Categorie archief: Beroemde mensen

Aristoteles, een briljante wetenschapper

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

In de 4e eeuw voor Christus ontpopte de jonge Aristoteles (384-322 voor Christus) zich als de meest getalenteerde student aan de Academie van Plato. Hij liet zich inspireren door de denkbeelden van Plato, maar zag diens filosofie vooral als een uitdaging. Aristoteles was de laatste van de drie grote Griekse denkers, en legde met zijn uitvoerige filosofische overdenkingen een belangrijke basis voor de westerse filosofische traditie.

 

 

 

 

 

aristotlereliefbust

 

 

 

 

Aristoteles wordt gezien als een homo universalis. Hij hield zich namelijk bezig met vrijwel alle wetenschappen die destijds beoefend konden worden, van filosofie tot wiskunde en van natuurwetenschappen tot letterkunde. In tegenstelling tot zijn leermeester Plato, die gefascineerd was door abstracte, ‘eeuwige vormen’, had Aristoteles vooral belangstelling voor de concrete, levende natuur. Waar Plato redeneerde vanuit het menselijk verstand, gebruikte Aristoteles de empirische waarneming als uitgangspunt van zijn filosofische project.

 

 

 

Plato versus Aristoteles

 

Plato maakte onderscheid tussen een zintuiglijke werkelijkheid, de wereld zoals wij die ervaren, en een verheven, abstracte wereld van de ‘eeuwige ideeën’. Iedere concrete waarneming vormde volgens hem een afspiegeling van dat wat ‘echt’ bestaat in die ideeënwereld. Volgens Aristoteles bleef Plato daarmee teveel in een mythisch wereldbeeld hangen. Aristoteles was iets nuchterder: voor hem vormde de waarneembare wereld om hem heen gewoon de ‘echte’ werkelijkheid, en werden abstracte ideeën juist op basis van deze wereld gevormd.

 

 

 

Belang van zintuiglijke waarneming

 

Toch maakte hij dankbaar gebruik van Plato’s overpeinzingen. Aristoteles was net als Plato van mening dat bijvoorbeeld de ‘paardheid’ van een paard eeuwig en onveranderlijk is. Maar, zo beweerde hij, zo’n idee kan pas in ons hoofd ontstaan nadat we een aantal paarden hebben gezien. Er bestaan geen aangeboren ideeën: alles wat de mens denkt is gebaseerd op waarneming.

Wel bezitten individuen volgens Aristoteles het aangeboren vermogen om te categoriseren. Met het verstand worden zintuiglijke indrukken ondergebracht in groepen en een veelheid aan subgroepen, zoals ‘levend’ en ‘levenloos’, ‘dier’ en ‘mens’, en ‘hond’ en ‘kat’.

 

 

 

Materie en vorm

 

Het belangrijkste onderscheid dat Aristoteles maakte in zijn analyse van natuurverschijnselen is dat tussen materie en vorm. Materie betreft het ‘materiaal’ van een verschijnsel, terwijl de vorm bestaat uit ‘eigenschappen’ ervan. Volgens Aristoteles kon een ding niet worden geïdentificeerd op basis van de materie. Er is altijd sprake van geordende materie: materie, plus nog iets anders: de vorm.

Zo verwijst de vorm van bijvoorbeeld een paard naar de verzameling van dingen die een paard kenmerken, zoals hinniken en galopperen. Dat wat voor alle paarden gelijk is, valt onder de vorm, de categorie of soort ‘paard’. Maar natuurlijk is niet ieder paard exact hetzelfde. Onderlinge verschillen en afwijkingen tussen paarden onderling vallen onder de materie. Materie en vorm zijn in onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals lichaam en ziel samen een mens definiëren.

 

 

 

Rembrandt, Aristoteles peinzend bij een borstbeeld van Homerus (1653)

 

 

Aristoteles als systeemfilosoof

 

Aristoteles kan worden aangemerkt als een ‘systeemfilosoof’, door de wijze waarop hij alles in termen van categorieën probeerde te beschrijven. Bij zijn indeling van natuurverschijnselen in groepen (bijvoorbeeld levend en levenloos) ging hij uit van wat dingen ‘kunnen’. Zo onderscheidt de mens zich bijvoorbeeld door het vermogen om rationeel te denken. Daarnaast beweerde hij dat alle dingen en verschijnselen een ‘doeloorzaak’ bevatten.

Zo regent het bijvoorbeeld niet omdat afgekoelde waterdamp door de zwaartekracht in regendruppels naar beneden valt, maar omdat gewassen water nodig hebben. Alles in de natuur heeft op die manier een ‘levensdoel’. Tegenwoordig wordt dit idee veelal verworpen. Zo wordt niet per se gedacht dat appels aan de boom groeien om door mensen geplukt en opgegeten te worden, zoals Aristoteles wel zou beweren.

 

 

 

Aristoteles’ deugdenethiek

 

De filosofie van Aristoteles kende ook een ethische dimensie. Volgens hem kon de mens alleen een gelukkig leven leiden als alle menselijke vermogens goed worden benut. Volgens zijn deugdenethiek zou ieder mens moeten streven naar eudaimonia: gelukzaligheid. De ‘gulden middenweg’ vormt hierbij de sleutel. Een goed mens is hij die bijvoorbeeld niet laf of roekeloos is, maar moedig. Dit ‘gulden middenweg’-idee is op alles van toepassing. Van evenwicht en matigheid wordt de mens gelukkig en bereikt hij eudaimonia, aldus Aristoteles.

 

 

 

Weerlegging van Herakleitos

 

Reflecterend op Aristoteles filosofische voorgangers, heeft zijn gedachtegoed enkele implicaties. Neem het voorbeeld van de presocraat Herakleitos, die van mening was dat het onmogelijk is om tweemaal in dezelfde rivier te stappen. Omdat een rivier ‘stroomt’ en continu in beweging is, is het immers nog geen twee seconden dezelfde rivier, zo argumenteerde Herakleitos. Aristoteles vond dit onzin.

De rivier bestaat immers niet slechts bij de gratie van haar materie, het water. Ondanks dat het water stroomt en de materie dus continu verandert, behoudt de rivier als geheel namelijk zijn vorm. En door het voortbestaan van deze vorm, behoudt de rivier ook zijn ‘identiteit’ als rivier. Daarom is een rivier niet op twee momenten verschillend, en is het prima mogelijk om vaker in dezelfde rivier te stappen.

 

 

Aristoteles’ vrouwbeeld

 

Het onderscheid dat Aristoteles maakte tussen vorm en materie had overigens nogal kwalijke gevolgen voor zijn ‘vrouwbeeld’. Vrouwen zag hij als onvolledige mannen, ze misten iets. Volgens Aristoteles erfden kinderen bovendien alleen mannelijke eigenschappen. In zijn bewoordingen verschaft de ‘passieve en ontvangende’ vrouw die een kind baart slechts de materie, terwijl de ‘actieve en vormende’ man de essentiële vorm voor zijn rekening neemt.

In de middeleeuwen droeg dit idee onder meer bij aan de visie op de ‘ondergeschikte’ vrouw. Niettemin bood Aristoteles’ filosofie inzicht in natuurverschijnselen die tot op de dag van vandaag hun waarde bewijzen, en waar de westerse filosofie nog eeuwen op voort kon borduren.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Advertenties

Josephine Baker

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

Als danseres is Josephine Baker hét symbool voor de levendige cultuur van de Afro-Amerikanen. Als ze naar Parijs vertrekt raken de Fransen diep onder de indruk van haar bijzondere manier van dansen in bijvoorbeeld de ‘jungle bananendans’. Van vaudeville danseres groeit ze uiteindelijk uit tot een van de best betaalde beroemdheden in de wereld. Josephine Baker werd geboren op 3 juni 1906.

 

 

 

 

circa 1925: Portrait of American-born singer and dancer Josephine Baker (1906 - 1975) lying on a tiger rug in a silk evening gown and diamond earrings. (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

circa 1925: Portrait of American-born singer and dancer Josephine Baker (1906 – 1975) liying on a tiger rug in a silk evening gown and diamond earrings. (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

 

 

 

Baker werd geboren als Freda Josephine McDonald in Saint Louis, Missouri. Ze groeide op in een arm gezin zonder vader. Josephine werkte als kind al als babysitter en dienstmeid bij rijke, blanke families om thuis bij te dragen in de kosten.

Toen ze dertien jaar oud was, was Josephine kort getrouwd met Willie WeIs, waar ze in 1919 van scheidde. Twee jaar later hertrouwde Josephine met Willie Baker, maar ook dit huwelijk duurde niet lang. Na de echtscheiding behield Josephine echter wel de naam ‘Baker’.

Als jong volwassene koos Baker ervoor danseres te worden. In 1922 mocht ze in de musical ‘Shuffle Along’ dansen en toerde ze met haar dansgroep door Philadelphia. Vlak daarna maakte Baker haar debuut op Broadway in New York, waar ze in de show ‘Chocolate Dandies’ optrad. Baker maakte op velen een grote indruk door haar uitdagende manier van dansen.

Baker vertrok in 1925 naar Parijs om daar op te treden in het Théatre des Champs Elysées. In de show ‘La Revue Negre’ danste ze met andere Afro-Amerikanen op Jazz muziek. Baker was vooral bij veel linkse artistiekelingen in trek.

Picasso en Hemingway waren hier enkele voorbeelden van. In 1926 voerde ze haar bekende ‘jungle bananen dans’ uit, slechts gekleed in een rokje van rubberen bananen. Datzelfde jaar opende Josephine de nachtclub ‘Chez Josephine’.

In de jaren ’30 maakte Josephine haar debuut als zangeres en speelde ze in verschillende films. Ze verkreeg in 1937 de Franse nationaliteit door haar huwelijk met de Fransman Jean Lion. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloot Baker zich aan bij het Franse verzet en trad ze op voor de troepen in Afrika en het Midden-Oosten. Na de oorlog reisde ze meerdere keren naar de VS om deel te nemen aan demonstraties van de civil rights movement.

Josephine bleef tot haar dood optreden als danseres. Ze overleed uiteindelijk op 12 april 1975 in Parijs aan een hersenbloeding.

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

 

Confucius (551 v. Chr. – 479 v. Chr.)

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

Confucius was een Chinees filosoof. De Chinezen vieren zijn verjaardag op de 27ste dag van de 8ste maand, maar volgens de westerse kalender werd Confucius geboren op 24 september 551 voor Christus.

 

 

 

chinese-school-confucius

 

 

In zijn jeugd werkte Confucius onder andere als boekhouder en ontwikkelde hij een sterke ethische visie. Toen hij de volwassen leeftijd bereikte besloot hij het ouderlijk huis te verlaten en rond te gaan trekken om zijn leer te verspreiden. Confucius bezocht verschillende krijsheren met als doel hen ervan te overtuigen dat zij hun volk op een deugdelijke manier moesten regeren, maar zij wezen hem af.

Een deel van de lokale bevolking geloofde echter wel in zijn leer en al snel kreeg Confucius een grote schare volgelingen. De belangrijkste opvatting van Confucius was de Gulden Regel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Na zijn dood in 479 voor Christus verspreidden zijn volgelingen het Confucianisme over een groot deel van Azië.

 

 

 

Confucius staat bekend om zijn vele wijze uitspraken

 

‘Wanneer je de toekomst wilt weten, bestudeer dan het verleden.’

‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat een ander niet.’

Alleen de aller wijsten en de aller dwaasten veranderen nooit van mening.’

‘Een wijs man zoekt het in zichzelf, een dwaas zoekt het in anderen.’

 

 

Confucius was het grootste gedeelte van zijn leven privéleraar. Hij zag het als zijn taak mensen te inspireren tot het goede en de teloorgang van de zeden tegen te gaan. Bij elkaar heeft Confucius 3000 studenten gehad. Studeren om kennis over jezelf en over de buitenwereld op te doen was zeer belangrijk in de leer van Confucius. Dit probeerde hij over te brengen op zijn studenten. Veel Chinezen noemen hem dan ook de Grote Leraar.

De leer van Confucius had één Gulden Regel. Deze regel draait om vergeving. De wijsheid die hierbij hoort is: ‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat ook een ander niet.’ Tegenwoordig is het confucianisme een filosofie die de leer van Confucius volgt, welke een zeer grote invloed heeft gehad in Oost-Azië. De zes deugden waar de leer op stoelt, zijn :

 

 

menselijkheid,

kinderlijke gehoorzaamheid,

rechtvaardigheid,

fatsoen,

trouw,

wederkerigheid.

 

 

Zijn vele wijsheden zijn algemeen bekend en Confucius uitte deze om zijn leer te verduidelijken. Tijdens zijn leven heeft hij nooit de kans gehad om zijn filosofie in de praktijk te brengen. Zijn studenten zijn zeer belangrijk geweest bij de verspreiding van het gedachtegoed van het confucianisme na de dood van Confucius.

Tijdens de heerschappij van de Han-dynastie, van 206 voor Christus tot 220 na Christus, was de leer van Confucius in China een prominente doctrine. Het confucianisme heeft een sterke invloed gehad op de culturen van China, Taiwan, Korea, Singapore, Vietnam en Japan. De morele waarden van Confucius zijn tegenwoordig nog steeds van groot belang in het oosten van Azië.

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De levensloop van Adolf Hitler

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Adolf Hitler

 

 

 

 

Adolf Hitler neemt afscheid van de Britse premier Chamberlain, na een gesprek te Soderberg 1938. Duitsland was op dat moment zojuist Tsjecho-Slowakije binnengevallen.

 

 

 

Waar is Adolf Hitler geboren?

 

Adolf Hitler werd geboren op 20 april 1889 in Ranshofen (Brauna am Inn) in Oostenrijk. Veel Oostenrijkers zagen zichzelf als Duitsers, maar waren loyaal aan Oostenrijk. Voor Hitler was er alleen Duitsland. Samen met vrienden zong hij het volkslied ‘Deutschland Über Alles’ en begroetten ze elkaar met ‘heil’. Maar wie was deze latere führer van het Derde Rijk?

 

 

 

 

 

 

 

Jeugd Adolf Hitler

 

Vanaf 1905 leefde Adolf Hitler in Wenen en verkreeg hij financiële steun van zijn moeder. In deze periode probeerde Hitler de Academie van de Schone Kunsten binnen te komen, maar werd hij tweemaal geweigerd. In 1907 overleed zijn moeder en kreeg hij geldproblemen.

Twee jaar later nam hij intrek bij de daklozenopvang. In 1910 kon hij terecht bij een huis voor armoedige arbeiders aan de Meldemannstraße. Tijdens zijn verblijf in Wenen groeide zijn haat jegens de Joodse inwoners van de stad. Hij gaf de Joden de schuld van zijn eigen tegenslagen.

 

 

 

Hitler in de de Eerste Wereldoorlog

 

1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Hitler diende aan het westelijk front in Frankrijk en België. Hij nam deel aan veldslagen bij Ieper, de Somme en Passchendaele. Dat de Duitsers de oorlog verloren, maakte Hitler woedend. Hij omschreef de oorlog als zijn beste ervaring tot dusver. Het sterkte hem in zijn nationalisme en zijn ideologie begon steeds meer vaste vorm te krijgen.

Onder het regime kort na de Eerste Wereldoorlog moest Duitsland aan hoge herstelbetalingen voldoen en leed het veel economische schade. Er heerste een pessimistische sfeer, waarin racistische impulsen floreerden. In deze instabiele omstandigheden werd de Weimar Republiek opgezet, met een democratische staatsvorm.

 

 

 

 

 

 

 

Hitlers Mein Kampf

 

Na de oorlog sloot Hitler zich aan bij de Duitse Arbeiderspartij, de voorloper van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. In 1921 werd Hitler de leider en was hij een fanatiek politicus geworden, die ‘de glorie’ van Duitsland wilde herstellen. Hij moest niets hebben van de Weimar democratie.

In 1923 deed hij met zijn medestanders van de NSDAP een couppoging, de zogenaamde Bierkeller Putsch. De machtsgreep faalde en Hitler belandde in de cel. Tijdens zijn gevangenschap werkte Hitler zijn ideeën uit op papier, het later gepubliceerde boek Mein Kampf.

 

 

 

 

 

 

Hitler in de Tweede Wereldoorlog

 

Na zijn vrijlating in 1924, begon Hitler met het uitbouwen van zijn populariteit. Zijn felle retoriek met betrekking tot antisemitisme, de Duitse cultuur, anticommunisme en de Weimar Republiek sloeg aan. De NSDAP won een fors aantal zetels in het parlement, en in 1933 wist Hitler democratisch aan de macht te komen. Als führer van de Duitse natie, begon hij de Tweede Wereldoorlog, door onder meer Polen, Tsjechië, Nederland en Frankrijk binnen te vallen en te bezetten.

Hitler bracht zijn ideeën in de praktijk. De Joden werden bestempeld als ‘üntermenschen’, vervolgd en veel van hen werden in speciale concentratie- en vernietigingskampen om het leven gebracht. Ook minderheden als de Roma en de Sinti, en Slavische krijgsgevangen, werden vervolgd. De dictatuur van Hitler kostte aan tientallen miljoenen mensen het leven.

 

 

 

 

 

 

 

Zelfmoord Hitler

 

Toen de Russische legers in 1945 Berlijn naderden, pleegde Hitler op 30 april 1945 zelfmoord in de ‘Führer -bunker’. De Tweede Wereldoorlog werd uiteindelijk definitief gewonnen door de geallieerden.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Bonnie en Clyde

Standaard

  categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Bonnieclyde_f

 

 

 

 

Romance Bonnie en Clyde

 

Clyde Barrow (geboren op 24 maart 1909) en Bonnie Parker (geboren op 1 oktober 1910) leerden elkaar in 1930 kennen via een gezamenlijke vriend. Beiden woonden in Texas en waren opgegroeid in armoede. Bonnie, destijds 19, was al getrouwd met Roy Thornton, die in de gevangenis zat. Hoewel zij een relatie kreeg met Clyde is zij officieel nooit van Roy gescheiden.

Binnen een paar weken na hun ontmoeting werd Clyde veroordeeld voor eerdere misdaden. Op 11 maart 1930 wist hij uit de gevangenis te ontsnappen met behulp van een geweer dat Bonnie naar binnen had gesmokkeld. Binnen een week werd hij weer opgepakt en vastgezet. Op 2 februari 1932 was Clyde weer een vrij man.

 

 

 

Spoor van dood en vernieling

 

Na zijn vrijlating in 1932 begon het stel kleine overvallen te plegen. Tijdens één van deze overvallen werd Bonnie opgepakt. Door een gebrek aan bewijs werd zij echter spoedig vrijgelaten. Het stel trok vervolgens twee jaar door maar liefst vijf staten (Texas, Oklahoma, Missouri, Louisiana en New Mexico), waarbij zij een spoor van dood en vernieling achter zich lieten.

Zij opereerden niet altijd met z’n tweeën: verschillende personen sloten zich aan bij het stel, waaronder de broer van Clyde en zijn vrouw. De groep werd ook wel de ‘Barrow Gang’ genoemd. Hun misdaden betroffen onder meer bankroven, autodiefstallen, ontvoeringen en moorden.

Het stel was trots op hun misdaden en Bonnie stuurde zelfgemaakte gedichten over hun daden en foto’s van het stel naar de krant. Op deze foto’s zijn de twee als verliefd stel te zien. Omdat zij zich voornamelijk richtten op de rijke bovenlaag en middenstanders juist vaak ontzagen,  verwierven zij een zekere heldenstatus.

 

 

 

Hinderlaag Bonnie en Clyde

 

Aan hun rooftocht kwam op 23 mei 1934 een einde, toen zij in een hinderlaag van de politie terechtkwamen. Dit kwam als een verrassing voor het stel, want ondanks hun indrukwekkende arsenaal hadden zij niet de tijd om naar hun wapens te grijpen. Bonnie en Clyde werden ter plekke door een regen van kogels gedood.

 

 

 

6f9250dce3a9d49b959e8e777fc08afc

 

 

 

 

slide_329376_3219590_free

 

 

 

 

 

Het volksverhaal van Texas

 

Bonnie Parker, geboren op 1 oktober 1910 in Rowena, Texas. Haar ouders waren hard werkende fabrieksarbeiders en leefden rond het minimumloon. Ze was een goede studente op de middelbare school. Ze sprong er vooral uit met creatief schrijven en had een zwak voor kunst. Haar favoritiete kleur was rood; als ze het ooit zou kunnen betalen zou ze alleen modieuze kleding kopen in díe kleur.

Als kind overleed haar vader op jonge leeftijd en haar moeder werd daardoor gedwongen om Bonnie en haar broertje en zusje naar Cement City te brengen, waar ze mochten wonen bij hun grootouders. Op 16 jarige leeftijd trouwde ze. Ze werd serveerster. Verveeld en bang wist ze dat het leven haar veel meer te bieden had.

Clyde Chesnut Barrow, bruin haar met zijscheiding, bruine ogen. Vrouwen vonden hem aantrekkelijk. Zijn ouder waren arme boeren en het werd van hem veracht dat hij meehielp op de katoenvelden van Teleco, TX. Later verhuisde hij met ouders, broers en zussen naar een buitenwijk van Dallas, waar zijn vader werkte bij een benzinepomp. Ook hij, verveeld en arm wist dat het leven méér te bieden had dan dit. Bonnie en Clyde waren voor elkaar bestemd.

Terwijl ze banken en winkels overvielen in 5 staten: Texas, Oklahmoma, Missouri, Louisiana en New Mexico, waren de Amerikanen geschokt over hun ‘Robin Hood’ avonturen. De voorstelling van een jong meisje als Bonnie die opeens in het rijtje van rovende motorbandieten behoorde was nog het meest opzienbarend.

 

 

 

Bonnie & Clyde

 

In hun gestolen auto’s hadden Clyde en Bonnie altijd een Kodak camera liggen. Ze vonden het prachtig om op dramatische wijze te poseren met grote geweren en revolvers. Ze poseerden vaak omarmd of zoenend.

Omdat ze wisten dat hun tijd samen beperkt was beslisten ze tot hun dood overvallen te plegen. Bonnie’s laatste verzoek aan haar moeder was: “Breng me niet op een begraafplaats, breng me thuis”.

Clyde is nooit zijn eerste  dagen in west Dallas vergeten. De gedachte alleen al om dagen lang onder een viaduct te wonen met nog meer gezinnen, omdat ze zo arm waren, maakte hem ziek. Clyde en zijn broer Ivan, “Buck”, spijbelden wel eens op school en gingen dan bij de andere kinderen zitten in de achterbuurt van Dallas.

Terwijl de jongens aan het spijbelen waren, liep ondertussen een knap meisje rond op de Cement City High School die alle aandacht kreeg van de jongens daar. Bonnie Parker was een erg goede studente volgens haar leraren. Het enige wat voor problemen zou zorgen was Roy Thornton. Hij was een van de “slechte jongens”. Niemand was dan ook verrast dat Bonnie op haar 16e van school ging en wegliep.

Clyde en Buck gingen ook al van school om hun dagen al slapend en rondhangend door te brengen.  Op een dag stalen ze een auto en reden ermee over de boulevard. Ze wilden geld en beslisten om een winkel te gaan overvallen. De buit was al snel binnen en werd verdeeld op de achterbank van de auto. Een rondrijdende patrouille wagen van de politie was hen  gevolgd. Buck botste de auto tegen een lantaarnpaal aan, Clyde ontsnapte maar Buck werd meegenomen. Hij moest enkele jaren zitten in Huntsville State Prison.

Ook de echtgenoot van Bonnie, Roy, werd in de zelfde tijd als Buck veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Bonnie verhuisde en werd serveerster ergens midden in Dallas. Het serveren was een harde baan. Er waren veel onaardige flirtende mannen in het eethuis, maar 1 man (een politie agent) was altijd erg vriendelijk en zei altijd goedendag. Niemand had ooit geweten dat hij een van de mannen zou zijn die haar zou neerschieten.

Clyde ging ondertussen door met overvallen te plegen. Het politie korps wist dat hij er achter zat, maar had niet genoeg bewijs. Clyde had gehoord dat een zus van een van zijn maten gevallen was. Hij dacht dat een bezoekje haar goed zou doen. Daar aangekomen ontmoette hij Bonnie Parker. Het was liefde op het eerste gezicht voor beide.

Bonnie vergat zonder moeite haar man en reed zelfs in de auto van de bende terwijl Clyde en zijn vrienden winkels overvielen. Op 12 februari 1930 hoorde Clyde dat mannen in lange zwarte jassen naar hem vroegen in Dallas. Clyde vertelde aan Bonnie zijn criminele verleden en besloot even de stad uit te gaan. Hij beloofde haar op de hoogte te houden doormiddel van ansichtkaarten.

Die avond werd Clyde gearresteerd. Clyde zat zijn dagen uit in Waco en wachtte op zijn proces. Bonnie stuurde hem brieven en verhuisde naar haar nicht Mary in Waco. Tijdens bezoeken aan Clyde smokkelde ze een pistool binnen. Clyde kon ontsnappen.

Thuis las Bonnie vol geluk het grote nieuws in de krant. Even later werd Clyde na een overval weer opgepakt en terug gebracht naar de gevangenis in Waco, Texas. Clyde kreeg 14 jaar en werd overgeplaatst naar Eastham Prison Farm Number 2 in Huntsville. Omdat de financiële status van de Barrow’s zo slecht was kwam Clyde na 2 jaar vrij vrij.

Clyde begon meteen Bonnie weer te zien en hun liefde werd intensiever. Ze begonnen aan een lange reeks overvallen.

Op 30 April brak Clyde in bij een drogist. Hij schoot hem neer en werd een moordenaar  Clyde wist nu dat hij de doodstraf zou krijgen. Hij maakte de keus om voortvluchtig te blijven. Bonnie beloofde hem bij te staan tot het einde.

Na een overval in Oklahoma waar weer een dode viel gingen Bonnie en Clyde richting New Mexico waar een tante van Bonnie woonde, Nettie. Een voorbij rijdende politieagent die dacht dat de auto gestolen was, belde aan. Hij werd ontvangen door het pistool van Clyde. Dagen later werd de agent heelhuids vrijgelaten. Hij zorgde ervoor dat de wereld kennis maakte met het gevaarlijke duo. Ze hadden hun naam vol trots aan hem verteld: Bonnie en Clyde.

Bonnie en Clyde waren nu voorpagina nieuws.  Ze besloten voor het eerst een bank te overvallen. In maart 1933 kwam Buck vrij uit de gevangenis en ging met Clyde mee. Hij bracht zijn mooie maar sterke vrouw Blanche met zich mee.

Op een dag hadden ze een confrontatie met de politie. Buck was zwaargewond, Blanche had glas in haar ogen gekregen en was blind. Bonnie en Clyde vluchtten het bos in en lieten Buck en Blanche achter. Buck stierf 3 dagen later in een ziekenhuisbed, zijn hoofd en hersenen half weg. Blanche kreeg 10 jaar in een vrouwengevangenis.

Op 6 mei zagen ze hun familie voor het laatst in Dallas. De politie was er achter gekomen waar ze overnachtten. Op 23 mei namen scherpschutters hun plaats in. Bonnie en Clyde gingen net na zonsopgang op weg richting een nabij stadje. De politie koos ervoor om niet een waarschuwing uit te roepn maar om alleen “SHOOT!” te commanderen. Er werden in totaal 176 schoten gelost.

 

 

 

 

BonnieClydecar-1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Neil Armstrong: de eerste man op de maan

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

Neil Armstrong: de eerste man op de maan

 

.

.

.

Neil Amstrong werd geboren op 5 augustus 1930 in Ohio. Hij was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in de luchtvaart. Toen hij zes jaar oud was, maakte hij zijn eerste vlucht. Toen hij vijftien jaar was, behaalde Armstrong zijn eerste vliegbrevet. Op zeventienjarige leeftijd begon hij aan een studie als luchtvaartkundig ingenieur.

Hij was een goede student, maar om zijn studie te kunnen betalen, onderbrak hij deze na twee jaar en ging hij een aantal jaar bij de marine. Ook daar ging hij vliegen. Hij voerde 78 missies uit in een straaljager tijdens de Korea-oorlog (1950-1953) en kreeg hiervoor verschillende militaire onderscheidingen. In 1952 werd hij reserve bij de marine en kon hij zijn studie ruimtevaartkunde hervatten.

In 1956 trouwde hij met Janet Elizabeth Shearon, met wie hij drie kinderen kreeg, van wie er één dochter al op jonge leeftijd overleed aan kanker. In 1962 kwam Neil Armstrong bij de NASA terecht, waar hij deelnam aan verschillende experimentele vluchten.

In 1966 vloog hij voor het eerst de ruimte in, maar echte bekendheid kreeg hij pas met de vlucht van de Apollo 11 naar de maan. Hij werd wereldberoemd toen hij als eerste mens óóit voet op de maan zette en de woorden sprak: “That’s one small step for man, but one giant leap for mankind.”

Na de maanlanding verdween Armstrong zoveel mogelijk in de anonimiteit. Hoewel hij een wereldster geworden was, hield hij niet van persconferenties en media-aandacht. In 1970 verliet hij de NASA en werd hoogleraar luchtvaart- en ruimtevaarttechniek in Cincinnatti. Hij woonde met zijn vrouw op een boerderij en leidde een rustig leven. De laatste jaren had hij last van zijn hart. Hij overleed op 25/08/2012  aan de complicaties van een hartoperatie.

 

 

 

 

 

 

 

Op 21 juli 1969 om 02:56:15 zette Armstrong als eerste mens voet op de maan, waarbij hij de beroemde woorden sprak: “That’s one small step for a man, one giant leap for mankind.” Vijftien minuten later volgde Buzz Aldrin. Voor slechts 95.000 euro kun je de ruimtevaart nu ook zelf beleven.

 

 

In die tijd ondenkbaar, maar ongeveer dertig mensen hebben een ticket gekocht voor één van de commerciële ruimtevluchten die in 2014 vanaf Curaçao van start gaan. Daardoor worden de plannen voor de bouw van Space Expedition Curaçao (SXC) steeds concreter. Het is een op Curaçao gevestigd bedrijf dat commerciële ruimtevaart aanbiedt. Het bedrijf mikt op ruimtetoerisme en heeft een deal met de KLM gemaakt.

Het bedrijf wordt gesteund door de regering van Curaçao. De firma hoopt vanaf 2014 met een Lynx Rocketplane te kunnen opereren vanuit het eiland. Een ticket naar de ruimte kost 95.000 euro. Volgend jaar wordt de eerste testvlucht gemaakt, aldus de initiatiefnemers Ben Droste en Harry van Hulten gisteren tijdens een presentatie in Rotterdam.

 

 

Kennedy

 

Op 25 mei 1961 had president Kennedy al aan het Amerikaanse Congres verzocht om de benodigde miljarden op te hoesten. ‘Ik geloof,’ aldus Kennedy, ‘dat deze natie zichzelf tot doel moet stellen om, voordat dit decennium voorbij is, een man op de maan te laten landen en hem veilig terug naar de aarde te brengen.’

Ten tijde van de Koude Oorlog was het een prestige kwestie voor de VS om eerder dan de SU een man op de maan te hebben gezet. John F. Kennedy had zijn verkiezingscampagne voor het presidentschap gegrondvest op de bewering dat de Sovjet-Unie de Verenigde Staten onder de regering-Eisenhower op zowel economisch als militair vlak had ingehaald.

Na het Spoetnikprogramma van 1957, een serie onbemande ruimtevluchten van de Sovjet Unie, maakte Yuri Gagarin als eerste mens een ruimtereis op 12 april 1961 aan boord van de Vostok 1. Toen vijf dagen later een invasie op Cuba, het Varkensbaai-incident mislukte, wist Kennedy dat hij actie moest ondernemen in de strijd tegen de Sovjets en voor zijn eigen prestige.

 

 

 

Vostok 1

 

 

 

 

Maanlanding

 

De eerste landing op de maan vond plaats in 1969. Het ruimteschip, de Apollo 11 landde op de maan. De bemanning bestond uit de astronauten Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins. Na aankomst zetten ze een Amerikaanse vlag op de maan, waarna ze maanstenen gingen verzamelen en meetinstrumenten opstelden. Voor de reis terug naar de aarde voerden ze een gesprek met president Nixon. Sinds die tijd heeft de ruimtevaart zich dusdanig ontwikkeld dat het nu mogelijk is om een ‘ticket naar de maan’ te kopen.

 

 

 

Armstrong, Collins, Aldrin

 

 

 

 

Capsule Apollo 11

 

 

 

 

Apollo 11 op de maan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

 

 

 

 

dr_-edward_bach

.

.

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Universiteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegenstond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werkzaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahnemann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”.

Door zijn eerdere werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms gemaakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de natuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke remedies.

De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Remedies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

 

 

 

Jeugd

 

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen genezen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te betalen, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

 

 

 

 

Studie (1906-1913)

 

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samengevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd.

Vervolgens behaalde hij in 1913 de universitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

 

 

 

Bach als regulier arts (1913-1918)

 

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet.

Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die persoonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aanwezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield.

Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauwviel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd.

Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

 

 

 

????????

 

 

 

 

 

Bach als homeopaat (1918-1930)

 

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als patholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de donkere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vaccinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit verzwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen meedroegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homoeopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden werden steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredigend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

 

 

 

 

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

 

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen.

Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdekkingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam.

Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen. Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conserveringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”.

Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Engeland onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, konden of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg verliet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte.

Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezondheid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”. Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht brengen.

Hij zocht planten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven.
In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”.

De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

 

 

 

setladrome

 

 

 

 

 

De tweede negentien remedies

 

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor bedoeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus.

Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloemen en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveelheid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had.

Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken vanwege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriendelijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonne-methode.

 

 

 

 

De laatste maanden

 

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies opnieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huishouden”.

Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell.

Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Tabor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

 

Simon de Beauvoir, een wereldberoemde schrijfster

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

De meest middelmatige mannen voelen zich halfgoden in vergelijking met vrouwen’ , aldus Simone de Beauvoir. Toen ze veertien jaar oud was stond ze bekend als atheïst in haar gelovige, bourgeoisie familie. Niemand kon toen vermoeden dat Simone de Beauvoir een wereldberoemd schrijfster zou worden, wiens werk de basis werd voor de tweede feministische golf. De Beauvoir werd geboren op 9 januari 1908 in Parijs.

 

 

 

 

Simone de Beauvoir: existentialistisch schrijfster

 

 

De familie van Simone de Beauvoir was afkomstig uit de bourgeoisie, maar raakte tijdens de Eerste Wereldoorlog bijna al hun geld kwijt. Om toch de schone schijn van welvarendheid op te houden stond Francoise de Beauvoir erop dat haar dochters Simone en Hélène naar een privéschool gingen. In haar vroege jeugd was De Beauvoir een vroom meisje en wilde ze zelfs non worden. Naar eigen zeggen maakte ze op 14-jarige leeftijd echter een geloofscrisis mee, waarna ze atheïst werd.

 

 

 

Sorbonne en Jean-Paul Sartre

 

Op de privéschool werd duidelijk dat De Beauvoir erg intelligent was. Haar vader stimuleerde haar intellectuele capaciteiten en ze ging na de middelbare school wiskunde, literatuurwetenschap en filosofie studeren aan de prestigieuze Sorbonne universiteit in Parijs.

Dit was ook een noodzaak, omdat het gezin De Beauvoir inmiddels nog sterker verarmd was. De Beauvoir moest dus doorleren, om later in haar eigen onderhoud te kunnen voorzien.  Ze studeerde af in 1928 en begon aan een lerarenopleiding. Hier ontmoette ze de man die haar levensgezel zou worden, Jean-Paul Sartre.

Sartre vroeg De Beauvoir in 1929 ten huwelijk. Ze had echter geen bruidsschat en het stel besloot een andere verbintenis te sluiten, een pact, waarbij ze allebei hun zelfstandigheid zouden bewaren en ook seksuele relaties zouden mogen aangaan met anderen.

 

 

 

Jean Paul Sartre

 

 

 

 

Marseille, WO II en eerste publicatie

 

In 1929, op 21-jarige leeftijd, rondde De Beauvoir de lerarenopleiding af, waarna ze een aanstelling als docent op een school in Marseille aannam. Hier ontwikkelde ze haar schrijfkunst, mede omdat ze zo ver verwijderd was van haar grote liefde Sartre. Volgens De Beauvoir ontstond literatuur namelijk uit een staat van ongelukkig zijn. In 1938 rondde ze haar eerste boek, L’Invitée af. Het werd echter pas in 1943 uitgegeven.

De Beauvoir, inmiddels diep ongelukkig omdat Sartre naar het front was gestuurd, werd in dat jaar ontslagen omdat ze een 17-jarige leerling verleid zou hebben. De oorlog, haar ontslag en de vermeende affaires van Sartre leidden ertoe dat De Beauvoir in de oorlogsjaren meerdere boeken schreef. Haar bekendste werk kwam echter pas uit in 1949.

 

 

 

 

De Tweede Sekse

 

Le deuxième sexe uit 1949 was het eerste echt feministische boek van De Beauvoir. Hierin legde ze uit dat in haar ogen de wereld gedomineerd wordt door mannen, die vrouwen domineren wanneer ze hun mannelijkheid bedreigd zien. Vrouwen zouden passieve objecten zijn terwijl mannen handelende subjecten zijn. De belangrijkste uitspraak uit het boek was dat iemand volgens De Beauvoir niet als vrouw geboren wordt, maar er één wordt.

Dit maakte haar een existentialistisch schrijfster, want de existentialistische stroming stelt de individuele vrijheid en verantwoordelijkheid voorop. Zoals Sartre het verwoorde, ‘bestaan gaat vooraf aan zijn’. Hij behoorde dan ook tot de existentialisten.

Le deuxième sexe sloeg in als een bom en werd door voorvechters van vrouwenrechten van de tweede feministische golf bijna als Bijbel vereerd. In de jaren ’70 werd de Beauvoir zelf ook actief in deze beweging in Frankrijk omdat het volgens haar een schande was dat sinds de invoering van het kiesrecht er niets wezenlijks meer was verbeterd in de positie van vrouwen.

 

 

 

Latere leven

 

Simone de Beauvoir schreef behalve De Tweede Sekse nog vele andere boeken, zoals Les Belles images (1966), La Femme rompue (1967), Quand prime le spirituel (1979) en een vierdelige biografie waarin ze zich afzette tegen het middenstandsleven van haar ouders. Na de dood van Sartre in 1980 ging het, ondanks de problemen die hun relatie had gekend, echter bergafwaarts met De Beauvoir. Haar reputatie werd echter steeds beter en groter en ze werd als dé feministe van de 20e eeuw gezien. Simone de Beauvoir stierf op 14 april 1986 in Parijs.

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Ludwig van Beethoven

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

Beethoven: componist van de Romantiek

 

 

Ludwig van Beethoven is één van de grootste componisten allertijden. Hij krijgt een muzikale opvoeding in Bonn, en vertrekt later naar Wenen, waar hij zijn hele leven verblijft. Beethoven laat zich inspireren door de ideeën van de Duitse Romantiek. De opvoering van zijn Negende Symfonie is een absoluut hoogtepunt in de geschiedenis van de muziek.

 

 

 

 

 

Het vroege leven van Beethoven

 

Ludwig van Beethoven wordt geboren op 16 of 17 december 1770 in een huis aan de Bonngasse nummer 18 in Bonn. Zijn geboortedatum is niet zeker. Wel is duidelijk dat hij is gedoopt op 17 december en dat het in katholieke kringen in die tijd verplicht was een pas geboren kind binnen vierentwintig uur te laten dopen.

Beethoven kwam uit een Vlaamse familie die zich halverwege de achttiende eeuw in Bonn had gevestigd. Zijn vader, Johann van Beethoven, was beroepszanger aan het hof van de keurvorst van Keulen. Zijn moeder, Maria Magdalena kreeg voor en na de geboorte van Ludwig enkele kinderen die al vroeg stierven. Zijn twee jongere broers, Caspar Karl en Nikolaus Johann groeiden gezond op.

 

 

 

Beethoven als wonderkind

 

Beethoven groeide op in een muzikale familie. Zijn vader verdiende zijn geld met zingen, en ook zijn grootvader was muziekleraar geweest. Johann was een hardvochtige vader die de jonge Ludwig dwong om piano te leren spelen. Aan deze brute opvoeding hield Ludwig zowel muzikale discipline als argwaan tegenover menselijke motieven over.

Johann presenteerde zijn zoon graag als wonderkind, naar het model van Mozart, die al op zesjarige leeftijd optrad voor de Europese vorstenhoven. Beethoven gaf op 26 maart 1776 een concert in Keulen, maar werd door het publiek niet als wonderkind beschouwd.

 

 

 

Opleiding

 

Beethoven ging na dit optreden naar de Latijnse school, waar hij niet bijzonder goed presteerde. Hij ontwikkelde wel steeds meer interesse voor de piano en ging steeds meer improviseren in de muziek. Daar blonk hij het meeste in uit. Hij oefende zich ook in vioolspelen en nam op eigen initiatief muziekles bij de organisten van Bonn.

Hij kon nu op het orgel spelen van kapellen en kathedralen en speelde hoorn. Rond zijn tiende jaar ging hij zijn improvisaties opschrijven. De muziekleraren hadden oog voor Ludwigs talent, en haalden hem van school. In de jaren die volgden, kreeg hij les van Christian Gottlob Neefe, de plaatselijke hoforganist.

Beethoven hield zich vooral met muziek bezig in zijn jonge jaren. Hij mocht al snel invallen voor Neefe, en werd opgenomen in de muzikale gemeenschap van Bonn. In 1787 overleed Ludwigs moeder, waardoor hij angstig en depressief werd. De rijke weduwe Hélène von Breuning nam hem onder haar hoede. Zij maakte deel uit van de hoogste culturele kringen in Bonn.

De jonge Ludwig werd de pianoleraar van haar vier kinderen en leerde hier over zaken die hij door zijn korte schooltijd gemist had. Hij leerde over de schoonheid van de Duitse literatuur, de lyrische poëzie, geschiedenis en natuurwetenschap. Even later behaalde hij een graad in de Wijsbegeerte aan de nieuw gestichte universiteit van Bonn. De waardering voor de mooie Duitse literatuur zou later in zijn werk nog terugkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Verhuizing naar Wenen

 

Aan het einde van de achttiende eeuw was Wenen de politieke en culturele hoofdstad van Centraal  Europa. Hoewel het een kleine stad was –er woonden slechts 250.000 mensen- had het geheel een metropolitische uitstraling. Door de centralisatiepolitiek van Maria Theresia en Joseph II was de administratie van de stad en de omliggende gebieden van het rijk in Wenen gevestigd.

Dat betekende dat een derde van de bevolking ambtenaar was. Maria Theresia en Joseph II hielden een sombere, en zelfs ascetische leefwijze aan die weerspiegeld werd in hun politiek. Er werd nauwelijks geïnvesteerd in het culturele leven, waardoor deze taak door de adel van Wenen werd overgenomen. De stad kende een aantal belangrijke adellijke families die hun tijd doorbrachten met concertbezoeken, theatervoorstellingen, wandelingen, bals en andere evenementen.

Dankzij de grote interesse in muziek was de stad een trekpleister voor componisten en pianoleraren. Beethoven kwam op 10 november 1792 in Wenen aan. Hij huurde een piano en leerde dansen, om zo te kunnen  integreren in de aristocratische kring.

 

 

 

Componisten in Wenen

 

Beethoven was al eens eerder in Wenen geweest om een bezoek te brengen aan Mozart. Er wordt gezegd dat de twee elkaar ontmoet hebben, maar dat is niet zeker. Ze zouden muziek gespeeld hebben voor elkaar, en Beethoven zou over Mozart hebben gezegd dat zijn werk ‘hakkerig’ was.

In werkelijkheid was Mozart op dat moment druk bezig met het componeren van zijn opera Don Giovanni. Beethoven zelf kreeg te horen dat zijn moeder ernstig ziek was, en haastte zich terug naar Bonn. Toen Beethoven later opnieuw in Wenen arriveerde, was Mozart al overleden.

Een andere beroemde inwoner van Wenen was de componist Haydn. Ludwig nam les bij hem, maar de twee konden het niet met elkaar vinden. Beethoven vond dat hij weinig leerde, en Haydn had weinig interesse in hem. Zijn eerste openbare concert in de stad gaf hij op 29 maart 1795 in het Burgtheater.

 

 

 

Wenen kohlmarkt 18 e eeuw

 

 

 

 

Mozart

 

 

 

 

Haydn

 

 

 

 

Verlichting en Romantiek in Europa

 

Beethoven had al kennis gemaakt met de Duitse literatuur van zijn tijd. Hij had bijzonder veel waardering voor de schrijvers Goethe en Schiller. Deze auteurs behoorden tot de literaire stroming van de Duitse Romantiek. Beethoven zou hun werk later gebruiken in zijn muziekstukken.

De romantiek was een reactie op de Franse verlichting, die in Europa veel opschudding had veroorzaakt.  Het verlichtingsdenken was gericht op democratisering en gelijkheid, en leidde in 1789 tot de Franse revolutie, waarbij het Franse koningshuis op gewelddadige wijze ten val werd gebracht.

In Duitsland en Oostenrijk werd met afgrijzen gereageerd op de ontwikkelingen in Frankrijk. De adel vreesde terecht voor de komst van de revolutionairen uit Frankrijk. In intellectuele kringen vond men de Fransen overdreven gewelddadig.

De revolutie vormde ook voor Beethoven een bedreiging, aangezien hij leefde in de kringen van de Weense aristocratie. Beethoven was democratisch gezind, maar dreigde toch persoonlijke geraakt te worden van de revolutie. Hij vond zijn antwoord op de ontwikkelingen in de Duitse Romantiek.

 

 

 

 

De Duitse Romantiek

 

In de literaire kringen van Berlijn en Jena ontstond in 1797 de Duitse Romantiek. Deze intellectuele beweging werd gevormd door schrijvers als August Wilhelm Schlegel, Schelling en Novalis. Zij wilden, net als de verlichtingsdenkers en revolutionairen ook de maatschappij veranderen, maar streefden naar een samenleving die meer esthetisch dan politiek was.

Ze vonden het verlichtingsdenken kil en te rationeel. Er was geen ruimte meer voor emoties, of voor de natuur en de plek van de mens daarin. De verlichting had God vervangen door de rede, maar maakte daardoor van de rede zelf een nieuwe, strenge god. Een te rationeel wereldbeeld zou tot nihilisme leiden, en de mens zijn plek in de natuur en in de maatschappij ontnemen.

Tegenover deze strengheid en ontheemding streefden de romantici naar een herwaardering van de natuur. De sleutel naar de vrijheid was niet langer de politiek, maar de kunst. De esthetische staat werd het ideaal van de romantici. Immers, als de wereld zelf een kunstwerk werd, zou de mens daarin zin en betekenis vinden.

 

 

 

Natuur is belangrijke Inspiratie. het gaat om persoonlijk gevoel !!

 

 

 

 

Friedrich Schiller

 

Eén van de bekendste romantici is de filosoof en dichter Friedrich Schiller. Zijn boek Brieven over de esthetische opvoeding van de mens is één van de belangrijkste werken van de romantiek. Op bevlogen wijze schrijft Schiller dat hij geen heil meer ziet in de politiek, en dat alleen de kunst tot vrijheid zal leiden. Schiller staat bekend om zijn nadruk op het ‘spel’ van de kunst. Daarnaast is hij bekend van zijn gedicht Ode aan de Vreugde, een werk dat later door Beethoven nog beroemder zal worden gemaakt.

 

 

 

friedrich_schiller

 

 

 

 

Johann Wolfgang von Goethe

 

Schiller was zijn leven lang bevriend met de Duitse schrijver Goethe. Zijn werk Het leiden van de jonge Werther wordt gezien als een klassieker van de Duitse romantiek. In dit werk verlangt de jonge Werther hevig naar een onbereikbare liefde en pleegt uiteindelijk zelfmoord.

Hoewel Goethe in de beginjaren sympathie had voor de romantici, ging hij zich er later meer van distantiëren. Hij vond dat sommige romantici teveel geobsedeerd waren door de ik-cultus. Bovendien ambieerde hij wel een belangrijke rol in de politiek, iets waar de meeste romantici niet meer in geloofden.

 

 

 

Johann_Wolfgang_von_Goethe_(Josef_Stieler)

 

 

 

 

Beethoven en de romantiek

 

Beethoven had veel belangstelling voor het werk van Goethe en Schiller. In 1809 werd hij uitgenodigd om de muziek te componeren bij een toneelstuk van Goethe, Egmont. Het hoftheater van Wenen had besloten om twee producties te programmeren: Schillers Wilhelm Tell en Goethes Egmont. De muziek bij Schillers stuk werd gecomponeerd door Gyrowetz.

 

 

 

De Negende Symfonie

 

Eén van de absolute hoogtepunten in de geschiedenis van de muziek, is de opvoering van Beethovens Negende Symfonie. Hij was in 1816 al begonnen aan het stuk, maar maakte het pas rond februari 1824 af. Deze legendarische symfonie werd voor het eerst opgevoerd op 7 mei 1824 in het Kärntnertortheater in Wenen. De zaal zat tot de nok toe vol en de verwachtingen van de beroemde componist waren hoog.

Beethoven was echter zelf niet de dirigent. Het ging al enige tijd niet goed met zijn gezondheid, en hij had last gekregen van geruis en gepiep in zijn oren. Dit leidde er uiteindelijk toe dat hij volledig doof werd. Tijdens de opvoering van de symfonie stond Beethoven naast de dirigent.

Het publiek was razend enthousiast en gooide met hoeden en zakdoeken. De onrust was zo groot, dat zelfs de politie eraan te pas moest komen. Ludwig kon het applaus niet horen, maar draaide zich om, zodat hij, tot zijn grote vreugde, de mensen kon zien klappen.

 

 

 

Ode aan de Vreugde

 

Het thema van de symfonie kon niet toepasselijker zijn. De vreugde van het publiek en de componist was geweldig groot. Voor het stuk had Beethoven een tekst gebruikt van Schiller, genaamd Ode aan de Vreugde. Het werd gezongen als koorfinale in een verder instrumentaal stuk.

Het thema van de vreugde, de prachtige muziek en het romantische ideaal maken het stuk tot één van de meest gewaardeerde kunstwerken ooit. Het werd dan ook in 1972 gekozen als volkslied door de Raad van Europa. In 1985 werd het officieel het volkslied van de Europese Unie.

 

 

 

 

Ode1

 

 

 

 

Het afscheid van Beethoven

 

Beethoven was de laatste jaren van zijn leven regelmatig ziek. Hij had mogelijk in 1796 al tyfus opgelopen. Eind 1826 kreeg hij een longontsteking die hij nog te boven kwam. Hoewel het met zijn gezondheid bergafwaarts ging, bleef hij componeren zolang hij kon. In december werd er geelzucht en waterzucht (een levensbedreigend oedeem) geconstateerd. Beethoven bleef nog drie maanden ziek.

Hij ontving nog vele vrienden en kennissen uit zijn tijd in Bonn en Wenen. De mensen waren begaan met zijn lot en hij ontving mooie cadeaus. Op 26 maart 1827 overleed de grote componist om vijf uur ’s middags, op dezelfde datum en tijd als waarop hij zijn debuut als wonderkind had gemaakt.

Drie dagen later werd het lichaam van Beethoven vanaf de binnenplaats van het Schwarzpanierhaus naar het kerkhof gebracht. De kist werd gevolgd door een lange stoet mensen. Naar schatting liepen er tussen de tienduizend en dertigduizend mensen mee.

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Joost van den Vondel, een Nederlandse schrijver en dichter

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Joost van den Vondel (1587-1679)

 

Hij was een Nederlands schrijver en dichter. Hij werd geboren op 17 november 1587 te Keulen. Samen met zijn ouders vluchtte hij op jonge leeftijd om religieuze redenen naar Amsterdam. Vondel begon daar een kousenwinkel, maar hield zich naast zijn werk ook bezig met het schrijven van gedichten en toneelstukken.

In 1637 voltooide Vondel zijn bekendste toneelstuk, Gijsbrecht van Aemstel, over de belegering en plundering van Amsterdam door inwoners van de omliggende dorpen. Vier jaar later bekeerde hij zich tot het katholieke geloof en schreef hij een aantal hekeldichten over het gebrek aan tolerantie onder de Hollandse Calvinisten.

Vanaf 1619 uitte Vondel in zijn werken eveneens felle kritiek op Prins Maurits, vanwege diens executie van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt.  In 1658 ging Vondel op kosten van de stad Amsterdam met pensioen, nadat zijn kousenwinkel een jaar eerder failliet was gegaan. Vondel overleed uiteindelijk 5 februari 1679 op 91-jarige leeftijd.

 

 

 

 

RIJK01_M-SK-A-1954-00_X

 

 

 

Bekende werken

 

 

 

Het stockske

 

Vondels werken hebben veelal de politieke en religieuze spanningen die aan het begin van de 17e eeuw de republiek beheersten als thema. Vondel stond daarbij aan de kant van de meer gematigde protestanten.

Tot Vondels bekendste toneelwerken behoren Gijsbrecht van Aemstel (1637), een stuk dat door de predikanten aanvankelijk verboden werd omdat het Roomse sympathieën zou bevatten, en de treurspelen Lucifer (1654), Adam in ballingschap (1664) en Noah (1667). Deze laatste drie werken vormen een trilogie over de zondeval van achtereenvolgens de engelen, de eerste mens en de eerste mensheid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hekeldicht

 

Zijn gedichten, met name de hekeldichten, bevatten vaak steken onder water aan het adres van de staat. Niet zelden verandert deze kritiek in protest, regelrechte haat en woede. Een voorbeeld is Het stockske van Joan van Oldenbarnevelt.

Sterke verontwaardiging klinkt ook door in het sonnet dat de inleiding vormt tot Palamedes oft Vermoorde Onnooselheijd, waarin die “vermoorde onschuld” slechts ogenschijnlijk een figuur uit de Oudheid is. In werkelijkheid staat hier de figuur Palamedes symbool voor de terechtgestelde Van Oldenbarnevelt.

Deze subtekst kon de tijdgenoten onmogelijk ontgaan zijn.
Vondel zelf gaf te kennen dat hij niet kon zwijgen:

maer wat op ’s harten gront leyt, dat weltme na de keel.

 

 

Religieuze poëzie

 

Daarnaast heeft hij echter ook poëzie geschreven die louter religieus was, zoals tweemaal een Kerstlied:

O wat zon is komen dalen
in den Maagdelijken schoot!
Ziet hoe schijnt ze met heur stralen
Alle glanzen doof en dood.

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA