Categorie archief: Beroemde mensen

Ferdinand Von Zeppelin

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Ferdinand Von Zeppelin

 

Op 8 juli 1838 wordt in de Duitse stad Konstanz Ferdinand Adolf Heinrich August Graf von Zeppelin geboren. De zoon van hofmaarschalk Friedrich von Zeppelin en Amélie Macaire d’Hogguer zou een Duits uitvinder en luchtvaartpionier worden. Hij bouwt een luchtschip dat nu nog zijn naam draagt.

 

Von Zeppelin studeert Polytechnische studies en start in 1855 een militaire carrière die zeer succesvol zou worden. De graaf gaat in 1895 als generaal met pensioen.

 

 

 

         De stuurloze luchtballon

 

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865 wordt Von Zeppelin als waarnemer naar de Verenigde Staten gestuurd. Daar ziet hij hoe het leger de heteluchtballon gebruikt om verkenningen uit te voeren. Zeppelin geraakt gefascineerd. Terug in Europa stelt de graaf vast dat de heteluchtballonnen door de Fransen, in de Frans -Duitse oorlog, ingezet worden om bombardementen uit te voeren.

De graaf constateert dat de heteluchtballonnen tekortkomingen hebben. Ze zijn volledig afhankelijk van de wind en niet of nauwelijks bestuurbaar. Von Zeppelin besluit om dat probleem op te lossen en werkt vanaf 1891 aan de bouw van een luchtschip.

 

 

De Zeppelin

 

Hij patenteert in 1895 de naar hem genoemde Zeppelin, een sigaarvormig vliegend tuig, gevuld met waterstof. Het is zijn bedoeling om de bestuurbare luchtballon voor massatransport van commerciële lasten en personen in te zetten. De zeppelin is vóór de Eerste Wereldoorlog, ondanks vele tegenslagen, bijzonder populair.

Het Duitse leger krijgt interesse in zijn toestellen en zet ze tijdens de oorlog in om Engeland te bombarderen. De luchtschepen blijken echter te langzaam en te log en worden daardoor een gemakkelijk doelwit voor vliegtuigen. Zeppelin sterft in 1917.

 

 

De Hindenburgramp

 

Op 6 mei 1937 crasht de Duitse zeppelin Hindenburg, het grootste luchtvaartuig ooit gebouwd, op de marineluchthaven Lakehurst in de Verenigde Staten. Een terugblik op de ramp die het einde betekent van het 30 jaar durende gouden tijdperk van de luchtschepen.

 

 

Een ‘zwevend paleis’ wordt het luxe luchtschip genoemd. De zeppelin legt honderdduizenden kilometers af in iets meer dan een jaar tijd en steekt meerdere malen veilig de Atlantische Oceaan over met een maximumsnelheid van 135 km/uur. Elke reis is er ruimte voor vijftig welgestelde passagiers die kunnen genieten van de royale voorzieningen en het panoramische uitzicht. Tot op 6 mei 1937 het noodlot toeslaat.

Als het luchtschip met vertraging in Lakehurst arriveert, voelt kapitein Max Pruss zich genoodzaakt de landing snel in te zetten. Door het stormachtige weer en de scherpe bochten die hij neemt, knapt een kabel, die vervolgens een van de waterstofzakken openscheurt. Een klein vonkje is genoeg om de uiterst brandbare waterstof te doen ontvlammen en het hele schip in as te leggen.

Omstanders kijken machteloos toe en vluchten voor het neerstortende skelet. Onder hen is radioverslaggever Herbert Morrison, die verslag doet van het drama dat hij voor zijn ogen ziet gebeuren. Er vallen 36 doden. Met de Hindenburg-ramp geraakt de rol van de Zeppelin uitgespeeld.

.

 

 

 

Tegenwoordig worden kleinere Zeppelins nog gebruikt om reclame te maken bij grote evenementen. Sinds het ongeluk met de Hindenburg is een commercieel vliegbedrijf van enig belang met zeppelins niet meer van de grond gekomen.  Er bestaan in Duitsland en de Verenigde Staten nog een paar firma’s die aan het project werken.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Spartacus, de slavenleider

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

In Ben Kane´s ´Spartacus´ belandt de gelijknamige Thraciër als krijgsgevangene in Capua, waar hij wordt getraind tot gladiator. Samen met zijn lotgenot Crixus de Galliër bereidt hij een ware slavenopstand voor die hen moet bevrijden uit de gladiatorenschool. Hoewel er weinig bekend is over Spartacus zijn historici het over een aantal dingen eens.

 

 

spartacus

 

 

Spartacus werd geboren rond 109 voor Christus. Als krijgsgevangen kwam hij terecht in de gladiatorenschool van Lentulus Batiatus. Daar wist hij met een leger van gladiatoren rond 73 voor Christus met veel moeite te ontsnappen. In de historische roman van Ben Kane is te lezen hoe Spartacus versteld staat van zijn overwinning:

“De aanblik van de achtergelaten kostbare voorwerpen doordrong Spartacus ervan wat een idiote prestatie ze hadden geleverd. Terwijl de zegevierende gladiatoren zich aan plunderingen overgaven stond hij alleen en verwonderd in Glabers weelderige paviljoen. ‘Als mijn droom niet mijn dood aankondigt, wat betekent hij dan in godsnaam?’

 

.

Spartacus traint een groot slavenleger

 

Na de ontsnapping uit de gladiatorenschool van Batiatus zou Spartacus zich hebben voorbereid op een enorme slavenopstand tegen het Romeinse leger. Hij trok naar de Vesuvius om daar een leger om te bouwen van zo’n 70.000 ontsnapte gladiatoren en slaven, die hij aan zware trainingen onderwierp. Spartacus leerde zijn mannen vechten zoals de Romeinen deden, omdat ze anders niet opgewassen zouden zijn tegen de Romeinse legioenen:

“Elke dag, met schild en zwaard, tot ze als legioensoldaten in een linie kunnen staan en bevelen opvolgen in plaats van als maniakken in de aanval te gaan”, zegt Spartacus in de roman van Kane. Historici zijn er erover eens dat Spartacus een talentvolle en strijdlustige legeraanvoerder moet zijn geweest.

 

 

 

Slavenopstand onder leiding van Spartacus

 

De slavenopstand onder leiding van Spartacus zou uiteindelijk duren tot 71 voor Christus. Tijdens deze opstand versloeg Spartacus verschillende Romeinse legioenen, waaronder een aantal onder leiding van Marcus Licinius Crassus, een beruchte en rijke Romeinse politicus die zijn geld onder andere verdiende met de slavenhandel.

Ondanks de vele overwinningen maakte Spartacus’ leger tijdens de slagvelden ontelbare slachtoffers. In het werk van Kane wordt Spartacus’ strijdlust er echter niet minder om: “Ik zal die hufters in Rome eens duidelijk maken dat wij slaven kunnen doen wat we willen. Dat we in elk opzicht hun gelijken zijn.”

Nadat het leger van Spartacus, onderweg naar Sicilië, vanuit verschillende kanten werd aangevallen door Romeinse legioenen, vluchtte hij naar Brundisium. Daar haalde het leger van Crassus hem in, waarbij Spartacus in de slag die volgde rond 71 voor Christus uiteindelijk werd gedood.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 


Aristoteles

Standaard

categorie : Beroemde mensen

 

 

 

Aristoteles (Stagira 384 – Chalcis 322 v.C.), één van de grootste

wijsgeren uit de oudheid



Aristoteles was in de oudheid, waar filosofie en wetenschap nog niet van elkaar gescheiden waren, een veelzijdig wetenschapper. Vooral zijn logica heeft een grote invloed gehad op de latere filosofie. Het belangrijkste element van deze logica is de leer van de oordelen. Aristoteles ging ervan uit dat alle zintuiglijke kennis in principe waar is. Pas in ons verstand leggen wij echter verbanden tussen de ervaringen, in de vorm van oordelen. Wij zien bijvoorbeeld: vrouw, zwart haar. En we vormen ons vervolgens het oordeel, de vrouw heeft zwart haar. Waarover wij spreken (vrouw) is het subject, wat wij ervan zeggen (zwart haar) is het predicaat.

Het meest algemene predicaat is ‘zijn’. Van alle dingen kan men immers zeggen dat ze zijn. Verder introduceerde Aristoteles de termen syllogisme, inductie en deductie. Van de logica zei Aristoteles dat hij deze opvatte als een leerschool voor het denken. Het is de leer van de principes waarop ons denken gebaseerd moet zijn, willen wij de juiste conclusies trekken uit onze waarnemingen. Aristoteles hield zich ook bezig met biologie. Ook dacht hij na over de wetmatigheid waaraan de natuur onderworpen is (hetgeen wij nu natuurkunde zouden noemen). Zo stelde hij bijvoorbeeld dat ‘worden’ niet de overgang is van niets naar iets, maar van potentie (het zaadje) naar verwerkelijking (de boom).

 

 

 

 

 

1.Leven

 

Zijn vader Nicomachus schreef  boeken over medische en fysische onderwerpen. Aristoteles is vroeg wees geworden. Op zijn zeventiende jaar vertrok hij naar Athene en werd in de Academie van Plato opgenomen, die hij na Plato’s dood (347) verliet. Daarna kwam hij aan het hoofd van een platonische gemeenschap in Assos te staan, trok echter spoedig naar Lesbos, en werd in 342 door koning Philippus naar Macedonië ontboden om de opvoeding van de veertienjarige Alexander te verzorgen. Hij keerde in 335 naar Athene terug, waar hij dertien jaar lang in de Peripatos (wandelgang) van het Lykeion heeft gedoceerd.

Ten gevolge van een anti-Macedonische reactie na Alexanders dood (323) werd hij als collaborateur beschouwd en aangeklaagd wegens goddeloosheid. Anders dan Socrates, die de gifbeker dronk, verliet hij de stad, zeggende dat hij de Atheners een tweede vergrijp aan de filosofie wilde besparen. Een jaar later stierf hij in Chalcis.
Persoonlijke bijzonderheden over hem zijn nauwelijks bekend. Uit zijn testament leren wij hem als een zorgzaam huisvader kennen en als een humaan meester voor zijn slaven. Van enkele vrienden weten wij alleen dat zij hem zijn leven lang trouw gevolgd hebben.

De overgeleverde briefwisseling met Alexander is vermoedelijk een vervalsing, en ongeloofwaardig is het bericht dat de koning zijn studies met een enorm bedrag steunde en op zijn expedities een staf van geleerden meenam om dieren en planten voor hem te verzamelen. De twee boeken die Aristoteles aan Alexander opdroeg, zijn verloren gegaan, maar wel is bekend dat hij daarin o.a. schreef dat het voor een koning niet nodig was om filosoof te zijn (dit tegen Plato), maar wel om naar het advies van een wijsgeer te luisteren.

 

2. Leer

 

De wijsbegeerte van Aristoteles draagt een sterk speculatief karakter en toont voortdurend de invloed van Plato, maar daarnaast is een uitgesproken belangstelling voor de empirische werkelijkheid merkbaar, die hem ertoe bracht om vrijwel alle gebieden van wetenschap in zijn filosofie te betrekken (wis- en geneeskunde zijn opvallende uitzonderingen).

 

 

 

2.1 De logica 

 

De logica beschouwt Aristoteles zelf niet als onderdeel van de filosofie: het is een leerschool voor het denken, en de daarop betrekking hebbende geschriften hebben later de naam Organon (= werktuig) gekregen. Evenals Plato heeft ook Aristoteles de sofisten bestreden, maar hij deed dat door een systematisch overzicht te geven van de oorzaken van hun valse redeneringen. Hij gaat ervan uit dat het oog de dingen ziet zoals zij zijn, dat het gehoor de werkelijke geluiden hoort, enz. Onze waarnemingen zijn op zichzelf waar, en zij geven ons een afbeelding van de werkelijkheid; fouten ontstaan doordat wij die waarnemingen verkeerd met elkaar verbinden en daardoor foute conclusies trekken.

Voor een adequate kennis van de werkelijkheid moeten de begrippen in hun samenhang met de werkelijkheid overeenkomen. De niet verder te herleiden elementen van de kennis zijn de Categorieën, dwz. de verschillende vormen waarin men zich uitspreekt over het bestaande. Wanneer wij een oordeel uitspreken, is datgene waarover wij spreken ‘subject’, wat wij ervan zeggen is het predicaat. Om dat predicaat tot uitdrukking te brengen beschikken wij over een aantal categorieën:

de substantie (ousia), bijv. mens of paard;

de kwantiteit, bijv. twee ellen lang;

de kwaliteit, bijv. rood of blauw;

de relatie, bijv. dubbel, groter;

en verder de categorieën: plaats, tijd, handelen en ondergáán.

Wanneer zij zonder verbinding gebruikt worden, drukken zij geen bevestigend of ontkennend oordeel uit (man, blank, gisteren); daartoe moeten zij verbonden worden (de man is blank), en het oordeel is waar of onwaar naarmate de verbinding overeenkomt met de verbindingen in de werkelijkheid. De eenvoudigste vorm van een oordeel is: A is B (kataphasis, bevestiging) of: A is niet B (apophasis, ontkenning). Uit twee oordelen (premissen genaamd), die één term (de ‘middenterm’) gemeen hebben, kan een syllogisme gevormd worden (= sluitrede bijv. A is B; B is C: ± A is C).

De mogelijkheden van het syllogisme zijn door Aristoteles zorgvuldig afgebakend, en het zeer verfijnde systeem van vormen van syllogismen heeft zich nog tot na Immanuel Kant kunnen handhaven. Steeds gaat hij van het algemene naar het bijzondere (deductie). Van de omgekeerde weg, die van het bijzondere uitgaat om tot conclusies ten aanzien van het algemene te komen (inductie), heeft hij in zijn natuurwetenschappelijke geschriften gebruikgemaakt. Strikt genomen zou alleen volledige inductie, waarbij alle bijzondere gevallen bekend zijn, geldig zijn.

Hij redeneert dat de afzonderlijke dingen uit algemene oorzaken zijn ontstaan; om ze te leren kennen moet men daarom eerst kennis van de algemene oorzaken verwerven. Die kennis is met het verstand door redenering te bereiken. De meest algemene oorzaken zijn onherleidbaar, anders zouden zij een nóg algemenere oorzaak hebben, en zo tot in het oneindige voort. In overeenstemming daarmee zijn de eerste, algemene premissen onbewijsbaar; zij zijn echter zonder meer duidelijk.

De voornaamste is het principium identitatis: A is A en kan niet op hetzelfde ogenblik en ten aanzien van hetzelfde niet-A zijn. Alleen dan is er sprake van een strikt bewijs als het syllogisme uitgaat van ware premissen. Dikwijls moet men echter uitgaan van meningen, waarvan de waarheid niet volstrekt zeker, maar wel waarschijnlijk is. De zgn. praktische filosofie, ethiek, politiek en redekunst, maakt van min of meer waarschijnlijke redeneringen gebruik, en kan daarom niet als strenge wetenschap gelden.

 

 

 

 

 

 

2.2 Ontologie 

 

Het meest algemene kenmerk van alle dingen is het Zijn, en het Zijn als zodanig is het onderwerp van wat Aristoteles de ‘eerste filosofie’ noemde, die thans metafysica heet. Het woord ‘zijn’ wordt in vele betekenissen gebruikt ( ‘de man is blank’: koppelwerkwoord; ‘de man is’ duidt op het bestaan, enz.). Het blijkt dat kwaliteit, kwantiteit en alle andere categorieën niet kunnen zijn in de betekenis van bestaan: dat kan men alleen zeggen van een ousia (substantie, of wezen); een mens bestaat op zichzelf, maar blank op zichzelf bestaat niet.

Nu is ons weten volgens Aristoteles afhankelijk van de waarneming die aan het weten voorafgaat. Wij nemen echter alleen afzonderlijke dingen waar (de eigenlijke substanties). Dus zou ons weten slechts betrekking kunnen hebben op afzonderlijke dingen. Plato had gesteld dat het algemene (de Idee) het wezenlijke was en dat de afzonderlijke dingen daar deel aan hadden. Volgens Aristoteles bestaat het algemene niet buiten de dingen (als idee), maar in de dingen; het is voor het verstand te begrijpen.

 

 

2.3 Natuurfilosofie 

 

De dingen om ons heen zijn in een voortdurend wordingsproces betrokken. Worden is een beweging van de ene toestand naar de andere. Fysica is de leer van de bewegingen en de oorzaken daarvan. Oorzaken (aitia) zijn materie, vorm, bewegende oorzaak en doel. Bij een huis kan men de vorm onderscheiden van het doel (beschutting van de bewoners), bij een levend wezen vallen vorm en doel samen. Anderzijds is de bewegende oorzaak van een huis de vorm in de gedachte van de architect, die dezelfde is als de actuele vorm van het huis.
Vandaar dat de vier oorzaken vaak gereduceerd worden tot twee: vorm en materie. De eerste is actief, de tweede passief, en de ongevormde materie staat tot de gevormde als potentie, mogelijkheid (dynamis) tegenover actualiteit (energeia): worden is een overgang (beweging) van potentialiteit naar actualiteit (zie ook act).

Parmenides van Elea krijgt daardoor een afdoend antwoord: worden is niet de ondenkbare overgang van het niets naar het iets, maar van nog-niet-iets-zijn naar verwezenlijking. Uit zaad + voedsel ontstaat de actuele boom. De vier elementen: aarde (droog en koud), water (vochtig en koud), lucht (vochtig en warm), vuur (droog en warm) kennen ook voortdurende overgangen. Zij hebben hun eigen bewegingen: aarde en water rechtlijnig naar beneden, lucht en vuur evenzo naar boven, en daar zij ieder een eigen ‘plaats’ hebben, bestaat er een natuurlijke stratificatie. Door verandering van één van de twee eigenschappen (bijv. van koud naar warm) kunnen zij in elkaar overgaan. Die verandering wordt o.a. door reflectie van de zonnewarmte op aarde en door afkoeling in de hogere lagen veroorzaakt, en daardoor ontstaan de weersverschijnselen.

Boven de sfeer van de maan heerst een ander element, de aether, dat niet verandert (de aether wordt ook ‘vijfde lichaam’ genoemd, de quinta essentia van de middeleeuwen). Om die maansfeer heen ligt een groot aantal sferen, wier gecompliceerde kringlopen de voor ons ongelijkmatig schijnende bewegingen van de planeten veroorzaken; zij worden alle omsloten door de gelijkmatig bewegende uiterste sfeer van de vaste sterren, en het rustend middelpunt is de aarde. De hemellichamen, ‘goddelijk’ geheten, zijn uit aether gevormd, maar hun goddelijkheid is niet volmaakt, omdat zij bewegen.

Beweging is altijd een overgang van potentialiteit naar actualiteit, en de godheid kan niets potentieels meer hebben: dat zou aan zijn volmaaktheid afdoen. God is dus buiten de sferen en Hij is indirect de oorzaak van hun bewegingen. De sferen bewegen zich uit verlangen naar God, die de Onbewogen Beweger is. De enige activiteit die God kan uitoefenen, is het denken. Niet aan andere dingen – want dan zou Hij zich met materie bezighouden: Hij denkt de volmaakte actualiteit, en dat is Hij zelf: zijn denken is denken van het denken.

Terwijl Aristoteles de ruimte als begrensd denkt door de buitenste hemelsfeer, poneert hij dat de tijd oneindig is. Daar tijd en beweging onafscheidelijk samengaan, heeft de beweging van de kosmos geen begin gehad en zal nooit ophouden. Deze leer van de eeuwigheid van de wereld is voor latere Aristotelici een schooldogma geweest, dat zowel in het christendom als in de islam aanleiding was tot polemieken. Hier op aarde kan door de beperkte mogelijkheden van de materie een ononderbroken kringloop niet plaatsvinden, maar de natuur tracht deze zo goed als het in haar vermogen ligt te imiteren. Door de zon is er dag en nacht, door de ecliptica (de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen) de wisseling van de seizoenen. Vandaar de mutatie van elementen en de weersverschijnselen. Het leven kent opgang en neergang, geen complete kringloop, maar de ononderbroken opeenvolging van ontstaan en vergaan is de best mogelijke nabootsing daarvan.

 

 

 

2.4 Biologie 

 

In de levende natuur zijn de individuen vergankelijk, maar de soorten eeuwig en onveranderlijk. Wel kent Aristoteles de geleidelijke overgang van het net-niet-meer-levenloze, via planten, tussenvormen tussen planten en dieren, naar hogere dieren, tot de mens toe. Maar hij verwerpt de mogelijkheid van het ontstaan van nieuwe soorten: kruisingen, zoals muildieren, kunnen zich als soort niet handhaven. Lager en hoger gaan samen met de aard van de psychè (ziel, in de zin van levensbeginsel). De laagste vorm is de plantenziel (alleen voeding en voortplanting); dieren hebben de waarnemende ziel, de mens daarenboven het verstand. In de hogere ziel zijn de lagere altijd aanwezig.

Centrum van de levensfuncties én van de waarneming is het hart: de (koude) hersenen dienen als regulateur om de bloedtemperatuur gelijkmatig te houden. Volgens Aristoteles is het mannelijke warm en actief, het vrouwelijke koud en passief. Bij de voortplanting is het mannelijke de vormgever, en in het sperma is de ziel in potentie aanwezig. Het vrouwelijke draagt alleen de materie bij. Toch weet Aristoteles van parthenogenese (voortplanting zonder bevruchting).

In het algemeen komt hij in de nadere uitwerking vaak veel verder dan een star dogmatisme. Hij heeft ruim 500 dieren beschreven en observaties gedaan die soms in onze eigen tijd pas bevestigd zijn, bijv. de beschrijving van de levendbarende gladde haai (Mustelus laevis). In zijn nauwkeurig uitgewerkte erfelijkheidstheorie anticipeert hij op Gregor Mendel met een goed begrip voor dominerende en recessieve factoren. Hij geeft een opmerkelijke schets van een indeling van de dierenwereld op grond van de embryologie. Ook heeft hij herhaaldelijk bepaalde soortkenmerken aangewezen, en is hij zijn tijd vooruit geweest door bijv. sponsen, zeeanemonen e.d. van planten, en walvisachtigen van vissen te onderscheiden.

 

 

 

 

 

2.5 Waarneming 

 

Uitvoerig is de behandeling van de zintuigen, en vooral ook van de vraag hoe verschillende waarnemingen gecoördineerd worden (de waarnemingen van een roos bijv. gaan langs totaal verschillende wegen: men ziet de bloem, ruikt de geur en voelt de doornen). Volgens Aristoteles is dit coördineren het werk van een gemeenschappelijk waarnemingsorgaan. Het complex van de waarnemingen vormt het materiaal voor de herinnering.

Opvallend is in dit verband zijn inzicht in het associatieproces. De mens beschikt niet over natuurlijke wapens (slagtanden, klauwen, horens) en ook het waarnemingsvermogen is slechter dan dat van sommige dieren. Maar alleen de mens bezit verstand. Zeer betwist is de leer van het passieve intellect dat de denkinhoud aan voorafgaande waarnemingen ontleent, en het actieve intellect, dat het denken activeert. Het passieve intellect is met de andere delen van de ziel aangeboren, maar het actieve ‘komt van buiten af’ en is alleen onsterfelijk.

 

 

 

2.6 Ethiek 

 

Het doel ‘waarnaar alles streeft’ is het goede, en het gemeenschappelijk einddoel is de eudaimonia, het geluk. Dat ligt niet in het verwerven van rijkdom, eer of genot, en ook niet in werkloosheid, maar in activiteit. Het hoogste goed is activiteit van de ziel in overeenstemming met haar eigen deugd, en als er meer deugden zijn, met de hoogste. Aristoteles’ leer dat een deugd in het midden ligt tussen twee ondeugden (le juste milieu) is beroemd geworden. Dapperheid bijv. ligt tussen roekeloosheid (te veel) en lafheid (te weinig) in. Dapper zijn is niet: alles te wagen zonder vrees; men dient ook te weten wanneer men moet wijken. Wie goed wil handelen moet een keuze (prohairesis) maken, en wel een meervoudige keuze, die rekening houdt met persoon, tijd, plaats en omstandigheden.

Boven de karakterdeugden staan de verstandelijke. De wijze kiest de hoogst mogelijke deugd die ligt in de intellectuele activiteit, dwz. contemplatie. Het zuivere denken plaatst hem boven het menselijke niveau: de mens bereikt dat niet als mens, maar door het goddelijke in hem. Op de hoge waarde van de vriendschap wordt veel nadruk gelegd, en sociale deugden, zoals de rechtvaardigheid, staan bovenaan, in overeenstemming met de opvatting dat de leer van de samenleving (politikè) in het verlengde van de ethiek ligt. De mens is een gemeenschapswezen (zooion politikon): de staat streeft naar het geluk van de burgers.

Aristoteles wil toezicht op het gezin met het oog op eugenese (verbetering van de erfelijke eigenschappen van het menselijk ras) en geboortebeperking, maar ziet anderzijds de slavernij als een door de natuur gegeven noodzakelijk instituut. Hij overweegt de voor- en nadelen van de verschillende mogelijke constitutievormen, maar blijft merkwaardigerwijze in de tijd waarin door de veroveringen van Alexander enorme statencomplexen ontstonden, staan bij de oude, beperkte stadstaat.

 

 

 

2.7 De retorica 

 

Deze ligt, als verhandeling over de redekunst, gedeeltelijk in het verlengde van de logica, maar komt herhaaldelijk op het terrein van de literatuurbeschouwing. Dit laatste onderwerp is uiterst beknopt behandeld in de Poetika, die van alle werken van Aristoteles het meest gelezen is, en vooral door de leer van de drie eenheden (tijd, plaats en handeling) een verreikende invloed heeft gehad.

 

 

 

3. Werken 

 

Naar het voorbeeld van Plato schreef Aristoteles een aantal dialogen, die in de oudheid druk gelezen zijn, maar verdrongen werden door de wetenschappelijke werken (de fragmenten zijn verzameld door R. Walzer, 21963, en W.D. Ross, 1955). Ook van de grote, onder zijn leiding tot stand gebrachte documentenverzamelingen (o.a. lijsten van opvoeringen van tragedies in Athene, staatsinstellingen van 158 steden, atlas van vergelijkende anatomie, en andere) is alleen een studie over de Staat van de Atheners in 1891 op een papyrus gevonden. De rest is, op een aantal meestal zeer korte fragmenten na, verloren gegaan (laatstelijk uitgegeven door V. Rose in 1886).

Bewaard gebleven zijn de wetenschappelijke werken, die geen literair karakter dragen, maar als min of meer uitgewerkte leerstof voor zijn colleges dienden. Uit een aantal citaten naar niet meer vertegenwoordigde werken blijkt dat de door Andronicus geredigeerde verzameling niet volledig meer is, terwijl anderzijds dictaten en excerpten van leerlingen, geschriften van latere peripatetici (o.a. de Problemata) en opzettelijke vervalsingen (zoals De mundo) erin zijn opgenomen. De bewaard gebleven hoofdwerken van Aristoteles zijn de volgende:

Logica: Categoriae; De interpretatione; Analytica priora en posteriora; Topica.

Ontologie: Metaphysica.

Natuurfilosofie: Physica; De caelo; De generatione et corruptione; Meteorologica; Historia animalium; De partibus animalium; De generatione animalium; De anima, Parva Naturalia.

Praktische filosofie: Ethica Nicomachea; Politica; Rhetorica; Poetica.

 

 

Plato-Socrates-Aristoteles

 

 

 

 

 

 

Hugo Claus

Standaard

categorie : Beroemde mensen

 

 

 

De beeldende kunstenaar, filmmaker en de meest bekroonde auteur uit het Nederlands taalgebied Hugo Claus, werd geboren te Brugge op 5 april 1929 en overleed op 19 maart 2008 te Antwerpen.

 


Debuut: Kleine reeks (1947, poëzie)
Genres: Poëzie, roman, novelle, kort verhaal, toneel, scenario
Bijzonderheid:in 1997 ontving hij voor De Geruchten de Libris Literatuurprijs en in 1998 de Aristeionprijs; de hoogste Europese literaire onderscheiding
Citaat: ‘Ik heb vijftig jaar doorgebracht met het aanbrengen van allerlei subtiele dingetjes in mijn werk die misschien niemand eruit heeft gehaald. Dat is toch om verdrietig van te worden. (Haarlems Dagblad, 17-1-1998)
Recent werk: De Komedianten (Pas de deux II) (1997, toneel), Onvoltooid verleden, (1998, roman), Het laatste bed (1998, novelle), Het huis van de liefde (1999, poëzie), Wreed geluk (1999, poëzie), Een andere keer, de andere verhalen (2000), Een slaapwandeling (novelle, 2000)

 

 

 

 

 

Levensloop

 

Hugo Maurice Julien Claus wordt geboren te Brugge op 5 april 1929. Hij verblijft vanaf zijn 18 maanden tot 11-jarige leeftijd in een pensionaat. Hij woont thuis van 1940 tot 1946. Hij verlaat het ouderlijk huis en de school en maakt reizen naar verschillende landen. Van 1950 tot 1953 woont hij in Parijs waar hij in contact komt met surrealisme, existentialisme en Cobra-modernisme.

Van 1953 tot 1955 verblijft hij in Rome in het filmmilieu. In 1955 huwt hij met de filmactrice Elly Overzier, met wie hij in Gent gaat wonen (tot 1965). Vervolgens neemt hij gedurende vijf jaar zijn intrek op een boerderij in de Vlaamse Ardennen. In 1970 gaat hij in Amsterdam wonen, waar hij een verhouding heeft met de actrice Kitty Courbois. Van 1973 tot 1978 woont hij in Parijs samen met de actrice Sylvia Kristel. Uiteindelijk verhuist hij opnieuw naar Gent. Hij huwt in 1993 met Veerle De Wit.

Hugo Claus’ werk is even veelzijdig en wisselvallig als zijn leven zonder rode draad. Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische “Kleine reeks”, evolueert hij in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt zijn “Oostakkerse gedichten” uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden, echter steeds getuigend van een kenmerkende eigenheid en een matriarchale mythologie.

Op toneelgebied wordt hij internationaal bekend met de tragikomedie  “Een bruid in de morgen” (1955). Zijn populairste toneelstuk wordt het naturalistische “Suiker” (1958). Zijn navolgende toneelwerken zijn in hoofdzaak historische bewerkingen zoals o.a. “Thyestes” (1966), “Het spel Masscheroen” (1968) en “Orestes” (1976). Het succesvolle “Vrijdag” uit 1969, door Claus zelf verfilmd in 1980, raakt het delicate incestthema aan en doet denken aan het naturalisme van Cyriel Buysse.

Dezelfde verscheidenheid vindt men ook terug in zijn romans. In romans zoals “De hondsdagen” (1952) en “Schaamte” (1972) vindt men mytische elementen. In de roman het “Verlangen” (1978) zien we een duidelijk realisme. Zijn lijvige roman “Het verdriet van België” uit 1983 is een semi-biografische familiekroniek waarin op subtiele wijze het politieke en sociale leven tijdens Wereldoorlog II beschreven wordt. Deze roman wordt voor televisie bewerkt in 1994.

In zijn geheel genomen kan men stellen dat Claus’ werk een mengeling is van het beschrijven van tragische gebeurtenissen, klassieke verhalen en een expressie van een heimwee naar verheven waarden, dit alles doorweven met het banale, ja soms het vulgaire van het menselijk bestaan. De veelzijdige Hugo Claus is niet alleen schrijver van gedichten, romans, filmscenario’s, toneelstukken en essays, maar tevens schilder, librettist, film- en toneelregisseur. Hij schreef zelfs chansons voor de zangeres Liesbeth List. Hij kreeg talrijke literaire prijzen, waaronder de “Henriette Roland Holstprijs”.

 

 

 

Overlijden

 

Claus overleed op woensdag 19 maart 2008, kort voor zijn 79ste verjaardag in het Middelheim-ziekenhuis te Antwerpen. De schrijver leed zo’n twee jaar aan de ziekte van Alzheimer en koos daarom zelf het moment van zijn dood door middel van euthanasie via de organisatie Recht Op Waardig Sterven. Kort voor zijn overlijden gaf de filosoof Etienne Vermeersch Claus nog advies over euthanasie.

 

 

 

Euthanasiedebat laait op

 

Vele voorpagina’s van kranten werden ingenomen door het overlijden van Claus. Ook zijn euthanasiebeslissing werd uitvoerig belicht en geduid. In katholieke kringen reageerde men afwijzend met deze ‘mediatisering van de euthanasie’. René stockman, hoofd van de organisatie Broeders en Liefde, verklaarde op de katholieke nieuwssite Kerknet: “De wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten maar zelfs als het summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst. Dit is pas het echte verdriet van België.”Hij werd gevolgd in zijn kritiek door Wouter Beke, interim-voorzitter van CD&V. Kardinaal Daneels sprak er in zijn Paaspreek: “Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws.”

 

 

Claus en Sylvia Kristel

 

 

 

Lijst met onderscheidingen en prijzen

 

 

1950 – Leo J. Krynprijs voor De eendenjacht (later De Metsiers)

1952 – Arkprijs van het Vrije Woord voor De Metsiers

1955 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Een bruid in de morgen

1955 – Prix Lugné-Poë voor de Franse vertaling van Een bruid in de morgen

1955 – Prix Bonjour Promesse (of ‘Prix Françoise Sagan’) voor De hondsdagen

1956 – Letterkundige Prijs van de Stad Gent voor De getuigen

1957 – Ridder in de Orde van Leopold II (3 april)

1959 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De zwarte keizer

1959 – Ford Foundation Grant

1960 – Koopalprijs voor zijn Dylan Thomas vertaling Onder het melkwoud

1963 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De Verwondering (geweigerd)

1964 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor Omtrent Deedee (geweigerd)

1964 – August Beernaertprijs voor De Verwondering

1964 – Prijs voor het visualiseren van poëzie voor de tv-film Antologie

1965 – Henriette Roland Holst-prijs voor zijn gehele toneeloeuvre

1967 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor De dans van de reiger

1967 – Edmond Hustinx-prijs voor Nederlandstalige toneelschrijvers voor zijn gehele toneeloeuvre

1971 – Ridder in de Kroonorde (18 oktober)

1971 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie voor Heer Everzwijn

1973 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Vrijdag

1978 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Stad Gent voor literatuur

1979 – Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre

1979 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Jessica en z’n Euripides-bewerking Orestes

1984 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza voor Het verdriet van België

1985 – Cestoda-prijs

1986 – Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre

1986 – Herman Gorterprijs voor Alibi

1987 – Achilles Van Acker-prijsvoor de “sociale bewogenheid van zijn oeuvre”

1987 – Prijs van de Vlaamse Lezer voor Het verdriet van België

1989 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor Het verdriet van België

1989 – Grand Prix de l’humour noir Xavier Fonneret

1994 – Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad voor zijn gehele oeuvre

1994 – Prijs voor Meesterschap voor zijn gehele oeuvre

1994 – VSB Poëzieprijs voor De Sporen

1997 – Libris Literatuur Prijs voor De geruchten

1997 – Prix International Pier Paolo Pasolini

1997 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor De geruchten

1998 – Aristeionprijs van de Europese Unie voor De geruchten

1999 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor zijn gehele oeuvre

2000 – Premio Nonino voor de Italiaanse vertaling van Het verdriet van België

2000 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre

2001 – Preis der Stadt Münster für Europäische Poesie voor zijn gehele oeuvre

2002 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor de verzenbundel Wreed geluk

2002 – Prix de consécration Herman Closson voor zijn gehele oeuvre

2002 – Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung voor zijn gehele oeuvre

2005 – Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Algemene Culturele Verdienste

 

 

 

.

.

Bibliografie

 

Gedichten

 

1947 – Kleine reeks

1948 – Registreren

1950 – Zonder vorm van proces

1951 – Vierendelen

1952 – Drie blauwe gedichten voor Ellie

1952 – Tancredo Infrasonic

1953 – Een huis dat tussen nacht en morgen staat

1955 – De Oostakkerse gedichten

1955 – Paal en perk

1961 – Een geverfde ruiter

1963 – De man van Tollund

1963 – Het teken van de hamster

1963 – Love Song (poëzie op werk van Karel Appel)

1964 – Oog om oog

1965 – Gedichten

1965 – Het landschap

1967 – Relikwie

1969 – Genesis

1970 – Heer Everzwijn

1970 – Van horen zeggen

1971 – Dag jij

1973 – Figuratief

1974 – De wangebeden

1975 – Het Jansenisme

1977 – Emblemata

1977 – Het graf van Pernath

1978 – Cobra Revisited

1978 – Van de koude grond

1979 – Zwart (poëzie bij werk van Karel Appel en Pierre Alechinsky)

1979 – Claustrum

1979 – Gedichten 1969-1978

1979 – Fuga

1980 – 63 Kwatta-rijmen voor Gans België

1981 – Fiesta

1981 – Jan de Lichte

1982 – Almanak (verzamelbundel)

1982 – Het hooglied van Salomo

1985 – Halloween (gedichten bij tekeningen van Sylvia Kristel)

1985 – Gezegden

1985 – Het weerzinwekkend bezoek

1985 – Alibi

1985 – De dief van liefde

1985 – Gevulde contouren

1986 – Mijn honderd gedichten

1986 – Sonnetten

1986 – Bewegen

1986 – Evergreens

1987 – Sporen

1987 – Hymen (gedichten bij tekeningen van Corneille)

1987 – Imitaties

1990 – Steeds / Cité

1990 – Gedichten

1992 – Geplette gedaanten

1993 – 10 manieren om naar P.B.S. te kijken

1993 – De Sporen

1993 – Zij

1994 – Gedichten 1948-1993

1995 – Ach Clemens

1995 – Et voilà, le travail!

1995 – Zoek de zeven

1997 – Impromptu

1998 – Oktober 43

1998 – De aap in Efese

1998 – Voor de reiziger

1999 – Het huis van de liefde (bloemlezing)

1999 – Wreed geluk

2000 – Made in Belgium

2001 – De groeten (ter gelegenheid van Gedichtendag)

2002 – Sans Merci

2002 – Mijn hart en ik (bloemlezing)

2002 – Ik schrijf je neer

2002 – De tafel is leeg

2003 – Zeezucht

2004 – In geval van nood

2004 – Flagrant, bij etsen van Pierre Alechinsky

 

 

 

 

 

Toneelstukken

 

1952 – De Getuigen (eenakter)

1953 – Een bruid in de morgen

1954 – (M)oratorium (eenakter)

1954 – In een haven (eenakter)

1955 – De Geliefden (eenakter)

1956 – Het lied van de moordenaar

1957 – Dantons dood (Georg Büchner, vertaling)

1957 – Onder het Melkwoud (Dylan Thomas, vertaling)

1958 – Suiker

1959 – Woyzeck (Georg Büchner, vertaling)

1959 – Mama, kijk, zonder handen!

1960 – Quat-Quat (Jacques Audiberti, vertaling)

1961 – Antigone (Christopher Logue, vertaling)

1961 – Zannekin

1962 – De dans van de reiger

1963 – Allen die vallen (Samuel Beckett, vertaling)

1964 – Scherts, satire, ironie en diepere betekenis (Christian Dietrich Grabbe, vertaling)

1964 – Hendrik V (William Shakespeare vertaling)

1965 – De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Uilenspiegel en van Lamme Goedzak in Vlaanderen en elders (massaspel, naar Charles de Coster)

1966 – Thyestes (naar Seneca)

1966 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca vertaling)

1966 – Het Goudland (naar Hendrik Conscience)

1967 – Masscheroen (naar Mariken van Nieumeghen)

1968 – Wrraaak! (naar The Revenger’s Tragedy van Cyril Tourneur)

1969 – Vrijdag

1970 – De Spaanse hoer (naar La Celestina van Fernando de Rojas)

1970 – Tand om tand

1970 – Het leven en de werken van Leopold II

1971 – Interieur (naar zijn Omtrent Deedee)

1971 – Oedipus (naar Seneca)

1971 – Warm en Koud (Fernand Crommelynck, vertaling)

1972 – De vossejacht (naar Volpone van Ben Jonson)

1972 – De Advertentie/Theresa (Natalia Ginzburg, vertaling)

1973 – Pas de deux

1973 – Blauw blauw (naar Private Lives van Noël Coward)

1975 – Thuis

1976 – Orestes (naar Euripides)

1977 – Jessica

1977 – Het huis van Labdakos

1979 – Macbeth (William Shakespeare, vertaling)

1980 – Phaedra (naar Seneca)

1980 – Rashomon (Fay & Michael Kanin, vertaling)

1980 – Jan zonder Vrees (naar Giorgio Gaber)

1981 – Een hooglied

1981 – Een winters verhaal (William Shakespeare, vertaling)

1981 – Pantagleize (Michel de Ghelderode, vertaling)

1982 – Het haar van de hond

1982 – Lysistrata (Aristophanes, vertaling)

1982 – De Jood van Malta (Christopher Marlowe vertaling)

1982 – De Verzoeking

1983 – Hamlet (naar William Shakespeare)

1984 – Serenade

1984 – Droom van een Zomernacht (William Shakespeare, vertaling)

1985 – Goddelijke Woorden (Ramón María del Valle-Inclán, vertaling)

1985 – Blindeman (naar zijn eigen bewerking van Oidipus)

1986 – In Kolonos (naar Sofokles)

1987 – Romeo en Julia (William Shakespeare, vertaling)

1987 – De Golven van de Liefde en van de Zee (Franz Grillparzer, vertaling)

1987 – Koning Lear (William Shakespeare, vertaling)

1988 – Gilles!

1988 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca, vertaling)

1988 – Het schommelpaard

1989 – Gilles en de nacht

1991 – Richard Everzwijn (naar Richard III van William Shakespeare)

1991 – Het mondeling verraad

1991 – Visite

1991 – Winteravond

1992 – Verroeren

1993 – De repetitie (Jean Anouilh, vertaling)

1993 – Onder de torens

1994 – Requiem

1995 – De eieren van de kaaiman

1996 – De verlossing

1997 – De komedianten (Pas de deux II)

1997 – Salome (Oscar Wilde, vertaling)

1998 – Borgerocco of de dood in Borgerhout

2000 – De man van het toeval (Yasmina Reza, vertaling)

???? – X

 

 

Een bruid in de morgen

 

 

Verhalen

 

1954 – Natuurgetrouw

1958 – De zwarte keizer

1958 – Als een jonge hond

1966 – De dans van de reiger (verhaal naar eigen filmscenario)

1969 – Natuurgetrouwer (uitgebreide uitgave van Natuurgetrouw)

1972 – Gebed om geweld

1974 – De groene ridder I: In het Wilde Westen

1974 – De groene ridder II: De paladijnen

1974 – De groene ridder VII: Aan de evenaar

1977 – De vluchtende Atalanta

1984 – Een bijzondere cirkel (uit Natuurgetrouwer, in Vlaamse verhalen na 1965)

1985 – De mensen hiernaast

1987 – Château Migraine

1988 – Een andere keer

1999 – Verhalen

2000 – Een andere keer (bloemlezing)

2000 – De schrijver. Een literaire estafette

2000 – De avondzon

 

 

 

 

 

Romans

 

1950 – De Metsiers

1952 – De hondsdagen

1956 – De koele minnaar

1962 – De Verwondering

1963 – Omtrent Deedee

1971 – Schola nostra (onder het pseudoniem Dorothea van Male)

1972 – Schaamte

1972 – Het jaar van de kreeft

1977 – Jessica

1978 – Het verlangen

1983 – Het verdriet van België

1988 – Een zachte vernieling

1994 – Belladonna

1996 – De geruchten

1998 – Onvoltooid verleden

 

 

 

 

 

Essays

 

1951 – Over het werk van Corneille

1954 – Cinq lithographies en couleur (essay bij werk van Karel Appel)

1962 – Karel Appel, schilder

1964 – Louis Paul Boon

1979 – Treize manières de regarder un fragment d’Alechinsky / Dertien manieren om een fragment van Alechinsky te zien

 

 

 

 

 

Filmscenario’s

 

1958 – Dorp aan de rivier, naar Antoon Coolen; regie: Fons Rademakers

1960 – Het mes, naar een eigen verhaal; regie: Fons Rademakers

1967 – De vijanden, tevens regie

1968 – Speelmeisje, tevens regie

1971 – Mira, naar Stijn Streuvels; regie: Fons Rademakers

1973 – Niet voor de poezen, naar Nicolas Freeling; regie: Fons Rademakers

1976 – Pallieter, naar Felix Timmermans; regie: Roland Verhavert

1977 – Rubens, schilder en diplomaat; regie: Roland Verhavert

1981 – Vrijdag, naar zijn eigen toneelstuk; tevens regie

1982 – Menuet, naar Louis Paul Boon; regie: Lili Rademakers-Veenman

1984 – De Leeuw van Vlaanderen, naar Hendrik Conscience; tevens regie

1986 – Het gezin van Paemel, naar Cyriel Buysse; regie: Paul Cammermans

1987 – Mascara; regie: Patrick Conrad

1989 – Het sacrament, naar een eigen roman; tevens regie

1995 – Escal-Vigor, naar de gelijknamige roman van Georges Eekhoud

2000 – De verlossing, naar een eigen toneelstuk; tevens regie

 

 

De Leeuw van Vlaanderen

 

 

 

Libretti

 

1956 – De witte Zee (M: François de la Rochefoucauld)

1957 – Van de Vikings tot Keizer Karel (M: Daan Sternefeld)

1965 – De Mattheuspassie (vertaling; M: E.P. De Brabandere)

1968 – Morituri (M: Bruno Maderna)

1969 – Blauwdruk van de opera Reconstructie (T: met Harry Mulisch; M: Louis AndriessenReinbert de LeeuwMisha MengelbergPeter SchatJan van Vlijmen)

1985 – Georg Faust (M: Konrad Boehmer)

1995 – Borgerocco of De Dood in Borgerhout

 

 

 

 

 

Novellen

 

Claus (Boekenbal 1989)

1980 – De Verzoeking

1989 – De zwaardvis (Boekenweekgeschenk)

1998 – Het Laatste Bed

2000 – Een Slaapwandeling

2003 – De Verzoeking en andere novellen (verzamelbundel)

 

 

 

 

 

Overige

 

1950 – Die waere ende suevere chronycke van sGraevensteene: Esbatement ofte cluyte […] (onder pseudoniem Anatole Ghekiere)

1964 – Karel Appel, schilder (essay en gedichten)

1967 – De vijanden (cinéroman, naar zijn film)

1967 – De avonturen van Belgman

1977 – P.P. Rubens, schilder en diplomaat (televisiereeks)

1980 – De pen gaat waar het hart niet kan (interviews, samengesteld door Gerd de Ley)

1980 – Ontmoetingen met Corneille en Karel Appel (gedichten en beschouwingen, samengesteld door Erik Slagter)

1989 – Perte totale (proza en poëzie bij schetsen)

1999 – Goede geschiedenissen of een A.B.C. van de kinderheiligen (lees- en plakboek)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paul Cézanne

Standaard

Categorie : Beroemde mensen 

 

 

 

De Franse kunstenaar Paul Cézanne werd op 19 januari 1839 geboren in Aix-en-Provence (Frankrijk).
Hij ging naar school in Aix, en sloot een hechte vriendschap met de beroemde romanschrijver Emile Zola.
Tussen 1859 en 1861 studeerde hij rechten, maar volgde in diezelfde tijd teken- en schilderlessen.
Tegen de wil van zijn onverzettelijke vader in koos Cézanne toch voor het kunstenaarschap en volgde in 1861 Zola naar Parijs. Zijn vader legde zich er toen maar bij neer en ondersteunde zijn zoon zodanig, dat deze financieel onafhankelijk was en zich geheel op de schilderkunst kon toeleggen, ook dankzij een enorme erfenis die hem later toeviel.

 

 

 

 

In Parijs studeerde hij korte tijd aan de Académie Suisse. In 1863 werd Paul Cézanne niet toegelaten tot de kunst-academie in Parijs en besloot zijn kunstopleiding te vervolgen bij de Académie Suisse. Tussen 1864 en 1869 zond hij werk in naar de officiële salon, maar zag zijn werk keer op keer geweigerd. Hij kopieerde werken van Eugène Delacroix en Nicolas Poussin in het Louvre, maar zijn werk werd te onbekwaam bevonden. Zijn schilderijen uit de jaren 1865-1870 vormen zijn vroege `romantische` periode: extreem persoonlijk, individualistisch werk, geweld-dadige onderwerpen en bizarre fantasieën in harde, sombere kleuren. Zwaar aangezet werk.

 

 

zelfportret

 

 

In Parijs ontmoette hij Camille Pissarri en anderen van de groep impressionisten aldaar. Cezanne bleef echter enigszins een outsider binnen die kringen. In 1874 deed Cézanne mee aan de eerste tentoonstelling van de im-pressionisten. Hoewel Cézanne ook deelnam aan de tweede tentoonstelling van de impressionisten, werd er weinig van hem verkocht. In 1882 werd voor het eerst werk van Cézanne toegelaten in `de Salon`.

Hij trouwde met Hortense Fiqet in 1886. Na de dood van zijn vader erfde hij een grote som geld, waardoor hij financieel onafhankelijk werd van zijn vrouw. Hij schilderde samen met Renoir in 1888. In 1894 bezocht hij Monet in Giverny en ontmoette hij de beeldhouwer Auguste Rodin. Een jaar later exposeerde Ambroise Vollard voor het eerst Cézanne`s werk in zijn beroemde galerie. In 1897 vestigde Paul Cézanne zich permanent in Aux-en-Provence. In de volgende jaren werkte hij aan zijn grote schilderij met de baders. Veelvuldig schilderde hij ook de Mont Sainte-Victoire vlak bij zijn huis, geschilderd vanuit zijn studio die uitkeek over het tussenliggende dal.

 

 

Hotense Fiquet

 

 

 

Monst Sainte Victoire vanaf de Bibemus

 

 

 

Mont Sainte Victoire

 

 

Tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900 werden drie schilderijen van Cézanne tentoongesteld. Ook in het buitenland begon hij eindelijk door te breken. Tussen 1900 en 1905 schilderde hij zijn ´serie´ De baadsters (Les grandes baigneuses). Wanneer we ´De Baadsters´ van Cézanne aanschouwen, valt onmiddellijk de driehoeks-compositie op. De mystieke driehoek! Een dergelijk opbouwen in geometrische vorm is een oud beginsel dat tenslotte werd verlaten omdat het in academische formules stokvast raakte. Cézanne geeft dit principe een nieuwe zin, hier is de driehoek geen middel ter harmonisering van de groep, maar het duidelijk artistieke doel!

 

 

De baadsters

 

 

Het artistieke streven krijgt een sterk abstracte bijklank. Om deze reden verandert Cezanne ook de menselijke proporties, de afzonderlijke lichaamsdelen worden heftiger naar boven toe, ze worden steeds lichter en gerekter. Waarom legt Cezanne hier weerom de klemtoon op het abstracte? Net zoals Maeterlinck gaat zoeken naar de innerlijke, abstracte klank van het woord, gaat Cezanne zoeken naar de innerlijke klank van de geometrische vorm. Beiden denken met deze primitieve vormelementen tot een veel expressievere uitdrukking van het innerlijk te komen dan met een gesloten tekst of een naturalistisch tafereel.

In Duitsland organiseerde Bruno Cassirer in Berlijn een tentoonstelling met werk van hem en dertig schilderijen van hem maakten deel uit van de belangrijke tentoonstelling van de Onafhankelijken in 1904. Paul Cézanne overleed op 22 oktober 1906 in Aix-en-Provence. De Franse schilder Cézanne die gedurende zijn leven maar weinig exposeerde en zich in toenemende mate in isolement terugtrok, wordt tegenwoordig beschouwd als een van de grondleggers van het modernisme in de schilderkunst. Cézanne was tijdgenoot van de impressionisten, en zijn werk dat speelt met licht en kleur is door het impressionisme beïnvloed, maar zijn werk loopt al vooruit op het expressionisme en het kubisme.

 

 

 

Post – impressionistische werken van Cézanne

 

 

stilleven met gips -1895

 

 

 

draaiende weg bij Montgeroult – 1898

 

 

 

zwart kasteel – 1904

 

 

 

baai van Marseille vanuit Estaque 1885

 

 

 

madame Cézanne – 1892

 

 

 

jongen met rode vest -1890

 

 

 

mand met appelen – 1893

 

 

 

Pierrot en Harlequin

 

 

 

de kaartspelers

 

 

 

Huis van Cézanne

 

 

 

stilleven met fruitmand

 

 

 

madame Cézanne op stoel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rudolf Diesel

Standaard

categorie: bekende personen

 

 

Rudolf Diesel, de uitvinder van de dieselmotor

Op het einde van de 19de eeuw was België één van de meest geïndustrialiseerde landen ter wereld. In deze periode was de drang naar nieuwe ideeën en ontwikkelingen groot. Eén daarvan was de dieselmotor, die door Rudolf Diesel werd uitgevonden in Duitsland, en al snel een productie kende in België.

 

 

 

 

 

De jeugdjaren

 

Rudolf Christian Karl Diesel wordt in Parijs op 18 maart 1858 geboren als zoon van Theodor Diesel en Elise Strobel. Zijn vader is leerbewerker en boekbinder. Hij besluit om tijdens het revolutiejaar 1848 Duitsland te ontvluchten. De familie vindt een veiliger heenkomen in de Franse hoofdstad.

in 1870 breekt de Frans-Pruisische oorlog uit. Theodor en Elise verhuizen naar Londen zonder de 12 jarige Rudolf die intrekt bij zijn oom, een wiskundeleraar uit Augsburg. Rudolf volgt later colleges in de Technische Universiteit van München. Daar krijgt hij onder meer les van de bekende professor Carl von Linde, een expert in de thermodynamica. De professor is erg gekant tegen de energieverspilling van stoommachines en is voorstander van nieuwe technieken in de mechanica. De jonge Diesel studeert af aan de universiteit in 1880.

 

 

De eerste experimenten en successen

 

Op 24 november 1883 trouwt Diesel met Martha Flasche met wie hij drie kinderen krijgt. Zijn jongste zoon Eugen Diesel zou in 1939 een boek over hem en zijn motor schrijven. In 1885 experimenteert Diesel met verschillende mechanismes voor verbrandingsmotoren. Zijn doel is een energiebesparend alternatief voor de stoommachine te ontwikkelen.

In 1892 boekt Diesel zijn eerste succes. Hij laat een motor één minuut draaien zonder ontstekingsmechanisme met behulp van gecomprimeerde luchtdruk. 4 jaar later fabriceert men een verbeterd model van deze eerste ‘ dieselmotor ’  in de Maschinenfabrik Augsburg Nurnberg. In het begin wordt de motor enkel ingezet voor stationair gebruik. Ze drijven andere machines in de fabriek aan. In een latere fase pas wordt hij geïnstalleerd als aandrijving van voertuigen.

 

 

 

 

 

Het einde

 

De dieselmotor wordt een commercieel succes en Rudolf wordt rijk. Maar door slechte investeringen in zijn bedrijf, technische problemen met de eerste dieselmotoren en geldverslindende proceskosten wegens patentrechten is zijn rijkdom van korte duur. Diesel komt in zware financiële problemen wat mogelijk de aanleiding voor zijn dood wordt.

Rudolf Diesel overlijdt op 27 september 1913, nadat hij aan boord van het stoomschip ‘ Dresden ’ plotseling verdwijnt. Hij was op weg naar een conferentie in Londen. Men vindt zijn levenloze lichaam niet veel later terug in het water. Nabestaanden veronderstellen zelfmoord, maar bewijs hiervoor is nooit geleverd.

Een jaar later brak de 1ste Wereldoorlog uit. In veel oorlogstuig doet men beroep op de dieselmotor. Pas in 1915 plaatst men een dieselmotor in een MAN vrachtwagen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog maakt Mercedes-Benz de eerste Diesel-personenauto.

 

 

Info

 

Rudolf Diesel was tijdens zijn leven niet enkel een uitstekende technicus. Hij had ook muzikale capaciteiten als pianist en interesse in moderne kunsten. Diesel zag zichzelf als een sociaal filosoof maar werd daarvoor nooit erkend. Zijn boek ‘ Solidarity ‘, waarin hij zijn visie op het bedrijf beschrijft, verkocht slechts 200 exemplaren.

Rudolf was ook een Esperantist. Hij zei:

“Sedert vele jaren ben ik geïnteresseerd in het Esperanto. Deze internationale hulptaal voldoet aan een basisvoorwaarde opdat de meeste volkeren ze zou waarderen en ze verder blijft bestaan in een natuurlijke verbinding met de belangrijkste talen in de geniale eenvoud en de logica van haar structuur.

Deze taal bekijk ik uit het standpunt van een ingenieur, wiens betrachtingen gericht zijn op het sparen van energie.Het doel van Esperanto is tijd, energie, arbeid en geld te sparen en de internationale betrekkingen te versnellen en te vereenvoudigen.

Vanuit dit standpunt is het moeilijk de tegenstand te begrijpen, die nog voorkomt tegen het invoeren van een zaak die zo nuttig is voor het mensdom. Ik ben van mening dat het invoeren van het Esperanto een absolute noodzaak is voor de vrede en cultuur.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Aristoteles, een briljante wetenschapper

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

In de 4e eeuw voor Christus ontpopte de jonge Aristoteles (384-322 voor Christus) zich als de meest getalenteerde student aan de Academie van Plato. Hij liet zich inspireren door de denkbeelden van Plato, maar zag diens filosofie vooral als een uitdaging. Aristoteles was de laatste van de drie grote Griekse denkers, en legde met zijn uitvoerige filosofische overdenkingen een belangrijke basis voor de westerse filosofische traditie.

 

 

aristotlereliefbust

 

 

Aristoteles wordt gezien als een homo universalis. Hij hield zich namelijk bezig met vrijwel alle wetenschappen die destijds beoefend konden worden, van filosofie tot wiskunde en van natuurwetenschappen tot letterkunde. In tegenstelling tot zijn leermeester Plato, die gefascineerd was door abstracte, ‘eeuwige vormen’, had Aristoteles vooral belangstelling voor de concrete, levende natuur. Waar Plato redeneerde vanuit het menselijk verstand, gebruikte Aristoteles de empirische waarneming als uitgangspunt van zijn filosofische project.

 

 

 

Plato versus Aristoteles

 

Plato maakte onderscheid tussen een zintuiglijke werkelijkheid, de wereld zoals wij die ervaren, en een verheven, abstracte wereld van de ‘eeuwige ideeën’. Iedere concrete waarneming vormde volgens hem een afspiegeling van dat wat ‘echt’ bestaat in die ideeënwereld. Volgens Aristoteles bleef Plato daarmee teveel in een mythisch wereldbeeld hangen. Aristoteles was iets nuchterder: voor hem vormde de waarneembare wereld om hem heen gewoon de ‘echte’ werkelijkheid, en werden abstracte ideeën juist op basis van deze wereld gevormd.

 

 

 

Belang van zintuiglijke waarneming

 

Toch maakte hij dankbaar gebruik van Plato’s overpeinzingen. Aristoteles was net als Plato van mening dat bijvoorbeeld de ‘paardheid’ van een paard eeuwig en onveranderlijk is. Maar, zo beweerde hij, zo’n idee kan pas in ons hoofd ontstaan nadat we een aantal paarden hebben gezien. Er bestaan geen aangeboren ideeën: alles wat de mens denkt is gebaseerd op waarneming. Wel bezitten individuen volgens Aristoteles het aangeboren vermogen om te categoriseren. Met het verstand worden zintuiglijke indrukken ondergebracht in groepen en een veelheid aan subgroepen, zoals ‘levend’ en ‘levenloos’, ‘dier’ en ‘mens’, en ‘hond’ en ‘kat’.

 

 

 

Materie en vorm

 

Het belangrijkste onderscheid dat Aristoteles maakte in zijn analyse van natuurverschijnselen is dat tussen materie en vorm. Materie betreft het ‘materiaal’ van een verschijnsel, terwijl de vorm bestaat uit ‘eigenschappen’ ervan. Volgens Aristoteles kon een ding niet worden geïdentificeerd op basis van de materie. Er is altijd sprake van geordende materie: materie, plus nog iets anders: de vorm. Zo verwijst de vorm van bijvoorbeeld een paard naar de verzameling van dingen die een paard kenmerken, zoals hinniken en galopperen. Dat wat voor alle paarden gelijk is, valt onder de vorm, de categorie of soort ‘paard’. Maar natuurlijk is niet ieder paard exact hetzelfde. Onderlinge verschillen en afwijkingen tussen paarden onderling vallen onder de materie. Materie en vorm zijn in onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals lichaam en ziel samen een mens definiëren.

 

 

Geschriften van Aristoteles

 

 

Aristoteles als systeemfilosoof

 

Aristoteles kan worden aangemerkt als een ‘systeemfilosoof’, door de wijze waarop hij alles in termen van categorieën probeerde te beschrijven. Bij zijn indeling van natuurverschijnselen in groepen (bijvoorbeeld levend en levenloos) ging hij uit van wat dingen ‘kunnen’. Zo onderscheidt de mens zich bijvoorbeeld door het vermogen om rationeel te denken. Daarnaast beweerde hij dat alle dingen en verschijnselen een ‘doeloorzaak’ bevatten. Zo regent het bijvoorbeeld niet omdat afgekoelde waterdamp door de zwaartekracht in regendruppels naar beneden valt, maar omdat gewassen water nodig hebben. Alles in de natuur heeft op die manier een ‘levensdoel’. Tegenwoordig wordt dit idee veelal verworpen. Zo wordt niet per se gedacht dat appels aan de boom groeien om door mensen geplukt en opgegeten te worden, zoals Aristoteles wel zou beweren.

 

 

 

Aristoteles’ deugdenethiek

 

De filosofie van Aristoteles kende ook een ethische dimensie. Volgens hem kon de mens alleen een gelukkig leven leiden als alle menselijke vermogens goed worden benut. Volgens zijn deugdenethiek zou ieder mens moeten streven naar eudaimonia: gelukzaligheid. De ‘gulden middenweg’ vormt hierbij de sleutel. Een goed mens is hij die bijvoorbeeld niet laf of roekeloos is, maar moedig. Dit ‘gulden middenweg’-idee is op alles van toepassing. Van evenwicht en matigheid wordt de mens gelukkig en bereikt hij eudaimonia, aldus Aristoteles.

 

 

 

Weerlegging van Herakleitos

 

Reflecterend op Aristoteles filosofische voorgangers, heeft zijn gedachtegoed enkele implicaties. Neem het voorbeeld van de presocraat Herakleitos, die van mening was dat het onmogelijk is om tweemaal in dezelfde rivier te stappen. Omdat een rivier ‘stroomt’ en continu in beweging is, is het immers nog geen twee seconden dezelfde rivier, zo argumenteerde Herakleitos. Aristoteles vond dit onzin. De rivier bestaat immers niet slechts bij de gratie van haar materie, het water. Ondanks dat het water stroomt en de materie dus continu verandert, behoudt de rivier als geheel namelijk zijn vorm. En door het voortbestaan van deze vorm, behoudt de rivier ook zijn ‘identiteit’ als rivier. Daarom is een rivier niet op twee momenten verschillend, en is het prima mogelijk om vaker in dezelfde rivier te stappen.

 

 

Aristoteles’ vrouwbeeld

 

Het onderscheid dat Aristoteles maakte tussen vorm en materie had overigens nogal kwalijke gevolgen voor zijn ‘vrouwbeeld’. Vrouwen zag hij als onvolledige mannen, ze misten iets. Volgens Aristoteles erfden kinderen bovendien alleen mannelijke eigenschappen. In zijn bewoordingen verschaft de ‘passieve en ontvangende’ vrouw die een kind baart slechts de materie, terwijl de ‘actieve en vormende’ man de essentiële vorm voor zijn rekening neemt. In de middeleeuwen droeg dit idee onder meer bij aan de visie op de ‘ondergeschikte’ vrouw. Niettemin bood Aristoteles’ filosofie inzicht in natuurverschijnselen die tot op de dag van vandaag hun waarde bewijzen, en waar de westerse filosofie nog eeuwen op voort kon borduren.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Josephine Baker

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

Als danseres is Josephine Baker hét symbool voor de levendige cultuur van de Afro-Amerikanen. Als ze naar Parijs vertrekt raken de Fransen diep onder de indruk van haar bijzondere manier van dansen in bijvoorbeeld de ‘jungle bananendans’. Van vaudeville danseres groeit ze uiteindelijk uit tot een van de best betaalde beroemdheden in de wereld. Josephine Baker werd geboren op 3 juni 1906.

 

 

circa 1925: Portrait of American-born singer and dancer Josephine Baker (1906 - 1975) lying on a tiger rug in a silk evening gown and diamond earrings. (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

circa 1925: Portrait of American-born singer and dancer Josephine Baker (1906 – 1975) liying on a tiger rug in a silk evening gown and diamond earrings. (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

 

Baker werd geboren als Freda Josephine McDonald in Saint Louis, Missouri. Ze groeide op in een arm gezin zonder vader. Josephine werkte als kind al als babysitter en dienstmeid bij rijke, blanke families om thuis bij te dragen in de kosten. Toen ze dertien jaar oud was, was Josephine kort getrouwd met Willie WeIs, waar ze in 1919 van scheidde. Twee jaar later hertrouwde Josephine met Willie Baker, maar ook dit huwelijk duurde niet lang. Na de echtscheiding behield Josephine echter wel de naam ‘Baker’.

Als jong volwassene koos Baker ervoor danseres te worden. In 1922 mocht ze in de musical ‘Shuffle Along’ dansen en toerde ze met haar dansgroep door Philadelphia. Vlak daarna maakte Baker haar debuut op Broadway in New York, waar ze in de show ‘Chocolate Dandies’ optrad. Baker maakte op velen een grote indruk door haar uitdagende manier van dansen.

Baker vertrok in 1925 naar Parijs om daar op te treden in het Théatre des Champs Elysées. In de show ‘La Revue Negre’ danste ze met andere Afro-Amerikanen op Jazz muziek. Baker was vooral bij veel linkse artistiekelingen in trek. Picasso en Hemingway waren hier enkele voorbeelden van. In 1926 voerde ze haar bekende ‘jungle bananen dans’ uit, slechts gekleed in een rokje van rubberen bananen. Datzelfde jaar opende Josephine de nachtclub ‘Chez Josephine’.

In de jaren ’30 maakte Josephine haar debuut als zangeres en speelde ze in verschillende films. Ze verkreeg in 1937 de Franse nationaliteit door haar huwelijk met de Fransman Jean Lion. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloot Baker zich aan bij het Franse verzet en trad ze op voor de troepen in Afrika en het Midden-Oosten. Na de oorlog reisde ze meerdere keren naar de VS om deel te nemen aan demonstraties van de civil rights movement. Josephine bleef tot haar dood optreden als danseres. Ze overleed uiteindelijk op 12 april 1975 in Parijs aan een hersenbloeding.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

 

Confucius (551 v. Chr. – 479 v. Chr.)

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

Confucius was een Chinees filosoof. De Chinezen vieren zijn verjaardag op de 27ste dag van de 8ste maand, maar volgens de westerse kalender werd Confucius geboren op 24 september 551 voor Christus.

 

 

chinese-school-confucius

 

In zijn jeugd werkte Confucius onder andere als boekhouder en ontwikkelde hij een sterke ethische visie. Toen hij de volwassen leeftijd bereikte besloot hij het ouderlijk huis te verlaten en rond te gaan trekken om zijn leer te ver-spreiden. Confucius bezocht verschillende krijsheren met als doel hen ervan te overtuigen dat zij hun volk op een deugdelijke manier moesten regeren, maar zij wezen hem af.

Een deel van de lokale bevolking geloofde echter wel in zijn leer en al snel kreeg Confucius een grote schare vol-gelingen. De belangrijkste opvatting van Confucius was de Gulden Regel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Na zijn dood in 479 voor Christus verspreidden zijn volgelingen het Confucianisme over een groot deel van Azië.

 

 

 

Confucius staat bekend om zijn vele wijze uitspraken

 

‘Wanneer je de toekomst wilt weten, bestudeer dan het verleden.’

‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat een ander niet.’

Alleen de aller wijsten en de aller dwaasten veranderen nooit van mening.’

‘Een wijs man zoekt het in zichzelf, een dwaas zoekt het in anderen.’

 

 

Confucius was het grootste gedeelte van zijn leven privéleraar. Hij zag het als zijn taak mensen te inspireren tot het goede en de teloorgang van de zeden tegen te gaan. Bij elkaar heeft Confucius 3000 studenten gehad. Stu-deren om kennis over jezelf en over de buitenwereld op te doen was zeer belangrijk in de leer van Confucius. Dit probeerde hij over te brengen op zijn studenten. Veel Chinezen noemen hem dan ook de Grote Leraar.

De leer van Confucius had één Gulden Regel. Deze regel draait om vergeving. De wijsheid die hierbij hoort is: ‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat ook een ander niet.’ Tegenwoordig is het confucianisme een filosofie die de leer van Confucius volgt, welke een zeer grote invloed heeft gehad in Oost-Azië. De zes deugden waar de leer op stoelt, zijn :

 

 

menselijkheid,

kinderlijke gehoorzaamheid,

rechtvaardigheid,

fatsoen,

trouw,

wederkerigheid.

 

 

Zijn vele wijsheden zijn algemeen bekend en Confucius uitte deze om zijn leer te verduidelijken. Tijdens zijn leven heeft hij nooit de kans gehad om zijn filosofie in de praktijk te brengen. Zijn studenten zijn zeer belangrijk ge-weest bij de verspreiding van het gedachtegoed van het confucianisme na de dood van Confucius.

Tijdens de heerschappij van de Han-dynastie, van 206 voor Christus tot 220 na Christus, was de leer van Confucius in China een prominente doctrine. Het confucianisme heeft een sterke invloed gehad op de culturen van China, Taiwan, Korea, Singapore, Vietnam en Japan. De morele waarden van Confucius zijn tegenwoordig nog steeds van groot belang in het oosten van Azië.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Bonnie en Clyde

Standaard

  categorie : beroemde mensen

 

 

 

Bonnieclyde_f

 

 

 

Romance Bonnie en Clyde

 

Clyde Barrow (geboren op 24 maart 1909) en Bonnie Parker (geboren op 1 oktober 1910) leerden elkaar in 1930 kennen via een gezamenlijke vriend. Beiden woonden in Texas en waren opgegroeid in armoede. Bonnie, destijds 19, was al getrouwd met Roy Thornton, die in de gevangenis zat. Hoewel zij een relatie kreeg met Clyde is zij offi-cieel nooit van Roy gescheiden. Binnen een paar weken na hun ontmoeting werd Clyde veroordeeld voor eerdere misdaden. Op 11 maart 1930 wist hij uit de gevangenis te ontsnappen met behulp van een geweer dat Bonnie naar binnen had gesmokkeld. Binnen een week werd hij weer opgepakt en vastgezet. Op 2 februari 1932 was Cly-de weer een vrij man.

 

 

 

Spoor van dood en vernieling

 

Na zijn vrijlating in 1932 begon het stel kleine overvallen te plegen. Tijdens één van deze overvallen werd Bonnie opgepakt. Door een gebrek aan bewijs werd zij echter spoedig vrijgelaten. Het stel trok vervolgens twee jaar door maar liefst vijf staten (Texas, Oklahoma, Missouri, Louisiana en New Mexico), waarbij zij een spoor van dood en vernieling achter zich lieten. Zij opereerden niet altijd met z’n tweeën: verschillende personen sloten zich aan bij het stel, waaronder de broer van Clyde en zijn vrouw. De groep werd ook wel de ‘Barrow Gang’ genoemd.

Hun misdaden betroffen onder meer bankroven, autodiefstallen, ontvoeringen en moorden. Het stel was trots op hun misdaden en Bonnie stuurde zelfgemaakte gedichten over hun daden en foto’s van het stel naar de krant. Op deze foto’s zijn de twee als verliefd stel te zien. Omdat zij zich voornamelijk richtten op de rijke bovenlaag en middenstanders juist vaak ontzagen,  verwierven zij een zekere heldenstatus.

 

 

 

Hinderlaag Bonnie en Clyde

 

Aan hun rooftocht kwam op 23 mei 1934 een einde, toen zij in een hinderlaag van de politie terechtkwamen. Dit kwam als een verrassing voor het stel, want ondanks hun indrukwekkende arsenaal hadden zij niet de tijd om naar hun wapens te grijpen. Bonnie en Clyde werden ter plekke door een regen van kogels gedood.

 

 

6f9250dce3a9d49b959e8e777fc08afc

 

 

 

slide_329376_3219590_free

 

 

 

Het volksverhaal van Texas

 

Bonnie Parker, geboren op 1 oktober 1910 in Rowena, Texas. Haar ouders waren hard werkende fabrieksarbeiders en leefden rond het minimumloon. Ze was een goede studente op de middelbare school. Ze sprong er vooral uit met creatief schrijven en had een zwak voor kunst. Haar favoritiete kleur was rood; als ze het ooit zou kunnen be-talen zou ze alleen modieuze kleding kopen in díe kleur. Als kind overleed haar vader op jonge leeftijd en haar moeder werd daardoor gedwongen om Bonnie en haar broertje en zusje naar Cement City te brengen, waar ze mochten wonen bij hun grootouders. Op 16 jarige leeftijd trouwde ze. Ze werd serveerster. Verveeld en bang wist ze dat het leven haar veel meer te bieden had.

Clyde Chesnut Barrow, bruin haar met zijscheiding, bruine ogen. Vrouwen vonden hem aantrekkelijk. Zijn ouder waren arme boeren en het werd van hem veracht dat hij meehielp op de katoenvelden van Teleco, TX. Later ver-huisde hij met ouders, broers en zussen naar een buitenwijk van Dallas, waar zijn vader werkte bij een benzine-pomp. Ook hij, verveeld en arm wist dat het leven méér te bieden had dan dit. Bonnie en Clyde waren voor elkaar bestemd. Terwijl ze banken en winkels overvielen in 5 staten: Texas, Oklahmoma, Missouri, Louisiana en New Me-xico, waren de Amerikanen geschokt over hun ‘Robin Hood’ avonturen. De voorstelling van een jong meisje als Bonnie die opeens in het rijtje van rovende motorbandieten behoorde was nog het meest opzienbarend.

 

 

 

Bonnie & Clyde

 

In hun gestolen auto’s hadden Clyde en Bonnie altijd een Kodak camera liggen. Ze vonden het prachtig om op dramatische wijze te poseren met grote geweren en revolvers. Ze poseerden vaak omarmd of zoenend. Omdat ze wisten dat hun tijd samen beperkt was beslisten ze tot hun dood overvallen te plegen. Bonnie’s laatste verzoek aan haar moeder was: “Breng me niet op een begraafplaats, breng me thuis”. Clyde is nooit zijn eerste  dagen in west Dallas vergeten. De gedachte alleen al om dagen lang onder een viaduct te wonen met nog meer gezinnen, omdat ze zo arm waren, maakte hem ziek. Clyde en zijn broer Ivan, “Buck”, spijbelden wel eens op school en gingen dan bij de andere kinderen zitten in de achterbuurt van Dallas.

Terwijl de jongens aan het spijbelen waren, liep ondertussen een knap meisje rond op de Cement City High School die alle aandacht kreeg van de jongens daar. Bonnie Parker was een erg goede studente volgens haar le-raren. Het enige wat voor problemen zou zorgen was Roy Thornton. Hij was een van de “slechte jongens”. Nie-mand was dan ook verrast dat Bonnie op haar 16e van school ging en wegliep. Clyde en Buck gingen ook al van school om hun dagen al slapend en rondhangend door te brengen.  Op een dag stalen ze een auto en reden ermee over de boulevard. Ze wilden geld en beslisten om een winkel te gaan overvallen.

De buit was al snel binnen en werd verdeeld op de achterbank van de auto. Een rondrijdende patrouille wagen van de politie was hen  gevolgd. Buck botste de auto tegen een lantaarnpaal aan, Clyde ontsnapte maar Buck werd meegenomen. Hij moest enkele jaren zitten in Huntsville State Prison. Ook de echtgenoot van Bonnie, Roy, werd in de zelfde tijd als Buck veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Bonnie verhuisde en werd serveerster ergens midden in Dallas. Het serveren was een harde baan. Er waren veel onaardige flirtende mannen in het eet-huis, maar 1 man (een politie agent) was altijd erg vriendelijk en zei altijd goedendag. Niemand had ooit geweten dat hij een van de mannen zou zijn die haar zou neerschieten.

Clyde ging ondertussen door met overvallen te plegen. Het politie korps wist dat hij er achter zat, maar had niet genoeg bewijs. Clyde had gehoord dat een zus van een van zijn maten gevallen was. Hij dacht dat een bezoekje haar goed zou doen. Daar aangekomen ontmoette hij Bonnie Parker. Het was liefde op het eerste gezicht voor beide. Bonnie vergat zonder moeite haar man en reed zelfs in de auto van de bende terwijl Clyde en zijn vrienden winkels overvielen. Op 12 februari 1930 hoorde Clyde dat mannen in lange zwarte jassen naar hem vroegen in Dallas. Clyde vertelde aan Bonnie zijn criminele verleden en besloot even de stad uit te gaan. Hij beloofde haar op de hoogte te houden doormiddel van ansichtkaarten.

Die avond werd Clyde gearresteerd. Clyde zat zijn dagen uit in Waco en wachtte op zijn proces. Bonnie stuurde hem brieven en verhuisde naar haar nicht Mary in Waco. Tijdens bezoeken aan Clyde smokkelde ze een pistool binnen. Clyde kon ontsnappen. Thuis las Bonnie vol geluk het grote nieuws in de krant. Even later werd Clyde na een overval weer opgepakt en terug gebracht naar de gevangenis in Waco, Texas. Clyde kreeg 14 jaar en werd overgeplaatst naar Eastham Prison Farm Number 2 in Huntsville. Omdat de financiële status van de Barrow’s zo slecht was kwam Clyde na 2 jaar vrij vrij. Clyde begon meteen Bonnie weer te zien en hun liefde werd intensie-ver. Ze begonnen aan een lange reeks overvallen.

Op 30 April brak Clyde in bij een drogist. Hij schoot hem neer en werd een moordenaar  Clyde wist nu dat hij de doodstraf zou krijgen. Hij maakte de keus om voortvluchtig te blijven. Bonnie beloofde hem bij te staan tot het einde. Na een overval in Oklahoma waar weer een dode viel gingen Bonnie en Clyde richting New Mexico waar een tante van Bonnie woonde, Nettie. Een voorbij rijdende politieagent die dacht dat de auto gestolen was, belde aan. Hij werd ontvangen door het pistool van Clyde. Dagen later werd de agent heelhuids vrijgelaten. Hij zorgde ervoor dat de wereld kennis maakte met het gevaarlijke duo. Ze hadden hun naam vol trots aan hem verteld: Bonnie en Clyde.

Bonnie en Clyde waren nu voorpagina nieuws.  Ze besloten voor het eerst een bank te overvallen. In maart 1933 kwam Buck vrij uit de gevangenis en ging met Clyde mee. Hij bracht zijn mooie maar sterke vrouw Blanche met zich mee.Op een dag hadden ze een confrontatie met de politie. Buck was zwaargewond, Blanche had glas in haar ogen gekregen en was blind. Bonnie en Clyde vluchtten het bos in en lieten Buck en Blanche achter. Buck stierf 3 dagen later in een ziekenhuisbed, zijn hoofd en hersenen half weg. Blanche kreeg 10 jaar in een vrouwen-gevangenis. Op 6 mei zagen ze hun familie voor het laatst in Dallas. De politie was er achter gekomen waar ze overnachtten. Op 23 mei namen scherpschutters hun plaats in. Bonnie en Clyde gingen net na zonsopgang op weg richting een nabij stadje. De politie koos ervoor om niet een waarschuwing uit te roepn maar om alleen “SHOOT!” te commanderen. Er werden in totaal 176 schoten gelost.

 

 

BonnieClydecar-1

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA