Auteursarchief: john astria

Over john astria

Ik ben reikimaster en heb interesse voor religie, spiritualiteit, dieren, planten, techniek enz. Ik ben auteur van het boek " De Openbaring" waarin ik op een begrijpelijke manier de eindtijden uitleg.

De wonderbare medaille, een ontferming van Maria

Standaard

  DE WONDERBARE MEDAILLE VAN CATHERINE LABOURE

 

de voorkant van de medaille   

 

voorkant Catherine Laboure

 

de acherkant van de medaille   

achterkant catherine laboure

een medaille gemaakt door John  Astria

 

Catherine Labouré, het dogma van de onbevlekte ontvangenis

Een dogma in de religie is een leerstelling die als onbetwistbaar wordt beschouwd, een regel waar niet aan te twijfelen valt. Het dogma bevestigt dat Maria verwekt werd en op de wereld werd gezet zonder bevlekt te zijn met de erfzonde. God bewerkstelligde dit met de bedoeling christus te laten geboren worden uit een pure, zondeloze vrouw. Velen verwarren dit dogma met een ander, dat van de maagdelijkheid van Maria. Daar wordt bevestigd dat Christus verwekt werd zonder gemeenschap met een man. Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria viert men op 8 december.

 

 

 

 

     Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis

Door de woorden van Maria aan Catherine (zie artikel: Catherine Labouré en de Wonderdadige Medaille) wordt in heel de Christelijke wereld de Onbevlekte Ontvangenis bekend. De zuster is de uitverkorene om in 1830 dit kenbaar te maken. Paus Pius de 9de  verheft dat geloofspunt in 1854. In 1858 komt Maria deze geloofswaardigheid nog eens bevestigen in Lourdes toen ze tegen Bernadette zei :”ik ben de Onbevlekte ontvangenis “

 

 De weerstand tegen Catherine Labouré

Catherine vertelt haar biechtvader wat Maria haar vertelde en over  haar opdracht. Hij gaat op het verzoek om een medaille te slaan niet in en wijst de zuster erop dat ze beter deugdelijk zou leven in plaats van zich bezig te houden met verschijningen. Catherine blijft smeken om de medaille te slaan. Ze vertelt de pater dat Maria zich, bij de 3de verschijning, zeer ontevreden had getoond omdat van haar opdracht nog niets was terecht gekomen. Toch stelt de biechtvader zich in verbinding met de aartsbisschop van Parijs. Pas in 1832 krijgt de pater de toestemming van de aartsbisschop om de medaille te slaan. De oorspronkelijke naam van de medaille is die van ‘Maria’s  Onbevlekte Ontvangenis’. Pas 7 jaar later krijgt ze de naam ‘ de Wonderdadige Medaille’ omdat  er zoveel verhoringen, bekeringen en genezingen werden verkregen. Gedurende de eerste 5 jaar worden er 10 miljoen exemplaren van verkocht. Heden zijn er enkel in Europa meer dan 100 miljoen verkocht.

 

De schrik en opluchting van Catherine

Bij de verschijning van Maria is Catherine blij, maar ze heeft schrik omdat er geschreven staat :”aan wie veel gegeven wordt, daar wordt veel van gevraagd en aan wie men veel toevertrouwt,eist men veel”. Maria weet dat en stelt haar gerust. Toen wist de zuster dat de Maagd haar wat zou bekend maken met baat voor heel de wereld.

 

De dood van Catherine Labouré

Ze sterft op 31 december 1876. Een eerste wonder dat aan haar zaligverklaring voorafgaat, is de genezing van een verlamd kind dat haar kist aanraakt. Men graaft haar lichaam op 56 jaar later in 1933. Het is nog ongeschonden en soepel met ogen net zo blauw als toen ze nog leefde. Men legt haar lichaam in een schrijn in de kapel van het klooster van de Dochters van Liefde in de Rue du Bac te Parijs. Het schrijn staat rechts van het middenaltaar net naast het bewaarde hart  van St Vincentius zijn altaar. Iets verderop bevindt zich de blauwe, fluwelen stoel waar Maria inzat toen ze sprak met Catherine tijdens haar verschijning. Op 28 mei 1933 wordt de zuster zalig verklaard door Paus Pius de 12de .Er zijn 50000 mensen aanwezig onder wie 8000 witgesluierde kinderen van Maria uit 39 landen die allemaal de Wonderdadige Medaille dragen. Op 27 juli 1947 wordt Catherine Heilig verklaard Door dezelfde paus. Ook hierbij zijn vele gelovigen en meer dan 10000 witte gesluierde kinderen van Maria aanwezig. Van de werking van de medaille is veel bekend. Eén van de bekendste ervaringen is die van Alphonse Tobie Ratisbonne.

 

 

 

 Ratisbonne en de wonderdadige medaille

 Ratisbonne, de verstokte atheïst

Ratisbonne is een rijke Jood, een atheïst die de kerk haat en het geloof al lang heeft afgezworen. In 1842 ontmoet hij baron De Bussières, een overtuigd Rooms katholiek Fransman. Zij worden bevriend maar de cynische godslasteringen van Ratisbonne blijven een doren in het oog van de baron. Hij besluit een weddenschap aan te gaan met de fanatieke atheïst. De baron beweert ,indien zijn vriend de medaille zou dragen, dat hij zou stoppen met de godslasteringen. Zo gezegd, zo gedaan. Op een dag vraagt de baron Ratisbonne om in de basiliek op hem te wachten omdat  hij nog een regeling van een uitvaart moest doen. Ratisbonne stemt ermee in , gaat de basiliek binnen en neemt vooraan plaats voor het altaar van de Heilge Maagd.

De verschijning van Maria

Plots lost de basiliek voor zijn ogen op, enkel het altaar van de Maagd blijft staan. Verstijft van schrik ziet hij de Maagd verschijnen op het altaar in volle glorie,net zoals ze afgebeeld is op de wonderdadige medaille. Ze doet Ratisbonne knielen en zegt geen woord. Dan verdwijnt ze en de basiliek staat er weer. De Jood barst in snikken uit, hij heeft de boodschap begrepen. Inmiddels is de baron teruggekomen en ziet zijn vriend op zijn knieën snikken in de basiliek. Ratisbonnen vertelt over de verschijning en erkent de kracht van de wonderbare medaille. Bij het zien van de Maagd die hem deed knielen begreep hij dat het katholieke geloof waarmee  hij zo spotte het enige was dat hem zou kunnen redden.

 

 

 

 

De bekering van Ratisbonne

Ratisbonne bekeert zich, laat zich dopen en wordt priester in 1847. In 1855 sticht hij een klooster voor Onze Lieve Vrouw van Sion te Jeruzalem, de plek waar ooit het huis van Pontius Pilatus stond. Ratisbonne probeert tijdens zijn leven in contact te komen met Catherine Labouré , maar het lukt niet omdat de zuster afgeschermd wordt van de buitenwereld. Hij overlijdt in 1884. Nu is er een gedenksteen gelegd op de plaats van de verschijning met de volgende tekst: “Hij kwam hier als een verstokte Jood, de Maagd verscheen hem, hij viel neer als een Jood en stond op als een Christen”.

 

 

    Waarom een medaille uit de hemel

 

Armoede in de 19e eeuw

Rond 1830 zijn er in Frankrijk slechte tijden. Religie gaat achteruit en er is veel armoe gepaard gaande met ziektes (cholera). Ook is er een politieke revolutie bezig. Tijdens die revolutie stopt de hulp aan de armen, de congregatie van de zusters wordt belemmerd in hun bestaan. St Vincentius verklaarde ooit dat God de bedoeling had de congregatie te stichten. Hij wist dat wat God wenst zou geschieden en volbracht worden.

 

 

Een medaille via de onschuld

Daarom stuurde hij zijn moeder (Maria) om de congregatie te redden door middel van de medaille. Uit liefde en medelijden voor de mens mag De Maagd de vertrouwelijke mededeling aan Catherine verkondigen en ingrijpen. Via een klein verlicht kind wordt Catherine aangemaand zich naar de kapel te begeven waar de Maagd wacht. Het is de onschuld door God gestuurd wat verwijst naar Jezus die het licht van de wereld is.

 

 

De genade van God

De verschijning van de Maagd aan Catherine is Gods liefde en onverdiende genade die de mens met zijn vrije wil mag ontvangen. God laat een bescheiden medaille slaan, geen juweel, die zijn grote majesteit openbaart. Wie de medaille draagt mag er zeker van zijn dat Maria zich om die persoon bekommert en ontfermt. De medaille is geen bijgeloof en geen gebruiksvoorwerp. De drager vertrouwt op Zij die de medaille vertegenwoordigt. Nu reeds zijn er enkel in Europa 100 miljoen exemplaren verkocht.

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the MIraculous Medal-I.Dirvin

* www.Catherinelaboureendewanderdadigemedaille

 

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

De betekenis van Babylon

Standaard

categorie : religie

 

Wat waren Babylon en Babel?

Babylon of Babel was de beroemdste, door Nimrod gebouwde stad van het oude Mesopotamië, de hoofdstad van het oude Babylonische rijk ( ca. 1800 tot 539 v.C ). Door Babel stroomde de rivier Eufraat, die de stad in twee helften deelde. Tegenwoordig heet de plaats Hillah. Onder leiding van de koning Nebukadnezar onderwierp het Juda.

 

1

 

2uDxA2I

 

Belangrijke goden van het Babylonische rijk

 

De opperste god van de Babyloniërs was Merodach . Hij droeg de titel ‘Bel’ (=’heer’). De Babyloniërs vereerden hem als de koning van hemel en aarde. Hij was de beschermgod van de stad Babel. De naam ‘Babel’ betekent ‘poort van Bel’.

 

Merodach

Merodach

 

Door de dienst van de profeet Jeremia kondigde God het strafgericht over Bel aan:

Jeremia 50:2 Verkondig onder de heidenvolken, laat het horen, hef een banier omhoog, laat het horen, verberg het niet, zeg: Babel is ingenomen, Bel staat beschaamd, Merodach is verpletterd. Zijn afgoden staan beschaamd, zijn stinkgoden zijn verpletterd.
Jeremia 51:44 Ik zal Bel in Babel straffen, Ik zal wat hij verzwolgen heeft, uit zijn muil halen. De heidenvolken zullen niet meer naar hem toestromen. Zelfs de muur van Babel is gevallen!

Een andere Babylonische god was Nebo, de zoon van de god Merodach. Nebo is de god van de wetenschap en de schrijfkunst. Ook wordt hem het wereldbestuur toegedicht. Veel namen van Babylonische koningen zijn samengesteld met de naam Nebo, zoals Nabonassar, Nabopolassar, Nebukadnezar en Nabunit.

 

Nebo

Nebo

 

De profeet Jesaja profeteerde over Nebo:

Jesaja 46:1 Bel is gekromd, Nebo neergebogen, hun afgodsbeelden zijn geworden voor de dieren en voor de beesten; uw opgeladen pakken zijn een last voor de vermoeide dieren

 

De droom van koning Nebukadnezar

 

Koning Nebukadnezar kreeg eens een door God ingegeven droom (zie Dan. 2), waarin het rijk van Babel wordt geschilderd als het eerste van vier wereldrijken.

 

beeld

 

1 Babylonische rijk,

2 Medisch – Perzische rijk,

3 Grieks – Macedonische rijk,

4 Romeinse rijk.

Het Babylonische rijk wordt voorgesteld als het gouden hoofd van het statenbeeld dat Nebukadnezar in zijn droom zag. Het rijk van Babel is het hoofd, het is van zuiver goud.

In Dan.7 wordt het rijk voorgesteld als een leeuw. Ook Gods woord door de dienst van Jeremia noemt het rijk een leeuw.

Jer 4:7 De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoesting; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.

Babylonische leeuw

Babylonische leeuw

 

Het lijden van Israël onder het Babylonische rijk

Jeremia 50:17 Israël is een opgedreven schaap, leeuwen hebben het opgejaagd. Eerst heeft de koning van Assyrië het verslonden, en ten slotte heeft deze, Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn beenderen verbrijzeld.

Het koninkrijk van Babel zou worden vernietigd in het oordeel dat God over alle vier bovengenoemde rijken (Dan. 2 en 7). Babel is gevallen en gebroken; het was niet te genezen (Jes.21:9; Jer.51:7-10).

Als onderdeel van het samenstel van vier wereldrijken zal het in de toekomst geheel en al vernietigd worden als Jezus Christus zijn rijk opricht (Dan.2 en 7).

 

Babel, de verwarring

‘Babylon’ is de Griekse vorm van het Hebreeuwse ‘Babel’. De naam Babel betekent in het Hebreeuws ‘verwarring’. De naam is ontleend aan de spraakverwarring die God teweegbracht toen de mensheid – nog één volk en één van spraak – een stad en een hoge toren bouwde en zich een naam wilde maken, om te voorkomen dat men over de hele aarde verstrooid zou raken, hoewel God Noach en de zijnen bevolen had de aarde te vervullen.

Ge 11:4 En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid!
Ge 11:5 Toen daalde de Heere neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren,
Ge 11:6 en de Heere zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn.
Ge 11:7 Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen.
Ge 11:8 Zo verspreidde de Heere hen vandaar over heel de aarde, en zij hielden op met het bouwen van de stad.
Ge 11:9 Daarom gaf men haar de naam Babel; want daar verwarde de Heere de taal van heel de aarde, en vandaar verspreidde de Heere hen over heel de aarde.

 

Babel-1024x575

 

Petrus over Babylon

De apostel Petrus noemt Babylon in zijn eerste brief:

1Pe 5:12 Door Silvanus, die naar ik meen voor u een trouwe broeder is, heb ik in het kort geschreven om u te vermanen en te betuigen, dat dit de ware genade van God is waarin u moet staan.
1Pe 5:13 U groet de medeuitverkorene in Babylon, en mijn zoon Markus.

Sommige uitlegger menen dat in dit vers sprake is van de letterlijke stad Babylon, waar ten tijde van Petrus veel joden woonden. Andere uitleggers zien er een codewoord of figuurlijke aanduiding voor Rome in, de hoofdstad van het Romeinse rijk.

De Iraakse dictator Saddam Hussein (1937-2006) startte de bouw van een moderne stadBabylon, ongeveer 80 km ten zuiden van Bagdad.

 

Het Apocalyptische Babylon

In het laatste Bijbelboek komt een stad voor genaamd Babylon. Het is een grote stad.

Opb 14:8 En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken.
Opb 17:5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.
Opb 18:2 En hij riep met krachtige stem de woorden: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, en het is een woonplaats van demonen en een bewaarplaats van elke onreine geest en een bewaarplaats van elke onreine en gehate vogel geworden.
Opb 18:10 terwijl zij uit vrees voor haar pijniging in de verte blijven staan en zeggen: Wee, wee de grote stad, Babylon, de sterke stad; want in een uur is uw oordeel gekomen.
Opb 18:21 En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen en wierp die in de zee en zei: Zo zal de grote stad Babylon met geweld neergeworpen worden en zij zal geenszins meer gevonden worden.

 

hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld

hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld

Pasteltekening van John Astria

De vernietiging van Babylon

De vernietiging van Babylon

Pasteltekening van John Astria

Vergelijk

Da 4:30 Sprak de koning, en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid! 

Sommige Bijbeluitleggers menen dat de stad Babylon in de Openbaring het herbouwde Babylon is, dat weer rijk en machtig zal worden. Volgens de meeste uitleggers echter heeft het apocalyptische Babylon een symbolische betekenis en verwijst het naar de stad Rome en de valse kerk van de eindtijd.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

Eenendertigste Miniatuur : tiende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegar Von Bingen

Eenendertigste Miniatuur: Tiende Visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2031_Boek%20III,10

 

Hier gaat het om de voltooiing van de Stad Gods en van het geestelijke leven in de mystieke beschouwing. Als alle heiligheid verwezenlijkt zal zijn op aarde en de wereld tot voltooiing is gekomen in het zuiden, waar God in het paradijs de eerste mens schiep, neemt de Mensenzoon (dezelfde als die van de eenentwintigste miniatuur) het woord. Hij zegt:

“De Zoon van de levende God, geboren uit de Maagd, regeert zonder tegenspraak in die harten, die ontstoken door de H. Geest streven naar de volle geheimen van de ongeschapen diepten.”

De tekst van het tiende visioen luidt:

“Voor de troon van de Mensenzoon, die zich nog steeds niet ten volle heeft geopenbaard, staan drie deugden en wel de Stadigheid (Constantia), het Hemelsverlangen, (Caelestis desiderium) en de Rouwmoedigheid des Harten (Compunctio Cordis).”

Onder deze drie, die feitelijk een drieëenheid vormen, verschijnt van ons uit gezien links, de Verachting der Wereld (Contemptus mundi) en rechts de Eendracht (Concordia) tussen God en mensen. Rustig de beelden en kleuren bestuderend en luisterend naar wat Hildegard over deze deugden zegt, kunnen we ontdekken wat voor onze mystica de hoogste toppen van het geestelijk leven betekenen.

De figuur die we bovenaan in een rood gewaad (de tekst zegt: in purperen tunika) op een troon gezeten zien, is het Mensgeworden Woord. Achter Hem op een hoge zuil en voor ons onzichtbaar zit de Lucidens Sedens (vgl. miniatuur 19).

De wederkerende Christus op de Oosthoek van het gebouw zagen we op miniatuur 21 en evenals daar is de onderste helft van Christus nog niet geheel geopenbaard: het einde der tijden is nog niet gekomen. Christus zit in een zetel boven op zeven witmarmeren treden, hier weergegeven door blauw met wit geaccentueerd.

Het kleed van de middelste der drie Godskrachten vóór de Troon, de stadigheid, is evenals de marmeren treden blauw met wit. In beide gevallen wijst dit blauw op helder glanzend wit. Volgens de tekst draagt zij ook een witte mantel. Deze is hier bij wijze van tegenstelling groen.

Dezelfde kleur vertoont het gewaad van de deugd aan haar rechterhand ‘het hemelse verlangen’. Van de derde deugd de Rouwmoedigheid des harten wordt gezegd dat zij witte haren heeft en deze worden door gewoon wit aangeduid.

Het was voor de miniaturist een moeilijke opgave om al die van blankheid stralende deugden toch duidelijk aan te geven omdat de nuances in het wit voor Hildegard wijzen op de karakterverschillen van deze drie deugden. Zo zegt Hildegard dat al deze gestalten in witte tunieken zijn gekleed, daar zij allen in de verblindende witheid van goede werken wandelen.

Maar dan beschrijft zij het onderscheid in goede werken en verklaart zij dat de Rouwmoedigheid geen witte maar een wat matkleurige tuniek draagt. Wenend en klagend schermt zij zich af tegen alle verkeerde invloeden. Het komt er op aan dat de juiste houding is standvastig en met grote rouwmoed in ons hart naar de komst van de Heer te verlangen.

Merken we wel op dat deze deugden overeenkomen met de deugden die God ons voorgehouden heeft in de toren van Gods raadsbesluit. Daar (miniatuur 22) zagen we als eerste de Liefde tot het hemelse, hier het hemelse begeren. Op de tweede plaats de Bescheidenheid, hier de Rouwmoedigheid des harten en tenslotte de Victoria, die hier terugkeert in de Stadigheid of Constantia: de volhouder wint.

Verder zagen we in miniatuur 22 nog de Disciplina en de Misericordia. Ook deze twee door God voorziene deugden komen hier in de voltooiing terug. Het zijn onderaan de Contemptus Mundi (de verachting der wereld) wat hetzelfde is als de Disciplina en de Concordia (de eendracht tussen God en mensen) wat men de voltooide vorm van de Misericordia mag noemen.

We willen nog even aandacht schenken aan de wijze waarop de Contemptus mundi en de Concordia door Hildegard zijn aangevoeld en uitgebeeld. In een zilver rad zien we de buste van een deugd in een donker kleed met een bloeiend takje in de hand. Dit illustreert de uitleg van het tiende visioen. Aan de noordkant van de Gezetelde verscheen in een rad een deugd die in haar rechterhand een groen takje droeg. Dit rad draaide voortdurend rond, maar het beeld bleef onbeweeglijk staan (zij maakt immers deel uit van de deugd Constantia). En in de omtrek van dit rad stond geschreven:

“Indien iemand Mij dient, dat hij Mij volge en waar Ik ben daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh. 12).

Daarop wijst het zilver in het rad. Het is de macht Gods die de mens uitnodigt Zijn Zoon te volgen.

Dit rad van de goddelijk macht is precies hetzelfde lichtende rad, dat we in de visioenen één en twee van het derde boek over de opbouw van de Stad Gods, van Gods voeten hebben zien uitgaan. Daarin bevindt zich de berg waar de stad van de Zoon Gods opgebouwd wordt.

In miniatuur 21 zien we dat stralende rad rondom de hele plattegrond van de Stad Gods draaien. De contemptus mundi beantwoordt dan ook de uitnodiging van God zijn Zoon te volgen in het opbouwen van de stad. De Heer heeft in de Apocalyps gezegd:

“Wie overwint, hem zal ik van de boom des levens te eten geven, die in het paradijs van mijn God staat.”

Daarom draagt de Contemptus mundi een vruchtdragend takje in de hand.

Zo komen we bij de Concordia, hier voorgesteld in een blauwwit gewaad met aan weerszijden een grote vleugel. Als de ziel op de hoogste top van het geestelijk leven in volmaakte standvastigheid leeft, wendt zij zich naar het Zuiden, symbool voor heel de verloste mensheid. Zij is vrij van alle haat en nijd en brengt verlichting en helderheid in alle gelovige harten. De vleugels wijzen erop dat de ziel, ondanks het feit dat zij in volmaakte rust leeft, toch haar vleugels uitstrekt over alle wederwaardigheden die de gelovigen moeten ervaren en dat de reikwijdte van haar liefde groter is dan de duur van al de nog komende geslachten.

Nu de laatste deugd de Concordia zich met vleugels vertoont, willen we terug kijkend zien welke deugden nog meer met vleugels zijn afgebeeld.

Miniatuur 27 toont ons de Pax met twee vleugels.

Op miniatuur 2 staat de Albeheerser met twee grote vleugels, wat volgens de uitleg wijst op de onuitsprekelijke Gerechtigheid in de uiteindelijke zegepraal van de onuitgesproken Wijsheid.

Miniatuur 5 toont ons de mens die ontsnapt aan alle moeilijkheden hem door de duivels berokkend en die gedragen door twee vleugels, op de top van het geestelijk leven komt.

Miniatuur 9 beeldt alle engelen met vleugelen af.

Ook op de 16de miniatuur zien we de engelen met vleugels boven de Eucharistie.

De Zelus dei staat op de 2lste miniatuur met drie vleugels afgebeeld.

Tenslotte tonen de 33e en 35e miniatuur engelen met vleugels.

Vleugels wijzen op zorg voor anderen.

God is bezorgd voor ons. De Zelus Dei tracht met de vleugels het gevaar weg te jagen. Men kan alleen vrede met anderen hebben, als men zorg heeft voor zijn naaste. De Concordia, zegt de tekst, draagt vleugels omdat zij evenals de Schepper aan alle mensen denkt.

Zo ontdekt men de gedachtenwereld van Hildegard door alle beelden die in feite begrippen zijn, naast elkaar te leggen. Hier kunnen we het slot aanhalen van het tiende visioen, omdat daar de samenvatting gegeven wordt van heel de bouw van het kasteel.

“Aldus, gelijk in beelden getoond is, werkt God van het Oosten naar het Noorden en van het Westen naar het Zuiden, waar Hij door Zijn Zoon uit liefde voor de Kerk, alles wat voor de schepping van de wereld voorbestemd was, tot zijn verwezenlijking leidt, en de nieuwe dag laat stralen. God immers heeft dit werk van Hemzelf met de voornoemde torens en deugden in mystieke betekenis bevestigd en versierd, om dan dit werk in de grootste volmaaktheid volledig naar zich terug te voeren.”

In Noach is na de val van Adam de rechtvaardigheid van het juiste handelen aangeduid. Deze rechtvaardigheid streeft naar de nieuwe dag, omgeven als zij is door de vele wonderdaden welke God in de verschillende opeenvolgende tijdperken heeft getoond. In Noach openbaarde God de voorbereiding, in Abraham en Mozes de eerste openbaring en in Zijn Zoon de verwezenlijking. Het stond vóór alle tijden in het hart van de hemelse Vader vast, dat Hij Zijn Zoon op het einde der tijden tot heil en verlossing van de gevallen mens in de wereld zou zenden. Deze Zoon is geboren uit de Maagd en Hij heeft alles wat de Ouden, vervuld van de H. Geest, voorzegd hebben op volkomen wijze volbracht.

Dit lijkt op de beweging van een mensenarm, die zich eerst tot een werk buigt en dan de hand kan laten werken. Volgens een rechtvaardig oordeel van God werd de Rechtvaardigheid samen met Adam uit het land van Eden gezet. Maar de Rechtvaardigheid begon zich in Noach opnieuw te bewegen, gelijk de eerste beweging in het schoudergewricht.

Vervolgens ontwikkelde de Rechtvaardigheid zich in Abraham en Mozes gelijk de arm zich meer gaat bewegen door middel van de elleboog.

Toen ging de Rechtvaardigheid verder naar het volmaakte werk in de Zoon Gods, door Wie alle tekenen en openbaringen van de Oude Wet tot een duidelijk werk voltooid zijn. In Hem zijn ook alle godskrachten of deugden openbaar gemaakt. Dit lijkt op de hand met zijn vingers, die het werkstuk waarmee ze bezig is tot volmaakte afwerking voert.

“Op deze wijze volbreng Ik mijn werk tot mijn glorie en tot jouw beschaming, o duivel. Tegen jou is mijn krachtige arm gericht om datgene wat in het Noordoosten, in het Noorden en in het Westen staat opgesteld te overwinnen. Bovendien biedt mijn bouwwerk jou ook weerstand volgens de loop van de zon, dat is van het Oosten naar het Zuiden, om jou dan in het Westen neer te stoten. Zo zie je jezelf naar alle kanten in verlegenheid gebracht, want in mijn Kerk volbreng Ik tot je ondergang, misvormde verleider, het werk der gerechtigheid en heiligheid en wel zodanig, dat jij, die eigenlijk getracht hebt mijn volk verloren te laten gaan, geheel overwonnen ten onder gaat.”

Deze slottekst bevestigt volledig de zin van het gehele kasteel, zoals we die in de onderdelen ontdekt hebben.

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Studeren en voeding

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

Gezond leven en goed studeren gaan hand in hand

Vooral mannelijke studenten alsook studenten met een ongezondere levensstijl presteren minder goed aan de universiteit. Dat blijkt uit de eerste Europese studie naar de relatie tussen gezondheid en studeren bij universiteitsstudenten. De algemene conclusie is dat gezond leven en goed studeren hand in hand gaan. Het onderzoek werd gedaan aan de Vrije Universiteit Brussel.

De studie, uitgevoerd bij 101 eerstejaarsstudenten, toont voor het eerst een relatie aan tussen gewicht en gezondheid aan de ene kant, en academische prestaties aan de andere kant. Studenten die niet bij alle examens aanwezig waren, waren overwegend mannelijk, vertoonden grotere toenames in tailleomtrek in het eerste semester en aten meer frieten dan hun studiegenoten die wel alle examens aflegden. Verder bleek dat wederom het mannelijk geslacht, lagere middelbare schoolcijfers, toename in gewicht, BMI, en tailleomtrek, gamen, diëten, vaker een bezoek brengen aan het studentenrestaurant, hogere friet-, frisdrank- en alcoholconsumptie ook negatieve gevolgen hadden voor de cijfers van de studenten die gedurende het hele academiejaar wel alle examens volgden.

Om in de toekomst betere studieresultaten te krijgen, zal dus speciaal aandacht moeten worden geschonken aan de groep studenten met ongezonde leefgewoontes. Maar het moet nog wel onderzocht worden of het promoten van een gezonde levensstijl daadwerkelijk een effect zal hebben op de studieresultaten van de studenten.

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Jeanne d’Arc en de 100 jarige oorlog

Standaard

categorie : beroemde mensen

d’Arc, Jeanne

Jeanne d’Arc (1412-1431) speelt een doorslaggevende rol in de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) maar wordt door de Bourgondiërs uitgeleverd aan de Engelsen, waarna ze op de brandstapel belandt. De in 1920 heilig verklaarde Jeanne d’Arc wordt vermoedelijk geboren in 1412 in de Franse plaats Domrémy.

 

art_04_xl

 

 

 

In de tijd dat ze leefde woedde de Honderdjarige Oorlog al jaren. Dit  conflict tussen de Fransen en de Engelsen had vooral de heerschappij over Frankrijk als inzet. Toen Jeanne een jaar of 13 was, hoorde ze stemmen van onder andere de aartsengel Michaël. De stemmen vertelden haar dat ze de Franse kroonprins Karel VII (1403-1461), die in die tijd slechts controle had over een stuk ten zuiden van de rivier de Loire, te hulp moest schieten in zijn strijd tegen de Engelsen.

 

Jeanne d’Arc in mannenkleding

Nadat Jeanne de stemmen in haar hoofd hoorde, besloot ze naar Karel VII toe te gaan. Om met de koning naar Reims te gaan, moest ze eerst helpen de stad Orléans te bevrijden van de Engelse overheersing. Jeanne d’Arc vertrok eerst naar Vaucolais waar een graaf woonde. Aan deze graaf vroeg ze hulp. Van hem kreeg Jeanne d’Arc een paard, een zwaard en een aantal man tot haar beschikking. Ook kreeg ze mannelijke kleding, zodat ze niet te veel op zou vallen.

 

Beleg van Orlèans

Karel stond aarzelend tegenover de bedoelingen van Jeanne. Hij liet Jeanne d’Arc bij zich komen terwijl hij zelf in het gezelschap van andere hooggeplaatste edelen was. Karel VII zat niet op zijn troon, zodat het voor Jeanne d’Arc moeilijk was om hem te herkennen. Ze herkende de kroonprins echter meteen en knielde voor hem neer.  Op 6 mei 1429 begon het beleg van Orléans.

Onder leiding van Jeanne d’Arc waren de Fransen aan de winnende hand. Op 8 mei 1429 verloren de Engelsen de controle over de stad Orléans.

 

Militaire confrontaties

Onder leiding van Jeanne d’Arc volgden nog meer overwinningen, waardoor de weg naar Reims bijna geheel in Franse handen kwam. Daarop vertrok kroonprins Karel VII richting Reims om zich tot koning van Frankrijk te laten kronen. De strijd was echt nog niet gestreden en Jeanne d’Arc trok vervolgens met een leger op naar Parijs om deze stad te veroveren. Hier was het gedaan met haar successen. Het leger van Jeanne d’Arc bleek minder sterk dan ze dacht en in Parijs werd ze opgepakt door Bourgondiërs, een zelfstandig volk dat zich verzette tegen de Fransen. Zij waren de Engelsen goed gezind en leverden Jeanne d’Arc uit aan hen.

 

Proces tegen Jeanne d’Arc

Uiteindelijk werd ze op 30 mei 1431 op de brandstapel ter dood gebracht. Toch zou haar inbreng in de Honderdjarige Oorlog van doorslaggevend belang zijn. Door de inzet van Jeanne d’Arc was het moreel van de troepen een stuk hoger en de troepen van Karel VII behaalden ook na Jeanne d’Arcs dood de ene overwinning na de andere. In 1453 kwam er zo definitief een einde aan de Honderdjarige Oorlog in het voordeel van de Fransen. Jeanne d’Arc is altijd een heldin voor de Fransen gebleven.

 

Jeanne d’Arc op de Brandstapel

 

François_Chifflart_Jeanne_d'Arc

Rouen 1431 – De Engelsen binden haar ruw op de brandstapel.  Jeanne d’Arc bidt ondertussen samen met een priester. Ze vraagt hem of hij een kruis omhoog wil houden boven het vuur. Als de vlammen omhoog slaan op het marktplein van de Franse stad schreeuwt Jeanne drie keer ‘Jezus’. De sfeer op het plein is gedempt. Mensen huilen om het droevige lot van Frankrijks grootste heldin.

Het lijden van Jeanne d’Arc heeft in de eeuwen na haar dood mytische proporties aangenomen. Met als hoogtepunt haar heiligverklaring door de Paus in 1920. De reden waarom Jeanne zo tot de verbeelding spreekt is haar ongekende moed in combinatie met haar leeftijd: Jeanne was 16 toen ze ten strijde trok tegen de Engelse bezetter. Drie jaar later eindigde haar bevlogen leven als ‘ketter’ op de brandstapel.

Jeanne begon haar strijd na het horen van stemmen die haar ingaven het op te nemen tegen de Engelsen. Frankrijk was in een honderjarige oorlog met Engeland verwikkeld, die het noorden van Frankrijk bezet hield. Ze overtuigde de troonopvolger van Karel de VI om haar de leiding over het leger te geven. Gekleed als man in een harnas nam ze Orleans en later Reims in. In die laatste stad  zorgde ze er persoonlijk voor dat de troonopvolger tot koning Karel VII werd gekroond.

Jeanne en haar leger rukten op naar Parijs. Een aanval op die stad in1430 mislukte. Ze werd gevangengenomen door de Engelsen. Die wilde haar als ketter laten veroordelen om zo de legitimiteit van het koningschap van Karel VII te ontkrachten. Maar de Inquisitie sprak haar door een gebrek aan bewijs vrij. De Engelsen namen daar geen genoegen mee. Nadat ze haar hadden ‘betrapt’ op het dragen van mannenkleding, werd ze alsnog veroordeeld en nog dezelfde dag op de brandstapel gebonden. Haar veroordeling tot ‘ketter’ is in 1456 nietig verklaard.

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Serapis Bey ; Chohan van de 4 de straal

Standaard

categorie : reiki en de aura

Serapis Bey : Chohan van de 4 de straal

 

Serapis Bey is de Heer van de 4e, witte straal. De kwaliteiten van deze straal zijn: zuiverheid, discipline, vreugde, hoop, harmonie en excellentie.

 

  • Deze straal correspondeert met de basis chakra, die de mystieke plaats voor ons levensenergie ofwel kundalini is. Op het pad van de 4 de straal leert de ziel de kundalini, haar levensenergie, bewust te beheersen. Dit is het pad van zuiverheid en perfectie, discipline en zelfcontrole, balans en harmonie in je leven. Hier bereik je het meesterschap over de witte vlam van de Hemelvaart die verankert is in de basis-chakra.
  • Serapis Bey begeleidt spirituele zoekers in hun voorbereiding voor het ritueel van de Ascension – de Hemelvaart. Hij is een grote aanhanger van de Goddelijke Moeder en haar licht en vuur in alle zielen. Hij is beroemd tussen de meesters om zijn felle vastberadenheid de zielen uit zelfverwennerij te redden en ze te helpen accelereren op het spirituele pad.

“The Ascension is the acceleration of the Divine Consciousness within us that results in our final return to the white-fire core of being. It is the liberation of the soul from the rounds of rebirth and personal karma.”

  • Serapis Bey heeft vele levens doorgebracht langs de Nijl, en als de Egyptische farao Amenhotep III construeerde hij de fysieke tempel in Luxor. Zijn meest bekende incarnatie was Leonidas, de grote krijger die de Spartanen leidde in de beroemde slag bij Thermopylae, Griekenland.
  • Serapis heeft rond 400 voor Christus zijn Hemelvaart behaald. Zijn etherische retraite verblijf is gelegen in Luxor, Egypte.
  • Als chohan ofwel de Heer van de 4e straal beschikt Serapis Bey over ontelbare legioenen van engelen van zuiverheid en de witte vlam. Het opperhoofd van de engelen van de 4e straal is aartsengel Gabriel. Serapis Bey werkt ook nauw samen met de legionen van Justinius, de serafijnen en cherubijnen.

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Apocriefen in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

ikonen-ontleend-aan-de-apocriefen

ikonen-ontleend-aan-de-apocriefen

 

Apocriefen zijn bestaande buitenbijbelse geschriften die vaak op naam van Bijbelse personen zijn gezet en over soortgelijke godsdienstige onderwerpen gaan, maar niet tot de lijst van gezaghebbende heilige geschriften behoren die samen de Canon van de Bijbel vormen. De term apocriefen is afgeleid van het Griekse woord apokruphos = verborgen, d.w.z. niet toegankelijk binnen de gemeente. Er bestaan apocriefen bij het Oude Testament en bij het Nieuwe Testament.

 

Apocriefen bij het Oude Testament

 

Canon van het Oude Testament

Canon van het Oude Testament

 

De apocriefen bij het Oude Testament zijn in de laatste eeuwen voor en in de eerste eeuwen na Christus ontstaan. Het gaat onder meer om de volgende boeken:

  • 3 en 4 Ezra (Nehemia wordt dan voor het tweede boek van Ezra gerekend)
  • Tobia(s)
  • Henoch
  • De Spreuken (of Wijsheid) van Jezus Sirach
  • Judith
  • Wijsheid van Salomo (Boek der wijsheid)
  • Profetie van Baruch
  • Brief van Jeremia
  • de toevoegingen bij Daniël (zoals het gebed van Azarja)
  • Aanhangsel van het boek Esther
  • Het gebed van de drie mannen in het vuur
  • De Historie van Suzanna
  • De historie van het beeld Bel en van de Draak
  • Het gebed van Manasse
  • de vier boeken der Makabeeën

Het Jodendom rekent geen van deze geschriften tot de Hebreeuwse bijbel (= Oude Testament).

De protestanten noemen de geschriften apocrief en rekenen ze niet tot het Oude Testament. De Statenvertalers namen een reeks apocriefen in hun vertaling op en schreven er een voorrede bij, waarin de lezing niet verboden wordt, maar verklaard waarom wij die niet op een lijn stellen met de canonieke boeken. Met bewijzen wordt gestaafd dat daarin gevonden worden “verscheiden onware, ongerijmde fabuleuze en tegenstrijdige zaken, die met de waarheid en met de canonieke boeken niet overeenkomen”.

 

 

Art. 6 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt:

“Dewelke de Kerk wel lezen mag en daaruit ook onderwijzingen nemen, voor zoveel als zij overeenkomen met de canonieke boeken; maar zij hebben zulk een kracht en vermogen niet, dat men, door enig getuigenis van die, enig stuk des geloofs of der christelijke religie moge bevestigen: zo ver is het vandaar, dat ze de autoriteit van de andere heilige boeken zouden mogen verminderen”.

Aan de meeste van deze apocriefe boeken schrijft de Rooms-Katholieke Kerk echter goddelijk gezag toe. De kerk rekent Tobia, Judith, Wijsheid van Salomo, Profetie van Baruch, Brief van Jeremia en 1 en 2 Makkabeeën tot de bijbel en noemt ze “deuterocanoniek” = in tweede instantie aan de canon toegevoegd. De geschriften 3 en 4 Makkebeeën, de toevoegingen bij Daniel en Ester en het Gebed van Manasse vallen ook volgens de rooms-katholieke kerk buiten de Bijbel en worden ook door haar apocrief genoemd. In de Latijnse bijbel en vertalingen daarvan zijn ze vaak wel als aanhangsel opgenomen.

Het concilie van Trente (1545-1563) haalt slechts Tobias, Judith, het boek der Wijsheid, Jezus Sirach, Baruch, en de twee boeken der Makkabeën aan als behorende tot de canon, hoewel er meerdere in de Latijnse vertaling Vulgata staan.

 

Apocriefen bij het Nieuwe Testament

 

Canon van het Nieuwe Testament

Canon van het Nieuwe Testament

 

Behalve apocriefen bij het Oude Testament zijn er ook apocriefen bij het Nieuwe Testament. Van  de nieuwtestamentische apocriefen zijn er vele. Enkele voorbeelden:

  • Het Evangelie van de Hebreeën
  • Het Evangelie van de Egyptenaren
  • Het Evangelie van Petrus
  • Het Evangelie van Nicodemus
  • De brieven van Pilatus
  • Evangelie van Thomas

Veel van deze apocriefen zijn in latere tijd geschreven. Niet één kerk heeft die ooit erkend. Het bedrog kwam al heel snel aan het licht.

Een bekende apocrief is het Evangelie van Thomas, een Koptisch geschrift dat waarschijnlijk stamt uit de 4e eeuw na Christus. De Brieven van Pilatus zijn in de 6e eeuw geschreven.

 

Pseudopigrafa

 

ikonen-ontleend-aan-de-apocriefen__1045_0

 

Behalve de apocriefe boeken heeft men ook nog de Pseudopigrafa. Dit zijn geschriften, die gesteld zijn op naam van iemand die ze niet geschreven heeft. Deze zijn echter noch in de Septuaginta noch in de Vulgata opgenomen. Er toe behoren o.a.:

  • De Psalmen van Salomo
  • Het boek Henoch
  • De Hemelvaart van Mozes
  • De Testamenten van de twaalf patriarchen
  • en andere geschriften

Zij werden allen geschreven korte tijd voor of na Christus’ geboorte

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

De zondvloed: een wereldgroot probleem voor revisionisten

Standaard

categorie : religie

 De grootste catastrofe (op de zondeval na) die onze planeet ooit getroffen heeft, is ongetwijfeld de zondvloed, die in Genesis 6 – 9 uitvoerig wordt besproken. Deze wereldwijde overstroming, die ruim een jaar duurde, vernietigde alle mensen en door hun neus ademende landdieren (Genesis 7:22) die niet in de ark waren.

 

noah-s-ark.preview

 

Zo’n waterramp moet gepaard zijn gegaan met buitengewoon veel watererosie van het landoppervlak, en het afgeschaafde materiaal (sediment) moet elders weer afgezet zijn in dikke lagen (aardlagen). In deze aardlagen verwachten we de fossiele overblijfselen te vinden van vele planten en dieren die tijdens de vloed door het sediment bedolven zijn.

En dat is natuurlijk exact wat we waarnemen: op grote delen van alle continenten treffen we inderdaad aardlagen met fossielen aan. Sterker nog, in deze aardlagen vinden we vele aanwijzingen dat deze snel en op catastrofale wijze gevormd moeten zijn, bijvoorbeeld:

  1. Fossielen duiden op snelle sedimentatie: als dode organismen niet snel van de buitenlucht afgesloten worden, vergaan ze. Vele fossielen zijn zelfs uitstekend bewaard gebleven.
  2. Er zijn vele fossielen die extra nadrukkelijk getuigen van razendsnelle sedimentatie, zoals van vissen die net bezig waren een andere vis op te eten, toen ze door sediment bedolven werden.
  3. Als (bijna) complete skeletten van dinosauriërs en vogels worden gevonden, laten die vaak het verschijnsel opisthotonus zien: de nek is ver naar achteren (of omhoog) getrokken. Opisthotonus kan bij warmbloedigen optreden wanneer ze sterven door verstikking. Dat is precies wat we zouden verwachten in het kader van een overstroming.
  4. Fossiele schelpdieren worden vaak in gesloten positie gevonden. Veel soorten schelpdieren openen zich automatisch wanneer ze sterven. Gesloten fossiele schelpen wijzen op een snel en catastrofaal proces, waarbij de schelpdieren levend begraven zijn.
  5. Veel aardlagen strekken zich uit over enorme oppervlakten, soms wel honderden of duizenden vierkante kilometers. Dat toont aan dat de gebeurtenis waarbij deze lagen gevormd zijn, zeer grootschalig is geweest.
  6. Gebrek aan sporen van erosie en bodemvorming tussen de verschillende aardlagen, geeft aan dat de lagen snel na elkaar afgezet zijn.
  7. Soms zijn hele pakketten aardlagen sterk geplooid / verbogen, zonder dat ze gebroken of gebarsten zijn. Het is waarschijnlijk dat de lagen nog zacht en dus vervormbaar waren toen dat gebeurde. Dat duidt op een snelle afzetting van de aardlagen en korte tijd later tektonische verschuivingen die zorgden voor horizontale samenpersing.

Dit zijn nog maar een paar van de vele geologische argumenten voor de zondvloed. Je zou zeggen: christenen hebben alle reden om uit te gaan van de historische betrouwbaarheid van het zondvloedverhaal.

Maar sinds zo’n twee eeuwen gaat de meerderheid van de geologen er vanuit dat de aardlagen gevormd zijn over lange perioden van miljoenen jaren. De meeste van deze aardlagen en fossielen zouden dan veel ouder zijn dan de aarde volgens de Bijbel is (zo’n 6000 jaar). Dit is zo’n dominante stroming geworden, dat verhalen over ‘miljoenen jaren’ ons bijna wekelijks bereiken via de media, het onderwijs en musea.

 

 

Revisionistische interpretaties van Genesis

Gezien de monopoliepositie van evolutionisten in de media en het onderwijs, en aangezien bijna niemand goed op de hoogte is van de argumenten voor een wereldwijde zondvloed en een jonge aarde, is het niet verwonderlijk dat velen denken dat de wetenschap heeft aangetoond dat de aarde miljoenen jaren oud is. En het is dan ook niet onbegrijpelijk dat veel christenen het historische verslag in Genesis proberen te herinterpreteren om deze in overeenstemming te brengen met de heersende opinie onder wetenschappers.

Er zijn verschillende van deze herinterpretaties van Genesis in omloop (omdat het revisies van de oorspronkelijke interpretatie zijn, zal ik deze herinterpretaties hier revisionistische modellen noemen, en de aanhangers ervan revisionisten). Sommigen zeggen dat er tussen de eerste twee verzen van Genesis 1 een groot tijdsgat zit, waarin van alles gebeurd is. Anderen denken dat de scheppingsdagen in feite lange perioden waren, in plaats van dagen van 24 uur.

 

Weer anderen stellen dat Genesis 1 helemaal niet als historisch verslag moet worden gelezen, en dat er uit de Bijbel dus helemaal niet afgeleid kan worden hoe en wanneer de wereld en de mensheid zijn ontstaan. Binnen deze laatste categorie vallen theïstisch evolutionisten, zoals Cees Dekker, René Fransen en Francis Collins.

 

Maar wat bijna alle revisionistische modellen gemeen hebben, is dat ze stellen dat de aardlagen (met fossielen van bijvoorbeeld trilobieten en dinosauriërs erin) inderdaad miljoenen jaren oud zijn. Eén van de vele problemen die deze revisionistische interpretaties creëren, is dat er geen ruimte meer is voor Noachs zondvloed. Revisionisten accepteren het algemene verhaal over de geschiedenis van de aarde dat geologen ons vertellen, en binnen dat verhaal is er geen plaats voor een zondvloed. Geen enkel aardlaagje wordt toegeschreven aan een wereldwijde zondvloed.

Dus hoe gaan revisionisten met deze situatie om? Er zijn grofweg drie stromingen.

 

 

Revisionistisch model 1: de wereldwijde zondvloed heeft amper sporen achtergelaten

Volgens dit model was de zondvloed zó kalm, dat het amper heeft geleid heeft tot enige erosie en sedimentatie. Om een aantal redenen is dit model totaal onhoudbaar:

  • Het is simpelweg onmogelijk dat een wereldwijde overstroming weinig tot geen geologisch werk verricht. Zelfs de tsunami die in december 2004 de kustgebieden van de Indische oceaan teisterde heeft enkele aardlagen neergelegd, die door geologen onderzocht worden. En dat vloedgolfje was niks vergeleken met een wereldwijde overstroming. Dit kan niet genoeg benadrukt worden: een wereldwijde vloed (die ook nog eens een jaar duurde) moet gigantische hoeveelheden geologisch werk verricht hebben.
  • De Bijbelse omschrijving past niet bij een ‘kalme’ vloed. Er staat dat ‘alle fonteinen des groten afgronds’ openbraken.
  • Aldus revisionisten zijn bergketens uiterst langzaam omhoog gedrukt, doordat tektonische platen tegen elkaar aanduwen. De Himalaya zou dus al hebben bestaan voordat de zondvloed plaatsvond. Waar kwam al het water vandaan om de Himalaya blank te zetten? Bijbelgetrouwe creationisten hebben dit probleem niet, omdat ze niet geloven dat bergketens reeds miljoenen jaren oud zijn. Bergketens zijn ontstaan doordat aardschollen tijdens de zondvloed op catastrofale wijze tegen elkaar aan botsten.
  • Volgens de gangbare theorieën leven kangoeroes al miljoenen jaren in Australië, lemuren al miljoenen jaren in Madagaskar, reuzenmiereneters al miljoenen jaren in Zuid Amerika, et cetera, zonder dat ze enkele duizenden jaren geleden zijn uitgestorven door een wereldwijde zondvloed. De ‘kalme zondvloed’-hypothese is dus niet in overeenstemming met de gangbare theorieën die haar aanhangers zo graag willen accepteren.

Goed, de meeste revisionisten zien ook wel in dat de ‘kalme zondvloed’-hypothese onwerkbaar is, dus laten we naar het volgende model gaan.

 

 

Revisionistisch model 2: de vloed was slechts plaatselijk, en niet alle mensen kwamen om

 

Volgens sommigen was de zondvloed slechts een regionale gebeurtenis, waarbij dan ook niet alle mensen omkwamen. De problemen met dit model zijn legio:

  • Dit gaat gewoon rechtstreeks tegen het Bijbelse verslag in. Ik ga niet eens specifieke teksten aanhalen om dit te onderbouwen; iedereen kan het zelf nalezen in Genesis 6 tot 9, en ik raad de lezer dan ook graag aan dit te doen.
  • In Genesis 9:11 belooft God nooit meer een zondvloed te sturen. Maar als de zondvloed slechts lokaal was, heeft God zijn belofte heel vaak verbroken! Er zijn immers regelmatig plaatselijke overstromingen, waarbij mensen en dieren omkomen. Dit model maakt van God een leugenaar.
  • In Genesis 10 worden de afstammelingen van Noachs zonen Jafet, Cham en Sem opgesomd, en deze opsomming wordt besloten met (vers 32): ‘En van dezen verdeelden zich de volken op de aarde na de vloed.’ De NBV 2004 zegt het voor de moderne lezer nog iets duidelijker: ‘Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.’ Met andere woorden, alle volken stammen af van Noach, en niet van mensen die de zondvloed elders overleefd hebben.
  • Dat alleen Noach en zijn familie overleefden wordt ondersteund door 2 Petrus 2:5 en 1 Petrus 3:20.
  • Dat alle volken afstammen van Noach en zijn familie wordt ondersteund door de wereldwijde verspreiding van zondvloedlegenden.

Er valt nog veel meer tegen dit model in te brengen. Sommige van de argumenten die tegen het volgende revisionistische model ingebracht zullen worden, zijn ook op dit model van toepassing.

 

 

Revisionistisch model 3: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om

Van de verschillende ideeën die revisionisten hebben over de zondvloed, is dit het meest verfijnde. Maar zoals we zullen zien kleven er ook aan dit model onoverkomelijke bezwaren.

Dit model behelst dat de mensheid zich ten tijde van de zondvloed nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, wellicht ergens in het Midden Oosten. Dus kon de hele mensheid uitgeroeid worden met slechts een plaatselijke overstroming. We zullen nu eerst kijken op welke manier revisionisten het zondvloedverhaal proberen te herinterpreteren om er een lokale overstroming uit af te leiden. Daarna zullen we een aantal problemen met deze interpretatie behandelen.

 

 

 

Wie het zondvloedverslag leest, valt het op dat er herhaaldelijk in universele termen gesproken wordt:

 

full29015186zondvloed

 

 

Genesis 6
7  En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
11 De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij.
12  En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven.
13 Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen.
17  Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen.
20  Van het gevogelte naar zijn aard en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard, van alles zal een paar tot u komen om het in het leven te behouden.

 

Genesis 7
4  Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
11 In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend.
15  zij kwamen dan tot Noach in de ark twee aan twee, van al wat leeft, waarin een levensgeest is.
18  Toen de wateren zeer toenamen en sterk wiesen boven de aarde, dreef de ark op de wateren.
19  En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt.
20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.
21 En al wat leeft, dat zich op de aarde roert, het gevogelte, het vee en het wild gedierte en alle wemelend gedierte, dat op de aarde wemelt, benevens alle mensen, kwamen om.
22  Alles, in welks neus de adem van de levensgeest was, alles wat op het droge was, stierf.
23  Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, mensen zowel als vee en kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, zodat zij verdelgd werden van de aarde; Noach alleen bleef over en wat met hem in de ark was.

 

Twee Hebreeuwse woorden die ons in deze passages het gevoel van universaliteit overbrengen zijn erets (vertaald met ‘aarde’) en kol (meestal vertaald met ‘al’ of ‘alles’). Revisionisten stellen dat de woorden erets en kol ook een beperktere betekenis kunnen hebben. En daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Om een voorbeeld te noemen, in Genesis 3:20 wordt Eva ‘de moeder van alle [kol] levenden’ genoemd. Iedereen begrijpt dat ‘alle levenden’ hier alleen betrekking heeft op mensen, niet op andere organismen. Het woordje kol heeft hier dus een ingeperkte betekenis. En wat te denken van de volgende tekst?

Genesis 41:57
En de gehele [kol] wereld [erets] kwam naar Egypte om bij Jozef koren te kopen, want de honger was sterk op de gehele aarde.

Het moge duidelijk zijn dat de Amerikaanse Indianen en Australische Aboriginals niet naar Egypte gingen om graan te kopen. Kol erets heeft hier dus een beperktere betekenis. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te dragen.

Erets kan zowel ‘aarde’ betekenen als ‘land’ (bijvoorbeeld het land waar een volk leeft). Dat een woord meerdere betekenissen kan dragen, wil natuurlijk niet zeggen dat we naar eigen voorkeur een betekenis kunnen kiezen. De betekenis moet uit de context worden afgeleid.

Revisionisten redeneren dat de mensheid hier een centrale rol speelt, en dat de geografische verspreiding van de mensheid dus de limiterende specificatie is voor de term erets. Met andere woorden, als de mensheid zich nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, bijvoorbeeld alleen over Mesopotamië, dan kan het zo zijn dat erets alleen dát gebied aanduidt, niet de hele wereld. En dan zal iedere verwijzing naar ‘al wat leeft’ in de bovenstaande passages slechts al het leven in dit beperkte deel van de wereld op het oog hebben.

Nogmaals: revisionisten stellen dat de reikwijdte van erets wordt bepaald door de geografische verspreiding van de mensheid, en dat erets op zijn beurt de reikwijdte van kol aangeeft. Met ‘al [kol] wat leeft’ wordt dus alleen al het leven binnen de regio [erets] bedoeld.

Revisionisten stellen dus dat de vertalers van alle Bijbelvertalingen het woordje erets onjuist vertaald hebben in ‘aarde’, en dat het eigenlijk ‘land’ of ‘regio’ moet zijn. Ik zal nu eerst betogen dat de Bijbelvertalers zich niet vergist hebben. Daarna zal ik ingaan op andere problemen met dit revisionistische model.

 

 

1. De context geeft aan dat erets de hele aarde aanduidt

Als we de context van het zondvloedverhaal in ogenschouw nemen, wordt duidelijk dat erets in dit geval gewoon ‘aarde’ betekent. Het zondvloedverhaal bevindt zich namelijk in de bredere context van de schepping van de wereld vóór de vloed, en de rekolonisatie van diezelfde wereld ná de vloed.

Aan het begin van het zondvloedverslag wordt ons de reden voor de catastrofe medegedeeld:

Genesis 6
5  Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6  berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7  En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.

In deze passage wordt drie keer duidelijk een link gelegd met de schepping. ‘Dat Hij de mens op de aarde [erets] gemaakt had’ is overduidelijk een verwijzing naar Genesis 1, en we kunnen er redelijkerwijs niet aan twijfelen dat erets hier gewoon aarde betekent. In Genesis 1 komt het woord erets 16 maal voor, en daar duidt het de hele aarde aan (vanaf 1:10 al het droge land), niet slechts een gedeelte ervan. Het is dus zeer waarschijnlijk dat erets in Genesis 6 dezelfde betekenis draagt.

De bedoeling van de zondvloed was om de levende wezens die God gemaakt had uit te roeien. In dit verband worden ook de landdieren en vogels genoemd, waarvan niemand betwijfelt dat die een wereldwijde verspreiding hadden.

Verderop in het verhaal komen we opnieuw een verwijzing naar de schepping tegen:

Genesis 7:4 (NBG ’51)
Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.

Genesis 7:4 (NBV 2004)
Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.

In dit vers komt heel duidelijk naar voren dat erets niet de limiterende specificatie is die ‘alles wat bestaat’ inperkt. De frase ‘wat Ik heb gemaakt’ specificeert waar het woordje ‘alles’ over gaat. Dus op de vraag ‘wat heeft God weggevaagd?’ luidt het antwoord ‘alles wat God heeft gemaakt’.

Ook na de vloed zijn er sterke parallellen met het scheppingsverhaal. In deze tabel worden een aantal verzen uit Genesis 1 en Genesis 9 naast elkaar gezet.

Na de schepping  Na de zondvloed
Gen 1:28 – En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde [erets] en onderwerpt haar … Gen 9:1 – En God zegende Noach en zijn zonen en zeide tot hen: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde [erets].
Gen 1:28 – … heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt. Gen 9:2 – En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
Gen 1:29 – En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen. Gen 9:3 – Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.

Deze duidelijke parallellen tussen de schepping en de rekolonisatie na de zondvloed onderstrepen eens te meer de bredere context waarin het zondvloedverhaal gelezen moet worden. Na de schepping kreeg de mensheid de opdracht de erets te vullen (Gen 1:28), en na de zondvloed kreeg de mensheid wederom de opdracht de erets te vullen (Gen 9:1). Het is duidelijk dat de betekenis van erets in beide gevallen dezelfde moet zijn: aarde.

Nog een stukje context dat aangeeft dat de zondvloed wereldwijd was, en erets de hele aarde aanduidt, is het verbond dat God met alle opvarenden van de Ark sluit:

Genesis 9
8 En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: 9 Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw nageslacht, 10 en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. 11 Ik dan richt mijn verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven. 12 En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: 13 mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde. 14 Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, 15 zal Ik mijn verbond gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te verderven. 16 Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is. 17 En God zeide tot Noach: Dit is het teken van het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft.

God sluit dit verbond met alle mensen en dieren die uit de Ark kwamen (vers 10), en dat is ‘al wat op aarde leeft’ (verzen 10 en 17). Moeten we geloven dat God dit verbond alleen maar sloot met de paar dieren die uit de Ark kwamen, maar niet met de miljarden andere dieren in andere delen van de wereld, die nooit iets van het plaatselijke overstrominkje gemerkt hebben? Natuurlijk niet. God sloot dit verbond inderdaad met alle levende wezens die op dat moment bestonden, en die kwamen allemaal uit de Ark, want de vloed was wereldwijd.

We kunnen dus concluderen dat de contextuele gegevens erop wijzen dat erets in de Bijbelvertalingen terecht vertaald is met ‘aarde’. Genesis vertelt ons dus inderdaad dat de zondvloed wereldwijd was. Daarnaast zijn er nog andere problemen met het idee dat de zondvloed slechts plaatselijk was, maar wel alle mensen omkwamen. Deze problemen zullen we nu bespreken.

 

 

 

2. ‘Alle hoge bergen onder de ganse hemel…’

Laten we eens even stilstaan bij één specifieke passage:

Genesis 7
19 En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle [kol] hoge bergen onder de ganse [kol] hemel werden overdekt. 20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.

Dit vers alleen is al genoeg om een einde te maken aan alle pretenties van revisionisten om de zondvloed terug te schalen tot een lokaal overstrominkje. Hoewel het woordje kol een beperktere betekenis kán hebben, gaat die vlieger in dit geval niet op. Ten eerste wordt kol hier dubbel gebruikt binnen hetzelfde zinsdeel. Zoals in zoveel talen, betekent herhaling in het Hebreeuws dat er extra nadruk op gelegd wordt. Wat hier staat komt eigenlijk neer op: ‘alle, maar dan ook echt alle bergen…’

Ten tweede is het niet het woordje erets dat specificeert over welke hoge bergen hier gesproken wordt. Het is de frase ‘onder de ganse hemel’ die aangeeft over welke bergen gesproken wordt. Revisionisten kunnen dus onmogelijk beweren dat het hier alleen gaat over de bergen in het gebied waar de mensheid woonde. Vraag: “Welke hoge bergen stonden onder water?” Antwoord: “De hoge bergen onder de ganse hemel.”

Conclusie: ‘alle bergen onder de ganse hemel’ zijn echt alle bergen ter wereld.

Zelfs als we hier de woorden ‘alle’ en ‘onder de ganse hemel’ negeren, en er even van uitgaan dat het alleen de bergen in het Midden Oosten betreft, zitten revisionisten alsnog met een onoplosbaar probleem. De berg Ararat is 5137 meter hoog, en als deze berg ten tijde van de zondvloed al zo hoog was (hetgeen revisionisten geloven, i.t.t. creationisten), moet het water dus ook minstens zo hoog gestaan hebben.

Zelfs als we Ararat negeren, zijn er in het Midden Oosten nog een groot aantal andere bergpieken die behoorlijk hoog zijn. De Hermonberg, op de grens van Israël, Syrië en Libanon, is 2814 meter hoog. De welbekende berg Sinaï is 2285 meter hoog. Als de Sinaïberg ooit onder water heeft gestaan, moeten we alsnog te maken hebben met een gigantische overstroming, die de grootste delen van Eurazië en Afrika moet hebben aangetast. Water blijft immers niet op één locatie staan, maar stroomt alle kanten op, totdat overal ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is.

 

 

Afbeelding 1: Water blijft niet op één locatie staan, maar spreidt zich uit, totdat overal waar het naartoe kan stromen ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is. Water kan onmogelijk een lokale berg bedekken, zonder tevens alle lagere delen van het continent te overstromen.

Dus ook een lokaal waterrampje in het Midden Oosten moet op continentale schaal verwoestingen hebben aangericht, en zal zéker veel geologisch werk hebben verzet. Om dit probleem te omzeilen, moeten revisionisten voor de locatie van hun plaatselijke zondvloedje dus op zoek gaan naar een wel zéér beperkt gebiedje, waar de ‘alle hoge bergen onder de ganse hemel’ slechts kleine heuveltjes zijn.

 

 

 

3. Een lokale zondvloed: hoe, wat en waar?

Dit brengt ons bij het volgende punt. Als de zondvloed slechts lokaal was, waar heeft deze dan plaatsgehad? En moeten er geen sporen van te vinden zijn?

Uiteraard zijn er in de loop der geschiedenis vele duizenden lokale overstromingen geweest, met allerlei oorzaken (hevige regenval, buiten hun oevers tredende rivieren, tsunami’s, damdoorbraken, smeltijs, veranderingen in zeeniveau, orkanen, et cetera). En vele van die plaatselijke overstromingen hebben sporen nagelaten. Het ligt dus in de lijn der verwachting dat geologen en archeologen die in het Midden Oosten op zoek zijn naar ‘de zondvloed’ (die in hun ogen slechts een lokale aangelegenheid was), zo nu en dan een modderlaagje vinden waarvan ze denken dat het een overblijfsel van Noachs zondvloed is (terwijl het in feite afkomstig is van een klein overstrominkje dat ná de zondvloed heeft plaatsgevonden).

En inderdaad hebben (christelijke) archeologen die in een oude aarde geloven inmiddels al een hele reeks kandidaat-locaties naar voren geschoven, zoals de Mesopotamische Vallei, een vlakte in oost Turkije, het stroomgebied van de Kaspische Zee en de oostelijke Jordaanoever. Maar bij nader onderzoek blijkt keer op keer dat de zondvloed onmogelijk in het voorgestelde gebied plaatsgevonden kan hebben. Een bekend voorbeeld is een drie meter dikke kleilaag die in 1929 door Leonard Wooley werd gevonden tijdens opgravingen in Ur der Chaldeeën.

 

Later werd bij Kis, enkele honderden kilometers verderop, een zelfde soort kleilaag gevonden. Wooley, en velen met hem, trokken de conclusie dat ze de zondvloed gevonden hadden. Dit werd breed uitgemeten in de pers, en werd ook vermeld in Werner Kellers beroemde boek De Bijbel heeft toch gelijk (1955). In de geheel herziene vierde druk van dit boek (1978) moest dit echter weer herroepen worden. Om verschillende redenen konden de kleilagen onmogelijk van de zondvloed afkomstig zijn.

 

Zo bleek Ur zowel vóór als na de overstroming een bewoonde plaats te zijn geweest. Als de overstroming de zondvloed was, zou het wel heel toevallig zijn als Noachs nakomelingen, eeuwen later, op precies dezelfde plaats wederom een stad zouden bouwen. En ook al zou zoiets gebeuren, zouden we op z’n minst een onderbreking in de bewoning van Ur verwachten, en zelfs dat werd niet gevonden. Verder bleken de kleilagen van Ur en Kis in heel verschillende tijden te zijn afgezet, en dus niet het gevolg te zijn geweest van dezelfde overstroming.

 

Een ander voorbeeld is de theorie van William Ryan en Walter Pitman (al zijn dat seculiere geologen, geen christelijke revisionisten). Zij stelden in 1997 voor dat de Zwarte Zee duizenden jaren geleden aanzienlijk kleiner was dan tegenwoordig, totdat deze op catastrofale wijze volliep met water vanuit de Middellandse Zee, waarbij de Bosporus uitgesleten werd. Grote stukken land die eerst droog waren, vormen nu de bodem van de Zwarte Zee.

 

Op de zeebodem van de Zwarte Zee werden bovendien sporen van bewoning gevonden. Deze overstroming zou de basis zijn geweest voor het zondvloedverhaal. Maar ofschoon het heel goed mogelijk is dat de Bosporus op deze manier is ontstaan, kan deze overstroming onmogelijk de vloed geweest zijn waar Genesis over spreekt, zelfs als je de zondvloed onterecht interpreteert als een plaatselijke waterramp. Om maar iets te noemen: Genesis zegt dat het water aan het eind van de vloed weer wegstroomde. De Zwarte Zee is nog steeds een zee.

 

Het idee van een plaatselijke zondvloed heeft onderzoekers meer dan eens op een dwaalspoor gebracht. En nog altijd kunnen revisionisten niet de locatie van hun vermeende plaatselijke zondvloed aanwijzen. Het is enigszins ironisch dat revisionisten op zoek zijn naar dunne modderlaagjes van een plaatselijk zondvloedje, terwijl zich in het Midden Oosten honderden meters sedimentgesteente bevinden die door de echte (wereldwijde) zondvloed zijn afgezet.

 

Welbeschouwd is het sowieso moeilijk om je een plaatselijke zondvloed voor te stellen die in overeenstemming is met zowel het ‘miljoenen jaren’-paradigma als het zondvloedverslag in Genesis. Enerzijds mag de vloed niet te groot geweest zijn, want als er ook maar één bergje van bijvoorbeeld 1500 meter hoogte binnen dit gebied lag, moet het water ook zo hoog gestaan hebben. En als het water zo hoog gestaan heeft, moeten grote delen van Azië blank gestaan hebben. En dat is een onacceptabele conclusie voor revisionisten, die immers kritiekloos de standaard geologische modellen accepteren (en binnen die modellen is beslist geen plaats voor zo’n grote en zo’n recente catastrofe).

 

Anderzijds mag de overstroming niet te klein geweest zijn, om recht te doen aan de Bijbelse tekst (maar zoals we hierboven gezien hebben, doet eigenlijk geen enkele lokale vloed recht aan de tekst):

  • Het gebied moet zó groot geweest zijn, dat alle mensen zich erbinnen bevonden.
  • Het moet voor Noach nodig geweest een 150 meter lange Ark te bouwen. Als de vloed slechts regionaal was, had God hem (en de dieren) net zo goed de opdracht kunnen geven uit het gebied weg te trekken, net zoals Lot weg moest trekken uit Sodom. Alleen bij een wereldwijde zondvloed zou een Ark noodzakelijk zijn.
  • De vloed moet een jaar geduurd hebben (zeer ongebruikelijk voor waterrampen).

Overigens maakt de Bijbel heel duidelijk dat alle dieren omkwamen. Als de overstroming slechts lokaal was, kunnen veel dieren die op de grens van het ondergelopen gebied leefden de vloed overleefd hebben, door simpelweg een wandelingetje te maken richting het iets hoger gelegen gebied dat droog bleef.

 

 

4. Wanneer was de zondvloed?

Door de Bijbelse geslachtsregisters en chronologieën te combineren met archeologische dateringen van de ballingschap, valt te berekenen dat de zondvloed ongeveer 4500 jaar geleden plaatsvond. Dit plaatst revisionisten voor een dilemma: accepteren ze deze datering van de zondvloed, of niet? Beide opties zijn problematisch.

Revisionistisch model 3A: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond enkele duizenden jaren geleden plaats.

Wat was ook al weer de reden dat revisionisten Genesis moeten herinterpreteren? Oh ja! Ze accepteren kritiekloos de miljoenen jaren die aan de aardlagen en fossielen worden toegedicht. Ze twijfelen niet aan de dateringtechnieken waarmee die hoge leeftijden vastgesteld zijn. Het probleem is dat, volgens de dateringsmethoden die revisionisten accepteren, de mensheid zich lang vóór de zondvloed al over de wereld verspreid had. Zo zouden de Aboriginals 40.000 jaar geleden Australië al hebben bewoond (en dit is slechts één van de voorbeelden). Als dat zo is, kunnen de Aboriginals niet van Noach afstammen.

Revisionistisch model 3B: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond meer dan 40.000 jaar geleden plaats.

Om dat probleem te omzeilen, kiezen veel revisionisten ervoor de zondvloed te herdateren op meer dan 40.000 jaar geleden, zodat het nog steeds mogelijk is dat alle mensen van Noach afstammen. Maar om de zondvloed zo ver naar het verleden te schuiven, is het noodzakelijk om de geslachtsregisters in Genesis 11 extreem op de rekken. Genesis 11 vermeldt acht namen tussen Sem en Abraham. Revisionisten veronderstellen dat niet alle generaties zijn vermeld, maar dat er namen weggelaten zijn. En niet zomaar één of twee namen. Nee, vele honderden!

Het is echter niet waarschijnlijk dat het geslachtsregister in Genesis 11 gaten bevat, zoals in een toekomstig artikel uiteengezet zal worden. Het belangrijkste punt om nu te onthouden is dat revisionisten de Bijbelse tekst opnieuw naar hun eigen voorkeuren moeten herinterpreteren, om het in overeenstemming te brengen met de momenteel populaire theorieën.

Wat geldt voor de datering van de zondvloed, geldt ook voor de datering van de spraakverwarring. Er zijn echter goede argumenten voor een recente datering van de spraakverwarring (d.w.z. ongeveer 4000 tot 6000 jaar geleden) en tegen een datering van 40.000 jaar of langer geleden.

 

 

Conclusie

Christenen die de Bijbel in overeenstemming proberen te brengen met het idee van miljoenen jaren, moeten niet alleen Genesis 1 herinterpreteren. Ze komen ook in conflict met Genesis 2 (de schepping van Adam en Eva), Genesis 3 (de zondeval), Genesis 6-9 (de zondvloed), Genesis 11 (de spraakverwarring) en Genesis 5 en 11 (de geslachtsregisters).

De meeste revisionisten zien in dat het geloof in miljoenen jaren niet te verenigen is met een wereldwijde zondvloed, en proberen deze daarom terug te schalen tot een regionale gebeurtenis. Aan het idee dat niet alle mensen door de zondvloed omkwamen kleven grote theologische bezwaren, en de meest verstandige revisionisten kiezen dan ook voor een model waarin de zondvloed, ofschoon lokaal, tóch alle mensen uitroeide.

Maar ook dat model kent een aantal dodelijke problemen. Ten eerste kan het Hebreeuwse woordje erets (in alle Bijbelvertalingen terecht vertaald met ‘aarde’) gezien de context niet een beperkt gebied aanduiden. Ten tweede geeft Genesis 7:19 aan dat alle hoge bergen onder de ganse hemel onder water stonden, hetgeen overduidelijk aangeeft dat het om een wereldwijde overstroming gaat. Ten derde is een al te kleine overstroming niet in overeenstemming te brengen met de Bijbelse omschrijving (alle mensen moeten in het gebied geleefd hebben, de noodzaak van een Ark, en de duur van de vloed). Ten vierde staan revisionisten voor een dilemma wat betreft de datering van de zondvloed.

Er is geen twijfel over mogelijk: de Bijbel spreekt over een wereldwijde zondvloed, en is daardoor onverenigbaar met de momenteel populaire ideeën over de extreme ouderdom van de aardlagen. Dat er een conflict is tussen wat de meerderheid der geologen zegt en wat de Bijbel zegt, betekent niet dat de Bijbel het bij het kortste eind heeft. Er zijn overtuigende aanwijzingen dat de aardlagen helemaal niet het product zijn van langzame (miljoenen jaren durende) processen, maar dat ze juist snel gevormd zijn, tijdens een gigantische overstroming: de zondvloed.

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De groothertogelijke familie van Luxemburg en hun juwelen

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

De juwelen van de groothertogelijke familie van Luxemburg

 

De Groothertogelijke familie van Luxemburg heeft een bescheiden collectie juwelen. Een aantal jaren geleden was er sprake dat er juwelen uit de erfenis van groothertogin Joséphine-Charlotte verkocht zouden worden. De grote kritiek op deze plannen verraste de familie en deed hen besluiten de verkoop af te blazen. Wellicht verstandig, want nu de kinderen van groothertog Henri en groothertogin Maria-Teresa allemaal op huwbare leeftijd komen, zal de collectie nog goed van pas komen.

 

Losse tiara’s en diademen

 

De Kongo-tiara/collier

Deze tiara van diamanten kan ook als collier gedragen worden. Het was een huwelijksgeschenk van Kongo (toen een Belgische kolonie) voor groothertogin Joséphine-Charlotte (een Belgische prinses) en bestaat volledig uit Kongolese diamanten. De groothertogin droeg het tijdens haar huwelijksceremonie als tiara (voor de officiële huwelijksfoto’s draagt ze de Belgische scrolltiara) en sindsdien vooral als collier. Wel leende ze het als tiara uit aan dochters prinses Marie Astrid, prinses Margaretha en schoondochter Marie Teresa voor hun huwelijken.

Bron: Christophe Vachaudez – Koninklijke juwelen.

Foto’s

 

De Belgische scroll-tiara

Deze diamanten tiara is gemaakt door juwelier Coosemans in opdracht van Sociëté Générale die dit gaven als huwelijksgeschenk voor groothertogin Joséphine-Charlotte. Ze droeg de tiara voor het eerst op de officiële foto’s van het huwelijk. Tegenwoordig wordt de tiara gedragen door groothertogin Maria Teresa.

 

 

Foto’s

Foto-index

Foto 1: groothertogin Joséphine-Charlotte. Ze heeft de tiara geregeld gedragen.
Foto 2: De tiara is ook uitgeleend aan prinses Sibilla van Luxemburg, voor het huwelijk van prinses Märtha Louise van Noorwegen.
Foto 3: Sinds het overlijden van groothertogin Josëphine-Charlotte draagt groothertogin Maria Teresa de tiara nu.

 

De Nassau-tiara

Deze grootse en zware diamanten tiara is een van de topstukken uit de Luxemburgse collectie. Over de herkomst van de tiara is weinig bekend, zeker is dat hij voor het eerst wordt gezien op het hoofd van groothertogin Charlotte als ze trouwt met prins Felix de Bourbon-Parma in 1919. Toen ze abdiceerde om plaats te maken voor haar zoon groothertog Jean, werd de tiara doorgegeven aan diens vrouw groothertogin Joséphine-Charlotte. Groothertogin Maria Teresa draagt de tiara sinds het overlijden van groothertogin José-Charlotte.

 

Foto’s

Foto-index

Foto 1: Groothertogin Charlotte.
Foto 2: Groothertogin Josëphine-Charlotte
Foto 3: Groothertogin Maria Teresa (ANP Photo)

 

De aquamarijnen bandeau-tiara

Een zeer simpele bandeau tiara met enkele aquamarijnen. Meer informatie is er nog niet bekend, al lijkt het waarschijnlijk dat het ooit is gekocht voor groothertogin Joséphine-Charlotte.

Foto’s

 

De Chaumet smaragden tiara

Deze diamanten tiara is gezet een grote, centrale, smaragd en is gemaakt door juwelier Chaumet. Het is in de familie sinds het huwelijk van groothertogin Charlotte met prins Felix de Bourbon-Parma in 1919.

Foto’s

Foto-index

Foto 1: groothertogin Joséphine-Charlotte. Ze heeft de tiara geregeld gedragen.
Foto 2: Sinds het overlijden van groothertogin Josëphine-Charlotte draagt groothertogin Maria Teresa de tiara nu.

 

De groothertogin Marie Adelaide-tiara

 

 

Dit is een tiara uit diamanten gezet in een gouden frame met een grote saffier in het midden. De motieven van de tiara zijn bladeren en bessen. De saffier kan uit de tiara gehaald worden.

Over de geschiedenis van deze tiara is niet veel bekend. Hij kan deel hebben uitgemaakt voor de bruidsschat van groothertog Adolphe voor zijn tweede vrouw prinses Adelheid-Marie von Anhalt-Dessau. Zij is de eerste persoon waarvan bekend is dat zij de tiara gedragen heeft. Later werd de tiara een favoriet van haar kleindochter en naamgenoot groothertogin Marie-Adelaide. Zij droeg deze tiara veel voor portretten en foto’s. Groothertogin Marie-Adelaide liet bij haar overlijden deze tiara na aan groothertogin Charlotte. Sindsdien hebben groothertoginnen Joséphine-Charlotte en Maria Teresa en prinses Tessy deze tiara gedragen.

Foto’s

Foto-index

Foto 1: groothertogin Maria Teresa met de tiara (Foto: Hello!)
Foto 2: prinses Tessy met de tiara op het gala ter gelegenheid van het huwelijk van erfgroothertog Guillaume van Luxemburg en gravin Stéphanie de Lannoy. (Foto: RTL.lu)

 

De smaragden tiara/collier van van Cleef en Arpels

Deze tiara (ook als collier te dragen) is gemaakt door juwelier van Cleef en Arpels en was een huwelijksgeschenk van groothertog Jean voor zijn kersverse vrouw groothertogin Joséphine-Charlotte.

Foto’s

Foto-index

Foto 1: groothertogin Joséphine-Charlotte draagt het op deze foto als collier.
Foto 2: Sinds het overlijden van groothertogin Josëphine-Charlotte draagt groothertogin Maria Teresa de tiara nu.

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De Kosmische Wet van karma

Standaard

categorie : reiki en de aura

De Kosmische Wet van karma

 

De mens is een spiritueel wezen van licht die in de stoffelijke wereld van de materie geïncarneerd is. Ieder mens beschikt over de vrije wil en het vermogen om eigen ervaringen in de materie te onthouden en te analyseren. Het gehele evolutieproces is gebaseerd op het feit dat wij de vrije wil op een goede, juiste manier leren gebruiken. Dat betekent dat vrije keuzes gemaakt moeten worden zonder schade te brengen aan geen enkel deel van het Leven.

 

karma-1

 

De Kosmische Wet van Karma is ons leermiddel van het aardse bestaan.

Dankzij deze Universele wet kunnen wij op de meest natuurlijke en persoonlijke wijze leren welke gevolgen onze dagelijkse keuzes met zich mee brengen. Karma in Sanskriet betekent letterlijk ‘daad’ of actie’. Karma maken betekent eigenlijk in actie komen. Uit iedere actie die wij ondernemen vloeit het gevolg die gunstig of schadelijk zou kunnen zijn voor onszelf en voor onze medemens. Op deze verbinding tussen de daad en de consequenties daarvan is de Kosmische Wet van Karma gebaseerd. Als de gevolgen van de keuzes die wij maken gunstig zijn voor het leven, maken wij een goed ofwel positief karma. Als de gevolgen een schade aan enkel deel van het leven brengen, dan maken wij een slecht, negatief karma. Wij zijn 100% verantwoordelijk voor de gevolgen van onze daden en zijn verplicht om alle schade te herstellen die wij ooit verricht hebben.

 

 

De Karmische Cirkel

Om beter te kunnen ervaren of onze keuzes een goede invloed op onze medemens hebben, is de Kosmische Wet van Karma op een gesloten cirkel gebaseerd. Alle energie die wij door onze vrije wil uitzenden keert altijd naar ons terug. Zo kunnen wij altijd de smaak van onze eigen creaties proeven en daar veel van leren. De keuze die wij maken vanuit vrije wil is het startmoment van een bepaalde karmische cirkel.

De gevolgen van onze handelingen of niet handelingen leren begrijpen is de beste manier om jezelf te ontwikkelen. Daarom is de Karmische wet niet als een strafmiddel bedoeld, maar als een leerschool.

De belangrijkste les die wij van onze karma kunnen leren is het volgende: “Wat is de beste manier om te reageren op alles wat op ons afkomt?” Als je begrijpt dat je de oorzaak van een bepaalde situatie bent, ben je beter in staat om met die situatie om te gaan en op te lossen.

Als je eindelijk de terugkerende cirkel van je karma wilt breken probeer eens dan in eerste instantie de karmische gevolgen vooral niet te ontwijken. Accepteer de situatie met kalmte, moed en liefde. Ga opzoek naar de kern van de karmische omstandigheden en neem de wijze beslissingen om met de nieuwe cyclus in je leven te beginnen.

Leer je les,

zet dingen recht,

vergeef jezelf en de anderen

en…laat het los.

 

De Karmische Magneet

Karma heeft niet allen de eigenschap van de cirkel (de terugkerende energie), maar ook de kwaliteit van een magneet.

De sterkste aantrekkingskracht in de menselijke wereld is de magnetische kracht van karma die gevormd wordt door de gevolgen van onze keuzes. Deze magneet bepaalt de belangrijkste richtlijnen in ons leven: in welke land, bij welke ouders, in welke familie en in welke omstandigheden wij geboren zullen worden. Maar ook onze beroeps- en partnerkeuzes inclusief vriendenkring en de kinderen worden altijd karmisch bepaald. Karma is een onafwerende kracht die mensen in bepaalde situaties bij elkaar brengt. In die zin lijkt karma op een persoonlijke levensformule waar alles bij elkaar wordt berekend: hoeveel kansen, talenten en geluk je kunt krijgen en hoeveel beperkingen, beproevingen en tegenspoed jou in het leven staat te wachten.

 

 

karma2

 

 

Hoe karma oplossen

Ons ‘karmische script’ is een verplicht deel in ons levensplan dat samengesteld wordt voordat wij in reïncarnatie komen. Oplossen van een bepaald percentage van negatief karma is onze plicht. Daar zijn wij dus niet vrij in. Karma lost zich op door twee aan elkaar gebonden momenten:

– door het dienen aan het slachtoffer van onze negatieve handelingen

– door in een pijnlijke of beperkte omstandigheid voor bepaalde tijd te leven.

Maar toch ligt de belangrijkste oplossing van karma bij grondige veranderingen in onze psychologie. Onze reactiepatronen in de karmische situaties vormen het fundament van onze diepste psychologische problemen die wij van één reïncarnatie naar het andere steeds meenemen. Dat zorgt ook voor de herhaling van de karmische situaties en het vermeerderen van negatief karma.

Het is dus niet genoeg om alleen je karma te balanceren, want je moet de reactiepatronen in de karmische situatie kunnen veranderen. Zo word je eindelijk bevrijdt van die vicieuze cirkel. Zelfobservatie, zelfanalyse en goede professionele psychologische hulp zijn de beste middelen om jezelf van verleden fouten los te maken.

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget