit kleurenspel wordt opalescentie genoemd.
  • Wateropalen lijken op bergkristal. Ze zijn kleurloos, maar hebben een blauwige of melkachtige waas.
  • Alle overige opaalsoorten worden opaal of gewone opaal genoemd. Ze zijn doorschijnend tot ondoorzichtig met weinig tot geen kleurenspel.

 

 

 

 

 

Onderstaand overzicht toont de belangrijkste soorten opaal.

 

GEWONE OPALEN
Andesopaal

 

 

melkachtig troebele variant van opaal uit Peru, vaak roze (door mangaan) of blauw tot groen (door nikkel of koper)
Blauwe opaal

 

chalcedoon met blauwe tot donkerblauwe opaal
Chlooropaal

groene tot bruine opaal
Chrysopaal, prasemopaal
of prasopaal
blauwgroene variant (door nikkel of koper) van andesopaal
Dendrietenopaal

groene, gele of witte opaal met insluitsels die op planten lijken (ook wel: merliniet)
Groene opaal

opaal gekleurd door ingesloten nikkel en chloriet
Honingopaal of goudopaal

goudgele opaal (handelsnaam)
Jaspopaal of opaaljaspis

door ijzeroxide rood gekleurde opaal
Jelly

doorzichtige tot doorschijnende opaal, met zwak kleurenspel
Kascholong

Porseleinachtig poreuze, doorschijnende variant van opaal
Melkopaal

witte opaal
Opaliet

opaalhoudend gesteente
Pinkopaal

roze andesopaal (gekleurd door mangaan)
Potch

ondoorzichtige opaal zonder kleurenspel
Vuuropaal

opaal met rode, oranjerode of gele kleur, vooral uit Mexico
EDELOPALEN
Boulderopaal

edelopaal met donkerbruine ondergrond en flonkerend kleurenspel. Komt voor in kiezels en keien (in het Engels boulders), waar opaal holle ruimten in ijzerhoudend moedergesteente opvult. Afkomstig uit Australië
Girasol

bijna kleurloze, doorzichtige edelopaal met blauwachtige lichtschijn
Harlekijnopaal

edelopaal met opvallende bonte kleurpatronen, als een blokkendoos. Een zeer geliefde opaal
Hydrofaan edelopaal die alleen natgemaakt een kleurenspel toont
Jellyopaal

edelopaal met felle kleuren (genoemd naar de kleuren van gelatinepuddinkjes)
Kristalopaal

zeer heldere tot doorzichtige opaal met kleurenspel
Luipaardopaal

met edelopaal gevulde blaasjes in basalt
Opaalmatrix of matrixopaal

moedergesteente met talrijke kleine ingesloten edelopaaltjes
Vuuropaal

edelopaal met rode, oranjerode of gele kleur, vooral uit Mexico
Witte opaal of melkopaal

edelopaal met witte of lichte grondkleur en een bont kleurenspel
Zwarte opaal

edelopaal met donkere basiskleur (grijs, blauw, groen) en bont kleurenspel. Een pikzwarte ondergrond is zeer zeldzaam. Zwarte opalen zijn zeldzamer dan witte opalen
WATEROPALEN
Girasol, Hyaliet of glasopaal

glasheldere opaal
Hydrofaan

opaal die alleen natgemaakt kleurenspel toont
Kristalopaal

rossige of blauwige reflecties op kleurloze ondergrond die aan vensterglas doen denken
Oregon-opaal

goudgele glasheldere opaal

 

 

De meeste opaal is afkomstig uit Australië. Het is dan ook de nationale steen van dit continent. Ook de kost-baarste opaalsoort, de zwarte opaal, komt uit Australië. Deze vorm van edelopaal glinstert en vonkt veelkleurig bij het bewegen. Opaal van edelsteenkwaliteit is populair in sieraden en siervoorwerpen. De meeste opalen worden echter in de industrie verwerkt. Opaal is aantrekkelijk als grondstof voor silicium. Het wordt vermalen verwerkt tot vuurvaste tegels en wetstenen. Het wordt ook toegepast als droogmiddel (in lederwaren, voeding), bindmiddel (pillen) en schuurmiddel (in tandpasta).

Edelsteentherapeuten gebruiken opaal vaak voor mensen die zwaar op de hand of superserieus zijn. Opaal maakt lichtvoetig en luchthartig. Bamboe-opaal of tabashir is een belangrijk ingrediënt in de Ayurvedische en de tradi-tionele Chinese geneeskunde. Het is wit, geel of blauwig. Deze opaal is afkomstig uit de stelen van sommige soorten bamboe.

 

 

vuuropaal

 

 

 

Herkomst van de naam

 

De herkomst van de naam opaal is onzeker. De Romeinen kenden het woord opalus, ontleend uit het Sanskriet úpala (‘edelsteen’). Ze gebruikten dit in de betekenis van ‘gekleurde steen’, maar het is onzeker of ze hiermee het mineraal bedoelden dat wij nu opaal noemen. Er is wel gesuggereerd dat de Romeinse vruchtbaarheidsgodin Ops, echtgenote van de god Saturnus, haar naam aan deze edelsteen heeft gegeven. Dit naar aanleiding van de Opalia, Romeinse festiviteiten rond de zonnewende (21 december) die aan Ops gewijd waren. Dit is echter volks-etymologie en klopt niet.

 

 

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Opaal is al sinds de Oudheid geliefd als edelsteen. De oudste vondst, in een grot in Kenia, is waarschijnlijk een sieraad van 4000 v.Chr. uit de mijnen van Ethiopië. De eerste schriftelijke vermelding van opaal dateert van ca 500 v.Chr. Opaal werd gebruikt voor de vervaardiging van werktuigen, maar ook voor sieraden en siervoorwerpen. Opaal was al bekend bij de Babyloniërs, Assyriërs en de oude Grieken en Romeinen. De Romeinse schrijver-we-tenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr) beschreef opaal in zijn lapidarium (boekwerk met beschrijving van edelstenen). Het ging hierbij hoogstwaarschijnlijk om edelopaal uit de afzettingen van Dunbík in Slowakije, die in die tijd al werden ontgonnen.

De Romeinen waren dol op opaal. Zij vonden het een magische steen. Opaal werd gebruikt tegen somberheid en melancholie, en was een genezer van oogklachten en gaf stralende ogen. Men geloofde dat de opaal kon waarschuwen voor ziekte en narigheid. Dat klopt ook, weten we nu. Door het hoge vochtgehalte reageert de opaal sterk op koorts; de steen wordt daar dof van. De Spaanse veroveraars (conquistadores) uit de 16e eeuw namen allerlei edelstenen mee naar huis vanuit Zuid-Amerika, en daar waren prachtige opalen uit Peru bij.

Traditioneel gold opaal als gelukssteen, als een goed amulet tegen pech en ongeluk. Maar door een zeer popu-laire roman uit 1829 van Sir Walter Scott, Anne of Geierstein, or The Maiden of The Mist, kreeg de opaal in de 19e eeuw in Europa een slechte naam. Een van de personen uit dit boek, lady Hermione, draagt altijd een schitteren-de grote opaal in het haar. Maar er rust een vloek op, er valt wijwater op de opaal, de steen verliest al zijn kleur en Hermione bezwijmt. De volgende dag is zij met haar steen verdwenen, slechts een hoopje as blijft achter.

Kort na het verschijnen van deze roman daalde de verkoop van opaal dramatisch, en bleef enkele decennia laag. Koningin Victoria van Engeland (1809-1901) was echter dol op opalen. Zij verzamelde een grote collectie, wat de populariteit van opaal weer deed toenemen. Maar in Rusland werd de opaal tot diep in de 20e eeuw gewan-trouwd en gezien als belichaming van het boze oog. In de tweede helft van de 19e eeuw werden in Australië zeer grote voorraden opaal gevonden. Tegenwoordig is Australië goed voor meer dan 90% van alle gedolven opaal.

In 1987 is in Coober Pedy, Zuid-Australië, een fossiel van een pliosaurus (soort zeereptiel) gevonden, waarvan het skelet geheel in opaal is veranderd. Het fossiel is zo ’n 100 miljoen jaar oud en kreeg de naam Eric, naar een vis uit een sketch van de tv-serie Monty Python’s Flying Circus. Eric is te bewonderen in het National Museum in Sydney.

 

 

 

 

 

Spiritueel

 

* Opaal maakt wijs en tevreden, geeft inzicht en laat je intuïtie groeien. Opaal is een steen die je laat beseffen dat je uit een lichaam, een geest en een ziel bestaat. Door opaal te dragen of met opaal te mediteren integreren lichaam, geest en ziel beter. Dat geldt vooral voor edelopaal.

* Opaal laat je de oorzaken van je emoties doorzien en begrijpen. Het helpt je deze koel en afstandelijk te analyseren. Ondanks dat is de opaal een warme en vriendelijke steen.
* Mensen die zwaar op de hand zijn, worden losser en vrolijker door het dragen van een sieraad met opaal of een opaal in de broekzak.
* Verdriet vanwege het verlies van een geliefd persoon, huisdier of voorwerp laat zich met opaal omzetten in acceptatie en rust.
* Met opaal kun je emotionele situaties intensiever beleven. Ook kun je met opaal de wonden van oude emotionele trauma’s helen.
* Edelopaal maakt creatief, verheft de ziel. Versterkt de zintuigen ook op spiritueel niveau. Edelopaal reinigt de aura en repareert gaten in de aura.
* Edelopaal versterkt het vertrouwen in andere mensen.
* Vuuropaal versterkt het zelfvertrouwen, maakt daadkrachtig. versterkt het fysieke en emotionele veld van de aura. Zwakt sterke emotionele schommelingen af.
* Girasol maakt je ontvankelijk voor het doorbreken van patronen, het opdoen van nieuwe indrukken en het maken van nieuwe vrienden.

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

De opaal is een kwarts en dus familie van de bergkristal. Opaal is siliciumdioxide verbonden met water (gehydra-teerd). Edelopaal kan tot wel 30% water bevatten. Wateropaal bevat tot 20% water. Vuuropaal bevat 6 tot 10% water. Edelopaal bevat microscopisch kleine silicabolletjes in silicagel. Deze opaalsoort krijgt zijn intrige-rende kleurenspel door breking van het licht in het vloeibare deel, of in de lamellenstructuur die de bolletjes kunnen hebben. Door vochtverlies kan het kleurenspel verminderen.

 

 

Samenstelling: SiO2.nH2O
Hardheid: 5,5 – 6,5
Glans: glasglans, dof
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 1,90 – 2,30
Kristalstelsel: amorf

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Grote engelwortel : Angelica archangelica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– het formaat van de plant en
– de grote, groene bolvormige schermen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote engelwortel is een lichtgroene, overblijvende (tot 4-jarige) plant op natte, zeer voedselrijke grond aan waterkanten en in grienden. Ze kan tot 2,5 meter hoog worden. De plant komt algemeen voor en wordt ook gekweekt in tuinen als keukenkruid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote engelwortel bloeit in juni en juli met grote, bolvormige, groenachtig witte schermen, die veel insecten aantrekken. De grote schermen kunnen tot 20 cm breed worden en net als de kleinere schermpjes bestaan ze uit 20 tot 40 stralen. Het omwindsel onder het grote scherm ontbreekt of bestaat uit maximaal 3 blaadjes. Het omwindsel onder de kleinere schermen bestaat uit talrijke blaadjes.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stevige, ronde, gegroefde stengels zijn lichtgroen, maar vaak ook bedauwd roodbruin. De onderste bladeren zijn groot, 2- tot 3-voudig geveerd en hebben een ronde steel. De bovenste zijn minder gedeeld en zitten met een grote, opgeblazen schede aan de stengel. Alle bladeren bestaan uit eironde tot langwerpige deelblaadjes, die onregelmatig gezaagd zijn.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Uit de zaden en de wortel van grote engelwortel wordt een geurende olie geperst, die wordt gebruikt in de cosmetische industrie en bij het maken van verschillende likeuren. Daarnaast worden stoffen uit de wortel medicinaal toegepast bij spijsverteringsproblemen, gebrek aan eetlust en als urineafdrijvend middel.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten
  gewone engelwortel
– scherm 3 tot 15 cm breed, 15 tot 40 stralen
– bloemen zijn 2 mm, wit of roze
– plant donkergroen, nauwelijks ruikend
– eindblaadjes ongedeeld, voet niet aflopend
– tot 1,8 meter hoog
– wortelbladeren met gootvormige stengel
  grote engelwortel
– scherm tot 20 cm breed, 20 tot 40 stralen
– bloemen zijn 3 tot 4 mm, groenachtig wit
– plant lichtgroen, bij kneuzing sterk ruikend
– eindblaadjes vaak 3-delig met aflopende voet
– tot 2,5 meter hoog
– wortelbladeren met rolronde stengel

 

 

 

 

 

 

 

 

gewone engelwortel

 

 

Naast de twee bovengenoemde soorten zijn er nog een aantal (zeer) algemeen voorkomende planten met witte schermbloemen, zoals fluitenkruid en gewone berenklauw.

 

 

 

Algemeen

 

schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend, tot 4-jarig
– algemeen tot zeldzaam
– ook als keukenkruid
– 90 tot 250 cm

Bloem
– groenachtig wit
– juni en juli
– scherm
– 3 tot 4 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- of 3-voudig oneven veervormig
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top spits
– rand onregelmatig gezaagd
– voet afgerond of (half)
stengelomvattend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rond en gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote egelskop : Sparganium erectum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de bolvormige vrouwelijke of mannelijke hoofdjes
– aan een vertakte bloeistengel en
– de stekelige bollen van spitse vruchten en
– de lange, smalle (6-30 mm), rechtopstaande, gekielde bladeren en
– de groeiplaats in en aan ondiep zoet water

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote egelskop is een overblijvende, woekerende oeverplant van 30 tot 100 (180) cm hoog. Ze groeit aan en in zoet, voedselrijk, niet te diep, stilstaand of langzaam stromend water. Het is een zeer algemeen voor komende plant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met september. De stengel van de bloeiwijze is vertakt. Dit onderscheidt grote egelskop van kleine, kleinste en drijvende egelskop. Zowel de hoofdstengel als de korte zijstengels zijn zigzag gebogen. Aan elke vertakking en aan het einde van de hoofdtak zitten een aantal bolvormige, ongesteelde bloeiwijzen. De onderste (1-4) bloeiwijzen zijn vrouwelijke hoofdjes en bestaan alleen uit vrouwelijke bloemen. De bovenste, kleinere hoofdjes bestaan uit mannelijke bloemen. Meestal zijn er veel meer mannelijke hoofdjes dan vrouwelijke.

De vrouwelijk bloemen hebben een lange, draadvormige, vuilwitte stijl en stempel (soms twee) en groen bruinachtige bloemdekblaadjes. De mannelijke bloemen bestaan uit 1-3 meeldraden, die omgeven worden door 4 vliezige bloemdekbladen. De bloemen stellen niet zoveel voor, idat is ook niet zo belangrijk omdat bestuiving door de wind plaatsvindt. Na bevruchting ontwikkelen de vrouwelijke hoofdjes gesnavelde vruchtjes, waar de plant haar naam aan dankt.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn 6 tot 30 mm breed, onderaan driehoekig in doorsnede, bovenaan plat, gekield en niet of nauwelijks gedraaid. De bladeren van lisdodden en zwanenbloem zijn wel gedraaid. De bladeren van grote egelskop worden door meerkoeten gebruikt als nestmateriaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Een ondersoort van grote egelskop is blonde egelskop (Sparganium erectum subsp. neglectum), enkel van elkaar te onderscheiden door de vorm van de vruchtjes : rijpe vruchtjes van blonde egelskop zijn 2x zo hoog als breed. Rijpe vruchtjes van grote egelskop zijn iets hoger dan breed. Van alle egelskopsoorten (grote, kleine, kleinste en drijvende) heeft grote egelskop als enige een vertakte bloeistengel.

 

 

blonde egelskop

 

 

 

Algemeen

 

– egelskopfamilie (Asteraceae)
– overblijvende water-/oeverplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 100 (180) cm

Bloem
– groen
– vanaf juni t/m september
– talrijke mannelijke hoofdjes
– 1 tot 4 vrouwelijke hoofdjes
– 1 tot 1,5 cm

Blad
– in 2 rijen
– enkelvoudig
– zwaardvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Groot spiegelklokje : Legousia speculum-veneris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, paarse 5-tallige bloemen met
– kelkslippen ongeveer even lang als de kroonslippen en
– een onderstandig vruchtbeginsel, dat lijkt op een kantige steel

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Groot spiegelklokje is een eenjarig plantje van 10 tot 40 cm hoog, dat groeit op open, vochtige, kalkhoudende grond in graanakkers en open bermen. Ze staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot spiegelklokje bloeit vanaf juni tot en met augustus met 5-tallige paarse bloemen, die samen een losbloemige pluim vormen. De cultuurplanten zijn vaak wit. De bloemen lijken op een lange, driekantige steel te staan, maar dat is het onderstandige vruchtbeginsel. De 5 kroonbladen zijn vergroeid en tot iets minder dan de helft gespleten. De kroonslippen van volledig geopende bloemen staan vlak af, zijn iets uitgerand en hebben een spitsje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

klokjesfamilie (Campanulaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 40 cm

Bloem
– paars
– vanaf juni t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 15 tot 25 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand zwak gekarteld
– voet (half)stengelomvattend of
aflopend
– kromnervig

Stengel
– rechtop
– weinig behaard
– kantig

zie wilde bloemen