Mensen maken de samenleving en nemen daarin een positie in. Deze website geeft toegang tot een diversiteit aan artikelen die gaan over 'samenleven', belicht vanuit verschillende perspectieven. De artikelen hebben gemeen dat er gezocht wordt naar wat 'mensen bindt, in plaats van wat hen scheidt'.
Laat ik mezelf aan u voorstellen. Ik ben mgr. John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, gewijd in het jaar 1953. In 1959 werd pater Pio mijn geestelijk leidsman. Ik ben bevoorrecht om geestelijk leider te mogen zijn van honderden zielen op alle niveaus van het geestelijk leven. Sommigen zijn beginnelingen, anderen zijn gevorderden en sommigen zijn mystici.
Msgr John Esseff
Al vele jaren ben ik geestelijk leider van een bijzondere ziel. Deze zienster noemt zichzelf Maria de Notre Dame. Vijf jaren geleden begonnen Jezus en Maria tot haar te spreken door de gave van inspraken. Ze heeft nu meer dan 800 inspraken gehad. Ik heb de betrouwbaarheid van deze inspraken getoetst. Tot nu toe waren de inspraken een persoonlijk onderricht, bedoeld voor de kleine gebedsgroep. Op 10 december 2010 begon een nieuwe fase namelijk dat sommige inspraken aan de wereld bekend gemaakt moesten worden. De eerste inspraken waren speciaal gericht op het geheim van Fatima”
.
Het komende wereldwijde licht
.
Pasteltekening van John Astria
Maria:
.Liggen er nog meer geheimen in het centrum van mijn hart? Ja, maar velen daarvan zijn oorzaak van droefenis voor mij. Toch moet ik zelfs deze delen, zodat sommigen worden gered van de duisternis.
Wanneer mijn grote lichten voortgaan, zullen zij hulp en redding bieden aan de hele wereld. Echter, er zullen vijanden opstaan tegen mijn bijzondere boodschapper. Zij zullen zeggen, net als de huurlingen in de parabel, “laten we hem vermoorden”. Er zal intense oppositie opkomen, waardoor velen zich zullen afkeren. Wees niet ontsteld, wanneer mijn boodschapper in de ogen van de wereld volledig in diskrediet is gebracht. Toch zal de boodschap voortgaan.
Andere oppositie zal opkomen. “Hoe kunnen deze boodschappen waar zijn? Hoe zullen ze tot stand gebracht worden?” Deze woorden zullen velen ontmoedigen en mijn woorden uit hun hart stelen, net als de vogels uit de lucht de zaadjes van de grond stalen.
Anderen zullen kracht gebruiken. Ze zullen vervolgen en zelfs degenen doden, die mijn licht proberen te verspreiden. Ze zullen worden verbannen en belachelijk gemaakt. Toch zullen ze weten, dat mijn boodschappen essentieel zijn voor de redding van de wereld van de komende duisternis. Ze zullen het geloof hebben van de eerste gelovigen, die terecht het Evangelie zagen als het reddende Woord van God en de Naam van Jezus als de enige Naam, die redding brengt.
Mijn laatste droefheid is dat, hoewel het licht voortgaat in volheid en de bijzondere boodschapper met vele anderen trouw zijn, het licht toch niet heel de wereld zal redden.
Door mijn woorden begint u te zien tot hoe ver ik zal gaan, de grootheid van de voorbereidingen en de wereldwijde genaden, die ik zal vrijgeven. De huidige lichten zijn niet genoeg tegenover de duisternis, die de menselijke geschiedenis al in haar greep krijgt. Vrees niet. Veel machtiger en wereldwijde lichten worden reeds uitgestort. Geloof en laat niets je geloof wegnemen.
In hun (priesters) dwaling zullen ze hun geloften breken. Het Boek des Levens bevat een lijst van namen die het hart verscheurt.
Door het weinig respect die ze hebben voor de apostelen van God wordt de kudde zorgeloos en houdt het op de geboden te volgen. De priester zelf is verantwoordelijk voor het gebrek aan respect omdat hij niet genoeg respect opbrengt voor zijn heilige bediening en de plaats die hij bekleedt in zijn gezegende functie. De kudde treedt in de voetsporen van zijn pastoors; dit is een grote tragedie.
De geestelijkheid zal streng gestraft worden omwille van hun onvoorstelbare wispelturigheid en grote lafheid dat niet verenigbaar is met hun functie.
Een verschrikkelijke kastijding wacht degenen die elke morgen de trappen van het Heilig Offer (h. Mis) bestijgen. Ik ben niet op jullie altaren gekomen om gemarteld te worden. Ik lijd honderdvoudig meer van dergelijke harten dan van iemand anders. Ik vergeef jullie van jullie grote zonden, Mijn kinderen, maar Ik kan geen vergiffenis schenken aan deze priesters.
De nieuwe Mis
Ik waarschuw jullie. De discipelen die niet tot Mijn Evangelie behoren werken hard om de Mis te veranderen volgens hun ideeën en onder de invloed van de vijand van zielen. Een Mis die woorden bevat die afschuwelijk zijn in mijn ogen. Wanneer het fatale uur komt wanneer het geloof van mijn priesters op de proef wordt gesteld zullen het deze teksten zijn die gevierd zullen worden in deze tweede periode.
De eerste periode is degene van Mijn Priesterschap dat bestaat sinds Mij. De tweede periode is degene van de vervolging, wanneer de vijanden van het Geloof en van de Heilige Religie hun formules zullen opdringen in het boek van de tweede viering (van de H. Mis). Vele van Mijn heilige priesters zullen dit boek weigeren omdat het de woorden van de afgrond bevat. Spijtig genoeg zullen onder hen ook priesters zijn die het zullen aanvaarden.
Ze zullen niet stoppen op dit hatelijke en heiligschennend pad. Ze zullen verdergaan om alles in een keer te compromitteren. In een ruk, de Heilige Kerk, de geestelijkheid en het geloof van mijn kinderen te bezoedelen.
De Heerschappij en Triomf van het Kwaad
Lucifer : Ik zal de Kerk aanvallen. Ik zal het Kruis omverwerpen. Ik zal het volk op grote schaal afslachten, Ik zal een grote zwakheid van geloof in de harten zaaien. Er zal ook een grote verloochening zijn van religie. Voor een tijd zal ik meester zijn van alle dingen, alles zal onder mijn controle vallen, zelfs Jullie tempel en al Jullie mensen.
Sint Michaël zegt dat Satan alles in bezit zal hebben voor enige tijd en dat hij volledig zal heersen over alles; dat alle goedheid, geloof, religie zal begraven worden in het graf. Satan en de zijne zullen triomferen met vreugde, maar na deze triomf zal de Heer op Zijn beurt de Zijne verzamelen en Hij zal regeren en triomferen over het kwaad en zal herrijzen uit het graf samen met de begraven Kerk en het neerliggende Kruis.
Er zal geen restje meer overblijven van het Heilig Misoffer, geen spoor van geloof. Verwarring zal overal heersen. Alle werken die goedgekeurd zijn door de onfeilbare Kerk zullen ophouden te bestaan zoals ze nu bestaan voor een tijd. In deze smartelijke teloorgang zullen briljante tekenen zich manifesteren op aarde. Omwille van de goddeloosheid van de mensen zal de Heilige Kerk in duisternis dwalen. De Heer zal ook duisternis zenden dat de goddelozen zal stoppen op hun zoektocht naar goddeloosheid.
.
De drie dagen van duisternis
De crisis zal plotseling toeslaan; de straffen zullen door allen gevoeld worden en zullen opeen volgen zonder onderbreking. De drie dagen van duisternis zullen vallen op een donderdag, vrijdag en zaterdag. De aarde zal bedekt worden door duisternis en de hel zal losgelaten worden op aarde.
Gedurende deze drie dagen van verschrikkelijke duisternis mogen geen ramen geopend worden opdat niemand in staat zou zijn de aarde te zien en de verschrikkelijke kleur die het zal hebben in die dagen van straf zonder ineens dood te vallen.
De lucht zal vol vuur zijn, de aarde zal splitten. Gedurende deze drie dagen van duisternis zal enkel gewijde kaarsen voor licht zorgen, niets anders zal schijnen. Niemand buiten een schuilplaats zal overleven. De aarde zal schudden zoals bij het oordeel en de angst zal groot zijn. Ja, we zullen luisteren naar de gebeden van onze vrienden; niet een van hen zal verloren gaan. We zullen hen nodig hebben om de glorie van het Kruis te verkondigen. Alleen de kaarsen van gezegend was zullen licht geven gedurende deze afschuwelijke duisternis. Een kaars alleen zal genoeg zijn voor de duurtijd van deze helse nacht. In de huizen van de goddelozen en vervloekers zullen deze kaarsen geen licht geven. Alles zal schudden behalve de kandelaar waarin de gezegende kaars brandt. Jullie zullen errond verzameld zijn met de crucifix en mijn gezegende afbeelding. Dit is wat deze terreur zal weghouden.
Gedurende deze duisternis zullen de duivels en de goddelozen de meest afschuwelijke vormen aannemen, rode wolken zoals bloed zullen door de lucht voorbijtrekken. De donderslagen zullen de aarde doen beven en ongure bliksem zal de hemelen treffen. De aarde zal op zijn grondvesten daveren. De zee zal stijgen, zijn bulderende golven zullen over het continent zich verspreiden… De aarde zal als een grote begraafplaats zijn. De lichamen van de goddelozen en de rechtvaardigen zullen de grond bedekken. Drie vierden van de bevolking van de aardbol zal verdwijnen. De helft van de Franse bevolking zal vernietigd worden.
Woorden van de Heilige Maagd en Jezus over de driedaagse duisternis
De Heilige Maagd : Wees niet bevreesd voor de drie dagen van duisternis, die over de aarde zullen komen. Degenen, die leven volgens mijn boodschappen en wiens inwendig leven er een van gebed is, zullen door een inwendige stem worden gewaarschuwd, een week of drie dagen voordat dit alles zal geschieden. Broeder David Lopez, 15 augustus 1987.
Onze Heer: De zon zal verdwijnen om plaats te maken voor de duisternis, die drie dagen en drie nachten zal duren. Dat allen in staat van genade zijn, en dat zij na een volmaakt berouw, bevrijd van hun zonden door de biecht, met eerbied en deemoed de Heilige Eucharistie ontvangen, volgens de traditie van de Kerk. Een zienster uit de streek van Brussel, 22 juli 1974.
Jezus spreekt: Uit een massa vuurrode wolken zullen vernietigende bliksemstralen heen en weer schieten daarbij alles in brand zettend en tot as terugbrengend. De dampkring zal worden gevuld met giftige gassen en dodelijke dampen. Wervelstormen zullen alle werken, bouwsels van hoogmoed, van dwaasheid en van de wil tot macht in puin leggen. Het menselijk geslacht zal moeten erkennen dat er boven haar een Wil bestaat, die de eerzuchtige plannen van haar streven als een kaartenhuis in elkaar zal smijten. Marie-Julie Jahenny, Blain, West-Frankrijk, 1850-1941.
Jezus spreekt: Ik wil u beschermen, beminde gelovigen, en u de tekenen meedelen, die u het begin zullen aangeven van het oordeel. Wanneer tijdens een koude winternacht de donder zal dreunen, zodanig, dat de bergen ervan schudden, sluit dan snel ramen en deuren. Uw ogen mogen niet door nieuwsgierige blikken de verschrikkelijke gebeurtenissen ontwijden. Verenig u in gebed voor het kruisbeeld. Stel u onder de bescherming van Mijn Heilige Moeder. Laat geen enkele twijfel zich in u vast zetten. Brandt gewijde kaarsen en bid de Rozenkrans. Volhard drie dagen en twee nachten. De volgende nacht zal het schrikbewind langzamerhand minder worden. Marie-Julie Jahenny, Blain, West-Frankrijk, 1850-1941.
Uit vurige wolken zullen bliksemstralen neerdalen, en een vreselijke orkaan, bezwangerd met een vurige gloed, zal over de aarde razen. Allerwegen zal een verwoestende regen van stenen grote gebieden vernietigen. Deze gesel zal de ergste zijn, welke de mensheid ooit heeft doorgemaakt. Zuster Ajello, gestigmatiseerd, 16 april 1954.
De Heilige Maagd: Sluit deuren en ramen en luister naar niemand, die buiten zou kunnen staan roepen. Alstublieft, laat uw aandacht daar niet door trekken, want het zijn niet degenen, die u liefhebt, maar wel de duivels, die zullen proberen u naar buiten te doen gaan. Broeder David Lopez, 15 augustus 1987.
De indrukken, die ik heb opgedaan terwijl de Heilige Maagd tot mij sprak zijn de volgende: tijdens de driedaagse duisternis zullen er geen duivels meer in de hel zijn, allen zullen zij zich op de aarde bevinden. Deze drie dagen zullen zo donker zijn, dat niemand zijn eigen handen zal kunnen zien. Degenen, die niet in staat van genade zijn, zullen in de loop van die drie dagen sterven van afgrijzen, opgewekt door het zien van de afschuwelijkste demonen, of zij zullen sterven na krankzinnig te zijn geworden. De grootste verleiding zal erin bestaan, dat de duivels de stemmen zullen nadoen van degenen, die wij liefhebben. Mocht dit alles in die tijd voorvallen dan zal het zo koud zijn, daar er geen normale of kunstmatige warmte zal zijn. Broeder David Lopez, 15 augustus 1987.
De Heilige Maagd zei mij: De driedaagse duisternis zal precies 72 uur duren. De enige wijze om te weten of zij voorbij is, zal zijn door op een mechanische klok te kijken, want er zal geen elektriciteit beschikbaar zijn. De duister dagen zullen heel moeilijk zijn voor degenen, die alleen zijn, en voor de ouders, vooral voor die ouders, waarvan de kinderen volwassen zijn, want zij zullen de stemmen van hun kinderen buitenshuis horen. Gedurende de dagen van duisternis zullen de gebeden van kinderen wonderen kunnen bewerken. Broeder David Lopez, 15 augustus 1987.
Het zal donker worden op zekere dag tijdens de oorlog. Dan komt de hagel neer onder bliksem en donder, en aardbevingen doen de aarde schudden. Ga dan niet uit huis, niet naar buiten! Lampen branden niet, behalve kaarsen, de stroom valt uit. Wie het stof buiten opsnuift, krijgt krampen en sterft. Maak de vensters niet open, bedek ze met zwart papier. Al het open water wordt vergiftigd, en ook alle niet afgedekte spijzen, en eten, dat niet in afgesloten dozen zit. Evenmin voedsel in glazen potten; die weerhouden het gif niet. Buiten waart de dood door het stof rond. Er zullen zeer veel mensen sterven. Na 72 uur is alles weer voorbij. Echter nogmaals zeg ik: Ga niet naar buiten, kijk niet door het raam naar buiten, laat een gewijde kaars of waskaars branden. En bid. In die nachten zullen er meer mensen sterven dan in twee wereldoorlogen. Alois Irlmaier, Beieren, voorjaar 1959.
.
Wat moeten de mensen doem om de grote duisternis
en het kosmische stof te doorstaan?
.
.
Antwoord Irlmaier: koop enkel gesoldeerde blikken dozen (conserven) met rijst en peulvruchten. Brood en meel (in een afsluitbare verpakking) blijven goed, alles wat vochtig is bederft, zoals bijv. vlees, behalve in blikken bewaardozen. Water uit de leiding is wel te genieten, dit geldt echter niet voor melk. Erg veel honger zullen de mensen niet lijden tijdens de [kosmische] ramp en de duisternis. Maak gedurende de 72 uur niet het raam open. De rivieren zullen zo weinig water bevatten, dat men er gemakkelijk doorheen zal kunnen gaan. Het vee valt om, het gras wordt geel en verdort, de dode mensen worden helemaal geel en zwart. De wind zal de dodelijke wolken verdrijven. Alois Irlmaier, Beieren, voorjaar 1959.
.
.
rozenkrans
Slechts de gewijde waskaarsen zullen licht kunnen geven gedurende de 3 dagen en 2 nachten van algehele duisternis over de gehele wereld. In elk huis zal een enkele kaars volstaan voor de drie dagen van duisternis, maar in het huis van de goddelozen en de godslasteraars zal de gewijde kaars geen enkel lichtstraal geven. Marie-Julie Jahenny, Blain, 23 februari 1928.
gewijde kaars
Het Heilig Hart van Jezus over vuur uit de aarde en uit de hemel: de hitte zal verschrikkelijk zijn. Een kruisteken gemaakt met wijwater, zal de warmte doen verminderen en de vonken terug drijven. Gij moet 5 kussen geven aan de kruisjes waaraan een aflaat is verbonden. Kruisjes [met vinger of duim] getekend op de 5 wonden van een afbeelding van de gekruisigde Jezus, zullen hetzelfde gevolg hebben. Marie-Julie Jahenny, Blain, 23 februari 1928.
Heer, aan Pater Pio hebt u aangekondigd, dat een harde tuchtiging plaats zou hebben in de winter. De Heer: de zielen die Mij steeds hebben bemind, moeten niet vrezen. Zolang als de tuchtiging duurt, moeten zij bidden en ons aanroepen. Ze mogen niet naar buiten kijken, maar zij moeten de ogen gericht houden op Onze beeltenis en het vertrouwen in Onze Harten bewaren. Zij moeten ervoor zorgen in staat van genade te zijn, en zij moeten trouw blijven aan het dagelijks rozenkransgebed. Een zienster uit de streek van Brussel, 20 augustus 1973.
Onze Heer: Ziehier onze laatste onderrichtingen: bid zonder ophouden en overweegt de 20 geheimen van de Rozenkrans, bid gedurende de straf de Litanie van het Heilig Hart van Jezus, van de Allerheiligste Maagd Maria en die van de Heilige Jozef, patroon van de christengezinnen en van een goede dood. Slechts de gewijde kaarsen zullen tijdens de donkere dagen licht geven. Draag om de hals de Wonderdadige Medaille, het scapulier van de berg Carmel (het Bruine Scapulier) of bij gebrek daaraan de Scapuliermedaille. Draag steeds uw Rozenkrans bij u, want deze sacramentaliën zullen u beschermen wanneer de machten der hel losbreken.
De wonderbare medaille
Wie niet in het bezit is van Gewijde Zakdoekjes van San Damiano, en van het miraculeuze water van deze uitverkoren plaats zal gebruik kunnen maken van een bronwater, dat afkomstig is van een van de verschijningsplaatsen van Mijn Allerheiligste Moeder of bij gebrek daaraan van gewijd water. Laat door een priester witte zakdoeken zegenen, doordrenk ze met voornoemd water en leg ze op het aangezicht, ze zullen het beschermen. Verlaat onder geen enkele voorwaarde uw huis. Kijkt niet naar buiten. Houd de vensters dicht en sluit de gordijnen. Aanroep voortdurend Onze Barmhartige Harten en blijf op Ons vertrouwen. Een zienster uit de streek van Brussel, 22 juli 1974.
Jes 48:5 daarom heb Ik het u van oudsher verkondigd; voordat het kwam, heb Ik het u doen horen, anders zou u zeggen: Mijn afgod heeft die dingen gedaan, mijn gesneden beeld of mijn gegoten beeld heeft ze geboden.
1Co 8:4 wat dan het eten van de afgodenoffers betreft, wij weten dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen God is dan Een.
1Co 10:19 Wat wil ik hiermee dan zeggen? Dat een afgodenoffer iets is of dat een afgod iets is?
Er is enig verschil in betekenis tussen afgod en valse godheid. Het woord afgod zegt dat het voorwerp van goddelijke verering niet God is. Het woord valse godheid zegt dat het ten onrechte voor God gehouden wordt. Bij valse godheid komt het denkbeeld naar voren dat zij de ware godheid niet is, bij afgod meer bijzonder dat hij als God vereerd wordt.
Beide afgod en valse godheid drukken het denkbeeld van
onrechtmatig bewezen goddelijke eer uit
Wanneer men dit denkbeeld niet opzettelijk wil uitdrukken gebruikt men geen van beide woorden, maar god. Zo waren Jupiter, Apollo en Mars goden der oude Heidenen, Wodan en Thor goden der Noormannen. Niet-christenen kunnen zo ook schrijven over ‘de god der christenen’, waarmee zij blijk geven van hun ongeloof aan onze God.
Het woord afgod – met zijn denkbeeld van goddelijke verering van een voorwerp of persoon dat niet de ware God is – wordt figuurlijk gebruikt voor alles waaraan een te grote en uitsluitende eer bewezen wordt. “Het goud is zijn afgod.” “Zij maakt haar huis tot een afgod.” “Het is eigen aan de tirannen om te verlangen dat zij als afgoden vereerd worden.”
Een afgodsbeeld is de beeltenis van een afgod. De Israëlieten maakten zich in de woestijn een afgodsbeeld.
Hnd 7:41 En zij maakten een kalf in die dagen en brachten offerande aan de afgod en verheugden zich in de werken van hun handen.
.
.
Als afgoden vereerden Israëlieten onder meer de zon
en de koningin van de hemel (de maangodin)
De zon kan voorwerp van afgodendienst worden.
Deut. 4:19 Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de Heere, uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.
Job 31:26 Heb ik, bij het zien van de stralende zon en de prachtig voortschrijdende maan, Job 31:27 mij ooit heimelijk laten verleiden om hen met handkussen te vereren? Job 31:28 Zoiets zou een misdrijf zijn dat voor de rechter dient; dan zou ik God in de hemel hebben verloochend!
Eze 8:16 En Hij bracht mij tot het binnenste voorhof van het huis des Heeren; en ziet, aan de deur van den tempel des Heeren, tussen het voorhuis en tussen het altaar, waren omtrent vijf en twintig mannen; hun achterste leden waren naar den tempel des Heeren, en hun aangezichten naar het oosten, en deze bogen zich neder naar het oosten voor de zon.
Een van de afgodische gruwelen die God in dit hoofdstuk van Ezechiel toont is de aanbidding van de zon.
In onze tijd aanbidden de aanhangers van Wicca de zon en maan.
Bekering
Wij mensen moeten ons van de afgoden bekeren om de levende en waarachtige God te dienen. Paulus schreef aan de Thessalonicenzen:
1Th 1:8 Want van u uit heeft het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en in Achaje, maar in elke plaats is uw geloof jegens God uitgegaan, zodat wij daarvan niets hoeven te zeggen; 1Th 1:9 want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen
Eenmaal een kind van God geworden, moet een mens zich wachten voor de afgoden. De apostel Johannes schreef:
1Jo 5:21 Kinderen, wacht u voor de afgoden.
Afgoderij, of het neerbuigen voor en het dienen van afgoden,
is een groot kwaad in de ogen van God
Afgoderij is iemand of iets in plaats van of naast God vertrouwen, vrezen of liefhebben. Al bestaan er in wezen geen andere goden, die net als God werkelijk God zijn, toch zijn er vele duivelse machten die als God geëerd willen worden. Afgoderij is buiten God om ons toevlucht nemen tot en ons vertrouwen stellen in instanties of mensen. Wanneer wij iemand of iets belangrijker achten dan God en Zijn dienst plegen we al afgoderij (zie Handelingen 4 vers 19 en 5 vers 29). Daarom kon Jezus zeggen: wie vader of moeder lief heeft meer dan Mij, past niet bij Mij.
Afgoderij begint met de verleiding van het hart. Vervolgens wendt het hart zich af van God en wendt zich tot de afgoden. Men kan zelfs gedreven worden om de afgoden te dienen.
De 11:16 Wacht uzelven, dat ulieder hart niet verleid worde, dat gij afwijkt, en andere goden dient, en u voor die buigt; De 11:17 Dat de toorn des Heeren tegen ulieden ontsteke, en Hij den hemel toesluite, dat er geen regen zij, en het aardrijk zijn gewas niet geve; en gij haastelijk omkomt van het goede land, dat u de Heere geeft.
De 30:16 Want ik gebiede u heden, den Heere, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de Heere, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven. De 30:17 Maar indien uw hart zich zal afwenden, en gij niet horen zult, en gij gedreven zult worden, dat gij u voor andere goden buigt, en dezelve dient; De 30:18 Zo verkondig ik ulieden heden, dat gij voorzeker zult omkomen; gij zult de dagen niet verlengen op het land, naar hetwelk gij over de Jordaan zijt heengaande, om daarin te komen, dat gij het erfelijk bezit.
Wat er bij de Israëlitische afgoderij gebeurde, blijkt uit de volgende passage, die meedeelt waar de afgoden geplaatst werden en welke offers gebracht werden.
Eze 20:28 Als Ik hen in het land gebracht had, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven had, om hetzelve hun te geven, zo zagen zij naar allen hogen heuvel en alle dicht geboomte, en offerden daar hun offeren, en zij gaven daar hun tergende offeranden, en daar zetten zij hun liefelijken reuk, en daar offerden zij hun drankofferen.
De plaats waar de afgoden gesteld werden was hoger gelegen. Men sprak van ‘hoogte’ (Ezech. 20:29).
Eze 20:29 Daarop zei Ik tegen hen: Wat is dat voor hoogte waar u telkens naartoe gaat? Tot op deze dag draagt die dan ook de naam Hoogte.
Voor Gods volk heeft afgoderij zeer kwade gevolgen. In het oude Israël kwamen afgodendienaars om het leven. Vreeswekkend zijn de oorlogen en ballingschappen van Israël, waardoor velen stierven of uit hun land werden weggevoerd. Bij het tegenwoordige geestelijke volk van God (de gemeente) kunnen afgodendienaars geestelijk omkomen, het praktisch genot van hun erfdeel verliezen.
Wat moeten we met boeken als De Da Vinci Code? Op zich kunnen we daar kort over zijn. Het gaat bij dit soort hypes meestal om ongefundeerde verzinsels. Er zijn geen historisch betrouwbare bronnen waaruit blijkt dat Jezus een liefdesrelatie had met Maria, laat staan dat ze getrouwd waren of kinderen hadden. Het evangelie van Judas? Of één van de vele andere ‘gnostische evangeliën’, zoals die van ‘Thomas’, ‘Philippus’, ‘Maria’ of ‘de waarheid’? Gnostisch betekent ‘speciale kennis’. Het zijn meningen en denkbeelden van bepaalde sekten en groeperingen. Ze baseren hun beweringen op een enkel manuscript, of zelfs enkele fragmenten, die niet ondersteund worden door historische feiten. Van de Bijbelse geschriften zijn echter tienduizenden kopieën en fragmenten gevonden en ze worden ondersteund door vele historische en archeologische bevestigingen.
Andere godsdiensten
En andere godsdiensten dan, die zijn toch net zo goed? Leiden de heilige boeken van christenen, moslims, boeddhisten en hindoeïsten niet naar dezelfde God? De Bijbel is het enige boek waar geen wetenschappelijke fouten in staan. De God van de Bijbel is persoonlijk, komt naar mensen toe, doorbrak de macht van de dood en geeft echte vrijheid van elke soort ziekte en verslaving. Mohammed was geen Allah, Boeddha was geen God, Jezus beweerde God te zijn. Jezus is de enige die deze claim waar kan maken, dat kun je aan den lijve ondervinden. Was hij een leugenaar, een goed mens, gek, of God?
De Bijbel is in veel opzichten beter dan andere geschriften:
– Enuma Elish, het Babylonisch scheppingsverhaal, beschrijft een schepping uit bestaand materiaal. De Bijbel verklaart dat tijd en ruimte een begin hebben zoals de wetenschap beweert.
– Het Gilgamesh epos met het Babylonische zondvloedverhaal is wetenschappelijk zwak. De Bijbel is veel gedetailleerder en correcter. Andere zondvloedverhalen zijn vaak absurd en niet serieus te nemen. (Eén man in een kano, of een boot in de vorm van een kubus)
– De lang levende koningen in Kish gevonden op Sumerische kleitabletten. Ze zouden 10.000 tot 64.000 jaar geleden hebben geleefd. Toen de Babylonische tradities nader bekeken werden bleek dat er gebruik gemaakt werd van verschillende getallenstelsels (10-tallig en 60-tallig). Na omrekening bleken jaartallen tot op 200 jaar nauwkeurig aan te sluiten op de Bijbelse verslagen.
De Bijbel en oudheidkundige ontdekkingen
– Ur, de stad waar Abraham vandaan kwam, is opgegraven.
– Ook Nineve en andere Bijbelse plaatsen zijn gevonden.
– Gebruiken, transacties en benamingen van bvb. Hethieten en Egytenaren kloppen met hun eigen geschriften.
– Met de Dode Zeerollen kon de overschrijffout van de 70 mensen van Jakob worden hersteld (Gen.46:27 – Han.7:14 – het waren er 75). Maar vele andere feiten worden bevestigd door de Dode Zeerollen, alleen al het bijna complete boek van Jesaja. De manuscripten waar onze huidige Bijbel op gebaseerd is, zijn zo nauwkeurig overgeschreven dat er nauwelijks verschillen te bespeuren zijn met de 1000 jaar oudere Dode Zeerollen.
– De wetten die Mozes opschreef zijn duidelijk van één schrijver, gedateerd op 1500 voor Chr.
– De plagen die over Egypte kwamen, beschreven in het boek Exodus, pakken elk een godheid van het oude Egypte aan. Ze waren een voorbode van wat we nu weten van de oude Egyptische cultuur.
– Tempels van heidense goden die in de Bijbel genoemd worden, zijn gevonden.
– Uitspraken in het oude testament komen overeen met uitspraken uit niet-Bijbelse geschriften van die periode.
– Jesaja 20:. Het bestaan van koning Sargon van Assyrië is lang betwist. Nu is zijn paleis gevonden in Khorsabad. Men vond een muurschrift en een bibliotheek waarin de strijd tegen Asdod wordt genoemd.
– Het bestaan van Koningen Sanherib en Nebuchadnezzar is bevestigd.
– Geschriften van Ezra en Nehemia over de koningen en gebeurtenissen van die tijd zijn bevestigd.
– De kritiek op de volkstelling door Quirinius (Jozef en Maria naar Betlehem) is weerlegd. Quirinius was twee maal aan het bewind.
– De meest aangevallen boeken (Torah, Ezra/Nehemia, Lukas) worden door een overweldigende hoeveelheid feiten bevestigd, zowel door andere geschriften uit die tijd, als archeologische opgravingen.
De Bijbel en menskunde
– Talen nemen af in complexiteit. Oude talen waren veel complexer. Dat is een bewijs dat mensen vroeger intelligenter en vindingrijker waren, zoals je in een Bijbelse wereldvisie zou verwachten.
– Taalgroepen zijn niet terug te brengen tot één groep, wat de verwarring van talen bij Babel (Genesis 11) onderbouwt.
– De oudste gebouwen die we kennen, zoals bijvoorbeeld piramides en tempels, zijn zo knap gebouwd dat ze wel door hoog intelligente mensen gebouwd moeten zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat mensen vroeger primitiever waren. Dat er ooit holbewoners waren die stenen gereedschappen en houtvuurtjes gebruikten zegt op zicht niets. Er zijn vandaag de dag nog stammen die zo leven.
– De curve van bevolkingsgroei is zodanig dat het Bijbelse verhaal van acht mensen na de zondvloed heel aannemelijk is.
Geboden en verboden alleen voor de Joden?
– Zijn de geboden en verboden van de Joodse wet achterhaald? Neen want Exodus, Leviticus en Numeri zijn juist heel erg actueel. In de middeleeuwen waren er veel ziektes, maar de Joden in Straatsburg bleven gezond. Lepra, pest en geslachtsziekten werden goed behandeld: quarantaine, wassen, verbranden van kleren, uitwerpselen buiten het kamp begraven, nagels knippen en laten horen dat je ziek bent.
– In een kraamkliniek in Wenen (1840) werkte een Hongaarse dokter, Ignaz Semmelweis. Hij liet artsen hun handen wassen na lijkschouwingen, waardoor het sterftecijfer onder zwangere vrouwen drastisch daalde.
– Regels voor gezond leven in het OT waren zeer goed en hun tijd ver vooruit.
– De reine dieren waren precies de dieren die in dat klimaat geschikt waren voor consumptie of nodig waren voor het biologisch evenwicht. Alle wetten eromheen gaven de juiste instructies voor het omgaan met vlees. De besnijdenis werd op de 8e dag gedaan. Alleen op die dag is de bloedstollingswaarde 110%. Onder besneden mannen en hun vrouwen komen bijna geen geslachtsziekten voor.
– Exodus 20: 8-10 schrijft een dag in de week rust voor. God zelf rustte op 7e dag
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
Pasteltekening van John Astria
God geeft kennis over
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
Waarom de Openbaring lezen?
Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
Laat ik mezelf aan u voorstellen. Ik ben mgr. John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, gewijd in het jaar 1953. In 1959 werd pater Pio mijn geestelijk leidsman. Ik ben bevoorrecht om geestelijk leider te mogen zijn van honderden zielen op alle niveaus van het geestelijk leven. Sommigen zijn beginnelingen, anderen zijn gevorderden en sommigen zijn mystici.
.
.
Msgr John Esseff
Al vele jaren ben ik geestelijk leider van een bijzondere ziel. Deze zienster noemt zichzelf Maria de Notre Dame. Vijf jaren geleden begonnen Jezus en Maria tot haar te spreken door de gave van inspraken. Ze heeft nu meer dan 800 inspraken gehad. Ik heb de betrouwbaarheid van deze inspraken getoetst. Tot nu toe waren de inspraken een persoonlijk onderricht, bedoeld voor de kleine gebedsgroep. Op 10 december 2010 begon een nieuwe fase namelijk dat sommige inspraken aan de wereld bekend gemaakt moesten worden. De eerste inspraken waren speciaal gericht op het geheim van Fatima”
.
.
.
Het nieuwe plan van Onze Lieve Vrouw
Van John Astria
Maria:
Laat mij mijn plan openbaren om de naties te redden. Ik zal niet in staat zijn allen te redden, omdat hun duisternis zich verzet tegen mijn licht. Alleen degenen, die zijn geveegd in mijn licht, zullen mijn reddende actie ervaren.
Dus, mijn reddende acties zullen variëren, tenminste in hun uiterlijke vormen. Wanneer er een vervolging uitbreekt, ondergaan sommigen dan geen martelaarschap en worden sommigen niet bewaard? Toch werden allen geleid door mijn licht. Zo zal het ook gaan bij de gebeurtenissen. Allen zullen op verschillende manieren worden geraakt, zelfs zij, die gevuld zijn met mijn licht. Er zal geen uniform resultaat zijn. Toch zal mijn licht doeltreffend zijn in een ieder, die mij vertrouwt en gelooft.
Hoe kan ik dit licht uitstorten? Gewoonlijk kies ik boodschappers, verschijn aan hen, voorzie in tekenen en wonderen, geef boodschappen en trek velen aan om te komen. Op deze manier gaat het licht voort en de liefde voor mij vermeerdert. Ik zal dit middel niet veronachtzamen, maar er ontstaan tegenstellingen en vijanden spreken zich uit. Veel van het licht gaat verloren of vermindert. Er worden beperkingen geplaatst en het welkome teken wordt naar beneden gehaald. Mensen vragen zich zelfs af of de zegening, die ze ervoeren wel echt was.
Dus moet ik een ander plan gebruiken. Dat is precies waarom ik spreek. Katholieken zijn gewend aan verschijningsplaatsen, die hun geloof hebben versterkt. Zelfs als ze er persoonlijk geen bezoek hebben gebracht, dan hebben ze erover gelezen en de verhalen gehoord. De gebeurtenissen versterken hun geloof. Ze weten, dat ik hen bemin en hen heb bezocht.
In dit tijdperk van duisternis zal ik een ander plan gebruiken. Niemand zal in staat zijn om mijn pad van licht te blokkeren. Luister aandachtig naar wat ik ga doen, want het licht staat voor uw deur. Wacht niet op een andere verschijning. Ze zijn waar en waardevol, maar ik moet sneller handelen. Besef dit: al het licht, dat gewoonlijk stroomt vanuit deze plaatsen is nu overal gemakkelijk beschikbaar. Ik ben gereed om door te breken in ieders hart, in het bijzonder in uw eigen hart. De normale wegen zijn gedwarsboomd en ik moet nieuwe wegen creëren, die niemand kan blokkeren.
Laat mijn licht op dit moment doorbreken, in elk hart, dat gelooft, in elke ziel, die deze inspraken leest. Laat het licht nu doorbreken. Dit zal het grootste teken zijn, dat allen gevuld zijn met nieuw licht zonder nood aan een verschijning.
Abraham, oorspronkelijk Abram geheten, is de stamvader van het volk Israël. Uit de Bijbel leren wij hem kennen als een uitstekend vroom man, die zich, in het volle vertrouwen, volkomen aan de goddelijke Voorzienigheid overgaf, toen hem gevraagd werd zijn zoon Izak te offeren. Hij werd als zoon van Terah (of ‘Terach’) en kleinzoon van Nahor geborenin Ur. Hij was dus een afstammeling van Sem, zoon van Noach.
Naam
Zijn naam was eerst Abram (‘hoge vader’, ‘vader der hoogheid’), doch na de goddelijke belofte van een talrijk kroost (Gen. 12:2; 17:5), ontving hij op 99-jarige leeftijd de naam Abraham, welke hij de hele Bijbel door behoudt. De nieuwe naam betekent ‘vader van een grote menigte’. Hij zou worden ‘tot een groot volk’ (Gen. 12:2) en ‘een vader van menigte der volken’ (Gen. 17:5).
Afgoderij
Terah en zijn zonen Abraham en Nahor hebben andere goden gediend. Jozua verhaalde daarvan:
Joz 24:2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.
Joz 24:14 Nu dan, vrees de Heere, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de Heere.
Joz 24:15 Maar als het in uw ogen kwalijk is de Heere te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden,gediend hebben, óf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen!
Joz 24:16 Toen antwoordde het volk en zei: Er is geen sprake van dat wij de Heere zouden verlaten om andere goden te dienen.
Roeping
Abram werd door God geroepen om zijn land en familie te verlaten en te gaan naar een ander land dat God hem zou wijzen. Jahweh zou hem tot een groot volk maken, namelijk het volk van Israël. In hem zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.
Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.
Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
Ge 12:4 Toen ging Abram op weg, zoals de Heere tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.
.
.
God verscheen meermaals aan Abraham
Hij zei eens van Abraham:
Ge 18:19 want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heeren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft.
Abraham kreeg acht zonen bij drie vrouwen
De vrouwen van Abraham waren Sara, Hagar en Ketura. Hij nam Ketura tot vrouw nadat Sara, 127 jaar oud (Gen. 23:1) gestorven was; Abraham was toen 137 jaar oud. De naam “Ketura” betekent “reukwerk”. Abrahams zonen waren:
Ismaël (‘God verhoort’), zoon van Sara’s dienstmaagd Hagar
Izak (‘gelach’), zoon van Sara.
Zimran (‘beroemde’), zoon van Ketura
Joksan (‘vogelaar’), zoon van Ketura
Medan (‘twist’), zoon van Ketura
Midian (‘strijd’), zoon van Ketura
Jisbak (‘verlatene’), zoon van Ketura
Suah (‘treurig’), zoon van Ketura.
Sara’s overlijden in Hebron gaf hem aanleiding om een spelonk te kopen van de Hethiet Efron (Gen. 23). Hij kocht de spelonk en de akker van Efron voor 400 zilverstukken. Dat was zijn eerste, aangekochte eigendom in het land Kanaän. Na de dood van Sara heeft Abraham nog 38 jaar geleefd. Hij bereikte een leeftijd van 175 jaar. Door zijn zonen Izak en Ismaël werd hij begraven in de spelonk van Machpela.
Abraham, de profeet
God noemde Abraham tegenover de filistijnse vorst Abimelech “een profeet” (Gen. 20:7).
Ge 20:7 Nu dan, geef de vrouw van die man terug, want hij is een profeet! Hij zal voor u bidden, zodat u in leven blijft. Als u haar echter niet teruggeeft, weet dan dat u zeker zult sterven, u en al wat van u is.
Dat Abraham een profeet was, bleek uit zijn antwoord aan Izak, onderweg naar de offerplaats.
Ge 22:7 Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Ge 22:8 Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.
De profeet Abraham sprak tot zijn knecht, die de opdracht kreeg naar Abrahams familie te gaan en daar een vrouw voor Izak te vinden.
Ge 24:7 De Heere, de God van de hemel, Die mij uit mijn familie en uit mijn geboorteland weggehaald heeft, Die tot mij gesproken heeft en Die mij gezworen heeft: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven -die God zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen.
Toen de aartsvader zich tegenover de Hethieten, van wie hij een gunst verzocht, “een vreemdeling en een inwoner bij u” noemde, noemden zij hem “een vorst Gods in het midden van ons’ (Gen. 23:6). God noemde hem tegenover zijn volk Israël “de rotssteen” waaruit de Israëlieten gehouwen zijn.
Jes 51:1 Hoort naar Mij, gij, die de gerechtigheid najaagt, gij, die den Heere zoekt! aanschouwt den rotssteen, waaruit gij lieden gehouwen zijt, en de holligheid des bornputs, waaruit gij gegraven zijt.
Jes 51:2 Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem.
Jezus Christus wordt “de Zoon van Abraham” genoemd, omdat hij naar het vlees een afstammeling van Abraham is en evenals deze wandelde in geloof.
Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham.
Joh 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zei tot hen: Als u kinderen van Abraham was, zou u de werken van Abraham doen.
Belofte van land
Abraham kreeg de belofte van het land Kanaän. Hij was gegaan en gekomen in het land dat God hem ter bezitting aanwees. Het land was voor hem en zijn ‘zaad’, zijn nageslacht. De landbelofte wordt meermaals herhaald.
Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.
Ge 12:7 Zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den Heere, Die hem verschenen was.
Ge 15:7 Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.
Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.
Het beloofde land is zelfs groter dan Kanaän en strekt zich uit tot de rivier Eufraat (of Frath).
Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de Heere een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath.
Abraham bleef een vreemdeling in het land en woonde in tenten.
Hnd 7:5 En Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs geen voetbreed, en Hij beloofde het hem tot een bezitting te geven en zijn nageslacht na hem, terwijl hij geen kind had.
De landbelofte wordt door God aan Abrahams zoon Izak bevestigd
Ge 26:2 En de Heere verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal;
Ge 26:3 Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb.
Ge 26:4 En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde,
Ge 26:5 Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.
Ook aan Jacob en Mozes werd de belofte door God bevestigd (Deut. 34:4).
Belofte van talrijk nageslacht
Abraham kreeg ook de belofte van een talrijk nageslacht. Abraham is, overeenkomstig de belofte van God, een vader van vele volken geworden. De naam ‘Abraham’ betekent ‘vader van een grote menigte’ .
Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.
Ge 17:5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.
Ge 17:6 En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.
Ge 18:17 De Heere zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?
Ge 18:18 Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden.
Ge 18:19 Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de Heere in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.
God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:
Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,
Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.
Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.
De belofte van een talrijk nageslacht werd door God aan Izak herhaald:
Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,
Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.
Abraham heeft afstammelingen naar het vlees en naar het geloof. Van Abraham stammen af naar het vlees (lijfelijke nakomelingen):
de Israëlieten, via zijn zoon Izak
de Edomieten, via zijn zoon Izak
de Ismaëlieten, via zijn zoon Ismaël
de Assurieten, via zijn zoon Joksan
de Letusieten, via zijn zoon Joksan
de Leümmieten, via zijn zoon Joksan
de Midianieten, via zijn zoon Midian
en vele Arabische stammen
Volgens de islamitische overlevering zijn de Arabieren de nakomelingen van Ismaël en daarmee kinderen van Abraham. Moslims zien Abraham als hun vader.
Abrahams nageslacht door het geloof
In figuurlijke of geestelijke zin, namelijk om hun geloof, worden gelovigen in de Bijbel kinderen van Abraham genoemd. Abraham geloofde God op het woord van Diens beloften en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Zo wordt ook ons geloof in Jezus Christus, de Zoon van God en de Heiland der wereld, ons tot gerechtigheid gerekend. In dat opzicht is de gelovige als Abraham en wordt hij door God als een zoon van Abraham beschouwd.
Ga 3:7 Erkent dan, dat zij die op grond van geloof zijn,zonen van Abrahamzijn.
Ga 3:29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en volgens belofte erfgenamen.
Uit en door Abraham is dus een natuurlijk en aards volk (Israël) alsook een geestelijk en hemels volk (gemeente van Christus) ontstaan. Deze beide volken worden misschien aangeduid door de uitdrukkingen “de sterren aan de hemel” (gemeente van Christus) en “het zand aan de oever van de zee” (Israël).
Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,
Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als hetzand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.
Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.
Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden.
Belofte van zegen
Abraham kreeg ook een belofte van zegen in hem: in hem zouden alle geslachten van het aardrijk gezegend worden.
Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:
Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,
Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.
Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.
De belofte van zegen wordt door God aan Izak herhaald:
Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,
Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.
Op de Pinksterdag herinnert Petrus zijn toehoorders aan deze belofte:
Hnd 3:25 U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen heeft gemaakt, toen Hij tot Abraham zei: ‘En in uw nageslacht zullen alle families van de aarde gezegend worden’.
Deze zegen komt door een zoon van Abraham, namelijk Jezus Christus, tot alle volken van de aarde. Eén zegen is de rechtvaardiging uit geloof.
Ga 3:8 De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.
Belofte van overwinning
Nadat God aan Abraham meermaals de belofte van land, een talrijk nageslacht en zegen door hem voor de volken had gedaan, voegt Hij, nadat Abraham zijn eigen zoon offerde, er een nieuwe belofte bij.
Het zaad (nageslacht) van Abraham zou de poort van zijn vijanden in bezit nemen:
Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,
Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.
Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.
Wanneer wij Abrahams zaad (nageslacht) in het meervoud nemen, dus op zijn nakomelingen zien, dan zegt de belofte dat Abrahams nageslacht de poort van zijn vijanden (erfelijk) zal bezitten, hun steden innemen en het goed van hun land genieten. Een poortis in de Heilige Schrift het beeld van macht en sterkte (vgl. Matth. 16:18). In de poorten werden ook de rechtspraken gehouden. Jahweh wil daarmee dus aan Abraham zeggen, dat zijn nakroost over zijn vijanden zal heersen en zijn vijanden overwinnen zal.
Deze belofte ging in vervulling toen Israël zijn vijanden versloeg en het beloofde land innam. De volkomen vervulling geschiedt na de Grote Verdrukking en het geestelijke herstel van Israël. Israël zal dan niet langer de smaad en de staart, maar de eer en het hoofd der volken zijn.
Wanneer wij Abrahams zaad in het enkelvoud nemen, dus op zijn Nakomeling Jezus zien – zoals Paulus doet in Gal. 3:16 – dan zegt de belofte dat de Heer Jezus de poort van zijn vijanden zal innemen. De Heer Jezus is verhoogd aan Gods rechterhand totdat God al zijn vijanden tot zijn voetbank heeft gesteld.
Heb 1:13 Tot wie van de engelen echter heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden stel tot een voetbank voor uw voeten’?
Lu 19:27 Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.
De Heer Jezus heeft door de dood de satan, die de macht over de dood had, teniet gedaan.
Heb 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel.
Hij heeft de sleutel van de dood en de hades (= dodenrijk).
Opb 1:18 en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.
Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen.
Hij zal bij zijn toekomstige verschijning in de wereld zijn vrederijk op aarde oprichten. Hij zal de wereld regeren, die voordien, na de zondeval, door satan werd geregeerd.
1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.
“De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen”
“Van ver ben ik naar je toe gekomen. . .Ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen. Ik breng je weer tot bloei. Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken.”.
God spreekt
Mijn kind, zo zeker als het is dat de zon weer zal opkomen, zo is Mijn liefde voor jou. Bij aanvang van de dageraad slaat Mijn hart in opwinding over het vooruitzicht om de dag met jou door te brengen. In de nacht houd Ik de wacht en waak Ik over jou (Psalm 32:8). En in de nacht maak Ik de plannen die Ik met je wil delen. Jazeker, Mijn hart slaat de hele nacht met een blijde verwachting van de tedere momenten tussen ons.
Terwijl je ogen knipperen in een poging om wakker te worden, worden Mijn gedachten bekoord door herinneringen aan vroegere momenten. Dit vergroot Mijn verlangen om met jou te communiceren en te delen. Soms kan Ik niet tot de ochtend wachten. Dan giet Ik dromen en visioenen in jouw rust (Handelingen 2:17). Met jou samen zijn is wat Ik het liefst doe.
Wij bestaan voor elkaar. De één is niet compleet zonder de ander. Kind, je bent voor Mij de dauw in de ochtend, je neemt elk moment van Mijn bestaan in, je dringt diep door tot in de kern van wie Ik ben (Deuteronomium 32:2).
En toch ontbreekt er iets. Ik ben op de vleugels van de wind naar jou toe gekomen, alleen om te ontdekken dat er niemand thuis is. Mijn hart doet zeer, Mijn hart verlangt naar je. De kern van Mijn wezen verlangt ernaar om met jou samen te zijn. O, hoe zeer ik je heb gemist!
De drukte van het dagelijkse leven heeft jouw dagen opgeslokt en de levenspoel in je binnenste levenloos gemaakt. Ik kan er niet tegen. Ik kan er niet tegen om jou zo te zien leven, terwijl ik zo veel te bieden heb.
Jouw levenspoel wordt gevormd door ondergrondse bronnen van tedere toewijding tussen ons beiden. Ik kan niet langer wachten. Ik word gedreven door Mijn grote liefde, gedreven door de vreugde uit het verleden. Ik kom nu naar je toe, om je te raken, om je poel in beroering te brengen, zodat je uit de Bron van je redding kunt putten die zich in jou bevindt (Jesaja 12:3).
Jazeker, ik zie de vele dingen die je voor Me doet en dat zijn goede dingen, maar goede dingen voor Mij doen hetzelfde is niet hetzelfde als met Mij samen zijn. Denk dat nooit. Ik hou niet van je omdat je “doet”. Ik hou van je omdat je bent.
Open je hart, laat elk gevoel van onwaardigheid varen dat je zou kunnen hebben door gedane zaken. Ik wacht met open armen op je. Open je innerlijke geest, want ik ben bij je om herinneringen aan onze wederzijdse zoete fluisteringen aan te wakkeren, onze wederzijdse liefdesverklaringen. Ik zing over jou, Mijn dauw in de ochtend. O, hoe veel ik van je hou!
Het christendom levert heel wat verwachtingen op. Sommige verwachtingen zijn onrealistisch. We denken bijvoorbeeld dat doorgewinterde christenen altijd dichtbij God leven en nooit twijfelen. Maar je zult al gauw zien dat dit niet het geval is. Dan volgt het besef dat het volgen van Christus niet gaat zoals we hadden verwacht. War kan men ondervinden als men christen is geworden?
Geloof
Pasteltekening van John Astria
1. Geloven is echt moeilijk
Het christenleven verbloemen als een gemakkelijk, vrolijk, succesvol en prachtig alternatief voor het ‘seculiere’ leven is een gevaarlijke tendens. Het christelijk geloof zal zeker haar gelukzalige momenten hebben, maar veel zaken vereisen dienstbaarheid, opoffering, toewijding, nederigheid, geduld, vergeving, genade, barmhartigheid en inzet. Met andere woorden, zaken die centraal staan voor de liefde van Jezus. Dit is over het algemeen erg moeilijk.
Het christendom wordt vaak gezien als een ontsnappingsmechanisme en een manier om de harde realiteit van het leven te vermijden. Maar in werkelijkheid is dit precies het tegenovergestelde. Deze reis confronteert mensen met eerlijke en vaak pijnlijke waarheden. Bereid je dus niet alleen voor op de goede, maar ook op de moeilijke dingen van het christelijk geloof.
2. Het geloof is geen antwoord op alle problemen
Na het horen van wonderbaarlijke getuigenissen van mensen die zijn genezen, verslavingen hebben overwonnen en Bijbelse verhalen over verlossing, hoop en verzoening, nemen de verwachtingen over het christendom enorm toe. Ja, God doet geweldige en onverklaarbare dingen, maar uiteindelijk zul je beseffen dat het geloof niet al je problemen zal oplossen. Ziekte zal niet altijd verdwijnen, niet alle relaties worden hersteld en je inkomen zal niet toenemen. Simpel gezegd worden je problemen er niet mee opgelost.
In plaats daarvan gaat het christelijk geloof veel meer over het bouwen aan een relatie met God dan het vinden van een magische oplossing voor alle moeilijkheden in het leven. Helaas beschouwen veel mensen het christelijk geloof nog steeds als een spirituele formule waardoor je alles kunt ontvangen wat je maar wilt. Maar wanneer je te maken krijgt met onvermijdelijke teleurstellingen, zal dit leiden tot gevoelens van verraad, cynisme, teleurstelling en boosheid. Dit heeft tot gevolg dat velen het christelijk geloof achter zich zullen laten, omdat het niet voldeed aan hun verwachtingen.
3. Je zult niet overal een antwoord op krijgen
Vaak wordt het Evangelie voorgesteld als een verhaal dat alle antwoorden heeft op alle diepste levensvragen. Maar het christendom zal er niet in slagen om alle twijfels, intellectuele worstelingen en filosofische vragen uit te roeien. In werkelijkheid levert het Evangelie zelfs nog meer vragen op dan antwoorden.
Duizenden predikanten, theologen en andere christenen debatteren over de Bijbelse inhoud. Iedere leer wordt geassocieerd met honderden theorieën, ideeën en tradities. Wanneer je op zoek bent naar overtuigende en onbetwistbare feiten, zal het christelijk geloof een aantal handvatten aanreiken. Maar uiteindelijk gaat het geloof over het vinden van God en zal het bewijs voor zichzelf spreken.
4. Je zult nooit stoppen met leren en je blijft veranderen
Je geloofsleven verandert keer op keer. We worden ouder, krijgen een baan, ontmoeten nieuwe mensen, gaan op reis, leren nieuwe culturen kennen en begrijpen, worden verliefd, trouwen en krijgen kinderen. Al die momenten beïnvloeden de manier waarop we nadenken over God.
Vaak benaderen we het geloof als iets onveranderlijks. God is eeuwig en onveranderlijk, maar ons geloof niet. We zien dit door de hele Bijbel. Zowel bij de Israëlieten in het Oude Testament en de discipelen in het Nieuwe Testament. Door verschillende gebeurtenissen en omstandigheden veranderde hun relatie met God voortdurend. Ons geloof is een pelgrimstocht met als z’n ups en downs. Veel gelovigen vinden verandering angstig en zien dit als een soort zonde. Maar we kunnen veranderingen niet vermijden, omdat we telkens opnieuw leren van Jezus.
5. Je zult fouten blijven maken
De meest gevaarlijke mensen zeggen van zichzelf dat ze niets verkeerd doen en hun fouten nooit zullen toegeven. Fouten maken is menselijk. Daar verandert het christelijk geloof niets aan. Je zult nog steeds falen, verkeerde beslissingen maken. Maar het verschil is de zekerheid van Gods genade, barmhartigheid en liefde.
6. Het is complex
De term ‘christelijk’ heeft voor alle mensen verschillende betekenissen. Er zijn honderden denominaties, duizenden verschillende kerken en een groot aantal tradities en theologie die daarin verweven zijn. Dit betekent dat het christendom enorm complex, gevarieerd en genuanceerd is. Er zijn discussies en conflicten, maar er is ook ruimte voor eenheid en dialoog. Kortom, het christelijk geloof is veel ingewikkelder dan de meeste mensen beseffen. Maar God werkt nog steeds daar doorheen.
7. Het is niet ‘wij tegen de rest’
Christenen strijden vaak tegen het secularisme, de ‘gevallen wereld’ en kwade krachten. Daardoor kunnen gelovigen het idee hebben dat ze in een strijd zijn verwikkeld, maar dat hoeft niet per se het geval te zijn. Christenen voeren een reële strijd tegen het kwaad (de satan), maar we moeten ervoor waken dat we ongelovigen als vijanden gaan beschouwen. Het is gemakkelijk om je te laten beïnvloeden door alles wat met het christelijk geloof te maken heeft en je te vervreemden van de rest van de mensheid.
Dit leidt tot zelfingenomen oordelen en het angstig vermijden van de wereld om ons heen. Maar God houdt van alle mensen. Deze boodschap is controversieel en absurd, maar wel Bijbels. Als volgelingen van Christus mogen we hetzelfde doen. Vraag God om de kracht en het vermogen om hieraan handen en voeten te kunnen geven.
Het tweede deel van het Oude Testament staat bekend als de historische boeken van de Bijbel. Nadat zij veertig jaar door de woestijn gezworven hadden en Mozes gestorven was, begon God de Israëlieten over de rivier de Jordaan te verhuizen. Onder leiding van Jozua en Kaleb trokken zij het Beloofde Land binnen. Deze boeken vertellen over hun reis naar en hun leven in het land van Kanaän. Dat leven was niet eenvoudig, want ze woonden omringd door vijandige landen met bijgelovige, godslasterlijke gebruiken en wrede gewoontes. De Israëlieten werden in een leven van geestelijk verval gezogen.
Er zijn twaalf historische boeken:
Jozua, Rechters en Ruth vertellen over de vroegste geschiedenis van de Joden.
1 en 2 Samuël, 1 en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken beslaan ongeveer 500 jaar en beschrijven hoe Juda aan Babylon ten prooi viel.
Ezra, Nehemia en Ester gaan over hun leven in ballingschap, hun bevrijding en het herstel van Jeruzalem.
Hun boodschappen
Josua
De boodschap van Jozua is zijn enorme Godsvertrouwen dat hem de moed en kracht gaf om het Hebreeuwse volk het Beloofde Land binnen te leiden. De eerste helft van zijn boek vertelt over de voortdurende strijd en moeilijkheden om het land te bereiken en te bewonen. De tweede helft van het boek verhaalt over de landsdelen die God toewees aan de verschillende stammen van Juda.
Rechters
Het boek Rechters beslaat 325 jaar en laat zien dat het oordeel van God over onrecht ten uitvoer gebracht zal worden, maar dat Zijn vergeving en de mogelijkheid tot verzoening beschikbaar zijn voor wie tot inkeer komt. Kanaän was bewoond geweest door diverse godslasterende en slechte volken die vele valse goden en afgoden vereerden. De Israëlieten deden concessies en stonden toe dat invloeden van die praktijken hun intrede deden in hun manier van leven, en hen aantastten.
Ruth
Het onderwerp van het boek Ruth bevestigt dat mensen zelfs in donkere tijden Gods liefde en bescherming zullen ervaren, als zij ernaar streven om God te dienen en niet zichzelf.
De volgende zes boeken, 1 Samuël tot en met 2 Kronieken, beslaan een 500-jarige periode.
1 Samuël brengt de overgang van priesters en rechters als heersers naar koningen. Nadat de leiders van Israël Gods Wet verlaten hadden, gaf God toestemming voor een nieuwe vorm van leiderschap. Saul werd geïnstalleerd als de eerste door God aangewezen koning van Israël. Nadat Saul de grenzen van zijn koningschap had overschreden werd David tot koning gezalfd en een verslag van zijn koningschap is te lezen in 2 Samuël.
De twee boeken van Koningen vergelijken de levens van degenen die voor God leven, en degenen die zich tegen Hem verzetten. Deze boeken vertellen de verhalen van Salomo, Elia, Elisa, Achab en de slechte Izebel.
De boeken 1 en 2 Kronieken gaan over de geschiedenis van Israël, Salomo, bijzonderheden over de bouw van de tempel, de tweedeling van Israël en de verbanning van Juda naar slavernij in Babylon.
Deze negen boeken besluiten met de gevangenschap van Gods volk, de gestolen tempelschatten en de verwoesting van Salomo’s tempel.
Vrijlating en herstel
Ezra, Nehemia en Ester ronden het historische deel in het Oude Testament af. Oorspronkelijk werden Ezra en Nehemia beschouwd als één boek. Nadat zij als slaven naar Babylon zijn gevoerd ziet het er niet best voor hen uit, maar het boek van Ezra begint met een gunst die verleend wordt.
Cyrus, de koning van Perzië, verklaarde dat de Heer hem opgedragen had om sommigen van de Hebreeuwse gevangenen vrij te laten en terug te laten keren naar het land van Juda. De anderen volgden snel. Ezra en Nehemia beschrijven de terugkeer en de wederopbouw en de opleving van Gods volk.
Hoewel de Bijbel Ester na het boek van Nehemia plaatst, zouden de gebeurtenissen in Ester ongeveer dertig jaar eerder hebben plaatsvonden dan die in het boek van Nehemia. Het verhaal bevat intrige, romantiek en een vertoon van Gods machtige soevereiniteit.
De historische boeken illustreren de pieken en dalen van de zonde, herstel, wonderen, afwijzing en oordeel. Door de eeuwen heen zien we dat het Joodse volk veel lessen verschaft waar ook wij vandaag de dag wat aan hebben. God verkoos het Joodse volk om getuige te zijn en verlossing te brengen aan alle andere volken op aarde.
Voordat de Messias, Jezus Christus van Nazareth, geopenbaard werd en het christendom begon, toonden deze boeken de principes van christelijke liefde voor de vijand, vergeving en Gods genade en barmhartigheid.
Hoewel het Joodse volk in geestelijk verval raakte, was en is de mogelijkheid voor herstel bij God door inkeer altijd beschikbaar. Velen van hen hadden er moeite mee om waarachtig en trouw te blijven. Hun voortbestaan en toewijding dienen als uitstekende voorbeelden.
Dit zijn enkele noemenswaardige verzen uit deze boeken:
1 Samuël 15:22-23zegt: “Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen. Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de Heer verworpen; daarom verwerpt Hij u als koning!”
In2 Kronieken 7:14staat: “…en wanneer dan Mijn volk, het volk dat Mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend Mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal Ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.”
2 Kronieken 30:9zegt: “Want als u terugkeert tot de Heer, zullen uw verwanten en uw kinderen genadig behandeld worden door degenen die hen hebben weggevoerd, en zullen ze weer naar dit land mogen terugkeren. De Heer, uw God, is immers genadig en liefdevol; als u naar Hem terugkeert, zal Hij zich niet van u afwenden.”
Overzicht van het Oude Testament
Een inleiding
De bestudering van het Oude Testament verschaft een waardevolle en noodzakelijke ondergrond voor begrip van het Nieuwe Testament en hoe we dat op ons leven moeten toepassen. In het Oude Testament ontdekken we hoe alle geschiedenis tot stand gekomen is en lezen we over Gods relatie met de mensheid.
Het Oude Testament is oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws. Enkele kleine tekstdelen zijn in het Aramees geschreven. Het omvat 39 boeken en net als het Nieuwe Testament kan het opgedeeld worden in vijf delen:
De Pentateuch(bestaande uit de eerste vijf boeken) bevat de wetten en instructies die aan Mozes en het volk van Israël gegeven zijn. Mozes heeft de boeken Genesis tot en met Deuteronomium geschreven.
De historische boeken (Jozua tot en met Ester) worden toegeschreven aan Jozua.
De poëtische boeken zijn geschreven door verschillende auteurs (Job tot en met Hooglied). Het meest gelezen boek van deze vijf is wellicht het boek Psalmen; liederen die hoofdzakelijk door David geschreven zijn.
Er zijn vier grote profeten — Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël. Heel toepasselijk worden deze mannen boodschappers van God genoemd, omdat hun geschriften samengesteld zijn vanuit een profetisch oogpunt.
De kleine profeten zijn Hosea tot en met Maleachi. Zij worden “klein” genoemd vanwege het feit dat hun geschriften korter zijn dan de boeken van de grote profeten.
De leer
Een overzicht van het Oude Testament toont onze basis van het begin van het leven tot het nieuwe leven dat geboden wordt in het Nieuwe Testament. Alle Bijbelboeken zijn geschreven door mannen van God die door God geïnspireerd waren. Daarom is elk woord gegeven om te leren, onderwijzen, corrigeren en als richtlijn voor het dagelijks leven.
(2 Timoteüs 3:16-17).“Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust” .
Uiteindelijk gaat Gods Woord over Zijn doel en relatie met de mensheid:
(1 Tessalonicenzen 2:13 ) “Wij danken God dan ook onophoudelijk dat u Zijn Woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: als het Woord van God dat ook werkzaam is in u, die gelooft.”
Het volbrachte doel
Een overzicht van het Oude Testament bevat vele profetieën over Jezus Christus, de Messias, Gods reddende plan en Zijn beloftes, die vervuld worden in het Nieuwe Testament. Jezus Christus is de hoop en het onderliggende thema van alle Bijbelboeken, inclusief het Oude Testament.
InLucas 24:27legde Jezus Zijn apostelen de Bijbel uit: “Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de profeten.”
Het Nieuwe Testament geeft meerdere malen aan dat Jezus niet gekomen was om de Wet uit het Oude Testament af te schaffen. In Matteüs 5:17-18 zei Jezus:
“Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn”.
Een begrip van het Oude Testament is essentieel om een volledig beeld te krijgen van Gods karakter en Zijn reddende werk door de geschiedenis heen. Gods karakter, Zijn eigenschappen en daden, Zijn lange lijden, Zijn liefde, barmhartigheid en vergeving ontvouwen zich vanaf het begin van de schepping tot aan de beloofde wederkomst van Christus.
Overzicht van het Nieuwe Testament
Wat is een goed overzicht van het Nieuwe Testament?
In een overzicht van het Nieuwe Testament zul je een inleiding, geschiedenis en genealogie vinden, en daarnaast de verklaring of uitleg van teksten en hun toepassingen op het leven. Het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk geschreven in alledaags Grieks in de periode tussen 45 en 95 na Christus. De Griekse taal en godsdienstige overtuigingen hebben veel invloed gehad op de Joodse en heidense bewoners van de regio, en blijken duidelijk in de boeken van het Nieuwe Testament.
Over het algemeen wordt het Nieuwe Testament in vijf gedeeltes opgedeeld:
De Evangeliënzijn geschreven vanuit vier verschillende perspectieven ( Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) maar horen wel bij elkaar.
Handelingen heeft betrekking op historische gebeurtenissen; ook wel “Handelingen der Apostelen” genoemd.
De Epistels (zendbrieven) zijn geschreven door Paulus en te vinden in de boeken Romeinen tot en met Filemon.
De Algemene Epistels zijn door diverse schrijvers geschreven en zijn te lezen in Hebreeën tot en met Judas.
Het boek Openbaring(dat hoofdzakelijk uit profetieën bestaat)is geschreven door Johannes tijdens zijn gevangenschap op het eiland Patmos. Net als de rest van de Bijbel wordt van al deze Schriftteksten gesteld dat zij ingegeven zijn door God Zelf en dat de schrijvers door de Heilige Geest geleid werden.
Door John Astria
Wat kunnen wij leren van het overzicht van het Nieuwe Testament?
Een overzicht van het Nieuwe Testament laat in de vier Evangeliënzien dat we kunnen leren over de geboorte, bediening, kruisiging en opstanding van Jezus. Evangelie betekent het Goede Nieuws van Jezus Christus. De Israëlieten wachtten op de komst van de beloofde Messias. God zond Jezus als vleesgeworden God, om die Messias te zijn.
Matteüs 1:1 begint met de genealogie van Jezus die bewijst dat de profetieën uit het Oude Testament over Zijn afkomst en geboorte zijn uitgekomen zoals ze voorzegd waren. Helaas moet Matteüs ons laten zien dat Jezus niet herkend werd door sommige Joden. Maar Hij bleef onderrichten en prediken tot Hij daarvoor gekruisigd werd door hun leiders.
Marcus zijn verhaal is meestal chronologisch. Veel van de gebeurtenissen die hij beschrijft draaien om de bediening van Jezus in Galilea en vertellingen over genezingen. Dit boek vermeldt ook dat Jezus Zijn leerlingen waarschuwde over Zijn kruisiging en opstanding.
Lucas 2bevat een van de mooiste vertellingen over de geboorte van Christus Jezus, en vervolgt met het onderricht dat Jezus geeft in de Tempel wanneer Hij twaalf jaar oud is. Dan slaat Lucas een stukje over om uit te komen bij de doop van Jezus door Johannes de Doper. Dit boek besluit met het vreugdevolle en spannende relaas over de opstanding van de Heer. Lucas staat bekend als een van de mooiste en meeste accurate beschrijvingen van het leven van Jezus.
Johannes was een apostel en besteedde meer aandacht aan het feit dat Jezus inderdaad de Zoon van God was dan aan Zijn leven. Dit boekt maakt duidelijk dat Jezus niet slechts een gewone man was. Hij schonk het Goddelijke geschenk van vergeving van de zonde en beloofde eeuwig leven voor iedereen die in Hem geloofde.
Het boek Handelingenbegint na de opstanding van Christus. Het gaat voornamelijk over de kracht die aan de apostelen en volgelingen van Christus gegeven werd door de uitstorting van de Heilige Geest. Zij kregen de opdracht om er op uit te trekken en anderen over Hem te onderrichten, en genezende en verlossende wonderen te verrichten in verre landen. Het was het begin van de stichting van de Kerk.
Paulus heeft brieven geschreven aan specifieke kerken die hij had gesticht of bezocht. De brieven werden geschreven om officiële leer en handelwijzen door te geven, alsmede veel bemoediging.
De Algemene Epistels, die aanvullende scholing en lessen bieden, kunnen op ons dagelijks leven toegepast worden.
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament. Het is een profetisch boek dat de aangewezen tijd beschrijft waarop Jezus zal terugkeren naar de aarde voor al diegenen die trouw geloofd hebben en Hem volgen. Het is vooral een boek van hoop voor allen die Jezus aanvaard hebben. Zij (Zijn Kerk) worden Zijn Bruid genoemd.
Wat is het doel van een overzicht van het Nieuwe Testament?
Een overzicht van het Nieuwe Testament laat zien hoe de beloftes, het oordeel en de beloningen van het Oude Testament vervuld zijn. God zond Jezus in menselijke gedaante om een manier tot verzoening met Hemzelf te verschaffen. Christus nam de zonden van de wereld op Zich zodat de schuld voor jouw en mijn zonden volledig door Hem betaald is.
Iedereen heeft gezondigd (God getrotseerd of verworpen) en heeft behoefte aan inkeer en vergeving. Het Nieuwe Testament geeft een bouwtekening voor het leiden van een rechtvaardig leven dat God welgevallig is, en de voorziening die Hij ons geboden heeft om dat te bereiken. Alleen door Jezus Christus krijgen wij de kans om de weg naar hereniging met God voor eeuwig te aanvaarden.