Dagelijks archief: januari 14, 2023

Jezus’ boodschap aan de gemeente in de eindtijd – Liefdeloosheid en de kans op verdrukking.

Standaard

Categorie: religie/video

 

Jezus’ boodschap aan de gemeente in de eindtijd 

Liefdeloosheid en de kans op verdrukking.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Jezus’ boodschap aan de eindtijd gemeente – Geestelijke hoererij en onechtheid in het christendom

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

Jezus’ boodschap aan de eindtijd gemeente

 

Geestelijke hoererij en onechtheid in het christendom

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Dille olie

Standaard

Categorie: Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

.

.

Dille olie

.

Schermbloemenfamilie (Apiaceae of Umbelliferae)
Latijnse benaming: Anethum graveolens
Etherische olie verkregen door distillatie van zaden
Product afkomstig van de biologische landbouw: gecontroleerd door Certisys-BE1

.

.

Voorstelling

.

De schermbloemigen (apiaceae of umbelliferae) zijn overvloedig aanwezig in heel Europa. Verschillende onder hen bieden ons een etherische olie: anijs, karwij, koriander, venkel, enz. De etherische olie van dille bestaat uit monoterpenen en ketonen.

.

.

.

.

Eigenschappen

.

Ze handelt op winderigheden, kolieken en intestinale spasmen, want de etherische oliën van zaden hebben een anti-spasmodisch effect op de gladde spierweefsels die de peristaltische bewegingen van de darmen controleren. Ze bestrijdt de insufficiëntie van de lever en de galblaas. Het is eveneens een goed diuretisch middel en nierbeschermend.

.

.

Psycho-emotioneel vlak

.

Het aroma dat vrijkomt is fijn en fris en heeft een lichte anijssmaak. De etherische olie van dille oefent een neurotonisch en antidepressief effect uit. Ze harmoniseert het geheel van digestieve functies, frist de geest op en scherpt haar aan door haar buitengewone stimulerende werking.

.

.

.

.

.

.

Melisse olie

Standaard

Categorie: Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

.

.

Melisse etherische olie (citroenmelisse)

.

Melisse etherische olie, Melissa officinalis, ook bekend als citroenmelisse wordt gewonnen door stoom destillatie van de bladeren en bloemtoppen. De olie is lichtgeel van kleur en heeft een lichte, frisse citroengeur. Het wordt gebruikt vanwege zijn kalmerende en antivirale eigenschappen.

Melisse (citroenmelisse) olie is een van de meest kostbare oliën binnen de aromatherapie. Er is 8000 kg nodig om 1 liter olie te kunnen maken.Dit maakt melisse olie naast rozenolie de duurste etherische olie die te koop is. En daarom helaas ook een olie die vaak vervalst wordt.

.

.

Gebruik van melisse etherische olie in de aromatherapie

.

Melisse etherische olie wordt in de aromatherapie o.a. gebruikt bij; allergieën, astma, bronchitis, chronische hoest, gebrek aan eetlust, depressie, migraine, misselijkheid, ingewand stoornissen, postnatale problemen, hartkloppingen, onregelmatige menstruatie, opgeblazen gevoel, slapeloosheid, angst, spanning, shock, vertigo en stress.

Melisse kan in lage concentratie heel goed gebruikt worden om eczeem en andere huidproblemen te behandelen.

De olie kan ook verlichting geven bij allergieën en nerveuze hoofdpijn.

In de huidverzorging werkt melisse heel goed samen met roos of kamille, bij een gevoelige of geïrriteerde huid.

Heel nuttig bij overgeven, indigestie en buikkrampen. Brengt verlichting bij hartkloppingen en verlaagt de bloeddruk.

.

.

melisse etherische olie

.

.

Psychisch

.

Melisse etherische olie kalmeert de zenuwen en heeft een verzachtende, kalmerende en ontspannende werking.

Melisse heeft een affiniteit met zowel het zonnevlechtchakra als het hartchakra.

De olie heeft ook een grote waarde bij sterf- en rouwprocessen. Melisse staat van oudsher bekend om troost te kunnen geven aan mensen die een rouwproces doormaken, vooral in gevallen waarin een geliefd persoon onverwacht, bijvoorbeeld bij een ongeluk, overleden is.

Melisse kan ook troost bieden aan mensen die weten dat ze stervende zijn, en aan hun vrienden en bloedverwanten.

.

.

Combineren

.

Melisse kan goed gecombineerd worden met lavendelgeranium, roos, kamille en alle soorten citrus etherische olie.

.

.

Contra indicatie

.

Spaarzaam gebruiken of goed verdunnen in plantaardige olie, kan in hogere concentraties irritaties veroorzaken

.

.

Tips voor gebruik

.

Een bad bij slapeloosheid en migraine klachten: 5 druppels melisse etherische olie en 5 druppels lavendel etherische olie mengen met een beetje melk, een lepel dode zeezout of een lepeltje honing. Dit toevoegen aan een warm bad en na het baden meteen naar bed gaan.

Stip koortsblaasjes meer maal daags aan met een wattenstaafje met een druppeltje melisse olie.

Een paar druppeltjes verdampen in een diffuser, werkt ontspannend en laat spanningen verdwijnen. Helpt ook bij rouwverwerking en verdriet.

.

.

.

.

.

.

Het auraveld

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

De Aura is een onzichtbare kleurrijke energieveld in de vorm van een ei rond het fysieke lichaam van een levend wezen. Het is bekend dat mensen, dieren, planten en  mineralen een aura of een lichtstraling rond zich heen hebben die wij niet met een bloot oog kunnen waarnemen. Je kunt een aura een lichtlichaam noemen.

 

 

Wat is een auraveld vanuit spiritueel perspectief?

 

Een menselijk auraveld is een persoonlijk energiereservoir die als een schaal van licht de energiestroom vanuit de Centrale Kosmische bron opvangt. Deze stroom wordt aan ieder mens dagelijks via het kristallen koord toegediend. De chakra’s ofwel de spirituele energiecentra van de mens vangen die levensenergie op, verspreiden het door ons gehele lichaam en stralen het licht vervolgens weer uit die onze persoonlijke kwaliteiten vertoont.

De chakra’s nemen de neutrale energie in en blazen de energie eruit die door de persoon zelf gekwalificeerd en gekleurd wordt. Omdat het licht van de aura geen harde materiële substantie is, verandert ze voortdurend van vorm en kleur. De kleur, vorm en grootte van de aura is voor ieder levend wezen heel persoonlijk. De samenstelling van de aura is afhankelijk van het karakter van het individu, maar ook van zijn levensopvattingen, doeleinden, bezigheden en zijn fysieke, emotionele en geestelijke toestand in een bepaald moment.

Iedere persoon is verantwoordelijk voor de lichtfrequentie rond zich heen. Een aura is het complexe resultaat van onze creativiteit die uitgevoerd wordt door middel van de persoonlijke vrije wil. Heel vaak zijn wij niet bewust van dit proces omdat een gewoon mens niet in staat is om zijn eigen creatie(aura) te zien.

 

 

Iedere aura bevat een schat van informatie over de persoon zelf, zoals:

 

– wat voor een karakter een persoon heeft

– waar de persoon zich mee bezig houdt

– hoe gezond, ontspannen of gestrest de persoon is

– hoe emotioneel explosief of emotioneel stabiel de persoon is

– wat voor gedachtenpatroon de persoon heeft

– welk bewustzijnsniveau de persoon heeft ontwikkeld

 – waar zijn prioriteiten liggen
– welke talenten de persoon heeft
– waar zich de blokkades in de aura bevinden
– wat de sterke kanten van de persoon zijn
– hoe positief en gelukkig hij in het leven staat
.
.
.
.
.
.
.
.

Wat zeggen de kleuren in de aura?

 

Iedere kleur is een drager van informatie over ons bewustzijn, activiteiten en omstandigheden in ons leven. Als een bepaalde kleur in ons aura aanwezig is, dan verwijst hij naar een of een ander aspect van het bestaan die op dit moment in ons leven actief is.

 

De rode kleur verwijst naar aanwezigheid van drukte, stress, zorgen, vermoeidheid, ziektes, beperkingen, frustraties,  mentaliteit, explosiviteit van emoties, materialisme, atheïsme, de ‘ik-geloof-alleen-in-mezelf’ houding, overlevingsinstinct, sterke vitaliteit, primaire levensbehoeftes.

De oranje kleur verwijst naar aanwezigheid van charisma, populariteit, ‘ik-sta-in-het-middelpunt-van-belangstelling’ houding, seksuele aantrekkingskracht, actieve rol in het leven, leidinggevende positie, intense zelfexpressie, ongecontroleerde emoties en verlangen, ‘get-what-you-want’ mentaliteit

De gele kleur verwijst naar een krachtig intellect, logica, analytisch bewustzijn, actief denkproces, studie, zelfstudie, onderzoek, verzamelen van informatie, oriëntatie in het beroepsveld, plannen, organiseren, creëren, communiceren, onrust en drukte in het hoofd dankzij 1000 en 1 gedachten.

De groene kleur verwijst naar een proces van genezing, herstel, regeneratie, innerlijk balans; sociaal persoon, die goed in anderen kan zich inleven, houdt van natuur, harmonische omgeving, spreekt de waarheid zonder oordeel, gaat gemakkelijk met iedereen om, heeft moeite de grenzen te trekken tussen zichzelf en anderen, kan moeilijk ‘nee’ zeggen, wil de anderen niet teleurstellen.

De blauwe kleur verwijst naar een introvert, vaak onbegrepen, gevoelige persoon met een sterke wilskracht en doorzettingsvermogen, die graag weg van de wereld is, opzoek naar zijn innerlijke vrede en verdiept zich in het zelfonderzoek, een goede spreker, weet wat hij wil, spreekt en leeft vanuit het hart.

De violette kleur verwijst naar spirituele wijsheid, spirituele volwassenheid, besef van persoonlijke verantwoordelijkheid in het leven, gevoel van rechtvaardigheid, onpersoonlijke liefde, in contact met eigen Hogere zelf en Christusbewustzijn, ontwikkelde intuïtie, inleving- en onderscheidingsvermogen, onpraktisch, niet commercieel, eenzaam, onbegrepen, onbeschermd, geen behoefte aan sociale contacten.

De witte kleur verwijst naar sterke vorm van individualisme, spiritueel ontwikkelde persoon die sterke binding met Goddelijke energieën heeft, niet bepaald verankert in het fysieke lichaam, missionaris, bewust van Hogere macht en Kosmische Wetten, praktiserende leraar van de spirituele wijsheid.

 

 

 

 

 

De aura is een vorm van goddelijk bewustzijn wanneer ze

in haar natuurlijke zuivere staat verkeert.

 

De aura stelt onze levensenergie en levenskracht voor. De staat van ons energieveld voor alle levende wezens is van groot belang. Zo moeten we de aura als een tweede huid zien, die ons van levensenergie voorziet en ons tegen de invloeden van buitenaf beschermt. In de aura bevinden zich energiepatronen die gevormd zijn door onze dagelijkse manier van handelen: door onze regelmatige gedachten en overheersende emoties.

Het menselijke aura wordt door de gedachten en emoties, die niet altijd zuiver zijn, dagelijks sterk beïnvloed. Bij een negatieve levenshouding, negatieve gedachten, negatieve emoties kunnen energieblokkades, energiestoringen of “gaten” in de aura ontstaan die uiteindelijk zich in ziektes of pijn in het fysieke lichaam vertalen.

Iedereen is in staat om zijn eigen energieveld te beheren, te genezen of te veranderen met de kracht van positieve gedachten, positieve emoties en positieve levens- en werkomgeving. Voor de optimale werking van je energiestroomspelen de volgende spirituele technieken de belangrijkste rol:meditatie, visualisatie, kracht van het licht, kleur, geluid en de kracht van het gesproken woord.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Christian Dior-2004-spring-ready to wear

Standaard

Categorie: mode en kledij

.

Christian Dior-2004-spring-ready to wear

Image may contain Clothing Apparel Human Person Sleeve and Long Sleeve
Look 1
Image may contain Clothing Apparel Sleeve Long Sleeve Human Person Jacket Coat and Runway
Look 2
Image may contain Clothing Sleeve Apparel Human Person Long Sleeve Fashion and Runway
Look 3
Image may contain Human Person Clothing Apparel Fashion and Runway
Look 4
Image may contain Human Person Clothing Apparel Sleeve Long Sleeve Mary of Egypt Costume Latex Clothing and Runway
Look 5
Image may contain Clothing Apparel Human Person Sleeve Long Sleeve Runway Dress Home Decor and Linen
Look 6
Image may contain Clothing Sleeve Apparel Long Sleeve Human Person and Runway
Look 7
Image may contain Human Person Clothing Apparel Runway and Fashion
Look 8
Image may contain Clothing Apparel Sleeve Human Person Long Sleeve Coat and Runway
Look 9
Image may contain Clothing Apparel Human Person Coat Overcoat Trench Coat Chess and Game
Look 10
This image may contain Clothing Sleeve Apparel Long Sleeve Human Person Runway and Fashion
Look 11
Image may contain Human Person Clothing Apparel Sleeve Long Sleeve Fashion Robe Evening Dress Gown and Runway
Look 12
Image may contain Clothing Apparel Pants Human Person Sleeve Long Sleeve Runway and Fashion
Look 13
Image may contain Human Person Clothing Apparel Ayami Kojima Runway Sleeve Long Sleeve and Fashion
Look 14
This image may contain Human Person Clothing Sleeve Apparel Long Sleeve and Runway
Look 15
This image may contain Costume Human Person Clothing Apparel Pants and Sleeve
Look 16
This image may contain Human Person Clothing Apparel Runway and Female
Look 17
Image may contain Clothing Apparel Human Person Underwear Runway and Lingerie
Look 18
Image may contain Clothing Apparel Human Person Underwear Lingerie Runway and Swimwear
Look 19
Image may contain Human Person Clothing Apparel and Runway
Look 20
Image may contain Human Person Clothing and Apparel
Look 21
Image may contain Human Person Clothing and Apparel
Look 22
Image may contain Human Person Costume Clothing Apparel Skin and Pants
Look 23
Image may contain Clothing Apparel Human Person Sleeve and Long Sleeve
Look 24
Image may contain Human Person Clothing Apparel and Sleeve
Look 25
Image may contain Human Person Clothing Apparel Runway and Dress
Look 26
Image may contain Clothing Apparel Human Person Sleeve Long Sleeve Runway and Fashion
Look 27
Image may contain Clothing Sleeve Apparel Long Sleeve Human Person and Runway
Look 28
Image may contain Clothing Apparel Sleeve Fashion Human Person Runway Costume Pants Long Sleeve Robe and Dress
Look 29
Image may contain Human Person Clothing Apparel and Fashion
Look 30
Image may contain Human Person Clothing Apparel Fashion and Runway
Look 31
This image may contain Clothing Apparel Human Person Runway and Fashion
Look 32
This image may contain Human Person Clothing Apparel Costume Carlo Crivelli Runway and Dress
Look 33
This image may contain Human and Person
Look 34
Image may contain Clothing Apparel Human Person Fashion and Underwear
Look 35
Image may contain Human Person Clothing Apparel and Fashion
Look 36
Image may contain Human Person Clothing Apparel Runway Sunglasses Accessories and Accessory
Look 37
Image may contain Human Person Clothing Apparel and Figurine
Look 38
Image may contain Human Person Clothing Apparel and Runway
Look 39
Image may contain Human Person Clothing Apparel Underwear Lingerie and Fashion
Look 40
Image may contain Human Person Clothing Apparel Runway Fashion Female and Dress
Look 41
Image may contain Human Person Clothing Apparel Female and Underwear
Look 42
Image may contain Human Person Costume Clothing Apparel and Kzi
Look 43
Image may contain Clothing Apparel Human and Person
Look 44
Image may contain Human Person Clothing Sleeve Apparel Dress Long Sleeve Runway and Fashion
Look 45
Image may contain Costume Clothing Apparel Human and Person
Look 46
Image may contain Human Person Clothing Apparel Dress Female Sleeve Fashion Long Sleeve and Woman
Look 47
Image may contain Costume Clothing Apparel Human Person Dress Female Sleeve Skin Runway and Woman
Look 48
Image may contain Human Person Plastic Wrap Clothing and Apparel
Look 49
Image may contain Human Person Clothing Apparel and Fashion
Look 50
Image may contain John Galliano Clothing Sleeve Apparel Long Sleeve Human Person Fashion Runway and Female
Look 51

Franciscus van Assisi

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Franciscus

 

 

Franciscus werd geboren in Assisi. Aanvankelijk was hij populair, maar nadat hij wegens een slechte gezondheid weinig mensen meer zag  raakte hij zijn vertrouwen in de mensheid kwijt. Hij besloot om zijn heil meer te zoeken in een goede band God. Hij trok zich terug uit het wereldse leven en leefde in volledige armoede. Hij ging vervolgens rondtrekken om het woord van God te verspreiden. De ideeën van Franciscus sloegen bij veel mensen aan en uiteindelijk stichtte Franciscus de Franciscaner orde.

Er gaan verschillende legendes over Franciscus’ liefde voor de natuur. Het beroemdste verhaal is dat hij eens een preek tegen de vogels heeft gehouden. Hij was onderweg met een aantal metgezellen en merkte dat de vogels om hen heen heel veel lawaai maakten. Toen besloot hij om een preek tegen de vogels te houden. Toen hij begon met preken stopten alle vogels met fluiten en gingen dicht om Franciscus heen zitten.

 

 

 

 

Een ander verhaal over Franciscus en zijn goede band met de dieren stamt uit de stad Gubbio. Daar was een agressieve wolf die veel mensen had aangevallen en de bewoners veel schrik aanjoeg. Daarom besloot Franciscus het bos in te gaan waar de wolf woonde. Hij vond de wolf, die op het punt stond om hem aan te vallen. Toen Franciscus een kruis omhoog hield en tegen de wolf begon te preken, ging het dier voor Franciscus zitten en luisterde aandachtig.

Franciscus vertelde de wolf dat hij op moest houden de mensen aan te vallen, waarop de wolf te kennen gaf dit inderdaad te zullen doen. Daarna had niemand in de stad Gubbio meer last van de wolf. Uiteindelijk hebben deze en andere verhalen er toe geleid dat Franciscus de beschermheilige van de dieren is geworden. Hij beschouwde alle schepsels in de natuur als zijn broeders en zusters, en niet alleen de mensen. Hij stierf als gevierd geestelijke op 4 oktober 1226. In 1228 werd hij heilig verklaard door de katholieke kerk.

 

 

Francisus van Assisi leidt de wolf naar het dorp Gubbion. Ilustratie uit 1912. (foto Wikimedia)

 

 

 

Preek voor vogels

 

Franciscus’ houding tegenover dieren komt mooi naar voren in het onderstaande citaat dat aan hem wordt toegeschreven:

“Alle schepselen op aarde voelen als wij, streven naar geluk als wij. God wenst dat wij de dieren bijstaan wanneer ze hulp nodig hebben. We hebben een hogere opdracht door ze van dienst te zijn wanneer ze ons nodig hebben. Mensen die enig schepsel Gods uitsluiten van hun compassie en medelijden zullen op soortgelijke wijze handelen tegenover hun medemensen.”

Naast Franciscus’ compassie voor dieren is er de legende dat hij met dieren kan praten. Zo zijn er verhalen over een preek van Franciscus voor een groep vogels. In plaats van weg te vliegen, luisteren ze – volgens het verhaal – aandachtig naar zijn redevoering.

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De inhoud van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

De Alfa en de Omega

De Alfa en de Omega

Pasteltekening van john Astria

 

 

 

1 : Het Bijbelboek Genesis – het begin

 

Het eerste Bijbelboek is Genesis, en het vormt ook de basis van de hele Bijbel.

Het woord Genesis komt van het Grieks en betekent oorsprong, omdat het de oorsprong van alles beschrijft, niet alleen de schepping, maar ook bijvoorbeeld hoe zonde in de wereld kwam en hoe God een verbond (Grieks: Testament) aanging en een verbondsvolk uitkoos (Israël).

 

 

 

2 : Het Bijbelboek Exodus – Uitgang

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.600 – 1.400 v.Chr.

Samenvatting — De naam Exodus is Grieks en betekent “een uitgaan”. Het beschrijft dan ook het uitgaan van het volk Israël uit Egypte en het begin van hun reis naar het beloofde land. Men neemt aan dat Mozes de auteur is, al zegt de Bijbel hier niets over.

Het boek Exodus vertelt van de grote groei van het aantal Israëlieten tijdens hun slavernij in Egypte. Het stelt Mozes voor en beschrijft de plagen die God over Egypte heeft gebracht om de bevrijding van zijn volk uit slavernij te bewerkstelligen. Dan beschrijft het de uittocht zelf.

Daarna volgt de verkondiging van het verbond van de Wet te Sinaï. Het boek eindigt met een beschrijving van de eredienst rondom de tabernakel en de wet van Mozes. Dit is het tweede boek van de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Joodse Schriften.

 

 

3 : Het Bijbelboek Leviticus

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 v.Chr.

Samenvatting — Het derde boek van de Pentateuch is genoemd naar één van de twaalf zonen van Jakob, Levi, wiens nakomelingen door God werden aangewezen om op te treden als dienaren voor de eredienst. Het boek omvat de Joodse wetten betreffende de eredienst zowel voor de individuele Israëliet als voor het volk als geheel, inclusief de Grote Verzoendag en de offers. Het bevat wetten voor reinheid, zeden, ethiek en hygiëne die voor Israël van dagelijkse betekenis zouden zijn. Dieroffers werden ingesteld als verzoening voor zowel individuele als nationale zonden.

 

 

 

4 : Het Bijbelboek Numeri

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 –  1.400 v.Chr.

Samenvatting — Numeri is het vierde boek van de Pentateuch. Het is een historisch boek. De naam is afgeleid van het Griekse woord “Arithmoi”, dat telling betekent, omdat er twee volkstellingen in worden vermeld. De Hebreeuwse naam is “In de woestijn”, omdat het vertelt over de Israëlieten in de woestijn, na de uittocht uit Egypte.

Vanwege een opstand, konden er van de volwassen mannen die uit Egypte waren bevrijd uiteindelijk maar twee het beloofde land Kanaän binnengaan. Het boek beslaat een tijdsperiode van 38 jaar, maar handelt voornamelijk over het begin en het eind daarvan.

 

 

 

5 : Bijbelboek Deuteronomium

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.400 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek is het laatste van de Pentateuch (de vijf boeken van Mozes). De Griekse naam betekent “tweede wet”. Dit is afgeleid van een uitdrukking in de Griekse vertaling van dit boek:

Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust (Deuteronomium 17:18). In het Grieks staat als “afschrift van de wet” letterlijk ‘deuteronomion touto’.

Het bevat een herhaling van de wet in Leviticus, maar nu toegespitst op het wonen in het beloofde land. Deze herhaling werd gegeven in de velden van Moab, vlak voordat het volk Israël onder Jozua het beloofde land Kanaän binnentrok. Dit was de laatste toespraak van Mozes – kort voor zijn dood – tot het gehele volk.

Er waren toen, buiten Mozes zelf, nog maar twee mannen over van de generatie die uitgetrokken was uit Egypte. Daarom was deze herhaling van de wet uiterst belangrijk voor het welzijn van de nieuwe generatie in een nieuwe situatie.

 

 

 

6 : Het Bijbelboek Jozua

 

Auteur — Jozua

Globale tijd — ca. 1400 – 1350 v.Chr.

Samenvatting — Jozua werd door God gekozen als Mozes’ opvolger, om het volk in het beloofde land te brengen. Het boek schetst de verovering en bezetting van het beloofde land door Israël onder Jozua’s militaire leiding. God bepaalt duidelijk dat alle inwoners van het land volkomen verdreven of vernietigd moeten worden om verzekerd te zijn van geestelijke reinheid en volledige toewijding aan God.

 

 

 

7 : Het Bijbelboek Richteren (Rechters)

 

Auteur — Mogelijk Samuel

Globale tijd — ca. 1350 – 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Rechters (Richteren), dat hier ‘leiders’ betekent, handelt over de tijd vanaf de dood van Jozua tot de oprichting van de monarchie onder Saul. In die tijd waren de zeden zeer slecht omdat de Israëlieten geneigd waren om de zedeloosheid van de inwoners van het land over te nemen. God heeft ‘richters’ aangesteld die de zaken en het volk van Israël moesten leiden en moesten rechtspreken. Het boek Rechters eindigt met ons voor te bereiden op het verlangen van het volk naar een aardse koning.

 

 

 

8 : Het Bijbelboek Ruth

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — ca. 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ruth dateert uit de tijd van de richters. Het laat zien dat God in een tijd van nationaal verval en zedeloosheid een ‘overblijfsel’ in stand hield dat als kern van een toekomstig herstel zou dienen. Dit zou tot stand worden gebracht door een nakomeling van Ruth – David – uit wiens lijn de Messias zou stammen. Er wordt geen aanduiding gegeven van de auteur. Men neemt aan dat het boek na het tijdperk van de richters is geschreven en dat het de gewoonten uit die tijd beschrijft.

 

 

 

9 en 10 : De Bijbelboeken van Samuël 1 en 2

 

Auteurs — Samuel, Natan en Gad

Globale tijd — ca. 1150 – 1000 v.Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst werden de boeken van Samuel door de Hebreeuwse schriftgeleerden als één boek beschouwd. 1 Samuel is het eerste van twee historische boeken die de overgang van Israël beschrijven van een los verband van stammen tot een sterke en verenigde natie.

Het beschrijft de zalving van Saul, de eerste koning van Israël, door een groot profeet, Samuel. Het vertelt over de neergang van Saul, en het voor zijn taak gereed maken van zijn opvolger David, een man naar Gods hart. Het tweede boek begint met Sauls dood en Davids troonsbestijging.

Het overige stelt de regering van David te boek zowel wat betreft zijn buitenlandse veroveringen als de binnenlandse politieke intriges. Het eindigt met de zegening van Salomo door David.

1 SAMUEL (In sommige oudere vertalingen 1 KONINGEN)

2 SAMUEL ( in sommige oudere vertalingen 2 KONINGEN )

 

 

 

11 en 12 : De Bijbelboeken van de Koningen

 

Auteur — Onbekend

Tijd — ca. 970 – 587 v. Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Joodse teksten, werden deze boeken als één boek beschouwd. De twee boeken bevatten de geschiedenis van de Israëlitische monarchie vanaf de dood van David (omstreeks 970 v.Chr.) tot aan de Babylonische ballingschap (587 v.Chr.) Zij schetsen de opsplitsing van de Israëlitische natie in twee delen.

Het zuiden wordt het koninkrijk Juda, het noorden het koninkrijk Israël. 1 en 2 Koningen geven de geschiedenis van Israël vanuit een godsdienstig standpunt, niet vanuit een politiek standpunt. Het geeft daarom de godsdienstige gang van zaken weer en is het een uiteenzetting van de verschillende stadia in de aanvankelijke morele groei, gevolgd door de achteruitgang van het koninkrijk.

1 Koningen opent met de ongedeelde natie in zijn volle heerlijkheid en 2 Koningen eindigt met de ondergang van het laatst overgebleven Juda. Het doel van het boek Koningen is om de levens en karakters van de leiders van het volk weer te geven als waarschuwing en vermaning voor alle komende geslachten die het verbond zullen voortzetten.

1 Koningen (in sommige oude vertalingen 3 Koningen )

2 Koningen ( in sommige oude vertalingen 4 Koningen)
.
.
.
.

13 en 14 : De Bijbelboeken van de Kronieken

 

Auteur — Mogelijk Ezra

Tijd — 1050 – 536 v.Chr.

Samenvatting — Net als het boek Koningen, vormden 1 en 2 Kronieken volgens de Joodse traditie oorspronkelijk één boek. De Kronieken zijn echter niet zomaar een herhaling van de geschiedenis die al in de boeken Samuel en Koningen staat opgeschreven. Het boek Kronieken werd geschreven om het volk te herinneren aan hun volledige geschiedenis, en hun positie onder de andere volken.

De nadruk ligt hier op de geschiedenis van de priesterlijke eredienst vanaf de dood van Saul tot en met het eind van de Babylonische ballingschap. Kronieken bevat meer detail over de organisatie van de eredienst, van godsdienstige plechtigheden, van Levieten en zangers, en over de relatie tussen koningen en godsdienst, dan het boek Koningen. De geschiedenis van het noordelijke rijk is uit de Kronieken weggelaten omdat die niet van belang was voor de ontwikkeling van de ware godsdienst te Jeruzalem.

 

 

 

15 : De wetsgeleerde Ezra

 

Auteur — Ezra

Tijd — 538 – 516 v.Chr.

Samenvatting —Het boek Ezra beschrijft twee fasen in de terugkeer van de Joden uit de Babylonische ballingschap. Na de val van het Babylonische rijk door de Perzen kregen de Joden in 538 v.Chr. van de Pers Kores verlof om naar Juda terug te keren om daar de tempel te herbouwen. Hulp van de Samaritanen bij deze herbouw werd door hen afgewezen.

Dit leidde tot tegenwerking en vertraging. Ondanks deze vertragingen werd de Tempel 20 jaar later, onder Darius, toch voltooid en ingewijd. De tweede terugkeer, onder Ezra, vond plaats in 458 v.Chr. Bij zijn aankomst in Jeruzalem trof hij ontoelaatbare praktijken aan, waar hij onmiddellijk maatregelen tegen nam.

 

 

 

16 : Het boek van Nehemia

 

Auteurs —Nehemia

Tijd — ca. 450 – 430 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met Nehemia’s aanstelling tot landvoogd over het land Juda en over Jeruzalem. Hij reist daarheen en organiseert de herbouw van de stadsmuur, ondanks tegenwerking van de buurvolken en interne onenigheid onder het Joodse volk. Na het herstel van de muur vestigden meer teruggekeerde ballingen zich in Jeruzalem.

Zijn toewijding aan God is voor Nehemia aanleiding om een aantal godsdienstige hervormingen door te voeren zoals het in het openbaar voorlezen uit de wet. Na een periode van afwezigheid moet hij echter constateren dat veel van zijn hervormingen alweer zijn verwaarloosd.

 

 

 

17 : Ester aan het Perzisch hof

 

Auteur — Mordechai?

Tijd — ca. 450 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ester is een historisch boek dat speelt in de tijd na de ballingschap, ten tijde van de Perzische koning Xerxes (485-465 v.Chr.). Het beschrijft het plan van Haman, de eerste minister van de Perzische koning, om de Joden uit te roeien. Dit plan wordt verijdeld door Esther, de koningin van Perzië, die zelf een Jodin is. Het boek verduidelijkt de achtergrond en de betekenis van het Joodse Purimfeest.

 

 

 

18 : Het Bijbelboek Job

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Mogelijk rond 1.500 v.Chr.

Samenvatting — Job is waarschijnlijk het eerste poëtische boek van het Oude Testament. Het beschrijft het zieleleed van een rechtvaardig man als zijn drie vrienden proberen de oorzaak te verklaren van het onheil dat Job is overkomen en dat hem heeft beroofd van zijn rijkdom, familie en gezondheid.

In de dialoog tussen Job en zijn vrienden geeft ieder zijn mening over de oorzaken van zulke moeilijkheden. De les van het boek Job is dat de ‘beloning’ voor rechtvaardigheid niet altijd in dit leven komt, maar soms pas daarna. Dat is het inzicht dat Job al redenerende verwerft, maar dat zijn drie vrienden weigeren in te zien.

 

 

 

19 : Het Bijbelboek Psalmen

 

Auteurs — David en anderen

Globale tijd — ca. 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — De Psalmen zijn verdeeld in vijf boeken, elk boek volgens zijn eigen indeling. De Psalmen zijn een vorm van Hebreeuwse poëzie, waarvan vele bestemd voor muzikale begeleiding. De inhoud van de Psalmen bevat Messiaanse profetie, lof aan God en visioenen van het komende Koninkrijk en de heerlijkheid daarvan. David wordt genoemd als auteur van ongeveer de helft van de Psalmen. Enkele anderen zijn verantwoordelijk voor nog eens vijftien Psalmen; de overige zijn anoniem.

 

 

 

20 : Het Bijbelboek Spreuken

 

Auteur — Salomo en anderen

Tijd — 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — In het boek Spreuken, wordt de wijsheid beschreven als het kenmerk van wie God op de eerste plaats stelt, als de rechtvaardige gids en de heer over de mensheid. Door het gehele boek heen wordt het standpunt ingenomen dat de mensheid bestaat uit twee verschillende klassen: de wijzen en de dwazen. Wijsheid en dwaasheid worden ook regelmatig voorgesteld als twee vrouwen, die dingen om de gunst van de mens.

Beide klassen kenmerken zich door hun handel en wandel. Ze leven met of zonder God, zijn goed of kwaad. Er is een onderlinge spanning tussen de twee klassen die in alle aspecten van het leven duidelijk is. We kunnen veel leren door ons eigen gedrag te toetsen aan de normen en waarden en waarschuwingen die we vinden in de Spreuken.

 

 

 

21 : Het Bijbelboek Prediker

 

Auteur — Salomo

Tijd 960 v.Chr.

Samenvatting — Prediker is het laatste boek van de literatuur der wijsheid. De naam Prediker stamt van een woord met de betekenis „samenbrengen.” Het boek is dus een verzameling van vele wijze gezegdes en spreuken van Salomo. Meestal bevat het boek commentaar op het leven. Nadat hij een leven van geneugten heeft geleid, concludeert Salomo dat het leven ‘niets’ is, een leegte.

En wie zou beter over het leven kunnen spreken dan iemand aan wie alles werd gegeven. Zonder God heeft het leven geen betekenis. Al zijn bezit zou niets betekenen. Daarom zegt hij tot slot dat de mens God moet vrezen en zijn geboden moet onderhouden.

 

 

 

22 : Het Bijbelboek Hooglied – Het hoogste lied

 

Auteur — Salomo

Tijd — ongeveer 960 v. Chr.

Samenvatting — Het boek bevat dialogen in Hebreeuwse poëzie. Het illustreert de liefde tussen man en vrouw. De juiste uitleg is altijd een punt van controverse geweest. De Joden hebben hierin een beeld gezien van de verhouding tussen God en Israël, terwijl de christelijke kerk het heeft opgevat als een beeld van Christus’ liefde voor zijn bruid, de gemeente.

Weer anderen zien een directe uitleg in een poging van Salomo om een jonge vrouw uit Galilea tot de zijne te maken, terwijl zij trouw blijft aan haar jeugdliefde, een jonge herder uit haar omgeving. Ook dit laat zich echter opvatten als een beeld van de trouw van de gemeente aan haar Verlosser.

 

 

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

23 : De profetie van Jesaja

 

Auteur — Jesaja

Tijd — 740 – 690 v. Chr.

Samenvatting — Jesaja profeteerde tijdens de regeringen van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. Zijn boodschap ging over het komende oordeel over het zuidelijke rijk Juda wegens haar openlijke zonden. Juda’s problemen zijn een direct gevolg van haar afgoderij en afval van God. Maar zijn boodschap blijkt een veel bredere toepassing te hebben dan alleen de situatie in het Juda van zijn eigen tijd.

In wezen gaat het hier over de relatie tussen God en de mens in het algemeen. Het is Jesaja die het begrip ‘evangelie’ introduceert, waar Johannes de Doper zijn prediking mee aanvangt. En alleen al daarom staat Jesaja’s profetie aan de basis van Jezus’ verlossingswerk.

 

 

 

24 : De profetie van Jeremia

 

Auteurs — Jeremia en Baruch

Tijd — 630 – 575 v.Chr.

Samenvatting — Jeremia waarschuwt het volk dat Jeruzalem verwoest zal worden, en het volk zelf als slaven in ballingschap zal worden gevoerd, door de dreigende militaire macht van de Babyloniërs. Hij sluit daarbij aan bij het in die tijd teruggevonden ‘wetboek’, waar Gods oordelen in staan aangekondigd.

Hij tracht het volk van Jeruzalem ervan te doordringen dat zij zich van hun goddeloze leven moeten bekeren, maar zij luisteren niet. Hij waarschuwt verder tegen de valse profeten die het volk op de verkeerde weg leiden met hun bedrieglijke leer en leugens. Hij spoort de Israëlieten aan om zich te onderwerpen aan het Babylonische gezag omdat Babel Gods strijdwapen is.

Ze luisteren echter niet naar zijn waarschuwingen, en het volk gaat uiteindelijk in ballingschap naar Babel. Hij voorzegt tweemaal dat de ballingen na in totaal 70 jaar van Babylonische overheersing terug zullen keren om Jeruzalem en de Tempel te herbouwen.

 

 

 

25 : De klaagliederen van Jeremia

 

Auteur Jeremia

Tijd — ca. 580 v.Chr.

Samenvatting — klagen betekent “het lijden verwoorden”. In dit boek uit Jeremia zijn verdriet over de val van Jeruzalem en het wegvoeren van zijn volk. Het boek beschrijft en verklaart de bezoekingen die over de stad Jeruzalem zijn gekomen, en de spot van de omringende naties als het gevolg van Gods oordeel over de zonden van het volk. Hij onderstreept de lessen die Jeruzalem hieruit zou moeten leren, in het bijzonder de loosheid van glorie, macht en trots, teneinde die in de toekomst te kunnen overwinnen.

 

 

 

26 : De profetie van Ezechiël

 

Auteur — Ezechiël

Tijd 593 – 560 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek beschrijft de werkzaamheden van de profeet Ezechiël tijdens de Babylonische ballingschap. Hij was een tijdgenoot van Jeremia, maar predikte onder de ballingen in Babylonië, die al daarheen waren gebracht onder de eerste wegvoering. Hij bestrijdt de misvatting dat deze ballingen de afvalligen zijn en dat zij die in het land zijn achtergebleven blijkbaar beter zijn.

Hij veroordeelt in soms felle beelden en bewoordingen de geloofsafval van de achtergeblevenen, maar spaart ook de ballingen niet. Toch zal God juist uit die ballingen een getrouwe ‘rest’ terugbrengen. Uiteindelijk zal dat uitlopen op de vestiging van Gods koninkrijk en een nieuwe tempel.

 

 

 

27 : De profetie van Daniël

 

Auteur — Daniël

Tijd — 605 – 535 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Daniël voorzegt de toekomst van twee tegenovergestelde machten: de koninkrijken der mensen en het Koninkrijk Gods. De nadruk ligt op het principe “De Allerhoogste heeft macht over het koningschap der mensen”. De profetieën van Daniël hebben in het algemeen minder met Israël te maken dan met de volken die Israël overheersen.

Het boek Daniël bevat profetieën die de periode overspannen vanaf zijn tijd tot het komende Koninkrijk Gods. Deze profetieën moeten worden gezien als waarschuwing (maar zeker ook als steun) aan de getrouwe gelovigen om te blijven volharden, want uiteindelijk loopt alles volgens Gods plan. Maar tegelijk is het boek een aanmoediging dat echt geloof in God nooit beschaamd wordt.

 

 

 

28 : De profetie van Hosea

 

Auteur — Hosea

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Hosea beschrijft Gods geduld met het noordelijke rijk Israël dat opstandig en ontrouw is. Maar het maakt de Israëlieten wel duidelijk dat er uiteindelijk een oordeel zal zijn voor ieder die bewust opstandig blijft. Hosea’s eigen huwelijk met de ontrouwe Gomer wordt gebruikt als een symbolische voorstelling van Israëls ontrouw jegens God.

 

 

 

29 : De profetie van Joël

 

Auteur — Joël

Tijd — 618 – 608 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Joël begint met een beschrijving van een reeks natuurrampen (een sprinkhanenplaag, droogte en natuurbranden), die misoogsten en hongersnood veroorzaken, als beeld van een militaire aanval. Joël roept Juda op tot een dag van berouw wegens Gods komende oordeel.

Het laatste deel van het boek gaat over de gebeurtenissen in verband met “de dag des Heren”. De uitgebeelde boodschap luidt: als Juda zich bekeert, dan zal God hen rijkelijk zegenen en vergeven.

 

 

 

30 : De profetie van Amos

 

Auteur — Amos

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting —Amos profeteert tijdens een periode van voorspoed in Israël. Jerobeam II was koning over het noordelijke rijk dat zich in die periode in politieke en materiële zin kon meten met het rijk en het tijdperk van Salomo en David. Amos, zelf afkomstig uit Juda en van beroep veehouder, werd door God geroepen om een oordeel uit te spreken over dat noordelijke rijk.

Hij moest haar luxe leven, afgoderij en morele verdorvenheid aan de kaak stellen. Amos spoort het volk aan om zich te bekeren voordat Gods oordelen hen zou treffen. „Zoek God en leef” was de dringende raad van Amos aan de natie. Hij voorzegt ook de verstrooiing van de Israëlieten, maar wijst vooruit naar een dag wanneer God hen weer bijeen zal brengen in het land van hun voorvaderen.

 

 

 

31 : De profetie van Obadja

 

Auteur — Obadja

Tijd — kort na 587 v.Chr.

Samenvatting — Obadja’s naam betekent “Knecht van Jahwe”. Hij spreekt een oordeel uit over het volk Edom wegens hun vijandschap jegens Israël ten tijde van de Babylonische aanval op Israël. Zij hadden zich verheugd over het voordeel dat die aanval hen zou brengen. Op ‘de dag des Heren’ (de tijd van Gods oordeel) zal er echter juist alleen ontkoming zijn op Sion. Edom was het volk dat afstamde van Ezau, de tweelingbroer van Jakob (Israël).

 

 

 

32 : De profetie van Jona

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Het verhaal speelt waarschijnlijk kort na 800 v.Chr., maar kan later te boek zijn gesteld

Samenvatting — Het boek gaat over de opdracht aan Jona om de stad Nineve, (de hoofdstad van Assyrië) te waarschuwen dat zij zich moet bekeren en Gods geboden gehoorzamen om de verwoesting, die God anders zal brengen, te voorkomen. Israël werd door Assyrië zwaar onderdrukt en Jona heeft geen zin om met zijn prediking Assyrië te redden van de ondergang.

Hij vlucht daarom de andere kant uit. Maar in een storm wordt hij door de scheepsbemanning overboord gegooid en verzwolgen door een grote vis. Na drie dagen wordt hij door de vis weer uitgespuugd. Vervolgens predikt hij toch de boodschap aan het volk van Nineve, dat zijn boodschap gelooft en zich bekeert van zijn zonden.

 

 

 

33 : De profetie van Micha

 

Auteur — Micha

Tijd 735 – 700 v.Chr.

Samenvatting — Micha was een voorloper en tijdgenoot van Jesaja. Zijn boodschap betekende hetzelfde voor het zuidelijke koninkrijk Juda als die van Amos voor het noordelijke koninkrijk Israël. Beiden bekritiseerden fel de rijken en machtigen die de armen onderdrukten.

Micha’s boodschap gaat over de vernieuwing van het ‘overblijfsel’ van het volk dat rest na het komende oordeel, de oprichting van het Koninkrijk Gods door het geslacht van David, en de bekering van de overige volken in dat Koninkrijk. Het besluit met een zegevierende uiting van geloof, die we moeten zien tegen de achtergrond van het materialisme en de corruptie van de regering van Achaz.

 

 

 

34 : De profetie van Nahum

 

Auteur — Nahum

Tijd — 620 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Nahum is geschreven ongeveer 140 jaar na de gebeurtenissen die in het boek Jona stonden beschreven. Gedurende die periode was Ninevé weer teruggekomen op zijn berouw en bekering. Assyrië had intussen het noordelijke koninkrijk Israël in ballingschap gevoerd.

Jona had een boodschap van barmhartigheid en bekering gepredikt, maar Nahum predikte een boodschap van ondergang tegen Ninevé, de hoofdstad van Assyrië. Hoewel God het had gebruikt als zijn werktuig tegen Israël en Jeruzalem, zou het nu vernietigd worden wegens zijn hoogmoed.

 

 

 

35 : De profetie van Habakuk

 

Auteur — Habakuk

Tijd — 620 – 605 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met een klacht van Habakuk over het onrecht in Juda en zijn verbijstering dat God het boze en immorele volk van Babel niet oordeelt. God vertelt hem dan dat zijn volk moet blijven vertrouwen op zijn barmhartigheid zonder te letten op de omstandigheden om hen heen.

Het lijkt wel alsof de bozen voorspoed hebben terwijl de rechtvaardigen gekastijd worden. Maar deze voorspoed is slechts tijdelijk. God verlaat niet wie zijn geboden gehoorzamen en volgen: “De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.” (vgl. Psalm 73)

 

 

 

36 : De profetie van Sefanja

 

Auteur — Sefanja

Tijd — 635 – 615 v. Chr.

Samenvatting — Sefanja profeteerde tijdens de regering van koning Josia van Judea, na de wegvoering van de bevolking van het noordelijke rijk Israël. Josia voerde een grote godsdienstige hervorming door. Dat gebeurde na de slechte regeringen van de koningen Manasse en Amon, die het volk tot allerlei vormen van afgoderij hadden gebracht.

Maar het volk volgde Josia niet in deze terugkeer tot God. Sefanja kondigt daarom een komend oordeel over Jeruzalem aan wegens hun zonden. Hij duidt dat aan als een ‘offermaaltijd’ van God, maar ook als ‘de dag des Heren’. Toch doet hij nog een dringend beroep op het volk om in berouw tot God terug te keren.  En hij besluit met een korte vooruitblik op het komende vrederijk van de Messias.

 

 

 

37 : De profetie van Haggai

 

Auteur — Haggai

Tijd — 520 – 505 v.Chr.

Samenvatting — Haggai spoort de uit ballingschap teruggekeerde Joden aan om God oprecht te dienen. Hij vermaant hen: “Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na!”, en roept hen op de Tempel te voltooien waarvan de fundamenten al achttien jaar eerder waren gelegd. Hij wijst op het feit dat hun huidige problemen alles te maken hebben met hun houding die meer is geïnteresseerd in hun eigen huizen dan in Gods ‘huis’.

Het volk antwoordt positief en in 516 voor Christus komt de Tempel gereed. Ook zegt Haggai dat de heidense rijken door God vernietigd zullen worden, en als de Messias komt zal Juda verheven worden. Het is een korte profetie en de boodschap wordt verder uitgewerkt door Zacharia, een (vermoedelijk jongere) tijdgenoot.

 

 

 

38 : De profetie van Zacharia

 

Auteur — Zacharia

Tijd — 520 – 490 v.Chr.

Samenvatting — Zacharia was een jongere tijdgenoot van Haggai. Hij neemt Haggai’s oproep om de tempel te herbouwen, over. En ook hij benadrukt de noodzaak tot bekering. Een deel van zijn boodschap bestaat uit een serie visioenen over de toekomst. Het bevat aanwijzingen over de komst van de Messias. Het boek eindigt met beschrijvingen van het oordeel over de vijanden van Jeruzalem, en van de toekomstige heerlijkheid van het Koninkrijk Gods.

 

 

 

39 : De profetie van Maleachi

 

Auteur — Maleachi

Tijd ca. 430  v.Chr.

Samenvatting — De profetie van Maleachi stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Nehemia terug was naar het hof van de Perzische koning. Het volk is weer laks geworden en heeft een steeds oppervlakkiger houding aangenomen tegenover God en de eredienst. Een eeuw na de herbouw van de tempel zijn hun verwachtingen van de komst van de Messias nog steeds niet vervuld. Maleachi schrijft dat hun offers onaanvaardbaar zijn voor God; mannen plegen echtbreuk, en de priesters verwaarlozen Gods verbond.

 

 

 

40 : Het evangelie van Matteüs

 

Auteur — Matteüs, ook genaamd Levi, een tollenaar

Tijd — 4 v.Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Matteüs wil aantonen dat Jezus de beloofde Koning (Messias) uit het huis van David is, die zijn volk zou bevrijden. Er ligt veel nadruk op de vervulling van de messiaanse profetieën. Maar die bevrijding zou niet komen door militair geweld; de Messias kwam hen niet bevrijden van de Romeinen, maar van zonde en dood.

Hij zou de lijdende Knecht van Jesaja zijn. Matteüs begint met: “Geslachtsregister van Jezus Christus (= Jezus de ‘Messias’), de zoon van David, de zoon van Abraham” (Matt. 1:1). Daarmee introduceert hij Hem als de beloofde zoon van David en de beloofde nakomeling van Abraham. Het geslachtsregister identificeert Hem ook als de wettige troonopvolger. Matteüs is daarom ook de evangelist die de poging beschrijft van de zittende koning om deze ’concurrent’ uit de weg te ruimen.

Dit zet het toneel voor de voortdurende strijd tussen Gods koning en de politiek van de wereld. Daarnaast bevat dit evangelie veel van Jezus’ leer. Er ligt nadruk op het contrast met de Wet, en met de overlevering van de Joodse schriftgeleerden. Dit evangelie is waarschijnlijk in de eerste plaats geschreven voor Joodse lezers.

 

 

 

41 : Het evangelie van Marcus

 

Auteur Johannes Marcus, de neef van Barnabas

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Men denkt dat Marcus als eerste van de vier Evangeliën is geschreven. Het concentreert zich vooral op de laatste week van Jezus’ leven. Zes van de zestien hoofdstukken gaan over deze periode; de voorafgaande tien zijn vooral een inleiding daarop. Dat legt de nadruk heel sterk op zijn sterven en opstanding, en de gebeurtenissen daar omheen.

Marcus’ verhaal begint met een combinatie van een tweetal OT profetieën als inleiding op het werk van Johannes de Doper. Hij presenteert zijn verslag als de beschrijving van de vervulling van alles wat in dat OT stond aangekondigd. Dit evangelie volgt eenzelfde pad als dat van Matteüs. Het bevat echter weinig leer, maar wel een aantal genezingen.

Marcus tekent Jezus daarmee vooral als de genezer, in geestelijke zin, van zijn volk. Bij oppervlakkig lezen lijkt dit het meest simpele verhaal, maar het staat vol met verwijzingen naar het Oude Testament en van daarop gebaseerde symboliek.

 

 

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

42 : Het evangelie van Lucas

 

 

Auteur — Lucas, de geneesheer

Tijd— 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Lucas is de enige niet-Jood onder de vier evangelisten, en schrijft in de eerste plaats voor niet-Joden. Hij gebruikt veel minder typisch Joodse termen of legt die, waar nodig, uit. Ook Lucas introduceert Jezus als de nakomeling van David, nu via zijn moeder.

Tegelijkertijd noemt hij Hem de ‘zoon van God’, als een tweede Adam, maar nu een Adam die niet faalt. In dit Evangelie ligt de nadruk op de eisen van discipelschap. Het tweede deel van zijn prediking – tot aan de intocht – wordt beschreven als één lange reis naar Jeruzalem, waar Hij zijn verlossingswerk tot stand moet brengen, door Zich te laten terechtstellen aan een kruis.

 

 

 

43 : Het evangelie van Johannes

 

 

Auteur — Johannes, de geliefde discipel, neef van Jezus

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Dit evangelie is veel later geschreven dan de andere. Het veronderstelt de feitelijke gebeurtenissen inmiddels bekend, en gaat in op de diepere betekenis daarvan “opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” (20:31). Hij geeft Jezus’ wonderen als ‘tekenen’ dat Hij de beloofde Messias is. In zijn toespraken gaat Jezus hier veel dieper.

Veel van Jezus’ toenmalig gehoor heeft die niet begrepen, omdat ze zijn woorden te letterlijk namen. Johannes begint met Jezus te beschrijven als de vervulling van al Gods beloften, en hij beschrijft dat als de schepping zelf. Dat is kenmerkend voor Johannes. Hij ziet voorbij aan de fysieke werkelijkheid, en zoekt naar de betekenis daarachter.

Niet de fysieke schepping van hemel en aarde is kenmerkend voor Gods activiteit, maar zijn plan daarmee: dat plan was als het ware God. ‘Het begin’ wordt niet gekenmerkt door het tot stand komen van hemel en aarde, maar door Gods openbaring van dat plan: “In den beginne was het Woord [nl. van Gods openbaring] en het Woord was bij God en het Woord was God” (1:1,).

Alles wat Hij daarbij had aangekondigd, is nu werkelijkheid geworden in zijn Zoon, de Verlosser: dat woord “is vlees geworden” [dwz. de Verlosser die eerst slechts als belofte bestond, is nu verschenen als reëel mens] “en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de enig geborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (1: 14,).

 

 

 

44 : De handelingen van de apostelen

 

Auteur — De evangelist Lucas

Tijd — 30 – 62 na Chr.

Samenvatting — Het boek Handelingen beschrijft de uitvoering van Jezus’ opdracht aan de apostelen: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen” (Matteüs 28:19). Maar Lucas maakt in zijn openingszin duidelijk dat we dit moeten zien als de voortzetting van het werk dat Jezus tijdens zijn dagen op aarde was begonnen, en dat Hij nu, door zijn apostelen, voortzet. We lezen over de vestiging van gemeenten overal in het Romeinse Rijk.

Die gemeenten steunen aanvankelijk nog steeds op Jeruzalem als hun ‘centrum’. Maar met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 zal dat centrum wegvallen. Er is dus haast, want binnen 40 jaar zal die groep van afzonderlijke gemeenten gezamenlijk de christelijke kerk vormen en op eigen benen moeten kunnen staan.

In de begintijd is de christelijke gemeente nog een groep binnen het totale Joodse spectrum en blijft de prediking voornamelijk beperkt tot Joden. Maar al na enkele jaren begint er een scheiding te ontstaan tussen de gemeente en het Jodendom. En in de periode 40-45 na Chr. beginnen sommigen ook aan niet-Joden te prediken en ontstaat in het gebied van het huidige Syrië de term christenen.

Het verslag van de prediking van daaruit in de rest van het Rijk wordt ons verteld vanuit het werk van de apostel Paulus. Het boek eindigt in 62, kort voor het begin van de Joodse opstand die uiteindelijk zal leiden tot de val en verwoesting van Jeruzalem.

 

 

 

45 : De brief van Paulus aan de Romeinen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 57/58 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven kort voor Paulus’ vertrek naar Jeruzalem (Handelingen 20:3), waarschijnlijk vanuit Korinthe. Hij werd in zijn predikingswerk gehinderd door Joodse predikers die verkondigden dat de nieuwe bekeerlingen zich aan de Joodse wet moesten houden. Om die reden wil hij de gemeente te Rome bezoeken om ze daartegen te waarschuwen.

Maar omdat hij eerst de opbrengst van een collecte voor de armen van Jeruzalem moet afleveren, schrijft hij alvast een brief (Romeinen 15:22-26). Daarin zet hij de verschillen uiteen tussen het op de wet gebaseerde Oude Verbond en het Nieuwe Verbond in Christus. Het gaat om ‘leven naar de geest’ tegenover het ‘leven naar het vlees’ uit hun tijd van onwetendheid. In hoofdstuk 6 introduceert hij de term ‘medegekruisigd’ (zie bladzij 103).

Daarnaast gaat hij ook uitgebreid in op de vraag hoe zij met elkaar moeten omgaan en hoe de ‘sterken in geloof’ de ‘zwakken’ moeten ontzien. Niet wie er gelijk heeft is van belang, maar of zij de zwakken opbouwen. Tenslotte vermaant hij ze om zich niet te verzetten tegen de overheid; hun geloof is geen vrijbrief voor onwettig gedrag.

 

 

 

46 en 47 : De brieven van Paulus aan de Korintiërs

 

Deze twee brieven zijn waarschijnlijk de tweede en vierde brief die Paulus aan deze gemeente schreef. De overige twee zijn niet bewaard gebleven, blijkbaar omdat die voor ons niet nuttig zijn. De twee worden hieronder apart behandeld:

1 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Paulus’ antwoord op een reeks vragen over de praktijk van het leven in Christus, die de gemeente van Korinte hem per brief heeft voorgelegd. Tevens reageert hij op wat hij van de brengers van die brief heeft gehoord. Net als de filosofenscholen vormen zij rivaliserende groepen; hij vermaant hen het evangelie niet te vermengen met elementen uit Griekse filosofie.

Ook moeten zij het evangelie niet zien als een vrijbrief voor een bandeloos leven. Korinte was een havenstad met veel zedeloosheid; daar moeten ze nu afstand van nemen. Evenmin moeten ze de geestesgaven zien als speeltjes: het spreken in tongen mag nog zo interessant zijn, het gaat erom je medegelovigen op te bouwen.

Tenslotte spreekt hij hen in felle bewoordingen aan op hun verwerping van de opstanding. In het slotwoord vraagt hij hun medewerking aan een collecte voor Jeruzalem.

 

 

2 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Uit deze brief valt op te maken dat er problemen waren ontstaan in de gemeente. Er zijn Joodse predikers langsgekomen, die leren dat ook zij zich aan de wet moeten houden. Ze hebben kennelijk beweerd dat Paulus geen echte apostel is, en het alleen maar doet om het geld, en dat hij valse leer predikt.

Een kort bezoek van Paulus aan Korinte heeft geleid tot een ernstige confrontatie tussen hem en een aanhanger van die Joodse predikers. Terug in Efeze heeft hij hen door Titus een brief laten brengen, die hen tot inkeer heeft gebracht. Ze hebben de schuldige ter verantwoording geroepen. Van Titus heeft Paulus nu vernomen dat alles weer in orde is. Deze kwestie zal de reden zijn geweest voor zijn brief aan de Romeinen.

Toch heeft hij nog een probleem. Ze hebben de collecte voor Jeruzalem verwaarloosd. Andere gemeenten hebben wel hun best gedaan en hij wil het geld nu naar Jeruzalem brengen. Hij moet ze aansporen die zaak weer ter hand te nemen, zonder de schijn te wekken dat het hem inderdaad alleen maar om het geld is te doen.

 

 

 

48 : De brief van Paulus aan de Galaten

 

Auteur — Paulus

Tijd — 48 na Chr.

Samenvatting — Dit is feitelijk Paulus’ eerste brief die we in de Bijbel bezitten. Hij komt voort uit de gebeurtenissen van Handelingen 15:1-2. Bepaalde Joodse christenen predikten dat ook gelovigen uit de heidenen zich moesten laten besnijden en zich aan de bepalingen van de wet houden, om behouden te kunnen worden.

Met deze prediking hebben zij ook de gemeenten in Galatië, die Paulus en Barnabas op de eerste zendingsreis hadden gesticht, in verwarring gebracht en beïnvloed. De gemeente te Antiochië besluit Paulus en Barnabas naar de apostelen en oudsten te Jeruzalem te zenden voor een beslissing in deze zaak. Maar nog voordat hij daarheen vertrekt, zendt Paulus de gemeenten in Galatië alvast deze brief, waarin hij zijn zienswijze in deze zaak uiteenzet.

Zijn toon is emotioneel, omdat hij een dringend beroep op de gemeenten doet niet terug te vallen in het oude wettische denken. Hij noemt deze prediking ‘een ander evangelie’. Paulus redeneert dat zowel Jood als Griek beiden in Christus hun volledige behoudenis hebben. Paulus laat zien dat alle wettische afwijkingen van het evangelie afvalligheden zijn en zo gezien moeten worden.

 

 

 

49 : De brief van Paulus aan de Efeziërs

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is waarschijnlijk een algemeen rondschrijven geweest aan alle gemeenten waar Paulus een relatie mee had. Dit blijkt o.a. uit het feit dat hij uitsluitend principiële zaken behandelt en niet in gaat op plaatselijke problemen. De brief kent twee delen. Het eerste deel schetst de zegeningen en de geestelijke rijkdom die zij in Christus hebben.

Onderdeel daarvan is dat zij niet langer afgescheiden zijn van het verbondsvolk, maar daar nu zelf deel van uitmaken. Het tweede deel schetst de aspecten van het navolgen van Christus. Zij moeten in hun levenswandel dat wat zij ontvangen hebben ook weer uitstralen en zo Christus tonen aan hun omgeving.

Zij zijn niet langer als de heidenen om hen heen, die God niet kennen, maar als kinderen des lichts, die liefde tonen en wier handel en wandel oprecht is tot aan de wederkomst van de Here Jezus.

 

 

 

50 : De brief van Paulus aan de Filippenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60- 62 na Chr.

Samenvatting —Deze brief zal zijn geschreven gedurende de gevangenschap van Paulus te Rome (Handelingen 28:30). Hij kan nu niet zelf rondtrekken, maar hij houdt contact met de door hem gestichte gemeenten door zijn medewerkers zoals Timoteüs en Titus. Hij verwacht echter zelf spoedig in vrijheid gesteld te worden, en dan wil hij hen ook zelf bezoeken (vers 24).

In bedekte termen waarschuwt hij opnieuw voor valse predikers die de besnijdenis prediken. Hij noemt dat ‘versnijdenis’ (verminking) en duidt de predikers aan als honden (verg. Matteüs 7:6 en Openbaring 22:15) en slechte arbeiders (verg. Lucas 13:27, werkers der ongerechtigheid).

 

 

 

51 : De brief van Paulus aan de Kolossenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief stamt uit dezelfde tijd als die aan Filippi. Paulus heeft via zijn ‘netwerk’ informatie ontvangen over de gemeente te Kolosse, waar hij zich zorgen over maakt. Zij dreigen te vallen voor de aandrang van Joodse predikers, die hen leren dat zij zich aan de bepalingen van de wet moeten houden. Hij duidt die aan als drogredenen (Kolossenzen 2:4) en ‘grondbeginselen van de wereld’ (2:9 en 20).

Dat stadium zouden ze nu moeten zijn gepasseerd. Maar hij spreekt ook over wijsbegeerte (2:8), alsof er ook elementen van Grieks denken beginnen in te sluipen. In plaats daarvan spoort hij hen aan te zoeken naar dat wat van boven is, juist niet dat wat aards is (3:1-2, 5-7).

 

 

 

52 en 53 : De brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 50 na Chr.

Samenvatting — Deze beide brieven zijn geschreven aan de jonge gemeente te Tessalonica, vanuit Korinte, waar Paulus 1 ½ jaar heeft gewerkt. Paulus had Tessalonica overhaast moeten verlaten nadat de Joodse gemeente daar hem had aangeklaagd bij de Romeinse autoriteiten. Hij had zijn prediking daarom niet af kunnen maken.

Na Tessalonica had hij nog enige tijd gepredikt in Berea, totdat de Joden uit Tessalonica hem ook dat onmogelijk maakten. Zie Handelingen 17:1-14. Vandaar was hij vertrokken naar Athene, totdat hij daar problemen kreeg met de Griekse autoriteiten en ook die stad moest verlaten.

Vandaar vertrok hij naar Korinte. Paulus is blij met het nieuws dat hij ontvangt, maar ziet in dat hij bepaalde dingen verder moet uitleggen, vooral met betrekking tot de wederkomst van Christus. Dat doet hij in de eerste van deze beide brieven.

 

 

De mens in geloof

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 54 en 55 : De brieven van Paulus aan Timoteüs

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting — Timoteüs en Titus waren jonge medewerkers van Paulus tijdens zijn zendingswerk. Deze twee brieven – bekend staand als de pastorale brieven – zijn geschreven in de korte periode tussen Paulus’ eerste gevangenschap te Rome (Handelingen 28:16) en zijn dood. Paulus beseft dat de Joodse opstand, die zal leiden tot de vernietiging van Jeruzalem en de tempel, niet ver meer weg is, en dat hij dus weinig tijd meer heeft.

Uit de brief aan Titus blijkt dat hij na zijn vrijlating in 62 na Chr. met grote ijver bezig is te prediken in de streken ten oosten van Italië waar hij nog niet geweest was. Hij moet nu meer overlaten aan zijn jonge medewerkers die zijn taken binnenkort zullen moeten overnemen. Ten tijde van zijn tweede brief aan Timoteüs zit hij alweer opnieuw gevangen te Rome en hij verwacht binnenkort ter dood gebracht te zullen worden. Dit is de laatste brief die we van Paulus bezitten.

 

 

 

56 : De brief van Paulus aan Titus

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting- Deze brief bevat veel dat we ook in de eerste brief aan Timoteüs vinden. Zo vinden we dezelfde opsomming van vereisten aan ambtsdragers. Ook Titus zou op korte termijn de taken van Paulus moeten overnemen. Titus zit nu op Kreta, waar hij de gemeente op orde moet brengen. Maar Paulus is van plan hem af te lossen door iemand anders (3:12), en vraagt Titus hem dan te komen helpen met de prediking in Nikopolis (een plaats aan de westkust van Griekenland).

 

 

 

57 : De brief van Paulus aan Filemon

 

Auteur — Paulus

Tijd — 62 na Chr.

Samenvatting —Een brief van Paulus aan een individuele gelovige, Filemon, te Kolosse. Deze Filemon was kennelijk een welgesteld man met huispersoneel en een huis dat groot genoeg was voor de wekelijkse bijeenkomst. Paulus prijst zijn gastvrijheid jegens zijn geloofsgenoten. Maar Onesimus, een slaaf van hem, is weggelopen en naar Rome gevlucht waar hij Paulus heeft ontmoet (die hij gekend zal hebben).

Hij is nu een broeder in het geloof en een ijverig assistent van Paulus. Maar Paulus zendt hem terug naar zijn meester. Paulus dringt er bij Filemon op aan hem niet te straffen (op weglopen stonden zware straffen) maar hem te ontvangen als een broeder. En mocht er financiële schade zijn dan verklaart Paulus zich bereid die te vergoeden. Paulus laat doorschemeren dat hij als apostel feitelijk het gezag heeft Filemon te bevelen, maar laat hem de keuze.

 

 

 

58 : De brief aan de Hebreeën

 

Auteur Een onbekende bekeerde schriftgeleerde

Tijd — rond 65 na Chr. (kort voor de Joodse opstand

Samenvatting — Deze brief heeft geen opschrift met schrijver of geadresseerden. Maar hij bevat aan het slot wel de aankondiging van een voorgenomen bezoek, dus hij moet wel degelijk zijn geschreven aan een specifieke gemeente; het is geen algemeen rondschrijven. Op grond van de inhoud en het slot is aan te nemen dat hij is geschreven aan Joodse christenen in Rome.

Uit de inhoud kan worden opgemaakt dat deze Joodse christenen dreigen af te vallen van de christelijk beginselen en terug te keren naar hun vroegere Jodendom, waarschijnlijk uit angst voor vervolging door keizer Nero. Het antwoord van de schrijver is een uitgebreide uitleg van de achterliggende boodschap van de Mozaïsche wet.

De wet ‘toont slechts een voorafschaduwing van al het goede dat nog komen moet en laat niet de gestalte zelf daarvan zien’ (10:1). De werkelijkheid waarnaar de wet verwijst duidt hij regelmatig aan met woorden als beter, groter of verhevener.

 

 

 

59 : De brief van Jakobus

 

Auteur — Jakobus

Tijd — 43 – 50 na Chr.

Samenvatting — De brief van Jakobus gaat vooral over de praktijk van het leven in Christus. Hij is gericht aan ‘de twaalf stammen in de verstrooiing’, dus aan de Joden buiten Juda en Galilea. Maar zijn voorbeeld van de boer die wacht op de ‘regens van het najaar en voorjaar’ (: de vroege en late regen) is duidelijk ontleend aan de situatie langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Sommigen denken daarom dat de geadresseerden vooral de Joden in Syrië zullen zijn geweest. Maar waar Paulus veel moest strijden tegen de neiging terug te keren naar de letterlijke bepalingen van de wet, benadrukt Jakobus het belang van de principes achter die bepalingen. Geloof alleen is niet voldoende, geloof moet blijken uit je daden.

Velen zien daarom een tegenstelling tussen Paulus en Jakobus. Maar beiden hebben het wel degelijk over hetzelfde, alleen bestrijdt de een afwijking naar de ene kant en de ander een afwijking naar de andere kant. Verder geeft Jakobus een reeks van praktijkvoorbeelden om zijn betoog te illustreren.

 

 

 

60 en 61 : De brieven van Petrus

 

Auteur — Petrus

1 Petrus

Tijd — ca. 63-64 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven aan de Christenen in Klein Azië om hen te waarschuwen dat zij zich niet moeten laten verleiden menselijke wegen te gaan. Petrus beseft dat de Joodse opstand (die zou beginnen in 66 na Chr.), die zou leiden tot de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel, niet ver weg meer is.

Petrus vreest dat zijn lezers wellicht de zijde van de opstand zullen kiezen en dat zou een fatale fout zijn. Zij moeten geduld oefenen, en de gang van zaken aan God overlaten. Zij zullen zware vervolging moeten ondergaan, maar God weet wat hen overkomt, en ze zullen volharding moeten tonen.

 

2 Petrus

Tijd ca. 64-65 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden, maar het ligt voor de hand dat dit dezelfden zijn als die van de eerste brief, waar hij ook naar verwijst (3:1). Hij verwacht spoedig om zijn geloof terecht gesteld te worden (1:14), en doet een laatste poging hen te waarschuwen voor de tijd die komen gaat. Hij dringt er opnieuw met alle kracht op aan standvastig te blijven in de tijd die er nu aankomt en niet af te vallen, net nu het er op aankomt.

Ze moeten vasthouden aan ‘de woorden van de profeten’, d.w.z. ons Oude Testament (1:19).   Hij verwijst naar zijn eigen aanwezigheid bij ‘Jezus’ verheerlijking op de berg’, die hem ten volle heeft overtuigd dat Jezus de beloofde Messias is. Hij herinnert hen aan Jezus’ waarschuwing dat ‘de dag des Heren’ (in de Bijbel: de dag van Gods oordeel) onverwacht zal komen (als een dief in de nacht), en dat ze niet moeten luisteren naar mensen die spotten dat hij niet gaat komen.

Tegenover het woord van de profeten zet hij de valse profeten die hen zullen proberen te misleiden; ook dat zijn woorden van Jezus. En hij wijst hen op de woorden van Paulus die hen heeft voorgehouden wat hun te wachten stond. Dit zou kunnen betekenen dat Paulus al terecht gesteld was.

 

 

 

62, 63 en 64 : De 3 brieven van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd — 85 – 100 na Chr.

Samenvatting — Dit zijn waarschijnlijk de laatste geschriften van het Nieuwe Testament. De situatie verschilt nu sterk van die tijdens de periode van de andere brieven. Er is geen enkele tendens meer naar het houden van de Mozaïsche wet, maar wel wordt het zuivere geloof nu bedreigd door de invloed van Griekse filosofie. Die manifesteert zich het sterkst in leer van de zgn. gnostiek. Deze leert globaal een volledige scheiding tussen geest en materie, en ‘ingewijd’ zijn is er een belangrijk element van. De aspecten die Johannes in zijn eerste brief bestrijdt zijn:

  • De leer dat Jezus en ‘de Christus’ verschillende personen zouden zijn. De goddelijke Christus zou bezit hebben genomen van de mens Jezus bij diens doop, en hem weer verlaten hebben bij zijn kruisiging. Zie bijv. 1 Johannes 2:22 en 2 Johannes 7.
  • De leer dat een mens met zijn materiële lichaam niet zou kunnen zondigen, maar alleen met zijn geest. Wat hij met zijn lichaam doet zou dus nooit zonde kunnen zijn. Zie bijv. 1 Johannes 1:10.
  • De opvatting dat de ingewijden op een hoger plan zouden staan dan de oningewijden, waarop zij dus kunnen neerzien. Johannes noemt dit: ‘je broeder haten’ (1 Johannes 2:9).

Hij herinnert zijn lezers aan het feit dat Jezus zelf, in zijn rede op de Olijfberg (bijv. Matteüs 24) heeft gewaarschuwd voor valse profeten (mensen die ten onrechte beweren namens God te spreken) die de gelovigen zullen misleiden door een valse Christus te prediken.

Het begin van de eerste brief leest sterk als het begin van zijn Evangelie, en het feit dat hij van dat Evangelie zegt dat het is geschreven “opdat u gelooft dat Jezus de Messias (Christus) is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam” maakt het aannemelijk dat het in dezelfde tijd is geschreven, en met hetzelfde doel.

 

 

 

65 : De brief van Judas

 

Auteur — Judas, de broer van Jakobus

Tijd — ca. 70 – 80 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden en zou een algemeen rondschrijven kunnen zijn geweest. Judas wil zijn lezers herinneren aan de waarschuwingen van Petrus in diens tweede brief. Hij geeft in het kort dezelfde boodschap en min of meer dezelfde voorbeelden. Hij zal zijn geschreven na de val van Jeruzalem in 70 na Chr. Ook Judas waarschuwt tegen valse leer.

Hij wijst op het thema in Petrus’ brief dat in Gods oordelen de weinige rechtvaardigen worden beschermd en gered, en voegt daar het voorbeeld van de exodus aan toe als waarschuwing dat niet allen die door God zijn geroepen ook daadwerkelijk het einddoel bereiken.

 

 

 

66 : De openbaring van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd 70 na Chr.

Samenvatting — Openbaring is een directe boodschap van Jezus aan zijn volgelingen, gegeven in een reeks visioenen aan de apostel Johannes. Johannes dateert deze reeks op ‘de dag des Heren’. Dit moet logischerwijze slaan op de ondergang van Jeruzalem in 70 na Chr., een parallel van de eerdere verwoesting van Jeruzalem onder de Babyloniërs, waarbij de profeet Ezechiël een soortgelijke boodschap kreeg (Ezechiël 24:1).

Na de val van Jeruzalem zou het verbondsvolk bestaan uit plaatselijke gemeenten te midden van een andersdenkende wereld, soms getolereerd, maar vaak ook vervolgd. Jezus’ boodschap moet de gelovigen voorbereiden op de nieuwe situatie. Kenmerkend is dat het boek vrijwel uitsluitend spreekt in symbolen. Maar elk daarvan komt van elders in de Bijbel, meestal het Oude Testament, soms het Nieuwe.

De inhoud van Jezus’ boodschap is dat het volk van het nieuwe verbond het er niet beter vanaf zou brengen dan het volk van het oude verbond. Nieuw t.o.v. de situatie in het Oude Testament zou echter zijn dat de vervolging van de overgebleven trouwe gelovigen niet zou komen van de kant van een vijandige heidense overheid maar van een systeem dat zou claimen de enige ware kerk te zijn.

Dit is een echo van Jezus’ woorden aan zijn discipelen in de bovenzaal: “Er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen” (Johannes 16:2). De brieven aan de zeven gemeenten, waar de boodschap mee begint, illustreren hoe zelfs gemeenten die op korte afstand van elkaar wonen sterk in karakter kunnen verschillen. Het boek eindigt dan met Gods oordeel over dit volk van het nieuwe verbond – zoals er op dat moment aan de gang was over het volk van het oude verbond – en de definitieve vervulling van Gods plan.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Kan God boos zijn?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Leer Gods karakter kennen

 

Veel mensen kennen het ware karakter van God niet, waardoor ze blijven zitten met diepgaande vragen en grote zorgen. Is God boos op mij, of op de mensheid? Is Hij er op uit om mensen die Hem dwarsbomen te vernietigen? Vindt Hij het leuk om mensen te straffen? Dit zijn vragen en zorgen van veel christenen en mensen die de waarheid zoeken.

 

 

how-can-i-know-God1

 

 

Het is moeilijk om te groeien in het geloof zonder de juiste antwoorden. Je moet er doelgericht moeite voor doen om Gods karakter te leren kennen en begrip te ontwikkelen voor wie Hij is. Het vergt toewijding om de antwoorden te vinden op de belangrijkste vragen over God.

Een van de bekendste Bijbelteksten is Johannes 3:16:

“Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”

 

Dit vers geeft veel inzicht in het karakter van God. Zijn karakter bestaat niet uit haat of boosheid, maar uit liefhebbende opoffering. Hij wil zegenen in plaats van vervloeken. Hij heeft dit laten zien toen Hij Zijn Zoon gaf om als offer te sterven voor de zonden van de mens, zodat de mensen niet zelf de prijs hoefden te betalen. Dat is liefde. God Zelf is alles waar liefde voor staat.

“Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde” (1 Johannes 4:8).

 

Om Gods karakter te kennen moeten mensen Hem willen kennen, Hem zoeken middels gebed, Hem aanbidden en de Bijbel bestuderen. Ze moeten godvruchtig onderricht en mentorschap opvolgen en rustig luisteren naar Zijn stem wanneer Zijn geest tot hun geest spreekt. Je zou moeten ontevreden zijn totdat je God kent, hoe Hij is, wat Hij graag wil, wat Hij niet wil, wat Hij gezegd heeft en wat Hij niet gezegd heeft.

 

 

 

Gods hoge normen

 

Wanneer je Gods persoonlijkheid kent, weet je ook dat God heilig is. Als je weet en begrijpt wat het betekent om heilig te zijn, begrijp je dat God hoge maatstaven hanteert.

Matteüs 5:17-19 : “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van die voorschriften, zelfs het geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen. Maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”

 

Jezus vertelt ons dat Hij ons grootste probleem opgelost heeft, namelijk de vervulling van de vereisten van Gods wet. Wat voor mensen onmogelijk is, heeft Jezus gedaan. Maar, Hij zegt ons ook dat we een gezonde geestelijke leefwijze moeten hebben als we Hem willen volgen. Hebben we die niet, dan onteren wij God. Als we echter in overeenstemming leven met Gods plan, dan eren wij Hem en plaatsen wij Hem op de troon van ons hart.

 “Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.” (Matteüs 5:48).

 

Ook dat is een onmogelijkheid. Maar God is bereid om ons ons hele leven lang te onderwijzen zodat we Hem steeds naderbij komen. Het gaat er om dat we er naar streven om meer zoals Hem te zijn, en als we dat proberen, leidt Hij ons verder vooruit.

 

 

slide_18

 

 

 

Tucht van een vader

 

Hebreeën 12: 5-7 vertelt ons dat God onze Vader is en dat wij Zijn kinderen zijn. De tekst leert ons dat zoals wij onze kinderen terechtwijzen, onze Vader ook ons terechtwijst:

“‘Mijn zoon, je mag een vermaning van de Heer nooit terzijde schuiven en nooit opgeven als je door hem terechtgewezen wordt, want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt.’ Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als Zijn kinderen.”

 

Kinderen van God hoeven niet bang te zijn voor de Heer. Hij is er niet op uit om hen val te brengen, en Hij zit ook niet te wachten op een gelegenheid om hen te veroordelen. God is een goede Vader die het beste wil voor Zijn kinderen (Psalm 100).

Hij weet dat er in deze wereld dingen zijn die Zijn volk zullen schaden wanneer ze zich daarmee bezig houden. Die dingen vinden we aantrekkelijk en worden verleidingen die de vijand (Satan) gebruikt om mensen weg te lokken van God (1 Korintiërs 10:13).

Daarom berispt God ons voor onze eigen bestwil en waarschuwt ons om te leren van Zijn terechtwijzing om ons te laten delen in Zijn heiligheid (Hebreeën 12:10).

Een begrip van het doel van Gods berispingen openbaart Zijn liefdevolle karakter en brengt kracht en rust in het leven van een gelovige. (Hebreeën 12: 11):

“Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie erdoor gevormd is er de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid.”

 

 “De Heer berispt wie hij liefheeft” (Hebreeën 12:6).

 

 

 

 Gods genade

 

Gods tucht is een realiteit. Maar Zijn liefde is dat ook. Gods terechtwijzingen zijn genade. Door Zijn terechtwijzingen leren we om schade te voorkomen op geestelijk, emotioneel, relationeel en zelfs lichamelijk gebied. Titus 2:11-13 :

“Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. Ze leert ons dat we goddeloze en wereldse begeerten moeten afwijzen en bezonnen, rechtvaardig en vroom in deze wereld moeten leven, in afwachting van het geluk waarop wij hopen: de verschijning van de majesteit van de grote God en van onze redder Jezus Christus.”

 

Jezus heeft onze zonden bedekt en de boete voor die zonden betaald middels Zijn dood en opstanding. Hij heeft ons gered. Daarom passen de berispingen die wij krijgen niet bij de misdrijven die we plegen. Wie dat beseft valt op zijn knieën in nederigheid.

Door Zijn genade gaan we nog meer van Hem houden en valt onze liefde voor de wereld en al haar verlokkingen weg. Het resultaat daarvan is dat we een leven gaan leiden dat beter aansluit op Gods roeping en plan.

Gods genade is Zijn gunst op onze levens. Hij is vóór ons, en daarom kan niets tegen ons zijn (Romeinen 8:31). Hij loopt op elk moment van elke dag met ons mee. Hij is liefde. Zijn boosheid is rechtvaardig en komt als terechtwijzing in onze levens tot uiting.

Hij zal alle mensen op hun daden beoordelen, maar dat gebeurt pas na dit leven. Daarom leven wij tot dat moment in Zijn liefde en genade en leren van Zijn tucht, zodat wij op de dag van het oordeel Zijn liefdevolle stem zullen horen zeggen:

“Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar” (Matteüs 25).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria