Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

 Reuzenbalsemien : Impatiens glandulifera

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Goed te herkennen aan

de bloemen, waardoor ze niet met een andere soort te verwarren is

 

 

.

 

.

Algemeen

Reuzenbalsemien is een niet inheemse sierplant afkomstig uit de Himalaya en India, die in Europa en Canada is verwilderd. De plant komt algemeen voor in de Lage Landen. Het is een opvallende eenjarige 0,6 tot 2 meter hoge plant, groeit op licht beschaduwde, vrij open, vochtige tot natte plaatsen. Door de krachtige groei krijgen andere planten vaak geen kans.

 

.

 

.

 

 

Bloem

Reuzenbalsemien bloeit vanaf juli tot en met oktober met 2 tot 5 cm grote roze, lila, soms bijna witte, zoet geurende bloemen, die in een krans van 2 tot 15 bloemen in de bovenste bladoksels staan. Het onderste kelkblad is zakvormig vergroeid met een kort spoor.

 

 

Bijzonderheden

De langwerpige rijpe vruchten springen bij aanraking open, waardoor de zaden soms wel 6 meter weg geslingerd worden. Aangezien de plant graag bij of in de buurt van water groeit worden de zaden via het water over grote afstand verspreid.

 

 

 

 

Algemeen

– balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– algemeen voorkomend
– 0,6 tot 2 meter

Bloem
– roze/rood/lila/wit of een combinatie
– zoet geurend
– van binnen gevlekt
– vanaf juli t/m oktober
– pluim, 2 tot 15 bloemen
– gespoord
– 2,5 tot 4 cm
– kroon vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand of in een krans van
3 tot 5 bladeren
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits of toegespitst
– rand gezaagd, met rode punten
– voet wigvormig
– veernervig
– in de bladoksel rode klieren

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– geribd
– op de knopen verdikt en met
gesteelde klieren

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Grote kaardebol : Dipsacus fullonum

Standaard

categorie : religie

.

 

.

 

Goed te herkennen aan 
– de grote, stekelige, lila bloemhoofdjes en
– de vergroeide stengelbladeren

 

.

 

 

.

Algemeen

Grote kaardebol is een tweejarige plant van 0,9 tot 2 meter hoog die vrij algemeen voor komt. Ze wordt ook uitgezaaid. Ze groeit op vochtige, kalkhoudende, omgewerkte grond in bermen, op dijken en in ruigten.

 

 

Bloem

Grote kaardebol bloeit vanaf juli tot en met september. De rechtopstaande, eironde bloemhoofdjes worden aan de onderkant omgeven door enkele opwaarts gebogen stekelige schutbladen, waarvan een aantal langer zijn dan het bloemhoofdje.

De bloemen gaan eerst in een ring halverwege het hoofdje open en vandaar naar boven en naar beneden. De uitgebloeide bloemhoofdjes kunnen goed verwerkt worden in droogbloem boeketten.

 

 

 

 

Blad

De bladeren zijn aan de voet vergroeid en vormen zo een opvangbakje voor water. Het nut van het waterbakje is niet bekend.

 

.

 

 

 

Toepassingen

Grote kaardebol is een geneesachtige plant die een bloedzuiverende werking heeft. Bovendien is ze eetlustopwekkend en vochtafdrijvend. Uit de wortel en het blad worden tegenwoordig smeersels samengesteld om de pijn bij reuma en jicht te bestrijden. Ook maakt men er een in te nemen medicijn van tegen tuberculose.

 

 

Algemeen

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen tot vrij   zeldzaam
– wettelijk beschermd
– tot 2 meter

Bloem
– lila, zelden wit
– vanaf juli t/m september
– hoofdje, 3 tot 9 cm lang
– buisbloem
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf tot getand of gezaagd
– voet om de stengel vergroeid
– netnervig
– witte middennerf aan de onderkant met stekels

Stengel
– rechtop tot 2 meter
– meerkantig
– gestekeld
– naar boven toe vertakt

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 Gewone engelwortel : Angelica sylvestris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de witte of enigszins roze schermen bestaande 15 tot 40 bolvormige deelschermen
– de bedauwde roze tot paars-bruine, rolronde, gegroefde stengels
– en de gootvormige bladstelen van de onderste bladeren

.

 

.

 

Algemeen

Gewone engelwortel is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende, donkergroene, niet sterk ruikende plant van natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en lichte loofbossen.
Ze wordt 90 tot 180 cm hoog. Vaak staan er vele planten bij elkaar.

 

 

Bloem

De bloeiperiode is vanaf juli tot in de herfst, soms tot het begin van de winter. De bloeiwijze is een scherm van 3 tot 15 cm breed, bestaande uit 15 tot 40 ronde deelschermen met kleine witte of rozeachtige bloemetjes. De bloemetjes hebben 5 even grote kroonbladen.

Onder het samengestelde scherm zitten 3 omwindselbladen, die snel afvallen. Onder elk deelscherm zitten talrijke omwindselblaadjes. De schermstralen zijn zacht behaard.

.

 

 

 

Blad

De grote bladeren zijn 2- tot 3-voudig geveerd. De deelblaadjes zijn langwerpig, scherp gezaagd. De bovenste bladeren zijn vergroeid tot een bolvormige schede rond de jonge bloeiwijze.
De wortelbladeren hebben een gootvormige steel, 1 van de verschillen met grote engelwortel.

 

 

Toepassingen

Gewone engelwortel werd vroeger gebruikt voor het maken van een slijmoplossend middel. Ook werden de jonge stengels en bladeren gekookt in zout water en als groente gegeten.

.

 

 

 

Vergelijkbare soorten
  gewone engelwortel
– scherm 3 tot 15 cm breed, 15 tot 40 stralen
– bloemen zijn 2 mm, wit of roze
– plant donkergroen, nauwelijks ruikend
– eindblaadjes ongedeeld, voet niet aflopend
– tot 1,8 meter hoog
– wortelbladeren met gootvormige stengel
  grote engelwortel
– scherm tot 20 cm breed, 20 tot 40 stralen
– bloemen zijn 3 tot 4 mm, groenachtig wit
– plant lichtgroen, bij kneuzing sterk ruikend
– eindblaadjes vaak 3-delig met aflopende voet
– tot 2,5 meter hoog
– wortelbladeren met rolronde stengel

 

 

 

 

 

 

.

 

grote engelwortel

 

 

Naast de twee bovengenoemde soorten zijn er nog een aantal (zeer) algemeen voorkomende planten met witte schermbloemen, zoals fluitenkruid en gewone berenklauw.

.

 

fluitenkruid

 

 

 

Gewone berenklauw

.

 

 

 

Algemeen

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juli tot in de herfst
– meervoudig scherm
– 2 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- of 3-voudig oneven veervormig
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– bedauwd roze tot paarsbruin
– rond en gegroefd

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

 

Makkelijke kamerplanten

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

Makkelijke kamerplanten

.

 

 

 

 

Mooie groene planten op de vensterbank in een hoge decoratieve vaas? Een grote pot vol met frisse groene plantjes in de woonkamer? Wie wil dat nou niet? Maar niet iedereen heeft “groene vingers”. Of de planten worden simpelweg vergeten door een te drukke agenda. Toch zijn er verschillende kamerplanten die wel tegen een stootje kunnen en zullen lange tijd de vensterbank en woonkamer sieren. Zelfs met een klein beetje water!

 

Iedereen kent natuurlijk wel Hedera oftewel een klimop als makkelijke kamerplant. Cactussen doen het ook altijd erg goed bij mensen die niet zo veel kunnen worden met planten in huis. Sommigen kiezen als laatste redmiddel voor een kunstplant of helemaal geen groen meer op de vensterbank. Toch zijn er best wel leuke trendy kamerplanten die erg weinig verzorging nodig hebben. Een kleine greep uit de grote groene wereld.

.

 

Hedera klimop

 

Sansevieria Kirkii Friends

.

Deze plant is beter bekend als de studentplant of the year Hij heeft deze naam gekregen omdat hij de ergste omstandigheden kan overleven. Kan alleen niet goed tegen teveel water maar droogte is geen enkel probleem voor hem. De Sansevieria heeft stevige bladeren en wordt 20 tot 30 centimeter hoog.

Hij kan erg goed tegen de droge lucht van de centrale verwarming, wat hem erg goed geschikt maakt voor op de vensterbank. Tevens verdraagt hij veel licht en zon. Met af en toe een beetje water en wat voeding hebt u lang plezier aan deze plant.

 

.

 

Sandevieria kirkii

 

Sedum Burrito

.

Een ideale plant voor een vensterbank op het zuiden want deze vetplant verdraagt zeer goed de hete zomerzon. Maar als hij met zijn “voeten” in het water komt te staan dan gaat hij dood. Dus zuinig met water bij dit vetkruid! De stengels met de stevige blaadjes geven een speels effect doordat ze over de rand van het pot gaan hangen. Staat ook erg mooi in een hoge schaal op tafel.

 

 

Sedum Burrito

 

 

Christusdoorn

.

Een goede oude bekende is de Christusdoorn. Een bloeiende plant met witte, roze of rode bloemetjes. De Euphorbia is een kamerplant met minimale verzorging. Vraagt weinig water en af en toe wat voeding. Doet het goed bij temperaturen van 15 tot 30 graden Celsius.

Houdt niet van tocht, dan kan hij zijn bladeren laten vallen. In zomer kan hij bij goed weer zelfs buiten staan. Een leuke blikvanger op het terras! Pas op voor het melk dat de plant bevat, deze is giftig.

 

 

Christusdoorn

 

Epipremnum

 

Een zeer gemakkelijke kamerplant is een Epipremnum ook bekend als Scindapsus. Deze plant voelt zich thuis op zowel een lichte als een donkere plaats in de woonkamer. Heeft zeer weinig water en bijna geen bemesting nodig.

Krijgt de plant toch ernstig water tekort en gaat daardoor slap hangen, gewoon even bijgieten en hij fleurt weer helemaal op. De Epipremnum is ook als hangplant verkrijgbaar en is net zo gemakkelijk in onderhoud.

 

 

Epipremnum

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Boerenwormkruid : Tanacetum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de talrijke gele schijfvormige bloemhoofdjes en
– de geveerde bladeren en
– de groei in grote pollen

 

.

 

.

.

 

Algemeen

Boerenwormkruid is een sterk ruikende, overblijvende plant van 60 tot 120 cm hoog. Ze vormt grote pollen door ondergrondse uitlopers. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Je vindt boerenwormkruid op vochtige tot droge, omgewerkte grond op dijken en in bermen, de uiterwaarden, langs spoorwegen en aan akkerranden.

Bloem

Ze bloeit vanaf juli tot en met september met gele bloemen, die schermvormige pluimen vormen aan het einde van de stengel.

 

.

 

.

 

 

Blad en stengel

De bladeren doen wat denken aan varenbladeren. In het volle zonlicht richten zij zich plat naar het zuiden. Als ze gewreven worden geven ze een kruidige geur af. De stengel is enigszins verhout en bovenaan sterk vertakt.

 

 

Toepassingen

Boerenwormkruid kent vele toepassingen. Zo is het een insecten werend middel en verjaagt onder andere vliegen, muggen, mieren en vlooien. Vroeger werd het bij mens en dier gebruikt als middel tegen wormen. Verder is ze zeer geschikt voor droogbloem boeketten, omdat de bloemen bij droging mooi hun gele kleur behouden.

 

.

 

 

 

Algemeen

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– vrij zeldzaam in het noordelijk   zeekleigebied
– 60 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juli t/m september
– hoofdje
– schermvormige pluim
– alleen buisbloemen
– 7 tot 13 mm
– omwindselblaadjes vliezig gerand

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel afgebroken veerdelig
– top spits of toegespitst
– rand scherp gezaagd
– voet gevleugld
– veernervig
– bovenste niet gesteeld

Stengel
– rechtop
– enigszins verhout
– glad en kaal
– bovenaan vertakt
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

.

 

.

 

 

 

Bleekgele droogbloem : Gnaphalium luteo-album

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de witte viltige beharing van bladeren en stengels en
– de gele tot oranje bloemhoofdjes, die in dichte kluwens staan

.

 

.

 

.

Algemeen

Bleekgele droogbloem is een een- of tweejarige plant van 5 tot 30 (50) cm hoog, die vrij algemeen voorkomeni in de Lage Landen.

Ze groeit op open, vochtige tot natte, kalk- en/of voedselrijke zandgrond, vooral in duinvalleien, op zandplaten en in afgravingen, ook op stenige plaatsen.

 

.

 

 

 

Bloem

Bleekgele droogbloem bloeit vanaf juli tot en met oktober met bloemhoofdjes, die in dichte kluwens staan aan het einde van de hoofd- en zijstengels.

De hoofdjes bestaan enkel uit gele tot oranje buisbloemen, ze hebben geen straalbloemen.
Het omwindsel bestaat uit witte of gelige, droogvliezige, glanzende omwindselbladen. Dat maakt de plant aantrekkelijk in gedroogde vorm.

 

 

Blad en stengel

Bladeren en stengels zijn wit viltig behaard, wat de plant beschermd tegen uitdroging door de zon.

De onderste bladeren staan dicht op elkaar (het lijkt daardoor een rozet), zijn spatelvormig en hebben een stompe top. De bovenste bladeren staan verder uit elkaar, zijn lancetvormig en hebben een spitse top. Ze hebben allemaal een iets omgerolde rand.

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

 

bosdroogbloem : kluwens in alle bladoksels, stengel en onderkant bladeren wit viltig.

 

bosdroogbloem

 

 

 

moerasdroogbloem : minder viltig dan bleekgele droogbloem, omwindsel bruin of geelachtig, kluwens omgeven door bladeren, die minstens 4x langer zijn dan de kluwens.

 

moerasdroogbloem

 

 

 

bleekgele droogbloem : dicht witte viltige beharing, ook bovenkant van de bladeren, omwindsel wit tot gelig, kluwens van volledig uitgegroeide bloeistengels omgeven door hooguit 2 kleine blaadjes.

 

bleekgele droogbloem

 

 

 

dwergviltkruid : en andere viltkruiden zijn evenals de droogbloemen viltig behaard, alleen hebben ze veel kleinere bladeren.

 

dwergviltkruid

 

 

 

Algemeen

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig of tweejarig
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 5 tot 30 (50) cm

Bloem
– geel, oranje-achtig
– juli t/m oktober
– hoofdjes in kluwens
– buisvormig
– 5 mm
– omwindsel droogvliezig

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– spatelvormig
– top stomp
– bovenste :
– lancetvormigvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet half stengelomvattend
– 1 nervig
– viltig behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– viltig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

 

 

 

 

 

Akkerhoornbloem : Cerastium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de grote witte bloemen met 5 ingesneden kroonbladen
– met 5 stijlen en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

 

.

 

 

.

 

Algemeen

Akkerhoornbloem is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op vrij open of grazige plaatsen met droge, al of niet kalkrijke zandgrond, zoals (rivier)duinen, bermen en braakliggende grond en niet op akkers, zoals haar naam doet vermoeden.

.

 

Bloem

Ze bloeit vanaf april tot en met juli met zuiver witte bloemen van 1 tot 2 cm groot. Ze hebben 5 kroonbladen, die voor 1/3 ingesneden zijn. De kroonbladen zijn 2x zo lang als de behaarde kelkbladen.

.

 

 

Blad en stengel

Akkerhoornbloem heeft twee soorten stengels, opstijgende bloeiende stengels en liggende op de knopen wortelende stengels. Door middel van die liggende stengels kan de plant zich over een grote oppervlakte uitbreiden.

.

 

Vergelijkbare soorten 

akkerhoornbloem : 5 kroonbladen voor 1/3 ingesneden en 5 stijlen.

gewone hoornbloem : de bloemen van gewone hoornbloem vallen veel minder op, de kroonbladen zijn ongeveer even lang als de kelkbladen.

 

.

 

akkerhoornbloem

 

.

 

 

akkerhoornbloem

 

.

 

 

gewone hoornbloem

.

 

 

gewone hoornbloem

.

 

 

Akkerhoornbloem lijkt veel op viltige hoornbloem. Viltige hoornbloem is geen inheemse plant, maar een uit tuinen verwilderde cultuurplant, die in het wild lang stand kan houden.

.

 

 

viltige hoornbloem

 

.

 

.Algemeen

.

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– opstijgend of bovengronds kruipend
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Zulte of zeeaster : Aster tripolium

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– op herfstasters lijkende lichtpaarse bloemhoofdjes met een geel hartje (soms ontbreken de straalbloemen) en
– de groeiplaats; op zoute of brakke plaatsen

.

 

.

 

.

Algemeen

Zulte of zeeaster is een overblijvende, soms eenjarige, kale, min of meer vlezige plant van 5 tot 90 cm hoog. Ze komt algemeen voor langs de gehele kust en ze is plaatselijk in de Lage Landen.

Ze groeit op natte, zoute en brakke, zeer voedselrijke grond op schorren en kwelders, in rietlanden, in uiterwaarden, op opgespoten terreinen en aan oevers.

 

 

Bloem

Ze bloeit vanaf juli tot in de herfst. De bloemhoofdjes vormen grote, vaak iets scherm-vormige pluimen, hebben lichtpaarse straalbloemen (11 – 17 mm lang) en een hartje van gele buisbloemen. Soms ontbreken de straalbloemen; dat betreft de variëteit discoideus. Deze vorm komt vooral voor in Zeeland en dan vrijwel uitsluitend op de buitendijkse schorren.

 

 

Blad

De stengelbladeren zijn smaller dan de rozet-bladeren. De rozet-bladeren zijn gesteeld, de stengelbladeren zittend.

.

 

.

 

 

Toepassingen

De bladeren kunnen gegeten worden als groente en heten dan “lamsoren”, niet te verwarren met het plantje lamsoor (Limomium vulgare). Daarnaast is zulte een belangrijke voedingsbron voor bv rotganzen en schapen.

 

 

Vergelijkbare soorten

Naast zulte komen er van het geslacht Aster in ons land nog 3 verwilderde soorten voor, afkomstig uit Noord-Amerika : smalle aster, gladde aster en Nieuw-Nederlandse aster. Gezien het verschil in milieu zul je zulte niet snel verwarren met één van deze asters.

Maar mocht je twijfelen : de omwindselblaadjes van zulte zijn 2 tot 3 mm breed en hebben een stompe punt. Die van de andere asters zijn hooguit 1,5 mm breed en spits of ietsje stomp.

.

 

.

 

 

Algemeen

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– (vrij) algemeen
– 5 tot 90 (200) cm

Bloem
– lichtpaarse straalbloemen
– gele buisbloemen
– vanaf (april) juli tot in de herfst
– 0,8 tot 2,0 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-, 3- of 5-nervig
– min of meer vlezig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

.

 

 

 

De bloemsierkunst in Japan

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

Bloemschikken of bloemsierkunst is eigenlijk niets anders dan het maken van decoraties met behulp van bloemen. Dat kunnen zowel verse bloemen als droogbloemen zijn en in een enkel geval ook zijden bloemen. Kransen, bloemstukken, guirlandes, corsages, bijzondere boeketten, religieuze decoraties (met Pasen en Kerst bijvoorbeeld), allemaal voorbeelden waar de vaardigheden van het bloemschikken voor nodig zijn.

 

.

 

herfst%20bloemschikken%202

 

 

Dat het een kunst wordt genoemd, heeft te maken met het benodigde gevoel voor vorm, kleur en het goed kunnen combineren van materialen. Het is een kunst om van een decoratie een evenwichtig, sierlijk en bij het seizoen of bij de bedoeling passend geheel te maken.

Vaak worden nog andere decoratieve materialen toegevoegd om een sfeer te benadrukken (vruchten, mos, linten, kaarsen, plastic, metalen of houten sierelementen). Steekschuim en binddraad zijn onmisbaar om de verschillende materialen goed te kunnen verwerken.

 

.

 

 

paasstuk12

.

 

 

Ikebana

.

Binnen de bloemsierkunst neemt het Japanse bloemschikken, Ikebana, een bijzondere plaats in.

Het belangrijkste verschil tussen gewone bloemsierkunst en Japanse bloemsierkunst is dat Ikebana juist heel bewust open ruimtes creëert, terwijl bij het gewone bloemschikken de ruimtes juist zoveel mogelijk worden opgevuld over het algemeen.

De hoeveelheid bloemen is bij Ikebana ondergeschikt aan de belijning, het ritme. Ook de kleur is in Ikebana minder nadrukkelijk aanwezig, vaak slechts door middel van één of enkele bloemen. Een Ikebana bloemstuk symboliseert de pracht en kracht van de gehele natuur.

 

 

.

Oorsprong van Ikebana

.

Ikebana betekent letterlijk “Levende bloemen” in het Japans. Ikeru betekent leven en scheppen, Hana betekent bloemen. De oorsprong gaat terug tot de 6de eeuw na Chr., toen het Boeddhisme vanuit China in Japan werd geïntroduceerd.

Een Japanse priester genaamd Ono-no-Imoko, leefde als een kluizenaar bij een meer in de buurt van Kyoto. Hij had de gewoonte om wat takken en bloemen te schikken in zijn tempel. Andere priesters namen deze gewoonte over en vanuit deze rituelen ontstond toen de eerste Ikebana school. De naam van deze school was Ikenobo, wat “hutje bij het meer” betekent.

Vanaf de 19de eeuw ontstonden meerdere Ikebana scholen als gevolg van de kennismaking met westerse invloeden en bloemen en ook vanwege de behoefte aan modernere manieren van bloemschikken waarbij ook abstracte en bij de tijdgeest passende creaties konden worden gemaakt.

Elke school typeerde een eigen stijl daarin. De Ohara, Sogetsu en Ichiyo zijn de bekendste van deze vernieuwende scholen. Grofweg zijn er twee stijlen binnen Ikebana te onderscheiden: de Moribana-stijl die gebruik maakt van lage vazen en de Heika-stijl die gebruik maakt van cilindrische vazen.

 

.

 

 

Moribana-with-iris-nigella-heuchera-and-euonymous-1024x713 ikeban,a    Moribana stijl

 

 

.

 

big_class_heika_incline  Heika stijl

.

 

 

Ikebana kreeg in de loop der eeuwen steeds minder religieuze symboliek en werd steeds meer een algemene kunstvorm voor mensen die zich willen uiten door te spelen met ruimte, balans en lijnen. Tegenwoordig is Ikebana vooral een vorm van expressie.

Ikebana werd overigens in eerste instantie alleen door mannen beoefend. Pas eind 19 de eeuw mochten ook vrouwen zich aan deze kunst wagen. Toen kreeg Ikebana ook een plaats als belangrijke vaardigheid die een vrouw moest leren ter voorbereiding op haar huwelijk, zoals zij ook de theeceremonie en kalligrafie moest beheersen. De beroemdste Ikebana-specialisten in Japan zijn echter nog steeds mannen.

 

 

.

Betekenis van Ikebana

.

Ikebana inspireert mensen tot een heel bewuste omgang met de natuur en het maken van op zelfexpressie gebaseerde bloemschikkingen. Daarbij is veel aandacht voor het maken van de juiste vormen, het gebruik van diverse materialen als symbool voor de gehele natuur, het creëren van evenwicht door het toepassen van open ruimtes.

Ikebana-bloemschikkingen zijn daardoor ook vaak asymmetrisch opgebouwd. Het beoefenen vergt geduld en zelfdiscipline, maar brengt daardoor ook rust in het hectische leven van alledag.

.

 

 

Mooie Ikebana bloemstukken

 

.

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

.

 

 

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

 

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

 

Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd  dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Zomerfijnstraal : Erigeron annuus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de op madeliefjes lijkende bloemhoofdjes
– met zeer veel en zeer smalle witte straalbloemen

 

.

 

.

 

 

Algemeen

Zomerfijnstraal is een eenjarige, vrij zeldzame plant die bloeit in juli en augustus.  Ze wordt 30 tot 75 cm hoog en groeit op natte tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond aan rivieroevers, in bermen en op dijken.

 

 

Bloem

De bloemhoofdjes zijn 1,5 tot 2 cm groot, meestal wit, soms iets blauw of lila aangelopen en staan in losse schermen bij elkaar. De knopjes hangen. Zodra de bloemhoofdjes opgaan, richten ze zich op.

 

 

 

 

Stengel

De stengel is rechtopstaand en weinig behaard. Alleen de bovenste helft is vertakt.

.

 

Algemeen

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en
het rivierengebied
– 30 tot 75 cm hoog

Bloem
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– 1,5 tot 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– verspreid behaard
– onderste bladeren :
– omgekeerd eirond
– lang gesteeld
– verwijderd gezaagd/getand
– top stomp
– middelste bladeren :
– langwerpig
– kort gesteeld
– iets getand
– top spits
– bovenste bladeren :
– lancetvormig
– zittend
– gaafrandig
– top spits

Stengel
– rechtop
– alleen bovenaan vertakt
– verspreid behaard
– rolrond met lengteribben

zie wildebloemen

.

 

 

.