Tagarchief: hemelsblauw

Moerasvergeet-me-nietje : Myosotis scorpioides subsp. scorpioides

Standaard

categorie ; kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_0468-m-moerasvergeet-me-nietje

 

 

Goed te herkennen aan
– de schicht van hemelsblauwe bloemetjes (4-8 mm),
– die dezelfde kant op staan en
– de aanliggende beharing van de kelkbladen en
– de voor 1/3 ingesneden vruchtkelk,
– die bij rijpheid van de zaden meestal niet afvalt

 

 

jcs-myosotis-scorpioides-57203

 

 

 

Algemeen

 

Moerasvergeet-me-nietje is een overblijvende plant van 15 tot 45 (100) cm hoog. Ze groeit op natte, voedselrijke grond in lichte moerasbossen en grienden, aan oevers en in drassige gras- en rietlanden. Ze verdraagt schaduw en licht brak water. In zoetwater getijde gebieden gedijt moerasvergeet-me-nietje erg goed en kan ze tot 1 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Moerasvergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot en met augustus met lichtblauwe bloemen (in de knop roze) van 4 tot 8 mm. De bloeiwijze is een schicht en per schicht staan de bloemen dezelfde kant op gericht. De bloemen hebben 5 kroonbladen, een geel hart met witte korte stralen. Het gele hart wordt gevormd door keelschubben, de witte stralen zijn vlekjes op de kroonbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is rolrond tot kantig, onderaan liggend en op de knopen wortelvormend, bovenaan rechtop (al of niet bloeiend), in zijn geheel behaard met naar de top gerichte, afstaande en aanliggende haren. Door de wortelende stengels kan moerasvergeet-me-nietje grote oppervlakten in beslag nemen. De behaarde bladeren zijn zittend en lopen langs de stengel af in lijsten, waardoor de kantigheid van de stengels wordt veroorzaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 45 (100) cm

Bloem
– hemelsblauw
– vanaf mei t/m augustus
– schicht
– stervormig
– 4 tot 8 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond tot kantig

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-moerasvergeet-me-nietje

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Beekpunge : Veronica beccabunga

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

goed te herkennen aan

– hemelsblauwe “ereprijs” bloemetjes in trossen in de bladoksels en
– de ovale, iets vlezige, gesteelde, glanzende bladeren en
– de groeiplaats; ondiep, stromend water of open, natte grond aan waterkanten

 

 

beekpunge_1

 

 

 

Algemeen

 

Beekpunge is een overblijvende, kale oeverplant van 15 tot 60 cm hoog. Ze groeit in ondiep, stromend water van kleine beken en sloten en op open, natte voedselrijke grond aan waterkanten.

Het verspreidingsgebied bestaat uit vrijwel geheel Europa, het westen en noorden van Azië en ook in Noord-Afrika wordt de plant aangetroffen. De soort is in de Lage Landen vrij algemeen, maar zeldzaam in voedselarme zandstreken en in zeeklei- en brakwatergebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Beekpunge bloeit vanaf mei tot en met september met hemelsblauwe, donker geaderde, kleine bloemetjes, die in rijkbloemige, tot 10 cm lange trossen in de oksels van de bladeren staan. Vooral in snel stromend water kan de plant onder water blijven en komt dan niet tot bloei.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn glanzend, ovaal, iets vlezig en allemaal kort gesteeld. De stengel is vrij fors, kaal, bleekgroen en vaak enigszins rood gekleurd. In niet te strenge winters behoudt ze haar blad.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De wat scherp en ietwat bitter smakende bladeren werden vroeger wel gegeten, net als waterkers. Ook werden ze aangewend tegen scheurbuik en opgeblazenheid. In het noorden van Europa verwerkt men het blad nog steeds in salades. Overdaad schaadt echter: de bladeren en jonge scheuten bevatten diuretisch werkende stoffen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– hemelsblauw, soms roze
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– 5 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– ovaal
– top stomp
– rand gekarteld tot gezaagd
– voet afgerond
– veernervig
– iets vlezig
– glanzend

Stengel
– opstijgend
– kaal
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-beekpunge

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria