Tagarchief: Matthëus

Contradicties in de bijbel : deel 6

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

913e87eb51e3bfc0da03139a07d8ae4e

 

 

 

Psalmen 44:24 vs. Psalmen 121:3

 

Psalmen 44:24
24 Waak op! Waarom slaapt Gij, Here?
Ontwaak! Verstoot niet voor eeuwig!

Psalmen 121:3
3 Hij zal niet toelaten, dat uw voet wankelt,
uw Bewaarder zal niet sluimeren.

Psalm 44:24 geeft alleen maar correct weer wat de gevoelens van de psalmist zijn richting God. Natuurlijk wil dat niet zeggen dat God slaapt. Bovendien is het beeldend bedoeld: het lijkt alsof Hij slaapt, omdat Hij schijnbaar niets doet aan de ellende van de schrijver. Maar natuurlijk weet God wat wij doormaken en uiteindelijk zal Hij gerechtigheid doen geschieden.

Parallel hieraan wordt de eerste helft van Psalm 13:2 wel eens aangehaald om de Bijbel te laten zeggen dat God dingen vergeet:

Psalm 13:2
2 Hoelang, Here? Zult Gij mij voortdurend vergeten?
Hoelang zult Gij uw aangezicht voor mij verbergen?

Dit is opnieuw slechts een uitdrukkingswijze om kenbaar te maken hoe de psalmist zich voelt: het lijkt wel alsof God hem vergeten is. Iedereen met ‘common sense’ begrijpt dit en dit is ook de manier waarop de psalmist het bedoeld heeft.

 

 

Spreuken 1:28 vs. Spreuken 8:17

 

Spreuken 1:28
28 dan zullen zij tot mij roepen, maar ik zal niet antwoorden,
zij zullen mij zoeken, maar mij niet vinden.

Spreuken 8:17
17 Ik heb lief wie mij liefhebben,
wie mij ijverig zoeken, zullen mij vinden.

Noot: Absolute uitspraken in wijsheidsliteratuur moeten niet absoluut opgevat worden, ze zijn vaak retorisch van karakter.

Het gaat om twee verschillende groepen mensen. De groep van Spreuken 1:28 valt niet onder ‘wie Mij ijverig zoeken,’ want ze zoeken God op een hypocriete manier, namelijk pas als ze hulp nodig hebben.

 

 

Spreuken 23:6 vs. Spreuken 28:22

 

Spreuken 23:6
6 Eet niet het brood van wie boos van oog is,
begeer zijn lekkernijen niet;

Spreuken 28:22
22 Een man, boos van oog, hunkert naar rijkdom,
en hij weet niet, dat gebrek hem zal overkomen.

Wie ‘boos van oog’ is, staat armoede te wachten. Maar dat wil niet zeggen dat deze armoede hem nog tijdens zijn aardse leven zal overvallen. Lees bijvoorbeeld de gelijkenis van Lazarus.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Spreuken 26:4 vs. 5

 

Spreuken 26:4,5
4 Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid,
opdat gijzelf hem niet gelijk wordt.
5 Antwoord een zot naar zijn dwaasheid,
opdat hij niet wijs zij in eigen oog.

Dit zei Salomo, de wijste man aller tijden. En we kunnen er een belangrijke les uit leren. Het is geen tegenstrijdigheid, maar een dilemma. Want hoe moet je een dwaas antwoorden?

Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid,
opdat gijzelf hem niet gelijk wordt.

Discussies over schepping en evolutie geven een mooie gelegenheid dit uit te leggen. Eén van de belangrijkste zaken om in te zien is dat een evolutionist en een christen radicaal verschillende uitgangpunten hebben, verschillende vooringenomen standpunten. Het belangrijkste verschil is het volgende: de christen gaat ervan uit dat er een God is, een Schepper, terwijl het een evolutionistische wetenschapper per definitie niet geoorloofd is een bovennatuurlijke entiteit te betrekken bij zijn ‘wetenschappelijke’ theorieën. Naturalistische wetenschap betreft namelijk per definitie alleen het natuurlijke, het waarneembare. Ook zal een atheïstische evolutionist Gods Woord niet zien als ‘goddelijk geïnspireerd’. Hiermee valt de evolutionist onder de Bijbelse definitie van een dwaas:

Psalm 53:2
2 De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.

Als je een discussie ziet tussen een evolutionist en een creationist, rara welk argument hoor je de evolutionist het vaakst herhalen? ‘Schepping is onwetenschappelijk.’ ‘De Bijbel is onwetenschappelijk!’ ‘God is onwetenschappelijk!!!’ (En dat klopt ook naar hun goddeloze, door atheïsten zelfbedachte definitie van wetenschap.) En de evolutionist zal eisen dat de christen zich aan de naturalistische ‘regels van de wetenschap’ houdt. Bijvoorbeeld de volgende uitspraak:

In de eerste plaats zijn binnen de wetenschap alleen in fysieke termen formuleerbare, tot het materiële terug te voeren oorzaken legitiem; het bovennatuurlijke valt buiten het wetenschappelijke domein, en verklaringen die naar het bovennatuurlijke – bijvoorbeeld naar een schepper – verwijzen zijn niet toegestaan.

Hierin ligt hun dwaasheid. Christenen moeten oppassen dat ze hier niet in mee gaan! Christenen moeten niet toegeven aan de atheïstische eis om de atheïstische (dwaze) uitgangspunten te accepteren. Ook moet de christen iets als ‘houd de Bijbel er buiten’ niet accepteren.

 

.

god_is_trouw

.

 

Als je toegeeft aan de onjuiste uitgangspunten (de dwaasheden) van de tegenstander, ben je net zo dwaas als hem en zul je nooit tot de juiste conclusies komen en nooit de discussie kunnen winnen. Dus antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid.

Antwoord een zot naar zijn dwaasheid,
opdat hij niet wijs zij in eigen oog.

Maar als je de dwaas niet antwoordt naar zijn eigen uitgangspunten, zal hij wijs zijn in zijn eigen ogen. Je kunt de Bijbel beargumenteren wat je wilt, als je hem niet aantoont waarom zijn uitgangspunten onjuist zijn, zal hij trots blijven denken dat hij de wijsheid in pacht heeft. Je moet dus aantonen dat zijn uitgangspunten leiden tot interne contradicties binnen zijn wereldbeeld.

Het atheïstische uitgangspunt dat alleen natuurlijke verklaringen ‘toegestaan’ zijn loopt spaak. Want je kunt per definitie geen natuurlijke verklaring vinden voor het ultieme begin van het universum. Binnen de natuurwetten heeft alles een oorzaak. En aan iedere oorzaak is weer een andere oorzaak vooraf gegaan. Het universum kan niet oneindig oud zijn, vanwege de tweede hoofdwet der thermodynamica (het universum bevindt zich namelijk niet in een staat van complete entropie). Er moet dus een eerste oorzaak geweest zijn, die zelf niet door iets eerder veroorzaakt is. Deze eerste oorzaak valt buiten de natuurwetten, en voldoet dus niet aan de eis van het naturalisme.

Een andere manier is aantonen dat het uniformiteitprincipe (de aanname dat processen, zoals radioactief verval, altijd met dezelfde snelheid verlopen), dat veel mensen gebruiken om aan te tonen dat de aarde al miljarden jaren oud is, ook bruikbaar is om een jonge leeftijd van de aarde te beargumenteren. Er zijn heel veel processen, zoals de slijtage van de continenten, de hoeveelheid zout die jaarlijks naar de zee gebracht wordt, de afname van de energie van het magnetische veld, enzovoort, die nog helemaal niet zo lang bezig kunnen zijn als atheïsten geloven (gezien de huidige snelheden waarmee die processen zich voltrekken). Het uniformiteitprincipe is ook één van de aannames die evolutionisten doen, maar er kan dus aangetoond worden dat deze aanname leidt tot tegenstrijdige conclusies, en dus niet kan kloppen.

Zo kun je een zot antwoorden naar zijn dwaasheid (zijn uitgangspunten), met het doel hem in te doen zien dat zijn wereldbeeld niet consistent is, zodat hij niet wijs is in zijn eigen ogen.

 

 

Jesaja 26:10 vs. Jesaja 40:5

 

Jesaja 26:10
10 Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de majesteit des Heren ziet hij niet.

Jesaja 40:5
5 En de heerlijkheid des Heren zal zich openbaren, en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des Heren heeft het gesproken.

Van alle genres in de Bijbel is profetie het moeilijkst te interpreteren, je kunt het dus niet oppervlakkig lezen en gelijk roepen: ‘Contradictie!’ Maar als je wanhopig op zoek bent naar fouten in de Bijbel en reikhalzend uitziet naar alles wat lijkt op een tegenstrijdigheid, ligt de zaak kennelijk anders.

In dit geval kunnen we simpelweg antwoorden dat Jesaja 26:10 een ander moment beschrijft dan Jesaja 40:5. Op het moment van Jesaja 26:10 verkeert de goddeloze nog in het ongewisse. Daar komt echter al in het volgende vers verandering in:

Jesaja 26:10,11
10 Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de majesteit des HEREN ziet hij niet. 11 HERE, uw hand is verheven, maar zij beseffen het niet; zij zullen het echter beseffen en beschaamd staan over uw ijver voor het volk. Ja, het vuur over uw tegenstanders zal hen verteren.

En uiteindelijk volgt het ‘iedere knie zal zich buigen’-moment (Jesaja 45:23). Maar tot die tijd heeft de goddeloze, in weerwil van alle tekenen, nog geen flauw idee wat hem te wachten staat.

 

 

Matteüs 1:16 vs. Lukas 3:23

 

Matteüs 1:16
16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.

Lukas 3:23
23 En Hij, Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar, een zoon, naar men meende, van Jozef, de zoon van Eli,

Het geslachtsregister in Matteüs volgt de koninklijke lijn van Davids zoon Salomo naar Jozef, de officiële vader van Jezus. Het geslachtsregister in Lucas volgt de fysieke lijn van Davids zoon Natan, via Maria naar Jezus.

Eli was dus niet Jozefs fysieke vader, maar de vader van Maria. Waarom staat er dan dat Eli Jozefs vader was? In het geval van een huwelijk waaruit geen zonen voortkwamen, was het mogelijk dat de schoonzoon een zoon werd van zijn schoonvader, om de familienaam in stand te houden. Het is goed mogelijk dat dit met Jozef en Eli ook zo gegaan is, aangezien er nergens in de Bijbel melding wordt gemaakt van een broer van Maria (wel van haar zus, o.a. in Johannes 19:25).

 

 

 

 

 

Matteüs 5:16 vs. Matthëus 23:5

 

Matteüs 5:16
16 Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

Matteüs 23:5
5 Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,

Merk het verschil in motief op. De Farizeeën leefden heel vroom om zelf een goede naam te krijgen.

Jezus gebiedt zijn discipelen goed te leven en goede werken te doen. De positieve resultaten zijn in te delen in drie categorieën:

  • Medemensen zijn er mee geholpen.
  • God zal je belonen (niet je medemens).
  • Mensen zullen het niet als toeval zien dat juist alle christenen goede werken doen (dit is het scenario dat Jezus wil, maar dat geen realiteit is). Hierdoor zullen mensen sympathieker staan tegenover het geloof in Jezus Christus.

Het gaat er dus om dat het niet om zelfverheerlijking te doen is, maar tot eer van God.

 

 

 

Matteüs 5:44 vs. 2 Johannes 1:10

 

Matteüs 5:44
44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen,

2 Johannes 1:10
10 Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom.

Je kunt dwaalleraren weigeren binnen te laten, maar nog steeds van ze houden en voor ze bidden. Geen contradictie.

 

 

Matteüs 7:1 vs. Johannes 7:24

 

Matteüs 7:1
1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt;

Johannes 7:24
24 Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt met een rechtvaardig oordeel.

Mogen we oordelen, of niet? Uiteraard vinden we de oplossing in de context.

Matteüs 7:1-5
1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; 2 want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. 3 Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? 4 Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? 5 Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen.

Dit gedeelte is niet direct tegen oordelen (ter verbetering), maar tegen hypocriet oordelen. Jezus zegt hier immers dat je de ander mag helpen de splinter uit zijn oog te halen, mits je er zelf geen balk in hebt zitten. Want alleen dan zul je scherp kunnen zien en rechtvaardig kunnen oordelen, zoals in Johannes 7:24.

 

 

 

 

 

Matteüs 27:5 vs. Handelingen 1:18

 

Matteüs 27:5
5 En de zilverlingen in de tempel werpende, verwijderde hij zich; daarop ging hij heen en verhing zich.

Handelingen 1:18
18 Deze nu heeft een stuk grond verkregen voor het loon zijner ongerechtigheid en voorovergestort, is hij midden opengereten en al zijn ingewanden zijn naar buiten gekomen;

Hoe is Judas omgekomen? Heeft hij zichzelf opgehangen, of viel hij te pletter? Er zijn verschillende mogelijke oplossingen. Voorlopig blijf ik bij die van Josh McDowell, die in zijn boek The New Evidence that Demands a Verdict schrijft:

For example, one of my associates had always wondered why the books of Matthew and Acts gave conflicting versions of the death of Judas Iscariot. Matthew relates that Judas died by hanging himself. But Acts says that Judas fell headlong in a field, ‘his body burst open and all his intestines spilled out.’ My friend was perplexed as to how both accounts could be true. He theorized that Judas must have hanged himself off the side of a cliff, the rope gave way and he fell headlong into the field below. It would be the only way a fall into a field could burst open a body. Sure enough, several years later on a trip to the Holy Land, my friend was shown the traditional site of Judas’s death: a field at the bottom of a cliff outside Jerusalem.
Josh McDowell, The New Evidence that Demands a Verdict, 1999, p. 46

Daarna kochten de hogepriesters dat stuk land op Judas’ naam.

 

 

Matteüs 27:37 vs. Markus 15:26 vs. Lukas 23:38 vs. Johannes 19:19

 

Matteüs 27:37
37 En boven zijn hoofd brachten zij op schrift de beschuldiging tegen Hem aan: Dit is Jezus, de Koning der Joden.

Markus 15:26
26 En het opschrift, dat de beschuldiging tegen Hem vermeldde, luidde: De Koning der Joden.

Lukas 23:38
38 Er was ook een opschrift boven Hem: Dit is de Koning der Joden.

Johannes 19:19
19 En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden.

(Wetenswaardigheidje: het stond er in drie talen, Hebreeuws, Latijn en Grieks. We kunnen niet met zekerheid zeggen dat er in alle drie de talen exact hetzelfde stond.)

Het is niet tegenstrijdig maar aanvullend. Stel je voor, André, Peter en Wouter rijden via dezelfde weg, maar moeten omrijden omdat de weg is afgezet. Achteraf zegt André over het bord bij de wegafzetting: “Op het bord stond: ‘Deze weg is afgezet, u wordt omgeleid’.” Peter zegt: “Er was een bord waarop stond: ‘Deze weg is afgezet wegens wegwerkzaamheden’.” En tot slot zegt Wouter: “Het bord las: ‘U wordt omgeleid, excuses voor het ongemak’.” Spreken ze elkaar tegen? Natuurlijk niet, alleen ze citeren slechts delen van wat op het bord stond.

Matteüs: ‘Dit is Jezus, de Koning der Joden.’
Markus: ‘De Koning der Joden.’
Lucas: ‘Dit is de Koning der Joden.’
Johannes: ‘Jezus, de Nazareeër, de Koning der Joden.’

Er zou dus gestaan kunnen hebben: ‘Dit is Jezus, de Nazareeër, de Koning der Joden.’

 

.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Is het met de dood uit?

Standaard

categorie : religie

.

.

oordeel op de laatste dag

pasteltekening van John Astria

.

Matheüs 22 : 23 – 33

.

23 Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem,

24Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken.
25 Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder.
26 Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot de zevende toe.
27 Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven.
28 In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?
29 Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.
30 Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel.
31 En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:
32 Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden.
33En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer.
.
.

Moderne sadduceeën

.

De naam farizeeër is bij velen, die overigens weinig van de Bijbel weten, wel bekend. Vrome farizeeër, schijnheilige farizeeër, het is een gangbaar scheldwoord geworden. En helaas moet toegegeven worden, dat er in de christenheid genoeg mensen zijn die zich een dergelijke aanduiding waard hebben gemaakt. Uiterlijk zo godsdienstig en vroom als wat, maar wee als je met ze te maken krijgt.

Velen weten echter niet dat er nog een tweede groep Joden in de Bijbel een aparte vermelding krijgt. Dat zijn namelijk de sadduceeën. Het woord sadduceeër is nooit ingeburgerd in onze taal, dit in tegenstelling met de uitdrukking farizeeër, en toch zijn er in het christendom zeker zoveel Sadduceeërs als farizeeërs.

De sadduceeën zou je de vrijzinnigen van de oude tijd kunnen noemen. Ze stonden open voor vreemde invloeden en namen het met de Bijbel niet zo nauw. Van een opstanding bijvoorbeeld wilden ze niets weten, hel en hemel daar moest je bij hen niet mee aankomen. Ze bekeken de Bijbel door hun materialistische bril, en wat niet direct met de rede strookte schreven ze af.

Zo zijn er vandaag de dag genoeg die hun eigen godsdienst hebben opgebouwd: een beetje christendom aan de Bijbel ontleend en ’n hele hoop eigen ideeën, en daar een aftrekseltje van. En wat ze met hun verstand niet direct rijmen kunnen wordt aan de kant gegooid. Moderne sadduceeën!

.

Er waren eens zeven broers

.

Deze sadduceeën nu komen bij Jezus met een vraag. Niet echt met een vraag waarop ze graag een antwoord willen hebben, nee, met een strikvraag. Deze nuchterlingen die alleen maar willen geloven wat ze zien, komen met een zeer onwaarschijnlijk verhaaltje bij de Here Jezus. Het lijkt net een sprookje:

‘Er waren bij ons zeven broers. De één trouwde, maar stierf kort daarop zonder kinderen na te laten. Volgens de wet van Mozes moest zijn broer toen met de weduwe trouwen (zogenaamde zwagerhuwelijk), en zou het eerste kind uit dit huwelijk op naam van de oudste broer komen te staan, zodat dienst erfdeel onder Israël bewaard bleef.

Maar ook die tweede broer stierf zonder kinderen na te laten, en zo ging het met de derde, de vierde enzovoort…. Tot de zevende toe. Tenslotte stierf ook de vrouw. Dit was het mooie verhaaltje, en nu kwam de vraag: Van wie van de zeven zal ze dan in de opstanding de vrouw zijn? Want allen hebben haar tot vrouw gehad’.
Met deze vraag meenden ze de onmogelijkheid van de opstanding te hebben aangetoond. Dom geredeneer. Precies zo dom zijn de moderne loochenaars van de opstanding met al hun argumenten van: ‘Hoe kan dat nou?’

.

Gij dwaalt

.

De Heiland legt deze sadduceeën met een paar woorden de oorzaak van hun dwaling uit: ‘Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods’.

Deze Joden wilden de Bijbel met de Bijbel bestrijden, maar ze kenden de Bijbel niet goed. Zo gaat het ook de modernen van nu. Zonder goed te lezen of te begrijpen wat er staat wil men de Bijbel gaan ontzenuwen.

1 : De Here maakt zijn vraagstellers duidelijk dat de mensen in de opstanding niet huwen, dat er dan andere verhoudingen gelden dan de aardse, lichamelijke banden. Zover hadden de sadduceeën echter niet nagedacht.

2 : Christus beroept zich op een naam van God, die de sadduceeën ook respecteerden, namelijk de term: de God van Abraham, Izaäk en Jakob. Als Abraham, Izaäk en Jakob voorgoed verleden tijd zijn, wat heeft dan voor zin dat God zich – nog steeds – hun God noemt? Dan zou God een naam dragen die aangeeft dat het verleden voorgoed verleden is.

Maar God is niet een God van dode mensen, maar van levenden. Abraham, Izaäk en Jakob bestaan voor Hem, ook al zien wij ze niet in hun verteerde aardse lichaam. En eenmaal in de dag der opstanding zal God hun zielen weer een lichaam geven, een verheerlijkt lichaam, zodat ze als complete mensen voor Hem zullen leven in de heerlijkheid.

.

De wens is de vader van de gedachte

.

Waarom wilden de sadduceeën dat het met de dood uit was, en waarom willen zovelen dat nog steeds?

Verschillende redenen zijn :

1 : verstandsredenen

2 : het zich onmogelijk kunnen voorstellen van een opstanding

3 : gewetensargumenten

4 : een opstanding brengt verantwoording afleggen met zich mee

5 : niet met het verleden geconfronteerd willen worden

Voor velen geeft dit laatste argument de doorslag. Maak u echter niets wijs. Het is met de dood niet uit. De Bijbel zegt:

“zoals het de mensen beschikt is eenmaal te sterven en daarna het oordeel” (Hebreeën 9:27).

Er volgt oordeel en rekenschap afleggen. De Bijbel kent maar één middel om aan dat oordeel te ontkomen, namelijk door zich te bekeren en te geloven in Jezus Christus. Van zulke mensen geldt:

“Wie in de Zoon gelooft komt niet in het oordeel” (Joh. 5:24; 3:18).

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Waarom, daarom!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Helend bloed

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Mattheüs 27:45

(Matth. 27:45-49)Eén van de uitspraken die Jezus Christus gedaan heeft toen Hij aan het kruis hing, luidt: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”Dit is één van de vele “waaroms” in deze wereld. Misschien heeft u in uw leven ook wel series “waaroms” waarop u nooit antwoord krijgt.

 

 

Maar op dit “waarom” is een duidelijk antwoord te geven. Jezus Christus werd niet door God verlaten omdat Hij een misdadiger, een onreine of een zondaar was. Integendeel, Hij was de enige volmaakte, zondeloze mens. Maar daar op het kruis nam Hij onze plaats in. Daar wilde Hij de toorn van God over de zonde dragen. En zo erg zijn onze zonden voor God, dat Hij Zijn Zoon moest verlaten en Hem prijs moest geven aan Zijn toorn. Dat deed God om u en mij te kunnen redden. Daarom.

Voelt u dan niet, dat er buiten het kruis van Christus om geen redding is? Begrijpt u dan niet dat iemand die het kruis versmaadt, geen schijn van kans op redding heeft? Als u aan het kruis voorbijgaat, als u meent voor God te kunnen bestaan met uw “goeie leven”, dan zal Hij u voor eeuwig moeten verlaten, zoals Hij Christus drie uren verliet.

Waarom u deze boodschap krijgt? Om u op te roepen uw schuld voor God te erkennen en een nieuw leven te beginnen met Jezus Christus. Daarom!

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Waarom vier evangeliën?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Waarom vier evangeliën?

 

De Bijbel is niet een enkel boek maar een verzameling van verschillende boeken en geschriften. Als je de Bijbel openslaat kom je al gauw tot de ontdekking dat dit ‘boek’ uit twee hoofddelen bestaat, te weten: het Oude Testament en het Nieuwe Testament

 

 

Het Oude Testament

 

Het eerste deel, vaak afgekort tot OT, omvat de boeken die het Joodse volk heeft bewaard en ons heeft overgeleverd. De apostel Paulus zegt dat het voorrecht van de Jood o.a. is dat “hun de woorden van God zijn toevertrouwd” (Rm 3:1,2). Dit eerste deel omvat de boeken Genesis tot en met Maleachi.

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

Het tweede deel, vaak afgekort tot NT, omvat de geschriften na

(1) de komst van Jezus Christus op aarde,

(2) zijn dood op het kruis,

(3) de opstanding uit de doden,

(4) zijn hemelvaart en

(5) de uitstorting van de Heilige Geest op aarde, zijn opgesteld.

 

Dit tweede deel omvat de boeken Mattheüs tot en met Openbaring.

 

 

 

Het Nieuwe Testament begint met de vier Evangeliën

 

– het evangelie opgesteld door Mattheüs;
– het evangelie opgesteld door Markus;
– het evangelie opgesteld door Lukas en
– het evangelie opgesteld door Johannes.

 

Natuurlijk komt dan de vraag op waarom er vier evangeliën zijn. Kon dat niet met één? Dat zou het geval zijn als de vier slechts herhalingen waren van wat Jezus Christus gedaan heeft. Nu kan men bij de eerste drie wel aan herhalingen denken want ze beschrijven veel dezelfde gebeurtenissen. Dat geldt niet voor het vierde evangelie want dat is totaal verschillend van de andere drie, maar ook de eerste drie vertonen toch wel kenmerkende verschillen.  Deze verschillen hebben te maken met het doel dat de schrijvers voor ogen stond bij het opstellen van hun boek.

 

 

 

Door verschillende uitleggers uit het verleden is dat doel als volgt aangegeven

 

– Mattheüs heeft als doel de Heer Jezus voor te stellen als de koning;
– Markus beschrijft Hem als de profeet / dienstknecht;
– Lukas schildert de Heer als de Mensenzoon en
– Johannes tekent hem als de Zoon van God.

Johannes geeft het doel dat hij heeft met zoveel woorden aan in Jh 20:31. Bij de anderen moet men het afleiden uit de inhoud.

 

 

 

De vier evangeliën worden elk gekenmerkt door een bepaalde uitdrukking die er regelmatig in voorkomt

 

– bij Mattheüs is dat de uitdrukking “opdat vervuld zou worden”;
– bij Markus komen we regelmatig de uitdrukking “terstond” tegen (ruim
40 maal);
– bij Lukas zijn het de woorden “en het gebeurde”;
– bij Johannes is de kenmerkende uitdrukking “gezonden”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Gebed: Het Onze Vader en de vergeving

Standaard

categorie : religie

 

 

Het Onze Vader

 

1.Onze Vader,

2.die in de Hemelen zijt,

3.geheiligd zij Uw Naam,

4.Uw Rijk kome,

5.Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.

6.Geef ons heden ons dagelijks brood

7.en vergeef ons onze schulden,

8.gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren

9.En leid ons niet in bekoring

10.maar verlos ons van het kwade.

Amen.

 

 

 

Het Onze Vader is het meest verbreide christelijke gebed en dateert uit de eerste eeuw. Het gebed richt zich tot God en is volgens het evangelie door Jezus Christus zelf aan zijn volgelingen geleerd.

 

Men vindt het gebed in de bijbel in Matteüs 6: 9-13 bij de bergrede en in Lucas 11: 2-4. De oudste teksten van het Onzevader die zijn overgeleverd, zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Katholieken in Nederland gebruiken een andere vertaling dan katholieken in Vlaanderen. Het hierboven vertaalde gebed is de versie van Matteüs.

 

 

Waarvoor bidt men?

 

  • De eerste 5 regels gaan over God. Hij is onze Vader, hij woont in de hemel, zijn naam is heilig, er komt een nieuw samenstel van dingen zonder zonden en hij is de soevereine heerser over het zichtbare en onzichtbare.
  • In regel 6 vraagt de bidder God om hem te geven wat hij in het dagelijkse leven nodig heeft.
  • De volgende twee regels gaan over vergeving vragen en vergeving geven.
  • De voorlaatste zin van het gebed is doeltreffend wanneer men in een crisis situatie verkeerd waarbij men de nabijheid van het boze voelt. De duivel zal wijken bij het bidden van het Onze Vader.
  • In de laatste regel geeft de mens toe dat hij onder invloed staat van het  kwade. Hij vestigt zijn hoop op God om ooit definitief van het boze verlost te worden.

 

 

De noodzaak van vergeving

 

In het Onze Vader bidt men om vergeven te worden en vergeving te geven. Het zijn belangrijke voorwaarden om eeuwig leven te bekomen.

 

 

De gelijkenis van de slaaf die niet wilde vergeven (Matteus 18: 21-35)

 

 

 

 

Wat aan de gelijkenis vooraf ging:

 

Jezus had richtlijnen gegeven wat de christen moest doen als zijn broeder zondigt ( Matteus 18: 15-17 ).
De bedoeling hiervan is dat de schuldige door zachtmoedigheid de noodzaak van berouw en bekering zal inzien.

“Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal” ( Matteus 18: 21-22 ).

 

Vergeving vragen en vergeving schenken is één van waardevolste dingen die het leven kent, maar ook één van de moeilijkste.

 

– hoe moeilijk is het niet om vergeving te vragen ( bang voor vernedering en afwijzing )
– hoe moeilijk is het niet om vergeving te schenken ( bang om opnieuw gekwetst te worden )
– mensen zijn vaak in hun eer, gevoel en waarde gekwetst.
– mensen ervaren het geven van vergeving als een teken van zwakte.

 

 

Er zijn steeds 2 partijen, zij die vergeving moeten schenken en zij die vergeving nodig hebben.

 

-Daar waar geen vergeving is, houden relaties op te bestaan.
-Daar waar geen vergeving is, is wrok, verbittering en haat.
-Daar waar geen vergeving is, is verdriet en onverdraagzaamheid.

 

 

De  ‘wanneer’  vragen bij vergeving

 

-Wanneer is de maat vol? Wanneer is de grens bereikt?
-Wanneer moet ik niet meer vergeven omdat diegene die tegen mij zondigt het niet verdient?
-Wanneer moet ik zeggen ‘nu ben je te ver gegaan, mijn grens is bereikt’?
-Wanneer moet ik zeggen ‘ik kan je niet meer vergeven’?
De mens heeft de neiging om wraak te nemen voor het onrecht dat hem wordt aangedaan en noemt het dan rechtvaardigheid. Wat zei Jezus over hen die tegen Hem zondigden? ( Lukas 23: 34 ).

 

 

Hoe mensen soms omgaan met iemand die zondigt

 

– frontale aanval:  ‘gij grote zondaar’
– blij zijn als de persoon die jouw heeft gekwetst, onheil meemaakt
– de persoon negeren
– de zonde negeren
– een roddelcampagne beginnen, plannen maken over hoe je hem/haar terug kan pakken
– vormen van partijschappen

 

 

De gelijkenis

 

Het Koninkrijk der hemelen is te vergelijken met een koning die afrekening wilde houden met zijn slaven.

 

De slaaf en zijn heer

 

Toen hij daarmee begon werd een slaaf voor hem geleid die hem 10.000 talenten schuldig was.
Omdat hij het niet kon betalen, beval zijn heer om hem, zijn gezin en zijn bezit zou worden verkocht opdat er zou kunnen worden betaald. De slaaf wierp zich smekend voor hem en zei ‘Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen’. De heer kreeg medelijden met hem en liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.

 

 

De slaaf en zijn medeslaaf

 

De slaaf ging weg en ontmoette een medeslaaf die hem 100 schellingen schuldig was, hij greep hem bij de keel en zei ‘Betaal wat gij schuldig zijt’. De medeslaaf wierp zich voor hem en verzocht hem met aandrang ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen’. Maar hij wilde niet en zette hem gevangen totdat hij het verschuldigde zou hebben betaald.

 

 

De reactie van de heer

 

De medeslaven zagen wat er was gebeurd en werden verdrietig en vertelden hun heer hetgeen er was gebeurd.
De heer ontbood de slaaf en zei ‘Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u?’ De meester werd toornig en gaf hem in de handen van folteraars, totdat hij het beschuldigde zou hebben betaald.

 

 

Conclusie:

 

“Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft” ( Matteus 18: 35 ). “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren”( Handelingen 3:19 ).

Vergeving is het middel waarmee we datgene dat kapot is gemaakt, terug in orde kunnen maken. De mens bezit over het vermogen om tegelijk te kwetsen en om te helen. Vergeving geeft je de vrijheid om lief te hebben, terwijl het niet geven van vergeving relaties vernietigd.

Wanneer wij worden gekwetst doen we vaak het tegenovergestelde van wat Jezus beveelt. We keren ons vaak tot haat, wrok, roddel en vergelding. De heer vergaf de schuld van de slaaf volledig, maar hij verwachtte wel dat de slaaf hetzelfde zou doen!

 

 

Lukas 17:3-4.

 

Wanneer wij elkaar vergeven en de houding hebben om te willen vergeven dan ontnemen wij satan zijn macht! Vergeven betekent om de schuld niet tegen de ander te houden, maar om deze van harte kwijt te schelden.

 

 

Efeziërs 4:32-5:1-2

 

“Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk”.

Wanneer we geconfronteerd worden met moeiten om een broeder of zuster te vergeven, laten we dan kijken naar de vergeving die God jou heeft geschonken. Christus vergeeft veelvoudig! Vergeet daarbij niet dat God een oordeelt velt over hen die niet bereid zijn om te vergeven.

 

 

1 Timoteus 1:12-13

 

“Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven”.

 

 

Matteus 6:14-15.

 

Hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven? ALTIJD!

 

 

Hebreeën 10:17

 

Wat wij van God willen is dat Hij ons altijd vergeeft, God gedenkt onze zonden niet meer.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Bergrede of de Zaligsprekingen (Matteüs 5, 1-12)

Standaard

categorie : religie

.

.

De Bergrede

.

De hoofdstukken 5, 6 en 7 van het Mattheüs evangelie worden samen meestal aangeduid als de Bergrede. Dit deel is het langste, aaneengesloten openbaar optreden van Jezus dat in de evangeliën staat opgetekend. De Bergrede zou zich afspelen in Galilea, en begint ermee dat deze ook letterlijk op een berg gehouden wordt.

De auteur van het Matteüs evangelie zou volgens het evangelie een tollenaar zijn, een belastingambtenaar. Vanuit de kritische exegese is dat moeilijk te onderbouwen. De auteur toont onder meer een gedegen kennis van de Tenach en het Grieks. Voor een tollenaar van joodse komaf is dat niet voor de hand liggend.

Men schat in dat het Mattheüs evangelie geschreven is aan het einde van de eerste eeuw n. Chr. Gezien zijn kennis van de Tenach, het Hebreeuws en Grieks zou de auteur eerder een joods Schriftgeleerde kunnen zijn geweest die bekeerd is tot het christendom.

Volgens Matteüs vindt de Bergrede plaats aan het begin van Jezus’ openbare optreden, na zijn doop (in Mattheüs 3) door Johannes de doper en het bijeen vergaren van zijn eerste vier volgelingen, waaronder Simon Petrus. Matteüs verklaart aan het einde van het vierde hoofdstuk indirect dat de daarop volgende Bergrede in een bredere context past.

Hoofdstuk 4 eindigt ermee dat Jezus door heel Galilea reisde en predikte en dat men in heel Syrië van hem zou hebben gehoord. Een (uitgebreide) historisch-kritische onderbouwing om dit te staven ontbreekt echter. De Bergrede wordt gevolgd door een aantal op zich staande, korte openbare optredens.

Met de Bergrede wordt uitsluitend het bovengenoemde stuk uit Matteüs bedoeld. Het Evangelie volgens Matteüs is echter een zogenoemd synoptisch evangelie, dat veel overeenkomsten vertoond met de Evangeliën volgens Marcus en Lucas. De Veldrede in het Lucas evangelie vertoont de meeste overeenkomsten met de Bergrede, waaronder een viertal Zaligsprekingen, de gulden regel en een aantal ethische normen.

.

.

.

.

 1. Situering van het Bijbelboek in de Bijbel

.

Tekstfragment

.

1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:

3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

4 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

5 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

7 Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

.

Situering van het Bijbelboek

.

Matteüs 5, 1-12 situeert zich in het Nieuwe Testament en is een onderdeel van de Bergrede (Matteüs 5-7). Deze acht zaligsprekingen zijn de inleiding van de openbare prediking van Jezus en staan in de Bijbel in het begin van de Bergrede. Inhoudelijk vatten ze Jezus’ ‘preek’ samen.

.

.

2. Exegetisch achtergrondluik

.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kerk-der-zaligsprekingen.jpg

kerk van de zaligsprekingen

.

Jezus sprak tot een grote menigte. We mogen niet vergeten dat zijn zaligsprekingen gericht zijn tot iedere toehoorder die werk wil maken van het koninkrijk van God, in het bijzonder gericht tot wie arm en zwak is. De acht zaligsprekingen moeten als een geheel gezien worden en kunnen gericht zijn tot acht verschillende groepen mensen. Iedere zaligspreking behoort toe tot iedereen.
In de zaligsprekingen worden geen mensen zalig verklaard, maar wel kwaliteiten die mensen kunnen bezitten. Door deze zegeningen worden deze kwaliteiten of posities geclassificeerd als een must voor iedereen. De zegeningen leiden tot een meer bijzondere en vertrouwde relatie met God, de Vader.
.
.

Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel

.

Zij, die tot in hun diepste beseffen God nodig te hebben om te kunnen leven, worden zalig genoemd. Immers indien zij de genade van God niet ontvangen, kunnen zij niet functioneren of niet binnentreden in Gods Koninkrijk.

.

Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden

.

Treurenden zijn diegene die het zondige in de wereld tot in hun diepste beseffen en die zich met deze zondigheid niet kunnen verzoenen. De bewogenheid is noodzakelijk. De treurenden zullen getroost worden, zij zullen de vrede ervaren, voor een deel in deze wereld, maar voornamelijk in het hiernamaals. Ook aan hen is de gelukkigheid toebedeeld.

.

Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten

.

Zachtmoedig wordt ook wel ‘lam’ genoemd. Jezus spreekt hier over de personen die zacht van aard zijn, diegene die niet impulsief, kwaad, enzovoort reageren, maar wel wie de situatie aan God overlaat. Zij die dat doen, worden zalig genoemd.

.

.Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden

.
.
Gerechtigheid kon dubieus opgevat worden. Jezus had het hier over God. God is de maatstaf voor gerechtigheid. Zij zullen verzadigd worden en geen honger of dorst meer hebben naar gerechtigheid. De verzadiging zal deels in deze wereld ervaren worden, maar zal vervolledigd worden in het hiernamaals.
.
.

Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden

.

Barmhartigheid doet ons denken aan de barmhartige Samaritaan, wie een intens gevoel van medeleven, empathie en bewogenheid toonde in het bieden van hulp. God wordt gezien als de barmhartige Vader, maar verwacht van zijn kinderen ook barmhartigheid. Wie barmhartig is, zal barmhartigheid ondervinden, bijvoorbeeld: wie zonder vergeeft, zal voor zijn zonden door God vergeven worden. De zaligheid situeert zich ook hier in het heden, met de vervollediging in het hiernamaals.

.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien

.

Het hart is de motor voor de verdere weg die wij in ons leven bewandelen. Daarom is het belangrijk een zuiver hart te hebben. Geloven in God is noodzakelijk om een zuiver hart te hebben. Op deze manier gaat de zaligspreking in vervulling: zij zullen God zien. Aan hen zal God zich openbaren.

.

Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden

.

Wanneer een christen verzoend is met Jezus Christus, ontvangt hij vrede. Wie vrede ontvangt, kan vrede geven. Echte vrede is echter pas te vinden in het hiernamaals, bij de wedergeboorte. Vrede mag niet als een evidentie gezien worden, daar het vaak moeilijk is om ware vrede te bereiken. Maar vrede kan nooit ten diepste afgenomen worden. Geloven in Christus zorgt ervoor dat we met God vrede hebben. De belofte “kinderen van God genoemd worden” is opnieuw tweeledig: in deze wereld én in het hiernamaals.

.

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel

.

Jezus zorgt voor een omkering van het waarden- en normenpatroon in de toenmalige wereldcontext. Het was dan ook geen evidentie Jezus te volgen en te geloven. Dit botste met de cultuur van toen en stootte op heel wat reacties. Zalig hen die het aandurven, want als er vervolging is omdat je Jezus gevolgd hebt, word je met vreugde en blijdschap toebedeeld. Dit wijst erop dat je het koninkrijk van de hemel waard bent en zal kunnen betreden.

.

3. Woordverklaringen

.

Zalig betekent in de hoogste mate aangenaam of heerlijk of heilzaam. In religieuze zin betekent zalig onder andere: het eeuwig heil deelachtig, een toewensing of iemand zalig verklaren. Wanneer een maaltijd genuttigd wordt kan een persoon zeggen dat hij het eten zalig vindt en daarmee bedoelt hij dat het lekker en smakelijk is. In de betekenis van het eeuwig heil deelachtig kent men het woord vanuit de Bijbel in de zin van ‘Zalig de zachtmoedigen’.

De katholieken wensen elkaar met Nieuwjaar en Pasen, respectievelijk een zalig Nieuwjaar en een zalig Pasen. In de betekenis van iemand zalig verklaren gebeurt het binnen de rooms-katholieke kerk dat de paus iemand zalig kan verklaren, hij is de enige die dit mag doen. Iemand zalig verklaren betekent een plechtige verklaring afleggen waardoor een gestorven mens recht heeft op een beperkte openbare verering. Met een zaligverklaring zegt de paus dat deze persoon bij God is.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Matthew, Mattheüs 28 – The resurrection of Jesus / De verrijzenis van jezus

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 28 – The resurrection of Jesus

.

Mattheüs 28 – De verrijzenis van jezus

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

Matthew, Mattheüs 27:11-66 (part2)- The crucifixion / De kruisiging

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 27 :11-66 (part2) – The crucifixion

.

Mattheüs 27 : 11-66 (deel2) – De kruisiging

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

Matthew, Mattheüs 27 (Part 1) : 1-10 – Life and death of Judas / Leven en dood van Judas

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 27 (Part 1) : 1-10 – Life and death of Judas

.

Mattheüs 27 (deel1) : 1-10 – Leven en dood van judas

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

Matthew, Mattheüs 26 (Part 4) 57-75 ; The trial of Jesus and the trial of Peter / Het proces van Jezus en het proces van Petrus

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 26 (Part 4) 57-75 : The trial of Jesus and the trial of Peter

.

Mattheüs 26 (deel4) 57-75 : Het proces van Jezus en het proces van Petrus

.

Paul LeBoutillier

.

.