Dagelijks archief: juni 12, 2022

De Toekomst volgens de Bijbel (PowerPoint; Deel 3)

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

De Toekomst volgens de Bijbel (PowerPoint; Deel 3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Appelen het hele jaar door

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

Het hele jaar door knapperige appelen van eigen bodem

.

.
.
In grootmoeders tijd waren er enkele maanden na de oogstmaanden augustus en september alleen nog maar gele, sterk gerimpelde appeltjes verkrijgbaar die bijzonder zoet smaakten. Nu liggen er bijna het hele jaar door knapperige appelen van eigen bodem in de winkels. Nochtans zijn deze appelen ook geoogst tijdens de maanden augustus en september. Hoe slaagt men erin appelen zodanig te bewaren dat ze ook nog na enkele maanden nauwelijks in kwaliteit verschillen van de pas geoogste appelen?
.
.
.

Chemie

Appelen blijven zoals alle andere fruitsoorten ook na de oogst fysiologisch actief. De processen die eigen zijn aan levend materiaal blijven doorgaan. Een van de meest belangrijke processen is de ademhaling. Door de ademhaling wordt zuurstof (O2) verbruikt en worden koolstofdioxide (CO2) en energie geproduceerd. Een deel van de geproduceerde energie wordt vastgelegd in organische verbindingen die nodig zijn om de vrucht in stand te houden. Een ander deel wordt omgezet in warmte.

Zomer- en herfstappelen

Fruitsoorten die een hoge ademhalingssnelheid hebben zijn relatief snel bederfbaar. Producten met een lage ademhalingssnelheid kunnen beter of over relatief langere periodes worden bewaard. Herfstappelen (plukklaar in september) hebben een relatief lage ademhalingssnelheid. Dit verklaart waarom deze appelen ook in grootmoeders tijd redelijk lang konden worden bewaard en gegeten.

Zomerappelen (plukklaar in augustus) hebben een snellere ademhaling en zijn dus minder geschikt voor bewaring. Appelen behoren bovendien tot de groep van de climacterische fruitsoorten. Climacterische fruitsoorten vertonen tijdens de rijping een typische stijging van de ademhalingssnelheid die min of meer samenvalt met opvallende veranderingen in kleur, aroma en textuur die aangeven dat de vrucht rijp is.

Alle groentesoorten maar ook verschillende fruitsoorten zijn niet-climacterisch. De rijping van niet-climacterisch fruit verloopt langzamer. De aanwezigheid van ethyleen, het rijpingshormoon voor vruchten, versnelt ten slotte op zijn beurt eveneens de rijping waardoor climacterische fruitsoorten sneller het climacterisch maximum bereiken. Ethyleen wordt door de appel zelf geproduceerd. Zomerappelen produceren meer ethyleen en rijpen bijgevolg sneller dan herfstappelen die minder ethyleen produceren.

Optimale bewaaromstandigheden

Door de bewaaromstandigheden aan te passen kan de ademhalingssnelheid van fruit worden vertraagd, de ethyleenproductie worden verminderd en de bewaringsperiode worden verlengd. De ademhalingssnelheid en de productie van ethyleen kunnen worden beïnvloed door aanpassing van de temperatuur, de luchtsamenstelling en de luchtvochtigheid.

De bewaring van appelen in grote koelcellen onder gecontroleerde atmosfeer steunt op dit principe. Appelen die over grote afstanden moeten worden getransporteerd worden eveneens gekoeld en onder gecontroleerde atmosfeer vervoerd.

Om de ademhaling voldoende te vertragen wordt de temperatuur verlaagd tot maximum 5°C. Te lage temperaturen moeten worden vermeden omdat dan ‘chilling’-schade kan optreden (bijvoorbeeld interne bruinverkleuringen).

De gassamenstelling van lucht bestaat onder normale omstandigheden voor ongeveer 78 % uit stikstof (N2), voor 21 % uit zuurstof (O2) en voor 0,03 % uit koolstofdioxide (CO2). Door de concentratie O2 te verlagen tot minder dan 8 % en de concentratie CO2 te verhogen tot boven 1 % worden de ademhaling en de ethyleenproductie sterk geremd.

Bij deze gassamenstelling worden ook allerhande bederfreacties geïnhibeerd (tegengehouden). De aangepaste atmosferische omstandigheden mogen echter geen aanleiding geven tot een anaërobe ademhaling. Dit zou de vruchten een onaangename fermentatieachtige bijsmaak geven.
De relatieve vochtigheid wordt bepaald door de keuze van de temperatuur en de gassamenstelling en varieert tussen 90 en 95 %.

De optimale bewaaromstandigheden in de koelcellen variëren onder meer naargelang de appelvariëteit, de mate van rijpheid van het fruit en de duur van de bewaring. Er is een goede vakkennis en veel ervaring nodig om de bewaaromstandigheden juist te kunnen bepalen. Een goede regeling van de atmosfeer in de koelcellen is eveneens noodzakelijk om een goede bewaring met een minimum aan kwaliteitsverlies te garanderen.

Voordelen van correcte bewaring

De voordelen van bewaring bij lage temperaturen onder gecontroleerde atmosfeer zijn onder meer:
• behoud van de groene kleur door vertraging van de afbraak van chlorofyl en de biosynthese van anthocyaninen (rode kleur);
• behoud van de stevigheid door vertraging van de werking van de enzymen die de structuren van de celwanden afbreken;
• behoud van de smaak door tragere omzetting van zetmeel in suikers en trager verlies van zuurheid;
• behoud van de voedingswaarde door een beter behoud van vitamine C en andere vitaminen.

Zodra men de appelen op de markt wenst te brengen worden de vruchten op een gecontroleerde manier terug in normale atmosferische omstandigheden gebracht. De rijping zal vanaf dan weer op een normale snelheid verlopen. De appel krijgt zijn gewenste kleur, zuurtegraad, zoetheid enz.

Diverse inlandse variëteiten van appelen (bv. Jonagold) zijn bijzonder geschikt om in koelcellen bij gecontroleerde atmosfeer te worden bewaard. Dit is ook het geval voor enkele inlandse peervariëteiten.

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Bay St.Thomas olie

Standaard

Categorie: Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Mirtefamilie (Myrtaceae)
Latijnse benaming: Pimenta officinalis of Pimenta racemosa 
Etherische olie verkregen door distillatie van het fruit

 

 

 

Voorstelling

 

Een etherische olie die nauw verwant is met die van de Piment. Door haar hoofdbestanddeel, de eugenol, herinnert ze eveneens aan de etherische olie van kruidnagel, maar deze laatste is er door verzadigd en de vergelijking stopt daar. Behalve eugenol (tussen 40 en 50 %) bevat ze monoterpenen en vrij gevarieerde monoterpenolen.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Ze is gekend om de hoofdhuid te tonifiëren en de haargroei te stimuleren. Ze bestrijdt de kaalheid en de schilfers. Ze helpt de talgproductie te beperken. Ze wordt dus vooral gebruikt voor de vette haren en de vette haren met droge punten. Gebruik haar bijvoorbeeld als masker, door haar toe te voegen aan jojoba olie. De etherische olie is antibacterieel en kan gebruikt worden  voor de infecties van de lage luchtwegen, zoals bronchitis. Ze knapt de vermoeide organismes op en helpt personen die last hebben van pijnen van om het even welke etiologie.

 

 

 

Psycho-emotioneel vlak

 

De etherische olie van Bay St. Thomas stimuleert de vitale kracht die zowel nodig is voor de werking als de expressie van de gevoelens. Ze is geschikt voor spraakgestoorde en teruggetrokken personen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Christian Dior-2020-resort

Standaard

Categorie: mode en kledij

 

Christian Dior-2020-resort

 

 

 

 

Adellijke vrouwenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Kleding speelde in de middeleeuwen al een belangrijke rol. Het liet het verschil zien tussen adellijken en burgers. Dit lieten ze zien door middel van technieken, maar ook door middel van kleur. Het dragen van kleding ging steeds meer klasse uitstralen, wat je in de hedendaagse samenleving ook nog wel eens terug ziet. Hoe zag de adellijke vrouwenkleding eruit in de late Middeleeuwen

 

 

Adellijke vrouwenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

 

 

 Adellijke vrouwenkleding (1000-1490)

 

Bij de vrouwen is het verschil tussen de late middeleeuwen en de vroege middeleeuwen duidelijk te merken. De jurken zijn door de tijd heen wel altijd lang gebleven. De jurken hadden verschillende lagen over elkaar heen. Zo had je een onderhemd, onderjurk en een bovenjurk. Adellijke vrouwen droegen vaak ook nog een mantel. Het silhouet van de jurken was van boven smal en onder wijd uitlopend.

Door de tijd heen bleven de rokken wijd uitlopend en was er dus weinig verandering in. De mouwen waren anders dan dat je ze tegenwoordig ziet. Het overkleed van de vrouw had meestal geen mouwen, zodat het ook niet warm was in de zomer. Zodra het wat kouder werd, werd er een kort linnen mouwtje vastgespeld aan het overkleed.

Zodra het kouder werd in de winter hadden de vrouwen ook nog lange, warme, wollen mouwen die ze dan weer vastmaakten aan het korte mouwtje met een paar steken. Tussen 1000-1200 waren de mouwen lang en heel wijd. Wat later in de middeleeuwen (1200-1350) waren de mouwen nog steeds lang, maar ze waren nauwsluitend aan de arm.

Vijftig jaar later werden deze mouwen sierlijk afgezet met knopen of sierlijk gekleurde stoffen, net zoals bij de mannen. De mouwen tussen 1400 en 1440 leken veel op de mouwen van de mannen. Deze waren namelijk lang en sierlijk wijd en afgezet met bont. Zo lieten de adellijken zien dat ze rijk en machtig waren. Bont was namelijk niet te betalen voor de boeren.

De mouwen van de vrouwen waren in deze tijd wel minder gepoft dan die van de mannen. Je kon dus nog duidelijk verschil zien. Tussen 1440 en 1490 gingen de mouwen van de vrouwen weer deels terug naar 1000-1200. Ze liepen weer wijd uit, alleen niet zo wijd als in de vroege middeleeuwen.

De kleur werd gemaakt met natuurlijke producten zoals: uien (geel), gras (groen), bessen (rood). De kleuren van adellijken waren fleuriger, Oosterse stoffen. Dit konen adellijken zich veroorloven, omdat zij meer bezittingen hadden. Dat onderscheidde de adellijken van de boeren. De oosterse landen hadden betere kleurtechnieken, waardoor de kleuren van de adellijke kleding langer houdbaar bleef.

 

 

220px-Koningin_Marie_Louise_Gustaaf_Wappers

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1000-1200

 

De kleding van de burgerlijke vrouw bestond uit een lang onderhemd, een onderkleed en vaak een iets korter overkleed. De hals van het onderkleed was meestal rond. Het accent kwam op de taille en de buste te liggen. Er werden koorden kruiselings gedragen over de taille, zodat de vrouwelijke vormen beter uitkwamen. De mouwen werden na de 11e eeuw steeds wijder.

Soms kregen deze mouwen een strook tot op de grond waarin een knoop werd gelegd. De mantel had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel dat met een sierspeld werd vastgemaakt. De mantel werd vaak voor de sier afgezet met bont of geborduurde randen.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt waren wol, linnen en bont. Zijde was heel zeldzaam, dus dat droegen de adellijke vrouwen veel. Na de 11e eeuw werd linnen ruimer verkrijgbaar, maar het was nog steeds heel erg kostbaar. De kleuren die veel werden gebruikt waren voornamelijk; felle kleuren met een betekenis, net als bij de mannen:

 

  • Wit: Zuiverheid.
  • Purper: Waardigheid.
  • Groen: Eeuwige jeugd.
  • Rood: Hemelse liefde.

 

De patronen die in deze tijd werden gebruikt waren ingeweven of geborduurde cirkels of vierkantjes. Ze hadden veel geborduurde randen en gebruikten veel motieven uit de klassieke oudheid.

 

 

slide_3 1200

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1200-1350

 

De kleding van de adellijke vrouw bestond uit een lang onderhemd, een onderjurk en een overkleed. Vaak droegen de vrouwen ook een mantel. Het silhouet was van boven smal en de rok was wijd uitlopend. De onderjurk had lange mouwen en een ronde hals. Het overkleed had geen mouwen. Als dit overkleed wel mouwen had, waren deze rond 1250 aangezet met een aantal steken en niet aangeknipt. De mantel bestond uit een cape dat werd vastgehouden door een kettinkje, of deze werd vastgespeld.

De rokken die in deze tijd veel werden gebruikt waren voornamelijk wol, linnen, bont en het fluweel werd nu ook meer gebruikt. Bont was heel kenmerkend voor de adellijke stand, omdat alleen zij mochten jagen. En als ze het konden kopen van westerse landen maakte de adellijke stand de handen nog niet een vuil. Veel gebruikte kleuren van de adellijke stand waren; rood, blauw, groen en roze.

Hoe meer kleur je jurk bezat, hoe hoger je stand was. Adellijke vrouwen konden zich namelijk veroorloven stoffen te kopen van de oosterse landen. Deze stoffen werden beter gekleurd dan in de westerse landen. In de westerse landen werden de stoffen gekleurd met natuurlijke producten, die als je ze wasten, snel vaal werden. Veel gebruikte patronen in deze tijd waren heraldische motieven. Alleen de randen van de jurken werden afgezet met deze motieven.

 

 

mac17r21300

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1350-1400

 

De kleding van de adellijke vrouw was strakker dan 100 jaar geleden, lang en laag uitgesneden. Het onderkleed was nu strak aangetrokken met veters of knopen. Over het onderkleed dat vaak liripipes, dit waren stukjes stof die sierlijk vielen, aan de onderkant van de mouw. De mouwen waren erg wijd uitgesneden. Deze gaven namelijk de nadruk op de lichaamsvormen van de vrouw. Het overkleed werd vaak afgezet met bont, dat stond voor klasse en elegantie.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt door adel waren voornamelijk wel, linnen, bont, katoen, zijde en nu ook geverfd bont. Het onderkleed werd maastal gemaakt van linnen en de mouwen van de jurken werden vaak afgezet met (geverfd) bont. Veel gebruikte kleuren door adel in deze tijd waren; rood, blauw, groen, roze en nu werd goudskleurig ook gebruikt.

Veel gebruikte patronen in deze tijd waren; bloemen en wijnranken. De patronen werden nu niet meer alleen gebruikt voor de randen, maar nu ook voor de gehele stof. Als er effen stoffen werden gebruikt, werden deze jurken vaak afgezet met sierlijke randen. Ook horizontale en diagonale strepen waren veel gebruikte patronen in deze tijd.

 

 

marie-christine 1400

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1400-1440

 

De kleding van de adellijke vrouw was in deze tijd vooral gericht op voortplanting. De jurken hadden nog steeds een onderkleed en een bovenkleed, maar het was allemaal ruimer. Bij het wijde bovenkleed werd het accent net onder de buste gemaakt. Dit werd gedaan door middel van een band. Deze overkleden hadden een hoge taille, zodat de bolle buik van de vrouw extra opviel. Het onderkleed werd aan de achterkant vastgemaakt met touwen.

Dit was een voorloper van de korset. Het enige wat nog overeenkomt met de korset tegenwoordig is dat het beide strak werd aangetrokken. Een gewone vrouw, die niet zwanger was, droeg een korset over het onderkleed met mouwen.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt waren; kleurenen zijde. Zijde was in deze tijd een zeer zeldzame stof en was dus moeilijk verkrijgbaar. Alleen adellijken konden zich dit soort stoffen veroorloven. Deze stoffen werden voor de adellijken (westen) in de oosterse landen geweven en gemaakt. De kleuren die werden gebruikt in deze tijd, waren hetzelfde als 50 jaar daarvoor.

Alleen het goud werd minder gebruikt. De patronen die veel gebruikt werden in deze tijd waren meer bedrukt. Deze werden voornamelijk bedrukt met kleine bloempatronen over de gehele stof. De jurken werden ook aan de randen afgezet met een soort van kant.

 

 

prev002prin01ill4161400

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1440-1490

 

Na de door van Karel de Stoute viel het Bourgondische rijk. Hierdoor kregen de jurken meer Italiaanse invloeden. De kleding van de adellijke vrouw bestond nu uit een onderjurk of een korset en een overkleed of een robe. Door de lage hals van het overkleed was een deel van het korset zichtbaar. Dit was vaak anders van kleur en vaak ook geborduurd met mooie patronen.

De mouwen van de jurk waren strak en liepen door tot op de hand. Het overkleed had nog steeds een hoge gordel. Deze werd vaak aam de achterkant van de jurk vast gegespt. Vrouwen van adel hadden ook nog een sleep aan het overkleed.

De stoffen die in deze tijd werden gebruikt waren; linnen, katoen, wol. Zijde, fluweel, brokaat en bont. Doordat de handel langzamerhand opkwam in deze tijd ontstond er concurrentie. In het geval van de stoffen kwam er concurrentie tussen Engeland en Vlaanderen met het bont.

De kleuren die werden gebruikt waren hetzelfde als een eeuw daarvoor, alleen bleef de kleur langer mooi, vanwege de betere kleurtechnieken van het buitenland. Veel gebruikte patronen in deze tijd waren; wijnranken en granaatappels. Deze patronen werden over de gehele stof bedrukt.

 

 

middeleeuwsekleding 1500

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Boodschap 163 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

keuze tussen goed en kwaad

keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

GERECHTIGHEID EN ERBARMEN

 

ZIJN DE MANNELIJKE- EN VROUWELIJKE

 

EIGENSCHAPPEN VAN GOD.

 

VERGIS JE NIET!

 

ERBARMEN GELDT ENKEL VOOR

 

DE ZONDIGE BEKEERDERS

 

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Wonderen en tekenen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Jezus, Gods Zoon en Boodschapper 

 

 

wonderen-visioenen

 

 

Jezus zei “die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft” Johannes 5:36b. Jezus veranderde water in wijn als begin van Zijn tekenen (Johannes 2:1-11). Nadat Hij 2 broden en 5 vissen zegende, konden er meer dan 5000 mensen van eten (Matteus 14:13-21). We zien Jezus de winden en de zee bestraffen zodat zij stil werden (Matteus 8:23-27).

Toen Zijn discipelen Hem over het water zagen lopen, zeiden ze “Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon” (Matteus 14:22-33). Om te laten zien dat Hij de macht had om op aarde zonde te vergeven genas Hij een verlamde man (Matteus 9:1-8). “En vele scharen kwamen bij Hem, die lammen, kreupelen, blinden, stommen en vele anderen bij zich hadden, en zij legden die aan zijn voeten neer.

En Hij genas hen, zodat de schare zich verwonderde, want zij zagen stommen spreken, kreupelen gezond, lammen lopen en blinden zien. En zij verheerlijkten de God van Israel” Matteus 15:30-31. Zelfs doden werden door Jezus terug tot leven gebracht (Matteus 9:18-26; Johannes 11:1-45) en ook over boze geesten had Jezus macht (Markus 1:21-28; Matteus 12:28-29).

 

 

cropped-pinksterschilderij-1_595.jpg

 

 

 

De aard van Jezus’ tekenen en wonderen

 

De melaatse werd terstond genezen (Matteus 8:1-3). De twee blinden werden terstond ziende nadat Jezus hen aanraakte (Matteus 20:29-34). De verlamde kon op Jezus’ Woord voor het oog van allen weer lopen, waardoor zij die het zagen, zeiden: “zo iets hebben wij nog nooit gezien”(Markus 2:1-12). De koorts van Petrus’ schoonmoeder verliet haar toen Jezus haar hand vatte (Markus 1:29-31).

De vrouw die al 12 jaar aan bloedvloeiingen leed, werd terstond genezen toen zij Jezus’ kleed aanraakte (Markus 5:25-34). We zien dat Jezus tekenen en wonderen terstond gebeurden, dat is onmiddellijk, dadelijk, direct. Er is één voorbeeld te vinden waar Jezus ervoor koos om een blinde man in 2 stappen te genezen (Markus 8:22-25).
Nikodemus, een Farizeeër zei tegen Jezus “Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is” Johannes 3:2b.

Johannes zegt op het einde van zijn evangelie “Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” Johannes 20:30-31.

Op pinksterdag na Jezus’ opstanding predikte Petrus “Jezus, de Nazoreeer, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet” Handelingen 2:22. God had krachten, wonderen en tekenen door Jezus in hun midden verricht en allen waren ervan op de hoogte. Deze dingen waren niet ergens in het verborgene gebeurd.

 

 

 

Jezus gaf bepaalde mensen de macht om tekenen en wonderen te doen

 

Tijdens Zijn leven riep Jezus Zijn 12 apostelen tot Zich en “gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen” Hij zei “Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet” Matteus 10:1, 7-8.

“Daarna wees de Here nog tweeenzeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou” en Hij zei “geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen. … En de tweeen zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam. … Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen” Lukas 10:1,9,17,19.

 

 

 

Jezus’ apostelen konden tekenen en wonderen doen

 

Na Zijn opstanding verscheen Jezus aan de elf apostelen met de opdracht om het evangelie van geloof en doop tot behoudenis aan de hele schepping te prediken (Markus 16:15-16). “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen;

op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden. De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods. Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden” Markus 16:17-20.

 

 

wonderen-god-jezus-christus-geest-bijbel-3

 

 

De lege plaats  van  de apostel Judas werd aangevuld met een man die ooggetuige was van Jezus’ opstanding en die zich bij hen had aangesloten vanaf de tijd dat Jezus is beginnen te prediken (Handelingen 1:20-26). Een apostel werd door God aangewezen zoals Saul (Paulus) door de Here werd uitverkoren als een werktuig om Zijn Naam te verkondigen (Handelingen 9:15).

Paulus zegt daarom ook “Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen;     maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene” 1 Korintiërs 15:7-8. Deze apostelen waren te onderscheiden van anderen zoals Paulus de Korintiërs duidelijk maakt “De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten” 2 Korintiërs 12:12.

Vanaf pinksterdag zien we dan ook “En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk … En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen.

En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.” Handelingen 5:12a, 14-16. Merk op dat ook nu weer alle zieken werden genezen! Eerder had Petrus een man die van geboorte af lam was, in Jezus’ Naam genezen (Handelingen 3:1-10). Hij had ook een gestorven vrouw weer tot leven gewekt (Handelingen 9:32-42). Paulus dreef in Jezus’ Naam boze geesten uit (Handelingen 16:16-18), wekte doden op (Handelingen 20:9-12) en zelfs de bijt van een  slang had geen werking op hem (Handelingen 28:3-6).

“En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren” Handelingen 19:11-12. Tegenstanders konden niet loochenen welke wondertekens door de handen van de apostelen geschiedden (Handelingen 4:16).

 

 

Universele liefdesenergie

Universele liefdesenergie

 

 

 

Zij op wie de apostelen de handen oplegden, konden tekenen en wonderen doen

 

Filippus, een evangelist, predikte de Christus in Samaria. “En toen de scharen Filippus hoorden en tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen en er kwam grote blijdschap in die stad” Handelingen 8:6-8.

Ook Simon die een tovenaar was geweest “kwam tot geloof, en na gedoopt te zijn, bleef hij voortdurend bij Filippus, verbijsterd door die tekenen en grote krachten, die hij zag geschieden”. Toen de apostelen hoorden dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij Petrus en Johannes tot hen en dezen legden hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

Toen Simon zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd gegeven wilde hij deze macht kopen maar Petrus bestrafte hem daarvoor  (Handelingen 8:14-25). Het kwam Simon niet toe om door handoplegging de Geest te geven, zelfs Filippus die zelf tekenen en grote krachten kon doen, bezat deze macht niet. Enkel de apostelen hadden deze macht (vgl Handelingen 19:5-7; 2 Timoteus 1:6).

Paulus zegt daarom ook tegen de christenen te Rome “Want ik verlang u te zien om u enige geestelijke gave mede te delen tot uw versterking” Romeinen 1:11 (1 Korintiërs 12:1-11). Hij sprak ook over het einde van deze gaven (1 Korintiërs 13:8-13).

 

 

 

Gebeuren er nog tekenen en wonderen?

 

Jezus, Zijn apostelen en hen die door handoplegging van de apostelen de Geest ontvingen, konden tekenen en wonderen verrichten. Deze tekenen en wonderen zijn geschied om te bevestigen dat de sprekers boodschappers van God waren.

“Daarom moeten wij al onze aandacht richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken. Want als het door engelen gesproken woord al zo veel rechtskracht bezat dat op elke overtreding en ongehoorzaamheid een rechtmatige straf volgde, hoe zullen wij dan aan die straf ontkomen wanneer we geen acht slaan op de zoveel meer omvattende redding die begonnen is met de woorden van de Heer, en die voor ons bevestigd werd door hen die deze woorden hebben gehoord? Ook God zelf getuigde daarvan, door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten, en door de gaven van de heilige Geest overeenkomstig zijn wil te verdelen” Hebreeën 2:1-4.

Het Woord van God is op betrouwbare wijze aan ons overgeleverd en God zelf heeft dat Woord bevestigd! Laat u niet misleiden door hen die beweren Gods boodschappers te zijn en zeggen tekenen en wonderen te kunnen doen (zie 2 Tessalonissenzen 2:9-17). Hedendaagse tekenen en wonderen komen nog niet eens in de buurt van wat Gods ware boodschappers deden in de eerste eeuw. Breng het woord van Jezus en Zijn apostelen, dat eens voor altijd is overgeleverd, in toepassing en God zal met u zijn (Filippenzen 4:9; Judas 3).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’ 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten . Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Bijbel is een instructieboek

Standaard

categorie : religie

 

 

biblewhyjar-dead-sea-scroll-jar

 

 

 

Doel van de Bijbel

 

Het doel van de Bijbel is te dienen als een instructieboek bij het leven. Zo krijgen we van God een boek dat ons alles vertelt wat we als dienaar van God moeten weten.  Dat betekent dat we voor ons leven in Christus niet zijn aangewezen op aanvullende informatie van buiten-Bijbelse bronnen. Let op, we hebben het hier niet over hulpmiddelen voor Bijbelstudie.

Het betekent ook dat we in de Bijbel niet moeten gaan zoeken naar informatie over onderwerpen die niets met die doelstelling te maken hebben. Daar komt ook nog bij dat de Bijbel een kenmerkend eigen taalgebruik hanteert wat op zichzelf niet moeilijk is maar wel inzet vraagt.

Je hoeft er niets anders voor te doen dan het Boek regelmatig en met aandacht te lezen. Heel veel gekibbel over zogenaamde ‘geloofszaken’ heeft te maken met het feit dat mensen de ‘buitengrenzen’ uit het oog hebben verloren. Daarom willen we daar nu wat aandacht aan besteden.

 

 

De Bijbel is geen geschiedenisboek

 

Om te beginnen moeten we beseffen dat de Bijbel geen geschiedenisboek is. We vinden alleen die dingen die ons lessen kunnen leren wat kan betekenen dat de beschreven gebeurtenissen soms niet op elkaar lijken aan te sluiten. Dat komt dan omdat we bepaalde informatie missen om die aansluiting te begrijpen, wat geen tekortschieten van de Bijbel is.

De Bijbel heeft op dat moment niet de doelstelling ons die historische ontwikkeling duidelijk te maken, omdat dat niet nodig is. En dat is dan alvast de eerste conclusie: we moeten leren ons bij elk verhaal af te vragen wat het ons wil leren.  Alles wat er in een verhaal staat is van belang, maar wat er niet staat hoeven we blijkbaar ook niet te weten. Dat zou ons maar afleiden van de zaken waar het wel om gaat.

 

 

Sodom en Gomorra als voorbeeld

 

Iedereen kent het verhaal van de ondergang van ‘Sodom en Gomorra’. Maar in Richteren 19 vinden we bijna net zo’n verhaal. Dat wil ons kennelijk vertellen dat de toestand in Israël zover was afgegleden dat die op het niveau was beland waarvoor God enkele eeuwen eerder een aantal belangrijke steden van de Kanaänieten volledig had weggevaagd.

Maar ook al staat het bijna aan het eind van dat boek, toch zijn commentatoren het over eens dat dit verhaal zich moet hebben afgespeeld kort na de dood van Jozua, en dus heel aan het begin van de ruim 3 eeuwen lange periode van de Richteren. Wat hier van belang is, is kennelijk de les die het ons leert en niet het geschiedkundige verloop van die periode.

 

 

De Bijbel geeft ook geen biografieën

 

Zo zijn ook levensbeschrijvingen van personen in de Bijbel geen biografieën maar praktijklessen die ons vertellen hoe het wel of juist niet moet. Of hoe het na een goed begin dramatisch verkeerd kan gaan, en waarom dan precies.

Het loont daarbij altijd om op zoek te gaan naar overeenkomsten en verschillen tussen personen in vergelijkbare situaties:

voorbeelden

  • de verloochening door Petrus tegenover het verraad van Judas,
  • Judas tegen Jezus als kopie van Achitofel tegen David,
  • het nieuwe paasfeest van Hizkia tegenover dat van Josia,
  • Petrus als apostel vergeleken met Paulus als apostel.

 

Ook zien we dat de evangelisten ons duidelijk laten weten dat zij een selectie hebben gemaakt uit het voorhanden zijnde materiaal, omdat we anders door de bomen het bos niet meer zouden zien (zie bijvoorbeeld Johannes 21:25). We moeten er daarom dus ook op verdacht zijn dat ze ons die keuze niet chronologisch presenteren, maar gerangschikt naar thema. Dat was in het OT dus al niet anders, al wordt dat vaak onvoldoende beseft.

 

 

god_gevoel

 

 

 

Gelijkenissen

 

Een aparte vorm van onderwijs vormen de gelijkenissen. In de Evangeliën zijn ze kenmerkend voor het onderwijs van Jezus, hoewel we ze in feite ook al in het OT tegenkomen. Een gelijkenis belicht een aspect van de leer door een abstract principe te plaatsen in een alledaagse situatie, die in principe een verhaal en geen werkelijkheid is, al zijn in sommige van Jezus’ gelijkenissen wel historische achtergronden te herkennen.

Soms gaat de beschrijving van die situatie echter over de grenzen van een geloofwaardige werkelijkheid heen, wanneer de illustratie dat vergt. Dat is duidelijk in:

“Wie van u, die honderd schapen heeft en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt?” (Lucas 15:4).

 

De nadruk ligt hier op het zoeken van dat ene schaap, ondanks het bezit van nog 99 andere, niet op de vraag of je die ook in werkelijkheid onbewaakt achter zou laten.

En van de man die ontdekt dat een bepaalde akker een schat bevat en vervolgens die akker voor de gangbare prijs koopt zonder de eigenaar in te lichten over de werkelijke waarde ervan (Matteüs 13:44-46). Hier staat niet het morele aspect van zijn handelen ten voorbeeld, maar alleen het feit dat hij er alles voor over heeft om die akker in bezit te krijgen.

 

 

Overdrijving als leermiddel

 

Soms bevat een gelijkenis duidelijk absurde elementen die juist zijn bedoeld om onze aandacht ergens op te vestigen. Dat een koning zijn leger zou uitzenden om de steden van zijn niet geïnteresseerde bruiloftsgasten plat te branden terwijl het eten, bij wijze van spreken, al op tafel staat (Matteüs 22:7) lijkt in werkelijkheid niet zo voor de hand liggend.

Maar het legt extreme nadruk op het unieke van de uitnodiging en het feitelijk absurde karakter van een afwijzen daarvan. Evenzo klinkt het niet waarschijnlijk dat de eigenaar van een wijngaard aanvankelijk geen enkele actie zou ondernemen wanneer de pachters daarvan zijn slaven vermoorden zodra die de pacht komen ophalen, maar in plaats daarvan steeds weer andere zendt, en pas in actie komt wanneer ze ook zijn zoon doden.

Het beschrijft op treffende wijze de absurde situatie van een onwillig volk, en dan vooral hun leiders, waar God door de eeuwen heen wel mee heeft gehandeld, wat voor ons overigens een dringende waarschuwing is om niet zo te handelen.

Zo moeten we ook bij de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus niet de fout maken daarin een beschrijving te lezen van hoe het hiernamaals er uitziet; het vertelt ons alleen maar dat we onze erfenis niet tweemaal kunnen incasseren: eerst in dit leven en daarna nog een keer.

 

 

‘Highlighting’

 

Om effectief de Bijbel te kunnen lezen moeten we dus bedacht zijn op de doelstelling van dat Boek. Details worden er soms uitgelicht, helderder gepresenteerd of uitvergroot. We moeten de verhalen in de Bijbel zien als een fotografische werkelijkheid, maar dan wel zo bewerkt (highlighting) dat de dingen waar het om gaat er duidelijker en helderder uitspringen, zodat we de lessen niet hoeven te missen.

Toch moeten we daar oog voor hebben, want het talent van de mens om te negeren wat hij niet wil zien en alleen in te zoomen op wat hij wel wil zien is schier onbegrensd.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

God en geweld.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Je hoeft maar het tv-journaal te volgen, of je ploft midden in die realiteit. Wat een geweld en wat een leed! Wat is onze wereld voor miljoenen mensen een tranendal! Als je al dat verschrikkelijke op je laat inwerken, kun je als gelovige tot benauwende vragen komen. Waarom laat God dit toe, is wat er gebeurt, te rijmen met alles wat de Bijbel zegt over zijn liefde?

 

 

De onrust neemt nog meer toe wanneer we ons realiseren hoeveel geweld we zelfs in de Bijbel ontmoeten. Druipt Israëls geschiedenis vaak niet van bloed? En staat het Oude Testament niet vol met oordeelsaankondigingen die ons met huiver vervullen? In dit artikel staan we stil bij wat professor Eric Peels, de oudtestamenticus van de TU Apeldoorn, over God en geweld schrijft.

 

 

 

 

 

Grondlijn

 

Peels wijst er terecht op dat niet alle geweld hetzelfde is. Er is geweld dat door en door slecht is, dat uitsluitend het eigenbelang zoekt en de ander minacht. Maar er is ook antigeweld dat er juist op uit is het kwaad te keren en de ander tot zijn recht te laten komen. Het geweld dat terroristen hanteren, is iets anders dan wanneer de ME met harde hand de openbare orde herstelt.

De hele wereld van geweld kom je ook in de Bijbel tegen. Daarin is de Bijbel zeer actueel: hij gaat niet voorbij aan de rauwe werkelijkheid. En voor alle slachtoffers van kwaadaardig geweld mag het troostvol zijn dat de God van de Bijbel ook met het geweld van doen heeft. De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen.

Zeker als je de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament op zich bekijkt. Men kan zich de vraag stellen of dat wat
er bijvoorbeeld met Sodom en de inwoners van Jericho gebeurt, te rijmen is met een God van liefde. Maar dan vergeet je – wat Peels noemt – de grondlijn en doe je geen recht aan heel het Oude Testament. Deze grondlijn is die van recht en vrede. God laat zijn door de zonde verworden wereld niet los, maar werkt dwars tegen het kwaad in naar zijn wereld van recht en vrede.

Om tot die wereld te komen moet Hij soms onvermijdelijk ook gebruik maken van geweld. Antigeweld om het kwaad in te dammen, af te straffen en weg te doen. Sodom wordt omgekeerd. Jawel, maar Gods geweld is hier duidelijk antigeweld: de klachten over de praktijken van Sodom riepen om zijn ingrijpen (vgl. Gen. 18:20). En bij de inwoners van Kanaän was het niet anders (vgl. Gen. 15:16).

Wie denkt dat het Oude Testament geweld verheerlijkt, gaat eraan voorbij dat het een verstrekkende antigeweldboodschap bevat. Juist in tegenstelling met religieuze teksten uit de oude wereld rondom Israël. In een cultuur van grenzeloze wedervergelding (Lamech, 77 keer, Gen. 4) zegt God: slechts één oog voor een oog, slechts één tand om één tand (Lev. 24:20).

Frappant is hoezeer de profeten Israëls koningen om hun geweld ter verantwoording roepen. David mag Gods huis niet bouwen, nota bene omdat hij ‘een man van bloed’ is.

 

 

 

 

 

Godsbeeld in het Oude Testament

 

Maar wat het Oude Testament zegt over Gods antigeweld en zijn afkeer van onrechtmatige agressie, brengt ons vragend hart niet tot rust. Integendeel, het roept extra spanning op. Want hoe is dat alles dan te rijmen met een voor ons gevoel buitensporig goddelijk geweld bij de omkering van Sodom, de zondvloed, de uitroeiing van Amalek en in schrikbarende oordeelsprofetieën als Amos 4? Als de Here een God van liefde is, kan dit toch niet.

Is het ook niet in strijd met die grondlijn die we ontdekten in het Oude Testament? Peels wijst erop  dat er
zich in het denken van moderne mensen over God een ingrijpende verandering heeft voltrokken. Je kunt spreken van een metamorfose in het godsbeeld. Het is van kleur verschoten, zachter en lichter geworden. God is niet meer de Koning, de Rechter, de Wreker.

Het accent komt te liggen op zijn barmhartigheid, liefde en genade. Deze metamorfose past goed in een cultuur die voorrang geeft aan de mondige mens met zijn keuzevrijheid en zelfontplooiing. Geloof moet passen bij de mens en aansluiten bij de eigen ervaring. Waar vorige generaties bijbellezers weinig problemen hadden met al het geweld in de Schrift, roept dit thans problemen op doordat het beeld dat men van God heeft, veranderd
is.

Diep in het Oude Testament is de verkondiging verankerd van de barmhartige God die liefde is en die daarom ook zo ontzagwekkend kan toornen. Hij, die het recht en de gerechtigheid liefheeft, blijft niet onbewogen bij de schending daarvan. In een eerdere studie wees Peels op Gods heilige naijver (vgl. Ex. 34:14; Deut. 5:9; Nah. 1:2), die niet duldt dat Hem tekort wordt gedaan.

Wat de Schrift daarover zegt, dient ook ons beeld van God te bepalen, want het gaat hier om iets wat zeer wezenlijk voor onze God is. Wanneer wij denken: dit is voor ons gevoel buitensporig, moeten we bescheiden zijn. Daarvoor is de demonische werkelijkheid van het kwaad te groot en de ondoorgrondelijkheid van de God van de Bijbel te groot.

De geweldteksten in het Oude Testament openen onze ogen voor wie de God van liefde ook is, en wie wij mensen zijn. Hij is de totaal Andere, de Heilige die geen geweld uitoefent om het geweld, maar bij wie geweld op de een of andere manier steeds weer heeft te maken met zijn afschuw van het kwaad. Zijn geweld staat in het brede kader van zijn gerechtigheid, en dient het herstel van vrede en recht.

 

 

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

De kerk heeft altijd ook het Oude Testament als Gods gezaghebbend Woord vastgehouden. Vanzelfsprekend is dit niet. Juist de geweldteksten gaven aanleiding voor de roep om het Oude Testament af te schaffen. De ketter Marcion maakte in de tweede eeuw reeds korte metten met het Oude Testament. De God van toorn en geweld is niet de Vader van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament verkondigt ons een andere God, de God van liefde en vrede. Nog altijd spookt de geest van deze ketter rond wanneer het gaat om het beeld van God waaraan moderne mensen (soms ook christenen) de voorkeur geven. Peels wijst erop dat er geen tegenstelling is tussen de beide testamenten op dit punt. De
nieuwtestamentische auteurs hebben helemaal geen kritiek op het Oude Testament.

Integendeel, zij citeren het en halen zelfs woorden uit de vloekpsalmen aan. Jezus gebruikt soms in zijn waarschuwingen voor de hel de taal van het geweld. Het Lam blijkt ook een Leeuw te zijn. De gemeente wordt op het hart gebonden dat onze God ‘een verterend vuur’ is (Heb. 12:29). In het Nieuwe Testament wordt pas goed duidelijk hoezeer Gods toorn over afkerige mensen gaat (Joh. 3:36; Rom. 1:18).

Gods toorn is duidelijk te lezen in de Openbaring, een boek dat vol is van het geweld dat de toorn van God en van het Lam over onze wereld brengt. Er is geen tegenstelling tussen het Oude en het Nieuwe Testament, wel een verschil, zo schrijft Peels. Het verschil is niet een ánder godsbeeld. Wel is het zo dat vrede en verzoening
in het Nieuwe Testament meer nadruk krijgen.

 

Dat komt omdat de weg van God met zijn volk en de wereld veranderd is. In de persoon en het werk van Jezus Christus.

 

In Hem is de wereld van vrede definitief doorgebroken en reikt God met het evangelie de hand aan alle volken. De kerk behoeft niet meer met geweld haar erfenis te bevechten, maar strijdt nu met het Woord, terwijl ze biddend uitziet naar de dag waarop God aan al het geweld van mensen een einde maakt en zijn vrede voorgoed aanbreekt.

 

 

 

 

 

Afsluitend

 

De bijdrage van professor Peels laat de lezer zien hoe actueel deze bijdrage is. Hier wordt echt een ‘heet hangijzer’ aangepakt en worden we verder geholpen als het gaat om de vraag wat we aanmoeten met de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament, en hoe een God van liefde ook ‘verwoesting’ op aarde kan aanrichten (vgl. Ps. 46:9).

Peels’ bijdrage komt in de prediking te weinig aan bod, terwijl een kerkganger er best mee zit en in de
theologie van vandaag is het thema ‘God en het geweld’ volop aan de orde. Peels’ bijdrage is beperkt. Dat kon ook niet anders. Het recht doen van God aan verdrukten, dat ook in het Oude Testament zo sterk naar voren komt, blijft onderbelicht.

De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen omdat God recht zal doen. Wat Peels schrijft, vormt een belangrijke aanzet om af te rekenen met het kwellende idee dat in het Oude Testament de bron van veel geweld en
agressie ligt.

 

 

 

 

 

 

 

Roddelen is verkeerd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Roddelen en kwaadspreken

 

Het is duidelijk dat kwaadspreken over anderen, roddelen, het karakter van satan typeert. Wie roddelt, begeeft zich op het terrein van satan.

 

 

 

Waarom is roddelen verkeerd?

 

 

Roddel heeft geen begrip voor de ander


Roddel komt vaak voort uit jaloezie, of een slecht zelfbeeld. Er wordt vaak geroddeld over mensen, die andere gewoontes hebben. Roddel stelt iemand in een negatief daglicht en kent geen mededogen of barmhartigheid.
Bij kwaadspreken gaat men voorbij aan de persoonlijkheid en de achtergrond van waaruit iemand handelt. Daarom staat er ook in de tien geboden:

Gij zult geen vals (leugenachtig, misleidend) getuigenis spreken tegen uw naaste. (Exodus 20:16)

 

 

 

Roddel leidt een eigen leven en dient vaak de leugen

 

Als iemand iets negatiefs over een ander hoort vertellen, wordt dat gewoonlijk weer aan anderen doorverteld en gaat het verhaal een eigen leven leiden. Meestal wordt het steeds pittiger en dramatischer. Iets dat verteld wordt als een veronderstelling, “ik meen te weten dat …”, wordt gaandeweg steeds zekerder en uiteindelijk doorverteld als een vaststaand feit.

 

 

 

Roddel ontneemt iemand de eerste indruk


Wanneer iemand een persoon, over wie men heeft horen roddelen, voor het eerst ontmoet, zal hij er moeite mee hebben om vrij en open tegenover deze persoon te staan. De eerste indruk is bij voorbaat negatief beïnvloed.
Hierdoor ontstaat argwaan en de ander zal zich, onbewust, eerst moeten bewijzen, om die argwaan weg te nemen.

 

 

 

Roddel beïnvloedt de manier waarop men over iemand denkt

 

Stel dat, om wat voor reden dan ook, mijnheer X zich bedrinkt. Het is mogelijk dat dit nooit eerder is gebeurd en ook nadien niet meer, maar net die ene keer heeft iemand dat gezien. Als deze persoon overal gaat rondvertellen, dat hij mijnheer X dronken gezien heeft, dan is de kans reëel dat hij door veel mensen als een dronkaard wordt beschouwd en dat men hem gaat mijden.

 

 

 

Roddel brengt verwijdering tussen mensen

 

Het is duidelijk dat er in het vorige geval een verwijdering ontstaat tussen mijnheer X en zijn omgeving.
Roddel is vaak de oorzaak van geschillen binnen families en hele gemeenschappen kunnen uit elkaar vallen vanwege kwaadsprekerij.

 

 

 

Wie roddelt wordt een tegenstander van God

 

Jezus bad tot zijn Vader:

Ik bid …  voor hen, die … in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.   (Johannes 17:20-21)

Aan de andere kant zei Jezus:

Wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.   (Mattheüs 12:30 / Lukas 11:23)

 

 

 

 

Wie roddelt, brengt verwijdering tussen mensen en speelt de satan in de kaart

 

 

Roddelen veroordeelt


Oordelen is niet aan de mens. Zelfs Jezus zei:

Indien iemand naar mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart, Ik oordeel hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden. (Johannes 12:47)

 

 

 

Roddel getuigt van onvergevingsgezindheid

 

Farizeeën kwamen bij Jezus roddelen over een vrouw, die betrapt was op overspel. Ze hadden haar zelfs meegebracht en volgens de wet van Mozes moest zij gestenigd worden, samen met de man waarmee ze overspel gepleegd had. De farizeeën hadden de wet aan hun kant.

Maar Jezus zei:

Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar.   (Johannes 8:7)

 

En toen iedereen afdroop, zonder verder iets te zeggen, zei Hij tot de vrouw:

Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!   (Johannes 8:11)

 

 

 

Wie roddelt heeft niets begrepen van de liefde van Jezus

 

Paulus schrijft:

Wie zijt gij, dat gij de knecht van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Here is bij machte hem vast te doen staan.   (Romeinen 14:4)

 

Het is verkeerd om een oordeel over anderen uit te spreken en helemaal verkeerd om dit persoonlijke oordeel rond te bazuinen.

 

Wie roddelt verstrooit, schaadt mensen en schaadt ook het getuigenis van de gemeente in de wereld, als het beeld van Jezus Christus.

 

 

 

 

 

Hoe God wil dat mensen met elkaar omgaan

 

Indien iemand in de fout is gegaan, waarschuwt Paulus:

Broeders (zusters), zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.   (Galaten 6:1)

 

Wie tot in het diepst van zijn hart beseft volkomen aanvaard en vergeven te zijn door Jezus, staat vergevingsgezind in het leven.

 

De opdracht is:

God lief te hebben boven alles en je naaste als jezelf.   (Lukas 10:27)

 

 

 

God geeft een geweldige belofte

 

Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat,

wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt,

dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.

En de Here zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.

En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van straten. (Jesaja 58:9-12)