Categorie archief: Beroemde mensen

Hugo Claus

Standaard

categorie : Beroemde mensen

 

 

 

De beeldende kunstenaar, filmmaker en de meest bekroonde auteur uit het Nederlands taalgebied Hugo Claus, werd geboren te Brugge op 5 april 1929 en overleed op 19 maart 2008 te Antwerpen.

 


Debuut: Kleine reeks (1947, poëzie)
Genres: Poëzie, roman, novelle, kort verhaal, toneel, scenario
Bijzonderheid:in 1997 ontving hij voor De Geruchten de Libris Literatuurprijs en in 1998 de Aristeionprijs; de hoogste Europese literaire onderscheiding
Citaat: ‘Ik heb vijftig jaar doorgebracht met het aanbrengen van allerlei subtiele dingetjes in mijn werk die misschien niemand eruit heeft gehaald. Dat is toch om verdrietig van te worden. (Haarlems Dagblad, 17-1-1998)
Recent werk: De Komedianten (Pas de deux II) (1997, toneel), Onvoltooid verleden, (1998, roman), Het laatste bed (1998, novelle), Het huis van de liefde (1999, poëzie), Wreed geluk (1999, poëzie), Een andere keer, de andere verhalen (2000), Een slaapwandeling (novelle, 2000)

 

 

 

 

 

Levensloop

 

Hugo Maurice Julien Claus wordt geboren te Brugge op 5 april 1929. Hij verblijft vanaf zijn 18 maanden tot 11-jarige leeftijd in een pensionaat. Hij woont thuis van 1940 tot 1946. Hij verlaat het ouderlijk huis en de school en maakt reizen naar verschillende landen. Van 1950 tot 1953 woont hij in Parijs waar hij in contact komt met surrealisme, existentialisme en Cobra-modernisme.

Van 1953 tot 1955 verblijft hij in Rome in het filmmilieu. In 1955 huwt hij met de filmactrice Elly Overzier, met wie hij in Gent gaat wonen (tot 1965). Vervolgens neemt hij gedurende vijf jaar zijn intrek op een boerderij in de Vlaamse Ardennen. In 1970 gaat hij in Amsterdam wonen, waar hij een verhouding heeft met de actrice Kitty Courbois. Van 1973 tot 1978 woont hij in Parijs samen met de actrice Sylvia Kristel. Uiteindelijk verhuist hij opnieuw naar Gent. Hij huwt in 1993 met Veerle De Wit.

Hugo Claus’ werk is even veelzijdig en wisselvallig als zijn leven zonder rode draad. Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische “Kleine reeks”, evolueert hij in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt zijn “Oostakkerse gedichten” uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden, echter steeds getuigend van een kenmerkende eigenheid en een matriarchale mythologie.

Op toneelgebied wordt hij internationaal bekend met de tragikomedie  “Een bruid in de morgen” (1955). Zijn populairste toneelstuk wordt het naturalistische “Suiker” (1958). Zijn navolgende toneelwerken zijn in hoofdzaak historische bewerkingen zoals o.a. “Thyestes” (1966), “Het spel Masscheroen” (1968) en “Orestes” (1976). Het succesvolle “Vrijdag” uit 1969, door Claus zelf verfilmd in 1980, raakt het delicate incestthema aan en doet denken aan het naturalisme van Cyriel Buysse.

Dezelfde verscheidenheid vindt men ook terug in zijn romans. In romans zoals “De hondsdagen” (1952) en “Schaamte” (1972) vindt men mytische elementen. In de roman het “Verlangen” (1978) zien we een duidelijk realisme. Zijn lijvige roman “Het verdriet van België” uit 1983 is een semi-biografische familiekroniek waarin op subtiele wijze het politieke en sociale leven tijdens Wereldoorlog II beschreven wordt. Deze roman wordt voor televisie bewerkt in 1994.

In zijn geheel genomen kan men stellen dat Claus’ werk een mengeling is van het beschrijven van tragische gebeurtenissen, klassieke verhalen en een expressie van een heimwee naar verheven waarden, dit alles doorweven met het banale, ja soms het vulgaire van het menselijk bestaan. De veelzijdige Hugo Claus is niet alleen schrijver van gedichten, romans, filmscenario’s, toneelstukken en essays, maar tevens schilder, librettist, film- en toneelregisseur. Hij schreef zelfs chansons voor de zangeres Liesbeth List. Hij kreeg talrijke literaire prijzen, waaronder de “Henriette Roland Holstprijs”.

 

 

 

Overlijden

 

Claus overleed op woensdag 19 maart 2008, kort voor zijn 79ste verjaardag in het Middelheim-ziekenhuis te Antwerpen. De schrijver leed zo’n twee jaar aan de ziekte van Alzheimer en koos daarom zelf het moment van zijn dood door middel van euthanasie via de organisatie Recht Op Waardig Sterven. Kort voor zijn overlijden gaf de filosoof Etienne Vermeersch Claus nog advies over euthanasie.

 

 

 

Euthanasiedebat laait op

 

Vele voorpagina’s van kranten werden ingenomen door het overlijden van Claus. Ook zijn euthanasiebeslissing werd uitvoerig belicht en geduid. In katholieke kringen reageerde men afwijzend met deze ‘mediatisering van de euthanasie’. René stockman, hoofd van de organisatie Broeders en Liefde, verklaarde op de katholieke nieuwssite Kerknet: “De wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten maar zelfs als het summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst. Dit is pas het echte verdriet van België.”Hij werd gevolgd in zijn kritiek door Wouter Beke, interim-voorzitter van CD&V. Kardinaal Daneels sprak er in zijn Paaspreek: “Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws.”

 

 

Claus en Sylvia Kristel

 

 

 

Lijst met onderscheidingen en prijzen

 

 

1950 – Leo J. Krynprijs voor De eendenjacht (later De Metsiers)

1952 – Arkprijs van het Vrije Woord voor De Metsiers

1955 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Een bruid in de morgen

1955 – Prix Lugné-Poë voor de Franse vertaling van Een bruid in de morgen

1955 – Prix Bonjour Promesse (of ‘Prix Françoise Sagan’) voor De hondsdagen

1956 – Letterkundige Prijs van de Stad Gent voor De getuigen

1957 – Ridder in de Orde van Leopold II (3 april)

1959 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De zwarte keizer

1959 – Ford Foundation Grant

1960 – Koopalprijs voor zijn Dylan Thomas vertaling Onder het melkwoud

1963 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De Verwondering (geweigerd)

1964 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor Omtrent Deedee (geweigerd)

1964 – August Beernaertprijs voor De Verwondering

1964 – Prijs voor het visualiseren van poëzie voor de tv-film Antologie

1965 – Henriette Roland Holst-prijs voor zijn gehele toneeloeuvre

1967 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor De dans van de reiger

1967 – Edmond Hustinx-prijs voor Nederlandstalige toneelschrijvers voor zijn gehele toneeloeuvre

1971 – Ridder in de Kroonorde (18 oktober)

1971 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie voor Heer Everzwijn

1973 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Vrijdag

1978 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Stad Gent voor literatuur

1979 – Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre

1979 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Jessica en z’n Euripides-bewerking Orestes

1984 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza voor Het verdriet van België

1985 – Cestoda-prijs

1986 – Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre

1986 – Herman Gorterprijs voor Alibi

1987 – Achilles Van Acker-prijsvoor de “sociale bewogenheid van zijn oeuvre”

1987 – Prijs van de Vlaamse Lezer voor Het verdriet van België

1989 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor Het verdriet van België

1989 – Grand Prix de l’humour noir Xavier Fonneret

1994 – Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad voor zijn gehele oeuvre

1994 – Prijs voor Meesterschap voor zijn gehele oeuvre

1994 – VSB Poëzieprijs voor De Sporen

1997 – Libris Literatuur Prijs voor De geruchten

1997 – Prix International Pier Paolo Pasolini

1997 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor De geruchten

1998 – Aristeionprijs van de Europese Unie voor De geruchten

1999 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor zijn gehele oeuvre

2000 – Premio Nonino voor de Italiaanse vertaling van Het verdriet van België

2000 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre

2001 – Preis der Stadt Münster für Europäische Poesie voor zijn gehele oeuvre

2002 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor de verzenbundel Wreed geluk

2002 – Prix de consécration Herman Closson voor zijn gehele oeuvre

2002 – Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung voor zijn gehele oeuvre

2005 – Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Algemene Culturele Verdienste

 

 

 

.

.

Bibliografie

 

Gedichten

 

1947 – Kleine reeks

1948 – Registreren

1950 – Zonder vorm van proces

1951 – Vierendelen

1952 – Drie blauwe gedichten voor Ellie

1952 – Tancredo Infrasonic

1953 – Een huis dat tussen nacht en morgen staat

1955 – De Oostakkerse gedichten

1955 – Paal en perk

1961 – Een geverfde ruiter

1963 – De man van Tollund

1963 – Het teken van de hamster

1963 – Love Song (poëzie op werk van Karel Appel)

1964 – Oog om oog

1965 – Gedichten

1965 – Het landschap

1967 – Relikwie

1969 – Genesis

1970 – Heer Everzwijn

1970 – Van horen zeggen

1971 – Dag jij

1973 – Figuratief

1974 – De wangebeden

1975 – Het Jansenisme

1977 – Emblemata

1977 – Het graf van Pernath

1978 – Cobra Revisited

1978 – Van de koude grond

1979 – Zwart (poëzie bij werk van Karel Appel en Pierre Alechinsky)

1979 – Claustrum

1979 – Gedichten 1969-1978

1979 – Fuga

1980 – 63 Kwatta-rijmen voor Gans België

1981 – Fiesta

1981 – Jan de Lichte

1982 – Almanak (verzamelbundel)

1982 – Het hooglied van Salomo

1985 – Halloween (gedichten bij tekeningen van Sylvia Kristel)

1985 – Gezegden

1985 – Het weerzinwekkend bezoek

1985 – Alibi

1985 – De dief van liefde

1985 – Gevulde contouren

1986 – Mijn honderd gedichten

1986 – Sonnetten

1986 – Bewegen

1986 – Evergreens

1987 – Sporen

1987 – Hymen (gedichten bij tekeningen van Corneille)

1987 – Imitaties

1990 – Steeds / Cité

1990 – Gedichten

1992 – Geplette gedaanten

1993 – 10 manieren om naar P.B.S. te kijken

1993 – De Sporen

1993 – Zij

1994 – Gedichten 1948-1993

1995 – Ach Clemens

1995 – Et voilà, le travail!

1995 – Zoek de zeven

1997 – Impromptu

1998 – Oktober 43

1998 – De aap in Efese

1998 – Voor de reiziger

1999 – Het huis van de liefde (bloemlezing)

1999 – Wreed geluk

2000 – Made in Belgium

2001 – De groeten (ter gelegenheid van Gedichtendag)

2002 – Sans Merci

2002 – Mijn hart en ik (bloemlezing)

2002 – Ik schrijf je neer

2002 – De tafel is leeg

2003 – Zeezucht

2004 – In geval van nood

2004 – Flagrant, bij etsen van Pierre Alechinsky

 

 

 

 

 

Toneelstukken

 

1952 – De Getuigen (eenakter)

1953 – Een bruid in de morgen

1954 – (M)oratorium (eenakter)

1954 – In een haven (eenakter)

1955 – De Geliefden (eenakter)

1956 – Het lied van de moordenaar

1957 – Dantons dood (Georg Büchner, vertaling)

1957 – Onder het Melkwoud (Dylan Thomas, vertaling)

1958 – Suiker

1959 – Woyzeck (Georg Büchner, vertaling)

1959 – Mama, kijk, zonder handen!

1960 – Quat-Quat (Jacques Audiberti, vertaling)

1961 – Antigone (Christopher Logue, vertaling)

1961 – Zannekin

1962 – De dans van de reiger

1963 – Allen die vallen (Samuel Beckett, vertaling)

1964 – Scherts, satire, ironie en diepere betekenis (Christian Dietrich Grabbe, vertaling)

1964 – Hendrik V (William Shakespeare vertaling)

1965 – De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Uilenspiegel en van Lamme Goedzak in Vlaanderen en elders (massaspel, naar Charles de Coster)

1966 – Thyestes (naar Seneca)

1966 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca vertaling)

1966 – Het Goudland (naar Hendrik Conscience)

1967 – Masscheroen (naar Mariken van Nieumeghen)

1968 – Wrraaak! (naar The Revenger’s Tragedy van Cyril Tourneur)

1969 – Vrijdag

1970 – De Spaanse hoer (naar La Celestina van Fernando de Rojas)

1970 – Tand om tand

1970 – Het leven en de werken van Leopold II

1971 – Interieur (naar zijn Omtrent Deedee)

1971 – Oedipus (naar Seneca)

1971 – Warm en Koud (Fernand Crommelynck, vertaling)

1972 – De vossejacht (naar Volpone van Ben Jonson)

1972 – De Advertentie/Theresa (Natalia Ginzburg, vertaling)

1973 – Pas de deux

1973 – Blauw blauw (naar Private Lives van Noël Coward)

1975 – Thuis

1976 – Orestes (naar Euripides)

1977 – Jessica

1977 – Het huis van Labdakos

1979 – Macbeth (William Shakespeare, vertaling)

1980 – Phaedra (naar Seneca)

1980 – Rashomon (Fay & Michael Kanin, vertaling)

1980 – Jan zonder Vrees (naar Giorgio Gaber)

1981 – Een hooglied

1981 – Een winters verhaal (William Shakespeare, vertaling)

1981 – Pantagleize (Michel de Ghelderode, vertaling)

1982 – Het haar van de hond

1982 – Lysistrata (Aristophanes, vertaling)

1982 – De Jood van Malta (Christopher Marlowe vertaling)

1982 – De Verzoeking

1983 – Hamlet (naar William Shakespeare)

1984 – Serenade

1984 – Droom van een Zomernacht (William Shakespeare, vertaling)

1985 – Goddelijke Woorden (Ramón María del Valle-Inclán, vertaling)

1985 – Blindeman (naar zijn eigen bewerking van Oidipus)

1986 – In Kolonos (naar Sofokles)

1987 – Romeo en Julia (William Shakespeare, vertaling)

1987 – De Golven van de Liefde en van de Zee (Franz Grillparzer, vertaling)

1987 – Koning Lear (William Shakespeare, vertaling)

1988 – Gilles!

1988 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca, vertaling)

1988 – Het schommelpaard

1989 – Gilles en de nacht

1991 – Richard Everzwijn (naar Richard III van William Shakespeare)

1991 – Het mondeling verraad

1991 – Visite

1991 – Winteravond

1992 – Verroeren

1993 – De repetitie (Jean Anouilh, vertaling)

1993 – Onder de torens

1994 – Requiem

1995 – De eieren van de kaaiman

1996 – De verlossing

1997 – De komedianten (Pas de deux II)

1997 – Salome (Oscar Wilde, vertaling)

1998 – Borgerocco of de dood in Borgerhout

2000 – De man van het toeval (Yasmina Reza, vertaling)

???? – X

 

 

Een bruid in de morgen

 

 

Verhalen

 

1954 – Natuurgetrouw

1958 – De zwarte keizer

1958 – Als een jonge hond

1966 – De dans van de reiger (verhaal naar eigen filmscenario)

1969 – Natuurgetrouwer (uitgebreide uitgave van Natuurgetrouw)

1972 – Gebed om geweld

1974 – De groene ridder I: In het Wilde Westen

1974 – De groene ridder II: De paladijnen

1974 – De groene ridder VII: Aan de evenaar

1977 – De vluchtende Atalanta

1984 – Een bijzondere cirkel (uit Natuurgetrouwer, in Vlaamse verhalen na 1965)

1985 – De mensen hiernaast

1987 – Château Migraine

1988 – Een andere keer

1999 – Verhalen

2000 – Een andere keer (bloemlezing)

2000 – De schrijver. Een literaire estafette

2000 – De avondzon

 

 

 

 

 

Romans

 

1950 – De Metsiers

1952 – De hondsdagen

1956 – De koele minnaar

1962 – De Verwondering

1963 – Omtrent Deedee

1971 – Schola nostra (onder het pseudoniem Dorothea van Male)

1972 – Schaamte

1972 – Het jaar van de kreeft

1977 – Jessica

1978 – Het verlangen

1983 – Het verdriet van België

1988 – Een zachte vernieling

1994 – Belladonna

1996 – De geruchten

1998 – Onvoltooid verleden

 

 

 

 

 

Essays

 

1951 – Over het werk van Corneille

1954 – Cinq lithographies en couleur (essay bij werk van Karel Appel)

1962 – Karel Appel, schilder

1964 – Louis Paul Boon

1979 – Treize manières de regarder un fragment d’Alechinsky / Dertien manieren om een fragment van Alechinsky te zien

 

 

 

 

 

Filmscenario’s

 

1958 – Dorp aan de rivier, naar Antoon Coolen; regie: Fons Rademakers

1960 – Het mes, naar een eigen verhaal; regie: Fons Rademakers

1967 – De vijanden, tevens regie

1968 – Speelmeisje, tevens regie

1971 – Mira, naar Stijn Streuvels; regie: Fons Rademakers

1973 – Niet voor de poezen, naar Nicolas Freeling; regie: Fons Rademakers

1976 – Pallieter, naar Felix Timmermans; regie: Roland Verhavert

1977 – Rubens, schilder en diplomaat; regie: Roland Verhavert

1981 – Vrijdag, naar zijn eigen toneelstuk; tevens regie

1982 – Menuet, naar Louis Paul Boon; regie: Lili Rademakers-Veenman

1984 – De Leeuw van Vlaanderen, naar Hendrik Conscience; tevens regie

1986 – Het gezin van Paemel, naar Cyriel Buysse; regie: Paul Cammermans

1987 – Mascara; regie: Patrick Conrad

1989 – Het sacrament, naar een eigen roman; tevens regie

1995 – Escal-Vigor, naar de gelijknamige roman van Georges Eekhoud

2000 – De verlossing, naar een eigen toneelstuk; tevens regie

 

 

De Leeuw van Vlaanderen

 

 

 

Libretti

 

1956 – De witte Zee (M: François de la Rochefoucauld)

1957 – Van de Vikings tot Keizer Karel (M: Daan Sternefeld)

1965 – De Mattheuspassie (vertaling; M: E.P. De Brabandere)

1968 – Morituri (M: Bruno Maderna)

1969 – Blauwdruk van de opera Reconstructie (T: met Harry Mulisch; M: Louis AndriessenReinbert de LeeuwMisha MengelbergPeter SchatJan van Vlijmen)

1985 – Georg Faust (M: Konrad Boehmer)

1995 – Borgerocco of De Dood in Borgerhout

 

 

 

 

 

Novellen

 

Claus (Boekenbal 1989)

1980 – De Verzoeking

1989 – De zwaardvis (Boekenweekgeschenk)

1998 – Het Laatste Bed

2000 – Een Slaapwandeling

2003 – De Verzoeking en andere novellen (verzamelbundel)

 

 

 

 

 

Overige

 

1950 – Die waere ende suevere chronycke van sGraevensteene: Esbatement ofte cluyte […] (onder pseudoniem Anatole Ghekiere)

1964 – Karel Appel, schilder (essay en gedichten)

1967 – De vijanden (cinéroman, naar zijn film)

1967 – De avonturen van Belgman

1977 – P.P. Rubens, schilder en diplomaat (televisiereeks)

1980 – De pen gaat waar het hart niet kan (interviews, samengesteld door Gerd de Ley)

1980 – Ontmoetingen met Corneille en Karel Appel (gedichten en beschouwingen, samengesteld door Erik Slagter)

1989 – Perte totale (proza en poëzie bij schetsen)

1999 – Goede geschiedenissen of een A.B.C. van de kinderheiligen (lees- en plakboek)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paul Cézanne

Standaard

Categorie : Beroemde mensen 

 

 

 

De Franse kunstenaar Paul Cézanne werd op 19 januari 1839 geboren in Aix-en-Provence (Frankrijk).
Hij ging naar school in Aix, en sloot een hechte vriendschap met de beroemde romanschrijver Emile Zola.
Tussen 1859 en 1861 studeerde hij rechten, maar volgde in diezelfde tijd teken- en schilderlessen.
Tegen de wil van zijn onverzettelijke vader in koos Cézanne toch voor het kunstenaarschap en volgde in 1861 Zola naar Parijs. Zijn vader legde zich er toen maar bij neer en ondersteunde zijn zoon zodanig, dat deze financieel onafhankelijk was en zich geheel op de schilderkunst kon toeleggen, ook dankzij een enorme erfenis die hem later toeviel.

 

 

 

 

In Parijs studeerde hij korte tijd aan de Académie Suisse. In 1863 werd Paul Cézanne niet toegelaten tot de kunst-academie in Parijs en besloot zijn kunstopleiding te vervolgen bij de Académie Suisse. Tussen 1864 en 1869 zond hij werk in naar de officiële salon, maar zag zijn werk keer op keer geweigerd. Hij kopieerde werken van Eugène Delacroix en Nicolas Poussin in het Louvre, maar zijn werk werd te onbekwaam bevonden. Zijn schilderijen uit de jaren 1865-1870 vormen zijn vroege `romantische` periode: extreem persoonlijk, individualistisch werk, geweld-dadige onderwerpen en bizarre fantasieën in harde, sombere kleuren. Zwaar aangezet werk.

 

 

zelfportret

 

 

In Parijs ontmoette hij Camille Pissarri en anderen van de groep impressionisten aldaar. Cezanne bleef echter enigszins een outsider binnen die kringen. In 1874 deed Cézanne mee aan de eerste tentoonstelling van de im-pressionisten. Hoewel Cézanne ook deelnam aan de tweede tentoonstelling van de impressionisten, werd er weinig van hem verkocht. In 1882 werd voor het eerst werk van Cézanne toegelaten in `de Salon`.

Hij trouwde met Hortense Fiqet in 1886. Na de dood van zijn vader erfde hij een grote som geld, waardoor hij financieel onafhankelijk werd van zijn vrouw. Hij schilderde samen met Renoir in 1888. In 1894 bezocht hij Monet in Giverny en ontmoette hij de beeldhouwer Auguste Rodin. Een jaar later exposeerde Ambroise Vollard voor het eerst Cézanne`s werk in zijn beroemde galerie. In 1897 vestigde Paul Cézanne zich permanent in Aux-en-Provence. In de volgende jaren werkte hij aan zijn grote schilderij met de baders. Veelvuldig schilderde hij ook de Mont Sainte-Victoire vlak bij zijn huis, geschilderd vanuit zijn studio die uitkeek over het tussenliggende dal.

 

 

Hotense Fiquet

 

 

 

Monst Sainte Victoire vanaf de Bibemus

 

 

 

Mont Sainte Victoire

 

 

Tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900 werden drie schilderijen van Cézanne tentoongesteld. Ook in het buitenland begon hij eindelijk door te breken. Tussen 1900 en 1905 schilderde hij zijn ´serie´ De baadsters (Les grandes baigneuses). Wanneer we ´De Baadsters´ van Cézanne aanschouwen, valt onmiddellijk de driehoeks-compositie op. De mystieke driehoek! Een dergelijk opbouwen in geometrische vorm is een oud beginsel dat tenslotte werd verlaten omdat het in academische formules stokvast raakte. Cézanne geeft dit principe een nieuwe zin, hier is de driehoek geen middel ter harmonisering van de groep, maar het duidelijk artistieke doel!

 

 

De baadsters

 

 

Het artistieke streven krijgt een sterk abstracte bijklank. Om deze reden verandert Cezanne ook de menselijke proporties, de afzonderlijke lichaamsdelen worden heftiger naar boven toe, ze worden steeds lichter en gerekter. Waarom legt Cezanne hier weerom de klemtoon op het abstracte? Net zoals Maeterlinck gaat zoeken naar de innerlijke, abstracte klank van het woord, gaat Cezanne zoeken naar de innerlijke klank van de geometrische vorm. Beiden denken met deze primitieve vormelementen tot een veel expressievere uitdrukking van het innerlijk te komen dan met een gesloten tekst of een naturalistisch tafereel.

In Duitsland organiseerde Bruno Cassirer in Berlijn een tentoonstelling met werk van hem en dertig schilderijen van hem maakten deel uit van de belangrijke tentoonstelling van de Onafhankelijken in 1904. Paul Cézanne overleed op 22 oktober 1906 in Aix-en-Provence. De Franse schilder Cézanne die gedurende zijn leven maar weinig exposeerde en zich in toenemende mate in isolement terugtrok, wordt tegenwoordig beschouwd als een van de grondleggers van het modernisme in de schilderkunst. Cézanne was tijdgenoot van de impressionisten, en zijn werk dat speelt met licht en kleur is door het impressionisme beïnvloed, maar zijn werk loopt al vooruit op het expressionisme en het kubisme.

 

 

 

Post – impressionistische werken van Cézanne

 

 

stilleven met gips -1895

 

 

 

draaiende weg bij Montgeroult – 1898

 

 

 

zwart kasteel – 1904

 

 

 

baai van Marseille vanuit Estaque 1885

 

 

 

madame Cézanne – 1892

 

 

 

jongen met rode vest -1890

 

 

 

mand met appelen – 1893

 

 

 

Pierrot en Harlequin

 

 

 

de kaartspelers

 

 

 

Huis van Cézanne

 

 

 

stilleven met fruitmand

 

 

 

madame Cézanne op stoel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rudolf Diesel

Standaard

categorie: bekende personen

 

 

Rudolf Diesel, de uitvinder van de dieselmotor

Op het einde van de 19de eeuw was België één van de meest geïndustrialiseerde landen ter wereld. In deze periode was de drang naar nieuwe ideeën en ontwikkelingen groot. Eén daarvan was de dieselmotor, die door Rudolf Diesel werd uitgevonden in Duitsland, en al snel een productie kende in België.

 

 

 

 

 

De jeugdjaren

 

Rudolf Christian Karl Diesel wordt in Parijs op 18 maart 1858 geboren als zoon van Theodor Diesel en Elise Strobel. Zijn vader is leerbewerker en boekbinder. Hij besluit om tijdens het revolutiejaar 1848 Duitsland te ontvluchten. De familie vindt een veiliger heenkomen in de Franse hoofdstad.

in 1870 breekt de Frans-Pruisische oorlog uit. Theodor en Elise verhuizen naar Londen zonder de 12 jarige Rudolf die intrekt bij zijn oom, een wiskundeleraar uit Augsburg. Rudolf volgt later colleges in de Technische Universiteit van München. Daar krijgt hij onder meer les van de bekende professor Carl von Linde, een expert in de thermodynamica. De professor is erg gekant tegen de energieverspilling van stoommachines en is voorstander van nieuwe technieken in de mechanica. De jonge Diesel studeert af aan de universiteit in 1880.

 

 

De eerste experimenten en successen

 

Op 24 november 1883 trouwt Diesel met Martha Flasche met wie hij drie kinderen krijgt. Zijn jongste zoon Eugen Diesel zou in 1939 een boek over hem en zijn motor schrijven. In 1885 experimenteert Diesel met verschillende mechanismes voor verbrandingsmotoren. Zijn doel is een energiebesparend alternatief voor de stoommachine te ontwikkelen.

In 1892 boekt Diesel zijn eerste succes. Hij laat een motor één minuut draaien zonder ontstekingsmechanisme met behulp van gecomprimeerde luchtdruk. 4 jaar later fabriceert men een verbeterd model van deze eerste ‘ dieselmotor ’  in de Maschinenfabrik Augsburg Nurnberg. In het begin wordt de motor enkel ingezet voor stationair gebruik. Ze drijven andere machines in de fabriek aan. In een latere fase pas wordt hij geïnstalleerd als aandrijving van voertuigen.

 

 

 

 

 

Het einde

 

De dieselmotor wordt een commercieel succes en Rudolf wordt rijk. Maar door slechte investeringen in zijn bedrijf, technische problemen met de eerste dieselmotoren en geldverslindende proceskosten wegens patentrechten is zijn rijkdom van korte duur. Diesel komt in zware financiële problemen wat mogelijk de aanleiding voor zijn dood wordt.

Rudolf Diesel overlijdt op 27 september 1913, nadat hij aan boord van het stoomschip ‘ Dresden ’ plotseling verdwijnt. Hij was op weg naar een conferentie in Londen. Men vindt zijn levenloze lichaam niet veel later terug in het water. Nabestaanden veronderstellen zelfmoord, maar bewijs hiervoor is nooit geleverd.

Een jaar later brak de 1ste Wereldoorlog uit. In veel oorlogstuig doet men beroep op de dieselmotor. Pas in 1915 plaatst men een dieselmotor in een MAN vrachtwagen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog maakt Mercedes-Benz de eerste Diesel-personenauto.

 

 

Info

 

Rudolf Diesel was tijdens zijn leven niet enkel een uitstekende technicus. Hij had ook muzikale capaciteiten als pianist en interesse in moderne kunsten. Diesel zag zichzelf als een sociaal filosoof maar werd daarvoor nooit erkend. Zijn boek ‘ Solidarity ‘, waarin hij zijn visie op het bedrijf beschrijft, verkocht slechts 200 exemplaren.

Rudolf was ook een Esperantist. Hij zei:

“Sedert vele jaren ben ik geïnteresseerd in het Esperanto. Deze internationale hulptaal voldoet aan een basisvoorwaarde opdat de meeste volkeren ze zou waarderen en ze verder blijft bestaan in een natuurlijke verbinding met de belangrijkste talen in de geniale eenvoud en de logica van haar structuur.

Deze taal bekijk ik uit het standpunt van een ingenieur, wiens betrachtingen gericht zijn op het sparen van energie.Het doel van Esperanto is tijd, energie, arbeid en geld te sparen en de internationale betrekkingen te versnellen en te vereenvoudigen.

Vanuit dit standpunt is het moeilijk de tegenstand te begrijpen, die nog voorkomt tegen het invoeren van een zaak die zo nuttig is voor het mensdom. Ik ben van mening dat het invoeren van het Esperanto een absolute noodzaak is voor de vrede en cultuur.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Aristoteles, een briljante wetenschapper

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

In de 4e eeuw voor Christus ontpopte de jonge Aristoteles (384-322 voor Christus) zich als de meest getalenteerde student aan de Academie van Plato. Hij liet zich inspireren door de denkbeelden van Plato, maar zag diens filosofie vooral als een uitdaging. Aristoteles was de laatste van de drie grote Griekse denkers, en legde met zijn uitvoerige filosofische overdenkingen een belangrijke basis voor de westerse filosofische traditie.

 

 

aristotlereliefbust

 

 

Aristoteles wordt gezien als een homo universalis. Hij hield zich namelijk bezig met vrijwel alle wetenschappen die destijds beoefend konden worden, van filosofie tot wiskunde en van natuurwetenschappen tot letterkunde. In tegenstelling tot zijn leermeester Plato, die gefascineerd was door abstracte, ‘eeuwige vormen’, had Aristoteles vooral belangstelling voor de concrete, levende natuur. Waar Plato redeneerde vanuit het menselijk verstand, gebruikte Aristoteles de empirische waarneming als uitgangspunt van zijn filosofische project.

 

 

 

Plato versus Aristoteles

 

Plato maakte onderscheid tussen een zintuiglijke werkelijkheid, de wereld zoals wij die ervaren, en een verheven, abstracte wereld van de ‘eeuwige ideeën’. Iedere concrete waarneming vormde volgens hem een afspiegeling van dat wat ‘echt’ bestaat in die ideeënwereld. Volgens Aristoteles bleef Plato daarmee teveel in een mythisch wereldbeeld hangen. Aristoteles was iets nuchterder: voor hem vormde de waarneembare wereld om hem heen gewoon de ‘echte’ werkelijkheid, en werden abstracte ideeën juist op basis van deze wereld gevormd.

 

 

 

Belang van zintuiglijke waarneming

 

Toch maakte hij dankbaar gebruik van Plato’s overpeinzingen. Aristoteles was net als Plato van mening dat bijvoorbeeld de ‘paardheid’ van een paard eeuwig en onveranderlijk is. Maar, zo beweerde hij, zo’n idee kan pas in ons hoofd ontstaan nadat we een aantal paarden hebben gezien. Er bestaan geen aangeboren ideeën: alles wat de mens denkt is gebaseerd op waarneming. Wel bezitten individuen volgens Aristoteles het aangeboren vermogen om te categoriseren. Met het verstand worden zintuiglijke indrukken ondergebracht in groepen en een veelheid aan subgroepen, zoals ‘levend’ en ‘levenloos’, ‘dier’ en ‘mens’, en ‘hond’ en ‘kat’.

 

 

 

Materie en vorm

 

Het belangrijkste onderscheid dat Aristoteles maakte in zijn analyse van natuurverschijnselen is dat tussen materie en vorm. Materie betreft het ‘materiaal’ van een verschijnsel, terwijl de vorm bestaat uit ‘eigenschappen’ ervan. Volgens Aristoteles kon een ding niet worden geïdentificeerd op basis van de materie. Er is altijd sprake van geordende materie: materie, plus nog iets anders: de vorm. Zo verwijst de vorm van bijvoorbeeld een paard naar de verzameling van dingen die een paard kenmerken, zoals hinniken en galopperen. Dat wat voor alle paarden gelijk is, valt onder de vorm, de categorie of soort ‘paard’. Maar natuurlijk is niet ieder paard exact hetzelfde. Onderlinge verschillen en afwijkingen tussen paarden onderling vallen onder de materie. Materie en vorm zijn in onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals lichaam en ziel samen een mens definiëren.

 

 

Geschriften van Aristoteles

 

 

Aristoteles als systeemfilosoof

 

Aristoteles kan worden aangemerkt als een ‘systeemfilosoof’, door de wijze waarop hij alles in termen van categorieën probeerde te beschrijven. Bij zijn indeling van natuurverschijnselen in groepen (bijvoorbeeld levend en levenloos) ging hij uit van wat dingen ‘kunnen’. Zo onderscheidt de mens zich bijvoorbeeld door het vermogen om rationeel te denken. Daarnaast beweerde hij dat alle dingen en verschijnselen een ‘doeloorzaak’ bevatten. Zo regent het bijvoorbeeld niet omdat afgekoelde waterdamp door de zwaartekracht in regendruppels naar beneden valt, maar omdat gewassen water nodig hebben. Alles in de natuur heeft op die manier een ‘levensdoel’. Tegenwoordig wordt dit idee veelal verworpen. Zo wordt niet per se gedacht dat appels aan de boom groeien om door mensen geplukt en opgegeten te worden, zoals Aristoteles wel zou beweren.

 

 

 

Aristoteles’ deugdenethiek

 

De filosofie van Aristoteles kende ook een ethische dimensie. Volgens hem kon de mens alleen een gelukkig leven leiden als alle menselijke vermogens goed worden benut. Volgens zijn deugdenethiek zou ieder mens moeten streven naar eudaimonia: gelukzaligheid. De ‘gulden middenweg’ vormt hierbij de sleutel. Een goed mens is hij die bijvoorbeeld niet laf of roekeloos is, maar moedig. Dit ‘gulden middenweg’-idee is op alles van toepassing. Van evenwicht en matigheid wordt de mens gelukkig en bereikt hij eudaimonia, aldus Aristoteles.

 

 

 

Weerlegging van Herakleitos

 

Reflecterend op Aristoteles filosofische voorgangers, heeft zijn gedachtegoed enkele implicaties. Neem het voorbeeld van de presocraat Herakleitos, die van mening was dat het onmogelijk is om tweemaal in dezelfde rivier te stappen. Omdat een rivier ‘stroomt’ en continu in beweging is, is het immers nog geen twee seconden dezelfde rivier, zo argumenteerde Herakleitos. Aristoteles vond dit onzin. De rivier bestaat immers niet slechts bij de gratie van haar materie, het water. Ondanks dat het water stroomt en de materie dus continu verandert, behoudt de rivier als geheel namelijk zijn vorm. En door het voortbestaan van deze vorm, behoudt de rivier ook zijn ‘identiteit’ als rivier. Daarom is een rivier niet op twee momenten verschillend, en is het prima mogelijk om vaker in dezelfde rivier te stappen.

 

 

Aristoteles’ vrouwbeeld

 

Het onderscheid dat Aristoteles maakte tussen vorm en materie had overigens nogal kwalijke gevolgen voor zijn ‘vrouwbeeld’. Vrouwen zag hij als onvolledige mannen, ze misten iets. Volgens Aristoteles erfden kinderen bovendien alleen mannelijke eigenschappen. In zijn bewoordingen verschaft de ‘passieve en ontvangende’ vrouw die een kind baart slechts de materie, terwijl de ‘actieve en vormende’ man de essentiële vorm voor zijn rekening neemt. In de middeleeuwen droeg dit idee onder meer bij aan de visie op de ‘ondergeschikte’ vrouw. Niettemin bood Aristoteles’ filosofie inzicht in natuurverschijnselen die tot op de dag van vandaag hun waarde bewijzen, en waar de westerse filosofie nog eeuwen op voort kon borduren.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Josephine Baker

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

Als danseres is Josephine Baker hét symbool voor de levendige cultuur van de Afro-Amerikanen. Als ze naar Parijs vertrekt raken de Fransen diep onder de indruk van haar bijzondere manier van dansen in bijvoorbeeld de ‘jungle bananendans’. Van vaudeville danseres groeit ze uiteindelijk uit tot een van de best betaalde beroemdheden in de wereld. Josephine Baker werd geboren op 3 juni 1906.

 

 

circa 1925: Portrait of American-born singer and dancer Josephine Baker (1906 - 1975) lying on a tiger rug in a silk evening gown and diamond earrings. (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

circa 1925: Portrait of American-born singer and dancer Josephine Baker (1906 – 1975) liying on a tiger rug in a silk evening gown and diamond earrings. (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

 

Baker werd geboren als Freda Josephine McDonald in Saint Louis, Missouri. Ze groeide op in een arm gezin zonder vader. Josephine werkte als kind al als babysitter en dienstmeid bij rijke, blanke families om thuis bij te dragen in de kosten. Toen ze dertien jaar oud was, was Josephine kort getrouwd met Willie WeIs, waar ze in 1919 van scheidde. Twee jaar later hertrouwde Josephine met Willie Baker, maar ook dit huwelijk duurde niet lang. Na de echtscheiding behield Josephine echter wel de naam ‘Baker’.

Als jong volwassene koos Baker ervoor danseres te worden. In 1922 mocht ze in de musical ‘Shuffle Along’ dansen en toerde ze met haar dansgroep door Philadelphia. Vlak daarna maakte Baker haar debuut op Broadway in New York, waar ze in de show ‘Chocolate Dandies’ optrad. Baker maakte op velen een grote indruk door haar uitdagende manier van dansen.

Baker vertrok in 1925 naar Parijs om daar op te treden in het Théatre des Champs Elysées. In de show ‘La Revue Negre’ danste ze met andere Afro-Amerikanen op Jazz muziek. Baker was vooral bij veel linkse artistiekelingen in trek. Picasso en Hemingway waren hier enkele voorbeelden van. In 1926 voerde ze haar bekende ‘jungle bananen dans’ uit, slechts gekleed in een rokje van rubberen bananen. Datzelfde jaar opende Josephine de nachtclub ‘Chez Josephine’.

In de jaren ’30 maakte Josephine haar debuut als zangeres en speelde ze in verschillende films. Ze verkreeg in 1937 de Franse nationaliteit door haar huwelijk met de Fransman Jean Lion. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloot Baker zich aan bij het Franse verzet en trad ze op voor de troepen in Afrika en het Midden-Oosten. Na de oorlog reisde ze meerdere keren naar de VS om deel te nemen aan demonstraties van de civil rights movement. Josephine bleef tot haar dood optreden als danseres. Ze overleed uiteindelijk op 12 april 1975 in Parijs aan een hersenbloeding.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

 

Confucius (551 v. Chr. – 479 v. Chr.)

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

Confucius was een Chinees filosoof. De Chinezen vieren zijn verjaardag op de 27ste dag van de 8ste maand, maar volgens de westerse kalender werd Confucius geboren op 24 september 551 voor Christus.

 

 

chinese-school-confucius

 

In zijn jeugd werkte Confucius onder andere als boekhouder en ontwikkelde hij een sterke ethische visie. Toen hij de volwassen leeftijd bereikte besloot hij het ouderlijk huis te verlaten en rond te gaan trekken om zijn leer te ver-spreiden. Confucius bezocht verschillende krijsheren met als doel hen ervan te overtuigen dat zij hun volk op een deugdelijke manier moesten regeren, maar zij wezen hem af.

Een deel van de lokale bevolking geloofde echter wel in zijn leer en al snel kreeg Confucius een grote schare vol-gelingen. De belangrijkste opvatting van Confucius was de Gulden Regel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Na zijn dood in 479 voor Christus verspreidden zijn volgelingen het Confucianisme over een groot deel van Azië.

 

 

 

Confucius staat bekend om zijn vele wijze uitspraken

 

‘Wanneer je de toekomst wilt weten, bestudeer dan het verleden.’

‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat een ander niet.’

Alleen de aller wijsten en de aller dwaasten veranderen nooit van mening.’

‘Een wijs man zoekt het in zichzelf, een dwaas zoekt het in anderen.’

 

 

Confucius was het grootste gedeelte van zijn leven privéleraar. Hij zag het als zijn taak mensen te inspireren tot het goede en de teloorgang van de zeden tegen te gaan. Bij elkaar heeft Confucius 3000 studenten gehad. Stu-deren om kennis over jezelf en over de buitenwereld op te doen was zeer belangrijk in de leer van Confucius. Dit probeerde hij over te brengen op zijn studenten. Veel Chinezen noemen hem dan ook de Grote Leraar.

De leer van Confucius had één Gulden Regel. Deze regel draait om vergeving. De wijsheid die hierbij hoort is: ‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat ook een ander niet.’ Tegenwoordig is het confucianisme een filosofie die de leer van Confucius volgt, welke een zeer grote invloed heeft gehad in Oost-Azië. De zes deugden waar de leer op stoelt, zijn :

 

 

menselijkheid,

kinderlijke gehoorzaamheid,

rechtvaardigheid,

fatsoen,

trouw,

wederkerigheid.

 

 

Zijn vele wijsheden zijn algemeen bekend en Confucius uitte deze om zijn leer te verduidelijken. Tijdens zijn leven heeft hij nooit de kans gehad om zijn filosofie in de praktijk te brengen. Zijn studenten zijn zeer belangrijk ge-weest bij de verspreiding van het gedachtegoed van het confucianisme na de dood van Confucius.

Tijdens de heerschappij van de Han-dynastie, van 206 voor Christus tot 220 na Christus, was de leer van Confucius in China een prominente doctrine. Het confucianisme heeft een sterke invloed gehad op de culturen van China, Taiwan, Korea, Singapore, Vietnam en Japan. De morele waarden van Confucius zijn tegenwoordig nog steeds van groot belang in het oosten van Azië.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Bonnie en Clyde

Standaard

  categorie : beroemde mensen

 

 

 

Bonnieclyde_f

 

 

 

Romance Bonnie en Clyde

 

Clyde Barrow (geboren op 24 maart 1909) en Bonnie Parker (geboren op 1 oktober 1910) leerden elkaar in 1930 kennen via een gezamenlijke vriend. Beiden woonden in Texas en waren opgegroeid in armoede. Bonnie, destijds 19, was al getrouwd met Roy Thornton, die in de gevangenis zat. Hoewel zij een relatie kreeg met Clyde is zij offi-cieel nooit van Roy gescheiden. Binnen een paar weken na hun ontmoeting werd Clyde veroordeeld voor eerdere misdaden. Op 11 maart 1930 wist hij uit de gevangenis te ontsnappen met behulp van een geweer dat Bonnie naar binnen had gesmokkeld. Binnen een week werd hij weer opgepakt en vastgezet. Op 2 februari 1932 was Cly-de weer een vrij man.

 

 

 

Spoor van dood en vernieling

 

Na zijn vrijlating in 1932 begon het stel kleine overvallen te plegen. Tijdens één van deze overvallen werd Bonnie opgepakt. Door een gebrek aan bewijs werd zij echter spoedig vrijgelaten. Het stel trok vervolgens twee jaar door maar liefst vijf staten (Texas, Oklahoma, Missouri, Louisiana en New Mexico), waarbij zij een spoor van dood en vernieling achter zich lieten. Zij opereerden niet altijd met z’n tweeën: verschillende personen sloten zich aan bij het stel, waaronder de broer van Clyde en zijn vrouw. De groep werd ook wel de ‘Barrow Gang’ genoemd.

Hun misdaden betroffen onder meer bankroven, autodiefstallen, ontvoeringen en moorden. Het stel was trots op hun misdaden en Bonnie stuurde zelfgemaakte gedichten over hun daden en foto’s van het stel naar de krant. Op deze foto’s zijn de twee als verliefd stel te zien. Omdat zij zich voornamelijk richtten op de rijke bovenlaag en middenstanders juist vaak ontzagen,  verwierven zij een zekere heldenstatus.

 

 

 

Hinderlaag Bonnie en Clyde

 

Aan hun rooftocht kwam op 23 mei 1934 een einde, toen zij in een hinderlaag van de politie terechtkwamen. Dit kwam als een verrassing voor het stel, want ondanks hun indrukwekkende arsenaal hadden zij niet de tijd om naar hun wapens te grijpen. Bonnie en Clyde werden ter plekke door een regen van kogels gedood.

 

 

6f9250dce3a9d49b959e8e777fc08afc

 

 

 

slide_329376_3219590_free

 

 

 

Het volksverhaal van Texas

 

Bonnie Parker, geboren op 1 oktober 1910 in Rowena, Texas. Haar ouders waren hard werkende fabrieksarbeiders en leefden rond het minimumloon. Ze was een goede studente op de middelbare school. Ze sprong er vooral uit met creatief schrijven en had een zwak voor kunst. Haar favoritiete kleur was rood; als ze het ooit zou kunnen be-talen zou ze alleen modieuze kleding kopen in díe kleur. Als kind overleed haar vader op jonge leeftijd en haar moeder werd daardoor gedwongen om Bonnie en haar broertje en zusje naar Cement City te brengen, waar ze mochten wonen bij hun grootouders. Op 16 jarige leeftijd trouwde ze. Ze werd serveerster. Verveeld en bang wist ze dat het leven haar veel meer te bieden had.

Clyde Chesnut Barrow, bruin haar met zijscheiding, bruine ogen. Vrouwen vonden hem aantrekkelijk. Zijn ouder waren arme boeren en het werd van hem veracht dat hij meehielp op de katoenvelden van Teleco, TX. Later ver-huisde hij met ouders, broers en zussen naar een buitenwijk van Dallas, waar zijn vader werkte bij een benzine-pomp. Ook hij, verveeld en arm wist dat het leven méér te bieden had dan dit. Bonnie en Clyde waren voor elkaar bestemd. Terwijl ze banken en winkels overvielen in 5 staten: Texas, Oklahmoma, Missouri, Louisiana en New Me-xico, waren de Amerikanen geschokt over hun ‘Robin Hood’ avonturen. De voorstelling van een jong meisje als Bonnie die opeens in het rijtje van rovende motorbandieten behoorde was nog het meest opzienbarend.

 

 

 

Bonnie & Clyde

 

In hun gestolen auto’s hadden Clyde en Bonnie altijd een Kodak camera liggen. Ze vonden het prachtig om op dramatische wijze te poseren met grote geweren en revolvers. Ze poseerden vaak omarmd of zoenend. Omdat ze wisten dat hun tijd samen beperkt was beslisten ze tot hun dood overvallen te plegen. Bonnie’s laatste verzoek aan haar moeder was: “Breng me niet op een begraafplaats, breng me thuis”. Clyde is nooit zijn eerste  dagen in west Dallas vergeten. De gedachte alleen al om dagen lang onder een viaduct te wonen met nog meer gezinnen, omdat ze zo arm waren, maakte hem ziek. Clyde en zijn broer Ivan, “Buck”, spijbelden wel eens op school en gingen dan bij de andere kinderen zitten in de achterbuurt van Dallas.

Terwijl de jongens aan het spijbelen waren, liep ondertussen een knap meisje rond op de Cement City High School die alle aandacht kreeg van de jongens daar. Bonnie Parker was een erg goede studente volgens haar le-raren. Het enige wat voor problemen zou zorgen was Roy Thornton. Hij was een van de “slechte jongens”. Nie-mand was dan ook verrast dat Bonnie op haar 16e van school ging en wegliep. Clyde en Buck gingen ook al van school om hun dagen al slapend en rondhangend door te brengen.  Op een dag stalen ze een auto en reden ermee over de boulevard. Ze wilden geld en beslisten om een winkel te gaan overvallen.

De buit was al snel binnen en werd verdeeld op de achterbank van de auto. Een rondrijdende patrouille wagen van de politie was hen  gevolgd. Buck botste de auto tegen een lantaarnpaal aan, Clyde ontsnapte maar Buck werd meegenomen. Hij moest enkele jaren zitten in Huntsville State Prison. Ook de echtgenoot van Bonnie, Roy, werd in de zelfde tijd als Buck veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Bonnie verhuisde en werd serveerster ergens midden in Dallas. Het serveren was een harde baan. Er waren veel onaardige flirtende mannen in het eet-huis, maar 1 man (een politie agent) was altijd erg vriendelijk en zei altijd goedendag. Niemand had ooit geweten dat hij een van de mannen zou zijn die haar zou neerschieten.

Clyde ging ondertussen door met overvallen te plegen. Het politie korps wist dat hij er achter zat, maar had niet genoeg bewijs. Clyde had gehoord dat een zus van een van zijn maten gevallen was. Hij dacht dat een bezoekje haar goed zou doen. Daar aangekomen ontmoette hij Bonnie Parker. Het was liefde op het eerste gezicht voor beide. Bonnie vergat zonder moeite haar man en reed zelfs in de auto van de bende terwijl Clyde en zijn vrienden winkels overvielen. Op 12 februari 1930 hoorde Clyde dat mannen in lange zwarte jassen naar hem vroegen in Dallas. Clyde vertelde aan Bonnie zijn criminele verleden en besloot even de stad uit te gaan. Hij beloofde haar op de hoogte te houden doormiddel van ansichtkaarten.

Die avond werd Clyde gearresteerd. Clyde zat zijn dagen uit in Waco en wachtte op zijn proces. Bonnie stuurde hem brieven en verhuisde naar haar nicht Mary in Waco. Tijdens bezoeken aan Clyde smokkelde ze een pistool binnen. Clyde kon ontsnappen. Thuis las Bonnie vol geluk het grote nieuws in de krant. Even later werd Clyde na een overval weer opgepakt en terug gebracht naar de gevangenis in Waco, Texas. Clyde kreeg 14 jaar en werd overgeplaatst naar Eastham Prison Farm Number 2 in Huntsville. Omdat de financiële status van de Barrow’s zo slecht was kwam Clyde na 2 jaar vrij vrij. Clyde begon meteen Bonnie weer te zien en hun liefde werd intensie-ver. Ze begonnen aan een lange reeks overvallen.

Op 30 April brak Clyde in bij een drogist. Hij schoot hem neer en werd een moordenaar  Clyde wist nu dat hij de doodstraf zou krijgen. Hij maakte de keus om voortvluchtig te blijven. Bonnie beloofde hem bij te staan tot het einde. Na een overval in Oklahoma waar weer een dode viel gingen Bonnie en Clyde richting New Mexico waar een tante van Bonnie woonde, Nettie. Een voorbij rijdende politieagent die dacht dat de auto gestolen was, belde aan. Hij werd ontvangen door het pistool van Clyde. Dagen later werd de agent heelhuids vrijgelaten. Hij zorgde ervoor dat de wereld kennis maakte met het gevaarlijke duo. Ze hadden hun naam vol trots aan hem verteld: Bonnie en Clyde.

Bonnie en Clyde waren nu voorpagina nieuws.  Ze besloten voor het eerst een bank te overvallen. In maart 1933 kwam Buck vrij uit de gevangenis en ging met Clyde mee. Hij bracht zijn mooie maar sterke vrouw Blanche met zich mee.Op een dag hadden ze een confrontatie met de politie. Buck was zwaargewond, Blanche had glas in haar ogen gekregen en was blind. Bonnie en Clyde vluchtten het bos in en lieten Buck en Blanche achter. Buck stierf 3 dagen later in een ziekenhuisbed, zijn hoofd en hersenen half weg. Blanche kreeg 10 jaar in een vrouwen-gevangenis. Op 6 mei zagen ze hun familie voor het laatst in Dallas. De politie was er achter gekomen waar ze overnachtten. Op 23 mei namen scherpschutters hun plaats in. Bonnie en Clyde gingen net na zonsopgang op weg richting een nabij stadje. De politie koos ervoor om niet een waarschuwing uit te roepn maar om alleen “SHOOT!” te commanderen. Er werden in totaal 176 schoten gelost.

 

 

BonnieClydecar-1

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De levensloop van Adolf Hitler

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Adolf Hitler

 

 

 

 

Adolf Hitler neemt afscheid van de Britse premier Chamberlain, na een gesprek te Soderberg 1938. Duitsland was op dat moment zojuist Tsjecho-Slowakije binnengevallen.

 

 

 

Waar is Adolf Hitler geboren?

 

Adolf Hitler werd geboren op 20 april 1889 in Ranshofen (Brauna am Inn) in Oostenrijk. Veel Oostenrijkers zagen zichzelf als Duitsers, maar waren loyaal aan Oostenrijk. Voor Hitler was er alleen Duitsland. Samen met vrienden zong hij het volkslied ‘Deutschland Über Alles’ en begroetten ze elkaar met ‘heil’. Maar wie was deze latere führer van het Derde Rijk?

 

 

 

 

 

 

Jeugd Adolf Hitler

 

Vanaf 1905 leefde Adolf Hitler in Wenen en verkreeg hij financiële steun van zijn moeder. In deze periode pro-beerde Hitler de Academie van de Schone Kunsten binnen te komen, maar werd hij tweemaal geweigerd. In 1907 overleed zijn moeder en kreeg hij geldproblemen.

Twee jaar later nam hij intrek bij de daklozenopvang. In 1910 kon hij terecht bij een huis voor armoedige arbei-ders aan de Meldemannstraße. Tijdens zijn verblijf in Wenen groeide zijn haat jegens de Joodse inwoners van de stad. Hij gaf de Joden de schuld van zijn eigen tegenslagen.

 

 

 

Hitler in de de Eerste Wereldoorlog

 

1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Hitler diende aan het westelijk front in Frankrijk en België. Hij nam deel aan veldslagen bij Ieper, de Somme en Passchendaele. Dat de Duitsers de oorlog verloren, maakte Hitler woedend. Hij omschreef de oorlog als zijn beste ervaring tot dusver. Het sterkte hem in zijn nationalisme en zijn ideologie be-gon steeds meer vaste vorm te krijgen.

Onder het regime kort na de Eerste Wereldoorlog moest Duitsland aan hoge herstelbetalingen voldoen en leed het veel economische schade. Er heerste een pessimistische sfeer, waarin racistische impulsen floreerden. In deze instabiele omstandigheden werd de Weimar Republiek opgezet, met een democratische staatsvorm.

 

 

 

 

 

Hitlers Mein Kampf

 

Na de oorlog sloot Hitler zich aan bij de Duitse Arbeiderspartij, de voorloper van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. In 1921 werd Hitler de leider en was hij een fanatiek politicus geworden, die ‘de glorie’ van Duit-sland wilde herstellen. Hij moest niets hebben van de Weimar democratie.

In 1923 deed hij met zijn medestanders van de NSDAP een couppoging, de zogenaamde Bierkeller Putsch. De machtsgreep faalde en Hitler belandde in de cel. Tijdens zijn gevangenschap werkte Hitler zijn ideeën uit op pa-pier, het later gepubliceerde boek Mein Kampf.

 

 

 

 

 

Hitler in de Tweede Wereldoorlog

 

Na zijn vrijlating in 1924, begon Hitler met het uitbouwen van zijn populariteit. Zijn felle retoriek met betrekking tot antisemitisme, de Duitse cultuur, anticommunisme en de Weimar Republiek sloeg aan. De NSDAP won een fors aantal zetels in het parlement, en in 1933 wist Hitler democratisch aan de macht te komen. Als führer van de Duitse natie, begon hij de Tweede Wereldoorlog, door onder meer Polen, Tsjechië, Nederland en Frankrijk binnen te vallen en te bezetten.

Hitler bracht zijn ideeën in de praktijk. De Joden werden bestempeld als ‘üntermenschen’, vervolgd en veel van hen werden in speciale concentratie- en vernietigingskampen om het leven gebracht. Ook minderheden als de Roma en de Sinti, en Slavische krijgsgevangen, werden vervolgd. De dictatuur van Hitler kostte aan tientallen mil-joenen mensen het leven.

 

 

 

 

 

Zelfmoord Hitler

 

Toen de Russische legers in 1945 Berlijn naderden, pleegde Hitler op 30 april 1945 zelfmoord in de ‘Führer -bun-ker’. De Tweede Wereldoorlog werd uiteindelijk definitief gewonnen door de geallieerden.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Neil Armstrong: de eerste man op de maan

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

Neil Armstrong

 

 

 

.

Neil Amstrong werd geboren op 5 augustus 1930 in Ohio. Hij was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in de lucht-vaart. Toen hij zes jaar oud was, maakte hij zijn eerste vlucht. Toen hij vijftien jaar was, behaalde Armstrong zijn eerste vliegbrevet. Op zeventienjarige leeftijd begon hij aan een studie als luchtvaartkundig ingenieur.

Hij was een goede student, maar om zijn studie te kunnen betalen, onderbrak hij deze na twee jaar en ging hij een aantal jaar bij de marine. Ook daar ging hij vliegen. Hij voerde 78 missies uit in een straaljager tijdens de Ko-rea-oorlog (1950-1953) en kreeg hiervoor verschillende militaire onderscheidingen. In 1952 werd hij reserve bij de marine en kon hij zijn studie ruimtevaartkunde hervatten.

In 1956 trouwde hij met Janet Elizabeth Shearon, met wie hij drie kinderen kreeg, van wie er één dochter al op jonge leeftijd overleed aan kanker. In 1962 kwam Neil Armstrong bij de NASA terecht, waar hij deelnam aan ver-schillende experimentele vluchten.

In 1966 vloog hij voor het eerst de ruimte in, maar echte bekendheid kreeg hij pas met de vlucht van de Apollo 11 naar de maan. Hij werd wereldberoemd toen hij als eerste mens óóit voet op de maan zette en de woorden sprak: “That’s one small step for man, but one giant leap for mankind.”

Na de maanlanding verdween Armstrong zoveel mogelijk in de anonimiteit. Hoewel hij een wereldster geworden was, hield hij niet van persconferenties en media-aandacht. In 1970 verliet hij de NASA en werd hoogleraar lucht-vaart- en ruimtevaarttechniek in Cincinnatti. Hij woonde met zijn vrouw op een boerderij en leidde een rustig le-ven. De laatste jaren had hij last van zijn hart. Hij overleed op 25/08/2012  aan de complicaties van een hartope-ratie.

 

 

 

 

 

Op 21 juli 1969 om 02:56:15 zette Armstrong als eerste mens voet op de maan, waarbij hij de beroemde woorden sprak: “That’s one small step for a man, one giant leap for mankind.” Vijftien minuten later volgde Buzz Aldrin. Voor slechts 95.000 euro kun je de ruimtevaart nu ook zelf beleven.

 

 

In die tijd ondenkbaar, maar ongeveer dertig mensen hebben een ticket gekocht voor één van de commerciële ruimtevluchten die in 2014 vanaf Curaçao van start gaan. Daardoor worden de plannen voor de bouw van Space Expedition Curaçao (SXC) steeds concreter. Het is een op Curaçao gevestigd bedrijf dat commerciële ruimtevaart aanbiedt. Het bedrijf mikt op ruimtetoerisme en heeft een deal met de KLM gemaakt.

Het bedrijf wordt gesteund door de regering van Curaçao. De firma hoopt vanaf 2014 met een Lynx Rocketplane te kunnen opereren vanuit het eiland. Een ticket naar de ruimte kost 95.000 euro. Volgend jaar wordt de eerste testvlucht gemaakt, aldus de initiatiefnemers Ben Droste en Harry van Hulten gisteren tijdens een presentatie in Rotterdam.

 

 

Kennedy

 

Op 25 mei 1961 had president Kennedy al aan het Amerikaanse Congres verzocht om de benodigde miljarden op te hoesten. ‘Ik geloof,’ aldus Kennedy, ‘dat deze natie zichzelf tot doel moet stellen om, voordat dit decennium voorbij is, een man op de maan te laten landen en hem veilig terug naar de aarde te brengen.’

Ten tijde van de Koude Oorlog was het een prestige kwestie voor de VS om eerder dan de SU een man op de maan te hebben gezet. John F. Kennedy had zijn verkiezingscampagne voor het presidentschap gegrondvest op de bewering dat de Sovjet-Unie de Verenigde Staten onder de regering-Eisenhower op zowel economisch als militair vlak had ingehaald.

Na het Spoetnikprogramma van 1957, een serie onbemande ruimtevluchten van de Sovjet Unie, maakte Yuri Gagarin als eerste mens een ruimtereis op 12 april 1961 aan boord van de Vostok 1. Toen vijf dagen later een invasie op Cuba, het Varkensbaai-incident mislukte, wist Kennedy dat hij actie moest ondernemen in de strijd tegen de Sovjets en voor zijn eigen prestige.

 

 

Vostok 1

 

 

 

Maanlanding

 

De eerste landing op de maan vond plaats in 1969. Het ruimteschip, de Apollo 11 landde op de maan. De beman-ning bestond uit de astronauten Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins. Na aankomst zetten ze een Ame-rikaanse vlag op de maan, waarna ze maanstenen gingen verzamelen en meetinstrumenten opstelden. Voor de reis terug naar de aarde voerden ze een gesprek met president Nixon. Sinds die tijd heeft de ruimtevaart zich dusdanig ontwikkeld dat het nu mogelijk is om een ‘ticket naar de maan’ te kopen.

 

 

Armstrong, Collins, Aldrin

 

 

 

Capsule Apollo 11

 

 

 

Apollo 11 op de maan

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

 

 

 

dr_-edward_bach

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Univer-siteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegen-stond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werk-zaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahne-mann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”. Door zijn eerde-re werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms ge-maakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de na-tuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke reme-dies. De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Reme-dies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

 

 

 

Jeugd

 

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen gene-zen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te beta-len, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

 

 

 

Studie (1906-1913)

 

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samen-gevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd. Vervolgens behaalde hij in 1913 de uni-versitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

 

 

 

Bach als regulier arts (1913-1918)

 

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die per-soonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aan-wezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield. Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauw-viel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

 

 

????????

 

 

 

Bach als homeopaat (1918-1930)

 

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als pa-tholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de don-kere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vac-cinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit ver-zwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen mee-droegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homo-eopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden wer-den steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredi-gend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

 

 

 

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

 

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen. Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdek-kingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen.

Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conser-veringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”. Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Enge-land onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, kon-den of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg ver-liet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte. Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezond-heid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”.

Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht bren-gen. Hij zocht plan-ten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven. In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”. De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

 

 

setladrome

 

 

 

De tweede negentien remedies

 

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor be-doeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus. Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloe-men en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveel-heid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had. Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken van-wege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriende-lijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonnemetho-de.

 

 

De laatste maanden

 

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies op-nieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huis-houden”.  Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell. Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Ta-bor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria