Tagarchief: mei

Rood guichelheil : Anagallis arvensis subsp. arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-anagallis_arvensis_2

 

 

Goed te herkennen aan
de kleine, oranje bloemetjes met 5 gewimperde kroonbladen

 

 

266px-anagallis_arvensis-01_xndr

 

 

 

Algemeen

 

Rood guichelheil is een eenjarig plantje van 5 tot 50 cm, oorspronkelijk afkomstig uit het Middellands Zeegebied. Ze groeit op open, vochtige tot droge (omgewerkte) grond in akkers en moestuinen, op zandplaten en in de duinen. De plant komt voor in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd of warm klimaat.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Rood guichelheil bloeit vanaf mei tot in de herfst met lang gesteelde, alleenstaande, oranje bloemetjes. Zelden zijn ze vleeskleurig, lila, paars, blauw of groenachtig. De bloemen gaan open om een uur of 8 en sluiten ’s middags rond 3 uur. Is het bewolkt weer dan blijven ze gesloten.

De kroonbladen hebben aan de basis een paarse vlek. De rand is licht gekarteld en dicht bezet met klierharen, die niet met het blote oog te zien zijn. Meestal raken of overlappen de kroonbladen elkaar. De meeldraden zijn onderaan met elkaar vergroeid, paars van kleur en behaard, waardoor het hart van het bloemetje een paarse indruk geeft.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De liggende of opstijgende stengels wortelen niet, zijn vierkant en kaal. De bladeren zijn eirond en hebben aan de onderkant zwarte klierpuntjes. Meestal staan ze tegenover elkaar, soms in een krans van 3.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Rood guichelheil is giftig. Niet bloeiend lijkt ze veel op vogelmuur, dat gebruikt wordt als vogelvoer.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 5 tot 50 cm

Bloem
– oranje, soms blauw
– mei tot in de herfst
– alleenstaand
– stervormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 3 tot 5 nervig

Stengel
– liggend of opstijgend
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

rood-guichelheil

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Kromhals : Anchusa arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-kromhals_bloem_anchusa_arvensis

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4-10 mm), lichtblauwe bloemen en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

kromhals-westkapelle-zuiderduin-pe191

 

 

 

Algemeen

 

Kromhals is een eenjarige plant van 15 tot 60 cm hoog. De plant groeit voornamelijk op droge, zonnige standplaatsen. In Nederland vinden we de plant dan ook in de duinen, in Noord-Brabant en in Gelderland op leemhoudende grond. Ze is hier redelijk algemeen.

Ook in België wordt de soort als inheems beschouwd. Het verspreidingsgebied beslaat grote delen van Europa. In Noord-Amerika is de soort geïntroduceerd. Ze groeit op open, droge, voedselrijke, omgewerkte grond; ook op zandige vloedmerken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kromhals bloeit vanaf mei tot de herfst met kleine, 5-tallige, lichtblauwe bloemen. Zoals bij alle soorten van de ruwbladigenfamilie staan de bloemetjes in een schicht bijeen. De vijf kroonbladen zijn trechtervormig vergroeid. De hals van de bloem heeft een s-vormige bocht. Dat is alleen te zien als je de bloem uit de kelk trekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lang en smal (lancetvormig) en evenals de rest van de plant ruw behaard met op knobbels staande stijve haren.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp
– rand golvend getand
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Grote klaproos : Papaver rhoeas

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1695-m-grote-klaproos

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, scharlakenrode, tere kroonbladen, die elkaar overlappen
– en de afstaand behaarde stengels
– en de omgekeerd eironde kale vruchtdozen met (6-)8-13 stempelstralen

 

 

papaver_rhoeas

 

 

 

Algemeen

 

De grote of gewone klaproos (Papaver rhoeas) is een plant uit de papaverfamilie. Het is een eenjarige plant, die 20 tot 60 cm hoog wordt. Ze komt overal algemeen voor. Ze groeit op open plaatsen met omgewerkte, vochtige tot vrij droge, voedselrijke grond in akkers, bermen, op bouwterreinen en langs spoorwegen. Ze wordt ook uitgezaaid langs wegen.

Vroeger werd gedacht dat de plant groeide op de plaats waar iemand vermoord was en dat het bloed door de plant werd opgenomen en bewaard in de bloembladen. Daarom dacht men dat dit de oorzaak was van de vele klaprozen op het slagveld. In werkelijkheid is de oorzaak dat de zaden pas kiemen als ze aan licht worden blootgesteld. Doordat het slagveld omgewoeld werd, kwamen de zaden aan het licht en kiemden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is van eind mei tot en met juli. De knoppen worden omsloten door twee kelkbladen, die afvallen zodra de knop zich opent. De bloemen staan op lange stelen, worden 7 tot 10 cm breed en zijn scharlakenrood. De vliesdunne kroonbladen overlappen elkaar en vallen vaak al na één dag af.

Bloemstelen, bladeren en knoppen zijn borstelig behaard. De kale doosvrucht is omgekeerd eirond met (6-)8-13 zwart-paarse stempelstralen, die elkaar in het midden van de schijfvormige stempel overlappen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De zaden worden door de wind uit de vruchtdozen geschud. Jarenlang kunnen ze in de grond blijven liggen zonder hun kiemkracht te verliezen. Zodra ze aan licht worden blootgesteld gaan ze kiemen. Vandaar dat klaprozen soms massaal voorkomen op omgewerkte grond.

Klaprozen danken hun naam aan een oud kinderspelletje. Je kunt een kroonblad tot een bolletje vouwen. Het zo ontstane zakje kun je op de rug van je hand of tegen je voorhoofd kapot slaan. Het knapt dan met een klap uit elkaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– algemeen tot minder algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– scharlakenrood
– vanaf mei t/m juli
– gesteeld alleenstaand
– 7 tot 10 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– (6-)8-13 stempelstralen

Blad
– verspreid
– veerdelig met duidelijke eindlob
– top spits
– rand gezaagd
– veernervig
– borstelig afstaand behaard

Stengel
– rechtop
– borstelig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Glad walstro : Galium mollugo

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

walstroglad-110519-217

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte losse pluimen en
– de in kransen geplaatste smalle bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Glad walstro is een overblijvende plant, die groeit op vrij droge tot vrij natte, meer of minder voedselrijke grond in graslanden, in bermen, op dijken, in struikgewas, aan bosranden en in de zeeduinen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met opvallende witte losse pluimen en kan tot 1,2 meter hoog worden. Ze heeft een aangename geur en wordt dan ook graag door bijen bezocht. De bloemen zijn klein en de bloemdekbladen hebben een toegespitst topje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan met 6 tot 8 in een krans om de stengel. De stengels zijn slap, kaal of weinig behaard, vierkantig en opstijgend of liggend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– 2 tot 5 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid en
met 0,2 tot 0,3 mm lang topspitsje
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top toegespitst
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– niet of weinig behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone rolklaver : Lotus corniculatus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, schermachtige trossen dooiergele vlinderbloemen,
– in de knop meestal rood en
– het samengestelde blad,
– waarvan 1 paar blaadjes aan de basis van de bladsteel zit en
– de deelblaadjes, waarvan de zij-nerven niet goed zichtbaar zijn

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone rolklaver is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige tot droge, matige voedselrijke grond in lage graslanden ; de plant komt voor in de duinen en in laag grasland. De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika en is geïmporteerd in Noord-Amerika en wordt daar ook voor het winnen van veevoer gebruikt. De naam rolklaver verwijst naar de rechte, rolronde peulen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone rolklaver bloeit vanaf mei tot in de herfst met schermachtige trossen van 3-8 dooier-gele vlinderbloemen. In de knop zijn ze meestal rood. Gewone rolklaver is een belangrijke voedselplant voor het vee en schijnt een gunstige invloed te hebben op de smaak van de melk.

 

 

 

 

 

Blad

 

Kenmerkend voor de rolklavers is het blad, dat bestaat uit 5 deelblaadjes, waarvan het onderste paar direct aan de basis van de bladsteel staat, een eind verwijderd van de overige drie. Ze lijken op steunblaadjes, maar zijn het niet.

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot minder algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– dooier-geel
– vanaf mei tot in de herfst
– schermachtige tros
– vlinderbloem
– vlag 10 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– vaak behaard

Stengel
– opstijgend of liggend
– kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone ossentong : Anchusa officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-anchusa_officinalis_-_harilik_imikas_keila

 

 

Goed te herkennen aan
– de blauwpaarse tot donkerblauwe bloemen met wit behaarde keelschubben en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone ossentong is een overblijvende (meestal tweejarige), ruw behaarde (maar niet stekelige) plant van 30 tot 100 (130) cm hoog. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond, soms op open plaatsen in struikgewas.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone ossentong bloeit vanaf mei tot de herfst met blauwpaarse tot donkerblauwe bloemen, die aan het begin van de bloei in een opgerolde bloeiwijze (schicht) bij elkaar staan. De schichten staan twee aan twee bij elkaar met een topbloem ertussen. Tijdens de bloei groeien de schichten sterk uit. In het midden van de bloem zie je vijf behaarde keelschubben. De meeldraden en stijl zijn korter dan de keelschubben en zijn niet zichtbaar door de beharing van de keelschubben.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bovenste bladeren zijn zittend, de onderste in een steel versmald.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De lange vlezige wortels leveren een rode kleurstof, waarmee textiel geverfd kan worden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend (meestal tweejarig)
– vrij tot zeer zeldzaam
– 30 tot 100 (130) cm

Bloem
– blauwpaars tot donkerblauw
– mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig met keelschubben
– 7 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– smal langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– dicht afstaand ruw behaard

zie wilde bloemen

 

 

gewone-ossentong

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Gewone margriet : Leucanthemum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-leucanthemum_vulgare_filigran_flower_2200px

 

 

Goed te herkennen aan
– grote “madeliefjes-achtige” bloemen op lange stelen met
– donker gerande, groene omwindselblaadjes

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone margriet is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Ze groeit op op open, vochtige tot matig droge, voedselrijke, grazige grond in graslanden, bermen en op dijken. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vanaf mei tot en met augustus zie je de opvallende bloemenhoofdjes van gewone margriet. De hoofdbloei valt in juni. De vlakke bloemenhoofdjes zijn 3 tot 6 cm breed en bestaan uit een geel hart van buisbloemen en een krans van witte straalbloemen. Ze staan op weinig of niet vertakte stengels, die 30 tot 60 cm hoog kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 60 cm

Bloem
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– gele buisbloemen en
– witte straalbloemen
– 3 tot 6 cm
– omwindselblaadjes met zwarte of
bruine rand

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste lang steelvormig versmald
– top stomp
– rand gekarteld
– voet aflopend
– netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal of weinig behaard

zie wilde bloemen

 

 

gewone-margriet1

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Gele helmbloem : Pseudofumaria lutea

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

pseudofumaria-lutea-gele-helmbloem-02

 

 

Goed te herkennen aan
– dicht bebladerde tere plant met
– trossen gele lipbloemen en
– dubbel geveerde bladeren met toegespitst topje

 

 

25-gele-helmbloem

 

 

 

Algemeen

 

Gele helmbloem is een dicht bebladerde, overblijvende, tere plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit in pollen op zonnige tot licht beschaduwde stenige plaatsen, zoals op oude muren (van kastelen, kaden of tuin), rotswanden, puinhellingen en tussen stoeptegels. Gele helmbloem wordt in tuinen aangeplant, waar ze zich sterk kan uitbreiden. Vanuit tuinen kan ze ook verwilderen. In het wild is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot de herfst met 1 tot 2 cm grote gele bloemen, die in trossen van 5 tot 16 bloemen bij elkaar staan. Ze staan horizontaal of schuin omhoog op rechte steeltjes, die aan de bovenkant afgeplat zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam in stedelijke gebieden
– wettelijk beschermd
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf mei tot de herfst
– tros
– 10 tot 20 mm
– gespoord
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top stomp met een klein puntje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop of (over)hangend
– sterk vertakt
– glad en kaal
– bovenkant afgeplat, verder rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Fluitenkruid : Anthriscus sylvestris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

detail-scherm-bloeiend-fluitenkruid

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte bloemenschermen met kleine bloemetjes,
– die allemaal 2 kleinere en 3 grotere kroonbladen hebben en
– de gewimperde omwindselblaadjes en
– de op de ribben behaarde en aan de rand gewimperde bladscheden

 

 

436b584a39604248a279a407883c92a8

 

 

.

Algemeen

 

Fluitenkruid is een overblijvende zeer algemeen voorkomende plant, die bloeit in mei en juni met witte bloemschermen. De plant wordt 0,6 tot 1,5 meter hoog en groeit op zonnig tot licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen in graslanden en loofbossen, en vooral in bermen en op dijken.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Fluitenkruid is de meest algemeen voorkomende van de witte schermbloemigen en bloeit als eerste. Alle bloemetjes hebben 3 grotere en 2 kleinere kroonbladen, ook die in het midden van het scherm. Bij de randbloemen is het verschil tussen de kroonbladen het grootst en makkelijkst te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Fluitenkruid dankt haar naam aan het feit dat er van de holle stengel tegen het einde van de bloeitijd een fluitje gemaakt kan worden. Er zijn vele witte schermbloemigen die lijken op fluitenkruid. Sommigen daarvan zijn giftig. Doe dit dus alleen als je helemaal zeker weet dat het fluitenkruid is.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 60 tot 150 cm

Bloem
– wit
– mei en juni
– meervoudig scherm
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven 2- of 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gezaagd
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– bovenaan kaal
– onderaan op de ribben behaard
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

fluitenkruid

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Blauwe waterereprijs

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2184-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lila tot bleekblauwe “ereprijs” bloemetjes in trossen en
– de plaats waar de plant groeit (in ondiep water)

 

 

img_2273-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

Algemeen

 

Blauwe waterereprijs is een eenjarig of overblijvende plant van 15 tot 60 cm. Ze groeit in ondiep, stromend water en open, natte, voedselrijke grond aan waterkanten. In het rivierengebied is ze plaatselijk vrij algemeen. Elders is ze zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemen vormen lang gesteelde trossen in de bladoksels en zijn lila tot bleekblauw met paarse lijntjes. Na de bloei maken de bloemstelen een scherpe hoek met de as van de bloeiwijze. Dat onderscheidt blauwe waterereprijs van rode waterereprijs, waarvan de bloemstelen een rechte hoek maken na de bloei.

 

 

 

 

img_2294-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De al of niet vertakte, kale stengels zijn groen, soms rood aangelopen en vierkantig. De bladeren zijn licht groen, de bovenste langwerpig en half stengelomvattend, de onderste ei-rond en gesteeld.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– eenjarig of overblijvend
– vrij algemeen in het rivierengebied,   elders zeldzaam
– 15 tot 60 cm hoog

Bloem
– lila tot bleekblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd tot bijna gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– zittend (soms kort gesteeld)
– beide kanten zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

JOHN ASTRIA