Dagelijks archief: oktober 13, 2022

Roos: etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Roos etherische olie

.

Roos etherische olie is de koningin van de etherische olie.

De rozenstruik komt oorspronkelijk uit Perzië en werd langzamerhand in gematigder gebieden geïntroduceerd.

De beste etherische olie komt uit Turkije, Bulgarije, Marokko en Frankrijk.

De echte rozen-olie van de Provençaalse en Damaceense Roos wordt gewonnen door waterdamp destillatie.

 

 

 

.

Rozenolie heeft de hoogste frequentie van alle etherische oliën.

Afhankelijk van de rozensoort heeft de olie een lichtgele tot oranjebruine kleur en een warme, liefelijke zoete geur.

Voor 1 kilo olie benodigt men 5000 kilo bloemblaadjes.

Goedkopere soorten rozenolie worden met alcohol geëxtraheerd uit de bloemen, deze olie is amberkleurig en heeft een warme zoete geur, echter veel harder en vlakker dan de echte rozenolie.

 

Als je voor het eerst echte rozenolie ruikt zal je je verbazen over de geur.

Dit komt omdat je vaak door de vele cosmetica en parfums met rozengeur een verkeerde indruk krijgt. Je verwacht dan van rozenolie dezelfde geur als van deze producten.

 

Ruik de olie nooit vanuit het flesje maar doe 1 druppel op een tissue of nog beter, op een aromasteen. Na korte tijd zal de olie zijn geur ontvouwen en de omgeving veranderen in een heerlijk geurende rozentuin. Je zult merken dat de geur van de olie gelijk is aan die van een pas ontloken roos en een paar uur duidelijk aanwezig zal zijn.

Rozen olie is opwekkend, harmoniserend en bekend om zijn helende en antibacteriële eigenschappen.

Van oudsher werd rozenolie beschouwd als een vrouwelijke olie, het heeft dan ook een opmerkelijke gunstige invloed op de vrouwelijke organen. De olie reguleert de menstruatie en de emotionele klachten die hiermee verbonden zijn.

Bovendien is het ideaal in huid- en gezichts olie en in parfum en bad.

Omdat echte roos etherische olie zeer kostbaar is wordt het vaak aangeboden als mengsel van 3-5% etherische olie in een basis van jojoba olie.

 

 

 

Roos etherische olie in de aromatherapie

.

Roos etherische olie wordt in de aromatherapie gebruikt bij:

huidontstekingen, verzorging voor de droge, gevoelige en rijpere huid, hooikoorts, astma, hoesten, oorpijn, hoofdpijn, slapeloosheid, nervositeit, neerslachtigheid, vermoeide spieren, eczeem, spataderen, gesprongen adertjes (couperose), herpes, rimpels, hartkloppingen, mentale vermoeidheid, hoofdpijn, stress, overgangs-problemen, premenstruele spanningen, menstruatieproblemen.

 

 

 

.

Psychische effecten

 

Rozenolie geeft psychische energie en schenkt rust aan mensen die geestelijk overspannen of terneergeslagen zijn. Deze olie schept een vredige en harmonische sfeer.

Rozenolie brengt genezing voor de hartchakra en helpt deze zich te openen als ze zich door verdriet heeft gesloten. Als de hartchakra open is versterkt deze olie de energie ervan en laat de liefdesenergie uitstralen

 

Rozenolie kan goed gecombineerd worden met:

 

 

.

 

 

Gebruik van roos etherische olie

 

Parfum: maak van 1 druppel Roos en 5 ml. Jojoba- of Amandelolieolie een heerlijke parfum die lang actief blijft.

Lichte brandwonden: 1-2 druppels Roos in een eetlepel amandel olie mengen. Met dit mengsel de wonden insmeren.

Serum voor ontstoken, gevoelige huid, acne:2 druppels roos, 4 druppels kamille en 2 druppels geranium mengen met 40 ml. jojoba olie en 10 ml. tarwekiem olie. Dit serum 2x per dag de huid na het reinigen inmasseren.

Bij onzuivere huid, puistjes, pukkeltjes, wondjes, zweertjes: voeg 1 druppel roos toe aan een glas, gekookt, afgekoeld water. Goed roeren, hiermee 1 à 2x per dag de huid deppen.

Verdampen: 2 druppels roos en 1 druppel lavendel in de aromalamp in de slaapkamer zorgen voor een goede nachtrust.

 

 

 

 

Ravintsara : etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Ravintsara etherische olie

 

 

 

 

.

Ravintsara etherische olie is een zeer weldadige olie voor de koude wintertijd. Tevens is het een zeer goede geur om je woonruimtes energetisch te reinigen en een frisse geur te geven.

 

Ravintsara, Cinnamomum camphora, wordt gewonnen door stoomdestillatie van het blad

De olie heeft een heldere frisse kruidige geur met een lichte kamfernoot. De geur doet ook iets aan eucalyptus denken.

 

 

 

 

.

Van de Cinnamomum camphora uit Madagaskar komt de ravintsara olie, Het is een prachtige boom met glanzende bladeren.

Deze olie wordt vaak verkocht als ravensara olie, die heeft echter een andere werking.

De werking van ravintsara olie is vergelijkbaar met die van kamfer etherische olie, echter is het kamfer aandeel in de ravintsara olie lager en daardoor milder in gebruik en zeer geschikt voor de aromatherapie.

 

 

 

Gebruik van ravintsara etherische olie in de aromatherapie

 

Ravintsara olie heeft een kramp verminderende en pijnstillende werking heeft en daarom heilzaam is bij de behandeling van reumatische klachten, spierpijnen en kneuzingen.

Ravinstara olie kan onder meer gebruikt worden bij; opkomende verkoudheid, hoesten, koude rillingen, griep en infecties, koorts,  onzuivere huid, jeuk, jeugdpuistjes, kneuzingen, verstuikingen, ontstekingen, reumatische pijnen, spierpijn, artritis, slechte doorbloeding van de benen, schaafwonden en zenuwpijnen.

 

 

Psychische effecten van Ravintsara etherische olie

 

Ravintsara heeft een rustgevende en kalmerende werking vooral bij depressies.

De olie richt de aandacht weer op het wezenlijke. Hij laat de geest weer op krachten komen en sterkt het zelfvertrouwen.

Je kan 5 tot 8 druppels verdampen in een aromadiffuser (ook om ruimtes energetisch te reinigen) of  in acute gevallen en bij mentale uitputting 1-2 druppels inhaleren vanaf een tissue of een paar druppeltje in een inhalator doen.

Ravintsara kan goed gemengd worden met lavendel, jeneverbes, verschillende ceder soorten, cajeput, lavandin, citroen, limoen en wierook.

 

 

 

 

 

Recepten met ravintsara etherische olie

 

  • 6 druppels verdampen in een aromadiffuser geeft verlichting bij verkoudheid, luchtwegklachten en bronchitis.
  • Bij kneuzingen brengt een koud kompress met enkele druppels ravintsara olie verlichting.
  • Bij jeuk een paar druppels olie oplossen in gekookt water, de jeukende plekken met het lauwe mengsel deppen om de jeuk te verlichten.
  • Puistjes: een paar druppels samen met wat lavendel etherische olie oplossen in wat water en daarmee huid met acne/puistje `s morgens en `s avonds na het reinigen als tonic gebruiken op een wattenschijfje.
  • Ravintsara olie kan goed gebruikt worden in massage olie: de olie heeft een sterke kramp- en pijnstillende werking en werkt tegen spierpijn.

Contraïndicatie: ravintsara niet gebruiken tijdens de zwangerschap en bij kinderen onder de 2 jaar.

 

 

 

 

 

Wrangwortel : Helleborus viridis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

warangwortel

.

 

Goed te herkennen aan
– de grote, geelgroene schotelvormige bloemen en
– de vroege bloeitijd

 

 

 

 

 

Algemeen 

 

Wrangwortel komt oorspronkelijk uit de bergen van Midden-Europa. Van nature komt ze hier niet voor , maar is ze als stinsenplant aangeplant en verwilderd. Wrangwortel is een giftige, reukloze, overblijvende, uiterst zeldzame plant, die groeit op vochtige, kalkhoudende grond op grazige, licht beschaduwde dijkhellingen en in vochtige loofbossen, vooral op klei. Ze staat op de rode lijst als zeer zeldzaam en sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Wrangwortel wordt 20 tot 40 cm hoog en bloeit in maart en april met geelgroene, schotelvormige, iets hangende bloemen. Ze hebben 5 bloemdekbladen, zeer veel meeldraden en 3, 4 of 5 stijlen.

 

 

wrangwortel-snel-_017_30_tekst

 

 

.

Bladen

 

De geelgroene bloemdekbladen zijn eigenlijk de kelkbladen. De kroonbladen zijn vergroeid tot nectariën (nectarbakjes), die in het hart van de bloem onderaan de meeldraden zitten. Meestal zijn er twee lang gesteelde, glimmende, wortelstandige, donkergroene, handvormig gedeelde, getande bladeren en hoger aan de stengel enkele kleinere ook handvormig gedeelde, lichter groene stengelbladeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd wrangwortel gebruikt door boeren om koeien te behandelen, die de ziekte wrang hadden. Hoewel wrangwortel giftig is, wordt ze in de homeopathie gebruikt bij storingen in de nierfunctie en ziekten van de uri-newegen. Vergelijkbaar met wrangwortel is de kerstroos. Deze komt bij ons alleen voor als tuinplant, is duidelijk lager en bloeit met witte (soms roze) bloemen.

.

 

kerstroos

kerstroos

 

.

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– uiterst zeldzaam
– 20 tot 40 cm

Bloem
– groengeel
– maart en april
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 3 tot 5 cm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 3, 4 of 5 stijlen

Blad
– verspreid en wortelstandig
– enkelvoudig
– handvormig
– top spits
– rand gezaagd
– voet gevleugeld
– hand-/netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Warning or Illumination? 2020?/ Waarschuwing of verlichting? 2020?

Standaard

Category/categorie: video/religie

 

 

 

Warning or Illumination? 2020?

 

Waarschuwing of verlichting? 2020?

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De leer van Boeddha : deel 8

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd. 

 

.

sukhothai-wat-si-chum-01moonik

.

 

.

Rituelen

.

De monniken zijn voor hun voedsel afhankelijk van de bevolking. ’s Ochtends vroeg lopen ze zwijgend met hun bedelnap door de straten. De gelovige die het eten schenkt, dankt de monnik dat hij het eten in ontvangst heeft willen nemen, omdat op deze wijze goede daden verricht kunnen worden.

Op de dag dat een Thaise jongen wordt toegelaten tot een monniksorde krijgt hij geschenken van zijn familie. Zo’n geschenkenpakket bevat bijna altijd een monnikspij, een bedelnap, etenspannetjes, een waaier, kussens, een scheermes voor baard- en hoofdhaar, zeep en tandpasta, een boekje met boeddhistische teksten en kaarsen en wierook.

Soberheid is een belangrijk Zen-ideaal. Op veel plaatsen in de Japanse samenleving komt dit tot uiting, zoals bijv. in het bloemschikken (ikebana) en in de woninginrichting.

.

.

Een veel gebruikt voorwerp in het Vajrayana-Boeddhisme is de gebedsmolen.

.

.

cms_visual_16808gebedsmolen

 

 

De ‘bus’ van de gebedsmolen bevat strookjes rijstpapier. Meestal is dit bedrukt met honderden malen hetzelfde gebed (mantra). Wanneer de pols regelmatig wordt bewogen, gaat de ‘bus’ draaien.  Iedere omwenteling van de molen versterkt het gebed.

 

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Waar zijn de doden?

Standaard

Categorie: religie

 

1. Het paradijs

 

Vlak voor zijn sterven vroeg een van de misdadigers die met Jezus gekruisigd werd aan hem: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt’ (Luc.23:42). De man krijgt van Jezus een duidelijk antwoord: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs’  Nog op deze dag, de dag van hun kruisiging, zal het verzoek van de misdadiger ingewilligd worden.

De uitdrukking ‘het paradijs’ doet denken aan Gen.2: 8: maar die aardse hof, die zich ergens in Mesopotamië bevond, is er niet meer. Nu leefde onder de joden de gedachte dat door de overtreding van Adam het paradijs verplaatst was naar een verborgen plek, ver buiten het bereik van mensen. Meestal dacht men dan aan de hemel, soms zelfs aan de derde hemel.

We lezen in het joodse boek 2 Baruch: ‘Ik (God) toonde haar (het hemels Jeruzalem) aan Adam, voordat hij zondigde, maar toen hij het gebod overtreden had, werd zij aan hem onttrokken, evenals het paradijs. En zie, nu blijft zij bij mij bewaard, evenals ook het paradijs.’

Ook Paulus spreekt over dit paradijs en ook hij lokaliseert het in de derde hemel. Dit blijkt uit de beschrijving van de bijzondere ervaring die hij meemaakte en waarvan hij in 2 Kor.12: 2-4 vertelt: ‘Ik weet van een mens in Christus dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft’.

Het paradijs als plaats van harmonie en vrede was voor de joden een aanduiding voor de tijdelijke rustplaats, waar de zielen van de rechtvaardigen na hun dood verblijven tot de opstanding der doden.

Tegen deze achtergrond kunnen we stellen dat Jezus de moordenaar die naast hem aan het kruis hing, belooft dat hij direct na zijn dood met Hem naar deze paradijselijke rustplaats mag gaan. En in deze verblijfplaats heeft Paulus door Gods genade een blik mogen werpen.

 

 

Paradijs

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2. Het dodenrijk is geen ‘hel’

 

Als verblijfplaats van de goddelozen tussen dood en opstanding noemt het Nieuwe Testament de hades. Het is van belang op te merken dat er verschil is tussen dodenrijk (hades) en hel (gehenna). Het is erg verwarrend dat sommige oudere vertalingen beide woorden met ‘hel’ vertalen. Dit is onjuist en hierdoor ontstaat er verwarring. Hades en gehenna zijn in het Nieuwe Testament als ook in het voorchristelijk jodendom geen synoniemen.

Het Griekse hades is een synoniem van het Hebreeuwse sjeool en kan het beste vertaald worden met ‘dodenrijk’. Het is in het Nieuwe Testament (als ook op vele plaatsen in de voorchristelijke joodse literatuur)  een tijdelijk verblijf, waar de zielen van de goddelozen zich na hun lichamelijke dood bevinden in afwachting van de opstanding van de doden. We zien dit in het Nieuwe Testament het duidelijkst in de gelijkenis van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus. ‘Toen hij [de rijke] in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde’ (Luc. 16:23).

De hades staat in nauw verband met de eerste dood, de dood van het lichaam, en heeft een tijdelijke functie. Bij het laatste oordeel geeft zij haar inwoners over om geoordeeld te worden. Zo lezen we in Openbaring 20: 13 ‘De dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.’

De gehenna daarentegen is de plaats die beschreven wordt als een ‘poel van vuur’ (Openb. 20: 14) en een ‘vurige oven’ (Mat. 13: 42), waartoe men veroordeeld kan worden aan het einde van de tijd (bv. in Mat.13:40-42). In het boek Openbaring beschrijft de apostel Johannes wanneer dit zal gebeuren, namelijk na de opstanding en het laatste oordeel (Openb.20: 12,15).

Aansluitend bij de moderne vertalingen moeten we concluderen dat het begrip ‘hel’ beperkt dient te worden tot deze gehenna. Uitgaande van de verschillende betekenis van beide woorden kunnen we vervolgens stellen dat de gehenna-hel momenteel nog ‘leeg’ is. Deze definitieve plaats van veroordeling krijgt pas een functie bij en na het laatste oordeel.

 

 

Satan, de tegenstander ,bestemd voor gehenna

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3.‘Eeuwige tenten’ en ‘veel woningen’

 

Wanneer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester verteld heeft, zegt Hij vervolgens: ‘En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.’ (Luc.16:9) De woorden ‘wanneer deze u ontvalt’ spreken over het moment van sterven. Sommige handschriften hebben zelfs ‘wanneer jullie sterven.’ Dan zal het er voor hen op aan komen, dat zij worden opgenomen in de eeuwige tenten.

 

 

Wat bedoelt Jezus hier met ‘eeuwige tenten’? 

 

In Johannes 14: 2 zegt Jezus: ‘In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.’

Met de aanduiding ‘het huis van Mijn Vader’ doelde Hij in dit verband op de hemel. Maar wanneer zullen de discipelen die ‘vele woningen’ mogen betrekken? Ook hier helpen geschriften uit de joodse apocalyptiek ons verder. In het Testament van Abraham, een joods geschrift uit de eerste eeuw, zegt God bij de dood van Abraham het volgende: ‘Draag dan mijn vriend Abraham naar het paradijs, waar de tenten  van mijn rechtvaardigen zijn en de woningen  van mijn heiligen, in diens schoot; waar geen moeite is, geen verdriet, geen gezucht, maar vrede en gejubel en leven zonder einde.’ (20: 10-14).

De ‘woningen’ die de heiligen direct na hun dood betrekken worden, evenals de ‘tenten’ van de rechtvaardigen gelokaliseerd in de ‘schoot van Abraham. En Jezus maakt duidelijk dat de ‘woningen’ zich bevinden in het ‘huis van de Vader’, de hemel.

 

 

Schoot van Abraham

 

Het beeld van de ‘boezem’ of ‘schoot’ (deel van het menselijk lichaam) komen we in het NT tegen in het gezegde ‘aanliggen aan iemands boezem’ of ‘in iemands schoot’, d.w.z. aan de maaltijd naast iemand aanliggen. Zo lag de discipel welke Jezus liefhad bij het Avondmaal aan Zijn boezem aan (Joh.13: 23), en lezen we in Luc.16: 22 hoe de arme door de engelen in Abrahams schoot of aan Abrahams boezem werd gedragen, d.w.z. hij mag met Abraham aanliggen aan het feestmaal van de rechtvaardigen. Het is in de eerste eeuw een vaste term geworden voor de plaats van vrede en geluk, waar de rechtvaardigen na hun dood heengaan.

 

 

Intrekken bij de Heer

 

Als Paulus over zijn dood spreekt in Filippenzen 1: 23-24 zegt hij het volgende: ‘van beide zijden word ik gedrongen; ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil’. Sterven is voor Paulus ‘met Christus zijn’. Deze eenheid met Hem beleeft hij nu al, maar hij verwacht dat deze band nog veel intenser zal worden na zijn dood. Daarom zegt hij: sterven en met Christus zijn is vergeleken bij blijven leven op aarde, verreweg het beste.

In 2Kor.5: 8 zegt hij: ‘Wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.’ Dit leven bij Christus, dat op de dood volgt, noemt Paulus een thuiskomen of ‘intrekken’ bij de Heer. De tegenwoordige tijd ‘wij hebben’ (2Kor.5:1) wijst op de zekerheid dat dit nieuwe bestaan gereed ligt op het moment dat het oude, aardse zal worden afgebroken.

 

 

Een tweefasenstructuur

 

Paulus spreekt zowel over een geborgenheid bij God direct na de dood, als over een latere opstanding van de doden (1Kor.15). De twee lijken temporeel gezien in elkaars verlengde te liggen. Men noemt dit een ‘tweetrapsverwachting.’  Een tijdelijke geborgenheid in de hemel bij Christus, die direct na het sterven ingaat zal gevolgd worden door een opstanding uit de doden aan het einde der tijden. We hoeven hier dus niet te denken aan een ontwikkeling in het denken van Paulus over dit thema, zoals vaak gezegd is.

Ook bij Jezus en de evangelist Lucas vinden we deze tweefasenstructuur. Er wordt enerzijds over de hades, het paradijs en de ‘eeuwige tenten’ gesproken, waar men direct na de dood zal verblijven, en anderzijds over een opstanding uit de doden aan het einde der tijden (Luc.20: 27-40). In de joodse apocalyptiek komen we dezelfde tweetrapsverwachting ook tegen (bv. in 4Ezra en 2Baruch; De Vries, 83-101).

 

 

 

4. Herinnering en herkenning

 

Zijn de gestorvenen tussen dood en opstanding al volmaakt? Zijn zij in die tussentijd bij volle bewustzijn en is hun aardse identiteit herkenbaar?

‘Wanneer de rijke in het dodenrijk zijn ogen opslaat, ziet hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot’ (Luc. 16: 23). Zowel de rijke als Lazarus leven na hun dood voort, de een in een gezegende paradijselijke geborgenheid bij Abraham, de ander in een voorlopig verblijf bestemd voor onrechtvaardigen. Beide zijn gescheiden door een ‘grote kloof’ (vs.26). De gestorvenen blijken elkaar te herkennen (vs.23, ‘ziet hij Abraham en Lazarus’), lichamelijk te functioneren (vs.24, ‘mijn tong verkoele’) en herinneringen te hebben aan het aardse leven (vs.25 en 27). Jezus vertelt een gelijkenis, maar dat betekent niet dat wat Hij hier vertelt geen werkelijkheid is. Gelijkenissen zijn geen fabels, maar reële voorbeelden uit het dagelijks leven met een geestelijke les.

Het duidelijkst echter spreekt het boek Openbaring zich uit over de hemelse situatie van de gelovigen tussen dood en opstanding. In Openbaring 7 mag Johannes een blik werpen in de hemel en mag in een gezicht het moment zien dat een grote schare uit alle volk, stammen en natiën en talen daar staat voor de troon en voor het Lam. De hemelse tolk zegt dan tegen Johannes dat deze mensen uit de grote verdrukking komen en we lezen het volgende in vers 15-17: ‘zij zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon gezeten is zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’

In de eerste plaats merken we op dat er gezegd wordt dat deze mensen uit de grote verdrukking komen; hun aardse identiteit is dus bekend. Verder zien we hier dat er activiteit is in de hemel (‘ze vereren Hem’). Het dienen van God gaat door. Hoewel de genoemde zegeningen sterk overeenkomen met die in het hemels Jeruzalem op de nieuwe aarde (Op.22:1-5) is de hemelse situatie toch een voorlopige. De opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde liggen nog in het verschiet.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 : De ruiters van de apocalyps en de martelaren onder de troon van God

 

 

 

5. Voorlopige heerlijkheid

 

Het voorlopige van het hemelse leven tussen dood en opstanding wordt ook benadrukt in Openbaring 6: 9-11 waar we lezen dat Johannes onder het altaar in de hemel ‘zielen’ van mensen ziet. Hij zegt: ‘Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: tot hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten’

Johannes spreekt hier over zielen die in de hemel zijn, maar het zijn wel zielen die kunnen roepen en bidden. Ze zijn dus blijkbaar bij hun volle bewustzijn. Ook hebben ze deel aan de zegeningen en de bestaanswijze van het hemelse leven, wat blijkt uit het witte kleed dat ze ontvangen. Maar nergens blijkt tegelijk duidelijker dan hier dat zij nog niet de uiteindelijke volmaaktheid genieten. De zielen vragen hoelang ze nog moeten wachten totdat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden. Er wordt hen gezegd dat ze nog een korte tijd moeten wachten, namelijk totdat het getal van hun broeders vol zal zijn. Hun hemelse heerlijkheid is voorlopig. Het volmaakte komt pas met de opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde.