Categorie archief: Beroemde mensen

Yves Rocher

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Yves Rocher (La Gacilly, 7 april 1930- Parijs, 26 december 2009) was

de stichter en de

 

eigenaar van het cometicabedrijf en -merk Yves Rocher.

 

 

 

B960_146901_0256

 

 

 

In 1958 startte hij met de verkoop door krantenadvertenties van een aambeienzalf. Uit dit bescheiden begin groeide in de volgende jaren zijn postorderbedrijf. In 1968 opende hij zijn eerste fabriek en in 1970 zijn eerste winkel. Bij zijn overlijden was hij actief in 88 landen en haalde een omzet van € 2 miljard. Naast het eigen merknaam heeft het bedrijf ook de merken Daniel Jouvance, Dr Pierre Ricaud, Isabel Derroisné, Kiotis, Petit Bateau en Galérie Noémi in portefeuille.

Het is nog altijd een familiebedrijf en niet beursgenoteerd. De familie heeft nagenoeg alle aandelen in handen. Er werken zo’n 15.000 mensen en de onderneming is momenteel aanwezig in 102 landen. Frankrijk is met een aandeel van bijna 40% in de totale omzet de belangrijkste afzetmarkt, gevolgd door de rest van Europa waar nog eens 45% van de omzet wordt behaald.  Het bedrijf produceert producten die gebaseerd zijn op natuurlijke grondstoffen. Bovendien zijn alle producten proefdiervrij.

Yves Rocher was ook actief in de plaatselijke politiek en was burgemeester van zijn geboortedorp La Gacilly van 1962 tot 2008. Yves Rocher  is ontstaan vanuit de visie van een man die geloofde in plantaardige cosmetica. Yves Rocher heeft een breed aanbod aan plantaardige beauty producten zoals onder andere gezichtsverzorging, lichaamsverzorging, make-up, parfum, bad en douche producten, een herenlijn en nog veel meer.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

Louis Braille, de bedenker van het brailleschrift

Standaard

categorie: beroemde mensen

.

.

.

Op vijfjarige leeftijd raakt Louis Braille als gevolg van een ongeluk met een priem blind aan beide ogen. Vervolgens besluit hij de rest van zijn leven te wijden aan het ontwikkelen van een aparte schrijfmethode voor blinden. Opmerkelijk genoeg creëert hij het uiteindelijke resultaat, het brailleschrift, met behulp van het werktuig dat hem oorspronkelijk verblindde: een priem. Louis Braille werd geboren op 4 januari 1809.

 

 

 

 

160

 

 

 

 

Louis Braille (1809-1852)

 

Hij was de Franse bedenker van het brailleschrift. Hij werd geboren op 4 januari 1809 in een dorpje vlakbij Parijs. Op driejarige leeftijd kreeg Louis bij een ongeluk in de werkplaats een kleine priem in zijn rechteroog, waardoor het geïnfecteerd raakte. Niet veel later sloeg de infectie over op zijn andere oog en rond zijn vijfde levensjaar was hij volledig blind.

Ondanks het ongeluk leerde Louis al snel omgaan met zijn beperkingen en maakte hij indruk op de lokale priester als een intelligente leerling. Op tienjarige leeftijd werd hij toegelaten tot het ‘Nationale Instituut voor Blinde Jongeren’ te Parijs. Daar kwam hij in aanraking met het ‘nachtschrift’, een systeem van reliëfcodes dat was bedacht door de Franse officier Charles Barbier om aan het front ’s nachts boodschappen door te kunnen geven.

Braille besloot het schrift aan te passen om het geschikt te maken voor blinden en presenteerde in 1829 de eerste versie van het brailleschrift. De rest van zijn leven wijdde hij aan het perfectioneren van het systeem. Louis Braille overleed 6 januari 1852, twee dagen na zijn 43ste verjaardag. Pas twee jaar na zijn dood werd het brailleschrift officieel ingevoerd als lesmethode op het Nationale Instituut voor Blinde Jongeren.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Socrates ; grondlegger van de filosofie

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

“Ik weet maar één ding en dat is dat ik niets weet.” Hij wordt gezien als één van de grondleggers van de westerse filosofie. Hij denkt veel na over ethische kwesties en uit felle kritiek op de Atheense maatschappij. De Atheense leiders zien hem als een gevaar en dwingen hem om zelfmoord te plegen. Socrates werd vermoedelijk geboren op 4 juni 470 voor Christus.

 

 

 

Portrait Herm of

 

 

 

Er zijn weinig details over Socrates beschreven. In de meeste werken over hem ontbreken jaartallen. Het leven van Socrates is dus deels een mysterie, en alles wat over hem is geschreven komt van zijn vrienden en volgelingen. Socrates werd geboren in Athene als de zoon van steenhouwer Sophroniscus en zijn vrouw Phaenarete. Hij trouwde op late leeftijd met Xanthippe, een meisje naar verluidt 40 jaar jonger was dan hij. Samen kregen ze drie zoons, Lamprocles, Sophroniscus en Menexenus.

Aanvankelijk nam Socrates het beroep van zijn vader over, maar hij ging al snel in het Atheense leger dienen waarin hij vocht tijdens de Peloponnesische oorlogen (431 v.C.-404 v.C.). Socrates filosofeerde over het leven maar vooral over goedheid en gerechtigheid. Hij probeerde probleemstellingen te beantwoorden door ze af te breken tot een reeks vragen. Het was zijn gewoonte om alles in twijfel te trekken.

Toen een andere filosoof tegen Socrates zei dat hij twijfelde aan een theorie van hem, antwoordde Socrates: “Ik weet dat je me niet gelooft, maar het beste dat een mens kan doen is te twijfelen aan zichzelf en anderen.” De bekendste filosofische uitspraak van Socrates was dan ook: “Ik weet maar één ding en dat is dat ik niets weet.” Hij had een grote schare aan leerlingen en volgelingen. Onder hen was ook Plato, die zelf eveneens een belangrijk filosoof zou worden.

Socrates onderwees zijn leerlingen over zijn filosofische visie en haalde zich daarbij de woede van de Atheense bovenklasse op de hals. Socrates was een uitgesproken atheïst en hij deelde zijn denkbeelden met veel van de Atheense jongeren. Al snel was de maat vol voor veel Atheners. Socrates werd aangeklaagd voor het corrumperen van de Atheense jeugd en voor ongelovigheid. Hij werd veroordeeld tot de dood. Socrates dronk een mengsel van de giftige plant conium, waaraan hij in 399 voor Christus overleed.

 

 

 

 

Conium maculatum - Köhler–s Medizinal-Pflanzen-191.jpg       conium ; gevlekte scheerling

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

  Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij .‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De gebroeders Wright

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

De eerste vlucht van de gebroeders Wright

 

Op 17 december 1903 overbrugt Orville Wright gedurende 12 seconden een afstand van 37 meter door de lucht. De eerste gemotoriseerde vlucht ooit komt op hun naam te staan. John T. Daniels, tot op dat moment onbekend met de wereld van fotografie, legt het historische moment vast. Zo worden de broers twee pioniers in de geschiedenis van de luchtvaart.

 

 

 

 

 

 

Orville (1871-1948) en zijn oudere broer Wilbur (1867-1912) zijn de zonen van Milton en Susan Wright. Ze wonen in Dayton, Ohio. Beide jongens hebben geen interesse om te studeren. Rond 1889 baten Orville en Wilbur samen een drukkerij uit en in 1896 openen ze The Wright Cycle Company om het beroep van fietsenmaker uit te voeren.

 

 

 

 

 

  Hun eerste experimenten

 

Aan het einde van de 19e eeuw worden er veel vruchteloze pogingen ondernomen om vliegmachines te bouwen. Rond 1850 experimenteert men wel al met zweefvluchten, maar de eerste gemotoriseerde vlucht laat nog op zich wachten. De gebroeders Wright vinden hierin hun nieuwe uitdaging. Na een aantal mislukte testvluchten met zweefvliegtuigjes, zogenaamde ‘tweedekkers’, lukt het de Wrights rond 1900 om de gewenste vleugelvorm te bepalen en bij benadering te realiseren.

Dit kon tot stand komen door testen uit te voeren in een windtunnel met vleugelprofielen op nauwkeurige schaal. In 1902 testen zij met succes een zweefvlieger die naar dit nieuwe vleugelontwerp in elkaar was gezet. Voor hun te ontwerpen vliegtuig moeten de broers een motor bouwen die geschikt is voor de kracht van de propellers, de overbrenging van de motorkracht en de besturing. Ze krijgen hulp van hun vriend Charles Taylor.

De broers kiezen een strand bij Kitty Hawk uit, gelegen in Noord Carolina, om hun eerste experimenten uit te voeren omdat er meestal een krachtige wind waait en zij zonder al te veel pottenkijkers hun gang kunnen gaan. Op 14 december wordt een eerste poging ondernomen, maar deze mislukt.

 

 

 

 

De eerste successen

 

Op 17 december 1903 worden de jaren van inspanning beloond. Vergezeld door een aantal vrienden, waaronder John T. Daniels, testen de gebroeders hun Wright Flyer ook op het strand bij Kitty Hawk. Hun vliegtuig is voorzien van nieuwe propellers en een door Charlie Taylor ontworpen benzinemotortje. John Daniels is zo onder de indruk bij het zien van het opstijgende vliegtuigje, bestuurd door Orville, dat hij bijna vergeet het ‘beslissende moment’ op foto vast te leggen.

 

 

 

 

 

 

De Wright Flyer stijgt die dag nog driemaal kortstondig op en legt bij de laatste poging 300 meter af  in 59 seconden. Rondreizen in Europa, met ontmoetingen met onder meer Louis Blériot, leveren veel publiciteit op, maar ook groot respect omwille van hun uitgebreide kennis. Enige stunts, zoals een vlucht rond het Vrijheidsbeeld en over de RMS Lusitania in de haven van New York, zorgen voor een grote publieke bekendheid en erkenning. Er worden in Duitsland Wright-fabrieken opgericht, evenals in Dayton.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Archimedes

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Archimedes, Gr.: Archimèdès (Syracuse, Sicilië, 287 v.C. – aldaar 212 v.C.), de grootste Griekse wiskundige, heeft volgens de overlevering in Alexandrië gestudeerd en heeft verder in Syracuse als adviseur aan het hof van Hiero II vertoefd. Hij is een van de weinige wetenschappelijke persoonlijkheden van de Oudheid van wier leven enige details zijn overgeleverd.

 

 

Zo verhaalt Vitruvius dat hij, nadat hij in het bad de zgn. wet van Archimedes over ingedompelde lichamen had gevonden, ongekleed naar huis liep, roepend: ‘Heurèka’ (Ik heb het gevonden). Plutarchus en anderen vermeldden dat hij gedurende het beleg van Syracuse door de Romeinen (214–212) oorlogsmachines samenstelde (o.a. grote katapulten en brandspiegels) en dat hij bij de inneming van de stad door een soldaat werd gedood, ondanks het bevel van de Romeinse bevelhebber Marcellus hem te sparen.

.

 

 

 

 

Archimedes verenigde in zijn werk de strengheid van het Grieks meetkundige denken met de rekenvaardigheid van de Oosterse wiskunde. Zijn betekenis ligt in de eerste plaats in zijn behandeling van vraagstukken die nu tot de integraalrekening worden gerekend.

In de verhandeling Over de bol en de cilinder bewees hij o.a. dat de inhoud van de bol gelijk is aan die van de omschreven cilinder. In ‘Over conoïden en sferoïden’ (twee boeken) bewees hij vele stellingen over inhouden van omwentelingsoppervlakken van kegelsneden. In ‘Over spiralen’ vindt men theorema’s over raaklijnen aan en oppervlakken gevormd door de spiraal van Archimedes. Zijn bekendste verhandeling is Cirkelmeting.

Archimedes is een van de grondleggers van de statica van vaste en vloeibare lichamen. In zijn twee boeken ‘Over het evenwicht van vlakken’ vinden wij de wet van de hefboom en beschouwingen over zwaartepunten; in zijn twee boeken ‘Over drijvende lichamen’ wordt niet alleen de ‘wet van Archimedes’ afgeleid, doch ook een aantal eigenschappen over het gedrag van omwentelingsparaboloïden die in een vloeistof zijn gedompeld.

In de Zandrekening wordt een methode gegeven om grote getallen uit te drukken; zijn methode is decimaal en berust op eenheden van hogere orde. Archimedes benoemde ook de bepaling van de dertien zgn. halfregelmatige lichamen (Archimedische lichamen).

Aan Archimedes zijn ook verscheidene uitvindingen toegeschreven, o.a. de schroef van Archimedes. Met zijn onderzoekingen over de hefboom is zijn (onderstelde) gezegde verbonden: ‘Geef mij een standplaats en ik kan de aarde bewegen’ (dos moi pou sto kai kino tèn gèn). Ook wordt aan hem een planetarium toegeschreven, waarvan men bij Cicero een beschrijving vindt.

 

 

 

Archimedes
Archimedes door Domenico Fetti, 1620[1]
Archimedes door Domenico Fetti, 1620
Algemene informatie
Volledige naam Archimedes van Syracuse
Geboren Syracuse287 v.Chr.
Overleden Syracuse212 v.Chr.
Beroep Wiskundigenatuurkundigeingenieuruitvinder en sterrenkundige
Bekend van Wet van ArchimedesSchroef van Archimedeshydrostaticastatica

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moeder Teresa

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

 

 

Moeder Teresa, geboren in Macedonië (1910), geeft jarenlang les in Calcutta in India. In 1946 besluit zij zich in te zetten voor arme en zieke mensen. Ze sticht de orde van de Missionarissen van Naastenliefde. De organisatie is inmiddels een grote wereldwijde hulpverlener. Voor haar werk ontving Moeder Teresa vele onderscheidingen, zoals de Nobelprijs voor de Vrede. Toch was er ook kritiek op haar religieuze ideeën.

 

 

 

92ed2-mother-teresa1

 

 

 

 

Moeder Teresa werd geboren op 26 augustus 1910 in Skopje, in het huidige Macedonië, als Agnes Gonxha Bojaxhiu. Zij kwam uit een Albaanse familie en raakte op 12-jarige leeftijd overtuigd van haar roeping als missionaris van God. Toen zij achttien jaar oud was sloot zij zich aan bij de orde van de Zusters van Loreto en koos voor de naam Teresa, als eerbetoon aan de Heilige Theresia.

 

 

 

Moeder Teresa geeft les in Calcutta

 

Na enkele maanden scholing in Dublin vertrok Teresa in 1928 naar India. Op 24 mei 1931 werd zij daar officieel non en stuurden de Zusters van Loreto haar naar Calcutta. Daar ging zij lesgeven op de St. Mary’s school voor arme meisjes uit de sloppenwijken van de stad. Teresa leerde er zelf Bengaals en Hindi spreken en onderwees de kinderen in aardrijkskunde en geschiedenis.

In 1937 legde Teresa voor de tweede keer haar gelofte af dat zij zich in armoede en volgens de regels van de orde in zou zetten voor de samenleving, iets dat zij bij haar benoeming tot non ook al had moeten doen. Vanaf dat moment ging zij ‘Moeder’ Teresa heten.

 

 

 

Roeping van Moeder Teresa

 

Tijdens een treinreis naar Darjeeling, waar de orde haar hoofdvestiging had, kreeg Teresa naar eigen zeggen van God de opdracht om voor de armen te zorgen. Doordat zij gehoorzaamheid had gezworen aan de orde duurde het nog anderhalf jaar voor zij in 1948 toestemming kreeg. Ze volgde zes maanden een medische opleiding en ging in augustus 1948 de sloppenwijken van Calcutta in.

 

 

 

Orde van de Missionarissen van Naastenliefde

 

In de begindagen werkte Moeder Teresa voornamelijk alleen. Ze gaf op straat les aan kinderen en begeleidde stervende mensen in een oud gebouw dat zij van de stad mocht gebruiken. Ondertussen probeerde ze bij de katholieke kerk erkenning te krijgen voor een eigen religieuze orde, de Missionarissen van Naastenliefde. In oktober 1950 kreeg zij die toestemming.

De orde groeide snel doordat leden van Zusters van Loreto zich bij haar aansloten. Er kwam internationale aandacht voor het werk van Moeder Teresa en met de vele donaties die zij ontving kon zij onder meer een weeshuis, mobiele doktersposten en woonruimte voor mensen met lepra financieren.

 

 

 

Wereldwijde erkenning

 

De aandacht voor het werk van Moeder Teresa steeg nog verder doordat paus Paulus VI haar orde in 1965 een ‘decretum laudis’ gaf, wat inhield dat de paus de organisatie onder direct bestuur van het Vaticaan stelde. Deze hoge eer leidde er toe dat Moeder Teresa besloot haar orde internationaal te verspreiden.

Sindsdien groeide de organisatie uit tot een orde met afdelingen in Oost-Europa, Azië, Latijns-Amerika en Afrika. In de jaren ’90 had de orde vierduizend leden in meer dan honderd landen en werd het werk ondersteund door bijna één miljoen vrijwilligers.

 

 

 

Nobelprijs en controverse over Moeder Teresa

 

Moeder Teresa ontving in 1979 de Nobelprijs voor de Vrede vanwege haar hulp aan mensen in armoede en nood. Toch was Moeder Teresa niet geheel onomstreden. Veel mensen namen aanstoot aan haar streng katholieke ideeën over bijvoorbeeld geboortebeperking en abortus. Moeder Teresa overleed op 5 september 1997. De katholieke kerk is daarna een proces gestart dat tot een heiligverklaring kan leiden.

Daarvoor moet worden aangetoond dat zij minstens twee wonderen heeft verricht. Het eerste wonder, de genezing van een Indiase vrouw met kanker, wordt door medici sterk betwijfeld, omdat zij de vrouw een jaar lang intensief behandelden, maar vooral omdat artsen twijfelden of de vrouw überhaupt wel kanker had.

Daarnaast kwam uit een recent Frans onderzoek naar voren dat Moeder Teresa waarschijnlijk enkele miljoenen euro’s aan donaties heeft achtergehouden. Die controverse doet echter niet af aan de jarenlange inzet van Moeder Teresa voor armen en zieken wereldwijd.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Martin Luther King : i have a dream

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

 

Martin Luther King

 

 

 

26 May 1966 --- Reverend Dr. Martin Luther King Jr. --- Image by © Bettmann/CORBIS

26 May 1966 — Reverend Dr. Martin Luther King Jr.

 

 

 

“Ik heb een droom dat mijn vier kinderen op een dag zullen leven in een natie waar ze niet beoordeeld zullen worden op de kleur van hun huid, maar naar de inhoud van hun karakter.” Met deze beroemde ‘I have a dream’ toespraak groeide Martin Luther King Jr. op 28 augustus 1963 uit tot een van de belangrijkste leiders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.

 

 

 

Rosa Parks

 

Martin Luther King werd op 15 januari 1929 geboren in Atlanta. Nadat hij zijn doctoraat behaalde in theologie werd hij in 1955 dominee in Montgomery. Nog geen jaar later werd deze stad het toneel van een nationale rel toen de zwarte vrouw Rosa Parks op 1 december 1955 weigerde haar plaats voor in de bus af te staan aan een blanke passagier.

Die besloot er vervolgens de politie bij te halen, waarop Parks gearresteerd werd en een boete van 10 dollar kreeg. Zwarten waren namelijk volgens de wet verplicht om achter in de bus te zitten. Op 20 december 1956, 385 dagen na het begin van de boycot, besloot de staat Alabama een einde te maken aan de rassensegregatie in de bussen.

 

 

 

Amerikaanse burgerrechtenbeweging

 

Door zijn betrokkenheid bij de boycot in Alabama groeide King in één klap uit tot een van de meest prominente leiders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. In 1957 zette hij vervolgens de Southern Christian Leadership Conference (SCLC) op, een belangengroepering die de rechten van zwarte Amerikanen in de gehele Verenigde Staten moest verbeteren.

King richtte zich, in navolging van zijn grote idool Mahatma Gandhi, voornamelijk op het geweldloze protest. Zo organiseerde hij demonstraties, vredesmarsen en zogeheten sit-ins. In 1963 gaf hij leiding aan een vreedzame mars naar Washington, waarbij tussen de 200.000 en 300.000 mensen demonstreerden voor burger- en economische rechten voor zwarten.

 

 

 

I have a dream-speech

 

In Washington hield King zijn beroemde ‘I have a dream’-speech. Een jaar later kreeg hij als jongste persoon ooit de Nobelprijs voor de Vrede toegewezen. De vreedzame protesten van King leidden tot resultaat en veel van de eisen werden in 1965 door president Johnson ingewilligd. Op 4 april 1968 kwam er een vroegtijdig einde aan het leven van Martin Luther King jr. toen hij werd neergeschoten op het balkon van het Lorraine Motel in Memphis.

“Ik heb een droom dat op een dag dit land zal opstaan en de ware betekenis van haar credo zal naleven: ‘Wij vinden de volgende waarheden vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn’. Ik heb een droom dat op een dag, op de rode heuvels van Georgia, de zonen van voormalige slaven en de zonen van voormalige slavenhouders in staat zullen zijn samen aan te schuiven aan een tafel van broederschap.  Ik heb een droom dat mijn vier kinderen op een dag zullen leven in een land waar zij niet beoordeeld zullen worden op hun huidskleur, maar naar de inhoud van hun karakter. Ik heb een droom vandaag.”

 

Het is één van de beroemdste toespraken uit de geschiedenis, de hierboven geciteerde woorden die (uiteraard in het Engels) op 28 augustus 1963 werden uitgesproken door Martin Luther King Jr. (1929-1968). Zijn publiek bestond uit 250.000 zwarte demonstranten die naar Washington waren gekomen om burgerrechten te eisen. De woorden, uitgesproken op de trappen van het Capitool, het regeringsgebouw van de Verenigde Staten, vormden een geïmproviseerde aanvulling op een eerdere toespraak, maar werden legendarisch.

 

 

 

Moord op Martin Luther King

 

In 1968 ging King naar Memphis om stakende vuilnismannen te steunen. Op 3 april hield hij een toespraak waar 20.000 mensen naar luisterden. De dag erop, op 4 april 1968, werd hij op zijn balkon van het Lorraine Motel doodgeschoten door een sluipschutter.

In 1969 bekende James Earl Ray de moord, maar nam deze verklaring later weer in. Desondanks werd hij veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De familie van King geloofde niet dat hij de dader was en dacht eerder aan een complot van de FBI of CIA. Ray overleed in 1998 aan de gevolgen van Hepatitis C.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’ 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Ferdinand Von Zeppelin

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Ferdinand Von Zeppelin

 

Op 8 juli 1838 wordt in de Duitse stad Konstanz Ferdinand Adolf Heinrich August Graf von Zeppelin geboren. De zoon van hofmaarschalk Friedrich von Zeppelin en Amélie Macaire d’Hogguer zou een Duits uitvinder en luchtvaartpionier worden. Hij bouwt een luchtschip dat nu nog zijn naam draagt.

 

 

Von Zeppelin studeert Polytechnische studies en start in 1855 een militaire carrière die zeer succesvol zou worden. De graaf gaat in 1895 als generaal met pensioen.

 

 

.

 

         De stuurloze luchtballon

 

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865 wordt Von Zeppelin als waarnemer naar de Verenigde Staten gestuurd. Daar ziet hij hoe het leger de heteluchtballon gebruikt om verkenningen uit te voeren. Zeppelin geraakt gefascineerd. Terug in Europa stelt de graaf vast dat de heteluchtballonnen door de Fransen, in de Frans -Duitse oorlog, ingezet worden om bombardementen uit te voeren.

De graaf constateert dat de heteluchtballonnen tekortkomingen hebben. Ze zijn volledig afhankelijk van de wind en niet of nauwelijks bestuurbaar. Von Zeppelin besluit om dat probleem op te lossen en werkt vanaf 1891 aan de bouw van een luchtschip.

 

 

 

 

De Zeppelin

 

Hij patenteert in 1895 de naar hem genoemde Zeppelin, een sigaarvormig vliegend tuig, gevuld met waterstof. Het is zijn bedoeling om de bestuurbare luchtballon voor massatransport van commerciële lasten en personen in te zetten. De zeppelin is vóór de Eerste Wereldoorlog, ondanks vele tegenslagen, bijzonder populair.

Het Duitse leger krijgt interesse in zijn toestellen en zet ze tijdens de oorlog in om Engeland te bombarderen. De luchtschepen blijken echter te langzaam en te log en worden daardoor een gemakkelijk doelwit voor vliegtuigen. Zeppelin sterft in 1917.

 

 

 

 

De Hindenburgramp

 

Op 6 mei 1937 crasht de Duitse zeppelin Hindenburg, het grootste luchtvaartuig ooit gebouwd, op de marineluchthaven Lakehurst in de Verenigde Staten. Een terugblik op de ramp die het einde betekent van het 30 jaar durende gouden tijdperk van de luchtschepen.

 

 

Een ‘zwevend paleis’ wordt het luxe luchtschip genoemd. De zeppelin legt honderdduizenden kilometers af in iets meer dan een jaar tijd en steekt meerdere malen veilig de Atlantische Oceaan over met een maximumsnelheid van 135 km/uur. Elke reis is er ruimte voor vijftig welgestelde passagiers die kunnen genieten van de royale voorzieningen en het panoramische uitzicht. Tot op 6 mei 1937 het noodlot toeslaat.

Als het luchtschip met vertraging in Lakehurst arriveert, voelt kapitein Max Pruss zich genoodzaakt de landing snel in te zetten. Door het stormachtige weer en de scherpe bochten die hij neemt, knapt een kabel, die vervolgens een van de waterstofzakken openscheurt. Een klein vonkje is genoeg om de uiterst brandbare waterstof te doen ontvlammen en het hele schip in as te leggen.

Omstanders kijken machteloos toe en vluchten voor het neerstortende skelet. Onder hen is radioverslaggever Herbert Morrison, die verslag doet van het drama dat hij voor zijn ogen ziet gebeuren. Er vallen 36 doden. Met de Hindenburg-ramp geraakt de rol van de Zeppelin uitgespeeld.

.

.

 

 

 

 

Tegenwoordig worden kleinere Zeppelins nog gebruikt om reclame te maken bij grote evenementen. Sinds het ongeluk met de Hindenburg is een commercieel vliegbedrijf van enig belang met zeppelins niet meer van de grond gekomen.  Er bestaan in Duitsland en de Verenigde Staten nog een paar firma’s die aan het project werken.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Spartacus, de slavenleider

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

In Ben Kane´s ´Spartacus´ belandt de gelijknamige Thraciër als krijgsgevangene in Capua, waar hij wordt getraind tot gladiator. Samen met zijn lotgenot Crixus de Galliër bereidt hij een ware slavenopstand voor die hen moet bevrijden uit de gladiatorenschool. Hoewel er weinig bekend is over Spartacus zijn historici het over een aantal dingen eens.

 

 

 

 

spartacus

 

 

 

Spartacus werd geboren rond 109 voor Christus. Als krijgsgevangen kwam hij terecht in de gladiatorenschool van Lentulus Batiatus. Daar wist hij met een leger van gladiatoren rond 73 voor Christus met veel moeite te ontsnappen. In de historische roman van Ben Kane is te lezen hoe Spartacus versteld staat van zijn overwinning:

“De aanblik van de achtergelaten kostbare voorwerpen doordrong Spartacus ervan wat een idiote prestatie ze hadden geleverd. Terwijl de zegevierende gladiatoren zich aan plunderingen overgaven stond hij alleen en verwonderd in Glabers weelderige paviljoen. ‘Als mijn droom niet mijn dood aankondigt, wat betekent hij dan in godsnaam?’

 

.

 

 

Spartacus traint een groot slavenleger

 

Na de ontsnapping uit de gladiatorenschool van Batiatus zou Spartacus zich hebben voorbereid op een enorme slavenopstand tegen het Romeinse leger. Hij trok naar de Vesuvius om daar een leger om te bouwen van zo’n 70.000 ontsnapte gladiatoren en slaven, die hij aan zware trainingen onderwierp. Spartacus leerde zijn mannen vechten zoals de Romeinen deden, omdat ze anders niet opgewassen zouden zijn tegen de Romeinse legioenen:

“Elke dag, met schild en zwaard, tot ze als legioensoldaten in een linie kunnen staan en bevelen opvolgen in plaats van als maniakken in de aanval te gaan”, zegt Spartacus in de roman van Kane. Historici zijn er erover eens dat Spartacus een talentvolle en strijdlustige legeraanvoerder moet zijn geweest.

 

 

 

Slavenopstand onder leiding van Spartacus

 

De slavenopstand onder leiding van Spartacus zou uiteindelijk duren tot 71 voor Christus. Tijdens deze opstand versloeg Spartacus verschillende Romeinse legioenen, waaronder een aantal onder leiding van Marcus Licinius Crassus, een beruchte en rijke Romeinse politicus die zijn geld onder andere verdiende met de slavenhandel.

Ondanks de vele overwinningen maakte Spartacus’ leger tijdens de slagvelden ontelbare slachtoffers. In het werk van Kane wordt Spartacus’ strijdlust er echter niet minder om: “Ik zal die hufters in Rome eens duidelijk maken dat wij slaven kunnen doen wat we willen. Dat we in elk opzicht hun gelijken zijn.”

Nadat het leger van Spartacus, onderweg naar Sicilië, vanuit verschillende kanten werd aangevallen door Romeinse legioenen, vluchtte hij naar Brundisium. Daar haalde het leger van Crassus hem in, waarbij Spartacus in de slag die volgde rond 71 voor Christus uiteindelijk werd gedood.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 


Aristoteles

Standaard

categorie : Beroemde mensen

 

 

 

Aristoteles (Stagira 384 – Chalcis 322 v.C.), één van de grootste

wijsgeren uit de oudheid



Aristoteles was in de oudheid, waar filosofie en wetenschap nog niet van elkaar gescheiden waren, een veelzijdig wetenschapper. Vooral zijn logica heeft een grote invloed gehad op de latere filosofie. Het belangrijkste element van deze logica is de leer van de oordelen. Aristoteles ging ervan uit dat alle zintuiglijke kennis in principe waar is. Pas in ons verstand leggen wij echter verbanden tussen de ervaringen, in de vorm van oordelen. Wij zien bijvoorbeeld: vrouw, zwart haar. En we vormen ons vervolgens het oordeel, de vrouw heeft zwart haar. Waarover wij spreken (vrouw) is het subject, wat wij ervan zeggen (zwart haar) is het predicaat.

Het meest algemene predicaat is ‘zijn’. Van alle dingen kan men immers zeggen dat ze zijn. Verder introduceerde Aristoteles de termen syllogisme, inductie en deductie. Van de logica zei Aristoteles dat hij deze opvatte als een leerschool voor het denken. Het is de leer van de principes waarop ons denken gebaseerd moet zijn, willen wij de juiste conclusies trekken uit onze waarnemingen. Aristoteles hield zich ook bezig met biologie. Ook dacht hij na over de wetmatigheid waaraan de natuur onderworpen is (hetgeen wij nu natuurkunde zouden noemen). Zo stelde hij bijvoorbeeld dat ‘worden’ niet de overgang is van niets naar iets, maar van potentie (het zaadje) naar verwerkelijking (de boom).

 

 

 

 

 

 

 

1.Leven

 

Zijn vader Nicomachus schreef  boeken over medische en fysische onderwerpen. Aristoteles is vroeg wees geworden. Op zijn zeventiende jaar vertrok hij naar Athene en werd in de Academie van Plato opgenomen, die hij na Plato’s dood (347) verliet. Daarna kwam hij aan het hoofd van een platonische gemeenschap in Assos te staan, trok echter spoedig naar Lesbos, en werd in 342 door koning Philippus naar Macedonië ontboden om de opvoeding van de veertienjarige Alexander te verzorgen. Hij keerde in 335 naar Athene terug, waar hij dertien jaar lang in de Peripatos (wandelgang) van het Lykeion heeft gedoceerd.

Ten gevolge van een anti-Macedonische reactie na Alexanders dood (323) werd hij als collaborateur beschouwd en aangeklaagd wegens goddeloosheid. Anders dan Socrates, die de gifbeker dronk, verliet hij de stad, zeggende dat hij de Atheners een tweede vergrijp aan de filosofie wilde besparen. Een jaar later stierf hij in Chalcis.
Persoonlijke bijzonderheden over hem zijn nauwelijks bekend. Uit zijn testament leren wij hem als een zorgzaam huisvader kennen en als een humaan meester voor zijn slaven. Van enkele vrienden weten wij alleen dat zij hem zijn leven lang trouw gevolgd hebben.

De overgeleverde briefwisseling met Alexander is vermoedelijk een vervalsing, en ongeloofwaardig is het bericht dat de koning zijn studies met een enorm bedrag steunde en op zijn expedities een staf van geleerden meenam om dieren en planten voor hem te verzamelen. De twee boeken die Aristoteles aan Alexander opdroeg, zijn verloren gegaan, maar wel is bekend dat hij daarin o.a. schreef dat het voor een koning niet nodig was om filosoof te zijn (dit tegen Plato), maar wel om naar het advies van een wijsgeer te luisteren.

 

 

2. Leer

 

De wijsbegeerte van Aristoteles draagt een sterk speculatief karakter en toont voortdurend de invloed van Plato, maar daarnaast is een uitgesproken belangstelling voor de empirische werkelijkheid merkbaar, die hem ertoe bracht om vrijwel alle gebieden van wetenschap in zijn filosofie te betrekken (wis- en geneeskunde zijn opvallende uitzonderingen).

 

 

 

2.1 De logica 

 

De logica beschouwt Aristoteles zelf niet als onderdeel van de filosofie: het is een leerschool voor het denken, en de daarop betrekking hebbende geschriften hebben later de naam Organon (= werktuig) gekregen. Evenals Plato heeft ook Aristoteles de sofisten bestreden, maar hij deed dat door een systematisch overzicht te geven van de oorzaken van hun valse redeneringen. Hij gaat ervan uit dat het oog de dingen ziet zoals zij zijn, dat het gehoor de werkelijke geluiden hoort, enz. Onze waarnemingen zijn op zichzelf waar, en zij geven ons een afbeelding van de werkelijkheid; fouten ontstaan doordat wij die waarnemingen verkeerd met elkaar verbinden en daardoor foute conclusies trekken.

Voor een adequate kennis van de werkelijkheid moeten de begrippen in hun samenhang met de werkelijkheid overeenkomen. De niet verder te herleiden elementen van de kennis zijn de Categorieën, dwz. de verschillende vormen waarin men zich uitspreekt over het bestaande. Wanneer wij een oordeel uitspreken, is datgene waarover wij spreken ‘subject’, wat wij ervan zeggen is het predicaat. Om dat predicaat tot uitdrukking te brengen beschikken wij over een aantal categorieën:

de substantie (ousia), bijv. mens of paard;

de kwantiteit, bijv. twee ellen lang;

de kwaliteit, bijv. rood of blauw;

de relatie, bijv. dubbel, groter;

en verder de categorieën: plaats, tijd, handelen en ondergáán.

Wanneer zij zonder verbinding gebruikt worden, drukken zij geen bevestigend of ontkennend oordeel uit (man, blank, gisteren); daartoe moeten zij verbonden worden (de man is blank), en het oordeel is waar of onwaar naarmate de verbinding overeenkomt met de verbindingen in de werkelijkheid. De eenvoudigste vorm van een oordeel is: A is B (kataphasis, bevestiging) of: A is niet B (apophasis, ontkenning). Uit twee oordelen (premissen genaamd), die één term (de ‘middenterm’) gemeen hebben, kan een syllogisme gevormd worden (= sluitrede bijv. A is B; B is C: ± A is C).

De mogelijkheden van het syllogisme zijn door Aristoteles zorgvuldig afgebakend, en het zeer verfijnde systeem van vormen van syllogismen heeft zich nog tot na Immanuel Kant kunnen handhaven. Steeds gaat hij van het algemene naar het bijzondere (deductie). Van de omgekeerde weg, die van het bijzondere uitgaat om tot conclusies ten aanzien van het algemene te komen (inductie), heeft hij in zijn natuurwetenschappelijke geschriften gebruikgemaakt. Strikt genomen zou alleen volledige inductie, waarbij alle bijzondere gevallen bekend zijn, geldig zijn.

Hij redeneert dat de afzonderlijke dingen uit algemene oorzaken zijn ontstaan; om ze te leren kennen moet men daarom eerst kennis van de algemene oorzaken verwerven. Die kennis is met het verstand door redenering te bereiken. De meest algemene oorzaken zijn onherleidbaar, anders zouden zij een nóg algemenere oorzaak hebben, en zo tot in het oneindige voort. In overeenstemming daarmee zijn de eerste, algemene premissen onbewijsbaar; zij zijn echter zonder meer duidelijk.

De voornaamste is het principium identitatis: A is A en kan niet op hetzelfde ogenblik en ten aanzien van hetzelfde niet-A zijn. Alleen dan is er sprake van een strikt bewijs als het syllogisme uitgaat van ware premissen. Dikwijls moet men echter uitgaan van meningen, waarvan de waarheid niet volstrekt zeker, maar wel waarschijnlijk is. De zgn. praktische filosofie, ethiek, politiek en redekunst, maakt van min of meer waarschijnlijke redeneringen gebruik, en kan daarom niet als strenge wetenschap gelden.

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2 Ontologie 

 

Het meest algemene kenmerk van alle dingen is het Zijn, en het Zijn als zodanig is het onderwerp van wat Aristoteles de ‘eerste filosofie’ noemde, die thans metafysica heet. Het woord ‘zijn’ wordt in vele betekenissen gebruikt ( ‘de man is blank’: koppelwerkwoord; ‘de man is’ duidt op het bestaan, enz.). Het blijkt dat kwaliteit, kwantiteit en alle andere categorieën niet kunnen zijn in de betekenis van bestaan: dat kan men alleen zeggen van een ousia (substantie, of wezen); een mens bestaat op zichzelf, maar blank op zichzelf bestaat niet.

Nu is ons weten volgens Aristoteles afhankelijk van de waarneming die aan het weten voorafgaat. Wij nemen echter alleen afzonderlijke dingen waar (de eigenlijke substanties). Dus zou ons weten slechts betrekking kunnen hebben op afzonderlijke dingen. Plato had gesteld dat het algemene (de Idee) het wezenlijke was en dat de afzonderlijke dingen daar deel aan hadden. Volgens Aristoteles bestaat het algemene niet buiten de dingen (als idee), maar in de dingen; het is voor het verstand te begrijpen.

 

 

 

2.3 Natuurfilosofie 

 

De dingen om ons heen zijn in een voortdurend wordingsproces betrokken. Worden is een beweging van de ene toestand naar de andere. Fysica is de leer van de bewegingen en de oorzaken daarvan. Oorzaken (aitia) zijn materie, vorm, bewegende oorzaak en doel. Bij een huis kan men de vorm onderscheiden van het doel (beschutting van de bewoners), bij een levend wezen vallen vorm en doel samen. Anderzijds is de bewegende oorzaak van een huis de vorm in de gedachte van de architect, die dezelfde is als de actuele vorm van het huis.
Vandaar dat de vier oorzaken vaak gereduceerd worden tot twee: vorm en materie. De eerste is actief, de tweede passief, en de ongevormde materie staat tot de gevormde als potentie, mogelijkheid (dynamis) tegenover actualiteit (energeia): worden is een overgang (beweging) van potentialiteit naar actualiteit (zie ook act).

Parmenides van Elea krijgt daardoor een afdoend antwoord: worden is niet de ondenkbare overgang van het niets naar het iets, maar van nog-niet-iets-zijn naar verwezenlijking. Uit zaad + voedsel ontstaat de actuele boom. De vier elementen: aarde (droog en koud), water (vochtig en koud), lucht (vochtig en warm), vuur (droog en warm) kennen ook voortdurende overgangen. Zij hebben hun eigen bewegingen: aarde en water rechtlijnig naar beneden, lucht en vuur evenzo naar boven, en daar zij ieder een eigen ‘plaats’ hebben, bestaat er een natuurlijke stratificatie. Door verandering van één van de twee eigenschappen (bijv. van koud naar warm) kunnen zij in elkaar overgaan. Die verandering wordt o.a. door reflectie van de zonnewarmte op aarde en door afkoeling in de hogere lagen veroorzaakt, en daardoor ontstaan de weersverschijnselen.

Boven de sfeer van de maan heerst een ander element, de aether, dat niet verandert (de aether wordt ook ‘vijfde lichaam’ genoemd, de quinta essentia van de middeleeuwen). Om die maansfeer heen ligt een groot aantal sferen, wier gecompliceerde kringlopen de voor ons ongelijkmatig schijnende bewegingen van de planeten veroorzaken; zij worden alle omsloten door de gelijkmatig bewegende uiterste sfeer van de vaste sterren, en het rustend middelpunt is de aarde. De hemellichamen, ‘goddelijk’ geheten, zijn uit aether gevormd, maar hun goddelijkheid is niet volmaakt, omdat zij bewegen.

Beweging is altijd een overgang van potentialiteit naar actualiteit, en de godheid kan niets potentieels meer hebben: dat zou aan zijn volmaaktheid afdoen. God is dus buiten de sferen en Hij is indirect de oorzaak van hun bewegingen. De sferen bewegen zich uit verlangen naar God, die de Onbewogen Beweger is. De enige activiteit die God kan uitoefenen, is het denken. Niet aan andere dingen – want dan zou Hij zich met materie bezighouden: Hij denkt de volmaakte actualiteit, en dat is Hij zelf: zijn denken is denken van het denken.

Terwijl Aristoteles de ruimte als begrensd denkt door de buitenste hemelsfeer, poneert hij dat de tijd oneindig is. Daar tijd en beweging onafscheidelijk samengaan, heeft de beweging van de kosmos geen begin gehad en zal nooit ophouden. Deze leer van de eeuwigheid van de wereld is voor latere Aristotelici een schooldogma geweest, dat zowel in het christendom als in de islam aanleiding was tot polemieken. Hier op aarde kan door de beperkte mogelijkheden van de materie een ononderbroken kringloop niet plaatsvinden, maar de natuur tracht deze zo goed als het in haar vermogen ligt te imiteren. Door de zon is er dag en nacht, door de ecliptica (de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen) de wisseling van de seizoenen. Vandaar de mutatie van elementen en de weersverschijnselen. Het leven kent opgang en neergang, geen complete kringloop, maar de ononderbroken opeenvolging van ontstaan en vergaan is de best mogelijke nabootsing daarvan.

 

 

 

 

2.4 Biologie 

 

In de levende natuur zijn de individuen vergankelijk, maar de soorten eeuwig en onveranderlijk. Wel kent Aristoteles de geleidelijke overgang van het net-niet-meer-levenloze, via planten, tussenvormen tussen planten en dieren, naar hogere dieren, tot de mens toe. Maar hij verwerpt de mogelijkheid van het ontstaan van nieuwe soorten: kruisingen, zoals muildieren, kunnen zich als soort niet handhaven. Lager en hoger gaan samen met de aard van de psychè (ziel, in de zin van levensbeginsel). De laagste vorm is de plantenziel (alleen voeding en voortplanting); dieren hebben de waarnemende ziel, de mens daarenboven het verstand. In de hogere ziel zijn de lagere altijd aanwezig.

Centrum van de levensfuncties én van de waarneming is het hart: de (koude) hersenen dienen als regulateur om de bloedtemperatuur gelijkmatig te houden. Volgens Aristoteles is het mannelijke warm en actief, het vrouwelijke koud en passief. Bij de voortplanting is het mannelijke de vormgever, en in het sperma is de ziel in potentie aanwezig. Het vrouwelijke draagt alleen de materie bij. Toch weet Aristoteles van parthenogenese (voortplanting zonder bevruchting).

In het algemeen komt hij in de nadere uitwerking vaak veel verder dan een star dogmatisme. Hij heeft ruim 500 dieren beschreven en observaties gedaan die soms in onze eigen tijd pas bevestigd zijn, bijv. de beschrijving van de levendbarende gladde haai (Mustelus laevis). In zijn nauwkeurig uitgewerkte erfelijkheidstheorie anticipeert hij op Gregor Mendel met een goed begrip voor dominerende en recessieve factoren. Hij geeft een opmerkelijke schets van een indeling van de dierenwereld op grond van de embryologie. Ook heeft hij herhaaldelijk bepaalde soortkenmerken aangewezen, en is hij zijn tijd vooruit geweest door bijv. sponsen, zeeanemonen e.d. van planten, en walvisachtigen van vissen te onderscheiden.

 

 

 

 

 

 

 

 

2.5 Waarneming 

 

Uitvoerig is de behandeling van de zintuigen, en vooral ook van de vraag hoe verschillende waarnemingen gecoördineerd worden (de waarnemingen van een roos bijv. gaan langs totaal verschillende wegen: men ziet de bloem, ruikt de geur en voelt de doornen). Volgens Aristoteles is dit coördineren het werk van een gemeenschappelijk waarnemingsorgaan. Het complex van de waarnemingen vormt het materiaal voor de herinnering.

Opvallend is in dit verband zijn inzicht in het associatieproces. De mens beschikt niet over natuurlijke wapens (slagtanden, klauwen, horens) en ook het waarnemingsvermogen is slechter dan dat van sommige dieren. Maar alleen de mens bezit verstand. Zeer betwist is de leer van het passieve intellect dat de denkinhoud aan voorafgaande waarnemingen ontleent, en het actieve intellect, dat het denken activeert. Het passieve intellect is met de andere delen van de ziel aangeboren, maar het actieve ‘komt van buiten af’ en is alleen onsterfelijk.

 

 

 

 

2.6 Ethiek 

 

Het doel ‘waarnaar alles streeft’ is het goede, en het gemeenschappelijk einddoel is de eudaimonia, het geluk. Dat ligt niet in het verwerven van rijkdom, eer of genot, en ook niet in werkloosheid, maar in activiteit. Het hoogste goed is activiteit van de ziel in overeenstemming met haar eigen deugd, en als er meer deugden zijn, met de hoogste. Aristoteles’ leer dat een deugd in het midden ligt tussen twee ondeugden (le juste milieu) is beroemd geworden. Dapperheid bijv. ligt tussen roekeloosheid (te veel) en lafheid (te weinig) in. Dapper zijn is niet: alles te wagen zonder vrees; men dient ook te weten wanneer men moet wijken. Wie goed wil handelen moet een keuze (prohairesis) maken, en wel een meervoudige keuze, die rekening houdt met persoon, tijd, plaats en omstandigheden.

Boven de karakterdeugden staan de verstandelijke. De wijze kiest de hoogst mogelijke deugd die ligt in de intellectuele activiteit, dwz. contemplatie. Het zuivere denken plaatst hem boven het menselijke niveau: de mens bereikt dat niet als mens, maar door het goddelijke in hem. Op de hoge waarde van de vriendschap wordt veel nadruk gelegd, en sociale deugden, zoals de rechtvaardigheid, staan bovenaan, in overeenstemming met de opvatting dat de leer van de samenleving (politikè) in het verlengde van de ethiek ligt. De mens is een gemeenschapswezen (zooion politikon): de staat streeft naar het geluk van de burgers.

Aristoteles wil toezicht op het gezin met het oog op eugenese (verbetering van de erfelijke eigenschappen van het menselijk ras) en geboortebeperking, maar ziet anderzijds de slavernij als een door de natuur gegeven noodzakelijk instituut. Hij overweegt de voor- en nadelen van de verschillende mogelijke constitutievormen, maar blijft merkwaardigerwijze in de tijd waarin door de veroveringen van Alexander enorme statencomplexen ontstonden, staan bij de oude, beperkte stadstaat.

 

 

 

 

2.7 De retorica 

 

Deze ligt, als verhandeling over de redekunst, gedeeltelijk in het verlengde van de logica, maar komt herhaaldelijk op het terrein van de literatuurbeschouwing. Dit laatste onderwerp is uiterst beknopt behandeld in de Poetika, die van alle werken van Aristoteles het meest gelezen is, en vooral door de leer van de drie eenheden (tijd, plaats en handeling) een verreikende invloed heeft gehad.

 

 

 

 

3. Werken 

 

Naar het voorbeeld van Plato schreef Aristoteles een aantal dialogen, die in de oudheid druk gelezen zijn, maar verdrongen werden door de wetenschappelijke werken (de fragmenten zijn verzameld door R. Walzer, 21963, en W.D. Ross, 1955). Ook van de grote, onder zijn leiding tot stand gebrachte documentenverzamelingen (o.a. lijsten van opvoeringen van tragedies in Athene, staatsinstellingen van 158 steden, atlas van vergelijkende anatomie, en andere) is alleen een studie over de Staat van de Atheners in 1891 op een papyrus gevonden. De rest is, op een aantal meestal zeer korte fragmenten na, verloren gegaan (laatstelijk uitgegeven door V. Rose in 1886).

Bewaard gebleven zijn de wetenschappelijke werken, die geen literair karakter dragen, maar als min of meer uitgewerkte leerstof voor zijn colleges dienden. Uit een aantal citaten naar niet meer vertegenwoordigde werken blijkt dat de door Andronicus geredigeerde verzameling niet volledig meer is, terwijl anderzijds dictaten en excerpten van leerlingen, geschriften van latere peripatetici (o.a. de Problemata) en opzettelijke vervalsingen (zoals De mundo) erin zijn opgenomen. De bewaard gebleven hoofdwerken van Aristoteles zijn de volgende:

Logica: Categoriae; De interpretatione; Analytica priora en posteriora; Topica.

Ontologie: Metaphysica.

Natuurfilosofie: Physica; De caelo; De generatione et corruptione; Meteorologica; Historia animalium; De partibus animalium; De generatione animalium; De anima, Parva Naturalia.

Praktische filosofie: Ethica Nicomachea; Politica; Rhetorica; Poetica.

 

 

 

Plato-Socrates-Aristoteles