Categorie archief: Hildegard von Bingen

Zesde miniatuur : vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

.

 

de zesde miniatuur

 

.

Scivias%20T%206_Boek%20I,4
.
.
.
.
.

Deze beschrijving en de voorstellingen van de opgang van de ziel naar zijn geestelijke evenwicht in God, zijn eigenlijk een weerspiegeling van de eeuwenoude leer van het geestelijk leven van ieder mens. Mochten we denken dat er zich, wanneer wij eenmaal op de top van de ziel zijn gekomen, geen moeilijkheden meer zullen voordoen, dan is het zesde miniatuurtje daar dat ons leert hoe het in werkelijkheid is.

De duivel zal steeds weer opnieuw proberen om de vrome ziel bekers met de vergiftigde drank der ondeugden te laten drinken. Maar met een dappere afweerbeweging heft zij tegelijk haar ogen naar de goddelijke hand, die haar vanuit de hemel hulp biedt.

 

Hildegardis zegt in haar uitleg van dit visioen onder meer:

“Als de ziel de goedheid van God blijft beschouwen, zullen de pijlen van de duivel haar niet raken. Dat zij steeds het mensgeworden Woord van de nederige Maagd beschouwe, dan zal als een zoete balsem, de zachtheid van God haar doordringen en zal zij sterk staan tegen de influisteringen van de hoogmoed.”

.

Deze zesde miniatuur is een eenvoudige voorstelling die weinig commentaar behoeft. Zij vormt dan ook slechts een schakel van de vijfde naar de zevende miniatuur waar het levenseinde van iedere mens in beeld gebracht wordt.

.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

Vijfde miniatuur: vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

 

 

Vijfde miniatuur: vierde visioen van het eerste boek

 

 

 

Scivias%20T%205_Boek%20I,4
.
.
.
.

Het vierde visioen wordt geïllustreerd met de miniaturen vijf, zes en zeven. Het laat de schepping van de mensenziel zien, al haar moeilijkheden ten gevolge van de erfzonde en haar strijd om desondanks in het hemelse heil opgenomen te kunnen worden.

De vijfde en zevende miniatuur beslaan een volle pagina, de zesde slechts een kwart. Deze dient eigenlijk alleen als schakel tussen de twee grote voorstellingen en zij wordt ook niet vergezeld van een stem uit de hemel.

De vijfde en zevende miniatuur vormen samen de illustratie van de toespraak uit de hemel aan het begin van het vierde visioen van het eerste boek:

“De zalige en onuitsprekelijke Drieëenheid heeft zich geopenbaard als de Vader van Zijn eniggeboren Zoon, die naar de wereld werd gezonden, opdat de mensen, die ieder met een eigen karakter geboren worden en in veel schuld verstrikt dreigen te raken, door het mensgeworden Woord naar de weg der waarheid teruggevoerd zouden worden”.

Reeds bij de eerste blik op miniatuur vijf zien we twee helften. De linkerkant stelt de ontvangenis en de groei van een mensenkind in de moederschoot voor. De rechterkant stelt, in vijf tafereeltjes van onder naar boven, de levensloop voor van ieder mens in dit tranendal naar de top van het geestelijke leven.

In de linkerhelft van de miniatuur zien we de ontvangenis van de mens in de moederschoot en de instorting van de levenskiem door de Drieënige God. Onmiddellijk valt hier weer de eivorm op met groen als achtergrondkleur. Van de vorige miniatuur weten we dat zowel het ei als de groene kleur voor Hildegard tekens zijn voor de ‘viriditas’, de groeikracht.

We mogen niet de simpele conclusie trekken dat de eivorm alleen betrekking heeft op de vrouw en het moederschap want in dit ei zijn zowel de vrouw als de man uitgebeeld. Vader en moeder vormen dus samen het ontvangende vrouwelijke element, waar God, hier weergegeven als een gulden vierkant, als Vader tegenover staat.

De hele schepping, maar het ouderpaar in het bijzonder, heeft als roeping gekregen de ontvangende te zijn tegenover de almachtige Levensschenker. Eigenlijk wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de Algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking.

Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

 

De woorden die de Stem aan  Hildegard mededeelt :

We lezen:

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de Algeest);in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. 

En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de Algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Maria en haar zoon Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, leven gevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).


En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur. 

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording). 

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog … in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Deze voorstelling verwijst verder naar de oneindige hoogte en diepte van de goddelijke majesteit. In het vierkant loopt een gouden baan gevuld met oranje stippen en een mensengezichtje. Hier wordt volgens Hildegard aangegeven, dat in Gods alwetendheid de Menswording in Maria (graag aangeduid door de oranje kleur van de dageraad) een centrale plaats inneemt.

Met andere woorden: wanneer God niet slechts de mens schept in natuurlijke orde, maar in iedere mens tevens de kiem legt van zijn bovennatuurlijk leven, dan vormt voor God steeds het mysterie van de Menswording en de verlossing uit de zonde de voornaamste drijfveer. 

In de tegenstelling tussen het gouden vierkant en het groene ei ligt heel duidelijk uitgedrukt, hoe Hildegard het volkomen anders zijn van God, ten opzichte van alles wat geschapen is, ervaren heeft. Hij is de machtige Gever en het geschapene is de volkomen ontvangende. In die zin is God het mannelijk en de schepping in haar geheel het vrouwelijk element.

Tegelijkertijd ervoer Hildegard de oneindige Goedheid van God. Hij wil immers elke geest die van goede wil is en die zich in geloof en liefde voor Hem openstelt, opnemen in zijn innerlijk goddelijk leven, doch altijd langs de weg van de Mensheid van de Tweede Persoon.

Helaas, de onwil van de mens, verleid door de onwillige engel, de duivel, is de basis van het mysterie van de erfzonde. Deze invloed van de boze geest is hier heel realistisch weergegeven door het duivelsfiguurtje, dat het stremsel van het mannenzaad, gedragen als kaas uit melk vervaardigd (Job, 10-10) weet te bezoedelen.

Er wordt niet alleen gezinspeeld op de erfzonde, maar ook op de eventuele mindere kwaliteit van het menselijk zaad, wat misvormde en geestelijk gestoorde kinderen verwekken kan. Het natuurlijke, gezonde leven en  het geestelijk gezonde leven liggen volgens Hildegards gedachtegoed in elkaars verlengde. Ziekte en zonde zijn verstrengeld, zoals wij het ook leren uit de genezingsverhalen van Christus in het evangelie.

De vijf tafereeltjes aan de rechterzijde tonen ons in oplopende lijn de verschillende lijdensstormen welke ieder mensenkind, na zijn geboorte en tijdens de groei naar geestelijke volwassenheid, te verduren heeft. In de onderste drie taferelen zien we de naakte mens (hier geslachtsloos weergegeven) die gefolterd wordt door duivelsfiguren en wanstaltige dieren.

Vanaf het begin wordt de mens door zijn vleselijke begeerten neergetrokken wordt tot het peil van onreine varkens. Een ziel kan bloot staan aan hevige geestelijke druk en benauwdheden, hier door een wijnpers uitgebeeld. De duivel perst, in plaats van druivensap, het bloed uit de mens. Dat de mens door exotische dieren dreigt aangevallen en gebeten te worden, kan wijzen op de geestelijke kwellingen van twijfels welke de mens tot het uiterste kunnen uitputten.

Op het vierde tafereel gebeurt er iets wonderlijks in de mensenziel. Ja, zegt de uitleg van Hildegard, er komt een dag, dat het mensenkind zich de moeder Sion, de heilige stad Jeruzalem, herinnert en daarnaar terug wil keren. Om de ziel daarvan terug te houden, werpen de duivels een berg van moeilijkheden op. Tot groot leedvermaak van de duivels schreit de ziel in haar heimwee naar het paradijs, dat hier is voorgesteld door twee roodbruine varenachtige planten.

Maar dan geeft God de ziel vleugels, opdat zij alle beletselen kan overwinnen en zo gevoerd kan worden naar de mystieke tent van de onverwrikbare verbondenheid met God (zie bovenste tafereel). Op deze wijze wordt duidelijk aangegeven, dat de vereniging met God een genade is, vrijblijvend door Hem geschonken.

Middenin de stalen tent, volgens het beeld van Hildegard, bouwt de ziel een toren van vierkante stenen en hangt daar rode schilden en ivoren hoorns aan op. Hildegard is vol Bijbelse beeldspraak; alleen zij die daar goed in thuis zijn, kunnen de gedachten van onze zieneres volgen.

 

zie http://www.geestkunde.net

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Vierde miniatuur: derde visioen van het Eerste Boek

Standaard

categorie : Hildergard Von Bingen

 

 

 

 

 

.

 

Derde visioen van het Eerste Boek

 

 

 

.
.
.
.
.
.
 Terwijl we deze prachtige compositie van Ptolomaeus’ wereldbeeld op ons laten inwerken, luisteren we naar wat de hemelse Stem zegt:
.
.

“God die alles door Zijn Wil te voorschijn riep, heeft ieder ding geschapen, opdat Zijn Naam erdoor gekend en geëerd zou zijn. Doch niet alleen het zichtbare en het tijdelijke maakt Hij door Zijn schepping bekend, maar ook het onzichtbare en het eeuwige.”

 

Door de zonde heeft de kosmos, die samengesteld is uit vier elementen aarde, water, lucht en vuur, zijn oorspronkelijke harmonie verloren. Maar de rol van de kosmos, symbool te zijn van de toekomstige en nieuwe harmonie, is voor Hildegard zoveel duidelijker geworden. Daarbij komt dat de wanorde en de barensweeën van de kosmos een grotere verbondenheid te weeg brengen tussen de mikro- en de makrokosmos.

Wat wellicht het eerste opvalt bij het zien van deze miniatuur, is de ovale vorm van de kosmos. Dit is een persoonlijk stempel die Hildegard hier legt op het reeds duizendjarig motief van het wereldbeeld, ontworpen door de Griekse astronoom Ptolomaeus uit de tweede eeuw na Christus.

De gangbare voorstelling is cirkelvormig, of zoals Hildegard zelf op latere leeftijd in haar Liber Divinorum Operum aangeeft, de vorm van een rad. Waarom spreekt zij hier van eivormig? In haar uitleg geeft zij er een symbolische betekenis aan. Deze vorm wijst de gelovige op de almachtige God, die niet te vatten is in zijn majesteit en niet te doorvorsen is in zijn geheimen.

Terwijl Hildegard nog bezig is met het mysterie van het kwaad, wijst zij reeds op God als bron en doel van onze hoop op het herstel van het nieuwe leven. Denken wij aan nieuw leven, dan denken wij ook aan een ei. Daar komt bij dat Hildegard, in haar poging om het onderscheid en verband tussen de verschillende elementen in de opbouw van de kosmos aan te duiden, het een prachtig beeld vond in het afpellen van de verschillende lagen van een ei rondom de dooier die in het midden hangt. De ronde vorm van de dooier was een voor de hand liggend beeld van de aarde, welke voor die tijd het middelpunt vormde van de hele samengestelde kosmos.

Dit grootse motief van de kosmos in eivorm is door de miniaturist uitgewerkt tegen een achtergrond van geel en blauw met witte puntjes. Hierover wordt niet gesproken in de tekst, maar het is mogelijk in deze twee kleuren een beeld van God zelf te zien, waarin de kosmos hangt. Het geel komen we straks tegen in miniatuur 27 voor de deugd Veritas, in miniatuur 29 voor de deugd Castitas en tenslotte in miniatuur 30 voor de Sapientia. Van haar wordt uitdrukkelijk gezegd, dat zij in goud gekleed gaan.

Maar de kunstenaar moest, omdat het bladgoud al zoveel gebruikt is, naar een andere kleur uitzien om de goudkleur uit te beelden, zoals in deze miniatuur naast de gouden vlammen. Zo slaat het geel, alias goud, op God als Scheppende Geest en het blauw op Zijn goedheid. Dit is te zien in de miniaturen 10 en 11.

Een tweede motief is de buitenste ring die bestaat uit vergulde met rood uitgetekende vlammen en de daarop volgende cirkel van een benauwende zwarte kleur. In deze laag zien we bliksemschichten en hagelkorrels uitgebeeld. Deze tegenstelling, tussen het vurig licht en de zwarte duisternis rondom de aardbol die in het midden van de blauwe sterrenhemel hangt, is voor Hildegard het beeld van het mysterie van het kwaad, dat zich opstelt tussen God en de geschapen mens.

Het is de strijd van het licht tegen de duisternis en zijn uiteindelijke overwinning waarover het hele boek Scivias spreekt. We zien in deze miniatuur nòg een keer de tegenstelling door goud en zwart uitgebeeld en wel in de wereldbol die daar in het midden zweeft. In de visioensbeschrijving is niet aangegeven hoe die zwevende bol er uitzag, alleen wordt er van een wereldbol gesproken.

Dom Baillet spreekt hier van de vier elementen, de aarde is groen, het water blauw en wit en hij probeert het goud en het zwart uit te leggen als vuur en lucht. Men kan ook uitleggen dat hier in het goud en het zwart weer die tegenstelling te zien is van licht en duisternis, het goed en kwaad.

Ditzelfde motief komt voor in de miniaturen over het doopsel waar Christus, de nieuw gedoopte, de twee wegen zal tonen. De ene weg naar het licht is aangeduid door het goud en de ander naar de duisternis is aangeduid door het zwart, nog verduidelijkt door de rode vlammen van de hel. Het feit, dat heel de compositie door de miniaturist binnen de omlijsting is gehouden, wijst op de overtuiging van Hildegard dat al het geschapene door de menselijke geest begrepen kan worden.

We zien in de buitenste ring van vlammen drie planeten samen met de grote zonnester die het kader van de eivorm overschrijden. Zij verbeelden het mysterie van de Menswording van de Eniggeborene des Vaders (steeds door de zon aangeduid omdat Hij de bron is van alle licht) en het mysterie van de Drievuldigheid die de menselijke geest te boven gaan. Maar tegelijk heeft de kunstenaar door dit overschrijden van het kader prachtig de eivorm van de kosmos onderstreept.

In de buitenste ring van vuur zien we rechts drie rode kopjes blazen. Zij stellen de Zuidenwind voor met haar nevenwinden, die hun oorsprong vinden in deze vurige zone. Links zien we in de buitenste ring drie groene kopjes uitgebeeld die bliksemschichten en hagelkorrels spuwen. Zij stellen de Noordenwind voor met haar nevenwinden. In de blauwe hemelse zone met de sterren huist de Oostenwind, onderaan door groene kopjes aangeduid, en in de waterhoudende ring rondom de aardbol bevindt zich de Westenwind, door drie grijze kopjes weergegeven.

Het motief van de vier windstreken speelde een grote rol in de verbeeldingswereld van de middeleeuwse mens en kreeg een grote plaats toebedeeld in de symbolentaal. Deze symbolen zullen we dan ook in onze miniaturenserie dikwijls ontmoeten. Zoals reeds gezegd, is het ei voor Hildegard een kernbeeld om de viriditas, de groeikracht van de hele schepping, uit te beelden. Op dit gegeven gaat het volgende visioen dieper in.

.

.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Derde miniatuur: tweede visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

tweede visioen van het eerste boek

 

.

 

.
.
.
.
.
.

Met de voorstelling vóór ons, luisteren we eerst naar wat de Stem van boven aan Hildegard meedeelde.

“Wie met gelovige overgave en liefde God aanhangt, zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt raken en losgerukt worden van de hemelse zaligheid. Wie God slechts naar uiterlijke schijn dient, zal niet tot het hogere opstijgen, maar integendeel buitengeworpen worden en in de onderwereld terecht komen.”

Wat in deze miniatuur als eerste opvalt, is het opstijgende zwarte vlak, dat met grijpvingers naar de sterrenhemel reikt en dat donkerrode vlammen aan zijn voet laat zien. Naast dit zwart gegeven zien we het gelukkige paradijs, aangeduid door een vergulde achtergrond en twee rijk versierde bomen. Boven het paradijs prijken in de blauwe hemel naast kleine witte sterren nog negentien grote sterren van goud.

Hiermede is de engelenwereld bedoeld, maar deze is bevolkt met een niet volmaakt getal van sterren. Immers een derde deel der geesten heeft zich niet aan God wensen te onderwerpen en is in het hellevuur neergestort.

God heeft in Zijn Wijsheid de lege plaatsen willen aanvullen en Hij schiep de mensheid, hier aangeduid door acht sterren in een wit-groene wolk, voortkomend uit de zijde van Adam. Samen met de eerste negentien vormen zij een getal van zeven en twintig sterren, het volmaakte getal van drie in de derde macht. Drie maal drie maal drie.

Tegen dit plan rijst het vreselijk verzet van de onderwereld en terwijl de zwarte vingers onmachtig zijn de sterren in de hemel te grijpen, vergiftigt een vlam, in de vorm van een slangekop, de acht sterren in de schoot van Eva.

Aangrijpender kan men het mysterie van de erfzonde niet uitbeelden. Dit is ook als iconografisch gegeven uniek in de kunstgeschiedenis. Wanneer we een niet traditionele voorstelling ontmoeten, dan mogen we daar naar de wezenskern van de mystieke boodschap van Hildegard zoeken. Deze kern ligt in de strijd tussen licht en duister, tussen heiligheid en zonde. Hierover zegt de Stem:

“Wie van liefde brandt zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt worden.”

Het enige wat ons gevraagd wordt, is met overgave God aan te hangen en te geloven, dat God uiteindelijk overwint. Eén van de kernpunten van de boodschap van Hildegard is, dat God haar getoond heeft, hoe de wegen zijn waarlangs de vijand verslagen zal worden. En toch zullen we in de volgende visioenen zien, hoe Hildegard, ondanks haar geloof en overgave, van tijd tot tijd beeft voor het mysterie van het kwaad.

Dit komt ook voort uit haar sterk kosmisch gevoel. Zij voelt zich intens verbonden met heel de zichtbare schepping en weet zich onder invloed van de sterren, planeten, winden en regen te staan. Zij ervaart in haar lichaam heel pijnlijk de wanorde van de elementen die in de vier hoeken van deze miniatuur zijn uitgebeeld: water en aarde beneden, lucht en vuur in de bovenhoeken.

Eén motief in deze miniatuur is nog niet besproken, n.l. de oranje band tussen de sterrenhemel en de vergulde achtergrond van het paradijs. In de uitleg van de Scivias-tekst staat, dat een lichtglans rondom het paradijs werd opgetrokken, toen het eerste mensenpaar de tuin van Eden moest verlaten. Want God wil het paradijs ongerept bewaren voor de zielen die eenmaal door de Verlosser aan de greep van de duivel ontrukt zullen worden.

Dat nu deze glans de kleur draagt van het morgenrood, de aurora, is van diepe betekenis. Dit motief wordt in de miniaturen nog breed uitgewerkt in verband met het mysterie van de Menswording uit de Moedermaagd.

De vruchtbaarheid van het moederschap is een gegeven dat sterk in de gedachtenwereld van Hildegard meespeelt om de activiteit van God in beeld te brengen. Daarom is de wolk uit de zijde van Adam groen gekleurd. Alleen al over de kleur groen en het trefwoord viriditas zou een afzonderlijk hoofdstuk geschreven kunnen worden. Voor ons moderne mensen roept de kleur groen, zoals wij die kennen in de natuur, heel gemakkelijk associaties op met de groei van alles wat leeft.

Deze miniatuur gaf ons een eerste blik in het grote mysterie van het kwaad. Nu gaat Hildegard de invloed hiervan op de hele kosmos, de makro kosmos beschrijven. Daarna komt de rol van het kwaad in iedere mensenziel, de mikro kosmos. Immers uit de bewegingen van de grote kosmos leren Hildegard en ook wij de drijfveren van het menselijke doen en laten steeds beter kennen.

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

De weg van mystieke wijsheid

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

.

 

.

 

 

.

 

In haar boek Scivias maakt Hildegard von Bingen duidelijk dat men niet

zomaar in de mystieke wijsheid kan  worden ingewijd,

maar dat daar een rijpingsweg aan voorafgaat die stap 

voor stap moet worden afgelegd.

Zij hoort Gods stem de volgende woorden zeggen:

 

 

HET GEESTELIJKE KOMT NIET VANZELF:

.

‘Velen willen een spel met Mij spelen. Zonder enige inspanning van hun ziel en hun verstand
willen ze tot Mij naderen. Zij staan er niet bij stil dat ze Mij eerst moeten aanroepen, zich
moeten bezinnen op wat hun lichaam vraagt. Zij willen Mij alleen maar in bezit nemen. Als
iemand die uit een diepe slaap ontwaakt, storten ze zich naar eigen goeddunken, in een
plotselinge, misleidende opwelling op de weg van de heiligheid. 

Zij willen gemak: God moet hun dienaar zijn, en al hun wensen vervullen. Aan dergelijke
aanmatiging verleen Ik geen genade. Ik wil niet zaaien in de lege akker van een mens die zo
zelfingenomen zoekt zich met Mij te verenigen, als een vreemdeling die Mij niet kent. 
Mens, waarom heb je de akker van je ziel niet geïnspecteerd, en het onkruid, de doornen
en de distels uitgerukt?

Je had Mij moeten aanroepen, en jezelf moeten onderzoeken, voordat je zonder zelfkennis,
als een beschonkene en waanzinnige tot Mij kwam, want zonder mijn hulp ben je niet in staat
een lichtend werk te volbrengen. Wanneer je Mij zo onbezonnen, als in de slaap, hebt gezocht,
zul je door verveling worden aangegrepen. 

.

 

 

WAT DE GEESTELIJKE WEG KAN GEVEN:

.

Waartoe ben je met Mij in staat? De stralendste werken, die feller stralen dan de glans van
de zon en zoeter zijn dan honing en melk voor wie ernaar verlangt. Wees volhardend in je zoeken naar Mij en ik zal je helpen. Ik zal rozen en lelies en andere welriekende kruiden der deugd in je akker zaaien. En ik zal hem voortdurend bevochtigen door de inspiratie van de Heilige Geest.

Ik wil Mij met jou verenigen en jouw pijn delen. Jouw schepper heeft je de beste schat
gegeven, een levende schat: je verstand. Vervuld van de troost van de Heilige Geest zul je in wijsheid onderscheiden wat goed is, en nog grotere werken volbrengen. Met een fel brandende liefde zul je je Vader verheerlijken, die je dit alles in zijn goedheid heeft gegeven.’

 

 

.

VOORBEELD OVER DE ‘(ON)DEUGDEN’: ONGEHOORZAAMHEID – GEHOORZAAMHEID

.

Ook in de tijd van Hildegard was er kennelijk sprake van aanvechting van het geloof en onzekerheid, zoals blijkt uit de volgende dialoog in haar boek ‘Liber Vitae Meritorum’:

.
De Ongehoorzame (‘Inobedientia’) zegt daarin:

.
“Wij zijn de rechtmatige filosofen en wij zijn wijzer dan alle anderen. Zo veel meesters hebben  ons voorschriften opgelegd naar hun eigen goeddunken; moeten wij handelen naar hun wil? Wat een onzin. Wat ik mijzelf voorschrijf, daarvan weet ik precies wat ik eraan heb en welk nut het heeft. Ik moet datgene doen wat ik kan zien en bevatten en waarvan ik het nut inzie’.

 

.
Ook het Ongeloof (‘Infidelitas’) spreekt zich op een dergelijke wijze uit:

.
‘Ik ken geen ander leven dan dit hier wat ik kan zien, voelen en begrijpen.  Hoe ik verder ook zoek en speur, en wat ik ook te zien, te horen en te weten kom, ik vind geen andere werkelijkheid. Alleen dat wat ik zie, dat weet ik’.

.
Het valt niet mee een dergelijke opvatting te weerleggen, men kan hoogstens proberen de
eenzijdigheid van deze zienswijze aan te tonen.

 

.

Zo zegt de Gehoorzaamheid (‘Obedientia’) :

‘Ik weerklink als een citer op het bevel van zijn Woord.  Ik streef niets na dan wat van God komt, daar ik van Hem uitging. Uit Hem ben ik gegroeid en ik wil geen andere God’.

Ook het Geloof ( ‘Fides’) probeert niet de ongelovige van zijn opvatting af te brengen; zij
verweert zich alleen tegen het gerationaliseer, en bekent dat zij ‘een spiegel van God’ zou
willen zijn.

 

.

 

afbeelding-6

Oproep tot geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

DE JUISTE MAAT

.

Hildegard is zeer sceptisch over de uitwassen van ascese, waarbij mensen door een verkeerd
opgevatte vroomheid hun lichaam tiranniseren:

‘De mateloosheid van deze houding leidt hem (de mens) vervolgens tot het onverdraaglijke, en voert de onthouding in hem op tot in het overdrevene, zodat hij zich dan in zijn mateloosheid ook geoorloofde dingen onthoudt en tenslotte ook een afkeer van andere deugden krijgt.

In de waan dat hij terugkeert tot de gerechtigheid en dat hij overloopt van nauwgezetheid, zet hij voor zichzelf de valstrik van de vermoeidheid, omdat hij met een dergelijke buitensporige onthouding de breekbaarheid van de moed en de achtzaamheid negeert. Tenslotte twijfelt hij eraan of hij zich noch wel staande kan houden, en loopt zo in de valkuil van de vertwijfeling’.

 

.

 

LOFZANG OP HET JUISTE EVENWICHT

.

‘O hoe heerlijk is de Godheid, die, terwijl Zij schept en werkt door haar schepselen, zelf haar werkelijkheid openbaart! Als de mens zijn vlees met mate voedt, is ook zijn gedrag vrolijk en aangenaam. Wanneer hij er echter op los leeft in schranspartijen en drankgelagen, dan legt hij de kiem voor elke schandelijke ondeugd.

Maar wie zijn lichaam door dwaze onthouding schaadt, loopt altijd met een nors gezicht
rond. Hoe zou de liefde in jou kunnen wonen wanneer jij niets wilt weten van medelijden met de
ziekten van andere mensen? Houd je tempel zorgvuldig op orde, zodat de groene levenskracht, waarmee jij God in liefde omgeeft, geen schade lijdt, want God heeft jouw ziel intens lief.’

.

.

 

GOD IS OOK IN JE DAGELIJKSE BESLOMMERINGEN

.

Aan bisschop Eberhard van Salzburg, die bij haar om raad vraagt, omdat oververmoeid
raakt doordat er van alle kanten aan hem werd getrokken schrijft zij:

 

‘De lichte kanten van datgene wat u wilt, beschouwt u als een huisgenoot, maar de
schaduwzijde van de moeite van de wereld als een vreemdeling. Gij laat niet toe dat zij
samenkomen en daardoor is uw geest vaak vermoeid.

Want ge ziet uw zoeken naar God en uw inspanningen voor het volk niet als een eenheid. En toch kunnen beide, zowel het hemelse als uw inzet voor het volk, gezien worden als één
deugd. Zo hing ook Christus het hemelse aan en was hij tegelijkertijd begaan met het volk’.

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

 

 

Tweede Miniatuur: eerste visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

Hildegard von Bingen

.

 

 

 

 

eerste visioen van het eerste boek

.

 

 

.

 

 

 

Deze miniatuur hoort bij het eerste visioen van het eerste boek van het driedelige werk Scivias. Het eerste boek bevat zes visioenen, die met negen miniaturen verlucht zijn.

.

In dit eerste visioen gaat het om de ontmoeting van God en de mens Hildegard. Terwijl Hildegard de Stem hoorde van Hem die op de berg zat, kregen die woorden de vormen en kleuren als in deze miniatuur weergegeven.

En de doordringende Stem sprak:

“Gebrekkige mens, stof van aardse stof, as van as, roep en spreek er over, hoe men in de verlossing welke alles herstelt, binnengaat. Stort jezelf uit als een overmatig rijke bron en doe deze van geheimen zwangere leer uitstromen, opdat door deze watervloed de priesters opgeschrikt worden die hun plicht verzaken en die ook nog vanwege de zonde van Eva jou als vrouw minderwaardig vinden. Wat je nu hoort en ziet, ontvang je niet door een mens, maar door de vreeswekkende hemelse Rechter wordt je dit van bovenaf gegeven, waar dit sterke licht steeds weer onder de voeten van de Lichtende die zetelt op de troon, in volle klaarheid opvlamt. Verkondig wat je nu geleerd hebt, hoe God die Zijn schepping met macht en goedheid regeert al degenen die Hem vrezen en Hem deemoedig dienen, overstroomt met hemelse verlichting en hen zo, als zij volharden op de weg der gerechtigheid, voert tot de vreugde van de ware aanschouwing’”.

In welke beeldvormen is deze toespraak in de geest van Hildegard geëtst? Om te beginnen: de stem van de openbaring komt van bovenaf. Zij ziet een hoge berg, een onwrikbaar volume met de kleur van ijzer. Deze kleur wordt een van de kern begrippen in heel de miniaturenserie. Hier is ijzer weergegeven met de kleur grijs, maar later zal dit bladzilver zijn.

Die ijzerkleurige berg is door zwarte lijnen in zeven heuvelen verdeeld. Waarom zeven? Het getal zeven komt in de Bijbel veelvuldig voor. Het duidt op een verandering, die na een periode zal aanbreken, met een nieuw begin als gevolg. Het is voor ons gemakkelijk aan te voelen, waarom voor de troon van de hoogste Rechter een berg getekend is. Hoeveel te meer dan voor mensen, die leefden van de Bijbel en zijn beelden.

Is de berg Sinaï niet de troon van God?  God gebruikt de berg als Zijn zetel en Hij verschijnt volledig in een gouden kleur, die nog sprekender gemaakt is door de rode lijnen die licht en vuur suggereren: een poging om het oogverblindende zo sterk mogelijk uit te beelden. Ook bij ons verwijst zo’n berg-zetel naar iemand die macht bezit.

“Maar”, zegt de hemelse Stem, “God regeert niet alleen met macht maar ook met goedheid!” Dit is aanschouwelijk voorgesteld door twee grote vleugels die zich van Gods schouders uitstrekken. Dat vleugels goedheid en bescherming kunnen uitbeelden, behoeft geen betoog, maar het is een originele vondst van de miniaturist de grote goedheid van God weer te geven door de vleugels het eigenlijke kader van de miniatuur ver te laten overschrijden. Deze uitbeeldingswijze zullen we ook in andere miniaturen tegenkomen.

Nu zegt de Stem, dat God diegenen met Zijn hemels licht overstroomt, die Hem vrezen en deemoedig dienen. Deze twee zielshoudingen zijn noodzakelijk om met God in contact te kunnen treden. Want men kan God wel vrezen en Hem toch niet dienen; denken we slechts aan de gevallen engelen.  De psalmist zegt immers van de deugd om God te vrezen: de Vreze des Heren is het begin van alle Wijsheid (ps. 110).

We zullen in een der laatste visioenen van Scivias de enorme betekenis van deze deugd ontdekken, doordat zij daar bij de gaven van de H. Geest behandeld wordt, omdat de Mensenzoon haar als garantie van Zijn zending aangehaald heeft (Luc. 4,18 – Is. 61,1-2).

Hier is deze deugd voorgesteld als een mensenfiguur die geheel overdekt is met een gekleurde tule, waarop aan alle kanten open ogen geborduurd zijn. Daardoor is haar waakzaamheid tegen het kwaad en haar streven naar het goede duidelijk aangegeven.

De andere figuur, een kind met een matkleurig kleed, duidt op de Armoede van Geest. Ze draagt witte schoenen, omdat ze graag de voetstappen van Gods Zoon volgt. Het is dit figuurtje, dat bijna hulpeloos haar handen in biddend gebaar ophoudt, dat rechtstreeks van de voeten van de Hemelse Vader met een gouden lichtstroom overgoten wordt, en wel zozeer, dat het gezicht niet eens meer te onderscheiden valt. Zo volkomen wordt haar geringheid opgenomen in de goddelijke liefdegloed.

We merken op dat rondom elk der twee figuren bundels licht met sterren geschilderd zijn. De tekst van Scivias zegt: allen die God vrezen, worden door Gods genade verlicht om hun goede werken te kunnen verrichten. Maar de mystieke begenadiging, rechtstreeks komend uit Gods licht, is alleen voor hen die dit geschonken krijgen als een charismatische gave ten bate van heel de Kerk.

In de berg, of beter in de zeven heuvels ziet men tien maal twee hoofden in een venster afgebeeld, en bij goed toezien bemerkt men, dat het ene hoofd twee rode koontjes heeft en het andere bleek is. Dit moet laten zien, dat er zielen zijn, die gezond zijn en volharden op de weg der gerechtigheid en weer anderen die lauw en slap zijn.

Ja, zegt de verklaring van Hildegard, Gods kennis kent de waarde van iedere ziel. En juist het mysterie van de vrije wil van ieder mens speelt een belangrijke rol in heel het betoog van het boek Scivias. Deze miniatuur, eenvoudig van opzet, is met weinig commentaar te begrijpen. De volgende is moeilijker maar ook mooier.

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

De eerste miniatuur: St. Hildegardis en Volmar

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

.

De eerste miniatuur:  St. Hildegardis en Volmar

.

 

.
.
.
.
.

Deze eerste miniatuur van het handschrift toont ons de schrijfster van het boek Scivias, juist zoals in de oude Evangeliaria de schrijvers van de vier evangelies werden afgebeeld. Dit kleine tafereel beantwoordt volledig aan de Praetestificatio, het voorwoord, waarmede haar boek begint.

 

.

We zien het kleine klooster uitgebeeld waarin Hildegard de verlichting te beurt viel. Twee kleine kamers met rode koepeltjes en vergulde vensters bevinden zich naast een grote ruimte. Het is daar dat onze zieneres gezeten is, gekleed in kovel (koormantel), opgehouden in de taille.

In een van de twee zijvertrekken buiten het slot, buigt door een spreekvenster de monnik Volmar zijn hoofd naar Hildegard om vol verbazing te luisteren naar wat hij van haar hoort. Hij houdt zijn ogen wijd open en op zijn knieën ligt een boek van perkament. Hij is gereed om over te schrijven, wat de heilige zelf met een stift op de wastabletten op haar knieën vastlegt.

Om het hoofd van Hildegard spelen vijf rode vlammen, waarvan er één reikt tot op haar borst. Het is de schittering van het vuur dat volgens haar eigen woorden in het voorwoord, plotseling vanuit de geopende hemel neerdaalde om haar hersenen te doordringen en haar hart te verwarmen.

De achtergrond, waartegen Hildegard afsteekt, is van het schitterendste bladgoud. We zullen in de volgende miniaturen nog dikwijls het goud tegenkomen als symbool van het bovennatuurlijke leven, uitgestort door Gods Geest, die de bron is van alle heiligheid.

Deze miniatuur, ontstaan onder toezicht van de heilige zelf, is een duidelijke aanwijzing van de persoonlijke overtuiging van deze nederige vrouw, dat zij een geroepene was, en dat zij als profetes moest optreden. Hoe had zij anders toegestaan op deze wijze uitgebeeld te worden?

Dit eerste miniatuurtje is één van de zorgvuldigst uitgevoerde werkstukken van deze serie. Dit is gemakkelijk te verklaren, omdat de voorstelling volledig kon steunen op traditionele voorbeelden en omdat de miniaturistengroep met veel ijver aan de opdracht begon en haar bewust of onbewust wilde tonen, waartoe zij in staat was.

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

De hoofdgedachten van Hidegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

 

 

 

.

 

hildegard

 

.

 

 

De hoofdgedachten zijn:

.

Kosmos, geboorte, levensloop en sterven van de mens;

zondeval en verlossing door Christus (niet door de engelen);

de H. Drievuldigheid;

Doopsel en de Kerk als lichaam van Christus;

de Kerk als Stad Gods in de loop der geschiedenis, waarin de mysteries van Christus en der gelovigen centraal staan;

de Wederkomst en het Oordeel;

 

.

 

Eigenlijk als in de Bijbel

 

a) Oude Testament,

b) Nieuwe Testament

c) Apocalyps.

.

 

Dit kader waarbinnen het geheel van Scivias is opgebouwd kunnen we ook leren kennen door uit de tekst van de visioenen die passages te lichten waar sprake is van de Stem uit de Hoge. Als we dan uit de toespraak bij ieder visioen de kernboodschap nemen, en we schrijven al deze boodschappen achter elkaar op, dan hebben we de mooiste samenvatting van de boodschap en de getuigenis van Hildegard, die dan ongeveer als volgt luidt:

.

 

 

Eerste Boek:

 

scivias-ken-de-wegen-set-deel-1-en-2

.

 

 

De boodschap is: God die alles geschapen heeft en regeert, zal degenen die Hem in ootmoed dienen, met hemels licht doorstralen om hen die er mee instemmen tot ware aanschouwing te voeren.

.

“Hildegardis, roep, ja schreeuw het uit, wat je existentieel in één lichtflits, in één mystieke ervaring hebt mogen beleven. Ik, God, dwing je daartoe. Immers, zij die eigenlijk de blijde boodschap, het evangelie moesten verkondigen, laten door zelfzucht verstek gaan.”

“Dit zijn de wegen des Heren. Wie instemt met God zal nooit uit het hemels evenwicht losgerukt worden wees dus niet bang. Immers, in de geschapen, zichtbare dingen openbaart God de onzichtbare geestelijke dingen.”

De grootste openbaring is, dat de tweede Persoon van de H. Drieëenheid voor ons zichtbaar is geworden door de Menswording uit de Maagd Maria. Omdat eens Adam en na hem ieder mens in schuld verstrikt is geraakt, wil Gods Woord zelf, door ook mens te worden, ons hulp bieden en ons terug voeren op de wegen des Heren.

Vóór de Menswording van Christus hield God het uitverkoren volk wel de wet voor. Het bleek dat deze te zwaar was voor hen. Christus heeft die gestrengheid in de mildheid der genade veranderd en zalfde zó de mens die door de wet gewond was geraakt.

Vóór Christus, in Christus’ dagen en na Christus’ helpen de engelen ieder van ons, door Gods boodschappen over de juiste wegen door te geven.

 

.

 

 

Tweede Boek:

 

 

scivias-deel-2-198x300

.

.

 

 

Verlossingswerk gezien van God uit.

.

“Ondanks de tegenwerking van de geestelijkheid die je, om je vrouw-zijn, het spreken wil beletten: Roep toch, zoals Ik het je geopenbaard heb”.

De levende God schiep alles door Zijn Woord en door ditzelfde Woord verlost Hij de mens en brengt hij hem in het hemelse Jeruzalem. Deze verlossingswil ligt in het hart van de H. Drievuldigheid. Daar ligt de bron van alle natuurlijk en geestelijk leven. De hemelse stad Jeruzalem, welke hier op aarde reeds in de Kerk een aanvang neemt, wordt gevormd door levende stenen.

Dat zijn zowel de grote als de kleine gelovigen, gelijk ook een net grote en kleine vissen ophaalt. Iedere gelovige, groot en klein, wordt herboren in het doopsel en ontvangt zijn volwassenheid door de zalving van de H. Geest. Maar de uitgroei naar volwassenheid wordt hevig tegengewerkt door de gevallen engel en zijn trawanten. Christus echter overwint hen.

 

.

 

 

Derde Boek:

 

 

deel 3

 

.

 

 

Verlossingswerk gezien vanuit de mens.

.

Nu volgt onder het dynamisch beeld van de opbouw van een stad, weer de verkondiging van dezelfde mystieke verlichting. Justitia, de Gerechtigheid Gods, eist dat de Schepper, die ook de Verlosser is, alle eer toekomt en in trouw geloof aanbeden wordt.

Op het fundament van dit geloof wordt het gebouw van de Gerechtigheid opgetrokken. Vóór het Oude Verbond was alleen de aanleg te zien, denken we slechts aan de aartsvaders. Maar onder de joodse wet en met Christus’ komst ging het gebouw de hoogte in. Omwille van Gods Zoon toont God zich in het Nieuwe Verbond wel mild, maar Hij straft in een scherp oordeel elk verhard gemoed dat de Geest versmaadt.

Het Oude Verbond liet duidelijk zien, wat de eerste voorwaarde is voor de geestelijke opbouw, n.l. in deemoed gehoorzaamheid betuigen aan wie door de Geest in gezag gesteld zijn. Door Christus is het mysterie van de Drieëenheid openbaar geworden, maar net als met het mysterie van de Menswording van de tweede Persoon kan men deze geheimen alleen doorgronden in zover de H. Geest ze wil openbaren.

De Zoon Gods roept alle deugdzamen op om samen de verdedigingsmuur te vormen tegen de vijand, opdat geen gelovige door duivelse list geroofd kan worden. Ieder die zichzelf weet te verloochenen, ontdekt dat de Zoon Gods, die zetelt op hoeksteen in het Oosten, degene is uit wie alles voortkomt en tot wie alles terugkeert.

Wel gaat al het geschapene te gronde, maar de bruid van de Zoon Gods zal in groter heerlijkheid opstaan en in de armen van haar geliefde vallen. Al het geschapene zal overgaan in een nooit eindigend lichtvisioen waar een nieuw lied weerklinkt:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe, door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd. Amen”.

Als we nu deze samenvatting overlezen, komen twee blijde boodschappen op ons af. In de eerste gaat het over God en het mensgeworden Woord, Christus, en daarna over de Kerk als stad, als een bolwerk met verdedigingsmuren, waarvan alles steunt op één hoeksteen. Die hoeksteen is weer de Christus en zo wordt er een nauw verband gelegd tussen God, Christus en de stad Jeruzalem ofwel de Kerk.

En deze verhouding tussen Christus en de Kerk wordt op het einde bij de wederkomst des Heren geformuleerd in termen van de bruid die in de armen van haar Geliefde zal vallen. Dit is de eerste boodschap door onze profetes verkondigd.

Maar de tweede is wellicht nog belangrijker. Aan de absolute eis van de Justitia, dat aan de Schepper, die tevens de Verlosser is, alle eer moet toekomen, is uiteindelijk volledig voldaan. De wegen des Heren leiden hoe dan ook alle naar God zelf. Daarom hoort Hildegard aan het slot een nieuw lied:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen, als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd”.

Wat is het nieuwe in dit lied? Dat dank zij het verlossende lijden van Christus ook de zwakke broeders in het geloof het einddoel zullen bereiken. De blijde boodschap, het ware Evangelie, is dat Christus in het hart van de Drieëenheid zich ontfermt over de arme massa.

God kan aanvullen wat er bij ons kleingelovigen ontbreekt en Hij heeft dit ook gedaan. De grootheid van God is dat Hij, toen de hoogste geesten weigerden Hem te aanbidden en in de afgrond vielen, de minste der geesten, de mens, in hun plaats koos. En God heeft kans gezien om de onvolmaakte mens binnen te dragen in Zijn Rijk om de opengevallen plaatsen in te nemen.

Terecht zou iemand kunnen opmerken: Wat Hildegard ons als profetes meent te moeten meedelen, is toch eigenlijk geen nieuws! Wat de leer betreft inderdaad niet, maar wat de beleving en verkondiging ervan betreft wel.

Hier treedt een vrouw naar voren, die ons verzekert geroepen te zijn, om de door God aangewezen bisschoppen en priesters terecht te wijzen. De hele Scivias is gericht tot de geestelijkheid, die volgens de hemelse stem haar plicht verwaarloost.

Maar Hildegard aarzelde lang om deze opdracht te vervullen, wat helemaal niet moeilijk te begrijpen is. Zij was immers een vrouw en vrouwen hadden zeker in háár tijd geen enkele stem in de kerkelijke hiërarchie. Toen zij desondanks begon te spreken, voelde zij het als een bijna onoverkomelijk bezwaar, dat zij geen onderricht had gehad in welsprekendheid.

Het nauwelijks Latijn dat zij kende had ze zich eigen gemaakt door het veelvuldig lezen en zingen van de H. Schrift. En toch moest zij spreken, maar hoe? Terwijl zij over de korte maar hevige ervaring van de Godsontmoeting en verlichting begon na te denken, waaierde het licht uit als een regenboog, of beter als een reeks kerkramen van gebrandschilderd glas in een kathedraal.

Het licht werd haar duidelijk in beelden maar altijd in beelden die in haar geheugen reeds aanwezig waren. Als zij deze dan ook beschrijft, herkennen we veel motieven uit de kerkelijke iconografie van de eerste eeuwen van het christendom.

Evenwel, de bekende beelden waren voor haar niet toereikend om haar strikt persoonlijke ervaring tot uitdrukking te brengen. Voor die momenten ontwerpt Hildegard nieuwe composities van vorm en kleur. Daarom dienen we attent te zijn zodra we, bij het bestuderen van de vijfendertig miniaturen, nieuwe iconografische gegevens tegenkomen.

Bij die nieuwe voorstellingen en kleurencombinaties kunnen we er op rekenen, dat in de tekst hele persoonlijke ontboezemingen onder woorden zijn gebracht en wel zo persoonlijk, dat we van unieke ervaringen van zuiver mystiek gehalte kunnen spreken.

.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

 

Een beschrijving van de miniaturen van Hildegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

De bedoeling van dit boek is de miniaturen te beschouwen, te bemediteren, door ook de tekst van Scivias erbij te betrekken. Daarnaast zullen het vooral de kleuren zijn en de metalen goud en zilver die ons de weg zullen wijzen naar de boodschap van Hildegardis.

 

.

 

hildegardvonbingen

 

.

De kleuren zijn belangrijk omdat deze miniaturen gemaakt zijn in de 12e eeuw toen de heraldiek een aanvang nam en direct tot volle bloei kwam. Als men de vuistregel van de heraldiek, dat een bepaalde kleur, in welke combinatie ook, bijna altijd dezelfde betekenis heeft, toepast op onze miniaturen, heeft men reeds de eerste sleutel in handen om de gedachtenwereld van Hildegardis binnen te gaan.

En dan is er als hulpmiddel, voor het vinden van de toenmalige betekenis der kleuren, dat het heel dikwijls Hildegardis zelf is, die in de tekst die betekenis aangeeft. De twee metalen kan men ook indelen bij de kleuren, maar voor de miniaturisten van de 11e eeuw hadden deze door de kostbaarheid van het materiaal een zeer bijzondere betekenis.

Wat voor het begrijpen van deze miniaturen ook verhelderend werkt is het feit dat juist de miniaturen het belangrijkste zijn om de diepere zin te achterhalen van de boodschap en het profetische getuigenis, welke Hildegardis vanuit de mystieke verlichting ons wil overdragen.

Naast het feit van de artistieke compositie valt het op dat juist de dertien miniaturen, die een gehele bladzijde beslaan, ook voor Hildegardis de belangrijkste zijn. Zij vormen het grote kader waarbinnen de andere tweeëntwintig miniaturen van een halve of een kwart bladzijde opgesteld staan.

Eigenlijk zijn het er elf die een volle bladzijde beslaan; twee miniaturen nemen bijna een bladzijde in, wat samen een aantal van dertien oplevert.

Dan zijn er zestien miniaturen die precies een halve bladzijde nodig hebben, daar voegen we nog drie aan toe die vanwege de voorstelling een driekwart bladzijde vullen; samen dus negentien halve bladzijde miniaturen.

Tenslotte drie die niet groter zijn dan een kwart bladzijde.

 

 

.

 

Welke zijn de dertien grote miniaturen?

 

De eerste is nr. 4: De prachtige voorstelling van de kosmos, volgens de idee van Ptolomaeus, zoals die in de middeleeuwen algemeen werd aangenomen .

 

 

.

kosmos

 

.

 

De tweede is nr. 5: De levensloop van de geestelijke mens.

De derde is nr. 7: Het sterven en het bijzonder oordeel van de mens.

De vierde is nr. 9: De zeldzaam mooie miniatuur van de negen koren der engelen.

De vijfde is nr. 10: De schepping, zondeval en verlossing.

De zesde is nr. 11: De voornaamste van heel de serie, n.l. van de voorstelling van de H. Drievuldigheid.

De zevende is nr. 12: Het sacrament van het Doopsel.

De achtste is nr. 14: Het mysterie van de maagdelijke Kerk.

De negende is nr. 21: Het mysterie van de Stad Gods.

De tiende is nr. 27: Het Oude Testament en de bekering tot Christus.

De elfde is nr. 30: Het mysterie van de Kerk na Pinksteren.

De twaalfde is nr. 32: Het einde der tijden en de wederkomst van Christus.

De dertiende is nr. 33: Het Laatste Oordeel

 

 

hildegard-einde-der-tijden-1

 

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Wie was Hildegard von Bingen?

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

.

 

hildegard-von-bingen

 

 

 

.

Historisch levenverhaal

.

Hildegard von Bingen was een opmerkelijke vrouw en schrijfster wat uitzonderlijk was voor die tijd. Zij schreef belangrijke theologische werken en ze schreef ook over de natuur en de geneeskundige eigenschappen van planten, dieren en mineralen.

Bisschoppen, pausen, koningen en zelfs de keizer Frederik Barbarossas vroegen haar om advies. Veel hedendaagse uitgaven over kruiden en mineralen met geneeskundige krachten en esoterische eigenschappen zijn gebaseerd op haar werken.

Ze was de stichteres van het beroemde klooster Rupertsberg. Ze schreef en componeerde veel liederen en hield visionaire, soms apocalyptische preken die haar grote faam bezorgden.

De “arme, domme vrouw uit de Rijn” sprak ze over zichzelf maar toch was ze een van de belangrijkste morele pijlers die het geloof in die tijd voor de kerk herstelde. Volgens velen was zij het het beeld van een heilige en zuivere maagd sinds de Maagd Maria.

Nederigheid, bescheidenheid en ondergeschiktheid in het traditionele hiërarchisch systeem waren haar doelstellingen. Op basis van geloof moesten onderwijs en wetenschappelijk studie samen gaan voor het welzijn van iedereen. Zelfs tijdens haar leven werd zij als een heilige vereerd. Dit is terug te vinden in geschriften van katholieke kerk over martelaren en heiligen. Officieel is ze zalig maar nooit heilig verklaard.

Haar bijnaam was de Sibille van de Rijn.

 

.

 

           De abdij in Eibingen vandaag

 

Abtei_St._Hildegard_(Eibingen)

 

 

 

 

          Hildegard von Bingen

 

HidegardvonBingen-01

 

 

 

 

               Bernard van Clairvaux

 

Saint-Bernard

 

.

 

 

 De vroege jaren van Hiledagard van Bingen

.

Hildegard Van Bingen werd geboren in Bermersheim ( Midden- Duitsland ) in de zomer van 1098. Zij was het tiende kind van een adellijke familie die zeer toegewijd was aan God wat gebruikelijk was in die tijd. Drie van haar broers en zussen hebben ook hun leven gewijd aan de Kerk: één broer was deken in de kathedraal van Mainz, één broer was kanunnik in Tholey en haar zuster was non in hetzelfde klooster van Hildegard.

Op de leeftijd van drie jaar had Hildegard al visioenen met lichtverschijnselen die anderen niet zagen. Daarom verbergde ze haar gaven de daarop volgende jaren. Op achtjarige leeftijd stuurde haar familie Hildegard naar het Benedictijns klooster Disibodenberg nabij Bingen. Aan de buitenkant van het klooster was een soort gebouw met cellen opgetrokken en eenmaal dat men toetrad tot de gemeenschap werd de ingang dichtgemetseld.

In het klooster leidde men een streng religieus bestaan met een grote toewijding aan god. De kluizenares Jutta von Sponheim, een tante van Hildegard, was het hoofd van deze gemeenschap. Ook zij werd later heilig verklaard. Via een klein raam verbonden met het klooster bracht men hen eten en drinken en ook de ontlasting werd hierdoor verwijderd. De kloosterlingen mochten luisteren naar de dienst en de gezangen in de kerk. In hun simpele vertrekken besteedde men de tijd aan gebed en meditatie.

Onder het toeziende oog van Jutta werd Hildegard ingewijd in het kloosterleven. Haar eigenlijke titel was gravin. Jutta leerde haar lezen en schrijven in het latijn om Bijbelse teksten te interpreteren en de liturgie te bestuderen. In 1141 kreeg Hildegard ( 43 jaar )een visioen dat haar leven compleet zou veranderen.

Bij dit goddelijk visioen werd haar gevraagd notities te nemen van alles wat ze waarnam en die op papier te zetten. Hierdoor kreeg zij een opmerkelijk inzicht over geneeskundige krachten via het gebruik van kruiden en mineralen. In de jaren die daarop volgden vertelde Hildegard aan de monnik Volmar over haar visioenen en het goddelijke inzicht. Die monnik zou haar in het verdere leven steunen en begeleiden.

Hoewel Hildegard door haar eigen nederigheid nooit twijfelde over de goddelijke natuur van haar visioenen waren zij en Volmar bang om het aan de christelijke kerk mede te delen. Zij dachten dat het bezwarende geschriften konden zijn door het schisma uit die tijd. In plaats daarvan schreef ze een brief aan Bernard van Clairvaux om haar te adviseren waarop zij een wantrouwig antwoord terug kreeg.

Door de wonderbaarlijke genezing van Hildegard van een ernstige ziekte kregen haar visioenen plotseling een andere weerklank. Hildegard vertelde dat dit de wil van God was en plots werd er veel geloof gehecht aan wat zij schreef.

Bernhard van Clairvaux rapporteerde de geschriften aan paus Eugenius III op een synode (1145-1153). De paus toonde grote interesse voor de visioenen en geschriften van Hildegard. Hij riep Hildegard op om haar werk voort te zetten. Met deze pauselijke zegen heeft Hildegard haar eerste visionaire werk Scivias afgewerkt ( ken de wegen van de Heer ) wat haar een grote bekendheid bracht tot ver buiten de Duitse grenzen.

 

 

 

hildegard en volmar

 

Het reinigende vuur kom uit de hemel en omvat Hildegard’s gedachten en ziel.
Hildegard schrijft haar visioen op en haar secretaris en vertrouweling Volmar maakt kopijen.

 

 

.

 De latere jaren van Hildegard van Bingen

.

In 1150 Hildegard richtte zij met 30 andere nonnen een nieuw klooster op in de buurt van Bingen. Dit tot ergernis van de monniken van Disibodenberg die teleurgesteld waren door het verlies van een belangrijke bron van inkomen en roem. Later stichtte Hildegard aan de andere kant van de Rijn een klooster in Eibingen wat nu de huidige Abdij van St. Hildegard is.

Deze abdij verkeert in een goede staat maar het het klooster in de buurt van Bingen werd in de 30-jarige oorlog vernietigd. In de volgende jaren was Hildegard zeer productief. Na haar beroemde boek Scivias schreef ze twee boeken van profetische aard:

Liber vitae meritorum  > Boek van de verdiensten van het leven(11501163)

Liber  Divinorum Operum Boek van Goddelijke werken (1163.)

Ook zijn 300 brieven bijzonder goed bewaard gebleven. Deze waren aan haar gericht door pausen, abten, koningen, eenvoudige monniken, nonnen en doodgewone mensen. Dit gaf de historici de kans om een nauwkeurig beeld van haar leven en doelstellingen te bestuderen.

 

.

 

Scivias

Scivias

 

 

.

 

Liber Divinorum

Liber Divinorum

 

 

 

Andere werken

.

  • Van groot belang was haar muziek in die tijd. Hildegard componeerde vooral gregoriaans gezangen over de Maagd Maria en haar maagdelijkheid. Volgens de legende zijn de nummers gecomponeerd door engelen en werd het gezang van de engelen overgebracht via haar visioenen. De liederen die ze schreef en componeerde kregen veel weerklank.

 

  • Hildegard is ook de auteur van Physica en Causae et Cura. Dit gaat over de natuur en natuurlijke genezing gebaseerd op de Griekse kosmologie van de vier elementen aarde, water, vuur en lucht met hun respectieve kwaliteiten hitte, droogheid, vochtigheid en koude. Daarmee correspondeerden de vier temperamenten in het lichaam: cholerich (gele gal), sanguinisch (bloed), flegmatisch (slijm) en melancolisch (zwarte gal). De menselijke persoonlijkheid werd dan bepaald door het overwicht dat een of twee van die temperamenten had. Ziekte ontstond doordat het delicate evenwicht tussen deze temperamenten verstoord was, en kon enkel hersteld worden door de juiste plant of het juiste dier te eten dat de kwaliteit bezat die het lichaam nodig had. Hildegard had vooral belangstelling voor het beschrijven van planten, vogels, dieren en stenen om de kwaliteit van een object te achterhalen waaruit zij dan de geneeskrachtige toepassing afleidde.In haar medische boeken staan vele recepten gebaseerd op basis van kruiden en wijn. Als eerst vrouwelijke arts schreef zij haar bevindingen neer over gezondheid en ziekte symptomen.

 

  • Hildegard vond ook een eigen, alternatief alfabet uit. Zo tonen haar teksten en composities haar aanpassing van het middeleeuwse Latijn met zelfbedachte woorden en vervoegingen. Aanhangers van artificiële talen bekijken haar als een middeleeuwse voorganger. Hildegards Lingua Ignota geldt als een van de oudste kunsttalen uit de geschiedenis.

 

.

.

Physica

Physica

 

 

 

 

causae et cura

causae et cura

 

.

 

 

Hildegard over seksualiteit

.

Hildegard was de eerste vrouw die op een algemeen positieve manier schreef over seksuele relaties. Van haar is ook een geschrift overgeleverd wat zou kunnen gelden als de vroegst bekende beschrijving van het vrouwelijk orgasme:

(citaat) vert. uit het Engels: “Als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg…

 

Het was verwonderlijk hoe zij als maagdelijke vrouw met geen seksuele ervaring een bijzondere visie had op seksualiteit. Volgens haar moest men het seksuele genot als positiefs ervaren en dat seks niet het werk van de duivel was. Zij beschreef hoe de kracht van het zaad het geslacht van het kind bepaalt door het belangrijke liefdespel van het koppel.

Als de vrouw tijdens de paring innig verbonden is met de man volgt er een totale eenmaking. Tijdens het gezamenlijke orgasme en zaadlozing komt een sterke warmte naar de hersenen die het paren beïnvloedt wat een zalig gevoel van totale harmonie geeft. Haar duidelijk antwoord werd haar niet altijd in dank afgenomen. Daardoor kwam zij enkele keren in aanvaring met het kerkelijke gezag.

 

.

 

Overlijden en heiligverklaring

.

Hildegard is overleden op 81 jarige leeftijd in het klooster van Rupertberg nabij Bingen op 17 September 1179. Zij werd begraven op het kloosterkerkhof van de Parochiekerk in Eibingen. Toen Hildegard stierf meldden de aanwezigen dat op dat moment vanuit de hemel een helder licht op haar sponde viel, zoals ze zelf in een visioen had waargenomen:”Mijn ziel gloeit als omringd door een vlammenzee. De jeugdige kracht, vulkanische uitbarsting van lenteachtige gratie.” Haar relieken werden in 1642 overgebracht naar de parochiekerk in Eibingen.

Hildegard van Bingen was de eerste vrouw die in Rome voorgesteld werd voor een heiligverklaring (1228). Ze werd al vereerd als een heilige tijdens haar leven. De Heilige Hildegard wordt gevierd op 17 september in het bisdom Speyer, Mainz, Trier en Limburg en de abdij Solesmes. Tegen het einde van de 16e Eeuw werd zij opgenomen in het Romeinse martelaren boek.

Haar heiligverklaring dateert van 10 mei 2012. Op 7 oktober 2012 werd zij als kerklerares erkend. Beide verklaringen werden door Paus Benedictus XVI uitgevoerd.

 

.

 

Schrijn van de relieken van Hildegard van Bingen

Schrijn van de relieken van Hildegard van Bingen

 

 

.

 

 

tekening

 

 

 De tekening toont Hildegard tijdens het opnemen van een visie.

 

.

 

 

Mineralen als heelstenen

 

In het boek “Die  Heilsteine der Hildegard von Bingen” beschrijft Hildegard het nut van mineralen voor meditatie en de heilzame eigenschappen op de moderne mens. 850 jaar geleden is het voor het eerst gedrukt en de hedendaagse herdrukte versie is voor vele mensen nog steeds relevant.

.

 

 

Buch-Die-Heilsteine-der-Hildegard-von-Bingen-Autor-Michael-Gienger

 

 

 

Hildegard beschrijft in haar boek de mineralen agaat, amethist, barnsteen (ligiriussteen), bergkristal calciet  (kalksteen), carneool, chalcedoon, chrysoberyl, chrysopraas, diamant, gips (alabast) kalkolieth, (margariten ), magnetiet (magneetsteen), granaat (karbunkel), onyx, jaspis (heliotroop), peridoot, parel, prasemkwarts, sardonix, kwartsvarieteit, smaragd, topaas en zirkoon (hyacintsteen).

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA