Tagarchief: Jezus

Muslim sees and hears jesus / Moslim hoort en ziet Jezus

Standaard

Category / categorie : video

 

 

 

 

Muslim sees and hears jesus / Moslim hoort en ziet Jezus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Advertenties

Lucas 18: Jezus vertelt parabels

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Christus

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het verhaal van de oneerlijke rechter

 

1 Jezus wilde de leerlingen uitleggen dat ze altijd moesten bidden en niet moesten opgeven. Hij vertelde hun dat in de vorm van een verhaal. 2 Hij zei: “Er woonde in een stad een rechter. Het was een man die zich van niemand iets aantrok – niet van God en niet van mensen. 3 En er woonde in die stad ook een weduwe. Ze kwam steeds naar hem toe en zei: ‘Spreek recht tussen mij en mijn tegenpartij, zodat ik krijg waar ik recht op heb.’ 4 Eerst wilde hij niet. Maar later zei hij bij zichzelf: ‘Ik trek mij van niemand iets aan. Niet van God en niet van mensen. Maar ik zal toch maar rechtspreken tussen haar en haar tegenpartij. 5 Want ze valt me aldoor lastig. En als ik niets doe, komt ze me straks nog in mijn gezicht slaan.’ ”
.
6 Jezus zei: “Luister naar wat de oneerlijke rechter zegt. 7 Dan zal God die rechtvaardig is er toch zéker voor zorgen dat de mensen die Hij heeft uitgekozen, krijgen waar ze recht op hebben? Want ze roepen dag en nacht tot Hem. Zal Hij hen laten wachten? 8 Nee, Ik zeg jullie dat Hij hen heel snel zal komen helpen. Maar als de Mensenzoon op aarde terugkomt, zal Hij dan dat geloof vinden op aarde?”

 

 

Het verhaal van de Farizeeër en de belasting-ontvanger

 

9 Jezus had gemerkt dat sommige mensen zichzelf heel godsdienstig vonden en op andere mensen neerkeken. Daarom vertelde Hij hun nog een verhaal. 10 Hij zei: “Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een Farizeeër, de ander een belasting-ontvanger. 11 De Farizeeër ging breeduit staan en bad bij zichzelf: ‘God, ik dank U dat ik niet zo ben als de andere mensen. Want zij zijn hebzuchtig, oneerlijk en ontrouw, en ik niet. Dank U ook dat ik niet ben zoals die belasting-ontvanger daar. 12 Twee dagen per week sla ik het eten over. En ik geef U een tiende deel van alles wat ik heb.’ 13 Maar de belasting-ontvanger bleef op een afstand van de tempel staan en wilde zelfs niet naar de hemel opkijken. Hij wrong zijn handen van spijt en zei: ‘God, vergeef mij alstublieft de slechte dingen die ik heb gedaan!’ 14 Ik zeg jullie: deze belasting-ontvanger had van God vergeving gekregen toen hij weer naar huis ging. Maar de Farizeeër niet. Want als iemand zichzelf heel belangrijk vindt, zal hij worden vernederd. Maar als iemand heel bescheiden over zichzelf denkt, zal hij worden geëerd.”

 

 

 

 

 

Jezus zegent de kinderen

 

15 De mensen brachten ook hun kleine kinderen naar Jezus toe. Ze wilden dat Hij hun de handen op zou leggen. Toen de leerlingen dat zagen, stuurden ze hen weg. 16 Maar Jezus riep de kinderen naar Zich toe en zei: “Laat de kinderen naar Mij toe komen en houd ze niet tegen. Want het Koninkrijk van God is voor mensen die zijn zoals zij. 17 Luister goed! Ik zeg jullie: als je het Koninkrijk van God niet aanneemt zoals een kind dat doet, kun je het niet binnen gaan.”

 

 

De rijke man

 

18 Een rijk, belangrijk man vroeg aan Jezus: “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?” 19 Jezus zei tegen hem: “Waarom noem je Mij ‘goed’? Er is er maar Eén die goed is, en dat is God. 20 Je kent de leefregels van de wet van Mozes: ‘Wees trouw aan je vrouw, dood niemand, steel niet, vertel geen leugens over anderen, heb respect voor je vader en moeder en zorg voor hen.’ ” 21 De man zei tegen Hem: “Daar heb ik me mijn hele leven aan gehouden.” 22 Toen Jezus dat hoorde, zei Hij: “Je moet nog één ding doen: verkoop alles wat je hebt en geef het geld aan de arme mensen. Dan zul je een schat in de hemel hebben. Kom daarna hier en volg Mij.” 23 Toen de man dat hoorde, werd hij erg verdrietig. Want hij was heel erg rijk. 24 Jezus zag dat de man verdrietig was geworden. En Hij zei: “Wat is het voor rijke mensen toch moeilijk om het Koninkrijk van God binnen te gaan. 25 Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijk mens om het Koninkrijk van God binnen te gaan.” 26 De mensen die dit hoorden, zeiden tegen Hem: “Maar wie kan dán gered worden?” 27 Hij zei tegen hen: “Wat voor mensen niet mogelijk is, is voor God wél mogelijk.”

 

 

 

 

 

Wat is de beloning voor het volgen van Jezus?

 

28 Toen zei Petrus: “Heer, wij hebben alles achtergelaten wat we hadden en zijn U gevolgd.” 29 Jezus zei tegen hen: “Luister goed! Ik zeg jullie: als je je huis of vrouw of broers of ouders of kinderen verlaat voor het Koninkrijk van God, 30 zul je er heel veel andere voor terug krijgen in deze wereld. En in de wereld die nog komt krijg je het eeuwige leven.”

 

 

Jezus vertelt over zijn dood

 

31 Jezus nam de twaalf leerlingen apart en zei tegen hen: “Luister, we zijn op weg naar Jeruzalem. Alles wat de profeten hebben opgeschreven, zal met de Mensenzoon gaan gebeuren. 32 Want Hij zal gevangen worden genomen en aan de Romeinen worden uitgeleverd. Ze zullen Hem belachelijk maken en bespugen en uitlachen. 33 Ze zullen Hem zweepslagen geven en doden. Maar op de derde dag zal Hij uit de dood opstaan.” 34 Maar ze begrepen er niets van. Het waren onbegrijpelijke woorden voor hen. Ze hadden geen idee wat Hij bedoelde.

 

 

Jezus geneest een blinde man bij Jericho

 

35 Toen ze in de buurt van Jericho kwamen, zat er een blinde man langs de kant van de weg te bedelen. 36 Toen hij hoorde dat er een grote groep mensen voorbij kwam, vroeg hij wat er aan de hand was. 37 De mensen vertelden hem dat Jezus van Nazaret voorbij kwam. 38 Toen riep hij: “Jezus, Zoon van David , help mij alstublieft!” 39 De mensen die voorbij liepen, zeiden dat hij zijn mond moest houden. Toen schreeuwde hij nog harder: “Zoon van David, help mij alstublieft!” 40 Jezus stond stil en liet hem bij Zich brengen. Hij vroeg hem: 41 “Wat wil je dat Ik voor je doe?” Hij antwoordde: “Heer, ik wil zo graag kunnen zien!” 42 Jezus zei tegen hem: “Ik wil dat je kan zien! Je geloof heeft je gered.” 43 Onmiddellijk kon de man zien. Hij volgde Jezus en prees God. En alle mensen die het zagen, prezen God.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Jezus weende ; Johannes 11:34

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Jezus weende (Johannes 11:34)

.

.

.

jezus-weende

 

.

Slechts twee woorden, maar wel heel bijzondere, omdat ze zijn uitgesproken door onze Heiland. Jezus Christus weende. God Zelf, de Schepper van hemel en aarde, de Almachtige en Allerhoogste weende. Het zal moeilijk zijn een tekst te vinden in Gods Woord waarin onze Heiland zo herkenbaar en ‘dichtbij’ komt als bij het graf van Lazarus. Juist door deze emotie van het huilen is Hij als mens voor ons zo herkenbaar.

Er kunnen verschillende redenen zijn geweest waarom Hij dat deed. Was het omdat Hij zo weinig geloof aantrof bij Maria, Martha en de Joden? Er staat immers ‘Hij werd verbolgen in de geest’. Óf had Hij verdriet omdat Zijn vriend Lazarus gestorven was? Kwam het doordat Hij bepaald werd bij het contrast tussen hoe het bij de schepping oorspronkelijk bedoeld was en wat de mensen er van gemaakt hadden met de verwoestende uitwerking van de dood als climax?

Óf was het omdat Maria en Martha zo verdrietig waren? Misschien waren het tranen, omdat Hij wist dat God de Vader binnenkort zou lijden als Hij, de Zoon, aan het kruis genageld zou worden. Of was hij bedroefd om het ongeloof van de mens in Hem terwijl Hij in hun midden stond? Was Zijn hart daarom diep ontroerd? De liefde zoekt zichzelf immers niet. Misschien was het een combinatie van bovenstaande gedachten.

Hoe dan ook, Jezus weende. We kunnen hier uit leren, dat het hebben van verdriet een bijbels gegeven is. God heeft geen robotten geschapen, maar mensen van vlees en bloed met vele gevoelens. Verdriet en tranen horen er bij in periodes van lijden, daar hoeven we ons niet voor te schamen. Het woord dat gebruikt is voor ‘weende’, betekent zachtjes wenen. Waarschijnlijk huilde de Here Jezus zachtjes, terwijl de tranen over Zijn wangen stroomden.

De Heer weende op aarde met de wenenden. Het vers spreekt van Zijn grote bewogenheid en medeleven met Zijn kinderen die lijden, maar Hij was er ook om te troosten: ‘Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven’, Joh. 11:25. Hij leed mee met Maria en Martha en Hij troostte hen.

De reacties van de omstanders op het huilen van de Heer waren heel uiteenlopend. Er werd gezegd ‘zie hoe lief Hij hem had’, anderen spotten met Hem, Joh.11:36/7. Er is niet veel veranderd in al die jaren. Nog steeds reageren mensen over het algemeen op 2 manieren als ze met Christus geconfronteerd worden, óf ze worden in hun hart geraakt door Zijn liefde óf men bespot Hem.

In Hebreen 4:15 staat ‘Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen’. Dat gaat over dezelfde Heiland, die nu als Mens in de hemel is en ons kan en wil troosten in ons lijden zoals niemand dat kan. Hij kan in het lijden a.h.w. meehuilen, want Hij begrijpt ons verdriet ten volle, omdat Hij Zelf als Mens geleden heeft.

Hij wil onze pijn verzachten door Zijn Heilige Geest en Hij troost ons ook vandaag nog met de woorden: Ik ben de opstanding en het leven. Lazarus werd opgewekt uit de dood, zó zullen ook onze gestorven geliefden eens lichamelijk worden opgewekt. Wat zal dat een heerlijk moment zijn, als we allen, gestorven en nog levende gelovigen, voor altijd bij de Heer zullen zijn, Hem zullen zien zoals Hij is, zelfs Hem gelijk zullen zijn in Zijn opstandingslichaam en Hem op een volmaakte wijze zullen eren.

 

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De geschiedenis van Satan

Standaard

Categorie : religie

.

 

 

Satan, de slang

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

De geschiedenis van Satan

 

 

 Waar kwam hij vandaan?

 

De geschiedenis van Satan, de duivel, wordt in de Bijbel beschreven iJesaja 14:12-15 en Ezechiël 28:12-19. Deze twee passages bevatten ook verwijzingen naar de koning van Babylon, de koning van Tyrus en de geestelijke kracht die achter deze koningen zat.

Waarom werd Satan uit de hemel verstoten? Zijn val werd veroorzaakt door hoogmoed. Deze hoogmoed kwam voort uit zijn verlangen om zelf God te zijn in plaats van een dienaar van God te zijn. Satan was de hoogste van alle engelen, maar hij was niet gelukkig. Hij verlangde ernaar om zelf God te zijn en over het universum te heersen. God wierp Satan uit de hemel, als een gevallen engel.

 

Jesaja 14: 12-15

12 Morgenster, zoon van het ochtendlicht, wat ben je diep gevallen!
Jij die over de volken heerste, bent neergeslagen.
13 En je dacht nog wel: ‘Ik zal opstijgen naar de hemel,
en hoog boven de sterren van God mijn troon neerzetten.
Ik zal op mijn troon zitten op de berg
waar de engelen voor de troon van God samenkomen,
ver in het noorden.
14 Ik zal hoog boven de wolken op mijn troon zitten.
Ik zal net zo machtig zijn als de Allerhoogste God.’
15 Maar wat is er van je geworden?
Je bent in het dodenrijk neergestort,
in het diepst van de aarde!

 

 

Ezechiël 28: 12-19

11 De Heer zei tegen mij: 12 “Mensenzoon, zing dit treurlied over de koning van Tyrus:
.
U was volmaakt.
U was vol van wijsheid en volmaakt mooi.
13 U woonde in Eden, de tuin van God.
U was helemaal bedekt met allerlei edelstenen:
sardis, topaas, diamant,
turkoois, sardonyx, jaspis,
saffier, robijn, smaragd.
Al die stenen waren met gouden zettingen op u vastgezet.
Op de dag dat u gemaakt werd, werden ze voor u gemaakt.
14 Ik had u een taak gegeven: u was een beschermende engel.
Ik had u een plaats gegeven op mijn heilige berg.
U mocht tussen de vurige stenen komen.
15 Vanaf de dag dat Ik u maakte, leefde u zoals Ik het wil.
U was volmaakt.
Totdat u op een dag slecht werd.
16 Want doordat u zo rijk werd, kreeg het kwaad u in zijn macht.
U leefde niet langer zoals Ik het wil.
Daarom stuurde Ik u weg van mijn heilige berg.
U, beschermende engel, mocht niet langer tussen de vurige stenen komen.
17 U was er trots op geworden hoe prachtig u er uitzag.
Daardoor verloor u uw wijsheid.
Ik wierp u neer op de aarde.
Koningen van andere landen liet Ik zien hoe het slecht met u afliep.
18 Door uw slechte en oneerlijke manier van leven
heeft u uw heiligdommen bedorven.
Daarom heb Ik uw stad tot aan de grond afgebrand.
Er is alleen nog as van over.
19 Alle volken die u hebben gekend,
zijn geschokt over wat er met u gebeurd is.
Het is vreselijk met u afgelopen.
U bent voor altijd van de aardbodem verdwenen.”

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wie is hij?

 

De duivel wordt vaak als een karikatuur afgeschilderd: een stripboekachtige boef met rode horentjes en een drietand; het is daarom niet verwonderlijk dat mensen de geschiedenis van Satan in twijfel trekken. Maar, zijn bestaan is niet op fantasie gebaseerd. Het wordt bevestigd door hetzelfde boek dat het leven en dood van Jezus beschrijft (Genesis 3:1-16Jesaja 14:12-15Ezechiël 28:12-19Matteüs 4:1-11).

 

Genesis 3: 1-16

1 De slang was sluwer dan alle andere wilde dieren die de Heer God had gemaakt. Hij zei tegen de vrouw: “God heeft toch gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?” 2 De vrouw antwoordde: “We mogen van alle vruchten van alle bomen in de tuin eten. 3 Alleen niet van de vruchten van de boom die in het midden van de tuin staat. Daarvan heeft God gezegd: ‘Van die boom mogen jullie niet eten. Jullie mogen hem zelfs niet aanraken. Want anders zullen jullie sterven.’ ” 4 Maar de slang zei tegen de vrouw: “Jullie zullen helemaal niet sterven. 5 God weet dat als jullie daarvan eten, jullie de waarheid zullen zien. Jullie zullen net als God weten wat goed en wat kwaad is.” 6 Toen wilde de vrouw erg graag van de vruchten in de boom eten. Ze zagen er zó aantrekkelijk uit! Ze wilde er zo graag van eten omdat ze dan wijs zou worden. Ze plukte een vrucht van de boom en at hem op. Ze gaf er ook één aan haar man, die bij haar stond. Hij at de vrucht op. 7 Toen zagen ze de waarheid: ze zagen dat ze naakt waren. Daarom maakten ze twee schorten van de bladeren van een vijgenboom. Zo hadden ze iets om aan te trekken.

8 Toen hoorden ze de stem van de Heer God, die door de tuin wandelde in de avondwind. Haastig verstopten de man en zijn vrouw zich voor de Heer. Ze verborgen zich tussen de bomen van de tuin. 9 Maar de Heer God riep Adam en zei: 10 “Waar zit je?” Adam antwoordde: “Toen ik uw stem in de tuin hoorde, werd ik bang. Want ik ben naakt. Daarom heb ik me verstopt.” 11 De Heer zei: “Wie heeft jou verteld dat je naakt bent? Heb je van de boom gegeten waarvan Ik had gezegd dat jullie daar niet van mochten eten?” 12 Adam zei: “De vrouw die U aan mij heeft gegeven, gaf mij een vrucht van de boom. Die heb ik opgegeten.” 13 Toen zei de Heer tegen de vrouw: “Waarom heb je dat gedaan?” De vrouw zei: “De slang heeft mij bedrogen. Hij zei dat ik ervan moest eten en toen heb ik dat gedaan.”

14 Toen zei de Heer God tegen de slang: “Omdat je dit hebt gedaan, ben je voortaan zwaar vervloekt. Je hele leven zul je op je buik kruipen en stof eten. 15 En jij en de vrouw zullen elkaars vijanden zijn. En jouw kinderen en haar kind zullen elkaars vijanden zijn. Haar kind zal jouw kop verpletteren en jij zal de hiel van haar kind verpletteren.

16 Tegen de vrouw zei Hij: “Voortaan zul je veel meer problemen hebben als je in verwachting bent. En als je kinderen worden geboren, zal dat veel pijn doen. Altijd zul je naar je man verlangen en hij zal over je heersen.”

 

 

Mattheüs 4: 1-11

1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.

3 Toen kwam de duivel. Hij zei tegen Hem: “Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat ze in broden moeten veranderen.” 4 Maar Jezus antwoordde: “In de Boeken staat: ‘Je kan niet alleen van brood leven. Alles wat God zegt, heb je óók nodig om te leven.’ ”

5 Toen nam de duivel Hem mee naar Jeruzalem. Daar zette hij Hem op de rand van het dak van de tempel. 6 En hij zei tegen Jezus: “Als U Gods Zoon bent, spring dan naar beneden. Er staat toch in de Boeken: ‘God zal zijn engelen de opdracht geven dat ze U op hun handen moeten dragen. Dan zult U uw voeten niet aan een steen stoten.’ ” 7 Jezus antwoordde: “Maar er staat ook in de Boeken: ‘Je mag je Heer God niet uitdagen.’ ”

8 Daarna nam de duivel Jezus mee naar een hoge berg. Vanaf die berg liet hij Jezus alle koninkrijken van de wereld zien, met al hun macht en rijkdom. 9 En hij zei tegen Jezus: “Dat geef ik allemaal aan U, als U voor mij neerknielt en mij aanbidt!” 10 Toen zei Jezus: “Ga weg, duivel! Er staat toch ook in de Boeken: ‘Aanbid je Heer God en dien alleen Hém.’ ”

11 Toen liet de duivel Hem met rust. En er kwamen engelen om Hem te dienen.

 

Christenen geloven dat Satan de leider is van de gevallen engelen. Deze demonen, die in de onzichtbare geestenwereld bestaan maar toch op onze stoffelijke wereld inwerken, kwamen tegen God in opstand, maar staan uiteindelijk toch onder Zijn heerschappij. Satan vermomt zichzelf als een “engel van het licht” en bedriegt zo de mensheid, net zoals hij in het begin Eva bedroog.

Jezus getuigde Zelf van het bestaan van Satan. Tijdens Zijn bediening kwam Hij persoonlijk oog in oog te staan met de verleidingen van de duivel (Matteüs 4:1-11), dreef Hij demonen uit die mensen hadden bezeten (Lucas 8:27-33), en versloeg hij deze kwaadaardige engel en zijn legioen demonen aan het kruis. Christus hielp ons ook om de voortdurende geestelijke strijd tussen God en Satan te begrijpen; de strijd tussen goed en kwaad (Jesaja 14:12-15Lucas 10:17-20).

 

Lucas 8: 27-33

Daar gingen ze aan land. Er kwam uit de stad een man naar Hem toe, die al jaren in de macht van duivelse geesten was. Hij droeg geen kleren meer en woonde niet in een huis, maar in de graven. 28 Toen hij Jezus zag, begon hij te schreeuwen en liet zich voor Jezus op de grond vallen. Hij riep luid: “Wat moet U van Mij, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? Ik smeek U mij geen kwaad te doen!” 29 Want Jezus had de duivelse geest het bevel gegeven uit de man weg te gaan. Want de geest had de man al heel vaak met geweld meegesleurd. Om hem te bewaken werd hij wel eens met ijzeren ketenen en voetboeien vastgezet. Maar dan brak hij de boeien weer stuk en werd hij door de geest naar eenzame plaatsen gejaagd.

30 Jezus vroeg hem: “Hoe heet je?” Hij zei: “Ik heet ’t Leger.” Hij zei dat, omdat er heel veel geesten in hem zaten. 31 De geesten smeekten Hem dat Hij hen niet naar de bodemloze put zou sturen. 32 Nu werd er op de berg een kudde varkens gehoed. En de geesten smeekten Hem of ze in de varkens mochten gaan. Dat vond Hij goed. 33 De geesten vertrokken uit de man en gingen in de varkens. En de hele kudde sloeg op hol. De varkens stortten van de steile berghelling af, het meer in. Alle dieren verdronken.

 

Lucas 10: 17-20

17 Na een poos kwamen de 70 leerlingen heel blij weer bij Jezus terug. En ze zeiden: “Heer, ook de duivelse geesten gehoorzamen ons in uw naam!” 18 Jezus zei: “Ik zag de duivel als een bliksem uit de hemel vallen. 19 Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen. Ik heb jullie macht gegeven over het hele leger van de vijand. Niets zal jullie kwaad kunnen doen. 20 Maar wees er niet blij over dat de duivelse geesten jullie gehoorzamen. Wees er liever blij over dat jullie naam staat opgeschreven in de hemel.”

 

Met Jezus Christus aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn voor de beperkte macht die Satan heeft (Hebreeën 2:14-15). Maar we moeten wijs zijn en zijn tactieken weerstaan:

“We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld. De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.” (2 Korintiërs 10:3-5)

 

Hebreeën 2: 14-15

14 Die kinderen zijn van vlees en bloed. Daarom is ook Jezus een mens van vlees en bloed geworden. Zo kon Jezus door zijn dood de duivel zijn macht afnemen. De duivel heeft niet langer de macht over de dood. 15 En zo kon Hij alle mensen bevrijden die hun leven lang slaven van het kwaad waren door hun angst voor de dood.

 

2 Korintiërs 10: 3-5

3 Want we zijn wel gewone mensen die in deze wereld leven, maar we gebruiken geen menselijke wapens. 4 De wapens van onze strijd zijn geen menselijke wapens, maar geestelijke wapens. Het zijn sterke wapens van God, die elke geestelijke muur kunnen afbreken. 5 Als mensen God niet willen gehoorzamen, kunnen we met die wapens elke redenering van hen uit de weg ruimen. Alles wat in de weg staat om God werkelijk te leren kennen, kunnen we als het ware gevangen nemen: alle verkeerde gedachten, redeneringen en ideeën. En daarna kunnen we die gehoorzaam maken aan Christus.

 

 

demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is zijn tegenwoordige plaats?

 

Door de geschiedenis van Satan heen is hij geïdentificeerd met het kwaad, omdat hij het tegenovergestelde is van Gods karakter. Gods heilige standaard, die we in de Bijbel kunnen vinden, brengt kwaad aan het licht. Als we niet op de waarheid van de Bijbel vertrouwen, dan kunnen we gemakkelijk gaan dwalen:

  • Eén fout bestaat uit het ontkennen van het bestaan van Satan.
  • Een andere fout is om je angstig op Satan te concentreren in plaats van op Jezus Christus; Hij die Satan heeft overwonnen.
  • Anderen doen openlijk aan duivelsaanbidding en geven de voorkeur aan de duisternis van het kwaad in plaats van het licht dat de zonde blootlegt (Johannes 3:192 Korintiërs 11:14-15).

Elk van deze benaderingen behaagt de duivel. Hij wil dat we hem ontkennen, vrezen, gehoorzamen of aanbidden. Tenzij we de betrouwbare bron, de Bijbel, volgen, zal hij ons bedriegen (Efeziërs 6:10-11).

 

Johannes 3: 18-19

18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God. 19 Die mensen zullen worden veroordeeld omdat het Licht in de wereld is gekomen, en ze liever het donker hadden dan het Licht. Dat is omdat ze slechte dingen doen.

 

2 Korintiërs 11: 14-15

14 Maar dat is niets vreemds. Want de duivel zélf doet alsof hij een engel van het licht is. 15 Dan is het niet vreemd dat zijn dienaren ook doen alsof ze dienaren van de waarheid van God zijn. Maar aan het eind zullen ze hun verdiende loon krijgen voor wat ze doen.

 

Efeziërs 6: 10-13

10 Tenslotte, broeders en zusters: wees sterk in de kracht van de Heer. 11 Doe de hele wapenrusting van God aan. Dan kan de duivel jullie met zijn sluwe streken geen kwaad doen. 12 Want we strijden niet tegen mensen, maar tegen de onzichtbare leiders, machten en heersers van deze donkere wereld. Dus tegen de duivelse geesten in de geestelijke wereld. 13 Doe daarom de hele wapenrusting van God aan. Dan kun je je verdedigen als het kwaad je aanvalt. En dan kun je ook blijven staan als je alles hebt gedaan wat je moest doen.

 

 

De wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Satans verleidingen tegenover de werkelijkheid

 

In ons wetenschappelijk, rationeel tijdperk worden geestelijke overtuigingen als bespottelijke mythen van de hand gewezen. Maar Satan heeft absoluut geen moeite met mensen die de realiteit van gevallen engelen of demonen ontkennen. Door zichzelf te vermommen kan hij mensen verleiden en bedriegen zonder herkend te worden. De wijzen onder ons zullen nooit vergeten dat Satan en zijn demonen vastberaden zijn om mensen te bedriegen en een werkelijke strijd aan te gaan met de hemelse engelen.

Satan overtuigt of verleidt zijn prooi om hem te volgen, of zij zich dat nu realiseren of niet. Misschien zijn ze wel gewoon onwetend of verward. Velen geloven liever menselijke theorieën dan de Goddelijke openbaring en de natuurwetten. Ongeacht of ze blind, bedrogen of bereidwillig zijn, ze volgen Satan allemaal naar een fatale bestemming. Ze veroordelen zichzelf tot een eeuwigheid in de hel.

Hoewel Satan machtiger is dan wij mensen, laat God ons niet hulpeloos aan hem over (Efeziërs 6:10-11). Toen de Heer hem terechtwees, sidderden Satan en zijn demonen en zij ontvluchtten Hem (Jakobus 2:19Judas 1:9). Toen Jezus stierf, overwon Hij hen (Kolossenzen 2:15). Alleen onder het gezag van Jezus heeft een mens de macht om zich tegen de duivel te verweren. Mensen die van hun zonden gered zijn, door de dood van Jezus aan het kruis, worden beschermd; mensen die niet van Satans macht zijn gered zullen met hem vergaan (Johannes 3:161 Petrus 5:8-10).

Met wie zul jij de eeuwigheid doorbrengen? Heb jij het feit aanvaard dat je een zondaar bent en dat Jezus aan het kruis stierf en uit de dood is opgestaan?

 

Jacobus 2: 19-20

Jullie geloven dat God Eén is? Dat is goed, maar dat geloven de duivelse geesten ook, en ze beven van angst voor Hem. 20 Wat zijn jullie toch dwaas! Waarom begrijpen jullie niet dat het geen zin heeft om te geloven, als jullie verder niet doen wat God van jullie vraagt?

 

Judas 1: 9-10

9 De engel Michaël had ooit ruzie met de duivel over het lichaam van Mozes toen Mozes gestorven was. Michaël is één van de belangrijkste engelen. Toch wilde hij de duivel niet zelf veroordelen. Hij zei alleen: “De Heer zal je straffen!” 10 Maar die mensen over wie ik het heb, maken alles belachelijk wat ze niet kennen of begrijpen. Ze gedragen zich als domme dieren die niet kunnen nadenken. Ze begrijpen alleen dat wat ze kunnen zien. Het loopt dan ook slecht met hen af

 

Kolossenzen 2: 15

15 We waren ongehoorzaam doordat het kwaad macht over ons had. Maar nu heeft Hij aan het kruis het kwaad ontwapend, overwonnen en voor iedereen te kijk gezet.

 

Johannes 3: 16-18

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

1Petrus 5: 8-10

8 Wees verstandig en let goed op. Jullie vijand, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw die een prooi zoekt. Hij zoekt wie hij kan verslinden. 9 Verzet je tegen hem, sterk in je geloof. Vergeet niet dat je broeders en zusters over de hele wereld dezelfde problemen meemaken als jij.
10 Maar de God die één en al liefde en goedheid is, heeft jullie in Christus geroepen om voor eeuwig bij Hem te zijn. Hij zal jullie, na een korte tijd van lijden, volmaakt en sterk maken. 11 Van Hem is alle eer en macht, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Helend bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Er is altijd een uitkomst

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

Als je het leven niet meer ziet zitten,

is er nog altijd een uitkomst voor jou

 

 

 

Ken je dat gevoel? Het gevoel dat niets nog zin heeft, dat jou leven geen zin meer heeft? Soms zie je het allemaal niet meer zitten. Je ziet als een berg tegen alles op. Je bent moe en je hebt nergens zin in. De meeste mensen hebben hier wel eens last van. Meestal gaat het vanzelf weer over. Maar soms duurt het langer – bijvoorbeeld al weken – en heb je het gevoel dat het niet meer over gaat.

Als jij je zo voelt, dan voel je je ‘depressief’. Gelukkig is er uitkomst voor je, er is een God die je liefheeft, je begrijpt en Hij is instaat om te helpen. Hij zegt in de Bijbel:

 

 “Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.”Jesaja 41:10)

 

Misschien herken je deze klachten? Je voelt je al lange tijd niet happy en je hebt vaak klachten zoals:

– Je eet ineens anders: heel veel of juist heel weinig
– Je wilt meer slapen dan normaal en je voelt je toch bijna elke dag moe
– Je bent zonder aanwijsbare reden rusteloos
– Je voelt dat je niks waard bent
– Je voelt je vaak schuldig
– Je kan je moeilijker concentreren
– Feitelijk zie je het leven niet meer zo zitten

 

 

Verlossing van het lijden

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Depressieve gedachten zijn leugens


Er zijn mensen die voortdurend negatieve boodschappen in hun gedachten horen zoals:

‘je bent een nul’

‘stommeling, waarom heb je dat nou weer gedaan’

‘je mag er eigenlijk niet zijn’

‘jij hebt niet wat anderen wel hebben’

‘je bent lelijk’

‘anderen moeten je niet’

‘hou maar op, het wordt niks’

‘je bent een zondaar en je gaat naar de hel’

Ook zijn er die zichzelf bewust of onbewust steeds opnieuw vergelijken met anderen en dit kan leiden tot ontmoediging. Al die veroordelende gedachten werken als een moker op de ziel. Al deze negatieve gedachten zijn feitelijk leugens van satan.

Je denkt wellicht ook:

“God houdt niet van mij. God is onverschillig ten opzichte van mijn pijn, misschien kent Hij mijn lijden niet.”

Maar dit kan allemaal niet waar zijn, want de Bijbel spreekt heel andere taal. Jezus heeft ons juist lief en begrijpt ons als geen ander. Jezus heeft ook de diepste pijn en de diepste verlatenheid ondergaan die een mens kan ondergaan. Dus niets van het menselijk lijden is Hem als schepper van alle dingen vreemd, ook daarom kwam Hij naar deze aarde als onze verlosser, Hij begrijpt ons dus.

 

 

Jezus, de leeuw en het lam, als redder van de mensheid

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het leven is niets meer waard


Eén van de leugens van satan is ook, dat er voor jou niets meer is, dat het nog waard maakt om voor te leven en dat een einde maken aan je leven de beste oplossing is. Maar we hebben dan vaak uit het oog verloren, dat er beslist nog mensen om ons heen zijn die van ons houden en waarvoor we wel degelijk betekenis hebben. Daarbij heeft God ook een plan met elk leven en dat is, opdat anderen iets van Gods genade en liefde in ons leven zien. God werkt dus aan ons en Hij verlangt het werkstuk ook af te maken (Filip.1:6). Het is ook een leugen dat we een willoos slachtoffer zijn van die negatieve gedachten. Jezus heeft overwonnen aan het kruis van Golgotha en Hij staat aan jou kant, daarom is bevrijding wel degelijk mogelijk.

 

 

 

Problemen in stand houden


Als we last hebben van een depressie, moeten we wel strijdbaar blijven, d.w.z. ons niet te gemakkelijk overgeven aan de symptomen van depressie, hopeloosheid en wanhoop. Vaak is het net of mensen hun problemen niet te lijf gaan, maar ze hebben het gewoon geaccepteerd. Het lijkt dan alsof men zich overgeeft aan depressief zijn en als we depressieve gedachten niet meer bestrijden dan maakt het ons steeds negatiever, het vreet onze energie weg.

We hebben het dan laten uitgroeien tot een levensgroot monster wat we niet meer baas kunnen en nu zitten we met het probleem. Het achtervolgt ons en wordt voor onze belevenis steeds groter en groter. En onze energie-accu wordt steeds leger en leger, tot ze tenslotte helemaal leeg is en als je niet snel ingrijpt, word je ziek en ga je tenslotte ten onder.

Daarom is er maar één ding belangrijk: grijp in zolang het nog kan, val je depressiviteit aan, noem de naam Jezus en roep de kracht van Zijn bloed aan, de duivel is er bang van. Ga dat monster te lijf alsof het je grootste vijand is en dat is het ook, want dit is een vijand die het op je totale ondergang gemunt heeft, hij wil je verwoesten. En jij denkt wellicht dat hij de sterkste is, maar dat is ook al weer een leugen, want jij kunt ‘met Jezus’ je depressiviteit de baas. Je kunt het verjagen, opruimen, wegwerken. Maar niet door aan de kant te staan kijken.

 

 

 

Soorten depressies


Sommige mensen hebben een seizoensgebonden depressie, of een depressie die kan voorkomen na de zwangerschap (dat noemen we ‘postnatale depressie’) en soms een depressie die wordt afgewisseld met hele vrolijke periodes (dat noemen we ‘manisch depressief’), depressies ten gevolge van het overlijden van iemand die men lief heeft etc.. Je bent niet de enige, depressies zijn een wijd verspreide toestand waar miljoenen mensen last van hebben, christenen net zo goed als niet-christenen.

Mensen die aan een depressie lijden kunnen intense gevoelens van droefheid, woede, hopeloosheid, vermoeidheid en een verscheidenheid aan andere symptomen ervaren. Ze kunnen zich nutteloos voelen en zelfs zelfmoordneigingen hebben en hun interesse verliezen in mensen en dingen waar ze eerst altijd van genoten hadden. Depressies worden vaak in gang gezet door omstandigheden in het leven, zoals een baanverlies, de dood van een naaste, een echtscheiding, of psychologische problemen zoals misbruik of een gering zelfrespect.

 

 

De mens in geloof

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De werkelijke oorzaak


Toch overkomt het ons niet zomaar, er zijn demonen van ontmoediging en depressiviteit die ons aanvallen. Zij komen bij ons binnen zodra ze een opening vinden en ze zijn op de hoogte van onze zwakste momenten. Achter elke depressie staat een demon die ons wil binden en op zo´n moment hebben we bevrijding nodig. De duivel heeft maar één doel en dat is ons ongeluk en tenslotte de dood. Vandaar dat er nog steeds zoveel mensen zijn die met zelfmoord gedachten rondlopen. Jezus is echter gekomen om ons een vrij en vreugdevol leven te geven. Nogmaals, Hij heeft aan het kruis de macht van depressiviteit verbroken, je kan dus vrij worden.

In Jesaja 61 staat een profetie over Jezus:

“Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.” 

Het is duidelijk dat God de bedoeling heeft dat we allemaal vreugdevolle leven hebben in deelname met God. Op een andere manier is dit onmogelijk. Dit is niet gemakkelijk te vatten voor iemand die aan een depressie lijdt, maar dit kan verholpen worden door de bevrijdende kracht van de Heer. Daarnaast helpt het ons, als we ons gaan openstellen voor de Bijbel en voor Bijbelstudies met andere gelovigen. We moeten een bewuste inspanning doen om niet te zeer in onszelf op te gaan. Onze inspanningen moeten veeleer naar buiten gericht zijn. Depressieve gevoelens kunnen worden tegen gegaan, wanneer degene die er aan lijdt zich niet meer op zichzelf concentreert, maar op Christus en anderen mensen om hem of haar heen.

 

 

 

Je kunt er dus iets aan doen


Er zijn dingen die mensen, die aan een depressie lijden kunnen doen, om hun pijn te verlichten. Vooral als de symptomen nog niet zo hevig zijn, moet men niet gelaten afwachten tot het erger wordt. Zoek zo mogelijk hulp, vooral als je je vaak depressief voelt heb je hulp nodig, daar hoef je je niet voor te schamen. Het is niet altijd als bij een griepje, waar je zo weer vanaf kan komen. Soms is het voldoende om er zelf mee naar de Heer Jezus toe te gaan en Hem te vragen je te helpen, maar heel vaak heb je daarvoor ook hulp nodig.

Praat er met iemand over die in de Bijbel gelooft en die voor je kan bidden, dat is in ieder geval een goede stap in de richting van bevrijding. Doe dus iets, blijf in ieder geval niet verslagen toekijken hoe dat monster van depressiviteit je leven verwoest. Blijf vasthouden dat er uitkomst is bij Jezus en dat Hij nooit beproevingen toelaat in je leven, die boven je vermogen gaan. De Bijbel zegt in 1 Kor. 10:13:

“Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.”

God zorgt dus altijd voor de uitkomst, hou dat vast. Dit betekent niet dat God de beproevingen altijd direct wegneemt, maar dat Hij kracht geeft om de beproevingen te doorstaan en overwinning te krijgen over demonen die jou aanvallen. Het kan hopeloos voelen in het begin, maar blijf vasthouden dat er hoop is. Er is altijd hoop. Geloof dat God je kan en wil bevrijden. Je hoeft geen slaaf te blijven van je ellende en wanhoop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom worden mensen ziek?

Standaard

categorie : religie

 

 

 Er zijn drie hoofdredenen waarom mensen ziek worden

 

 

Zonde

 

Eén daarvan is zonde. Jezus zei in Johannes 5:14, nadat Hij de man bij het bad Betesda had genezen: ‘Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.’ Hij maakte het hier dus heel duidelijk dat deze ziekte en het terugkeren van deze ziekte of zelfs iets nog ergers dan de verlamming die deze man had, hem kon overkomen als hij zondigde. Jezus verbond hier dus ziekte aan zonde. Dat is niet de enige reden dat mensen ziek worden, maar het is één reden.

Als iemand bijvoorbeeld alcoholist is en hij drinkt zich een leverziekte, dan heeft Hij zichzelf dat aangedaan. Ik bedoel dat satan zijn handelingen gebruikte om zich toegang tot hem te verschaffen. Hij heeft een leverziekte, niet omdat God hem dat heeft aangedaan, of doordat de duivel dat rechtstreeks deed, maar het is gewoon zonde. Hij oogst de vruchten van zijn zonde; druggebruikers lopen hersenbeschadigingen op, en ziekten die door gedeelde naalden worden overgebracht. Seksueel actieve personen krijgen seksueel overdraagbare ziekten. Dat komt niet doordat satan hen oordeelt of aanvalt. Zij doen het zichzelf aan. Zij zetten de deur open door zonde.

 

 

 

 

 

Oorlog met de duivel

 

De tweede hoofdreden dat mensen ziek worden, komt doordat wij in een oorlog zijn met de duivel. Sommige mensen zijn zich dat niet bewust, maar niet alles wat er gebeurt is maar fysiek. Er woedt een geestelijke oorlog. Er zijn goddelijke engelen die Gods wil uitvoeren en er zijn demonische geesten die satans wil uitvoeren. Er is een veldslag gaande. Je kunt op een bepaalde manier wel stellen dat het op zonde is gebaseerd, omdat satan door zonde op deze aarde is losgelaten, maar dat is niet per se jouw individuele zonde.

Dit is waar Jezus het over had in het 9e hoofdstuk van Johannes toen er een man aan de poort van de tempel zat. Hij was blind vanaf zijn moeders schoot. En de discipelen vroegen: ‘Wie heeft gezondigd, deze man of zijn ouders dat hij blind geboren is.’ En Jezus zei: ‘Geen van beide.’ Je weet heus wel dat Hij niet zegt dat deze man of zijn ouders niet gezondigd hadden. Want de Schrift zegt in Romeinen 3:23: ‘Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.’

Er was dus wel degelijk zonde in hun leven, maar hier zegt Hij dat het niet hun zonde was die de oorzaak was dat deze jongen blind werd geboren. Dat gebeurde gewoon. Er is een geestelijke oorlog gaande en satan gaat rond, zoekende wie hij kan verslinden. Zonde is dus één reden dat mensen ziek worden. En een andere reden is dat het niet een zonde is, maar dat je gewoon leeft in een gevallen wereld, dat er geestelijke veldslagen zijn en satan je soms gewoon met dingen aanvalt.

 

 

 

 

Door natuurlijke processen

 

De derde hoofdoorzaak dat mensen ziek worden, is de gewoon natuurlijke dingen. Dat is iets waar veel christenen geen rekening mee houden. Zij erkennen wel dat zonde een toegang is van satan in ons leven, en dat dit hem in staat stelt dingen aan te richten. Ze erkennen ook dat we in een geestelijke oorlog zijn en dat satan ons aanvalt. Maar soms vergeestelijken christenen alles zozeer dat ze niet beseffen dat er ook dingen zijn die gewoon natuurlijk gebeuren.

Bijvoorbeeld, als jij gewoon niet oplet en van de trap afloopt en struikelt en valt, kun je een been breken. Je kunt je sleutelbeen breken, je kunt je nek breken. Allerlei dingen kunnen je overkomen en het is niet de duivel, het is niet zonde, het is gewoon een natuurproces, je hebt jezelf bezeerd. Je kunt ook bepaalde ziekten oplopen, een infectie, een zwelling en allerlei dingen. Als mensen van een klip in een waterplas zijn gedoken en een rotsblok hebben geraakt en hun rug hebben gebroken en nu verlamd zijn, is het helemaal niet noodzakelijk de duivel was die hen dat aandeed.

De duivel heeft hen misschien verleid om iets te doen wat niet verstandig was. Of ze hebben iets tegen beter weten in gedaan, maar het is een natuurlijk verschijnsel. Als je bij een auto-ongeluk betrokken raakt en je arm wordt eraf gerukt, dan kun je niet zeggen dat het per se de duivel is. Het is gewoon iets natuurlijks. Vanaf de zondeval zijn er allerlei dingen, bacteriën, virussen, schimmels, dingen die nu verdorven zijn, maar die van oorsprong niet verdorven waren. En die vallen het menselijke lichaam aan. En sommige dingen zijn gewoon natuurlijk. Mensen zijn niet volmaakt en maken fouten.

 

 

 

Conclusie

 

Dit zijn dus drie hoofdgebieden. Je kunt een ingang voor ziekte geven door zonde. En je kunt door satan aangevallen worden wat niet jouw schuld is. Vaak is het feit dat satan je aanvalt en je dingen aandoet het bewijs dat je met iets goeds bezig bent. Satan probeert mensen die gevoelig voor God zijn te belemmeren, evenals mensen die hem bestrijden. Je weet pas dat je in het beloofde land loopt als je de reuzen tegenkomt.

Als er reuzen zijn, als je tegen problemen aanloopt, is dat vaak een indicatie dat je de dingen goed doet in plaats van verkeerd. En ten derde gebeuren er soms dingen die natuurlijk zijn. Als je van het dak valt, kun je jezelf bezeren, je kunt iets breken of beschadigen. Maar dat is niet noodzakelijk demonisch, dat is geen zonde, dat is gewoon iets natuurlijks dat plaatsvindt.

Maar er is altijd iets wat wij eraan kunnen doen. Omdat wij zijn verlost van ziekte en gebrek, kunnen wij onze autoriteit nemen en ons geloof gebruiken en een genezing bewerken of het nu een demonische aanval is, of iets wat gewoon natuurlijk is gebeurd. En zelfs als het onze eigen zonde is die het heeft veroorzaakt, kunnen wij ons daarvan bekeren, ons ervan afkeren en de vergeving van God in ons leven vrijzetten. Ongeacht hoe deze ziekten en gebreken zijn veroorzaakt, er is altijd iets dat wij er aan kunnen doen.

 

 

 

 

Waarom geneest niet iedereen?

 

Jezus ging dus verder, nadat Hij in vers 17 zijn discipelen had bestraft. Vers 18: ‘En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’

Dit is de vraag waar wij ons nu mee bezig houden. Als het Gods wil was om hem te genezen en Jezus genas deze jongen, waarom konden de discipelen deze jongen dan niet genezen? Als wij geloven dat het Gods wil is dat iedereen geneest, hoe komt het dat wij niet altijd iedereen zien genezen? Wat zijn de oorzaken waarom iemand niet geneest?

Je moet begrijpen dat deze discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven’, geloofden dat het Gods wil was, én geloofden dat zij de macht van God in hun leven hadden ontvangen om deze demonen uit te drijven. Zij hadden al macht en autoriteit ontvangen om demonen uit te drijven. In het tiende hoofdstuk van Matteüs, en ook in Lukas 9 en andere plaatsen, staat dat Jezus hen macht gaf over alle onreine geesten, over alle ziekte en gebreken. En zij gingen er op uit en ze kwamen terug en verheugden zich dat de demonen zich aan hen onderwierpen in de naam van Jezus.

Ze hadden toen geen enkele vraag. Dit betekent dat nu de discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ dit niet deden omdat ze niet geloofden. Zij geloofden wel degelijk en ze hadden die macht al uitgeoefend. En ze hadden ook resultaten geboekt. Maar dát was juist de reden waarom ze in de war waren. Als deze discipelen hadden gezegd: ‘Nou, wij geloven niet dat je een maanzieke jongen, iemand met toevallen, kunt genezen,’ dan hadden zij deze vraag nooit gesteld. Het feit alleen al dat zij deze vraag stelden, toont aan dat zij wel degelijk geloofden, maar toch niet de resultaten verkregen die zij verlangden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het mirakel van de vijf broden en twee vissen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het verhaal uit het Nieuwe Testament, de vermenigvuldiging van de broden staat ook bekend onder andere titels, het mirakel van de vijf broden en twee vissen, de wonderbare broodvermenigvuldiging, de wonderbare spijzi- ging of de spijziging van de menigte; het is een van de Wonderen van Jezus.

De vier evangelisten vertellen het.

Evangelie volgens Matteüs 14:14-21 en nog eens 15:32-38

Evangelie volgens Marcus 6:34-44 en nog eens 8:1-9

Evangelie volgens Lucas 9:12-17

Evangelie volgens Johannes 6:5-14.

Volgens sommigen is de tweede versie bij Matteüs en bij Marcus een tweede mirakel, wegens het verschil in plaats en getallen, volgens andere is het een herhaling.

 

 

 

 

 

Verhaal

 

Tegen de avond kwamen zijn discipelen bij hem en zeiden: “Het is al lang tijd om te eten en hier is niets te krijgen. Er woont hier niemand. U moet de mensen maar wegsturen. Dan kunnen zij naar de dorpen gaan en daar eten kopen.” Jezus antwoordde: “Dat hoeft niet. Geven jullie hun maar te eten.” “Hoe dan?” vroegen zij. “Het enige wat wij hebben, zijn vijf broden en twee vissen.” Jezus brak de broden in stukken en gaf deze aan zijn discipelen. Ze gaven ze weer aan de mensen. Iedereen kon zoveel eten als hij wilde. Er bleef zelfs nog over: Twaalf manden vol. En er waren maar liefst 5000 mannen; dus vrouwen en kinderen niet meegerekend.

 

 

Spreken met beelden

 

In het licht van Jesaja 55, 1-3, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst het verhaal is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met zijn woord. Zo wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen. De honger naar wat hun leven zinvol kan maken.

 

 

Spreken met getallen

 

Twaalf manden overschot

 

Die overschot is niet in verhouding tot de vijf broden en de twee vissen uit het begin van de tekst. Het zegt beeldend dat wie van dat ‘brood’ eet, leven in overvloed heeft. Welke gebeurtenis er ook aan de basis heeft gelegen van de broodvermenigvuldiging die wel 7 keer voorkomt in het Nieuwe Testament, feit is dat de eerste christenen er al heel vlug een beeld in hebben gezien van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat deze tekst in de catechese kon gebruikt. De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen.

 

twee vissen

 

kan verwijzen naar de twee delen van de bijbel (Oude en Nieuwe Testament): twee is het getal dat staat voor getuigenis

 

 

vijf broden

 

kan verwijzen naar de vijf boeken van Mozes (Pentateuch), waarin het programma van God (de wetten) te vinden zijn: 5 staat symbool voor de behoeften en de verantwoordelijkheden van de mens.

 

 

twaalf manden overschot

 

kan verwijzen naar de twaalf apostelen en zo naar de hele Kerk: 12 staat ook symbool voor perfect bestuur in een perfect Koninkrijk

 

 

 

 

 

Betekenis

 

Dat Jezus het volk overvloedig voedt met brood en vis, maar vooral met zijn bevrijdend woord, betekent dat de tijd van de Messias is aangebroken. Met het verhaal van de broodvermenigvuldiging wilden de evangelisten duidelijk maken dat Jezus, net zoals God, zijn volk niet in de steek laat. (vgl met het verhaal over het manna in het Oude Testament)

Dat Jezus veel mensen te eten geeft komt op zes verschillende plaatsen voor in het Nieuwe Testament. Dat er zoveel versies zijn, toont aan hoe belangrijk de eerste christenen het vonden om dit door te vertellen. Wie deze zes teksten zorgvuldig leest, vindt er vele verwijzingen naar het laatste avondmaal van Jezus en de eucharistie (‘Breken van het brood’).

Het gebeuren speelt zich af in de avond, het moment waarop de eerste christenen bijeenkwamen om eucharistie te vieren. Het moment ook waarop het laatste avondmaal gesitueerd wordt. De handelingen bij dit gebeuren, komen ook terug in het laatste avondmaal en in de eucharistie.

Merk bij het lezen op dat de evangelisten Matteüs en Lucas in hun tekst niets meer schrijven over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze heel sterk de aandacht op het brood dat een grote symboolwaarde heeft. Later hebben de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug opgenomen in de beeldspraak. Elke letter van het Griekse woord voor vis (IXTUS) was de beginletter van vijf woorden die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, Christus, Zoon van God, Redder.

 

 

Een wonder verhaal voor alle leeftijden

 

Reeds zeer vroeg werd de broodvermenigvuldiging verteld en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van het vieren van de eucharistie. De ‘broodvermenigvuldiging’ is een wonderverhaal, een verhaal waarvan de betekenis belangrijker is dan het feit dat mogelijk aan de basis van deze tekst ligt. Omwille van die betekenis moet men niet alleen aandacht besteden aan de manier waarop men dit verhaal brengt, maar ook aan de mogelijkheid die de toehoorders (kinderen, jongeren, volwassenen) hebben om doorheen de feiten ook de betekenis ervan te zien.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het woord ogen in het Nieuwe Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Het wenende oog van Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Het woord ogen in het Nieuwe Testament: oude vertalingen

 

 

 

Mattheüs 9:29

Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.

.

.

 

Mattheüs 9:30

En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat niemand het wete.

.

.

Mattheüs 13:15

Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.

.

.

Mattheüs 13:16

Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen.

.

.

Mattheüs 17:8

En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen.

.

.

Mattheüs 18:9

En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.

.

.

Mattheüs 20:33

Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.

.

.

Mattheüs 20:34

En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.

.

.

Mattheüs 21:42

Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?

.

.

Mattheüs 26:43

En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.

.

.

Marcus 8:18

Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet?

.

.

Marcus 8:23

En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en leidde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag.

.

.

Marcus 8:25

Daarna leidde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.

.

 

.

Marcus 9:47

En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden;

.

.

Marcus 12:11

Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?

.

.

Marcus 14:40

En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.

.

.

Lukas 2:30

Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,

.

.

Lukas 4:20

En als Hij het boek toegedaan en de dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.

.

.

Lukas 6:20

En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.

.

.

Lukas 10:23

En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.

.

.

Lukas 16:23

En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.

.

.

Lukas 18:13

En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!

 

 

 

.

.

.

Lukas 19:42

Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.

.

.

Lukas 22:56

En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem.

.

.

Lukas 24:16

En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.

.

.

Lukas 24:31

En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.

.

.

Lukas 24:43

En Hij nam het, en at het voor hun ogen.

.

.

Johannes 4:35

Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.

.

.

Johannes 6:5

Jezus dan, de ogen opheffende, en ziende, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide tot Filippus: Van waar zullen wij broden kopen, opdat deze eten mogen?

.

.

Johannes 9:6

Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinde;

.

.

Johannes 9:10

Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend?

.

.

Johannes 9:11

Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende.

.

.

Johannes 9:14

En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende.

.

.

Johannes 9:15

De Farizeeën dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie.

.

.

Johannes 9:17

Zij zeiden wederom tot den blinde: Gij, wat zegt gij van Hem; dewijl Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een Profeet.

.

.

Johannes 9:21

Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hem zelven; hij zal van zich zelven spreken.

.

.

Johannes 9:26

En zij zeiden wederom tot hem: Wat heeft Hij u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?

.

.

Johannes 9:30

De mens antwoordde, en zeide tot hen: Hierin is immers wat wonders, dat gij niet weet, van waar Hij is, en nochtans heeft Hij mijn ogen geopend.

.

.

Johannes 9:32

Van alle eeuw is het niet gehoord, dat iemand eens blindgeborenen ogen geopend heeft.

.

.

Johannes 10:21

Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden eens bezetenen; kan ook de duivel der blinden ogen openen?

.

.

Johannes 11:37

En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware?

.

.

Johannes 11:41

Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.

.

.

Johannes 12:40

Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze.

.

.

Johannes 17:1

Dit heeft Jezus gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke.

.

.

Handelingen 1:9

En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.

.

.

Handelingen 1:10

En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding;

 

 

 

.

.

.

Handelingen 3:5

En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.

.

.

Handelingen 6:15

En allen, die in den raad zaten, de ogen op hem houdende, zagen zijn aangezicht als het aangezicht van een engel.

.

.

Handelingen 7:55

Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.

.

.

Handelingen 9:8

En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.

.

.

Handelingen 9:18

En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.

.

.

Handelingen 9:40

Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad: en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde.

.

.

Handelingen 10:4

En hij, de ogen op hem houdende, en zeer bevreesd geworden zijnde, zeide: Wat is het Heere? En hij zeide tot hem: Uw gebeden en uw aalmoezen zijn tot gedachtenis opgekomen voor God.

.

.

Handelingen 11:6

Op welk laken als ik de ogen hield, zo merkte ik, en zag de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels.

.

.

Handelingen 13:9

Doch Saulus (die ook Paulus genaamd is), vervuld met den Heiligen Geest, en de ogen op hem houdende, zeide:

.

.

Handelingen 14:9

Deze hoorde Paulus spreken; welke de ogen op hem houdende, en ziende, dat hij geloof had om gezond te worden,

.

.

Handelingen 17:3

Dezelve openende, en voor ogen stellende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze Jezus is de Christus, Dien ik, zeide hij, ulieden verkondige.

.

.

Handelingen 23:1

En Paulus, de ogen op den raad houdende, zeide: Mannen broeders! ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.

.

.

Handelingen 26:18

Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.

.

.

Handelingen 28:27

Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze.

.

.

Romeinen 3:18

Er is geen vreze Gods voor hun ogen.

.

.

Romeinen 11:8

God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen tot op den huidigen dag.

.

.

Romeinen 11:10

Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd.

.

.

2 Korinthiërs 10:7

Ziet gij aan wat voor ogen is? Indien iemand bij zichzelven betrouwt, dat hij van Christus is, die denke dit wederom uit zichzelven, dat gelijkerwijs hij van Christus is, alzo ook wij van Christus zijn.

.

.

Galaten 3:1

O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogent e voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde?

.

.

Galaten 4:15

Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben.

.

.

Efeziërs 1:18

Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;

.

.

Hebreeën 4:13

En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.

.

.

1 Petrus 3:12

Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed; maar het aangezicht des Heeren is tegen degenen, die kwaad doen.

.

.

2 Petrus 2:14

Hebbende de ogen vol overspel, en die niet ophouden van zondigen; verlokkende de onvaste zielen, hebbende het hart geoefend in gierigheid, kinderen der vervloeking;

.

.

1 Johannes 1:1

Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens;

.

.

1 Johannes 2:11

Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.

.

.

1 Johannes 2:16

Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.

.

.

Openbaring 1:14

En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam vuurs;

.

.

Openbaring 2:18

En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk:

.

.

Openbaring 3:18

Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.

.

.

Openbaring 4:6

En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren.

.

.

Openbaring 4:8

En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.

.

.

Openbaring 5:6

En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen.

.

.

Openbaring 7:17

Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

.

.

Openbaring 19:12

En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf.

.

.

Openbaring 21:4

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijs, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Jezus roept u!

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

Het Ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Mijn geliefde,

Je hart is geschapen om Mij te kennen.

Niet zomaar, met je verstand, op een afstand.

Ik heb je bedoeld om Mij te kennen met de diepten van je hart.

Zodat je Mij liefhebt met je hele hart.

Mijn kind, Ik nodig je uit om tot Mij te komen vandaag.

Niet zomaar even, op een afstand.

Niet even druk en snel.

Ik nodig je uit om je hele hart aan Mij te geven.

Leg alles even naast je neer.

Je zorgen je worstelingen, je vragen en je wensen.

Leg het even naast je neer.

En open je hart voor Mij.

Zie Mij.

Ik ben hier. Naast je. Bij je.

Zie je Mij, met de ogen van je hart?

Ik ben niet ver, geliefde.

Ik ben hier, zo dichtbij als maar mogelijk is.

Zie je Mij, mijn kind?

Leg alles even naast je neer.

Ik nodig je uit.

Drukte is er genoeg.

Werk is er altijd.

Strijd is er ook voldoende.

Maar laat je daar niet door weerhouden.

Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal je rust geven.

Kom nu.

 

 

HOE KUN JE JEZUS ZIEN?

 

Je kunt Mij niet zien met je natuurlijke ogen, maar wel met de ogen van je hart.

De ogen van je geest.

Dat zijn de zintuigen van je geestelijke mens die uit God geboren is.

Je aardse mens is geboren uit je moeder, maar je geestelijke mens is geboren uit God.

Je geestelijke mens heeft ook zintuigen,

Leer die zintuigen gebruiken.

Kijk dus naar Mij, met de ogen van je hart, zegt Jezus.

Kijk geheel naar Mij.

Zie Mij.

Ik ben er.

Laat alles van je af vallen.

Alle zorgen, strijd, vragen en je behoeftes.

Laat de verlangens en eisen van je medemens ook even naast je rusten.

En zie Mij alleen.

Geniet van MIJ.

Geniet van Mijn schoonheid.

Geniet van Mijn grootheid.

Ik ben hier, Mijn kind.

Kun je Mij zien?

Vraag Mij gerust om de ogen van je hart te openen.

Het is soms moeilijk om Mij te zien, als je nog nooit bewust bent geweest van je geestelijke zintuigen.

Toch heb Ik je geschapen om Mij zo te aanbidden.

In Geest en waarheid.

Want Ik ben Geest.

Ik ben niet ver bij je vandaan.

Als je de ogen van je hart leert gebruiken, zul je Mij zien.

Geef je dus geheel over.

Deze overgave is een sleutel, Mijn kind.

Denk er niet over na.

Je verstand helpt je niet om Mij te zien.

Je verstand trekt toch alles in twijfel.

Dat helpt je niet.

Wees als een kind.

Als een eenvoudig kind dat vertrouwt en gelooft.

Kijk naar Mij, als een kind.

Als je het moeilijk vind, vraag Mij dan heel eenvoudig:

 

“Heer, opent U alstublieft de ogen van Mijn hart. Laat mij uw schoonheid zien. Ik geef me geheel aan U. Dank u wel dat U hier bij mij bent. U bent niet ver, maar gewoon hier bij mij. Dank u wel dat ik omgang met U mag hebben. U mag me geheel hebben.’

 

Bid gerust deze eenvoudige woorden, met je hart.

Dan zal Ik je leiden.

Durf vertrouwen dat Ik hier ben, zegt Jezus.

Vrees niet.

Ik ben je Goede Herder, de bewaarder van je ziel, je beste Vriend en je meest innige Geliefde.

Heb geen angst.

Maar geef je geheel aan MIj.

Neem op deze manier elke dag tijd met MIj.

Om Mij te aanschouwen, met je hart.

Dan zul je Mijn schoonheid beginnen zien.

Door als een kind te zijn.

Door je geheel over te geven aan Mij.

Kom, mijn geliefde.

Dan zullen we samen zijn.

En je zult Mij leren kennen.

Van hart tot hart.

Wil je dat?

– Jezus Christus

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget