categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen
Menaliet: opaal afkomstig uit Agramon in Spanje
















Enstatiet is wit of grijs- tot geelachtig met groenige weerspiegelingen. De steen is doorschijnend met een glasachtige glans. Bronziet is een vorm van enstatiet.

Enstatiet komt van het Griekse woord enstates = tegenstander.
.
Enstatiet wordt gevonden in Noorwegen, Tsjechië en Brazilië.

samenstelling: Mg2Si2O6
hardheid: 5,5-6
dichtheid: 3,3-3,6

bronziet
| Enstatiet | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | MgSiO3 | |
| Kleur | Wit, geelgroen, bruin of grijs | |
| Streepkleur | grijs | |
| Hardheid | 5,5 | |
| Gemiddelde dichtheid | 3,2 kg/dm3 | |
| Glans | Glas- tot parel | |
| Opaciteit | Doorschijnend tot opaak | |
| Breuk | Bros | |
| Splijting | Duidelijk, [110] & [010] | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | orthorombisch | |
| Brekingsindices | 1,65 – 1,679 | |
| Dubbele breking | 0,0090 – 0,0110 | |
| Overige eigenschappen | ||
| Radioactiviteit | Geen | |
| Magnetisme | Sterk magnetisch | |
Goed te herkennen aan
– de lange, liggende, zigzag knikkende stengels
– met samengestelde oneven geveerde bladeren en de
– trossen bleek groengele vlinderbloemen
Algemeen
Hokjespeul is een giftige, overblijvende plant met liggende, zigzag knikkende stengels, die 30 tot 120 cm lang kunnen worden. Ze groeit op vochtige, kalkrijke grond aan bosranden, tussen kreupelhout, aan dijken en spoorwegen, en in leemkuilen. Ze is zeldzaam voorkomend in de Lage Landen.

Bloem
Hokjespeul bloeit vanaf juni tot en met september met eironde, vrij dichte trossen bleek groengele, geurende vlinderbloemen. De trossen staan in de bladoksels en bestaan uit 8 tot 30, kort gesteelde bloemen.

Blad
De bladeren bestaan uit 9 tot 15 elliptische of eironde deelblaadjes. Elk samengesteld blad heeft twee, vrij grote, driehoekige steunblaadjes.

Algemeen
– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm
Bloem
– bleek groengeel
– vanaf juni t/m september
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– eirond
– top stomp met klein spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– onderzijde behaard
Stengel
– liggend
– vrijwel kaal
– rolrond
zie wilde bloemen
Goed te herkennen aan
– de behaarde bladeren en stengel en
– alleenstaande helder roze bloemen en
– de lange vruchten
Algemeen
Harig wilgenroosje is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende plant van 60 tot 150 cm hoog. De stengel en bladeren zijn zacht behaard. Van de acht meeldraden zijn er vier langer en komen eerder tot ontwikkeling dan de andere vier. De plant groeit op natte, zeer voedselrijke grond langs oevers, in lichte bossen en in rietmoerassen. Ook op half beschaduwde plaatsen.

Bloem
Ze bloeit vanaf juni tot en met september. De bloemen zijn helder roze van kleur en 2 tot 3 cm in doorsnede. Ze lijken op lange stelen te staan, maar de “steel” is het vruchtbeginsel.


Vergelijkbare soort
Wilgenroosje lijkt op harig wilgenroosje, maar is niet behaard. Daarnaast zijn de bloemen onregelmatiger van vorm en staan ze dichter bij elkaar, waardoor de bloeiwijze van wilgenroosje op een pluim lijkt. De kelkbladen zijn roodachtig.

gewoon wilgenroosje
Algemeen
– teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 60 tot 150 cm hoog
Bloem
– helder roze
– vanaf juni t/m september
– alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 4 uitgerande kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand onregelmatig scherp gezaagd met haakvormige tanden
– voet (half) stengelomvattend of aflopend
– netnervig
– zacht behaard, vooral op de nerven lange afstaande haren
Stengel
– rechtop
– sterk vertakt
– lang afstaand behaard
– rolrond
