Dagelijks archief: maart 24, 2022

Boodschap 113 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : boodschappen uit de kosmos

.

We don't change God's message

.

BOODSCHAPPERS VAN GOD

ZOUDEN DE MENSEN 

BETER VERTELLEN

WAT ZE MOETEN HOREN,

IN PLAATS VAN WAT ZE WILLEN HOREN

.

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

John Astria

John Astria

Het jaartal 2016

Standaard

categorie : religie

de ware en de valse Drievuldigheid

de ware en de valse Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

3 x 666 = 1998

3 x 666 =1998 + 18 = 2016

God bestaat uit De Vader, De Zoon en De Heilige Geest. Dit is de ware Drievuldigheid. Het heilige getal dat bij God hoort is 999.

Satan is een spiegelbeeld van God en bestaat uit Lucifer, de antichrist en de valse profeet. Dit is de valse Drievuldigheid. Het demonische getal dat bij Satan hoort is 666.

Wanneer we het Heilige getal 3 vermenigvuldigen met het getal van de duivel 666, bekomt men 1998. Tellen we daar 3 x het getal 6 van de onperfecte mens bij, dan verkrijgen we 2016.

Satan verkrijgt vanaf 2016 meer en meer greep op de wereld. Geweld, oorlogen, ziektes, natuurrampen en mensonterende toestanden zullen alleen maar toenemen.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

voorpagina openbaring a4

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

mijne kop a4

Koolstofdatering

Standaard

Categorie: religie

.

Wat is de koolstofdatering en hoe werkt het?

Hoe werkt koolstofdatering, ook wel C14-datering genoemd? Koolstof (C14) is een natuurlijk element dat in overvloed voorkomt in de atmosfeer, in de aarde, in de oceanen en in elk levend wezen. C12 is veruit het meest voorkomende isotoop, terwijl slechts één op elke triljoen koolstofatomen een C14-atoom is. C14 wordt in de hogere atmosfeer geproduceerd wanneer stikstof-14 (N14) onder de invloed van kosmische straling wordt veranderd; een proton wordt door een neutron vervangen en het netto resultaat is een transformatie van het stikstofatoom tot een koolstofisotoop.

Het nieuwe isotoop wordt “radioactieve koolstof” genoemd omdat het, zoals de naam zegt, radioactief is (maar ongevaarlijk). C14 is instabiel en zal daarom na verloop van tijd spontaan weer vervallen tot N14. Het duurt ongeveer 5730 jaar voordat de helft van een bepaalde hoeveelheid radioactieve koolstof tot stikstof is vervallen. Het duurt vervolgens weer 5730 jaar voordat de helft van de resterende koolstof is vervallen, en dan weer 5730 voor de helft van dat restant, enzovoorts. De tijdsduur die nodig is om de helft van een hoeveelheid koolstof te laten vervallen wordt de “halfwaardetijd” genoemd.

Radioactieve koolstof oxideert (dat wil zeggen, verbindt zich met zuurstof) en komt de biosfeer binnen via natuurlijke processen zoals ademhaling en voeding. Planten en dieren nemen zowel het overvloedige C-12 en het veel zeldzamer C-14 in hun weefsel op, in ongeveer dezelfde verhouding als de C14/C12 verhouding in de atmosfeer. Wanneer een dier sterft, wordt er geen radioactieve koolstof meer opgenomen, maar de C14 die reeds in het lichaam aanwezig was blijft vervallen tot stikstof.

Als we dus de resten van een dood wezen vinden waarin de verhouding tussen C12 en C14 de helft is van wat het zou moeten zijn (dat wil zeggen één C14 atoom op elke twee triljoen C12 atomen in plaats van één op elke triljoen), dan kunnen we aannemen dat het dier al ongeveer 5730 jaar dood is (omdat de helft van de radioactieve koolstof ontbreekt en het ongeveer 5730 jaar duurt voordat de helft van de radioactieve koolstof tot stikstof vervalt). Als de verhouding een kwart is van wat het zou moeten zijn (één op vier triljoen), dan kunnen we aannemen dat het dier al zo’n 11.460 jaar dood is (twee keer de halfwaardetijd).

Na tien keer de halfwaardetijd is de resterende hoeveelheid radioactieve koolstof niet meer meetbaar. Deze techniek is daarom niet bruikbaar voor de datering van dieren die meer dan 60.000 jaar geleden stierven. Een andere beperking is dat deze techniek alleen toegepast kan worden op organisch materiaal zoals botten, vlees of hout. De techniek kan niet gebruikt worden om gesteente rechtstreeks te dateren.

 Het uitgangspunt van de koolstofdatering

Koolstofdatering is een dateringsmethode die afhankelijk is van de volgende drie zaken:

  • De snelheid waarmee het onstabiele radioactieve C14 tot de stabiele niet-radioactieve N14 isotoop vervalt,
  • De verhouding tussen C12 en C14 die in het monster wordt aangetroffen,
  • En de verhouding tussen C12 en C14 die in de atmosfeer wordt aangetroffen ten tijde van de dood van het monster.

 De controverse van de koolstofdatering

Koolstofdatering is controversieel om verschillende redenen. Ten eerste is de methode afhankelijk van enkele twijfelachtige aannames. We moeten bijvoorbeeld aannemen dat de vervalsnelheid (dat wil zeggen, de halfwaardetijd van 5730 jaar) in het verleden altijd constant is gebleven. Maar dat kan niet gemeten worden. Er bestaat zelfs krachtig bewijs voor een sterke toename van de radioactieve vervalsnelheid in het verleden.1 We moeten bovendien aannemen dat de verhouding tussen C12 en C14 in de atmosfeer in het verleden altijd constant is gebleven (zodat we kunnen weten wat deze verhouding was op het moment van de dood van het monster).

En toch weten we dat “radioactieve koolstof 28-37% sneller wordt gevormd dan het vervalt”2. Dat betekent dat er nog geen evenwicht is bereikt; deze verhouding is vandaag de dag dus groter dan in het niet-waarneembare verleden. We weten ook dat deze verhouding drastisch steeg ten tijde van de industriële revolutie, als gevolg van de drastische toename van CO2 dat door de fabrieken werd geproduceerd. Deze door de mens veroorzaakte fluctuatie was geen natuurlijk verschijnsel, maar het toont aan dat fluctuaties mogelijk zijn en dat ook natuurlijke verstoringen deze verhouding sterk zouden kunnen beïnvloeden.

Vulkanen stoten CO2 uit, wat zou kunnen leiden tot een afname van deze verhouding. Dieren die in een periode van hoge vulkanische activiteit leefden en stierven, zouden ouder lijken dan ze werkelijk waren als we hun leeftijd met deze techniek zouden bepalen. De verhouding kan verder worden beïnvloed door de productiesnelheid van C14 in de atmosfeer, die op zijn beurt weer wordt beïnvloed door de hoeveelheid kosmische straling die de atmosfeer van de aarde binnendringt. En deze hoeveelheid straling is zelf weer afhankelijk van factoren zoals het magnetische veld van de aarde (dat kosmische straling kan doen afbuigen).

Nauwkeurige metingen die over de afgelopen 140 jaar hebben plaatsgevonden, hebben aangetoond dat de sterkte van het magnetische veld van de aarde gestaag afneemt. Dit betekent dat er een gestage toename van de productie van radioactieve koolstof heeft plaatsgevonden (wat de verhouding zou doen toenemen).

Tenslotte kunnen we zeggen dat deze dateringsmethode controversieel is omdat de data die hiermee bepaald worden vaak gruwelijk inconsequent zijn. Bijvoorbeeld: “Eén lichaamsdeel van Dima [een beroemde babymammoet die in 1977 werd ontdekt] was 40.000 RCY [radioactieve koolstofjaren] oud, maar een ander was 26.000 RCY, en ‘hout dat in de onmiddellijke omgeving van het kadaver werd gevonden’ bleek 9000-10.000 RCY jaar oud te zijn.” (Walt Brown, In the Beginning, oftewel “In het begin”, 2001, p. 176)

  1. D. R. Humphreys, J. R. Baumgardner, S. A. Austin, en A. A., Snelling, “Helium diffusion rates support accelerated nuclear decay”, oftewel Helium diffusiesnelheden ondersteunen een versneld nucleair verval, in Proceedings of the Fifth International Conference on Creationism, R. Ivey, Ed., Creation Science Fellowship, Pittsburgh, PA, 2003. Zie ook: Walt Brown, In the Beginning, oftewel In Het Begin, 2001, p. 75, onder “Constant Verval?”
  2. Brown, Idem, p. 246.

Koolstofdatering – Dendrochronologie

Om de C14-datering te kunnen gebruiken , moeten we – zoals we reeds gezien hebben – weten wat de verhouding tussen C12 en C14 is op het moment van de dood van het monster. Als deze verhouding in het (niet-waarneembare) verleden gefluctueerd heeft (en we kunnen er zeker van zijn dat dit het geval is geweest), hoe kunnen we dan bepalen wat deze verhouding was tijdens het leven van een organisch proefdier, dat leefde en stierf vóórdat we deze verhouding konden meten?

Voorstanders van de C14-dateringsmethode hebben zich tot de “dendrochronologie” (“jaarringenonderzoek” genoemd) gewend om hun tijdschaal te kalibreren (door geschatte fluctuaties van de verhouding tussen C12 en C14 hierin te verwerken). Wanneer de leeftijd van een stuk hout op twee manieren bepaald wordt, enerzijds met koolstofdatering en anderzijds door de jaarringen te tellen, kunnen wetenschappers een tabel opstellen waarmee zij de twijfelachtige C14-jaren naar werkelijke kalenderjaren kunnen omzetten.

Dit werkt als volgt: wetenschappers beginnen met een levende boom of een proefstuk van dood hout waarvan de leeftijd met betrouwbare methoden kan worden vastgesteld. Vervolgens gaan zij op zoek naar stukken dood hout die ouder zijn dan dat eerste proefstuk, maar met overeenkomstige, overlappende jaarringen (jaarringen kunnen onder invloed van verschillende omgevingsfactoren een grote variatie in breedte vertonen en zo een patroon vormen waarmee we proefstukken uit dezelfde omgeving kunnen vergelijken). De wetenschappers gaan vervolgens op zoek naar nog meer stukken dood hout die met dit tweede proefstuk overlappen, enzovoorts.

En tenslotte worden alle jaarringen geteld, waarbij de overlappende patronen worden gebruikt om alle stukken met elkaar te verbinden. Op deze manier wordt uiteindelijk de leeftijd van het oudste stuk hout bepaald. Dit wordt een “lange chronologie” genoemd. Het oudste stuk hout wordt dan ook gedateerd met de koolstofdateringsmethode. Door de twee data te vergelijken, kunnen wetenschappers de noodzakelijke bijstellingen in hun berekeningen maken.

Helaas heeft het gebruik van jaarringenonderzoek als kalibratiemiddel van de C14-dateringsmethode  zijn eigen tekortkomingen. Dr Walt Brown legt dit uit: “…verbanden worden gelegd op basis van het oordeel van een jaarringspecialist. Soms worden ‘ontbrekende’ ringen toegevoegd.1… Eenvoudige statistische berekeningen zouden kunnen vaststellen in welke mate het dozijn overlappende jaarringen werkelijk met elkaar overeenkomen. Maar jaarringspecialisten weigerden om hun bevindingen aan dergelijk statistisch onderzoek te onderwerpen en wilden hun data niet vrijgeven zodat anderen deze statistische proeven zouden kunnen uitvoeren” (Walt Brown, In the Beginning,, oftewel “In het begin”, 2001, p. 246).

Deze weigering om medewerking te verlenen aan verder onderzoek is reden genoeg voor scepticisme, vooral in het licht van de duidelijke cirkelredenering die door de onderzoekers wordt toegepast. “De leeftijd van houten proefstukken die voor ‘lange chronologieën’ worden gebruikt, wordt eerst met behulp van koolstofdatering bepaald. Als die leeftijd hoog genoeg genoeg is (mogelijk door een verkeerde aflezing), dan kijken jaarringspecialisten naar de breedte van de ringen om te kijken of de ‘lange chronologie’ verder kan worden doorgetrokken. Deze chronologie wordt vervolgens gebruikt als garantie dat de koolstofdatering gekalibreerd is met een ononderbroken reeks jaarringen.”

[Deze praktijk wordt ook beschreven door Henry N. Michael en Elizabeth K. Ralph, “Quickee” 14C Dates, Radiocarbon, Vol. 23 No. 1, 1981, pp. 165-166].” (Brown, idem, p. 246; Zie ook Gerald E. Aardsma, “Myths Regarding Radiocarbon Dating”, oftewel Mythen over de koolstofdateringImpact, No. 189, maart 1989)

Wat zeggen de experts?

Robert Lee gaf in zijn artikel “Radiocarbon, Ages in Error” (oftewel Radioactieve koolstof; verkeerde leeftijden) in het Anthropological Journal of Canada een samenvatting van de controverse rond de koolstofdatering: “De problemen van de koolstofdateringsmethode zijn onmiskenbaar diepgaand en ernstig. Ondanks 35 jaar technische verfijning en toenemend begrip worden de onderliggende aannames  sterk in twijfel getrokken. Men waarschuwt dat de radioactieve koolstofdatering zich binnenkort wel eens in een crisistoestand zou kunnen bevinden.

Een verder gebruik van de methode is afhankelijk van een benadering die feitelijk stelt: ‘we lossen problemen wel op wanneer we ze tegenkomen’; een benadering die open staat voor afwijkingen, gesleutel met factoren, en kalibratie wanneer het ook maar mogelijk is. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat maar liefst de helft van de verkregen data wordt afgewezen. Maar er moet toch zeker wel verwondering bestaan over het feit dat de andere helft wél aanvaard wordt. Maar ongeacht hoe ‘bruikbaar’ de radioactieve koolstofmethode is, ze is nog steeds niet in staat om nauwkeurige en betrouwbare resultaten te geven.

Er bestaan aanzienlijke discrepanties, de chronologie is ongelijkmatig en relatief, en de aanvaarde data zijn eigenlijk geselecteerde data” (Robert E. Lee, “Radiocarbon, Ages in Error”, oftewel Radioactieve koolstof; verkeerde leeftijdenAnthropological Journal of Canada, Vol. 19, No.3, 1981, pp. 9, 29).

  1. Zie Harold S. Gladwin, “Dendrochronology, Radiocarbon and Bristlecones,” Anthropological Journal of Canada, Vol. 14, No. 4, 1976, pp. 2-7.)

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Cactuskwarts, spirit kwarts

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Cactuskwarts heet ook wel cactuskristal of engelenkristal. Het gaat om kristallen die aan alle kanten begroeid zijn met kleinere kristalletjes zuivere kwarts, citrien, amethist, rookkwarts of een mengelmoes van kristallen en mineralen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

cactuskwarts amethist

 

 

 

 

 

 

 

 

 

cactuskwarts- witte kiezelkwarts

 

 

 

 

 

regenboogmayaniet – cactuskwarts

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dioptaas

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Het mineraal dioptaas is een koper-silicaat met de chemische formule  CuSiO2(OH)2. Het behoort tot de cyclosilicaten. Het doorzichtig tot doorschijnend donker blauw-groene, smaragdgroene of turquoise dioptaas heeft een glasglans, een groene streepkleur en de splijting van het mineraal is goed volgens het kristalvlak [1011]. Het kristalstelsel is trigonaal. Dioptaas heeft een gemiddelde dichtheid van 3,31, de hardheid is 5 en het mineraal is niet radioactief. De dubbelbreking van dioptaas is 0,0510 tot 0,0530.

 

 

 

 

.

Naamgeving

 

De naam van het mineraal dioptaas is afgeleid van de Griekse  woorden dia (“door”) en optamai, dat “zicht” betekent.

.

 

 

.

 

Voorkomen

 

Dioptaas is een secundair mineraal dat voorkomt in geoxideerde  koperafzettingen. De typelocaties van dioptaas zijn in Namibië en Kazachstan. Het mineraal wordt verder gevonden in de Christmas mijn, Gila countyArizonaVerenigde Staten.

 

 

 

.

Gebruik

 

Onder mineralenverzamelaars is dioptaas een heel erg gewild mineraal. Verder kent het geen toepassingen. Om als edelsteen te dienen is dioptaas zeker mooi genoeg, maar niet hard en sterk genoeg. Het wordt dus maar heel zelden tot een edelsteen geslepen.

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

 

Dioptaas
Dioptasetsumeb5.jpg
Mineraal
Chemische formule CuSiO2(OH)2
Kleur Donkerblauwgroen, smaragdgroen of turquoise
Streepkleur Groen
Hardheid 5
Gemiddelde dichtheid 3,31 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting Goed [1011]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Dubbele breking 0,0510 – 0,0530

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijmereprijs : Veronica serpyllifolia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de witte “ereprijs” bloemetjes met donker blauw-paarse lijntjes, die samen een tros vormen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Tijmereprijs is een overblijvend plantje van 5 tot 25 cm hoog. Ze is zeer algemeen en groeit op open plekken met vochtige, voedselrijke grond in weilanden, op open zandgrond, in gazons, op bospaden en in akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Tijmereprijs bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte of blauwachtig witte bloemetjes. Zoals alle ereprijs bloemen hebben ze 2 meeldraden en 1 stijl. De bovenste en 2 zijdelingse kroonbladen zijn donker blauw-paars geaderd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen zijn er 23 wilde soorten bekend. Daarnaast zijn er ook nog een aantal soorten in cultuur. Er zijn vaste planten maar er zijn ook soorten die eenjarig zijn. Wereldwijd zijn meer dan 500 soorten bekend. Een ere-prijs is vaak goed als zodanig te herkennen, maar om vervolgens de soort te bepalen is lastiger.

 

 

 

 

 

Nederlandse naam Botanische naam
Aarereprijs Veronica spicata
Akkerereprijs Veronica agrestis
Beekpunge Veronica beccabunga
Blauwe waterereprijs Veronica anagallis-aquatica
Bosereprijs Veronica montana
Brede ereprijs Veronica austriaca subsp. teucrium
Doffe ereprijs Veronica opaca
Draadereprijs Veronica filiformis
Gewone ereprijs Veronica chamaedrys
Gladde ereprijs Veronica polita
Grote ereprijs Veronica persica
Handjesereprijs Veronica triphyllos
Kleine ereprijs Veronica verna
Klimopereprijs Veronica hederifolia
Lange ereprijs Veronica longifolia
Liggende ereprijs Veronica prostrata
Mannetjesereprijs Veronica officinalis
Rode waterereprijs Veronica catenata
Schildereprijs Veronica scutellata
Steentijmereprijs Veronica acinifolia
Tijmereprijs Veronica serpyllifolia
Veldereprijs Veronica arvensis
Vreemde ereprijs Veronica peregrina
Vroege ereprijs Veronica praecox

 

 

 

aarereprijs

 

 

 

 

 

akkerereprijs

 

 

 

 

 

beekpunge

 

 

 

 

 

blauwe waterereprijs

 

 

 

 

 

bosereprijs

 

 

 

 

 

brede ereprijs

 

 

 

 

 

doffe ereprijs

 

 

 

 

 

draadereprijs

 

 

 

 

gewone ereprijs

 

 

 

 

gladde ereprijs

 

 

 

 

grote ereprijs

 

 

 

 

 

handjesereprijs

 

 

 

 

 

kleine ereprijs

 

 

 

 

 

klimopereprijs

 

 

 

 

lange ereprijs

 

 

 

 

 

liggende ereprijs

 

 

 

 

 

mannetjesereprijs

 

 

 

 

 

rode waterereprijs

 

 

 

 

 

schilderereprijs

 

 

 

 

 

steentijmereprijs

 

 

 

 

 

tijmereprijs

 

 

 

 

 

veldereprijs

 

 

 

 

 

vreemde ereprijs

 

 

 

 

 

vroege ereprijs

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit of blauwachtig wit
– vanaf april tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 6 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf tot zwak gekarteld/getand
– voet afgerond
– netnervig

Stengel
– opstijgend en liggend
– kort behaard
– wortelend op de knopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

Raapzaad : Brassica rapa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte gele bloeiwijze, waarin de knoppen niet boven de open bloemen uit komen en
– de bovenste, (bijna) geheel stengelomvattende, blauwgroene bladeren en
– de ruw behaarde, liervormige, grasgroene, onderste bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Raapzaad is een tweejarige, plaatselijk algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 cm hoog op open, vochtige, voedselrijke grond, vooral in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De hoofdbloei valt in april, maar tot augustus kun je raapzaad bloeiend aantreffen. Haar 4-tallige bloemen zijn helder geel, zoet geurend en hebben 6 meeldraden en 1 stijl. De knoppen in een bloeiwijze zitten altijd lager dan de open bloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn grasgroen, liervormig en ruw behaard. De bovenste zijn blauwgroen, (bijna) geheel stengelomvattend met hartvormige voet en bijna altijd onbehaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Raapzaad is een plant, die in verschillende vormen wordt gekweekt als groente (meiraapjes, paksoi, Chinese kool en raapstelen), als veevoer (soorten met tot knol opgezwollen wortel) en voor haar oliehoudende zaden.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Hieronder vindt u de meest in het oog springende verschillen tussen raapzaad en koolzaad.

 

 

 

  koolzaad

– langgerekt bloeiwijze, knoppen boven de bloeiende bloemen
– alle bladeren blauwgroen
– bovenste bladeren half stengelomvattend of minder

 

 

 

 

 

 

 raapzaad

– compacte bloeiwijze, knoppen onder de bloeiende bloemen
– bovenste bladeren blauwgroen, onderste grasgroen
– bovenste bladeren (bijna) stengelomvattend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 30 tot 80 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf april t/m augustus
– tros
– 1 tot 2 cm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top rond
– netnervig
– onderste :
– grasgroen
– liervormig
– ruw behaard
– rand getand
– voet gevleugeld
– bovenste :
– blauwgroen
– langwerpig
– (bijna) stengelomvattend
– bijna altijd onbehaard
– rand gaaf
– voet diep hartvormig

Stengel
– rechtop
– groen, soms paarsig aangelopen
– soms verspreid enkele doornachtige   haren
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weeldeverordeningen in de middeleeuwen

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

In de veertiende en vijftiende eeuw vaardigden de stadsbestuurders strenge weeldeverordeningen uit om het dragen van buitensporige kleding door vrouwen tegen te gaan. Deze wetgeving kwam beslist mede voort uit misogynie (vrouwenhaat) bij de stadsbesturen maar het was ook een poging om iedereen op zijn door God bepaalde plaats in de maatschappij te houden.

 

 

Meister des Hausbuches  1480

.

 

Zo gauw een meisje “huwbaar” was geworden (vaak al op haar zestiende), probeerden haar ouders via haar een goede huwelijkskandidaat binnen te halen. Ze hoopten op die manier een paar treetjes op de maatschappelijke ladder te kunnen stijgen. Zij werd dus mooi uitgedost om veel huwelijkskandidaten te lokken waaruit de ouders dan de “beste” gingen kiezen en doorgaans was dat een wat oudere man (vaak al tegen de dertig).

Dat “mooi uitdossen” kon wel eens te ver gaan. De weeldeverordeningen dienden dan ook tevens om de uitgaven aan de kleding van de aanstaande bruid binnen de perken te houden. En ook wilden de stadsbesturen de uitgaven voor de bruidsschat binnen de perken houden, want de concurrentie op de huwelijksmarkt was groot en daardoor waren deze twee uitgaveposten flink gestegen.

.

 

 

1500

 

.

Als de burger echter eenmaal getrouwd en gevestigd was, hield hij er gauw mee op om zijn vrouw en zichzelf zo buitenissig en duur uit te dossen. Zijn jonge vrouw mocht zich dan binnenshuis niet meer optutten, alleen nog maar bij openbare feesten en plechtigheden. Ze mocht niet meer met zichzelf te koop lopen, haar vormen werden verhuld en de kleuren van haar kleren werden saaier.

De edelstenen van de bruidsschat werden opgeborgen in de kisten. De volmaakte koopman had weliswaar een vriendelijk gezicht maar toch ook een strenge uitdrukking, hij droeg stijlvolle kleding, hij had een weloverwogen optreden en gebaren met een berekende elegantie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Tea Tree : etherische olie

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Tea Tree

Melaleuca Alternifolia beter bekend als Tea Tree is een zeer veelzijdig inzetbare olie en bij vele mensen bekend.

Het is een echt voor vele aandoeningen geschikt.

Er bestaan ongeveer 215 verschillende Melaleucasoorten waarvan er 210 uitsluitend in Australië groeien.

De TeaTree boom kan tot 7 meter hoog en 2-4 meter breed worden, heeft naaldvormige bladeren en witte bloemen.

De schors is licht tot donkerbruin en bestaat uit dunne lagen die gemakkelijk afschilferen.

TeaTree olie is goed in vet oplosbaar en vetoplossend.

Op deze eigenschap berust een deel van de krachtige anti-bacteriële werking en vooral het bijzonder goede vermogen om diep in de huid en het daaronderliggende weefsel door te dringen.

En door deze vetoplossende en anti-bacteriële eigenschappen is de TeaTree olie daarom ook zeer geliefd als schoonmaakmiddel.

TeaTree olie bezit echter meerdere eigenschappen die het lichaam bij het genezingsproces positief ondersteunen.

De olie kan door zijn schimmelwerende werking bij huidschimmels en verontreinigingen succesvol worden ingezet en is ook nog pijnstillend, vermindert jeuk en remt de ontwikkeling van ettervormende bacteriën.

De antiseptische werking is twaalf maal sterker dan die van fenol, een chemische desinfectant.

Door het hoge gehalte aan terpenen en phenolen is Tea Tree olie giftig voor katten e.a. kleine roofdieren, dus bij deze dieren niet gebruiken voor de bestrijding van vlooien e.d. !!

TeaTree essentiële olie doodt vele bacteriën, schimmels en virussen en kan het gif neutraliseren van vele soorten kleine insecten.

Het aantal toepassingen van teatree olie is bijna eindeloos. Het is bijvoorbeeld  te gebruiken voor de behandeling van griep, verkoudheid, aften, keelpijn, zwemmerseczeem, ringworm, jeuk, hoofdluis, jeugdpuistjes en zweertjes.

En ook bij oorpijn is Tea Tree olie zeer effectief.

Belangrijk is het om de olie spaarzaam en gericht te gebruiken want het kan bij veelvuldig gebruik huidirritaties veroorzaken.

Een goede kwaliteit TeaTree olie bevat niet meer dan 3% cineol en minstens 40% terpenen.

TeaTree olie kan goed gemengd worden met Lavendel, Rozemarijn, Den, Geranium, Marjolein, Kruidnagel, Nootmuskaat en andere Melaleuca-oliën zoals bijvoorbeeld Melaleuca Cajeput en Melaleuca Quinqeunveria.

Toepassingen van Tea Tree olie

  • Bij verkoudheid; meng 1 druppel TeaTree olie, 2 druppels Pepermunt, 1 druppel Tijm en 1 druppel Lavendel met een 1 eetlepel melk (of melkpoeder) en een eetlepel dode zee zout . Voeg dit mengsel toe aan een niet te warm bad en baad 10-20 minuten.
  • Bij insecten steek/beet: 1 druppel op gestoken/gebeten plek aanbrengen, dit laat de jeuk verdwijnen en verzacht de pijn.
  • Bij littekens: masseer het litteken dagelijks met een paar druppels Tea Tree olie.
  • Bij huidirritaties door allergie, jeuk of schurft de aangetaste plekken naar behoefte dagelijks met 1 druppel pure olie deppen of 5 druppels toevoegen aan 10ml. Jojoba olie en hiermee de betreffende plaatsen meermaals per dag insmeren.
  • Bij schaaf- en snijwonden en infecties; eerst goed schoonmaken met lauw water. Dagelijks 1 druppel op de wond aanbrengen. Eventueel verdunnen met een basisolie. Werkt verzachtend bij schaafwonden.
  • Tea Tree huidverzorging: voeg een druppel tea-tree toe aan je olie voor oil cleansing method of aan een basis gezichtsolie/crème bij een onreine huid of vette huid. Tevens heel effectief bij jeugdpuistjes.

Onder invloed van zuurstof en licht kan de chemische samenstelling van de Tea Tree olie (en elke andere etherische olie) veranderen, bewaar daarom de olie in een goed gesloten donker flesje op een koele plaats.

Koop alleen TeaTree olie die aangeboden wordt in flesjes van donkerbruin of blauw glas.

Je kan TeaTree olie, als ze onder goede omstandigheden bewaard wordt,  minstens 2 jaar zonder problemen gebruiken. Daarna kan je de olie nog wel in schoonmaakproducten gebruiken maar niet meer op de huid omdat je dan huidirritatie kan krijgen.

Christian Dior – 2018 – resort

Standaard

Categorie : mode en kledij

Christian Dior – 2018 – resort