Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

De Rapis of de bamboepalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Rhapis palmen groeien van oorsprong in Zuid-Oost-Azië en China. De palm heeft een kenmerkende stam, vandaar de Nederlandse naam: Bamboepalm of stokpalm. De plantenfamilie is Araceae (Palmea).

 

 

4778686794b236cdf3d092

.

 

Water geven

 

.

vochtig houden

.

Vochtig houden

 

Rhapis palmen verbruiken matig water wanneer deze kamerplanten op een schaduw locatie staan. Naarmate de Rhapis meer licht ontvangt, zal de waterbehoefte toenemen. Hetzelfde geldt voor de temperatuur. Alhoewel deze palmen niet veel water nodig hebben, dient de grond wel altijd vochtig te blijven. De sierwaarde zal dalen indien de grond meerdere keren droog is geweest. Geef opnieuw water als de grond begint met opdrogen.

De hoeveelheid is afhankelijk meerdere factoren. Er mag nooit meer water worden gegeven dan de grond kan absorberen. Anders staan de wortels in het water, dit kan leiden tot wortelrot. Hoe groter de pot, hoe meer water erin kan. Begint de grond na 3 dagen al droog aan te voelen, geef dan iets meer. Is de grond na een week nog steeds erg nat, geef dan iets minder.

 

.

.

 

 

Sproeien

.

Alhoewel sproeien niet noodzakelijk is zal het wel de gezondheid bevorderen. Ook werkt het preventief tegen ongedierte. Verwen de Rhapis in de zomer eens op een regenbuitje. Dit verwijderd stof waardoor de palm meer licht kan ontvangen en het blad mooier glanst.

 

 

 

Standplaats

 

Schaduw of donker

.

Er is geen kamerplant welke donkerder kan staan als de Rhapis. De Rhapis heeft diep donkergroen blad. Dit betekent dat deze plant veel bladgroenkorrels aanmaakt. Deze bladgroenkorrels zetten het zonlicht om in energie voor de plant. Maar hou er rekening mee dat ook de Rhapis zonlicht nodig heeft. Ook zal de Rhapis sneller groeien indien er meer licht aanwezig is.

Een ruimte zonder ramen is dus niet geschikt. Plaats een Rhapis niet verder verder dan 5 meter van een raam. Bij een raam op het zuiden kan deze afstand nog iets verder worden vergroot tot 7 meter. Word het blad van een Rhapis lichter van kleur dan staat de palm op een lichtere standplaats. Wordt het blad zelfs geel dan ontvangt de palm teveel licht.

Verplaats de Rhapis in dit geval verder van het raam. De Rhapis staat te donker indien de kamerplant geen nieuwe bladeren aanmaakt. Zet de palm in dit geval dichterbij het raam. Rhapis palmen hebben minder dan 5 uur direct zonlicht nodig.

.

 

 

Minimale temperatuur

.

Overdag:  +/- 15 °C
‘S nachts: +/- 8 °C

 

 

 

Verpotten

.

Een Rhapis verpotten kan direct na de aankoop, maar bij voorkeur in de lente. Bij hogere temperaturen groeien wortels sneller, dit is de reden dat de lente het ideale moment is om te verpotten. Gebruik universele potgrond of palmgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Hoe groter hoe beter, omdat meer grond ook meer water kan vasthouden. Daarnaast komt een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede.

 

 

 

Voeding

.

Geef eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Lees de gebruiksaanwijzing van de kamerplantenvoeding voor de juiste dosering.

 

 

 

Verkleurende bladeren

.

Bruine of gele bladeren (of bladpunten) zijn vaak de onderste bladeren van een palm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren. Indien veel bladeren en niet alleen de onderste bruin of geel worden. Kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water. Teveel of te weinig water zal het zelfde effect hebben op de bladeren. Ook kan een overgang naar teveel (direct) zonlicht de oorzaak zijn.

 

.

 

 

 

Snoeien

.

Knip bruine bladpuntjes weg met een kartelschaar, dit komt het meest overeen met de natuurlijke bladpunten. Verwijder de onderste bladeren indien deze lelijk worden. Knip de bladeren zo dicht mogelijk bij de stam af. De stam kan niet gesnoeid worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

.

Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Verhoog de temperatuur tot rond de 24 gra-den.

 

 

Bloemen

.

Het is zeldzaam dat de Rhapis in de woonkamer bloeit. Bijna onmogelijk omdat de palmen alleen bloeien in een volwassen stadium.

 

 

Giftig?

 

De Rhapis niet giftig. Volkomen veilig voor dieren en kinderen.

 

 

Ziektes

 

Rhapis is niet gevoelig voor specifieke ziekten. Toch is het verstandig regelmatig tussen de bladeren te zoeken naar luis. Hoe eerder deze wordt bestreden hoe groter de kans dat je hierin slaagt.

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Stinkend nieskruid

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

helleborusfoetidusbloeiwijzen

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– de lichtgroene bloemen met rode rand en
– de grote wintergroene onderste bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Stinkend nieskruid is een zeer zeldzame overblijvende plant in de Lage Landen. Oorspronkelijk komt de plant uit Zuid- en West-Europa. Ze wordt ook gekweekt als tuinplant. Stinkend nieskruid groeit in bossen op vochtige, kalkrijke plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit van december tot en met maart met lichtgroene bloemen en wordt 30 tot 80 cm hoog. De bloemen geven bij aanraking een onaangename geur. De bloemdekbladen hebben vaak een paarsrode rand. De bloemen groeien trosvormig, ze zijn klokvormig en knikkend.

 

.

 

.

 

Blad 

 

De bladeren geven dezelfde onaangename geur als de bloemen, alleen sterker als ze worden fijngewreven. De onderste enigszins leerachtige bladeren zijn donkergroen en winterhard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Naast onaangenaam geurend is de plant ook giftig. Vroeger werd het helleborine vaak gebruikt als medicijn voor het hart. Tegenwoordig wordt de plant alleen nog medicinaal gebruikt door veeartsen. Naast onaangenaam geurend is de plant ook giftig. Vroeger werd het helleborine vaak gebruikt als medicijn voor het hart. Tegenwoordig wordt de plant alleen nog medicinaal gebruikt door veeartsen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam voorkomend in
Zuid-Limburg
– ook als tuinplant
– 30 tot 80 cm

Bloem
– groen
– vanaf december t/m maart
– gesteeld alleenstaand
– tros van 3 tot 8
– klokvormig
– 1 tot 3 cm
– 5 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– onaangenaam ruikend

Blad
– bovenste :
– verspreid
– enkelvoudig
– ei-rond
– top spits
– rand gaaf
– veernervig
– geelgroen
– onaangenaam ruikend
– onderste :
– wortelstandig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gezaagd
– handnervig
– leerachtig
– wintergroen

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

Aardpeer : Helianthus tuberosus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine zonnebloem-achtige bloemenhoofdjes met
– omwindsel bladen langer dan de breedte van het omwindsel én
– de late bloeiperiode; oktober – november én
– de hoogte van de plant; tot wel 2,40 meter

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aardpeer is een opvallende, hoge, behaarde plant van het najaar. Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In de Lage Landen is ze ingeburgerd tussen 1900 en 1924, waar ze sinds jaren dichte bestanden vormt. Ze is zeld-zaam, maar wel toenemend. Ze groeit op natte, zeer voedselrijke grond in oever ruigten en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardpeer bloeit laat in de herfst; in oktober en november. De alleenstaande bloemenhoofdjes lijken wat op kleine zonnebloemen. Ze hebben gele straalbloemen. Het hart is ook geel, maar wat donkerder. Dat komt ook door de donkerbruine, bijna zwarte meeldraden, die om de stijl zitten als een kokertje. De lancetvormige omwindsel blaadjes zijn even lang als of langer dan het omwindsel breed is en ze staan geheel of gedeeltelijk af.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Volgens Heukels zijn de bovenste bladeren niet veel kleiner dan de onderste. Toch vind ik de allerbovenste bladeren wel veel kleiner. De bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn kort behaard. Ook de stengels zijn kort behaard en rolrond, soms bovenaan gegroefd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De ondergrondse knollen van aardpeer hebben een nootachtige smaak, die zoeter wordt als het een keer gevroren heeft. Ze hebben een dunne schil, hoeven daarom niet geschild te worden. Ze kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. De knollen bevatten verschillende stoffen, waardoor aardpeer toepasbaar is bij suikerziekte, prikkelbare darmsyndroom, obstipatie en diarree.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Aardpeer wordt ook wel topinamboer, knolzonnebloem of Jeruzalem-artisjok genoemd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Slipbladige rudbeckia heeft gedeelde bladeren en een kegelvormig hart. Stijve rudbeckia is geheel ruw behaard, zoals aardpeer, maar wordt half zo hoog én de bloemenhoofdjes hebben een donkerbruin hart. Stijve zonne-bloem bloeit eerder en heeft kortere omwindsel bladeren.

 

 

slipbladige rubeckia

.

 

 

stijve rubeckia

.

 

 

stijve zonnebloem

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)

– overblijvend
– zeldzaam
– 1,20 tot 2,40 meter

Bloem
– geel
– oktober en november
– hoofdje
– lang gesteeld, alleenstaand
– 4 tot 8 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand getand
– voet aflopend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– bovenaan vertakt
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

.

 

 

 

Madeliefje : Bellis perennis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

.

madeliefje

 

 

Een uitgebreide beschrijving is feitelijk niet nodig, want iedereen kent het madeliefje.

Het madeliefje is overblijvend en bloeit bijna het hele jaar door, behalve als het vriest. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, betreden, beweide, of vaak gemaaide grasgrond.

De straalbloemen van de bloemhoofdjes zijn wit. Soms (men zegt, als het mooi weer wordt) zijn de toppen van de straalbloemen aan de onderkant roze/rood gekleurd.

 

.

22026

 

 

Zodra het donker wordt of als het regent sluiten de bloemenhoofdjes zich en gaan ze hangen. Zodra de zon zich weer laat zien, gaan de bloemenhoofdjes weer open. Ze draaien zelfs met de zon mee.

Ondanks veelvuldig maaien vormt het madeliefje hele tapijten in gazons en graslanden. In de oksel van de stengels vormen zich nieuwe stengels die op hun beurt weer een rozet vormen.

Waar frequent gemaaid en gelopen wordt, wordt de bloemsteel slechts enkele centimeters lang. Wordt er minder gemaaid en gelopen dan kan de stengel 15 cm lang worden.

In de volksgeneeskunde wordt madeliefje gebruikt tegen huidziekten en leveraandoeningen. In de homeopathie wordt ze toegepast bij verstuikingen, kneuzingen en eczeem. Het jonge blad kan in salades worden verwerkt.

 

.

botanische-tekening-extragr-madeliefje

 

.

Madeliefjes hebben ongeveer 13 lancetvormige, stompe omwindselblaadjes in 2 rijen.

Madeliefje groeit op vochtige, voedselrijke, betreden, beweide, of vaak gemaaide grasgrond.

Zodra het donker wordt of als het regent sluiten de bloemenhoofdjes zich.

Madeliefjes draaien met de zon mee.

 

.

 

.

 

 

.

De bloemhoofdjes bestaan uit gele buisbloemen in het hart en een straal van witte straalbloemen erom heen. Soms is de top van de straalbloemen aan de onderkant roze/rood.

 

 

Bellis perennis_Madeliefje1

 

 

.

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Klein kruiskruid : Senecio vulgaris

Standaard

kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de gele bloemhoofdjes zonder straalbloemen en
– de glanzende geveerde bladeren

 

.

 

.

 

Algemeen

 

Klein kruiskruid is zeer algemeen voorkomende eenjarige plant. Ze kan tot 50 cm hoog worden. Vooral omge-werkte grond heeft de voorkeur, maar ook tussen stoeptegels kom je klein kruiskruid tegen.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Klein kruiskruid bloeit bijna het hele jaar, behalve bij strenge vorst, met kleine gele bloemhoofdjes, die meer hoog dan breed zijn met zwart gepunte omwindsel blaadjes. De bloemhoofdjes staan in losse pluimen aan het einde van de stengel. Ze bestaan uitsluitend uit gele buisbloemen, straalbloemen ontbreken. De hoofdjes blijven lang gesloten en gaan ook nooit erg ver open.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren van klein kruiskruid zijn glanzend groen.

 

 

 

.

 

Bijzonderheden

 

Voor de bestuiving zorgt de plant zelf. Dus ook bij ongunstig weer, wanneer het nog te koud is voor de insecten, produceert ze veel zaadjes. De zaden groeien in zeer korte tijd uit tot volwaardige planten. Ook die produceren weer opnieuw zaden, die door het vruchtpluis makkelijk door de wind verspreid worden. Al met al een plantje dat je niet snel uit je tuin krijgt.

 

 

 

.

 

Vergelijkbare soorten

 

boskruiskruid : heeft een aantal naar buiten omgerolde straalbloemen, sterk ruikend, niet kleverig.

kleverig kruiskruid : kleverig door talrijke klierharen.

 

 

boskruiskruid :

.

  •  heeft een aantal naar buiten omgerolde straalbloemen, sterk ruikend, niet kleverig.

 

.

 

Boskruiskruid Senetio sylvaticus 5

 

 

 

.

kleverig kruiskruid : 

.

  • kleverig door talrijke klierharen
  • De bovenkant van de bladeren is glanzend groen en enigszins behaard, soms ook kaal.
  • De omwindselblaadjes hebben een zwarte punt.
  • De buitenste (onderste) omwindselblaadjes zijn voor de helft zwart.
  • De hoofdjes bestaan enkel uit buisbloemen, straalbloemen ontbreken.

.

 


01191Kruiskruid klerverig bloem 1copy

 

 

.

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 7 tot 50 cm hoog

Bloem
– geel
– hele jaar, behalve bij strenge vorst
– hoofdje
– 1 cm lang, 4 à 5 mm breed
– buisbloemen
– omwindselbladeren zwarte top

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– veervormig ingesneden tot de helft
– top spits
– rand getand of gelobd
– voet onderste bladeren steelvormig   versmald
– voet bovenste al dan niet   stengelomvattend
– veernervig
– vlezig
– bovenkant glanzend
– kaal of gedeeltelijk spinnenwebachtig   behaard

Stengel
– rechtop
– licht behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

.

 

Zegekruid : Nicandra physalodes

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de grote, klokvormige, blauw-paarse bloemen (2 tot 4 cm) en
– de prachtig gevormde kelk, later als ballonnetje om de vrucht

 

 

 

.

.

Algemeen

 

Zegekruid hoort van nature niet thuis in ons land. Ze is oorspronkelijk afkomstig uit Peru en zal waarschijnlijk per abuis met andere zaden in Europa ingevoerd zijn. Ze is een eenjarige, sterk vertakte plant, kan tot 1,20 meter hoog worden en groeit op open, vrij droge, voedselrijke, omgewerkte grond in bermen, op braakliggende terreinen, aardappelakkers en moestuinen. Ze is op veel plaatsen ingeburgerd met name in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zegekruid bloeit vanaf juli tot en met oktober met opvallende, klokvormige, iets knikkende, blauw-paarse bloemen. De bloemen hebben een wit hart soms met 5 donkere blauw-paarse vlekken. De plant staat maanden in bloei, maar elke bloem bloeit meestal 1 dag en verwelkt snel.

 

.

.

 

 

Blad

 

De gesteelde bladeren zijn vrij groot (tot 15 cm lang), onregelmatig getand en hebben verspreid zwarte bultjes met haren. De voet is wigvormig en loopt assymmetisch af langs de bladsteel.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

Na de bloei vormen de netvormig geaderde kelkbladen een hangend, eerst groen, later lichtbruin ballonnetje, waarin de vrucht zich ontwikkelt. Het ballonnetje blijft open; de kelkbladen sluiten zich wel, maar vergroeien niet. De vrucht is een giftige bes vol met kleine bruine zaden, die jarenlang hun kiemkracht behouden. Heb je zegekruid eenmaal in je tuin, dan heb je er lang plezier van. De plant zaait zich vanzelf uit.

 

.

 

.

 

Toepassingen

 

De decoratieve waarde van takken met verdroogde ballonnetjes is hoog; ze zijn zeer geschikt voor droogbloem boeketten. Zegekruid wordt in de tuinbouw toegepast als biologisch bestrijdingsmiddel tegen de schadelijke witte vliegen. Haar geur schijnt de vliegen te verjagen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Door de mooie bloemen, het formaat van de plant en de prachtige vruchten is zegekruid niet te verwarren met een andere plant.

 

.

 

.

 

Algemeen

 

– nachtschadefamilie (Solanaceae)
– eenjarig
– ingeburgerd, stadsplant
– 0,3 tot 1,20 meter

Bloem
– blauwpaars met wit hart
– vanaf juli t/m oktober
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 4 cm
– klokvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 bijkelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand onregelmatig gerand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vaak zwart
– stomp vier-of meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

.

 

 

 

Tuinbingelkruid : Mercurialis annua

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de bossig vertakte stengels en
– de aarvormige kluwens mannelijke bloemen

 

.

 

.

 

.

Algemeen

 

Tuinbingelkruid is een eenjarig plantje van 20 tot 40 cm hoog, dat algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op open vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grond in moestuinen, akkers, bermen, plantsoenen en tus-sen bestrating.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot de eerste vorst met lichtgroene bloemetjes. De plant is tweehuizig, dat wil zeggen dat er planten zijn met alleen mannelijke bloemen en planten met alleen vrouwelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen zitten met 1 tot 3 in de oksels van de bladeren. De mannelijke bloemen vormen aarvormige kluwens.

 

 

.

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is vierkantig en bossig vertakt. De bladeren zijn glanzend groen.

 

 

.

 

 

Vergelijkbare soort

 

Bosbingelkruid heeft onvertakte stengels, bladeren zijn donkerder groen en bloeit in april en mei.

.

 

bosbingelkruid

.

 

 

Algemeen

 

– wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot niet voorkomend
– 20 tot 40 cm hoog

Bloem
– licht groen
– vanaf juni tot de eerste vorst
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 3 bloemdekbladen
– 8 tot 12 of meer meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gekarteld
– voet afgerond
– veernervig
– glanzend
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– kaal
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

 

 

Daslook : Allium ursinum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de reeds op afstand herkenbare sterke knoflookgeur en
– de (half) bolvormige witte bloeiwijze met 6-tallige bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Daslook is een vrij zeldzaam, teer bolgewas van bij voorkeur schaduwrijke, vochtige, vrij voedselrijke, kalk-houdende grond in loofbossen in de Lage Landen en als stinsenplant op landgoederen. In Nederland is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Daslook bloeit vanaf april tot en met juni met prachtige zuiver witte bloemen, die aan het eind van een bladerloze stengel in een groot (half) bolvormig scherm bijeen staan. De bloemen zijn stervormig en hebben 6 bloemdek-bladen met spitse, iets toegeknepen top.

 

 

 

.

 

Blad

 

Daslook wordt 20 tot 40 cm hoog en heeft duidelijk gesteelde, parallelnervige, grondstandige bladeren.

.

 

 

.

 

Toepassingen

 

Voor de bloei kunnen jonge bladeren verwerkt worden in salades en soepen. Na de bloei zijn ze giftig. Verwar de bladeren niet met die van het giftige lelietje-van-dalen, de herfsttijloos of de gevlekte aronskelk. Alleen die van daslook ruiken naar knoflook!

Daslook wordt al eeuwenlang gewaardeerd als sterk werkend geneeskrachtig kruid. Ze heeft nagenoeg dezelfde werking als knoflook, maar is nog geneeskrachtiger. Ze bevordert de spijsvertering, heeft een preventieve werking bij aderverkalking en hoge bloeddruk en wordt bij huidziekten toegepast.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

lookfamilie (Alliaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam, ook als stinsenplant
– 20 tot 40 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– enkelvoudig scherm
– 12 tot 20 mm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– grondstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits, iets toegeknepen
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig
– sterke knoflookgeur

Stengel
– rechtop
– kaal
– 3 kantig of halfrond

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

.

 

.

Bosveldkers : Cardamine flexuosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met (meestal) 6 meeldraden en
– de bochtige, behaarde stengel met 6-9 blaadjes en
– de 15 tot 25 mm lange vruchten die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bosveldkers is een eenjarige (soms overblijvend) plant, die 5 tot 40 cm hoog kan worden. Ze groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen, langs greppels en beekjes. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend.

 

 

.

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf april tot en met augustus met kleine witte bloemetjes, die aan de top van de stengel in een tros van zes tot vijfentwintig bloemen staan.

 

 

.

 

 

Blad en stengel

 

Bosveldkers vormt meestal veel-stengelige polletjes. De stengels zijn bochtig, behaard en hebben 5 tot 9 verspreid staande oneven geveerde bladeren. De deelblaadjes van de onderste bladeren zijn rond tot eirond, die van de bovenste bladeren zijn smaller.

 

 

 

.

 

Vergelijkbare soorten veldkers

 

bosveldkers : vruchten komen niet of nauwelijks boven de bloemen uit, 6 meeldraden per bloem, bochtige behaarde stengel.

kleine veldkers : vruchten steken ruim boven de bloemen uit, 4 meeldraden per bloem, meestal niet behaarde stengel met 2 tot 4 bladeren.

bittere veldkers : veel grotere bloemen (ongeveer als pinksterbloemen) met paars-rode helmknoppen.

springzaadveldkers : bladstelen met oortjes.

 

.

kleine veldkers

 

 

 

bittere veldkers

 

 

 

springzaadveldkers

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig, soms overblijvend
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 5 tot 40 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m augustus
– tros
– stervormig
– 5 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– top spits of stomp
– rand gekarteld of getand
– voet scheef of afgerond of wigvormig
– veernervig
– bovenkant verspreid behaard

Stengel
– rechtop
– bochtig
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

.

.

 

Smalle aster : Aster lanceolatus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de op madeliefjes lijkende, witte of zacht lila bloemhoofdjes
– in een pluim-vormige bloeiwijze
– aan struik-vormige, grote bestanden vormende plant

 

.

 

.

 

 

Algemeen

 

Smalle aster is een uit Noord-Amerika afkomstige aster, die als sierplant in Europa is ingevoerd. Tegenwoordig zie je haar meer in het wild dan in siertuinen en daarom wordt ze als ingeburgerd beschouwd. Ze is plaatselijk al-gemeen voor komend in de Lage landen. Door ondergrondse uitlopers kan smalle aster zich in korte tijd sterk uitbreiden en groeit daardoor vaak in grote bestanden. Ze wordt 50 tot 120 cm hoog en groeit op natte tot vochtige, voedselrijke grond aan rivier- en kanaaloevers, en langs spoorwegen.

.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf augustus tot en met oktober. De hoofdjes staan in een pluim-vormige bloeiwijze. Ze hebben witte of licht lila gekleurde straalbloemen en in het hart gele buisbloemen. Van oudere bloemhoofdjes worden de buisbloemen rozerood.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langwerpig, verwijderd scherp gezaagd en hebben een aflopende, soms iets geoorde voet. Ze zijn niet half stengelomvattend, zoals de bladeren van gladde aster en Nieuw-Nederlandse aster. De rand van de bovenste bladeren is nagenoeg gaaf. De blaadjes in de bloeiwijze zijn lijnvormig en aanzienlijk kleiner.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast smalle aster wordt er in flora’s en op internet ook gesproken over kleine aster (Aster tradescantii). Beide planten lijken zo sterk op elkaar dat volgens Heukels ze niet duidelijk in 2 groepen te splitsen zijn. Volgens de Flora van Weeda is kleine aster in alles wat kleiner (en dan hebben we het over millimeters) en heeft ze geen geoorde bladeren.

Twee andere asters, gladde aster (Aster laevis) en Nieuw-Nederlandse aster (Aster novi-belgii) zijn ook afkomstig uit Noord-Amerika en worden als sierplant in tuinen gekweekt. De eerste verwildert zelden, de tweede vaker.

En tot slot zijn er nog de speciaal voor de tuin gekweekte herfstasters (Aster x versicolor). Ze lijken het meest op gladde aster, maar missen de blauwgroene kleur. Ook de herfstasters verwilderen vaak vanuit tuinafval.

De verwilderde asters vormen onderling kruisingen. Omdat ze veel op elkaar lijken en door de vorming van kruisingen blijft het lastig om asters juist te determineren.

.

 

kleine aster

.

 

.

smalle aster : geen stengelomvattende bladeren, soms wel iets geoord

 

 

smalle aster

 

 

 

 

.

gladde aster : middelste en bovenste bladeren duidelijk half stengelomvattend, blauwgroen, tuinplant, zelden verwilderd

 

 

gladde aster

 

 

 

 

Nieuw-Nederlandse aster : middelste en bovenste bladeren duidelijk half stengelomvattend, niet blauwgroen, tuinplant, vaak verwilderd

 

 

Nieuw-Nederlandse aster

 

 

 

zomerfijnstraal : straalbloemen zijn talrijker en smaller dan bij de asters, staan in meerder rijen. Ook zijn de omwindselblaadjes nauwelijks wisselend in lengte en vallen daarom ook niet dakpansgewijs over elkaar heen.

 

 

zomerfijnstraal

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen tot zeldzaam
– meestal verwilderd
– 50 tot 120 cm

Bloem
– wit of zeer licht gekleurd
– vanaf augustus t/m oktober
– hoofdje
– 12 tot 20 mm
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of lancetvormig
– top spits
– rand verwijderd gezaagd
– voet aflopend, soms geoord
– veernervig

Stengel
– rechtop
– verspreid kort behaard
– soms paarsrood aangelopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

.