Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
Exodus 8: 1-15 > tweede plaag; de kikvorsen
16-19 > derde plaag; de muggen
20-32 > vierde plaag; de steekvliegen
Exodus 8 – Skip Heitzig










Pasteltekening van John Astria
De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?
Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:
“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”
Johannes 14:16-18
De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.
Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:
.
.
God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzins vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest.
Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.
Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.
Johannes 1:12-13
Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:
“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”
Johannes 3:5-6
De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.
1 Corinthiërs 2:11
Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:
“Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26
Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij grootmaken.
Johannes 16:14
Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”
God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.
En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.
Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.
1 Corinthiërs 2:9-14
De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen.
In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).
Pasteltekening van John Astria
Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.
De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.
.
.
.
Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.
.
Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.
.
Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.
.
Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.
.
Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.
.
Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.
.
.
1. Het woord van wijsheid
Woorden, waaruit een bovennatuurlijke wijsheid blijkt. Lees Handelingen 6:3.
2. Het woord van kennis
Uitingen die blijk geven van een bovennatuurlijk inzicht, zoals bijv. het blootleggen van zaken die anders geheim zouden zijn gebleven. Lees Handelingen 5:3,4.
3. De onderscheiding van geesten
Een kennen van de ware geestelijke bron van het handelen van iemand. Het doorzien van de geest, die in en door iemand aan het werk is.
4. De gave van geloof
Een groot vertrouwen in God – het evenaart een ‘zeker weten’ – dat iets gerealiseerd zal worden tot de eer van God.
5. De gaven van genezingen
Er is verschil van mening over wat hier precies werd bedoeld: de gave om zieken te genezen of de genezing zelf. In het laatste geval is de genezing (op gebed of / en geloof) de gave van de Geest.
6. De werking van krachten/wonderwerken
Hieronder vallen ongetwijfeld ook de zeer bijzondere, ongewoon snelle genezingen waarin de scheppende kracht van God wordt gemanifesteerd, zoals bijv. het doen aangroeien van een verminkt of ontbrekend lichaamsdeel.
7. De gave van profetie
Het spreken door directe inspiratie van de Geest namens de Heer.
8. Het spreken in allerlei tongen
Het spreken in een taal die niet is geleerd en die meestal voor de spreker zelf ook onverstaanbaar is.
9. De vertolking van tongen
De vertolking van de uiting die voor de spreker zelf en de leden van de gemeente onverstaanbaar was.
De charismata (meervoud van charisma) zijn gaven die de Heilige Geest uitdeelt aan personen met het oog op het Heil van anderen. In zijn eerste brief aan de Korintiërs onderscheidt de Apostel Paulus negen charismata:
aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven;
aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest;
aan een derde door dezelfde Geest het geloof;
en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen,
de kracht om wonderen te doen,
de gave van de profetie,
de onderscheiding van geesten,
het vermogen om in talen te spreken
of de betekenis ervan uit te leggen.
Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil. (1 Kor. 12, 8-11). De middeleeuwse kerkleraar Thomas van Aquino heeft deze negen charismata in zijn Summa Theologiae geïnterpreteerd. (Summa Theologiae II, IIae, qu 171 e.v.)
1 : het woord van wijsheid
Als een christen over het ‘woord van wijsheid’ beschikt, dan is hij in staa zijn mede gelovigen te helpen om uit de geloofswaarheden conclusies te trekken die de geloofsleer verrijken.
2 : het woord van kennis
Het is niet helemaal duidelijk wat het ‘woord van kennis’ precies inhoudt. Sommige theologen denken dat het woord van kennis het vermogen is om menselijke kennis in dienst te stellen van de verklaring van de Heilige Schrift.
3 : de gave van het geloof
Met het charisma van het geloof wordt niet bedoeld het vermogen om te geloven in datgene wat er is geopenbaard. Het gaat bij dit charisma volgens Thomas om een bijzondere zekerheid met betrekking tot wonderen die staan te gebeuren.
4 : de gave van de genezing
Het genezingscharisma moet worden onderscheiden van de vaardigheden van een arts. Het gaat er hier om mensen lichamelijk en geestelijk te reinigen van het Kwaad. Genezing is op deze wijze een teken van Gods verlossende kracht.
5 : het doen van wonderen
Als een gelovige een wonder verricht dan doet hij of zij dit niet uit eigen kracht, maar dankzij de Heilige Geest. Het doel van dit charisma is niet het doen van onverklaarbare dingen, maar de bekrachtiging van de Blijde Boodschap. Charismatici die wonderen verrichten zoeken beslist niet de faam van de tovenaar, maar proberen met hun bijzondere handelwijze de verkondiging geloofwaardig te maken.
6 : profetie
Vaak denkt men bij profetie aan het doen van een toekomstvoorspelling. Maar iemand die de profetische gave heeft ontvangen is bovenal een doorgever van goddelijke boodschappen. De RK-Kerk leert dat een profetie van een charismaticus nooit iets wezenlijks kan toevoegen aan datgene wat al geopenbaard is. Het charisma van de profetie is vooral bedoeld om de geloofsgemeenschap te sterken in het geloof.
7 : onderscheiding der geesten
De onderscheiding der geesten is het heldere inzicht waardoor een goede intentie van een kwade kan worden onderscheiden. Omdat het kwade vaak de gedaante van het goede aanneemt, beschermt dit charisma de geloofsgemeenschap tegen valse profeten, oplichters en de Antichrist, de aartsvijand van Christus’ Kerk.
8 en 9 : spreken en vertolken van talen
Het charisma van de gave der talen kan tot uiting komen in glossolalie of xenoglossie. Glossolalie komt voor bij mensen die vervuld zijn van de Geest. In deze extatische toestand spreken zij een onbegrijpelijke taal. Xenoglossie is het charisma om talen te spreken die de spreker eigenlijk onbekend zijn. De apostel Paulus spreekt wat de talengave betreft ook nog van het charisma van de vertolking. Dit charisma betreft het vermogen om de onbegrijpelijke taal van glossolalie te verklaren en om vreemde talen te verstaan, zonder ze geleerd te hebben.
Pasteltekening van John astria
-Het Oude Testament noemt de (Heilige) Geest 88 keer.
-23 van de 39 boeken hebben iets over de Heilige Geest te vertellen.
-De benaming Heilige(n) Geest word maar 3x gebruikt.
Psalm 51:11, Jesaja 63:10,11
-Andere benamingen worden ook gebruikt zoals “de Geest van God”. (Genesis 1)
En verder:
a. De Heilige Geest werd voorspeld: Numeri 11:17,25,29; 2; 1 Samuël 10:9-14.
b. Voorspelling van een algemene uitstorting: Joël 2:28,29; Jesaja 28:11,12; 32:1,15; 44:3;
Ezechiël 36:27.
c. De Messias zal met de Geest vervuld zijn; Jesaja 61:1-3.
-In het Nieuwe Testament word de Heilige Geest 264 keer genoemd
-Ongeveer 60 keer in de vier Evangeliën.
-Het boek van Handelingen heeft 57 referenties.
-De brieven bevatten 132 referenties
-Drie brieven maken geen referentie naar de Heilige Geest en dat zijn Filemon, 2 Johannes en 3 Johannes.
De Heilige Geest heeft altijd een hele belangrijke rol gespeeld in het plan van God.
1. Jezus werd geboren door verwekking van de Heilige Geest. (Matteus 1: 20, Lukas 1:30-35)
2. Verschillende mensen werden geïnspireerd door de Heilige Geest om hen kennis te laten hebben van de geboorte van Jezus.
-Elizabeth. Lukas 1: 41, 42.
-Zacharias. Lukas 1: 67-79
-Simeon. Die het kleine kind zag toen het in de Tempel voorgedragen werd. Luk. 2: 25-35
3. Zijn aanwezigheid bij de doop van Jezus.
-Hij kwam in de vorm van een duif. Matteus 3:13-17, Lukas 3: 21-22
4. Zijn aanwezigheid gedurende de verleidingen in de woestijn.
-Jezus was vervuld van de Geest. Lukas 4: 1
-Werd de woestijn ingeleid om verzocht te worden. Lukas 4:1
5. Zijn aanwezigheid gedurende de bediening van Jezus.
-Jezus kwam in de “kracht van de Geest” om te leren in de Synagoge. Lukas 4: 14-15
-Hij refereerde naar de Profeet Jesaja toen die had gezegd: “de Geest van God is op mij”. Lukas 4: 16-19
-Bij één gebeurtenis werd er gezegd dat Jezus zich verheugde in de Geest. Lukas 10:21
-Jezus zei dat Hij de duivelen uitwierp door de Geest. Matteus 12: 28
A. Bij de geboorte van Johannes de Doper en van Jezus
Er zijn acht verwijzingen naar de werkzaamheid van de Heilige Geest in de eerste twee hoofdstukken van Lucas. De verwijzingen spreken van een ‘luid roepen’ en ‘profeteren’ onder de kracht van de Heilige Geest.
a. Gabriël informeert Zacharias dat zijn zoon met de Heilige Geest vervuld zal zijn; Lucas 1:15.
b. Gabriël informeert Maria dat de Heilige Geest over haar zou komen; Lucas 1:35.
c. Elisabeth vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:41,42.
d. Zacharias vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:67.
e. Maria vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:46-55.
f. Johannes de Doper gesterkt door de Heilige. Geest; Lucas 1:80.
g. Simeon was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:25-27.
h. Anna was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:36.
B. In het leven van Jezus
a. De Heilige Geest daalde op Jezus; Matteüs 3:16.
b. Jezus werd door de Geest gedreven naar de woestijn; Marcus 1:12.
c. Kwam terug in de kracht van de Heilige Geest; Lucas 4:14.
d. Offerde zichzelf zonder vlek aan God op; Matteüs 12:28.
e. Gaf bevelen aan de apostelen; Handelingen 1:2.
C. Aankondigingen van de Heilige Geest
a. Johannes de Doper; Lucas 3:16.
b. Als een rivier van water; Johannes 7:37.38.
c. De Vader geeft de Heilige Geest; Lucas 11:13.
d. Een andere Trooster komt; Johannes 14:16.
e. Christus blies op de discipelen; Johannes 20:22.
1. Zijn rol in het vormen van christenen
-We worden overtuigd van zonde door de Heilige Geest. Johannes 16:7,8
-We worden opnieuw geboren door de Geest. Johannes 3:5-8
-We worden vernieuwd door de Heilige Geest. Titus 3:4-6
2. Zijn rol in het leven van christenen
-We leven in en door de Geest. Galaten 5:25
-We moeten in de Geest wandelen. Galaten 5:25
-We moeten dienen in de nieuwe staat des Geestes. Romeinen 7:5-6, 8:5-6
-Het is bij de Geest dat we het vlees doden. Romeinen 8:12-14
-Alleen als we door de Geest van God geleid worden zijn we zonen van God. Romeinen 8: 14
-De Heilige Geest pleit voor ons. Romeinen 8:26
-God geeft ons kracht door de Geest. Efeziërs 3: 16
-Wij hebben de gemeenschap des Heiligen Geestes. 2 Korintiërs 13:13, Filippenzen. 2:1 -De Geest Gods woont in ons. 1 Korintiërs 3:16, 6:19
3. De rol van de Heilige Geest in de openbaring van Gods woord
1. De geschriften kwamen door de inspiratie van de Heilige Geest. 2 Petrus 1: 20-21, 1 Petrus 1:10-11
2. Jezus vertelde Zijn dicipelen dat zij geleid zouden worden in “alle waarheid” door de Heilige Geest. Johannes 14:25-26, 16:12-13
3. Er is geen andere manier om de waarheid van God te kennen zonder de woorden van de Heilige Geest die geopenbaard werd aan de Apostelen. 1 Korintiërs 2: 10-13
Geestelijke gaven worden door God geschonken via de Heilige Geest. De Heilige Geest is God-in-actie, God die aan het werk is in ons leven. Hij schenkt ons die gaven uit pure gulheid. Als je bepaalde gaven ontvangen hebt, hoeft dat dus nog helemaal niet te betekenen dat je een bijzonder geestelijk of toegewijd christen bent. Je kunt de geestelijke gaven op geen enkele manier verdienen, ze zijn absoluut gratis. En God deelt ze uit overeenkomstig zijn genade en zijn bedoeling met ieders leven.
God deelt gaven uit aan wie Hij wil (1 Corinthiërs 12:11). Er zijn geen christenen zonder een geestelijke gave. Ieder lid van het lichaam van Christus heeft er minstens één ontvangen. Als iemand zijn eigen gaven nog niet kent, betekent dat niet dat hij geen gaven heeft maar dat hij ze nog niet heeft ontdekt. Daarbij worden geestelijke gaven niet geschonken om persoonlijk van te genieten, maar om er anderen mee te zegenen.
Ze worden gegeven ‘tot welzijn van allen’ want ze zijn bestemd voor het lichaam van Christus. Als je je dus afzijdig houdt van de gemeenschap van de gelovigen, kunnen anderen niet door jouw gaven gezegend worden.Dan kun je je gaven niet gebruiken zoals God ze bedoeld heeft, want ze zijn bestemd voor de opbouw van de gemeente (Efeziërs 4:12). Ik kan het ook anders zeggen: geestelijke gaven zijn ervoor bedoeld om een bijdrage te leveren aan datgene waartoe de gemeente in zijn geheel geroepen is.
Daarbij denk ik aan woorden als: aanbidden, vieren, liefhebben, omzien naar elkaar, onderwijzen, verkondigen, evangeliseren, dienen. Natuurlijk kun je niet op elk terrein van de gemeenteopbouw actief zijn. Je geestelijke gave bepaalt wat jouw belangrijkste bijdrage aan het geheel mag zijn.
De Bijbel kent geen complete lijst waarin alle geestelijke gaven die er maar zijn vermeld staan.
Zo’n lijst zou ook niet mogelijk zijn, want er bestaat geen afgebakend getal van geestelijke gaven.
De Heilige Geest is vrij om in een bepaalde tijd weer nieuwe gaven met het oog op de nood van die tijd te schenken.
Hoewel het niet mogelijk is een complete lijst met alle geestelijke gaven weer te geven, vinden we er in de Bijbel een heleboel genoemd die nog steeds voorkomen en van belang zijn. In Romeinen 12:1-8 worden genoemd: profetie, dienen, leren (onderwijs geven), bemoedigen (zielszorg), geven, leiding geven en barmhartigheid.
In 1 Corinthiërs 12 vinden we: wijsheid, kennis, geloof, genezing, wonderen, profetie, onderscheiding van geesten, tongen, vertolking van tongen, apostelschap, leren (onderwijs geven), helpen, besturen (organiseren). Efeziërs 4 noemt: apostelschap, profetie, evangelisatie, herderschap en leren (onderwijs geven).
Daarnaast vinden we in de Bijbel gaven als: ongehuwd zijn (1 Corinthiërs 7:7), vrijwillige armoede en martelaarschap (1 Corinthiërs 13:1-3), gastvrijheid (1 Petrus 4:9), zendeling (Galaten 1:15 en 16), artistieke creativiteit (Exodus 31:3) en muziek (1 Kronieken 16:41).
Natuurlijke talenten zijn bekwaamheden die de goede Schepper in zijn algemene genade aan alle mensen schenkt bij hun geboorte met het oog op het leven in de samenleving. Geestelijke gaven zijn bekwaamheden die God de Heilige Geest, als de Vernieuwer van ons leven, aan alle christenen schenkt bij hun wedergeboorte met het oog op de opbouw van de gemeente.
Genadegaven vallen niet samen met natuurlijke talenten, maar hangen er vaak wel mee samen.
De Heilige Geest kan onze natuurlijke talenten in dienst nemen, heiligen en boven zichzelf uit laten reiken. Zo kan Hij onze natuurlijke vermogens transformeren tot geestelijke gaven.
Vaak merken anderen in de gemeente je gaven eerder op dan jezelf. Dan gaan ze je vragen om juist die dingen die bij je gaven horen, vaker te doen. Soms zullen ze het zelfs tegen je zeggen: “Ik ervaar dat God jou die of die gave heeft gegeven.”Ik denk dat het heel belangrijk is dat we zulke dingen tegen elkaar zeggen. Het is een bevestiging en kan je helpen om meer helderheid over je gaven te krijgen.
Soms zul je het zelf ontdekken doordat het je opvalt dat bepaalde dingen je goed afgaan, dat je er vreugde in vindt en dat God je zo gebruikt. Soms ontdek je het door te experimenteren. Door allerlei dingen aan te pakken en te zien hoe het gaat. Dan zal ook wel eens blijken dat je bepaalde gaven absoluut niet hebt. Wees er blij om, want op dat terrein zal je voornaamste roeping dan ongetwijfeld niet liggen.
Pasteltekening van John Astria
Er zijn dus vele manieren waarop je je geestelijke gaven kunt ontdekken en ontwikkelen. Het is daarbij wel heel erg belangrijk dat je dat doet in de juiste houding. Het heeft natuurlijk alleen maar zin om je met de geestelijke gaven bezig te houden als je leeft met God en dagelijks bidt om vervuld te mogen zijn met de Heilige Geest. Bovendien is het van wezenlijk belang dat je de gaven waar je om bidt, of die je hoopt te ontdekken of te ontwikkelen, echt wilt gebruiken om te dienen. Zonder de liefde ben je niets.
De gave van wijsheid lijkt te bestaan uit het vermogen om beslissingen te nemen en om anderen op een manier te sturen die in overeenstemming met God’s wil is.
De gave van kennis is het vermogen om een diep begrip te hebben van een geestelijke kwestie of situatie.
De gave van geloof is het vermogen om op God te vertrouwen en om anderen aan te moedigen om ongeacht de omstandigheden op God te vertrouwen.
De gave van het genezen is het miraculeuze vermogen om God’s genezende kracht aan te wenden om iemand die ziek, gewond of mistroostig is te herstellen.
De gave van het het verrichten van wonderen is het vermogen om tekenen en mirakels uit te voeren die authenticiteit aan God’s Woord en het Evangelie verlenen.
De gave van het profeteren is het vermogen om een boodschap van God te verkondigen.
De gave om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, is het vermogen om te kunnen vaststellen of een boodschap, mens of gebeurtenis al dan niet werkelijk van God afkomstig is.
De gave van het in klanktaal spreken is het vermogen om in vreemde talen te spreken die je feitelijk niet eens beheerst, met als doel om met iemand te kunnen communiceren die zo’n vreemde taal spreekt.
De gave van het uitleggen of interpreteren van klanktaal is het vermogen om de klanktaal te vertalen en om deze aan anderen in je eigen taal te kunnen communiceren.
De gave van beheren en besturen is het vermogen om dingen op een georganiseerde manier en in overeenstemming met God’s principes te laten verlopen.
De gave van bijstand verlenen is het hebben van een onophoudelijk verlangen om anderen te helpen en om te doen wat er ook maar nodig is om een taak te voltooien.
Het functioneren van Gods gaven hangt nauw samen met je taak en je rol OP DAT MOMENT in Zijn Koninkrijk en in het bijzonder van zijn gemeente. Zo ontvang je op elk moment wat je nodig hebt ter bemoediging van de ander en tot opbouw van de gemeente.
Maar het is ook mogelijk dat je God je een bepaalde gave met bijzondere kracht toebedeelt; je ontvangt dan een bediening. Je krijgt dan bijzonder gezag van God om met behulp van die gave Zijn kracht te laten zien. De bekendste voorbeelden: genezers en profeten. Vaak kun je vanuit je bediening ook andere christenen helpen om op een zuivere manier met die gave om te gaan.
Pasteltekening van John Astria
In tegenstelling tot het kerkelijk Ambt wordt een charisma niet door bemiddeling van de Kerk door de Geest bekrachtigd, maar rechtstreeks ingestort. De Geest kiest wie Hij wil. Soms leidt dat tot een conflict tussen kerkelijke ambtsdragers en charismatici. Het kerkelijk leergezag vindt dat charismatici niet hoger staan dan ambtsdragers.
Omdat charismata vaak gepaard gaan met onverklaarbare verschijnselen, zijn ze geliefde objecten van de psychologie en de parapsychologie. In de parapsychologie worden sommige paranormale verschijnselen die bij christelijke heiligen zijn waargenomen als charismata aangeduid, ofschoon de Kerk dit woord bij deze verschijnselen vermijdt. In de Kerk is namelijk echt alleen sprake van een charisma als de Heilige Geest de oorsprong van het verschijnsel is.
Paranormale verschijnselen die bij vergissing als charismata worden aangeduid zijn bijvoorbeeld stigmatisatie (het ontvangen van Christus’ wonden), levitatie (als een persoon opstijgt), bilocatie (als een persoon op twee plaatsen tegelijk verschijnt), helderziendheid en salamandrie (als iemand niet door vuur verbrand raakt).
1.Onze Vader,
2.die in de Hemelen zijt,
3.geheiligd zij Uw Naam,
4.Uw Rijk kome,
5.Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.
6.Geef ons heden ons dagelijks brood
7.en vergeef ons onze schulden,
8.gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren
9.En leid ons niet in bekoring
10.maar verlos ons van het kwade.
Amen.

Men vindt het gebed in de bijbel in Matteüs 6: 9-13 bij de bergrede en in Lucas 11: 2-4. De oudste teksten van het Onzevader die zijn overgeleverd, zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Katholieken in Nederland gebruiken een andere vertaling dan katholieken in Vlaanderen. Het hierboven vertaalde gebed is de versie van Matteüs.
In het Onze Vader bidt men om vergeven te worden en vergeving te geven. Het zijn belangrijke voorwaarden om eeuwig leven te bekomen.

Wat aan de gelijkenis vooraf ging:
Jezus had richtlijnen gegeven wat de christen moest doen als zijn broeder zondigt ( Matteus 18: 15-17 ).
De bedoeling hiervan is dat de schuldige door zachtmoedigheid de noodzaak van berouw en bekering zal inzien.
“Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal” ( Matteus 18: 21-22 ).
Vergeving vragen en vergeving schenken is één van waardevolste dingen die het leven kent, maar ook één van de moeilijkste.
– hoe moeilijk is het niet om vergeving te vragen ( bang voor vernedering en afwijzing )
– hoe moeilijk is het niet om vergeving te schenken ( bang om opnieuw gekwetst te worden )
– mensen zijn vaak in hun eer, gevoel en waarde gekwetst.
– mensen ervaren het geven van vergeving als een teken van zwakte.
Er zijn steeds 2 partijen, zij die vergeving moeten schenken en zij die vergeving nodig hebben.
-Daar waar geen vergeving is, houden relaties op te bestaan.
-Daar waar geen vergeving is, is wrok, verbittering en haat.
-Daar waar geen vergeving is, is verdriet en onverdraagzaamheid.
De ‘wanneer’ vragen bij vergeving
-Wanneer is de maat vol? Wanneer is de grens bereikt?
-Wanneer moet ik niet meer vergeven omdat diegene die tegen mij zondigt het niet verdient?
-Wanneer moet ik zeggen ‘nu ben je te ver gegaan, mijn grens is bereikt’?
-Wanneer moet ik zeggen ‘ik kan je niet meer vergeven’?
De mens heeft de neiging om wraak te nemen voor het onrecht dat hem wordt aangedaan en noemt het dan rechtvaardigheid. Wat zei Jezus over hen die tegen Hem zondigden? ( Lukas 23: 34 ).
Hoe mensen soms omgaan met iemand die zondigt
– frontale aanval: ‘gij grote zondaar’
– blij zijn als de persoon die jouw heeft gekwetst, onheil meemaakt
– de persoon negeren
– de zonde negeren
– een roddelcampagne beginnen, plannen maken over hoe je hem/haar terug kan pakken
– vormen van partijschappen
Het Koninkrijk der hemelen is te vergelijken met een koning die afrekening wilde houden met zijn slaven.
De slaaf en zijn heer
Toen hij daarmee begon werd een slaaf voor hem geleid die hem 10.000 talenten schuldig was.
Omdat hij het niet kon betalen, beval zijn heer om hem, zijn gezin en zijn bezit zou worden verkocht opdat er zou kunnen worden betaald. De slaaf wierp zich smekend voor hem en zei ‘Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen’. De heer kreeg medelijden met hem en liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.
De slaaf en zijn medeslaaf
De slaaf ging weg en ontmoette een medeslaaf die hem 100 schellingen schuldig was, hij greep hem bij de keel en zei ‘Betaal wat gij schuldig zijt’. De medeslaaf wierp zich voor hem en verzocht hem met aandrang ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen’. Maar hij wilde niet en zette hem gevangen totdat hij het verschuldigde zou hebben betaald.
De reactie van de heer
De medeslaven zagen wat er was gebeurd en werden verdrietig en vertelden hun heer hetgeen er was gebeurd.
De heer ontbood de slaaf en zei ‘Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u?’ De meester werd toornig en gaf hem in de handen van folteraars, totdat hij het beschuldigde zou hebben betaald.
Conclusie:
“Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft” ( Matteus 18: 35 ). “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren”( Handelingen 3:19 ).
Vergeving is het middel waarmee we datgene dat kapot is gemaakt, terug in orde kunnen maken. De mens bezit over het vermogen om tegelijk te kwetsen en om te helen. Vergeving geeft je de vrijheid om lief te hebben, terwijl het niet geven van vergeving relaties vernietigd.
Wanneer wij worden gekwetst doen we vaak het tegenovergestelde van wat Jezus beveelt. We keren ons vaak tot haat, wrok, roddel en vergelding. De heer vergaf de schuld van de slaaf volledig, maar hij verwachtte wel dat de slaaf hetzelfde zou doen!
Lukas 17:3-4.
Wanneer wij elkaar vergeven en de houding hebben om te willen vergeven dan ontnemen wij satan zijn macht! Vergeven betekent om de schuld niet tegen de ander te houden, maar om deze van harte kwijt te schelden.
Efeziërs 4:32-5:1-2
“Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk”.
Wanneer we geconfronteerd worden met moeiten om een broeder of zuster te vergeven, laten we dan kijken naar de vergeving die God jou heeft geschonken. Christus vergeeft veelvoudig! Vergeet daarbij niet dat God een oordeelt velt over hen die niet bereid zijn om te vergeven.
1 Timoteus 1:12-13
“Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven”.
Matteus 6:14-15.
Hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven? ALTIJD!
Hebreeën 10:17
Wat wij van God willen is dat Hij ons altijd vergeeft, God gedenkt onze zonden niet meer.
