Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Gewone agrimonie : Agrimonia eupatoria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gedeelde bladeren met afwisselend grote en kleine deelblaadjes
– en de lange, slanke, aarvormige trossen met
– talrijke 5-tallige gele bloemen tot 1 cm

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone agrimonie is een overblijvende, 30 tot 120 cm hoge plant. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen. Gewone agrimonie groeit op matig droge tot vochtige, vaak kalkhoudende grond op licht beschaduwde plaatsen tussen laag struikgewas, op dijken en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met talrijke, tot 1 cm grote, gele bloemetjes, die in een lange, slanke, aarvormige bloeiwijze gerangschikt staan. De bloemetje hebben 5 uitgerande kroonbladen en ze hebben een lichte, zoete geur. Ze zien er wat gekreukeld uit. De onderste bloemen in een aar bloeien als eerst. Zodra de bloemen uitgebloeid zijn verlengt de bloeiwijze zich.

 

 

 

 

 

Blad

 

De donkergroene bladeren zijn oneven geveerd. De grotere deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig en elk paar grotere deelblaadjes wordt afgewisseld met een aantal kleinere. De bladeren onderin zijn groter en hebben meer deelblaadjes dan de bovenste.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De vrucht zit in de hard geworden, dicht behaarde kelkbladen. Aan de bovenkant van de kelkbladen zitten haakvormige stekels. De onderste rijen stekels staan schuin tot recht uit. Ze zijn niet teruggebogen, zoals bij welriekende agrimonie.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Agrimonie kent vele toepassingen als geneesmiddel, onder andere uitwendig als middel tegen verstuikingen en kneuzingen, inwendig voor diverse spijsverteringsproblemen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast gewone agrimonie is er ook welriekende agrimonie. Het verschil tussen beide zit in kleine details, waarvan de meest in het oog springende de haakvormige borstels op de rand van de kelkbladen zijn. Bij welriekende agrimonie zijn de onderste stekels teruggebogen; ze maken een scherpe hoek met de verharde kelkbladen. Bij gewone agrimonie staan ze hooguit haaks op de kelkbladen.

 

 

welriekende agrimonie

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– lange, slanke, aarvormige tros
– 0,5 tot 1,0 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– tot 12 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervorming oneven
– top spits
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– onderzijde behaard
– soms ook met weinig klierharen

Stengel
– rechtop

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone berenklauw : Heracleum sphondylium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte bloemenschermen met stralende randbloemen en
– de talrijke lijnvormige, teruggeslagen omwindselblaadjes onder de kleinste deelschermen en
– de ruw behaarde, gegroefde stengel

 

 

Gewone berenklauw

 

 

 

Algemeen

 

Gewone berenklauw is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende plant van 0,9 tot 1,5 meter hoog en ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke grond op licht beschaduwde tot zonnige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot in de herfst met witte, zelden roze, bloemschermen. De schermen bestaan uit 15-45 stralen en zijn tot 20 cm in doorsnede. De buitenste bloemetjes zijn duidelijk stralend. Onder de kleinste deelschermen zitten talrijke lijnvormige, teruggeslagen omwindselblaadjes. Hoewel de bloemen een wat onaangename geur hebben, worden ze vooral in juli en augustus door talrijke insecten bezocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn enkelvoudig en ondiep gelobd, waarvan het onderste paar gesteeld is. De hogere zijn enkelvoudig geveerd met 5 tot 9 deelblaadjes, die vaak een gelobde of gespleten rand hebben. Alle bladeren zijn ruw behaard. De stengel is gegroefd en ruw behaard, maar niet rood gevlekt, zoals de stengel van reuzenberenklauw. De holle stengels, die in de winter blijven staan, worden door spinnen en insecten als overwinteringsplaats gebruikt.

 

 

reuzenberenklauw

 

 

 

Bijzonderheden

 

Net als de reuzenberenklauw kan het sap van gewone berenklauw in combinatie met zonlicht, weliswaar in mindere mate, irritaties, jeuk en zelfs brandwonden op de huid veroorzaken. Dus bij het plukken van oudere stengels handschoenen dragen!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Stengels geplukt voordat de bladeren zich ontvouwen kunnen gegeten worden. De plant is dan nog niet giftig. Gedroogd in de zon ontstaan er door de olie en suiker, die in de stengels zitten, zoete kristallen op de stengel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 90 tot 150 cm

Bloem
– wit (zelden roze)
– vanaf juni tot in de herfst
– meervoudig scherm
– buitenste bloemen stralend
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– onderste enkelvoudig, gelobd
– hogere oneven enkelvoudig, geveerd
– top spits
– rand getand of gelobd
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele plomp : Nuphar lutea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de plaats waar ze groeit … in water en
– de grote, gele, stevig ogende, onaangenaam ruikende bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele plomp is een waterplant, die groeit in diep tot vrij diep, stilstaand of zacht stromend water met een voedselrijke bodem. Ze komt zeer algemeen voor in de lage landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juni tot en met augustus. De gele bloemen hebben 5 kelkbladen, die elkaar overlappen en een kom rond de rest van de bloem vormen. De binnenkant van de kelkbladen is geel. De buitenkant is eerst groen, later geelgroen. De onopvallende gele kroonbladen zijn kleiner dan de kelkbladen en vormen onderin de bloem een cirkel rond de vele meeldraden, die rond het flesvormige vruchtbeginsel staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad 

 

De bladeren onder water zijn zacht en kronkelig samengevouwen, lijken op slabladeren. Naarmate de bladeren dichter bij de oppervlakte komen gaan ze zich uitspreiden. De drijvende bladeren zijn 10 tot 30 cm groot, glanzend, leerachtig en hebben een waslaagje.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

In bloei is gele plomp niet te verwarren met een andere plant. Niet in bloei lijken de bladeren op die van witte waterlelie. Ze zijn ongeveer even groot, qua vorm zijn de bladeren van gele plomp wat smaller. Het duidelijkst zijn ze van elkaar te onderscheiden door de nervatuur. De nerven van het blad van gele plomp zijn niet onderling verbonden. Die van het blad van witte waterlelie zijn wel onderling verbonden.

 

 

witte waterlelie

 

 

 

Algemeen

 

waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
– waterplant
– zeer algemeen tot zeer zeldzaam

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 6 cm
– stervormig
– 7 tot 24 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– stempelschijf met 10 tot 20 stralen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet hartvormig
– veernervig
– leerachtig

Stengel
– onder water
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele maskerbloem : Mimulus guttatus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote (tot 4,5 cm), gele lipbloemen met rode vlekken op de onderlip en in de behaarde keel en
– aan de plaats waar ze groeit; op oevers van sloten en rivieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele maskerbloem is overblijvende oeverplant van 10 tot 90 cm, oorspronkelijk afkomstig uit Amerika. Ze is zeldzaam voorkomend in de Lage Landen. Ze wordt ook aangeboden als tuin- en vijverplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juni tot en met september. Ze bloeit met grote gele lipbloemen. De bovenlip is 2-lobbig. De onderlip is 3-lobbig en heeft rode vlekken, die doorlopen in de keel van de bloem. De 5 kelkbladen zijn klokvormig vergroeid; de kelk heeft 5 driehoekige tanden, waarvan de bovenste het grootst is. Na de bloei groeit de kelk iets uit en sluit zich. Ook dan is nog duidelijk te zien dat de bovenste tand van de kelk groter is dan de andere.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

maskerbloemfamilie (Phrymaceae)
– overblijvende oeverplant
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 10 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– alleenstaand
– lipbloem
– 2,5 tot 4,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top spits
– rand getand
– voet afgerond
– onderste gesteeld
– bovenste zittend
– kromnervig

Stengel
– rechtop of opstijgend
– kaal of bovenaan behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele morgenster : Tragopogon pratensis subsp. pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de (licht)gele lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen en
– de gele helmknoppen met bruinachtig zwarte top en
– het grasachtige blad

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele morgenster is een overblijvende plant van 20 tot 90 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend. Ze groeit op vochtige tot droge, matig voedselrijk, grazige grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met juli. De alleenstaande bloemhoofdjes bestaan uit (licht)gele, 5-tandige lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen. De buitenste lintbloemen hebben een langer lint. De bloemhoofdjes zijn alleen in de ochtend geopend. Begin van de middag sluiten ze zich tot de volgende morgen. De stijlen zijn geel, de helmknoppen zijn geel met een bruinachtig zwarte top.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

Gele morgenster heeft grasachtig grijsgroen blad.

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

paarse morgenster : bloemhoofdjes met paarse lintbloemen, sterk verbrede stengel onder het bloemhoofdje.

oosterse morgenster : hoofdjes met goud- of oranjegele lintbloemen, die tot dubbel zo lang zijn als de omwindselbladen, helmknoppen geel met een bruinpaarse streep.

gele morgenster : hoofdjes met (licht)gele lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen, helmknoppen geel met een bruinachtig zwarte top.

 

 

 

paarse morgenster

 

 

 

oosterse morgenster

 

 

Gele morgenster behoort tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– geel tot lichtgeel
– vanaf mei t/m juli
– hoofdje, alleenstaand
– alleen lintbloemen
– 4 tot 5 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– parallelnervig
– voet (half) stengelomvattend

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele monnikskap : Aconitum vulparia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de bleekgele, langwerpige bloemen, die in eindelingse trossen staan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele monnikskap is een zeer giftige, overblijvende plant van 50 tot 125 cm hoog. Ze groeit op kalkrijke grond in vochtige loofbossen, meestal langs beken. Ze staat op de rode lijst en is uiterst zeldzaam. Ze wordt ook aangeplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gele monnikskap bloeit vanaf juni tot en met augustus met lichtgele bloemen. Het bovenste kelkblad is helmvormig, meer hoog dan breed. Dat betekent dat er ook 1 of meerdere onderste kelkbladen zouden moeten zijn. Er is geen duidelijk onderscheid te maken tussen kelk- en kroonbladen. De bloemen bestaan uit 5 bleekgele, kort behaarde bloemdekbladen, waarvan het bovenste hoger is dan breed en helmvormig. De nectar zit bovenin het helmvormige deel. Alleen insecten met een lange tong (voornamelijk hommels) kunnen bij de nectar. De bloeiwijze is een tros aan het einde van de stengel en zijstengels. Per bloem ontstaat meestal 3 vruchten.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn in omtrek bijna rond, handvormig gedeeld, niet tot aan de basis ingesneden (de bladeren van blauwe monnikskap zijn wel geheel ingesneden). De slippen zijn breder dan 1 cm.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– uiterst zeldzaam
– op de rode lijst
– 50 tot 125 cm

Bloem
– bleekgeel
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– buisvormig
– 15 tot 22 mm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– enkelvoudig
– handvormig gedeeld
– slippen in 3-en en breder dan 1 cm
– top spits
– rand onregelmatig gezaagd
– handnervig

Stengel
– rechtop
– kort behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele kamille : Anthemis tinctoria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele op gewone margriet lijkende bloemhoofdjes en
– de viltig behaarde omwindselblaadjes en
– de geveerde bladeren met gelobde tot diep gezaagde slippen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele kamille is een overblijvende, licht viltig behaarde plant van 30 tot 60 cm hoog. Ze is zeldzaam in stedelijke gebieden, elders zeer zeldzaam. Ze groeit open, droge grond langs spoorwegen en op zandvlakten en oude muren. De plant is zeer decoratief en is tevens bruikbaar als zandbinder. Ze wordt daarom wel in nieuwe bermen, op taluds en zandterreinen in stedelijke gebieden ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met grote bloemhoofdjes, die een hart van gele buisbloemen en een rand van gele drie-tandige straalbloemen hebben. De omwindselblaadjes zijn viltig behaard.

 

 

 

 

 

Blad

 

De enigzins viltig behaarde bladeren zijn geveerd met gelobde tot diep ingesneden slippen.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Het is van oudsher bekend dat bloemknoppen, bloemen en uitgebloeide bloemen van deze plant uitstekende gele, bruingele, olijfgroene en goudoranje kleurstoffen op kunnen leveren. Deze werden ooit gebruikt om stoffen voor kleding een kleurtje te geven.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Binnen de groep composieten met gele buis- en gele straalbloemen zijn gele kamille en gele ganzenbloem de enige twee met naar verhouding korte brede straalbloemen. Ze zijn daaraan makkelijk te herkennen. Om gele kamille en gele ganzenbloem uit elkaar te kunnen houden kijk je naar het blad. Het blad van gele ganzenbloem is kaal, iets vlezig, blauwgroen van kleur, grof getand tot veerspletig. Het blad van gele kamille is viltig behaard en geveerd met gelobde tot diep ingesneden slippen.

 

 

gele ganzenbloem

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 30 tot 60 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni tot en met september
– bloemhoofdje
– buis- en straalbloemen
– 2 tot 5 cm
– viltig behaarde omwindselblaadjes

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– geveerd
– top spits
– rand gelobd tot diep gezaagd
– veernervig
– viltig behaard

Stengel
– rechtop
– licht viltig behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloeiend in juni in de lage Landen : deel 2

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

Bloeiend in juni in de Lage Landen. 

 

Elke bloem wordt in de categorie

” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

 

 

 

aardaker                                                                                                                                    blauwe monnikskap

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

adderwortel                                                                                                                                                akkerdistel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

akkerkers                                                                                                                                                     akkerkool

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

akkermelkdistel                                                                                                                                           akkerwinde

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

basterdwederik                                                                                                                                      beemdkroon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

beemdooievaarsbek                                                                                                                                   beenbreek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

berganie                                                                                                                                                        betonie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bezemkruiskruid                                                                                                                                           bijenorchis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bitterzoet                                                                                                                                             blauw glidkruid

 

 

 

 

 

 

 

blauwe zeedistel                                                                                                                                              boekweit

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bolderik                                                                                                                                           bont kroonkruid

 

 

 

 

 

 

 

bosandoorn                                                                                                                                                 bosrank

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

brede lathyrus                                                                                                                                          duizendblad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

echte valeriaan                                                                                                                                  egelboterbloem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

franjekelk                                                                                                                                                 geel walstro

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

geel hartje                                                                                                                                  gekroesde melkdistel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelderse roos                                                                                                                                 gele ganzenbloem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gele kamille                                                                                                                                      gele maskerbloem

 

 

 

 

 

 

 

gele monnikskap                                                                                                                             gewone agrimonie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gewone berenklauw                                                                                                               gewone melkdistel                     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gewoon biggenkruid                                                                                                                                   grijskruid

 

 

 

 

 

 

 

 

groot kaasjeskruid                                                                                                                         groot spiegelklokje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

grote centaurie                                                                                                                                      grote egelskop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

grote engelwortel                                                                                                                              grote pimpernel

 

 

 

 

 

 

 

grote wederik                                                                                                                                   grote teunisbloem

 

 

 

 

 

 

 

 

haagwinde                                                                                                                                           harig knopkruid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

harig wilgenroosje                                                                                                                                     hokjespeul

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

hondsroos                                                                                                                                         jacobskruiskruid

 

 

 

 

 

 

kale jonker                                                                                                                                          kartuizer anjer

 

 

 

 

 

 

kattendoorn                                                                                                                                              kikkerbeet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

klein kaasjeskruid                                                                                                                             klein springzaad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

klein streepzaad                                                                                                                               klimopbremraap

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

knoopkruid                                                                                                                                        knopig helmkruid

 

 

 

 

 

 

 

koekruid                                                                                                                                                 korenbloem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

luzerne                                                                                                                                                   moederkruid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

moeraskers                                                                                                                                        moeraskruiskruid

 

 

 

 

 

 

moerasrolklaver                                                                                                                                        moerasspirea

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

moeraswespenorchis                                                                                                                                 muurpeper

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oostenrijkse kers                                                                                                                             oranje havikskruid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

peen                                                                                                                                                      penningkruid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

poelruit                                                                                                                                                  puntwederik

 

 

 

 

 

 

rechte ganzerik                                                                                                                                   reuzenbereklauw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

rimpelroos                                                                                                                                                  schijfkamille

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

steenanjer                                                                                                                                        stijve klaverzuring

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

teer guichelheil                                                                                                                                        tripmadam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trosglidkruid                                                                                                                                          tuinbingelkruid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

veldlathyrus                                                                                                                                             vijfvingerkruid

 

 

 

 

 

 

viltganzerik                                                                                                                                                          vlas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vlasbekje                                                                                                                                                   vogelwikke

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waterkruiskruid                                                                                                                                           watermuur

 

 

 

 

 

 

 

 

waterpunge                                                                                                                                wilde kamperfoelie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wilde weit                                                                                                                                             wilgenroosje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wit vetkruid                                                                                                                                            witte klaver

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wouw                                                                                                                                                        zandblauwtje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zeeraket                                                                                                                                                      zeeaster

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zwarte mosterd                                                                                                                                         zwarte toorts

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gewone zandraket

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloeiend in juni in de lage Landen : deel 1

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

Bloeiend in juni in de Lage Landen. 

Elke bloem wordt in de categorie

” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

 

 

 

herderstasje                                                                                                                                      klein tasjeskruid

 

 

 

 

 

 

kleine veldkers                                                                                                                                   Paardenbloem

           

 

 

 

 

paarse dovenetel                                                                                                                       slanke sleutelbloem

 

 

 

 

 

winterpostelein                                                                                                                                 klein kruiskruid

 

 

 

 

 

kluwenhoornbloem                                                                                                                                   madeliefje                            

                                                     

 

 

 

 

 

 

vogelmuur                                                                                                                                         akkerhoornbloem

                                                   

 

 

 

 

 

kleine veldkers                                                                                                                                                 daslook                                                                      

 

 

 

 

 

 

deenslepelblad                                                                                                                                      duinreigersbek

 

 

 

duinviooltje                                                                                                                            gehoornde klaverzuring               

 

 

 

gewone ereprijs                                                                                                                          gewone hoornbloem

 

 

 

gewone reigersbek                                                                                                                 gewone smeerwortel

   

 

 

 

 

gewoon barbarakruid                                                                                                                       grote ereprijs

 

 

 

grote muur                                                                                                                                  gulden sleutelbloem

 

 

 

 

hoenderbeet                                                                                                                                               hondsdraf

 

 

 

 

 

 

 

hopklaver                                                                                                                                     kruipend zenegroen

 

 

 

 

kruisbladwalstro                                                                                                                                  look zonder look

 

 

 

 

 

 

 

 

 

overblijvende ossetong                                                                                                                          pinksterbloem

 

 

 

 

 

 

raapzaad                                                                                                                                     ronde ooievaarsbek

 

 

 

 

 

 

scherpe boterbloem                                                                                                          tijmereprijs

                                                                                                                                 

 

 

 

 

 

voorjaarshelmkruid                                                                               witte dovenetel

 

 

 

 

 

zomerklokje                                                                                                                                 liggende asperge

 

 

 

 

 

akker vergeet me nietje                                                                                                                          akkerviooltje

 

 

 

 

 

 

avond koekoeksbloem                                                                                                                         basterdklaver

 

 

 

 

 

beekpunge                                                                                                                                bermooievaarsbek

 

 

 

 

 

bittere veldkers                                                                                                                 blaartrekkende boterbloem

 

 

 

 

 

 

 

blaassilene                                                                                                                                blauwe water ereprijs

 

 

 

 

 

 

bleke klaproos                                                                                                                                         boksdoorn

 

 

 

 

 

bonte wikke                                                                                                                                                  brem

 

 

 

 

 

dagkoekoeksbloem                                                                                                                   donkere ooievaarsbek

 

 

 

 

 

drienerfmuur                                                                                                                             echte koekoeksbloem

 

 

 

 

 

 

fluitenkruid                                                                                                                                  geel nagelkruid

 

 

 

 

 

 

 

gele helmbloem                                                                                                                                        gele lis

 

 

 

 

 

 

gele morgenster                                                                                                                          gele plomp

 

 

 

 

 

gevlekt longkruid                                                                                                                                 gewone brunel

 

 

 

 

 

gewone duivenkervel                                                                                                                      gewone margriet      

       

                                                                                                    

 

 

 

 

gewone ossentong                                                                                                                             gewone rolklaver

 

 

gewone vogelmelk                                                                                                                         gewoon speenkruid

 

 

glad walstro                                                                                                                                     groot streepzaad

 

 

grote klaproos                                                                                                                               grote ratelaar

 

 

 

heggenwikke                                                                                                                                               hengel

 

 

 

herik                                                                                                                                        inkarnaatklaver

 

 

 

kleine klaver                                                                                                                                 kleine ooievaarsbek

 

 

 

kleine pimpernel                                                                                                                                 kleine ratelaar

 

 

 

 

 

 

knolsteenbreek                                                                                                                                               kromhals

 

 

 

 

lelietje van dalen                                                                                                                               liggende klaver

 

 

 

mannetjes ereprijs                                                                                                                                     melkkruid

 

 

middelste duivenkervel                                                                                                 moerasvergeet-me-nietje

 

 

 

 

 

moeraswolfsmelk                                                                                                                                        muizenoor

 

 

 

muurbloem                                                                                                                                      muurleeuwenbek

 

 

 

oosterse morgenster                                                                                                                                        phacelia

 

 

 

pijpbloem                                                                                                                                                ringelwikke

 

 

 

 

robertskruid                                                                                                                                                rode klaver

 

 

 

rood guichelheil                                                                                                                      roze winterpostelein

 

 

 

schijnaardbei                                                                                                                                        schijnpapaver

 

 

 

 

 

slangenkruid                                                                                                                          slipbladige ooievaarsbek

 

 

 

smalle weegbree                                                                                                                    smalle wikke

 

 

 

 

stinkende gouwe                                                                                                                       veldhondstong

 

 

 

 

veldsalie                                                                                                                                              vergeten wikke

 

 

 

 

vierzadige wikke                                                                                                                      viltige hoornbloem

 

 

 

 

vingerhoedskruid                                                                                                                waterviolier

 

 

 

 

wede                                                                                                                                        weegbreezonnebloem

 

 

 

 

wilde akelei                                                                                                                                           wilde reseda

 

 

 

 

witte engbloem                                                                                                                                     witte klaver

 

 

 

 

witte krodde                                                                                                                            witte waterlelie

 

 

 

 

zachte ooievaarsbek                                                                                                zompvergeet-me-nietje

 

 

 

zwanenbloem                                                                                                                               zilverschoon

 

 

 

 

 

 

 

 

Judaspenning (paars en wit)

 

 

 

 

witte Judaspenning

 

 

 

 

Gele ganzenbloem : Glebionis segetum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de goudgele op gewone margriet lijkende bloemhoofdjes met
– breed vliezig gerande omwindselblaadjes en
– de vlezige, blauwgroene, onregelmatig getand/gespleten bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele ganzenbloem is een eenjarige plant van 30 tot 60 cm hoog en komt plaatselijk algemeen voor in de Lage Landen. Ze groeit open, vochtige tot droge, voedselrijke, zandige, omgewerkte grond in akkers en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot de herfst met grote goudgele bloemhoofdjes, die een hart van gele buisbloemen en een rand van gele drie of zes-tandige straalbloemen hebben. De omwindselblaadjes zijn breed vliezig gerand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren van gele ganzenbloem zijn iets vlezig, blauwgroen van kleur, grof getand tot veerspletig. De bovenste zijn half stengelomvattend, de onderste steelachtig versmald.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Binnen de groep composieten met gele buis- en gele straalbloemen zijn gele kamille en gele ganzenbloem de enige twee met naar verhouding korte brede straalbloemen. Ze zijn daaraan makkelijk te herkennen. Om gele kamille en gele ganzenbloem uit elkaar te kunnen houden kijk je naar het blad. Het blad van gele ganzenbloemen is iets kaal, vlezig, blauwgroen van kleur, grof getand tot veerspletig. Het blad van gele kamille is viltig behaard en veerdelig met gelobde tot diep ingesneden slippen.

 

 

gele kamille

 

 

 

gele kamille

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– plaatselijk algemeen tot zeer   zeldzaam
– 30 tot 60 cm

Bloem
– goudgeel
– vanaf juni tot de herfst
– bloemhoofdje
– buis- en straalbloemen
– 3,5 tot 6 cm
– omwindselblaadjes met vliezige rand

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig of veervormig
ingesneden
– top spits
– rand grof getand tot
veerspletig met getande slippen
– veernervig
– vlezig
– blauwgroen
– bovenste half stengelomvattend
– onderste steelachtig versmald

Stengel
– rechtop, iets vertakt
– kaal
– rolrond, iets gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

gele ganzenbloem