Tagarchief: mei

Slanke sleutelbloem : Primula elatior

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

1756

 

.

Goed te herkennen aan
– de lichtgele bloemen met vlakke kroonbladen,
– die donkergele vlekken hebben aan de keel en
– die in een scherm op een lange, behaarde steel staan, allemaal  dezelfde kant op wijzend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Slanke sleutelbloem is een beschermde, overblijvende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is vrij zeldzaam en ook aangeboden als tuinplant. De slanke sleutelbloem groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, aan oevers en in natte graslanden.

 

 

primula elatior-slanke sleutelbloem-01

 

 

 

 Bloem

 

Ze bloeit vanaf maart tot en met mei (soms in de herfst weer) met lichtgele, niet geurende bloemen. De 5 kroonbladen zijn vergroeid tot een buis, de plaat van het kroonblad is redelijk vlak, afstaand en heeft donkergele vlekken (honingmerk) aan de keel. De bloemen staan met 1 tot 20 in een scherm en wijzen allemaal dezelfde kant op. De 5 kelkbladen zijn ook vergroeid tot een buis en sluiten redelijk nauw aan op de kroonbuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

slanke sleutelbloem : lichtgele, niet geurende bloemen in een scherm, kelk nauw buisvormig, kroonbladen afstaand.

 

 

 

 

gulden sleutelbloem : dooiergele, geurende, knikkende bloemen in een scherm, kelk wijd klokvormig, kroonbladen klokvormig.

 

 

 

 

 

stengelloze sleutelbloem : bloemen op afzonderlijke 5-12 cm lange stelen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot ontbrekend
– ook als tuinplant
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– lichtgeel
– vanaf maart t/m mei, soms in de
herfst weer
– enkelvoudig scherm
– buisvormig
– 1,5 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp
– rand gezaagd of gegolfd
– in gevleugelde steel versmallend
– veer- / netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Mierikswortel : Armoracia rusticana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

Goed te herkennen aan 
– de hoogte van de plant in combinatie met de
– zuiver witte grote bloemtrossen en
– de zeer grote glanzende onderste bladeren

Algemeen

Oorspronkelijk is mierikswortel afkomstig uit Zuid-Rusland. In de 12de eeuw werd ze hier geïmporteerd vanwege de wortel. Sindsdien is ze verwilderd en ingeburgerd in de Lage Landen. Ze kan 60 tot 120 cm hoog worden en heeft een voorkeur voor vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond.

Bloem

Mierikswortel is een overblijvende plant, die bloeit vanaf mei tot en met juli met grote trossen witte bloemetjes. Ze is zelden zaadvormend, maar dat is ook niet nodig. Via een forse wortelstok worden er nieuwe planten ge- vormd.

Toepassingen

Verder kan de wortel nadat het loof in de herfst is afgestorven, opgegraven worden en elke uitloper vormt volgend jaar weer een nieuwe plant. Behalve voor vermeerdering wordt de wortel ook gebruikt in de keuken en voor medicinale toepassingen.

Algemeen

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 60 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– tros
– tot 10 mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top stomp
– veernervig
– onderste :
– lang gesteeld
– langwerpig (tot 1 m)
– geaderd
– gekarteld
– middelste :
– korter gesteeld
– ingesneden gekarteld
– bovenste :
– zittend
– lancetvormig
– bochtige gave rand

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– geribd

zie wilde bloemen

Franjekelk : Tellima grandiflora

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de in een eindelingse, eenzijdige trosstaande groengele, klokvormige, knikkende bloemen met teruggeslagen franje-achtige kelkbladen, die soms rozerood verkleuren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Franjekelk is een overblijvende tuinplant uit Noord-Amerika, die in de Lage landen verwilderd voorkomt en wellicht ingeburgerd is.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in mei en juni met groengele bloemen, die in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen vallen op door hun franje-achtige kelkbladen, die soms rozerood verkleuren. De 5 kelkbladen zijn vergroeid en vormen een opgeblazen, vijftandige kelk. De franje-achtige kelkbladen komen tussen de kelktanden naar buiten en buigen zich in de loop van de bloeitijd helemaal terug.

 

 

 

 

 

Blad

 

De behaarde bladeren zijn in omtrek nagenoeg rond. Ze hebben een hartvormige voet. De rand is gelobd en getand. De onderste bladeren vormen een rozet en zijn lang gesteeld. De stengelbladeren zijn korter gesteeld. Naar boven toe worden de stelen korter; de bovenste bladeren zijn zittend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

steenbreekfamilie (Saxifragaceae)
– overblijvend
– verwilderd, wellicht ingeburgerd
– 30 tot 75 cm

Bloem
– groengeel, soms rozerood verkleurend
– mei en juni
– eenzijdig, aarvormige tros
– klokvormig
– tot 1 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 of 3 stijlen

Blad
– rozet en stengelbladeren
– enkelvoudig
– in omtrek nagenoeg rond
– top spits
– rand gelobd en getand
– voet hartvormig
– handnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond
– groen tot roodbruin

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Witte krodde : Thlaspi arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

kroddewitte-100523-285

 

 

Goed te herkennen aan

 

– de 4-tallige witte bloemetjes en
– de bijna ronde breed gevleugelde vlakke vruchtjes

 

 

266px-thlaspi_arvense1_ef

.
.
.
.
 
Algemeen
.
Witte krodde is een niet behaarde geelgroene eenjarige plant van 15 tot 50 cm hoog en is algemeen voor- komend. Je kunt witte krodde vinden op open, vochtige, voedselrijke, liefst omgewerkte grond zoals akkers, braakliggende terreinen, bermen en plantsoenen.
.
.
.
.
.
.
.

Bloem

 

Witte krodde bloeit vanaf mei tot en met september met gesteelde kleine 4-tallige witte bloemetjes, die gerangschikt zitten in trossen aan het einde van de meerkantige stengels, die bovenaan vaak vertakt zijn.

 

 

 

 

Blad en stengel
.
.
De bovenste bladeren zijn langwerpig, hebben een pijlvormige voet en zijn bochtig getand. Zij zijn evenals de zaden scherp smakend en kunnen in salades en soepen worden verwerkt. De onderste bladeren zijn omgekeerd eirond en tijdens de bloeitijd meestal verdwenen. Na de bloei, tijdens het rijpen van de vruchten, verlengt de stengel zich sterk.
.
.
.

 

 

 

Toepassingen

 

Als je de stengels kapot wrijft ruik je een knoflookachtige geur. Uit de scherp naar knoflook smakende olie- houdende zaden kan een spijsolie en een soort mosterd worden bereid. Bij rijpheid worden de vruchtjes perkamentachtig en kun je de zaden tegen de wanden horen rammelen als je aan de plant schudt. Een gedroogde stengel met vruchtjes is zeer opvallend, heel decoratief en mooi te verwerken in droogboeketten.

 

 

 

 

Algemeen
.
kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 50 cm
– geelgroen

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet pijlvormig
– veernervig
– kaal

Stengel
– rechtop
– kaal
– meerkantig

 

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Slipbladige ooievaarsbek : Geranium dissectum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

geranium-dissectum-05-slipbladige_ooievaarsbek1-h4

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze, kleine bloemtjes met 5 uitgerande kroonbladen op korte bloemstelen én
– de lange afstaande beharing van de hele plant én
– de klierharen voornamelijk in de bloeiwijzen

 

 

geranium-dissectum-05-slipbladige_ooievaarsbek3-h4

 

 

 

Algemeen

 

Slipbladige ooievaarsbek is een eenjarige plant van 10 tot 40 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke, meestal kleiige grond in akkers, op dijken, in bermen en aan slootkanten. De gehele plant is afstaand behaard en vooral in de bloeiwijzen ook met klierharen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Slipbladige ooievaarsbek bloeit vanaf mei tot en met september. De helder roze bloemen staan met 2 bij elkaar in de bladoksels. Ze hebben 5 uitgerande kroonbladen, die even lang zijn als de genaalde kelkbladen. Ze staan op stelen, die korter zijn dan 2 cm, waardoor ze wat tussen de bladeren verscholen zitten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De behaarde bladeren zijn in omtrek rond, handvormig 5- tot 7-delig met 3-spletige slippen. Slipbladige ooievaarsbek heeft ook rozetbladeren, die minder diep gespleten zijn en een rode rand hebben. Tijdens de bloei zijn de rozetbladeren al verdord. De stengel is liggend of opstijgend en wordt vaak gesteund door omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m september
– alleenstaand
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 uitgerande kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 genaalde kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– 5- tot 7-delig
– in omtrek rond
– top spits
– rand gaaf
– handnervig
– afstaand behaard, bovenste ook met   klierharen

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Bloeiend in mei in de Lage Landen

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

Bloeiend in mei in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

 

 

bosanemoon

 

 

 

 

 

gele anemoon

 

 

 

 

 

gevlekt longkruid

 

 

 

 

 

gewoon speenkruid

 

 

 

 

herderstasje

 

 

 

 

klein tasjeskruid

 

 

 

 

 

kleine veldkers

 

 

 

 

 

klimop ereprijs

 

 

 

 

 

maarts viooltje

 

 

 

 

paardenbloem

 

 

 

 

 

paarse dovenetel

 

 

 

 

 

prachtschubwortel

 

 

 

 

 

slanke sleutelbloem

 

 

 

 

winterpostelein

 

 

 

 

zandhoornbloem

 

 

 

 

 

klein kruiskruid

 

 

 

 

 

kluwenhoornbloem

 

 

 

 

madeliefje

 

 

 

 

vogelmuur

 

 

 

 

 

vroegeling

 

 

 

 

 

 

 holwortel

 

 

 

 

 

 akkerhoornbloem

 

 

 

 

 

bostulp

 

 

 

 

 

bosveldkers

 

 

 

 

 

daslook

 

 

 

 

 

deenslepelblad

 

 

 

 

 

donkersporig bosviooltje

 

 

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

 

 

duinviooltje

 

 

 

 

 

gehoornde klaverzuring

 

 

 

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

 

 

gewone ereprijs

 

 

 

 

 

gewone hoornbloem

 

 

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

 

 

gewone smeerwortel

 

 

 

 

 

gewoon barbarakruid

 

 

 

 

 

grote ereprijs

 

 

 

 

 

grote muur

 

 

 

 

 

gulden boterbloem

 

 

 

 

 

gulden sleutelbloem

 

 

 

 

 

hoenderbeet

 

 

 

 

 

hondsdraf

 

 

 

 

 

hopklaver

 

 

 

 

 

kleine maagdenpalm

 

 

 

 

 

knikkende vogelmelk

 

 

 

 

 

kruipend zenegroen

 

 

 

 

 

kruisbladwalstro

 

 

 

 

 

kruishyacint

 

 

 

 

 

look zonder look

 

 

 

 

 

overblijvende ossetong

 

 

 

 

 

pinksterbloem

 

 

 

 

 

raapzaad

 

 

 

 

 

ronde ooievaarsbek

 

 

 

 

 

scherpe boterbloem

 

 

 

 

 

tijmereprijs

 

 

 

 

 

 

veldsla

 

 

 

 

 

voorjaarshelmkruid

 

 

 

 

 

witte dovenetel

 

 

 

 

 

witte klaverzuring

 

 

 

 

 

zandraket

 

 

 

 

 

zomerklokje

 

 

 

 

 

liggende asperge

 

 

 

 

 

akker vergeet me nietje

 

 

 

 

 

akkerviooltje

 

 

 

 

 

avond koekoeksbloem

 

 

 

 

 

basterdklaver

 

 

 

 

 

beekpunge

 

 

 

 

 

bermooievaarsbek

 

 

 

 

 

 

bittere veldkers

 

 

 

 

 

blaartrekkende boterbloem

 

 

 

 

 

blaassilene

 

 

 

 

 

blauwe waterereprijs

 

 

 

 

 

bleke klaproos

 

 

 

 

 

boksdoorn

 

 

 

 

 

bonte wikke

 

 

 

 

 

brem

 

 

 

 

 

dagkoekoeksbloem

 

 

 

 

 

donkere ooievaarsbek

 

 

 

 

 

drienerfmuur

 

 

 

 

 

echte koekoeksbloem

 

 

 

 

 

esparcette

 

 

 

 

 

 

fluitenkruid

 

 

 

 

 

geel nagelkruid

 

 

 

 

 

gele helmbloem

 

 

 

 

 

gele lis

 

 

 

 

 

gele morgenster

 

 

 

 

 

gele plomp

 

 

 

 

 

gevlekt longkruid

 

 

 

 

 

gewone brunel

 

 

 

 

 

gewone duivenkervel

 

 

 

 

 

gewone margriet

 

 

 

 

 

gewone ossentong

 

 

 

 

 

gewone rolklaver

 

 

 

 

 

gewone vogelmelk

 

 

 

 

 

gewoon speenkruid

 

 

 

 

 

glad walstro

 

 

 

 

 

groot streepzaad

 

 

 

 

 

grote klaproos

 

 

 

 

 

grote ratelaar

 

 

 

 

 

heggenwikke

 

 

 

 

 

hengel

 

 

 

 

 

herik

 

 

 

 

 

inkarnaatklaver

 

 

 

 

 

 

kleine klaver

 

 

 

 

 

kleine ooievaarsbek

 

 

 

 

 

kleine pimpernel

 

kleine pimpernel

 

 

 

kleine ratelaar

 

 

 

 

 

knolsteenbreek

 

 

 

 

 

krabbenscheer

 

 

 

 

 

kromhals

 

 

 

 

 

lelietje van dalen

 

 

 

 

 

liggende klaver

 

 

 

 

 

mannetjes ereprijs

 

 

 

 

 

melkkruid

 

 

 

 

 

middelste duivenkervel

 

 

 

 

 

moeras vergeet me nietje

 

 

 

 

 

moeraswolfsmelk

 

 

 

 

 

muizenoor

 

 

 

 

 

muurbloem

 

 

 

 

 

muurleeuwenbek

 

 

 

 

 

oosterse morgenster

 

 

 

 

 

phacelia

 

 

 

 

 

pijpbloem

 

 

 

 

 

ringelwikke

 

 

 

 

 

robertskruid

 

 

 

 

 

rode klaver

 

 

 

 

 

rood guichelheil

 

 

 

 

 

roze winterpostelein

 

 

 

 

 

schijnaardbei

 

 

 

 

 

schijnpapaver

 

 

 

 

 

slangenkruid

 

 

 

 

 

slipbladige ooievaarsbek

 

 

 

 

 

smalle weegbree

 

 

 

 

 

smalle wikke

 

 

 

 

 

stinkende gouwe

 

 

 

 

 

veldhondstong

 

 

 

 

 

veldsalie

 

 

 

 

 

vergeten wikke

 

 

 

 

 

vierzadige wikke

 

 

 

 

viltige hoornbloem

 

 

 

 

 

vingerhoedskruid

 

 

 

 

 

waterviolier

 

 

 

 

 

wede

 

 

 

 

 

weegbreezonnebloem

 

 

 

 

 

wilde akelei

 

 

 

 

 

wilde reseda

 

 

 

 

 

witte engbloem

 

 

 

 

 

witte klaver

 

 

 

 

 

witte krodde

 

 

 

 

 

witte waterlelie

 

 

 

 

 

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

 

 

zompvergeet me nietje

 

 

 

 

 

zwanenbloem

 

 

 

 

 

zilverschoon

 

 

 

 

Judaspenning (paars en wit)

 

 

 

 

witte Judaspenning

 

 

 

Gewone zandraket

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zachte ooievaarsbek : Geranium molle

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

ooievaarzacht-100523-136

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze, in paren staande bloemetjes met
– de van binnen eveneens helder roze stempels en
– de in omtrek ronde, tot de helft gespleten bladeren en
– stengels met lange en korte haren

 

 

zachte_ooievaarsbek_1

 

 

 

Algemeen

 

Zachte ooievaarsbek is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant van 5 tot 40 cm hoog, die bloeit vanaf mei tot de herfst. Ze groeit op open plaatsen met vochtige tot droge, meer of minder voedselrijke, grazige grond, vooral in zandige bermen, op dijken, in gazons en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze van zachte ooievaarsbek is 2-bloemig. De bloemen zijn helder roze. Ze hebben 5 omgekeerd hartvormige, ingesneden kroonblaadjes. De stempels hebben aan de binnenkant dezelfde kleur als de kroonbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels, bladstelen, bloemstelen en kelkbladen zijn behaard met lange en korte afstaande witte haren en korte klierharen. De bladeren zijn in omtrek rond en tot het midden ingesneden. In de herfst kleuren ze rood. De onderste bladeren zijn lang gesteeld en 7- tot 9-delig, de bovenste zijn korter gesteeld en 5-delig.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 5 tot 40 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– 5- tot 9-delig
– in omtrek rond
– top stomp
– rand getand
– handnervig
– behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard, bovenin ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

zachte-ooievaarsbek1

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Rood guichelheil : Anagallis arvensis subsp. arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-anagallis_arvensis_2

 

 

Goed te herkennen aan
de kleine, oranje bloemetjes met 5 gewimperde kroonbladen

 

 

266px-anagallis_arvensis-01_xndr

 

 

 

Algemeen

 

Rood guichelheil is een eenjarig plantje van 5 tot 50 cm, oorspronkelijk afkomstig uit het Middellands Zeegebied. Ze groeit op open, vochtige tot droge (omgewerkte) grond in akkers en moestuinen, op zandplaten en in de duinen. De plant komt voor in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd of warm klimaat.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Rood guichelheil bloeit vanaf mei tot in de herfst met lang gesteelde, alleenstaande, oranje bloemetjes. Zelden zijn ze vleeskleurig, lila, paars, blauw of groenachtig. De bloemen gaan open om een uur of 8 en sluiten ’s middags rond 3 uur. Is het bewolkt weer dan blijven ze gesloten.

De kroonbladen hebben aan de basis een paarse vlek. De rand is licht gekarteld en dicht bezet met klierharen, die niet met het blote oog te zien zijn. Meestal raken of overlappen de kroonbladen elkaar. De meeldraden zijn onderaan met elkaar vergroeid, paars van kleur en behaard, waardoor het hart van het bloemetje een paarse indruk geeft.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De liggende of opstijgende stengels wortelen niet, zijn vierkant en kaal. De bladeren zijn eirond en hebben aan de onderkant zwarte klierpuntjes. Meestal staan ze tegenover elkaar, soms in een krans van 3.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Rood guichelheil is giftig. Niet bloeiend lijkt ze veel op vogelmuur, dat gebruikt wordt als vogelvoer.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 5 tot 50 cm

Bloem
– oranje, soms blauw
– mei tot in de herfst
– alleenstaand
– stervormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 3 tot 5 nervig

Stengel
– liggend of opstijgend
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

rood-guichelheil

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Kromhals : Anchusa arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-kromhals_bloem_anchusa_arvensis

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4-10 mm), lichtblauwe bloemen en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

kromhals-westkapelle-zuiderduin-pe191

 

 

 

Algemeen

 

Kromhals is een eenjarige plant van 15 tot 60 cm hoog. De plant groeit voornamelijk op droge, zonnige standplaatsen. In Nederland vinden we de plant dan ook in de duinen, in Noord-Brabant en in Gelderland op leemhoudende grond. Ze is hier redelijk algemeen.

Ook in België wordt de soort als inheems beschouwd. Het verspreidingsgebied beslaat grote delen van Europa. In Noord-Amerika is de soort geïntroduceerd. Ze groeit op open, droge, voedselrijke, omgewerkte grond; ook op zandige vloedmerken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kromhals bloeit vanaf mei tot de herfst met kleine, 5-tallige, lichtblauwe bloemen. Zoals bij alle soorten van de ruwbladigenfamilie staan de bloemetjes in een schicht bijeen. De vijf kroonbladen zijn trechtervormig vergroeid. De hals van de bloem heeft een s-vormige bocht. Dat is alleen te zien als je de bloem uit de kelk trekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lang en smal (lancetvormig) en evenals de rest van de plant ruw behaard met op knobbels staande stijve haren.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp
– rand golvend getand
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Gewone ossentong : Anchusa officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-anchusa_officinalis_-_harilik_imikas_keila

 

 

Goed te herkennen aan
– de blauwpaarse tot donkerblauwe bloemen met wit behaarde keelschubben en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone ossentong is een overblijvende (meestal tweejarige), ruw behaarde (maar niet stekelige) plant van 30 tot 100 (130) cm hoog. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond, soms op open plaatsen in struikgewas.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone ossentong bloeit vanaf mei tot de herfst met blauwpaarse tot donkerblauwe bloemen, die aan het begin van de bloei in een opgerolde bloeiwijze (schicht) bij elkaar staan. De schichten staan twee aan twee bij elkaar met een topbloem ertussen. Tijdens de bloei groeien de schichten sterk uit. In het midden van de bloem zie je vijf behaarde keelschubben. De meeldraden en stijl zijn korter dan de keelschubben en zijn niet zichtbaar door de beharing van de keelschubben.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bovenste bladeren zijn zittend, de onderste in een steel versmald.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De lange vlezige wortels leveren een rode kleurstof, waarmee textiel geverfd kan worden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend (meestal tweejarig)
– vrij tot zeer zeldzaam
– 30 tot 100 (130) cm

Bloem
– blauwpaars tot donkerblauw
– mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig met keelschubben
– 7 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– smal langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– dicht afstaand ruw behaard

zie wilde bloemen

 

 

gewone-ossentong

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria