Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Het lenteklokje : leucojum vernum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

lenteklokje

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de zoet geurende, witte, klokvormige, hangende bloemen,
– meestal alleen (soms 2) per stengel,
– met 6 vrijwel gelijke bloemdekbladen, die
– aan de top groen of geel gevlekt zijn

 

.

Lenteklokje is een overblijvend, zeer zeldzaam bolgewas van 10 tot 30 cm hoog. Ze behoort tot de inheemse flora van de landen in Centraal Europa. Tot 1916 was ze bij ons ook inheems en groeide op de Tankenberg bij Oldenzaal.

Tegenwoordig is lenteklokje een stinsenplant en groeit ze op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen voornamelijk op landgoederen. Tevens is ze verkrijgbaar als tuinplant. Zowel vanuit tuinen als vanaf de landgoederen kan ze verwilderen en daardoor kom je haar soms ook daarbuiten tegen.

.

 

lenteklokje

lenteklokje

 

zomerklokje

zomerklokje

 

.

Lentjeklokje bloeit vanaf februari tot en met april met witte, klokvormige, hangende bloemen, meestal 1 per stengel soms 2.
Ze bloeit gewoonlijk een week of 2 later dan gewoon sneeuwklokje.

De bloemdekbladen zijn breed, alle 6 vrijwel even lang en met een groen (of geel) gevlekte stompe top. De bloemen verspreiden een zoete geur.

De bladloze, samengedrukte stengel heeft twee smalle lijsten. De bladeren staan allen in een rozet en zijn 0,5 tot 1,5 cm breed. Vooral na de bloei zal het blad gaan uitgroeien.

 

.

Vergelijkbare soort

Lenteklokje lijkt erg veel op zomerklokje. Het verschil zit in het aantal bloemen per stengel, de hoogte van de plant en de bloeiperiode. Zomerklokje heeft per stengel meestal meer dan 2 bloemen. Bovendien wordt zomerklokje hoger (30 tot 60 cm) en bloeit ze later (vanaf april tot en met juni).

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

 

 

 

Advertenties

Klimopereprijs

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

 

????????????????????????????????????

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de lichtblauwe of lila hele kleine “ereprijs” bloemetjes en
– de hartvormige, behaarde kelkbladen en
– het 3-5(-7) lobbig, behaarde blad (lijkend op een klimopblad)

 

.

Klimopereprijs is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant, die groeit op open, droge, voedselrijke grond in akkers, bermen en graslanden, om boomvoeten en in lichte loofbossen.

Klimopereprijs bloeit vanaf maart tot en met mei met hele kleine lichtblauwe of lila, donker geaderde bloemetjes, die in de bladoksels staan op een korte steel. Ze zijn 2 tot 2,5 mm breed en de kroonbladen zijn niet groter dan de kelkbladen.

 

.

 

klimop_ereprijs_1

 

 

.

De kelkbladen zijn omgekeerd hartvormig, goed te zien als het bloemetje is uitgebloeid. In de vruchttijd raken de randen van naburige kelkbladen elkaar en drukken de bladen elkaar opzij. De vruchtjes zijn bolvormig en ingesnoerd.

De opstijgende of liggende, behaarde stengels zijn vertakt en worden 5 tot 30 cm lang.

.

 

IMG_9004-gr-klimopereprijs

 

 

.

De onderste bladeren zijn rond en staan tegenover elkaar, de bovenste niervormig en staan verspreid langs de stengel. Alle bladeren zijn behaard en hebben 3-5(-7) lobben met een grote middenlob.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

Moerasandoorn : Stachys palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Goed te herkennen aan 
– de roze/lila aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande lipbloemen en
– langwerpige tot lancetvormige behaarde bladeren

 

.

 

 

 

Algemeen

Moerasandoorn is een zeer algemeen voorkomende zwak geurende overblijvende plant. Ze wordt 30 tot 80 (120) cm hoog en groeit op vochtige, voedselrijke plaatsen aan oevers van rivieren en sloten, in drassige graslanden en lichte moerasbossen.

 

Bloem

Ze bloeit in juli en augustus (soms tot oktober) met roze/lila lipbloemen, waarvan de onderlip een donkere tekening heeft (honingmerk). De bloemen staan met 4 tot 10 bloemen in schijnkransen aan het einde van de stengel in een aarvormige bloeiwijze. De bloemen worden door veel insecten bezocht, zowel voor het stuifmeel als voor de nectar.

 

 

Blad en stengel

De bladeren staan paarsgewijs om de stengel, de onderste zijn heel kort gesteeld, de middelste en bovenste zittend of half stengelomvattend. Ze zijn langwerpig van vorm tot 15 cm lang en behaard. Ook de stengel en de bloemkelken zijn behaard.

 

 

Toepassing

Vroeger werd moerasandoorn gebruikt als geneesmiddel voor sneden en wonden. De bladeren hebben een ontsmettende werking.

 

.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosandoorn : donker roodpaarse bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend.

 

 

moerasandoorn : roze bloemen (zelden wit), bovenste bladeren zittend en langwerpig.

stinkende ballote : lichtpaarse bloemen (zelden wit), bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

Zowel watermunt als wolfspoot behoren tot de dezelfde familie als moerasandoorn (Lamiaceae). Toch lijkt moerasandoorn op afstand meer op de grote kattenstaart. Beiden groeien aan de waterkant met aarvormige bloeiwijzen. Grote kattenstaart bloeit echter uitbundiger, heeft geen lipbloemen, maar stervormige bloemen en de bloemen zijn feller van kleur.

 

 

Algemeen

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 80 (120) cm hoog

Bloem
– roze, lila (zelden wit)
– juli en augustus (oktober)
– schijnkrans
– 14 tot 18 mm
– lipbloemen
– 3-delige onderlip met donkere   tekening
– behaarde kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet zwak hartvormig of afgerond
– netnervig
– onderste kort gesteeld
– bovenste zittend of half   stengelomvattend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

Mierikswortel : Armoracia rusticana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Goed te herkennen aan 
– de hoogte van de plant in combinatie met de
– zuiver witte grote bloemtrossen en
– de zeer grote glanzende onderste bladeren

 

 

 

 

Algemeen

Oorspronkelijk is mierikswortel afkomstig uit Zuid-Rusland. In de 12de eeuw werd ze hier geïmporteerd vanwege de wortel. Sindsdien is ze verwilderd en ingeburgerd in de Lage Landen.
Ze kan 60 tot 120 cm hoog worden en heeft een voorkeur voor vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond.

 

 

Bloem

Mierikswortel is een overblijvende plant, die bloeit vanaf mei tot en met juli met grote trossen witte bloemetjes.

Ze is zelden zaadvormend, maar dat is ook niet nodig. Via een forse wortelstok worden er nieuwe planten gevormd.

 

 

 

Toepassingen

Verder kan de wortel nadat het loof in de herfst is afgestorven, opgegraven worden en elke uitloper vormt volgend jaar weer een nieuwe plant. Behalve voor vermeerdering wordt de wortel ook gebruikt in de keuken en voor medicinale toepassingen.

 

 

 

Algemeen

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 60 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– tros
– tot 10 mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top stomp
– veernervig
– onderste :
– lang gesteeld
– langwerpig (tot 1 m)
– geaderd
– gekarteld
– middelste :
– korter gesteeld
– ingesneden gekarteld
– bovenste :
– zittend
– lancetvormig
– bochtige gave rand

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

De Carayota Mitis of de vissenstaartpalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

De Caryota Mitis is ook wel bekend als vissenstaartpalm of vinnetjespalm. Deze namen zijn te danken aan de afwijkende bladeren die op de staart van een vis lijken. De palmen komen uit Azië, waaronder Indonesië. Caryota Mitis is een palm uit de familie Arecaceae of Palmea. Omdat deze palm prima gedijt op donkere locatie’s is het een prima plant voor kantoren.

 

 

 

 

 

Water geven

vochtig houdenVochtig houden

De Caryota Mitis moet net zoals andere palmen in een constant vochtige grond staan. Let er hierbij op dat de wortels niet in de natte grond staan. Geef daarom regelmatig kleine beetjes water, bijvoorbeeld eens per 5 dagen in de zomer en eens per week in de winter.

De hoeveelheid water is afhankelijk van de grootte van de palm en de hoeveelheid licht die de plant bereikt. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds nat, verminder dan de watergift. Controleer dit door een vinger in de aarde te steken. Het is verstandig om dit bij een nieuwe kamerplant regelmatig te doen. Op den duur wordt het dan eenvoudiger om te bepalen hoeveel en hoe vaak de Caryota Mitis nodig heeft.

 

 

Sproeien

Het sproeien van de Caryota Mitis is niet noodzakelijk. Het is wel aan te raden wanneer de radiator een te droge lucht veroorzaakt. Daarnaast voorkomt sproeien spint en het blad blijft langer mooi.

 

 

Standplaats

Donker tot schaduw

De Caryota Mitis gedijt prima op donkere of schaduwrijke locaties in de huiskamer. Maar net zoals alle andere kamerplanten heeft ook de Caryota zonlicht nodig. Stagneert de groei, of maakt de kamerplant weinig vers blad aan? Plaats de palm dan een meter dichterbij het raam. Worden de bladeren geel of wordt de plant lichter van kleur? Plaats de palm dan een meter verder van het raam. Zorg voor maximaal 3 uur direct zonlicht. Zo behoudt de Caryota Mitis zijn diep donker groene kleur.

 

 

.

Fish Tail Palm, host plant for Tawny Palmfly

 

 

 

.

Minimale temperatuur

Overdag: +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 15 °C

 

 

Verpotten

Verpot de Caryota Mitis ongeveer eens per twee jaar om de groei- en gezondheid te bevorderen. Verpotten kan direct na de aankoop, of anders bij voorkeur in de lente. Wortels herstellen namelijk in deze periode het snelst. Een ruimere pot creëert een grotere waterbuffer voor de Caryota Mitis omdat de grond meer water kan opnemen. Hiermee is de kans op uitdroging kleiner. Neem een sierpot met een diameter die minimaal 20% groter is dan de bestaande pot. Gebruik gewone universele potgrond of speciale palm grond.

 

 

 

Voeding

Bemest de Caryota Mitis van april tot september wekelijks. Je kunt hierbij het beste vloeibare voeding voor palmen gebruiken. Pas op dat je geen overdosis geeft. Ook niet na een periode dat de binnenplant geen voeding heeft gehad. Dit is erg slecht voor de plant. Een palm kan zonder voeding overleven, maar het zal de groei en gezondheid stagneren.

 

 

Verkleurende bladeren

Er is een grote kans dat er bruine randen zullen ontstaan bij de onderste bladeren, dit zijn de oudste bladeren. Dit is een natuurlijk verschijnsel en is helaas niet te voorkomen. Op den duur gaan deze blaadjes dood. Wanneer je merkt dat je Caryota gele bladeren krijgt, dan is dat meestal het gevolg van een te lichte staanplaats. Verplaats de plant dan wat verder van het raam af.

 

 

Snoeien

Lelijk blad kan je niet voorkomen. Dit is een natuurlijk proces, waar je niks aan kunt doen. Gelukkig maakt de palm bovenin nieuw blad om het onderste blad te vervangen. Dit onderste blad kun je dan het beste weg knippen, om te voorkomen dat het lelijk wordt. Bruine randjes mogen ook weggeknipt worden. Het is echter niet mogelijk om de stam te snoeien.

 

 

 

 

Vermeerderen

Caryota’s zijn net zoals alle palmen alleen te kweken door middel van zaad. Dit is echter niet eenvoudig bij de Caryota Mitis.

 

 

Bloemen

Alleen volgroeide palmen bloeien. Dit wordt niet bereikt in de woonkamer.

 

 

Giftig?

De Caryota Mitis is niet giftig.

 

 

Ziektes

De Caryota Mitis is niet vatbaar voor een specifieke ziekte. Het blijft echter wel raadzaam om de palm regelmatig te controleren op luis. Hoe eerder deze worden bestreden hoe groter de kans op succes.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Melkkruid : Glaux maritima

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

Goed te herkennen aan
– de roze/rode/witte, ongesteelde, klokvormige bloemetjes,
– bloeiend in de oksels van kleine, vlezige blaadjes, en
– groeiend op brakke plaatsen

 

 

 

Algemeen

Melkkruid is een overblijvende, meestal lage, bodem bedekkende plant, die groeit op hoge schorren en kwelders, op groene stranden, aan zeedijken, in brakke rietlanden, weilanden en in duinvalleien.

Ze heeft een duidelijke voorkeur voor brakke standplaatsen, maar wil niet regelmatig overspoeld worden met zeewater. Ze kan zich soms ook goed standhouden in een verzoetend milieu.

Melkkruid komt algemeen voor in het maritiem gebied en ze is plaatselijk algemeen voor komend in de duingebieden van de Lage Landen.

 

 

Bloem

Melkkruid bloeit vanaf mei tot en met augustus. De ongesteelde bloemen hebben een bloemdek van 5 tot de helft klokvormig vergroeide, roze/rode/witte kelkbladen. De kroonbladen ontbreken. De bloemen staan in de oksels van de bladeren in het middelste gedeelte van de stengels. Wat verder in de bloeiperiode is dat goed zichtbaar. Hoe minder zout de bodem, hoe uitbundiger de bloei.

 

 

 

 

Blad en stengel

De bladeren staan min of meer tegenover elkaar of aan het einde van de stengel verspreid.
De stengels staan rechtop of liggen en zijn dan alleen aan het einde opstijgend. Ze wortelen en hebben melksap, al is dat laatste niet altijd duidelijk te zien.

 

 

Algemeen

– sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 2 tot 30 cm

Bloem
– roze, rood, wit
– vanaf mei t/m augustus
– ongesteeld alleenstaand
– klokvormig
– 3 tot 6 mm
– 5 bloemdekbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of tegenoverstaand
– enkelvoudig
– elliptisch tot lijnvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– vlezig

Stengel
– rechtop of liggend en opstijgen

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

Late guldenroede : Solidago gigantea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

Goed te herkennen aan 
– de gele pluimen met gebogen zijtakken en
– stengels, die alleen in de bloeiwijze behaard zijn en
– bladeren zonder duidelijke zij-nerven

 

 

 

Algemeen

Late guldenroede is een overblijvende, algemeen voorkomende plant oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Late guldenroede groeit op natte tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond aan rivieroevers en op onbebouwde terreinen. Ze is een echte woekeraar en vormt grote bestanden. De plant kan tot 1,50 meter hoog worden.

 

 

Bloem

Ze bloeit vanaf juli tot in de herfst met kleine gele bloemhoofdjes, die in brede pluimen gerangschikt zitten. De brede pluimen hebben gebogen zijtakken.

De bloemen produceren veel nectar en trekken dan ook veel insecten aan, zoals vliegen, dag- en nachtvlinders, bijen, hommels en wespen.

 

 

Blad en stengel

De onderste en bovenste bladeren zijn nagenoeg gelijk aan elkaar. Ze zijn lancetvormig, de bovenkant is kaal, de onderkant is blauwgroen en kaal of alleen behaard op de midden-nerf en aan de randen. Ze hebben niet twee duidelijke zij-nerven, zoals de bladeren van Canadese guldenroede.
Alleen in de bloeiwijze is de groene of rood aangelopen stengel behaard.

 

 

 

Toepassingen

Zowel in de kruidengeneeskunde als in de homeopathie worden alle guldenroedes gebruikt vanwege de ontstekingremmende en urine afdrijvende eigenschappen.

 

 

Vergelijkbare soorten

 

late guldenroede : pluimen met gebogen zijtakken, stengel alleen behaard in de bloeiwijze, onderkant bladeren blauwgroen en kaal of alleen midden-nerf en randen behaard, alle bladeren ongeveer gelijk.

echte guldenroede : pluimen met korte, rechte zijtakken, onderste bladeren groter dan bovenste, op de rode lijst.

 

 

Canadese guldenroede : pluimen met gebogen zijtakken, stengel tenminste vanaf het midden behaard, onderkant bladeren groen en behaard, alle bladeren ongeveer gelijk.

 

 

Algemeen

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 50 tot 150 hoog

Bloem
– goudgeel
– juli tot in de herfst
– hoofdjes in pluimen
– 6 tot 8 mm
– buis- en straalbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits of toegespitst
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– onderkant blauwgroen

Stengel
– rechtop
– kaal, in de bloeiwijze behaard
– soms rood aangelopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

Lange ereprijs : Veronica longifolia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

Goed te herkennen aan
de rijk-bloemige trossen blauwe ereprijs bloemetjes aan het einde van de stengel én in de bovenste bladoksels

 

 

 

Algemeen

Lange ereprijs is een beschermde, overblijvende plant van 60 tot 120 cm hoog, die groeit op natte, matig voedselrijke, zandige grond aan oevers en langs spoorwegen. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend. Ze heeft ondergrondse uitlopers en groeit daardoor in pollen.

 

 

Bloem

Lange ereprijs bloeit in juli en augustus. De bloeiwijze is een rijk-bloemige, aarvormige tros aan het einde van de hoofdstengel en in de oksels van de bovenste bladeren. De bloemetjes zijn blauw, in de zon wat paarser.

 

 

 

Blad

De bladeren staan tegenover elkaar of in kransen van 3 of 4. Ze zijn onderaan het breedst, duidelijk gesteeld, met onregelmatig gezaagde, aan de voet dubbel gezaagde rand en aan beide zijden kaal of zeer kort behaard.

 

 

Algemeen

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen
– ook verwilderd vanuit tuinen
– 60 tot 120 cm

Bloem
– blauw
– juli en augustus
– aarvormige tros
– stervormig
– 6 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig tot langwerpig
– top spits
– rand (dubbel) gezaagd
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kort behaard
– rolron

zie wildebloemen

 

 

 

 

Kruisdistel : Eryngium campestre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

Goed te herkennen aan
– de bleek-groene kleur van de hele plant en
– het stekelige uiterlijk

 

 

Algemeen

Kruisdistel is een opvallende bleek-groene overblijvende plant van 15 tot 60 cm hoog. Het hele jaar is ze zeer decoratief. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend op vochtige tot droge, kalkhoudende grond op rivierduinen, zandige dijken, in kalkgraslanden en in grazige duinen.

 

 

 

Bloem

Kruisdistel bloeit in juli en augustus met kleine witte bloemen die gerangschikt zitten in een bol- of eirond, gesteeld, stekelig, hoofdjesachtig scherm van 1 tot 1,5 cm.

De witte kroonbladen zijn kleiner dan de kelkbladen, waardoor de bloeiwijze een groenig uiterlijk krijgt.
De 4 tot 6 schutbladen onder de bloeiwijze zijn langwerpig tot lijnvormig en hebben meestal stekels.

 

 

Blad

De bladeren zijn leerachtig en scherp gestekeld. De onderste zijn gesteeld en groter dan de stengelomvattende bovenste bladeren.

 

 

 

Toepassing

Uit de wortels en de bloeiende plant worden stoffen gewonnen tegen nierstenen en huidaandoeningen.

 

 

Vergelijkbare soort 

Blauwe zeedistel is blauw(grijs)groen van kleur en heeft een (meestal) paarseblauwe bloeiwijze.

 

 

 

 

Algemeen

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen
– 15 tot 60 cm

Bloem
– wit
– juli en augustus
– hoofdjesachtig scherm
– buisvormig
– bloeiwijze 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– (dubbel) veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand stekelig getand
– veernervig
– onderste gesteeld
– bovenste stengelomvattend
– leerachtig

Stengel
– rechtop
– kaal
– sterk vertakt
– zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Het sneeuwklokje : Galanthus nivalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

Goed te herkennen aan
– de klokvormige, hangende, witte bloemen met
– drie buitenste, langere en drie binnenste, kortere bloemdekbladen
– en de vroege bloei

 

 

1160sneeuwklokjes

 

 

Gewoon sneeuwklokje is een overblijvend, verwilderd bolgewas, dat in pollen groeit. In Zuid- en Zuidoost-Europa is ze inheems.
Bij ons is ze vrij algemeen, vooral in de duingebieden en in stedelijke gebieden.
Ze groeit op een voedselrijke bodem in gemengde loofbossen en op grazige plaatsen, vooral in de buurt van rivieren of in kloven. Ook veel als tuinplant. Daar waar ze eenmaal groeit, houdt ze vaak onbeperkt stand.

De bloeiperiode begint in februari en loopt door tot in maart, soms april. Soms begint de bloei zo vroeg dat het gebeuren kan dat ze door een dikke laag sneeuw heen moet. Het einde van de stengel wordt daarom samen met de bloemknop door een bloemschede beschermd. Die schede blijft aan de stengel, totdat de langstelige vrucht zich heeft ontwikkeld

De hangende bloemen zijn klokvormig, alleenstaand en hebben 6 bloemdekbladen. De 3 buitenste bloemdekbladen zijn geheel wit, de drie binnenste zijn de helft in lengte van de buitenste, hebben een uitgerande top met een V-vormige groene (zelden gele) vlek en zijn aan de binnenkant ook groen.

Elk klokje heeft 2 blauwgroene bladeren. De jongere bladeren zijn vlak, de oudere wat gootvormig, 3 – 10 mm breed.

 

 

 

sneeuwklokjes (1)

 

 

Vergelijkbare soorten

Een plant die ongeveer in dezelfde periode bloeit ook met hangende, klokvormige, witte bloemen is lenteklokje. De bloemen van lenteklokje hebben eveneens 6 bloemdekbladen, maar die zijn alle zes even lang en hebben ook alle zes een groene, soms gele vlek. De bloemen van lenteklokje zijn gelijk aan de bloemen van zomerklokje.

 

 

lenteklokje

lenteklokje

 

 

 

   Gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis)

fitis-sneeuwklokje-2-sd

 

 

De bloem van gewoon sneeuwklokje hebben drie buitenste, langere en drie binnenste, kortere bloemdekbladen.

De binnenste bloemdekbladen zijn aan de binnenkant groen.
Elk klokje heeft 2 blauwgroene bladeren. De jongere bladeren zijn vlak, de oudere wat gootvormig, 3 – 10 mm

De bloemen zijn alleenstaand.

De drie binnenste bloemdekbladen zijn de helft in lengte van de buitenste, hebben een uitgerande top met een V-vormige groene (zelden gele) vlek.

Gewoon sneeuwklokje groeit in pollen.

Gewoon sneeuwklokje groeit op een voedselrijke bodem in gemengde loofbossen.

Gewoon sneeuwklokje groeit behalve in loofbossen ook op grazige plaatsen, vooral in de buurt van rivieren of in kloven.

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA