Categorie archief: Beroemde mensen

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

 

 

 

dr_-edward_bach

.

.

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Univer-siteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegen-stond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werk-zaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahne-mann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”. Door zijn eerde-re werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms ge-maakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de na-tuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke reme-dies. De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Reme-dies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

 

 

 

Jeugd

 

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen gene-zen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te beta-len, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

 

 

 

Studie (1906-1913)

 

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samen-gevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd. Vervolgens behaalde hij in 1913 de uni-versitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

 

 

 

Bach als regulier arts (1913-1918)

 

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die per-soonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aan-wezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield. Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauw-viel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

 

 

 

????????

 

 

 

 

Bach als homeopaat (1918-1930)

 

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als pa-tholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de don-kere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vac-cinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit ver-zwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen mee-droegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homo-eopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden wer-den steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredi-gend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

 

 

 

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

 

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen. Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdek-kingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen.

Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conser-veringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”. Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Enge-land onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, kon-den of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg ver-liet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte. Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezond-heid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”.

Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht bren-gen. Hij zocht plan-ten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven. In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”. De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

 

 

 

setladrome

 

 

 

 

De tweede negentien remedies

 

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor be-doeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus. Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloe-men en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveel-heid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had. Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken van-wege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriende-lijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonnemetho-de.

 

 

 

De laatste maanden

 

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies op-nieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huis-houden”.  Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell. Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Ta-bor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

 

Advertenties

Ludwig van Beethoven

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

 

Beethoven: componist van de Romantiek

 

 

Ludwig van Beethoven is één van de grootste componisten allertijden. Hij krijgt een muzikale opvoeding in Bonn, en vertrekt later naar Wenen, waar hij zijn hele leven verblijft. Beethoven laat zich inspireren door de ideeën van de Duitse Romantiek. De opvoering van zijn Negende Symfonie is een absoluut hoogtepunt in de geschiedenis van de muziek.

 

 

 

 

 

Het vroege leven van Beethoven

 

Ludwig van Beethoven wordt geboren op 16 of 17 december 1770 in een huis aan de Bonngasse nummer 18 in Bonn. Zijn geboortedatum is niet zeker. Wel is duidelijk dat hij is gedoopt op 17 december en dat het in katho-lieke kringen in die tijd verplicht was een pas geboren kind binnen vierentwintig uur te laten dopen. Beethoven kwam uit een Vlaamse familie die zich halverwege de achttiende eeuw in Bonn had gevestigd. Zijn vader, Johann van Beethoven, was beroepszanger aan het hof van de keurvorst van Keulen. Zijn moeder, Maria Magdalena kreeg voor en na de geboorte van Ludwig enkele kinderen die al vroeg stierven. Zijn twee jongere broers, Caspar Karl en Nikolaus Johann groeiden gezond op.

.

 

 

Beethoven als wonderkind

 

Beethoven groeide op in een muzikale familie. Zijn vader verdiende zijn geld met zingen, en ook zijn grootvader was muziekleraar geweest. Johann was een hardvochtige vader die de jonge Ludwig dwong om piano te leren spelen. Aan deze brute opvoeding hield Ludwig zowel muzikale discipline als argwaan tegenover menselijke mo-tieven over. Johann presenteerde zijn zoon graag als wonderkind, naar het model van Mozart, die al op zesjarige leeftijd optrad voor de Europese vorstenhoven. Beethoven gaf op 26 maart 1776 een concert in Keulen, maar werd door het publiek niet als wonderkind beschouwd.

 

 

.

Opleiding

 

Beethoven ging na dit optreden naar de Latijnse school, waar hij niet bijzonder goed presteerde. Hij ontwikkelde wel steeds meer interesse voor de piano en ging steeds meer improviseren in de muziek. Daar blonk hij het mees-te in uit. Hij oefende zich ook in vioolspelen en nam op eigen initiatief muziekles bij de organisten van Bonn. Hij kon nu op het orgel spelen van kapellen en kathedralen en speelde hoorn. Rond zijn tiende jaar ging hij zijn im-provisaties opschrijven. De muziekleraren hadden oog voor Ludwigs talent, en haalden hem van school. In de ja-ren die volgden, kreeg hij les van Christian Gottlob Neefe, de plaatselijke hoforganist.

Beethoven hield zich vooral met muziek bezig in zijn jonge jaren. Hij mocht al snel invallen voor Neefe, en werd opgenomen in de muzikale gemeenschap van Bonn. In 1787 overleed Ludwigs moeder, waardoor hij angstig en depressief werd. De rijke weduwe Hélène von Breuning nam hem onder haar hoede. Zij maakte deel uit van de hoogste culturele kringen in Bonn. De jonge Ludwig werd de pianoleraar van haar vier kinderen en leerde hier o-ver zaken die hij door zijn korte schooltijd gemist had. Hij leerde over de schoonheid van de Duitse literatuur, de lyrische poëzie, geschiedenis en natuurwetenschap. Even later behaalde hij een graad in de Wijsbegeerte aan de nieuw gestichte universiteit van Bonn. De waardering voor de mooie Duitse literatuur zou later in zijn werk nog terugkomen.

 

 

 

 

 

Verhuizing naar Wenen

 

Aan het einde van de achttiende eeuw was Wenen de politieke en culturele hoofdstad van Centraal  Europa. Hoe-wel het een kleine stad was –er woonden slechts 250.000 mensen- had het geheel een metropolitische uitstraling. Door de centralisatiepolitiek van Maria Theresia en Joseph II was de administratie van de stad en de omliggende gebieden van het rijk in Wenen gevestigd. Dat betekende dat een derde van de bevolking ambtenaar was. Maria Theresia en Joseph II hielden een sombere, en zelfs ascetische leefwijze aan die weerspiegeld werd in hun politiek.

Er werd nauwelijks geïnvesteerd in het culturele leven, waardoor deze taak door de adel van Wenen werd overge-nomen. De stad kende een aantal belangrijke adellijke families die hun tijd doorbrachten met concertbezoeken, theatervoorstellingen, wandelingen, bals en andere evenementen. Dankzij de grote interesse in muziek was de stad een trekpleister voor componisten en pianoleraren. Beethoven kwam op 10 november 1792 in Wenen aan. Hij huurde een piano en leerde dansen, om zo te kunnen  integreren in de aristocratische kring.

 

.

 

Componisten in Wenen

 

Beethoven was al eens eerder in Wenen geweest om een bezoek te brengen aan Mozart. Er wordt gezegd dat de twee elkaar ontmoet hebben, maar dat is niet zeker. Ze zouden muziek gespeeld hebben voor elkaar, en Beet-hoven zou over Mozart hebben gezegd dat zijn werk ‘hakkerig’ was. In werkelijkheid was Mozart op dat moment druk bezig met het componeren van zijn opera Don Giovanni. Beethoven zelf kreeg te horen dat zijn moeder ern-stig ziek was, en haastte zich terug naar Bonn. Toen Beethoven later opnieuw in Wenen arriveerde, was Mozart al overleden. Een andere beroemde inwoner van Wenen was de componist Haydn. Ludwig nam les bij hem, maar de twee konden het niet met elkaar vinden. Beethoven vond dat hij weinig leerde, en Haydn had weinig interesse in hem. Zijn eerste openbare concert in de stad gaf hij op 29 maart 1795 in het Burgtheater.

 

 

Wenen kohlmarkt 18 e eeuw

 

 

 

Mozart

 

 

 

Haydn

 

 

 

Verlichting en Romantiek in Europa

 

Beethoven had al kennis gemaakt met de Duitse literatuur van zijn tijd. Hij had bijzonder veel waardering voor de schrijvers Goethe en Schiller. Deze auteurs behoorden tot de literaire stroming van de Duitse Romantiek. Beet-hoven zou hun werk later gebruiken in zijn muziekstukken. De romantiek was een reactie op de Franse verlichting, die in Europa veel opschudding had veroorzaakt.  Het verlichtingsdenken was gericht op democratisering en ge-lijkheid, en leidde in 1789 tot de Franse revolutie, waarbij het Franse koningshuis op gewelddadige wijze ten val werd gebracht.

In Duitsland en Oostenrijk werd met afgrijzen gereageerd op de ontwikkelingen in Frankrijk. De adel vreesde te-recht voor de komst van de revolutionairen uit Frankrijk. In intellectuele kringen vond men de Fransen overdreven gewelddadig. De revolutie vormde ook voor Beethoven een bedreiging, aangezien hij leefde in de kringen van de Weense aristocratie. Beethoven was democratisch gezind, maar dreigde toch persoonlijke geraakt te wor-den van de revolutie. Hij vond zijn antwoord op de ontwikkelingen in de Duitse Romantiek.

 

 

 

De Duitse Romantiek

 

In de literaire kringen van Berlijn en Jena ontstond in 1797 de Duitse Romantiek. Deze intellectuele beweging werd gevormd door schrijvers als August Wilhelm Schlegel, Schelling en Novalis. Zij wilden, net als de verlich-tingsdenkers en revolutionairen ook de maatschappij veranderen, maar streefden naar een samenleving die meer esthetisch dan politiek was. Ze vonden het verlichtingsdenken kil en te rationeel. Er was geen ruimte meer voor emoties, of voor de natuur en de plek van de mens daarin. De verlichting had God vervangen door de rede, maar maakte daardoor van de rede zelf een nieuwe, strenge god.

Een te rationeel wereldbeeld zou tot nihilisme leiden, en de mens zijn plek in de natuur en in de maatschappij ontnemen. Tegenover deze strengheid en ontheemding streefden de romantici naar een herwaardering van de natuur. De sleutel naar de vrijheid was niet langer de politiek, maar de kunst. De esthetische staat werd het ideaal van de romantici. Immers, als de wereld zelf een kunstwerk werd, zou de mens daarin zin en betekenis vinden.

 

 

Natuur is belangrijke Inspiratie. het gaat om persoonlijk gevoel !!

 

 

 

Friedrich Schiller

 

Eén van de bekendste romantici is de filosoof en dichter Friedrich Schiller. Zijn boek Brieven over de esthetische opvoeding van de mens is één van de belangrijkste werken van de romantiek. Op bevlogen wijze schrijft Schiller dat hij geen heil meer ziet in de politiek, en dat alleen de kunst tot vrijheid zal leiden. Schiller staat bekend om zijn nadruk op het ‘spel’ van de kunst. Daarnaast is hij bekend van zijn gedicht Ode aan de Vreugde, een werk dat later door Beethoven nog beroemder zal worden gemaakt.

 

 

friedrich_schiller

 

 

 

Johann Wolfgang von Goethe

 

Schiller was zijn leven lang bevriend met de Duitse schrijver Goethe. Zijn werk Het leiden van de jonge Werther wordt gezien als een klassieker van de Duitse romantiek. In dit werk verlangt de jonge Werther hevig naar een onbereikbare liefde en pleegt uiteindelijk zelfmoord. Hoewel Goethe in de beginjaren sympathie had voor de ro-mantici, ging hij zich er later meer van distantiëren. Hij vond dat sommige romantici teveel geobsedeerd waren door de ik-cultus. Bovendien ambieerde hij wel een belangrijke rol in de politiek, iets waar de meeste romantici niet meer in geloofden.

 

 

Johann_Wolfgang_von_Goethe_(Josef_Stieler)

 

 

 

Beethoven en de romantiek

 

Beethoven had veel belangstelling voor het werk van Goethe en Schiller. In 1809 werd hij uitgenodigd om de mu-ziek te componeren bij een toneelstuk van Goethe, Egmont. Het hoftheater van Wenen had besloten om twee producties te programmeren: Schillers Wilhelm Tell en Goethes Egmont. De muziek bij Schillers stuk werd gecomponeerd door Gyrowetz.

 

 

De Negende Symfonie

 

Eén van de absolute hoogtepunten in de geschiedenis van de muziek, is de opvoering van Beethovens Negende Symfonie. Hij was in 1816 al begonnen aan het stuk, maar maakte het pas rond februari 1824 af. Deze legen-darische symfonie werd voor het eerst opgevoerd op 7 mei 1824 in het Kärntnertortheater in Wenen. De zaal zat tot de nok toe vol en de verwachtingen van de beroemde componist waren hoog. Beethoven was echter zelf niet de dirigent. Het ging al enige tijd niet goed met zijn gezondheid, en hij had last gekregen van geruis en gepiep in zijn oren. Dit leidde er uiteindelijk toe dat hij volledig doof werd.

Tijdens de opvoering van de symfonie stond Beethoven naast de dirigent. Het publiek was razend enthousiast en gooide met hoeden en zakdoeken. De onrust was zo groot, dat zelfs de politie eraan te pas moest komen. Ludwig kon het applaus niet horen, maar draaide zich om, zodat hij, tot zijn grote vreugde, de mensen kon zien klappen.

 

 

Ode aan de Vreugde

 

Het thema van de symfonie kon niet toepasselijker zijn. De vreugde van het publiek en de componist was gewel-dig groot. Voor het stuk had Beethoven een tekst gebruikt van Schiller, genaamd Ode aan de Vreugde. Het werd gezongen als koorfinale in een verder instrumentaal stuk. Het thema van de vreugde, de prachtige muziek en het romantische ideaal maken het stuk tot één van de meest gewaardeerde kunstwerken ooit. Het werd dan ook in 1972 gekozen als volkslied door de Raad van Europa. In 1985 werd het officieel het volkslied van de Europese Unie.

 

 

 

Ode1

 

 

 

Het afscheid van Beethoven

 

Beethoven was de laatste jaren van zijn leven regelmatig ziek. Hij had mogelijk in 1796 al tyfus opgelopen. Eind 1826 kreeg hij een longontsteking die hij nog te boven kwam. Hoewel het met zijn gezondheid bergafwaarts ging, bleef hij componeren zolang hij kon. In december werd er geelzucht en waterzucht (een levensbedreigend oedeem) geconstateerd. Beethoven bleef nog drie maanden ziek. Hij ontving nog vele vrienden en kennissen uit zijn tijd in Bonn en Wenen.

De mensen waren begaan met zijn lot en hij ontving mooie cadeaus. Op 26 maart 1827 overleed de grote com-ponist om vijf uur ’s middags, op dezelfde datum en tijd als waarop hij zijn debuut als wonderkind had gemaakt. Drie dagen later werd het lichaam van Beethoven vanaf de binnenplaats van het Schwarzpanierhaus naar het kerkhof gebracht. De kist werd gevolgd door een lange stoet mensen. Naar schatting liepen er tussen de tiendui-zend en dertigduizend mensen mee.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Joost van den Vondel, een Nederlandse schrijver en dichter

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Joost van den Vondel (1587-1679)

 

Hij was een Nederlands schrijver en dichter. Hij werd geboren op 17 november 1587 te Keulen. Samen met zijn ouders vluchtte hij op jonge leeftijd om religieuze redenen naar Amsterdam. Vondel begon daar een kousen-winkel, maar hield zich naast zijn werk ook bezig met het schrijven van gedichten en toneelstukken. In 1637 vol-tooide Vondel zijn bekendste toneelstuk, Gijsbrecht van Aemstel, over de belegering en plundering van Amster-dam door inwoners van de omliggende dorpen.

Vier jaar later bekeerde hij zich tot het katholieke geloof en schreef hij een aantal hekeldichten over het gebrek aan tolerantie onder de Hollandse Calvinisten. Vanaf 1619 uitte Vondel in zijn werken eveneens felle kritiek op Prins Maurits, vanwege diens executie van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt.  In 1658 ging Vondel op kosten van de stad Amsterdam met pensioen, nadat zijn kousenwinkel een jaar eerder failliet was gegaan. Vondel overleed uiteindelijk 5 februari 1679 op 91-jarige leeftijd.

 

 

RIJK01_M-SK-A-1954-00_X

 

 

 

 

Bekende werken

 

 

 

Het stockske

 

Vondels werken hebben veelal de politieke en religieuze spanningen die aan het begin van de 17e eeuw de repu-bliek beheersten als thema. Vondel stond daarbij aan de kant van de meer gematigde protestanten. Tot Vondels bekendste toneelwerken behoren Gijsbrecht van Aemstel (1637), een stuk dat door de predikanten aanvankelijk verboden werd omdat het Roomse sympathieën zou bevatten, en de treurspelen Lucifer (1654), Adam in balling-schap (1664) en Noah (1667). Deze laatste drie werken vormen een trilogie over de zondeval van achtereenvol-gens de engelen, de eerste mens en de eerste mensheid.

 

 

 

 

 

 

Hekeldicht

 

Zijn gedichten, met name de hekeldichten, bevatten vaak steken onder water aan het adres van de staat. Niet zel-den verandert deze kritiek in protest, regelrechte haat en woede. Een voorbeeld is Het stockske van Joan van Oldenbarnevelt. Sterke verontwaardiging klinkt ook door in het sonnet dat de inleiding vormt tot Palamedes oft Vermoorde Onnooselheijd, waarin die “vermoorde onschuld” slechts ogenschijnlijk een figuur uit de Oudheid is. In werkelijkheid staat hier de figuur Palamedes symbool voor de terechtgestelde Van Oldenbarnevelt. Deze subtekst kon de tijdgenoten onmogelijk ontgaan zijn. Vondel zelf gaf te kennen dat hij niet kon zwijgen:

 

                            maer wat op ’s harten gront leyt, dat weltme na de keel.

 

 

 

 

Religieuze poëzie

 

Daarnaast heeft hij echter ook poëzie geschreven die louter religieus was, zoals tweemaal een Kerstlied:

 

 O wat zon is komen dalen
in den Maagdelijken schoot!
Ziet hoe schijnt ze met heur stralen
Alle glanzen doof en dood.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Thomas van Aquino, de Christelijke Aristoteles

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

De pogingen van onder meer Augustinus en Anselmus om filosofie en religie nader tot elkaar te brengen, vond vanaf de 12e eeuw navolging in de zogeheten Scholastiek (circa 1200-1350). In deze periode ontstond bovendien een hernieuwde interesse in het werk van Aristoteles. Zo beweerde de 13e-eeuwse theoloog en filosoof Thomas van Aquino dat hij met behulp van Aristoteles het bestaan van God kon aantonen.

 

 

thomas-aquinas

   Thomas van Aquino

 

 

 

aristoteles

   Aristoteles

 

 

Vanaf het einde van de 12e eeuw werden de eerste Europese universiteiten opgericht. De wetenschapsbeoefening aan deze middeleeuwse onderwijsinstituten wordt wel de ‘scholastische methode’ genoemd. In de 13e eeuw werd deze universitaire leermethode sterk beïnvloed door de filosofie van Aristoteles.

Thomas van Aquino (1225-1274), afkomstig uit het Italiaanse Aquino, was halverwege deze eeuw als docent werkzaam aan de universiteit van Parijs. Hij was degene die er het beste in slaagde een synthese tussen Aristoteles en het christelijke geloof tot stand te brengen.

 

 

 

Natuurlijke theologische waarheden

 

Aquino was van mening dat er geen tegenstelling bestond tussen de verhalen van de religie en die van de filosofie. Hij was er van overtuigd dat er nu eenmaal sprake was van ‘natuurlijke theologische waarheden’, die met behulp van zowel de Bijbelse openbaring als met het verstand verklaard konden worden.

Eén van deze natuurlijke theologische waarheden was voor hem het bestaan van God. Hoe zag hij voor zich dat we niet alleen in God konden geloven, maar God ook konden ‘verklaren’?

 

 

 

Aristoteles en de waarneming

 

Thomas van Aquino ontwikkelde allereerst een visie op de mens en wereld die radicaal anders was dan het idee dat Augustinus er in navolging van Plato op na had gehouden. Aquino baseerde zich namelijk op het gedachtegoed van Aristoteles, in wiens filosofie de zintuiglijke waarneming een belangrijke rol vervulde.

Op dit idee bouwde Aquino voort. Hij legde niet de nadruk op introspectie, maar was juist naar buiten gericht: kennis ligt niet ergens opgeslagen in ons hoofd maar halen we uit de dingen die we zien.

 

 

 

Vergaren van kennis

 

Vervolgens stelde Aquino vast dat de wereld zoals hij die waarnam, puur bestond uit individuele dingen. Hij kon wel een vrouw zien lopen en kolibries zien vliegen, maar het was simpelweg niet zo dat hij ergens de algemene begrippen mens of vogel zag zweven. Op basis van zijn waarneming kon hij echter in zijn hoofd die algemene begrippen construeren en categorisch ordenen.

Dit betrof een proces van abstractie: hij was in staat het algemene begrip ‘dier’ af te leiden uit individuele verschijnselen van schapen, paarden en honden. Ook de menselijke ziel, die volgens Aquino in principe leeg was, werd als het ware gevuld met behulp van de zintuiglijke waarneming.

 

 

 

Belang van het geloof

 

Aquino was van mening dat we met de wisselwerking tussen waarneming en verstand slechts een deel van de werkelijkheid konden bevatten. Een essentiële aanvulling hierop was het geloof. In religie vond hij de bevestiging en zekerheid van veel dingen die hij grotendeels ook met zijn verstand kon beredeneren.

Filosofie en religie waren als twee ‘indrukken’ die elkaar aanvulden: zoals een dove aan de hand van bliksem kan zien dat het onweert, komt een blinde door het horen van de donder tot dezelfde conclusie. De twee indrukken sluiten elkaar niet uit; de vereniging van beide, zien én horen, maakt de ‘kennis’ juist tot een krachtiger geheel. Zo werkte het volgens Aquino ook met geloof en rede.

 

 

 

Verklaring voor God’s bestaan

 

Aristoteles beschreef God dan wel niet letterlijk, maar het idee van God kon volgens Aquino gemakkelijk op diens filosofie worden geprojecteerd. Om Gods creatie te zien hoefde Aquino alleen maar om zich heen te kijken: Gods schepping was waarneembaar, maar directe kennis over God was slechts uit de bijbel te halen. Hij verwierp hiermee het ‘ontologisch godsbewijs’ van Anselmus: God is immaterieel, niet waarneembaar, en dus kunnen we geen directe kennis over hem krijgen.

Toch dacht Aquino het bestaan van God op een ‘logisch-empirische’ manier te kunnen verklaren, alleen al aan de hand van verandering: we zien immers dat alles continu verandert. Deze verandering moet wel ergens in gang zijn gezet, en wel door de Onbewogen Beweger, oftewel God. Hetzelfde geldt voor oorzakelijkheid: alles wordt veroorzaakt door iets. Er moet dus ook een ‘Eerste Oorzaak’ zijn.

 

 

 

 

 

Kritiek op Thomas van Aquino

 

Kortom: als we naar de wereld om ons heen kijken en alle verschijnselen proberen te verklaren, komen we volgens Aquino uiteindelijk onvermijdelijk uit bij die ene conclusie: God bestaat. Op dergelijke gedachtegangen van Aquino is in latere eeuwen wel de nodige kritiek gekomen.

Hoe weten we bijvoorbeeld zo zeker dat veranderingen niet oneindig zijn? Waarom bevinden oorzaken zich niet in een circulaire, herhalende keten? De fout die Aquino maakte in zijn theorie, net als Anselmus dat deed, is dat hij in zijn argumentatie al veronderstelde wat hij wilde bewijzen, namelijk het bestaan van God.

 

 

 

Spanning geloof en rede

 

In de loop van de 13e eeuw kwam er tegelijkertijd toenemende kritiek op de vele verzoeningspogingen die tussen geloof en rede plaatsvonden. De spanning tussen de heidense leer van Aristoteles en de christelijke leer leidde in 1277 zelfs tot een veroordeling van het werk van Aquino door de bisschop van Parijs. Er gingen veel stemmen op dat beide denktradities simpelweg hun eigen domein moesten hebben. Deze kritiek zou geloof en rede langzaam maar zeker weer uit elkaar drijven.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek de openbaring: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

De top 10 van de beruchtste bankrovers ter wereld

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Anno 2015 wordt er vooral veel geld verdiend met handel in wapens en drugs. Je kunt je bijna niet voorstellen dat een eeuw geleden bankrovers de covers van de kranten sierden. Sterker nog, een aantal van hen hield de FBI decennialang bezig! Opvallend is dat de meesten van hen ‘werkzaam’ waren in de Verenigde Staten. In onderstaand lijstje lees je meer over de verrichtingen van de beroemdste bankrovers.

 

 

 

10. J.L. Hunter ‘Red’ Rountree (1911 – 2004)

 

 

America’s Oldest Bank Robber.

 

Op positie 10 treffen we een bankrover aan, die de titel ‘oudste bankrover ooit’ op zijn naam heeft gezet. Op 86-jarige leeftijd begon J.L. Hunter ‘Red’ Rountree zijn carrière als bankrover. Toen bracht hij een onaangekondigd bezoek aan de South Trust Bank in Biloxi Mississippi. De politie wist de bejaarde man snel op te pakken; J.L. Hunter ‘Red’ Rountree werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar.

Deze straf weerhield hem er niet van om opnieuw een bank te beroven. Zijn derde – en laatste bankoverval – pleegde hij op 91-jarige leeftijd. Niet veel later kwam J.L. Hunter ‘Red’ Rountree te overlijden. Wat bezielde deze man, vraag jij je nu vast af. Tijdens de vele verhoren gaf deze bankrover tegenstrijdige verklaringen af.

De ene keer hield hij de banken verantwoordelijk voor het verlies van een groot fortuin. De andere keer gaf hij te kennen dat hij het simpelweg heel erg leuk vond om een bank te beroven.

 

 

 

9. Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd (1904 – 1934)

 

 

 

Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd staat bekend als een bijzonder gewelddadige bankrover. Tijdens zijn korte leven – Floyd werd slechts 30 jaar oud – pleegde hij een groot aantal overvallen. Ook heeft hij diverse mensen vermoord. In 1922 werd hij voor de eerste keer door de politie opgepakt; Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd had een postkantoor overvallen. De buit? Welgeteld 350 dollar.

Het personeel en andere klanten van het postkantoor omschreven Floyd als schattig. Deze omschrijving leverde hem de bijnaam ‘pretty boy’ op! In 1925 pleegde hij een meer lucratieve overval; Floyd ging er met 16.000 dollar vandoor. Ook deze keer werd Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd gepakt.

Na het uitzitten van de gevangenisstraf sloot hij zich als huurmoordenaar aan bij diverse dranksmokkelaars. Daarna maakte hij de overstap naar de georganiseerde maffia. Na een lange klopjacht wist de FBI hem te overmeesteren; dit kostte Floyd zijn leven.

 

 

 

8. Baby Face Nelson (Lester M. Gillis) (1908 – 1934)

 

 

 

baby face nelson

 

De carrière van Lester M. Gillis vertoont grote gelijkenissen met die van ‘pretty boy’. Na het plegen van diverse overvallen maakten de mannen een overstap naar de georganiseerde misdaad. Verder stonden beide bankrovers bekend om hun bijnaam; Lester M. Gillis werd ook wel ‘baby face Nelson’ genoemd. Een groot verschil is dat Lester M. Gillis een liefdevolle opvoeding heeft genoten.

Ook heeft hij een aantal jaren van zijn – korte – leven in de schoolbanken doorgebracht. Toch werd hij aangetrokken door het criminele circuit; via het plegen van winkeldiefstallen ging hij over tot het stelen van auto’s.

Na het overlijden van zijn vader – hetgeen ‘baby face Nelson’ zich persoonlijk aanrekende – sloot hij zich bij diverse bendes aan. In die tijd had de FBI er een dagtaak aan! Het personage Lester M. Gillis was te zien in diverse Tv-films en –series.

 

 

 

7. Patty Hearst (1954 – ?)

 

 

 

Patty Hearst

 

Dat het leven soms onnavolgbare wendingen kan nemen blijkt wel uit het levensverhaal van Patty Hearst. In februari 1974 werd Patty – kleindochter van multimiljonair William Randolph Hearst – ontvoerd door een linkse groepering. In ruil voor haar vrijlating eiste de ‘Symbionese Liberation Army’ (SLA) dat de Amerikaanse overheid twee SLA-leden zou vrijlaten.

Hieraan gaf Amerika geen gehoor. Vervolgens werd Patty Hearst – uitgerust met een M1 Carbine – samen met vier SLA-leden gezien in de Hibernia Bank aan Sunset Avenue; het gezelschap pleegde een bankoverval. Net als twee van de SLA-leden werd ook Patty Hearst opgepakt. Ondanks haar verklaringen – waarin Hearst aangaf dat ze zowel lichamelijk als ook seksueel was misbruikt tijdens haar gevangenschap – werd ze veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar.

De rechter bleek niet ontvankelijk voor het door Hearst aangedragen ‘Stockholmsyndroom’. President Jimmy Carter dacht daar anders over; na 22 maanden cel verleende hij Hearst gratie. Later zette Clinton dit om in een algeheel pardon.

 

 

 

6. Frank ‘Jelly’ Nash (1887 – 1933)

 

 

 

Je hebt bankrover boven bankrover. Zo wordt Frank ‘Jelly’ Nash gerekend tot de meest succesvolle bankrovers van de Verenigde Staten. Ook zijn dood – die bekend staat als de ‘Kansas City Massacre’ – is veelbesproken. Zijn levensverhaal vormde het script voor menig film. Frank Nash had maar zo een andere invulling van zijn leven kunnen kiezen; zijn vader was eigenaar van een aantal hotels.

Frank heeft hier een aantal jaren gewerkt. Ook heeft hij gediend in het Amerikaanse leger. Toch sloeg een ander pad in. Gedurende zijn loopbaan als bankrover heeft Frank ‘Jelly’ Nash maar liefst 200 banken overvallen. Verder wordt hij ervan verdacht het ‘masterbrein’ te zijn binnen een aantal criminele organisaties.

Toen hij door de FBI werd overgebracht naar een verhoorplaats, werd de auto – waarin hij zat – doorzeefd met kogels. Wie precies heeft geschoten is nooit duidelijk geworden.

 

.

 

 

5. Willie “The Actor” Sutton (1901 – 1980)

 

 

Willie Sutton

 

Net als de meeste van zijn collega-bankrovers leefde – én werkte – Willie Sutton in de jaren ’20. Toen werden de inwoners van de Verenigde Staten getroffen door de Grote Depressie. Juist op het moment dat Stuton zijn grote liefde wilde trouwen, raakte hij zijn baan als bankmedewerker kwijt. Willie Stuton werd brandkastkraker.

Hierbij richtte hij zich op de banken; van de ‘gewone man’ wilde hij niet stelen. Stuton heeft in totaal 100 overvallen gepleegd. Deze acties leverden hem maar liefst 2.000.000 dollar op. Én vele jaren achter de tralies. Je vraagt je misschien af hoe hij het hem lukte om een bank binnen te komen.

Willie Stuton was een meester in vermommingen! Overigens is Willie Stuton er diverse keren in geslaagd om uit de gevangenis te ontsnappen. Om die reden werd hij ook wel ‘Willie the Slick’ genoemd.

 

 

 

4. Jesse James (1847 – 1882)

 

 

 

De naam Jesse James doet misschien wel een belletje rinkelen; deze bankrover gaf invulling aan het begrip ‘Het Wilde Westen’. Zijn manier van leven is te zien in menig westernfilm. Als het gaat om de beweegredenen van Jesse James, dan zijn de meningen verdeeld. Zo ziet de een hem als een keiharde schurk, de ander refereert naar Robin Hood.

Volgens de verhalen is Jesse James getriggerd tot het plegen van misdaden op het moment dat zijn moeder werd gedwongen om land van de hand te doen. Hier moest een spoorweg komen. Samen met zijn broer en een paar vrienden vormde Jesse een bende, die de plannen van de betreffende investeerders wilde dwarsbomen.

Niet alleen saboteerden zij de aanleg van de spoorweg, ook pleegden zij overvallen op de banken waar de investeerders hun geld hadden ondergebracht. Hierbij gebruikte de bende veel geweld.

 

 

 

3. Butch Cassidy (1866 – 1908)

 

 

Butch Cassidy

 

Butch Cassidy en Jesse James vertonen twee opvallende overeenkomsten. Zo leefden beide mannen in dezelfde periode; halverwege de 19e eeuw. Verder gaven zij de voorkeur aan een leven vol geweld. Butch Cassidy staat bekend als een bank- en treinrover.

Hij gaf leiding een aantal bendeleden, die opereerden onder de naam de ‘Wild Bunch’. Hoewel de eerste treinoverval hen slechts 150 dollar opleverde, maakten zij snel meer geld buit. Ook gebruikte de ‘Wild Bunch’ steeds meer geweld. Tijdens hun overvallen vielen diverse slachtoffers.

Tussen het plegen van de criminele activiteiten door was Butch Cassidy een graag geziene gast tijdens paardenraces. Niet alleen gokte hij op racepaarden, ook handelde hij in paarden. Deze dure hobby werd gefinancierd met geld van anderen.

 

 

 

2. Bonnie and Clyde

 

 

Bonnie and Clyde

 

Natuurlijk mogen Bonnie en Clyde niet ontbreken in deze top 10 lijst van beroemde bankrovers! Het tweetal leerde elkaar kennen bij een gezamenlijke vriend. Hoewel Bonnie toen was getrouwd met een ander – die op dat moment een gevangenisstraf moest uitzitten – weerhield dat haar er niet van om met Clyde op te trekken. Al snel ontdekten ze een gezamenlijke passie: criminaliteit.

Hun achtergrond – opgegroeid op het Amerikaanse platteland waar men toentertijd een armoedig bestaan leidde – sterkte hen in het gevoel dat ze recht hadden op een leven vol rijkdom. Bonnie en Clyde trokken de stoute schoenen aan en trokken al plunderend door de straten van de Amerikaanse steden. Hierbij richtten zij zich vooral op de banken; de middenstanders werden ontzien.

Verder schuwden Bonnie en Clyde de media niet. Als ze weer een misdaad hadden gepleegd, stuurden ze tekst en foto’s naar de redacties van de kranten. Zo gebeurde het dat het tweetal een soort van zelf gecreëerde heldenstatus genoot! Overigens hebben ze hiervan niet lang kunnen genieten; op 23 mei 1934 kwamen Bonnie en Clyde door een regen van kogels om het leven.

 

 

 

1. John Dillinger

 

 

John Dillinger

 

John Dillinger is een typisch geval van ’12 ambachten en 13 ongelukken’. Hij is er simpelweg niet in geslaagd om zijn leven op de rails te houden. Zo had hij moeite om werk te vinden. Ook zijn huwelijk liep op de klippen. In 1923 pleegde John Dillinger zijn eerste – geregistreerde – misdaad; hij overviel een kruidenier. Al snel werd hij gearresteerd en veroordeeld tot 10 jaar achter de tralies.

In deze periode leerde de – ernstig verbitterde – John Dillinger alles over criminaliteit. Eenmaal vrij ging hij over tot het overvallen van banken. Hoewel hij diverse keren is opgepakt, slaagde Dillinger erin om een klein fortuin bij elkaar te roven. Hij vond de dood tijdens een avond uit; de politie schoot hem dood voor een bioscoop.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Erasmus

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Desiderus Erasmus

 

 

 

 

Erasmus werd waarschijnlijk in Rotterdam geboren op 28 oktober als Geert Geerts, het kan echter ook Gouda zijn geweest. Onzeker is ook in welk jaar dit precies was, waarschijnlijk in het jaar 1466, 1467 of 1469. Zijn doopnaam was Erasmus, die hij te danken had aan Erasmus van Formiae, een populaire heilige uit de vijftiende eeuw. Zijn vader was priester in Gouda en zijn moeder diens huishoudster. Erasmus was een onwettig kind.

 

 

 

Humanisten

 

Vanaf 1473 zat Erasmus op school in Gouda, Utrecht, Deventer en ’s Hertogenbosch. Hier kreeg hij onder andere de vakken Latijn en Grieks. In 1487 deed Erasmus zijn intrede in het Klooster te Stein in Gouda. Hier las hij veel werken van auteurs uit de Klassieke Oudheid en van Italiaanse humanisten die de Oudheid deden herleven.

Ook schreef Erasmus hier zijn eerste werken. In 1492 werd hij ingewijd als priester. Dit opende voor hem een aantal mogelijkheden tot studie. Het kloosterleven benauwde Erasmus echter door de strenge regels en verplichtingen en even later verliet hij het klooster.

 

 

 

Eerste boek van Erasmus

 

In 1495 begon Erasmus een studie theologie in Parijs, waar hij veel mede humanisten leerde kennen. Vanaf dat moment reisde Erasmus als zelfstandig wetenschapper heel Europa door, waardoor hij veel nieuwe mensen ontmoette. Hij leefde van de opbrengsten van zijn geschriften. Daarnaast ontstond er een groeiende schare bewonderaars die hem steunde.

In 1500 schreef Erasmus in Parijs zijn eerste boek, de Adagia. Dit was een verzameling klassieke spreekwoorden en werd één van de eerste bestsellers na de uitvinding van de drukpers. Daarnaast schreef hij nog vele werken die de burgers moesten opvoeden tot verantwoordelijke christenen.

 

 

 

 

 

Lof der zotheid

 

Het meest bekende werk van Erasmus is de Lof der zotheid. Hij schreef het werk in 1509 en droeg het op aan zijn goede vriend en Engelse humanist Thomas More, die later het toonaangevende Utopia zou schrijven. Erasmus stelt in het werk aan de hand van de vrouw Zotheid allerlei misstanden aan de kaak.

Erasmus stak in het boek de draak met de wijze waarop iedereen zijn eigenbelang vooropstelt. Daarnaast werden kerkelijke misstanden en het gedrag van de geestelijken aan de orde gesteld. Hierdoor wordt het boek ook gezien als een werk dat de weg vrijmaakte voor de Reformatie.

 

 

 

 

 

Kritische blik van Erasmus

 

Door zijn kennis van de oude Griekse taal raakte Erasmus ervan overtuigd dat de Bijbel niet goed vertaald was. Hij vertaalde hierop het Nieuwe Testament opnieuw van het Grieks naar het Latijn. Hiermee wilde hij de verschillen met de op dat moment gebruikelijke Vulgaat aantonen. De Katholieke Kerk verweet hem dat hij hiermee aanzet had gegeven tot de Reformatie van kerkhervormer Maarten Luther.

In de polarisatie die vanaf 1517 volgde op het optreden van deze Luther koos Erasmus echter geen kant. Hij was niet bereid met de Katholieke Kerk te breken en hoopte dat de ontstane verschillen met gezond verstand te overbruggen waren. In de zomer van 1536 overleed hij, in het woonhuis van zijn drukker in Bazel.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Franciscus van Assisi

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Franciscus

 

 

Franciscus werd geboren in Assisi. Aanvankelijk was hij populair, maar nadat hij wegens een slechte gezondheid weinig mensen meer zag  raakte hij zijn vertrouwen in de mensheid kwijt. Hij besloot om zijn heil meer te zoeken in een goede band God. Hij trok zich terug uit het wereldse leven en leefde in volledige armoede. Hij ging vervolgens rondtrekken om het woord van God te verspreiden. De ideeën van Franciscus sloegen bij veel mensen aan en uiteindelijk stichtte Franciscus de Franciscaner orde.

Er gaan verschillende legendes over Franciscus’ liefde voor de natuur. Het beroemdste verhaal is dat hij eens een preek tegen de vogels heeft gehouden. Hij was onderweg met een aantal metgezellen en merkte dat de vogels om hen heen heel veel lawaai maakten. Toen besloot hij om een preek tegen de vogels te houden. Toen hij begon met preken stopten alle vogels met fluiten en gingen dicht om Franciscus heen zitten.

 

 

 

 

Een ander verhaal over Franciscus en zijn goede band met de dieren stamt uit de stad Gubbio. Daar was een agressieve wolf die veel mensen had aangevallen en de bewoners veel schrik aanjoeg. Daarom besloot Franciscus het bos in te gaan waar de wolf woonde. Hij vond de wolf, die op het punt stond om hem aan te vallen. Toen Franciscus een kruis omhoog hield en tegen de wolf begon te preken, ging het dier voor Franciscus zitten en luisterde aandachtig.

Franciscus vertelde de wolf dat hij op moest houden de mensen aan te vallen, waarop de wolf te kennen gaf dit inderdaad te zullen doen. Daarna had niemand in de stad Gubbio meer last van de wolf. Uiteindelijk hebben deze en andere verhalen er toe geleid dat Franciscus de beschermheilige van de dieren is geworden. Hij beschouwde alle schepsels in de natuur als zijn broeders en zusters, en niet alleen de mensen. Hij stierf als gevierd geestelijke op 4 oktober 1226. In 1228 werd hij heilig verklaard door de katholieke kerk.

 

 

Francisus van Assisi leidt de wolf naar het dorp Gubbion. Ilustratie uit 1912. (foto Wikimedia)

 

 

 

Preek voor vogels

 

Franciscus’ houding tegenover dieren komt mooi naar voren in het onderstaande citaat dat aan hem wordt toegeschreven:

“Alle schepselen op aarde voelen als wij, streven naar geluk als wij. God wenst dat wij de dieren bijstaan wanneer ze hulp nodig hebben. We hebben een hogere opdracht door ze van dienst te zijn wanneer ze ons nodig hebben. Mensen die enig schepsel Gods uitsluiten van hun compassie en medelijden zullen op soortgelijke wijze handelen tegenover hun medemensen.”

Naast Franciscus’ compassie voor dieren is er de legende dat hij met dieren kan praten. Zo zijn er verhalen over een preek van Franciscus voor een groep vogels. In plaats van weg te vliegen, luisteren ze – volgens het verhaal – aandachtig naar zijn redevoering.

 

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Leonardo da Vinci

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Leonardo da Vinci (1452-1519) was een schilder, beeldhouwer, wetenschapper, filosoof en uitvinder uit de Italiaanse Renaissance. Hij wordt door zijn prestaties en talent gezien als het schoolvoorbeeld van de ‘homo universalis’. Deze ‘universele mens’ was een ideaalbeeld dat tijdens de Renaissance ontstond en had betrekking op een persoon die zich op vele gebieden met de besten kon meten.

 

 

Leonardo%20Da%20Vinci%20zelfportret%20

 

.

Jeugd en opleiding

 

Leonardo da Vinci werd geboren op 15 april 1452 in het dorpje Vinci in Toscane en was de buitenechtelijke zoon van de rijke Florentijnse notaris Messer Piero Fruosino di Antonio da Vinci en Catharina, een boerenmeisje. Tijdens zijn jeugd doorliep Da Vinci een basisopleiding in Latijn, geometrie en wiskunde.

In 1466 kwam hij in de leer bij de beeldhouwer en schilder Andrea del Verrocchio (1435-1488) in Florence. Hier werd hij zowel theoretisch als technisch geschoold en studeerde hij onder andere tekenen, scheikunde, metaalbewerking, mechanica, schilderen, beeldhouwen en modelleren. Zijn talent voor de kunsten was onmiskenbaar en al snel bereikte hij de meesterstatus en zette hij zijn eigen atelier op in Florence.

 

 

Levensloop van Leonardo Da Vinci

 

Da Vinci reisde veel rond en werkte in opdracht van vele verschillende belangrijke families in Italië. Hij werkte onder meer voor de invloedrijke familie d’Medici. Vanaf 1482 kon Leonardo da Vinci aan de slag aan het hof van Ludovico Sforza, de hertog van Milaan.

Onder zijn patronage schilderde Da Vinci een aantal van zijn beroemdste schilderijen, waaronder ‘Het Laatste Avondmaal’ en de ‘Mona Lisa’. Ook heeft hij een tijd in het Vaticaan onder patronage van de Paus Leo X gewerkt. In 1516 besloot hij aan het hof van de Franse koning Frans I te gaan werken. Hier stierf hij op 2 mei 1519 op 67-jarige leeftijd.

 

 

mona-lisa  Mona Lisa

 

 

 

Last_Supper-573x187  het Laatste Avondmaal

 

 

 

 

184367618e24a74cdc5ea52c4b172a54 maagd op de rotsen  de maagd op de rotsen

 

 

Leonardo heeft het meeste naam gemaakt met zijn schilderkunst, zoals zijn schilderijen ‘De maagd op de rotsen’(1483-1486), ‘Het Laatste Avondmaal’(1498) en de ‘Mona Lisa’(1503-1505). Ook heeft Da Vinci veel onderzoek gedaan naar de menselijke anatomie. Daarnaast heeft hij vele uitvindingen gedaan, waarvan er maar weinig uiteindelijk gebouwd zijn. Zo was hij geobsedeerd door vliegen en maakte hij ontwerpen voor verscheidene vliegmachines.

 

 

Fig_1_leonardo-da-vinci-anatomy_4_000 anatomie

 

 

 

De uitvindingen van Leonardo Da Vinci

 

Leonardo Da Vinci heeft talloze uitvindingen gedaan, vele ervan bijzonder voor zijn tijd. De meeste ervan heeft hij nooit gebouwd, alleen getekend. Een groot deel heeft geen praktisch nut gehad, omdat zijn ideeën onmogelijk waren of te duur waren om uit te voeren. Ook publiceerde Leonardo het overgrote deel van zijn studies niet, waardoor weinig van zijn ideeën bij het publiek bekend werden.

Enkelen zijn echter wel in gebruik genomen: de veerpootbrug, de geautomatiseerde spoelopwinder, de molenwals, een machine voor het testen van de treksterkte van draad en een lensslijpmachine. Pas aan het einde van de 19e eeuw werden een aantal van zijn ontwerpen gepubliceerd; daarvoor waren zijn notities in privébezit.

 

 

Strumento_per_cavare_terra,_Draga_lagunare,_study veerpootbrug

 

 

 

 

Vliegen en oorlog

 

Veel uitvindingen van Leonardo da Vinci waren hun tijd vooruit. Een van de thema’s waar Da Vinci erg geïnteresseerd in was, was vliegen. Hij ontwierp mechanische vleugels, een parachute, een helikopter en zelfs een deltavlieger. Alleen de laatste twee waren zo ontworpen dat ze misschien hadden kunnen werken.

Verder ontwierp hij oorlogsmachines. Zo tekende hij onder meer een tank, een reusachtige kruisboog, een stoomkanon en een radslotmusket, de voorloper van de later veelgebruikte vuursteenslotmusket.

 

 

leonardo-da-vincis-parachute de parachute

 

 

 

 

leonardo-da-vinci-helicopter-operation-1de helicopter

 

 

 

Een van de uitvindingen van Leonardo Da Vinci die kort geleden gebruikt is, is de Viola Organista, een muziekinstrument dat een kruising is tussen een orgel en een cello. Ook is in 2001 in Noorwegen een brug gebouwd die gebaseerd is op een ontwerp van Da Vinci.

Hij had voor de sultan van Istanbul een brug ontworpen die de Gouden Hoorn zou overspannen, een trechtervormige riviermonding die door de stad loopt. De brug werd uiteindelijk niet gebouwd omdat de sultan dit onmogelijk achtte. Da Vinci hield zich verder bezig met hydraulica.

Zo tekende hij onder andere een verplaatsbare dijk voor Venetië om invallen tegen te gaan. Ook maakte hij een ontwerp voor waterschoenen en een duikerspak.

.

 

viola organista

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

 

 

 

 

mijne kop a4                                                                                JOHN ASTRIA

 

 

 

Takashi Nagai

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Takashi Nagai, een specialist in de radiologie, was een overlevende van de atomaire bombardementen op Hiroshima en Nagasaki. Takashi was bekeerd tot het christendom en schreef verschillende boeken. Sommige boeken beschreven zijn ervaring als overlevende, terwijl anderen wetenschappelijke studies waren.

 

 

 

 

Nagasaki: christendokter ten tijde van de atoombom

 

Nagasaki werd een begrip door de atoombom die er viel op 9 augustus 1945. Op de plaats waar de bom viel, zijn nu een museum en een vredespark. Het museum brengt de tragedie heel dichtbij. Naar schatting stierven meer dan 74.000 mensen door de bom en door de directe gevolgen.

Nagasaki was de enige stad in Japan die christelijk was te noemen: 25 procent van de bevolking was christen, terwijl dat in de rest van Japan om minder dan 1 procent ging. De bom viel op 500 meter van de kathedraal (de grootste van Oost-Azië); 6000 van de 12.000 leden van deze rooms-katholieke kerk kwamen direct om. Velen waren op dat moment in het gebouw, nogal wat anderen woonden in de nabije omgeving.

 

 

atoombom op Nagasaki

 

Er is ook een klein museum over het leven van dokter Takashi Nagai. Diens vader was arts op het platteland. Takashi ging in Nagasaki medicijnen studeren. Hij woonde toen bij een godvrezend rooms-katholiek gezin. Hun leven zette hem aan het denken. Na zijn studententijd bekeerde hij zich tot het christendom en werd hij eveneens rooms-katholiek. Hij werd radioloog en trouwde met een dochter uit het kostgezin.

 

 

Memorial museum van Nagai

 

In de Tweede Wereldoorlog werkte hij van ’s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Steeds meer collega’s werden opgeroepen of vielen weg. Bovendien was er bijna geen beschermend materiaal meer; al het lood moest naar het leger. Dit bracht groot gezondheidsrisico mee, maar Nagai voelde zich gedrongen door te gaan. Twee weken voordat de bom viel, stelde een collega-arts de diagnose: leukemie met een levensverwachting van drie jaar. Zijn vrouw reageerde: „De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen; de Naam van de Heere zij geloofd.”

Terwijl hij zich voorbereidde op wat hem, zijn vrouw en twee kinderen te wachten stond, viel de atoombom. Precies boven de plek waar zij woonden. Hij was in het ziekenhuis en raakte gewond. Desondanks werd hij in beslag genomen door de zorg voor alle gewonden. Omdat zijn vrouw niet opdook, wist hij dat zij omgekomen was. Na twee dagen kon hij zich eindelijk vrijmaken en vond hij alleen een verkoold bekken op de plaats waar eerder hun huis was. Zijn twee kinderen logeerden bij oma en waren ongedeerd.

 

 

Takashi op zijn ziekbed met zijn kinderen

 

De dokter, lijdend aan leukemie, heeft zich behalve voor zijn werk als arts en het opvoeden van zijn kinderen volledig ingezet voor de wederopbouw van kerk en stad. De laatste vijf jaar bracht hij in bed door, waar hij bad, de Bijbel las en raad gaf aan wie hem bezocht. Ook schreef hij er meer dan veertien boeken. In 1951 overleed hij, op 43-jarige leeftijd. Op zijn begrafenis waren 20.000 mensen.

Indrukwekkend hoe Nagai Gods bijzondere zorg door alles heen zag en zeer dankbaar kon zijn, ondanks de grote moeiten die hij doormaakte.
.
.

 

 

 

Geschriften en film

 

Nagai’s boeken zijn vertaald in vele talen, waaronder het Chinees, Koreaans, Frans, Engels en Duits. Een groot deel van het schrijven van Nagai is geestelijk geïnspireerd met christelijke reflecties op de ervaring van zichzelf en de mensen om zich heen, vooral de kinderen, in de nasleep van de oorlog. De meer technische geschriften van Nagaï vindt men in Atomic Bomb Rescue and Relief Report, ontdekt in 1970.

In augustus 2010 kondigde het filmproductiebedrijf van Major Oak Entertainment Ltd aan dat ze een speelfilm over het leven van Dr. Nagai wilden draaien. Onder de titel ‘All That Remains’, werd de film geregisseerd door Ian en Dominic Higgins en uitgebracht in 2012.

 

 

 

 

Uitspraken van Nagai

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De dalai lama’s

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

De term “dalai lama” duidt niet op één enkele persoon maar op een lijn van elkaar opvolgende gereïncarneerde lama’s. Men gelooft dat elke dalai lama de wedergeboorte van zijn voorganger is. Maar er zat een groot verschil tussen de verschillende dalai lama’s.

 

 

De dalai lama is de belangrijkste geïncarneerde lama, een van de tradities binnen het Tibetaans boeddhisme. De eerste persoon die tijdens zijn leven die benaming dalai lama kreeg was Sönam Gyatso (1543-1588). In de chronologische lijst van de successie geldt hij als de derde dalai lama. Zijn twee voorgangers  Gendün Drub en Gendün Gyatso ontvingen die benaming postuum.

Vanaf de vijfde dalai lama Ngawang Lobsang Gyatso (1617–1682) kunnen de dalai lama’s beschouwd worden als de belangrijkste lama’s van het Tibetaans boeddhisme. Deze vijfde dalai lama was ook de eerste van de in totaal twee dalai lama’s die werkelijk bestuurlijke en politieke macht over Tibet hebben uitgeoefend. De tweede dalai lama met reële politieke en bestuurlijke macht was de dertiende in de lijn van de successie, Thubten Gyatso (1876–1933).

De zesde tot en met twaalfde dalai lama hebben niet of nauwelijks politieke of bestuurlijke invloed kunnen uitoefenen. Het grootste deel van de achttiende en negentiende eeuw werd het land bestuurd door Tibetaanse regenten, vanaf 1724 onder een vorm van supervisie en controle door één en later twee Chinese ambans.

De opvatting dat de dalai lama de spiritueel leider van het gehele Tibetaans boeddhisme is, dateert van de twintigste eeuw en is niet onomstreden. Die opvatting heeft voornamelijk in de periode van de ballingschap gestalte gekregen.

 

 

Vierde dalai lama

 

Tijdens de vierde dalai lama Yönten Gyatso (1589-1616) werd Tibet gekenmerkt door politieke onrust. De dalai lama’s oefenden in die tijd nauwelijks politieke of bestuurlijke macht uit. Dat was ook het geval bij de vierde dalai Lama. Hij was bovendien omstreden omdat hij door mongolen was aangewezen als leider van Tibet. Door velen werd dit beschouwd als een poging van de Mongoolse krijgsheer om macht over Tibet uit te oefenen.

Toch werd hij na lang beraad door de Gelugorde, één van de vier hoofdscholen binnen het Tibetaanse Boeddhisme, erkend en geïnstalleerd. Dit was het begin van een langlopend conflict in het land. Want velen erkenden hem niet als leider van Tibet.

Het resultaat was een burgeroorlog: een strijd tussen de gulag en andere boeddhistische stromingen in het land. De strijd ging er heftig aan toe en Yönten Gyatso moest de Tibetaanse hoofdstad Lhasa ontvluchten. Hij stierf korte tijd later. Naar alle waarschijnlijkheid is hij vermoord.

 

 

yontgen gyatso

 

 

 

Vijfde dalai lama

 

Toen de vierde dalai lama was gestorven, was zijn opvolger nog maar een kind. Zodoende werd Sönam Chöpel in 1642 regent van Tibet. Nog altijd heerste er grote onrust in het land tussen de verschillende boeddhistische groeperingen. Chöpel zat met de handen in het haar en besloot steun te zoeken bij de Mongoolse leider Güshri Khan.

Hij wilde een einde maken aan de vervolging van de Gelugorde, die de vierde dalai lama hadden gesteund, door de grootste boeddhistische school in Tibet, de kagyuscholen. Güshri Khan had drie jaar nodig om de rust te herstellen in het Tibetaanse land. Vervolgens  zette hij Lobsang Gyatso, de vijfde dalai lama, aan het hoofd van een verenigd Tibet.

In de klassieke Tibetaanse geschiedschrijving is Güshri Khan degene, die de suprematie van de gelug-traditie in Tibet veilig stelde. Na een lange burgeroorlog tussen de verschillende stromingen trok Ngawang Lobsang Gyatso dus aan het langste eind. In 1647 veroverde Ngawang Lobsang Gyatso Centraal Tibet en werd de onbetwiste heerser over het land. Hij stelde gelugpa in als staatsreligie voor centraal Tibet. Hij bleef aan de macht tot 1682.

 

 

DalaiLamaV lobsang

 

 

 

Grote dalai lama

 

Ngawang Lobsang Gyatso kreeg van de Tibetanen de titel Grote dalai lama. Onder zijn bewind werd de rust in het rijk hersteld en hij was de eerste leider die naast religieuze- ook politieke macht uitoefende. Daarnaast stelde hij dus de gelugpa in als staatsgodsdienst en liet hij het visitekaartje van Lhasa bouwen, het Potala-paleis.

Hij zou de voltooiing van het paleis niet meer als de vijfde dalai lama meemaken, omdat hij stierf in 1682. Zijn dood werd echter tot 1697 geheim gehouden. Hij had Tibet onder zijn bewind tot een machtige staat gemaakt en allianties gesmeed met Mongolië en China. De jaren na zijn bewind keerde de onrust weer terug. Pas eind negentiende eeuw onder het bewind van de dertiende dalai lama werd de situatie weer korte tijd stabiel.

 

 

5thDalaiLama ngawang lobsang gyatso

 

 

 

Einde politieke macht dalai lama

 

De dalai lama in de 17e eeuw werd de grote dalai lama doordat hij de eerste Tibetaanse leider was die ook een politieke rol had. Maar in de 21e eeuw is het tegenovergestelde gebeurd: de dalai lama heeft nu afstand gedaan van zijn politieke rol waardoor de functie van de nieuwe politieke leider, premier Lobsang Sangay, groter is geworden. Desondanks wordt de Tibetaanse regering internationaal niet erkend.

 

 

Lobsang-Sangay-and-the-Da-007

 

  premier Lobsang Sangay en de huidige dalai lama

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

    Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

 

 

 

mijne kop a4                                                                                JOHN ASTRIA