Categorie archief: Gezondheid en gezondheidsproducten

Karamel, een niet zo onschadelijke kleurstof in onze voeding

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Karamel, een niet zo onschadelijke kleurstof in onze voeding

 

 

 

 

Karamel is de meest verspreide en gebruikte kleurstof ter wereld, omdat het aan voedingsmiddelen een mooie kleur en de geroosterde smaak geeft waar consumenten zo tuk op zijn. We vinden karamel terug in frisdranken op basis van cola, al dan niet caloriearm, alsook in voedingsmiddelen zoals bier, saus, azijn, ijsjes, gedroogd fruit, enz.

Echte karamel wordt gemaakt van suiker gesmolten in water, maar in de voedingsindustrie wordt het basisrecept vaak gewijzigd door de toevoeging van ammoniak, sulfieten of beide chemische stoffen. De kleurstof karamel behelst vier verschillende groepen van kleurstoffen in onze voeding: E150a, E150b, E150c en 150d*.

Door de toevoeging van chemische stoffen aan deze karamel verkrijg je een warme kleur en een overheerlijke geur en smaak, maar bij het opwarmen ontstaan nieuwe ‘neomorfe’ stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP) onderzocht vier producten die we in karamel aantreffen:
• THI (2-acetyl-4-(1,2,3,4-tetrahydroxybutyl)imidazole)
• 5-HMF (hydroxymethylfurfural)
• 2-MEI (2- methylimidazole)
• 4-MEI (4-methylimidazole)

 

 

THI is een immunosuppressivum, met andere woorden een stof die de immunitaire reacties van het organisme belet te werken zoals het hoort.

2-MEI en 4-MEI zijn chemische producten die door het Internationaal Instituut voor Kankeronderzoek (IARC) geklasseerd worden in de groep 2B, namelijk de “mogelijk kankerverwekkende stoffen voor de mens”.

5-HMF is een stof met een hoog toxicologisch vermogen.

 

De adviezen van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) stellen alleen dat het raadzaam is ‘de concentraties van neomorfe stoffen zo laag mogelijk te houden’. De bevoegde Autoriteiten nemen een eerder voorzichtige positie in, omdat zijn over te weinig gegevens beschikken, betreffende de werkelijke concentraties van deze neomorfe stoffen in het uiteindelijke voedingsmiddel.

De concentraties van deze stoffen worden uitsluitend gecontroleerd bij de productie van karamel en niet meer wanneer de karamel in voedingsmiddelen is verwerkt. De Europese regelgeving is evenwel voorzichtig, aangezien zij voor de vier soorten karamel een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van neomorfe producten heeft vastgelegd die 100 keer lager ligt dan de maximumdosis die men zonder toxisch effect kan innemen.

Toch blijft de vraag over de gevolgen voor de gezondheid bij overschrijding van de drempels hangende, omdat de concentraties in de voedingsmiddelen niet worden gecontroleerd en de voedingsgewoonten van de bevolking verre van homogeen zijn.

Het WIV-ISP heeft een wetenschappelijk betrouwbare methode ontwikkeld om de concentraties van de vier neomorfe stoffen in een voedingsmiddel en dus niet meer in de karamel zelf te bepalen. Zij onderzochten een reeks van 28 algemene consumptieproducten (13 soorten bruin en blond bier; 6 energiedranken; 1 Sherryazijn; 1 saus van het type ‘bouillonblokje’) die zij in de lokale supermarkten kochten en voor elk consumptieproduct bepaalden zij de concentratie van de vier neomorfe stoffen.

De voedingsgewoonten van vandaag kennende, is het meer dan waarschijnlijk dat de blootstelling aan neomorfe producten een probleem vormt voor bepaalde categorieën van de bevolking, zoals kinderen omdat zij veel verwerkte producten consumeren.

Met behulp van zijn onderzoek wil het WIV-ISP het brede publiek dan ook bewust maken van de problematiek van neomorfe stoffen en aansporen om zijn voedingsgewoonten bij te sturen, door er rekening mee te houden dat de vermelding ‘kleurstof karamel’ op de lijst van ingrediënten op de verpakking van onze voedingsmiddelen misleidend is.

Daarenboven moeten de karamelproducenten beperkende maatregelen nemen, om de hoeveelheden van deze neoforme stoffen in de karamel te verminderen, voordat hij wordt gebruikt in de voedingsindustrie. Vandaar het belang van het vaststellen van normen voor de concentraties van neomorfe stoffen in voedingsmiddelen en niet enkel in de productie van karamel.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

Een recreatieve sporter heeft voldoende aan een gezonde voeding.

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Sporten houd je niet alleen fit en gezond. Je ziet er ook goed uit, je hebt een mooier figuur, je bent minder snel moe en je vecht beter tegen ziektes. Als je beweegt in groepsverband, oefen je ook je sociale lenigheid.

 

Zijn je herinneringen aan je laatste sportinspanning nog in zwart-wit, dan doe je er goed aan heel rustig te beginnen. Begin bijvoorbeeld met vijf minuutjes te bewegen en probeer er elke dag een paar minuten aan toe te voegen. 50-plussers die intensiever willen sporten, praten hier beter eerst eens over met hun arts.

 

 

 

30 minuten per dag

 

 

 

.

.

.

Heb je een hekel aan sporten als dusdanig of kan je er met de beste wil van de wereld geen extra tijd voor vrijmaken? Geen nood, door elke dag 30 minuten te bewegen met een matige intensiteit, schiet je ook al een heel eind op. Je hoeft het bovendien niet ver te zoeken. Je dagelijkse bezigheden bieden je kansen genoeg om in beweging te blijven.

Fiets bijvoorbeeld naar je werk, loop tijdens de lunchpauze eens vaker een blokje om of ga vaker te voet naar de winkel voor kleine boodschappen in plaats van één keer per week met de auto. Je zal al snel een verschil merken, en vooral voelen. Maar daarvoor moet je je wel elke dag aan die 30 minuten houden. Anders is het effect snel weer verdwenen.

 

 

 

Meer sporten, anders eten?

 

De recreatieve sporter heeft genoeg aan een goede en gevarieerde voeding (zie de voedingsdriehoek). Veelbelovende sportvoedingssupplementen zijn overbodig. Voor de meeste van deze supplementen heeft men trouwens nog geen gunstig effect kunnen aantonen. Professionele sporters kunnen mogelijk voordeel halen uit een individueel aangepaste voeding in functie van het type sport dat ze beoefenen en de trainingsfrequentie.

 

 

 

 

Enkele algemene voedingsrichtlijnen voor sporters

 

 

 

.
.
.
.

• Naast de aanbeveling om evenwichtig en gevarieerd te eten, zijn de voedingsrichtlijnen voor sporters er vooral op gericht de koolhydraatvoorraad te optimaliseren (60 tot 70 energie% koolhydraten). Koolhydraten worden omgezet in glucose en glucose wordt in de cel verder omgezet in energie of opgeslagen in de vorm van glycogeen.

Hoe groter de glycogeenvoorraad in je lichaam, hoe langer je een intensieve inspanning kan volhouden. Verwar een koolhydraatrijke voeding niet met zoete suikerrijke maaltijden en tussendoortjes. Kies voor complexe koolhydraten. Je vindt ze voornamelijk in brood, aardappelen en andere graanproducten.

 

 

• Wees zuinig met vetten en vetrijke voedingsmiddelen (max. 30 energie% vet), een spelregel die bij elke gezonde voeding past. Geef de voorkeur aan halfvolle of magere zuivelproducten en magere vleeswaren. Hoed je voor tussendoortjes die naast veel suiker ook relatief veel vet kunnen bevatten (bv. snoeprepen).

 

 

• Met een adequate, gewone voeding wordt de aanbevolen hoeveelheid eiwit makkelijk gehaald, ook voor krachtsporters. Zij hebben dan ook geen speciale eiwitpreparaten of aminozuursuppletie nodig.

 

• Een evenwichtig samengestelde en gevarieerde voeding rijk aan groenten en fruit brengt voldoende vitaminen en mineralen aan. De extra energie die voor het sporten nodig is, kan het best uit normale voedingsmiddelen worden verkregen omdat die ook de nodige vitaminen en mineralen leveren. Op die manier heeft de sporter geen aanvullingen nodig in de vorm van supplementen. Extra vitaminen verhogen de prestaties niet. Een vitaminesuppletie heeft pas effect als er een vitaminetekort is, bijvoorbeeld als gevolg van een al te nonchalant voedingspatroon.

 

 

 

 

.
.
.
.

Voldoende drinken voor, tijdens en na belangrijke sportinspanningen is essentieel om uitdrogingsverschijnselen te voorkomen. Door te sporten ga je meer zweten en verlies je meer vocht. Een vochtverlies van minder dan 1 liter (op de weegschaal ± 1 kilo) kan de prestatie al aantasten. Atleten die sporten met een matige tot hoge intensiteit kunnen één tot twee liter vocht per uur verliezen.

Op warme dagen loopt het zweetverlies nog verder op. Alleen drinken als er dorst ontstaat, volstaat niet. Het dorstgevoel treedt bovendien pas op bij een vochttekort, wanneer het dus eigenlijk al te laat is. Bij inspanningen van ongeveer één uur volstaat doorgaans gewoon water. Drink tijdens langdurige inspanningen elke 10 tot 20 minuten 150 tot 200 ml.

 

 

. Bij inspanningen die langer duren dan een uur kan naast vocht een bijkomende aanvoer van koolhydraten tijdens de inspanning zinvol zijn. Je kan hiervoor gebruikmaken van sportdranken met een koolhydraatconcentratie van 4 tot 8 % (40 tot 80 g per liter). Dranken die te veel suiker bevatten (meer dan 15 %) zijn niet aangewezen omdat zij de vochtopname kunnen vertragen en aanleiding kunnen geven tot gastro-intestinale stoornissen.

Koolzuur- en caffeïnehoudende dranken tijdens de inspanning kunnen eveneens maagdarmproblemen geven. Zorg dat de temperatuur van de drank tussen 15 en 22°C ligt. Een ijskoude drank kan maag- en darmpijn veroorzaken. De toevoeging van natrium kan nodig zijn als de inspanning langer dan drie uren aanhoudt. Voor het nut van de toevoeging van andere mineralen en sporenelementen en vitaminen bestaan geen bewijzen.

Een goede sportdrank op het juiste moment kan je prestaties ten goede komen, maar enkel als je daarnaast ook gezond en evenwichtig eet. Een slecht of nonchalant voedingspatroon kan je sportprestaties kelderen en dan kan zelfs een sportdrankje niet baten.

 

 

• Begin niet kort na de maaltijd te sporten. Eet twee tot vier uren voor de inspanning niet meer uitgebreid. De vertering vraagt om een adequate bloedvoorziening die op dat moment ten koste gaat van de bloedtoevoer naar de spieren die ook meer bloedtoevoer vragen tijdens de lichamelijke inspanning. Tot een uur van tevoren kunnen nog wel tussendoortjes als fruit of koek worden gegeten.

 

• Voor wie wil presteren is ten slotte voldoende training essentieel.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De voedingsdriehoek : de basis van elk voedingsadvies

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Wat is de actieve voedingsdriehoek?

 


De actieve voedingsdriehoek geeft een idee van wat je dagelijks zou moeten eten om voldoende voedingsstoffen in te nemen. Daarnaast maakt de actieve voedingsdriehoek ook duidelijk hoeveel je per dag dient te bewegen. De voedingsaanbevelingen zijn opgesteld voor de gemiddelde persoon ouder dan 6 jaar, die matig fysiek actief is.

Als je intensief sport, zware lichamelijke activiteit verricht of je arts je een bepaald dieet voorschrijft, kan je best advies vragen aan een diëtist(e) over de juiste hoeveelheid, de keuze en de variatie van voedingsmiddelen. Sportinspanningen vragen bijvoorbeeld een grotere vochtinname dan de aanbevolen 1,5 liter die we in normale omstandigheden zouden moeten drinken.

 

 

 

 

 

 

 

Elk voedingsmiddel op zich levert een aantal voedingsstoffen. Eén enkel voedingsmiddel levert echter nooit alle vereiste voedingsstoffen. In de actieve voedingsdriehoek vind je 7 groepen die elk hun aandeel leveren in een gezonde levensstijl via voldoende beweging enerzijds en een gezonde, gevarieerde en evenwichtige voedingskeuze anderzijds.

Het topje van de actieve voedingsdriehoek, de restgroep, is een toemaatje. Naast een goede voeding is ook bewegen een belangrijk onderdeel van de actieve voedingsdriehoek. Zowel evenwichtig eten en als dagelijks voldoende bewegen is essentieel voor de gezondheid.

 

 

 

 

 

Wat zit er in elke groep?

 

 

LICHAAMSBEWEGING


is naast een goede voeding erg belangrijk voor een goede gezondheid. Met lichaamsbeweging worden inspanningen bedoeld met een matige intensiteit of inspanningen waarbij je hartfrequentie stijgt, je ademhaling iets sneller gaat dan normaal en waarbij je licht zweet. Voor een goede gezondheid moeten volwassenen dagelijks minstens 30 minuten per dag lichaamsbeweging nemen.

Dit mag verspreid worden over de dag, bijvoorbeeld door tweemaal 15 minuten te bewegen. Voor kinderen en jongeren luidt de aanbeveling om minstens 60 minuten per dag lichaamsbeweging te nemen. Kies voor activiteiten die passen in je dagelijkse bezigheden zoals fietsen, stevig doorstappen, zwemmen, dansen, met de bal spelen, de trap nemen of een sport die je graag doet.

Allemaal activiteiten die je gemakkelijk in het dagelijkse leven kan inpassen en die je gezondheid bevorderen. Ben je ouder dan 35 jaar, sinds lange tijd inactief, of heb je gezondheidsproblemen, raadpleeg dan even je huisarts voor je intensief begint te sporten.

 

 

 

 

 

 

 

WATER


Vocht is een onmisbaar deel van ons lichaam. Bijgevolg vormt water een essentieel bestanddeel van een gezonde voeding. De totale vochtbehoefte bedraagt voor volwassenen ongeveer 2,5 liter. Vaste voeding brengt ongeveer 1 liter vocht aan. De rest moeten je opnemen via dranken. In normale omstandigheden zou je dus minstens 1,5 liter water per dag moeten drinken. Bij warm weer en aan mensen die sporten of zware lichamelijke arbeid verrichten en meer vocht verliezen door transpiratie, wordt aanbevolen om meer te drinken, best water.

Beperk de inname van cafeïne, die eerder een vochtafdrijvende werking heeft. Vocht wordt grotendeels uit drank gehaald. Dranken die tot de watergroep behoren zijn water, koffie, thee en bouillon. Andere dranken, zoals melk en fruitsap, leveren ook vocht, maar bevatten ook andere voedingsstoffen. Zij horen daarom in andere groepen van de actieve voedingsdriehoek thuis.

 

 

 

 

 

 

 

GRAANPRODUCTEN EN AARDAPPELEN


leveren meervoudige koolhydraten, voedingsvezels, vitaminen en mineralen. Zij vormen je basisvoeding. Dat betekent dat graanproducten en aardappelen een belangrijk deel moeten uitmaken van elke maaltijd. Deze groep omvat aardappelen en alle soorten graanproducten zoals brood, beschuit, ontbijtgranen, rijst en deegwaren. Volkorenproducten krijgen de voorkeur. Zij bevatten meer voedingsvezels, vitaminen en mineralen dan de witte soorten.

Hoeveel graanproducten en aardappelen je per dag nodig hebt, hangt af van hoe actief je bent. Iemand die zware lichamelijke arbeid verricht, verbruikt meer energie dan iemand die een zittend beroep uitoefent en heeft dus ook meer energie en bijgevolg meer graanproducten en aardappelen nodig. Daarom varieert de aanbeveling van 5 tot 12 sneden brood (van 175 tot 420 gram) en van 3 tot 5 aardappelen (210 tot 350 gram).

 

 

 

 

 

 

 

GROENTEN


Groenten leveren voedingsvezels, vitaminen, mineralen en meervoudige en enkelvoudige koolhydraten. Omdat niet alle groenten dezelfde vitaminen en mineralen bevatten is afwisseling heel belangrijk. Groenten eet je nooit teveel. In totaal zou je 300 gram groenten per dag moeten eten. Deze hoeveelheid kan je bereiken door zowel bereide groenten als rauwkost te eten, verspreid over de verschillende maaltijden.

De warme maaltijd zou steeds een ruime portie groenten moeten bevatten: minstens 200 gram na bereiding of 250 gram rauw gewicht. Bij de broodmaaltijd kan dan bijvoorbeeld 100 gram rauwkost worden genomen. Ook de tussendoortjes of het ontbijt kunnen best wat groenten gebruiken.

 

 

 

 

 

 

 

FRUIT


Fruit levert net zoals groenten voedingsvezels, vitaminen, mineralen en (enkelvoudige) koolhydraten. Groenten en fruit onderscheiden zich van elkaar door de aanwezigheid van verschillende soorten en hoeveelheden vitaminen en mineralen. Daarom moet je dagelijks zowel groenten als fruit eten. Fruit kan bij het ontbijt, als tussendoortje of snack, als broodbeleg en als dessert gegeten worden. Eet bij voorkeur 2 tot 3 stuks per dag. Gebruik liever vers fruit dan fruit uit blik of gedroogd fruit.

 

 

 

 

 

 

 

MELKPRODUCTEN EN CALCIUMVERRIJKTE SOJAPRODUCTEN


Dit zijn een belangrijke bron van calcium, eiwitten en vitaminen van de B-groep. Calcium is een essentiële voedingsstof die bijdraagt tot de opbouw en het behoud van sterke botten.

3 tot 4 glazen melk (450 – 600 ml), afgeleide melkproducten of met calcium en vitamine B2 verrijkte sojaproducten en 1 tot 2 sneden kaas (20 – 40 gram) per dag volstaan om aan onze calciumbehoefte te voldoen.

Onder melkproducten verstaan we naast melk ook afgeleide producten zoals yoghurt, alle kaassoorten (smeerkaas, platte kaas, …) en karnemelk. Je kiest best voor halfvolle en magere producten.

 

 

 

 

 

 

 

VLEES, VIS, EIEREN EN VERVANGPRODUCTEN


Dit zijn een bron van eiwitten, vitaminen en mineralen. Vervangproducten van vlees, vis en eieren zijn onder andere sojaproducten, peulvruchten en noten. Toch dient men op te merken dat plantaardige levensmiddelen geen vitamine B12 aanbrengen. Bovendien zijn plantaardige voedingsmiddelen minder goede ijzerbronnen. Noten (behalve kokosnoten) zijn rijk aan onverzadigde vetzuren, maar leveren omwille van hun hoog vetgehalte ook veel energie. Je kiest best voor walnoten en hazelnoten, die ook een goede bron zijn van omega-3-vetzuren.

Om in een vegetarische voeding vlees volwaardig te vervangen is het nodig om plantaardige eiwitbronnen aan te vullen met granen of melkproducten. Per dag volstaat 100 gram vlees of vleeswaren. Voor vis, eieren en sojaproducten geldt dezelfde 100 gram. Zet best één tot twee maal per week vis op het menu. Denk daarbij ook aan vette vis, die een goede bron van onverzadigde vetzuren vormt.

 

 

 

 

 

 

 

 

SMEER- EN BEREIDINGSVET


levert in de eerste plaats energie. Daarnaast is smeer- en bereidingsvet belangrijk voor de aanbreng van essentiële vetzuren en vetoplosbare vitaminen. Onder smeer- en bereidingsvet verstaan we minarines, margarines, boter, halfvolle boter, bak- en braadvet en oliën. Je kiest best voor olie en margarine of minarine arm aan verzadigde vetzuren, omdat die hart- en vaatziekten helpen voorkomen.

De voedingsmiddelen uit de andere groepen (bv. vlees, melkproducten, koekjes,…) leveren al wat vetten op. Een mespuntje smeervet op de boterham en 1 eetlepel bereidingsvet per persoon voor de warme maaltijd is dan ook voldoende.

 

 

 

 

 

 

 

 

DE RESTGROEP


Het topje van de voedingsdriehoek bevat DE RESTGROEP, een afzonderlijk “zwevend“ gedeelte waarin je alle voedingsmiddelen kunt plaatsen die strikt genomen niet nodig zijn in een evenwichtige voeding. Dit topje is eigenlijk een toemaatje. Je vindt er zoetigheden, snoepjes, alcoholische en suikerrijke dranken, vette sauzen, …. Het spreekt voor zich dat deze voedingsmiddelen met mate moeten worden geconsumeerd.

Zij leveren doorgaans veel energie in de vorm van vet en suiker, en in verhouding tot de aangebrachte energie weinig of geen voedingsstoffen, zoals vitaminen en mineralen. Voedingsmiddelen uit deze groep passen in een gezonde voedingswijze als ze in kleine hoeveelheden worden geconsumeerd en je er rekening mee houdt in de samenstelling van je menu voor de rest van de dag.

 

 

 

VARIATIE!!!

Als je elke dag uit elke groep hetzelfde voedingsmiddel zou kiezen, zou je voeding enorm eentonig en daarom ook onevenwichtig worden. Elke groep biedt een ruime keuze aan voedingsmiddelen die als je ze afwisselt voor een evenwichtige, gezonde voeding zorgen. Dagelijks variëren binnen elke groep is dus de boodschap.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Aanbevelingen voor koolhydraten (door Hoge gezondheidsraad)

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Koolhydraten

 

Koolhydraten (zetmeel en suikers) zijn vooral van belang als energiebron. Ze leveren de energie die nodig is voor alle lichaamsprocessen en dienen als brandstof voor de hersenen.
Een gram koolhydraten levert 4 kcal (17 kJ). In een uitgebalanceerde voeding leveren koolhydraten minstens veertig procent van de hoeveelheid energie die een mens dagelijks nodig heeft.

 

 

 

Soorten

 

 

.
.
.
.

De naam koolhydraten is een scheikundige term: ze bestaan uit koolstof en een waterstofverbinding.

Er worden drie soorten onderscheiden:
Monosacchariden, zoals glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker). Bestaan uit één molecuul.
Disacchariden, zoals sucrose/sacharose (suiker), lactose (melksuiker) en maltose (moutsuiker). Samengesteld uit twee monosaccharide moleculen: respectievelijk glucose en fructose, glucose en galactose en glucose en glucose.
Polysacchariden, zoals zetmeel en glycogeen. Samengesteld uit meerdere monosaccharide-moleculen (meestal glucose).

Mono- en disachariden worden ook wel aangeduid als ‘eenvoudige’ koolhydraten, terwijl polysachariden ook wel complexe koolhydraten worden genoemd.

 

 

 

Bronnen

 

Koolhydraten in de vorm van zetmeel komen voor in brood, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten (bruine en witte bonen). Vruchten en vruchtensap bevatten eenvoudige koolhydraten als vruchtensuiker en druivensuiker. In melk en yoghurt zit melksuiker. In snoep, koek, gebak, frisdrank en dergelijke zit suiker (sucrose). Veel voedingsmiddelen bevatten een mengsel van complexe en eenvoudige koolhydraten.

 

 

 

 

Koolhydraattekort

 

Koolhydraten moeten minstens 55% van de totale energiebehoefte uitmaken. Het is aanbevolen de inname van toegevoegde suikers te beperken zowel voor kinderen, tieners en volwassenen. Koolhydraten kunnen slechts beperkt in het lichaam worden opgeslagen. Er kan een kleine voorraad aangelegd worden in de vorm van glycogeen, met name in de spieren. Een tekort aan koolhydraten zal niet vaak voorkomen.

Alleen bij een speciaal dieet of in andere bijzondere situaties kan een tekort ontstaan. In dat geval zal het lichaam een andere energiebron aanboren en daaruit koolhydraten aanmaken. Een tekort aan koolhydraten leidt tot een slechte adem, vermoeidheidsverschijnselen en concentratiestoornissen. Op den duur leidt een tekort aan koolhydraten tot afbraak van spierweefsel.

 

 

 

 

Aanbevelingen voedingsvezels

 

 

.
.

 

 

De Hoge Gezondheidsraad heeft eind 2003 nieuwe voedingsaanbevelingen voor België gepubliceerd, opgesteld door een expertencomité van de Hoge Raad voor de Voeding. Bij het opstellen van de voedingsaanbevelingen is de Hoge Raad voor de Voeding uitgegaan van het principe dat een nuttige en veilige aanbeveling voor de hele bevolking niet tegemoet komt aan de gemiddelde behoefte, maar aan de behoefte van een zo groot mogelijk aantal individuen.

De aanbevolen voedingsopname dekt de behoeften van bijna alle leden van de groep (> 97,5 %). In tegenstelling tot wat dikwijls is verondersteld, is de aanbevolen voedingsopname geen minimum wenselijk niveau van opname, maar een waarde hoger dan de individuele behoefte voor het grootste deel van de bevolking. De procentuele verdeling van de energie uit koolhydraten, lipiden en eiwitten dient vanaf de leeftijd van twee jaar de energieverdeling bij volwassenen progressief te benaderen en zich dus te verhouden als respectievelijk: 55 à 75%; maximaal 30%; ongeveer 10%.

Koolhydraten en vetten zijn belangrijk voor het energiemetabolisme, maar essentiële vetzuren en voedingsvezels spelen daarenboven een meer specifieke nutritionele rol, waar in dit hoofdstuk dieper wordt op ingegaan. Gezien ook water onlosmakelijk verbonden is met het energiemetabolisme, zijn tevens aanbevelingen opgenomen die toelaten de waterbalans in evenwicht te houden.

 

 

 

 

Voedingsvezels

 

Voedingsvezel is de verzamelnaam voor een aantal stoffen die zich in de celwand van planten bevinden. Ze geven stevigheid en vorm aan de plant en zijn voor mensen niet te verteren. Het zijn onverteerbare stoffen, die ervoor zorgen dat de darmen goed hun werk kunnen doen. Belangrijke bronnen zijn brood, aardappelen en groente en fruit. Een tekort aan voedingsvezels veroorzaakt darmproblemen, zoals een te trage stoelgang, obstipatie en aambeien of divertikels (uitstulpingen van de dikkedarmwand).

Vezelrijke voeding is ook belangrijk om overgewicht te voorkomen, omdat voedingsvezels een verzadigd gevoel geven én nauwelijks calorieën leveren. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat voedingvezels het risico op darmkanker verkleinen. Het is aan te raden terughoudend te zijn met voedingsvezelpreparaten: gebruik deze alleen in overleg met arts of diëtist.

 

•Totale voedingsvezel:
ondergrens: 15 g/1000 kcal/dag
bovengrens: 22 g/1000 kcal/dag

•Niet-zetmeel polymere koolhydraten
ondergrens: 9 g/1000 kcal/dag
bovengrens: 13 g/1000 kcal/dag

 

 

De wetenschappelijke gegevens voor volwassenen kunnen niet zomaar op jongere leeftijdsgroepen overgebracht worden, al lijkt het erop dat de behoefte, zowel van kinderen als van volwassenen, varieert in functie van het lichaamsgewicht en dat bijgevolg de vezelopname hoger zou moeten liggen dan wat actueel het geval is.
Aangezien kinderen en met name zeer jonge kinderen zeer snel groeien, mag een hoge vezelopname niet ten koste gaan van de opname van energierijke levensmiddelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Eerste hulp bij insectenbeten

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

De zomerzon lokt ons massaal naar buiten, maar trekt ook minder aangename gasten aan: insecten! Iedereen krijgt dan ook vroeg of laat te maken met een insectensteek. Meestal zorgt dit voor een voorbijgaand ongemak, maar een ernstige reactie is ook mogelijk.

 

 

 

 

 

 

Een insectensteek is een kleine huidwonde die veroorzaakt wordt door een stekend insect (bijv. een mug, bij of wesp). Vaak is een insectensteek onschuldig en zorgt hij enkel voor wat licht ongemak. Wanneer je verschillende keren gestoken wordt, kan de ingespoten hoeveelheid gif echter voldoende zijn om een zeer ernstige reactie uit te lokken. Eén steek in de mond- of keelholte kan eveneens levensbedreigend zijn, omdat de zwelling de luchtweg kan belemmeren.

Bij een slachtoffer dat overgevoelig is voor insectengif, kan zich een allergische reactie voordoen die kan leiden tot shock en zelfs tot de dood! Meestal treedt er dus een onschuldige, plaatselijke reactie op: zwelling, roodheid, jeuk of wat pijn. Bij een ernstige reactie zijn bovenstaande symptomen in een meer uitgesproken vorm aanwezig en meer verspreid over het hele lichaam. Hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en diarree kunnen ook voorkomen, net als ademhalingsmoeilijkheden, slikproblemen en bewustzijnsverlies.

 

 

 

 

Een persoon met een (al dan niet gevaarlijke) insectensteek, verzorg je als volgt:

 

 

• Stel het slachtoffer gerust.
• Wanneer de angel nog in de huid steekt, gebruik dan je vingernagel of de botte kant van een mes om de angel weg te schrapen. Doe dit steeds door van onder de insteekplaats naar boven te drukken en te glijden. Gebruik geen pincet, want hiermee zou je het achtergebleven gifzakje kunnen samendrukken. Op die manier kan het resterende gif in de bloedsomloop terecht komen.
• Koel de plaats van de insectensteek met ijs om zwelling, jeuk en pijn te beperken. Je kan hiervoor ook een koelzakje gebruiken. Een jeukwerende lotion of zalf kan ook verlichting brengen.
• Laat het slachtoffer op ijs zuigen of de mond koelen met koud water als hij gestoken werd in de mond- of keelholte. Zo verminder je de kans op zwelling.
• Breng het slachtoffer in een halfzittende houding als hij allergisch reageert en onwel wordt. Dit vergemakkelijkt het ademen.

 

 

 

Alarmeer de hulpdiensten als:

 

• het slachtoffer overgevoelig is voor insectengif en onwel wordt.
• het slachtoffer gestoken werd in de mond- of keelholte.

 

 

 

Verwijs het slachtoffer door naar een arts of ziekenhuis als:

 

• je de achtergebleven angel niet zelf kan verwijderen.
• het slachtoffer zich na de steek steeds slechter begint te voelen.

Wist je dat een bij haar angel en gifzakje verliest bij een steek. Ze sterft dan ook kort nadien. Een wesp daarentegen trekt haar angel weer in. Zij kan dus meerdere keren na elkaar steken.

 

 

 

Met volgende eenvoudige tips kan je insectensteken voorkomen:

 

 

 

.
.
.
.

• Gebruik insectenwerende middelen, zeker als je al eens allergisch reageerde.
• Giet frisdrank altijd in een glas zodat je kan zien dat er een insect in zit.
• Zorg ervoor dat je geen insecten aantrekt met bijv. zoete dranken of een lichtbron.
• Sla niet naar insecten, daardoor worden ze agressief en is de kans op een steek groter.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

10 voedingstips voor beginnende recreatieve sporters

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Beginnende recreatieve sporters, zij die bijvoorbeeld één tot driemaal per week een halfuurtje beginnen te joggen, beschouwen wedstrijd- of topsporters vaak als onvoorwaardelijke voorbeelden, ook voor wat hun voedingsgewoonten betreft. Onterecht, want topsporters verbruiken gemiddeld per dag veel meer energie dan recreatieve sporters. Bovendien houden topsporters er ook niet altijd de ideale eet- en drinkgewoonten op na.

 

 

 

 

 

 

 

Hoe ziet de optimale voeding van de recreatieve sporter eruit? Wij vatten het samen in tien tips.

 

•Eet regelmatig en sla geen maaltijden over. Hou je aan 3 maaltijden en 2 tot 3 gezonde tussendoortjes per dag.

•Volg de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek en varieer voldoende binnen de voedselgroepen.

•Maak binnen elke voedselgroep de meest gezonde keuze. Geef bijvoorbeeld de voorkeur aan volkoren graanproducten, mager vlees en magere melk en melkproducten.

•Drink voldoende water vóór en na het sporten. Sportdranken zijn geen must.

•Een gevarieerde en evenwichtig samengestelde voeding brengt alle noodzakelijke voedingsstoffen aan. Voedingssupplementen zijn dan overbodig.

•Neem ten laatste 2 tot 3 uur voor je gaat sporten een uitgebreide maaltijd met de juiste energiebronnen en weinig vet. Een bord pasta kan maar is geen must. Rijst en gekookte aardappelen kunnen even goed. Aardappelen brengen trouwens meer vitamine C aan. Andere interessante energiebronnen voor sporters zijn volkoren graanproducten, (gedroogd) fruit, groenten en (gezoete) melkproducten.

•Tot ongeveer een uur voor je gaat sporten kan je nog een licht tussendoortje zoals een stuk fruit of een potje magere yoghurt eten.

•Vul je energiereserves na een inspanning aan met bijvoorbeeld een boterham met zoet beleg, een stuk fruit of een mager melkproduct.

•Normale porties volstaan. Ga je intensiever en langer sporten, voer dan de aanbevolen hoeveelheden van de actieve voedingsdriehoek op, maar blijf de verhoudingen tussen de voedselgroepen respecteren.

•Hou vol! Verlies de moed niet als je bent beginnen te sporten omdat je wil vermageren en je niet direct resultaat boekt. Voor blijvende resultaten moet gezond bewegen samengaan met gezond eten. Wie volhoudt, wordt beloond: je zit beter in je vel, je bent slanker en vooral fitter en energieker.

Veel sportplezier!

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Migraine

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

 

Migraine 

 

Migraine komt voor bij ongeveer 2 tot 10% van de mannen, bij vrouwen tussen 5 en 25%. Migraine komt ongeveer driemaal zo vaak bij vrouwen als bij mannen voor. Aanvallen nemen af na de leeftijd van 45-50 jaar.
De eerste aanvallen van migraine kunnen optreden op jonge leeftijd, reeds vanaf 10-11 jaar. Volgens een Schots onderzoek onder 2165 kinderen van 5 tot 15 jaar heeft 11% van de kinderen migraine.

 

 

Klachten

 

Migraine wordt gekenmerkt door herhaalde aanvallen van matige tot heftige, meestal eenzijdige, bonzende hoofdpijn met misselijkheid en/of braken, die erger worden bij lichamelijke activiteit zoals traplopen. Daarnaast is er vaak licht- en geluidsovergevoeligheid.

De duur van een onbehandelde hoofdpijnaanval ligt tussen de 4 en 72 uur. Een aanval korter dan 4 uur of langer dan 72 uur sluit migraine uit. Migraineaanvallen kunnen variëren in ernst en duur binnen en tussen patiënten.
De hoofdpijnaanvallen verhinderen dagelijkse activiteiten.

Gebleken is dat 62% van de migrainepatiënten ook spanningshoofdpijn heeft, terwijl 25% van de patiënten met spanningshoofdpijn ook aan migraine blijkt te lijden. Een migraineaanval kan beginnen als spanningshoofdpijn, maar in het verdere beloop van de hoofdpijnaanval ontwikkelen zich de kenmerkende migraineverschijnselen.

Andere veel voorkomende symptomen zijn gevoelsstoornissen. Soms verspreidt een tintelend of dof gevoelen zich aan één lichaamszijde bv. vanuit de hand over de arm, de schouder en zo verder naar het aangezicht en de tong. Een tintelend gevoelen rond de mond is een tyisch migrainesymptoom. Een milde vorm van eenzijdige verlamming is niet uitzonderlijk.

De hoofdpijn komt gewoonlijk opzetten na het verdwijnen van de aura of de gevoelsstoornisssen. In 2 op 3 gevallen treft ze slechts één zijde van het hoofd (bij sommige mensen is dit steeds dezelfde zijde). Ze kan variëren van een licht ongemak tot een intense, striemende en verlammende pijn. Ze is typisch kloppend van aard.

Vaak vermindert ze wanneer je stil neerligt of zit en wordt ze intenser bij lichamelijke activiteiten of bewegingen van het hoofd. Ze kan van enkele uren tot dagen aanhouden. Een aantal mensen kunnen een migraine-aanval van zich afslapen. Een kort slaapje van enkele uren volstaat bij sommigen. Na de aanval voelen de meeste mensen zich slap, moe en prikkelbaar en kunnen ze zich slecht concentreren. Dit gevoel kan eveneens enkele uren tot dagen aanhouden.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vlees voldoende bakken doodt ziekmakende bacteriën

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Nieuw onderzoek bevestigt: vlees voldoende bakken doodt ziekmakende bacteriën

.

.

.

.

.
.
.
.

 

 

Om zo weinig mogelijk risico te lopen op ziekteverwekkende bacteriën in uw vlees, moet u het voldoende bakken. Gemalen vlees zoals gehaktballetjes of een hamburger moet u tot in de kern verhitten, en van een gaaf stuk vlees zoals een biefstuk moet vooral de buitenkant goed doorbakken zijn. Dat is de conclusie van het onderzoeksproject Pathogencook dat door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu werd gefinancierd.

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen die in de landbouw- en de voedingssector worden genomen, is een totale afwezigheid van ziekteverwekkende bacteriën zoals Salmonella, Campylobacter, Listeria monocytogenes en toxine producerende E. coli onmogelijk te garanderen in rauw vlees. Dit onderzoeksproject onderzocht hoe je bacteriën kan doden door het bakken of roerbakken van vers vlees (biefstuk, hamburger, pittavlees).

Het vlees was afkomstig van verschillende diersoorten: varken, rund, lam, kip, kalkoen, paard en zelfs kangoeroe en krokodil. Vlees kan besmet zijn met lage aantallen ziekteverwekkende kiemen, maar die nemen niet toe als het vlees altijd koel en slechts voor een korte tijd wordt bewaard. Deze beperkte hoeveelheid bacteriën worden bovendien gedood als het vlees voldoende wordt verhit. Voor gemalen vlees betekent dit goed doorbakken, dus verhitten tot in de kern, want ook daar kunnen bacteriën aanwezig zijn.

Een hamburger, bijvoorbeeld, moet minimaal 2 minuten op 70°C worden gebakken (dit kan met een vleesthermometer worden gecontroleerd). Een gaaf stuk vlees zoals een biefstuk kan vooral aan de buitenkant worden besmet. Als die goed gebakken wordt, volstaat dit om de bacteriën te doden.

Het is ook belangrijk om geen andere voedingsmiddelen te besmetten, die niet meer worden gebakken (bv. rauwe groentjes). Gebruik niet dezelfde snijplanken, mesjes enzovoort voor vlees en groenten. Zorg dus altijd voor een goede hygiëne en een propere werkomgeving in de keuken om voedselinfecties te vermijden.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Tips voor een voedselveilige picknick

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

Picknick-tijd! Trek je een dagje de natuur in? Of stop je ergens langs de kant van de weg, op een rustig plekje, als je op reis bent? Best gezellig, eten in de buitenlucht! Maar hou het vooral ook voedselveilig. Eén ding hebben al deze verschillende soorten picknick immers gemeen: meestal verloopt er flink wat tijd tussen het moment waarop je het voedsel klaarmaakt en de maaltijd zelf, en dan zijn zeker bij warm weer een aantal voorzorgen op hun plaats.

 

 

 

Het begint thuis

 

 

 

Of je nu voor je picknick een speciale maaltijd klaarmaakt of gewoon wat brood en beleg meeneemt, een goede voorbereiding is het halve werk! Een paar tips.

• Als je slaatjes, pasta’s, vleesbereidingen, desserts enz. op voorhand klaarmaakt, stop ze dan direct in de koelkast. Zo krijgen bacteriën alvast geen kans om zich al voor het vertrek te beginnen vermenigvuldigen.
En haal de gerechten er pas vlak voor je vertrek uit en plaats ze in een koelbox.

• Bereid de gerechten in de beste hygiënische omstandigheden:
proper keukengerei, handen wassen, kruisbesmetting vermijden. Hoe minder kiemen op voorhand in het voedsel terechtkomen, hoe kleiner de kans op bederf…

• Ook gewoon boterham-beleg zoals kaas, charcuterie, hardgekookte eitjes, kant-en-klare vlees- of vissalades horen zolang mogelijk in de koelkast te blijven en worden best pas vlak voor je vertrek in de koelbox geplaatst.

• Hoe laad je je koelbox? Bij een “klassieke” koelbox of koeltas zet je de gerechten onderaan en plaats je de (meestal blauwe) koelelementen er bovenop. Koude lucht is immers zwaarder dan warme en zo zakt de koelte letterlijk naar beneden. Elektrische modellen zet je best een tijdje op voorhand aan zodat het vanbinnen goed fris is. En na het vullen onmiddellijk het deksel erop!

 

 

 

Onderweg

 

Probeer tot voor het moment van de maaltijd de koelbox zoveel mogelijk gesloten te houden, zeker bij erg warm weer. En een koelbox die uren in de blakende zon staat, bijvoorbeeld op de achterbank van een wagen, houdt het niet lang koel. Best in de koffer van de auto plaatsen dus.

 

 

 

Aan tafel! Hou het hygiënisch

 

 

 

 

Grosso modo gelden voor een picknick dezelfde regels als voor een maaltijd thuis, al zijn er in openlucht wel een aantal dingen die bijzondere aandacht vereisen.

• Picknicktafels zijn dikwijls niet al te proper, zelfs als dit op het eerste gezicht niet opvalt. Met een tafellakentje is dit zo opgelost… Dit geldt zeker als je gewoon in het gras gaat zitten.

• Handen wassen voor het eten blijft belangrijk, al is dit onderweg niet altijd mogelijk natuurlijk. Aseptische doekjes kunnen in dat geval een uitweg bieden.

• Hou voedsel zoveel mogelijk afgedekt om het te beschermen tegen insecten en ander ongedierte (die ook bacteriën kunnen overbrengen). Laat dus geen potjes confituur, mayonaise of vleessla langer dan nodig open staan.

• Hou het netjes. Ook degenen die ná jou toekomen hebben graag een propere—en hygiënische—picknickplaats.
Afval gaat de vuilnisbak in, of als die niet voorhanden is, in een plastic zak tot aan de eerstvolgende vuilnisbak die je tegenkomt (of in het slechtste geval mee terug naar huis).

 

 

 

Overschot?

 

Vaak wordt gezegd dat als er na de maaltijd niets meer overblijft, je te weinig hebt klaargemaakt. Maar voor een picknick is het misschien toch geen slecht idee om niet àl te véél te veel mee te nemen. Zelfs in een koelbox blijven de bewaartemperaturen niet lang optimaal en bij erg warm weer gebruik je de restjes van je picknick straks als je thuiskomt beter niet meer. Wil je dit toch, stop ze dan direct na thuiskomst in de frigo.

 

 

 

Te voet of met de fiets

 

Bij een voet- of fetstocht is zo’n zware koelbox meezeulen een beetje moeilijk. Neem dan ook best voedingswaren mee die niet te gemakkelijk bederven. Dus beter (harde) kaas of confituur als boterhambeleg dan vlees- of vissalade. En liever een appel als dessert dan een potje tiramisu.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Gevreesde tijgermug in België gesignaleerd

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Gevreesde tijgermug in België gesignaleerd

.

.

.

 

 

 

Sinds vorige zomer volgen onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) een populatie Aziatische tijgermuggen (Aedes albopictus) op in een bandenimportbedrijf in de buurt van de Antwerpse haven. In juli 2013 werd reeds een eerste exemplaar van deze tijgermug op dit bedrijf

De Tijgermug komt oorspronkelijk uit Zuidoost Azië, maar veroverde al Amerika en Zuid-Europa en trekt nu noordwaarts richting onze contreien. Ze is zeer agressief en kan verschillende ziekten verspreiden, zoals gele koorts, knokkelkoorts en chikungunya.

Er is momenteel geen aanleiding tot zorgen over de volksgezondheid. De kans is heel klein dat de geïmporteerde tijgermuggen dragers zijn van virussen, zoals knokkelkoorts of chikungunya. De populatie van Aziatische tijgermuggen aan de haven van Antwerpen bleek actief te zijn tot in oktober 2013. Daarnaast werd eind november 2013 ook één levende larve van deze exotische mug gevonden in een lading lucky bamboo-planten in de haven van Antwerpen.

Importbedrijven voeren deze sierplanten op regelmatige basis rechtstreeks in via zeecontainers uit China. De tijgermug reist de wereld rond via de handel in goederen, vooral in tweedehandsbanden en lucky bamboo-planten. Het water dat in banden blijft staan of waarin de planten vervoerd worden, is een ideale afzetplaats voor de eitjes van deze muggen.

In 2000 is de tijgermug al eens aangetroffen in hetzelfde bandenbedrijf in de buurt van de Antwerpse haven, maar is sindsdien niet meer gesignaleerd. Of de mug deze keer blijft, zal afhangen van hoe streng de winter in 2014 zal worden. Tot nog toe blijkt immers dat deze exotische mug de winter in onze streken niet kan overleven.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA