Categorie archief: Mode en kledij

De mode in de 20ste eeuw

Standaard

categorie : mode en kledij

 

Geschiedenis van de mode

 

Het is onmogelijk om precies de toekomst van de mode te voorspellen. Rages volgen elkaar snel op en elk jaar zijn er nieuwe trends. De mode verandert dus steeds. In de geschiedenis zijn de veranderingen beter te bekijken. Vaak blijkt het wel mogelijk aan te geven welke mode heerste.

 

1920-1930
Vrouwen knippen hun haar kort en gaan broeken dragen. Voordien was het onmogelijk dat vrouwen broeken konden dragen, enkel mannen mochten dit. Vrouwen dragen rokken en mannen dragen broeken, dat was de regel.
Mannen kunnen met hun kleding laten zien tot welke sociale klasse ze behoren.

.

1925

 

.

1930-1940
In deze periode ontstaat er een degelijke vrouwenmode : de kleding volgt de lijnen van het lichaam, enkel de rok loopt naar onder wijd uit. De rokzoom daalt tot de kuit.
Er zijn vele militaire invloeden : Twee rijen knopen, epauletten(schouderversiering), grote opgestikte zakken, baretten en een brede schouderlijn.
Bij de mannenmode komt er weinig verandering : De broek wordt gewoon iets smaller, met omslagen. De colberts worden iets meer gedetailleerd. Op straat dragen de mannen wijde lange jassen.

.

1935

 

.

1940-1950
Na 1945 is de smalle taille, met een lange, wijde, zwierige rok opvallend.
De mannen dragen een kostuum : een lange, hoogesloten jas met een strakke broek.

.

i3591945

 

.

1950-1960
In deze periode ontstaat de rock-‘n-roll met bijhorende kleding.
Voor meisjes zijn dat wijde rokken met onderrokken, truitjes met boothals met breedtestrepen, een paardenstaart en platte schoentjes.( nylon kousen worden algemeen)
Voor jongens zijn dat spannende broeken en de vetkuif
De herenmode blijft traditioneel : strakke broek, colbert, overhemd en stropdas.

.

1955

 

.

1960-1970
Bij de vrouwenkleding komt eindelijk de de rokzoom boven de knie. Er ontstaat zelfs de mini rok : tot 20 cm boven de knie. ‘Hotpants’ worden gedragen eind de jaren 60, dat zijn nl. zeer korte strakke broekjes.
In de mannenkleding is er veel meer kleur en er worden veel coltruien gedragen.
In deze periode ontstaat ook de uni-seks-mode : mode die voor mannen en vrouwen hetzelfde is.

.

1965

 

.

1970-1980
Vele werkkleding wordt gebruikt als dagelijkse kleding. Rokken tot op de enkel komen in de mode.Broekspijpen lopen vanaf de knie wijd uit.
Aan het eind van de jaren zeventig ontstaat er een punk-beweging: jongeren met kapotgescheurde kleding en het haar in een hanenkam. Als sieraden : metalen kettingen. Sommige hebben zelfs een piercing.

.

1975

 

.

1980-1990
Bij de vrouwenmode is er een zakleijke, breedgeschouderde kledingvorm en veel Japanse invloeden : geinspireerd op de kimono.
Sportkleding wordt steeds meer als gewone kleding gedragen en de gewone kleding wordt sportiever. Kledingvormen uit alle delen van de wereld worden in combinatie met elkaar gedragen ( = cultuurmix ).

.

1985

 

.

1990-2000
Moderne kunststoffen worden zeer veel gebruikt.De kleding volgt de lijnen van het lichaam .
Punk komt nog steeds voor in de mode, in de vorm van geverfd haar, zwarte leren jacks, overdadig gebruik van ritsen, piercings.
Manen dragen colberts, vooral met één rij knopen en kleine schoudervulling. In hun vrije tijd dragen mannen katoenen overhemden, truien of sweatshirts en jacks. Vrijetijdskleding op het werk wordt steeds meer geaccepteerd.
Naveltruitjes en heupbroeken worden algemeen voor meisjes, soms hoort daar zelfs een navelpiercing bij.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

Harajuku in Tokyo

Standaard

categorie : mode en kledij

Harajuku; een mengelmoes van straatmode

 

Deze eclectische kledingstijl vrolijkt de straten van Tokyo al een aantal jaren op. Waar komt het vandaan, wie draagt het en misschien vooral, waarom?

 

 

.

 

.

 

 

De wijk Harajuku

.

Harajuku is de naam van een wijk in Tokyo, in welke zich enkele belangrijke winkelstraten en ontmoetingsplekken bevinden. Er ligt een treinstation, enkele parken, zoals het veelbezochte Yoyogi park, en woonwijken in de vorm van flats. Alles is er te vinden, van de duurste laatste mode tot heerlijk eten en snacks. Ook kun je er straat- en andere vormen van theater en vermaak vinden.

Er zijn veel westerse producten, zowel materièle spullen als eten, te vinden. Dit groeit hier hand in hand met de eigen levenswijze en ideeèn. Deze mengelmoes heeft bijgedragen aan het ontstaan van de speciefieke harajuku kledingstijl.

 

 

 

 

Wild kledende jeugd

.

De jeugd doet zoals de jeugd overal en altijd doet, en zich afzettend tegen de heersende tradities, de maatschappij en de politiek, zijn de jongeren zich in deze wijk door de jaren heen steeds opvallender gaan kleden, geïnspireerd door het zeer brede scala aan beschikbare stijlen. De kledingstijlen lopen uiteen van jaren ’50 vetkuiven tot aan door manga geïnspireerde ruimtepakken. Gothic, punk, lolita´s, hip hop, pluche beesten, maffiapakken, je ziet het allemaal in Harajuku.

Sommigen houden het bij één stijl, anderen gebruiken van alles door elkaar heen, alsof ze op zoek waren naar een eigen identiteit, overstelpt werden met een overdaad aan invloeden en niet meer konden kiezen. De term “Harajuku” omvat al deze stijlen, of liever gezegd de mengelmoes ervan, die in deze befaamde wijk zijn ontstaan.

 

 

 

 

De Harajuku-outfit

.

Wat erg populair is in de harajuku wereld, is het aanpassen van bestaande, liefst tweedehands, kleding aan je wensen. Met scharen, lijm, stickers, speldjes, verschillende soorten stoffen en wat naaiwerk wordt er een persoonlijk ensamble in elkaar gestoken. De nadruk ligt op originaliteit en individualisme.

Dit geldt ook zeker voor het haar; de meest waanzinnige kapsels passeren de Harajuku-revue. Blonderen is populair in Japan sinds ze kennis hebben gemaakt met de westerse cultuur, maar de aanhangers van de Harajuku stijl houden het daar niet alleen bij: het haar kan in alle kleuren van de regenboog geverfd zijn, soms tegelijk, het wordt in de wildste kapsels gestilleerd en anders kan er altijd nog een pruik worden gedragen.

Alles aan deze stijl is over de top. De make-up wordt niet vergeten natuurlijk, net als de kleding is deze vaak extravagant. Er worden glitters, liters mascara en eyeliner, veertjes, kleurlenzen, stoffen en papieren vormpjes (bloemetjes etc.) en noem maar op gebruikt om het gewenste effect te creëren.

De accesoires worden niet vergeten; de harajuku volgelingen maken hun outfits compleet door bijpassende schoenen, sokken, tasjes, hoofddeksels, parasols, belletjes en allerlei andere attributen. Als het niet te koop is, wordt het zelf gemaakt.

 

 

 

 

 

 

Voortzetting van tradities

.

Met zijn veelkleurige opvallendheid doet deze stijl denken aan het rijk-gekleurde kabuki theater, of de uitbundig uitgedoste maiko, oiran en andere traditionele Japanse vormen van vermaak. Deze tradities, in welke ook de moderne Japanse entertainment zijn wortels heeft, zoals de manga en anime, hebben ook hun deel bijgedragen aan het inspireren van de Harajuku beweging.

Het is duidelijk dat het rijke kleurgebruik en het mixen van patronen, of stijlen in dit geval, het Japanse volk in het bloed zit. In de Japanse cultuur zijn er twee met elkaar botsende stijlen: Aan de ene kant heerst er een serene zen-achtige stijl, wat met het woord iki wordt aangeduid en de essentie vormt van gracieuze kalmte. Aan de andere kant is er de oogverdovende “herrie” van Japan’s meer eclectische stijlen. Van oudsher werd dit verschil geassocieerd met het klassenverschil; hoe bonter, hoe informeler, of hoe meer “volks” iets was.

Harajuku blijft een interessant fenomeen welke Japanse moderne en traditionele cultuur verenigt met de  westerse moderne cultuur. Naast de culturele en andere betekenissen die het heeft, is het een artiestieke uitingsvorm waar ook de vele toeristen graag naar kijken.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

De geschiedenis van de kledij deel 1: van de oertijd tot de Romeinen

Standaard

categorie : mode en kledij

 

Het is niet helemaal duidelijk wanneer de kleding zijn intrede doet. Er zijn wetenschappers die denken dat het zo’n 500.000 jaar geleden al moet zijn geweest, maar recent onderzoek beweert dat kleding veel jonger is. Zo’n 170.000 jaar geleden zou de mens pas behoefte hebben gekregen aan kleding. De onderzoekers baseren die conclusie op de geschiedenis van de luis. Het dier ontwikkelde zich zo’n 170.000 jaar geleden van hoofdluis tot een luis die ook op kleding kon overleven. Kou was waarschijnlijk de reden dat de mens zich ging kleden en de luis de carrièreswitch kon maken.

 

 

                                  De oertijd

In het allereerste begin droegen de mensen geen kleding. Ze liepen eerst op handen en voeten en waren vrij zwaar behaard. Kleding hadden ze niet nodig. Het leven bestond er vooral in om te overleven. De hele dag waren ze op zoek naar voedsel. De oermens dacht enkel aan zichzelf en overleven. Naarmate het klimaat kouder werd, stelden ze vast dat de vacht van de dieren waarop ze joegen, dichter werd. Hun beharing volstond op een bepaald moment niet meer en daarom gingen ze vacht van gedode beesten gebruiken om rond zich te hangen. Stilaan ontstonden er alzo kleding stukken om zich te verwarmen.

 

 

 

 

Decoratief

Wanneer de mens kleding voor het eerst als louter decoratie ging zien, is onduidelijk. Vaststaat dat de mens de noodzakelijke kleding wel graag aan de eigen wensen aanpaste. Archeologen hebben geverfde vezels gevonden die zo’n 36.000 jaar oud zijn. Door de jaren heen werd de mens ook steeds creatiever in het gebruik van grondstoffen. Bestonden de eerste gewaden nog vooral uit dierenhuid en dierenvellen, later werd ook vlas, wol en leer geïntroduceerd en soms zelfs gecombineerd. Ondertussen is kleding niet meer weg te denken uit de (moderne) geschiedenis.

 

 

                              De Egyptenaren

Het Oude Egypte was een beschaving die in de vallei van de Nijl ontstond rond 3000 v. Chr. De beschaving ging ten onder na de verovering van Egypte door Alexander de Grote in 332 voor Christus. De essentiële factor in het overleven van beschaving was de irrigatie van het landbouwgebied rond de Nijl. Het rijk kwam tot bloei en bleef jarenlang stabiel dankzij dit water dat ervoor zorgde dat het land veel opbracht.

De Egyptenaren waren hierdoor erg gericht op de jaarlijkse terugkeer van de droogte en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. De samenleving van de Egyptenaren was erg gestructureerd. De Egyptenaren waren op allerlei gebieden enorm vooruitstrevend voor hun tijd. Zo werd Egypte geregeerd door farao’s die door ambtenaren werden bijgestaan. Deze ambtenaren inden de belastingen en spraken recht.

De Egyptenaren hadden veel goden en geloofden dat zij na hun dood in een andere wereld verder leefden. Daarom lieten de farao’s graven bouwen waarvan de enorme piramiden het bekendst zijn. Als de farao stierf werd zijn lichaam gebalsemd en in stroken katoen of rameh gewikkeld.

Dit gebeurde omdat men geloofde dat het lichaam na de dood als woonplaats voor de ziel bewaard moest blijven.
Ook op het gebied van wetenschap waren de Egyptenaren de rest van de wereld al een stap voor. De Egyptenaren hun kleding was erg kenmerkend door hun opvallende vorm.

Omdat het Egyptische rijk zo lang heeft bestaan, verdelen wij de geschiedenis in drie perioden:
-het Oude Rijk: vanaf 2700 v. Chr.
-het Middenrijk: vanaf 2000 v. Chr.
-het Nieuwe Rijk: vanaf 1400 v. Chr.

 

Het Oude Rijk

De Egyptenaren droegen vanwege de warmte niet veel kleding. De mannen droegen alleen een soort heupschort, de slaven gingen zelfs vaak naakt. De vrouwen droegen kokervormige jurken van de oksels tot de enkels, soms versierd met geplooide stroken. Over deze jurken werd soms een soort poncho gedragen, de kalasiris. Dit was een hemdvormig, nauw kledingstuk. Deze kon korte mouwtjes hebben of mouwloos zijn, maar had ook vaak alleen maar twee draagbanden die tussen de borsten door liepen en voor in het midden bij elkaar kwamen. Op deze manier had de vrouw haar armen vrij tijdens het werk.

De kleding was vaak gemaakt van katoen, linnen of rameh.

 

 

 

Het Midden- en het Nieuwe Rijk

In het Midden- en in het Nieuwe Rijk werd er meer kleding gedragen, vooral meer wikkelkleding. De weefsels, die al bijzonder fijn waren, werden nu ook nog geplisseerd. De rijkere mensen droegen soms sandalen. Deze waren gemaakt van gevlochten bladeren van de papyrusplant, die in de Nijl groeide.
De mensen uit de hogere stand droegen halskragen die vaak met goud en met edelstenen waren versierd. Mooie sieraden als armbanden, ringen, enkelbanden en halssieraden werden door zowel de mannen als de vrouwen gedragen.

 

 

 

De Farao

  • De koningen beschouwden zichzelf ook als goden op aarde en daarom zorgden zij voor een zorgvuldige reinheid. Haar werd als onrein beschouwd en afgeschoren, daarom droegen de farao’s pruiken. Deze pruiken werden gemaakt van mensenhaar, vlas of palmvezels. Ze werden met bijenwas vastgeplakt. Als teken van koningschap droeg de farao een valse baard. De farao droeg een dubbele kroon. Enerzijds droeg hij de kroon van beneden-Egypte, wat leek op een rode haarbandkroon. Anderzijds droeg hij de kroon van boven-Egypte, wat leek op een een vierkant gevouwen hoofddoek. Zo werd de samenvoeging van beide gebieden gesymboliseerd.

 

  • De vrouw van de farao, die evenals de farao kaalgeschoren was, droeg een pruik met geborduurde haarbanden versierd met lotusbloemen. Zij droeg bovenop haar hoofd een parfumketeltje van was. Deze smolt langzaam en verspreidde zo een aangename geur.
  • De ogen waren omrand met kohl. Een ander make-up artikel was henna. Hiermee werden de lippen en de nagels gekleurd.

 

  • De farao droeg over de heupschort aan de voorkant een met koningssymbolen versierd driehoekig onderscheidingsteken. Hier overheen droeg hij een hemdvormig gewaad.
  • De koningin droeg een lange kalasiris met een gordel die twee keer om het lichaam werd gewikkeld. Het kleed werd van voren vastgeknoopt, de uiteinden hingen tot bijna op de grond. Ook droeg zij de zogenaamde ‘koninginnekap’. Deze had de vorm van een valk met de vleugels naar beneden geklapt (deze bedekten de oren van de vorstin) en de kop naar voren. Ook de farao en zijn vrouw droegen met edelstenen versierde halskragen.

 

  • De koninklijke familie en andere rijke personen hadden vaak de voorkeur voor fijn, sluierachtig linnen om schoon en koel te blijven en zich prettig te voelen. Dit heeft ook te maken met de waarde die men hechtte aan de reinheid van het lichaam. Deze halfdoorschijnende stof werd ook wel ‘koningslinnen’ genoemd.

 

 

 

                                De Grieken

Vanuit Egypte nemen we een grote stap richting Griekenland. Rond 800 voor Christus ontstond in Griekenland de eerste grote Europese beschaving. Deze werd gevormd uit de Griekse stadstaten zoals Athene, Sparta en Milete. Het Grieks gebied rondom de Ionische Zee noemden de Grieken Hellas. De oude Grieken hebben de wiskunde en het Alfabet ontwikkeld en indrukwekkende (tempels) bouwwerken, zoals het Parthenon opgericht.

De kleding die beelden uit het oude Griekenland vaak droegen lijken op het eerste gezicht wat rommelig. Het zijn meestal wijde gewaden met veel plooien die overvloedig gedrapeerd zijn. De Griekse kleding bestond ook uit wikkelkleding of draperiekleding.

Al deze gewaden bestaan uit een rechthoekige lap stof die op een bepaalde manier omgeslagen en vastgespeld wordt. Het verschil tussen een doorsnee en bijzonder statig kledingstuk wordt vooral gevormd door de manier van dragen  en door de kwaliteit en versiering van de stof.
Er zijn een aantal soorten gewaden te onderscheiden:

De peplos
De peplos is de typische kledij van vrouwen in het antieke Hellas. Het werd gemaakt van een wollen rechthoekige lap met een afmeting van circa twee bij drie meter. De bovenzijde van de lap werd omgeslagen. Deze omslag werd apotygma genoemd. De lap werd vervolgens tot een koker gevormd, waarbij de zijnaad dichtgenaaid kon worden of open kon blijven. Het gewaad werd op de schouders met kledingspelden (ook wel fibula genoemd) vastgespeld en rond het middel bond de drager een koord of ceintuur. De kledingspelden waren vaak van brons.

 

 

 

 

De chiton
De chiton is een kledingstuk dat oorspronkelijk voor mannen bestemd was, maar later ook door vrouwen werd gedragen. De chiton werd evenals de peplos gevormd uit een grote rechthoekige lap. Er waren twee soorten chiton, de Dorische en een Ionische chiton. De Dorische chiton was van wol, terwijl de Ionische chiton van linnen was. Deze was fijner en duurder.

Ook de chiton werd tot een soort koker gevormd. Alleen werd de omslag achterwege gelaten. De zijnaden werden van boven tot beneden gesloten. Op de schoudernaad werden knoopjes gezet, waarbij drie openingen werden uitgespaard voor het hoofd en de beide armen. Het kledingstuk kom met een ceintuur omgord worden. De stof kon over de ceintuur heen getrokken worden, zodat een sterke overbloezing (Grieks: kolpos) ontstond.

De chiton kon zeer wijd zijn wat ervoor zorgde dat hij in duizenden prachtige plooitjes rond het lichaam viel. De chiton van de man was meestal minder wijd omdat die meer bewegingsvrijheid gaf. Bij speciale gelegenheden en door oudere mannen werd de lange chiton gedragen. De chilton is iets luxer uitgevoerd dan de exomis.

 

 

 

 

De himation.
Over de peplos en de chiton heen, kon door mannen en vrouwen een mantel, de himation, worden gedragen. Ook dit was een rechthoekige lap, die op zeer veel verschillende manieren om het lichaam gedrapeerd kon worden, al dan niet vastgespeld op de schouder. Soms kon ook het hoofd met de himation worden bedekt.

 

 

 

 

De clamys
De clamys was een ander kledingstuk voor mannen. Dat was een lap die de linkerschouder en linkerarm bedekte en die op de rechterschouder werd vastgemaakt.

 

 

 

De exomis
De meeste eenvoudige mannen droegen een exomis. De exomis zit alleen om de linkerschouder vast.

 

 

 

Schoenen
Op bedelaars en enige filosofen na liep iedereen uit het oude Griekenland op schoenen. Meestal waren dit sandalen (sandaloi). Deze waren gemaakt van een flexibele zool met leren riempjes om de voet. Voor de lange afstand waren er ook echte schoenen, die helemaal dicht zijn.

Haardracht
Mannen hadden lang haar, omdat het in de mode was. Zo konden ze zich onderscheiden van slaven, die kortgeknipt haar moesten hebben. Later gaan ook de normale mannen kort haar dragen. Meestal vinden de vrouwen hun eigen haar niet mooi genoeg. Daarom dragen de chique dames vaak een pruik of een kunstig kapsel. Ze hadden hun haar vaak opgestoken met een paar vlechtjes of een soort clip.

 

 

Hoeden

Vrouwen droegen om het hoofd een hoofddoek. Mannen hebben vaak een hoge, naar boven spits oplopende muts op, de pilos. Mannen die op reis gingen droegen vaak een ‘petasos’; een strooien hoed met een brede rand en een band om de kin.

 

                           De Romeinen

Rond 754 voor Christus is, volgens de legende, door Romulus en Remus de stad Rome gesticht. Deze stad zou al snel uitgroeien tot het centrum van een machtig rijk. Vanaf 510 voor Christus werd Rome een republiek. In de hierop volgende eeuwen veroverden de Romeinen heel Italië. Later moest ook een groot deel van Europa buigen voor de macht van Rome. Het Romeinse Rijk zou in de geschiedenis het grootste rijk in Europa worden.

Typerend voor het Romeinse Rijk was de politiek. De Volksvergadering waarin alle burgers stemrecht hadden maakte de wetten en benoemde de hoge ambtenaren (magistraten). De Senaat, waarin alleen oud-magistraten zaten, hield zich vooral bezig met buitenlandse zaken. Om te voorkomen dat ze teveel macht zouden krijgen benoemden de Romeinen hun magistraten maar voor één jaar. De laagste waren de aedielen.

Daarop volgden de quaestoren, de praetoren en twee consuls . De censor, de hoogste ambtenaar, hield toezicht op het gedrag van de Romeinse burgers. In tijden van nood kon voor zes maanden een dictator worden benoemd. Hij had alle  macht.

Ook in ons land kwamen de Romeinen tot aan de grote rivieren. Zij brachten hun beschaving mee naar het noordenen dus ook de typische Romeinse kledij..

 

De tunica

De Tunica was een lang en mouwloos kledingstuk van linnen of katoen dat rond het middel met een gordel was vastgesnoerd. Het is te vergelijken met een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Dit hemd werd met een riem een beetje opgebonden.

De tunica werd door de proletariërs, winkeliers en bouwvakkers gedragen, omdat je je in dit kledingstuk goed kon bewegen. Het eenvoudige volk, dat altijd een Tunica droeg, werd tunicati genoemd.

 

 

 

De toga

Een toga is een witte, wollen lap stof van ongeveer 20 m2. Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd. Het omslaan van dit kleed was  zó ingewikkeld, dat veel rijkelui voor dit karwei een aparte slaaf hadden. De toga was een standenkleed. Aan de manier waarop de toga gedragen werd, kon je zien wat voor rang en stand de drager had.

Het was ook erg ingewikkeld om te dragen. In het dagelijkse leven was dit kledingsstuk niet zo van belang door zijn beperkte bewegingsvrijheid. De Toga diende vooral als statussymbool en  werd dus alleen bij officiële gelegenheden gedragen.

Een toga werd vaak gekleurd, omdat dat er leuk uitzag. De kostbaarste kleurstof was purper. Die was afkomstig van de purperslakken. Er waren ongeveer 10.000 slakken nodig om een mantel purper te verven. Sommige rijke Romeinen hadden een streep purper op hun mantel. De enige die een geheel purperen toga mocht dragen was de keizer van het Romeinse rijk. Welgestelde Romeinse mannen werden togati genoemd.

 

 

 

Vrouw
De kleding van de Romeinse vrouw lijkt op die van de Griekse, maar is veel rijker. Als basis werd de tunica gedragen. Deze kwam bij vrouwen altijd tot de grond. Vrouwen droegen in plaats van een toga een soort wit wollen gewaad, de stola genaamd. Over het hoofd werd soms een sluier gedragen. Welgestelde vrouwen droegen over hun tunica de palla, een omslagmantel, die lang genoeg was om over de schouders en of om het hoofd geslagen te worden en tegelijkertijd de knieën te bedekken. De palla was evenals de toga van wol. De meeste vrouwen kozen felle en contrasterende kleuren uit voor hun stola en palla.

 

 

 

Man
De mannen droegen als basis een tunica die tot de knieën kwam. Onder de Tunica werd door de mannen een lendendoek of een ander soort broek gedragen. Over de tunica mochten alleen de vrije Romeinen een groot wikkelkleed dragen, de toga.
Een soortgelijk kledingstuk voor de mannen was de paenula. Dit was een grote rechthoekige wollen lap die over de linker schouder werd gedrapeerd en onder de rechter arm door voor de borst werd getrokken. Bij slecht weer droegen de mannen een wollen cape met capuchon.

 

 

 

Kinderen droegen verkleinde uitgaven van de kleding der volwassenen.

Schoenen
De sandaal was bij de Romeinen veruit favoriet, zowel bij mannen als bij vrouwen. Deze sandalen waren  uit één stuk leer gesneden.
Boeren droegen de carbatina, een schoen die van een stuk ossenhuid is gemaakt en met riempjes wordt vast gegespt.
De Caligae is een ‘marssandaal’. Het zijn sandalen met spijkertjes in de zolen ter voorkoming van een glijpartij.

 

 

Haar
Het kapsel van de Romeinse leek op dat van de Griekse. Er werden vaak diademen en parels in gedragen. De Romeinse vrouwen waren dol op ingewikkelde kapsels. Ze zaten urenlang bij de kapper, en lieten soms hun haar rood of zwart verven. Soms droeg men blonde pruiken van haar van Germaanse slavinnen. Ook blondeerden de dames hun haar met bleekmiddel. De Romeinse man droeg het haar kort en evenwijdig aan de wenkbrauwen afgeknipt, en had geen baard.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Bivolino.com

 

 

 

 

 

 

 

De bikini

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

Vandaag mag de bikini 66 kaarsjes uitblazen. Het minuscule kledingstuk werd geïntroduceerd in 1946 door ontwerper Louis Réard in Parijs. De bikini werd met weinig enthousiasme onthaald, omdat het de erogene zones van de vrouw sterk benadrukt. Réard vreesde dan ook dat geen enkel model zijn uitvinding zou willen dragen. Vandaag kijken we niet meer vreemd op wanneer we iemand op het strand zien flaneren in bikini en is het kledingstuk een gevestigde waarde geworden binnen de badmode.

 

 

 

Het tweedelige badpak stamt al van ver voor de 20e eeuw. Op muurschilderingen uit de 4e eeuw na Christus in het Siciliaanse dorpje Piazza Armerina zijn ook een soort bikini’s te zien, die gedragen worden door de tien Romeinse sportschoonheden.

 

 

 

 

 

In 1946 presenteerde auto-ingenieur Louis Réard de eerste bikini op de catwalk in Parijs. Hij omschreef het kledingstuk als ‘kleiner dan het kleinste badpak’. Voor de naam van de bikini haalde Réard de mosterd bij het Bikini-eiland in de de Stille Oceaan, waar er in 1946 door de Amerikaanse overheid atoomproeven werden uitgevoerd.

 

 

 

De introductie van de bikini sloeg in als een bom en het viel aanvankelijk niet in de smaak bij het grote publiek omwille van het expliciete erotische karakter. In Portugal, Spanje en Italië werd de bikini zelfs verboden en het Vaticaan beschouwde hem als immoreel.

Vanaf de jaren zestig veranderde het imago van de bikini onder invloed van Amerikaanse filmsterren en feministen. Het poseren in bikini betekende voor veel jonge sterretjes de weg naar een carrière in de filmindustrie en opende de deuren naar de glamour van Hollywood. Zo werd Rita Hayworth gefotografeerd in een bikini voor de cover van het tijdschrift Life en verscheen Ursula Andress in de film Dr. No uit 1962 in een witte bikini terwijl ze uit de golven tevoorschijn komt. Toen actrices als Marilyn Monroe, Brigitte Bardot en zich in bikini vertoonden, leek de strijd gewonnen. De bikini ging deel uitmaken van de populaire cultuur en in 1960 bezong popzanger Brian Hyland het tweedelige badpak met ‘Itsy bitsy teenie weenie yellow polka dot bikini’.

 

 

 

 

Ondanks de stormachtige start is de bikini een algemeen aanvaard kledingstuk geworden in het Westen en is het een vast onderdeel van onze zomergarderobe. Er zijn ook variaties gekomen op het traditionele bikini-model door de introductie van het materiaal lycra. Voorbeelden hiervan zijn de monokini, microkini en tankini.

 

.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Koreaanse klederdracht

Standaard

categorie : mode en kledij

In plaats van te verdwijnen zoals zoveel volksdrachten, heeft deze Koreaanse kledij zich met de tijd mee ontwikkeld en aangepast aan de heersende omstandigheden. De hanbok: van traditionele klederdracht tot mode-object.

 

 


 

Geschiedenis en gebruik

Dit type kleding deed zijn intrede tijdens de Koreaanse Drie Koninkrijken- periode, welke van 57 v. chr. tot 668 na chr. duurde. Vanaf dit moment heeft deze kledij zich mee ontwikkeld met de heersende eisen en modetrends die voorbij kwamen. Ook zijn er veel invloeden uitgewisseld met de buurlanden, zo was China bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron. De meest bekende vorm van de hanbok stamt uit de Joseon dynastie, deze duurde van 1392 tot 1910.

In Noord Korea staat dit type kleding bekend als Joseon Ot, hanbok is van oorsrong de Zuid Koreaanse benaming, maar deze laatste wordt in deze tijd meestal gehanteerd.

Tegenwoordig dragen Koreanen de hanbok op officiële gelegenheden en speciale festiviteiten, zoals het speciale Hanbok festival in Zuid Korea, waarin deze kleding juist centraal staat.

 

 

 

Kinderkleding

Voor de eerste verjaardag krijgen de kinderen een speciale, feestelijke hanbok aan. Dit zijn vrolijk gekleurde mini/versies van de ceremonièle kleding voor volwassenen.

 

 

Trouwkleding toen en nu

Voor bruiloften wordt ook nog vaak de hanbok aangetrokken; naast de  traditionele varianten zijn er talloze moderne varaties ontstaan voor elke smaak. De van oorsprong felle kleuren zijn langzamerhand plaats aan het maken voor zachtere tinten, mede door buitenlandse invloeden en trends in het land zelf.

 

 

 

 

De kenmerken van de traditionele hanbok

 

 

De verschillende kledingstukken

De hanbok bestaat uit een bloes of jasje, en een wijde wikkelrok voor vrouwen of een wijde broek voor mannen. De bloes, genaamd jaogori, is iets langer voor mannen dan voor vrouwen; hij komt bij de heren tot aan het middel, bij de dames tot iets erboven. De naam van deze wikkelrok is chima, en een broek heet paji. Per regio, tijdperk, klimaat of klasse zijn er wat kleine verschillen, maar het basisontwerp is door de eeuwen heen herkenbaar gebleven.

 

 

 

Kleuren

Het gewone volk droeg wit, tenzij het een bruiloft of speciaal feest betrof, deze kleur stond voor puurheid, integriteit en kuisheid, De adel was kleurrijk gekleed om hun status mee aan te geven: naast wit droeg men rood, geel, blauw en zwart, welke samen staan voor de vijf natuurlijke elementen; vuur, aarde, metaal, water en hout. De keizer was geheel in het geel gekleed, deze kleur stond voor het middelpunt van het universum, de zon. De verf die voor het kleuren van textiel werd gebruikt, werd van plantaardige materialen vervaardigd.

 

Materialen

De gebruikte materialen voor de stoffen en de afwerking ervan weerspiegelden het sociale leven en het heersende klimaat. Verschillende delen van het land waren ook gespecialiseerd in verschillende stoffen, zoals hennep uit Angdong of ramie uit Hansan. In koudere weersomstandigheden droegen de vrouwen een gevoerde onderrok, de rest van de kledingstukken werd vervangen door gevoerde of met bont afgezette varianten. Als het warm was, koos men voor dunne katoen of ruisende zijde. Het spreekt vanzelf dat het gewone volk meer stoffen droeg die tegeen een stootje konden en makkelijk(er) wasbaar waren dan de materiaalkeuzes van de adel. Hennep, katoen en dergelijke waren dus voor de lagere klassen en stoffen zoals zijde en satijn sierden de rijkeren.

 

Een koninklijke ceremonièle hanbok voor het winterseizoen.

 

Hedendaagse hanbok creaties

Vele modeontwerpers hebben zich al laten inspireren door dit kledingstuk. Vooral de vrouwelijke hanbok is dankbaar door de mode-industrie opgepakt als basis voor creatieve experimenten: De simpele lijnen van het traditionele ontwerp hebben van nature al een mooie proportionele indeling, waar je eindeloos mee kunt variëren en ze als basis kunt gebruiken om er een heel ander kledingstuk van te maken, terwijl het basisidee hetzelfde blijft.

 

 

 

 

 

 

 

 

Naast de traditioneel lange rokken zijn er tegenwoordig ook veel korte versies te zien die door jonge moderne vrouwen worden gedragen zowel in het dagelijks leven als op sjiekere geegenheden.

 

 

 

 

 

  Koreaans schoeisel

Ook het traditionele schoeisel is met de kleding mee-geëvolueerd. Vanaf de 16de à 17de eeuw, maar waarschijnlijk al eerder, begon men in Korea namaksin, een soort houten overschoenen te dragen, die met touw werden vastgemaakt. Ze werden met bijenwas ingesmeerd om het hout goed te houden en tegen de onderkant werd vaak een laagje metaal gemaakt, om snelle slijtage te voorkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door de tijd heen is men andere materialen gaan gebruiken voor schoeisel, zoals verschillende soorten textiel, leer en tegenwoordig ook kunststof.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Omgaan met rages en mode voor tieners

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

Tommy

 

 

 Pubers en mode

 

Pubers willen vaak niets liever dan ‘erbij horen’. Dat betekent vaak dat ze bepaalde kleding dragen, een bepaald imago willen hebben, bepaalde woorden gebruiken en over muziek, tv-programma’s, films en websites mee moeten kunnen praten. Maar vaak gaat het nog een stap verder, bijvoorbeeld met rages als tatoeages en piercings. Voor ouders is het vaak moeilijk om te bepalen wat ze wel en niet moeten toestaan. Hieronder volgen een aantal tips over het omgaan met rages en mode.
Tip 1
Het is belangrijk om heel veel aandacht te hebben voor de dingen die je leuk vindt aan het gedrag van je puber; jouw goedkeuring is van groot belang voor zijn of haar gevoel van eigenwaarde;
Tip 2
Blijf verder op de hoogte van de trends voor tieners, vooral onder de groep die één of twee jaar ouder is dan je eigen tiener. Zo voorkom je dat je wordt verrast en te heftig reageert;
Tip 3
Sommige rages komen en gaan zo snel dat je ze zonder problemen kunt negeren. Andere duren langer en aan een aantal rages zijn risico’s verbonden. Bekijk daarom in elke nieuwe situatie opnieuw de mogelijke risico’s voor jouw kind;
Tip 4
Probeer niet elke vraag direct met nee te beantwoorden. Laat je tiener voelen dat je bereid bent te overleggen en dat de uitkomst ja, nee of op voorwaarde dat… kan zijn. Tieners moeten voelen dat ze serieus genomen worden;
Tip 5
Probeer situaties waarin direct een besluit moet worden genomen te vermijden. Het zou kunnen dat je eerder geneigd bent om toe te geven wanneer je wordt overvallen door een verzoek en dat je tiener hier misbruik van maakt. Stel in dat geval een besluit uit en kom er later op terug;
Tip 6
Overweeg de voordelen, kosten en risico’s van elke wens. Is het goed voor je kind, hoe groot zijn de risico’s, wie betaalt er, gaat het tegen de regels van de school in, gaat het tegen de normen en waarden van het gezin in, zullen eventuele broertjes en zusjes het voorbeeld willen volgen. Nadat je hier zelf over hebt nagedacht kun je deze zaken rustig bespreken met je zoon of dochter;
Tip 7
Bedenk welk gedrag je thuis acceptabel vindt. Gewelddadig of seksueel getint taalgebruik dat overgenomen wordt uit populaire muziek of tv-programma’s kan onwenselijk zijn. Ook tieners moeten rekening houden met jongere broertjes, zusjes en buurtgenoten;
Tip 8
Soms wil je kind meedoen aan een rage die kostbaar is, en waar je wel toestemming voor wil geven. Kijk of je zoon of dochter wat extra klussen kan doen om geld te verdienen om mee te betalen aan (of zelfs helemaal te betalen voor) de duurdere zaken waar je toestemming voor wil geven;
Tip 9
Sta liever geen dingen toe die in strijd zijn met de regels van school, zoals een bepaalde kledingstijl, het dragen van (opvallende) sieraden of het meenemen van bepaalde voorwerpen;
Tip 10
Praat erover met andere ouders. Tieners zullen hun ouders over proberen te halen met argumenten als ’Al mijn vrienden mogen…’ en ’Ik ben de enige die niet…’. Zorg ervoor dat je dit gedrag niet onbewust beloont door eraan toe te geven. Controleer eerst of het waar is wat ze zeggen. Praat met andere ouders, vooral de ouders van vrienden van je tiener en controleer met wie hij omgaat;
Het is onmogelijk je tiener te beschermen tegen de invloeden van modeverschijnselen, maar je kunt wel zorgen dat hij zich goed voelt over zichzelf zoals hij is, en je kunt positieve vriendschappen stimuleren. Motiveer hem ook voor leuke en leerzame activiteiten onder toezicht. En reageer niet overdreven of al te streng. Uitspraken als ’Zolang je in mijn huis woont, doe je wat ik zeg’ of (met wanhopig omhoog gestoken handen) ’Doe maar wat je wilt maar je zult er spijt van krijgen’ leveren alleen maar boosheid en frustratie op. Verzamel zoveel mogelijk informatie om in elke situatie een weloverwogen besluit te nemen en wees bereid om te altijd met je tiener in gesprek te gaan.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Patronen in de Japanse kledij

Standaard

categorie : mode en kledij

Patronen, thema’s en motieven zijn altijd een belangrijk communicatiemiddel in de Japanse cultuur geweest. Door de eeuwen heen hebben ze zich ontwikkeld tot de gestileerde weergaven die wij vandaag de dag kennen, maar niet per se altijd herkennen. Bij deze een vertaling van enkele van de vaakst voorkomende Japanse motieven en patronen.

 

 

Veel van de huidige Japanse patronen komen voort uit het Shintoïsme, de oudste godsdienst in Japan. De filosofie ervan draait om de natuur en de eerbied ervoor. Daarom stellen veel van de motieven planten, dieren of landschapselementen voor zoals rivieren. Enkele motieven zoals wolkjes zijn in de loop van tijd uit China overgenomen, net als het boeddhisme en de bijbehorende motieven.

Zelfs in deze moderne tijden zit er nog een stukje natuurverering in het Japanse volk; ze passen hun huisversieringen en kleding aan het seizoen aan. Ze zullen bijvoorbeeld in de lente nooit een kimono of ander kledingstuk met een wintermotief dragen. Naast het in de gaten houden van in welk seizoen iets thuishoort, wordt er ook rekening gehouden met symbolische betekenissen, leeftijden en gelegenheden.

 

Bomen en bloemen

 

Momiji

Dit zijn bladeren van de esdoorn of ahorn. Ze staan symbool voor de herfst, bezinning en rust. Deze bomen zijn erg populair vanwege hun spectaculaire bladkleuren in de herfst, het is dus niet vreemd dat mensen ze al snel vereeuwigden op afbeeldingen en er poëzie over schreven. Vaak worden deze fel roodoranje bladeren afgebeeld in combinatie met contrasterende kleuren zoals zwart of paars, om het dramatische effect ervan te versterken.

 

56-141_663momiji

 

 

 

 Kiku

De chrysant, dit is sinds de Meiji periode het familiewapen van de keizerlijke familie, het symboliseert de belichaming van de eenheid van het Japanse volk, oftewel de keizer. Het is ook een herftsymbool, en staat daarom ook voor bezinning, vergankelijkheid van het leven en eindes.

 

kiku

 

 

 

Ume

Pruimbloesem, welke staat voor de winter en een belofte voor nieuw leven en een nieuwe lente. De gestileerde ume lijkt op de kersenbloesem maar heeft altijd ronde bloemblaadjes, die van de kers zijn hartvormig.

 

ume

 

 

 

Matsu

Dit stelt de den voor, deze symboliseert ook de winter. Omdat hij altijd groen is, herinnert hij aan het leven tijdens de barre wintermaanden en geeft hoop en de verwachting voor nieuw leven.

 

matsu

 

 

Take

Bamboe, buigzaam en altijd groen, symboliseert standvastigheid en hoop. Zijn seizoen is winter of vroege lente. Samen met de ume en matsu behoort take tot de “Drie vrienden in de Winter”, een combinatie die in China is ontstaan. De groepsbetekenis is een lang leven, het winterseizoen en de cultured gentleman. Dit motief kan overal waar elegantie nodig is, worden gebruikt.

 

take

 

 

 

Sakura

De beroemde kersenbloesem. “Uitbundige doch tere schoonheid welke van korte duur is maar het hart warmte en vreugde schenkt, met de wetenschap dat het weer zal terugkomen, in grotere getale”.  De Japanse kers bloeit in de vroege lente en staat daarom ook symbool voor dit seizoen. Het is een van de meest geliefde motieven, vooral bij meisjes en jonge vrouwen, wiens frisse schoonheid wordt geassocieerd met deze mooie bloesem.

Vanwege de uitbundigheid en snelle vergankelijkheid van deze bloesem, wordt het motief ook door beoefenaars van de krijgskunsten gebruikt, zoals bijvoorbeeld op wapens en uitrustingen van de samurai.

 

sakura

 

 

 

 

Asanoha

Dit motief stelt het hennepblad voor en staat symbool voor de zomer. In oude tijden werd hennep voor religieuze offergaves gebruikt. Het is niet helemaal zeker wat de oorspronkelijke betekenis was, tegenwoordig worden er betekenissen als kracht en duurzaamheid aan gegeven. Van de hennepplant worden al lang zomerkleren gemaakt, vooral kleding voor werk, de symboliek heeft er geheid iets mee te maken.

 

asanoha

 

 

 

 

 

 Water

 

Kawa

De verkoeling brengende rivier, duidelijk een zomersymbool. Verder staat hij voor de bron van (levens)kracht en de stroom des levens. Irissen staan vaak om de rivier met dezelfde betekenis, om het als waterplant te accentueren. Soms is alleen de iris afgebeeld die dan het water symboliseert. Kawa komt veel voor samen met het seigaiha motief, zie het stukje hieronder.

Waterpatronen worden ook op dingen als houten daken gebruikt om brand weg te houden. Daarnaast kunnen ze in hun wildere vormen ook mannelijkheid en durf symboliseren, zo komen ze bijvoorbeeld  voor op schorten van sumo worstelaars.

 

kawa

 

 

Seigaiha

Dit patroon stelt golven voor, ze symboliseren steeds terugkerende beweging; van het aan- en terugrollen van de golven en de rusteloosheid van de zee.

Op het theebekertje hieronder wordt het samen met kawa, de rivier, gebruikt om water te accentueren.  De symbolische betekenis zou kunnen zijn; een moment van rust tijdens het theedrinken in een anders turbulent dagelijks leven. In het midden zit een mannetje vanuit een boot te vissen, er vliegen vogels en er zijn rustieke bergtoppen in de verte; deze beelden roepen rust op. De symboliek wordt verder verstekt door het letterlijke rustmoment te plaatsen in een venster, omgeven door het drukke seigaiha motief. Het idee van thee als levengevend elixer wordt ook versterkt door de rivier.

 

seigaiha

 

 

 

 

 Dieren

Kame

Een schildpad. Een sterk gelukssymbool; het staat voor 10.000 jaar geluk en gezondheid, en ook voor volharding en doorzetting.

Het abstractere kame patroon bestaat uit zeshoeken of hexagrammen die op verschillende manieren uitgewerkt kunnen zijn. De naam voor de hexagonale patronen is kikko. Bishimon kikko is een aaneensluitend patroon van een soort driepootjes. De naam Bishomon komt van een van de geluksgoden, ook wel Hachiman genoemd. Hij beschermt de boedhisstische wetten en brengt geluk, vooral aan de armen, volgens de legendes. Dit patroon komt vaak op harnassen en wapenuitrustingen voor omdat deze geluksgod altijd als een krijger werd afgebeeld.

 

kame

 

 

 

 

Tsuru

Een van de meest favoriete Japanse motieven, de kraanvogel, is net als de schildpad ook een sterk symbool voor geluk en gezondheid. Ze worden dan ook vaak samen afgebeeld. Bij een ongeluk roepen Japanners dan ook niet god aan, maar “tsuru-kame!” een paar keer achter elkaar om de schade te beperken. Volgens legendes zou deze vogel duizend jaar leven en de metgezel zijn van verschillende onsterfelijken en geluksgoden. De kraanvogel wordt verder geassocieerd met Nieuwjaar en met trouwceremonies.

 

tsuru

Kanoko

De betekenis van deze zou te maken hebben met een kern, of oorsprong. Als je het woord letterlijk vertaalt zou het “babyhert” betekenen. Jonge herten hebben stippen op hun rug dus het is mogelijk dat het daarvandaan komt. Sommigen zeggen dat het afkomt van het patroon van sommige soorten koi karpers. Het zou misschien te maken kunnen hebben met de oorsprong van (het) leven, sinds deze in de zee  ontstaan zou zijn en de woorden “oorsprong” en “baby” verweven zijn met dit patroon.

 

 

SONY DSC

 

 

 

Andere  symbolen

Yasaguri

Dit stelt gestileerde pijlpunten voor, welke staat voor moed, trefzekerheid en vastberadenheid van de krijger en ieder mens wat zijn doel nastreeft. Traditionele kleding voor mannen heeft vaak dit soort patronen.

 

yasaguri

 

 

 

Sensu

Een waaier, het symbool voor verfijning, moed en kunstenaarschap, maar ook van hoge rangen en adel. Ze werden veel in ka mon’s verwerkt. Tijdens de Edo periode werden ze populair als Nieuwjaars symbool en werden ze met die gelegenheid vaak cadeau gedaan. Tegenwoordig komen ze veelvuldig voor op kleding en decoratieve spullen maar ook op geschenkverpakkingen e.d..

Met sensu wordt altijd de uitvouwbare waaier bedoeld. De waaier die bestaat uit een gespannen velletje papier of zijde heet de uchiwa en symboliseert altijd een religieus persoon of iemand uit China.

 

sensu

 

 

 

Kasuri

Dit zijn kleine bamboehekjes met kleine bamboeblaadjes er tussenin. Bamboe is het symbool voor standvastigheid, volharding en taaiheid. Het kasuri patroon kan uitlopen tot een bijna onherkenbare abstractie, het heeft soms meer weg van een ruitjespatroon dan bamboeblaadjes. In welke vorm dan ook, het is een geliefd motief op mannenkleding.

 

Front view of indigo blue kasuri dirndl skirt with turquoise basketweave pattern

 

 

Temari

Temari zijn handgemaakte speelgoedballen, het is een uit China overgewaaide traditie. Meestal vind je ze op kinderkimono’s, maar ze duiden ook speelsheid en vrolijkheid aan op kleding voor wat ouderen.

 

temari

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Japanse motieven in de kledij

Standaard

categorie : mode en kledij

Dit artikel is een beschrijving van Japanse motieven, hun herkomst en gebruik.

 

3ebd1a47a68eb031c7e6fa815788f2cd.jpg

 

Sayagata en man ji

Dit patroon is afgeleid van de swastika, welke lang, lang voordat de nazi’s het hebben misbruikt al bestond. Het woord swastika komt uit het sanskriet en betekent “geleider van welzijn”, ook had het in het begin betekenissen als de draaiende zon, vuur en het leven. Het is overal op de wereld terug te vinden en komt in vele religies voor waar het staat voor welvaart en voorspoed. In het boeddhisme wordt de swastika met boeddha geassocieerd en brengt harmonie en voorspoed, deze swastika draait rechtsom. In het hindoeïsme en Jainisme wordt een linksdraaiende swastika gebruikt om soortgelijke goede dingen te symboliseren.

De swastika kwam Japan binnen op Chinese stoffen gedurende de Edo petiode. De Chinese naam voor het motief was saya, dus de Japanse benaming werd sayagata. In Japan noemen ze de swastika zelf man ji. De man ji in zijn pure vorm is vaak op boeddhistische tempels en op boeddhabeelden te vinden.

 

sayagata

sayagata

 

manji

manji

 

 

 

Takara en shippo tsunagi

Dit zijn de schatten van de onsterfelijken; de zeven geluksgoden en andere mythische figuren.

De schatten van de geluksgoden zijn veelal hun atributen, zoals de hoorn des overvloeds, een anker, een beurs die altijd vol is, tollen, waaiers, goud, zilver, geschriftrollen en een mantel der onzichtbaarheid. Ze symboliseren allerlei goede dingen die een mens zou kunnen gebruiken en worden afgebeeld om deze aan te trekken, vooral met Nieuwjaar is het bootje met de onsterfelijken en hun schatten dat naar je toe vaart, de takarabune, een populair motief.

Behalve de schatten van de geluksgoden worden ook attributen van personages uit volksverhalen en legendes vaak afgebeeld. Bijvoorbeeld het verhaal over de visser die een hagaromo, een mantel van een tennin, een soort engel, steelt terwijl de tennin in de rivier aan het baden is. Zonder deze mantel kon de vrouwelijke tennin niet terug naar de hemel. Uiteindelijk stemt de visser ermee in om de hagaromo terug te geven als ze voor hem danst. Dit sprookje lijkt sterk op het westerse verhaal over de zwanenprinses.

Takara betekent “schat(ten)”, meestal die uit de Japanse folklore. Shippo betekent “zeven soorten schatten” en tsunagi betekent “met elkaar in verband staande objecten”.

Het  boven onderstaande patroon is een abstract shippo tsunagi patroon,waarvan gezegd wordt dat het uit China naar Japan is gekomen. Het ruitvormpje zou met een fonkeling worden geassocieerd, daarom ontstond het verband met een juweel of schat. Dit is met het motief van de attributen gecombineerd en wordt verstekt door er vaak schatten of bloemen in het midden af te beelden, zodat ze door de rest van het motief verbonden worden.

Het leuke van deze categorie motieven is dat je ze uit elkaar kunt halen en de verschillende attributen erop kunt zoeken om het bijbehorende verhaal te achterhalen, als een soort van raadspelletje of puzzel.

 

takarabune

takarabune

 

chippo tsunagi

chippo tsunagi

 

hagaromo

hagaromo

 

 

 

Chou

Vlinders, ze staan voor de ziel of de overbrenging van de ziel. Deze zienswijze is samen met het boeddhisme uit China naar Japan gekomen. Daarnaast staan vlinders ook voor de zomer, (lang)levendigheid en jeugdigheid. Op veel yukata en furisode voor meisjes staan vlinders afgebeeld.

 

chou : vlinders

chou : vlinders

 

 

Usagi

Het konijn, zijn verhaal is uit China overgekomen en daarom wordt het konijn vaak samen met de maan afgebeeld. Volgens die legende zou een konijn zijn leven hebben opgeofferd om zijn gasten, de drie Wijzen, wat te eten te kunnen aanbieden. Als waardering voor dit ultieme zelfoffer hebben de wijzen het konijn in het Hemelse Paleis laten wonen, wat zich op de maan bevond.

Andere symboliek voor het konijn is dat ze altijd rechtdoor blijven gaan en niet terugdeinzen, en daarom gelukssymbool voor vooruitgang zijn.

Deze diertjes komen net als in het westen, ook veel op kinderkleding en -spulletjes voor. Gewoon, omdat ze schattig zijn.

 

usagi

usagi

 

 

Kumo

Wolkjes zijn een uit China overgewaaid motiefje. Daar deed men voorspellingen aan de hand van wolkenpatronen en hun beweging.

Er zijn verschillende manieren om wolken weer te geven. Onigumo komt van het woord oni, wat monster of demon betekent. Hier krijgt het de betekenis van heftig, sterk of agressief in bepaalde zin. Dan heb je tanabikigumo; tanabiki betekent spoor. Dit zijn wat langere, uitgerekte wolken. Een vaak terugkomende vorm is de yokogumo, yoko vertaalt als horizontaal. Het is een abstracter wolkenmotief. Hieronder vind je van deze drie een voorbeeld.

 

kumo

kumo

 

 

Chayatsuji

Dit is een plattelandshuisje omringd met bloemen en een rivier of water. Het suggereert rust en harmonie. Het doet vaak nostalgisch aan in deze tijd omdat de gebouwtjes in de ouderwetse bouwstijl worden getekend, die nu niet meer wordt gebruikt. Ook heeft het geheel vaak een sprookjesachtige sfeer.

 

sayatchusi

sayatchusi

 

 

Tabane noshi

Vroeger werden er als versiering op kadootjes reepjes parelmoer van het zeeoor bevestigd. De schelp zelf was een belangrijk voedsel. Vaak werd het gedroogd voor consumptie en werd ook vaak als offer voor de goden en voorouders aangeboden. Tegenwoordig bestaat de traditie van de reepjes nog steeds, maar worden er reepjes papier gebruikt in plaats van parelmoer. Je moet hierbij wel bedenken dat wat de Japanners kennen als echt papier, een hoogwaardig product is en als één van de schatten wordt gezien. Het traditionele handgemaakte chigoyami papier, is zelfs te wassen en de kreukels zijn er redelijk makkelijk uit te halen. Dit soort papier, rijkelijk beschilderd of geprint, werd altijd voor origami, cadeauverpakkingen en andere versieringen gebruikt.

Tabane betekent (bij elkaar/in een bundel) gebonden, noshi is de naam voor de parelmoerreepjes. De tabane noshi motieven zijn vaak rijk versierd en komen vaak op formele kleding voor. Het werd vroeger ook met aristocratie geassocieerd omdat parelmoer kostbaar was.

 

tabane noshi

tabane noshi

 

 

Yukiwa

Het sneeuwvlokje. Deze staat natuurlijk voor winter en kou, maar wordt ook in de zomer gebruikt juist om zijn verkoelende associaties. Meestal is hij in gestilleerde weergave te vinden, hij lijkt dan op een gekartelde omtrek van de kiku, de chrysant.

 

yukiwa

yukiwa

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Japanse kimono’s

Standaard

categorie : mode en kledij

In ontwerp is het één van de meest simpele kledingstukken van de wereld, en toch bestaat er zo veel verschil en subtiliteit tussen de vele verschillende uitvoeringen en hun betekenissen. Dit artikel gaat over de algemene en huidige dracht van kimono’s.

 

 

0e3e69c4632d85649cfb542decd1318e.jpg

 

Het woord kimono betekent letterlijk “ding om te dragen”; ki = aantrekken, dragen, mono = ding. Ze worden al eeuwen door de Japanse geschiedenis heen in vele vormen gedragen. Tegenwoordig draagt men in Japan vooral Westerse kleding, maar op bepaalde gelegeheden en een aantal festivals worden er door jong en oud nog steeds kimono’s uit de kast gehaald om het straatbeeld op te vrolijken.

Kleuren

Eerst wat over kleurengebruik in Japanse kleding en cultuur in het algemeen. Elk jaargetijde heeft zijn eigen traditionele kleurenschema’s, dit is zowel in de kunst als de kleding terug te vinden. De kleuren zelf hebben ook hun eigen betekenissen en associaties, net als hier in het westen.

56-141_663momiji

   momiji : japanse esdoorn, typische herfstkleuren in Japan.

asanoha asanoha

Het asanoha patroon is een populair zomerpatroon in Japan en stelt het hennepblad voor. Hennep wordt van oudsher veelal gebruikt voor zomerse werkkleding, de betekenis van het patroon heeft te maken met de sterkte en duurzaamheid van hennep. Men hoopt dus dat door het dragen van dit patroon in werkkleding wat van de goede eigenschappen van de plant in de drager worden opgenomen, hij wordt in elk geval steeds aan de boodschap herinnerd.

 De soorten kimono’s.

De hadajuban

Dit is een onderkledingstuk, meestal van fijne katoen of linnen gemaakt. Het is wit of lichtroze van kleur en wordt op het naakte lichaam gedragen, niet alleen voor wat extra warmte maar ook om de bovenliggende zijden kledinglagen schoon te houden van zweet, zijde is immers moeilijk wasbaar. De hadajuban wordt onder zowel yukata’s als formele kimono’s gedragen.

DCF 1.0

De nagajuban

Dit is een tweede onderkimono, hij wordt alleen onder formele(re) kimono’s gedragen. De nagajuban is van zachte zijde en heeft een verstevigde kraag. Hij dient om de bovenliggende lagen alvast vorm te geven. Deze ondekleding  komt in allerlei gekleurde varianten voor, wit of lichtroze kom je het vaakst tegen. Het randje van de kraag van de nagajuban blijft te zien onder, of eigenlijk: boven de buitenste kledinglaag uit.

 

 

nagajuban

 

 

De yukata

De meest informele kimono is de yukata. Ze worden gemaakt als dagelijks kledingstuk, van katoen, zodat ze makkelijk in de was kunnen.Yukatas zijn voor alle leeftijden en beide sekses een makkelijk en luchtig kledingstuk voor de dagelijkse bezigheden. Het is een zomerkimono, maar er zijn wat dikkere varianten verkrijgbaar. Met een onderkimono of in laagjes zijn ze ook in de andere seizoenen te dragen. Ook wordt de yukata als pyama gebruikt, om in te slapen.

 

 

yukata

 

 

vrouwen in Tokyo die hun waaier, de uchiwa, in hun obi steken zodat ze hun handen vrij hebben. Dit zijn voorgestrikte “kant-en-klaar” obi’s, die makkelijk en snel voor dagelijks gebruik zijn.

Yukatas hebben meestal drukkere patronen dan formelere kimono’s. Deze patronen bedekken de hele kimono en kunnen van alles bevatten maar meestal zijn het bloemen of geometrische patronen. Voor kinderen zijn er vaak yukatas met konijntjes, usagi, of modernere varianten zelfs met Hello Kitty. Mannen dragen effen kleuren of geometrische patronen, kleuren zoals donkerblauw, zwart of grijs zijn geliefd.

De furisode

De letterlijke vertaling van furisode is “wiegende mouwen”. Dit is de meest formele kimono voor meisjes en ongetrouwde jonge vrouwen. Bruiden trekken vaak nog een laatste keer deze vrijgezellenkimono aan op de receptie van hun bruiloft. De patronen en kleuren zijn bijpassend voor jonge vrouwen; veel bloemen, vlinders en rozetinten.

Vaak wordt de furisode door elkaar gehaald met de kimono’s die artiesten als maiko’s (leerling geisha’s) dragen, omdat ze ook lange mouwen hebben, maar de furisode heeft geen sleepje.

 

ccaf4c2bf95e6dc01eb663b396fc46eb.jpg

 

 

 Ook hele jonge meisjes dragen deze plechtige kimono bij officiiële gelegenheden: De kimonos zijn nu nog wat aan de ruime kant, maar de kinderen zullen deze kledingstukken de komende jaren nog kunnen dragen. De patronen zijn passend bij de gelegenheden.

 

 

5aa4f1fc4113060e3c88540ff3302f74.jpg

Jonge vrouw uitgedost in formele furisode.

 

 

De houmongi

Dit is de formele kimono voor getrouwde vrouwen. Hij straalt boven alles netheid en degelijkheid uit, wat verwacht werd van de Japanse huisvrouwen, maar is ook een prima kimono om de stad in te gaan of wat te gaan eten. De kleuren en vooral de patronen zijn rustiger dan die van de furisode kimono’s, wat men meer bijpassend achtte voor getrouwde mensen.

 

 

houmongi

 

 

De irotomesode

Deze kimono kan door zowel vrijgezelle als door getrowde vrowen worden gedragen, bij officieuze alswel officiële gelegenheden. Het woord iro betekent “kleur”, dat wil zeggen dat de basiskleur van dit kledingstuk alles behalve zwart kan zijn. De mouwen hebben dezelfde standaardlengte als de houmongi, maar deze kimono is meer chique. De patronen zijn bij formele versies alleen op de onderkant aangebracht.

Bij sommige formele gelegenheden kan deze kimono worden gedragen in plaats van de formelere tomesode, in dat geval moet er op de aanwezigheid van ka mon worden gelet; familiewapens die in getale van één, drie of vijf op het kledingstuk kunnen voorkomen. Hoe meer het er zijn, hoe officiëler de gelegenheid waar de kimono voor bedoeld is. Deze ka mon of mon staan afgebeeld op de rugzijde, de mouwen en aan beide kanten van de borst.

De kleur van de slippers en het tasje is bij formeel gebruik van deze kimono altijd zilver of goud.

 

 

Iroiro

 

 

De kurotomesode

De meest formele kimono voor allerlei serieuze gelegenheden en bepaalde familiebijeenkomsten. Kuro betekent zwart; deze kimono’s zijn zwart van kleur, maar er kunnen op de onderkant, zeker wat patronen op staan. De regel is: hoe formeler, hoe minder patroon, ook onder de meest formele kimono’s ondeling geldt dat. De ka mon zijn natuurlijk ook aanwezig.

 

kurotomesode

 

De shiromuku, irouchikaki en hikifurisode

Shiromuku

De shiromuku is de Japanse versie van de trouwjurk. Deze trouwkimono is sinds de Muromachi periode (1333-1568) een gekoesterde traditie. De trouwoutfit is compleet in het wit, met opgestoken haar vol met mooie spelden en een “hoedje”, er is ook een bijbehorende sluier of cape. De kleding bestaat uit de uchikake, de buitenste kimono en een voor daaronder; de kakeshita.

 

 

shiromuku

 

 

Irouchikake

Er kan ook een irouchikake worden gedragen in plaats van traditioneel wit; het is een rijkgekleurde en versierde uchikake. Vaak staan er gelukssymbolen zoals schildpadden en kraanvogels op.

 

uchikake_example

 

 

Hikifurisode

De hikifurisode, is een furisode met een sleepje. Het ontstond in de Edo periode (1603 – 1868) als formele trouwkleding voor samuraivrouwen.

De mannen dragen hakama als ze gaan trouwen, dat is een wijde broek met zeven plooien, die ook door samurai en bepaalde hoogwaardigheidsbekleders werden gedragen. De zeven plooien staan voor de zeven deugden. Eroverheen gaat een haori, een soot kimonojasje, de officiële versie met alle ka mon op hun plek.

 

 

hikifuiro

 

.

De hakama

Thuis en om het huis kan de man een yukata dragen. Bij meer formele gelegenheden zullen mannen de hakama dragen. Hoewel er ook hakama zijn voor vrouwen, kun je meestal aan de kleuren en patronen zien voor welke sekse het kledingstuk in kwestie is bedoeld. Er bestaan ook speciale hakama voor bij het afstuderen, het is een speciale outfit vergelijkbaar met de afstudeerkloffies in Amerika, maar dan op zijn Japans. Verder worden deze wijde broeken nu nog veel gedragen in allerlei Japanse vechtsporten zoals kendo en iaido.

 

hakama

 

 

Mofuku

Mofuku is de naam voor Japanse rouwkleding. Alles is in het zwart, inclusief alle accesoires en schoenen. Alleen de tabi, de sokjes, en het zichtbare kraagrandje van de nagajuban zijn wit. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.

 

mofuku

 

 

Maiko, geisha, oiran en theater

Naast de dagelijks gedragen kimono’s zijn er ook nog de speciale kimono’s voor artiesten zoals acteurs in Japanse theaters en entertainers zoals maiko’s en geisha’s. Deze kleding is natuurlijk opvallender dan de normale, met ingewikkeld gestrikte obi’s en prachtige kleuren.

 

Maiko kimono

Maiko kimono

 

 

Geisha kimono

Geisha kimono

 

 

Oiran kimono

Oiran kimono

 

 

Susohiki

Maiko’s, leerling geisha’s, dragen een susohiki. Deze kimono’s hebben net iets kortere mouwen dan de furisode en zijn wat langer met een sleepje zodat erin gedanst kan worden op de traditionele manier. Hierdoor krijgt het ook de typische beweging die je ziet als erin wordt gelopen, het heeft een zwevend effect. De maiko’s leren dit loopje op speciale geta, de okobo. Op het schuine deel van deze geta, daar waar de stof uitkomt, zit een bel vast.

 

susohiki

 

 

Hikizuri

De kimono van een geisha (of geiko zoals ze heten in Kyoto) heet de hikizuri, deze lijkt op een tomesode kimono, maar is ook langer met een sleepje. De mouwen zijn net iets langer dan bij de tomesode. Voor een geisha hetzelfde als voor iedere andere Japanse vrouw; hoe ouder ze wordt, hoe rustiger en simpeler haar kleding wordt. Gelukkig voor haar ook haar schoeisel; geisha’s lopen op zori of geta, afhankelijk van de gelegenheid. Het dansen van de geisha of maiko gebeurt op hun sokjes, de tabi.

 

hikizuri

 

Oiran of tayuu

Dit is van oudsher een hoge courtisane, zeker niet te verwarren met een geisha. De haardrachten zijn ingewikkeld en uitgebreid met een typerend groot aantal haarspelden. Een oiran draagt de strik van haar obi aan de voorkant, dat was vroeger het gebruik bij getrouwde vrouwen en prostituees.Over de kimono heen wordt een rijkversierde uchikake gedragen. Ze lopen in nog zelfs hogere klompen dan de maiko, daarom hebben ze altijd begeleiders bij zich om ze te helpen niet op hun plaat te gaan, met alle stof en klompen is het zwaar tillen. Ook hebben ze een parasoldrager in hun nabijheid die een grote rode parasol boven het hoofd van de oiran houdt. Het lopen gaat met een karakteristieke ronde voetbeweging naar buiten, dit is mede om niet over de kimono te struikelen als ie over de grond wordt gedragen.

Er zijn tegenwoordig nog maar zo’n vier vrouwen in heel Japan die deze traditie in leven houden, het gaat hierbij om de levensstijl, niet zozeer de sexuele aspecten.

 

Kabuki en noh

Dit zijn oude Japanse theatervormen waarin men traditionele kleding draagt. Kabuki komt vanuit de shintoreligie en is een kleurrijk theater voor alle bevolkingslagen. Noh is ontstaat in de aristocratsche kringen en is door het uitheemse boeddhisme beïnvloed. In noh theater worden naast uitbundige kimono’s ook maskers gebruikt om personages weer te geven, in kabuki worden de gezichten van de acteurs beschilderd.

Sommige kimono’s bedoeld voor dit soort theater vertellen hele verhalen met hun motieven, zodat ze alleen maar voor een speciefiek stuk bruikbaar zijn. Ze zijn zo karakteristiek dat kenners aan alleen de kimono al kunnen zien om welk stuk het gaat.

 

 

nakubinoh

Accessoires bij de kimono

Obi

Een obi is het stuk stof van ongeveer 30 cm breed en minstens twee meter lang, wat als strik om het kadootje heen om de kimono heen gaat. De “strik” zelf, op de achterkant kent vele varianten, van simpel tot ingewikkeld, ook per gelegenheid en formaliteit verschillend. De meer ingewikkelde formen moeten door een tweede persoon worden geörigamied, de te kleden persoon kan dat onmogelijk zelf. Er zijn fijne, zijden obi’s voor in de zomer tot ceremoniële zware brocaten obi’s.

 

obi

 

Obijime

De obijime is een decoratief koord wat nog over de obi heengaat. Het wordt op de voorkant met een platte knoop, sierknoop of door middel van een obidome, een soort broche-achtig klemmetje, vastgemaakt. De losse einden worden meestal om de obijime heen om het middel geslagen naar achter toe.

 

Kimono_obijime_04

 

Aan de bovenzijde van de obi steekt een stuk stof uit, fijne zijde vaak bewerkt met speciale knoop- en verftechnieken waardoor de stof geribbeld wordt. Dit effect heet shibori, dat letterlijk “gekreukeld” betekent. Een shibori stof kun je nooit meer wassen omdat dan de ribbeltjes eruitgaan. Een sjaaltje van deze stof wordt langs de bovenkant van de obi gewonden en aan de voorkant vastgemaakt, de uiteinden worden onder de obi weggewerkt.

 

Japans traditioneel schoeisel en sokken

Geta en zori

Wat voor schoenen trek je aan onder een kimono? De geta bijvoorbeeld. Dit zijn houten teenslippers, het koord wat over je voet heengaat is van zijde of katoen gemaakt.De formelere zori zijn slippers van stof, tegenwoordig worden veel kunststoffen gebruikt die makkelijker zijn om schoon te houden.

 

Geta

Geta

 

 

Zori

Zori

 

 

 Tabi

Het was vroeger in Japan onfatsoenlijk om als vrouw je blote voeten te laten zien, daarom worden tabi gedragen; sokjes met een “losse” grote teen, zodat ze makkelijk in teenslippers gedragen kunnen worden. Meestal zijn ze wit, maar je ziet ze ook regelmatig in het zwart of andere kleuren, met en zonder patroon. Vroeger waren dit stugge sokjes die je met clipjes vastmaakte, tegenwoordig hebben ze tabi in alle mogelijke kleuren, patronen en stoffen, incllusief van rekbaar katoen zoals in het westen.

 

 

tabi

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De symboliek van de Japanse waaiers

Standaard

categorie : mode en kledij

Japanse waaiers als gebruiksvoorwerpen en symbolen

 

De waaier is al eeuwen een integraal onderdeel van de Japanse cultuur en wordt van oudsher voor meer dan alleen koelte toewuiven gebruikt. In dit voorwerp zijn symboliek en praktijk nauw met elkaar verweven

 

 

Inleiding

Sensu en uchiwa

Er zijn twee soorten basisvormen voor waaiers in Japan bekend: De eerste is de vouw waaier, ook wel de sensu of ogi genaamd; de tweede is de uchiwa, dat zijn de waaiers die uit een stuk zijde of papier bestaan die is gespannen in een houten, ijzeren of van bot, ivoor of schelp gemaakt raampje. De sensu kan, al naar gelang het doel, gemaakt zijn van houten of metalen spaken met papieren, zijden houten of ijzeren stroken eroverheen. Beide soorten kunnen beschilderd, beschreven met kalligrafie of beide zijn. Boeddhistische mantra’s of gedichten zijn vaak een favoriete keuze als het gaat om schrift. Ook zilver- en goudfolie worden op sensu gebruikt, vooral als het gaat om waaiers die in het theater of als siervoorwerp gebruikt worden.

Het woord sensu wordt voor de uitvouwbare vorm van de waaier gebruikt, met het woord ogi wordt de waaier voor persoonlijk gebruik, die je bij je hebt, bedoeld.

 

Sensu

Sensu

 

 

Uchiwa

Uchiwa

 

Symboliek

De symboliek van de waaier zelf, van de waaiervorm, is dat het nauwe eind dat je vasthoudt de geboorte voorstelt, en de uitlopende, zich verwijdende spaken de verschillende levenspaden en waar ze toe leiden.

Kleuren zijn ook van belang; rood en wit wordt als geluksbrengend gezien, goud zou welvaart aantrekken.

Tekeningen of patronen worden vaak in oneven getallen neergezet; vooral het getal vijf is populair, dat zou ook geluk brengen. Paren van dingen staan meestal voor geliefden of een stelletje.

 

kleurvolle japa waaiers

 

 

Geschiedenis

De sensu of ogi is in de Heian periode in Kyoto ontstaan. In het begin bestond de ogi uit simpele aan elkaar gemaakte houten plankjes, dit is waarschijnlijk afgestamd van het gebruik om op deze manier vastgemaakte “plankjes” te gebruiken om op te schrijven. Later werd er papier of zijde op dit soort houten of ivoren spaakjes gelijmd en er werden steeds meer spaakjes per waaier verwerkt.

De vroege veelspakige waaiers die alleen uit hout bestonden, werden mie of itsue genoemd. Ze werden steeds verfijnder en verfraaider, sommige van de dameswaaiers hadden lange kleurrijke linten aan beide kanten. Tegenwoordig worden zulke waaiers, van cypressenhout, gebruikt in verschillende ceremonieën. Hieronder zie je een van deze houten waaiers, met zijden koorden en een wolkjesmotief, bloemen en twee kraanvogels, stammend uit de Edo periode.

 

waaier met kraanvogels

waaier met kraanvogels

 

Uit deze houten waaiers ontwikkelde zich de kawahori waaier; deze had dunnere en maar vijf ribjes, aan één kant werd een stuk papier gelijmd. Nog voor het jaar 1000 kregen deze kawahori er meer ribjes bij, de kwaliteit van het papier werd verbeterd en ze dienden steeds vaker als brieven of kado’s. Vaak werden er bloemen bijgedaan en werd er een gedicht op geschreven voordat het als gift werd bezorgd. Ook werden ze als bewijs van respect naar het keizerlijk hof gestuurd op bepaalde feestdagen.

 

Kawahori

Kawahori

 

Tijdens de Edo periode ontwikkelde de drukkunst zich en begon het assortiment aan waaiers drastisch toe te nemen. Tegen 1701 werden de versieringen erop zo uitgebreid en sommige prijzen als gevolg zo ontzettend hoog, dat het shogunaat een verbod uitvaardigde op het maken en gebruik van al te uitbundig versierde waaiers.

Ondertussen waren er tal van verschillende waaiers ontstaan, elk voor een specifiek doel. Zo heb je ceremoniële waaiers voor gelegenheden als de theeceremonie en het huwelijk, speciale waaiers die voor dans- of theateroptredens bedoeld zijn, militaire waaiers en natuurlijk de waaiers wiens eerste functie simpelweg het toewuiven van koele lucht is.

De uchiwa is in zijn bekende vorm overgewaaid vanuit China. Qua gebruik is het een informelere waaier dan de sensu.
Een leuk weetje is dat de eerste Europese waaiers gebaseerd waren op die van Japan en China en uitsluitend door de adel gebruikt mochten worden in het begin.

 

Verschillende soorten waaiers en hun gebruik

 

Sociaal gebruik

Ten eerste was de waaier al sinds eeuwen een vast onderdeel van de dagelijkse en vooral ook, de officiële, outfit; de kimono. Voor ieder bestaat er een ogi op maat; van de schoenmaker tot aan de keizer. Dat moest ook wel gezien deze attributen gebruikt werden om iemand zijn klasse of rang mee aan te geven. Dit gegeven kwam ook terug in het sociaal gedrag; als bijvoorbeeld een dichte waaier tussen twee personen geplaatst werd, gaf degene die hem plaatste aan dat hij ondergeschikt was aan de ander.

 

Ogi

Ogi

 

Tevens kon met behulp van een waaier een al dan niet – geheime boodschap worden doorgegeven. De afgebeelde beschildering of gedicht bevatte dan deze boodschap, welke door ingewijden ontcijferd en begrepen kon worden. Gebruikte symbolen zijn bijvoorbeeld vogels, die in paren geliefden voorstellen terwijl een zwarte vogel iets slechts of onheil voorstelt, of altijd-groene planten zoals bamboe of den die uithoudingsvermogen aangeven.

 

Theeceremonie

De waaiers die worden gebruikt voor bij de theeceremonie zijn tegenwoordig van gelakt hout en papier gemaakt. Ze hebben zich vanaf de Muromachi periode met de theeceremonie mee ontwikkeld. De waaiers van deze soort voor mannen zijn zo’n 18 cm lang, voor vrouwen 15 cm. De versiering en kleuren van de waaier hangen van de precieze gelegenheid of seizoen en persoonlijke keuze af.

 

Theeceremonie

Theeceremonie

 

Militair gebruik

Ook onder samurai en in het leger werden speciale waaiers gebruikt, ze waren net zo belangrijk als het zwaard. Er bestonden verschillende soorten, ze waren van metaal, hout of een combinatie daarvan gemaakt en dienden om signalen door te geven, om pijlen en andere projectielen af te weren en later zelf als wapen. Op deze waaiers staat vaak de rode opgaande zon afgebeeld, de mon van de samuraifamilie of symbolen, vaak uit het boeddhisme,  om geluk te brengen.

Een gunsen was een waaier die de gemiddelde strijder bij zich had, deze bestond uit houten of metalen spaakjes met plaatjes eroverheen uit plat ijzer of ander metaal.

Een tessen was een stevigere, zwaardere waaier, welke er in dichte vorm uitzag als een normale ogi, zodat deze als wapen mee kon worden genomen naar plekken waar men geen wapens mocht dragen. Tevens werd deze soort waaier als een peddel gebruikt tijdens het zwemmen.  Er werden ook scholen opgericht in welke de gevechtskunst met de tessen speciaal werd onderwezen.

 

 

Tessen

Tessen

 

 

Gunsen

Gunsen

 

Een gunbai of dansen uchiwa is een vrij grote, zwaardere, zoals de naam al zegt, uchiwa. Ze werden gemaakt van ijzer, hout of een combinatie ervan en werden door hoge officieren gedragen, die ze gebruikten om signalen over te brengen aan de troepen, als schild tegen dingen als pijlen en tevens als zonnescherm.

 

Gunbai

Gunbai

 

dansen Uchiwa

dansen Uchiwa

 

 

Het teken op de links afgebeelde gunbai, welke uit de Edo periode stamt en dus een paar honderd jaar oud is,  heeft natuurlijk niets met nazi’s te maken; het heet in het Japans manji en is gebruikt als een boeddhistisch symbool van voorspoed. Nazi’s hebben het juist gejat omdat ze zich ook deze voorspoed wilden toe eigenen.

 

Theater en sport

Tijdens sumo wedstrijden gebruikt de scheidsrechter een waaier om de wedstrijd te leiden en om de puntentelling mee aan te geven. Dit is een soort uchiwa welke lijkt op de militaire versie die door de generaals gedragen werd. Het publiek heeft simpele uchiwa’s die ze gebruiken om te laten zien voor wie ze juichen.

 

Sumo

Sumo

 

Zowel in kabuki en noh theater als in verschillende dansvormen worden waaiers gebruikt om het accent te leggen op de bewegingen van de artiesten. De schilderingen op deze waaiers hebben altijd te maken met het verhaal of vertelling waar de voorstelling over gaat. De waaiers die in noh stukken gebruikt worden, heten shimaisen of chuukei en ze worden nu nog met de hand gemaakt en beschilderd.

 

Chuukei

Chuukei

 

De danswaaiers die zich ontwikkeld hebben uit de kawahori waaiers, worden sinds de Muromachi periode als een ware kunstvorm gezien. Vaak staan er wolk- of waterpatronen of mist op afgebeeld, dit houdt verband met de drijvende wereld die het thuis was van de meeste danseressen. Verder hingen de patronen hier ook af van de dans, het thema en de dansschool.

danswaaier

danswaaier

 

Waaiers voor festivals en evenementen

Er zijn vele soorten waaiers aanwezig op een Japans festival, laat staan op een echt waaier festival, want die bestaat ook in Japan! Deze waaiers variëren van hele grote voor artiesten en verschillende (eet)tentjes om klanten welkom te heten, tot speciaal voor die dag vervaardigde uchiwa’s voor het publiek. De laatste zijn simpele, goedkope, massa geproduceerde waaiertjes die niet voor langdurig gebruik bestemd zijn maar om op die dag de sfeer te benadrukken en later eventueel als herinnering bewaard te worden. Dit soort uchiwa wordt ook vaak als promotie materiaal gebruikt, voor popsterren tot aan als fliers voor winkels of allerlei evenementen.

 

geisha sensu

 

Waaiers om uit te stallen

Deze waaiers worden ook wel kazari sen genoemd. Dit zijn vaak grotere tot hele grote sensu waaiers die aan beide zijden beschilderd zijn. Ze worden meestal bij de ingang van een huis neergezet om voorspoed te brengen en welkom te heten. Op deze manier worden ze ook in restaurants en andere gelegenheden gebruikt. Meestal staan er dan ook gelukssymbolen en/of gedichten op afgebeeld. Er bestaan natuurlijk ook kleine en mini versies van verschillende soorten waaiers als decoratie, deze kun je in speciaal daarvoor bestemde standaards tentoonstellen.

 

Kazari sen

Kazari sen

 

 

Voor dagelijks gebruik

Voor de dagelijkse routine, vooral in de zomer, in en om het huis zijn talloze waaiers verkrijgbaar in iedere kleur en met elk bedenkbaar motief. Dit kunnen sensu en uchiwa zijn. Deze zijn steviger dan die voor de sier, festivals en die als ceremoniële waaiers bedoeld zijn, en de beginprijs ligt redelijk laag. Deze waaiers bestaan meestal uit houten ribjes of tegenwoordig ook plastic. Bij de ogi ligt papier of stof over de ribjes, waarvoor de stencils met motieven meestal machinaal geprint worden tegenwoordig, vaak als massaproductie. Ook worden er nog steeds met houtblokken afdrukken gemaakt voor de bladen van de waaiers, Er kunnen allerlei soorten stoffen gebruikt worden, van traditionele zijde tot katoen of organza. De afbeeldingen kunnen variëren van traditionele patronen, bekende ukiyo-e tot westerse ontwerpen, manga afbeeldingen voor de fans en Hello Kitty! voor de kleintjes. Voor mannen zijn deze ogi 23 cm, voor vrouwen 20 cm.

 

waaiers-stof-en-plastic

Aanschaf en onderhoud van een sensu

Als je een sensu wilt aanschaffen, let er dan op dat de buitenste ribben een lichte buiging naar binnen maken. Als ze naar buiten staan in dichtgevouwen vorm, is het een goedkoop artikel wat niet lang mee zal gaan.

Een nieuwe waaier mag je nooit openen door hem met beide handen uit elkaar te trekken aan de bovenkant. Dit geldt vooral voor papieren waaiers: open hem voorzichtig totdat de vouwen goed in het papier zitten.

Als je de waaier voor langere tijd wilt wegleggen, hou dan het bijgeleverde strookje papier eromheen; dat zorgt dat de vorm goed en strak blijft. Als het strookje ontbreekt, is het simpel zelf te maken door een strookje papier op maat te snijden en het met plakband tot een ringetje te maken, welke breed genoeg is om het uiteinde van de waaier strak op elkaar te houden. Ogi worden meestal in een mooi bewaardoosje geleverd, gebruik deze om je waaier veilig te stellen.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA