Tagarchief: genade

Het Onze Vader van de islam

Standaard

categorie : religie

.

.

Het ‘Onze Vader’ van de islam

.

.

Koran-leren

.

.

Het eerste hoofdstuk van de Koran, Sura Al Fatihah of ‘De Opening’ wordt ook wel eens het Onze Vader van de islam genoemd. Muslims bidden vijf maal per dag en herhalen dit gebed gedurende die 5 cycli minstens 17 keer op een dag. Het gebed gaat als volgt (Koran 1:1-7) :

In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige.
Lof zij God, de Heer van de wereldbewoners,
de erbarmer, de barmhartige,
de heerser op de oordeelsdag.
U dienen wij en U vragen wij om hulp.
Leid ons op de juiste weg,
de weg van hen aan wie U genade geschonken hebt, op wie geen toorn rust en die niet dwalen.

Dit hoofdstuk is de ontsluiting van van de Koran. Het bestaat uit tweede delen:

.

 

– De verzen van God

Deze verzen geven de essentie van God weer:

.

1 In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige.

.

Ermbarmer (of Genadevolle) verwijst naar de nooit ophoudende stroom van liefdevolle genade van God voor iedereen, geheel onafhankelijk van wat de mensen doen. Ook als God mensen straft is Zijn liefde voor hen nog altijd groter

“Met Mijn bestraffing tref Ik wie Ik wil en Mijn Rahmah (genade, erbarmen) omvat alles.” (Koran 7:156)

Barmhartige slaat het liefdevolle medelijden dat God heeft voor diegenen die door hun daden zijn barmhartigheid verdienen. Deze barmhartige liefde gaat het menselijk bevattingsvermogen ver te boven. Volgens een uitspraak van de profeet is het zo dat als God 100 eenheden barmhartige liefde heeft, hij er maar 1 eenheid van verdeeld heeft over het universum (de liefde van mensen voor elkaar, van een moeder voor haar kind, van dieren voor elkaar enz), de overige 99 eenheden liefde zijn bij God. Deze liefde is  zo groot  dat mensen  zich dit niet kunnen voorstellen.

Op één hoofdstuk na opent elk hoofdstuk van de Koran met dit vers. Alles wat in de Koran staat moet vanuit dit algemeen liefdevol kader begrepen worden. Ook de bestraffende verzen kaderen in een grotere liefde, zoals wanneer een liefhebbende ouder zijn kinderen vermaant.

.

.

2 Lof zij God, de Heer van de wereldbewoners

.

Dit vers is een lofprijzing, een dankbetuiging vanuit het besef dat al het goede in het leven aan God en aan zijn liefdevolle genade en barmhartigheid te danken is. Het is omwille van deze dankbaarheid dat moslims ernaar streven God te behagen en het goede te doen. Moslim zijn betekent dat men zich wil inschrijven in zijn project van genade, dat men niets van zichzelf aan die genade wil onttrekken. Zich overgeven aan God doet men dan ook niet omwille van dogmatiek, maar omwille van een diep besef van dankbaarheid voor een zo overweldigend geschenk van liefde en genade.

Het is daarom dat men God’s leidraad wil volgen, dat men zich wil gedragen op een manier die deze genade waard is.Het vers noemt God ook de Heer van alle wereldbewoners, niet alleen van de mensen, maar ook van de dieren. De islam beschouwt de mens niet als een soort boven de soorten, maar als een soort tussen de soorten.  De mens is verantwoordelijk  voor het welzijn en het beschermen van alle soorten.

.

.

3 de erbarmer, de barmhartige

.

Dit vers benadrukt nogmaals de essentiële kenmerken van God, nl zijn liefdevolle genade en barmhartigheid. God is niet enkel liefde  maar ook rechtvaardigheid. Beide kenmerken van God zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

.

.

4 de heerser op de oordeelsdag

.

Liefde is geen vrijgeleide voor de mensen om zomaar alles te doen wat ze willen vanuit het idee dat God toch liefde is. Nee, God is ook rechtvaardigheid. Het geloof in een oordeelsdag is een ultieme uiting daarvan. Alles wat men in het leven aan onrecht onderging dat tijdens dit leven niet rechtgezet werd, moet op de oordeelsdag  verantwoord worden. Al het onrecht dat men zelf begin en waar men ongestraft mee wegkwam zal men op de oordeelsdag voorgeschoteld krijgen.

Dit vers wijst dus ook op de grote individuele verantwoordelijkheid van iedereen. Elke mens schrijft, door de manier waarop hij of zij leeft, het scenario van zijn eigen oordeelsdag.Op de oordeelsdag is er de bijzondere genade die God de gelovigen schenkt, meer bepaald de geloven die berouw tonen.

Er is geen wanhoop in de islam. Elk mens kan zich altijd opnieuw herpakken, kan vergiffenis vragen.  Om die genade te verkrijgen moet men zich wel inspannen en zich houden aan de leidraad van God. Diegenen die dat niet doen, zullen daarvan de gevolgen moeten dragen.

.

.

De verzen van de mensen

Deze verzen geven de essentie weer van de relatie tussen mens en God

.

.

5 U dienen wij en U vragen wij om hulp

.

Er staat “U dienen wij”, en niet “wij dienen u”. Deze uitdrukkingsvorm beklemtoont dat men alleen God verheerlijkt en dank betuigt, niemand anders is die verheerlijking en dank waardig.Nadat men belijd heeft dat men alleen God verheerlijkt, vraagt men God om hulp.

.

.

6 Leid ons op de juiste weg

.

Met de juiste weg wordt bedoeld de weg van de profeten. De islam gelooft dat mensen zonder zonde, in perfecte harmonie, met verstand, gevoel en vrije wil geboren wordt. De zin van het leven is volgens de islam  een test om na te gaan wat we met die vrije wil zullen doen, het goede of het kwade. Deze keuze stelt zich elke dag herhaaldelijk. Op het einde van de rit zal iedereen daar volgens de islam rekenschap moeten over afleggen.

God laat mensen echter niet aan hun lot over bij het doorlopen van die test. Hij zond boodschappers, mensen die van God openbaringen kregen over wat de beste manier is om het leven te leven. Deze mensen, de profeten, brachten echter op zich niets nieuws. De islam gelooft immers ook dat de ziel  geboren wordt met een elementair besef van goed en kwaad. De boodschappen van de profeten sluiten daarbij aan en herinneren de mensen aan wat zij in hun hart al weten.

.

.

7 de weg van hen aan wie U genade geschonken hebt,

op wie geen toorn rust EN DIE NIET DWALEN

.

De weg van diegenen aan wie God genade’ schonk, wordt hier in brede zin gebruikt. Moslims verwijzen in hun dagelijkse gebeden naar de profeten en hun volgelingen (niet alleen  Mohamed maar bijvoorbeeld ook  Abraham en zijn volgelingen). Moslims vragen God hen te helpen om het pad te volgen van deze voorgangers, die de boodschap van God in hun dagelijks leven werkelijk als voorbeeld beleefden.

Het gedeelte ‘op wie geen toorn rust en die niet dwalen’ slaat op diegenen die op allerhande manieren onrecht plegen, die arrogant en onverdaagzaam zijn, die het rechte pad van broederlijkheid, naastenliefde, nederigheid en hulpvaardigheid verlaten.Het is een waarschuwing aan moslims dat zij niet van het pad mogen afdwalen. Immers, een moslim is niet zeker dat hij naar het paradijs gaat, wanneer hij zich misdraagt, kan hij in de hel terechtkomen.

Herinneren we er ook aan dat volgens de Koran niet alleen moslims die zich goed gedragen hebben naar het paradijs kunnen. Het is niet de naam van de “kerk” waartoe men behoort of de richting waarin men bidt die van tel is, maar wel dat men vroom is, zich goed gedraagt, goede werken doet enz:

“Vroomheid is niet dat je je gezicht naar het oosten en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in God, in de laatste dag, in de engelen, in het boek en in de profeten en wie zijn bezit, hoe lief hij dat ook heeft, geeft aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan de bedelaars en voor de vrijkoop van de slaven, en wie de salaat (gebed) verricht en de zakaat (liefdadigheid) geeft en wie hun verbintenis nakomen, als zij een verbintenis zijn aangegaan en wie volhardend zijn in tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd. Zij zijn het die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.” (Koran 2:177)
.
.
.

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Galaten 3: het geloof en de wet.

Standaard

categorie : religie

.

.

Het geloof en de wet

.

.

De Ark van het Verbond

Pasteltekening van john Astria

.

 

1 O, domme Galaten! Wie heeft jullie betoverd? Hoe kan het dat jullie het goede nieuws niet langer gehoorzamen? Ik heb jullie toch zó duidelijk de gekruisigde Christus beschreven!

2 Laat mij jullie deze ene vraag stellen: hebben jullie de Geest gekregen doordat jullie je aan de wet van Mozes hielden? Of kregen jullie Hem doordat jullie het goede nieuws hebben gehoord en geloofd?

3 Zijn jullie dan zó dom? Jullie zijn je nieuwe leven begonnen met de Geest. Eindigen jullie dan nu met het houden van regels?

4 Is alle ellende die jullie vanwege het geloof overkomen is, dan helemaal voor niets geweest? Als jullie je nu weer aan de wet gaan houden, is het inderdaad helemaal voor niets geweest.

5 God heeft jullie zijn Geest gegeven en doet wonderen bij jullie. Doet Hij dat omdat jullie je zo goed aan de wet van Mozes houden? Of doet Hij dat omdat jullie geloven wat ik jullie heb verteld?

6 Ook Abraham heeft God geloofd. Daarom zei God dat Abraham leefde zoals Hij het wil.

7 Jullie moeten begrijpen dat alleen de mensen die in Jezus geloven kinderen van Abraham zijn.

8 De Boeken wisten van tevoren dat God de niet-Joodse volken door hun geloof zou vrijspreken van schuld. Daarom hebben de Boeken van tevoren aan Abraham het goede nieuws verteld: “Door de zegen die op jou is, zullen alle volken gezegend worden.”

9 De mensen die hetzelfde geloof hebben als Abraham, ontvangen dus samen met Abraham Gods zegen.

10 Veel mensen willen leven zoals God het wil en daarmee vrij zijn van schuld. Daarom proberen ze zich precies aan de wet van Mozes te houden. Ze vertrouwen er op dat dat hen zal redden. Maar zij zijn vervloekt! Want er staat in de Boeken: “Iedereen die zich níet precies houdt aan alles wat er in het boek van de wet van Mozes geschreven staat, is vervloekt.”

11 En er staat ook: “Maar mensen die leven zoals Ik het wil, leven door hun geloof in Mij.” Het is dus duidelijk: niemand kan ervoor zorgen dat hij geen enkele schuld heeft tegenover God, door zich aan de wet van Mozes te houden. 

12 Want bij de wet van Mozes gaat het niet om geloof, maar om het doen van de wet. Want er staat in de Boeken: “Als je alles doet wat de wet van Mozes zegt, zul je leven.”

13 Maar Christus heeft ons bevrijd van de vervloeking van de wet van Mozes. Hoe? Door Zelf die vervloeking op Zich te nemen. Want er staat in de Boeken: “Vervloekt is iedereen die aan een hout hangt.”

14 Zo kon God de zegen die Hij aan Abraham had gegeven, ook aan niet-Joodse volken geven. Namelijk als ze in Jezus Christus geloven. En door dat geloof konden we de Heilige Geest ontvangen die God had beloofd.

15 Broeders en zusters, ik zal dit uitleggen met een voorbeeld. Als je met iemand een verbond sluit, zetten jullie er allebei je handtekening onder. Daarna kan niemand dat verbond nog veranderen. Gods belofte aan Abraham is een verbond.

16 Nu is het zo, dat God zijn belofte deed aan Abraham en aan zijn kind. God zei niet: ‘kinderen,’ in het meervoud. Maar: ‘kind’, in het enkelvoud. Met dat kind bedoelde Hij Christus.

17 Ik bedoel dit: God sloot met Abraham een verbond dat over Christus ging. Pas 430 jaar later werd de wet van Mozes gegeven. Dan kan die wet dat verbond niet veranderen. Dus de belofte is er nog steeds.

18 Stel dat we Gods erfenis (= onze redding) zouden kunnen krijgen door ons aan de wet van Mozes te houden. Dan zou die erfenis niets te maken hebben met Gods belofte aan Abraham. Maar juist door zijn belofte aan Abraham liet God zien dat Hij hem wilde zegenen.

.

.

.

.

Het doel van de wet

.

19 Waarom gaf God dan de wet? Om aan de mensen te laten zien dat ze schuldig waren. Want ze konden zich niet aan de wet houden. Maar ze moesten zich aan de wet van Mozes houden tót het Kind was gekomen dat God aan Abraham had beloofd. Engelen hebben op bevel van God de wet gegeven aan iemand die tussen God en de mensen in stond, namelijk Mozes.

20 Zo iemand is er niet als er maar één partij is. Hij is er alleen als er meer partijen zijn. God is Eén en Hij was de enige partij toen Hij zijn belofte aan Abraham gaf. Maar de wet is een verbond tussen twee partijen: God en Israël.

21 Botst de wet van Mozes dan met de belofte van God? Helemaal niet! Want als de wet de mensen had kunnen redden, dan zouden de mensen inderdaad vrij van schuld zijn geweest als ze zich precies aan die wet hielden. 

22 Maar dat konden ze niet. Dus door de wet gingen de mensen juist zien hoe slecht ze zijn. Zo zouden ze gaan begrijpen dat ze alleen door geloof in Jezus Christus hun deel van de belofte zouden krijgen en niet door zich aan de wet van Mozes te houden.

23 Maar voordat dit geloof er kwam, beschermde de wet ons. De wet hield ons op het rechte pad. Pas later zouden we begrijpen dat we geloof nodig hebben.

24 De wet van Mozes was dus bedoeld om ons te leiden en op te voeden totdat Christus zou komen. En door in Christus te gaan geloven, zouden we kunnen worden vrijgesproken van schuld.

25 En nu het geloof is gekomen, hoeven we niet meer door de wet van Mozes geleid en opgevoed te worden.

26 Want door jullie geloof in Jezus Christus zijn jullie allemaal kinderen van God geworden.

27 Want alle mensen die in Christus zijn gedoopt, worden met Christus bedekt. Hij bedekt je zoals een kledingstuk je bedekt.

28 Hierbij maakt het niet uit of je Jood of geen Jood bent, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Jullie zijn namelijk allemaal één in Jezus Christus.

29 En als jullie van Christus zijn, zijn jullie kinderen van Abraham. Daarom erven jullie zijn belofte. Zo is de belofte die God vroeger aan Abraham deed, nu ook voor jullie.

.

.

.

.

Paulus eindigt het tweede hoofdstuk met te zeggen: 21 Ik doe de genade van God niet teniet; want als er gerechtigheid door de wet zou zijn, dan was Christus tevergeefs gestorven.
Hij haalt dit zo uit het gebied waarvan iedereen kan denken dat het maar een mening of een zienswijze is. Hij zegt dat als je door de werken van de wet gerechtvaardigd zou zijn, dan is Christus tevergeefs gestorven.

En dat zou hen zelfs buiten het gebied van het christendom plaatsen. Ze konden zichzelf geen christenen blijven noemen en ze konden God niet aan het dienen zijn. Hij maakte dit zo tot een onderwerp waarover niet onderhandeld kon worden. Hij maakte er een prioriteit van.

Er zijn dingen die het niet waard zijn om strijd over te voeren, en andere dingen juist wel. En Paulus vond duidelijk dat het verschil tussen gerechtvaardigd worden uit genade of gerechtvaardigd door werken als een kwestie van de hemel of de hel, waarover hij niet bereid was ook maar een duimbreed toe te geven.

Het gaat erom dat je echt de boodschap van het kruis begrijpt, niet vanuit een historisch standpunt, maar echt begrijpt dat God letterlijk is gekomen en voor ons is gestorven. Hij heeft niet slechts een deel van de verzoening gedaan, maar het kruis laat zien dat Jezus ALLES betaald heeft. Hij stierf en droeg onze zonden.

Hij heeft echt letterlijk onze zonden in zijn eigen lichaam genomen en aan het hout gebracht. Dat staat in 1 Petrus 2:24. Als iemand een echt begrip van het kruis krijgt, dat Jezus deze enorme prijs voor ons heeft betaald, zou dat onmiddellijk moeten leiden tot een relatie met God op basis van genade.

Welke boete kunnen wij nog betalen? Wat kunnen wij mogelijk nog toevoegen aan de verzoening die Jezus al voor ons heeft betaald? Gaat iemand dan nog prediken van ‘je haar moet een bepaalde lengte hebben, je mag géén make-up gebruiken, je mag geen juwelen dragen’? Iemand die dat soort dingen predikt, dat is allemaal zó futiel, zo klein in vergelijking met wat Jezus al voor ons heeft betaald, zo iemand heeft de boodschap van het kruis gemist.

Die hebben niet begrepen dat Jezus ALLES betaald heeft. Want Hij moest het allemaal betalen. Wij konden onze eigen schuld niet betalen. Jouw eigen maat van heiligheid, jouw leven volgens de normen van een of ander religieus gedrag kunnen nooit jouw zonden compenseren en jou voor God aanvaardbaar maken. Dat is wat Paulus hier dus zegt.

Hoe kan zoiets nu gebeuren met iemand die de boodschap van het kruis heeft begrepen? Je wist dat Jezus kwam en stierf, en deed wat Hij deed, omdat jij totaal onmachtig was, want je was voor geen meter in staat jezelf te redden. Dat is de reden dat Jezus deed wat hij deed.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Zeven grootse waarheden over Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Openbaring 1:4-8

 

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’.

 

 

Titels


Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, wordt met een aantal titels genoemd, waar we een voor een naar kunnen kijken (Openbaring 1:5).

“Getrouwe Getuige” verwijst naar de absolute betrouwbaarheid van onze Heer met betrekking tot de beloften die Hij heeft gedaan.

“De Eerstgeborene uit de doden” verwijst naar Hem als de Eerste mens die de dood overwonnen heeft en voorgoed opstond uit het graf. Anderen, die eerder door Hem uit de doden waren opgewekt, stierven later weer. Nu Jezus permanent de dood overwonnen heeft, hoeven we nooit meer bang te zijn voor ziekte of dood.

Jezus wordt ook wel aangeduid als ‘de Vorst van de koningen der aarde’. Onze Heer is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij heerst ook in de harten van aardse machthebbers. “Het hart van een koning is in de hand van de Here als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt” (Spreuken 21:1).

Onze Heer wordt verder aangeduid als die Ene “Die ons eeuwig liefheeft en Die ons voor eens en voor altijd verlost en bevrijd heeft van onze zonden door Zijn Eigen bloed” (vers 5 ). Zijn liefde voor ons is eeuwig. En Hij vergoot Zijn bloed niet alleen om ons onze zonden te vergeven, maar ook om ons voor eens en voor altijd te bevrijden van onze zonden. De eerste belofte in het Nieuwe Testament is dat Jezus ‘Zijn volk zalig zal maken van hun zonden’ (Mattheus 1:21). Bevrijd te worden van de macht van de zonde is het grote thema van het hele Nieuwe Testament. Geen zonde kan nu de heerschappij over ons hebben, als wij leven onder de genade (Romeinen 6:14).

 

 

Allemaal priesters

 

Ons wordt verder verteld dat de Here Jezus ons heeft gevormd tot “koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (vers 6). Het koninkrijk van God is het domein waarin God absolute autoriteit uitoefent. De kerk is een afspiegeling van het koninkrijk van God op aarde – dat wil zeggen, een groep mensen die een koninkrijk zijn geworden, omdat ze zich op elk gebied van hun leven aan het gezag van God onderworpen hebben.

De Heer heeft een ongedisciplineerde menigte omgezet in een ordelijke koninkrijk – een volk dat nu wordt geregeerd door God. We zijn ook gemaakt tot priesters. Elke gelovige – man of vrouw – is tot een priester voor de Heer gemaakt. In Gods ogen is er niet zoiets als een speciale klasse van mensen in de kerk, die priesters genoemd worden. Dat is een oudtestamentisch concept.

Wanneer er zoiets bestaat in een kerk van vandaag, dan leidt het mensen terug naar de tijden voor Christus! We zijn ALLEMAAL priesters.

Als priesters zijn wij geroepen om offers te brengen aan God. Bedenk hierbij dat in het Oude Testament de lichamen van dieren als offer werden aangeboden, en vandaag de dag bieden we ons eigen lichaam aan God als een levend offer aan (Romeinen12:1).

De uitdrukking Zijn God en Vader is vergelijkbaar met de uitdrukking die Jezus gebruikte na Zijn opstanding, Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God (Johannes 20:17). Zijn Vader is inmiddels ook onze Vader geworden. We kunnen nu onze veiligheid vinden in God als onze Vader, net zoals Jezus Zijn bescherming daarin vond. Amen, zegt Johannes (vers 6). En ook wij zeggen: het zal zo zijn. Hem alleen “zij de heerlijkheid en kracht in alle eeuwigheid”.

In vers 7, wordt de terugkeer van Christus naar de aarde voorspeld.

Het laatste dat deze wereld zag van onze Heer was toen Hij in schaamte aan het kruis van Golgotha hing. Maar een van deze dagen, zal de wereld Hem zien komen met de wolken in heerlijkheid. Elk oog zal Hem zien. Degenen (het volk Israël en wij) die Hem doorboord hebben zullen Hem ook zien. De stammen van de aarde zullen huilen wanneer Hij komt. Maar wij zullen ons verheugen. Nogmaals zegt Johannes: Amen. En wij zeggen ook: Het zal zo zijn!

 

 

De eindstrijd tussen God, (de Alfa en de Omega) en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geen angst voor de toekomst

 

In vers 8 verwijst God naar Zichzelf als de Alfa en de Omega, de Almachtige en altijd bestaande God. Hij was er meteen aan het begin, toen er niets bestond. Hij zal er direct zijn aan het einde der tijden. Er is niets dat ooit kan gebeuren, ongeacht het moment of de plaats, dat God zal verrassen. Onze Vader weet niet alleen het einde vanaf het begin, omdat Hij de Almachtige God is, Hij beheerst alles ook. Daarom moeten we in geen enkel opzicht angst hebben voor de toekomst.

Aan het einde van het boek Openbaring, wordt God weer aangeduid als de Almachtige en de Alfa en de Omega (hoofdstuk 19:6; 22:13). We zouden kunnen zeggen dat het hele boek Openbaring dan ook is ingeklemd tussen deze twee uitspraken die verwijzen naar de alwetende, almachtige kracht van onze God en Vader. Dit is wat ons perfecte veiligheid geeft, als we hier lezen over de beproevingen die Gods volk zal overkomen, en de rampen die in de laatste dagen over de wereld om ons heen zullen komen.

In het hele Nieuwe Testament wordt God slechts 10 keer “de Almachtige” genoemd. Negen van deze 10 verwijzingen staan in Openbaring. De reden hiervoor is dat God wil dat wij weten dat Hij de Almachtige is en dat Hij alles onder controle heeft.

De enige andere verwijzing staat in 2 Corinthiërs 6:17 en 18, waar God Zijn volk roept om te worden gescheiden van alles wat onrein is. Dit toont aan dat God Zichzelf alleen als “de Almachtige” openbaart aan degenen die willen worden gescheiden van alles dat onrein is en in strijd met het Woord van God. Het boek Openbaring is vooral voor die mensen geschreven.

Enkele van de grootste waarheden die waarvan we het nodig hebben om in te worden vastgesteld in deze dagen, zijn die waarheden met betrekking tot onze Heer en onze relatie met Hem:

 

 

1)  De absolute betrouwbaarheid van de beloften van onze Heer;

2) Zijn triomf over de grootste vijand van de mens (de dood);

3) Zijn totale macht over alles in de hemel en de aarde;

4) Zijn eeuwige en onveranderlijke liefde voor ons;

5) Zijn ons te bevrijden uit de macht van de zonde;

6) Zijn Vader nu wordt onze Vader ook;

7) Zijn komst terug naar zijn koninkrijk op aarde te vestigen.

 

 

We moeten geworteld en gegrond zijn in deze waarheden als we standvastig en onbeweeglijk willen blijven staan in de tijden die gaan komen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Als God nee zegt.

Standaard

categorie : religie

Er zijn momenten waarop het enige waarnaar je verlangt,
het enige is wat je nooit zult krijgen ….

Je wilt alleen maar een open deur of een extra dag of een antwoord
op gebed waar je dankbaar voor zult zijn.
En daarom bid en wacht je.
Geen antwoord.
Je bidt en wacht.
Geen antwoord.
Je bidt en wacht.
Mag ik je een belangrijke vraag stellen?
Wat als God nee zegt?
Wat als de verhoring uitgesteld of zelfs geweigerd wordt?
Als God nee tegen je zegt, hoe reageer je dan?
Als God zegt: “ik heb je Mijn genade gegeven, dat is genoeg”,
ben je daar tevreden mee?
Tevreden. Dat is het woord.
Een hartsgesteldheid waarbij je vrede hebt als God je niets geeft
dan dat je al ontvangen hebt.
Neem eens de proef op de som met deze vraag: Wat als het enige geschenk
dat God je geeft zijn reddende genade is? Zou je dan tevreden zijn?
Wat als Zijn antwoord is: “Mijn genade is genoeg.”
Zou je dan tevreden zijn? Want vanuit het hemels perspectief gezien
is genade ook inderdaad genoeg.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

Moslims, mohammedanen of islamieten?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

1. Moslims

 

Het Arabisch woord islam is gebouwd rond de wortel {s-l-m} en betekent overgave (aan God). In het Arabisch is het voorzetsel ‘mu’ + de wortel, de persoon die actie van de wortel uitvoert. Dus, een mu{s-l-m} (muslim) is een persoon die zich overgeeft aan God.

De liefde van God is volgens de islam dermate groot dat zij voor mensen niet eens te bevatten is. Een overlevering aan de profeet Mohamed verduidelijk dat. Wanneer er alles samen 100 eenheden liefdevolle genade bestaan, dan heeft God 1 eenheid liefdevolle genade over het hele universum verdeeld. Het is de genade en liefde die mensen voor elkaar voelen, de genade tussen mensen en dieren, tussen dieren onderling enz. De andere 99 eenheden genade bleven bij God, om op de Oordeelsdag aan de gelovigen toe te kennen. De genade en liefde van God overstijgen dan ook ver het menselijk bevattingsvermogen.

Liefde kan men niet vinden, liefde moet men worden. Moslim zijn betekent dat men ernaar streeft zichzelf volledig in te schrijven in deze liefdevolle genade van God, waarbij men niets van zichzelf aan deze liefde onttrekt. Door te zondigen  stelt men zich buiten deze liefde, onttrekt men zichzelf aan deze liefde, en wordt men rusteloos. Het is slechts in het gedenken van God dat de harten rust en vrede vinden:

“in het gedenken van God vinden de harten vrede” (Koran 13:28).
.
.
.
.

 2. Mohammedanen

 

De term ‘Mohamedanen’ wordt door moslims niet aanvaard. Het is een door het Westen gegeven benaming aan moslims, naar analogie met de term christendom die staat voor de volgelingen van Christus.

Mohammed wordt door de moslims aanzien als één van de vele Profeten van God, zoals ook David, Mozes, Abraham en volgens de islam ook Jezus Profeten van God zijn. Profeten worden aanzien als rolmodellen, zij passen het Woord van God toe in hun leven. Ook de profeten waren moslims – mensen die zich overgaven aan God.

 

.

3. Islamieten

 

Ook de term ‘islamieten’ wordt door moslims niet gebruikt, omdat het geen kwestie is van een geloof aan te hangen maar van zich over te geven aan God.

Het woord ‘salam’ is overigens gebouwd rond dezelfde wortel {s-l-m} en betekent vrede. Niet zomaar vrede, maar innerlijke vrede en vrede in de samenleving als gevolg van het zich overgeven aan God. Dit linguïstische aspect weerspiegelt de centrale rol van vrede in de islam.

Wanneer moslims elkaar tegenkomen, groeten zij elkaar met deze vredeswens (Assalam alaykum of vrede zij met jou). Deze vredeswens is op zich een kernachtig gebed waarin zij God vragen de ontmoeting onder zijn genade te laten verlopen. Ook wanneer hun paden weer scheiden, wensen zij elkaar deze godsvrede toe. Volgens profeet Mohamed leidt het elkaar toewensen van vrede ertoe dat men elkaar graag zal zien.

“Jullie zullen nooit het Paradijs bereiken tot wanneer jullie gelovigen worden, en jullie zullen nooit gelovigen worden tot wanneer jullie van elkaar houden. Zal ik jullie leiden naar iets dat ervoor zal zorgen dat jullie van elkaar houden? Verspreid groeten van vrede onder elkaar.” (Uitspraak van Profeet Mohamed)
.
.
.
.

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

voorpagina openbaring a4
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De genade van God op de oordeelsdag

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Efeziërs 2

 

Ook u bent door Hem tot leven geroepen; u, die eigenlijk al dood was, omdat u niet leefde zoals God wilde.

U liep met de grote massa van deze wereld mee en deed dezelfde slechte dingen als zij. U gehoorzaamde satan, de leider en vorst van de geestelijke machten in de lucht, die nu nog actief is in de mensen die vijanden van de Here zijn.

Zo was het ook met ons. Wij hebben allemaal aan onze slechte begeerten toegegeven. Wij hebben allemaal gedaan wat ons egoïsme ons ingaf. Door naar onze eigen natuur te leven, hadden wij Gods oordeel over ons gehaald.

Maar Gods liefde voor ons is zo groot dat Hij ons volledig gratie heeft verleend, zelfs al waren wij door onze misdaden dood voor Hem.

Hij heeft ons samen met Christus levend gemaakt! Wat een genade! Dat u gered bent, is enkel en alleen genade van God.

 

 

Genade door de Drievuldigheid

Genade door de Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

.

 

John Astria

Uitverkiezing

Standaard

categorie : religie

.

.

Uitverkiezing

.

.

De definitie van uitverkiezing

Uitverkiezing wordt ook wel voorbeschikking, predestinatie of voorbestemming genoemd. Het kan gedefinieerd worden als een handeling: de uitverkiezing is een actie van God; Hij Die eeuwig is en voorbeschikt wat er op aarde zal geschieden.

Sommigen vinden dit idee weerzinwekkend. Het idee dat een zekere entiteit het recht heeft om te bepalen wat er op aarde zal gebeuren, is iets waartegen de mens al sinds het begin der tijden in opstand is geweest. Maar het Oude Testament begint met: In het begin schiep God wat een ondubbelzinnige uitspraak is .

God bestond vóór de schepping, bestaat nog steeds en zal altijd bestaan (Openbaring 1:4). God heeft tevens het oppermachtige recht van de schepping over de aarde en de mens. Hij zal zich dan ook niet verontschuldigen wanneer Hij zegt: “Zo spreekt de Heer” Deze uitspraak vereist geen begrip of aanvaarding van de mens om waar te zijn.

De waarheid van de uitverkiezing kan in het karakter van God zelf worden gevonden.

  • God is oppermachtig. Dit betekent dat Hij een absoluut gezag heeft over alles wat Hij heeft geschapen en dat Hij alle dingen heeft geschapen (Genesis 1:1).
  • God is alwetend. Dit betekent dat Hij alle kennis bezit en dat er zonder Hem geen kennis kan bestaan (Job 37:16).
  • God is alomtegenwoordig. Dit geeft Hem het vermogen om overal tegelijkertijd aanwezig te zijn (Psalm 139:1-12).
  • God is almachtig. Dit betekent dat Hij alle macht heeft, met een vastberadenheid om Zijn doelen en Zijn plan tot in de eeuwigheid uit te voeren (1 Kronieken 29:11).

Er bestaan geen geschapen wezens die deze eigenschappen hebben; alleen de grote “Ik ben die Ik ben” (Exodus 3:14) heeft deze. God, die soeverein heerst en alle kennis bezit, is overal aanwezig en heeft macht over alle dingen. Hij houdt van Zijn schepping en heeft ons Zijn genade aangeboden, ondanks de onophoudelijke opstandigheid van de mens.

.

Een onderscheid

Wanneer we de uitverkiezing bestuderen, moeten we een onderscheid maken tussen twee verschillende soorten verordende gebeurtenissen. De eerste omvat gebeurtenissen die door God zijn veroorzaakt, zoals de verlossing van de uitverkorenen. Het tweede soort verordende gebeurtenissen wordt door God toegestaan.

God bepaalt de boosaardige daden van mensen niet van te voren, noch veroorzaakt Hij deze. Deze toegestane handelingen geven aan dat God al van te voren weet hoe mensen in elke omstandigheid zullen reageren. Hij staat mensen toe om zelfstandige beslissingen te nemen, om te kiezen voor goed of kwaad.

Gods voorkennis van het kwaad dat mensen elkaar aandoen zorgde ervoor dat Hij in mensen het vermogen schiep om dat kwaad te overwinnen. En de goede dingen die mensen kunnen doen zijn door God vooraf bepaald, zodat zij gezegend kunnen zijn wanneer de juiste keuzes worden gemaakt. Deze zegens stellen mensen in staat om het kwaad te overwinnen terwijl zij Gods grotere plan volbrengen.

Een verordening

Uitverkiezing is de verordening van God waardoor bepaalde zielen voorbeschikt zijn om gered te worden; deze mensen worden de uitverkorenen genoemd. Nogmaals, dit is een concept dat velen als oneerlijk beschouwen. Maar alle eigenschappen van God stellen Hem in staat om de geschiedenis van te voren te kennen.

Daarom kan gezegd worden dat wij door voorkennis voorbestemd of uitverkoren zijn, omdat God niet door de tijd beheerst wordt. God gaf de mens een vrije wil, maar omdat God alwetend is, weet Hij al welke keuzes de mensen zullen maken en Hij zal deze keuzes gebruiken om zijn doel te bereiken.

Romeinen 8 : 28-30 > “En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede. Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.”

God heeft de verlossing mogelijk gemaakt voor ieder die ernaar verlangt. Hij weet al wie zijn reddingsplan zal aanvaarden. Dit maakt de vrije keuzemogelijkheid van de mens niet ongedaan; het is juist een bevestiging van Gods genade dat sommigen zijn reddende hand aannemen. Uitverkiezen betekent iets vooraf uitzetten of bepalen.

Een dergelijke voorbeschikking kan inderdaad enkele intellectuele problemen oproepen, maar dit komt doordat de mens probeert om in zijn eindige verstand een oneindige God te bevatten. Mensen die het geschenk der verlossing aanvaarden worden de uitverkorenen van God.

Efeziërs 1 : 11 > ”In Hem hebben wij ook ons erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd door de beslissing van Hem die alles tot stand brengt naar zijn wilsbesluit”

1 Korintiërs 2 : 14 > “Van nature aanvaardt de mens niet wat komt van de Geest van God; het is dwaasheid voor hem, hij kan het niet vatten, want het kan alleen beoordeeld worden in het licht van de Geest”.

 WAT DENK JIJ?

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen.
Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: Jezus is Heer, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Pasteltekeningen uit het boek ” De Openbaring ” van John Astria

Standaard

categorie : spirituele prenten van John Astria

 

 

 

hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

    hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes                                                                                                                                                         

 

 

hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

                 hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 hoofdstruk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

                                                 hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       

hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

                 hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

hoofstuk 7 ; het breken van zegel 6

                          hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                

hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

                                                hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          

hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

               hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

hoofstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin

                          hoofdstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

                             hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin

                      hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

              hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

         hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

                hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade enh oordeel

                   hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           

hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God

                          hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegeoten

                      hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegoten                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld

                             hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon

                   hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

                       hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

                    hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood                                                                                                                                                          

 

 

hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

                    hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega

                                 hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

Uitleg over de eindtijden door John Astria

Uitleg over de eindtijden door John Astria

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

God prijzen!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

God prijzen

 

 

 

 

De eerste stap

 

Ben jij je ervan bewust dat het altijd het beste is om het prijzen van God de eerste stap te maken? Heb jij wel eens in een situatie verkeerd waarin jij je helemaal alleen voelde? Of heb je wel eens met een moeilijke situatie in je leven te maken gehad waarin je niet wist wat te doen. Als we God prijzen, dan wordt elke omstandigheid in ons leven compleet, wezenlijk, voortreffelijk en de moeite waard.

Het woordenboek definieert prijzen als iemands lof zingen of bewondering uiten voor iemand. Het is een synoniem voor woorden als bewonderen, loven, eren en aanbidden. Een definitie van christelijke lofprijzing is het vreugdevol danken en loven van God, de viering van Zijn goedheid en genade. Dit impliceert dat lofprijzing alleen aan God toekomt.

 

 

Waarom God prijzen?

 

Op de eerste plaats verdient God het om geprezen te worden. Hij is onze lofprijzing waardig:

  • “Groot is de Heer, hem komt alle lof toe, geducht is hij, meer dan alle goden” (Psalm 96:4).
  • “Groot is de Heer, hem komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden” (Psalm 145:3).
  • “Geloofd zij de Heer, want ik ben van mijn vijanden verlost” (2 Samuël 22:4).
  • “U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is” (Openbaring 4:11).

Op de tweede plaats is het prijzen van God nuttig en voordelig voor ons. Door God te prijzen worden wij herinnerd aan de grootheid van God. Zijn macht en aanwezigheid in onze levens wordt in ons begrip versterkt.

  • “Loof de Heer, want hij is goed, bezing zijn naam, zo lieflijk van klank” (Psalm 135:3).

Op de derde plaats wordt door lofprijzing kracht in jouw geloof ontladen, wat er toe leidt dat God voor jou in actie komt.

  • “Met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken” (Psalm 8:).

Het prijzen van God transformeert ook de geestelijke omgeving waarin we ons bevinden. 2 Kronieken 5:13-14 illustreert duidelijk de wijziging die plaatsvond toen de Levieten Hem eerden en dankten en de tempel gevuld werd met een wolk die de glorie van God uitdrukte.

  • “Op dat moment moesten de blazers en zangers samen muziek ten gehore brengen ter ere van de Heer. Zodra het geluid van de trompetten, cimbalen en andere instrumenten opklonk en de zangers de lofzang aanhieven: ‘De Heer is goed, eeuwig duurt zijn trouw’, vulde de tempel, het huis van de Heer, zich met een wolk. De priesters konden hun dienst niet meer verrichten, want de majesteit van God vulde de hele tempel.”

Op de vierde plaats huist God in de atmosfeer van de lofprijzing. Psalm 22:3 zegt:

  • “Doch Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israëls”.

Als we een duidelijke manifestatie van Gods zegeningen en genade willen zien, dan hoeven we Hem alleen maar te prijzen, met heel ons hart, verstand en ziel.

 

 

 

 

 

Wie en wanneer?

 

Wie hoort God te prijzen? “Alles wat adem heeft, loof de Heer” zegt Psalm 150:6.

  • “De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof” (Psalm 34:2).
  • “Uw liefde is meer dan het leven, mijn lippen zingen uw lof. U wil ik prijzen, mijn leven lang, roepend uw naam, de handen geheven” (Psalm 63:4-5).
  • “Zegen de Heer, u allen die de dienst van de Heer verricht en in het huis van de Heer staat, nacht aan nacht. Hef uw handen op naar het heiligdom en zegen de Heer” (Psalm 134:1-2).

We kunnen de ware vreugde en de voordelen van het prijzen van God niet ontvangen, tenzij we Jezus Christus als onze Heer en Redder hebben ontvangen. Dan zijn we kinderen van God en leeft Hij in onze lichamen door middel van de Heilige Geest. Dit betekent dat God geprezen moet worden, waar we ons ook bevinden. 1 Korintiërs 6:19-20 stelt:

  • “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.”

 

 

 Matth. 22:36-37.

 

 

 

Hoe God prijzen en aanbidden?

 

Door liedjes en hymnes te zingen, door te klappen, zelfs door uit vreugde te springen… de lijst van mogelijkheden is eindeloos. We kunnen God eren en prijzen met onze lichamen, met onze harten en gedachten of met de dingen die we doen. Er zijn vele manieren waarop we God kunnen prijzen! Ongeacht hoe je God prijst en aanbidt, het zou altijd moeten leiden tot een ontzag voor Gods macht, liefde en genade voor ons allemaal.

 

 

 

 WAT DENK JIJ? 

 

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is Heer“, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

De wonderbare medaille, een ontferming van Maria

Standaard

  DE WONDERBARE MEDAILLE VAN CATHERINE LABOURE

 

 

de voorkant van de medaille   

 

 

voorkant Catherine Laboure

 

 

 

de acherkant van de medaille   

 

achterkant catherine laboure

een medaille gemaakt door John  Astria

 

.

Catherine Labouré, het dogma van de onbevlekte ontvangenis

 

Een dogma in de religie is een leerstelling die als onbetwistbaar wordt beschouwd, een regel waar niet aan te twijfelen valt. Het dogma bevestigt dat Maria verwekt werd en op de wereld werd gezet zonder bevlekt te zijn met de erfzonde. God bewerkstelligde dit met de bedoeling christus te laten geboren worden uit een pure, zondeloze vrouw. Velen verwarren dit dogma met een ander, dat van de maagdelijkheid van Maria. Daar wordt bevestigd dat Christus verwekt werd zonder gemeenschap met een man. Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria viert men op 8 december.

 

 

 

     Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis

 

Door de woorden van Maria aan Catherine (zie artikel: Catherine Labouré en de Wonderdadige Medaille) wordt in heel de Christelijke wereld de Onbevlekte Ontvangenis bekend. De zuster is de uitverkorene om in 1830 dit kenbaar te maken. Paus Pius de 9de  verheft dat geloofspunt in 1854. In 1858 komt Maria deze geloofswaardigheid nog eens bevestigen in Lourdes toen ze tegen Bernadette zei :”ik ben de Onbevlekte ontvangenis “

 

 

De weerstand tegen Catherine Labouré

 

Catherine vertelt haar biechtvader wat Maria haar vertelde en over  haar opdracht. Hij gaat op het verzoek om een medaille te slaan niet in en wijst de zuster erop dat ze beter deugdelijk zou leven in plaats van zich bezig te houden met verschijningen. Catherine blijft smeken om de medaille te slaan. Ze vertelt de pater dat Maria zich, bij de 3de verschijning, zeer ontevreden had getoond omdat van haar opdracht nog niets was terecht gekomen. Toch stelt de biechtvader zich in verbinding met de aartsbisschop van Parijs. Pas in 1832 krijgt de pater de toestemming van de aartsbisschop om de medaille te slaan. De oorspronkelijke naam van de medaille is die van ‘Maria’s  Onbevlekte Ontvangenis’. Pas 7 jaar later krijgt ze de naam ‘ de Wonderdadige Medaille’ omdat  er zoveel verhoringen, bekeringen en genezingen werden verkregen. Gedurende de eerste 5 jaar worden er 10 miljoen exemplaren van verkocht. Heden zijn er enkel in Europa meer dan 100 miljoen verkocht.

 

 

wonderbare medaille

 

 

 

De schrik en opluchting van Catherine

 

Bij de verschijning van Maria is Catherine blij, maar ze heeft schrik omdat er geschreven staat :”aan wie veel gegeven wordt, daar wordt veel van gevraagd en aan wie men veel toevertrouwt, eist men veel”. Maria weet dat en stelt haar gerust. Toen wist de zuster dat de Maagd haar wat zou bekend maken met baat voor heel de wereld.

 

 

Catherine Laboure

 

 

 

De dood van Catherine Labouré

 

Ze sterft op 31 december 1876. Een eerste wonder dat aan haar zaligverklaring voorafgaat, is de genezing van een verlamd kind dat haar kist aanraakt. Men graaft haar lichaam op 56 jaar later in 1933. Het is nog ongeschonden en soepel met ogen net zo blauw als toen ze nog leefde. Men legt haar lichaam in een schrijn in de kapel van het klooster van de Dochters van Liefde in de Rue du Bac te Parijs. Het schrijn staat rechts van het middenaltaar net naast het bewaarde hart  van St Vincentius zijn altaar.

Iets verderop bevindt zich de blauwe, fluwelen stoel waar Maria inzat toen ze sprak met Catherine tijdens haar verschijning. Op 28 mei 1933 wordt de zuster zalig verklaard door Paus Pius de 12de .Er zijn 50000 mensen aanwezig onder wie 8000 witgesluierde kinderen van Maria uit 39 landen die allemaal de Wonderdadige Medaille dragen. Op 27 juli 1947 wordt Catherine Heilig verklaard Door dezelfde paus.

Ook hierbij zijn vele gelovigen en meer dan 10000 witte gesluierde kinderen van Maria aanwezig. Van de werking van de medaille is veel bekend. Eén van de bekendste ervaringen is die van Alphonse Tobie Ratisbonne.

 

 

 

 

 

 

 Ratisbonne en de wonderdadige medaille

 

 

 Ratisbonne, de verstokte atheïst

 

Ratisbonne is een rijke Jood, een atheïst die de kerk haat en het geloof al lang heeft afgezworen. In 1842 ontmoet hij baron De Bussières, een overtuigd Rooms katholiek Fransman. Zij worden bevriend maar de cynische godslasteringen van Ratisbonne blijven een doren in het oog van de baron. Hij besluit een weddenschap aan te gaan met de fanatieke atheïst. De baron beweert ,indien zijn vriend de medaille zou dragen, dat hij zou stoppen met de godslasteringen. Zo gezegd, zo gedaan. Op een dag vraagt de baron Ratisbonne om in de basiliek op hem te wachten omdat  hij nog een regeling van een uitvaart moest doen. Ratisbonne stemt ermee in , gaat de basiliek binnen en neemt vooraan plaats voor het altaar van de Heilge Maagd.

 

 

Bekering van Ratisbonne

 

 

 

De verschijning van Maria

 

Plots lost de basiliek voor zijn ogen op, enkel het altaar van de Maagd blijft staan. Verstijft van schrik ziet hij de Maagd verschijnen op het altaar in volle glorie,net zoals ze afgebeeld is op de wonderdadige medaille. Ze doet Ratisbonne knielen en zegt geen woord. Dan verdwijnt ze en de basiliek staat er weer. De Jood barst in snikken uit, hij heeft de boodschap begrepen. Inmiddels is de baron teruggekomen en ziet zijn vriend op zijn knieën snikken in de basiliek. Ratisbonnen vertelt over de verschijning en erkent de kracht van de wonderbare medaille. Bij het zien van de Maagd die hem deed knielen begreep hij dat het katholieke geloof waarmee  hij zo spotte het enige was dat hem zou kunnen redden.

 

 

Verschijning aan Ratisbonne

 

 

De bekering van Ratisbonne

 

Ratisbonne bekeert zich, laat zich dopen en wordt priester in 1847. In 1855 sticht hij een klooster voor Onze Lieve Vrouw van Sion te Jeruzalem, de plek waar ooit het huis van Pontius Pilatus stond. Ratisbonne probeert tijdens zijn leven in contact te komen met Catherine Labouré , maar het lukt niet omdat de zuster afgeschermd wordt van de buitenwereld. Hij overlijdt in 1884. Nu is er een gedenksteen gelegd op de plaats van de verschijning met de volgende tekst: “Hij kwam hier als een verstokte Jood, de Maagd verscheen hem, hij viel neer als een Jood en stond op als een Christen”.

 

 

 

    Waarom een medaille uit de hemel

 

 

Armoede in de 19e eeuw

 

Rond 1830 zijn er in Frankrijk slechte tijden. Religie gaat achteruit en er is veel armoe gepaard gaande met ziektes (cholera). Ook is er een politieke revolutie bezig. Tijdens die revolutie stopt de hulp aan de armen, de congregatie van de zusters wordt belemmerd in hun bestaan. St Vincentius verklaarde ooit dat God de bedoeling had de congregatie te stichten. Hij wist dat wat God wenst zou geschieden en volbracht worden.

 

 

Een medaille via de onschuld

 

Daarom stuurde hij zijn moeder (Maria) om de congregatie te redden door middel van de medaille. Uit liefde en medelijden voor de mens mag De Maagd de vertrouwelijke mededeling aan Catherine verkondigen en ingrijpen. Via een klein verlicht kind wordt Catherine aangemaand zich naar de kapel te begeven waar de Maagd wacht. Het is de onschuld door God gestuurd wat verwijst naar Jezus die het licht van de wereld is.

 

 

De genade van God

 

De verschijning van de Maagd aan Catherine is Gods liefde en onverdiende genade die de mens met zijn vrije wil mag ontvangen. God laat een bescheiden medaille slaan, geen juweel, die zijn grote majesteit openbaart. Wie de medaille draagt mag er zeker van zijn dat Maria zich om die persoon bekommert en ontfermt. De medaille is geen bijgeloof en geen gebruiksvoorwerp. De drager vertrouwt op Zij die de medaille verte- genwoordigt. Nu reeds zijn er enkel in Europa 100 miljoen exemplaren verkocht.

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the MIraculous Medal-I.Dirvin

* www.Catherinelaboureendewanderdadigemedaille

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA